zaterdag 11 april 2026
Home Blog Pagina 1058

Test Kawasaki Ninja 1000SX 2020

0
Ad rijdt met de Kawasaki Z1000SX 2020

Het vertrouwd klinkende Z1000SX heeft dit jaar plaatsgemaakt voor de nieuwe typenaam Ninja 1000SX. De naamswijziging moet het sportieve karakter van de vernieuwde sporttoermotor benadrukken. Is de Kawasaki sportiever dan voorheen, of mixt hij sport en toer nog altijd tot een smakelijke cocktail?

Waarom rijden we hem?

De heuvels rondom Cordoba vormen een perfect decor voor een sporttoermotor. In deze Spaanse droomomgeving is het puur genieten met een vernieuwde sporttoermotor met een dikke 142 pk. Waarom we de Kawasaki Ninja 1000SX rijden? Omdat we er verdomd veel zin in hebben.

Het is altijd even wennen aan een nieuwe naam. Zeker als de ‘oude’ naam in de loop der jaren een iconische status verwierf. De Kawasaki Z1000SX hield het laatste decennium namelijk bijna in zijn eentje het hele sporttoer-segment in leven. Oké, BMW heeft een R1250RS, Suzuki de GSX-S1000FA, maar Honda’s VFR is al tijden niet meer op de markt en KTM’s Super Duke GT is van een andere orde. De Z1000SX is dus bijna synoniem aan een compleet segment en daarmee een begrip.

Gulzig en gretig

Het begrip Ninja volgt het begrip Z1000SX op. De term Ninja is sinds 1984 – de GPZ900R was de eerste – synoniem aan uiterst sportieve motoren. Kawasaki heeft blijkbaar bakken vertrouwen in de Ninja 1000SX om deze sporttoerder zo’n ultra sportieve naam te geven. Het schept verwachtingen. Om goed beslagen ten ijs te komen, pakte Kawasaki de vier-in-lijn voor 2020 aan. Een deel van de aanpassingen verhoogt de sportieve kwaliteiten, het andere deel juist de toerkwaliteiten.

Laten we beginnen met de spulletjes waar een sportief hart sneller van gaat kloppen. De leukste toevoeging is de quickshifter. Zonder het gas te lossen of de koppeling erbij te pakken, schakel je op en terug. Het systeem werkt subliem. Met een glashelder tikje omhoog of naar beneden van de linkervoet selecteer je de versnellingen. Deze versnellingsbak en quickshifter werken perfect samen. Dit is grote klasse en goed voor een tien met een griffel.

Het uiterlijk van de Ninja 1000SX blijft ongewijzigd, maar de dubbele uitlaatdempers hebben plaatsgemaakt voor een enkel exemplaar aan de rechterzijde. Het geeft de linkerkant een schoner en sportiever voorkomen. Het uitlaatsysteem weegt twee kilo minder, maar het gewicht van de complete motorfiets blijft onveranderd op 235 rijklare kilo’s. Overigens blijft het uitlaatgeluid door alle Euro-eisen binnen de perken. Deze motorfiets moet het meer hebben van zijn zalige inlaatgeluid. Als je het blok flink in de toeren doorhaalt, hoor je de lucht gulzig en gretig naar binnen gezogen worden. Het is een lust voor het oor.

Mooie Bijvangst

De optionele Akrapovic-demper maakt het uitlaatsysteem ook een lust voor het oog. De carbon demper is eleganter dan de originele pijp. De Akra-pijp maakt onderdeel uit van het Performance-pakket dat Kawasaki voor € 1.399,- aanbiedt. Naast de uitlaatpijp, krijg je voor dat bedrag een smoke windscherm, afdekkapje van het duozadel, valproppen en een tankpad.

Die laatste zit vanzelfsprekend ook in het Tourer-pakket. Voor € 1.199,- levert Kawasaki een groter windscherm, in kleur meegespoten 28liter-zijkoffers (met binnentassen), een GPS-steun, een beschermfolie voor op het tft-dashboard en een heerlijk comfortabele handvatverwarming. Helaas ontbreekt dat laatste op de gereden motoren, want door hardnekkige mist blijft de thermometer lang aan de verkeerde kant van de tien graden Celsius.

Het tft-scherm is een voorspelbare verbetering ten opzichte van het vorige model dat nog een lcd-scherm had. Dit dashboard is onder alle omstandigheden beter afleesbaar en laat alle informatie zien die een sporttoerder zich wenst.

Links op het stuur zitten drie knoppen die voorheen ontbraken. Het is de kinderlijk eenvoudig te bedienen cruisecontrole. Het vergemakkelijkt het eindeloos kilometers afraffelen. De elektronisch aangestuurde gaskleppen maken cruisecontrole mogelijk en volgens Kawasaki pakt de vier-in-lijn door de nieuwe gaskleppen nog soepeler op. Het zal wel, op de vorige modellen was dat al prima voor elkaar, maar cruisecontrole is een mooie bijvangst van de elektronische aansturing.

We blijven bij de elektronica, want de Ninja 1000SX beschikt tegenwoordig over vier rijmodi. Het zijn de ‘usual suspects’: Sport, Road, Rain en User. In de Rain-modus blijven er 106,5 pk van de oorspronkelijke 142 over. Overigens verschilt niet alleen de gasreactie per rijmodus, maar ook de traction control.

Hoger zadel

We kunnen nog wel even doorgaan over de nieuwe ledverlichting rondom, de Bluetooth-verbinding tussen de motorfiets en de Kawasaki-app en het bochten-ABS, maar we doen het niet. Het wachten heeft lang genoeg geduurd, het is tijd om de Kawasaki de sporen te geven. Het heuvelachtige achterland van Cordoba roept. Het plaatsnemen is direct goed voor een aha-erlebnis. De zitpositie is geknipt voor een sporttoerder. Lichtjes voorovergebogen en met alle ruimte voor benen en armen ga je moeiteloos de strijd aan met de rijwind. Een ding valt op: vanaf 2020 is de zadelhoogte 15 millimeter hoger. Een prima zet van Kawasaki, want het levert een aangenamere kniehoek op. Met mijn 1.80 meter is het geen enkel probleem om beide voeten op de grond te plaatsen, maar mensen met korte benen kunnen kiezen uit twee nog lagere zadels.

