donderdag 23 april 2026
Home Blog Pagina 1142

Bandentest: Continental Trail Attack 3

0
Continental Trail Attack 3, Trail Attack 3 allroadband, allroads, bandentest, Continental, BMW R1250GS, Conti tyres

Vertrouwen in je schoeisel. Dat is het voornaamste wat een motorrijder van een motorband verwacht. Bij Continental hebben ze dat begrepen en De Continental Trail Attack III is – zoals zijn naam doet vermoeden – de derde generatie van de band die ontwikkeld wordt voor zware, krachtige allroadmachines. Denk aan een Ducati Multistrada 1260S, Honda Africa Twin of de BMW R1250GS. Machines vol elektronica maar vooral met een enorme bult koppel en pk’s aan boord. Daarbij zijn het machines die door de berijder vaak worden beladen met flink wat bagage. Van laatstgenoemde BMW staan overigens veruit de meeste machines voor ons klaar in Spilia, op het westen van het eiland. Of het een hint is waar de Duitsers de beste verkoopresultaten hopen te boeken? Misschien.

Inrijtijd

Tijdens een rit van bij elkaar zo’n 230 kilometer wordt hopelijk duidelijk hoeveel vertrouwen de nieuwe generatie weet te genereren. Want dat is toch één van de dingen waar de Duitse fabrikant hoog op inzet. Laten we beginnen bij het begin. De TA3 heeft een veel kortere inrijtijd dan je misschien van andere banden gewend bent. Dat heeft te maken met een nieuwe coating in de mal. TractionSkin noemen ze dat. Daardoor is het vettige laagje – waarmee de band makkelijker loskomt – niet meer nodig. Dat zorgt er dus voor dat je met je nieuwe band veel minder lang rustig aan moet doen om glijpartijen te voorkomen.

Compound

Hetzelfde gaat op voor de opwarmtijd. Door de compound van de band is het mogelijk gemaakt om in relatief korte tijd de band al op zo’n temperatuur te krijgen dat je het gevoel hebt dat je zoekt. Conti claimt dat de optimale temperatuur al na 1500 meter van het vertrekpunt bereikt kan worden. Bij normaal rijden zou de voorband eerder warm moeten worden dan de achterband. Dat komt de wendbaarheid en het gevoel in het korte werk ten goede. Bij sportief gebruik zou het andersom moeten zijn waardoor je ook op snelheid veel grip hebt.

Iets zacht

Het is nog wat fris als we rond negen uur eindelijk eens wegrijden. De buitentemperatuur is zo’n 13 graden. De voorgeschreven bandenspanning is 2.5 bar voor en 2.9 achter. In de ochtend staat de voorband op 2.4, de achterband staat wel netjes op 2.9. Met normale snelheden rijden we weg. Echt veel kans om op de opwarmtijd te letten is er aanvankelijk niet omdat de wegen verbazingwekkend slecht zijn. Slib, zand, water en soms gewoon hele stukken waar het asfalt op één baan is weggespoeld. Op z’n zachtst gezegd is het redelijk acclimatiseren. Gelukkig is het droog waardoor het vuil de weg niet al te glibberig maakt.

Vuil

Eenmaal gewend aan de wat vreemde lijnen die je moet maken om in een bocht niet finaal in een kuil te rijden gaat het beter. Natuurlijk beweegt de band soms wat vreemd doordat er nog net iets van vuil in een bocht ligt, maar dat je dan wat minder grip hebt ligt in mijn ogen niet zozeer aan de band. Die geeft echt wel vertrouwen. Als we na de koffie wegrijden en we vrijwel direct een onaangetast stuk asfalt voor de kiezen krijgen, valt het op dat de band eigenlijk al voldoende op temperatuur is om er eens lekker voor te gaan zitten. Het tempo stijgt namelijk rap in de groep. Met negentig een bocht induiken zonder zeker te weten dat er geen vuil ligt doe je namelijk niet met een band die je niet vertrouwd.

90-10

Ik denk dat daar wel een flinke les uit getrokken kan worden. Qua verhouding straat/offroad geeft Continental een verhouding van 90-10 % op. Daarom is het dan ook dat we onderweg een tweetal gravelpaden voor de kiezen krijgen. Met de GS gaat dat prima, maar als ik even later de overstap heb gemaakt naar een S1000XR is het toch best wel ploeteren in het mulle zand dat zelfs voor de gids als een verrassing komt. Overduidelijk wordt het dat de Trail Attack III zeer straat georiënteerd is. Je plekje zoeken op het campingveld of een goed aangereden gravelpad zijn te doen, meer dan dat moet je eigenlijk niet verlangen.

Levensduur

De 230 kilometer door olijfboomgaarden, valleien en bergen – waar we zelfs nog sneeuw tegenkomen om het pallet van verschillende omstandigheden compleet te maken – is sneller voorbij dan ik dacht. De bandenspanning is zowel voor als achter met 0.1 bar gestegen. Het enige dat we niet konden testen is de toegenomen levensduur waar Conti mee te koop loopt. Doordat tijdens de fabricage met de temperatuur wordt gespeeld kan de band opgebouwd worden uit één compound die toch verschillende eigenschappen heeft. Daarmee zou je veel meer kilometers kunnen maken zonder dat het gevoel degradeert. Maar goed, dat valt op zo’n minitripje onmogelijk aan te voelen. De banden waarmee we op pad gingen waren ook niet hagelnieuw – er stond ongeveer 300 kilometer op – waardoor we de ‘inrijkarakteristiek’ ook niet konden ondervinden.

maatvoering Continental Trail Attack 3

Mini MV Agusta’s

0
MV Agusta samenwerking Loncin

Door veel grote fabrikanten wordt er de laatste jaren aandachtig naar de Aziatische markt gekeken. Want ja, als je een afzetmarkt van een paar miljard mensen kunt bedienen met een goed verkopend model is dat natuurlijk reuze interessant. Naast Honda, Suzuki, Yamaha en Kawasaki is ook KTM in Azië te vinden. Dat merk heeft bijvoorbeeld al fabrieken in India en China. Ducati en BMW zitten in Thailand net als Triumph, dat ook al een fabriek in India heeft. Nu komt er nog een speler bij. In China worden er binnenkort namelijk Mini MV Agusta’s gebouwd.

Hulp

Dat doet het merk echter niet geheel op eigen kracht. De Italianen zijn namelijk een samenwerking aangegaan met Loncin Motor Company. Dat bedrijf – gevestigd in Chongqing, een stad in het binnenland van China – is gespecialiseerd in het produceren van 350 tot 500 cc motorfietsen. En met gespecialiseerd bedoelen we dan dus dat het bedrijf een jaarlijkse productiecapaciteit heeft tussen de 2,5 en 3 miljoen motorfietsen. Goede dagschotel! Over hulp gesproken.

Wat te verwachten is dat de Chinezen het blok leveren en de Italianen het ontwerp. Zoals dat bij andere Italiaanse fabrikanten momenteel ook gebeurd. Neem bijvoorbeeld Benelli of SWM. Toch gaat dit partnerschap iets verder. De twee bedrijven gaan namelijk ook motorfietsen bouwen met een 800cc blok van Loncin. Een simpele optelsom zou dan betekenen dat een machine als de Brutale 800 een Chinees neefje krijgt. Dat MV Agusta’s Russische CEO Timur Sardarov het heeft over een verdere versteviging van een premium merk als MV Agusta op de Aziatische markt doet vermoeden dat dit best eens het geval zou kunnen zijn.

