donderdag 23 april 2026
Home Blog Pagina 1139

Icoon: 1994 Triumph Speed Triple

0
Icoon: Triumph Speed Triple

Je zou het nu niet meer zeggen, maar de Triumph Speed Triple begon zijn carrière in 1994 als retromodel. Een brute naked als verwijzing naar de Speed Twin die de basis vormde voor Triumphs zeer snelle staande twins die het merk in eerdere decennia tot grote hoogte brachten.

Toen in de vroege jaren ’90 de Speed Triple werd bedacht was modulair motorfietsen bouwen de insteek bij Triumph. De Britten wilden dus niet een geheel nieuwe motorfiets bouwen, maar iets gebruiken dat ze al in huis hadden. Nou, de 855cc Daytona werd ontdaan van zijn kuip en de Speed Triple was geboren. Dat is natuurlijk wel héél kort door de bocht, maar feit is het dat de Speed Triple een uitgeklede Daytona is.

Uitgekleed

En dat uitgekleed geldt overigens ook voor de versnellingsbak van het verder identieke motorblok: de zesde versnelling werd simpelweg weggelaten. Waarschijnlijk omdat men er vanuit ging dat toch niemand harder dan 215 kilometer per uur zou willen rijden zonder kuip. Het was wellicht verstandiger geweest om dat zesde tandwiel lekker te laten zitten en de gearing over de gehele linie aan te passen.

Het bleek een beul van een machine. Een zware en ietwat logge machine met een geweldige stabiliteit, maar bepaald niet vederlicht de bocht in de werpen. Dit komt vooral door het hoge zwaartepunt. Want het gewicht was prima: 209 kilo. Het rijgevoel aan boord was fantastisch, vooral dankzij het rauwe en holle uitlaatgeluid van de driecilinder.

Met een heerlijke typische carburatie-gasreactie waren de binnenwegen het terrein van deze oer-Speed. Een goede versnellingsbak met puik uitgekiende gearing gaven het gevoel een close-ratio versnellingsbak te beroeren. Qua vering had Triumph een goed compromis gevonden tussen comfort en stugheid, al sloeg de focus aan de voorkant door op stugheid. Het droeg bij aan een goed remgevoel, want de rempartij was voor die tijd ongekend goed.

Iets te radicaal

Het gemis van de zesde versnelling bleek onder de eigenaren groot, want in het 1997-model zat het zesde tandwiel gewoon weer op z’n plek. Ook was het vermogen gegroeid van 98 pk naar 108 pk, iets dat mede te danken was aan het toepassen van injectie in plaats van de ouderwetse carburateurs. Kenmerkend en gewaagd waren de dubbele koplampen, het aluminium frame en de waanzinnige enkelzijdige achterbrug. En ook kreeg het nieuwe model een stuur in plaats van clip-ons, die toch iets te radicaal waren.

En zo kun je eigenlijk stellen dat de oer-Speed Triple al na drie jaar radicaal brak met z’n eerste verschijning, en toen de basis werd gelegd voor de Speed Triple zoals we die tot nu toe kennen. De dubbele koplampen, de enkelzijdige achterbrug: dáár herken je een Speed aan. Het eerste model is daarom extra makkelijk te herkennen, compleet anders dan al z’n nakomelingen.

Revolutie compleet

In 1999 werd het 955cc-blok, uit wederom de Daytona, geadopteerd. Het topvermogen bleef gelijk, maar de kracht in het middengebied nam flink toe. Hier kreeg de Speed voor het eerst dat kenmerkende sterke middengebied, waar ‘ie in de latere jaren om bekend kwam te staan.

Door de jaren heen is de Speed Triple constant vernieuwd en verbeterd, maar één noemenswaardig jaar is toch wel 2005. Pas toen deed de Speed voorgoed afstand van de Daytona. Die zakte namelijk af naar 675cc en zo kreeg de Speed een eigen motorblok met maar liefst 129 pk uit 1050cc. Een upside-down voorvork, radicaal gemonteerde remklauwen, nieuwe wielen, nieuwe hooggeplaatste uitlaten en een digitaal dashboard maakten de revolutie compleet.

