vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1140

Frankrijk: Kapen op de Kust

0

Een echte kaap hoort hoog, ruig en dramatisch te zijn. Er moet een tierende, allesverslindende zee tegenop beuken. En het moet er stormen. Kortom, een echte kaap is het voorportaal van de hel, een overtuigend einde van de wereld. De Noordkaap is zo’n kaap. Maar ook in Bretagne vind je een paar duivelse kapen: Cap Fréhel aan de noordkust en Pointe de Penhir en Pointe du Raz in het uiterste westen. Alledrie krijgen ze de maximale driesterrenwaardering van de Michelin-gids. Alledrie geven ze je een idee van wat je in het hoge noorden te wachten staat.

Jan Dirk Onrust

Ust

De tocht naar de Bretonse kapen is natuurlijk minder extreem dan de rit naar de Noordkaap. Maar het begint er op te lijken als je hartje winter gaat. En dat is precies wat wij doen. We vertrekken half januari, bij een temperatuur van 5 graden boven nul, met frontale windkracht 6 tot 7 en dreigende wolken. Je moet veel pech hebben om deze omstandigheden in juni in Noord Noor-wegen te hebben, maar uitgesloten is het niet. Vorig jaar nog had juni een paar koude dagen en lag er langs de weg hier en daar sneeuw.

Pointe du Raz

Pointe du Raz, het meest westelijke punt van Frankrijk, is de climax. De kaap is een Nationaal Monument dat voor Franse dagjesmensen op hetzelfde niveau staat als de Eiffeltoren of Mont St.Michel. Tot aan de Tweede Wereldoorlog stonden er zelfs vier hotels op deze kaap. Ze werden opgeblazen door de Duitsers, maar de toeristen bleven toestromen. Er kwamen zoveel bezoekers dat reisgidsen vermanende stukjes gingen schrijven. Pointe du Raz zou vertrapt zijn tot een maanlandschap. Woeste kaap én maanlandschap? Ons lijkt dat eerlijk gezegd twee voor de prijs van één. Om de toeristen op afstand te houden is een kilometer voor de kaap een bezoekerscentrum met winkelcomplex gebouwd. Een busje brengt de toeristen die niet willen lopen daarvandaan naar de kaap. Kost niets. Maar nu is alles gesloten en rijden we langs de geopende slagbomen recht op de eindbestemming af. We hebben geluk. Er staat een loeiende westerstorm en het zou nog springtij zijn ook. Nergens in Europa zagen we de zee meer tekeer gaan dan hier. Zware oceaangolven slaan met zoveel geweld tegen de rotsen dat het je verbaasd dat ze overeind blijven. Sommige golven veroorzaken huizenhoge spuitnevels. Overbodig te zeggen dat de veerdienst Ile de Sein, het eilandje dat je vanaf de kaap kunt zien, vandaag niet vaart. Pointe du Raz is een kaap met een rotsachtige uitloper die geleidelijk in zee verdwijnt en daarna nog enkele keren boven water komt. Verreweg de meeste bezoekers bekijken de uitloper, maken een foto en laten het daarbij. Maar als je lef hebt en de waarschuwingsborden negeert, kun je aan een klimpartij over de rotsen beginnen. Boven de diepste afgronden hangen touwen om je aan vast te grijpen. Maar op motorlaarzen is het oppassen geblazen. Pointe du Raz moet niet letterlijk het einde zijn. Je moet tenslotte nog eens het echte Europese eind-van-de-wereld bereiken. De Kaap der Kapen. De Noordkaap.

De eerste etappe gaat naar Honfleur in Normandië, een rit van ruim 600 km. Dat is ook zo ongeveer de dagelijkse afstand die je op weg naar de Noordkaap aflegt. Daar ben je dan een volle dag mee bezig, want de Zweedse en vooral de Noorse wegen lenen zich niet voor hoge snelheden. En de controles zijn streng. De Noorse politie zet je zonder aarzelen het land uit als je het te bont maakt. Lapland is een land van grote schoonheid, magie zelfs. Maar als het regent is het een taai en troosteloos stuk rijden. Om daar alvast aan te wennen, hebben we een gebied nodig waar het altijd naargeestig is en onophoudelijk regent. Oost Vlaanderen dus. In januari extra kleurloos! Via Antwerpen, Gent, Brugge en Veurne scoren we zo toch mooi even 175 km zwaarmoedigheid plus veertig sombere bonusmiles naar Calais. Als hier de melancholie niet toeslaat, is Lapland een eitje voor je.

Voorbij Calais breekt een zonnetje door, maar er komt geen warmte van af. Het is nog maar 2 graden boven nul. Mijn handen beginnen hier echt koud en gevoelloos te worden. Een paar handkappen op het stuur was erg handig geweest, maar gelukkig heb ik elektrische handschoenen meegenomen. Jammer alleen dat ik ze niet op de accu kan aansluiten: het slot van mijn buddy wil niet meer open. Bij mijn maat lukt het wel. Maar hij krijgt blauwe tenen in zijn peperdure Daytona’s. Ik heb een paar Sorel-laarzen aangetrokken waar expedities de Noordpool mee oversteken. Die zijn net voldoende om mijn voeten op temperatuur te houden.

Een wisselvallige wind kromt inmiddels de boomtoppen en dwingt doorlopend tot kleine evenwichtcorrecties. Dat en de kou vreten energie, waardoor je interne kachel na een aantal uren dooft. Wielrenners noemen het de ‘hongerklop’. Je zit verstijft achter het stuur en je hebt het reactievermogen van een dronken schildpad. Op dat moment zijn een maaltijd en een paar Marsen veel effectiever dan welke hi-tech kleding ook.

Honfleur: halverwege

Als we in Honfleur aankomen zijn we halverwege het eindpunt: Pointe du Raz. Een Laps woord voor halverwege is Kautokeino. Het is ook de naam van de plaats in het hart van Noors Lapland, die je passeert op weg naar de Noordkaap. Een groter verschil dan tussen Honfleur en Kautokeino is niet denkbaar. Honfleur is een van de meest sfeervolle stadjes van Frankrijk. Kautokeino staat bekend als de meest sfeerloze stad van Noorwegen. Honfleur bestaat voor een groot deel uit oude monumentale panden, er zijn talloze restaurantjes, kunstgaleries, luxe winkels en delicatessenzaakjes. De meeste zijn het hele jaar geopend. Zelfs op een mooie januaridag lopen er toeristen rond, staan er marktstalletjes en kun je er op een terras zitten. ’s Zomers is het erg druk en is elke lantaarnpaal versiert met kleurige bloemboeketten. Kautokeino daarentegen is een uitgestorven gat zonder centrum, waar de houten huizen tientallen meters uit elkaar staan. Niet de geringste poging is ondernomen om er iets gezelligs van te maken. Kautokeino is dus een extremiteit die je absoluut eens gezien moet hebben.

Cap Fréhel

Een kleine driehonderd kilometer van Honfleur en vijftig kilometer voorbij het voormalige zeeroversnest en zeer bezienswaardige St. Malo ligt Cap Fréhel. Een rood rotsplateau van 400 hectare op 70 meter hoogte. Onderaan de kaap kan het getijdenverschil oplopen tot twaalf meter. Erbovenop gaat de wind zo tekeer dat hoge bomen nauwelijks een kans hebben te groeien. Ook onze motoren lijken op de jiffy nauwelijks bestand tegen de beukende storm. We stallen ze op een beschutte plaats achter de vuurtoren om te voorkomen dat ze omwaaien.

Meer dan een miljoen toeristen komt jaarlijks op deze woeste locatie af. Zelfs op deze januaridag zijn er nog enkele tientallen bezoekers gekomen om even uit te waaien. Een van de bezoekers heeft een ander doel. Hij is van plan zich met auto en al van de klippen te werpen. Schokkerig rijdt hij zijn Peugeootje naar de rand van de afgrond, waar hij met loeiende motor en ingetrapte koppeling blijft staan. ‘Uitzetten die motor’, gebaart een andere bezoeker. De bestuurder blijft dof in de diepte staren. Dan neemt hij een besluit. Hij laat de koppeling los en… schiet achteruit de parkeerplaats op. Tegen een rotsblok komt hij tot stilstand. Misschien was het water toch te koud.

Menhirs op Penhir

Bretagne staat barstensvol menhirs. Meest bekend plaats is Carnac. Daar staan meer dan 5000 stenen opgesteld. De functie van menhirs is onduidelijk, waarschijnlijk hebben ze te maken met een religie waarin de zon werd vereerd. De menhirs van Lagatjar op Pointe de Penhir werden in 1928 gerestaureerd.

