Niets beter dan de zondag beginnen met een beetje chaos, veel blubber, nog meer modder en soms zelfs ook beetje leedvermaak.
Waar vind ik de mooiste routes? #1 TomTom Road Trips
Natuurlijk kun je met alle tools die in deze rubriek in de loop der tijd zijn besproken uitstekend zelf de mooiste routes ontwerpen. Maar waarom zou je zelf het wiel opnieuw uitvinden als er al zo enorm veel kant-en-klaar online te vinden is? De winter is een uitgelezen periode om daar eens in te grasduinen. In deze aflevering de eerste van een reeks routeportals. Een relatief nieuwe en minder bekende bovendien: TomTom Road Trips.
Road Trips is een routeportal van TomTom, maar hij is voor iedereen toegankelijk, ook al heb je geen TomTom. Road Trips gebruiken in combinatie met een TomTom-toestel (of de TomTom GO-app) is optimaal, want dan kun je immers de routes eenvoudig via ‘de cloud’ in je toestel zetten. Maar je kunt de route ook gewoon als gpx-bestand downloaden. Daarbij heb ik overigens wel een belangrijke tip voor je, waar ik aan het einde van dit verhaal op terug kom. Wil je een route een-op-een downloaden, dan kan dat zonder account. Wil je een route echter bewerken, dan moet je even een (gratis) account aanmaken.
Forse collectie
Ook al bestaat Road Trips nog niet zo lang, het bevat al een forse collectie aan routes. Die routes komen zowel vanuit ‘de community’ als vanuit uitgeverijen, zoals ANWB en Tourenfahrer, of zelfs vanuit de lokale toeristenbureaus. Routes van uitgeverijen geven meestal net wat meer zekerheid over de kwaliteit van de route. Ook vanuit de community vind je vaak prachtige routes, maar er is wel wat kaf van het koren te scheiden. Daarnaast kun je in Road Trips ook aangeven welk type route je zoekt: wil je langs de kust, de bergen in of liever een historische route?
Hoe werkt het? Heel eenvoudig, je gaat naar tomtom.com/roadtrips. Daar zie je meteen bovenaan ‘laat je inspireren’ en iets eronder krijg je alvast een voorselectie voorgeschoteld.

Kies voor ‘laat je inspireren’. Vervolgens kun je filters instellen, bijvoorbeeld op regio. In dit geval kiezen we voor ‘Duitsland.’

Scroll je naar beneden, dan kun je kiezen voor ‘tags’, zoals ‘kustwegen’ of ‘cultuur’. Overigens werkt het niet altijd even goed. Zo kwam ik het Schwarzwald tegen, terwijl ik ‘kustwegen’ had aangevinkt. Maar goed, je gaat niet snel naar Duitsland vanwege de mooi kust…
Veel interessanter is de tag ‘gemaakt door’. Daarin staat een groeiende lijst aan aanbieders. Je ziet ‘grote namen’ als ANWB en ADAC, maar er staan ook verschillende motormerken bij, al lijkt dat nog in ontwikkeling. Zo kent Moto Guzzi maar één route en Kawasaki maar twee. Harley heeft er meer en lijkt te worden ‘gevoed’ door de regionale Harley Chapters. Ook opmerkelijk in de lijst is ACSI. Daarbij gaat het vooral om routes voor de camper, vaak hele lange voor meerdaagse tochten.
Tip: ga je naar Italië, selecteer dan ‘wheels magazine’.
Uit de community
Maar het gros van de routes komt uit de ‘community’ en dat zijn dan vooral routes die ontworpen zijn door motorrijders, die bovendien hebben aangegeven dat ze de route zelf hebben gereden. Als extra check zijn vrijwel al die routes voorzien van een foto. Dat helpt het kaf nog beter van het koren te scheiden.
Heb je een route geselecteerd, dan kun je naar beneden scrollen om ‘vergelijkbare routes in de buurt’ te selecteren. Zeker voor een meerdaagse trip erg handig.
Heb je je keuze gemaakt, dan kies je voor ‘personaliseer in Mydrive’. Je hoeft echter niet daadwerkelijk te personaliseren om te kunnen downloaden. Dat kan al gewoon met een druk op de knop ‘download route’ linksonder.

Maar personaliseren kan dus wel. Bijvoorbeeld om het startpunt te verleggen of om een restaurant of hotel toe te voegen aan de route. Kies daartoe voor ‘bewerk route’ (daarvoor moet je wel ingelogd zijn).
Het startpunt veranderen werkt niet heel gemakkelijk. In de linker kolom zie je de routepunten, door je muis ingedrukt te houden kun je ze omhoog of omlaag slepen. Wilt je dat punt 4 startpunt wordt, dan sleep je die naar boven. En dat doe je vervolgens één voor één met alle punten die na punt 4 komen. Lastig, maar het kan wel. Veel gemakkelijker is het om een hotel, restaurant of bezienswaardigheid aan de route toe te voegen. Voor restaurants druk je op het rondje met mes en vork midden onder, vervolgens kies je een restaurant en voor ‘toevoegen aan route’. Natuurlijk kun je nu op de bekende manier ook de route langer of juist korter maken.