Foto: Archief MOTOR Magazine

 

Productie Brutale 1000 Serie Oro gestart

0
MV Agusta Brutale 1000 Serie Oro productie

Het zou de snelste naked ooit zijn, als we MV Agusta mogen geloven. Gisteren ontvingen we het bericht dat de productie van de Brutale 1000 serie oro gestart is. Sterk gelimiteerd en hoog geprijsd is dit een van de meest luxe machines die op het moment te koop is.

Want er worden dus maar 300 stuks gebouwd. Overigens zouden die allemaal al zijn verkocht. Prijs? À 42.389 euro per stuk.. Nee een koopje is het niet, maar de prijs van de Brutale 1000 Serie Oro is ergens nog wel te verdedigen. De viercilinder produceert namelijk 208 pk en 115 Nm koppel. Verder is hij van werkelijk alle luxes voorzien zoals ride-by-wire, op en neer quickshifter, IMU en natuurlijk ook tractie- en wheeliecontrole. Al met al komt die naked dus zeer dichtbij de F4 RC superbike die MV Agusta bouwt. Je hebt zelfs de optie om voor een speciale racekit te kiezen die het vermogen nog eens verder opstuwd naar 212 pk en 116,5 Nm koppel. Krijg je er ook meteen een zeer fraai uitlaatsysteem van SC Projects bij.

Gelimiteerd

Zoals al geschreven is de Brutale 1000 Serie Oro gelimiteerd op 300 stuks. Dat is dan ook wat de bijvoeging ‘Serie Oro’ inhoudt. Vrtaald betekent dat namelijk ‘gouden serie’. MV Agusta heeft de Serie Oro daarom dan ook voorzien van een goudkleurige ketting, als mooi Italiaans detail. Van die andere bijzondere nieuwe MV Agusta die we op de EICMA van 2018 leerden kennen is inmiddels al bekend dat er ook een ‘normale’ versie van zal verschijnen. De Superveloce werd eerst ook aangekondigd als Serie Oro met een gelimiteerd aantal stuks van 300. De kans zit er dus in dat we binnenkort een minder exclusieve Brutale 1000 mogen verwachten. De tijd zal dat echter moeten uitwijzen.

Zeker is in ieder geval dat mensen die al een Brutale 1000 Serie Oro hebben besteld hem in oktober kunnen verwachten.

Motorsportweekeinde: en maar wachten op de MotoGP

0
MotoGP Brno

Niemand reed waarschijnlijk meer ronden dan Franco Uncini in de BMW safety car afgelopen zondag. Tussen de Moto2- en MotoGP-race op het Tsjechische Brno kwam het plots met bakken uit de hemel, maar wel enkel op start-finish en in de eerste bocht.

Zodoende werd het lang wachten. Wachten wat niet echt beloond werd.

Op Assen gooide sneeuw roet in het eten voor het WK Superbike, evenals de tweede race op Imola. Door regen ditmaal. De Grand Prix van Silverstone vorig jaar was natuurlijk het toppunt; vertraging tot en met, gevolgd door annulering. Gelukkig ging de race op Brno wel van start. Al moesten we er wel lang op wachten. En met reden.

Sneeuw is een lastige, extreme regen op asfalt dat water niet afvoert zoals op Silverstone, ook. Brno, daarentegen, was een ander verhaal.

Brno is nogal een grote, uitgestrekte baan. Als in, het ligt over een groot heuvelachtig gebied uitgespreid. Daardoor kon die ene lokale bui het hele deel rondom de paddock tot een drassige bende maken, terwijl de rest van de baan nagenoeg geheel droog was. Bocht 1 stond blank, de rest niet zo zeer. Opties voor de rijders; twee, en meer niet.

Sneller verdampen

De eerste en laatste bocht waren nat. Dus voor die twee bochten zouden regenbanden soelaas moeten bieden. Ware het niet dat de overige dertien bochten droog of opdrogend waren. Die regenbanden zouden door het immense vermogen van de MotoGP-machines sneller verdampen dan het vocht vanaf het Tsjechische asfalt.