De Noordkaap heeft zijn wereldbol en het bezoekerscentrum. Op Cap Fréhel geven twee vuurtorens de kaap een eigen gezicht. De Vauban uit 1685, en een nieuwe vuurtoren uit 1950. Beide zijn gesloten voor bezoekers. Ook het restaurant met panoramisch uitzicht is nu dicht.

Wel open buiten het seizoen, tenminste in weekeindes en tijdens schoolvakanties, is Fort la Latte, een kleine twee kilometer ten oosten van de kaap. La Latte is een veertiende-eeuws fort dat over een rots heen ligt gedrapeerd. Spectaculair genoeg om als locatie te dienen voor films als The Vikings en Les Liaisons Dangereuses. 

Atlantik Wal

Vlak voor je Pointe de Penhir op rijdt, kom je langs een serie bunkers die onderdeel waren van Hitlers Atlantik Wal. De batterij Kerbonn mag dan meer dan 60 jaar oud zijn, machtig ziet ie er nog steeds wel uit. In het museum in een van de bunkers kun je kijken naar een korte video over de onderzeebootoorlog. Voor meer info over de Atlantische kustverdediging surf je naar www.atlantikwall.net.

In de nabijgelegen badplaatsjes (Sables d’or les Pins, Pléhérel-Plage, Erquy) is het in januari ook erg rustig en zijn de meeste rolluiken gesloten. Maar volledig uitgestorven is het niet. Hier en daar zien we een plukje surfers of een kampeerauto. In Erquy vinden we zelfs een prettig hotelletje aan zee met aangename prijzen.

Ongedierte

Door het Bretonse binnenland rijden we naar Pointe de Penhir. Eerst over wat witte doodstille kronkelweggetjes van de Michelin-kaart. Die zijn landschappelijk heel aardig, maar het is nogal een gepuzzel om de goede weg te vinden. En omdat het vannacht heeft geregend zijn ze verraderlijk glibberig. Dat schiet dus niet op zo. Dan maar rechttoe rechtaan over de rode wegen. Dat doen we naar de Noordkaap tenslotte straks ook.

Op deze zondagmorgen zijn de wegen al bijna net zo rustig als in Lapland. Lastiger is dat de tankstations al bijna net zo dun zijn gezaaid. De supermarkten zijn op zondag dicht en voor de automaat hebben we niet het juiste pasje. De verder zo behulpzame Bretonnen zijn minder toeschietelijk als we ze vragen tegen contante betaling hun pasje te gebruiken. Maar voordat het avontuurlijk dreigt te worden, vinden we in een dorpje een huis met een bijna antieke pomp op de stoep. Er blijkt nog benzine uit te komen ook. De verkeerde soort, maar we kunnen weer verder. Als de zon doorbreekt en de temperatuur stijgt naar een graad of 10, krijg ik een typisch Laps ongeval. Een aanrijding met een mug. Daar hebben we duizend kilometer voor moeten rijden. Met een beetje pech is het in Lapland andersom: duizend muggen per kilometer. Niet overal en altijd, maar meestal kortstondig en vooral in juli. Vizierreiniger meenemen dus. En als je in de wildernis gaat kamperen: koop een middel met veel DEET. Dat is de meest effectieve stof om muggen op afstand te houden.

Ile de Sein

Volgens overlevering zou Ile de Sein het magische eiland Ys zijn. Want ondanks dat het eiland slechts zo’n drie meter uit zee steekt, is het nog maar een paar keer verzwolgen door ziedende golven. En het kan er spoken op Raz de Sein, het water tussen Pointe du Raz en Ile de Sein! Toch gaat het niet zo goed. Zo’n 20 jaar geleden woonden er nog 1300 mensen op deze kale rots, tegenwoordig overleven hier zo’n 300 mensen die allemaal ouder zijn dan 62 jaar. Het eiland kun je ook bezoeken. De boot vertrekt vanuit Audierne, maar het is wel een gevaarlijke boottocht die menig toerist niet heeft overleefd. Waarschijnlijk al dit jaar vertrekt een boot vanuit Douarnenez. Het merendeel van de tocht vaar je dan in de beschutting van het schiereiland Crozon.

Voor overstekend hoefgedierte heb je niet veel te vrezen in Bretagne. De verkeersborden kondigen weliswaar af en toe een springend hert of een stilstaande koe aan, maar die zorgen zelden voor overlast. Dat is in Scandinavië anders. De kans dat je een eland – een cartoon van een paard met ovenwanten op zijn hoofd – tegenkomt, is niet theoretisch. De kans dat je géén rendieren ontmoet, is zelfs klein. Elanden zijn behalve erg groot ook nogal onvoorspelbaar. Ze lijken soms te twijfelen tussen vluchten en aanvallen, en kunnen nadat ze zijn overgestoken weer terugkeren naar de weg. Rendieren zijn kuddedieren. Wanneer één de weg oversteekt, volgen er vaak meer.

Pointe de Penhir

Pointe de Penhir ligt op het schiereiland Crozon. Vlak ervoor ligt Menez-Hom, een uitzichtspunt vanwaar je bij helder weer het hele schiereiland en de baai van Douarnenez kunt overzien. Ergens in deze baai heeft volgens de legende de ommuurde eilandstad Ys gelegen, die koning Gradlon in de vijfde eeuw onder zeeniveau voor zijn dochter Dahud bouwde. Dahud was het type vrouw dat veel motorrijders aanspreekt. Bloedmooi en onverzadigbaar. Wat minder is dat ze elke minnaar na een nachtje doodde. Behalve de laatste, de duivel. Die wist haar de sleutel van de toegangspoort van Ys te ontfutselen. Tijdens vloed opende hij de poort en Ys en Dahud verdwenen in de golven. De nymfomane veranderde in een zeemeermin die nog altijd zeemannen naar de diepte weet te lokken.

Vandaag doet ze bij Pointe de Penhir weer erg haar best. Metershoge golven en duivelse draaikolken teisteren de rotsen van de kaap. Een verkeerde stap tijdens een klauterpartij op de rotsen en Dahud heeft je voor eeuwig te pakken. Onder deze omstandigheden is Penhir nog indrukwekkender dan Cap Fréhel. Een oorlogsmonument, een omvangrijk bunkercomplex, enkele bomkraters en een cirkel van menhirs maken de sfeer extra intens. De omgeving van deze hellepoort is daarentegen zachtaardig en aangenaam. De mooi gelegen kustplaatsjes Camaret en Morgat zijn zelfs in januari heerlijk om te bezoeken. En op de smalle weggetjes langs de kust blijf je foto’s maken. We gaan zo langzamerhand geloven dat Bretagne in de winter een ontdekking van jewelste is.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-kaapvaart.GPX”]

Volgende maand stemming over afsluiten Posbank

1
Posbank

In oktober stemt de gemeente Rheden of de eerder besproken afsluiting van de Posbank als doorgaande weg er komt of niet. Betrokken partijen ventileren hun meningen, maar van luisteren naar elkaars argumenten lijkt weinig te komen.

Zo stelt Jeroen de Koe van Natuurmonumenten tegenover Nu.nl dat de veiligheid in het gedrang komt: ‘Volgens mijn toezichthouders is het dan zo druk dat de hulpdiensten er niet meer langs kunnen.’ Dat is dan ook absoluut een argument dat hout snijdt, aangezien de Beekhuizenseweg dwars door het natuurgebied slingert. Die weg verbindt de dorpen Velp en De Steeg met elkaar.

Uiteraard snijdt Natuurmonumenten ook aan dat het verbieden van gemotoriseerde voertuigen in het weekend en op feestdagen de natuurbeleving ten goede komt. De Koe: ‘Zo krijgen de vogels en dieren weer meer rust en kunnen bezoekers rustig van de natuur genieten.’

We voorkomen alleen dat mensen daar voor de lol in het weekend rondjes door de natuur gaan rijden‘ – Natuurmonumenten

Met die notie ontgaat het De Koe dat motorrijders bijvoorbeeld op hun manier ook van de natuur willen genieten. Zijn reactie maakt dat pijnlijk duidelijk. ‘Alle belangrijke punten blijven bereikbaar. We voorkomen alleen dat mensen daar voor de lol in het weekend rondjes door de natuur gaan rijden,’ aldus De Koe namens Natuurmonumenten. Voor de lol rondjes rijden in de natuur – precies dat wat motorrijders willen.

‘Het grootste gedeelte van de motorrijders is recreant. Die komt daar om van de mooie natuur te genieten. Dat doen ze juist in het weekend. Ja, de paviljoens blijven bereikbaar, maar dat is maar een heel klein stukje van de Posbank,’ legt Arjan Everink van de KNMV uit. Over het argument van de opstoppingen is Everink ook niet te spreken. ‘Waarom alleen de auto’s en motors weren? Zij veroorzaken geen overlast in het gebied. Een motor is een smal voertuig. Die zijn niet verantwoordelijk voor de verkeersopstoppingen.’