De handen vallen als vanzelf op de stuurhelften, rem- en koppelingshendel zijn instelbaar, het zadel zit goed en de voeten vinden blindelings de voetsteunen. Het windscherm blijft voorlopig in de laagste stand, want dat staat het mooist. Het scherm is niet langer in drie, maar in vier standen verstelbaar. Kawasaki heeft dit stukje kunststof prima voor elkaar, want tussen de hoogste en laagste stand zit een wereld van verschil qua bescherming, maar van turbulenties is nimmer sprake. De standaardruit functioneert verbazingwekkend goed. Het bredere en hogere toerscherm moet van goeden huize komen om daar iets aan toe te voegen.

Prima banden

Nadat we op de automatische piloot de stad uit zijn gereden, begint het feest. Wat legt Spanje ons motorrijders toch onwaarschijnlijk in de watten. Zelfs snelwegen gaan niet in een rechte lijn van A naar B, maar kronkelen eindeloos alsof alle wegenbouwers verliefd op ons zijn. Het zijn de lome bochten die de Z1000SX altijd al prima op hoge snelheid verteerde en die de Ninja 1000SX natuurlijk ook goed liggen. Kawasaki zou wel gek zijn als ze ons niet dit soort bochten zou voorschotelen. Natuurlijk belicht je de sterke eigenschappen van jouw motorfiets. In dit geval is het zijn onverzettelijkheid in het lange bochtenwerk. Leg dit ding op één oor en als op rails gaat het richting einde bocht. Toch durf ik nog niet definitief te zeggen of dat ook voor de Ninja geldt. Het is namelijk mistig, erg mistig. Alleen het led-achterlicht van de voorganger is zichtbaar. Lange doordraaiers nemen we meer op de tast dan op zicht en dat resulteert in een ongemakkelijke, hoekige rijstijl.

Op de tweede dag lost de zon de mist op en direct zit het weer ouderwets goed met de stabiliteit in lange snelle bochten. Daar maakt de sporttoerder nog altijd indruk, maar het is op de eerste dag dat hij bewijst over nog meer capaciteiten te beschikken. Bridgestone heeft een nieuwe band voor de Ninja 1000SX ontwikkeld en die Battlax S22 doet de Kawasaki goed in het korte werk. De Z1000SX had altijd een wat dwingende hand nodig om in te sturen, maar zijn opvolger stuurt makkelijker en vlotter in. Op een provinciale weg die maar liefst vijftig kilometer kronkelt als een krolse poes schiet de Ninja gretig van links naar rechts.

Bullig karakter

Sportief toeren is nog iets sportiever geworden door het levendiger rijwielgedeelte. Het motorblok draagt zijn steentje bij aan het sportieve gevoel. Allemachtig, wat trekt dit ding er hard aan. Toch is het niet het viercilinder-eindschot dat de meeste indruk maakt, maar het bullige karakter. Normaal is het een sport om een blok helemaal af te knijpen om te kijken hoe krachtig het is. Bij de Ninja is de lol snel van dat spelletje af. Zelfs in zes neem je nog achteloos een minirotonde. Afhankelijk van je eigen stemming trek je de vier-in-lijn door tot aan het rode gebied of toer je laagtoerig en ontspannen.

De Z1000SX kreeg nog wel eens kritiek te verduren vanwege de motortrillingen. De Ninja1000SX krijgt geen kritiek van mij. Vanaf 6.500 tpm voel je weldegelijk vibraties in voetsteunen en benzinetank, maar hinderlijk zijn ze niet. Overigens rij je bij dat toerental dik 150 km/u. De handen blijven volledig gevrijwaard van trillingen.

Om nadelen te benoemen moet je spijkers op een flinterdun laagje water zoeken. Kawasaki heeft deze motor letterlijk fijn geslepen. Het is uiteindelijk alleen de achterrem die een onvoldoende krijgt. Het lijkt alsof de remblokken in glijmiddel zijn gemarineerd, zo weinig effect heeft het stampen op het rempedaal. Hoe is het mogelijk bij een fabrikant die ook perfecte achterremmen (Versys 650) produceert? Gelukkig kwijten de voorremmen zich wel prima van hun taak. Met veel gevoel, maar vooral krachtig zetten ze de motorfiets stil. Aan deze remmen kunnen de meeste allroads – de gedoodverfde concurrent van de sporttoerder – echt niet tippen.

Van twee walletjes eten

Van de 350 testkilometers leggen we er minstens driehonderd af in het sportieve spectrum van het sporttoeren. Pas op de terugweg gaat het gas er af en met de wettelijke maximale snelheid tokkel ik richting hotel. Het gaat door een golvend landschap vol olijfbomen en ik voel me honderd procent toerist. Het lagere tempo gaat de Kawasaki net zo makkelijk af als het hoge. Dat de vering op comfort is afgesteld, werd al duidelijk op de snelle trajecten. Ondanks het messcherpe design, is de Ninja geen sportfiets en daar hoort een comfortabele vering bij. Het comfort aan boord vaart er wel bij zonder dat het heel erg ten koste gaat van de stuurprecisie. Ook de vering sluit wat dat betreft naadloos aan bij het dubbele gezicht van de Ninja 1000SX. Zoals het een goed sporttoerder betreft eet de Kawasaki net zo lief van het sport- als van het toerwalletje.

Conclusie

De hemel zij geprezen voor verbeteringsdrang bij motorfietsfabrikanten. Met relatief kleine verbeteringen zet Kawasaki de Ninja 1000SX op scherp. Zowel de sportieve als de toeristische kant van deze vaandeldrager van het sporttoer-segment gaat er op vooruit. De toerman prijst zich gelukkig met cruisecontrole en het hogere zadel. De sportrijder is in zijn nopjes met de quickshifter. Iedere rijder is gelukkig met de indrukwekkende vier-in-lijn. Dit machtige blok laat zich niet kisten door steeds strengere emissie-eisen, maar overdondert nog altijd met enorme spierballen die hij net zo makkelijk bij 2.500 als bij 10.000 tpm laat rollen. De viercilinder is een heerlijke bullebak die blijft gaan en gaan, maar net zo gemakkelijk laagtoerig en op souplesse is te rijden.

