woensdag 22 april 2026
Home Blog Pagina 1123

Pure&Crafted: Music, Motor & Lifestyle

0
Pure&Crafted

Muziek; motoren, lifestyle en de beste foodtrucks! Dat zijn de hoofdingrediënten van het unieke festival Pure&Crafted op zaterdag 28 september op festivalterrein Taets Art and Event Park in Zaandam. Met o.a. Blaudzun, EUT, Indian Askin, SONS en Swedish Death Candy. Motorliefhebbers vergapen zich hier aan nieuwe (of juist vintage) modellen in The Wheels Area, en ontdekken hoogwaardige New Heritage motorkleding en -accessoires in de General Store. En ook de spectaculaire Wall of Death (stunts op de steile wand met vintage motoren) is een must-see op Pure&Crafted

Tickets á €25,- via http://www.pureandcrafted.com

100.000ste Multistrada rolt van de band

0
Ducati Multistrada
Claudio Domenicali overhandigt de Pikes Peak aan de trotse eigenaar

Zestien jaar nadat de eerste Multistrada van de assemblagelijn rolde, heeft de familie nu de mijlpaal van 100.000 motorfietsen bereikt. Multistrada nummer 100.000, een Pikes Peak versie van de 1260 met een gepersonaliseerde lasermarkering op de kroonplaat, werd door niemand minder dan Claudio Domenicali, CEO van Ducati, persoonlijk overhandigd aan Dave Hayward – een Duitse Ducatista die zijn Multistrada bij de dealer in Düsseldorf had besteld. 

Ducati’s multifunctionele motorfiets is altijd al technologisch geavanceerd geweest. In 2010 was de Multistrada één van de eerste motorfietsen met riding modes, het systeem dat het karakter van de motorfiets zelf verandert. Inderdaad, in de slogan voor de reclamecampagne was te lezen: “vier motorfietsen in één”. Met de D|Air versie, geïntroduceerd in 2014, bood Ducati de eerste motorfiets aan met een systeem dat in contact staat met een speciaal jasje dat is uitgerust met een airbag. In 2015 werd het de eerste motorfiets op de markt gebracht met een motorblok met variabele timing: de Testastretta DVT (Desmodromic Variable Timing).

En naarmate de technologie evolueerde, evolueerde ook de betrouwbaarheid. Steeds langere en strengere ontwikkelingstests werden toegepast. Productieprocessen en materialen werden verbeterd, numerieke simulaties aangescherpt, waardoor de Multistrada 1260 en 950 tot ongekende betrouwbaarheidsniveaus werden gebracht. Tegenwoordig hebben alle motorblokken in de familie een klepspeling controle van 30.000 km – drie keer zoveel als de eerste versie.

Met maar liefst 7 versies is de Multistrada-familie van vandaag nog nooit zo compleet geweest: twee motorfietsen van 950 cm³ (113 pk) en vijf motorfietsen van 1260 cm³ (158 pk).

De nieuwe Multistrada 950 – ook verkrijgbaar als S versie – werd in 2019 gepresenteerd en is ontworpen om de Multistrada prestaties binnen ieders bereik te brengen en tegelijkertijd de veelzijdigheid te maximaliseren, mede dankzij het 19”-voorwiel.

De meest recente interpretatie van het oorspronkelijke multifunctionele sportconcept, de Multistrada 1260, combineert het comfort en het laadvermogen van een multifunctionele motorfiets met bandenmaten, wielen en remmen die typisch zijn voor sportmotoren. Uitgerust met Öhlins vering, gesmede wielen en een carbon einddemper, biedt het Pikes Peak model maximale sportprestaties.

Voor de avonturiers heeft Ducati de Multistrada 1260 Enduro ontwikkeld, ontworpen voor het zwaarste terrein en de langste ritten dankzij de 30 liter tank, de ophanging met lange veerweg, de 19” voorvelg en natuurlijk de slijtvaste spaakwielen.

De ontwikkeling is in volle gang en in 2021 zal de Multistrada familie met de tweecilinder 1260 en 950 motorfietsen zich uitbreiden met een specifiek V4 motorblok. 

Icoon: 1998 Yamaha R1

0

Jarenlang was het de Honda Fireblade die het in de wereld van de superbikes voor het zeggen had. Meer pk’s, een hogere topsnelheid en een beter rijwielgedeelte waren de troeven waarmee ‘ie de concurrenten jaar na jaar te slim af was. Hoewel de Ducati 916 in die jaren ook furore maakte, was de 916 een machine die niet met de Japanse superbikes te vergelijken viel. Nee, het Japanse viercilinder-kamp streed vooral om de pk’s, en daar deed Yamaha in 1998 een schepje bovenop door met een 1000cc-superbike op de proppen te komen.

Ultracompact motorblok

En daar zat wel 150 pk in! Daarmee zette Yamaha alle concurrentie in de schaduw. Ter vergelijking:  de Honda Fireblade had er 122, en woog daarnaast ook nog eens 185 kilo. De R1 bleek een lichtgewicht van 177 kilo. En daarnaast maakte de R1 ook nog eens gehakt van de topsnelheid van de Fireblade. Yamaha claimde namelijk 280 kilometer per uur voor de R1, de Fireblade kon ‘maar’ 265 kilometer per uur. Dat waren weliswaar zinnenprikkelende cijfers voor menig motorrijder, maar de destijds nieuwe techniek in het motorblok is inmiddels natuurlijk interessanter. Het was qua hoogte, lengte en breedte namelijk de kleinste en lichtste ‘dikke’ viercilinder van dat moment.

Op de schop

Sterker nog, dit motorblok was kleiner dan de motorblokken van 600cc-sportmotoren. De gehele aandrijflijn, die destijds altijd in één lijn lag, ging op de schop. De versnellingsbak werd verticaal gestapeld en de waterpomp was binnen het motorblok gevestigd, alles maar om het motorblok zo klein en kort mogelijk te houden. Verder maakte Yamaha gebruik van hen reeds bekende technieken, zoals de vijfkleps-cilinderkop en het Exup-uitlaatsysteem. Die Exup-klep werd voor het eerst door een computer aangestuurd, en reageerde actief op de snelheid waarmee het gas werd opengedraaid.

