maandag 1 juni 2026
Home Blog Pagina 736

Deutsche Alpenstrasse: Mooie wegen & strakke bochten

0
Deutsche Alpenstrasse

De Deutsche Alpenstrasse is ’s werelds eerste officiële toeristische route. Het 484 kilometer lange traject volgt grotendeels het spoor van de Beierse koning Maximiliaan II, die in 1858 met 1 pk door de Duitse bergen trok. Hans Avontuur neemt er 160 mee.

Mijn vertrekpunt Königssee ligt verscholen tussen de hoogste Duitse bergtoppen. Hoewel er behoorlijk wat mensen naar het prachtige groene water van dit bergmeer komen kijken, is het er doodstil. Alle verkeer, inclusief fietsen, wordt met slagbomen en verbodsborden op afstand gehouden. Bezoekers wandelen en praten zachtjes, de stijlvolle rondvaartboten varen elektrisch.

Toerisme Luxemburg: van Noord naar Zuid

Mijn motor staat iets verderop. Klaar voor vertrek. Ik drink nog een kop koffie op het terras van het historische Hotel zum Schiffmeister uit 1912 en kijk uit op de kade, het water en de bergen die tot boven de 2.000 meter hoogte gaan. Het is geen wonder dat de Beierse adel deze plek uitkoos om hun vrije tijd door te brengen.

Ik start de KTM Super Adventure 1290 S voor een rit over 484 kilometer. Dat is de officiële lengte. Daar zullen links en rechts nog wat uitstapjes bijkomen. Rustig stuur ik naar Berchtesgaden, het dorp dat, hoe mooi ook, altijd de schaduw van de Tweede Wereldoorlog voelt omdat Adolf Hitler er zijn buitenhuis had.

Met de rijmodus op ‘Street’ schud ik het verleden af. Nauwelijks weg uit het stadje kan het gas er stevig op. De weg is breed en de bochten zijn mooi rond. Rechts gaat de Rossfeldpanoramastrasse omhoog, een tolweg die sinds de jaren dertig aan de Alpenstrasse is toegevoegd. De extra lus is goed voor vijftien kilometer bochten rijden, vergezichten kijken en een jaarlijkse race met klassieke auto’s en motoren.

Gekke koning

In een strak tempo pook ik tussen de hoge bergen door. Naar het oosten nu. Langs Ramsau, Schwarzbachalm, schaatsstad Inzell, een houthakkersmuseum en een pottenbakker. Ik heb er allemaal geen oog voor. De weg zelf vraagt de volle aandacht. Het uitstekende asfalt slingert met ronde bochten door het landschap. De KTM ligt op rails.

Soms volgt de Alpenstrasse een belangrijke doorgaande weg en zit er relatief veel verkeer op de route, dan weer duikt het een zijdal in en rijd ik door een soort niemandsland met kleine dorpen, smalle valleien en een verstild bergmeer. Na een fraai bergtraject door de Chiemgauer Alpen nader ik de Chiemsee, één van de hoogtepunten van de route. Met dank aan de ‘gekke’ koning Ludwig.

De excentrieke meneer heeft op een eiland het paleis van Versailles laten nabouwen. Maar nóg wat groter en blinkender. Zelf heeft hij niet veel van het prestigeobject kunnen genieten. Ludwig werd door zijn regering ‘krankzinnig’ verklaard en afgezet. Niet veel later verdronk hij in de Starnberger See. Deskundigen discussiëren nog altijd over de vraag of het een ongeluk was of moord.

Later zullen we ook het andere sprookjeskasteel van Ludwig zien: Neuschwanstein, dat door Disney als voorbeeld is gebruikt voor het kasteel van Doornroosje. Gek of geniaal? Onze Ludwig hield in elk geval van groots en uitbundig.

Tatzelwurmstrasse

Langzaam maar zeker begin ik ook te houden van de 160 pk die ik bij me heb. Niet eens vanwege het enorme vermogen dat hij levert. Het is vooral het koppel waar ik plezier uit haal. Het is heerlijk om een bocht in de derde versnelling in te sturen en hem dan met van die reusachtige klappen weg te laten lopen. Je voelt dat elke slag raak is.

Op die manier bereik ik het stroomgebied van de Inn. Bochten slingeren mee met de loop van het water. Tot borden en betonwanden een eind maken aan de pret. De weg is afgesloten. Zoals zo vaak bij officiële detours voert de alternatieve route over de doorgaande straten. Op de digitale kaart heb ik echter een ander weggetje ontdekt. Het is een privéweg die twee euro tol kost en voor tien euro plezier biedt: de Tatzelwurmstrasse.

Ik volg de smalle bergweg omhoog. Het asfalt is ondertussen nat van de traag vallende regen. De bochten zijn krap en soms lekker hoekig. Alles is er net wat kleiner dan elders op de Alpenstrasse: dalletje, tunneltje, beekje, haarspeldje… En dat alles genoemd naar Tatzelwurm, een mythische draak.

De weg blijkt een soort voorpret voor wat komen gaat: de Sudelfeldpas. Gedaan is het met mini en beschut. De Sudelfeldpas doet in groot en weids. Breed asfalt, ruime bochten en vergezichten op hoge bergen en diepe dalen. De KTM ondergaat er moeiteloos de metamorfose van soepel sturende speelfiets in het krappe dal naar een sportieve groottoerist op de bergpas.