Meer regen leek uit te blijven. Dus slicks monteren zou altijd de eerste optie zijn. Alleen stel je even voor; 23 rijders die het stuk voor stuk gemunt hebben op die ene meter in de apex van bocht 1. Een drijfnatte bocht 1 – op slicks. Bowling gebeurt met tien kegels, hier zou het bowlen met pak hem beet twintig rijders geworden zijn. Zo veel coureurs en maar eentje die in het gedrang komt, kon voor afgrijselijke taferelen zorgen.

Elke andere bocht verderop op het circuit zou minder problematisch zijn in Bijbels natte omstandigheden. Als de GP-rijders wat verder uit elkaar zitten, is er ruimte voor een foutje. Ook op slicks, ook op het nat.

MotoGP Brno

Voorlopig hoofdprogramma

Zodoende besliste de raceleiding er indirect voor om Franco Uncini voorlopig als hoofdprogramma los te laten. Terwijl wij wachtten, en wachtten. Om 13.49 uur, elf minuten voor de start gepland was te beginnen, werd de vertraging afgekondigd. De daadwerkelijke racestart was om 14.40 uur, met 20 ronden in plaats van 21.

Wat volgde, was bepaald niet de spannendste race op Brno ooit, met Marc Marquez ouderwets dominant. De banden vielen keihard door mand en dus werd het op eieren rijden tot de vlag. Met figuurlijk eieren onder de Michelins, kostte het Marquez uiteindelijk 39 minuten en 40 seconden om de finish te bereiken.

Of Uncini de meeste rondjes reed, valt te betwijfelen. Dat hij langer in de baan was dan welke MotoGP-coureur ook zondagmiddag… Dat staat buiten kijf.

Foto’s: 2snap

Ideale zomermotor: Indian BBQ

0
Indian-Motorcycle-Chief_Dark_Horse_Traeger-Grill-02

Indian Motorcycles heeft samen met custombouwer Thor Drake een zijspan met barbecue gebouwd.

De contraptie is in de basis een Indian Chief Dark Horse uit 1811cc met daaraan een retrostijl  zijspan. Daaraan staat een gigantische Traeger Ironwood 885 houtgestookte grill te roken. Die is in staat is om 10 kippen, zeven ribbenkasten – spare ribs – en alle andere roadpizza’s die je onderweg tegenkomt te verwerken. Het span wordt ingezet tijdens de Sturgis Rally. Die begon op 2 augustus en duurt nog tot 12 augustus.

Eén ding is zeker: de Chief Dark Horse heeft er geen enkel probleem mee de extra 70kg van de Traeger grill. Het Thunder Stroke III-blok met z’n 151Nm koppel @ 3.000 tpm staat z’n mannetje.

Volop Ducati-nieuws in Rimini

0
2020 Ducati nieuws Rimini

Het lijkt erop dat we de 2020 modellijn van Ducati dit jaar iets eerder zullen zien dan we hadden verwacht. Op 23 oktober heeft Ducati in Rimini een speciaal evenement waar het een en ander aan nieuws wordt gelanceerd.

We verwachten dat Ducati meer dan een paar motorfietsen zal onthullen. Het absolute kroonjuweel zal waarschijnlijk de Ducati Streetfighter V4 zijn.

Een andere motor die we verwachten te zien is de vernieuwde Ducati Panigale 959. Die heeft een restyling ondergaan om er net zo uit te zien als de Panigale V4. Mogelijk zit er ook een vermogenstoename in om ‘m te laten voldoen aan Euro5.

De Ducati Multistrada V4 zou ook in oktober zijn debuut kunnen maken. Er zijn ook ook aanwijzingen dat het een 2021 model wordt. We verwachten ook dat er op 23 oktober een Scrambler-model in de rij zal staan.

Maar waarom introduceert Ducati voordat de EICMA z’n deuren opent? Het gaat om aandacht. Wie wel eens op een internationale motorbeurs een persdag heeft bijgewoond weet in wat voor heksenketel je dan zit. Alle motomerken introduceren bijna tegelijk hun nieuws en schreeuwen om aandacht. Da’s voor een redacteur amper bij te sloffen. Om die reden heeft Ducati domicilie in Rimini.

Honda plaagt met nieuwe Africa Twin

1
2020 Honda Africa Twin

Het gerucht dat Honda aan een nieuwe Africa Twin werkt, wordt steeds reëler. De Africa Twin zou een update krijgen voor het seizoen 2020. Het zou voornamelijk te doen zijn om de motor geschikt te maken voor de komende Euro5-emissienormen.

