woensdag 22 april 2026
Home Blog Pagina 1122

Zwarte Woud: Todtnauer Ferienland

0

Zelfs de wegen van en naar de mooie routes zijn mooie routes. Duivels mooi, zelfs. En de Motorrad-Club Todtnau e.V. liet ons de allermooiste zien.

Niek van der Heijden

Het gebied hoort bij het Zwarte Woud, vanouds een motormekka. Dit stukje Duitsland ligt vol met mooie bochten, dito vergezichten, legendarische wegen. Dat zie je terug aan het aantal motortoeristen dat er rond rijdt. Geen nood, het gebied is groot genoeg. Alleen voor sommige motorhooligans uit Zwitserland die de pakkans in eigen land te hoog vinden, blijkt het wat klein: in de twee dagen dat we hier rondreden, zagen we er twee aan de kant van de weg liggen… Een duidelijke waarschuwing dat je hier wel degelijk aan het bergrijden bent op de openbare weg, en niet op het circuit. Het is niet voor niets dat Goethe in deze omgeving, in Staufen om precies te zijn, dr. Faust zijn ziel aan Mephisto liet verkopen. Dit paradijselijke landschap heeft duidelijk twee kanten, en die krijgen we in ons lange weekend allebei te zien.

Hirschen

Elke tweede horeca-gelegenheid in dit gebied heeft Hirsch (hert) in zijn naam. Wij slapen heerlijk in Gasthaus Hirschen, dat ligt in Todtnau-Brandenburg, door een paar fraaie bochten verbonden met Todtnau zelf. Lekker wakker worden zo. We – mijn motormaat Sjoerd op zijn Vulcan 1500 Classic en ik op een Norge – hadden onze heenweg nodeloos lang gemaakt door te proberen via uitsluitend landelijke weggetjes van Gouda naar het Zwarte Woud te rijden, en daarna werden we ook nog gastvrij ontvangen in de Pfeffermühle, het stamlokaal in Todtnau waar de club regelmatig verblijft. De waard is een Engelse biker van de zwaar getattoode variant die luistert naar de naam Andy, en er hangt een onmiskenbare motorsfeer, die je dus aan de naam niet afleest. De clubleden zelf passen naadloos in Promotor: OSM, ons soort motorrijders.

Het verzamelpunt voor de club lag bij zo’n mooie Schwarzwalder boerderij. Je verwacht elk moment een dirndl met taart, en een paarsbonte koe op zo’n plekje. Maar dit is geen decor, dat hout is niet gebruikt omdat het zo leuk op de foto gaat. En de mannen – plus één dame – om ons heen zijn hier thuis.

Koetjes

Max Kröger, die naast prominent clublid ook nog eens van de VVV is, belooft ons veel bochten, tijd om foto’s te maken, en fraaie landschappen. En hij blijkt op zijn 1150 GS ook nog eens prima te kunnen sturen. Als hij voor ons uit gaat slingeren, wil ik eigenlijk elk moment wel stoppen voor foto’s, zo fraai is het hier. ‘Liefelijk’ borrelt naar boven, maar het is daar eigenlijk net te groot voor. Bij het eerste uitkijkpunt stopt Max, en dus iedereen. Hij wijst op de koeien die het landschap stofferen. En die verhouden zich tot onze koeien als de bergen om ons heen zich verhouden tot de Alpen. Koetjes voor op bergjes. Sjoerd – zelf twee meter en een meter breed/diep – blijkt onmiddellijk een verstehensrelatie met de diertjes te hebben; ze eten uit zijn hand en zijn helemaal niet bang voor deze reus. Het landschap vervult me met diepe tevredenheid; zo moet onze lieve heer het bedoeld hebben, toen hij het Zwarte Woud bedacht. We slingeren door. Naar het volgende uitkijkpunt, waar je het beschermde natuurgebied de Gletscherkessel Präg kan overzien. Genoemd naar de zes gletschers die hier ooit bij elkaar kwamen. Het ijs was hier en daar een halve kilometer dik…

Blérpijp

Het prachtige uitzicht wordt nu gedomineerd door een blérpijp, die met gemak het dal met herrie vult. Beneden ons zien we de Rennweg, één van de redenen waarom zoveel Zwitsers hier komen motorrijden, terwijl ze toch zelf ook niet echt om bergweggetjes verlegen zitten. ‘De Rennweg is een dodenweg geworden’, somberen onze toergenoten. Jammer, want als we hem later zelf rijden blijkt dat hij zijn naam niet ten onrechte heeft. Over zijn reputatie kan ik niet oordelen, bij ons ging alles goed. Wat een bochten, wat is dit lekker sturen! Ook met de demper nog in je uitlaat. De Guzzi gorgelt en bromt onder me dat het een lieve lust is, maar wel in het nette.

We stoppen bij Gasthof Hirschen in Präg, waar ik de lekkerste gebakken lever sinds jaren krijg voorgeschoteld. Heerlijk buiten eten, onder de parasol. Je zou hier aan een middagdutje gaan denken, maar Max – toch wat opgejaagd door alle fotostops – vertelt dat we nu langs de snelle route naar Staufen gaan. Want daar wacht Mephisto op ons.

Hoogmoed

Dr. Faust woonde in de middeleeuwen in Staufen, waar hij zijn werk uitzonderlijk goed scheen te doen. Goethe maakte gebruik van de mythevorming rond de man, door hem in zijn Faust te beschrijven als slachtoffer van de duivel, Mephisto. Die wedde met God dat hij iedereen, maar dan ook iedereen kon overhalen een pact met hem te sluiten. En in Faust, die graag beter wilde zijn dan iedereen, vond hij een willig slachtoffer. Dat liep natuurlijk slecht af, voor de hoogmoedige dokter.