De 160 pk krijgt hier even de vrije hand. Tot nu toe heb ik het surplus aan power nergens goed kunnen benutten. Maar dat is nu dus anders en dat voelt geweldig goed. Alsof je totaal onverwacht een cadeau mag uitpakken. En de quickshifter helpt bij het rap door de versnellingen schakelen.

Duits Canada

Dilemma! Voorbij de Schliersee en de Tegernsee moet ik kiezen. De officiële Alpenstrasse tikt de Oostenrijkse grens aan en gaat terug omhoog naar Bad Tölz, een geliefd kuurstadje. Maar als ik eigenwijs de grens volg, kom ik door één van de mooiste en ruigste landschappen van heel Duitsland…

Dikke wolken glijden ondertussen van de flanken omlaag. Kom, laat ik zuidelijk blijven en dwars door Duits Canada rijden, zoals het wilde dal van de Isar wordt genoemd. Blij met de keuze. Het is prachtig. De route volgt de loop van het water dat hier vrijelijk mag stromen. De bedding is er ongekend breed zodat de rivier altijd een weg vindt. Ook als het lang en hard regent, zoals deze dagen.

Dan gooit de hemel alle sluizen open. Ik kruip achter de ruit en rijd op overlevingsstand naar mijn hotel in Oberammergau. Als ik de motor onder een uitbouw parkeer komt eigenaresse Claudia al aanlopen: ‘Geef die natte kleding maar mee, die hang ik in de Heizungskeller, dan is het morgen allemaal weer droog.’

Tenerife op de motor: Hoog boven zee

Opdrogen, opwarmen, aan tafel. Met een groot glas Weizenbier erbij. Ralf, de partner van Claudia, schuift aan voor goed advies van motorrijder tot motorrijder: ‘Behalve de Alpenstrasse kun je vanuit hier nog veel meer mooie routes rijden. Over het Hahntennjoch, richting Lech, door het Tannheimer Tal of richting München. Dat laatste doe ik zelf altijd op maandag of dinsdag. Dan heb je het rijk alleen.’

Ik knoop het advies van Ralf in de oren voor een volgend bezoek. Mijn huidige missie is het volgen van de Alpenstrasse. Dus houd ik de route aan en begin ik ’s ochtends met een rondje langs de mooi beschilderde huizen van Oberammergau, gevolgd door heuvelland met voortdurend zicht op de Alpen.

Fantastische pas

Voorbij de bedevaartkerk van Wies (Unesco Werelderfgoed) rijd ik naar het kasteel van Neuschwanstein, nog zo’n fantasie van koning Ludwig. Het sprookjesslot werd niet getekend door een gevestigde kastelenbouwer maar door een theaterarchitect en decorontwerper… Het krankzinnige project nam tientallen jaren in beslag en plunderde de staatskas.

Na een kop koffie met uitzicht op het kasteel en een kort rondje door de vestingstad Füssen, raak ik de Alpenstrasse kwijt. Althans, ik zie geen borden meer. De navigatie op de KTM blijft me wel keurig begeleiden, dus het zal wel goed zijn. Voorbij Oberjoch ligt er in elk geval nog een fantastische bergpas waar ik de motor lekker strak door de bochten kan sturen. Ook verderop wacht nog een heerlijk onverwacht traject met haarspeldbochten.

Uiteindelijk lopen de heuvels langzaam af richting mijn eindpunt aan de Bodensee. De richtingbordjes duiken weer op en het stadsverkeer in Lindau vraagt om geduld. Het eindpunt bevindt zich op het eilandje met de historische stadskern. Ik parkeer de KTM Super Adventure op de kade, wandel naar een terras en bestel een lunch met uitzicht op het water en de verre bergen.

Ik weet niet of koning Maximiliaan II zijn reis in de negentiende eeuw precies op deze plek eindigde. Het doet er weinig toe. Dit is vorstelijk. En dan breekt ook de zon nog door.

Download de route Deutsche Alpenstrasse

3 x afstappen

  • Vaartocht Königssee

Maak een tocht met één van de klassieke elektrische rondvaartboten over de Königssee. Over smaragdgroen water gaat het langs steile rotswanden en watervallen. Info: www.seenschifffahrt.de.

  • Motormuseum

Je moet er een klein stukje voor omrijden, maar nabij Ruhpolding staat de Schnauferlstall, een klein museum met zo’n zestig motoren van het bouwjaar 1924 tot 1960.

  • Koningskastelen

De ‘gekke’ koning Ludwig II van Beieren hield er een extravagant leven op na. Voor de bouw van drie uitzonderlijke kastelen plunderde hij de complete staatskas. Bezoek er in elk geval eentje.

Reisinformatie

Bestemming

De Alpenstrasse ligt in het diepste zuiden van Duitsland. Wij reden hem van oost naar west, maar dat kan evengoed andersom. Vertrek- of eindpunt Lindau bevindt zich op zo’n acht uur rijden vanaf Utrecht. De Alpenstrasse geldt als de oudste toeristische route ter wereld. Het eerste deel was in 1933 klaar. Ook de Romantische Strasse uit 1950 claimt de ‘oudste’ te zijn. Beide hebben een beetje gelijk, want de Alpenstrasse was pas in 1960 volledig verhard.

Overnachten

De Alpenstrasse heeft op de website een lijst met motorvriendelijke hotels. Wij sliepen tot grote tevredenheid bij Hotel Böld van Claudia en Ralf in het mooie Oberammergau. De motor staat droog, er is een fijn terras en Ralf schudt de routes zo uit zijn mouw. Info: www.hotel-boeld.de.