Agressie

Het nieuwe aluminium Deltabox-frame gebruikte het motorblok als dragend deel. Kenmerkend voor het rijwielgedeelte daaromheen  is de wielbasis van 1395 millimeter, destijds extreem kort. En eigenlijk nu nog wel, zeker als je nagaat dat de huidige R1 een wielbasis van 1415 millimeter heeft. Om toch ook wat rust in het rijwielgedeelte te brengen, bedacht Yamaha een relatief zeer lange, stabiel gebouwde achtervork. Remklauwen uit één stuk, lichtere uitvoeringen van de Thundercat- en Thunderace-klauwen, zorgden voor de vertraging. Natuurlijk was de vering, met upside-down voorvork, geheel instelbaar.

Schaduw

Nu, jaren na dato, staat deze 98’er R1 nog altijd in ons geheugen gegrift. Misschien niet eens zozeer door z’n vooruitstrevende aard, maar vooral omdat deze R1 bekend kwam te staan om z’n onvergeeflijke karakter. De compacte bouw maakte het rijwielgedeelte bij vlagen zenuwachtig en dit werd versterkt doordat het voorwiel met gemak het luchtruim koos. Een stuurdemper bleek, zeker voor de motorrijder met een agressieve rijstijl, een waardevolle accessoire. Belangrijker is het dat de R1 in alle vergelijkingstesten veruit het snelste was en de concurrentie er jaren over heeft gedaan om uit diens schaduw te treden.

Frankrijk: uitbundige bochten in de Cevennen

0

Eigenlijk is het in de Cevennen onmogelijk om over al die kostelijke weggetjes op de landkaart te toeren. Maar probeer je het, stuit je vanzelf op de dramatische sporen van de Camisarden. Dat waren protestantse vrijheidsstrijders, een van de eerste guerrilla’s in de geschiedenis.

Klaus H. Daams

Het rubber onder de staatsieauto’s van De Gaulle en Adenauer lieten het grind bij het kasteelhotel Château d’Ayres in Meyrueis ook al eens knerpen. Het is dan ook een imposant bouwwerk uit de 12e eeuw, dat door een gelukkige speling van het lot ons bivak wordt. De komende dagen verkennen we het Zuidfranse equivalent van Het Bochtenparadijs. En als we er toch zijn, zoeken we en passant ook even uit hoe het ook al weer zat met die Hugenoten en Camisarden. Daarvoor roepen we de hulp in van een al wat beduimelde Michelinkaart 339, die zo krioelt van geelgroene weggetjes dat er geen gevaar bestaat dat we onze tijd verdoen als salontijger in het Château. Of dat de Tiger platte banden krijgt van het stilstaan. On y va! Erop af!

Getatoeëerd

Op de weg van Meyrueis langs de Jonte omhoog naar de Col de Perjuret draaien we warm. Oh la la, de kaart liegt niet. Na een zinsbegoochelende serie bochten stuiten we op de D18: Route Dangereuse et Difficile, gevaarlijke en moeilijke weg. Zo leest de uitnodiging voor de Gorges du Tapoul, die we maar al te graag aannemen. Het kan inderdaad gevaarlijk worden. Tenminste, wanneer je je door een schaapskudde uit het zadel laat werpen. Blijf je zitten, kijk je gefascineerd naar het op sommige plaatsen hemelsblauw of bloedrood getatoeëerde tapijt dat blatend tegen de helling opklautert. Zo’n allegorische beeld is het waard om voor het nageslacht te bewaren. Maar dat krijgen we de herder en zijn stevige gezellinnen – wie is mevrouw de echtgenote en wie de vriendin? -, niet uitgelegd, tenminste zoveel maken we uit hun stortvloed van woorden op.

De komende uren bijten de microscopisch kleine tandjes van de Pilot Power zich vast in het min of meer kunstig golvende wegdek. Eerst tot Florac over de D996 en D907, dan langs de Tarn op de D998. Prachtig toch, dat ook wegen de namen dragen van beroemde Ducati’s? En wie pauzeert onder het koele bladerdak van de bomen – welke precies doet er niet toe – hoort in de verte collega-motards naderen. Hopelijk doen ze het kalm aan in de bochten waar de rolsplit (gravillonage) ligt en waar het asfalt zacht gegaard is door de zon…

Een heerlijke plaats om crêpes en geurige Grand Crème te eten, is het Café de la Commerce, aan de voet van de Mont Lozère in Le Pont-de-Montvert. Lui maken we daarna een korte wandeling omhoog naar het Ecomusée, waar Odile Rival, directeur van het streekmuseum, ons vertelt over de Camisarden Oorlog (zie kader Camisarden). Dat was een bittere strijd, die de protestanten 40 jaar voerden tegen een dwingend Katholiek regime. Die oorlog werd op 10 mei 1704 beëindigd. Desondanks kunnen mannen en vrouwen van beide religies nog maar sinds twee generaties terug met elkaar huwen, zonder dat de gemeenschap er schande van spreekt. En zo zijn we na een uur slenteren door de geschiedenis weer terug in het heden, waar aan het zoetroze luik van het café een bloemig versierde thermometer vingt-deux demi (22,5 graden) aangeeft en ons daarmee in de aangenaam stralende armen van de late namiddagzon drijft.

Berlijnse hiphop

De ezels van Jean Pierre laten niemand koud. De voormalige leraar voor moeilijk opvoedbare kinderen in St. Privat de Vallongue biedt avontuurlijke vakantiegangers de mogelijkheid om met de eigenzinnige dieren een wandeltocht te maken. ‘Citronneeelle,’ lokt de gepensioneerde pedagoog een van de langoren, maar direct voelen zeven ezels zich aangesproken. Een Ezeltocht is een schitterende gelegenheid om te onthaasten. Dat schreef Robert Louis Stevenson al in 1878 in zijn boek Reis met de ezel door de Cevennen. Maar de Schotse schrijver schreef meer zeldzaam inspirerende boeken, als Dr. Jekill en Mr. Hyde. Gegroet Citronelle, we gaan zonder je verder. 115 Britse paardjes willen op de bochtige N106 laten zien hoeveel wolf er steekt in de keurig blauwe pels van de Tiger. En nu we het toch over kleding hebben: tot onze verrassing blijkt de jonge ober die in zijn keurige, zwartwitte penguïnpak de feodale voederbakken in het Château d’Ayres uitserveert een fan van de Berlijnse hiphop subcultuur.

Fraaie slingers

35 Graden voorspellen ze voor het weekeinde. Met zo’n temperatuur verandert Zuid-Frankrijk in een pagina uit een plaatsjesboek. Snel door naar de volgende bladzijde. De driecilinder 1050 loeit als de landende jet van British Airways. We rijden op een weg over de bergkam, die van de Corniche des Cévennes naar Saint-Jean-du-Gard voert. Het provinciestadje was tijdens de Camisarden Oorlog het centrum van het protestantse verzet. Het Musée du Désert geeft je alle ins & outs.