De belangrijkste verandering betreft de inhoud. Die zou bij gerucht groeien naar 1.080cc.  Die ingreep zou ook een bescheiden vermogenstoename van 5pk betekenen. En een grotere brandstoftank.

Andere wijzigingen betreffen een nieuw TFT-display, iets gewijzigde stroomlijndelen, starten zonder sleutel en een nieuwe transmissie met DCT.

Ondanks dat het gerucht al sinds februari rond gaat, is het recentelijk weer aangewakkerd. En misschien moeten we ook niet vreemd opkijken dat het ook echt nieuws is. Waarom anders start Honda een nieuwe teasercampagne met als thema True Adventure?

Voor jou getest: Rukka Armexion-jas en Fuel-broek

0
Rukka Armexion en Fuel

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we tijdens de vele testkilometers die we maken in een jaar uitproberen.

Rukka is niet sexy en Rukka wil ook niet sexy zijn. Rukka wil jou beschermen tegen narigheid; of dat nou de elementen zijn of een onverwacht treffen tussen jou en het asfalt. Dat laatste hoefde gelukkig niet aan den lijve ondervonden te worden, dat eerste zeker wel.
Dit is al ruim twee jaar mijn dagelijkse pak. Overigens is dat ook wel te zien, want het kraakheldere, fluorescerend geel heeft plaatsgemaakt voor een goor, mismaakt soort groen. Wees gerust, het pak is wasbaar. Kwestie van de D3O-bescherming eruit halen en in de wasmachine gooien, maar aangezien ik het dan even zonder mijn vaste pak moet stellen, is het er nog niet van gekomen. Het pak volstaat perfect in zijn dagelijks terugkerende taak mij droog en veilig te houden. Het zit goed en door de vele drukknoopjes en bandjes kun je het nog fijn afstellen ook.

Water blijft buiten, jij blijft droog. Het enige wat wel binnendringt is de kou. De stormkraag – niet op de foto – en lange manchetten houden de wind buiten, maar het pak isoleert niet mega. Al wordt het nooit zou koud dat je je met een extra laagje thermo-ondergoed niet meer redt, dus ook niet eens zo’n heikel punt. Bij warm weer heb je hetzelfde probleem, maar dan andersom. De voering is er eenvoudig uit te ritsen, wat al veel scheelt, maar de isolatie – zeker van de Fuel-broek – zou beter mogen. De jas is over de gehele linie met een rits afsluitbaar geventileerd, evenals twee ritsen op de rug. Die zijdelingse ventilatie doet veel, heel veel. Op de rug heb ik meestal een rugzak, waardoor de ventilatie zijn werk simpelweg niet kan doen.

Al met al best een prima pak, wat zich ruim twee jaar lang en vele duizenden kilometers kranig heeft geweerd. Enkel een trekkertje van de rits moest het opgeven, maar dergelijke zaken lost Rukka perfect voor je op. Het kost wat, maar als je het als een investering ziet, kun je voorlopig niet meer stuk.

INFO:
Prijs € 849 (jas) en € 399 (broek)
Verkrijgbaar Dealers, zie Hocoparts.nl

Classic & Retro nummer 19 nu in de winkel

0

Alweer het negentiende nummer van Classic & Retro, met in editie 19 onder meer sportverhalen, iconische klassieker en niet te missen youngtimers, maar ook techniek, vieze handen en andere tijden. Als je geabonneerd bent krijg je hem natuurlijk al op de mat. Ben je dat niet, dan zul je een uitstapje naar de boekhandel of kiosk moeten maken. Of je klikt even hier, natuurlijk!

Wat hebben we allemaal voor je in petto in Classic & Retro nummer 19? Om te beginnen reed redacteur Ad van de Wiel de moeder aller gekuipte BMW‘s;  de R100RS. Zijn licht gevinde cilinders prikken fier door de openingen van de grote stroomlijn. En ja, die grote koplamp met dat dikke glas. Das war einmal!

Publiekslievelingen heb je in alle soorten en maten, maar zo veel als je ze nog rond ziet rijden, is de Honda XL600V Transalp van weleer een publiekslieveling in optima forma. Uit het oog, uit het hart? De Transalp is geen van beide!

