Bijna 200 historische racemotoren bij elkaar, van kleine tweetakten tot brullende 500cc Grand Prix-kanonnen: tijdens de TABAC Classic GP op het TT Circuit Assen kwam de motorsportgeschiedenis opnieuw tot leven. Voor wie deze machines vroeger zelf heeft zien racen, is het een feest van herkenning, maar ook een jongere generatie blijkt er moeiteloos door gegrepen te worden. Voor mij voelt een wandeling langs al dat bijzondere materiaal vooral alsof de grijsgedraaide VHS-banden uit mijn jeugd ineens werkelijkheid zijn geworden.
Al vroeg op zondagmorgen loop ik tijdens de TABAC Classic GP de paddock van het TT Circuit Assen op. Dit evenement is gericht op historische auto- en motorsport, waarbij de eerste categorie qua raceklassen sterker vertegenwoordigd is. Maar daar kom ik niet voor. Mijn ogen zijn meteen gericht op een hele serie witte tenten van de Motorcycle Legends waar zo’n tweehonderd voormalige Grand Prix-motoren gestald staan. De meeste van deze motoren heb ik zelf nooit live zien racen in de Grand Prix. Ik ben in 1986 geboren, maar toch heb ik het gevoel dat ik veel van deze motoren goed ken. Dat komt niet doordat ik sinds 1990 al bij de TT Assen kom, maar vooral omdat ik van jongs af aan geïnteresseerd ben geweest in de geschiedenis van de motorsport. Mijn ouders waren hier medeschuldig aan. Vanaf begin jaren ‘80 namen zij alle motorsport die op tv kwam op de welbekende VHS-banden op. In die tijd moest je het als motorsportfan voornamelijk nog doen met een korte samenvatting op de Nederlandse of Duitse televisie. Mijn ouders hadden al deze beelden verzameld. Terwijl veel van mijn leeftijdsgenoten waarschijnlijk naar kinderseries keken, draaide ik de VHS-banden grijs. Denk aan de strijd tussen Freddie Spencer en Kenny Roberts in 1983, de gouden jaren van Egbert Streuer en Bernard Schnieders, de spelletjes van Ángel Nieto, de opkomst van Kevin Schwantz of de Grand Prix-zeges van Hans Spaan. Noem mij een Grand Prix-race uit de jaren ‘80 en ik kan je zeer waarschijnlijk het verloop van start tot finish vertellen, inclusief minimaal de top drie van de uitslag.
De geboorte van een wereldkampioen: Honda RC211V – Honda’s eerste MotoGP-racer
Andere aanpak
Daarom hoeft de TABAC Classic GP zeker niet alleen interessant te zijn voor mensen die deze motoren zelf hebben zien racen. Het evenement, dat sinds 2022 bestaat, koos in de eerste jaren vooral voor grote namen uit de motorsport. Zo kwamen Giacomo Agostini, Randy Mamola, Kevin Schwantz, Steve Webster en Rolf Biland al eens naar het evenement. Toch leverde dit nog niet het gewenste resultaat op in de vorm van enorme bezoekersaantallen. Daarom koos organisator LDP International – ook bekend van The Racing Day – voor een andere aanpak door een samenwerking aan te gaan met Motul United Classic Racing (UCR). Het doel: meer legendarische Grand Prix-motoren naar het evenement krijgen. UCR werd in 2021 opgezet door de Nederlander Frits Besemer, samen met een aantal andere liefhebbers. Zij hebben verzamelaars van bijzondere racemotoren met elkaar verenigd, wat ondertussen heeft geresulteerd in een poule van zo’n duizend motorfietsen, verdeeld over ongeveer tweehonderd verschillende eigenaren. Er gelden strikte regels om met een motor aan het netwerk toegevoegd te kunnen worden. Het betreft alleen voormalige Grand Prix-motoren of in ieder geval motoren die op internationaal niveau hebben geracet, aangevuld met replica’s, maar uitsluitend als het natuurgetrouwe kopieën van het origineel zijn. Denk bijvoorbeeld aan de 250cc Honda-zescilinders van George Beale, gebaseerd op de machines van Jim Redman en Mike Hailwood, die ook in de witte tenten op de paddock van het TT Circuit te vinden zijn. Organisatoren huren UCR in om bijzondere motoren te leveren. Dat gebeurt zo’n vijf tot acht keer per jaar bij evenementen door heel Europa. De vraag van LDP International was duidelijk, maar niet eenvoudig: breng zoveel mogelijk legendarische motoren bij elkaar tijdens de TABAC Classic GP 2026. UCR is daar absoluut in geslaagd, want de tweehonderd aanwezige motoren vormen de grootste collectie sinds de Centennial Classic TT’s van 1998 en 2010 op het TT Circuit Assen. Meer motoren dus dan tijdens de TT Legends Parade tijdens de TT Assen van 2025, toen het 100-jarig jubileum werd gevierd.

