vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1146

Koning Willem-Alexander naar de motocross

0
willem-alexander bij monx

De Motocross of Nations kleurt letterlijk oranje. Niemand minder dan Willem-Alexander is toeschouwer van de afsluitende manche en de huldiging van de winnaars. Voor de wedstrijd brengt hij een bezoek aan de paddock om het Nederlandse technische team te ontmoeten. Na afloop ontmoet hij de rijders van TeamNL.

De koning staat bekend als sportliefhebber en is regelmatig te zien bij grote sportevenementen. Op 29 september is hij in Assen bij de MXoN hopelijk getuige van een historische dag voor het Nederlandse motorcross. Het is Jeffrey Herlings – die de wereldtitel door blessureleed wel kan schudden – alles aan gelegen om de winst te pakken. De zandbaan ligt hem goed, in 2018 pakte hij in zijn thuiswedstrijd de wereldtitel.  Met een sterke Glenn Coldenhoff en Roan van de Moosdijk of Calvin Vlaanderen is Nederland topfavoriet.

Vergeten Prototype: Suzuki Stratosphere

2
Vergeten Prototype

Licht uit, spot aan. Opzwepende muziek zwelt aan en een oorstrelend en gelijktijdig trommelvlies doorborend uitlaatgeluid vult de ruimte en gehoorgangen van de toegestroomde pers op de Tokyo Motor Show van 2005. Wat vervolgens het podium op gerold wordt is de Suzuki Stratosphere. Iets heel speciaals.

Speciaal als die Stratosphere was, zou hij deze rubriek niet halen als we je inmiddels konden vertellen hoe de opvallende zescilinder van Suzuki rijdt. Ondanks een panklare verklaring van Suzuki in 2007 dat we ons op konden maken voor een productiemodel, bleek die verklaring zo geloofwaardig als de notie dat Harley-Davidson een allroad zou kunnen maken – oké, misschien niet de beste vergelijking.

Desondanks waren de media toentertijd vol van de Suzuki Stratosphere. Alleen al afgaand op het uiterlijk; wat je op het oog kon zien. Dan nog de beloftes van Suzuki dat er meer was dan je in op het eerste gezicht opviel.

Te beginnen met de krachtbron, want zomaar een zescilinders was het niet. De enige zescilinder die in 2005 nog van de productieband rolde, was de Honda GL1500 Gold Wing. Al was dat een boxer, die ondanks de eveneens complexe constructie nog steeds minder ingewikkeld was dan een in de breedte geplaatste zes-in-lijn. In 2011 kwam BMW wel met de K1600-serie, dus onhaalbaar was het nooit. Desondanks werd het zaadje voor het schrappen van de Stratosphere mogelijk al geplant toen Suzuki de lat in de hoogste sport legde.

Vergeten Prototype

135 Nm koppel op afroep

Behalve het duidelijk in lijn met de Katana van weleer gepende ontwerp, was de Stratosphere mede bedoeld om de Hayabusa op te volgen. Suzuki sprak namelijk van maar liefst 135 Nm koppel, wat vanaf het lossen van de koppeling beschikbaar was. Stel je dat voor; 135 newtonmeter trekkracht op afroep van stationair tot de toerenbegrenzer…

Vermogen zou de naar verluidt 1100cc zespitter ook meer dan zat hebben. Anno 2019 kijken we er bepaald niet meer op van, maar met 180 pk zou de Stratosphere ruim tien procent meer vermogen hebben dan de GSX-R1300 Hayabusa toen had. En dat terwijl het blok – ondanks zijn twee extra cilinders – toch twee volle centimeters smaller was dan het Hayabusa-blok. Suzuki had de cilinders namelijk enorm dicht op elkaar geplaatst in een poging zo veel mogelijk kracht uit een zo compact mogelijk blok te trekken.

Vergeten Prototype

Niet heel gek als je bedenkt dat Suzuki volgens de overlevering in aanloop naar het MotoGP-viertakttijdperk aan een zescilinder GP-machine zou hebben gewerkt. Ze waren er dus al handig in geworden, zelfs al kwam de zespits-GSX-RR er nooit.

Wat luxe? Veel luxe!

Aangezien de Stratosphere een sporttoerder in optima forma moest worden, werd er ook op wat luxe ingezet. Wat luxe? Veel luxe!

Oké, het kuipwerk op het prototype was opgetrokken uit plaat aluminium. Dat zou waarschijnlijk het productiemodel niet gehaald hebben. ABS-kunststof is niet alleen een stuk goedkoper om te produceren; het is ook eenvoudiger te repareren.

De ruit is elektrisch in hoogte verstelbaar, GPS was ingebouwd, Bluetooth-verbinding was standaard en alle verlichting was in LED uitgevoerd. De motor starten zou sleutelloos gaan, montagepunten voor de koffers waren volledig onzichtbaar wanneer je de koffers eraf haalde en de stuurhelften, bestuurders- en bijrijderssteunen waren allemaal verstelbaar. Comfort moest op geen moment een probleem zijn; zo veel is duidelijk.

Vergeten Prototype

Dat de zescilinder qua versnellingsbak ook nog met een semi-automatische transmissie was uitgerust, had hem niet alleen een concurrent voor de Kawasaki 1400 GTR gemaakt, maar ook de Yamaha FJR1300. Hij had alles; hij zou alles hebben.

Alleen ergens tussen de bevestiging van een productiemodel in 2007 en nu werd de stekker eruit getrokken. Ergens wrong de schoen. In 2008 kwam de Hayabusa terug, ditmaal als 1400, en waarschijnlijk was dat de nagel aan de doodskist van de Stratosphere.

