Zie hier Honda’s gloednieuwe Africa Twin. Het nieuwe allroad-vlaggenschip van het Japanse merk heet voluit CRF1100L Africa Twin en heeft meer nieuws aan boord dan enkel en alleen 86cc extra. De 2020 1.084cc Africa Twin kost slechts 700 euro meer dan het uitgaande model, en daar krijg je veel voor. Heel veel.
Natuurlijk valt meteen op dat de nieuwe Africa Twin een ander smoeltje gekregen heeft, maar als je beter kijkt zie je dat Honda de Africa Twin voor 2020 compleet overhoop gehaald heeft. Weinig tot niets bleef bij het oude en toch heeft Honda het goede van de voorganger weten te behouden.
Dat goede zien we vooral terug in de framegeometrie. Saai en zakelijk als dat klinkt, behoefde de CRF1000L weinig meer vertrouwen of wendbaarheid, en dat zal men bij Honda ook gedacht hebben. Zo bleef de wielbasis, de balhoofdhoek en de naloop gelijk aan het uitgaand model. Een winnend team verander je niet, waarvan akte.
Toch veranderde een winnaar wel, met reden. De staande twin bleef qua boring ongewijzigd, terwijl de slag 10 mm langer werd. De behaalde winst in cilinderinhoud voegt wat paardenkrachten toe en verhoogt ook het koppel. Het vermogen steeg van 95 pk naar 102 pk en het maximale koppel nam met 7 Nm toe van 98 naar 105 newtonmeter.
Vrijer, lekkerder, bereikbaarder
De Unicam-klepbediening wordt behouden, maar wel geoptimaliseerd. Door de nieuwe cilinderkop met aangepaste nokkenassen en klepslepers kan het blok vrijer ademen. Een andere cilinderkop dicteert ook een andere uitlaat, wat goed uitkomt. Honda past namelijk een elektronische klep toe in de uitlaat, die behalve een lekkerder uitlaatgeluid ook zorgt voor bereikbaarder koppel bij lagere toerentallen. Verder werd het blok inwendig geoptimaliseerd, waarna het motorblok van de CRF1100L onderaan de streep 2,5 kilo lichter is dan dat van de uitgaande CRF1000L.
Je moet er iets beter voor kijken, maar het rijwielgedeelte is toch echt serieus aangepakt. Het stalen semi-dubbelwiegframe is volledig nieuw, evenals de achterbrug en het subframe. Wat vooral slim is, is dat het subframe op de CRF1100L niet langer een vastgelast stalen deel is. In plaats daarvan zit het aluminium subframe vast met bouten. Ga je off-road onderuit – wat niet ondenkbaar is – dan is een eventueel krom subframe te vervangen in plaats van dat je het moet richten of zelfs aan een compleet nieuw frame moet denken.
Links: de 2019 CRF1000L, rechts: de 2020 CRF1100L.
De aluminium achterbrug is ook nieuw, met een ontwerp dat gebaseerd is op de CRF-motocrossmachines van Honda. Het oogt niet alleen lichter; dat is het ook. Men wist ook hier weer 500 gram te besparen.
Alle registers open
Iets dat minder opvalt, maar ook niet onbelangrijk is; het dashboard heeft een TFT-scherm gekregen. Het sluit aan bij de kritieken dat het LCD-dash wel wat karig was anno 2019 – iets wat Honda overigens pareerde door te stellen dat LCD goedkoper was om te vervangen mocht je in het onverhard onderuit gaan. Dat wekt de indruk dat Honda haar best gedaan heeft dit TFT-scherm behoorlijk crashbestendig te maken. Het kleurenscherm is verder ook nog middels Bluetooth te koppelen aan je telefoon en ondersteunt Apple Car Play. Cruisecontrol is nu ook standaard, trouwens!
Uiteraard werd ook de elektronica onder de loep genomen en aangepast waar nodig. Een van de grootste aanpassingen is de toepassing van een zes-assige IMU, waar niet alleen de tractieregeling, maar ook het ABS van profiteert. Beide zijn voor 2020 hellingshoek afhankelijk qua ingrijpen, met extra focus op het gebruik in het onverhard. Verder krijgt de CRF1100L Africa Twin ook wheeliecontrol en een veelvoud aan instelmogelijkheden van motorreactie en motorrem tot interventiekarakter van het ABS en de tractiecontrole.