Wij kiezen voorlopig nog even voor het asfalt, die met fraaie haarspeldbochten over een paar fraaie cols slingert en uitzicht biedt op spitse bergketens en bosrijke dalen. Deze panoramaweg werd overigens aangelegd onder Lodewijk XIV. Zo kon hij met zijn troepen nog dieper de Cevennen binnendringen.

Wie zich de rust gunt voor een korte pauze, ontdekt iets van de weg af – bij Saint-Laurent-de Trèves – 190 miljoen jaren oude dinosauriërsporen. De reuzenreptielen drukten destijds hun XXL-poten in de lemige oever van een lagune. Maar is zo’n uitstapje te veel moeite voor je, vlei je je ontspannen neer in de berm en staar je over je motorlaarzen in de verte. En passant passeert een Franse motorrijder, die z’n schakelvoet stoer van de voetsteun tilt. In Frankrijk motorgroeten ze met de voet. Ach, was de motor maar 300 jaar geleden uitgevonden. Dat was de motor al eind 17e eeuw het voorbeeld van hoe verschillende bloedgroepen – supersport vs allroad – elkaar vredelievend bejegenen.

Hugenoten

Musée du Désert in het dorpje Le Mas Soubeyran bij Mialet is het Mekka voor de Hugenoten. Jaarlijks treffen die elkaar hier op de eerste zondag in september. Het museum bevindt zich in het geboortehuis van de als Roland bekend geworden Pierre Laporte, die samen met Jean Cavalier, een bakker uit Ribaute, de opstand van de Camisarden aanvoerde. Maar liefst 2000 artefacten, van de kast met dubbele bodem om zich in te verschuilen voor de gerechtsdienaren van de koning tot het botten brekende folterwiel, laten de bloedige tijd herleven die passend Désert wordt genoemd. Woestijn dus, enerzijds een toespeling op de veertigjarige trektocht van de Israëlieten door de woestijn, maar ook woestijn in figuurlijke zin, namelijk de periode waarin de uitoefening van het als ketters geziene protestantse geloof krachtens koninklijk decreet ten strengste verboden was. De uitgestotenen verborgen zich in de bossen, grotten en kloven van de Cevennen. Wanneer ze ontdekt werden, restte de mannen een leven als galeislaaf en verdwenen de vrouwen in een anonieme kerker.

Het doel van Lodwijk XIV de Zonnekoning was politieke eenheid met een Katholieke staatsgodsdienst (une foi, une loi, un roi – éen geloof, éen wet, éen koning). Dat was een diepgekoesterde wens van vele Franse koningen – je moet nog even wat geschiedenis verdragen. Al in 1572 werden in Parijs tijdens de beruchte Bartholomeusnacht duizenden protestanten vermoord. Zo’n 200.000 Hugenoten sloegen op de vlucht. Ook naar Nederland, wat economisch gezien niet nadelig uitpakte. Het is ook de reden waarom de protestantse kerk in Frankrijk zo klein is: slechts 1,5 % van de bevolking is protestant. En nu weg uit het museum, voordat het gouden namidagszonlicht en de geduldig wachtende motoren gaan rebelleren.

Het zou ons meest favoriete traject kunnen worden: Mialet, Saint-Jean-du-Gard, Peyroles, Col du Pas, Valleraugue, Meyrueis. Maar eerst een ereronde naar de Pont des Camisards, een stenen brug over de dromerige Gardon. En dan: Hallo, wakker worden! Het opgelapte afval perst het laatste beetje vrije slag uit de vering. De weg bocht als een paling en is ontiegelijk smal. Zo smal dat een volle rol Gaffa-tape niet voldoende is de cosmetische schade te verhullen op een elkaar schampende Clio en Golf.
Uiteindelijk daagt de route je uit tot een 56 kilometer lange eindspurt, over de D 986 naar het avondeten.

Mont Aigoual: 1.567 m

‘En dan kunnen wij misschien ook nog dit weggetje meenemen. Route Difficile, dat klinkt toch goed.’ Gesprekken aan de ontbijttafel – met baguettekruimels op de kaart – zijn altijd weer een genot. Snel de verplichte morgenronde naar de benzinepomp, waar op dat moment een oude Citroën Traction Avant, die goed geveerde gangsterauto uit tv-detectives, opzien baart. En dan begint opnieuw het Grote Weggetjes Verzamelen, een spelletje dat nooit verveelt.

De D 57 is meteen een voltreffer. Bloemenperkjes maken als fleurige eilandjes het opengebroken asfalt gezellig en als de schaamteloos blauwe hemel niet door dik bladerdak – vraag niet welke!- wordt verhult, werpt een buizerd z’n schaduw wel naar beneden. De blijkbaar uitmuntende thermiek wordt ondersteund door de ventilator in de radiator. De Enduro-genen van onze allroads zijn wel heel erg gedomesticeerd, dat wordt zo wel in toenemende mate duidelijk. Maar als je zo lukraak rijdt, is de kans groot dat je je ergens op een kruising in het Forêt Domaniale de l’Aigoual de vraag stelt:: waar zijn wij in godsnaam beland. En waar gaat het verder? Wie dan alles goed doet, komt niet in botsing met een plotseling de weg overstekend hert, maar stuit 27 kilometer verder in Meyrueis weer op een normale weg. En dan zul je – vijf minuten later – in het café op de 1567 meter hoge, als weerstation dienende Mont Aigoual opnieuw een beslissing moeten nemen: wordt het bosbessen -of frambozentaart? Allebei mag natuurlijk ook.

Bergzwervers

Een toproute komt in de Cevennen nooit alleen. Voor een langer rondje deze middag luidt de aanbeveling van de verkeersminister: Mont Aigoual, Le Vigan, Ganges, Sumène, Lasalle, Col du Merou, Col de l’Asclier, Notre Dame de la Rouvière, Valleraugue, Meyrueis. De voorpret stijgt, net als de thermometer. Eindelijk laat Afrika zich voelen. De thermometer aan de pui van apotheek Rombaut in Le Vigan geeft met rood oplichtende cijfers 35 graden aan. Het komt daarom goed uit dat de kleine supermarkt verkoelend ijs alleen in grootverpakking verkoopt. En de rest van de middag? Die is onmogelijk na te vertellen. Al die fantastische bochtencombinaties, die pittige en kruidige geurexplosies en al die sprakeloos makende uitzichten. Laten we het zo zeggen: het hart van de motorrijdende romanticus jubelde. Bergzwervers voelden we ons. Een duo, vooral als die op een Spartaans hard zitje moet hokken, zal de dans door de bergen beleven als een lottoballetje in een lottoapparaat. Zo word je door elkaar geschud. En als de duo je vrouw of vriendin is, zal ze je met zoetgevooisde stem verleiden: ‘Laten we in het avondrood langzaam naar het hotel rijden.’ Maar in gedachten heeft ze je helm al uren geleden in elkaar getimmerd.