Cantharellen

Faust loopt nog steeds rond in Staufen, als een oud, gebogen en zielig mannetje. Dat soms ineens verandert in Mephisto, die het stadje verklaart volgens de duivelse principes: auto’s en motorfietsen zijn goed, want die vervuilen, de kerk bezorgt hem angstgevoelens, in tegenstelling tot vreemdgaande stadgenoten, die weer zijn volledige steun genieten. Je kunt als toerist inschrijven op zijn rondleiding, die eindigt met een toneelspel, waarin hij de deelnemers verleidt om mee te acteren. Geweldig leuk, deze Mephisto-vertolker blijkt zich uitmuntend ingeleefd te hebben. Misschien heeft hij ook wel een pact met de duivel gesloten…

De zon schijnt op de haarspeldbochten, als we naar Todtnau terugrijden. Een pittige rit, met de nodige fraaie landschappen. In ons hotel genieten we van de heerlijkste cantharellen, en we praten na met Felix en Martin, twee van onze toergenoten van die dag. De eerste een echte motortoerist, die graag samen met zijn vrouw op zijn ST1100 het Zwarte Woud doorkruist. Zijn motorverleden begon al in de jaren zeventig, de tijd van de Rockers. Martin is iets jonger; hij begon in ’79 en reed jarenlang alleen motor, geen auto. Alles wat dankzij een verbrandingsmotor loopt – en stinkt – heeft zijn warme belangstelling, maar open voertuigen voeren daarin toch de boventoon. Sinds ’83 rijdt hij op zijn Ducati Darmah, en inmiddels heeft hij daar de kinderziektes wel uitgesleuteld…

Rodelen

De dag begint bij een Rodelbaan voor in de zomer, in het hart van Todtnau. Ik voel er weinig voor om mezelf meteen wagenziek te maken – daar ben ik erg gevoelig voor. Sjoerd en de rest laten zich deze gratis rit niet ontnemen, en ik klim langs de naastgelegen mountainbikebaan naar een punt waar ik goed kan fotograferen. Dat lukt, en beneden zie ik het gezelschap weer. Dat mountainbiken, daar moet je ook ballen voor hebben: die gasten storten naar beneden langs een helling waar ik handen en voeten nodig heb. Indrukwekkend, hoor.

Wij bestijgen onze eigen bikes, om een uurtje of twee door allerlei vrij nauwe holle weggetjes te gaan rijden. Er komt niet veel zonlicht op de weg, maar waar het even iets breder is, kunnen we een groepsfoto maken. Hoort er bij, bij zo’n trip. De lunch in Dachsberg brengt forel, ook al iets wat ze hier in de omgeving kunnen vangen. En hij smaakt wederom fantastisch, ook culinair is het hier bijzonder. Toch heb ik nog nergens Schwarzwalder Kirschtorte gescoord, daar moeten we nog wat aan doen. Tot nog toe was het meer Hirsch dan Kirsch.

Sankt Blasien

De duivelse verleiding van gisteren wordt meer dan goedgemaakt door de Dom van Sankt Blasien. Van buiten een mooi gebouw, van binnen een prachtige witte koepel die alleen door zijn uitstraling je al in een spirituele sfeer brengt. Soms heb je dat, ook bij mooie beeldhouwwerken: die zijn zo in balans dat ze je ontroeren. Dat doet deze kerk ook met mij. Diep onder de indruk leg ik mijn hoofd op de middenstip. Die zie je vaker in kerken met een koepel, om aan te geven waar precies de bol van de koepel de grond zou raken, als hij geen halve bol was geweest. Ik leg mijn hoofd daar om een foto van de koepel te kunnen maken, maar mijn toch niet echt kinderachtige groothoeklens kan het allemaal niet bevatten. Net als mijn denkraam. Evengoed zie ik in de zoeker een fraai beeld. Duitse barok op zijn best. De kerk vormt helemaal een mooi geheel, met prachtige details, die wat frivoler aandoen dan de rest van de kerk. De engeltjes bij het orgel, bijvoorbeeld. We krijgen een rondleiding van Emil en Amy, die ook meerijden met de groep. Zij weten veel van de Dom, maar mijn geest wordt toch vooral steeds in beslag genomen door de visuele aspecten van de sleutelgatvormige kerk. Aanpalend aan de ronde ruimte vind je kapellen, stilteruimtes en dergelijke. Allemaal duidelijk nog volop in gebruik voor meditatie en religie.

Aangeraakt door een andere werkelijkheid stap ik weer naar buiten. Ik zou nog wel een uurtje door willen fotograferen. Vreemd eigenlijk, als zo’n gebouw mij raakt, wil ik daar een visuele draai aan geven. Terwijl ik toch met de pen mijn brood verdien… Hoe dan ook, de Dom is de moeite van een bezoek waard, ik zal er zeker nog eens terug komen.

FF blazen

Samen met Martin verlaat ik St. Blasien, even niet opgehouden door de groep. Een Duc is een Duc en een Guzzi een Guzzi. We rijden even lekker door… Bij een stuwdam, net buiten de stad, klimmen we op het talud voor een goede fotolocatie. Veel toeristen hier, en ook een biker op een bizarre Harley-ratbike. Wij vervolgen met de groep onze weg. En raken vervolgens een deel van de groep kwijt, als ik een heel fotogenieke herder met schapen in de wei zie. Rolf Höfler, geflankeerd door twee Duitse Herders, vertelt me met enige trots dat hij en zijn kudde voorrang hebben op motorrijders. Een aardige ouwe baas, duidelijk vergroeid met zijn werk en zijn umgebung…

We rijden met een kleiner clubje verder. Tot mijn verbazing zie ik op een gegeven moment borden langs de weg: Felsberg, 1127 meter. Kennelijk zijn we een pas aan het rijden. En aan de andere kant gaat het ook lekker naar beneden. De rit eindigt op het dorpsplein van Todtnau, onder het zicht van het rustieke kerkje. De pullen bier laten er geen twijfel over bestaan waar we zijn. En ik raak aan de praat met Hans-Georg. Afkomstig uit het Ruhrgebied, alleen reizend op zijn fraaie BMW met zijspan, en een duidelijke stamgast bij de Todtnauer motorclub. Begrijpelijk, je rijdt daar heerlijk. En de mensen zijn allerhartelijkst. Volgende keer kom ik hier een weekje. Met mijn zoon, die dan hopelijk ook een rijbewijs en een motor heeft. Kan ik’m  leren bergrijden…

Voor jou getest: KTM X-Country

0
KTM X-Country rugzak

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van onze talloze testkilometers.