BMW pakte met de K1600 wel door, maar verder lijkt geen enkel met de zes-in-lijn terug in een motorfiets te gaan hangen. Niet in de nabije toekomst ten minste.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto’s: Suzuki

De Alpen: Seven Summits

0

De Seven Summits zijn de hoogste bergen van de zeven alpenlanden, een fantastisch motorschouwspel tussen de drie- en vierduizend meter. Ook de bijrollen zijn goed bezet, met passen die je altijd graag ziet of het nu de eerste, de tweede, de derde of de vierde keer is en die je niet, zoals de meeste bergen, alleen van onderaf beleeft.

Reisgenoot reinier is zelf een tweeduizender. Met 2.000 millimeter behoort hij tot de zeer groot uitgevallen mensenexemplaren. Op de een of ander manier past zijn postuur gewoon niet bij waar hij tot nu toe het liefst reed: de binnendijkjes op een koffie- en snackrondje tussen arnhem en rotterdam. Tijd om daar verandering in te brengen. Het wordt tijd dat de man van twee meter toepasselijkere reisdoelen in het vizier neemt. En waar kan dat beter dan in de alpen? Dus op naar de seven summits, de hoogste toppen van de zeven alpenlanden. Daarvoor hoef je niet meteen een bergbeklimmersuitrusting mee te nemen, want met een yamaha tracer 900 kan het ook. Heel goed zelfs.

Mont Blanc

Eerst een lange snelwegrit richting Zwitserland via een route naar keuze, dan lekker sturen op de fenomenale paswegen over de Col de la Forclaz, want dankzij het overzichtelijke verloop kun je er een goed tempo op na houden. Door Chamonix en Les Houches tot aan de afslag omhoog naar Merlet, een dierenpark met uitzicht op de Mont Blanc. Wat als gevolg van weelderige flora en ware ‘wolkenbergen’ geenszins vanzelfsprekend is, want de met zijn 4.810 meter hoogste berg van Frankrijk – en zelfs de hele Alpen – blijkt vaak behoorlijk mensenschuw. Nog minder is het uitzicht in de tunnel onder de Witte Berg, die we na een comfortabele nacht in Chalet Hôtel Les Capanules gebruiken om met de nodige tijdsbesparing via Aosta bij ons volgende doel in Italië aan te komen. Door dit afsnijden voelen we ons wel een klein beetje als Japanners die ‘The Alps in four days’ doen.

Gran Paradiso

De volgende piek. In Italië is dat de 4.061 meter hoge Gran Paradiso. We naderen vanuit het filegevoelige Aosta-dal via een geasfalteerde achtbaan omhoog naar het hooggelegen dal Valsavarenche. Geen doorgaand verkeer, dat scheelt. De Tracer verliest op hoogte wat pk’s en laat in de haarspeldbochten bij Imrod merken dat hij weliswaar van helemaal onderuit kan trekken, maar liever wat meer toeren maakt. Uiteindelijk staan we met twee stukken taart in de kiosk van camping Pont Breuil, het eindpunt van deze kloof. Wat geeft het dat we de Gran Paradiso alleen op een ansichtkaart in volle glorie zien, we hebben lekker gereden! Terug naar Aosta, daarna vlot over de grandioze Col du Grand St. Bernard en een verbindingsetappe tussen Martigny en Visp tot aan de volgende top in Zwitserland. Wie denkt dat daar de Matterhorn de hoogste is, zit ernaast, zij het maar net.

Dufourspitze

Hij meet 4.634 meter, de Dufourspitze, en is daarmee 156 meter hoger dan de markante Matterhorn. Voor de overnachting in de aanloop naar de bergtop hebben we daarom niet Zermatt, maar Saas Fee in een dal verder uitgekozen. We belanden echter een paar kilometer verderop in Saas Grund, bij Mira’s pension Schönblick, Restaurant und Gästezimmer. Vakantie zoals dertig jaar geleden, simpel en authentiek. De eetzaal is een voormalige disco, de kamers zijn zonder opsmuk, maar direct voor je als je uit het raam kijkt: de Mischabel, alias Mistgabel. Een bergmassief waarvan de hoofdpiek, de Dom, met 4.545 meter de hoogste berg is en waarvan de basis volledig in Zwitserland staat. De Dufourspitze staat daarentegen al met één been in Italië.

De Seven Summits

Montblanc (4.810 meter), Frankrijk
Dufourspitze (4.634 meter), Zwitserland
Gran Paradiso (4.061 meter), Italië
Großglockner (3.798 meter), Oostenrijk
Zugspitze (2.962 meter), Duitsland
Triglav (2.864 meter), Slovenië
Vordere Grauspitze (2.599 meter), Liechtenstein

Donderdagmorgen al om zes uur licht onder een azuurblauwe hemel de roodbruine Dom op. Wat kunnen hoogtemeters, coördinaten en landsgrenzen dan nog schelen, die berg is de mijne! Wat telt, is de weg naar boven. Die is vanaf hotel Schönblick tot aan het einde van het dal bij het Mattmark-stuwmeer tegelijk ontspannend en vol met haarspeldbochten. Een feest, ongeacht of je ergens de Dufourspitze kunt herkennen. In plaats van ansichtkaarten van de Zwitserse Summit zijn er in Saas Grund trouwens alleen maar exemplaren van de Dom te vinden. Maar ja, wie vraagt er in Amsterdam nu ook naar souvenirs van Feyenoord.