Net als de eerdere Africa Twin, is de nieuwe uiteraard ook te krijgen met Honda’s DCT-versnellingsbak. Des Honda’s is het systeem met deze nieuwe generatie weer wat verder opgepoetst en geüpdatet.
Je kunt wel stellen dat Honda met de CRF1100L Africa Twin alle registers opentrekt. Alle kleine aanpassingen bij elkaar opgeteld maken de sterkere 2020 Africa Twin toch mooi zes kilo lichter dan het 2019-model. Opvallender nog, is het feit dat de CRF1000L een vanafprijs had van € 16.158,- en Honda de nieuwe CRF1100L voor € 16.858,- in de showroom zet. Al vanaf medio november 2019, trouwens.
Hoe die volledig nieuwe CRF1100L Africa Twin zich in de praktijk laat gelden, testen we begin volgende maand voor je, wanneer we de 2020 Honda Africa Twin rijden op het mediterraanse eiland van Sardinië.
Uiteraard lees je de uitgebreide rijtesten daarna zo snel mogelijk in zowel MOTO73 als Promotor!
Met de komst van de 2020 Honda CRF1100L Africa Twin, komt er natuurlijk ook een nieuwe Africa Twin Adventure Sports. De grotere broer van de groter geworden Africa Twin profiteert van alle updates en meer.
Net als de nieuwe ‘gewone’ Africa Twin, is de Adventure Sports compleet omgegooid. In plaats van alleen te verbeteren wat verbetering nodig had, zet Honda ook een stap de toekomst door semi-actieve vering als optie te bieden. Het Showa EERA™ (Electronically Equipped Ride Adjustment) systeem werd al eerder getoond op de CRF1000L. Toen ging het om prototypewerk. Ook lag de nadruk er toen op dat het systeem de motor bij stilstand wat door kon laten zakken om opstappen te vergemakkelijken.
Of een lage opstap nog altijd ingebouwd is, is niet bekend. Wat wel bekend is, is dat het systeem zich op gelijke hoogte zet met vergelijkbare dynamische wielophangingoplossingen zoals we onder meer al bij BMW, Yamaha, Ducati en Kawasaki zagen.
Goed uit de voeten
Standaard krijgt de nieuwe Adventure Sports trouwens dezelfde Showa upsidedown-vork en monoshock als op de reguliere Africa Twin. Het geeft de motor 230 mm veerweg voor en 220 mm veerweg achter.
Verder is er beduidend meer windbescherming en is de tank met maar liefst 24,8 liter behoorlijk fors. Het maakt van de Adventure Sports een langeafstandstoerder die ook nog eens in het onverhard heel goed uit de voeten zou moeten kunnen.
Wel zou dat nog gemakkelijker moeten verlopen dan op de oude. Honda paste overal kleine dingen aan en won zo 2,5 kilo in het motorblok en bijvoorbeeld 500 gram met de nieuwe aluminium achterbrug. Tel alles bij elkaar op en het verschil tussen de CRF1000L Africa Twin Adventure Sports en deze nieuwe CRF1100L Adventure Sports is maar liefst 17 kilo. Het uitgaande model woog rijklaar namelijk 243 kg (253 kg met DCT). De nieuwe legt slechts 226 kilogrammen in de schaal (ook weer; 10 kg meer voor het DCT-model).
Knap wanneer je bedenkt dat de Africa Twin CRF1100L Adventure Sports nu ook een zesassige Bosch IMU heeft, wat zowat alle elektronica hellingshoek afhankelijk maakt, van de rear lift control, wheeliecontrol tot de tractieregeling en het ABS.
Intern geoptimaliseerd
Tel er bij op dat het nieuwe 1.084cc-blok een compleet nieuwe kop heeft gekregen. Omdat het blok verder intern geoptimaliseerd is kun je er donder opzeggen dat het winnende team veranderen wel eens heel goed uit kon pakken. Sowieso pakt het sterker uit. Waar de oude 95 pk en 98 Nm koppel had, heeft de nieuwe 102 pk en 105 newtonmeter trekkracht.