Eenmaal gereed, kies je voor ‘sla op in mijn routes’ en kun je, als je een TomTom hebt, de route meteen synchroniseren met je toestel. Rij je bijvoorbeeld met een Garmin, dan download je het gpx-bestand (zie kader onderaan deze pagina).
Al met al is TomTom Road Trips een interessante routeverzameling, die erg gemakkelijk in het gebruik is. En dan vooral voor als je nog niet weet waar je naar toe gaat, maar je wilt laten inspireren door suggesties. Daarmee is er ook meteen een punt van kritiek: het zou handig zijn als je de collectie op één kaart kon laten projecteren, of kon zoeken op ‘in de buurt van’. Nog handiger zou het zijn als je daarbij een gewenste routelengte kon aangeven. Andere collecties bieden die mogelijkheid wel. Maar daarover in een volgende aflevering meer.
Belangrijke tip!
GPX-bestand downloaden
Het gpx-bestand bevat zowel een track als een route, die bovendien dezelfde naam hebben. Gebruik van de route levert een groot risico op afwijkingen op, je moet echt de track hebben. Het domme van TomTom is dat zowel de route als de track dezelfde naam hebben. Om verwarring te voorkomen open ik zelf het liefst het gpx-bestand even in Basecamp om vervolgens vandaaruit alleen de track weer te exporteren als gpx-bestand.
Toerisme Luxemburg: van Noord naar Zuid
Hoewel het er altijd fijn rijden is, heeft Luxemburg niet het meest opwindende imago. Het is een keurig land met keurige mensen. Op zoek naar de scherpe kantjes rijden we van Noord naar Zuid, kriskras door het kleine land. Spoileralert: we worden verrast.
Clervaux, Echternach en Vianden. Het zijn klinkende namen tijdens een klassiek rondje Luxemburg. Maar wie heeft er ooit gehoord van Esch-sur-Alzette? Toch is deze plaats in het diepe zuiden van het land dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa. Met dank aan de metamorfose van de voormalige hoogovens die à la Ruhrgebied zijn omgetoverd van lelijke fabriekscomplexen tot tempels van kennis, kunst en cultuur.
Toerisme Oostenrijk: Waldviertel
Maar we beginnen bij het begin. Aan de Moezel. Na een nachtje in een mooi modern hotel van hout, staal en glas – niks oubollig Luxemburg! – gooi ik de bagage op de motor en rijd langs de Moezel de dag tegemoet. Aan de overkant van het water is de zon zojuist over de heuvels geglipt. Het zet warm spotlicht op de wolken boven mij.
Ik maak een bochtje langs het Biodiversum bij Remerschen. Niet om te bezoeken, maar om te bekijken. Afgezien van de kastelen en kloosters staat Luxemburg niet bepaald bekend om spraakmakende architectuur. In veel dorpen zijn de huizen nogal rechttoe rechtaan. Vaak in een kleur geschilderd om het wat sfeer mee te geven.
Maar daar komt de laatste jaren steeds meer verandering in. Zeker in Luxemburg Stad zijn prachtige gebouwen neergezet. Modern, verrassend. Deze ontdekkingstocht naar brutaal Luxemburg gaat echter niet dwars door de stad. Geen zin in verkeersopstoppingen en stapvoets rijden. En buiten de stad…
Daar vind je tegenwoordig dus ook mooie panden, zoals het Biodiversum. Het is een museum annex natuurcentrum, dat is ondergebracht in een houten bouwwerk met de vorm van een omgekeerd schip. Alles is erop gericht om zo min mogelijk impact te hebben op de natuur. De materialen zijn afbreekbaar of opnieuw te gebruiken en voor de verwarming is er een warmtepomp die energie haalt uit het water van de meren rondom.
Mooi of lelijk? De architecten wonnen er een prestigieuze prijs mee.