Passen rijden

De ploeg is de ster. Analoog aan deze voetbalwijsheid geldt voor de volgende etappe: in plaats van de volgende piek is de ‘passenploeg’ de ster. Die staat er garant voor dat er flink op- en afgereden kan worden. We lopen warm door het brede dal van de Rhone, langs oeroude houten huizen die als toeschouwers langs het speelveld staan, voordat in Gletsch de slingers van de Grimselpas opduiken, als een reusachtige spaghetti. Die gaan we vandaag echter niet verorberen, want we slaan rechtsaf naar de Furkapas, die al in 1964 een zekere James Bond in Goldfinger onzeker maakte. Ook daar genoeg haarspeldbochten, wat de 28 kilometer over de pas tot een magneet maakt voor motorrijders van elke soort, van routinier tot debutant. ‘Sommigen vallen bij het groeten bijna van hun motor’, merkt Reinier op. En stelt na de volgende klassieker, de Klausenpas: ‘Op het eerste stuk heb ik meer links langs de rotswand dan rechts naast de afgrond gereden. Die dunne palen voor de vangrail zien er uit als tandenstokers. Je moet hier geen hoogtevrees hebben.’

Bikini-klettern

Maar waar is nu de Vordere Grauspitze, de hoogste berg van Liechtenstein, verstopt? De piek meet 2.599 meter en is beslist de minst bekende van de Seven Summits. In elk geval is er in het kleine vorstendom, behalve voor kastelen en financiële constructies, ook nog ruimte voor een bochtige weg: de route van Triesen naar Malbun. Daarop gaan we op zoek naar een uitzicht op de gezochte bergpiek. Tevergeefs. We krijgen echter nog wel een flinke adrenalinestoot, waaraan een voor ons uit razende Subaru Impreza niet geheel onschuldig is. We rijden ons doel Malbun binnen, waar we kamers betrekken in het functionele, geheel uit hout opgetrokken Alpin-Resort JUFA. Op de balie van de receptie ligt een flyer met de aankondiging ‘Bikini-klettern am Eisturm in Malbun’, gesierd met een ‘coole’ blondine. Het beklimmen van die ijstoren klinkt ineens als een boeiende sport.

We trekken ’s morgens onze Lederhosen weer aan en bij de afdaling in het levendige Rheintal krijgen we toch nog – inmiddels goed geïnformeerd – een uitzicht op de Grauspitze. Vaduz, Feldkirch, Bludenz: bij wijze van spreken ogen dicht en erdoorheen.

Zugspitze

Een voetbalwedstrijd duurt negentig minuten en soms moet je op de volgende treffer nu eenmaal geduldig wachten. Vandaag rijden we naar Stuben, waar we op de Dritte Arlberg Automobil Renn Slalom stuiten. In het startveld zien we krasse auto’s uit het tijdperk van de stomme film. De voetsteunen schrapen over het asfalt op de Flexen-pas, grote massa’s vakantievierders in Zürs en Lech, kronkelweggetjes tot aan Warth en dan schakellui in de zesde versnelling door het Lechtal richting Reutte. We rijden de afslag naar de geweldige Hahntenjoch voorbij, maar niet die naar het Namloser Tal. Ook weer een schier eindeloos lint van kunstzinnig gevormde bochten.

We maken een pitstop in Berwang op het terras van Restaurant-Café Mirabell, met Apfelstrudel en uitzicht op de Zugspitze. Als je wilt, kun je met een kabelbaan de hoogste berg van Duitsland op: 2.962 meter meet de piek. Je kunt gaan vanaf de Eibsee bij Garmisch-Partenkirchen of anders met de Tiroler Zugspitzbahn vanaf Ehrwald. Per rit kost het € 46,50. Wij slaan even over, want we hebben motoren voor onze plezierritten. De ‘Top van Duitsland’ bekijken we dus van een afstand en we reizen verder.

Großglockner

Nog ruim 220 kilometer tot aan Servus Großglockner. Via Vorderriß, de Achensee en de Gerlospas – waarvan de weg met zijn vele haarspeldbochten elke keer weer een genot is om te rijden – komen we in elk geval tot aan Mittersill, waar we onderdak vinden in Hotel Wieser. Het Weiszhaus blijkt ook om tien uur nog pizza te serveren. En wat krijg je op de Großglockner Hochalpstraße voor een tol van € 26,-? Nou, een technisch meesterwerk, door middel van ettelijke tunnels gevormd tot een totaal kunstwerk van 48 kilometer en 36 haarspelden. Het hoogtepunt is de Edelweissspitze met zijn legendarische klinkerpassage, een uitzichttoren en de bijna buitenaardse overnachtingsmogelijkheid in de Edelweisshütte op 2.572 meter hoogte. Vergeleken met deze serene plek lijkt vervolgens de Kaiser-Franz-Josefs-Höhe meer op een kermis, met een enorme parkeergarage zoals bij een winkelcentrum. De koopwaar: uitzicht op de 3.798 meter hoge Großglockner, de Summit van Oostenrijk. En uitzicht op de Pasterze, ooit het eeuwige ijs, waar je de gletsjer langzaam kunt zien sterven. Hier is de klimaatverandering in elk geval zichtbaar.