Waarom alleen de auto’s en motors weren?‘ – KNMV

Volgende maand wordt gestemd voor een derde poging, aangezien twee eerdere plannen onvoldoende draagvlag hadden. Pas na die stemming zal blijken of de motorrijder binnenkort nog van het ‘Rondje Posbank’ kan genieten.

Foto: Jowin Boerboom

Vergeten prototype: BMW bb-Futuro

1
BMW bb-Futuro

Het jaar 1980 lijkt een eeuwigheid geleden – met name omdat het ook gewoon lang geleden is – maar toch zou de in dat jaar gepresenteerde BMW bb-Futuro nu nog de wenkbrauwen doen fronzen. Een BMW boxer die niet Duits degelijk van ontwerp was; dat kan toch niet? Of ja, kon toch niet. Of toch?

BMW ontkrachtte dat laatste zelf een luttele vier jaar later met de vergelijkbare doch totaal niet vergelijkbare K1. Mocht je je afvragen waarom BMW in voorgaande zin het signaalwoord ‘zelf’ behoeft, dan is dat niet raar. Hoewel de Futuro – zoals de meesten hem nog kennen, minus de ‘bb’ en het verbindingsstreepje – als een BMW gepresenteerd was, was BMW enkel leverancier van de krachtbron. Het was Buchmann & Buchmann dat de handschoen oppakte die BMW had neergeworpen.

Onder de bezielende leiding van Rainer Buchmann toonde B&B wat er kon als de boxermotor uit de R80 in een grenzeloos rijwielgedeelte zou komen te hangen. In 1980 hing dat blok in al zijn glorie als kloppend hart in het B&B rijwielgedeelte, met een prestatie verhogende turbo als pacemaker in de uitlaat verwerkt – met effect. Een standaard BMW R80 braakte indertijd zo’n 50 pk uit, terwijl de bb-Futuro maar liefst anderhalf keer zo veel vermogen had. Turbo’s op motoren; B&B was er vroeg bij. Enkel de door het Californische Turbo Cycle Company gebouwde Kawasaki Z1R TC was de bb-Futuro voor – een vergelijkbaar voorbeeld, want ook die Z1R TC werd als een volbloed Kawa-project gepresenteerd. Niet geheel onwaar, aangezien een voormalig Kawasaki Amerika-topman inmiddels de scepter zwaaide bij TCC, en de motoren zodoende via Kawasaki-dealers verkocht konden worden.

Futuro Turbo

Maar toch. Die Z1R was een vrij eenvoudig ogende machine met een maniakale krachtbron; de bb-Futuro beloofde de toermotorfiets voor altijd te veranderen. De complete stroomlijn – inclusief geïntegreerde spiegels, treeplank-achtige voetsteunen en armsteunen – deed denken aan de NASA Space Shuttle. Ware het niet dat die Space Shuttle pas een jaar later zijn eerste testvlucht maakte – waarschijnlijk met een dashboard aan boord vergelijkbaar met het volledig LCD-klokkenspel van de bb-Futuro.

Nog meer waanzin

De motorshow in Keulen – wat we tegenwoordig als de Intermot kennen – van 1980 zou ook de Suzuki Katana voortbrengen. Even zo vooruitstrevend qua design, maar zelfs de markante Katana was ingetogen in vergelijking. Rainer Buchmann zou later toegeven dat de bb-Futuro een uit de klauwen gelopen vingeroefening was. Toen zij de bb-Futuro op wielen zette, wist Buchmann al dat BMW uit emissie-oogpunt een vier-in-lijn aan het ontwikkelen was. Hij wist ook dat die uiteindelijke K1 net zo’n reismotor met sportieve insteek zou worden. BMW had de boxer – hún boxer – vogelvrij verklaard; de lijnmotor ging het worden. Buchmann kon zodoende nog meer waanzin in de Futuro stoppen, en deed dat ook naar hartenlust.

Het monocoque-achtige rijwielgedeelte – met de uit buizen opgetrokken achterbrug –, de liggende enkele schokdemper en het reactiesysteem voor de cardan; innovatie was B&B niet vreemd en men had alle intentie de wereld dat te laten zien.

Vrije val

Ergens is het pijnlijk dat Buchmanns project feitelijk ‘vrij’ terug stopte in ‘vrije val’. Juist omdat ze wisten dat BMW er enkel mee voor de dag wilde komen om een punt te maken, maar verder geen intenties tot productie had, kon de bb-Futuro zo waanzinnig worden.

Helaas zou het erbij blijven. De BMW bb-Futuro was dus een prototype dat gedoemd was vergeten te worden.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto’s: Rainer Buchmann

Hans Spaan weg bij RW Racing

0
Hans Spaan verlaat RW Racing

Hans Spaan heeft NTS RW Racing GP verlaten. De oud-meervoudig racewinnaar in de 125cc-klasse van de Grand Prix was afgelopen weekend al niet in Misano. Het team wilde er toen niets over loslaten, maar nu komt de aap uit de mouw.

Zonder schroom sprak Spaan zich vandaag uit in De Telegraaf. De houding van de enige Nederlandse GP-coureur Bo Bensneyder ligt er aan ten grondslag. ‘Ik heb mijn best gedaan voor hem, tot het laatst toe’, aldus Spaan tegenover Coo Dijkman van De Telegraaf. ‘In feite doe ik niks meer dan een plan maken voor het weekeinde, zoals de bandenstrategie en het uitrekenen van de benzine om zo licht mogelijk te zijn. Dan kan iedereen wel tegen Bo zeggen dat het niet aan hem ligt maar aan die kale, maar een rijder moet zelf ook inzien waar hij zich moet verbeteren.’ Het team had eerder in de week naar verluidt nog overleg gehad met Spaan. Samen hadden ze besloten dat het tijd was dat de wegen scheiden.

In een gezamenlijk persbericht zouden de media daarover bericht worden. Spaan mocht het bericht nog een laatste keer tegenlezen voor het uit zou gaan. De oud-coureur uit Castricum dacht er blijkbaar het zijne van en deed zijn zegje in de krant.

Communicatieprobleem

Helaas heeft De Telegraaf geen wederhoor toegepast en enkel Spaan aan het woord gelaten. Desondanks openbaart de winnaar van de 125cc-race tijdens de Dutch TT van 1989 wel eigenhandig een communicatieprobleem binnen NTS RW Racing GP.

Ik zag dat het niet goed zou komen met hem. Hijzelf vindt van wel, maar dan wilde hij niet meer met mij werken omdat hij totaal geen vertrouwen in mij heeft. Dat heeft hij overigens nooit zelf tegen mij uitgesproken,‘ legt Spaan uit. Dat Bendsneyder zich niet eerder uitgesproken heeft, is tekenend. Het team heeft namelijk ook nooit direct tegen de Rotterdammer durven zeggen dat ze zich zorgen maken. Spaan: ‘Als je zoals in Brno als achtste gekwalificeerd staat en al na de eerste bocht negentiende ligt, waar ben je dan mee bezig? Dat zegt iedereen binnen het team, behalve als hij er bij staat.

Wat het vertrek van Hans Spaan bij NTS RW Racing GP betekent voor het team, is nog niet duidelijk. Over een vervanger wordt nog niet gesproken. Één ding is wel duidelijk; het team van RW Racing moet aan de bak. Een herstructurering stond al op de rol, maar dat wil Spaan in elk geval dus niet afwachten.

Deel van de uitdaging

Bo Bendsneyder werd in 2015 kampioen in de Red Bull Rookies Cup, waarna hij twee jaar in de Moto3 uitkwam voor Red Bull KTM Ajo, met twee podiumfinishes in zijn debuutseizoen. In 2018 stapte hij over naar de Moto2 met Tech 3, wat geen makkelijke overstap bleek. Voor dit seizoen stapte Bendsneyder over naar het NTS RW Racing GP-team. Een deel van de uitdaging van RW Racing, Bendsneyder en hun collega’s zit hem in frameconstructeur NTS.

NTS Moto2

De Japanse framebouwer is redelijk nieuw in de GP-paddock en heeft slechts twee machines permanent rondrijden in de klasse. De hoeveelheid data die ze verzamelen is dan ook veel beperkter dan bijvoorbeeld Kalex, dat hofleverancier is in de Moto2. Speed Up doet het ook slechts met twee motoren, maar heeft inmiddels veel meer ervaring op GP-niveau. Hoe goed de rijders en het team hun best ook doen; de machine moet ook op niveau zijn, en dat is dus beduidend lastiger. Al was het gehele team zich bewust van de uitdaging toen het vol overtuiging in het avontuur stapte met de Japanse framebouwer.