Ontmanteld fabriekscomplex
Terug in het zadel van de BMW R1250GS passeer ik Schengen, je weet wel, waar het begin werd gemaakt met een Europa zonder grenscontroles. Links ligt Duitsland, recht voor me Frankrijk. De route buigt af naar het westen en volgt de Franse grens door heuvelachtig terrein. Een smal weggetje beweegt mee met de contouren van de helling.
Hoewel de GS met 136 pk en 143 Nm aan boord wat overdressed is voor dit kleine werk, stuurt hij soepel en haarscherp. Ik verbaas me er elke keer weer over dat deze machine bij het vertrek uit stilstand zwaar en log aanvoelt, maar eenmaal in beweging zo handelbaar en lichtvoetig is. Zonder nadrukkelijk aan het gas te gaan hangen, rijd ik vlot langs kuuroord Mondorf-les-Bains en kasteeldorp Aspelt.
Stop! Vanuit de verte had ik hem al zien staan, maar nu is hij dichtbij: de Waassertuerm met Pomhouse in Dudelange. Het zijn de restanten van een fabriekscomplex dat ontmanteld is. De watertoren en het pomphuis zijn onderdeel geworden van het nationale centrum voor beeld en geluid met aandacht voor tv, film, fotografie en radio. Je kunt er terecht voor exposities.
Ik bevind me nu in het mijnbouwgebied van Luxemburg en Noord-Frankrijk. De grote kolenvoorraad heeft de streek in de negentiende en twintigste eeuw welvaart bezorgd. De historie is vastgelegd in het mijnbouwmuseum van Rumelange, maar als je onderweg rondkijkt, is het erfgoed overal te zien. Van eenvoudige mijnwerkershuisjes tot verlaten spoorlijnen en van prachtige fabrikantenvilla’s tot zwarte heuvels van onbruikbaar kolengruis.
Het mooiste van al dat industriële erfgoed volgt in Esch-sur-Alzette, met zo’n 30.000 inwoners de tweede stad van Luxemburg en groot geworden dankzij de ijzer- en staalindustrie. Jazeker, Luxemburg heeft zijn rijkdom niet alleen met bankieren verdiend.
Culturele hoofdstad
Ik stuur de GS door het verkeer richting de voormalige fabrieksterreinen van de wijk Esch-Belval. De torens van de stilgelegde hoogovens zijn al van ver te zien, net als de moderne flatgebouwen er omheen. Waar de industrie jarenlang rookte, dampte en vuur spuwde, bruist nu de City of Science, een nieuw centrum dat aan kennis en cultuur is gewijd. Allemaal rondom de nieuwe universiteit.
Er wordt onverminderd hard gewerkt aan de opknapbeurt van deze buurt dus het stratenplan moet nog definitief vormkrijgen. Twee, drie keer rijd ik vast op trappen en hekken. Geen doorgang. Omrijden, puntje bouwterrein, pad door braakliggend terrein et voilà: daar rijd ik aan de voet van de hoogoventorens (40 meter), waarvan er eentje te beklimmen is.
Het is een spannende omgeving vol ijzer, staal en beton. Het is deels de erfenis van de industrie en deels die van eigentijdse architectuur rondom de nieuwe universiteit met onder meer ook een concertzaal, expositieruimtes, cafés, treinstation, restaurants, sporthal en appartementen. Rijden door deze wijk voelt als een ontdekkingstocht. En ik snap ook meteen waarom dit Culturele Hoofdstad van Europa 2022 is, samen met Kaunas in Litouwen en Novi Sad in Servië.
Na wat rondzwerven door Esch-Belval is het tijd verder te trekken. Ik schakel op en rijd de heuvels in. Met het gas er stevig op passeer ik herinneringen aan de mijnbouw in Lasauvage en zie ik in Fond-de-Gras de voormalige spoorlijn. Wie tijd heeft (of neemt) kan er met een stoomtrein door de vallei rijden. Maar aangezien de GS gevoelsmatig ook op rails ligt, houd ik het bij twee wielen.

