vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1147

Aprilia X-Ray (1996) – Het had zo mooi kunnen zijn

0
aprilia xray

Het wilde maar niet lukken tussen motorfabrikant Aprilia en ontwerper Philippe Starck. Deze Aprilia X-Ray kwam daardoor helaas nooit verder dan het stadium van prototype. Op zich is het lovenswaardig dat een motorfietsfabrikant in zee durft te gaan met een ontwerper van buitenissige keukenspullen, maar het grote publiek vrat het niet. De Moto 6.5 uit 1995 ging nog in productie, dat kan deze X-Ray niet zeggen.

Restje twijfel

Het oranje/grijze kleurenschema maakt al van kilometers afstand duidelijk dat we hier met een echt Starckje van doen  hebben. De ronde lijnen nemen het laatste restje twijfel weg. De Franse ontwerper kreeg de ontwerpopdracht voor de X-Ray van Ivana Beggio. De Aprilia-eigenaar wilde een zwaardere motorfiets dan de eencilinder Moto 6.5 en liefst ook nog met een automatische bak. De gebruikte V-twin levert 130 pk dus aan de eerste wens is voldaan, maar aan de tweede beslist niet.

In de prullenbak

Vele jaren later (2007) kwam die Aprilia automaat er alsnog. Het is op het eerste gezicht wel direct duidelijk dat Starck – of welke ontwerper dan ook – zich niet bemoeide met de Mana. Wat schotelde Aprilia zijn klanten in 1997 wel voor? Het had het eerste productiejaar kunnen zijn van de Aprilia X-Ray, maar Aprilia zette ons liever onder meer de Pegaso 650 en scootertje Leonardo 125 voor. Pas in 1998 was het tijd voor die zalige RSV1000. Starck zou ook nog de X3 voor Aprila ontwerpen. Net als bij de X-Ray verdween dat model via de vergetelhoek in de prullenbak.

Tante Rikie hangt draagstoel aan de wilgen

0
Tante Rikie Zwarte Cross Evel Knievel

’s Lands – of misschien zelfs wel Europa’s – bekendste festivaldirectrice zwaait volgend jaar af. We hebben het natuurlijk over Tante Rikie die al zowat sinds het begin het gezicht van de Zwarte Cross is geweest. Editie 2020 wordt haar laatste jaar. De reden? Rikie is vandaag zeventig geworden en vindt het welletjes. Tijd voor pensioen.

Cultstatus

Op het Zwarte Cross terrein vallen mensen op hun blote knieën wanneer Tante Rikie, per draagstoel, passeert. ‘Tante Rikie’ is een begrip geworden. Rikie Nijman is de moeder van bandmanager André Nijman die Jovink en de Voederbietels in toom tracht te houden. Bij oprichting van de Zwarte Cross willen de mannen een beetje de draak steken met het begrip ‘festivaldirecteur’ en schuiven ze Tante Rikie naar voren. Als symbolisch leider. Nu, 23 jaar later is dat leiderschap groots te noemen, met een cultstatus van heb ik jou daar. De Grote Roergangster wordt ze wel genoemd. Geheel in die lijn heeft de organisatie – De Feestfabriek – in een persbericht laten weten dat ze eeuwigdurend leiderschap toebedeeld krijgt. Wie had ooit gedacht dat we bij Hummelo associaties met Pyonyang zouden krijgen..

En ja, met zo’n cultstatus zal het ook niet zo zijn dat Tante Rikie voorgoed zal verdwijnen van het festival. Dat kan ook haast niet gezien haar gezicht in het logo is opgenomen. De Tante Rikie-knuffels – naar het opblaasbare beeld van Rikie met een helm op en met een deegroller vast als motorstuur – die dit jaar op de Cross werden verkocht waren binnen één dag op. Nee, Rikie zal niet verdwijnen.

Jullie kunnen het

Om haar ‘bruurs en zusters’ een hart onder de riem te steken zal het thema van het festival volgend jaar ‘Jullie kunnen het’ zijn. Tante Rikie: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat goed volk helemaal geen leider nodig heeft en met dit thema wil ik zeggen: jullie kunnen een fantastisch festival organiseren, jullie kunnen er een geweldig feest van maken en jullie kunnen al je dromen waarmaken op de Zwarte Cross, maar ook vooral daar buiten’.