Classic & Retro 19

Verder; Triumph mag dan in de Moto2-klasse van de MotoGP als blokleverancier haar rentree in de Grand Prix-paddock gemaakt hebben, maar ooit waren ze in vol ornaat aanwezig. We blikken terug op die bijzondere periode en de bijzondere krachtbron die er als rode draad in terugkomt.

Koekje van eigen deeg

En dan de TX750 van Yamaha. Een poging van de Japanners om de Britten een koekje van eigen deeg te geven, zo begin jaren zeventig. Helaas bleek dat koekje – en daarmee de reputatie van de alom vergeten Yamaha TX750 – even zo stevig als halfgare boterkoek. De TX was bepaald niet betrouwbaar, maar dat wil niet zeggen dat hij op veel vlakken zijn tijd niet ver vooruit was. We nemen je met mee en dromen van het betere lot dat de beeldschone Yamaha TX750 onthouden werd.

Dat en nog heel veel meer lees je in de 132 boordevolle pagina’s van de nieuwe Classic & Retro.

Nooit meer een nummer van Classic & Retro – of MOTO73 dan wel Promotor – missen? Kijk eens bij onze abonnementen!

Afbeelding: Classic & Retro

MOTO73 Van Fazer Tot Racer kleurplaat

0
Van Fazer tot Racer

Sinds begin 2017 krijg je in MOTO73 de avonturen voorgeschoteld van het Van Fazer Tot Racer-project. In een vlaag van pure ambitie kochten we een Yamaha FZS600 Fazer voor 200 euro en begonnen we. Doel? Om de Fazer om te bouwen tot racer. Volgers van het project weten dondersgoed dat het niet altijd meeviel, maar er nu echt schot in de zaak zit.

Inmiddels is de Fazer weer fris – en veilig – gemaakt. Het blok ademt nog altijd een net vermogen uit – in ruim twintig jaar en bijna 100.000 kilometer is slechts 2 pk is verdwenen – en inmiddels is het rijwielgedeelte in grote lijnen klaar voor actie. Zoals je in MOTO73 editie 15/16 las, hebben we de standaard voorvork vervangen voor eentje uit een Yamaha Thundercat. Zodoende hebben we instelbare vering aan de voorzijde. Met de voorvork monteerden we meteen ook de clip-ons van de Thundercat. Net wat meer gewicht over de voorkant. Vooruit, de kuipsteun moesten we doorslijpen en met wat prutsen weer vastlassen. Anders kwam het stuur tegen het dashboard. Het houdt ons van de straat.

Aan de achterzijde hielp YSS Suspension Europe ons uit de brand met een volledig instelbare schokdemper. Moto-Master deed ook een duit in het zakje met volledig zwevende schijven aan de voorzijde, met Dual Carbon-remblokken in de opgefriste Blue Spot-klauwen. Een Brembo RCS19-rempomp zorgt voor de aansturing en belooft dat het qua remvertraging niet zal ontbreken.

Meer vermogen, dat komt later. Evenals wat meer voor een racer-geschikte ergonomie. Eerst gaan we testen hoe de Fazer in huidige toestand presteert. Dat lees je uiteraard binnenkort in MOTO73

Maar, zoals het een racer betaamt, verdween alles wat hem straatlegaal maakt. Geen kentekenplaat, geen verlichting meer, spiegels eraf en ook de claxon ging op de stapel onderdelen in de loods bij onze werkplaats bij MotoPort Veldhoven. Alle gaten in het kuipwerk werden met wat experimenteel ABS lassen dichtgemaakt en in een vrij saai wit gespoten. Voor nu dan.

Jouw beurt

We hebben inmiddels zelf al een kleurstelling op de korrel, maar waar we eigenlijk heel benieuwd naar zijn, is wat jij ervan zou maken. Met een beetje gepruts hebben we een soort kleurplaat gemaakt van de Fazer. Een kleurplaat waar jij je gang mee kunt gaan. Gewoon even de afbeelding hieronder in volledig formaat downloaden en gaan!