Tantaluskwelling

Op de Col de Merou herinnert een plaquette aan de martelaren van de Franse Resistance in WOII en in het bijzonder aan de gedeporteerden. Maar de door kastanjes, eiken en pijnbomen begroeide pas is ook om andere redenen historische grond: op 17 januari 1704 versloegen de Camisarden onder bevel van Roland hier twee koninklijke bataljons. En ook al geschiedde dit alles lang geleden, de fantasie kent geen grenzen. Je kunt je goed voorstellen wat zich eens in dit rauwe ontoegankelijke landschap heeft afgespeeld. Hoe de Camisarden ongezien uit hun huizen konden vluchten. Die waren gebouwd als ingenieuze driedimensionale stenen puzzels, met achter de schoorsteen een gecamoufleerde ontsnappingsroute door een achterliggende grot. Een paar kilometer verderop.

Op de eenzame Col de l’Asclier, welt een nieuwe gedachte op, meer een tantaluskwelling. Wie hier spontaan besluit naar de Middellandse Zee te spurten, zou binnen twee uur pootje kunnen baden. Doen we natuurlijk niet: wij spurten weer over de 56 kilometer D 986, van Valleraugue naar Meyrueis.

Oude krijgers

Hoe graag je deze film oneindig zou willen herhalen, onverbiddelijk komt de dag dat je afscheid moet nemen van de Cevennen. Normaal doe je dat in stilte, ingetogen. Maar deze keer vertrekken we met groot vertoon. Begeleid door het tamboerkorps marcheren de Anciens Combattants d’Algérie door de straten van Le Pont-de-Montvert. De oude krijgers uit het departement Lozère vieren het jaarlijkse veteranencongres van de Algerijnse Oorlog (1954-1962), een oorlog waaraan Frankrijk geen roem ontleent. Het schouwspel zorgt ervoor dat de crêpes en Grand Crême in het Café de la Commerce koud staan te worden. Haastig volg ik de stoet, die trots door het dorp marcheert, gefascineerd door het beeld waarin nu eens het blauw-wit-rood van de tricolore en dan weer het martiale legergroen van het gevechtstenue domineert. Het herinnert je eraan, niet zonder pathos, dat de strijd om vrijheid en onafhankelijkheid misschien wel altijd tot het leven behoort. Net als de dood. Of het nu bij de Camisarden was, in Afrika of waar dan ook.

De Camisarden Oorlog

In het verloop van de 16e eeuw drongen de reformatorische ideeën van Luther en die van de in Genève levende Calvijn ook door in de eenzame, afgelegen Cevennen. De ideeën vielen bij de boeren, herders en handwerkers in een vruchtbare bodem. Spoedig bekeerde een groot deel van de bevolking zich, waaronder de hoge adel en de middenklasse, tot het geloof van de protestanten. Ze noemden zich eyguenet, een woord dat de Katholieken spottend verhaspelden tot Hugenoten. De veertig jarige godsdienstoorlog kwam pas ten einde, toen in 1598 Hendrik IV het edict van Nantes uitvaardigde. Dat gaf de protestanten een (beperkte) vrijheid van godsdienst en ook dezelfde civiele rechten. In 1685 werd het edict door Lodwijk XIV opgeheven en dat was het begin van opnieuw verbitterd verzet tegen de (katholieke) overheid, in het bijzonder in de Cevennen.

Op 24 juli 1702 escaleerde de gespannen situatie, toen in Le Pont-de-Montvert de gehate abt Chaila, plaatsvervanger van de bisschop van Mende, in zijn tot gevangenis omgebouwde pastorie door opstandige Hugenoten werd aangevallen en bij een vluchtpoging werd vermoord. Het was het begin van de Camisarden Oorlog, zo genoemd naar de witte hemden of blouses (chemise) die ze droegen. Getalsmatig waren de 3000 Camisarden ver in de minderheid. Desondanks waren ze de 30.000 soldaten van de koning de baas, omdat ze bekend waren met het terrein. In de ontoegankelijke bergstreken sloegen ze keer op met succes toe. Om het verzet te breken, werd bevolking van de Cevennen hard aangepakt, zodat ze geen steun meer verleenden aan de opstandelingen. De actie Verbranden van de Cevennen ging gepaard met grootschalige verwoestingen. 466 Dorpen en boerderijen werden in brand gestoken, terwijl de bewoners naar katholieke streken werden gedeporteerd. Zonder het gewenste resultaat, want vele ontheemde mannen sloten zich nu ook bij de Camisarden aan. Omdat het de soldaten niet lukte recht en orde te herstellen, bewapenden ook de Katholieke burgerij zich. Ze verenigden zich tot milities als cadetten van het Kruis en Witte Camisarden, die moordend en rovend door het gebrandschatte land trokken.

Ondanks geweldplegingen van beide kanten, was de Camisarden Oorlog niet zozeer een burgeroorlog maar veel meer opstand tegen een totalitair regiem. Het doel was om als protestant vrij van represailles te kunnen leven. De Camisarden bleven dan ook trouw aan de koning. Officieel werd de oorlog beëindigd op 10 mei 1704. Maar ook na deze wapenstilstand werd er nog gevochten. De tijd van intolerantie en onderdrukking was eigenlijk pas voorbij, toen in 1789 de Franse Revolutie de Rechten van de Mens proclameerde.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Cevennen.GPX”]

Zelf het weer voorspellen: Weerpraatjes

0
Motor Weer

Het weer is het meest besproken thema in ons land. Inmiddels zijn er ook al ontelbare mogelijkheden die over de weersgesteldheid waar ook ter wereld informeren. Waarom dan nog omhoog kijken naar lucht en wolken om het weer zelf te voorspellen?