Update, 15.50u:

Inmiddels heeft NTS RW Racing GP gereageerd op het vertrek van Hans Spaan. In de reactie laat het Moto2-team zich niet uit over de uitspraken van Spaan. NTS RW Racing GP-teammanager Jarno Janssen: ‘Wij waarderen Hans zeer en vinden het dan ook doodzonde dat we niet met elkaar op één lijn konden komen wat betreft onze visie voor de toekomst. Als de ideeën daarover sterk uiteenlopen, is het beter om te besluiten niet samen verder te gaan, hoe spijtig dat ook is.

Het volledige interview van Hans Spaan lees je bij De Telegraaf en de volledige reactie van RW Racing vind je op de website van NTS RW Racing GP.

Foto: 2Snap

BMW patenteert mechanisch antidiefstalsysteem

0

Als we een nieuwe motor kopen, controleren we elk detail. Gek genoeg nemen we genoegen met een stuurslot van een paar euro. Alsof dat voldoende is om kwaadwilligen te ontmoedigen! Nu kun je allerlei elektronische voorzieningen op je motor schroeven, maar we weten natuurlijk allang dat een gestolen motor in een busje verdwijnt en naar een duistere plek wordt vervoerd.

Dus wat doe je? Nog meer kettingen en remschijfsloten op je motor, moeilijk kopieerbare gecodeerde sleutels, Track and Trace of een nog geavanceerder inbraakalarm? Leidt mogelijk tot niets omdat de motor nog steeds te verplaatsen is.

BMW denkt ook na over deze problematiek. Immers kost een beetje BMW al gauw meer dan 15.000 euro. Dan loont een ultiem antidiefstalsysteem de moeite. Uit een onlangs ingediend patent leren we dat BMW broedt op een mechanisch systeem dat voorkomt dat het achterwiel kan bewegen. Je kunt een motor dan allen maar stelen door ‘m op te tillen. Veel succes, je loopt al gauw met 230 kilo + te zeulen. Het BMW systeem kan op verschillende modellen worden toegepast. Er is zelfs al rekening gehouden met de R18, het 1800-concept. Het systeem blokkeert de aandrijfas van het cardan met een pen. De activering van de pen geschied elektronisch. Bij snelheden boven de 4 km/u wordt het systeem niet ingeschakeld.

Pure&Crafted: Music, Motor & Lifestyle

0
Pure&Crafted

Muziek; motoren, lifestyle en de beste foodtrucks! Dat zijn de hoofdingrediënten van het unieke festival Pure&Crafted op zaterdag 28 september op festivalterrein Taets Art and Event Park in Zaandam. Met o.a. Blaudzun, EUT, Indian Askin, SONS en Swedish Death Candy. Motorliefhebbers vergapen zich hier aan nieuwe (of juist vintage) modellen in The Wheels Area, en ontdekken hoogwaardige New Heritage motorkleding en -accessoires in de General Store. En ook de spectaculaire Wall of Death (stunts op de steile wand met vintage motoren) is een must-see op Pure&Crafted

Tickets á €25,- via http://www.pureandcrafted.com

100.000ste Multistrada rolt van de band

0
Ducati Multistrada
Claudio Domenicali overhandigt de Pikes Peak aan de trotse eigenaar

Zestien jaar nadat de eerste Multistrada van de assemblagelijn rolde, heeft de familie nu de mijlpaal van 100.000 motorfietsen bereikt. Multistrada nummer 100.000, een Pikes Peak versie van de 1260 met een gepersonaliseerde lasermarkering op de kroonplaat, werd door niemand minder dan Claudio Domenicali, CEO van Ducati, persoonlijk overhandigd aan Dave Hayward – een Duitse Ducatista die zijn Multistrada bij de dealer in Düsseldorf had besteld. 

Ducati’s multifunctionele motorfiets is altijd al technologisch geavanceerd geweest. In 2010 was de Multistrada één van de eerste motorfietsen met riding modes, het systeem dat het karakter van de motorfiets zelf verandert. Inderdaad, in de slogan voor de reclamecampagne was te lezen: “vier motorfietsen in één”. Met de D|Air versie, geïntroduceerd in 2014, bood Ducati de eerste motorfiets aan met een systeem dat in contact staat met een speciaal jasje dat is uitgerust met een airbag. In 2015 werd het de eerste motorfiets op de markt gebracht met een motorblok met variabele timing: de Testastretta DVT (Desmodromic Variable Timing).

En naarmate de technologie evolueerde, evolueerde ook de betrouwbaarheid. Steeds langere en strengere ontwikkelingstests werden toegepast. Productieprocessen en materialen werden verbeterd, numerieke simulaties aangescherpt, waardoor de Multistrada 1260 en 950 tot ongekende betrouwbaarheidsniveaus werden gebracht. Tegenwoordig hebben alle motorblokken in de familie een klepspeling controle van 30.000 km – drie keer zoveel als de eerste versie.

Met maar liefst 7 versies is de Multistrada-familie van vandaag nog nooit zo compleet geweest: twee motorfietsen van 950 cm³ (113 pk) en vijf motorfietsen van 1260 cm³ (158 pk).

De nieuwe Multistrada 950 – ook verkrijgbaar als S versie – werd in 2019 gepresenteerd en is ontworpen om de Multistrada prestaties binnen ieders bereik te brengen en tegelijkertijd de veelzijdigheid te maximaliseren, mede dankzij het 19”-voorwiel.

De meest recente interpretatie van het oorspronkelijke multifunctionele sportconcept, de Multistrada 1260, combineert het comfort en het laadvermogen van een multifunctionele motorfiets met bandenmaten, wielen en remmen die typisch zijn voor sportmotoren. Uitgerust met Öhlins vering, gesmede wielen en een carbon einddemper, biedt het Pikes Peak model maximale sportprestaties.

Voor de avonturiers heeft Ducati de Multistrada 1260 Enduro ontwikkeld, ontworpen voor het zwaarste terrein en de langste ritten dankzij de 30 liter tank, de ophanging met lange veerweg, de 19” voorvelg en natuurlijk de slijtvaste spaakwielen.

De ontwikkeling is in volle gang en in 2021 zal de Multistrada familie met de tweecilinder 1260 en 950 motorfietsen zich uitbreiden met een specifiek V4 motorblok. 

Icoon: 1998 Yamaha R1

0

Jarenlang was het de Honda Fireblade die het in de wereld van de superbikes voor het zeggen had. Meer pk’s, een hogere topsnelheid en een beter rijwielgedeelte waren de troeven waarmee ‘ie de concurrenten jaar na jaar te slim af was. Hoewel de Ducati 916 in die jaren ook furore maakte, was de 916 een machine die niet met de Japanse superbikes te vergelijken viel. Nee, het Japanse viercilinder-kamp streed vooral om de pk’s, en daar deed Yamaha in 1998 een schepje bovenop door met een 1000cc-superbike op de proppen te komen.

Ultracompact motorblok

En daar zat wel 150 pk in! Daarmee zette Yamaha alle concurrentie in de schaduw. Ter vergelijking:  de Honda Fireblade had er 122, en woog daarnaast ook nog eens 185 kilo. De R1 bleek een lichtgewicht van 177 kilo. En daarnaast maakte de R1 ook nog eens gehakt van de topsnelheid van de Fireblade. Yamaha claimde namelijk 280 kilometer per uur voor de R1, de Fireblade kon ‘maar’ 265 kilometer per uur. Dat waren weliswaar zinnenprikkelende cijfers voor menig motorrijder, maar de destijds nieuwe techniek in het motorblok is inmiddels natuurlijk interessanter. Het was qua hoogte, lengte en breedte namelijk de kleinste en lichtste ‘dikke’ viercilinder van dat moment.

Op de schop

Sterker nog, dit motorblok was kleiner dan de motorblokken van 600cc-sportmotoren. De gehele aandrijflijn, die destijds altijd in één lijn lag, ging op de schop. De versnellingsbak werd verticaal gestapeld en de waterpomp was binnen het motorblok gevestigd, alles maar om het motorblok zo klein en kort mogelijk te houden. Verder maakte Yamaha gebruik van hen reeds bekende technieken, zoals de vijfkleps-cilinderkop en het Exup-uitlaatsysteem. Die Exup-klep werd voor het eerst door een computer aangestuurd, en reageerde actief op de snelheid waarmee het gas werd opengedraaid.

Agressie

Het nieuwe aluminium Deltabox-frame gebruikte het motorblok als dragend deel. Kenmerkend voor het rijwielgedeelte daaromheen  is de wielbasis van 1395 millimeter, destijds extreem kort. En eigenlijk nu nog wel, zeker als je nagaat dat de huidige R1 een wielbasis van 1415 millimeter heeft. Om toch ook wat rust in het rijwielgedeelte te brengen, bedacht Yamaha een relatief zeer lange, stabiel gebouwde achtervork. Remklauwen uit één stuk, lichtere uitvoeringen van de Thundercat- en Thunderace-klauwen, zorgden voor de vertraging. Natuurlijk was de vering, met upside-down voorvork, geheel instelbaar.