Oké, dat de rugzak oranje van kleur is, heeft meer van doen met het motormerk dat de rugzak aanbiedt dan iets Hollands, maar dat neemt niet weg dat het echt een rugzak voor Nederlanders is. Met name omdat er een zonnepaneel op zit. Briljant! Het paneel is gekoppeld aan een accuutje dat met 5.000 mAh de strijd aankan met de gemiddelde powerbank, maar in de rugzak blijft hij bijladen zolang het zonnetje schijnt. In de USB-poort prikken en gaan dus. Gratis stroom voor je telefoon of tablet; dat willen we allemaal wel, toch?

Plus en min

De rugzak an sich kan ook op heel wat lof rekenen, want net wanneer je denkt dat je alle vakjes hebt gevonden, vind je er nog eentje – helemaal onderin, waar een waterdichte overtrek in verstopt zit. Het voorste vakje onderaan openen verleent je toegang tot de bodem van het hoofdvak zonder alles eruit te hoeven halen, wat bij een erg volgepakte tas goed van pas kan komen. Verder is de rugzak voorzien van een speciaal paneel dat tussen je rug en de tas ‘veert’. Zo rust de tas niet strak tegen je rug en blijf je net dat beetje koeler. Over koel – of cool – gesproken: de kleur moet je liggen. Hij is namelijk wel heel erg oranje, maar daarmee ook wel erg zichtbaar, mede door de reflecterende KTM-letters.

Minpunten kent de rugzak ook, want het vast te klippen gaasje aan de voorkant is leuk bedoeld, maar iets van waarde zou ik er niet tussen durven steken, aangezien het wel heel gemakkelijk losschiet. Ook zitten de borst- en heupbanden niet zo lekker als bij vergelijkbare motorrugtassen. En ja, erg goedkoop is hij ook niet.

Product KTM X-Country rugzak
Prijs € 200,70
Verkrijgbaar Dealers

Zwarte Cross Lied in première

0
zwarte cross lied
zwarte cross lied

Niemand minder dan Eboman heeft het Zwarte Cross Lied ‘As you read’ in elkaar gedraaid. De bekroonde DJ deed dat tijdens het afgelopen festival. Hij verzamelde tijdens de vier festivaldagen een enorme hoeveelheid audio- en videomateriaal. De Zwarte Cross organisatie riep de bezoekers voor en tijdens het festival op om Eboman in de smiezen te houden: ‘Zorg dat je in beeld komt als je hem ziet en maak jezelf onsterfelijk!’ Dat is gelukt, het eindresultaat is deze uiterst melige video.

Tante Rikie
Zelfs festivaldirectrice Tante Rikie is onder de indruk: ‘Het is bonte verzameling van bezoekers, artiesten, atleten en deelnemers geworden. Hetet laat zien wat voor een uitbundig en kleurrijk festival de Zwarte Cross is. Alle beelden en geluiden zijn opgenomen op de Zwarte Cross en iedere keer als ik kijk of luister vallen mij nieuwe dingen op. Ik ben enorm onder de indruk!’

Zelf deelnemen
Als je volgend jaar wilt deelnemen aan de Zwarte Cross moet je je tijd niet verspillen aan deze video. Wees scherp want de inschrijving begint op 2 november.

Nieuwe kleurstellingen 2020 Kawasaki Ninja ZX-6R

0
Kawasaki Ninja ZX-6R 2020 kleuren
Kawasaki Ninja ZX-6R 2020 kleuren

Kawasaki’s Ninja ZX-6R is voor 2020 beschikbaar in twee nieuwe kleurstellingen: Metallic Spark Black en de KRT kleuren (Lime Green / Ebony). Kawasaki meldt niets over technische aanpassingen dus de supersport gaat ongewijzigd zijn tweede productiejaar in. De Supersport staat vanaf november in de showroom bij de Kawasaki dealer. Prijzen worden later bekend gemaakt. Zoals bijna altijd levert Kawasaki ook een Performance Pakket bij dit model. Het pakket voor de ZX-6R bestaat uit een Akrapovic carbon uitlaat, buddyseatcover, tankpad en kneepads.

Naast het traditionele groen in 2020 ook in dit zwart.

Motorfiets gestolen door paard

0
motorfiets gestolen door paard

Je mag van een KTM 125 Duke met 15 pk verwachten dat hij flink tegenstribbelt als hij wordt gestolen. Toch laat deze motorfiets zich als een mak schaap afvoeren door een mager paard dat niet eens een pk ophoest. ‘Het paard achter de wagen spannen’ heeft geen enkel nut voor ettertjes met losse handjes, een KTM achter dezelfde wagen spannen is verwerpelijk, maar waarschijnlijk wel een stukje lucratiever. De KTM werd midden op de dag gestolen in Dartford in Groot Brittannië. Een beveiligingscamera legde de surrealistische optocht van paard, wagen en oranje motorfiets vast.