De Ninja 1000SX is weer helemaal bij de tijd op elektronisch gebied en door zaken als cruisecontrole en een tft-dashboard. Het rijwielgedeelte bleef zo goed als ongewijzigd, maar toch voelt de motor in het korte bochtenwerk – dankzij de inspanningen van bandenfabrikant Bridgestone – een stukje lichtvoetiger aan. De motor stuurt makkelijker in, maar verliest niet zijn geroemde stabiliteit. Het klinkt tegenstrijdig dat zowel de toer- als de sportcapaciteiten op een hoger peil staan, maar het is toch echt zo.

Tekst: Ad van de Wiel | Fotografie: Kawasaki

Vooruitblik: Triumph Tiger 900

3
Triumph Tiger 900

Deze zondag stapt testredacteur Tom van Appeldoorn op het vliegtuig met als bestemming Marokko. Waarom? Nou, omdat Triumph daar de geheel nieuwe Triumph Tiger 900-modellen presenteert. En met een rijdag op het asfalt en een rijdag daar ver vandaan is er ruimte genoeg voor een grondige test van die motoren! Maar wat weten we op voorhand eigenlijk al van die Tiger 900?

Voorafje

De Tiger 900 komt als opvolger van de Tiger 800 en wordt beschikbaar in drie uitvoeringen; de Tiger 900, de GT-variant en de Tiger 900 Rally. Met de komst van de Triumph Tiger 900, komt er dus ook een einde aan de verwarrende reeks afkortingen voor de verschillende types. Zo was de Tiger 800 verkrijgbaar in een XR, XRx, XRx Low, XRt, XCx en de XCa. Feitelijk bestaan die varianten nog altijd bij de 900, maar is het iets overzichtelijker geworden.

Triumph Tiger 800 vs Triumph Tiger 900

Belangrijker dan hoe het nieuwe beestje heet, zijn uiteraard de technische veranderingen die zich aandringen. Ten eerste het motorblok, dat dankzij een grote boring van 78 mm groeide tot een cilinderinhoud van 888cc. Klinkt als bepaald niet ingrijpend, maar waar de Tiger 800 een vuurvolgorde van 1-2-3 had, ontsteekt de Tiger 900 met een 1-3-2-volgorde. Dat belooft dus een compleet nieuwe blokbeleving.

Het vermogen bleef desondanks ongewijzigd met de groeispurt en ontstekingsvolgorde. Nog altijd braakt het blok 95 pk uit, maar nu wel 750 toeren per minuut eerder. Het maximale koppel nam daarentegen toe met 8 newtonmeter.

De Tiger 900 ontsteekt met een 1-3-2-volgorde. Dat belooft dus een compleet nieuwe blokbeleving.

Wat het rijwielgedeelte betreft is er veel meer nieuws. Dat werd namelijk compleet nieuw ontworpen. Het stalen buizenvakwerkframe heeft nu bijvoorbeeld een afneembaar subframe. Vooral handig voor de Rally-modellen. Ga je off-road op je snuffert, dan kun je een krom subframe vervangen in plaats van dat het hele frame gericht hoeft te worden.

Qua vering ging de boel ook op de schop. De straatgerichte modellen – de Tiger XR’s dus – stonden bij de 800 op vering van Showa. De XC-reeks kreeg meer off-roadgerichte WP-vering. Nu hebben juist de Tiger 900 Rally en 900 Rally Pro vering van Showa, terwijl de Tiger 900 en de GT’s op Marzocchi-veerwerk gezet zijn.

De rempartijen werden ook opnieuw gewogen en waar Nissin veelvuldig aanwezig was bij de Tiger 800, hebben alle Tiger 900s remmen van Brembo. Alle modellen krijgen in het voorwiel twee 320 mm schijven met Brembo Stylema-vierzuigerklauwen. In het achterwiel ook Brembo, terwijl de schijfdiameter met 255 mm gelijk bleef.

Waar Nissin veelvuldig aanwezig was bij de Tiger 800, hebben alle Tiger 900s remmen van Brembo.

Kijken we dan naar de geometrie, dan valt op dat er stiekem best wel wat verandert. Bij alle drie de varianten neemt de wielbasis toe, gaat de balhoofdhoek verder onderuit en ook de naloop wordt langer. Het stuur is ook breder, de tank een liter groter (20 liter nu) en het drooggewicht is lager op alle Tiger 900s. Zithoogte bleef gelijk of werd iets hoger, maar is bij alle modellen nu verstelbaar over 20 mm.

De elektronica is verder aangescherpt en de 900-reeks heeft nu led-verlichting rondom. Voor de GT, GT Pro, Rally en Rally Pro is er een nieuw zeven inch TFT-dashboard en de luxere uitvoeringen krijgen ook IMU-inmengingen voor zowel het ABS als de tractieregeling. Qua rijmodi verschilt het per type wat je beschikbaar hebt.

  • Tiger Rally Pro: Rain, Road, Sport, Off-Road, Rider (aanpasbaar) en Off-Road Pro
  • Tiger GT Pro: Rain, Road, Sport, Off-Road, Rider (aanpasbaar)
  • Tiger Rally en Tiger T: Rain, Road, Sport en Off-Road
  • Tiger 900: Rain en Road

Al met al volgt de Triumph Tiger 900-reeks dan wel de Triumph Tiger 800 op, maar in veel opzichten is de sprong in evolutie wel heel groot. Van een compleet nieuw rijwielgedeelte, IMU-gestuurde elektronica en zelfs een nieuw, groter blok met aangepaste ontstekingsvolgorde maakt van de Tiger 900 een heel ander beestje.