Eten en drinken

Missen

Brauereigasthof Schäffler

Je moet er een klein stukje voor van de route, maar dan zit je in een gasthof met een eigen brouwerij. Voor wie de lokale biertjes uitgebreid wil proeven: je kunt blijven slapen.

Schliersee

Konditorei-Café-Confiserie Mesner

Hier ga je zitten voor een grote mok filterkoffie met het lekkerste gebak van de omtrek. Achter de winkel ligt een fijn terras verborgen.

Lindau

Stuur op het eiland met de oude kern naar de kade en zoek er een plaatsje op een terras. Welke je kiest maakt niet zoveel uit. De grootste attractie ligt voor je neus: uitzicht op water en bergen.

Informatie

Arai kan weer: Isle Of Man TT Limited Edition 2022

0

Na twee lange jaren van afwezigheid keert de TT op Man terug in 2022, van 29 mei tot 10 juni. Deze wedstrijd, een race over 60 kilometer provinciale wegen, trekt motorrijders en toeschouwers van over de hele wereld aan.

Maar het is ook een evenement dat in het DNA van Arai zit: veel TT-rijders dragen Arai en het bedrijf heeft zich altijd ingezet om Man-racers te ondersteunen met service en onderdelen.

Al bijna 15 jaar onderstreept Arai zijn inzet en liefde voor het evenement door bij elke TT een speciale versie van zijn RX-7V-racehelm te presenteren, met speciale graphics van Drudi Performance.

Producttest: 6 kettingsloten voor motoren getest

Dit jaar is de basis de nieuwe RX-7V EVO-helm, gehomologeerd ECE R22-06, de top van het gamma. Hij heeft de klassieke zwarte, rode en witte lak die een eerbetoon is aan het origineel uit 2007. En de belangrijkste onderdelen die sinds het eerste speciale model altijd al aanwezig waren: het Triskelion, het gedurfde dubbele TT-logo op de bovenkant, de geblokte vlag en de naam van het eiland Man in de oorspronkelijke taal.

De Arai-helm werd vandaag officieel aan het publiek onthuld, door TT-held Michael Dunlop op de MCN London Motorcycle Show.

Brabant Motors bouwt Benelli Imperiale Army Edition

0

Vorig jaar ontstond bij Brabant Motors het idee om te laten zien dat je met een beperkt budget heel veel leuke dingen kan doen met de Benelli Imperiale. En het is  een leuk project geworden! Als klap op de vuurpijl werd de Benelli Imperiale Army Edition op de foto gezet in het Oorlogsmuseum Overloon.

In het oog springende aanpassingen zijn de tassenset, de aangepaste vering en de valbeugels. De verkoopprijs is vastgesteld op €7.499.

Kijken?

Brabant Motors Grave
Bosschebaan 9
5363 SW Grave

Voormalig Norton CEO riskeert gevangenisstraf

0

Stuart Garner, de man die Norton in 2008 kocht en het merk nieuw leven inblies met een vernieuwde Commando-serie en het ambitieuze V4-superbike-project, riskeert nu een gevangenisstraf omdat hij illegaal andermans pensioengeld in het bedrijf heeft geïnvesteerd.

Garner staat in de schijnwerpers vanwege de pensioenproblemen sinds Norton in januari 2020 onder bewind werd gesteld. Hij heeft geld van drie pensioenfondsen – Dominator 2012, Commando 2012 en Donington MC – in Norton gestoken om het bedrijf overeind te houden, wat in strijd was met de wet die voorschrijft dat maximaal 5% van de bedrijfspensioenen in het bedrijf van de werkgever mag worden geïnvesteerd. Garner was de enige beheerder van de fondsen.

In juni 2020 werd hij bevolen om het geld terug te betalen, naar schatting ter waarde van 11 miljoen pond (€ 13.094.510,-) tot 14 miljoen pond (€ 16.665.740,-) nadat een onderzoek had uitgewezen dat hij oneerlijk had gehandeld, maar het ziet er niet naar uit dat de investeerders in de fondsen al iets van hun geld terug hebben gezien.

Norton V4 Cafe Racer prototype superbike levert 185 pk

Tegen die tijd waren veel van Norton’s activa verkocht aan het Indiase motorfietsenbedrijf TVS voor ongeveer 16 miljoen pond (€£ 19.046.560,-), hoewel TVS er voor koos het bedrijf niet als een lopend bedrijf over te nemen. In plaats daarvan is het huidige Norton-merk, dat eigendom is van TVS, een nieuw bedrijf dat rechten heeft op de merknaam en het intellectuele eigendom achter de motorfietsen, maar dat juridisch niet aansprakelijk is voor het Garner-tijdperk van het bedrijf als het gaat om schulden.

Garner, 53 jaar, leidde als eigenaar van Norton een jetset levensstijl, met een verzameling Aston Martins en andere luxe auto’s, en gebruikte het historische Donington Hall – een 18e eeuws landhuis naast het beroemde racecircuit van Donington – als uitvalsbasis voor het bedrijf. Hij trok ook aanzienlijke overheidssubsidies, ter waarde van verscheidene miljoenen ponden, aan voor het bedrijf. Hij riskeert nu echter een gevangenisstraf van maximaal twee jaar voor het pensioenmisdrijf.