Schaduw

Nu, jaren na dato, staat deze 98’er R1 nog altijd in ons geheugen gegrift. Misschien niet eens zozeer door z’n vooruitstrevende aard, maar vooral omdat deze R1 bekend kwam te staan om z’n onvergeeflijke karakter. De compacte bouw maakte het rijwielgedeelte bij vlagen zenuwachtig en dit werd versterkt doordat het voorwiel met gemak het luchtruim koos. Een stuurdemper bleek, zeker voor de motorrijder met een agressieve rijstijl, een waardevolle accessoire. Belangrijker is het dat de R1 in alle vergelijkingstesten veruit het snelste was en de concurrentie er jaren over heeft gedaan om uit diens schaduw te treden.

Frankrijk: uitbundige bochten in de Cevennen

0

Eigenlijk is het in de Cevennen onmogelijk om over al die kostelijke weggetjes op de landkaart te toeren. Maar probeer je het, stuit je vanzelf op de dramatische sporen van de Camisarden. Dat waren protestantse vrijheidsstrijders, een van de eerste guerrilla’s in de geschiedenis.

Klaus H. Daams

Het rubber onder de staatsieauto’s van De Gaulle en Adenauer lieten het grind bij het kasteelhotel Château d’Ayres in Meyrueis ook al eens knerpen. Het is dan ook een imposant bouwwerk uit de 12e eeuw, dat door een gelukkige speling van het lot ons bivak wordt. De komende dagen verkennen we het Zuidfranse equivalent van Het Bochtenparadijs. En als we er toch zijn, zoeken we en passant ook even uit hoe het ook al weer zat met die Hugenoten en Camisarden. Daarvoor roepen we de hulp in van een al wat beduimelde Michelinkaart 339, die zo krioelt van geelgroene weggetjes dat er geen gevaar bestaat dat we onze tijd verdoen als salontijger in het Château. Of dat de Tiger platte banden krijgt van het stilstaan. On y va! Erop af!

Getatoeëerd

Op de weg van Meyrueis langs de Jonte omhoog naar de Col de Perjuret draaien we warm. Oh la la, de kaart liegt niet. Na een zinsbegoochelende serie bochten stuiten we op de D18: Route Dangereuse et Difficile, gevaarlijke en moeilijke weg. Zo leest de uitnodiging voor de Gorges du Tapoul, die we maar al te graag aannemen. Het kan inderdaad gevaarlijk worden. Tenminste, wanneer je je door een schaapskudde uit het zadel laat werpen. Blijf je zitten, kijk je gefascineerd naar het op sommige plaatsen hemelsblauw of bloedrood getatoeëerde tapijt dat blatend tegen de helling opklautert. Zo’n allegorische beeld is het waard om voor het nageslacht te bewaren. Maar dat krijgen we de herder en zijn stevige gezellinnen – wie is mevrouw de echtgenote en wie de vriendin? -, niet uitgelegd, tenminste zoveel maken we uit hun stortvloed van woorden op.

De komende uren bijten de microscopisch kleine tandjes van de Pilot Power zich vast in het min of meer kunstig golvende wegdek. Eerst tot Florac over de D996 en D907, dan langs de Tarn op de D998. Prachtig toch, dat ook wegen de namen dragen van beroemde Ducati’s? En wie pauzeert onder het koele bladerdak van de bomen – welke precies doet er niet toe – hoort in de verte collega-motards naderen. Hopelijk doen ze het kalm aan in de bochten waar de rolsplit (gravillonage) ligt en waar het asfalt zacht gegaard is door de zon…

Een heerlijke plaats om crêpes en geurige Grand Crème te eten, is het Café de la Commerce, aan de voet van de Mont Lozère in Le Pont-de-Montvert. Lui maken we daarna een korte wandeling omhoog naar het Ecomusée, waar Odile Rival, directeur van het streekmuseum, ons vertelt over de Camisarden Oorlog (zie kader Camisarden). Dat was een bittere strijd, die de protestanten 40 jaar voerden tegen een dwingend Katholiek regime. Die oorlog werd op 10 mei 1704 beëindigd. Desondanks kunnen mannen en vrouwen van beide religies nog maar sinds twee generaties terug met elkaar huwen, zonder dat de gemeenschap er schande van spreekt. En zo zijn we na een uur slenteren door de geschiedenis weer terug in het heden, waar aan het zoetroze luik van het café een bloemig versierde thermometer vingt-deux demi (22,5 graden) aangeeft en ons daarmee in de aangenaam stralende armen van de late namiddagzon drijft.

Berlijnse hiphop

De ezels van Jean Pierre laten niemand koud. De voormalige leraar voor moeilijk opvoedbare kinderen in St. Privat de Vallongue biedt avontuurlijke vakantiegangers de mogelijkheid om met de eigenzinnige dieren een wandeltocht te maken. ‘Citronneeelle,’ lokt de gepensioneerde pedagoog een van de langoren, maar direct voelen zeven ezels zich aangesproken. Een Ezeltocht is een schitterende gelegenheid om te onthaasten. Dat schreef Robert Louis Stevenson al in 1878 in zijn boek Reis met de ezel door de Cevennen. Maar de Schotse schrijver schreef meer zeldzaam inspirerende boeken, als Dr. Jekill en Mr. Hyde. Gegroet Citronelle, we gaan zonder je verder. 115 Britse paardjes willen op de bochtige N106 laten zien hoeveel wolf er steekt in de keurig blauwe pels van de Tiger. En nu we het toch over kleding hebben: tot onze verrassing blijkt de jonge ober die in zijn keurige, zwartwitte penguïnpak de feodale voederbakken in het Château d’Ayres uitserveert een fan van de Berlijnse hiphop subcultuur.

Fraaie slingers

35 Graden voorspellen ze voor het weekeinde. Met zo’n temperatuur verandert Zuid-Frankrijk in een pagina uit een plaatsjesboek. Snel door naar de volgende bladzijde. De driecilinder 1050 loeit als de landende jet van British Airways. We rijden op een weg over de bergkam, die van de Corniche des Cévennes naar Saint-Jean-du-Gard voert. Het provinciestadje was tijdens de Camisarden Oorlog het centrum van het protestantse verzet. Het Musée du Désert geeft je alle ins & outs.

Wij kiezen voorlopig nog even voor het asfalt, die met fraaie haarspeldbochten over een paar fraaie cols slingert en uitzicht biedt op spitse bergketens en bosrijke dalen. Deze panoramaweg werd overigens aangelegd onder Lodewijk XIV. Zo kon hij met zijn troepen nog dieper de Cevennen binnendringen.

Wie zich de rust gunt voor een korte pauze, ontdekt iets van de weg af – bij Saint-Laurent-de Trèves – 190 miljoen jaren oude dinosauriërsporen. De reuzenreptielen drukten destijds hun XXL-poten in de lemige oever van een lagune. Maar is zo’n uitstapje te veel moeite voor je, vlei je je ontspannen neer in de berm en staar je over je motorlaarzen in de verte. En passant passeert een Franse motorrijder, die z’n schakelvoet stoer van de voetsteun tilt. In Frankrijk motorgroeten ze met de voet. Ach, was de motor maar 300 jaar geleden uitgevonden. Dat was de motor al eind 17e eeuw het voorbeeld van hoe verschillende bloedgroepen – supersport vs allroad – elkaar vredelievend bejegenen.

Hugenoten

Musée du Désert in het dorpje Le Mas Soubeyran bij Mialet is het Mekka voor de Hugenoten. Jaarlijks treffen die elkaar hier op de eerste zondag in september. Het museum bevindt zich in het geboortehuis van de als Roland bekend geworden Pierre Laporte, die samen met Jean Cavalier, een bakker uit Ribaute, de opstand van de Camisarden aanvoerde. Maar liefst 2000 artefacten, van de kast met dubbele bodem om zich in te verschuilen voor de gerechtsdienaren van de koning tot het botten brekende folterwiel, laten de bloedige tijd herleven die passend Désert wordt genoemd. Woestijn dus, enerzijds een toespeling op de veertigjarige trektocht van de Israëlieten door de woestijn, maar ook woestijn in figuurlijke zin, namelijk de periode waarin de uitoefening van het als ketters geziene protestantse geloof krachtens koninklijk decreet ten strengste verboden was. De uitgestotenen verborgen zich in de bossen, grotten en kloven van de Cevennen. Wanneer ze ontdekt werden, restte de mannen een leven als galeislaaf en verdwenen de vrouwen in een anonieme kerker.