Er zal uitgebreid afscheid genomen worden, maar de Zwarte Cross kennende is het aannemelijker dat het pensioen gevierd wordt daar het leven nu eenmaal een groot feest is. Daarna is het Ajuu, de mazzel! De volgende editie van het festival zal plaatsvinden van 16 tot en met 19 juli. Wil je daar bijzijn – of misschien zelfs deelnemen op de baan – dan is het wijs om er snel bij te zijn wanneer de kaarten in de verkoop gaan. Afgelopen editie was het festival voor het eerst ooit al op voorhand volledig uitverkocht.

Tante Rikie Zwarte Cross Rikie Nijman

Col de l’Isèran: de oud-kampioen op 2.770 meter

0

De Col de la Bonette claimt de hoogste geasfalteerde Alpenpas te zijn, maar bij de Col de l’Iseran vinden ze dat de Bonette vanuit buitenspelpositie heeft gescoord. En daarom schrijven ze in hun brochures dat de Col de l’Iseran met zijn 2770 meter de hoogste is. Dat hou je toch, het eeuwige geklaag van mensen wier col tweede is geworden. Maar toen de pas in 1937, na zes jaar bouwen, officieel in gebruik werd genomen, was het wel de hoogste en dat zou 24 jaar lang zo blijven.

De Col de l’Isèran loopt van Bourg St. Maurice (840 m) naar Lanslebourg (1399 m) en heeft een lengte van 83 km. Maar het interessante deel – de ruige hooggebergte passage – zit tussen de wintersportplaatsen Val d’Isère (1840 m) en Bonneval-sur-Arc (1835 m) en meet 31 km. Dus laten we daar beginnen.

Het oude en tegelijkertijd moderne Val d’Isère is zo chique dat zelfs de eigenaar van het plaatselijke motorhotel meer doet denken aan een dure dameskapper denken dan aan een motorrijder. Aan bijna alle kanten is het mondaine plaatsje ingeklemd door magnifieke bergen. Als je door de hoofdstraat – met gerenoveerd centrum – in oostelijke richting omhoog kijkt, zie je waar je na 10 km rijden op uitkomt.

Na Val d’Isère volgt de weg een tijdje de Isère, die hier langs sappige Alpenweiden langzaam omhoog gaat. Wanneer het dal lijkt dood te lopen, steekt de weg de rivier over en klautert hij langs de steile bergwand naar boven. Daarvandaan heb ik het ene na het andere prachtige uitzicht op het skidorpje dat ik achter me liet. Nog een paar koeien kom ik tegen en dat is het gedaan met de lieflijkheid. Kilometers lang rijd ik door kaal gesteente met hier en daar de ornamenten van een oude bergpas: stenen muurtjes aan de bergkant en bij wijze van vangrail grote keien aan de dalkant. Op asfalthoogte zie ik ook nog wat plakjes sneeuw die de felle augustuszon hebben overleefd. Die ben ik in een hele week passenrijden door de westelijke Alpen nog niet tegengekomen.

Maanlanding

In de tweede week van juni gaat de pas, na drie weken bulldozeren, open. Goede kans dat je dan tussen de hoge sneeuwwallen moet rijden. Zelfs in juli kun je hier nog in winterwonderland terecht komen, zoals de Tourkaravaan in 1996 merkte, toen de col wegens zware sneeuwstormen uit de etappe werd geschrapt – net als de Galibier (2645 m) trouwens.

Bovenop de col wacht een weids plateau met een herberg en een kerkje, die ongeveer net zo oud zijn als de weg. De herberg is al die tijd in handen geweest van de familie Machet, van wie ik de blonde Sylvie in het bijbehorende souvenirwinkeltje aantref. Het robuuste kerkje heeft geen pastoor, dus eigenlijk is het een kapel. Maar dat is nog altijd meer dan het simpele kruis of bidkastje waar de meeste passen het mee moeten doen. Het geeft nog maar eens aan wat voor waarde er werd toegekend aan de col. Het was dan wel geen landing op de maan, maar veel scheelde het niet. Niet voor niets werd de officiële opening van de Col de l’Isèran verricht door de toenmalige Franse president Albert Lebrun.