De Adventure Sports staat al vanaf november bij die dealers en is verkrijgbaar vanaf € 21.058,-. De DCT-uitvoering is uiteraard net wat duurder, met een vanafprijs van € 22.358,-.
Door de bank genomen is de Honda CRF1100L Adventure Sports dus behoorlijk opgepept en aangepakt. Hoe dat zich in de praktijk laat gelden, testen we begin volgende maand voor je. We rijden de 2020 Honda Africa Twin Adventure Sports dan namelijk op het mediterraanse eiland van Sardinië.
Uiteraard lees je de uitgebreide rijtesten daarna zo snel mogelijk in zowel MOTO73 als Promotor!
Nog een week tot op 1 oktober de laatste druppels Euro95 E5 het eind van het spuitpistool bij het tankstation bereiken. Met de overstap naar E10-benzine, verdwijnt ook de volledig ethanol-loze 102-benzine. Of ja, bijna dan.
In Den Haag is de knoop doorgehakt; E10 is het nieuwe zwart. Per 1 oktober 2019 mogen benzinepompen alleen nog brandstof met minimaal 7,5 procent en maximaal 10 procent bio-ethanol verkopen. Alleen kleine(re) tankstations, die slechts één benzinesoort aanbieden, zijn vrijgesteld en mogen nog wel E5 tappen.
Kind van de rekening van die overstap is de Competition102-benzine. Dat verdwijnt namelijk bijna geheel na 1 oktober. Deze ‘performance’ brandstof met een octaangetal van 102 vindt gretig aftrek bij liefhebbers van sportmotoren, maar ook zeker bij de klassiekerrijder. 102-benzine heeft namelijk behalve een hogere klopvastheid geen toegevoegde bio-ethanol.
Lekkages en andere trubbels
Wat oudere motoren zijn niet opgewassen tegen de oplossende werking van de ethanol. Zeker voor motoren die nog carburateurs hebben is het een probleem. Kunststofafdichtingen en bepaalde rubberen delen kunnen door de ethanol uitharden of zelfs uit elkaar vallen, met mogelijke lekkages en andere trubbels tot gevolg.
Competition102 was daardoor het laatste toevluchtsoord voor de motorrijder die niet alleen meer vermogen en een betere verbranding wilde, maar de inwendige kunststofdelen niet wilde vernachelen. Helaas kost de overstap naar E10 veel tankstations extra ruimte in de opslag. Competition102 is daar nu de dupe van.
Momenteel bieden Esso, Texaco en Firezone verdeeld over het land de ethanol-loze 102-brandstof nog aan. Deze grotere firma’s hebben al aangegeven Competition102 niet langer te voeren na volgende week. Alleen bij de kleinere tankketen TanQyou is het straks voorlopig nog te krijgen. TanQyou zal de benzine met octaangetal 102 niet onder de Competition102-noemer verkopen, maar als Euro 102.
Verkooppunten ethanol-loze 102-benzine na 1 oktober 2019
Elke maandag bespreekt Marien wat hem opviel in het afgelopen sportweekeinde. Verwacht geen raceverslagen, maar wel een andere kijk op de actualiteit.
Wat een puinhoop, wat een chaos en vooral wat verschrikkelijk veel verliezers. Ik denk dat dit een prima samenvatting is van de turbulente week bij NTS RW Racing GP.
Dat de druk hoog zou zijn met Bo Bendsneyder aan boord, wist iedereen vooraf. Niet omdat het Bo is, maar simpelweg omdat het een Nederlander is in een Nederlands team. Vraag het ervaringsdeskundigen als Jasper Iwema en Raymond Schouten maar eens. Zeker wanneer de prestaties tegenvallen is het feest en weet iedereen het beter.
Dat is bij RW eigenlijk al sinds de eerste Moto2 Grand Prix van 2019. Dat je dan na een tijdje dingen wilt veranderen, snap ik volkomen. Sterker nog, het zou zelfs dom zijn om dat niet te doen. Alleen de manier waarop het nu gegaan is… Een ramp. Voor Bo. Voor teammanager Jarno Janssen. Voor Hans Spaan. Voor RW Racing GP. Voor NTS. O ja, ook voor de Nederlandse wegrace. Er gaan inmiddels zo verschrikkelijk veel verhalen rond dat het onmogelijk is één schuldige er voor aan te wijzen.