Van Fazer tot Racer

De gouden wielen hoeven niet te blijven; laat je fantasie de vrije loop! Of je nou digitaal aan het kleuren wilt gaan of juist ouderwets met potloden of stiften, alles mag. Wij zijn vooral heel benieuwd wat voor kleurstelling de Motor.nl-bezoeker en MOTO73-lezer op het Van Fazer Tot Racer-project wil zien.

We pikken de gaafste kleurstellingen eruit en lichten ze uit in de volgende aflevering van het project in MOTO73. En wie weet vinden we jouw ‘kleurplaat’ wel zo inspirerend dat we ons eigen plan – houden we nog even stil – laten varen. Wie weet komen jouw kleuren uiteindelijk op de MOTO73 Van Fazer Tot Racer!

Stuur jouw Van Fazer Tot Racer kleurplaat naar redactie@moto73.nl en wie weet zie je jouw ontwerp wel terug in MOTO73.

Foto: Redactie MOTO73

 

De 8 Uren van Suzuka winnende Kawasaki ZX10RR

0

Kawasaki won de 8 Uren van Suzuka met de 2019 ZX10RR. De specifieke ZX10RR Superbike die Kawasaki opbouwde is in elk opzicht de meest geavanceerde superbike die het groene merk bouwen kan. Kawasaki koos er zelfs voor om KRT het Suzuka-team te laten runnen. Als je het Kawasaki Racing Team dat in het WK Superbike de fabriek vertegenwoordigd naar Suzuka stuurt, wat krijg je dan?

In 2014 keerde Kawasaki met Team Green na dertien jaar terug als fabrieksteam in de 8 Uren van Suzuka. Team Green werd al in 1982 opgericht en was lang een van de leidende teams in het All Japan Road Race Championship. Zij kregen vijf jaar geleden de eer opnieuw het fabrieksteam te worden voor Kawasaki in de legendarische Japanse endurance-race. Tot dit jaar.

Het Kawasaki Racing Team (KRT) waar Jonathan Rea en Leon Haslam voor uitkomen in het WK Superbike werd naar voren geschoven een monstertaak op zich te nemen. De 8 Uren winnen; dat was al dat telde. We kijken dan ook eens in detail naar de motor die het mogelijk maakte voor Rea en Haslam om de eerste 8 Uren van Suzuka te winnen voor Kawasaki sinds 1993.

Behoorlijk vrij

Anders dan in World Superbikes zijn de regels voor de het FIM Endurance World Championship behoorlijk vrij. Geen toegewezen bandenleverancier en geen voor iedereen verplichte elektronica. Het schuift de grens van wat mogelijk is immens op. Het WK Superbike kent wel een spec-band en ook spec-elektronica, zoals dat heet. Doel is de motoren dichter naar elkaar te trekken om de gaten tussen fabrieksteams en privateers te dichten, en met succes.

Zoals gezegd ligt dat heel anders voor het EWC – met nadruk op de 8 Uren van Suzuka. De 8 Uren draait namelijk om de eer van de vier fabrieken, de Japanse grote vier. Honda, Suzuki, Yamaha – dat de laatste jaren domineert – en dus Kawasaki. Alle vier willen maar een ding; laten zien we de baas is.

Zodoende kijk je hier naar de meest geavanceerde Kawasaki ZX10RR die je ooit zult zien. Een heel seizoen World Superbikes is minder belangrijk dan die ene race eind juli op het circuit van Suzuka. Daar wordt voor de Japanners beslecht wie het beste is.

Van voor(zijde) naar achter(brug)

8 Uren van Suzuka

We werken van voor naar achteren. Hierboven zie je de voorzijde van de KRT ZX10RR. Net zoals in het WK, rijdt Kawasaki hier ook met Showa-vering en remmen van Brembo. Met een aantal verschillen, welteverstaan. Sowieso is het spatbord korter, waardoor het wiel gemakkelijker gewisseld kan worden. Het spatbord zelf zit niet vast aan de poten; de poten kunnen door de ophanging van het spatbord heen draaien. Zo kunnen ze de dikke Brembo monobloc-klauwen opzij draaien als het wiel eruit moet voor een bandenwissel. Remblokken slijten ook, en dus zijn de remleidingen van snelsluiters voorzien. Met een handbeweging koppel je de leiding los en twee bouten losdraaien – en weer vast – later, hangt er een nieuwe remklauw met remblokken aan de poot. Ontlucht en al; klaar voor actie. Het groene uitsteeksel aan de vooras is om houvast te geven op de as, zodat ‘ie er sneller uitgetrokken kan worden.