Lees ook: Motorrijder vangt paard

Frankrijk: Kapen op de Kust

0

Een echte kaap hoort hoog, ruig en dramatisch te zijn. Er moet een tierende, allesverslindende zee tegenop beuken. En het moet er stormen. Kortom, een echte kaap is het voorportaal van de hel, een overtuigend einde van de wereld. De Noordkaap is zo’n kaap. Maar ook in Bretagne vind je een paar duivelse kapen: Cap Fréhel aan de noordkust en Pointe de Penhir en Pointe du Raz in het uiterste westen. Alledrie krijgen ze de maximale driesterrenwaardering van de Michelin-gids. Alledrie geven ze je een idee van wat je in het hoge noorden te wachten staat.

Jan Dirk Onrust

Ust

De tocht naar de Bretonse kapen is natuurlijk minder extreem dan de rit naar de Noordkaap. Maar het begint er op te lijken als je hartje winter gaat. En dat is precies wat wij doen. We vertrekken half januari, bij een temperatuur van 5 graden boven nul, met frontale windkracht 6 tot 7 en dreigende wolken. Je moet veel pech hebben om deze omstandigheden in juni in Noord Noor-wegen te hebben, maar uitgesloten is het niet. Vorig jaar nog had juni een paar koude dagen en lag er langs de weg hier en daar sneeuw.

Pointe du Raz

Pointe du Raz, het meest westelijke punt van Frankrijk, is de climax. De kaap is een Nationaal Monument dat voor Franse dagjesmensen op hetzelfde niveau staat als de Eiffeltoren of Mont St.Michel. Tot aan de Tweede Wereldoorlog stonden er zelfs vier hotels op deze kaap. Ze werden opgeblazen door de Duitsers, maar de toeristen bleven toestromen. Er kwamen zoveel bezoekers dat reisgidsen vermanende stukjes gingen schrijven. Pointe du Raz zou vertrapt zijn tot een maanlandschap. Woeste kaap én maanlandschap? Ons lijkt dat eerlijk gezegd twee voor de prijs van één. Om de toeristen op afstand te houden is een kilometer voor de kaap een bezoekerscentrum met winkelcomplex gebouwd. Een busje brengt de toeristen die niet willen lopen daarvandaan naar de kaap. Kost niets. Maar nu is alles gesloten en rijden we langs de geopende slagbomen recht op de eindbestemming af. We hebben geluk. Er staat een loeiende westerstorm en het zou nog springtij zijn ook. Nergens in Europa zagen we de zee meer tekeer gaan dan hier. Zware oceaangolven slaan met zoveel geweld tegen de rotsen dat het je verbaasd dat ze overeind blijven. Sommige golven veroorzaken huizenhoge spuitnevels. Overbodig te zeggen dat de veerdienst Ile de Sein, het eilandje dat je vanaf de kaap kunt zien, vandaag niet vaart. Pointe du Raz is een kaap met een rotsachtige uitloper die geleidelijk in zee verdwijnt en daarna nog enkele keren boven water komt. Verreweg de meeste bezoekers bekijken de uitloper, maken een foto en laten het daarbij. Maar als je lef hebt en de waarschuwingsborden negeert, kun je aan een klimpartij over de rotsen beginnen. Boven de diepste afgronden hangen touwen om je aan vast te grijpen. Maar op motorlaarzen is het oppassen geblazen. Pointe du Raz moet niet letterlijk het einde zijn. Je moet tenslotte nog eens het echte Europese eind-van-de-wereld bereiken. De Kaap der Kapen. De Noordkaap.

De eerste etappe gaat naar Honfleur in Normandië, een rit van ruim 600 km. Dat is ook zo ongeveer de dagelijkse afstand die je op weg naar de Noordkaap aflegt. Daar ben je dan een volle dag mee bezig, want de Zweedse en vooral de Noorse wegen lenen zich niet voor hoge snelheden. En de controles zijn streng. De Noorse politie zet je zonder aarzelen het land uit als je het te bont maakt. Lapland is een land van grote schoonheid, magie zelfs. Maar als het regent is het een taai en troosteloos stuk rijden. Om daar alvast aan te wennen, hebben we een gebied nodig waar het altijd naargeestig is en onophoudelijk regent. Oost Vlaanderen dus. In januari extra kleurloos! Via Antwerpen, Gent, Brugge en Veurne scoren we zo toch mooi even 175 km zwaarmoedigheid plus veertig sombere bonusmiles naar Calais. Als hier de melancholie niet toeslaat, is Lapland een eitje voor je.

Voorbij Calais breekt een zonnetje door, maar er komt geen warmte van af. Het is nog maar 2 graden boven nul. Mijn handen beginnen hier echt koud en gevoelloos te worden. Een paar handkappen op het stuur was erg handig geweest, maar gelukkig heb ik elektrische handschoenen meegenomen. Jammer alleen dat ik ze niet op de accu kan aansluiten: het slot van mijn buddy wil niet meer open. Bij mijn maat lukt het wel. Maar hij krijgt blauwe tenen in zijn peperdure Daytona’s. Ik heb een paar Sorel-laarzen aangetrokken waar expedities de Noordpool mee oversteken. Die zijn net voldoende om mijn voeten op temperatuur te houden.

Een wisselvallige wind kromt inmiddels de boomtoppen en dwingt doorlopend tot kleine evenwichtcorrecties. Dat en de kou vreten energie, waardoor je interne kachel na een aantal uren dooft. Wielrenners noemen het de ‘hongerklop’. Je zit verstijft achter het stuur en je hebt het reactievermogen van een dronken schildpad. Op dat moment zijn een maaltijd en een paar Marsen veel effectiever dan welke hi-tech kleding ook.