Het doel van Lodwijk XIV de Zonnekoning was politieke eenheid met een Katholieke staatsgodsdienst (une foi, une loi, un roi – éen geloof, éen wet, éen koning). Dat was een diepgekoesterde wens van vele Franse koningen – je moet nog even wat geschiedenis verdragen. Al in 1572 werden in Parijs tijdens de beruchte Bartholomeusnacht duizenden protestanten vermoord. Zo’n 200.000 Hugenoten sloegen op de vlucht. Ook naar Nederland, wat economisch gezien niet nadelig uitpakte. Het is ook de reden waarom de protestantse kerk in Frankrijk zo klein is: slechts 1,5 % van de bevolking is protestant. En nu weg uit het museum, voordat het gouden namidagszonlicht en de geduldig wachtende motoren gaan rebelleren.

Het zou ons meest favoriete traject kunnen worden: Mialet, Saint-Jean-du-Gard, Peyroles, Col du Pas, Valleraugue, Meyrueis. Maar eerst een ereronde naar de Pont des Camisards, een stenen brug over de dromerige Gardon. En dan: Hallo, wakker worden! Het opgelapte afval perst het laatste beetje vrije slag uit de vering. De weg bocht als een paling en is ontiegelijk smal. Zo smal dat een volle rol Gaffa-tape niet voldoende is de cosmetische schade te verhullen op een elkaar schampende Clio en Golf.
Uiteindelijk daagt de route je uit tot een 56 kilometer lange eindspurt, over de D 986 naar het avondeten.

Mont Aigoual: 1.567 m

‘En dan kunnen wij misschien ook nog dit weggetje meenemen. Route Difficile, dat klinkt toch goed.’ Gesprekken aan de ontbijttafel – met baguettekruimels op de kaart – zijn altijd weer een genot. Snel de verplichte morgenronde naar de benzinepomp, waar op dat moment een oude Citroën Traction Avant, die goed geveerde gangsterauto uit tv-detectives, opzien baart. En dan begint opnieuw het Grote Weggetjes Verzamelen, een spelletje dat nooit verveelt.

De D 57 is meteen een voltreffer. Bloemenperkjes maken als fleurige eilandjes het opengebroken asfalt gezellig en als de schaamteloos blauwe hemel niet door dik bladerdak – vraag niet welke!- wordt verhult, werpt een buizerd z’n schaduw wel naar beneden. De blijkbaar uitmuntende thermiek wordt ondersteund door de ventilator in de radiator. De Enduro-genen van onze allroads zijn wel heel erg gedomesticeerd, dat wordt zo wel in toenemende mate duidelijk. Maar als je zo lukraak rijdt, is de kans groot dat je je ergens op een kruising in het Forêt Domaniale de l’Aigoual de vraag stelt:: waar zijn wij in godsnaam beland. En waar gaat het verder? Wie dan alles goed doet, komt niet in botsing met een plotseling de weg overstekend hert, maar stuit 27 kilometer verder in Meyrueis weer op een normale weg. En dan zul je – vijf minuten later – in het café op de 1567 meter hoge, als weerstation dienende Mont Aigoual opnieuw een beslissing moeten nemen: wordt het bosbessen -of frambozentaart? Allebei mag natuurlijk ook.

Bergzwervers

Een toproute komt in de Cevennen nooit alleen. Voor een langer rondje deze middag luidt de aanbeveling van de verkeersminister: Mont Aigoual, Le Vigan, Ganges, Sumène, Lasalle, Col du Merou, Col de l’Asclier, Notre Dame de la Rouvière, Valleraugue, Meyrueis. De voorpret stijgt, net als de thermometer. Eindelijk laat Afrika zich voelen. De thermometer aan de pui van apotheek Rombaut in Le Vigan geeft met rood oplichtende cijfers 35 graden aan. Het komt daarom goed uit dat de kleine supermarkt verkoelend ijs alleen in grootverpakking verkoopt. En de rest van de middag? Die is onmogelijk na te vertellen. Al die fantastische bochtencombinaties, die pittige en kruidige geurexplosies en al die sprakeloos makende uitzichten. Laten we het zo zeggen: het hart van de motorrijdende romanticus jubelde. Bergzwervers voelden we ons. Een duo, vooral als die op een Spartaans hard zitje moet hokken, zal de dans door de bergen beleven als een lottoballetje in een lottoapparaat. Zo word je door elkaar geschud. En als de duo je vrouw of vriendin is, zal ze je met zoetgevooisde stem verleiden: ‘Laten we in het avondrood langzaam naar het hotel rijden.’ Maar in gedachten heeft ze je helm al uren geleden in elkaar getimmerd.

Tantaluskwelling

Op de Col de Merou herinnert een plaquette aan de martelaren van de Franse Resistance in WOII en in het bijzonder aan de gedeporteerden. Maar de door kastanjes, eiken en pijnbomen begroeide pas is ook om andere redenen historische grond: op 17 januari 1704 versloegen de Camisarden onder bevel van Roland hier twee koninklijke bataljons. En ook al geschiedde dit alles lang geleden, de fantasie kent geen grenzen. Je kunt je goed voorstellen wat zich eens in dit rauwe ontoegankelijke landschap heeft afgespeeld. Hoe de Camisarden ongezien uit hun huizen konden vluchten. Die waren gebouwd als ingenieuze driedimensionale stenen puzzels, met achter de schoorsteen een gecamoufleerde ontsnappingsroute door een achterliggende grot. Een paar kilometer verderop.

Op de eenzame Col de l’Asclier, welt een nieuwe gedachte op, meer een tantaluskwelling. Wie hier spontaan besluit naar de Middellandse Zee te spurten, zou binnen twee uur pootje kunnen baden. Doen we natuurlijk niet: wij spurten weer over de 56 kilometer D 986, van Valleraugue naar Meyrueis.

Oude krijgers

Hoe graag je deze film oneindig zou willen herhalen, onverbiddelijk komt de dag dat je afscheid moet nemen van de Cevennen. Normaal doe je dat in stilte, ingetogen. Maar deze keer vertrekken we met groot vertoon. Begeleid door het tamboerkorps marcheren de Anciens Combattants d’Algérie door de straten van Le Pont-de-Montvert. De oude krijgers uit het departement Lozère vieren het jaarlijkse veteranencongres van de Algerijnse Oorlog (1954-1962), een oorlog waaraan Frankrijk geen roem ontleent. Het schouwspel zorgt ervoor dat de crêpes en Grand Crême in het Café de la Commerce koud staan te worden. Haastig volg ik de stoet, die trots door het dorp marcheert, gefascineerd door het beeld waarin nu eens het blauw-wit-rood van de tricolore en dan weer het martiale legergroen van het gevechtstenue domineert. Het herinnert je eraan, niet zonder pathos, dat de strijd om vrijheid en onafhankelijkheid misschien wel altijd tot het leven behoort. Net als de dood. Of het nu bij de Camisarden was, in Afrika of waar dan ook.

De Camisarden Oorlog

In het verloop van de 16e eeuw drongen de reformatorische ideeën van Luther en die van de in Genève levende Calvijn ook door in de eenzame, afgelegen Cevennen. De ideeën vielen bij de boeren, herders en handwerkers in een vruchtbare bodem. Spoedig bekeerde een groot deel van de bevolking zich, waaronder de hoge adel en de middenklasse, tot het geloof van de protestanten. Ze noemden zich eyguenet, een woord dat de Katholieken spottend verhaspelden tot Hugenoten. De veertig jarige godsdienstoorlog kwam pas ten einde, toen in 1598 Hendrik IV het edict van Nantes uitvaardigde. Dat gaf de protestanten een (beperkte) vrijheid van godsdienst en ook dezelfde civiele rechten. In 1685 werd het edict door Lodwijk XIV opgeheven en dat was het begin van opnieuw verbitterd verzet tegen de (katholieke) overheid, in het bijzonder in de Cevennen.

Op 24 juli 1702 escaleerde de gespannen situatie, toen in Le Pont-de-Montvert de gehate abt Chaila, plaatsvervanger van de bisschop van Mende, in zijn tot gevangenis omgebouwde pastorie door opstandige Hugenoten werd aangevallen en bij een vluchtpoging werd vermoord. Het was het begin van de Camisarden Oorlog, zo genoemd naar de witte hemden of blouses (chemise) die ze droegen. Getalsmatig waren de 3000 Camisarden ver in de minderheid. Desondanks waren ze de 30.000 soldaten van de koning de baas, omdat ze bekend waren met het terrein. In de ontoegankelijke bergstreken sloegen ze keer op met succes toe. Om het verzet te breken, werd bevolking van de Cevennen hard aangepakt, zodat ze geen steun meer verleenden aan de opstandelingen. De actie Verbranden van de Cevennen ging gepaard met grootschalige verwoestingen. 466 Dorpen en boerderijen werden in brand gestoken, terwijl de bewoners naar katholieke streken werden gedeporteerd. Zonder het gewenste resultaat, want vele ontheemde mannen sloten zich nu ook bij de Camisarden aan. Omdat het de soldaten niet lukte recht en orde te herstellen, bewapenden ook de Katholieke burgerij zich. Ze verenigden zich tot milities als cadetten van het Kruis en Witte Camisarden, die moordend en rovend door het gebrandschatte land trokken.