Lichtend voorbeeld

8 Uren van Suzuka

In tegenstelling tot in het WK Superbike, reden Jonathan Rea en Leon Haslam op Suzuka door tot het donker werd. Zo gaat dat. Dus is er ook verlichting nodig. Deze immense schijnwerpers helpen de rijders zien waar ze heen gaan. Omdat rijders vooral in de bochten ver moeten kunnen kijken, terwijl de motor plat ligt, staan de lampen iets anders afgesteld dan op jouw straat-ZX10R. De ene schijnt wat meer naar rechts en de ander naar links. Zo heeft de rijder in de bocht een lamp op de apex gericht en de ander de verte in. Een voor korte termijn – de bocht – en een voor lange termijn – waar je ná de bocht heengaat. De racenummers zijn trouwens ook verlicht. Achter de kuip zitten tientallen ledjes die het nummer 10 op doen lichten. Zo zie je ook in het donker welke rijder je langs ziet komen.

Wirwar

8 Uren van Suzuka

Wat een wirwar aan knopjes. Gelukkig hoeven de rijders zich maar acht uur aan een stuk non-stop te concentreren… Elk knopje heeft een doel. Van meer of minder elektronische interventie, de pitsnelheidsbegrenzer, andere gasreactie of zelfs verbruik. Afhankelijk van de gedurende de race wisselende omstandigheden kan de rijder veel aanpassen. Het stelwieltje links boven het handvat is om het exacte rempunt op de Brembo-rempomp rechts te verleggen. Als de remmen aan hun eindje zijn of wanneer er van rijder gewisseld is. Voorkeuren verschillen.

Dubbel zien

8 Uren van Suzuka

De tankdop is niet dubbel zodat er dubbel zo snel gevuld kan worden – of ja, een beetje. Het ene gat is voor de benzine en de andere om de lucht eruit te laten. De tank is draagbaar, met een hendeltje eraan. De haakjes rond de tankdoppen passen precies om de mond – of monden – van de tank. Zodra die haakjes opzij geduwd worden, valt de tankdop open. De man die de tank bedient, trekt aan de hendel en het tanken begint. Doordat de lucht uit de tank weg kan, valt de volledige tank in een keer in de motor. Razendsnel.

Sneller en slimmer

8 Uren van Suzuka

De ZX10RR van Rea en Haslam heeft nagenoeg dezelfde achterbrug in het WK Superbike als ze hadden op Suzuka. Een gefixeerde draadbus vangt de as op om wielwissels te vergemakkelijken. Alleen heb je in World Superbikes vaak veel meer tijd. Het wisselen van een wiel gaat op Suzuka dan ook veel sneller, en slimmer. In het gootje boven de achteras legt men de ketting, zodat ‘ie altijd bij de hand blijft en niet op de grond valt. Nog mooier is de immense kettingwielhouder – hier wit. Die valt in een nok in de achterbrug en heeft aan de wielzijde een soort halfopen vijfkant. Het wiel kan eruit, terwijl het kettingwiel blijft zitten.

Pitstops duren zo niet lang, maar toch gebeurt er veel. Banden worden compleet met wiel en schijven gewisseld, remblokken compleet met klauw en al en de tank valt binnen luttele tellen vol. Allemaal kleine zaken die ook over een periode van acht uur racen het verschil maken. Elke seconde telt, zelfs in de 28.800 seconden die de 8 Uren van Suzuka telt.

En wanneer elke seconde telt en vervolgens elk van die seconden benut wordt, win je mogelijk de 8 Uren van Suzuka. Zoals Jonathan Rea en Leon Haslam dat zondag deden – en zoals Scott Russell en Aaron Slight dat in 1993 deden. Alleen is er wel veel veranderd sinds hun 1993 8 Uren van Suzuka winnende ZX7R (onderstaand) en de ZX10RR waarmee KRT de 2019-editie wonnen.

8 Uren van Suzuka 1993

Foto’s: Kawasaki