Motorrijders mopperen vaak over het weer. Vroeg in de morgen straalt de zon triomfantelijk aan de hemel en je besluit een dag lekker te gaan toeren. Het regenpak laat je thuis en tot in de middag is er geen vuiltje aan de lucht. Maar tegen vier uur komen plots dreigende wolkenbuien opzetten en even later rij je in de regen. Thuis vervloek je die avond briesend en snotterend de meteogoeroes en weatherbabes die dit slechte weer maar niet hebben zien aankomen. Andersom kan natuurlijk ook. Je wordt wakker, kijkt door het slaapkamerraam en staart tegen een sombere, laaghangend grijs wolkentapijt. Dus denk je, dat wordt niks vandaag, kruip maar weer onder de wol. Als dan enkele uren later je prachtige parelwitte stapelwolken toelachen, waartussen de zon regelmatig schijnt, voel je je bedrogen.

Zelf voorspellen

Als motorrijder wil je eigenlijk weer hebben waarop je kunt rekenen. Maar helaas, we wonen in dat kikkerlandje aan de Noordzee en niet in een streek met een standvastig klimaat. Toch kent Nederland in principe maar drie weersoorten: zonnig warm zomerweer, koud winterweer met vorst en wisselvallig weer met soms regen of buien, dan weer opklaringen of alleen bewolking. Dit derde type, weer dat onstabiel en dus onberekenbaar is, komt in Nederland het meeste voor. Maar als weersinstituten er regelmatig naast zitten met hun voorspelling, valt er dan voor de gewone biker nog eer te halen om zelf het weer te voorspellen? Jazeker. Wie goed naar wind en wolken kijkt en enkele volkswijsheden in het vizier houdt, kan vooral op lokaal niveau de globale weersverwachting met succes verfijnen en corrigeren. Lucht en wolken zijn prima weervoorspellers, al moet je wel bedenken dat je voorspelling niet langer dan een dag, in uitzonderingsgevallen 36 uur, geldig zijn.

Blauwe luchten en contrails

We beginnen met een wolkenloze hemel. Als er geen wolkje aan de lucht is, let dan allereerst op de kleur van het blauw. Is dit licht en helder dan blijft het mooie, droge weer voortduren. Verbleekt het blauw na verloop van tijd of wordt het wit dan is een weersverandering op til. Dat komt omdat het zonlicht nu meer verstrooid wordt doordat er meer vochtdeeltjes in de lucht zitten. In principe geldt: hoe droger en schoner de lucht, hoe intenser het blauw. Maak je trouwens niet bezorgd als je van het platteland, waar de hemel nog strakblauw was, een stad of industriecomplex binnenrijdt en het blauwe firmament opeens fletser van kleur is. Dat komt door de uitstoot van gassen in die gebieden waardoor het aandeel stofdeeltjes en waterdamp in de lucht stijgt en het zonlicht dus meer verstrooid wordt. Een ander fenomeen is als de lucht in het voorjaar of in de zomer plotseling zeer diep blauw kleurt, want dan is het zeer snel gedaan met het mooie weer. Dit donkerblauw of indigo treedt alleen op in onstabiele atmosfeer met krachtige winden op middelbare hoogte. Binnen enkele uren kun je zware buien met onweer en hagel verwachten.

Cirrus

Deze uitgewaaide cirruswolk lijkt op een in de breedte uitgetrokken contrail. Ze ontstaan als een warmtefront tegen een koudefront opkruipt. Zet dit door dan regent het vaak binnen 24 uur.

Een extra indicatie hoe het weer zich bij wolkenloze hemel ontwikkelt, geven de condensstrepen van vliegtuigen. Deze contrails (een samenvoeging van condensation en trails) verraden veel over de atmosfeer op grote hoogte. Daar vriest het meer dan veertig graden en omdat koude lucht maar weinig waterdamp kan bevatten, condenseert de extra waterdamp die uit de straalmotoren komt meteen en leidt zo tot wolkenvorming in de vorm van strepen. Blijven die contrails maar korte tijd als smalle, rechte lijnen zichtbaar dan valt er op korte termijn geen verandering te verwachten. Lossen de vliegtuigstrepen daarentegen langzaam op, rafelen ze uiteen en bedekken ze steeds meer blauw dan is in de regel slecht weer op komst.          

Wolkenatlas

De wolken kun je in ruwweg twee groepen verdelen: gelaagde wolken en stapelwolken. De gelaagde wolken hebben, doordat lucht over grote afstand met geringe snelheid opstijgt, zo’n uitgestrektheid dat ze eruit zien als een egale horizontale laag. Men deelt ze naar hoogte waarin ze voortdrijven onder in hoge (boven 6 km), middelbare (tussen 2 en 6 km) en lage bewolking (lager dan 2 km). Stapelwolken ontwikkelen zich daarentegen verticaal. Ze ontstaan wanneer lucht van kleinere omvang zeer snel opstijgt, waardoor de wolken bloemkool- of torenachtige vormen aannemen.

Mengvormen van deze twee groepen komen ook voor en al deze wolkengeslachten en -variëteiten dragen Latijnse namen. In het begin is dit wat lastig, maar als je het volgende onthoudt, kom je er wel uit: zo zit in de namen van stapelachtige soorten altijd het woord cumulus. Gelaagde bewolking gaat altijd vergezeld van het woord stratus. Alto is hoog, nimbus is regenwolk en cirrus betekent veer of vezel. Alle verschillende wolkenvormen zijn samengebracht in een internationale wolkenatlas die over de hele wereld wordt gebruikt, bijvoorbeeld in de luchtvaart. Maar het gaat een beetje te ver om ze hier allemaal op te voeren. We beperken ons dan ook tot de wolkenvormen die ook voor de geïnteresseerde leek en motorrijder een betrouwbare weersvoorspelling opleveren.

Vederwolken, melklucht en schaapjeswolken

Op de eerste plaats zijn dat cirruswolken of vederwolken. Deze witte, vezelige of pluizige wolkjes zeilen in de hoogste etage van de atmosfeer voort, op ongeveer 10 km hoogte. Zijn het krijtstrepen die niet rafelen en vrijwel stil hangen, of heel langzaam van oost naar west trekken, dan blijft het mooie weer aanhouden. Maar windveren met aan de uiteinden haakjes of komma’s die snel van west naar oost drijven, duiden op een weersverslechtering. Deze worden door de straalstroom tot ver voor het lagedrukgebied en het warmtefront uitgeblazen en binnen 36 uur mag je regen verwachten. Warme lucht is lichter dan koude lucht en bij de komst van een warmtefront kruipt de warme lucht dus tegen de koude lucht op. Cirruswolken met haakjes en komma’s zijn daarvan op grote hoogte de eerste voortekenen. Daarna komt de wolkenbasis geleidelijk omlaag en vormt zich op ongeveer 8 km hoogte een melklucht, cirrostratus ge-naamd. Het is een egale melkwitte wolkensluier waar de zon of de maan nog doorheen kunnen schijnen. Vaak zijn dan prachtige kringen om zon of maan te zien die ontstaan doordat ijskristallen in de cirrostratus de lichtstralen op een bepaalde manier breken. Het oude gezegde ‘kring om de zon, regen in de ton’ berust inderdaad op waarheid, want bij zo’n verschijnsel mag je in de komende 24 uur regen verwachten. Datzelfde geldt voor cirrocumulus, ook wel fijne schaapjeswolken geheten, die op een gemiddelde hoogte van 8 km vaak in keurig gerangschikte rijen overdrijven. Ook zij duiden op een onstabiliteit van de lucht op grote hoogten.