Geen onbekende

Andersom is het goed mogelijk dat we Mini MV Agusta’s in Europa zouden kunnen gaan zien. Die kunnen ingezet worden om jongeren voor een relatief laag bedrag te introduceren in de MV-familie. Ook Harley-Davidson is bezig met een dergelijke ontwikkeling. Een beetje zoals BMW dat met hun G310-lijn doet. Leuk detail overigens: Loncin bouwt ook het motorblok van BMW’s F850 GS. Loncin is voor ons Europeanen dus absoluut geen onbekende speler.

De beste motorevenementen in Europa – volgens TomTom

0
Glemseck 101, Bol d'Or, Malle Mille, X Games, Colombres Rally, TomTom, roadtrip

De zomerperiode is voor veel motorrijders hét moment om hun scheurijzers van stal te halen. Want wat is er nu een mooier dan met een groep motorfanaten over het asfalt te racen. Met de zon in de rug tijdens een onvergetelijke roadtrip? Geen enkele ervaring overtreft de spanning van één worden met je motor terwijl je opgaat in de omgeving. Maar ja, een roadtrip verdient wel een passende bestemming. TomTom heeft, speciaal daarvoor, een selectie gemaakt van de gaafste bestemmingen voor motorrijders. Zeker voor zij die niet alleen willen genieten van mooie wegen en uitzichten, maar ook op zoek zijn naar een klapper van een hoogtepunt op hun reis.

Malle Mille

Het eerste event dat er aan zit te komen is de Malle Mile, dat plaatsvindt van 26 tot 28 juli. Het prachtige Kevington Hall in Londen is de thuisbasis. Duizenden motorfanaten zullen aanwezig zijn en blijven kamperen, terwijl ze genieten van feestjes, heerlijk eten en het beste op het gebied van custom motorfietsen. Het hoogtepunt? Té gekke motorraces. Meer dan 450 motoren nemen gedurende het weekend deel aan een race; iedereen op twee wielen is uitgenodigd om hieraan mee te doen.
Glemseck 101, Bol d'Or, Malle Mille, X Games, Colombres Rally, TomTom, roadtrip

Duitsland of Noorwegen

Eind augustus staat je een lastige keuze te wachten: of je gaat naar Duitsland voor het Glemseck 101 weekend van 30 augustus tot 1 september, of je pakt je motor richting het noorden en stelt Oslo in als bestemming voor de X Games Noorwegen op 31 augustus.

Het Glemseck 101 vindt nu voor het 14de jaar plaats. Meer dan honderdduizend bezoekers verzamelen zich op de 1,5 kilometerlange paddock van het voormalige circuit de Solitudering in Leonberg. Hier zullen twee- en vierwielvoertuigen tot en met de jaren 1960 tegen elkaar strijden. Het is de droom van elke motorrijder: een evenement vol custom motorbouwers evenals motorclubs, live muziek en natuurlijk lekker eten. De 1/8 mijl dragrace vormt het jaarlijkse hoogtepunt. Iedereen van plaatselijke custom motorbouwers tot racelegendes zoals Freddie Spencer en Kevin Schwantz begeven zich naar de startlijn om de strijd aan te gaan.

Glemseck 101, Bol d'Or, Malle Mille, X Games, Colombres Rally, TomTom, roadtrip

Als je hart meer verlangt naar Scandinavisch avontuur, dan kies je voor de pelgrimstocht naar Oslo voor de X Games Noorwegen 2019. Voor de avonturier op twee wielen wordt het niet veel spannender dan dit. Met een voorstelling met freestylelegendes die het stadiumpubliek versteld doen staan met onmogelijke trucs die de zwaartekracht tarten. Tel daar de snowboard-, ski- en zelfs skateboardtricks van grote hoogten bij op en je hebt een geweldig ééndaags spektakel.

Voor de klassieke motorfan

Als je een motorfiets rijdt van vóór 1988 en op zoek bent naar iets meer avontuur, kies er dan voor om naar Zuid-Spanje af te reizen voor de Colombres Rally. Deze rally wordt elk jaar van 6 tot 13 oktober gehouden en is voor de klassieke motorfan echt een beleving om van je bucketlist af te strepen. Tijdens de Rally heb je de mogelijkheid om een week lang dagelijks routes van 125-250 km af te leggen door de mooiste omgevingen van Spanje. Tussen de bergen van Picos de Europa en de Cantabrische Zee is ieder stukje asfalt natuurlijk prachtig. Een mooie bijkomstigheid: de organisatie biedt pechhulp voor grillige motoren, zo ga je met een gerust hart de weg op. Je kunt je nu al aanmelden mits je een motorfiets hebt die voldoet aan de voorwaarden.

Iconische Paul Richard

Het laatste event op de lijst is de legendarische Bol d’Or 24-uurs Endurancerace die van 20 tot 22 september plaatsvindt op het iconische Paul Ricard circuit in Frankrijk. Reis met duizenden motorrijders af naar het kamp, feest samen en vang een glimp op van het ongelofelijke spektakel, waarbij racemotoren van 1000cc op centimeters afstand op een donkere racebaan strijden om het kampioenschap.

Kortom: of je zelf in actie wilt komen of liever achterover leunt in het gezelschap van andere motorrijders, er zijn genoeg mogelijkheden om de weg op te gaan de komende maanden.

Meer informatie, onze routes ontdekken of je favoriete reizen delen met TomTom Road Trips? Ga dan naar de website: roadtrips.tomtom.com of volg @TomTomDrivers en #TomTomRoadTrips.

TTT5: Grenzeloos Toeren – 7-8 september

9

De laatste tijd horen we vaak dat Explorer problemen geeft bij het downloaden. Je krijgt alleen maar letters en cijfers te zien. Chrome is een betere browser voor wat betreft downloaden. Die heeft niet de problemen die Explorer wel heeft.

Hang je enorm aan Explorer? Doe dan het volgende: zet je cursor op de downloadknop. Doe rechtermuisknop/klik en vervolgens kies je Bewaar als. Voor je bewaart verander je .xml in .gpx. Als dat niet kan, sla het bestand dan op en ga naar de map waarin je downloads binnen komen. Selecteer het bestand zodat je de naam kunt wijzigen. Verander dan .xml in .gpx. Is een work around die vaak werkt. De route is afgelopen week al gereden en goed bevonden door Bert Borger.

Nee, niet elke motorrijder houdt van bloemschikken. Dat mogen wij met z’n allen gerust vaststellen. Wij leven echter in een tijd van hoog oplopende diversiteit. Iedereen zijn zegje, dat idee. Omdat Promotor met zijn tijd meegaat, besteden wij in deze TankTasTocht daarom aandacht aan … bloemschikken. Je kunt bijvoorbeeld een paar heerlijke uurtjes doorbrengen in de kasteeltuinen van Arcen. Tussen de bloemen!