De grootste verliezer is een stuk eenvoudiger te vinden als je het mij vraagt. Hans Spaan. Natuurlijk een beetje omdat hij in De Telegraaf weinig chique helemaal los ging over Bo, maar vooral omdat hij er op Misano voor het eerst in ruim 38 jaar niet bij was tijdens een Grand Prix.
Ik hoop van harte dat dit niet uitdraait op een triest afscheid van een man waarmee ik opgroeide in de Grand Prix’. Een man met negen 125GP-zeges en twee tweede plaatsen in de WK-eindstand.
En ik hoop echt dat we Spaan vooral zo blijven herinneren. En als er dan toch met alle geweld een wat onhandige actie van hem centraal moet staan, doe dan maar onderstaand. Hier moet ik namelijk altijd wél om lachen. Pak aan Fausto!
Er was een tijd dat Japanse 400’tjes en 250cc tweetakten het summum van stuurfietsen was. Een van de mooiste voorbeelden zie je vandaag in de Zondagmorgenfilm, met Carl Fogarty op de Honda VFR400R en James Whitham op de Suzuki RGV250.
Het glooiende circuit van Oulton Park in Cheshire in noordwest-Engeland is meer dan geschikt voor kleine machines als deze. Weinig echt langzame bochten. Dus als de rijder de gang er in houdt, kan er weinig misgaan. Dat Fogarty en Whitham dat bewijzen in deze video, moge duidelijk zijn.
Wat de Honda VFR400R, met zijn 399cc V4 viertakt, aan extra vermogen heeft, compenseert de Suzuki RGV250 – een 247cc tweetakt V-twin – met minder gewicht. Zodoende zijn de twee Japanse mini-supersports enorm aan elkaar gewaagd. De rijders idem dito.
Foggy was inderdaad betrokken bij Honda Britain, waarvoor hij ook de grotere broer van deze VFR400R NC30 reed; de VFR750R RC30. Whithams RGV250 was toen een van de snelste lichte sportmotoren, maar – net als de viertakt van zijn concurrent – een behoorlijk kort lijntje naar de alles-of-niks-racemachines van dat tijdperk.
Ergens bewijst het dat de spanning van races met lichtere motoren weinig onderdoet voor het zware werk, en dat van alle tijden is. Tegelijkertijd bevestigt de film ook hoe sportief de de lichte klasse toentertijd was.
GP-machines met een kenteken
Machines als de RGV250, maar ook Aprilia’s 250s, de NSR250 van Honda, de Yamaha TZR250 en Kawasaki KR1S waren GP-machines met een kenteken. Dan de viertakten, met lichte bochtenwapens met opvallend veel vermogen. Naast de VFR400R waar Foggy hier Whitham het leven mee zuur maakt, had Honda ook nog de CBR400RR. Niet te vergeten de ZXR400 van Kawasaki, natuurlijk. Suzuki en Yamaha voerden respectievelijk de GSX-R400 en de FZR400RR. Stuk voor stuk ware supersports pur sang, maar dan met een 400cc-blok.
De 400cc-klasse kwam voort uit de regels in Japan toen, waarbij een licht rijbewijs – vergelijkbaar met ons huidige A2-rijbewijs, waarbij je maximaal 35kW aan vermogen mag rijden – jonge rijders beperkte tot maximaal 400cc.
Nostalgisch verlangen
Gelukkig waren er genoeg liefhebbers die middels de zogeheten grijze import motoren naar Europa haalden. VFR400s en CBR400s zijn vrij schaars, evenals de 400’tjes van Suzuki en Yamaha, maar de ZXR400 van Kawasaki is prima verkrijgbaar en is nog altijd een geweldige stuurmotorfiets met een prima rijwielgedeelte, opvallend pittig motorblok en looks die niet onder doen voor die van de grote broer – de ZXR750.
Als je dan de Zondagmorgenfilm kijkt, verlang je stiekem toch terug naar die tijd, hé?
Zelfs de wegen van en naar de mooie routes zijn mooie
routes. Duivels mooi, zelfs. En de Motorrad-Club Todtnau e.V. liet ons de
allermooiste zien.