Ondanks geweldplegingen van beide kanten, was de Camisarden Oorlog niet zozeer een burgeroorlog maar veel meer opstand tegen een totalitair regiem. Het doel was om als protestant vrij van represailles te kunnen leven. De Camisarden bleven dan ook trouw aan de koning. Officieel werd de oorlog beëindigd op 10 mei 1704. Maar ook na deze wapenstilstand werd er nog gevochten. De tijd van intolerantie en onderdrukking was eigenlijk pas voorbij, toen in 1789 de Franse Revolutie de Rechten van de Mens proclameerde.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Cevennen.GPX”]

Zelf het weer voorspellen: Weerpraatjes

0
Motor Weer

Het weer is het meest besproken thema in ons land. Inmiddels zijn er ook al ontelbare mogelijkheden die over de weersgesteldheid waar ook ter wereld informeren. Waarom dan nog omhoog kijken naar lucht en wolken om het weer zelf te voorspellen?

Motorrijders mopperen vaak over het weer. Vroeg in de morgen straalt de zon triomfantelijk aan de hemel en je besluit een dag lekker te gaan toeren. Het regenpak laat je thuis en tot in de middag is er geen vuiltje aan de lucht. Maar tegen vier uur komen plots dreigende wolkenbuien opzetten en even later rij je in de regen. Thuis vervloek je die avond briesend en snotterend de meteogoeroes en weatherbabes die dit slechte weer maar niet hebben zien aankomen. Andersom kan natuurlijk ook. Je wordt wakker, kijkt door het slaapkamerraam en staart tegen een sombere, laaghangend grijs wolkentapijt. Dus denk je, dat wordt niks vandaag, kruip maar weer onder de wol. Als dan enkele uren later je prachtige parelwitte stapelwolken toelachen, waartussen de zon regelmatig schijnt, voel je je bedrogen.

Zelf voorspellen

Als motorrijder wil je eigenlijk weer hebben waarop je kunt rekenen. Maar helaas, we wonen in dat kikkerlandje aan de Noordzee en niet in een streek met een standvastig klimaat. Toch kent Nederland in principe maar drie weersoorten: zonnig warm zomerweer, koud winterweer met vorst en wisselvallig weer met soms regen of buien, dan weer opklaringen of alleen bewolking. Dit derde type, weer dat onstabiel en dus onberekenbaar is, komt in Nederland het meeste voor. Maar als weersinstituten er regelmatig naast zitten met hun voorspelling, valt er dan voor de gewone biker nog eer te halen om zelf het weer te voorspellen? Jazeker. Wie goed naar wind en wolken kijkt en enkele volkswijsheden in het vizier houdt, kan vooral op lokaal niveau de globale weersverwachting met succes verfijnen en corrigeren. Lucht en wolken zijn prima weervoorspellers, al moet je wel bedenken dat je voorspelling niet langer dan een dag, in uitzonderingsgevallen 36 uur, geldig zijn.

Blauwe luchten en contrails

We beginnen met een wolkenloze hemel. Als er geen wolkje aan de lucht is, let dan allereerst op de kleur van het blauw. Is dit licht en helder dan blijft het mooie, droge weer voortduren. Verbleekt het blauw na verloop van tijd of wordt het wit dan is een weersverandering op til. Dat komt omdat het zonlicht nu meer verstrooid wordt doordat er meer vochtdeeltjes in de lucht zitten. In principe geldt: hoe droger en schoner de lucht, hoe intenser het blauw. Maak je trouwens niet bezorgd als je van het platteland, waar de hemel nog strakblauw was, een stad of industriecomplex binnenrijdt en het blauwe firmament opeens fletser van kleur is. Dat komt door de uitstoot van gassen in die gebieden waardoor het aandeel stofdeeltjes en waterdamp in de lucht stijgt en het zonlicht dus meer verstrooid wordt. Een ander fenomeen is als de lucht in het voorjaar of in de zomer plotseling zeer diep blauw kleurt, want dan is het zeer snel gedaan met het mooie weer. Dit donkerblauw of indigo treedt alleen op in onstabiele atmosfeer met krachtige winden op middelbare hoogte. Binnen enkele uren kun je zware buien met onweer en hagel verwachten.

Cirrus

Deze uitgewaaide cirruswolk lijkt op een in de breedte uitgetrokken contrail. Ze ontstaan als een warmtefront tegen een koudefront opkruipt. Zet dit door dan regent het vaak binnen 24 uur.

Een extra indicatie hoe het weer zich bij wolkenloze hemel ontwikkelt, geven de condensstrepen van vliegtuigen. Deze contrails (een samenvoeging van condensation en trails) verraden veel over de atmosfeer op grote hoogte. Daar vriest het meer dan veertig graden en omdat koude lucht maar weinig waterdamp kan bevatten, condenseert de extra waterdamp die uit de straalmotoren komt meteen en leidt zo tot wolkenvorming in de vorm van strepen. Blijven die contrails maar korte tijd als smalle, rechte lijnen zichtbaar dan valt er op korte termijn geen verandering te verwachten. Lossen de vliegtuigstrepen daarentegen langzaam op, rafelen ze uiteen en bedekken ze steeds meer blauw dan is in de regel slecht weer op komst.          

Wolkenatlas

De wolken kun je in ruwweg twee groepen verdelen: gelaagde wolken en stapelwolken. De gelaagde wolken hebben, doordat lucht over grote afstand met geringe snelheid opstijgt, zo’n uitgestrektheid dat ze eruit zien als een egale horizontale laag. Men deelt ze naar hoogte waarin ze voortdrijven onder in hoge (boven 6 km), middelbare (tussen 2 en 6 km) en lage bewolking (lager dan 2 km). Stapelwolken ontwikkelen zich daarentegen verticaal. Ze ontstaan wanneer lucht van kleinere omvang zeer snel opstijgt, waardoor de wolken bloemkool- of torenachtige vormen aannemen.

Mengvormen van deze twee groepen komen ook voor en al deze wolkengeslachten en -variëteiten dragen Latijnse namen. In het begin is dit wat lastig, maar als je het volgende onthoudt, kom je er wel uit: zo zit in de namen van stapelachtige soorten altijd het woord cumulus. Gelaagde bewolking gaat altijd vergezeld van het woord stratus. Alto is hoog, nimbus is regenwolk en cirrus betekent veer of vezel. Alle verschillende wolkenvormen zijn samengebracht in een internationale wolkenatlas die over de hele wereld wordt gebruikt, bijvoorbeeld in de luchtvaart. Maar het gaat een beetje te ver om ze hier allemaal op te voeren. We beperken ons dan ook tot de wolkenvormen die ook voor de geïnteresseerde leek en motorrijder een betrouwbare weersvoorspelling opleveren.

Vederwolken, melklucht en schaapjeswolken

Op de eerste plaats zijn dat cirruswolken of vederwolken. Deze witte, vezelige of pluizige wolkjes zeilen in de hoogste etage van de atmosfeer voort, op ongeveer 10 km hoogte. Zijn het krijtstrepen die niet rafelen en vrijwel stil hangen, of heel langzaam van oost naar west trekken, dan blijft het mooie weer aanhouden. Maar windveren met aan de uiteinden haakjes of komma’s die snel van west naar oost drijven, duiden op een weersverslechtering. Deze worden door de straalstroom tot ver voor het lagedrukgebied en het warmtefront uitgeblazen en binnen 36 uur mag je regen verwachten. Warme lucht is lichter dan koude lucht en bij de komst van een warmtefront kruipt de warme lucht dus tegen de koude lucht op. Cirruswolken met haakjes en komma’s zijn daarvan op grote hoogte de eerste voortekenen. Daarna komt de wolkenbasis geleidelijk omlaag en vormt zich op ongeveer 8 km hoogte een melklucht, cirrostratus ge-naamd. Het is een egale melkwitte wolkensluier waar de zon of de maan nog doorheen kunnen schijnen. Vaak zijn dan prachtige kringen om zon of maan te zien die ontstaan doordat ijskristallen in de cirrostratus de lichtstralen op een bepaalde manier breken. Het oude gezegde ‘kring om de zon, regen in de ton’ berust inderdaad op waarheid, want bij zo’n verschijnsel mag je in de komende 24 uur regen verwachten. Datzelfde geldt voor cirrocumulus, ook wel fijne schaapjeswolken geheten, die op een gemiddelde hoogte van 8 km vaak in keurig gerangschikte rijen overdrijven. Ook zij duiden op een onstabiliteit van de lucht op grote hoogten.