Paul Vreuls

TankTasTocht #5 heeft nog veel meer verrassingen in petto. We rijden van De Maasduinen naar de Rijn en dan weer omhoog, de stuwwal op bij Groesbeek, om te eindigen in het coulisselandschap bij Dinxperlo in de Achterhoek. De feestelijkheden nemen een aanvang in Venlo. Ik was er een jaartje of dertig niet meer geweest en ja, dan raak je snel de weg kwijt. Tjonge, wat is de boel daar op de schop gegaan. De kern blijft echter recht overeind: een fijne verzameling straatjes, met als hoogtepunt de Markt en het oude stadhuis. Ik loop ook nog even het Limburgs Museum binnen, waar net een overzichtstentoonstelling wordt gehouden van de plaatselijke held Evert Thielen, een man met een goed oog voor de vrouwelijke borst. Goeiedag, wat een memmen!

Van een heel andere aard is het Missiemuseum in Steyl, net onder Venlo. Het is echt zo’n museum waar je rode oortjes krijgt van opwinding. ‘Moet je dit zien… En dit… En dit!’ Ik doel vooral op het insectenkabinet van broeder Berchmans, met zijn uilenkopvlinders, herculeskevers en stoksprinkhanen. Dat het bestaat! En dan zijn we nog niet in de grote zaal geweest, met opgezette dieren van over de hele wereld. De collectie is te danken aan de missionarissen van de Congregatie van het Goddelijk Woord, die zich vanuit Steyl in alle windrichtingen begaven.

Vanuit het kloosterdorp – Steyl telt er drie! – steken we met de veerpont de Maas over en daar begint het vrije rijden. Over de Brangk gaat het, hup de Legioendijk op en maar sturen, tot achter Venlo, waar zich onverwacht een eerste heuvel aandient, de Herungerberg. Boven blijken we zo’n beetje in Duitsland te zitten. ‘Frische Eier’ staat er en zo zeggen wij dat niet. Het is er ook meteen ruimer en rustiger, met minder auto’s en minder huizen. Vriendelijk platteland.

Wenkbrauw omhoog

De volgende stop is bij de kasteeltuinen van Arcen. Zelf ben ik niet zo van dit soort over-geregisseerde parken, waar bij wijze van spreken over elke boom is nagedacht. Na een uur of wat ronddwalen geef ik me echter gewonnen. Neem die in bonsai-vorm gesnoeide bomen in de Oosterse Watertuin. Ja, dan gaat er toch wel een wenkbrauw omhoog. En als zich de rotsvallei vol droge dennen aandient, is Spanje niet ver weg, of de Verenigde Staten. Zo worden deze jongen de ogen echt geopend. Uiteindelijke conclusie: een rondje door de kasteeltuinen van Arcen is als een reis langs verre oorden, compleet met een kolonie roze flamingo’s en een schreeuwende pauw in de boom.

Kasteel Arcen ligt in nationaal park De Maasduinen, met rivierduinen die zich door de overheersende westenwinden op de oostelijke oevers van de Maas konden ontwikkelen. In motortermen betekent dat het betere rijden, over een golvend landschap, nu eens naar links, dan weer naar rechts. De Arcenerstraße herinner ik me, de Lingsforterweg, de Dorperheideweg, de Heerenvenweg: goed sturen en zo zeilen we Duitsland weer binnen, deze keer te herkennen aan de jagershutten en de vele rolluiken.

Uiteindelijk belanden we in Kevelaer, een pelgrimsoord en kenners weten wat dat betekent: wapperende banieren in de straten, beierende klokken en kaarsen, véél kaarsen. De muren van de Kerzenkapelle zijn zelfs helemaal zwartgeblakerd van de rook. Ook is er – dat gaat hand in hand in pelgrimsoorden – veel horeca, want al die pelgrims moeten worden gevoed en gehuisvest en ze willen natuurlijk een aandenken voor thuis kopen, al is het maar een boxershort of een leuk hoedje. Het overheersende beeld in de binnenstad: oudere echtparen die tevreden achter een kop koffie zitten. Er komt een moment dat je niet meer nodig hebt.

Moderne kunst

By far het mooiste stuk van de route dient zich aan als we via de Zwarteweg, Holleweg en Neutrale Weg de stuwwal bij Groesbeek op sturen. Niemand kan het horen, maar ik zit gewoon in mijn helm te schreeuwen van opwinding: wat een uitzicht! En het wordt er niet minder op als we even later op de Grafwegener Straβe rijden, met rechts oplopend de bossen van het Reichswald en links een brede vallei, kilometers lang. Het enige waarvoor je hier moet opletten, is dat je van de weeromstuit niet te hard van stapel loopt; 120 kilometer op de teller is misschien wat overdreven.

De laatste stop in Duitsland voordat we definitief in Nederland terugkeren is in Kleef. Ook hier reageert Promotor op de alom gehoorde roep om meer diversiteit. Ook al weten we dat er motorrijders zijn die niet van moderne kunst houden, bezoeken we toch het Museum Kurhaus Kleve. De omgeving is fantastisch, maar binnen vrees ik het ergste, want van Joseph Beuys heb ik nooit iets begrepen. Kijken of het nu lukt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-TTT5-2019.GPX”]

50 Jaar Honda CB: Nokken & kleppen

0
Honda CB blok nokkenas en kleppen

Adem in. Adem uit. En adem weer in. Liters verse lucht verplaatsen wij, altijd klaar voor het juiste mengsel. Want een vlam zonder lucht slaat dood, doet niets. Zuurstof is waar alles om draait. Wij zijn de poortwachters. Laten in, sluiten af, wachten op de klap, en voeren af wat klaar is, opgebrand, om plaats te maken voor hetzelfde ritueel. Geen team als de onze. Zestien stuks sterk, gegeseld door meedogenloze stalen zwepen, gedwongen door nokken, glad als de warme olie die ons omhult. Het neusje van de zalm, precisie-instrumenten, klein van stuk, kwetsbaar soms, maar perfect op elkaar ingespeeld. Wij staan bloot aan enorme hitte, krijgen klap na klap van ijskoude lucht en laten niets ontsnappen. Doeners, scherprechters, klaar om het spel van energie te spelen tot onze stelen verworden tot stompjes.

Maar het team is uitgespeeld, uitgerangeerd en hulpeloos klitten we bij elkaar. Onze functie maakt ons tot wat we zijn, en zonder functie vallen we weg bij de grootsheid van de rest. Wie maalt er nog om een hoopje staal, miezerig, plakkerig en zwartomrand? De smeltoven dus, waar we opgaan in iets moois, groots om wellicht ooit weer opnieuw te beginnen.

Jaap van der Sar

In 2019 bestaat de Honda CB750 50 jaar. Deze Honda betekende de nekslag voor veel motormerken, maar luidde ook de nieuwe tijd in. De motorfiets evolueerde van functioneel vervoersmiddel naar recreatief genotsmiddel. Omdat het zonde is een ’69 blok uit elkaar te schroeven, hebben we dat gedaan met een ’79 blok. Een vierklepper in plaats van een twee.

Italië: Alpi Lepontine

2

Rondom het lieflijke Domodossola en de Val d’Ossala, tussen de Simplon-pas, de Gotthard en het Lago Maggiore, vind je de mooiste bochtige weggetjes juist in de zijdalen. In dit noordelijkste puntje van Piemonte vind je verder kleine bergmeertjes en fantastische vergezichten op de Alpen.