Niek van der Heijden
Het gebied hoort bij het Zwarte Woud, vanouds een
motormekka. Dit stukje Duitsland ligt vol met mooie bochten, dito vergezichten,
legendarische wegen. Dat zie je terug aan het aantal motortoeristen dat er rond
rijdt. Geen nood, het gebied is groot genoeg. Alleen voor sommige
motorhooligans uit Zwitserland die de pakkans in eigen land te hoog vinden,
blijkt het wat klein: in de twee dagen dat we hier rondreden, zagen we er twee
aan de kant van de weg liggen… Een duidelijke waarschuwing dat je hier wel
degelijk aan het bergrijden bent op de openbare weg, en niet op het circuit.
Het is niet voor niets dat Goethe in deze omgeving, in Staufen om precies te
zijn, dr. Faust zijn ziel aan Mephisto liet verkopen. Dit paradijselijke
landschap heeft duidelijk twee kanten, en die krijgen we in ons lange weekend
allebei te zien.
Hirschen
Elke tweede horeca-gelegenheid in dit gebied heeft Hirsch
(hert) in zijn naam. Wij slapen heerlijk in Gasthaus Hirschen, dat ligt in
Todtnau-Brandenburg, door een paar fraaie bochten verbonden met Todtnau zelf.
Lekker wakker worden zo. We – mijn motormaat Sjoerd op zijn Vulcan 1500 Classic
en ik op een Norge – hadden onze heenweg nodeloos lang gemaakt door te proberen
via uitsluitend landelijke weggetjes van Gouda naar het Zwarte Woud te rijden,
en daarna werden we ook nog gastvrij ontvangen in de Pfeffermühle, het
stamlokaal in Todtnau waar de club regelmatig verblijft. De waard is een
Engelse biker van de zwaar getattoode variant die luistert naar de naam Andy,
en er hangt een onmiskenbare motorsfeer, die je dus aan de naam niet afleest.
De clubleden zelf passen naadloos in Promotor: OSM, ons soort motorrijders.
Het verzamelpunt voor de club lag bij zo’n mooie
Schwarzwalder boerderij. Je verwacht elk moment een dirndl met taart, en een
paarsbonte koe op zo’n plekje. Maar dit is geen decor, dat hout is niet
gebruikt omdat het zo leuk op de foto gaat. En de mannen – plus één dame – om
ons heen zijn hier thuis.
Koetjes
Max Kröger, die naast prominent clublid ook nog eens van de
VVV is, belooft ons veel bochten, tijd om foto’s te maken, en fraaie
landschappen. En hij blijkt op zijn 1150 GS ook nog eens prima te kunnen
sturen. Als hij voor ons uit gaat slingeren, wil ik eigenlijk elk moment wel
stoppen voor foto’s, zo fraai is het hier. ‘Liefelijk’ borrelt naar boven, maar
het is daar eigenlijk net te groot voor. Bij het eerste uitkijkpunt stopt Max,
en dus iedereen. Hij wijst op de koeien die het landschap stofferen. En die
verhouden zich tot onze koeien als de bergen om ons heen zich verhouden tot de
Alpen. Koetjes voor op bergjes. Sjoerd – zelf twee meter en een meter
breed/diep – blijkt onmiddellijk een verstehensrelatie met de diertjes te
hebben; ze eten uit zijn hand en zijn helemaal niet bang voor deze reus. Het
landschap vervult me met diepe tevredenheid; zo moet onze lieve heer het
bedoeld hebben, toen hij het Zwarte Woud bedacht. We slingeren door. Naar het
volgende uitkijkpunt, waar je het beschermde natuurgebied de Gletscherkessel
Präg kan overzien. Genoemd naar de zes gletschers die hier ooit bij elkaar
kwamen. Het ijs was hier en daar een halve kilometer dik…
Blérpijp
Het prachtige uitzicht wordt nu gedomineerd door een
blérpijp, die met gemak het dal met herrie vult. Beneden ons zien we de
Rennweg, één van de redenen waarom zoveel Zwitsers hier komen motorrijden,
terwijl ze toch zelf ook niet echt om bergweggetjes verlegen zitten. ‘De
Rennweg is een dodenweg geworden’, somberen onze toergenoten. Jammer, want als
we hem later zelf rijden blijkt dat hij zijn naam niet ten onrechte heeft. Over
zijn reputatie kan ik niet oordelen, bij ons ging alles goed. Wat een bochten,
wat is dit lekker sturen! Ook met de demper nog in je uitlaat. De Guzzi gorgelt
en bromt onder me dat het een lieve lust is, maar wel in het nette.