Om een klein beetje duidelijkheid te bieden in de verschillende types, hebben we de drie basis-varianten tegenover hun 800-equivalent gezet. Klik op de afbeeldingen ze uit te klappen en vergroten.

Zo. Nu ben je goed voorbereid op de aankomende test. Heb je in bovenstaande tekst iets gemist? Of heb je prangende vragen betreft het rijkarakter van de Tiger 900? Stel ze hieronder in de reacties en Tom zal zodra hij gereden heeft een antwoord voor je formuleren. Makkelijk toch?

Foto’s: Triumph

Vijf vragen: Harley-Davidson 2020-modellen

1
Harley-Davidson Low Rider S 2020

Afgelopen weekend reed redacteur Tom van Appeldoorn in Zuid-Spanje met een heleboel 2020-modellen van Harley-Davidson. Inmiddels is hij van die trip bekomen en heeft hij vijf antwoorden op vijf vragen voor je!

Twee volle rijdagen, dat is lekker! Wat was je favoriete model?

‘Nou zeg dat wel! Op een reguliere introductie heb je geluk als je één dag kan rijden. Nu zijn we in twee dagen van kust tot bergen gereden zonder te hoeven haasten. En die tijd was welkom want Harley had nogal wat modellen meegebracht om mee te rijden, veel daarvan had ik überhaupt nog niet gereden. Slechts de Sport Glide kende ik al. De Fat Bob, Street Bob, Low Rider S waren allemaal nieuw voor me. De klassieker ogende Heritage Classic had van te voren mijn aandacht omdat ik gelezen had dat dit model ietsjes vernieuwd zou zijn. Helaas was het vernieuwde model nog niet beschikbaar. Mijn favoriet vraag je? Dat is een moeilijke…’

Leg dat eens uit?

‘Harley is twee jaar geleden aan het More Roads to Harley-Davidson project begonnen. Dat wil zeggen dat het merk op zoek is naar nieuwe markten om aan te boren. Nieuwe rijders zien te interesseren voor een van hun modellen. Dat hebben ze gedaan door niet op dezelfde voet door te bouwen aan motoren maar door duidelijk uit te zoeken wat er nog mist in hun aanbod; ‘Waar kan er nog winst gemaakt worden?’ Door vanuit de bestaande platformen te denken kun je zo relatief makkelijk een aantal nieuwe modellen op de markt brengen. De modellen die we in Spanje mochten rijden waren dan ook allemaal deel van de Softail-lijn, al zien ze er geen van allen hetzelfde uit of rijden ze vergelijkbaar.’

Harley-Davidson Fat Bob 2020
Harley-Davidson Fat Bob
Veel van hetzelfde maar toch ook niet, begrijp ik dat goed?

‘Ja daar komt het misschien wel op neer. Het zorgt ervoor dat je als potentiële klant je geen zorgen hoeft te maken over de technische kwaliteit van het rijwielgedeelte of het motorblok aangezien die een heel veel modellen hetzelfde is. Zo kun je dus een keuze maken uit de verschillende modellen op basis van jouw persoonlijke voorkeuren. Zithouding, uiterlijk en natuurlijk speelt ook je budget een grote rol. In veel gevallen kun je de verschillende modellen nog wel kiezen met twee verschillende motorblokken – de 107 en 114 – mocht je voor een motor willen gaan die krachtig is of juist nog krachtiger. Dat maakt het stukken makkelijker in mijn ogen. Daarbij hebben ze onderhand voor iedere zithouding wel een model op de markt. De Fat Bob bijvoorbeeld heeft met zijn brede stuur het effect dat je hem als een dikke powercruiser of misschien zelfs streetfighter kan rijden, terwijl de Sport Glide een wat ontspannen houding geeft zonder het sportieve gevoel te verliezen, waarmee het neigt naar een sporttour. Voor ieder wat wils.’

Maar hier is Harley-Davidson toch al veel langer mee bezig?

‘Jazeker, het is niet zo dat dit idee pas twee jaar geleden volledig omarmd is. Wat ik echter wel merk is dat de focus echt op nieuwe ideeën is komen te liggen. Overigens is de hoeveelheid van de diversiteit ook noemenswaardig. De Amerikanen hebben met het More Roads to Harley-Davidson project een doelstelling van ongeveer honderd nieuwe modellen in tien jaar. Twee jaar onderweg hebben we inmiddels twintig modellen mogen verwelkomen, dus wat dat betreft liggen ze goed op schema. Maar de grootste stappen moeten nog genomen worden. Voor nu is het voornamelijk binnen de platformen dat je nieuwe modellen herkent. De volledig elektrische LiveWire is daarop een uitzondering. In Spanje kreeg ik de kans om mijn eerste ervaring met dit model op te doen. In één woord? ‘Bijzonder’. Zeker als je in je achterhoofd houdt dat dit model van een van de meer conservatieve merken in motorland komt. Het is tot nu toe misschien het beste voorbeeld van Harley’s doelstelling om volledig nieuwe markten aan te boren. Iemand die met het milieu bezig is zou voorheen niet snel met een Harley-Davidson gezien worden – om maar even controversieel taalgebruik in te zetten – maar nu kan het maar zo.’

Harley-Davidson LiveWire 2020
Harley-Davidson LiveWire
Nog tachtig te gaan, wat verwacht je daarvan?

‘Een heleboel. Zoals gezegd moeten de grootste stappen nog gezet worden. Groots, omdat die echt buiten de gebaande paden worden gezet. De LiveWire zal zeer hoogst waarschijnlijk aan de basis staan van meer elektrische modellen. Heel ver in de toekomst daarvan kunnen we nog niet kijken maar door alle moeite die Harley-Davidson erin heeft gestoken zal dit platform niet zomaar op een rangeerspoor geparkeerd worden. Dichterbij in de toekomst staat in ieder geval de eerste naked van het merk: de Bronx. Een ‘lichte’ motor met een cilinderinhoud van 975 cc. Het zal misschien wat lijken op de Street Rod die we een aantal jaar geleden al mochten verwelkomen. Nog extremer is de Pan America, de eerste allroad van Harley-Davidson. Beide modellen zullen eind dit jaar worden gepresenteerd voor modeljaar 2021 en de verwachtingen zijn dan ook hoog.