Minder eenduidig zijn de grove schaapjeswolken die één etage lager op een gemiddelde hoogte van 6 km door de lucht trekken. Deze altocumulus zijn veel dikker dan cirrocumulus en geven schaduw als ze voor de zon kruipen. Soms is de kudde van wollige schaapjes zo aaneengeregen dat de zon helemaal niet zichtbaar is. Als er gaten in deze bewolking ontstaan duiden die op een oplossende wolkenlaag en op de komst van een hogedrukgebied; mooi weer dus. Maar worden de schaapjes almaar dikker dan ligt binnen 12 uur een weersverslechtering op de loer. In warme zomermaanden moet je erop letten of deze schaapjeswolken wattige uitstulpingen in vorm van torentjes of kantelen krijgen. Die wijzen op grote instabiliteit op middelbare hoogten en zijn een voorbode van onweer.

Het tweede wolkengeslacht op middelbare hoogte is altostratus. Dit is evenals melklucht een vrijwel egale bewolking zonder structuur maar dan wel lager – op ongeveer 4 km hoogte, dikker en grauwer. Sommige gedeelten zijn dun genoeg om de zon er vaag door te kunnen zien. Wanneer deze uitgestrekte bewolking zo dik wordt dat er geen zon meer door kan komen, zal er binnen enkele uren neerslag uitvallen. Meestal wordt deze bewolking opgevolgd door nimbostratus. Dit zijn vormloze, donkergrijze wolken op lage hoogten waaruit het een hele dag kan regenen of sneeuwen.

Tot slot nog een geslacht uit de groep van gelaagde wolken. De in Nederland meest voorkomende wolkenvorm is stratocumulus of golfwolk. Het is een vrij gelaagde, lichtgrijze of donkergrijze bewolking op ongeveer 2 km hoogte die soms een duidelijke structuur bezit met daarin evenwijdige banden van rollende golfjes. Heel vaak drijft stratocumulus met een noordwestenwind vanaf de Noordzee ons land binnen. Hoewel deze golfwolken somber en soms zelf dreigend aandoen, valt er vrijwel nooit neerslag uit en kun je je regenpak gerust thuis laten.

Stapelwolken

Cumulus en cumulonimbus zijn de wolkengeslachten van de zich verticaal ontwikkelende wolken. Ze ontstaan door thermiek, als de zon in een hogedrukgebied de aarde kan opwarmen. Warme luchtbellen aan de grond zijn lichter dan hun omgeving en stijgen op, koelen dan af als ze hoger klimmen en op een gegeven moment gaat de waterdamp condenseren om zo een stapelwolk te vormen. Cumulus, de gewone stapelwolk, wordt ook mooi-weer-wolk genoemd, is aan de basis plat en van boven vriendelijk golvende bolletjes. De door de zon beschenen koepelvormige bo-venkant van deze wolken zijn meestal verblindend wit. Naar gelang het ontwikkelingsstadium lijken ze op kleine watten, bloemkolen of gezichten die voortdurend van vorm veranderen. Vaak drijven de stapelwolken op de wind keurig gerangschikt in rijen voort; dit worden wolkenstraten genoemd. Luchten met cumulusbewolking komen in Nederland vaak voor en het is eigenlijk de geroemde Hollandse lucht die favoriet waren bij de 17de eeuwse landschapsschilders. Cumulus geeft zelden neerslag.

Dat verandert als cumulus naarmate de dag vordert, uitgroeit tot cumulonimbus, een buien- of onweerswolk die tot wel 13 km in de hemel kan reiken. Deze bewolking is aan de onderzijde donkergrijs en heeft een nogal dreigend uiterlijk waarbij de bovenzijden tot spectaculaire superbloemkolen aanzwellen. Vaak is aan de top een uitwaaierend aambeeld waar te nemen, een teken dat onweer op komst is. Een cumulonimbus geeft in tegenstelling tot cumulus altijd neerslag en soms kan het flink te keer gaan met stortregens, onweer, hagel en zware windstoten. In West-Europa gebeurt dit laatste vooral in de zomerperiode, als het land warm is en er dus veel thermiek voorhanden is. Niet voor niets heeft de maand juli bij ons de bijnaam dondermaand. De meeste kans op een zomerse onweersbui heb je op de warme zandgronden van de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en de Brabantse Kempen.

Stratocumulus

Behoort tot de lage bewolking en vormt zich dus onder een hoogte van 2,5 kilometer. Er komt vrijwel nooit regen uit.

Onweer

Onweer en de daarmee gepaard gaande bliksem heeft de mens altijd gefascineerd en angst aangejaagd. Onweer kan zich bij twee verschillende omstandigheden ontwikkelen. Ten eerste als een koufront tegen warme lucht botst. De warme lucht moet hierdoor zeer snel opstijgen en die optilling kan doorgaan tot wel 13 km hoogte zodat onweersbuien ontstaan. Dit frontale onweer komt dus ook in de winter voor. Warmteonweer daarentegen is het alleenrecht van warme zomerse middagen en avonden. Ze worden vanaf de grond doorlopend gevoed met warme lucht die veel waterdamp bevat. Je begrijpt nu dat je bij zwoel weer beter een terrasje kunt opzoeken op het platteland. Steden zijn op warme dagen hitte-eilanden die een onweersbui extra activeren. Boven de stad is er veel sterkere opstijging van warme lucht dan boven weilanden, onder andere omdat de wind door de gebouwen minder verkoeling kan geven en het stedelijke asfalt dus snikheet wordt. De beste plek, het klinkt raar, is aan een meer of in elk geval een flinke plas water. Want als de onweersbui boven het veel koelere water terechtkomt, is de motor van de opstijgende lucht verdwenen en zakt de bui in elkaar.  