Bijna 200 redenen om je ogen uit te kijken
Wanneer ik door de tent loop, kan ik enorm genieten van wat ik te zien krijg. En ik ben niet de enige, want ik zie dat veel meer bezoekers rechtstreeks richting de motoren lopen. Ook begrijpelijk, want de bijna tweehonderd motoren zijn een lust voor het oog. De motoren staan kriskras door elkaar. Een 50cc Van Veen-Kreidler wordt opgevolgd door een Cagiva C593 uit 1993, waarmee John Kocinski een 500cc Grand Prix wist te winnen. En naast een aantal MV Agusta’s staat een Ducati GP14, waarmee Loris Baz in de MotoGP gereden heeft. De motor is nu echter uitgedost in de kleuren van het Ducati-fabrieksteam uit de tijd dat Andrea Dovizioso ervoor reed. Wanneer ik hier loop, gaan mijn gedachten terug naar de Centennial Classic TT. Bij de editie van 2010 was ik niet, omdat ik op dat moment in mijn leven uitgaan belangrijker vond dan motoren. Maar bij de eerste en meest legendarische editie van 1998 was ik wel. Ook al was ik toen nog maar twaalf jaar, die dagen hebben een enorme indruk op mij gemaakt. Initiator Ferry Brouwer bracht toen onwaarschijnlijk veel Grand Prix-coureurs en bijzondere motoren bij elkaar. De motoren die ik van de videobanden kende, kwamen tot leven. Zo groot als de Centennial Classic TT toen was, kan het in deze tijd niet meer georganiseerd worden, verzekert Frits Besemer mij. Dit komt door een combinatie van de enorme kosten die zo’n organisatie tegenwoordig met zich meebrengt, het feit dat de motoren meer over de wereld verspreid zijn geraakt en dat helaas een behoorlijk aantal van de rijders die toen aanwezig waren inmiddels is overleden. Zo’n grote collectie als nu tijdens de TABAC Classic GP zal volgens Frits ook niet snel meer bij elkaar komen. Daarom moet ik nu maar extra genieten van wat ik te zien krijg.
Kijken, luisteren en genieten
Ik luister naar de gesprekken die de bezoekers hebben over de motoren. Er wordt gesproken over wie er met deze motoren hebben gereden. Opvallend is dat ook jongeren interesse tonen. Even later kom ik fotograaf Damon Teerink tegen, die de fotoreportage maakt voor dit artikel. Ondanks zijn leeftijd van slechts 25 jaar zie ik hem ook genieten. “Ja, dat het zoveel motoren zijn, maakt het wel echt bijzonder. En natuurlijk het geluid. Een aantal van die Honda’s en MV Agusta’s maakt zo enorm veel kabaal, dat is echt anders dan bij de Grand Prix. Bizar mooi.” En ik ben het met Damon eens. Naast dat de motoren prachtig zijn om te zien, maken het geluid en de geur het compleet. Ik geniet vooral van de motoren waarvan ik het verhaal ken. Ook de kleurstellingen spreken mij aan. Denk aan de meerdere 500cc-motoren van Barry Sheene. Maar ook een Honda NS500-driecilinder waarmee Freddie Spencer in 1982 reed en die van Raymond Roche geweest blijkt te zijn. Maar het gaat mij zeker niet alleen om de 500cc-motoren. Ik kan ook genieten van de Honda RS125R NF4 met een B-kit, waarmee Ralf Waldmann in 1991 de 125cc-race tijdens de TT Assen won door Loris Capirossi en Fausto Gresini te verslaan. Dat is zo’n motor die ik heel vaak op de VHS-banden gezien heb. Ook heb ik leuke gesprekken met eigenaren van motoren, die met zoveel passie over de details kunnen praten. Ook klets ik uitgebreid met Carlos Lavado, de enthousiaste Venezolaan die in 1983 en 1986 met Yamaha 250cc-wereldkampioen werd. Later dit jaar komt het interview met hem over zijn carrière nog terug in MOTO73. Ook valt mijn oog op een MuZ Weber GP500 waarmee Jurgen van den Goorbergh en Luca Cadalora in 1999 reden. Van den Goorbergh behaalde met die motor twee keer poleposition in de 500cc en maakte daarmee op de Veenslang een megaklapper mee met 286 km/u. De motoren uit het voormalige Oostblok, zoals CZ en Jawa zijn bijzonder. Maar ook Gilera’s, een Moto Guzzi ‘badkuip’, een Yamaha 500cc-productieracer van Jon Ekerold, Aprilia’s 250cc-motoren uit eind jaren ‘80, de Britse Armstrong 250cc-motor, een Bimota YB4 waarmee Davide Tardozzi de allereerste WK Superbike-race ooit in 1988 wist te winnen, een voormalige Kawasaki-fabrieksmotor van Kork Ballington en, vergeet de motoren van Nederlandse grootheden uit de jaren ‘70 en ‘80 niet. Zoals je merkt: ik raakte die dag niet uitgekeken!
Foto’s: Damon Teerink