We stoppen bij Gasthof Hirschen in Präg, waar ik de
lekkerste gebakken lever sinds jaren krijg voorgeschoteld. Heerlijk buiten
eten, onder de parasol. Je zou hier aan een middagdutje gaan denken, maar Max –
toch wat opgejaagd door alle fotostops – vertelt dat we nu langs de snelle
route naar Staufen gaan. Want daar wacht Mephisto op ons.
Hoogmoed
Dr. Faust woonde in de middeleeuwen in Staufen, waar hij
zijn werk uitzonderlijk goed scheen te doen. Goethe maakte gebruik van de
mythevorming rond de man, door hem in zijn Faust te beschrijven als slachtoffer
van de duivel, Mephisto. Die wedde met God dat hij iedereen, maar dan ook
iedereen kon overhalen een pact met hem te sluiten. En in Faust, die graag
beter wilde zijn dan iedereen, vond hij een willig slachtoffer. Dat liep
natuurlijk slecht af, voor de hoogmoedige dokter.
Cantharellen
Faust loopt nog steeds rond in Staufen, als een oud, gebogen
en zielig mannetje. Dat soms ineens verandert in Mephisto, die het stadje
verklaart volgens de duivelse principes: auto’s en motorfietsen zijn goed, want
die vervuilen, de kerk bezorgt hem angstgevoelens, in tegenstelling tot
vreemdgaande stadgenoten, die weer zijn volledige steun genieten. Je kunt als
toerist inschrijven op zijn rondleiding, die eindigt met een toneelspel, waarin
hij de deelnemers verleidt om mee te acteren. Geweldig leuk, deze
Mephisto-vertolker blijkt zich uitmuntend ingeleefd te hebben. Misschien heeft
hij ook wel een pact met de duivel gesloten…
De zon schijnt op de haarspeldbochten, als we naar Todtnau
terugrijden. Een pittige rit, met de nodige fraaie landschappen. In ons hotel
genieten we van de heerlijkste cantharellen, en we praten na met Felix en
Martin, twee van onze toergenoten van die dag. De eerste een echte
motortoerist, die graag samen met zijn vrouw op zijn ST1100 het Zwarte Woud
doorkruist. Zijn motorverleden begon al in de jaren zeventig, de tijd van de
Rockers. Martin is iets jonger; hij begon in ’79 en reed jarenlang alleen
motor, geen auto. Alles wat dankzij een verbrandingsmotor loopt – en stinkt –
heeft zijn warme belangstelling, maar open voertuigen voeren daarin toch de
boventoon. Sinds ’83 rijdt hij op zijn Ducati Darmah, en inmiddels heeft hij
daar de kinderziektes wel uitgesleuteld…
Rodelen
De dag begint bij een Rodelbaan voor in de zomer, in het
hart van Todtnau. Ik voel er weinig voor om mezelf meteen wagenziek te maken –
daar ben ik erg gevoelig voor. Sjoerd en de rest laten zich deze gratis rit
niet ontnemen, en ik klim langs de naastgelegen mountainbikebaan naar een punt
waar ik goed kan fotograferen. Dat lukt, en beneden zie ik het gezelschap weer.
Dat mountainbiken, daar moet je ook ballen voor hebben: die gasten storten naar
beneden langs een helling waar ik handen en voeten nodig heb. Indrukwekkend,
hoor.
Wij bestijgen onze eigen bikes, om een uurtje of twee door
allerlei vrij nauwe holle weggetjes te gaan rijden. Er komt niet veel zonlicht
op de weg, maar waar het even iets breder is, kunnen we een groepsfoto maken.