Volksweerkunde

Vroeger was er geen weersinstituut als het KNMI of Meteocon-sult. Toch moesten boer, schipper en molenaar een idee hebben hoe het weer zich zou ontwikkelen. Zo werd van vader op zoon door ervaring een behoorlijke weerkennis opgebouwd. Veel regels werden op rijm gemaakt want dat was gemakkelijk te onthouden. Hoewel veel van deze spreuken op bijgeloof berustten, zijn er toch genoeg die een kern van waarheid hebben en ons ook nu nog een betrouwbare weersvoorspelling opleveren. Spreuken als ‘avondrood, mooi weer aan boord’ en ‘morgenrood, water in de sloot’ hebben zeker voorspellende waarde. Een andere bekende spreuk is ‘wind in de nacht, regen in de gracht.’ Ook die bezit een kern van waarheid. Ge-middeld is de windsnelheid overdag het grootst omdat door verwarming meer thermiek en turbulentie ontstaan. Bij stabiel weer neemt bij het ondergaan van de zon de wind af. Blijft het ook in de nacht waaien of gaat hij juist dan toenemen, is slecht weer in aantocht. De zon kan hier immers niet verantwoordelijk voor zijn maar wel de toenemende luchtdrukverschillen van een naderende depressie.

Cirrostratus

De wolken bestaan uit fijne ijskristallen en vormen vaak mooi gerangschikte propjes. Als cirrocumulus gevolgd wordt door cirrostratus wolken, kan dat wijzen op een naderend warmtefront.

Ook dieren zijn weervoorspellers, maar reageren doorgaans op veranderingen die al plaatsvinden. De voorspellingen die je erin wilt zien, heeft dan ook alleen betrekking op zeer korte termijn, meestal niet langer dan een paar uur. Bijvoorbeeld donderbeestjes, kleine zwarte kevertjes die soms bij onweer-achtig weer in grote aantallen neerstrijken. Of ‘zwaluwen laag, water in de kraag’ tegenover ‘zwaluwen hoog, het blijft droog.’ Spreuken die goed verklaarbaar zijn. Bij mooi weer stijgt warme lucht op die de insecten mee omhoog nemen, de zwaluwen moeten het dan ook hogerop zoeken om aan voedsel te komen. Wordt het nu vochtig weer dan verdwijnt die thermiek en vliegen de insecten én bijgevolg de zwaluwen lager. En als laatste: motorrijders. Hebben hun gedrag voorspellende waarde? Natuurlijk, als je die in groten getale over de asfaltwegen ziet zoeven, dan wordt het beslist fantastisch mooi weer.

Cirrocumulus

Ook deze bewolking kan een voorbode zijn van een naderend warmtefront, vooral als de bewolking dikker wordt..

Ducati bevestigt de Multistrada V4 voor 2021

0

In een ongebruikelijke stap heeft Ducati in een persbericht bevestigd dat de veelbesproken Multistrada V4 niet volgend jaar, maar in 2021 op de weg zal komen.

Het zijn hoe dan ook gouden tijden voor Ducati. Het merk meldt ook dat de 100.000ste Multistrada de fabriek heeft verlaten.

In de aankondiging schrijft Ducati dat het V4 blok beschikbaar zal zijn naast de 1260 en 950 V-twins.

De Desmosedici Stradale krijgt natuurlijk een andere afstemming dan zijn superbike tegenhanger. Het vermogen zal vermoedelijk minder zijn. Bovendien zal het topvermogen bij een lager toerental beschikbaar om het beter geschikt te maken voor gebruik op de openbare weg.

Waarom zo’n vroege aankondiging?

Interessant in dit alles is dat Ducati kennelijk de behoefte voelde om de V4 Multistrada meer dan een jaar voor het debuut aan te kondigen. In het algemeen proberen fabrikanten dit te vermijden, omdat het de verkoop van de bestaande modellen die al bij de dealers staan negatief kan beïnvloeden.

Over een paar weken debuteert Ducati in Rimini met de nieuwe Streetfighter V4. Het hardnekkige gerucht van de Multistrada V4 dreigde de lancering van de Streetfighter te overvleugelen. Mogelijk dat Ducati om die reden heeft besloten al zo vroeg de komst van de Multistrada V4 aan te kondigen.

Concurrentie de pas afsnijden

Wat ook mogelijk is – en dat is ook de meest waarschijnlijke reden, dat Ducati wil voorkomen dat de verkoop naar andere merken gaat. Voor 2020 staat er immers ook een nieuwe BMW S1000XR op het programma en de KTM 1290 Super Duke R krijgt ook een vrij substantiële update.

Maandelijks bijna 175.000 motorrijders op motor.nl

0
motornl website

In mei gingen we los met Motor.NL Nieuwe Stijl. De redactie wist wat ze te doen stond. Overtuig motorrijders met goede verhalen, tests en video’s waardoor ze regelmatig op de site browsen. Dat is gelukt. De lat lag voor 2019 op 150.000 unieke bezoekers per maand. Inmiddels zijn dat er 175.000. En dat binnen een half jaar. Hoe hebben we dat geflikt?

Kennis van techniek

Het begon met de achterkant – het coderen – van de website. Bart Verhoeven is niet alleen onze producent van video’s én presentator, hij weet ook het een en ander af van programmeren en webdesign. Door het inzetten van het juiste content management systeem, dat is zeg maar het besturingssysteem van de site en kennis van hoe Google – de zoekmachine – dagelijks het internet in kaart brengt, wist hij een site te bouwen die vanaf dag 1 door het plafond ging. Zeker de afgelopen twee maanden ging het hard. Daarnaast leest tegenwoordig bijna 75% van onze bezoekers op Motor.NL de artikelen via een smartphone. De snelheid van de website is dan het meest belangrijke. Tijdens de bouw van de nieuwe website was dit dus ook het uitgangspunt. Berichten en reportages verschijnen vliegensvlug op je smartphone terwijl het laden van de pagina’s slechts een minimale hoeveelheid data vergt.

Maandplannen

Met alleen techniek ben je er niet. Dus brachten we het redactieteam in stelling. Internet is het nieuwe bladenlezen en zo wordt Motor.NL ook door ons gezien. Net als bij de gedrukte motorbladen die we maken bepaalt de maandplanning welke reportages, tests en video’s op welk moment op de site worden gepubliceerd. Voor een Nederlandse motorsite is deze werkwijze uniek. Die kan alleen maar slagen wanneer er voldoende relevante reportages en video’s worden gemaakt. En dat lukt omdat de redacteuren die verantwoordelijk zijn voor MOTO73, Promotor en Classic & Retro ook schrijven voor Motor.NL.