Fotografie: Harley-Davidson

Jorge Lorenzo: ‘Ik rij op de Yamaha M1 sneller dan op de Honda.’

0

Vijfvoudig wereldkampioen keerde gisteren terug op het circuit toen hij op Sepang als officiële testrijder op de Yamaha-fabrieksmotor M1 stapte.

Eenmaal in het zadel, daalden de rondetijden per ronde. Na een dag van actie scoorde Jorge Lorenzo de op een na snelste tijd. Sterker, Lorenzo’s snelste rondetijd was fractioneel langzamer (met de honderdsten van een seconde) dan zijn beste tijd vorig jaar op de fabrieks-Honda op Sepang.

‘Ik was de hele dag heel alert op de karaktereigenschappen van de motor en hoe deze in de loop der jaren is veranderd. Desondanks is deze Yamaha zeer goed vergelijkbaar met de Yamaha waarop ik in 2016 voor het laatst reed. De M1 zorgde ervoor dat ik me meteen op mijn gemak voelde. Wel speelden de blessures die ik heb opgelopen door mijn hoofd waardoor ik niet zo snel was als ik kan zijn. Ik moet nog even wennen aan de Yamaha voor ik weer toptijden kan rijden en de limiet van de motor kan opzoeken. Maar dat ik straks sneller ben, is zeker. Voor mij was deze eerste testdag echt spannend.’

Aftellen naar de GS Trophy 2020: wie is Peet Gerards?

0
Foto: Jarno van Osch

Peet Gerards
Leeftijd 31
Beroep accountmanager bij Dr. Jekill & Mr. Hyde
Woonplaats Cuijk

In de kwalificatie werd je eerste. Waar komt al die motorbeheersing vandaan?

‘Oefening baart kunst. Niemand kan op een motor stappen en meteen alles goed doen! Ik let altijd heel erg op mijn houding en kijk goed naar hoe andere rijders het doen. Vroeger heb ik een aantal jaren trial gereden, gevolgd door motorcross. Ik werk vanaf mijn achttiende al in de motorbranche, ik kwam toen al meteen in aanraking met zware motoren. Als je trial hebt gereden, stoor je je aan elk voetje dat aan de grond moet. Probeer dit maar eens met een zware motor, dan word je er vanzelf handig mee.’

Zelf rij je een R1200GS. Wat zijn qua motorbeheersing de meest opvallende zaken ten opzichte van de F850GS?

‘De F850GS is meer gemaakt voor offroad. Dat merk ik, want ik heb met deze 850 meer vertrouwen in het zand en durf er veel extremer mee te rijden. Sterker nog, ik rij er trainingen mee op de crossbaan en we rijden er ook enduroritten mee. Gewoon, tussen de enduromachines. Dat gaat echt prima en dat is veelzeggend voor de GS. Ik zeg niet dat het met mijn 1200GS niet zou kunnen, maar met de 850 voelt het beter.’

Hoe zou je Jaap en Xavier omschrijven? Wat zijn hun afzonderlijke kwaliteiten?

‘Jaap is slim en weet alles over de Trophy. Hij heeft hiervoor ervaring opgedaan in Nieuw-Zeeland en hij weet dit bovendien perfect naar ons over te brengen. Xavier is een alleskunner, en oersterk bovendien. Dat ze samen de Gibraltar Rally uitreden en dat bovendien heel verdienstelijk deden, zegt genoeg over hun potentieel.’

Jaap gaf gisteren aan overtuigd te zijn dat Nederland gaat winnen in Nieuw-Zeeland. Ben je dat met hem eens?

‘Haha! Natuurlijk willen we winnen en het siert Jaap dat hij ervan overtuigd is. Ik denk niet dat we per se gaan winnen, maar we kúnnen zeker winnen. En daar gaan we dan ook voor!’

Goedhart Motoren start motorseizoen op grootse wijze

0

Goedhart Motoren uit Bodegraven viert de start van een nieuw motorseizoen 2020 met een volledig overdekte show op 6.000 vierkante meter. Overdekt kun je de nieuwste kleding, accessoires en 2020 motoren bewonderen en kopen. Ook zijn tientallen motorprimeurs te bewonderen.

Je kunt deelnemen aan workshops & clinics en een bezoek brengen aan meerdere standhouders. Er is ook een pop-up store: een speciale Outletwinkel vol helmen, motorkleding en accessoires van A-merken voor beursprijzen.

Motorprimeurs

Motormerken waarvan nu al bekend is dat ze hun 2020 modellen bij Goedhart Motoren laten zien, zijn:

  • Honda
  • Ducati
  • Kawasaki
  • Yamaha
  • Triumph
  • Suzuki
  • KTM
  • Aprilia
  • Husqvarna

Voor een volledige lijst van motorprimeurs, check goedhartmotoren.nl

Openingstijden

  • Vrijdag 14 februari 16.00-21.00 uur
  • Zaterdag 15 februari 09.00-17.00 uur
  • Zondag 16 februari 12.00-17.00 uur

Nephelmen levensgevaarlijk?

0

Nagemaakte motorspullen worden echt een probleem. Bedrijven verkopen spullen die er voor de meeste motorrijders heel legitiem uitzien, maar dat niet zijn. Vooral als het gaat om motorhelmen kan het verschil fataal zijn.

Motorcycle News deed onlangs een vrij diepgaand rapport naar nagemaakte motorhelmen. Daarbij viel en ding op: De publicatie plaatste een foto van een echte helm naast een nephelm; 25% van de respondenten vond de echte helm nep.

De publicatie van Motorcycle News wijst erop dat de meeste vervalsingen er heel echt uitzien. Pas als je echt nauwkeurig bekijkt, merk je de verschillen op. Op het eerste gezicht is dat moeilijk te zien. Een van de dingen is of ze de belangrijke stickers missen, zoals DOT- en ECE-stickers. Een andere is of de prijs gewoon te goed is om waar te zijn. 90% korting op een online aangeboden AGV Pista? Die is waarschijnlijk nep. De meeste van deze nephelmen komen uit China en Indonesië. Vaak zijn het replica’s van helmen waarmee coureurs racen.