Maandag 7 februari pleitte hij voor het Derby Magistrates’ Court schuldig aan drie aanklachten wegens overtreding van de regels voor werkgeversgerelateerde investeringen, door tussen 2012 en 2013 geld van de drie pensioenregelingen te investeren in Norton Motorcycle Holdings Ltd. in ruil voor preferente aandelen. Nicola Parish, executive director of frontline regulation bij The Pensions Regulator, zei: ‘Als trustee heeft Stuart Garner zich niet gehouden aan de beperkingen op beleggingen die bedoeld zijn om de fondsen van pensioenregelingen te beschermen. Trustees hebben een vitale rol in het beschermen van de uitkeringen van deelnemers en wij zullen actie ondernemen wanneer die verantwoordelijkheid wordt misbruikt. Het moet voor pensioenbeheerders duidelijk zijn wanneer je een pensioenregeling mag beleggen in de sponsorende werkgever’.

De maximumstraf voor deze overtreding is een ongelimiteerde boete en/of een gevangenisstraf van maximaal twee jaar. Hoewel Garner in de rechtbank van Derby Magistrates schuldig heeft gepleit, is hij voor de uitspraak doorverwezen naar de rechtbank van Derby Crown, omdat de Crown Courts grotere bevoegdheden hebben dan de Magistrates’ Courts, die geen gevangenisstraffen van meer dan zes maanden kunnen opleggen. In de tussentijd heeft hij onvoorwaardelijke borgtocht gekregen, maar rechter Jonathan Taaffe zei: ‘Dit overschrijdt duidelijk de vrijheidsdrempel en ik stuur de zaak door naar de rechtbank van Derby.’

Garner moet daar verschijnen voor een vonnis op 28 februari.

CFMoto 800MT beschikbaar vanaf april

0

CFMoto en KTM werken nauw samen, dus het mag geen verrassing heten dat de 799cc-tweecilinder van KTM in de 800MT is ingebouwd. De motor heeft een krukpenverstelling van 75°, twee bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder. In de 800MT levert hij 91 pk (67 kW). Dit zou voldoende moeten zijn voor een topsnelheid van 195 km/u. De rijmodi Sport en Regen zijn beschikbaar.

Het blok is geplaatst in een brugframe van stalen buizen. De ophangingscomponenten zijn van KYB en volledig instelbaar. In de 43mm-usd vork zit een 19 inch wiel. Aan de achterzijde is een 17-inch wiel gemonteerd in de tweezijdige lichtmetalen achterbrug.

Het remmen gebeurt met onderdelen van J.Juan. Een Bosch zes-assig sensorsysteem wordt gebruikt voor ABS en tractiecontrole. Er wordt ook rekening gehouden met de hellingshoek van de motorfiets.

CFMoto 800MT komt in twee versies

De CFMoto 800MT is bovendien uitgerust met een 12V-aansluiting, een USB-aansluiting, LED-techniek rondom, richtingaanwijzers die automatisch doven en extra koplampen. Het 7-inch TFT-scherm heeft Bluetooth-connectiviteit, waarmee smartphones kunnen worden gekoppeld en ook navigatie mogelijk is.

De zithoogte is 825 mm. De brandstoftank heeft een inhoud van 19 liter.

De Sport en Touring versies

De Sport-versie is meer voor op de weg en wordt geleverd op gegoten lichtmetalen velgen. Hij is verkrijgbaar in Twilight Blue of Nebula Black. Prijzen zijn in de Benelux nog niet bekend, maar in Duitsland begint de prijs bij € 9.899,- en € 10.999,- in Oostenrijk.

De Touring-uitvoering is uitgerust met spaakwielen (tubeless), quickshifter, stuurdemper, bandenspanningscontrolesysteem, hoofdstandaard, motorbeschermer, handgrepen, lichtmetalen koffer en topkoffer, alsook verwarmde handgrepen en zadel. Deze versie wordt alleen te koop aangeboden in Twilight Blue. Prijs in Duitsland € 16.590,- en in Oostenrijk € 16.990,-.

De marktintroductie vindt plaats in april 2022.

Pirelli onthult de nieuwe Diablo Rosso IV Corsa

0

Pirelli presenteert een nieuwe Diablo Rosso IV Corsa, een high-performance hypersportband voor motorrijders die houden van een dynamische rijstijl op bochtige wegen en bergpassen. Voor zij die een band willen die past bij de sportieve prestaties van hun motorfiets. Maar ook voor motorrijders die gepassioneerd zijn door tuning en die op zoek zijn naar prestatie-upgrades.

Veranderingen

De belangrijkste veranderingen van de Diablo Rosso IV Corsa ten opzichte van zijn voorganger zijn een betere grip in droge omstandigheden dankzij een gladder loopvlakontwerp dat een groter bandafdrukgebied garandeert. De high-performance handling is verbeterd en de feedback is nauwkeuriger. Ook de consistentie van prestaties over meerdere rijsessies is erop vooruitgegaan.

Compounds

De voorband is verdeeld in drie gebieden met behulp van twee verschillende compounds. De centrale rubberband heeft een Full Silica-compound die ongeveer 45% van de sectiebreedte inneemt en aanwezig is in het contactgebied dat wordt gebruikt tot een hellingshoek van 25 graden. De zijgebieden hebben een zachtere compound, ook Full Silica, dankzij het gebruik van innovatieve harsen die veel grip bieden en de feedback van de voorband verbeteren. De achterband heeft ook een bi-compound-schema. De centrale Full Silica-verbinding zorgt voor een snelle opwarming en chemische grip op verschillende oppervlakteomstandigheden. De schoudercompound is 100% Carbon Black en is rechtstreeks afgeleid van de compounds van de Diablo Supercorsa SC die worden gebruikt in races.