Klaus H. Daams

Op het Formule 1-circuit van Monza was er onlangs een poging om een wereldrecord te vestigen. Aan het eind daarvan bleef de klok staan op een sensationele 2:00.25. Wie een beetje verstand heeft van motorsport is daarvan niet onder de indruk. Het officiële ronderecord op de 5,8 kilometer lange piste van Monza is immers in handen van Rubens Barichello, die zijn Ferrari daar in een tijd van 1.20,089 rondstuurde. Bij de motorfietsen is het record in handen van WK Superbike-coureur Tom Sykes met 1.41,223. Het gaat hier echter om prestaties van een heel andere orde. Dit is de tijd die de Keniaan Eliud Kipchoge bij een recordpoging neerzette. Hij miste de twee-uurbarrière op een haar na, met slechts 25 seconden. Toch is hij daarmee de snelste mens die ooit de marathonafstand van 42,195 kilometer heeft afgelegd. Helaas wordt deze recordpoging niet officieel erkend, aangezien dit door Nike georganiseerde spektakel “onder laboratoriumomstandigheden” plaatsvond.

“Metingen onder laboratoriumomstandigheden” mogen dan een actueel thema zijn, toch heeft dat heel weinig met onze reis te maken. Wij zijn in Agriturismo La Tensa aanbeland, lichtjaren verwijderd van het marketingkabaal en het circus op het circuit. We zitten in een zorgvuldig gerestaureerd dorp, dat heel originele overnachtingsmogelijkheden biedt en dat met zijn uit natuurstenen opgebouwde huizen het decor lijkt voor nieuwe verhalen met Fred Flintstone en Barney Rubble. Van daaruit vertrekken we – zonder onze eigen voeten als motor te moeten inzetten, zoals de familie Flintstone dat met zijn prehistorische voertuigen moest – naar het zes kilometer verderop gelegen Domodossola. Daar vindt op een vroege zondagmorgen in mei het traditionele Bikersontbijt plaats, om precies te zijn op het Piazza Mercato, de door renaissancehuizen en paleizen met balkonnetjes, erkers en arcades gelardeerde ‘woonkamer’ van dit pittoreske stadje.

Zegening

Dat geeft dan weer aanleiding voor een heel ander soort recordpoging, namelijk de vraag: hoeveel motorfietsen passen er dit jaar weer op het middeleeuwse marktplein? Afhankelijk van het weer zijn dat er meer dan 200, van afgeragde Africa Twins tot hoogglans gepolijste scooters en racers en zelfs bonkige V-Rods. Daarbij de vraag: hoeveel decibel kan het stucwerk van de historische façades aan? En met welke snelheid de snelste van dit bonte gezelschap na de afspraak in Domodossola doorrijdt naar het Moto Benedizione, een motorfietszegening die om elf uur op de Simplonpas in het naburige Zwitserland wordt gehouden. Daarbij zijn doorgaans tot 4.000 machines aanwezig. Tja, dat weet alleen de ‘racedirectie’. Daarbij voor de volledigheid: het wereldrecord voor motorfietsen op een circuit is in handen van Andrea Iannone, wiens Ducati in Mugello 349,6 km/u haalde.

Doorgaans wordt de fotogenieke watermassa omgeleid voor het opwekken van elektrische energie

We besluiten echter om de karavaan niet helemaal naar Simplon te volgen. In plaats daarvan sturen we de Multistrada 950 naar het noordelijkste puntje van de Piemonte, die zich als een omgekeerde V in het rijk van de drieduizenders om de Passo di San Giacomo vleit. Die ligt alweer een flinke steenworp van de Nufen-pas. De geplande verbindingsroute met Tessin is nooit gebouwd, zodat de SS659 door Valle Antigorio en Val Formazza uiteindelijk als een cul de sac doodloopt achter het oeroude valleidorp Riale en kort voor San Giacomo aan het Lago di Toggia. Op het meer ligt nog een dun laagje ijs, maar dankzij verkeersluwe, bochtige weggetjes en een vriendelijk voorjaarszonnetje wordt het ons onderweg toch nog warm rond het hart. Terwijl een heftige slingercocktail bij Foppiano de Brembo’s kersrood laat kleuren en de botanische coulissen al in volle bloei staan, brengt de Cascate de Toce, met 143 meter één van de hoogste en voor de vele bewonderaars ook één van de mooiste watervallen in de Alpen, landschapsliefhebbers in vervoering. Dat doet hij echter alleen op bepaalde, voor toeristen relevante tijden, aangezien de fotogenieke watermassa doorgaans wordt omgeleid voor het opwekken van elektrische energie.

Hoge hakken

Verzamelpunt voor het zondagse namiddaggenot is Bar Fattorini in Baceno. Daarbinnen zitten de mannen dicht op elkaar voor de televisie, gefascineerd kijkend en gedreven discussiëren over hoe Dovizioso, Marquez en Rossi de natuurkundige wetten trotseren tijdens de MotoGP van Spanje: buiten paradeert het lieftallige deel van de bevolking voorbij op hemels hoge hakken. Ook dat is een adembenemende en artistieke topprestatie. Ondertussen geeft een display op de kiosk er tegenover aan dat het 23 graden is.

Wie niet verzadigd is van het fraaie beeld kan zich verzadigen met een heerlijke maaltijd in Ristorante Bistrot.

We snijden een stukje af door de soms met grove rotsen en soms met schilderachtige kapelletjes geflankeerde Valle Devero en geven dan gehoor aan de lokroep van de Simplon-pas. Tot nu toe werd vanwege het door vorst geteisterde wegdek nogal wat van de veerwegen van de Multistrada gevergd, maar op de brede en belangrijke noord-zuidverbinding tussen Zwitserland en Italië wordt meer gevraagd van onze zelfbeheersing met betrekking tot de openingshoeken van de gaskleppen, zeker omdat de E62 door Val Divedro en de smalle Gondo-kloof ons diverse malen in bekoring leidt. Het is immers minder prettig voor deze reisklasse wanneer je ondanks de hemelse zegen bij de Moto Benedizone toch nog wordt getroffen door een duivelse straal uit een radarpistool. Je krijg zelfs een bekeuring als je de contactsleutel in het slot laat zitten wanneer je je niet in de onmiddellijke nabijheid van je motor bevindt. Dat ondervindt een collega op de parkeerplaats van Hotel Monte Leone, als hij na een kort oponthoud bij zijn Honda Hornet terugkeert. Daarna heeft hij bijna geen oog meer voor het fantastische Alpen-panorama tussen Hübschhorn en de met gletsjers bedekte Fletschhorn. In plaats daarvan droomt hij van een machine met keyless contact en transponders.

360-graden-kunstwerk

Voor het laatste breedbeeldspektakel van vandaag dalen we weer 1.700 meter af naar het nu verkeersvrije Piazzo Mercato. Het is een kring van grillige façades van winkeltjes, bars en cafés, ondergedompeld in een romantisch, geeloranje schijnsel van de lantaarns: een zeer geslaagd 360-graden-kunstwerk, dat scherp contrasteert met het hoogtechnologische tft-display van de Ducati. Wie niet verzadigd is van het fraaie beeld kan zich verzadigen met een heerlijke maaltijd in Ristorante Bistrot. Daarna moeten we in het donker terug naar ons huttendorp La Tensa, waarbij we op het laatste deel van de route worden getrakteerd op een offroadpassage, zodat de veerwegen van de vorkpoten nogmaals op de proef worden gesteld.