Dus hoe voorkom je dat je per ongeluk een nephelm koopt? Koop alleen bij een gerenommeerd bedrijf, van het merk zelf of bij een officiële dealer die het merk verkoopt. En gebruik je verstand. Als er een deal is die te goed is om waar te zijn, vergeet het dan maar. De deal betreft vaak regelrechte nep en is daarom te gevaarlijk om op je hoofd te zetten.

Voorverkoop Energica schiet omhoog

0

Het Italiaanse elektrische motormerk Energica heeft na één maand al 40% van de verkoop 2020 binnen waarop 2019 werd geëindigd. Energica heeft een nieuw ordersysteem in gebruik genomen om bestellingen van klanten snel te kunnen verwerken. Ook de introductie van een nieuw accupakket heeft de bestellingen omhoog gestuwd.

De nieuwe optionele powerunit 21,5 kWh toonde Energica in november vorig jaar in Milaan. Het is nu gereed voor voorverkoop en het wordt geïnstalleerd op de 2020 modellen. De voorverkooporders komen meestal uit Europa en de VS. Dat is geen verrassing, want dat zijn de markten waar Energica zich met name op richt.

Met het nieuwe accupakket biedt Energica het beste dat momenteel wordt aangeboden. Het pakket waarmee de nieuwe Eva Ribelle is uitgerust, zou in de snellaadmodus 82% sneller opladen dan elke andere elektrische motor.

Op dit moment heeft Energica al 1,4 miljoen euro aan voorverkopen gerealiseerd. De uitdaging is nu om ervoor te zorgen dat de bestellingen ook worden geleverd. Energica heeft eerder al motoren van zeer hoge kwaliteit gemaakt en het bedrijf wordt geacht de productie op te kunnen voeren om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen. Het zal interessant zijn om te zien hoe hoog de verkoopcijfers de komende maanden stijgen.

Test BMW F900R en BMW F900XR 2020

1
2020 BMW F900R
Eddie de Vries op de 2020 BMW F900R.

Het moet de nodige bezorgde gezichten hebben opgeleverd, de scherpe prijsstelling van de F900R waarmee BMW het segment van de middenklasse-nakeds torpedeert. In het verlengde van die naakte R doet ook de F900XR z’n intrede, BMW’s visie op het zo populaire segment der middenklasser hoogpoten waarin zij nog niet actief waren.

‘En de BMW F850GS dan?’ Ik hoor het je denken. Die heeft inderdaad iets van een middenklasser hoogpoot, maar is natuurlijk gewoon een échte allroad. Met middenklasse-hoogpoten doel ik op motorfietsen zoals de Yamaha Tracer 900. Die met een zithouding van een allroad, maar met gietwielen, straffere vering en slechts een paar procent allroad-aspiraties. Ideaal materiaal. Betaalbaar, comfortabel en strak sturend. Althans, dat is de standaard. Op het oog en qua specificaties voldoet de XR daar aan. En ook qua naamgeving, trouwens. We kennen BMW’s XR-aanduiding immers dankzij de S1000XR en dat is in grote lijnen wat ik ook van de F900XR verwacht. Hetzij een flink maatje kleiner, met een eveneens veel kleiner budget.

De basis

Maar, eerst eens terug naar de basis. Dat is de F900R. Juist in de afgelopen jaren waarin middenklasse-nakeds als warme broodjes over de toonbank gaan, had BMW hierop geen goed antwoord. Precies daarom verwachtten wij eind vorig jaar een nieuwe F850R te zien te krijgen, maar BMW slaat die stap over: de F800R wordt een F900R. Al is er werkelijk niets van z’n voorganger te zien, als je de nieuweling zo eens bekijkt. Alles is nieuw, maar dan ook echt alles. Een nieuw frame, achterbrug, motorblok, wielen, vering, remmen en ga maar door; er is geen onderdeel hetzelfde. Slechts de F850GS zie je in de grote lijnen terug, dat is de nieuwe basis waarop BMW voortborduurt. En waarom ook niet?

Ik vind het een mooie basis, met dat brugframe dat het motorblok als onderdeel van de frameconstructie gebruikt. Het stalen subframe aan de achterkant is overigens geheel nieuw, en opvallend kort. Daartussenin is iets anders opvallend: de nieuwe benzinetank. Gooide je bij de F800R de benzine nog achterop op de motor naar binnen, nu zit de benzinetank weer op de conventionele plek. BMW claimt deze nieuwe benzinetank met een nieuwe kunststof-lastechniek geproduceerd te hebben en daardoor veel gewicht te besparen, maar mij valt vooral de inhoud op: slechts 13 liter voor de F900R en 15,5 liter voor de XR. Om het vergelijk met de F800R maar even te maken: dat is drie liter minder.

Vering en ESA

Zit ik eenmaal in het zadel van de F900R, die ik voorafgaand aan de XR rij, dan zit ik opvallend goed met m’n 1.90 meter aan lichaamslengte. Dat komt doordat BMW heel veel vervangingszadels heeft, zodat echt iedereen een prima werkplek kan vinden. Ik zit dus wat hoger, maar voor de echt kleine personen heeft BMW juist een echte verlagingskit, die het nog iets serieuzer aanpakt dan enkel het zadel.

Aan m’n linkerhand bevindt zich de inmiddels bekende BMW-stuurhelft. Je-weet-wel, zo’n stuurhelft met een overdaad aan knoppen die allemaal hun functie hebben. Cruisecontrole, elektronische vering en de multi-controller, waarmee je het dashboard bedient; de eerste twee zijn optioneel. Ik rij beide modellen vandaag dan ook alleen maar mét ESA, dat is het elektronisch bedienbare veersysteem. Maar, qua instelmogelijkheden biedt de standaardfiets precies dezelfde mogelijkheden, hetzij niet elektronisch: aan de achterzijde is de uitgaande demping en veervoorspanning instelbaar. En aan de voorzijde? Helemaal niets. Dat blijft een ietwat vreemde spagaat van BMW. Met zo veel luxe verwacht je aan de voorkant ook wat in te kunnen stellen. Aan de andere kant is het te begrijpen, want de schokdemper is essentieel in het ruw afstellen van je motor als het gaat om belading en duopassagier. En om snel even je comfortniveau af te stellen, wanneer je een pokdalig Spaans bergweggetje instuurt.