Triglav

Vierenhalf uur later volgt de zevende Summit: de 2.864 meter hoge Triglav in Slovenië. We hebben de verkeersarme Naßfeld-pas met zijn twee gezichten inmiddels achter ons gelaten. Twee gezichten, want op de noordflank heb je prachtig asfalt om heerlijk op te sturen, maar op de zuidflank ligt er verweerd wegdek met spoelgaten en een tunnel met een krappe, knijpende haarspelbocht erin. Nu gaan we dus nog een laatste keer het landschap afzoeken, nu op zoek naar de Triglav. Voor bergbarbaren als wij is het niet zo gemakkelijk om de ‘driekop’ te vinden tussen al zijn gelijkvormige soortgenoten in de Julische Alpen. Maar zo erg is het niet, want de steile Skrlatica-wand en andere scherpe tongbrekers langs de Vršič-pas met zijn 49 haarspeldbochten – die deels met klinkers zijn geplaveid – door het nationaal park Triglav zijn prachtige alternatieven en dus completeren we onze piekenverzameling gewoon met nog een extra ansichtkaart.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Seven_Summits.GPX”]

Download, GPX, GDB, ITN

Reisinformatie

Als boeien in een stormachtige zee markeren de Seven Summits de hoogste bergpieken van de zeven Alpenlanden. Met de motor kom je weliswaar niet op de toppen zelf, maar de zee aan rotsen rondom de Summits is gevuld met fantastische passen en dalen. Alleen daarvan word je al bijna duizelig, zoveel moois zie je om je heen. En als je echt verder naar boven wilt, dan neem je een kabelbaan of je trekt de wandelschoenen aan.

Heenreis

Vanaf bijvoorbeeld Rotterdam is het over de snelweg via Brussel, Dijon en Genève ongeveer 930 kilometer naar Chamonix aan de voet van de Mont Blanc. Als alternatief voor deze volgens de routeplanner snelste, maar niet kortste route kun je ook de 900 kilometer lange route via Luxemburg en Lausanne nemen, waarbij je het laatste stuk rijdt vanaf Martigny over de bochtenrijke Col de la Forclaz.

Reisperiode

In verband met passluitingen vanwege sneeuw zijn veel Alpenpassen doorgaans slechts van juni tot oktober berijdbaar.

www.ace.de (ga onder ‘Reisen’ naar ‘Reiseinformationen’ naar ‘Alpenpässe’).

Hotels

– Niet ver van Chamonix, met uitzicht op de Mont Blanc, het rustige Chalet hotel Les Campanules, route de Coupeau 450, F-74310 Les Houches, tel: 00-33-450544071, www.hotel-campanules.com.

– Aan de Italiaanse kant van het Mont-Blanc-massief vind je aan het einde van de Val Ferret het Hotel Lavachey, Località Lavachey 1, Val Ferret C.P. 5, I-11013 Courmayeur Mont Blanc, tel: 00-39-0165869723, www.lavachey.com.

– Geen luxe, maar wel zicht op de Dom, de hoogste berg die volledig in Zwitserland staat, biedt Pension Schönblick, Zer Briggu, CH-3910 Saas-Grund, tel: 00-41-279572249, www.ferienhaus-schoenblick.ch.

– Zoals de naam belooft: bovenop de pas staat het nostalgische Hotel Klausenpasshöhe, Klausenstrasse 91, CH-6465 Unterschächen, tel: 00-41-418791164, www.klausenpasshoehe.ch.

– Via een bochtige bergweg kom je in Liechtenstein bij het familiehotel Hotel Turna Malbun, Im Malbun 55, FL-9497 Triesenberg, tel. 00-423-2655040, www.turna.li; in dezelfde plaats is er ook het functionele JUFA Hotel Malbun Alpin Resort, Malbunstrasse 60, FL-9497 Malbun, tel: 00-423-3992000, www.jufa.eu/hotel/malbun.

– Duidelijk dichter bij het Namloser Tal dan bij de Zugspitze ligt het Gästehaus Zugspitzblick, Berwang 133, A-6622 Berwang, tel. 00-43-56748375, www.mirabell-zugspitzblick.at.

– Met het Nationale parkcentrum Hohe Tauern bijna voor de deur: Hotel Wieser, Hintere Landstraße 31, A-5730 Mittersill, tel: 00-43-65624340, www.hotel-wieser.at.

– Omgeven door 37 drieduizenders kun je bij de Großglockner zeer exclusief overnachten in de Edelweisshütte, Taxenbacher Fusch 100, A-5672 Fusch an der Großglocknerstraße, tel: 00-43-65457425, www.edelweissspitze.at.

– Langs de noordelijke opgang naar de Vršič-pas heb je in Kranjska Gora bijvoorbeeld Pension And Restaurant Milka, Vršiška cesta 45, SL-4280 Kranjska Gora, tel. 00-386-70169566, www.pensionmilka.com.

Kamperen

Op de volgende locaties kun je je tent pal langs de beschreven route opzetten:

– Hobo Camping in Val Veny, www.campinghobo.com.

– Camping Schönblick’ in Saas Grund, www.campingschweiz.ch.

– Camping Pont Breuil im Valsavarenche, www.campingpontbreuil.com.

– Zugspitz Resort aan de Oostenrijkse kant van Duitslands hoogste berg, www.zugspitz-resort.at/camping/campingurlaub-tirol-zugspitze.

– Nationalpark Camping Großglockner’ aan de Hochalpenstraße, www.nationalpark-camping.at.

– Camping Trenta Sergej Bolčina s.p, ten zuiden van de Vršič-pas en direct aan de bergrivier Isonzo, www.soca-trenta.si/en.

Trips naar de toppen

– Vanaf Chamonix zweeft de kabelbaan omhoog naar de witte wereld van de Mont Blanc, naar de 3.842 meter hoge Aiguille du Midi, www.chamonix.com/aiguille-du-midi.

– Voor de Zugspitze zijn er zelfs drie comfortabele mogelijkheden: vanaf de Eibsee bij Garmisch-Partenkirchen een kabel- en een tandradbaan, vanaf Ehrwald de Tiroler Zugspitzbahn, www.grainau.de/preise, www.zugspitze.de, www.zugspitze.at.