De cirkelvormige, stekelige rotswand ziet eruit als een kettingwiel, bedekt met sneeuw als een laagje witte kettingspray

Naar de zijdalen in het noorden lopen twee verdere landweggetjes, die ten zuidwesten van Domodossola diep in de bergketen doordringen; tot onder een cirkelvormige, stekelige rotswand die er uitziet als een kettingwiel, bedekt met sneeuw als een laagje witte kettingspray. Bijzonder fraai is – afgezien natuurlijk van het landschap – dat je hier geen doorgaand verkeer aantreft! Zo halen we in Valle Anzasca alleen een keer een arbeider in die zijn Fiat Ducato de sporen geeft alsof deze zelfontbrander partij zou zijn voor de rode diva uit Bologna. De bergwand van de 4.634 meter hoge Monta Rosa aan het einde van het dal bij het skiresort Macugnaga kan wel concurreren, maar dan met de zich niet ver hier vandaan bevindende Matterhorn, die hij met 156 meter overtreft. Aan de andere kant: wat kunnen zulke getallen jou schelen als je lekker relaxed op het terras van herberg Mondo d’Oro in Ceppo Morelli zit, achtte een heftige broodmaaltijd, met daarnaast grappige figuurtjes op de suikerzakjes voor je cappuccino. Voor de afwisseling is het ditmaal niet de twin die het trommelvlies in de tunnel masseert met zijn prachtige timbre, maar de slagen van de klokken van de Chiesa di Croppoe. Ook in het volgende dal, de Val di Antrona, zijn de motorfietsen bijna alleen op een met louter chlorofyl doordrenkte bodem. Rijgenot in voorjaarsdecor. “Alles is zo mooi groen hier”, zou Nina Hagen misschien kwelen, om vervolgens niet te kunnen beslissen of ze aan het einde van het dal links naar het Lago d’Antrona en het Lago di Campliccioli of rechts naar het Lago Alpe del Cavalli zou gaan. Of dat ze de wandelschoenen onder zou binden en over de Antronapas naar het Zwitserse Saastal zou hiken.

Onder wit geschminkte bergtoppen schittert het licht gerimpelde meer, alsof dat een avondgarderobe van blauwe chiffon draagt

Wij zoeken daarentegen een ander meer op, het Lago Maggiore, dus eerst door de Valle Vigezzo tot aan Malesco, daar rechtsaf en over de SP75 door Valle Cannobina. Ik heb geen idee wat de schepper van deze prachtige, zich door een smalle canyon slingerende asfaltworm precies heeft gerookt, maar zijn werk is bijzonder geslaagd. Je mag hierover niet klagen of meer verwachten, zoals in het sprookje van de vissersvrouw Ilsebill, en nog meer bochten en nog meer serpentines eisen: hij zal het uit de Valle Cannobina afbuigende slingerweggetje naar Gurro ook zeker waarderen, maar kort voor het bergnest als extraatje ook een klaphelm wensen, om en passant Marilyn te knuffelen, wiens beeltenis door een onbekende kunstenaar op een bergwand is geschilderd.

Italiaans karakter

Schoonheid in overvloed bij het Lago Maggiore: Onder wit geschminkte bergtoppen schittert het licht gerimpelde meer, alsof dat een avondgarderobe van blauwe chiffon draagt; over uitgebouwde promenades met sjieke restaurants lopen kelders in kostuum trots op en neer, als pinguïns. Dat zouden wij vanuit onze gemotoriseerde logeplaatsen prima en relaxed kunnen bekijken, terwijl we in een lekkere cadans over de langs de oevers van het meer lopende wegen swingen. Ware het niet dat we nog op zoek moeten naar een kamer, wat in een drukbezochte bestemming als deze zonder reservering nog wel eens een probleem kan worden. Maar we hebben geluk, in Cannero Riviera aan het einde van een doolhof van steegjes ontdekken wij Hotel Cortile, een knus verblijf in de nabijheid van de promenades. Waar palmen, zonneschermen en een adembenemende zee aan lichtreflecties uit het meer het afscheid de volgende ochtend moeilijk maken, terwijl al die mooie boten, Lambo’s, Alfa’s en Piaggio Apes wel mogen blijven. Bella chiao, bella chiao? Bella Multi!, die overal een flinke portie Italiaans karakter mee naar toe neemt, en dat niet alleen voor twee uren of dagen.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/PRO0619_Alpi_Lepontine.gpx”]

Reisinformatie

Algemeen

Vanaf Val d’Osta buigen vier zijdalen af als takken van een boom. Ze voeren als bochtige vertakkingen ver in en op het gebergte van de noordelijke Piemonte. Wie het daar te rustig vindt, kan afdalen naar de pulserende oevers van het Lago Maggiore. De route die wij in twee dagen reden, is goed voor ongeveer 450 kilometer.

Heenreis

Vanuit Venlo is het over de Autobahn via Basel, Martighny, Brig en de Simplon-pas ongeveer 860 kilometer tot Domodossola. Een alternatieve route is door Zwitserland, over de Gotthard tot Bellinzona en Locarno en van daaruit over de SS337 door Centovall naar het doel. Je hebt voor Zwitserland wel een tolvignet nodig. Een andere mogelijkheid is een traject over de Furka- of Grimselpas, mits die niet vanwege de winter gesloten is.

Accommodatie

Agriturismo La Tensa, Loc. Tensa, I-28845 Domodossola VB, tel 0039-3459566496, www.agriturismotensa.it, € 100,- per nacht in een stijlvol appartement in een gerestaureerd huttendorp met restaurant, zes kilometer buiten Domodossola richting Domobianca, 46°06’00”N, 008°16’31”E.

Hotel Il Cortile, Via Massimo D’Azeglio 73, I-28821 Cannero Riviera VB, tel. 0039-0323787213, eenpersoonskamer vanaf € 78,-, tweepersoonskamer vanaf € 110,-, traditioneel huis met binnenhof, ongeveer 100 meter van de promenade van het Lago Maggiore.

Rifugio Bimse, SS659, I-28863 Formazza VB, tel 0039-3395953393, www.bimse.altervista.org, logies/ontbijt € 40,-, halfpension € 50,-, eenvoudig hotel voor een grandioze bergwand tussen Passo di San Giacomo en Lago di Toggia.

Albergo Rotenthal, Frazione Ponte 91, I-28863 Formazza VB, tel.0039-032463060, www.rotenthal.it, logies/ontbijt € 40,-, halfpension € 59,-, een tip van het Tourist Office Domodossola.

Hotel Mondo d’Oro, Via Martino Trabucati 9, I-28875 Ceppo Morelli VB, tel. 0039-0324890118, www.hotelmondodoro.com, eenpersoonskamer vanaf € 40,-, tweepersoonskamer vanaf € 70,-, familiehuis in Valle Anzasca, aan de voet van het Monte-Rosa-massief. Kampeerders vinden bij het Lago Maggiore bijvoorbeeld iets ten noorden van Cannobio meerdere campings direct aan het meer.

Toeristische informatie

Frankrijk: Langs de Lot

0

Alles aan de Lot lijkt in het lood te staan. Dat geldt zowel voor de kaarsrechte rotswanden aan de oevers van deze door Zuid-Frankrijk meanderende rivier als voor de bochtige wegen, waarop we met onze motorfiets zo af en bijna loodrecht naar boven en naar beneden gaan.