Stevig stampen
Heerlijk doorrijden. Omhoog langs de Belgische grens. Ik weet meteen weer waarom Luxemburg zo geliefd is onder ons motorrijders. Het asfalt is van perfecte kwaliteit, de bochten zijn lekker en buiten de bebouwing is er weinig verkeer. Zo braaf als het imago van het kleine land is, zo opwindend zijn sommige wegen. En in het gehucht Kahler zie je plotseling street art, die normaal voorbehouden is aan grote steden.
Ik volg de loop van de Eisch door een mooi dal. De luie bochten nodigen uit om de vaart erin te houden. Met zeven rijmodi aan boord een kwestie van kiezen: hoeveel vaart precies? Een toeristische stand om comfortabel bij rond te kijken of een sportievere stand om vooral met het rijden zelf bezig te zijn?
Toerisme Duitsland: Pfalz, reisje langs de wijn!
Kastelen markeren de rit. Buerg Simmer, Grand-Château d’Ansembourg, Hollenfels en het Château de Mersch in het gelijknamige plaatsje, dat sfeer heeft rondom het dorpsplein. Het rijden wordt er steeds mooier op, zeker als ik het verderop gelegen Mullerthal bereik. Deze omgeving staat bekend om zijn rotspartijen en wordt Klein Zwitserland genoemd.
Nou is dat laatste schromelijk overdreven – het hoogste punt van Luxemburg is 560 meter en dat van Zwitserland 4.634 meter –, maar prachtig is het zeker. Het landschap golft heerlijk op en neer en de GS kan op de pretstand. Spelen met het terrein. Experimenteren met de bochten. In hoge toeren, in lage toeren. Zeker als het na de bocht omhoog gaat, is het feest. Dan kun je die tweecilinder-boxer stevig laten stampen.
Het is verleidelijk om naar het centrum van Echternach te rijden. Het is er gegarandeerd mooi. Maar aangezien deze rit vooral om de verrassing draait, laat ik de stad rechts liggen en stap ik pas uit het zadel om de Huel Lee-grot te bekijken. Het is vanaf de weg vijf minuten lopen. En wie wil kan er nog wat meer ronddwalen tussen de schitterende rotsformaties met grotten, holen, doorkijkjes, loopplanken, uitkijkpunten en kleine watervallen. Een natuurspektakel, niks braafs aan.
Opschakelen dus
Na een puntje binnendoor, pak ik de loop van de Sauer op, één van de belangrijkste rivieren van het land. Het is misschien niet de meest verrassende route naar Esch-sur-Sûre, maar wel een hele mooie. De versnellingsbak in z’n drie en doorrijden. Pas in Esch zet ik de motor op de standaard voor koffie met gebak bij Schmaach Ëm de Séi a méi, wat volgens Google translate zoveel wil zeggen als ‘Proeven rond het meer & meer’ – met het stuwmeer om de hoek best een logische verklaring. Net als de cafetaria ernaast is dit een populaire stop bij motorrijders.
Het is tijd voor het eindschot naar het noorden. Nu de brutaliteit van Luxemburg niet meer van de spectaculaire gebouwen of het industriële erfgoed komt, moet ik het zelf maar compenseren op de weg. Opschakelen dus. De Triple Black GS in rijmodus Dynamic Pro en laten gaan die machine. Over Kaundorf, Büderscheid en Wiltz.
Een traject met heerlijke lussen brengt me naar de hogere heuvels van de Ardennen. Wie van fotografie houdt moet in Clervaux naar het kasteel voor de permanente expositie The Family of Man, een fantastische collectie van 503 foto’s uit 68 landen die in 1955 bij elkaar zijn gebracht. Thema: gelijkheid en vrede. Dat is nog net zo actueel als toen.
Een expo van wereldklasse in een klein toeristisch dorp leek me een passende finish van een zoektocht naar onverwacht Luxemburg. Samen met de eigentijdse architectuur, de street art en het industriële erfgoed dat ik onderweg heb gezien, onderstreept het nog eens dat Luxemburg niet altijd en overal braaf en voorspelbaar is.
Maar het lekkerst van alles zijn toch de wegen. Daarom stap ik snel terug op de GS, start de motor en neem de lange route binnendoor naar de Belgische grens. Zal ik me braaf aan de snelheid houden?
Reisinformatie
De reis
De route begint in het zuiden, maar kan natuurlijk ook andersom worden gereden. Het dorp Troisvièrges ligt op 288 kilometer vanaf Utrecht, ruim drie uur rijden via Maastricht, Verviers en Malmédy.
Overnachten
Dat kan in Luxemburg op alle mogelijke manieren. Van eenvoudige campings tot luxueuze hotels. Wij sliepen in Hôtel-Restaurant de l’Ecluse, een eigentijds hotel aan de Moezel, met strakke kamers. De motor staat er droog onder het pand. Informatie: www.hotel-ecluse.lu.
Culturele hoofdstad
Esch-sur-Alzette is dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa, samen met Kaunas in Litouwen en Novi Sad in Servië. Samen met tien gemeenten in het zuiden van Luxemburg en acht in het noorden van Frankrijk is een uitgebreid programma samengesteld met meer dan 160 culturele activiteiten zoals festivals, voorstellingen en exposities. Informatie: www.esch2022.lu.
Informatie
Download de route

















Rij mee op 22 mei – 69 km voor Nicky Hayden
Op 22 mei organiseren Motor.NL en Motornieuws.be ‘69 km voor Nicky Hayden’. Het initiatief ter nagedachtenis van de betreurde Amerikaanse ex-wereldkampioen, bracht de voorbije jaren veel volk op de been in de VS. Dit jaar kun je in een grensoverschrijdende rit ook in België en Nederland hulde brengen aan Nicky Hayden én tegelijkertijd een goed doel steunen.

Bijna vijf jaar na zijn dood, is het nog steeds moeilijk te vatten dat The Kentucky Kid er niet meer is. Haydens palmares met als hoogtepunt de wereldtitel in 2006, werd enkel overtroffen door zijn persoonlijkheid. Larger than life. Groot hart. Fantastische stijl. Knappe kop. Leuk racenummer… en dan… die rampzalige dag waarop Hayden nabij Rimini aangereden werd door een auto en vijf dagen later overleed aan de opgelopen hersenschade.
Niet lang na die fatale dag werd The Nicky Hayden Memorial Foundation opgericht door zijn familie en naasten. In de Verenigde Staten werd in 2021 massaal deelgenomen aan de 69 miles for Nicky Hayden. Hier in de lage landen wordt het eerbetoon voor het goede doel, iets korter. Er wordt 69 km gereden in plaats van de 69 miles. Dat rijden kun je doen op twee manieren: met de motor of via de (nog) sportievere optie op de fiets. Hayden liep de verwondingen die uiteindelijk tot zijn dood leidden, immers op toen hij met de fiets aangereden werd. Fietsen is dus één optie, motorrijden een tweede. Er is ook nog een derde manier om The Kentucky Kid te eren: een route van 6,9 km wandelen of lopen.
Alle trajecten wordt op voorhand uitgestippeld en de start- en aankomstplaats is MotorPark/HondaPark in Olmen. Vandaar vertrekt een grensoverschrijdende rit naar Nederland en terug. Opbrengsten gaan naar The Nicky Hayden Memorial Foundation, een liefdadigheidsorganisatie die geld inzamelt voor kansarme kinderen. Daarnaast is de 69 km voor Nicky Hayden ook een manier om de aandacht te vestigen op zwakke weggebruikers: fietsers worden daar meestal automatisch bij gerekend, maar ook motorrijders zijn zeer kwetsbaar in het verkeer.
Meer informatie omtrent inschrijvingen en andere praktische details, vind je heel binnenkort op deze fijne website, maar je kunt nu al 22 mei rood omcirkelen in je agenda! Voor wie van plan is om de afstanden fietsend of lopend af te leggen: begin alvast te trainen!