Minder eenduidig zijn de grove schaapjeswolken die één etage lager op een gemiddelde hoogte van 6 km door de lucht trekken. Deze altocumulus zijn veel dikker dan cirrocumulus en geven schaduw als ze voor de zon kruipen. Soms is de kudde van wollige schaapjes zo aaneengeregen dat de zon helemaal niet zichtbaar is. Als er gaten in deze bewolking ontstaan duiden die op een oplossende wolkenlaag en op de komst van een hogedrukgebied; mooi weer dus. Maar worden de schaapjes almaar dikker dan ligt binnen 12 uur een weersverslechtering op de loer. In warme zomermaanden moet je erop letten of deze schaapjeswolken wattige uitstulpingen in vorm van torentjes of kantelen krijgen. Die wijzen op grote instabiliteit op middelbare hoogten en zijn een voorbode van onweer.

Het tweede wolkengeslacht op middelbare hoogte is altostratus. Dit is evenals melklucht een vrijwel egale bewolking zonder structuur maar dan wel lager – op ongeveer 4 km hoogte, dikker en grauwer. Sommige gedeelten zijn dun genoeg om de zon er vaag door te kunnen zien. Wanneer deze uitgestrekte bewolking zo dik wordt dat er geen zon meer door kan komen, zal er binnen enkele uren neerslag uitvallen. Meestal wordt deze bewolking opgevolgd door nimbostratus. Dit zijn vormloze, donkergrijze wolken op lage hoogten waaruit het een hele dag kan regenen of sneeuwen.

Tot slot nog een geslacht uit de groep van gelaagde wolken. De in Nederland meest voorkomende wolkenvorm is stratocumulus of golfwolk. Het is een vrij gelaagde, lichtgrijze of donkergrijze bewolking op ongeveer 2 km hoogte die soms een duidelijke structuur bezit met daarin evenwijdige banden van rollende golfjes. Heel vaak drijft stratocumulus met een noordwestenwind vanaf de Noordzee ons land binnen. Hoewel deze golfwolken somber en soms zelf dreigend aandoen, valt er vrijwel nooit neerslag uit en kun je je regenpak gerust thuis laten.

Stapelwolken

Cumulus en cumulonimbus zijn de wolkengeslachten van de zich verticaal ontwikkelende wolken. Ze ontstaan door thermiek, als de zon in een hogedrukgebied de aarde kan opwarmen. Warme luchtbellen aan de grond zijn lichter dan hun omgeving en stijgen op, koelen dan af als ze hoger klimmen en op een gegeven moment gaat de waterdamp condenseren om zo een stapelwolk te vormen. Cumulus, de gewone stapelwolk, wordt ook mooi-weer-wolk genoemd, is aan de basis plat en van boven vriendelijk golvende bolletjes. De door de zon beschenen koepelvormige bo-venkant van deze wolken zijn meestal verblindend wit. Naar gelang het ontwikkelingsstadium lijken ze op kleine watten, bloemkolen of gezichten die voortdurend van vorm veranderen. Vaak drijven de stapelwolken op de wind keurig gerangschikt in rijen voort; dit worden wolkenstraten genoemd. Luchten met cumulusbewolking komen in Nederland vaak voor en het is eigenlijk de geroemde Hollandse lucht die favoriet waren bij de 17de eeuwse landschapsschilders. Cumulus geeft zelden neerslag.

Dat verandert als cumulus naarmate de dag vordert, uitgroeit tot cumulonimbus, een buien- of onweerswolk die tot wel 13 km in de hemel kan reiken. Deze bewolking is aan de onderzijde donkergrijs en heeft een nogal dreigend uiterlijk waarbij de bovenzijden tot spectaculaire superbloemkolen aanzwellen. Vaak is aan de top een uitwaaierend aambeeld waar te nemen, een teken dat onweer op komst is. Een cumulonimbus geeft in tegenstelling tot cumulus altijd neerslag en soms kan het flink te keer gaan met stortregens, onweer, hagel en zware windstoten. In West-Europa gebeurt dit laatste vooral in de zomerperiode, als het land warm is en er dus veel thermiek voorhanden is. Niet voor niets heeft de maand juli bij ons de bijnaam dondermaand. De meeste kans op een zomerse onweersbui heb je op de warme zandgronden van de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en de Brabantse Kempen.

Stratocumulus

Behoort tot de lage bewolking en vormt zich dus onder een hoogte van 2,5 kilometer. Er komt vrijwel nooit regen uit.

Onweer

Onweer en de daarmee gepaard gaande bliksem heeft de mens altijd gefascineerd en angst aangejaagd. Onweer kan zich bij twee verschillende omstandigheden ontwikkelen. Ten eerste als een koufront tegen warme lucht botst. De warme lucht moet hierdoor zeer snel opstijgen en die optilling kan doorgaan tot wel 13 km hoogte zodat onweersbuien ontstaan. Dit frontale onweer komt dus ook in de winter voor. Warmteonweer daarentegen is het alleenrecht van warme zomerse middagen en avonden. Ze worden vanaf de grond doorlopend gevoed met warme lucht die veel waterdamp bevat. Je begrijpt nu dat je bij zwoel weer beter een terrasje kunt opzoeken op het platteland. Steden zijn op warme dagen hitte-eilanden die een onweersbui extra activeren. Boven de stad is er veel sterkere opstijging van warme lucht dan boven weilanden, onder andere omdat de wind door de gebouwen minder verkoeling kan geven en het stedelijke asfalt dus snikheet wordt. De beste plek, het klinkt raar, is aan een meer of in elk geval een flinke plas water. Want als de onweersbui boven het veel koelere water terechtkomt, is de motor van de opstijgende lucht verdwenen en zakt de bui in elkaar.  

Volksweerkunde

Vroeger was er geen weersinstituut als het KNMI of Meteocon-sult. Toch moesten boer, schipper en molenaar een idee hebben hoe het weer zich zou ontwikkelen. Zo werd van vader op zoon door ervaring een behoorlijke weerkennis opgebouwd. Veel regels werden op rijm gemaakt want dat was gemakkelijk te onthouden. Hoewel veel van deze spreuken op bijgeloof berustten, zijn er toch genoeg die een kern van waarheid hebben en ons ook nu nog een betrouwbare weersvoorspelling opleveren. Spreuken als ‘avondrood, mooi weer aan boord’ en ‘morgenrood, water in de sloot’ hebben zeker voorspellende waarde. Een andere bekende spreuk is ‘wind in de nacht, regen in de gracht.’ Ook die bezit een kern van waarheid. Ge-middeld is de windsnelheid overdag het grootst omdat door verwarming meer thermiek en turbulentie ontstaan. Bij stabiel weer neemt bij het ondergaan van de zon de wind af. Blijft het ook in de nacht waaien of gaat hij juist dan toenemen, is slecht weer in aantocht. De zon kan hier immers niet verantwoordelijk voor zijn maar wel de toenemende luchtdrukverschillen van een naderende depressie.

Cirrostratus

De wolken bestaan uit fijne ijskristallen en vormen vaak mooi gerangschikte propjes. Als cirrocumulus gevolgd wordt door cirrostratus wolken, kan dat wijzen op een naderend warmtefront.

Ook dieren zijn weervoorspellers, maar reageren doorgaans op veranderingen die al plaatsvinden. De voorspellingen die je erin wilt zien, heeft dan ook alleen betrekking op zeer korte termijn, meestal niet langer dan een paar uur. Bijvoorbeeld donderbeestjes, kleine zwarte kevertjes die soms bij onweer-achtig weer in grote aantallen neerstrijken. Of ‘zwaluwen laag, water in de kraag’ tegenover ‘zwaluwen hoog, het blijft droog.’ Spreuken die goed verklaarbaar zijn. Bij mooi weer stijgt warme lucht op die de insecten mee omhoog nemen, de zwaluwen moeten het dan ook hogerop zoeken om aan voedsel te komen. Wordt het nu vochtig weer dan verdwijnt die thermiek en vliegen de insecten én bijgevolg de zwaluwen lager. En als laatste: motorrijders. Hebben hun gedrag voorspellende waarde? Natuurlijk, als je die in groten getale over de asfaltwegen ziet zoeven, dan wordt het beslist fantastisch mooi weer.

Cirrocumulus

Ook deze bewolking kan een voorbode zijn van een naderend warmtefront, vooral als de bewolking dikker wordt..