Ander tijdperk

Twee kilometer na de top loopt de weg door een nauwe doorgang naar de zeer groene Haute Maurienne-vallei. Langs de steile hellingen ruimen ze hier in juni niet alleen sneeuw, maar ook keien zo groot als topkoffers. In de mooie afdaling, met zicht op de glinsterende gletsjers (tot 3750 m) aan de overkant van het dal, lijk ik een ander tijdperk in te glijden. Ik ga over een stenen boogbrug langs oude muren, onder me zie ik scheve huisjes met leistenen daken. Een grote familie, inclusief jonge kinderen, haalt op de wei hooi met vork en kar binnen.

Nog ouderwetser lijkt Bonneval sur Arc, het dorpje aan het einde van het steile deel van de pas. Bonkige Asterix-huisjes aan nauwe straatjes, waar boerenzoons bezig zijn hooi op de bovenste verdieping van een huis te laden. De balkons onder de overhangende daken werden kortgeleden gebruikt om mest te drogen, die s’ winters in de kachel ging. Geitenkuddes trekken nog regelmatig door de steegjes. Van elektriciteits- of telefoonkabels is geen spoor te zien. Het is alsof je via de col een tijdreis hebt gemaakt. Maar dan moet je natuurlijk niet naar boven kijken, naar de skiliften, hotels en luxe chalets, want dat verstoort die prettige illusie.

Een mooie col met geschiedenis dus. En met veel motorrijders en wielrenners.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Alpentoppen.GPX”]

 

 

Sfeerverslag Ital Dag 2019

0

Op 1 september 2019 werd voor de negende keer de Ital Dag georganiseerd in het Gelderse Beusichem. Het motorevent is een samenkomst van liefhebbers van Italiaanse motoren met tal van activiteiten en bezienswaardigheden. MotorNL maakte een sfeerverslag van deze mooie dag. Ital Dag 2019.

Check hier de MotorNL photobooth foto’s

De Distinguished Gentlemans Ride komt er weer aan

0
Het affiche van de Distinguished Gentlemans Ride 2019
Het affiche van de Distinguished Gentlemans Ride 2019

Het is tijd om een net (motor)pak te zoeken, nog eens goed door te nemen hoe je ook alweer een stropdas strikt en je klassieker een extra keer na te lopen. Op zondag 29 september 2019 vindt namelijk de Distinguished Gentlemans Ride plaats en dan zullen meer dan 125.000 volledig in stijl geklede motorrijders in meer dan 700 steden aan deelnemen. Het doel is meer dan 7 miljoen dollar op te halen én het bewustzijn te verhogen voor de (geestelijke) gezondheid van mannen en in het bijzonder mannen met prostaatkanker.

Negatieve stereotype

The Distinguished Gentlemans Ride is opgericht in Sydney door Mark Hawwa. Hij raakte geïnspireerd door een foto van Mad Men’s Don Draper op een klassieke motor in zijn allermooiste pak. Mark vond dat een themarit een geweldige manier zou zijn om het vaak negatieve stereotype van mannen op motorfietsen te bestrijden en tegelijkertijd de wereldwijde motorgemeenschap te verbinden.

115.000 rijders

Die eerste rit in 2012 bracht meer dan 2.500 rijders in 64 steden samen. Het succes van het evenement moedigde de oprichter aan om na te denken over hoe het gebruikt zou kunnen worden om een waardig doel te steunen, wat vorig jaar leidde tot de grootste wereldwijde rit tot nu toe met meer dan 115.000 rijders in 101 landen. Die bovendien in totaal meer dan 6 miljoen dollar inzamelden voor liefdadigheidsdoelen.

Volgens Triumph vertegenwoordigt de Distinguished Gentlemans Ride alles wat gevierd moet worden over motorrijden en daardoor zijn ze al zes jaar hoofdsponsor. Meer informatie: www.gentlemansride.com

Oproep: Marathonrijders

0

Voor de rubriek Marathonmotor in MOTO73 zijn we op zoek naar motoren met hoge kilometerstanden en eigenaren met mooie verhalen. De echte metermakers, de asfaltvreters en de door-en-door doorrijders, waar zijn jullie?