Hoort er bij, bij zo’n trip. De lunch in Dachsberg brengt forel, ook al iets wat
ze hier in de omgeving kunnen vangen. En hij smaakt wederom fantastisch, ook
culinair is het hier bijzonder. Toch heb ik nog nergens Schwarzwalder
Kirschtorte gescoord, daar moeten we nog wat aan doen. Tot nog toe was het meer
Hirsch dan Kirsch.
Sankt Blasien
De duivelse verleiding van gisteren wordt meer dan
goedgemaakt door de Dom van Sankt Blasien. Van buiten een mooi gebouw, van
binnen een prachtige witte koepel die alleen door zijn uitstraling je al in een
spirituele sfeer brengt. Soms heb je dat, ook bij mooie beeldhouwwerken: die
zijn zo in balans dat ze je ontroeren. Dat doet deze kerk ook met mij. Diep
onder de indruk leg ik mijn hoofd op de middenstip. Die zie je vaker in kerken
met een koepel, om aan te geven waar precies de bol van de koepel de grond zou
raken, als hij geen halve bol was geweest. Ik leg mijn hoofd daar om een foto
van de koepel te kunnen maken, maar mijn toch niet echt kinderachtige
groothoeklens kan het allemaal niet bevatten. Net als mijn denkraam. Evengoed
zie ik in de zoeker een fraai beeld. Duitse barok op zijn best. De kerk vormt
helemaal een mooi geheel, met prachtige details, die wat frivoler aandoen dan
de rest van de kerk. De engeltjes bij het orgel, bijvoorbeeld. We krijgen een
rondleiding van Emil en Amy, die ook meerijden met de groep. Zij weten veel van
de Dom, maar mijn geest wordt toch vooral steeds in beslag genomen door de
visuele aspecten van de sleutelgatvormige kerk. Aanpalend aan de ronde ruimte
vind je kapellen, stilteruimtes en dergelijke. Allemaal duidelijk nog volop in
gebruik voor meditatie en religie.
Aangeraakt door een andere werkelijkheid stap ik weer naar
buiten. Ik zou nog wel een uurtje door willen fotograferen. Vreemd eigenlijk,
als zo’n gebouw mij raakt, wil ik daar een visuele draai aan geven. Terwijl ik
toch met de pen mijn brood verdien… Hoe dan ook, de Dom is de moeite van een
bezoek waard, ik zal er zeker nog eens terug komen.
FF blazen
Samen met Martin verlaat ik St. Blasien, even niet
opgehouden door de groep. Een Duc is een Duc en een Guzzi een Guzzi. We rijden
even lekker door… Bij een stuwdam, net buiten de stad, klimmen we op het talud
voor een goede fotolocatie. Veel toeristen hier, en ook een biker op een
bizarre Harley-ratbike. Wij vervolgen met de groep onze weg. En raken vervolgens
een deel van de groep kwijt, als ik een heel fotogenieke herder met schapen in
de wei zie. Rolf Höfler, geflankeerd door twee Duitse Herders, vertelt me met
enige trots dat hij en zijn kudde voorrang hebben op motorrijders. Een aardige
ouwe baas, duidelijk vergroeid met zijn werk en zijn umgebung…
We rijden met een kleiner clubje verder. Tot mijn verbazing
zie ik op een gegeven moment borden langs de weg: Felsberg, 1127 meter.
Kennelijk zijn we een pas aan het rijden. En aan de andere kant gaat het ook lekker
naar beneden. De rit eindigt op het dorpsplein van Todtnau, onder het zicht van
het rustieke kerkje. De pullen bier laten er geen twijfel over bestaan waar we
zijn. En ik raak aan de praat met Hans-Georg. Afkomstig uit het Ruhrgebied,
alleen reizend op zijn fraaie BMW met zijspan, en een duidelijke stamgast bij
de Todtnauer motorclub. Begrijpelijk, je rijdt daar heerlijk. En de mensen zijn
allerhartelijkst. Volgende keer kom ik hier een weekje. Met mijn zoon, die dan
hopelijk ook een rijbewijs en een motor heeft. Kan ik’m leren bergrijden…
Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van onze talloze testkilometers.