Wat is standaard?

Onze testmotoren waren nogal aangekleed: van cruisecontrole tot ESA. Maar, wat is er nou standaard inbegrepen bij de verkoopprijzen van € 9.772,- voor de R en € 13.452,- voor de XR?

Standaard op R en XR

Tft-dashboard met ruime connectiviteit
Volledige led-koplamp
Led-knipperlichten
ASC ofwel basis-traction control
Twee rijmodi: rain en road
Instelbaar rem- en koppelingshendel
12V-aansluiting

Niet standaard, wel mogelijk op beide

Adaptieve bochtverlichting
Rijmodus Pro met bochten-ABS Pro, dynamische traction control, motorkoppelbegrenzer, noodstopcontrole
Dynamisch ESA: elektronisch geregelde vering achter
Sleutelloos contactsysteem
eCall: automatische noodoproep
RDC: bandenspanningcontrole
Verlagingssets
Handvatverwarming
Et cetera, et cetera…

Motorblok

De XR en R delen precies hetzelfde motorblok, waarbij zelfs de overbrenging gelijk is. En wanneer ik onderweg ben op de R vallen me daarbij een paar dingen op. Ten eerste het karakter, dat dankzij de 270graden-krukas heerlijk levendig en alert is, en bovendien lekker klinkt. Draai je eenmaal wat toeren, dan reageert de tweecilinder prachtig. Bij lagere toerentallen kan het oppakken soms wat nukkig zijn, afhankelijk van je rechterpols. In beide standaard rijmodi merk je pas echt hoe sterk het motorblok is als je het hendel ook écht tegen de stuit draait. Het gashendel van deze F is ietwat behouden, om het ook voor de rustige toerrijder aangenaam te houden.

Daarbij plaatst de F zich onmiddellijk ver van menig concurrent, die directheid en agressie als belangrijke pijler lijken te zien. Vergelijk je dit motorblok met dat van de concurrentie, dan zal het je sowieso opvallen dat BMW die concurrentie met de pk-waarden niet omver blaast. Máár, qua koppel zit het wel snor, net zoals de relatief lage toerentallen waarbij de tweecilinder het levert.

Meer dan de moeite van het vermelden waard, is de quickshifter. Optioneel, maar dusdanig verslavend dat je na een proefritje maar moeilijk een R ‘zonder’ kunt bestellen. Je kunt er mee op- en terugschakelen, dus in principe heb je de lichte koppeling enkel met het wegrijden nodig. Al leert de praktijk dat de quickshifter er wel eentje is die van hogere toerentallen houdt, en het best werkt wanneer je het gas minstens vijftig procent opendraait. Rij je halfgas en draai je niet te veel toeren, dan pak je toch gauw even de koppeling erbij.

Sturen!

Wanneer ik eenmaal de Spaanse bergen instuur, voelt de F900R niet honderd procent in balans. Zeker insturend is er lichtelijk onderstuur, om maar even een lelijke maar doeltreffende autoterm te gebruiken. Met andere woorden: de motor valt de bocht niet direct in, maar wil nog even rechtdoor. Hierdoor moet je echt wat druk zetten op het stuur en ik stel daardoor extra vraagtekens bij de gemonteerde stuurdemper. Typisch BMW, maar met dit vermogen moet dat toch niet nodig zijn. Later, wanneer de temperatuur van zowel lucht, asfalt als banden stijgt, is het al veel beter.

De R gedijt in mijn ogen het best wanneer je mooie ronde bochten rijdt, op een tempo dat sportief maar niet agressief is. Een typische naked, zoals de Z900 of MT-09, is het niet. De R is meer ‘Roadster’ dan ‘naked’ en dat is gezien het overvolle naked-segment een mooie toevoeging. Sportief toeren is wat-ie graag doet en dankzij BMW’s overvolle optiecatalogus is het bovendien iets dat je lang vol kunt houden. Handvatverwarming? Iets comfortabelere vering aan de achterzijde? Cruisecontrole? Ik grijp tijdens deze testrit nergens mis. En dat doet vreemd aan, op een naked die we bestempelen als ‘middenklasse’. De R kost standaard nog geen tienduizend euro en je kunt ’m zo luxe maken als je zelf wil.

Overstap

Ik moet zeggen dat de testrit die ik op de R maak, nogal kort is. Als ik de snelwegkilometers er af trek, hou ik enkele tientallen kilometers over in terrein dat er echt toe doet: kronkelende bergwegen. Gelukkig is de reden hiervan goed, want deze middag rij ik op de XR. En omdat-ie grotendeels overeen komt met de R, heb ik eigenlijk niet zoveel reden tot klagen. Toch voelt de XR werkelijk totaal anders. In het zadel zou ik zweren dat het een andere motor is, maar zelfs onderweg is het andere koek. En nee, dat heeft niet alleen met de meer toergerichte banden, de zithouding met ook lager gemonteerde voetsteps en de extra windbescherming te maken.

De flink gegroeide veerwegen maken de XR vooral een hele stap voorwaarts. Het is comfortabel, maar toch ook echt meer in balans. Krappe rotondes voelen neutraal, mooi glooiend bochtenwerk is helemaal een feest. Ook op deze XR rij ik met ESA, maar ik durf wel te stellen dat de vering ook zonder ESA dik in orde is. Hoewel de voorzijde ook op deze variant niet is in te stellen, voelt de demping behoorlijk. Geen fietspomp-achtige budgetvork, dit voelt gewoon goed. Ook als je flink remt, en dat kan behoorlijk met de radiaal gemonteerde Brembo-remklauwen. Goed te doseren, niets te klagen. Net zo goed is de instelbare ruit. Met een duw of trek met je linkerhand aan het palletje verspringt de ruit in twee mogelijke standen. De stand van de ruit verschilt behoorlijk en hoewel ik met mijn 1.90 meter en het op-een-na-hoogste zadel net in wat turbulentie geraak, is de windbescherming en de verstelbare ruit voor dit segment gewoon prima.