Honfleur: halverwege

Als we in Honfleur aankomen zijn we halverwege het eindpunt: Pointe du Raz. Een Laps woord voor halverwege is Kautokeino. Het is ook de naam van de plaats in het hart van Noors Lapland, die je passeert op weg naar de Noordkaap. Een groter verschil dan tussen Honfleur en Kautokeino is niet denkbaar. Honfleur is een van de meest sfeervolle stadjes van Frankrijk. Kautokeino staat bekend als de meest sfeerloze stad van Noorwegen. Honfleur bestaat voor een groot deel uit oude monumentale panden, er zijn talloze restaurantjes, kunstgaleries, luxe winkels en delicatessenzaakjes. De meeste zijn het hele jaar geopend. Zelfs op een mooie januaridag lopen er toeristen rond, staan er marktstalletjes en kun je er op een terras zitten. ’s Zomers is het erg druk en is elke lantaarnpaal versiert met kleurige bloemboeketten. Kautokeino daarentegen is een uitgestorven gat zonder centrum, waar de houten huizen tientallen meters uit elkaar staan. Niet de geringste poging is ondernomen om er iets gezelligs van te maken. Kautokeino is dus een extremiteit die je absoluut eens gezien moet hebben.

Cap Fréhel

Een kleine driehonderd kilometer van Honfleur en vijftig kilometer voorbij het voormalige zeeroversnest en zeer bezienswaardige St. Malo ligt Cap Fréhel. Een rood rotsplateau van 400 hectare op 70 meter hoogte. Onderaan de kaap kan het getijdenverschil oplopen tot twaalf meter. Erbovenop gaat de wind zo tekeer dat hoge bomen nauwelijks een kans hebben te groeien. Ook onze motoren lijken op de jiffy nauwelijks bestand tegen de beukende storm. We stallen ze op een beschutte plaats achter de vuurtoren om te voorkomen dat ze omwaaien.

Meer dan een miljoen toeristen komt jaarlijks op deze woeste locatie af. Zelfs op deze januaridag zijn er nog enkele tientallen bezoekers gekomen om even uit te waaien. Een van de bezoekers heeft een ander doel. Hij is van plan zich met auto en al van de klippen te werpen. Schokkerig rijdt hij zijn Peugeootje naar de rand van de afgrond, waar hij met loeiende motor en ingetrapte koppeling blijft staan. ‘Uitzetten die motor’, gebaart een andere bezoeker. De bestuurder blijft dof in de diepte staren. Dan neemt hij een besluit. Hij laat de koppeling los en… schiet achteruit de parkeerplaats op. Tegen een rotsblok komt hij tot stilstand. Misschien was het water toch te koud.

Menhirs op Penhir

Bretagne staat barstensvol menhirs. Meest bekend plaats is Carnac. Daar staan meer dan 5000 stenen opgesteld. De functie van menhirs is onduidelijk, waarschijnlijk hebben ze te maken met een religie waarin de zon werd vereerd. De menhirs van Lagatjar op Pointe de Penhir werden in 1928 gerestaureerd.

De Noordkaap heeft zijn wereldbol en het bezoekerscentrum. Op Cap Fréhel geven twee vuurtorens de kaap een eigen gezicht. De Vauban uit 1685, en een nieuwe vuurtoren uit 1950. Beide zijn gesloten voor bezoekers. Ook het restaurant met panoramisch uitzicht is nu dicht.

Wel open buiten het seizoen, tenminste in weekeindes en tijdens schoolvakanties, is Fort la Latte, een kleine twee kilometer ten oosten van de kaap. La Latte is een veertiende-eeuws fort dat over een rots heen ligt gedrapeerd. Spectaculair genoeg om als locatie te dienen voor films als The Vikings en Les Liaisons Dangereuses. 

Atlantik Wal

Vlak voor je Pointe de Penhir op rijdt, kom je langs een serie bunkers die onderdeel waren van Hitlers Atlantik Wal. De batterij Kerbonn mag dan meer dan 60 jaar oud zijn, machtig ziet ie er nog steeds wel uit. In het museum in een van de bunkers kun je kijken naar een korte video over de onderzeebootoorlog. Voor meer info over de Atlantische kustverdediging surf je naar www.atlantikwall.net.

In de nabijgelegen badplaatsjes (Sables d’or les Pins, Pléhérel-Plage, Erquy) is het in januari ook erg rustig en zijn de meeste rolluiken gesloten. Maar volledig uitgestorven is het niet. Hier en daar zien we een plukje surfers of een kampeerauto. In Erquy vinden we zelfs een prettig hotelletje aan zee met aangename prijzen.

Ongedierte

Door het Bretonse binnenland rijden we naar Pointe de Penhir. Eerst over wat witte doodstille kronkelweggetjes van de Michelin-kaart. Die zijn landschappelijk heel aardig, maar het is nogal een gepuzzel om de goede weg te vinden. En omdat het vannacht heeft geregend zijn ze verraderlijk glibberig. Dat schiet dus niet op zo. Dan maar rechttoe rechtaan over de rode wegen. Dat doen we naar de Noordkaap tenslotte straks ook.

Op deze zondagmorgen zijn de wegen al bijna net zo rustig als in Lapland. Lastiger is dat de tankstations al bijna net zo dun zijn gezaaid. De supermarkten zijn op zondag dicht en voor de automaat hebben we niet het juiste pasje. De verder zo behulpzame Bretonnen zijn minder toeschietelijk als we ze vragen tegen contante betaling hun pasje te gebruiken. Maar voordat het avontuurlijk dreigt te worden, vinden we in een dorpje een huis met een bijna antieke pomp op de stoep. Er blijkt nog benzine uit te komen ook. De verkeerde soort, maar we kunnen weer verder. Als de zon doorbreekt en de temperatuur stijgt naar een graad of 10, krijg ik een typisch Laps ongeval. Een aanrijding met een mug. Daar hebben we duizend kilometer voor moeten rijden. Met een beetje pech is het in Lapland andersom: duizend muggen per kilometer. Niet overal en altijd, maar meestal kortstondig en vooral in juli. Vizierreiniger meenemen dus. En als je in de wildernis gaat kamperen: koop een middel met veel DEET. Dat is de meest effectieve stof om muggen op afstand te houden.