Hersenspinsel: Royal Enfield Hiker 6.5
Oberdan Bezzi heeft weer eens zijn computer aan het werk gezet, om zijn idee van een breder aanspreekbaardere variant van de Himalayan vorm te geven. De Royal Enfield Himalayan die mogelijk de komende jaren wordt aangeboden met een luchtgekoelde 650 tweecilinder zou een soort ADV zijn met een klassieke uitstraling. In elk geval zou de 650-versie een heel ander karakter hebben dan de ééncilinder die Royal Enfield vandaag de dag aanbiedt in het offroad/motorreis-segment.
De Royal Enfield Hiker 6.5, hoewel ook ontworpen voor avontuurlijke reizen en ruwe trails, biedt een rijker en meer verfijnd imago. Het zou een motorfiets zijn voor rijders die een meer comfortabele fiets willen met een meer innemende uiterlijke aantrekkingskracht.
Oberdan Bezzi fabriceert BMW F 702 R
De Hiker 6.5 is rijk uitgerust met onderdelen die geschikt voor zwaar en intensief gebruik, technisch eenvoudig zijn en daardoor zeer robuust. De Hiker 6.5 richt zich op motorrijders die niet van stilistische uitspattingen houden en maar wel een elegant en sober voertuig wensen, gekoppeld aan een traditioneel imago. Je zou he gerust ook kunne omschrijven als een crossover.
Rond de Hiker 6.5 biedt Royal Enfield een groot aantal accessoires aan, zowel technische als functionele, zodat je de motorfiets naar eigen wens kunt configureren.
Earl Hayden: veel meer dan de vader van – Terugblik
Niet alleen bij het horen van de naam Nicky Hayden gaan je gedachten automatisch terug naar Valencia 2006, wat te denken van Earl Hayden. Zelden zagen we zoveel spanning als die dag op het Circuit Ricardo Tormo en zelden zagen we zo’n intense band tussen vader en zoon met als ultieme bekroning de wereldtitel, die bij de start van de laatste MotoGP-race van 2006 nog verder weg leek dan ooit. Op woensdag 29 december kwam het trieste nieuws naar buiten dat Earl op 74-jarige leeftijd overleden is aan de gevolgen van slokdarmkanker en een longontsteking. Enkele dagen eerder was tijdens Kerst de laatste droom van Earl uitgekomen door samen met zijn gezin te zijn. Al was dat samen nooit meer compleet, doordat Nicky vier en een half jaar geleden overleed na een wielrenongeluk in Italië…
Foto-info
| Fotograaf | Henk Keulemans |
| Jaar | 2006 |
| Onderwerp | MotoGP |
Earl Hayden: wetenswaardigheid
Hoewel zijn zonen Nicky, Tommy en Roger Lee uiteindelijk veel beroemder werden, was Earl zelf ook een goed motorcoureur en reed lange tijd succesvol in de dirttrack. Met startnummer 69, het nummer dat veel coureurs nog altijd op hun pak hebben uit respect voor Nicky. En Earl…