Ken jij of ben jij zo’n motorrijder die voor niets of niemand stopt met een motor die echt gemaakt is om flinke getallen op de teller te rijden? We maken trouwens ook met plezier ruimte op de bank voor motoren die totaal niet gemaakt zijn voor hoge kilometerstanden, maar ze desondanks wel hebben. Haast nog liever zelfs! Een vereiste is dat jij wel die kilometers zelf gemaakt moet hebben, want een motor met een astronomisch hoge kilometerstand kopen, dat kan elke Marktplaats-speurder. De echte afstandrijders zijn een volk apart, en dat volk zoeken we!

In het kort

Dus heb jij een motor met minimaal 50.000 kilometer op de klok? Stuur dan een e-mail aan redactie@moto73.nl. Vertel dan meteen in het kort wat over je motor. MOTO73 neemt, als je in aanmerking komt, contact met je op!

Wat willen we zoal van jou en je motor weten:
– Hoe lang heb je je motor al?
– Hoe veel heeft je motor gelopen?
– Hoe veel is er bekend van de onderhoudshistorie?
– Welk merk, type en bouwjaar is je motor?
– Welke herinneringen heb je aan je motor?

Foto’s Ital Dag 2019

1
italdag_2019

Tijdens de Ital Dag 2019 hebben wij tientallen motorrijders op de gevoelige plaat vastgelegd. De hele dag door heeft MotorNL fotograaf Jacco van de Kuilen motorrijders met hun geliefde motor gefotografeerd. Heb jij jezelf al gespot?

Mobitec breekt wereldsnelheidsrecord voor elektrische motoren

0
Mobitec

Een jaar na een ernstig ongeval in Bonneville, waar eerste coureur Kaz Mazutani crashte met een snelheid van 296,119 km/u, maar overleefde, deed Mobitec opnieuw een poging om de 200 mph- grens (321,868 km/u) te doorbreken. Daarmee zouden ze ruimschoots het FIM Electric Motorbike Land Speed World Record op hun naam schrijven.

Doorzetten

Mobitec slaagde met glans. Tijdens de jaarlijkse Bonneville Motorcycle Speed Trials op de Bonneville Salt Flats in Utah ging voor het eerst een elektrisch aangedreven motorfiets harder dan 200 mph. Daarmee schreef het Japanse team geschiedenis. Mobitec probeerde vijf jaar lang om zowel het bestaande record- in 2011 reed Chip Yates 181,608 mph (292,269km/u) – te breken als de 200 mph-barrière te doorbreken.

Op de Bonneville Salt Flats verbrak Mobitec ruimschoots beide records. Coureur Ryuhji Tsurata behaalde in de eerste run een snelheid van 329,318 km/u. Tijdens de noodzakelijke tweede run kwam de waaghals tot 329,085km/u. En daarmee kwam het wereldsnelheidsrecord in handen van Mobitec.

Categorie 300 kilo+

Het wereldrecord werd gereden in Categorie 1 – Groep A1 – Divisie A – Type VII. In deze categorie moet een tweewieler worden aangedreven door elektriciteit, is een stroomlijn niet toegestaan en moet de coureur zichtbaar zijn. Voertuigen in deze klasse vallen in de gewichtscategorie 300 kg+.

 

Sportweekeinde: Sport anders bekeken

0
Lewis Hamilton (foto: ANP)
Lewis Hamilton (foto: ANP)

Elke maandag bespreekt Marien wat hem opviel in het afgelopen sportweekeinde. Verwacht geen raceverslagen, maar wel een andere kijk op de actualiteit.

Valentino Rossi, Maverick Vinales, Bo Bendsneyder, Jorge Lorenzo en ga maar door en ga maar door. Het zijn allemaal coureurs die de afgelopen weken (tot maanden en soms zelfs jarenlang) door toetsenbordcoureurs volledig de grond ingeboord worden. Te langzaam, te oud, te slecht, te krakkemikkig. Het maakt sofaracers niets uit, zolang ze anderen maar kapot kunnen tikken. Ik moest direct aan ze denken toen Lewis Hamilton vanaf Spa-Francorchamps reageerde op het verschrikkelijke Formule 2-ongeluk waarbij de Fransman Anthoine Hubert afgelopen zaterdag om het leven kwam.