Ile de Sein

Volgens overlevering zou Ile de Sein het magische eiland Ys zijn. Want ondanks dat het eiland slechts zo’n drie meter uit zee steekt, is het nog maar een paar keer verzwolgen door ziedende golven. En het kan er spoken op Raz de Sein, het water tussen Pointe du Raz en Ile de Sein! Toch gaat het niet zo goed. Zo’n 20 jaar geleden woonden er nog 1300 mensen op deze kale rots, tegenwoordig overleven hier zo’n 300 mensen die allemaal ouder zijn dan 62 jaar. Het eiland kun je ook bezoeken. De boot vertrekt vanuit Audierne, maar het is wel een gevaarlijke boottocht die menig toerist niet heeft overleefd. Waarschijnlijk al dit jaar vertrekt een boot vanuit Douarnenez. Het merendeel van de tocht vaar je dan in de beschutting van het schiereiland Crozon.

Voor overstekend hoefgedierte heb je niet veel te vrezen in Bretagne. De verkeersborden kondigen weliswaar af en toe een springend hert of een stilstaande koe aan, maar die zorgen zelden voor overlast. Dat is in Scandinavië anders. De kans dat je een eland – een cartoon van een paard met ovenwanten op zijn hoofd – tegenkomt, is niet theoretisch. De kans dat je géén rendieren ontmoet, is zelfs klein. Elanden zijn behalve erg groot ook nogal onvoorspelbaar. Ze lijken soms te twijfelen tussen vluchten en aanvallen, en kunnen nadat ze zijn overgestoken weer terugkeren naar de weg. Rendieren zijn kuddedieren. Wanneer één de weg oversteekt, volgen er vaak meer.

Pointe de Penhir

Pointe de Penhir ligt op het schiereiland Crozon. Vlak ervoor ligt Menez-Hom, een uitzichtspunt vanwaar je bij helder weer het hele schiereiland en de baai van Douarnenez kunt overzien. Ergens in deze baai heeft volgens de legende de ommuurde eilandstad Ys gelegen, die koning Gradlon in de vijfde eeuw onder zeeniveau voor zijn dochter Dahud bouwde. Dahud was het type vrouw dat veel motorrijders aanspreekt. Bloedmooi en onverzadigbaar. Wat minder is dat ze elke minnaar na een nachtje doodde. Behalve de laatste, de duivel. Die wist haar de sleutel van de toegangspoort van Ys te ontfutselen. Tijdens vloed opende hij de poort en Ys en Dahud verdwenen in de golven. De nymfomane veranderde in een zeemeermin die nog altijd zeemannen naar de diepte weet te lokken.

Vandaag doet ze bij Pointe de Penhir weer erg haar best. Metershoge golven en duivelse draaikolken teisteren de rotsen van de kaap. Een verkeerde stap tijdens een klauterpartij op de rotsen en Dahud heeft je voor eeuwig te pakken. Onder deze omstandigheden is Penhir nog indrukwekkender dan Cap Fréhel. Een oorlogsmonument, een omvangrijk bunkercomplex, enkele bomkraters en een cirkel van menhirs maken de sfeer extra intens. De omgeving van deze hellepoort is daarentegen zachtaardig en aangenaam. De mooi gelegen kustplaatsjes Camaret en Morgat zijn zelfs in januari heerlijk om te bezoeken. En op de smalle weggetjes langs de kust blijf je foto’s maken. We gaan zo langzamerhand geloven dat Bretagne in de winter een ontdekking van jewelste is.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-kaapvaart.GPX”]

Volgende maand stemming over afsluiten Posbank

1
Posbank

In oktober stemt de gemeente Rheden of de eerder besproken afsluiting van de Posbank als doorgaande weg er komt of niet. Betrokken partijen ventileren hun meningen, maar van luisteren naar elkaars argumenten lijkt weinig te komen.

Zo stelt Jeroen de Koe van Natuurmonumenten tegenover Nu.nl dat de veiligheid in het gedrang komt: ‘Volgens mijn toezichthouders is het dan zo druk dat de hulpdiensten er niet meer langs kunnen.’ Dat is dan ook absoluut een argument dat hout snijdt, aangezien de Beekhuizenseweg dwars door het natuurgebied slingert. Die weg verbindt de dorpen Velp en De Steeg met elkaar.

Uiteraard snijdt Natuurmonumenten ook aan dat het verbieden van gemotoriseerde voertuigen in het weekend en op feestdagen de natuurbeleving ten goede komt. De Koe: ‘Zo krijgen de vogels en dieren weer meer rust en kunnen bezoekers rustig van de natuur genieten.’

We voorkomen alleen dat mensen daar voor de lol in het weekend rondjes door de natuur gaan rijden‘ – Natuurmonumenten

Met die notie ontgaat het De Koe dat motorrijders bijvoorbeeld op hun manier ook van de natuur willen genieten. Zijn reactie maakt dat pijnlijk duidelijk. ‘Alle belangrijke punten blijven bereikbaar. We voorkomen alleen dat mensen daar voor de lol in het weekend rondjes door de natuur gaan rijden,’ aldus De Koe namens Natuurmonumenten. Voor de lol rondjes rijden in de natuur – precies dat wat motorrijders willen.