Klaus Daams

Disco? Nightlife? ‘Dancing with the wolves!’, lacht Agnes. Zij runt samen met haar man William ‘Truffiax’’ Rubio, een voormalige Frans kampioen Supermoto, het vakantiepark Chalets les Pépites bij Barjac. Dat park bestaat voornamelijk uit comfortabele houten hutten en een zwembad. Jawel, wolven. Die komen hier in de eenzaamheid van de Lozere inderdaad wel voor. Zoals meester Isegrim, die met ongeveer 120 wilde soortgenoten de attractie vormt van het Parc à Loups de Gévaudan, in de buurt van Saint Léger-de-Peyre. Of het nu aan de ongunstige windrichting of aan een fladderend verhemelte ligt, weet ik niet, maar in deze verder zo rustige nacht in ons chalet dringt in plaats van het huilen van de wolven alleen gesnurk vanuit de naburige kamer door. Het is onze eerste nacht aan de Lot, een 485 kilometer lange rivier in het zuidwesten van Frankrijk. Deze rivier is nogal onbekend in vergelijking met de naburige Tarn. We zullen deze bron van de Cevennen op zijn bochtige weg naar de monding in de Garonne begeleiden.

Opwarmertje

Een lichte irritatie bekruipt ons in de morgen als Agnes onze vraag naar de regionale highlights beantwoordt met de opmerking: ‘Alles is een highlight, alles is mooi!’ Tja, zoveel tijd voor een allesomvattende sightseeing-tour hebben we nu ook weer niet. En het is natuurlijk vervelend als je net enorm je best hebt gedaan op je Frans om een beetje indruk te maken.

Als opwarmertje rijden we een rondje over de berg waar Agnes en William thuis zijn, de Col de Goudard. Zo op het oog lijkt het erop dat uit de hoogvlakte Causse de Sauveterre een soort Ayers Rock is ontstaan. Ook dichterbij is er echter van alles te ontdekken, zoals kannibalisme op het windscherm en de kuip van de Kawasaki Z1000SX. Daar doen vliegen zich te goed aan wat er nog over is van hun collega’s na een snelle tocht naar ons doelgebied over de voor motorrijders verrassend interessante N88 tussen Le Puy en Mende.

In Le Bleymard komen we voor het eerst in contact met het onopgemaakte rivierbed van de jonge rivier

De weg naar de bron van de Lot wordt een stuk ingewikkelder. Die ligt namelijk verstopt in het gebergte van Boulet, een dikke 35 minuten wandelen vanaf de dichtstbijzijnde straat. Als enigszins luie motorrijders hebben we niet veel zin om ons een weg door de botanische omgeving te worstelen, dus komen we in Le Bleymard voor het eerst in contact met het onopgemaakte rivierbed van de jonge rivier. Daarin dartelt het water lekker puberaal rond. Woordgrappen als tijdverdrijf bij een koffiestop in Mende, aan de oevers bij Au Vieux Pont, waar de loterij van het weer ons een netelig lot toeschuift. Ook dat kan wel eens gebeuren hier in de Lozere, een bevolkings- maar zeker niet bewolkingsarm departement in Frankrijk. En dat hier in het zuiden, ver weg van laten we zeggen Lotharingen.

Geitenpaden

Het bord leeg en de hemel weer opengetrokken? Het is het proberen waard, dus gaan we het hoog boven de Lot gelegen dorp Saint-Germain-du-Teil in, waar het onopvallende restaurant Hotel de la Place een voltreffer blijkt. Onze complimenten aan de maker van de salade Gourmande, die zich daarop meteen in alle bescheidenheid als ‘artiest’ betitelt. En die vervolgens, als de binnengedruppelde gasten nog maar net weer buiten bij de motorfietsen staan, het rode gordijn voor de ingang dichttrekt. Siësta. Helaas wordt het boven ons nog altijd niet blauw, maar de omgeving wordt wel groener. Als slingerende geitenpaden splitsen de D152 naar St. Piere-de-Nogaret en de D509E naar Pomayrols het dichte bladerdek van de bossen van Mont d’Aubrac. Af en toe zie je hier een kapelletje als een eenzame ark van Noah, dan af en toe een door God en mensen verlaten huis. Op deze ‘witte’ hobbelpaden heeft niemand 142 pk nodig, maar wel zitvlees in het zadel om zich niet als een martelaar te voelen.

Het druppelt uit alle poriën van het wolkendek, alsof de god Dionysos snipverkouden is geworden

In het fraaie Saint-Geniez-d’Olt bereiken we de oevers van de civilisatie weer. We steken er de Lot over, die in het Occitaans ook ‘Olt’ wordt genoemd. We gaan daarbij voorbij aan vermoedelijk net zulke pittoreske, met middeleeuwse bouwwerken en schilderachtige oevers gezegende plaatsen als Sainte-Eulalie-d’Olt en Espalion. Excuses voor het voorbij suizen… De Kawasaki blaast met zijn vier machtige kachelpijpen eerst over de D6 en dan over de D920 verder naar het westen. We gooien de ankers van onze wendbare vloot uit in Estaing, bij Hotel Le Manoir de la Fabrégues, een gewichtig aandoend bouwwerk dat van alle gemakken is voorzien. Het enige wat ontbreekt, is de hartendief in de slaapkamer, ook al heet ze geen Charlotte of Clothilde.

Het geslacht van de ‘echte’ d’Estaings is al in de achttiende eeuw uitgestorven

Waaraan in dit deel van de Lot bepaald geen gebrek is, is aan mensen met geld. Hoteldirecteur Eric Petry weet te vertellen dat er maar liefst 128 miljonairs zijn, onder wie vele zogenaamde Bougnats, die ongeveer negentig procent van de Parijse cafés en restaurants bezitten. En van wie is het kasteel dat pontificaal boven het stadje Estaing uittorent? Van de voormalige Franse president Valery Giscard d’Estaing, die het slot enkele jaren geleden aankocht en liet renoveren. De adellijke toevoeging aan de familienaam dankt deze politicus overigens aan zijn vader. Die heeft deze titel in 1920 eenvoudigweg gekocht. Het geslacht van de ‘echte’ d’Estaings is al in de achttiende eeuw uitgestorven.

Pelgrimsreis

Genoeg over de plot van dit verhaal. Wie zonder neuroses of andere menselijke zwaktes is, werpe de eerste steen. En dan maar het beste meteen hier in de Lot, van de oude, vierbogige brug van Estaing, die is uitgeroepen tot werelderfgoed. Onze pelgrimsreis gaat nu verder langs de Gorges du Lot en de spectaculaire rotskloven van de Tarn naar Entraygues-sur-Truyère en dan door een overweldigend groen bos naar de abdij van Conques, een belangrijke halte op de weg naar Santiago de Compostela. Het is er een drukte van belang en we hebben weinig zin om daarin mee te draven. We werpen geen steen, maar werpen van een veilige afstand een blik op de kloosterkerk Sainte-Foy. Vervolgens maken we een omweg naar een plek waar de Lot onder de D86 doorloopt en in een wijde bocht door het open landschap buigt, helemaal zonder publiek. Dat is niet zo verbazingwekkend, want wie hier hoog boven de Saut de la Mounine op de onbeveiligde klippen staat en niet zo standvastig of heldhaftig is als ridder Lancelot zal met knikkende knieën naar deze lus in de rivier staan te kijken. De weekhartigen breekt het zweet al uit bij de ligging van Saint-Cirq-Lapopie, een kleinood op een rots honderd meter boven het dal van de Lot.