Koenigsegg elektrisch motorblok: 340 pk, 600 Nm, 30 kg

De Diablo Rosso IV Corsa is beschikbaar in volgende maten:

Voor

  • 110/70 ZR 17 M/C 54W TL
  • 120/70 ZR 17 M/C (58W) TL

Achter

  • 150/60 ZR 17 M/C 66W TL
  • 180/55 ZR 17 M/C (73W) TL
  • 180/60 ZR 17 M/C (75W) TL
  • 190/50 ZR 17 M/C (73W) TL
  • 190/55 ZR 17 M/C (75W) TL
  • 200/55 ZR 17 M/C (78W) TL
  • 200/60 ZR 17 M/C (80W) TL

Brabus 1300 R, gebaseerd op KTM 1290 Super Duke R

0

Een paar foto’s van de nieuwe Brabus 1300 R zijn uitgelekt in de aanloop naar de officiële presentatie. Hij wordt gebouwd door KTM en gebruikt de 180 pk sterke 1290 Super Duke R EVO als technische basis.

In afwachting van het nieuws van de merkregistratie en enkele spionagefoto’s, is de lancering van de Brabus 1300 R gepland voor vandaag 11 februari.

Vóór de officiële presentatie werden er echter al foto’s van de definitieve streetfighter geplaatst op een KTM-minisite die aan het model is gewijd – en vervolgens weer verwijderd.

De motorfiets is het resultaat van een samenwerking tussen het Duitse merk Brabus, dat gespecialiseerd is in het prepareren van auto’s, met name Mercedes, en KTM. Het is een model dat is gebouwd op basis van het frame/motorblok van de Beast 1290 Super Duke R EVO, maar met een meer gespierde en klassieke uitstraling, met verschillende afwerkingen en uitgebreid gebruik van koolstofvezel.

Hij zal worden geproduceerd in een beperkte oplage van slechts 77 stuks en zal naar verwachting een eliteprijs hebben, theoretisch vergelijkbaar met high-end limited edition modellen.

We zullen moeten wachten tot de onthulling, die vandaag plaatsvindt, om de technische specificaties, gegevens en prijs te weten te komen, maar in de tussentijd we zijn benieuwd en nemen we genoegen met de officiële foto’s.

Zoals we al zeiden, lijkt de lijn niet op die van KTM, maar ligt hij dichter bij de stijl van de Husqvarna Vitpilen. Zozeer zelfs dat wij uitgingen van een Vitpilen 1301 toen de spionagefoto’s circuleerden.

Eerbetoon: Moto Guzzi V100 Dr. John Tribute

Het frame, de achterbrug, het remsysteem, de elektronische WP Apex-vering, het uitlaatsysteem, de kont en de brandstoftank zijn in feite gelijk aan het eerder genoemde KTM-model. De panelen die in de tank uitmonden zijn anders, evenals de velgen (negenspaaks), de uitlaatpijpen (dubbel en overlappend bij de Brabus), het voorspatbord,  – vooral de – koplamp (enkel en rond) en de kuip die hem omringt.

Dit, samen met de zwarte kleur van het frame, de wielen en de uitlaat, is genoeg om het Beest een heel ander uiterlijk te geven.

In het algemeen zijn er enkele verschillen in de afwerking, zoals de superieure vulling en de afwijkende zadelbekleding, de vorm van het zadel en vele delen van de bovenbouw en details van koolstofvezel in plaats van het gebruikelijke kunststofmateriaal.

De 1301cc-V2 LC8-motor levert 180 pk en 140 Nm koppel op de KTM-versie, het valt nog te bezien of de prestaties voor de 1301 R Brabus zullen zijn aangepast. Later meer.

Lull: van pijpkan tot piemel – Aparte plaatsnamen

0
Lull

Je zal toch maar Van Agteren heten. Of Naterop. Of Neukermans. Van Lul. Bestaat ook. Van Kut. Idem. Poepe, Tiet, Kloote, je noemt het en het bestaat. Heerlijk om dat eens achter elkaar te zetten en hardop uit te spreken. Ja, toe maar… Tegelijkertijd zijn het wel allemaal achternamen die mensen voor het leven kunnen tekenen. Tenzij je hem laat veranderen maar dat kost een paar centen. Met scabreuze (lees schunnige) plaatsnamen speelt iets vergelijkbaars. Je zal maar uit Lull komen …

Het ligt in Noord-Limburg maar waar precies is even uitzoeken. Dat komt, al rond 1900 verdween Lull stilletjes uit de stukken – rare naam, vond de overheid, aanstootgevend. En in 1976 toen Lull bij Venray kwam, verdwenen ook de borden. Na raadpleging van diverse bronnen weten we toch hoe er te komen: via de A73, afslag 8 Venray Noord, en dan via de Stationsweg richting Oostrum, tot achter het kapelletje. Daar ligt Lull.

De Hel – Aparte plaatsnamen

Bij aankomst is niets te zien. Ja, het kapelletje, gewijd aan Sint Antonius, patroon van verloren zaken, maar het staat er zo verweesd bij dat ik te doen heb met de heilige, verdwaald in een plantsoen tussen twee nieuwbouwwijken. Voor het overige maakt de omgeving een onttakelde indruk, vooral richting Oostrum, aan weerszijden van de A73. Wat ooit een vriendelijke landweg moet zijn geweest, is veranderd in een doorgangsader en waar de akkers niet zijn vervangen door nieuwbouwwijken, liggen nu morsige industrieterreinen. Kaal, leeg, koud en winderig en tegen twaalven vullen ze zich met plukjes mannen die het lunchuur gebruiken voor een kleine wandeling.