Goud voor 2022 Aprilia Tuono V4 Ultra Dark
Aprilia stuurt zijn top naked bike het modeljaar 2022 in met een chique nieuwe donker/gouden kleurstelling. In navolging van de Aprilia RSV4 Factory krijgt ook de overeenkomstige naked bike in het gamma van de Italiaanse fabrikant voor het seizoen 2022 een Ultra Dark kleurvariant.
2022 Aprilia RS 660 Limited Edition en Tuono 660 Factory
Meer zwart dan goud
De basislaag is glanzend zwart. Een paar goudkleurige elementen accentueren dit. De onderkanten van de vleugelelementen op de bult en alle Aprilia logo’s zijn in goud. De gouden look wordt afgerond met goudkleurige vorkbuizen. De Tuono heeft echter niet de goudkleurige gesmede velgen van de RSV4 Factory.
Naast de nieuwe Ultra Dark kleur, zal de Tuono Factory voor het seizoen 2022 ook verkrijgbaar zijn in Aprilia Black, waarin veel rode elementen gecombineerd worden met de zwarte basislaag. Aprilia heeft nog geen prijzen bekendgemaakt voor de nieuwe kleurencombinatie.
Aprilia biedt de Tuono V4 Factory voor 2022 aan in een nieuwe kleurencombinatie van zwart en goud en noemt hem Ultra Dark. Technisch gezien verandert er niets.
BMW Motorrad werkt aan motorzadel met verstelbare breedte
Het hebben van een comfortabel zadel kan elke motorrit maken of breken. Daarom is een innovatie zoals BMW Motorrad’s patentaanvraag van januari 2022 voor een motorzadel met verstelbare breedte zo intrigerend. Niet alle zadels zijn gelijk, maar als het hierboven geschetste apparaat zijn weg vindt naar de echte wereld, zou het een interessante oplossing kunnen zijn voor motorrijders.
Het zadel dat hier geschetst wordt is smal vooraan en wordt breder naar achteren toe – zoals vele motorzadels doen. De verstelbaarheid heeft geen invloed op het smalste gedeelte van het zadel, maar is in plaats daarvan beperkt tot het achterste gedeelte. Dit deel bevindt zich op de plaats waar de wangen van de berijder op de lange, rechte stukken asfalt geplant kunnen blijven. Bovendien kan het, indien gewenst, ook naar achteren worden uitgebreid om plaats te bieden aan de duopassagier.
Rijden op waterstof: Brandstofcel heeft toekomst
Het basisontwerp bestaat uit een basispan met twee scharnierende delen die er direct bovenop zitten. Door handmatige of elektrische bediening kunnen deze scharnierende zitsecties de breedte van de zitting naar wens vergroten. Ongeacht de methode die wordt gebruikt om de breedte van de zitting aan te passen, zijn de instellingen vergrendelbaar zodra u alles hebt ingesteld op de gewenste stand.
Aangezien BMW niet onbekend is met zaken als elektronisch instelbare vering, lijkt het idee dat een zadel met instelbare breedte ook elektronisch instelbaar zou kunnen zijn, bijna ouderwets. Ik bedoel, het is relatief eenvoudig – maar het doel van een octrooiaanvraag is natuurlijk om alle details in niet mis te verstane bewoordingen uit te leggen. BMW voorziet dus de mogelijkheid om de breedte van je zadel op afstand elektronisch te verstellen via de handbediening waarmee moderne BMW rijders al vertrouwd zijn.
Al deze verschuivingen en bewegingen zouden worden opgevangen door het zitkussen, dat is uitgerust met een sleuf tussen de twee scharnierende brokken die over de gehele lengte loopt. Met dit ontwerp wil BMW het mogelijk maken dat de scharnierende delen kunnen bewegen zoals de rijder dat wenst, zonder dat het zitkussen te veel moet uitrekken. Het kussen, evenals de rest van het zitmechanisme, zou zich uiteraard allemaal onder een bekleding bevinden.


2022 Kawasaki Ninja ZX-25R krijgt nieuwe kleurstelling
Toen Kawasaki in 2020 de Ninja ZX-25R voor het eerst introduceerde in Japan en de aangrenzende Aziatische landen, blies het merk de viercilinder sportmotor met kleine cilinderinhoud nieuw leven in, die in de jaren ’80 en ’90 een rage was. In de hoop dat andere fabrikanten dit voorbeeld zullen volgen, lijkt het erop dat we geen andere keuze hebben dan de Ninja ZX-25R als we een moderne viercilinder met een kleine cilinderinhoud en een toerental tot 17.500 t/min willen.
Kawasaki ZX-4R binnenkort onthuld?
Het goede nieuws is dat Kawasaki geen plannen lijkt te hebben om de ZX-25R binnenkort van de markt te halen. De Japanse fabrikant heeft zelfs net het doek van het 2022-model getrokken. Twilight Blue is een nieuwe kleurkeuze voor de vernieuwde kwart-liter Ninja ZX-25R. De lak heeft rode en witte accenten, terwijl de kuipdelen grijze logo’s hebben. Afgezien van de nieuwe kleur is de 2022 Ninja ZX-25R in essentie ongewijzigd. Dit betekent dat hij zijn kenmerkende moderne Ninja-styling behoudt, die vrijwel identiek is aan die van de rest van de Ninja-familie, waaronder de Ninja 400, 650 en ZX-6R supersport.
De 2022 Kawasaki Ninja ZX-25R zal naar verwachting in februari 2022 zijn weg vinden naar de Japanse markt. Naburige Aziatische markten zullen zeker kort daarna volgen.