– De gemakkelijkst op eigen kracht te bedwingen vierduizender van de Seven Summits is de Gran Paradiso, start van de beklimming vanaf de schuilhut Rifugio Vittorio Emanuele II, te bereiken via Pont aan het einde van de Valsavarenche, www.rifugiovittorioemanuele.com.

Literatuur en kaarten

‘The Seven Summits der Alpen’ van uitgeverij Bruckmann (€ 26,99) beschrijft 42 droomreizen op en rond de hoogste pieken van de zeven Alpenlanden.

Voor het overzicht is er de scheur- en waterbestendige wegenkaart Alpen (schaal 1:550.000), Reise Know-How Verlag, € 9,95. Daarnaast eventueel gedetailleerde landkaarten, van Michelins regiokaart 523 Rhône-Alps (1:200.000) voor € 10,95 tot Slovenië (1:150.000) van Freytag & Berndt voor € 10,90.

Websites

www.france.fr; www.chamonix.com; www.italia.it; www.lovevda.it; www.myswitzerland.com; www.saas-fee.ch/de/saastal; www.liechtenstein.li; www.gapa.de; www.austria.info; www.grossglockner.at; www.slovenia.info; www.alpenpass.co; www.alpenrouten.de; www.seven-summits-der-alpen.de.

2020 kleuren Yamaha R6, R3 en R125

0
2020 kleuren Yamaha

Yamaha komt met 2020 kleuren van de R6, R3 en R125 modellen. Yamaha doet zijn uiterste best om de 2020-sportmodellen als twee druppels water te laten lijken op de racers van het officiële Yamaha Racing Team. De kleur Icon Blue komt namelijk wel erg bekend voor. Het nieuwe kleurschema bombardeert de YZF-R6, YZF-R3 en de YZF-R125 tot de kleine broertjes van de YZR-M1 MotoGP-wegracer. Voor de R3 en de R125 heeft Yamaha in 2020 bovendien een Sport Pack ontwikkeld.

YZF-R6
De R6 is volgend jaar verkrijgbaar in het Icon Blue en Midnight Black. De supersport kreeg in 2017 van Yamaha een tweede kans.

YZF-R3
De Yamaha YZF-R3 is in 2020 verkrijgbaar in het Icon Blue en Midnight Black. Het Sport Pack voor deze kleine sportieveling bestaat uit: een lichtgewicht kentekenplaathouder, een endurance kuipruit, LED-knipperlichten, valblokken en een tankpad. Het pakket geeft de R3 die in 2018 het daglicht zag een nog sportiever tintje.

YZF-R125
De kleine Yamaha 125 is in 2020 verkrijgbaar in drie kleuren. Naast het bekende Icon Blue is dat Tech Black en Competition White. Het Sport Pack voor de kleinste sportieveling bestaat uit: een lichtgewicht kentekenplaathouder, een endurance kuipruit, LED-knipperlichten, valblokken en een tankpad.

 

Kaunertaler Gletscherstrasse: verborgen sensatie op 2.750 meter

0

Het Kaunertal heeft net als het nabijgelegen Ötztal een weg die naar een zomerskigebied loopt. Het eindpunt ligt op 2750 m, iets lager dus dan bij de buren. Maar in alle andere opzichten is de Kaunertaler Gletscherstrasse de absolute topper.

Een aanwijzing hiervoor is een enorm motorhotel, vlak voor het slaperige plaatsje Feichten. Hotel Weisseespitze is niet alleen groot, maar mag zich ook nog eens het eerste officiële BMW Test-Ride hotel noemen. Dat betekent dat je hier op een aantal nieuwe modellen tekeer mag gaan voor een zacht prijsje. In 2008 hebben ze onder meer de F 800 GS in de uitgebreide renstal. En dan spreken ze hier ook nog Nederlands.

Vlak na Feichten kom ik bij het enige smetje van dal. Een tolhokje, ja. En bij deze betaal je het dubbele van de Ötztaler Gletscherstrasse. Tien euro dus. Maar de weg is twee keer zo lang, telt drie keer zoveel bochten, is vier keer zo mooi en er zit een leuk meisje achter de kassa. Dus vooruit dan maar.

Kurven & Kehren

Na de slagboom houdt de bewoonde wereld zo ongeveer op en slinger ik zes kilometer lang door bebost gebied naar boven. Een bord attendeert op overstekende steenbokken, maar een waarschuwing voor de wilde bergragger zou meer op zijn plaats zijn. Dit zijn namelijk de weggetjes die het motorhart sneller doen slaan. Veel herrliche Kurven en in totaal 29 Kehren (haarspeldbochten), die op bordjes van 29 naar 1 worden afgeteld. De meeste motorrijders doen het redelijk rustig aan, enkelen gaan akelig hard en weten dan niet altijd binnen hun lijnen te blijven. Oppassen dus voor uitwaaierende tegenliggers.

Circustent

De eerste vier haardspeldbochten brengen me aan de oever van het lichtgroene Gepatsch stuwmeer, dat een van de hoogste damwanden – 168 m – ter wereld heeft. Erna begint de Schnapsloch, een bizarre kluwen van tien haarspeld- en bijna net zoveel negentiggradenbochten. Mits snel genomen al bijna net zo desoriënterend als Schnaps uit een fles. Wel even stoppen tussen haardspeldbocht nummer 12 en 13, waar je een fantastisch uitzicht hebt op het stuwmeer – dat inmiddels ver onder je ligt – en de Gepatschferner, de tweede gletsjer van Oostenrijk.