Noaberschap

De vraag is natuurlijk: áls Lull al een vreemde naam zou zijn, waarom hebben ze de plaats dan ooit zo genoemd? En wat is er gebeurd dat men een naamsverandering op een gegeven moment noodzakelijk achtte? Een eerste antwoord krijgen we in het Museum Psychiatrie Venray – daar wacht Jac Haegen, jarenlang werkzaam geweest binnen de inrichting maar bovenal Lullenaar van geboorte. De naam Lull heeft volgens hem niets van doen met een scheldnaam maar alles met de Sompgraaf, het beekje dat al meanderend, al lollend door de nabijgelegen weilanden stroomde. ‘En lollen is in de streektaal lullen geworden. Hier in de buurt heb je ook letterlijk de Lollebeek. Dat is precies hetzelfde verhaal.’

Hij herinnert zich Lull als een hechte gemeenschap van wat keuterboertjes en burgermensen, niet veel meer dan tweehonderd. Noaberschap speelde een grote rol. ‘Of het nou om een geboorte ging, trouwen of sterven, de buren hadden traditioneel een belangrijke taak.’ Zo ging buurman altijd mee als vader een kind moest aangeven en bij de doop droeg buurvrouw de baby. Bij een sterfgeval was het de taak van buurman bij de dode te waken. ‘Dat wilde nog wel eens uit de hand lopen’, grinnikt Jac. ‘Tijdens de wake ging de fles jenever rond en je begrijpt wel, na een nachtje was die leeg en buurman beschonken.’

Samen met Jac lopen we nog even door het museum – een gevolg van het feit dat de Broeders van Liefde uit Gent hier in 1907 het Sint Servatiusgesticht vestigden, ter behandeling van wat ooit krankzinnigen werden genoemd. Conclusie: hoewel je het soms betwijfelt, is er sprake van vooruitgang, zeker op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg. Ga maar na. Ooit legden we de ‘gecken’ en de ‘dollen’ in een kot aan de ketting maar daar komt in de vorige eeuw verandering in. Eerst stappen we van bewaring over op behandeling en die behandeling wordt steeds humaner.

Suprise

Maar dan nog schrik je je rot als je de leerweg ziet die de psychiatrie heeft afgelegd. Een voorbeeld. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw bestond er zoiets als dwangbehandeling, Jac heeft het nog meegemaakt. Daarbij werden patiënten gefixeerd tot ze geen vin meer konden verroeren, een dag of een week of een maand, ja, zelfs langer. Bij gebrek aan beter natuurlijk, maar toch… het lijkt verdacht veel op marteling. Ander voorbeeld, aangeduid met de alles verhullende term bain de surprise. Daarbij lieten ze patiënten bij verrassing in ijskoud water vallen – de daarmee gepaard gaande angst en schrik zouden goed zijn voor hun genezing … En wat te denken van het opwekken van epileptische aanvallen omdat die, beweerde de Hongaarse psychiater Von Medusa, schizofrenie zouden voorkómen?

Intussen zitten we nog steeds met de vraag waarom Lull in de negentiende eeuw uit de stukken moest verdwijnen. Op zoek naar een antwoord dwalen we door de omgeving en weer valt op hoe slordig ermee is omgegaan. Vergelijk dat eens met de inhoud van het boekje ‘Herinneringen aan het buurtschap Lull’ van Wim Jeuken. Foto’s van eenvoudige langgevelhuizen tussen de velden in het groen, van boeren die het graan oogsten, van Truus en Jean die, ieder op een krukje een koe melkend, lachend naar de fotograaf kijken. Meest bizarre: pas vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw, dus in amper dertig jaar, is deze idylle veranderd in wat het nu is.

Op zoek naar antwoorden belanden we op goed moment bij Carel Jeuken in de kelder, niet alleen omdat hij is opgegroeid náást het Sint Servatiusgesticht maar ook omdat hij het vak beheerst waaraan de klompenstreek zijn naam dankt. We krijgen te zien hoe klompenbijl en paalmes te hanteren, waarvoor snijpaard en heulbank staan en wat de verschillen zijn tussen Hollandse klomp en Staphorster klomp en Zeeuwse klomp – ‘’t Zit ’m in de neus’, doceert Carel.

Lief klein klompje

Wat vooral beklijft, is hoe uit zo’n lomp stuk hout zulke fraai gelijnde voorwerpen kunnen ontstaan en dat met zulk grof gereedschap. Ongelooflijk. Thuis ben ik inmiddels de gelukkige bezitter van een flessenopener aan een lief klein klompje – elke dag gaat het even door mijn handen om te genieten van lijn en vorm.