Rijden op waterstof: Brandstofcel heeft toekomst

Yamaha, Kawasaki en enkele automerken werken samen aan waterstoftechnologie, terwijl de politiek zich juist op elektrisch richt. In het vorige artikel hebben we uiteengezet waarom waterstof een goed en belangrijk alternatief is. De vraag is nu, hoe rijd je eigenlijk op waterstof!
Auto- en motorfabrikanten zien ‘Battery Electrical Vehicles’ alleen als oplossing voor kleine voertuigen en korte afstanden. Lithium-accu’s hebben een goed rendement, 85% van de energie die je erin stopt, haal je er ook weer uit. Maar voor grote voertuigen en voertuigen met een groot actieradius heb je grote accupakketten nodig. Grote accupakketten zijn zwaar. Hoe zwaarder het voertuig, hoe meer energie het accelereren kost en hoe groter de rolweerstand is. Je gaat dus steeds meer energie stoppen in het transporteren van je energiedrager. En dat is een slechte zaak, want hernieuwbare energie is schaars. Het afgelopen jaar is er in Nederland weliswaar 36% meer zonne-energie en 25% meer windenergie geproduceerd (Bron: CBS), maar 36% en 25% van weinig is nog steeds bijna niets. In totaal is het aandeel zonne- en windenergie nog altijd maar 9.
Motormerken investeren in waterstof: De strijd der energiedragers
Rendement
Of de elektriciteit nu uit een hernieuwbare bron komt of niet, in beide gevallen is het belangrijk om er zo efficiënt mogelijk mee om te gaan, ofwel omdat het beperkt beschikbaar is, ofwel omdat het CO2-uitstoot veroorzaakt. Dus moet je niet klakkeloos alles batterij-elektrisch maken. Je moet ook afwegen of er voor bepaalde toepassingen betere alternatieven of energiedragers zijn. Alternatieven waarmee je dus meer kilometers haalt uit de beschikbare energie. Zoals waterstof. Dat kun je via elektrolyse maken uit water en elektriciteit. Je zet dan – net als in een accu – elektrische energie om in chemische energie. Dat proces heeft een rendement van ongeveer 70%. Wanneer waterstof onder hoge druk – doorgaans 350 tot 700 bar – opslaat, heeft het een zeer hoge energiedichtheid. Je hebt er wel grote, stevige tanks voor nodig, maar die kunnen tegenwoordig van het lichte carbonfiber worden gemaakt. Voor meer actieradius hoeft het gewicht dus niet veel te stijgen, bovendien kun je het in een paar minuten tanken, waardoor het ook niet erg is als je onderweg moet tanken. Dat kost ongeveer 10 euro per kg, goed voor een kostenpost van ongeveer 10 cent per km.
Verbrandingsmotor
Waterstof is het kleinste atoom dat er bestaat. Als vrij atoom komt het niet voor, als je het over de waterstof in je gastank hebt, heb je het over een molecuul dat bestaat uit twee waterstofatomen: H2 dus. Dat spul reageert heel graag met zuurstof, dat in de natuur ook alleen als O2 voorkomt. In formule: 2H2 + O2 = 2H2O, dus als het reageert vormt het water. Dat kan op meerdere manieren. Een van de meest voor de hand liggende is ‘aansteken’. Een mengsel van waterstof en zuurstof in een verhouding 2:1 wordt knalgas genoemd. Dat doet wat de naam belooft: het is behoorlijk explosief. In buitenlucht zit al 21% zuurstof, dus kun je dat proces gewoon met buitenlucht laten plaatsvinden. Dat maakt het in theorie heel geschikt om het in een verbrandingsmotor te verbranden: ‘Het lijkt wel wat op LPG’, vertelt Menno Merts van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, waarvan de opleiding Autotechniek al tien jaar geleden een Subaru Impreza Rally op waterstof had omgebouwd. ‘Je hebt er een drukregelaar en speciale injectoren voor nodig. Daarmee krijg je het draaiend. Maar om het goed draaiend te krijgen, is een heel ander verhaal. Waterstof verbrandt sneller dan benzine, dus je hebt er een andere kleptiming en een andere ontstekingskarakteristiek voor nodig. Het is ook gevoeliger voor restenergiebronnen, zoals hete kleppen of gloeiende koolaanslag. Het is ook gevoelig voor backfire. En dan heb je ook nog iets vermogensverlies, maar een motorblok kan er goed op lopen’. Dat bewees ook BMW al in 2006, toen ze een 7-serie met verbrandingsmotor op waterstof hadden. Deze had een 6.0 liter V12 met directe injectie, die 260 pk leverde.

Stikstof
Het voordeel van een verbrandingsmotor op waterstof is, dat je ook altijd nog op benzine kunt rijden als er op je route geen waterstoftankstation is. Dat is handig in de aanloop naar een waterstofeconomie. Maar voor de lange termijn is dit niet de beste oplossing. Een verbrandingsmotor heeft een rendement van 20% tot 40%, afhankelijk van het toerental, de belasting, de kwaliteit en het verbrandingsproces (compressieontsteking of vonkontsteking). Je combineert dan dus het slechte rendement van de verbrandingsmotor met het lagere rendement van de waterstofopwekking. Een ander probleem zijn de emissies: waterstof verbrandt weliswaar tot water, maar bij hoge temperaturen kunnen er bij een arm mengsel – net als bij benzine en diesel – ook NO en NO2 ontstaan door verbranding van stikstof uit de lucht. Lucht bestaat immers voor 79% uit stikstof. Stikstofmonoxide is een giftig gas dat zich aan de hemoglobine in het bloed kan hechten en een verlamming van het centrale zenuwstelsel kan veroorzaken. Samen met onverzadigde koolwaterstoffen heeft het een smogvormende werking. Stikstofdioxide of NO2 is een scherp gas dat een etsende werking op het longweefsel heeft. NO2 heeft bovendien een Global Warming Potential van 298. Dat wil zeggen dat het 298 maal zoveel effect op Global Warming heeft dan CO2.