Direct na serpentine ga ik over de boomgrens en begint de woestenij van het hooggebergte. Ik passeer de Weissee, die gevuld is met groene gletsjermelk, erachter doemt de Glockturm (3355 m) op. Touringcars, koeien en tamelijk steile afgronden drukken het tempo op het smalle asfalt, maar dat hindert nauwelijks, want de weg kan me niet lang genoeg duren. Na nog eens negen haarspeldbochten bereik ik de parkeerplaats van Gletscherrestaurant Weissee op 2750 m. Om het snelle smelten tegen te gaan, hebben ze de gletsjer hier afgedekt met witte doeken ter grootte van een aantal voetbalvelden. Voor de toeristen hebben ze zelfs een ijstunneltje uitgebikt, zodat je de gletsjer van de binnenkant kunt bekijken. Het geheel lijkt sprekend op een circustent, maar na de achtbaan waarover ik zojuist ben gereden, misstaat dat niet eens.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Alpentoppen.GPX”]

 

TankTasTocht 6: Vanuit het Centrum

13

De Randstad. Het blijft een bijzonder fenomeen. Er zijn mensen, ook in motorkringen, die zeggen: daar zou ik nooit willen wonen. Te druk. Die komen waarschijnlijk nooit verder dan de Dam en consorten. Want druk… Rijd deze TTT6 en je verbaast je over de leegte, de stilte, het groene karakter. Jazeker, soms zie je stedelijke bebouwing, heel in de verte, en de auto’s op de A2, maar last, nee, last heb je daar niet van.

Paul Vreuls

Rijk, dat is de Randstad ook, daar kan geen buitengewest tegenop. Neem Hilversum, het startpunt van deze rit. Een architectonische goudmijn, dat is het, een snoeptrommel voor wie van mooie gebouwen houdt. En dan al die musea links en rechts – ik ben weer een nieuwe tegengekomen, het Healey Museum in Vreeland. Denk aan glanzend gewelfde spatborden maar dan mooier… Er moet een relatie zijn met vrouwen maar welke weet ik niet precies.

Intussen is het ook nog eens lustig rijden, door de bossen van de Utrechtse Heuvelrug en later, langs piepkleine veenriviertjes, zoals de Geer en de Waver en de Winkel. Wel oppassen dat je je motorfiets niet in het riet parkeert, zo nauw luistert het rijden hier. En voor wie denkt dat in het westen de zonde woont, in de streng hervormde kerk van het nietige Kockengen duelleerden organist en trompettist in ‘Jezus Overwinnaar’, zelfs voor een ongelovige om stil van te worden!

Dudok

We pikken de route op in Hilversum, een apart geval want iedere keer als ik er kom, denk ik: waar is het centrum? Ook deze keer komen we er niet achter, maar al rondtoerend valt wel op wat een ongelooflijk mooie verzameling straten en pleinen het is. Nu eens stuur je door een villapark met luisterrijke panden in overdadig groen, dan weer rijd je door een zorgvuldig ontworpen woonwijk met arbeiders- en middenstandswoningen uit de eerste helft van de vorige eeuw. Eén man in het bijzonder is daarvoor verantwoordelijk geweest en dat is Willem Dudok. Onthoud die naam!

Vanzelfsprekend lopen we ook even het Instituut voor Beeld en Geluid binnen – we bevinden ons hier immers in het hart van medialand. En ja, daar heb je het weer. We zijn een rijk, wat heet, gezegend land dat we ons zo’n fantastisch gebouw kunnen permitteren. En als je ziet wat bijvoorbeeld de televisie de afgelopen decennia aan programma’s heeft gebracht… Alleen al die kinderprogramma’s: Theo en Thea en hun Kreatief met Kurk, Buurman en Buurman, Bart de Graaff die schaterlachend achterin een politieauto zit, VPRO’s Achterwerk in de Kast waarin een jongen van amper tien zich vreselijk boos maakt om het couperen van honden (‘Een hond mag toch wel plezier van zijn staart hebben!’). Onvergetelijk.

Slecht geïnformeerd

Zodra je Hilversum uit bent, zit je meteen in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Lekker rijden, want nu eens duik je een beukenbos in, dan weer mag je bergje op bergje af. Het is een oud stuwwallenlandschap, met de daarbij behorende hoogteverschillen. Mooiste stuk? Over de Hoge Vuurscheweg, richting het pannenkoekencentrum van Nederland en verder ook bekend vanwege kasteel Drakensteyn waar Beatrix haar oude dag slijt. Maar kort daarna is het gedaan met de stuwwallen en duiken we het groene hart van Holland in.

De slecht geïnformeerde motorrijder denkt nu misschien: moet ik daar mijn dure kilometers aan besteden, aan dat vlakke gebied waar niks te zien is behalve groene veenweiden zover het oog reikt? Maar deze slecht geïnformeerde motorrijder zou ik willen toebijten: rijd nou eens over het Zandpad naar Breukelen – sowieso een fraai stukje toeren, langs de Vecht. Steek daar de A2 over en vervolg je weg langs de Geerkade en de Amstelkade en De Hoef Oostzijde, dan praat je wel anders.

Ten eerste komt de stuurman in ons allen hier volledig tot zijn recht, langs de kronkelende veenriviertjes. Sterker nog: op een gegeven moment kreeg ik kramp in mijn rug van de pas de deux tussen mijzelf en mijn motorfiets – links, rechts, links, links, rechts en nog eens en weer naar links en naar rechts! Ten tweede duiken er zo nu en dan onverwachte schoonheden op, van Kockengen met zijn Wagendijk en zijn Heicop en zijn Voorstraat tot Baambrugge met zijn Dorpsstraat…; je zou zweren dat het 1900 was. En ten derde: het gaat hier om een eeuwenoud landschap dat ook nog eens verrassend goed bewaard is gebleven. Menigmaal denk je onderweg: huh … dat het nog bestaat, en dan vooral langs de Waver en de Winkel, onder de rook van Amsterdam.