Bizarre cijfers

De afgelopen maanden keken we met een schuin oog naar Google Analytics. Kwamen onze ideeën uit? Hoeveel motorrijders zijn er op de site? Welke publicaties lezen ze? Waar wonen ze? Op sommige momenten waren meer dan 350 motorrijders tegelijk op Motor.NL aan het lezen en kijken. En er zijn dagen – vooral donderdagen – dat de teller rond 00.00 uur eindigt op meer dan 10.000 bezoekers. Dat zijn bizarre aantallen waar we behoorlijk verrukt van zijn. Deze cijfers onderbouwen ons idee dat er meer dan genoeg motorrijders zijn die goede en relevante reportages op prijs stellen. Die reportages zijn overigens gratis te lezen, mits je je met een account kenbaar aan ons hebt gemaakt.

Onze missie

Zoals zoveel bedrijven hebben ook wij een missie om onze doelstelling: maandelijks 300.000 motorrijders bereiken met Motor.NL. Die missie luidt: We willen motorrijders laten rijden tot het niet meer lukt. Dat doen we door je te informeren, inspireren en activeren. We testen en filmen motoren voor je, we organiseren events voor 10.000 motorrijders of voor 28, we maken motorreizen waaraan je mee kunt doen, we zetten motorroutes uit in binnen- en buitenland. En dat doen we bijna iedere dag, jaar na jaar. De een noemt het gekte, de ander passie. Voor ons is het dat: wij hebben gewoon ongelooflijk veel lol in ons werk. En jij, lezers van onze reportages, (video)tests en alles wat we doen maakt dat mogelijk. Daarom gaan wij voor jou door het vuur en zijn we drukker bezig dan ooit. Eens bereiken we met Motor.NL maandelijks die 300.000 motorrijders.

Eigenlijk zijn we nog maar net op weg!

Nieuwe kleuren voor de 2020 Kawasaki Vulcan S

0
2020 Kawasaki Vulcan S.
De 2020 Kawasaki Vulcan S.

Na het geheimzinnige Kawasaki-bericht van vanochtend, is het nu tijd voor minder mysterieus nieuws. In 2020 is de Vulcan S namelijk in drie uitvoeringen beschikbaar, iets dat we echt heel zeker weten.

Als eerste is daar Metallic Flat Spark Black. Daarnaast zijn er nog twee SE-uitvoeringen: Metallic Spark Black met gouden accenten en Metallic Spark Black met groene accenten.

Accessoires

Verder zijn er ook nog twee accessoire-pakketten beschikbaar. Het Sport-pakket met een Arrow-uitlaat en Smoke-windscherm en het Light Tourer-pakket met een groter windscherm, sissybar en lederen zijtassen.

De 2020 Vulcan S staat vanaf november in de showroom.

Nieuwe van RST: Isle of Man TT Grandstand combi

0
RST IOM Grandstand

Motorkleding van RST is vooral bekend bij wat sportievere motorrijder. Dat zal onder andere komen doordat RST zich al jaren inzet voor de Isle of Man Tourist Trophy en de variant voor klassieke motoren. Die inzet beperkt zich niet alleen tot een zak geld, maar ook met kennis en mankracht om het giga-event jaarlijks tot een goed einde te brengen. Heel wat TT-coureurs rijden dan ook in een combi van RST, maar MotoGP-coureurs hebben de weg naar RST inmiddels gevonden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat RST een serie motorkleding aanbiedt onder de noemer Isle of Man TT. Handig bedacht, want de serie bevat zowel toer- als sportieve pakken. De Grandstand – een tweedelige combi – kenmerkt zich door grote stukken runderleer van 1,1 tot 1,3 mm voor een betere slijtvastheid én de acceptabele prijs.

Specs RST Isle of Man TT Grandstand

  • Geventileerd runderleer 1,1/1,3mm dikte
  • CE-gecertificeerd Klasse A
  • CE lev. 1: bescherming rug, schouders, ellebogen, knieën
  • Externe verstevigingen van TPU rond de schouders en ellebogen
  • Versterkt zitvlak met extra leerdikte
  • Dubbele of driedubbele naden afhankelijk van de zones
  • Stretch zones voor extra comfort: 4 zones
  • Stukken Race neopreen manchetten en hals
  • Gefixeerde meshvoering
  • Hals en manchetten van Race neopreen
  • Ritssluitingen Max
  • Ventilatie: geperforeerd leer
  • Afneembare sliders met klittenband: Isle of Man TT (limited edition)
  • 2 binnenzakken

Kleuren: Zwart, Zwart/Wit
Maten: XS tot 3XL
Prijs: Aanbevolen verkoopprijs €549,-

Altijd weer die auto’s, maar nu even niet

0

Motorrijders en auto’s, het blijft een vrij lastige combinatie en dat zien wij niet zomaar één, twee, drie veranderen. Of toch wel een beetje… Volvo Car Nederland introduceert namelijk de Volvo Lifesaver en daar kun je ook als motorrijder iets aan hebben (zelfs als je niet op de motor zit). Het is namelijk een pilot waarbij twintig auto’s van Volvo-eigenaren uitgerust worden met een AED, een Automatische Externe Defibrillator.

Het draagbare apparaat – dat met een elektrische schok het hartritme kan herstellen bij een hartstilstand – is gekoppeld aan HartslagNu, het landelijke oproepsysteem voor reanimatie door burgerhulpverleners. Naar verwachting gaan in oktober 2019 de eerste Volvo’s met een AED de weg op.

Het bijzondere hieraan is dus dat Volvo zich niet alleen richt op de inzittenden van de auto, iets dat je normaal altijd ziet als het om veiligheid gaat bij auto’s, maar ook op mensen ‘buiten de auto’. Zie het als een ambulance die altijd in de buurt is. In Nederland zijn te weinig AED’s aanwezig, vooral in Noordoost-Nederland. Daarom start Volvo Car Nederland in dit gebied met de pilot. Het aantal burgerhulpverleners in deze regio is bovendien juist hoog.

Rijdt één van de Volvo’s uit de pilot in de buurt, dan krijgt de bestuurder hiervan – die ook burgerhulpverlener is – een melding via het infotainment-systeem in de auto. Vervolgens kan hij of zij met één druk op de knop navigeren naar de plek waar iemand een hartstilstand heeft gekregen. Een groot voordeel als je weet dat elke minuut dat er eerder wordt gehandeld er circa 10 procent meer gezondheidswinst behaald wordt.