‘Het grootste gedeelte van de motorrijders is recreant. Die komt daar om van de mooie natuur te genieten. Dat doen ze juist in het weekend. Ja, de paviljoens blijven bereikbaar, maar dat is maar een heel klein stukje van de Posbank,’ legt Arjan Everink van de KNMV uit. Over het argument van de opstoppingen is Everink ook niet te spreken. ‘Waarom alleen de auto’s en motors weren? Zij veroorzaken geen overlast in het gebied. Een motor is een smal voertuig. Die zijn niet verantwoordelijk voor de verkeersopstoppingen.’

Waarom alleen de auto’s en motors weren?‘ – KNMV

Volgende maand wordt gestemd voor een derde poging, aangezien twee eerdere plannen onvoldoende draagvlag hadden. Pas na die stemming zal blijken of de motorrijder binnenkort nog van het ‘Rondje Posbank’ kan genieten.

Foto: Jowin Boerboom

Vergeten prototype: BMW bb-Futuro

1
BMW bb-Futuro

Het jaar 1980 lijkt een eeuwigheid geleden – met name omdat het ook gewoon lang geleden is – maar toch zou de in dat jaar gepresenteerde BMW bb-Futuro nu nog de wenkbrauwen doen fronzen. Een BMW boxer die niet Duits degelijk van ontwerp was; dat kan toch niet? Of ja, kon toch niet. Of toch?

BMW ontkrachtte dat laatste zelf een luttele vier jaar later met de vergelijkbare doch totaal niet vergelijkbare K1. Mocht je je afvragen waarom BMW in voorgaande zin het signaalwoord ‘zelf’ behoeft, dan is dat niet raar. Hoewel de Futuro – zoals de meesten hem nog kennen, minus de ‘bb’ en het verbindingsstreepje – als een BMW gepresenteerd was, was BMW enkel leverancier van de krachtbron. Het was Buchmann & Buchmann dat de handschoen oppakte die BMW had neergeworpen.

Onder de bezielende leiding van Rainer Buchmann toonde B&B wat er kon als de boxermotor uit de R80 in een grenzeloos rijwielgedeelte zou komen te hangen. In 1980 hing dat blok in al zijn glorie als kloppend hart in het B&B rijwielgedeelte, met een prestatie verhogende turbo als pacemaker in de uitlaat verwerkt – met effect. Een standaard BMW R80 braakte indertijd zo’n 50 pk uit, terwijl de bb-Futuro maar liefst anderhalf keer zo veel vermogen had. Turbo’s op motoren; B&B was er vroeg bij. Enkel de door het Californische Turbo Cycle Company gebouwde Kawasaki Z1R TC was de bb-Futuro voor – een vergelijkbaar voorbeeld, want ook die Z1R TC werd als een volbloed Kawa-project gepresenteerd. Niet geheel onwaar, aangezien een voormalig Kawasaki Amerika-topman inmiddels de scepter zwaaide bij TCC, en de motoren zodoende via Kawasaki-dealers verkocht konden worden.

Futuro Turbo

Maar toch. Die Z1R was een vrij eenvoudig ogende machine met een maniakale krachtbron; de bb-Futuro beloofde de toermotorfiets voor altijd te veranderen. De complete stroomlijn – inclusief geïntegreerde spiegels, treeplank-achtige voetsteunen en armsteunen – deed denken aan de NASA Space Shuttle. Ware het niet dat die Space Shuttle pas een jaar later zijn eerste testvlucht maakte – waarschijnlijk met een dashboard aan boord vergelijkbaar met het volledig LCD-klokkenspel van de bb-Futuro.

Nog meer waanzin

De motorshow in Keulen – wat we tegenwoordig als de Intermot kennen – van 1980 zou ook de Suzuki Katana voortbrengen. Even zo vooruitstrevend qua design, maar zelfs de markante Katana was ingetogen in vergelijking. Rainer Buchmann zou later toegeven dat de bb-Futuro een uit de klauwen gelopen vingeroefening was. Toen zij de bb-Futuro op wielen zette, wist Buchmann al dat BMW uit emissie-oogpunt een vier-in-lijn aan het ontwikkelen was. Hij wist ook dat die uiteindelijke K1 net zo’n reismotor met sportieve insteek zou worden. BMW had de boxer – hún boxer – vogelvrij verklaard; de lijnmotor ging het worden. Buchmann kon zodoende nog meer waanzin in de Futuro stoppen, en deed dat ook naar hartenlust.

Het monocoque-achtige rijwielgedeelte – met de uit buizen opgetrokken achterbrug –, de liggende enkele schokdemper en het reactiesysteem voor de cardan; innovatie was B&B niet vreemd en men had alle intentie de wereld dat te laten zien.

Vrije val

Ergens is het pijnlijk dat Buchmanns project feitelijk ‘vrij’ terug stopte in ‘vrije val’. Juist omdat ze wisten dat BMW er enkel mee voor de dag wilde komen om een punt te maken, maar verder geen intenties tot productie had, kon de bb-Futuro zo waanzinnig worden.

Helaas zou het erbij blijven. De BMW bb-Futuro was dus een prototype dat gedoemd was vergeten te worden.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto’s: Rainer Buchmann

Hans Spaan weg bij RW Racing

0
Hans Spaan verlaat RW Racing

Hans Spaan heeft NTS RW Racing GP verlaten. De oud-meervoudig racewinnaar in de 125cc-klasse van de Grand Prix was afgelopen weekend al niet in Misano. Het team wilde er toen niets over loslaten, maar nu komt de aap uit de mouw.