Maar hoe zit het nou met Lull? Carel, 73 inmiddels, herinnert zich vooral de grappen die ze onderling maakten. ‘Ik woonde in ’t Brukske, ’t Broekje zeg maar. En dan zeiden we onder elkaar: “As ge ’t Brukske laot zakke, krijgde ge Lull in zicht”. Of als je wat woorden met iemand had: “Gij zijde er zeker ene van Lull”. Wat betekende ik neem jou niet serieus. Maar verder…’

We eindigen onze queeste in café Halfweg, volgens Jac Haegens, die ertegenover opgroeide, ooit café Lull geheten maar dat wordt binnen hartelijk ontkend. Volgens de huidige eigenaresse heeft het altijd Halfweg geheten, misschien een tijd café Cremers naar de toenmalige eigenaar maar Lull, nee. Wel een idee trouwens, om het café Lull te gaan noemen – publiciteit verzekerd en met meer karakter dan dat saaie Halfweg. Erg gezellig is het er niet, zeker nu in coronatijden want stil en donker, om niet te zeggen somber. Achterin bevindt zich een grote biljartzaal waar een norse man, een grijze zestiger in geruit hemd en verschoten broek, in zijn eentje wat caramboles maakt.

Murmulend zingen

Gaandeweg blijkt hij een buitengewoon bedreven biljarter die, in weerwil van zijn grove bouw, de meest subtiele stoten neerlegt. Hard, zacht, een trekstootje hier, een doorschietbal daar – ‘U bent vast een wedstrijdbiljarter’, roep ik hem toe waarop hij antwoordt: ‘Ja, maar d’r zijn geen wedstrijden.’ ‘Dus u bent aan het trainen?’ ‘Ja, anders zit ge maar de hele dag op uwe stoel.’ Omdat hij verder geen interesse lijkt te hebben in een gesprek, laat ik het er maar bij en bestel de wisselsnack van de maand – deze keer een Ragoezi, ‘verrassend lekkere ragout in een krokante korst’.

Pas thuis, bij raadpleging van het etymologisch woordenboek, wordt duidelijk hoe het nou zit met lul. Aanvankelijk betekende het helemaal niet wat we er nu onder verstaan. Lul wordt in verband gebracht met lullen of lollen en dat is een klanknabootsend woord in de betekenis van murmelend zingen, het voortbrengen van een onafgebroken basistoon – precies wat een kabbelend beekje doet. Vervolgens is die betekenis van klokkend geluid overgegaan op een pijpkan, een kan met een lange tuit waaruit kinderen of zieken konden drinken, onderwijl een lollend lees lullend geluid makend. Dus kon men in 1642 nog zonder omhaal praten over ‘uyt een lul laten drincken’. Vanwege de vormovereenkomst met deze lange tuit is het mannelijk lid langzaam maar zeker ook lul gaan heten. Reden waarom de overheid het eind negentiende eeuw niet langer verantwoord achtte mensen in Lull te laten wonen.

Dit hele verhaal roept trouwens de vraag op: hoe heette een lul toen het nog geen lul was? Maar daarover graag een andere keer.

Moto Morini X-Cape 650 beschikbaar vanaf 11 februari

0

De X-Cape is Moto Morini’s eerste Adventure motor. Een vloeistof gekoelde 2-cilinder 4-takt 650cc motorblok met een vermogen van 60pk bij 8.250tpm en 56Nm koppel bij 7.000tpm zorgt voor een zeer veelzijdige en betrouwbare motorfiets. 

Brembo remmen, volledig instelbare Marzocchi vorken, het 19 inch voor- en 17 inch achterwiel met Pirelli Scorpion banden, het instelbare windscherm en het grote 7 inch TFT dashboard dragen bij aan het avontuurlijke karakter. Wendbaar en beheersbaar voor zowel lange avontuurlijke reizen als het drukke stadsverkeer. Bochtige bergwegen of onverharde paden: niets is te gek voor de nieuwe Moto Morini X-Cape 650. 

Het robuuste stalen trellis frame, het brede stuur dat in verschillende standen is in te stellen, evenals het comfortabele zadel met een zithoogte van 845mm, zorgen voor een goede rijpositie. Ook voor de wat langere rijders. 

Moto Morini X-Cape: een pré-productie test

Het comfort van de Moto Morini X-Cape 650 kan verder gevonden worden in de uitschakelbare ABS (op beide wielen), een constante draadloze controle van de bandenspanning, geïntegreerd Bluetooth systeem en 4 verschillende stijlen voor het dashboard, die allen goed af te lezen zijn in verschillende omstandigheden. De van binnenuit verlichte stuurschakelaars zorgen ervoor dat ’s avonds snel de juiste knop gevonden wordt. 

De nieuwe Moto Morini X-Cape 650 is verkrijgbaar met zowel spaak- als gietwielen en leverbaar in drie verschillende kleurstellingen; Red Passion, Smoky Antracite of Carrara White. Tevens is er vanaf de start een 35Kw versie beschikbaar voor rijders met het A2 rijbewijs. 

Tevens zullen er diverse accessoires beschikbaar zijn, waaronder een 3-delige koffer set, verlaagd zadel (met zithoogte van 820mm), beschermbeugels voor het motorblok of handkappen. Alles om het avontuurlijke karakter van deze motorfiets te benadrukken. 

De nieuwe Moto Morini X-Cape 650 is leverbaar voor een introductieprijs vanaf € 8.599,- (consumentenprijs rijklaar, incl. BTW, BPM, onvermijdbarekosten en leges) en staat vanaf aanstaande vrijdag, 11 februari 2022, bij alle Moto Morini dealers klaar. 

Kijk hier voor een dealer bij u in de buurt. 

Moto Morini X-Cape 2021

Nieuwe Indian Motorcycle Pursuit op komst?