Oké, dat de rugzak oranje van kleur is, heeft meer van doen met het motormerk dat de rugzak aanbiedt dan iets Hollands, maar dat neemt niet weg dat het echt een rugzak voor Nederlanders is. Met name omdat er een zonnepaneel op zit. Briljant! Het paneel is gekoppeld aan een accuutje dat met 5.000 mAh de strijd aankan met de gemiddelde powerbank, maar in de rugzak blijft hij bijladen zolang het zonnetje schijnt. In de USB-poort prikken en gaan dus. Gratis stroom voor je telefoon of tablet; dat willen we allemaal wel, toch?
Plus en min
De rugzak an sich kan ook op heel wat lof rekenen, want net wanneer je denkt dat je alle vakjes hebt gevonden, vind je er nog eentje – helemaal onderin, waar een waterdichte overtrek in verstopt zit. Het voorste vakje onderaan openen verleent je toegang tot de bodem van het hoofdvak zonder alles eruit te hoeven halen, wat bij een erg volgepakte tas goed van pas kan komen. Verder is de rugzak voorzien van een speciaal paneel dat tussen je rug en de tas ‘veert’. Zo rust de tas niet strak tegen je rug en blijf je net dat beetje koeler. Over koel – of cool – gesproken: de kleur moet je liggen. Hij is namelijk wel heel erg oranje, maar daarmee ook wel erg zichtbaar, mede door de reflecterende KTM-letters.
Minpunten kent de rugzak ook, want het vast te klippen gaasje aan de voorkant is leuk bedoeld, maar iets van waarde zou ik er niet tussen durven steken, aangezien het wel heel gemakkelijk losschiet. Ook zitten de borst- en heupbanden niet zo lekker als bij vergelijkbare motorrugtassen. En ja, erg goedkoop is hij ook niet.
Niemand minder dan Eboman heeft het Zwarte Cross Lied ‘As you read’ in elkaar gedraaid. De bekroonde DJ deed dat tijdens het afgelopen festival. Hij verzamelde tijdens de vier festivaldagen een enorme hoeveelheid audio- en videomateriaal. De Zwarte Cross organisatie riep de bezoekers voor en tijdens het festival op om Eboman in de smiezen te houden: ‘Zorg dat je in beeld komt als je hem ziet en maak jezelf onsterfelijk!’ Dat is gelukt, het eindresultaat is deze uiterst melige video.
Tante Rikie Zelfs festivaldirectrice Tante Rikie is onder de indruk: ‘Het is bonte verzameling van bezoekers, artiesten, atleten en deelnemers geworden. Hetet laat zien wat voor een uitbundig en kleurrijk festival de Zwarte Cross is. Alle beelden en geluiden zijn opgenomen op de Zwarte Cross en iedere keer als ik kijk of luister vallen mij nieuwe dingen op. Ik ben enorm onder de indruk!’
Zelf deelnemen Als je volgend jaar wilt deelnemen aan de Zwarte Cross moet je je tijd niet verspillen aan deze video. Wees scherp want de inschrijving begint op 2 november.
Kawasaki’s Ninja ZX-6R is voor 2020 beschikbaar in twee nieuwe kleurstellingen: Metallic Spark Black en de KRT kleuren (Lime Green / Ebony). Kawasaki meldt niets over technische aanpassingen dus de supersport gaat ongewijzigd zijn tweede productiejaar in. De Supersport staat vanaf november in de showroom bij de Kawasaki dealer. Prijzen worden later bekend gemaakt. Zoals bijna altijd levert Kawasaki ook een Performance Pakket bij dit model. Het pakket voor de ZX-6R bestaat uit een Akrapovic carbon uitlaat, buddyseatcover, tankpad en kneepads.
Naast het traditionele groen in 2020 ook in dit zwart.
Je mag van een KTM 125 Duke met 15 pk verwachten dat hij flink tegenstribbelt als hij wordt gestolen. Toch laat deze motorfiets zich als een mak schaap afvoeren door een mager paard dat niet eens een pk ophoest. ‘Het paard achter de wagen spannen’ heeft geen enkel nut voor ettertjes met losse handjes, een KTM achter dezelfde wagen spannen is verwerpelijk, maar waarschijnlijk wel een stukje lucratiever. De KTM werd midden op de dag gestolen in Dartford in Groot Brittannië. Een beveiligingscamera legde de surrealistische optocht van paard, wagen en oranje motorfiets vast.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.