Bier

Ditmaal slaan we het kamp op in Hotel Le Saint Cirq en gaan we met een shuttlebus terug naar het romantische ensemble van kerk, burcht, kunstwinkeltjes en knusse restaurants, zoals Le Gourmet Quercynois. De eerste dorst wordt op stel en sprong gelest, uiteraard met een regionale specialiteit: bier uit brouwerij Ratz, blond of amber. De volgende dag druppelt het uit alle poriën van het wolkendek, alsof de god Dionysos snipverkouden is geworden. Het is een schrale troost dat Goethe ooit al, geïnspireerd door de wijze Heraclitus, dichtte:

Gleich mit jedem Regengusse
Ändert sich dein holdes Tal
Ach, und in dem selben Fl
usse
Schwimmst du nicht zum zweitenmal

Veiligheidshalve raadplegen we nog het digitale orakel van Buienradar en sturen onze bolides ten slotte vol vertrouwen via Cahors en Villeneuve-sur-Lot – twee stadjes met een roerige geschiedenis, prima geschikt voor een langer verblijf of een korte koffiestop – naar het eigenlijke eindpunt van deze reis bij Aiguillon, waar de Lot in de Garonne uitmondt. Een heuvel met panorama, te midden van weilanden en velden, ietwat verstopt tussen twee schitterende waterradconstructies. Welke daarvan van welke rivier is? Dat interesseert het paartje dat op een bank verderop zit ook geen zier. De hoofdzaak: samen zijn.

Cahors

Nu de laatste etappe. In Saint-Cirq-Lapopie beweerden twee Ieren van het tafeltje naast ons nog: ‘It rains a lot at the Lot.’ Nu lijkt die klaagzang nergens meer op te slaan, want we rijden onder de blauwste hemel ooit. Tussen Fumel en Cahors gaat de Lot op en neer als de pols van Ozzy Osbourne na een shot cocaïne. Tijdens onze zoektocht naar fotolocaties in het pittoreske Puy-l’Eveque vallen onze door smalle steegjes geloodste viercilinders gelukkig niet stil, met dank aan de moderne techniek; op de markt van Luzech verkoopt een Fazer 600-rijder pittige kaas vanuit een kaaskraampje. Die kaas vindt in de koffers van de Kawasaki een klimaattechnisch niet geheel optimale plek; maar dat is niet het enige malheur dat deze koffers oplopen: even later lopen ze nog lichte averij op bij Bouziès, waar een imposante rots, vol gaten als veredelde Zwitserse kaas, vlak langs de rijbaan omhoog torent. Als grote finale rijden we daarop nog over de boven een afgrond hangende D40 naar boven, waar we een landschap treffen dat er uitziet als een schilderij. Mocht ik hier nog een keer komen – maar dan met mijn wederhelft – dan schenken we daarbij nog een goeie rode wijn uit de wijngaarden en de wijnstokken uit het achterland van Cahors, wellicht nog vergezeld van een sentimentele, Franse ballade. Tot dan toe houdt Led Zeppelin de herinnering in leven, terwijl ‘Whole lotta love’ uit de luidsprekers schettert.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/PRO0619_Lot.gpx”]

Reisinformatie

Het gebied

De kronkelende Lot wordt vaak als kleine broer van de Tarn afgeschilderd; een fantastisch motorfietspretpark met bochtige wegen, met charmante provinciestadjes en af en toe lieflijke, maar wilde natuur. En natuurlijk is er ook de rivier, met als voordeel dat je hier niet zo snel in de toeristen verdrinkt. Wij reden hier in vier dagen ongeveer 850 kilometer.

De reis

Mende, de eerste grote stad (dicht bij de bron van de Lot), is het gemakkelijkst te bereiken over de Franse tolwegen. Via Metz en Nancy, Dyon, Lyon en Saint-Etienne, het laatste stuk over Le Puy-en-Velay en de goed aangelegde N88.

Accommodatie

Chalets les Pépites, la planchette 5, route de Cénaret, 48000 Barjac, Tel. +33 (0)466325531, www.chaletslespepites.fr.

Hôtel Le Manoir de La Fabrègues, La Fabrègues, 12190 Estaing, Tel. +33 (0)565663778, www.manoirattitude.com.

Hôtel Le St Cirq à Tour-de-Faure, 46330 Tour de Faure, Tel. +33 (0)565303030, www.hotel-lesaintcirq.com.

Hôtel Moulin de Madame, Route de Casseneuil, 47300 Villeneuve-sur-Lot, Tel. +33 (0)553361440, www.lemoulindemadame.fr.

Literatuur en kaarten

Een expliciete reisgids van de Lot is niet bekend. De beste landkaarten zijn Michelin 524 Aquitaine en 525 Midi-Pyrénées, beide in schaal 1:200.000, scheurbestendig en voor € 6,95 in Frankrijk verkrijgbaar (€ 8,49 bij Bol.com).

Adressen

Extra TTT: Hemels toeren in het schemerlicht – 14 september

0

Oké, oké, als het donker wordt, zie je een stuk minder. Maar je krijgt er rustige wegen voor terug. En als het meezit kun je ’s avonds en ’s nachts juist meer zien. Sterren, planeten, nachtwolken en zelfs het noorderlicht. En dat allemaal gewoon in Nederland. Als je op de juiste plek bent.

Jan Dirk Onrust

Verdorie, we hebben al geen bergen en wilde rivieren en dan moeten de meeste Nederlanders het thuis ook nog eens zonder sterrenhemel stellen. Zelfs tijdens de helderste nachten. De oorzaak is met name de lichtvervuiling van industrie, steden, kassenteelt en wegen. Als je in de Randstad ’s avonds naar boven kijkt, kun je hooguit een paar handenvol sterren zien. Maar zit je ver weg van de stedelijke drukte, dan kunnen het er op dezelfde avond duizenden zijn. Sterrenbeelden komen tevoorschijn en met wat mazzel zie je Jupiter en Venus met het blote oog. Of zelfs Mars en Saturnus. Dat geeft toch een heel ander gevoel. Je tuft niet over zomaar een boerenlandweggetje, maar door het zonnestelsel en het heelal. Grote zorgen lijken dan ineens een stuk kleiner.

Pikdonker en kraakhelder

Uiteraard moet je daarvoor op de helderste plekken zijn. En Nederland zou Nederland niet zijn als ambtenaren die niet in kaart hadden gebracht.
De grootste helderheid vind je logischerwijs op de Waddeneilanden. Maar ook de Veluwe heeft een aantal plekken waar het ’s nachts pikdonker oftewel kraakhelder kan zijn. Met een prachtige route van ruim tweehonderd kilometer hebben we die met elkaar verbonden. Zo hebben we een extra TankTasTocht (TTT) gemaakt. En ook nog eentje die meer bijzonder is dan alle voorgaande TTT’s.

Sterrenroute

De route begint in Elburg en loopt via het donkerste deel van de voormalige Zuiderzee over oude wegen langs Oldebroek, Heerde, Nunspeet, Vierhouten, Apeldoorn, Otterlo, Zutphen naar eindpunt Wesepe in Overijssel. Als je sterren wilt kijken, let je niet alleen op de weersverwachting, maar ook op de maanstand. De meeste sterren zien je bij nieuwe maan, de minste bij volle maan.