0

Indian Motorcycle heeft tot nu toe een vrij rustige cyclus van nieuwe modelreleases gehad voor het kalenderjaar 2022. De zwaarste modellen werden al veel eerder onthuld. Met het volledig herontworpen Chief-platform met drie modellen (die in het modeljaar 2022 worden uitgebracht) dat in februari 2021 werd voorgesteld en de herziene FTR-serie die kort daarna verscheen. Dit jaar was het alleen de nieuwe op de Scout gebaseerde Rogue die de krantenkoppen haalde. Maar nu komt het bericht dat Indian iets veel, veel groters – letterlijk – in de coulissen heeft staan wachten. De essentie is dat we binnenkort een volledig gekleed touring-model op basis van het Challenger-platform zullen zien. De nieuwe motorfiets zal waarschijnlijk Pursuit gaan heten.

Het vloeistofgekoelde 1768cc-PowerPlus motorblok dat de nieuwe full-dress tourer aandrijft, lijkt ook ongewijzigd te zijn.

Dat is natuurlijk logisch, want de Challenger is vanaf het begin ontworpen om als basis te dienen voor verschillende modellen. Het lijdt geen twijfel dat de tijd rijp is voor een nieuwe versie op basis van de vloeistofgekoelde V-twin, in plaats van slechts een nieuw uitrustingsniveau; Indian heeft de naam Pursuit bijna twee jaar geleden als handelsmerk gedeponeerd. In eerste instantie gingen we ervan uit dat het misschien een traditioneel vormgegeven model zou worden en anderen gokten op een sportievere machine. Maar de details die Cycle World zojuist heeft onthuld, laten het tegenovergestelde zien. In feite zouden we wel eens kunnen kijken naar Indian’s grootste motorfiets tot nu toe.

Een eerder patent toonde een traditioneel vormgegeven machine met een vloeistofgekoeld motorblok, maar met een kuip in ‘vleermuisstijl’ en zonder topkoffer.

Hoewel er nog geen foto’s van het nieuwe model zijn, hebben we wel wat meer cijfers gekregen om de lege plekken op te vullen. Zo bevestigen de nieuwe specificaties dat de Pursuit dezelfde 1768cc-V-twin zal gebruiken als de Challenger (goed voor 103,1 pk bij 5.560 tpm) en hij zal ook dezelfde tuning en uitlaat hebben. De nieuwe motorfiets deelt het chassis van de Challenger, met een wielbasis van 1.669 mm, wielen en banden die allemaal hetzelfde zijn (met bandenmaten van 130/60-19 voor en 180/60-16 achter).

Naast het motorblok en het chassis, kan ook de kuip van de Challenger zijn weg vinden naar de nieuwe Pursuit.

De verschillen zitten hem in de details, namelijk het extra koetswerk, de onderdelen en een aantal voorzieningen die zijn toegevoegd uit naam van het touring-comfort. Het ziet er zelfs naar uit dat de Pursuit hetzelfde Road Glide-type neus/kuiplontwerp zal hebben als de Challenger, ook al toonden eerdere patenten een vleermuis-achtige eenheid gemonteerd op een Challenger-chassis. Dat aspect wordt nog versterkt door specificaties die aantonen dat het elektrisch verstelbare windscherm van de Pursuit hetzelfde bereik heeft als dat van de Challenger, hoewel het scherm van de nieuwe motorfiets hoger zit. De specs laten ook zien dat de Pursuit in bijna alle opzichten groter is dan de motorfiets waarop hij is gebaseerd, wat alleen maar kan betekenen dat het een full-dress tourer wordt. In totaal is de Pursuit 2.608 mm lang, vergeleken met de 2.502 mm van de Challenger. Aangezien beide motorfietsen dezelfde wielbasis hebben, is de extra 107 mm waarschijnlijk te danken aan een extra topkoffer, waarin al dan niet een rugleuning voor de passagier is verwerkt.

Volgens de specificaties is de Pursuit langer, wat doet vermoeden dat een kofferbak/rugleuning is toegevoegd, zoals bij de Roadmaster-modellen.

Dan is er nog de kwestie van het gewicht; in rijklare vorm, gevuld met brandstof, tikt de Pursuit op de weegschaal bij 426 kilo, wat meer is dan de 412 kilo-Indian Roadmaster.

Koenigsegg elektrisch motorblok: 340 pk, 600 Nm, 30 kg

Het is ook vrij duidelijk dat Indian twee bijna identieke versies van de motorfiets zal introduceren, de Pursuit Dark Horse en de Pursuit Limited, beide met het inmiddels bekende  uitrustingsniveaus van Indian. Dat betekent dat de Dark Horse mogelijk minder toeters en bellen zal hebben, maar wel de black-out behandeling zal krijgen, voor een donkerder en minimalistischer uiterlijk. De Limited krijgt wellicht een paar extra comfortgemakken toegevoegd, met chroom en kleur om hem een meer premium uitstraling te geven. Dat gezegd hebbende, in de specificaties hebben zowel de Dark Horse als de Limited-versie van de Pursuit dezelfde gewichtsmaten.

Voorheen was de Challenger Limited (afgebeeld) het vlaggenschip, maar Indian heeft mogelijk ook een Elite-versie van een hoger niveau op stapel staan.

Naast de nieuwe Pursuit heeft Indian ook zijn zinnen gezet op een nieuwe Challenger Elite-model, waardoor het aan de top van die baggerreeks zou komen te staan, vóór het Limited-model. Aangezien hij dezelfde afmetingen en hetzelfde gewicht lijkt te hebben, zou de nieuwe uitvoering waarschijnlijk worden geaccentueerd door high-end details zoals met de hand afgewerkte lak en andere premium accenten.

Bron: Motorcyclecruiser