Verkeerde plek

Net als Marco Simoncelli, Shoya Tomizawa, Andrea Antonelli, Craig Jones en helaas heel veel andere coureurs, was Hubert precies op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Je hebt de beelden vast wel gezien. En zo niet, houden zo zou ik zeggen.

Helemaal mis

‘Als jullie genieten van deze sport, maar daarbij ook maar één seconde denken dat wat wij doen veilig is, dan hebben jullie het helemaal mis. Alle coureurs zetten hun leven op het spel wanneer ze racen. Mensen zouden dit meer moeten waarderen op een serieuze manier, want het wordt niet genoeg gewaardeerd’, aldus Hamilton in rake woorden.

Oordeel

Natuurlijk weet ik heel goed dat coureurs er zelf voor kiezen en heel goed weten wat de risico’s zijn en die risico’s ook accepteren, maar lees de woorden van Hamilton nog een keer en oordeel dan nog eens over bijvoorbeeld Jorge Lorenzo…

Tien keer de wereld rond op de Guzzi

0

Je hebt van die kerels die thuis een taaie strijd moeten leveren voor de aanschaf van een motor. Gerard l’Amie niet. Deze Guzzi-freak praatte zijn vrouw er gewoon ook een aan. En hij heeft nog een paar ‘bekeerlingen’ rondlopen in de omgeving van Leiden.

Tekst Olivier Visser, foto’s Chris Pennarts

We waren gewaarschuwd door een van zijn kameraden: Gerard praat vijf kwartier in een uur. Het onderwerp: bij voorkeur Moto Guzzi.

Zijn levensgeluk huist in zijn schuurtje, een Guzzi-tempeltje, met een Norge en een California III. De laatste heeft 140.000 kilometer op de teller. De Norge schiet ook lekker op, want deze Guzzi diehard is jaarlijks goed voor dik twintigduizend kilometer. ‘Ik schat dat ik ruim 400.000 Guzzi-kilometers in de benen heb. Stapelgek ben ik van die apparaten, sinds ik op mijn zestiende in een motortijdschrift een V7 Sport onder ogen kreeg. Ik heb van alles gereden, maar iets anders dan Guzzi komt er niet meer in. In mijn vriendenclub heb ik allemaal Guzzi-rijders om me heen. Eentje rijdt Duc, eentje een motor met hangtieten (BMW, red.). Voor de rest is het Guzzi wat de klok slaat. Die heb ik ze aangepraat. Allemaal.’

Elk jaar gaan we met dat clubje een buitenlandse rit maken. Overdag lekker sturen en ’s avonds met een biertje slap ouwehoeren. Schotland en de Dolomieten hebben we de afgelopen jaren gedaan. Voor komend jaar staat de Noordkaap op het programma. Twee weken sturen.

Honderd op de brommer

‘Van brommers die dik honderd liepen, ben ik overgestapt op de motor. Eerst anderhalf jaar zonder rijbewijs gereden. Daarna ben ik zonder lessen afgereden. Honda, Yamaha, Suzuki, ik heb ze allemaal gereden, maar het was niks. Pas op de Guzzi was ik helemaal gelukkig.

In het motorclubje was ik niet de allervlotste. Vooral in de bergen hield ik de andere knapen niet bij. Ze tuurden altijd in de spiegel of ik er nog wel achter hing. Met de Norge is dat over. Stuurt fantastisch. Maar kaartlezen kan ik niet, dus rijd ik nog altijd achteraan. Daar kan ik alles mooi in de gaten houden.

Ik ben niet zo’n type dat weken van te voren een rit tot in detail regelt. Ooit ben ik naar Como gereden, Dat kwam spontaan op. Gewoon opgestapt, hele dag sturen en de volgende dag terug. Mooi, he?

Stamtafel

‘Met sleutelen ben ik terughoudend. Ik ben er te onzeker voor, zeker als het om de binnenkant van het motorblok gaat. Als het misgaat lig je languit op het asfalt.

Rijden is niet het enige motorgenot. In dit schuurtje kan ik dágen doorbrengen. Peuk, snorrend kacheltje en maar genieten van de motoren. De buurman doet ook graag mee. Door gezondheidsproblemen is hij afgestapt. Maar voor een motorpraatje is hij altijd in. Hij heeft een er een stamtafel voor in zijn schuurtje staan. Leuk buurtje, hier.’