Brandstofcel
Is er een betere manier om de energie weer uit waterstof te krijgen? Jawel, de brandstofcel. Zo’n ding lijkt wel wat op een accu. Er zitten geen bewegende delen in, je voert waterstof en lucht toe en er komt water en elektriciteit uit. Dat werkt – net als bij een batterij – met een pluspool (kathode) en een minpool (anode). De anode is een metalen plaat met een labyrint van kanalen. Daar stroomt waterstofgas door. De kathode heeft ook zo’n labyrint, waar lucht doorheen wordt gepompt. Zowel de anode als de kathode is voorzien van platinadeeltjes. Het platina aan de anode fungeert als katalysator en ontleedt waterstofgas in negatief geladen elektronen en positief geladen ‘protonen’. (2H2 = 4H+ + 4e–). Tussen de anode en kathode zit een membraan van een speciale kunststofpolymeer. Wanneer dit membraan vochtig is – waarvoor een aparte bevochtigingspomp nodig is – kan het protonen naar de kathode geleiden. Aan de kathode zorgt het platina dat de protonen met zuurstof uit de in de brandstofcel gepompte lucht tot water reageren. Maar daarvoor zijn elektronen nodig. (O2 + 4H+ + 4e– = 2H2O). Het membraan laat wel protonen, maar geen elektronen door. Zo ontstaat er een spanningsverschil van 0,5 (belast) tot 1 Volt (onbelast) tussen de negatief geladen anode en de positief geladen kathode.
Opslag
Door meerdere anode-kathodecombo’s op elkaar te stapelen ontstaat een zogenaamde ‘stack’, oftewel een brandstofcel met een hoog voltage, net als wanneer je een aantal batterijen in serie schakelt. Een brandstofcel heeft een rendement dat tussen de 40% en 60% ligt; veel beter dus dan een verbrandingsmotor op waterstof. Reken je het rendement van de fabricage van waterstof mee (70%), dan ligt het totale rendement rond de 35% en dat lijkt een stuk slechter dan bij een BEV, want accu’s hadden een rendement van 85%. Maar dat is alleen zo als de zonne- of windenergie direct in de auto- of motoraccu’s wordt geladen. Wanneer die energie eerst in ‘opslag in de wijk-accu’s’ wordt bewaard en daarna via omvormers in de auto- of motoraccu’s worden overgeladen, daalt ook dat rendement flink. Het grote probleem was het energieverlies door het rijden met zware accupakketten, waardoor het rijden op waterstof vanaf een bepaald formaat voertuig toch rendabeler is.

Rijden op waterstof
Een brandstofcel komt langzaam op gang, het vermogen dat deze levert ijlt langzaam na wanneer je de waterstoftoevoer verandert. Dat maakt de brandstofcel in zijn eentje ongeschikt voor een voertuig, dat zeer wisselende belastingen kent. Er is dan ook een buffer nodig, van waaruit de wisselende vermogensvraag kan worden gevoed. Oftewel, er is een accu nodig. De accu helpt bij het topvermogen, als je accelereert of een helling op rijdt. De actieradius komt uit de brandstofcel. Die hoeft dus in theorie slechts een fractie meer vermogen te leveren dan nodig is voor een constante kruissnelheid. Het overschot gebruikt hij om de accu op te laden. Dan wordt het vraagstuk hoe groot de afzonderlijke energiebronnen echt moeten zijn en wanneer je welke energiebron moet gebruiken. Dat hangt uiteraard weer sterk af van het gebruik van een voertuig. ‘Dat vermogen bestaat uit twee parameters: het gemiddelde en de variatie daarop’, stelde Edwin Tazelaar in 2013 al tijdens een congres van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, waar hij op dit onderwerp was afgestudeerd. ‘Normaal wordt de waterstofcel zo gedimensioneerd dat die het gemiddelde vermogen levert, de batterij de rest. Wij hebben gekeken welke verhouding de beste state of charge van de batterijen en het laagste brandstofverbruik oplevert. Volgens ons is het beter om ook een fractie van de variatie bij het vermogen van de brandstofcel te nemen, dan haal je het laagste brandstofverbruik en is het mogelijk een 14% kleinere batterij te gebruiken.’ Dat is gunstig, omdat kleine batterijen minder wegen en er wellicht dus ook niet genoeg grondstoffen zijn om elk vervoermiddel van grote accupakketten te voorzien.
Redactie Motor.NL kiest motor van het jaar 2021
Plug-in
Er is nog een andere optie: je kunt toch een iets grotere accu nemen en die thuis aan de stekker opladen, zodat je de kleine afstanden puur op de accu kunt doen, wat dus een groter rendement heeft dan alles op waterstof. Je hebt dan een plug-in -brandstofcelvoertuig. De brandstofcel zie je dan puur als range-extender. Via routeplanning kun je het gebruik daarvan op langere afstanden optimaliseren: je kunt ervoor zorgen dat de brandstofcel onderweg precies genoeg bijlaadt om de eindbestemming met net-niet lege accu’s te halen. Zo optimaliseer je het rendement. Wijzig je onderweg je route of bestemming, dan gooit dat geen roet in het eten. Wel waterstof, maar dat is niet erg voor het milieu.