Lunatic of romanticus

Rijden bij volle maan heeft overigens wel wat, want ook die is op de Veluwe helderder dan in het westen van het land. De contouren van het landschap zijn als donkere gestalten nog vrij goed zichtbaar. Maar je loopt natuurlijk wel het risico dat je rond middernacht in een weerwolf verandert. Of krankzinnig wordt: in het woord lunatisme zit niet voor niets het Latijnse woord voor maan. Anderzijds: je moet natuurlijk wel een beetje een lunatic zijn om midden in de nacht over stille wegen te gaan rijden. Of gewoon een romanticus.

 Een flink deel van de rit gaat door de schemer

In het eerste deel van de route, tot vlak voor Apeldoorn, zitten enkele bosweggetjes die tot aan zonsondergang toegankelijk zijn. Op tijd vertrekken dus of een alternatieve weg nemen.

Schemer

Een flink deel van de rit gaat dus door de schemer. En dat biedt niet alleen kans op een prachtige zonsondergang, maar ook op een fenomeen dat deze zomer ongebruikelijk vaak te zien was: noctilucent oftewel nachtwolken. Nachtwolken zijn dunne wolken die zich op veel grotere hoogte dan gewone wolken bevinden; rond de tachtig kilometer boven het aardoppervlak. Wanneer de zon achter de horizon is verdwenen, worden deze wolken nog enige tijd vanonder belicht. Extra bijzonder is dat ze vaak een ribbelpatroon hebben en dat die ribbels elkaar zelfs kunnen kruisen. De wolken bevinden zich op een hoogte waar het kan stormen met snelheden tot wel zevenhonderd kilometer per uur. De snelle bewegingen die de wolken maken doen een klein beetje denken aan het noorderlicht, maar dat is een heel ander fenomeen.

Nachtwolken waren zeldzaam, maar komen tegenwoordig vaker voor. De meeste kans om ze te zien heb je in juni, maar aan het eind van de zomer kunnen ze ook verschijnen, maar wel korter. En je moet naar het noordwesten kijken.

Noorderlicht

In september zijn de nachten weer donker genoeg om een kansje te maken op het meest spectaculaire hemelse fenomeen: het noorderlicht. Dit verschijnsel hoort vooral thuis in het hoge noorden, maar bij extreme uitbarstingen van elektrisch geladen deeltjes van de zon, kan het zelfs tot aan de Pyreneeën reiken. Dat is bijzonder zeldzaam. In Nederland wordt het heel soms waargenomen in het noorden van ons land. Toch komt het vaker voor dan we denken. Het is dan echter zo zwak dat je het met het blote oog niet of nauwelijks ziet. Maar een camera met statief en een sluitertijd van dertig seconden of langer doet soms wonderen. Toen we twee jaar geleden in Schotland op goed geluk een foto maakten van een uiterst flauw licht, kwam het groene lichtgordijn (geel of rood kan ook) toch echt heel duidelijk tevoorschijn. Ook hier geldt weer dat je op een kraakheldere plek moet zijn zonder lichtvervuiling. Die biedt de Veluwe, dus je weet nooit. En anders kun je de route altijd nog overdag rijden. Dan is ook een prachtig en hoef je niet naar boven te kijken.

DOWNLOAD DE ROUTE (TRACK, ROUTE, ITN)

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Schemerrit_2019.GPX”]

Classic & Retro: wij willen jouw project zien!

1
Classic & Retro - De Transformatie

Voor de Classic & Retro-rubriek De Transformatie zijn wij op zoek naar jouw getransformeerde motor. Heb jij een compleet verbouwde motorfiets (tot bouwjaar 1994) en heb je foto’s van voor en tijdens de verbouwing, dan kon jouw project wel eens op de pagina’s van Classic & Retro komen!

‘Duizenden uren worden geïnvesteerd om standaard productiemotoren om te vormen tot unieke technische kunstwerken. De Transformatie laat ze aan je zien.’ Zo simpel maar effectief is de rubriek De Transformatie.

Ieder nummer van Classic & Retro besteden we aandacht aan de mooiere, betere en interessantere verbouwde motoren die ons land kent. Ieder project kent zijn goede verhalen; verhalen van succes en verhalen van tegenslag. Dat zijn de verhalen die wij en de Classic & Retro-lezer willen horen!

Vereisten:

  • Foto’s van de motor van voor en tijdens het project
  • Motor niet jonger dan bouwjaar 1994
  • Dat is het…

Dus heb jij een scrambler, een caféracer, een chopper, of wat dan ook gebouwd; dan willen wij dolgraag langskomen om het verhaal van jou en jouw motor op te tekenen en een mooie fotoreportage te maken van het resultaat.

Voel jij je aangesproken, denk je dat jouw project het verdiend mooi in beeld gebracht te worden in Classic & Retro, mail dan naar redactie@www.motor.nl en dan hoor je snel van ons terug!

Foto: Classic & Retro/Maurice Volmeyer

Ducati Multistrada V4 onderweg?

0
Ducati Multistrada V4

Er is een Ducati Multistrada V4 onderweg. Tenminste, als we ze in Duitsland moeten geloven. Motorrad is over het algemeen dusdanig goed op de hoogte dat we bereid zijn ze te geloven. Na de Panigale V4, de Street Fighter V4, lijken we ons dus ook voor een V4 allroad van Ducati op te kunnen maken.

Onze concullega’s van Motorrad melden de Multistrada V4 in testtrim te hebben gezien in de omgeving van Ducati’s thuisbasis in Bologna. Helaas hebben de Duitsers geen beeld om hun verhaal kracht bij te zetten, maar een Multistrada met V4-krachtbron klinkt als een logische stap.

Niet vervangen; aanvullen

Ducati heeft altijd de intentie gehad meer te doen met de Stradale V4-krachtbron. De Street Fighter is het eerste wapenfeit die deze intentie bevestigde. Een V4-versie van de Multistrada zou prima in dat rijtje passen.

Hoe een Multistrada V4 in de line-up van Ducati past, is een volgende vraag. Momenteel voert Ducati een aantal varianten op de Multistrada 1260 en dient de Multistrada 950 als een soort instapper in het Bolognese gamma. Mogelijk zou de V4 de 1260 niet vervangen maar aanvullen. De iconische L-vormige Ducati V-twin is perfect geschikt voor machines als de 1260 Enduro, terwijl het ook uitermate goed dienst doet in de sportievere straat-versies, zoals de Multistrada 1260S en Pikes Peak. Een viercilinderkrachtbron zou hier qua segment boven kunnen komen staan.

Schone zaak

Zo zou Ducati met de tweecilinders de on- en offroad allroadliefhebbers kunnen blijven bedienen, terwijl de Multistrada V4 nu al als een geslaagde straatgerichte toer-allroad zou kunnen werken. BMW houdt er eenzelfde filosofie op na met de R1250GS – de tweecilinder-boxer – versus de S1000XR als vier-in-lijn. Beide machines bijten elkaar niet en bedienen een eigen publiek.

Naar verwachting zou een uiteindelijke V4-versie dit najaar in Milaan onthuld worden op de EICMA. Geduld is een schone zaak, maar een Ducati Multistrada met een op koppel gericht V4 Stradale-blok klinkt als iets waarvoor geduld op te brengen valt.

Wordt vervolgd.

Foto: Ducati