Suicide door

Omdat we er op de terugweg toch langs komen, stappen we even binnen in het Healey Museum, aan de Vecht boven Vreeland. Ouderen onder ons weten dan dat het hier gaat om een tweezits sportwagen uit de jaren vijftig/zestig/zeventig van de vorige eeuw. Echt zo’n wagentje waarin je gezien wilde worden. Echt verbaasd zijn we dan ook niet als de gids namen laat vallen als die van Marilyn Monroe, Cary Grant en… Herman Heinsbroek, gewezen minister namens de LPF en ooit ook in bezit van een Healey.

Grappig detail: de witte banden waren niet voor de sier, nee, in staten als Californië en Florida verplicht omdat ze het zonlicht beter reflecteerden en daardoor minder warm werden. Ook maken we met hulp van de gids kennis met het begrip suicide door. ‘Kijk’, zegt-ie, ‘die deur zwaait naar voren open, waardoor je niet automatisch ziet wat er vanachter aankomt. Zo zijn er vroeger de nodige slachtoffers gevallen.’ Onder wie veel motorrijders, vrees ik.

Download GDB, ITN, GPX-route

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-TTT619.GPX”]

De deelnemers

Uittip: IDM brengt topmotorsport naar TT Circuit Assen

0
Het IDM Assen is meer dan de moeite waard.
Het IDM Assen is meer dan de moeite waard.

Waar dit weekeinde naar toe? MOTOR.nl helpt je elke donderdag een beetje op weg.

Het Duitse IDM is een motorsport kampioenschap met een groot internationaal karakter. In het weekend van 6 tot en met 8 september wordt op het TT Circuit Assen de voorlaatste ronde van het seizoen verreden. Een vol programma met als hoofdnummer twee IDM Superbike wedstrijden en veel Nederlandse kanshebbers in de diverse klassen belooft het evenement een groot spektakel te worden.

Hoog niveau

Het Internationale Deutsche Motorradmeisterschaft oftewel IDM is een wegrace competitie met rijders uit praktisch heel Europa. In de IDM Superbike klasse zijn er in het verleden al veel coureurs doorgestroomd naar het wereldkampioenschap. Deze raceklasse heeft ook in 2019 een hoog niveau en is een mix tussen snelle ervaren coureurs en jong talent. Ook zijn er veel merken actief in deze klasse met BMW, Yamaha, Suzuki, Honda en Kawasaki. De Oekraïner Ilya Mikhalchik gaat aan de leiding in het kampioenschap. Mikhalchik is tevens de regerend kampioen en hij vecht samen met zijn Duitse teamgenoot Julian Puffe voor de titel.

Talent

De IDM Supersport 600 en IDM Supersport 300 klasse zitten vol met jong talent. Daarnaast wordt er ook voor punten gestreden in de IDM Zijspannen, een klasse die opgesplitst is een 600cc en 1000cc categorie.

De racedag begint zondag 8 september vanaf 11:00 uur. Vrijdag 6 september zijn de vrije trainingen op het TT Circuit Assen. Zaterdag 7 september staan de kwalificatietrainingen en de eerste races op het programma. De IDM Superbike klasse komt zondag twee keer in actie. Deze wedstrijden beginnen om 12:40 & 16:20 uur. Een entreeticket voor de wedstrijddag kost € 25,- en de prijs van een weekendticket is € 35,-.

Meer informatie over het evenement is te vinden op www.idm.de.

Nog een speciale Indian: Scout Bobber Twenty

0
Indian Scout Bobber Twenty

Zeg maar nee dan krijg je er twee, zullen ze bij Indian gedacht hebben. De 100th Anniversary-uitvoering van de Scout zagen we vanmorgen. Indian namelijk komt nu ook met de Scout Bobber Twenty. In tegenstelling tot de 100th Anniversary Scout zal de Scout Bobber Twenty niet beperkt worden in oplage.

De Scout Bobber Twenty is een ode aan de Scout uit 1920, qua kleurstelling en ook in de details. Zo krijgt de Bobber Twenty speciale spaakwielen, een lederen panzadel en een 10 inch breed apehanger-stuur. Die details helpen de klassieke bobberstijl te benadrukken.

Bij de mix van verchroomde en in zwart uitgevoerde details blijft het niet. De Bobber Twenty wordt namelijk ook leverbaar in drie kleurstellingen Thunder Black (zwart), Sagebrush Smoke (legergroen) en Burnished Metallic (roodbruin).

Opgefrist

Behalve de grote verschillen tussen de reguliere Bobber en deze Scout Bobber Twenty – het eenpersoonszadel, het stuur en de wielen – wordt de gehele Bobber-lijn van Indian opgefrist voor 2020. Als belangrijkste verschil kan de nieuwe zwevende remschijf voor, verbeterde rempomp en nieuwe remklauw aangemerkt worden.

De Indian Scout verandert verder niet en bouwt verder op hetzelfde platform van het 1.130cc tweecilinder V-blok en het rijwielgedeelte dat we al langer kennen.

Indian Scout Bobber Twenty

Prijzen, leverbaarheid en overige details houd je van ons tegoed.

Foto’s: Indian

Indian trakteert met Scout 100th Anniversary

0
2019 Indian Scout 100th Anniversary

Wie jarig is, trakteert! Dat weten ze bij Indian ook, en daarom komen ze nu met de Indian Scout 100th Anniversary-editie. Deze speciale uitvoering van de Indian Scout komt in een beperkte oplage van 750 stuks en is geïnspireerd op de originele Scout die in 1919 aangekondigd werd.