Meer tijd

Door het grotere comfort en dankzij de al nodige gereden kilometers, heb ik op de XR meer tijd om wat verder te kijken dan de basis. Om het tft-dashboard kan ik echt niet heen. Dit dashboard is standaard op zowel de R als de XR en is rijk aan kleur en informatie. De Sport-modus centraliseert de toerenteller én de hellingshoek, en eenmaal gekoppeld aan je smartphone lees je het bij thuiskomst allemaal rustig af. Bovendien kun je je hele rit laten tracken en die rit op social media weer delen met andere motorrijders. Het is maar wat je wilt; maar het kan. Andere opvallende zaken? Nou, op beide modellen zijn beide instelbare hendels fijn, en bovendien niet bepaald dertien-uit-een-dozijn. Ook opvallend is de traction control, die standaard aanwezig is.

BMW kiest voor een benadering van basisveiligheid; wil je meer, dan kun je het aanschaffen. Is gewoon ABS niet genoeg? Bochten-ABS is optioneel. Is gewone traction control te weinig? Dan krijg je meer geavanceerde dynamische traction control. En denk je op nat wegdek zelfs niet genoeg te hebben aan de slipperclutch? Dan biedt BMW zelfs in dit middensegment de mogelijkheid van ‘MSR’, door mij vrij vertaald motorkoppelbegrenzer. Blokkeert het achterwiel, dan gaat de klep in het gasklephuis open, waardoor de gehele aandrijflijn het achterwiel vrij spel geeft. Als kers op de taart hebben beide modellen de mogelijkheid tot adaptieve verlichting: stuur je naar rechts, dan schijnen de R en de XR vrolijk een lichtje bij. Vrijwel alles dat BMW ontwikkelt, vindt dus ook doorgang naar dit middensegment en dat is geen verkeerde ontwikkeling. Ik bedoel, je kunt het ook gewoon níet selecteren, en dan blijft de R een motor van nog geen tienduizend euro en de XR dertien-en-half.

Alweer terug

Hoewel ik me na het einde van deze tweede testrit wederom beklaag over het beperkte aantal gereden kilometers en ik het maar lastig vind om steekhoudende oordelen over bijvoorbeeld het langeduurcomfort van een zadel te geven, staat voor mij buiten kijf dat de XR echt een mooie balans biedt die je waarschijnlijk zult zoeken in dit segment van middenklasse-hoogpoters. Lekker zitten, een levendig blok dat gewoon flink koppel stampt en een rijwielgedeelte waarmee je clichématig werkelijk alle kanten uit kunt. Waar de R z’n beperkingen kent, verdient de XR een koffersetje om vanuit Nederland lekker richting de Spaanse zon te ploffen. Zeker na vandaag besef ik me pas hoe zonde het is dat BMW dit segment zo lang links heeft laten liggen. Aan de ware feitelijkheden van prijs en leverbaarheid mag ik natuurlijk niet voorbijgaan: de R kost € 9.772,- in Nederland, terwijl de XR voor € 13.452,- de jouwe is. Beide modellen zijn al leverbaar bij de dealer, en bovendien ook in A2-uitvoering te krijgen voor precies dezelfde prijs.

Conclusie

Om de nieuwe F-serie maar direct even in z’n concurrentieveld te plaatsen: BMW maakt het verschil met de mogelijkheden van oneindige luxe. Jawel, we hebben het hier over de middenklasse, maar met een sleutelloos contactsysteem, bochtenverlichting en cruisecontrole voelt dat toch plots niet meer zo. De opties zijn eindeloos, maar het luxe tft-scherm met uitgebreide connectiemogelijkheden en navigatiemogelijkheid zijn wel degelijk standaard en ontstijgen dit segment. In de basis zien we een sterke tweecilinder die qua topvermogen niet imponeert, maar qua koppel en middengebied een sterke indruk maakt. Het rijwielgedeelte is vlot en prima gedempt en lijkt in de F900XR toch wel op z’n best. Die XR is sowieso het paradepaardje, en echt veel meer dan een F900R met een hoger stuur en topkuipje. Dat BMW voor beide modellen het motorblok één op één hetzelfde laat, zegt genoeg over diens veelzijdigheid.

Eddie de Vries

MV Agusta komt met de 2020 Dragster 800 RR TheArsenale

0
2020 Dragster 800 RR TheArsenale
De 2020 Dragster 800 RR TheArsenale van MV Agusta.

Het is een bekend recept van MV Agusta om een special te maken van in dit geval een Dragster 800 RR. Iets dat wij absoluut niet erg vinden als je naar de TheArsenale-variant kijkt. De wat voor variant? Om eerlijk te zijn hadden wij er ook nooit van gehoord, maar het gaat om een van ’s werelds meest exclusieve online retailconcepten. Het aanbod van TheArsenale varieert van straalvliegtuigen tot motorfietsen, van waanzinnige accessoires tot aan zeer luxe kleding.

De basis van deze special is uiteraard het 800 RR-productiemodel, met de 798cc-driecilinder die goed is voor 140 pk en een top van rondom de 250 kilometer per uur heeft.

“We zijn enthousiast over deze nieuwe samenwerking met TheArsenale. We werden meteen verleid door de pioniersgeest en de extreme benadering van luxe winkels. Alleen de beste, meest exclusieve modellen staan in hun online virtuele garage.”

Ratmir Sardarov, Director van MV Agusta Motor S.p.A,

Surf voor meer informatie naar https://thearsenale.com/products/dragster-800-rr-x-thearsenale. Daar zul je helaas geen prijs vinden, wel een optie om een demo aan te vragen. Als je durft…