Zonder schroom sprak Spaan zich vandaag uit in De Telegraaf. De houding van de enige Nederlandse GP-coureur Bo Bensneyder ligt er aan ten grondslag. ‘Ik heb mijn best gedaan voor hem, tot het laatst toe’, aldus Spaan tegenover Coo Dijkman van De Telegraaf. ‘In feite doe ik niks meer dan een plan maken voor het weekeinde, zoals de bandenstrategie en het uitrekenen van de benzine om zo licht mogelijk te zijn. Dan kan iedereen wel tegen Bo zeggen dat het niet aan hem ligt maar aan die kale, maar een rijder moet zelf ook inzien waar hij zich moet verbeteren.’ Het team had eerder in de week naar verluidt nog overleg gehad met Spaan. Samen hadden ze besloten dat het tijd was dat de wegen scheiden.

In een gezamenlijk persbericht zouden de media daarover bericht worden. Spaan mocht het bericht nog een laatste keer tegenlezen voor het uit zou gaan. De oud-coureur uit Castricum dacht er blijkbaar het zijne van en deed zijn zegje in de krant.

Communicatieprobleem

Helaas heeft De Telegraaf geen wederhoor toegepast en enkel Spaan aan het woord gelaten. Desondanks openbaart de winnaar van de 125cc-race tijdens de Dutch TT van 1989 wel eigenhandig een communicatieprobleem binnen NTS RW Racing GP.

Ik zag dat het niet goed zou komen met hem. Hijzelf vindt van wel, maar dan wilde hij niet meer met mij werken omdat hij totaal geen vertrouwen in mij heeft. Dat heeft hij overigens nooit zelf tegen mij uitgesproken,‘ legt Spaan uit. Dat Bendsneyder zich niet eerder uitgesproken heeft, is tekenend. Het team heeft namelijk ook nooit direct tegen de Rotterdammer durven zeggen dat ze zich zorgen maken. Spaan: ‘Als je zoals in Brno als achtste gekwalificeerd staat en al na de eerste bocht negentiende ligt, waar ben je dan mee bezig? Dat zegt iedereen binnen het team, behalve als hij er bij staat.

Wat het vertrek van Hans Spaan bij NTS RW Racing GP betekent voor het team, is nog niet duidelijk. Over een vervanger wordt nog niet gesproken. Één ding is wel duidelijk; het team van RW Racing moet aan de bak. Een herstructurering stond al op de rol, maar dat wil Spaan in elk geval dus niet afwachten.

Deel van de uitdaging

Bo Bendsneyder werd in 2015 kampioen in de Red Bull Rookies Cup, waarna hij twee jaar in de Moto3 uitkwam voor Red Bull KTM Ajo, met twee podiumfinishes in zijn debuutseizoen. In 2018 stapte hij over naar de Moto2 met Tech 3, wat geen makkelijke overstap bleek. Voor dit seizoen stapte Bendsneyder over naar het NTS RW Racing GP-team. Een deel van de uitdaging van RW Racing, Bendsneyder en hun collega’s zit hem in frameconstructeur NTS.

NTS Moto2

De Japanse framebouwer is redelijk nieuw in de GP-paddock en heeft slechts twee machines permanent rondrijden in de klasse. De hoeveelheid data die ze verzamelen is dan ook veel beperkter dan bijvoorbeeld Kalex, dat hofleverancier is in de Moto2. Speed Up doet het ook slechts met twee motoren, maar heeft inmiddels veel meer ervaring op GP-niveau. Hoe goed de rijders en het team hun best ook doen; de machine moet ook op niveau zijn, en dat is dus beduidend lastiger. Al was het gehele team zich bewust van de uitdaging toen het vol overtuiging in het avontuur stapte met de Japanse framebouwer.

Update, 15.50u:

Inmiddels heeft NTS RW Racing GP gereageerd op het vertrek van Hans Spaan. In de reactie laat het Moto2-team zich niet uit over de uitspraken van Spaan. NTS RW Racing GP-teammanager Jarno Janssen: ‘Wij waarderen Hans zeer en vinden het dan ook doodzonde dat we niet met elkaar op één lijn konden komen wat betreft onze visie voor de toekomst. Als de ideeën daarover sterk uiteenlopen, is het beter om te besluiten niet samen verder te gaan, hoe spijtig dat ook is.

Het volledige interview van Hans Spaan lees je bij De Telegraaf en de volledige reactie van RW Racing vind je op de website van NTS RW Racing GP.

Foto: 2Snap

BMW patenteert mechanisch antidiefstalsysteem

0

Als we een nieuwe motor kopen, controleren we elk detail. Gek genoeg nemen we genoegen met een stuurslot van een paar euro. Alsof dat voldoende is om kwaadwilligen te ontmoedigen! Nu kun je allerlei elektronische voorzieningen op je motor schroeven, maar we weten natuurlijk allang dat een gestolen motor in een busje verdwijnt en naar een duistere plek wordt vervoerd.

Dus wat doe je? Nog meer kettingen en remschijfsloten op je motor, moeilijk kopieerbare gecodeerde sleutels, Track and Trace of een nog geavanceerder inbraakalarm? Leidt mogelijk tot niets omdat de motor nog steeds te verplaatsen is.

BMW denkt ook na over deze problematiek. Immers kost een beetje BMW al gauw meer dan 15.000 euro. Dan loont een ultiem antidiefstalsysteem de moeite. Uit een onlangs ingediend patent leren we dat BMW broedt op een mechanisch systeem dat voorkomt dat het achterwiel kan bewegen. Je kunt een motor dan allen maar stelen door ‘m op te tillen. Veel succes, je loopt al gauw met 230 kilo + te zeulen. Het BMW systeem kan op verschillende modellen worden toegepast. Er is zelfs al rekening gehouden met de R18, het 1800-concept. Het systeem blokkeert de aandrijfas van het cardan met een pen. De activering van de pen geschied elektronisch. Bij snelheden boven de 4 km/u wordt het systeem niet ingeschakeld.