“De Indian Scout heeft de tand des tijds doorstaan als een van de meest invloedrijke en iconische motorfietsen ter wereld”, vertelt Indians vice-president Reid Wilson. “Honderd jaar is een mooie mijlpaal en het uitgelezen moment de nalatenschap van de Scout te eren.”

De 100th Anniversary-uitvoering van de Scout zit vol verwijzingen naar het origineel. Kijk alleen al naar zandkleurige lederen panzadel, maar ook het bagagerekje, de spatborden en het stuur lijken rechtstreeks van de oude Scout te komen. Zeker wanneer je ze wiel aan wiel ziet, met de links de 2019-machine en rechts het origineel van een eeuw geleden. Voor het geval dat niet duidelijk was.

Indian Scout 2019 - 1919

In de basis

Natuurlijk is de basis Indian Scout nog steeds hetzelfde. De 1.130cc V-twin produceert nog altijd een prima 98 newtonmeter koppel en ook het rijwielgedeelte had geen extra aandacht nodig. Wil niet zeggen dat er voor komend modeljaar niets veranderd, trouwens. Indian pakt namelijk de remmerij aan, met nieuwe zwevende remschijven, een andere rempomp en remklauwen.

Leuk en fijn als dergelijke verbeteringen zijn, draait het hier natuurlijk vooral om het uiterlijk. De Indian Scout 100th Anniversary weet de essentie van de oude te pakken zonder te verzanden in overdaad. Het ontwerp, de kleuren en de lijnen van het origineel staan het beduidend moderner gelijnde anno nu-model verdraaid goed.

Bijna jammer dat er maar 750 stuks gemaakt worden, al zorgt het uiteraard wel voor een broodnodig vleugje exclusiviteit. Hoe veel de Scout 100th Anniversary moet gaan kosten en wanneer ‘ie komt, houd je te goed.

2019 Indian Scout 100th Anniversary

Foto’s: Indian en Bonhams

Icoon: Yamaha TRX850

0

Half jaren negentig, was er een opleving in sportieve Japanse twins. Honda kwam met de VTR1000 Firestorm en Suzuki bracht de TL1000S/R. Yamaha bouwde een sportief buizenframe om de staande twin van de TDM850 en gaf ons in 1996 de TRX850. Meteen duidelijk is dat er met meer dan een scheef oog is gekeken naar Ducati’s 900 SS. En echt niet alleen naar het beroemde buizenframe, ook het kuipwerk vertoont een aardig grote gelijkenis. Ondanks de Super Twin Sports naamgeving die Yamaha de TRX meegaf, was de TRX bij lange na niet de supersport die de Ducati wel was. De Japanner komt meer in de buurt van een sportieve toerder, met hogere stuurhelften en comfortabeler geplaatste voetsteunen.

Het motorblok

De TRX maakt gebruik van het motorblok uit de TDM850, een staande twin met een 270 (of 90, zo je wilt) graden krukas, en laat dan nou net dezelfde hoek zijn als waaronder de kruktappen van een Ducati L-twin ook staan. Je zou het kunnen zien als Yamaha’s eerste variant op de crossplane techniek die in de huidige R1 te vinden is.

Niet extreem

Die verzette kruktappen zijn tevens de reden dat –ondanks het feit dat de cilinders keurig naast elkaar staan- de TRX850 een geluid weet uit te braken, zo donker en vol, dat je met de ogen dicht bijna een Ducati voor de geest haalt. Het blok levert met 80 pk en 84 Nm geen extreem hoge prestaties, maar is wel ontzettend bruikbaar. Al vanaf lage toeren weet de twin rake klappen te geven en het middengebied is zowel krachtig als heerlijk breed uitgesmeerd. De vibraties blijven alleszins binnen de perken en hetgeen je nog voelt, draagt bij aan een heerlijk ruig karakter.

Massacentralisatie

De zithouding is heerlijk comfortabel en dankzij het stijve frame en een uitgekiende massacentralisatie vanwege het compacte blok, is het stuurgedrag heerlijk neutraal en uiterst precies. Met een tankinhoud van 18 liter en een verbruik van rond de 1:20, is de actieradius ruimschoots voldoende om niet iedere pomp aan te hoeven doen en dat is prettig, want op fysiek vlak is het ook goed te doen nog even ietsje langer door te rijden. Dit in tegenstelling tot enkele van zijn concurrenten, waarbij de polsen wat vaker rust nodig hebben.

Minpunten

De TRX kent eigenlijk slechts twee echte minpunten die door het gros der eigenaren worden aangepakt. Ten eerste verdwijnen de immense uitlaatdempers vrijwel altijd direct om plaats te maken voor open absorptiedempers die niet alleen de volle zware grom veel beter tot z’n recht doet komen, maar die ook een gewichtsbesparing van zo’n 500 kg weten te bewerkstelligen. Je merkt het goed hoor.  Tweede punt zijn de voorremmen die redelijk gevoelloos zijn en niet echt willen overtuigen. De remklauwen worden vaak vervangen voor de ‘Blue-Spot’ exemplaren zoals die op menig andere Yamaha te vinden zijn. Deze bieden een grotere remkracht en indien de bijbehorende rempomp ook wordt gemonteerd, krijg je er ook nog eens flink veel gevoel voor terug.

Steeds dichterbij

Afgezien van die twee dingen, is de TRX850 een probleemloze en zeer betrouwbare motorfiets gebleken. Het feit dat hij nooit echt goed verkocht is, maakt hem nu des te begeerlijker en omdat het ook nog eens een Japanner is mét karakter, kun je gerust stellen dat de status van icoon zo langzamerhand steeds dichterbij komt.