vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1148

Voor jou getest: Spidi Super-R jack

0
Spidi Super-R jack

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van onze talloze testkilometers.

Een los leren motorjack met een vrij gortige prijs van ruim over de 500 euro. Dan moet het ook wel wat zijn. Als je een sportief jack op het oog hebt, kun je stellen dat de Spidi Super-R zeer zeker een goede optie is. Voor dat geld krijg je wel wat. Zit wel een enorme ‘maar’ aan die stelling, want de Super-R is helemaal anders dan anders en daar moet je van houden. Door de bank genomen is het gekozen asymmetrisch design het belangrijkste dat het jack anders maakt. Ook in de details komt de alternatieve aanpak terug. Er is een zwart met witte versie en een rood met zwarte, maar deze rood-wit-blauwe springt er nog het meeste uit.

Kwaliteit

Genoemde details doen hem vooral goed als het op kwaliteitsgevoel aankomt. Het leer is vanaf dag één gigantisch soepel en de gebruikte bescherming volgt de lijnen van wat Spidi haar MotoGP-rijders aanmeet. Neem bijvoorbeeld de schouderbescherming en zelfs elleboogsliders. Daarnaast zijn veel van de logo’s gestikt in plaats van gelijmd of gestanst, wat je echt het gevoel geeft met iets speciaals op pad te zijn.

Geen rugprotector

In praktische zin heeft de Spidi Super-R helaas geen binnenzakken. Wel heeft het twee zakken aan de zijkant en een op de rechterborst. Het maakt het jack wat spartaans van uitrusting. Het is bijvoorbeeld wel voorbereid op een backprotector, maar de protector zelf is dan weer optioneel. Behalve genoemde asymmetrische kleurstelling is met name het stretchpaneel in het midden van de rug opvallend anders. Qua comfort werkt het perfect en geeft het meer dan voldoende bewegingsvrijheid. Overigens rits je met gemak een riemlus aan het jack om het te combineren met jeans. Zelfs een leren broek eraan ritsen om er een tweedeling racepak van te maken is simpel.

Product Spidi Super-R
Prijs € 549,90
Maten 46 tot 58
Kleuren Zwart-wit, zwart-rood, zwart-rood-wit-blauw
Verkrijgbaar Ten Kate Motoren (Nieuwleusen, Ov), Termaat Motoren (Nijmegen, Gld) Van Gerven Motoren (Bergeijk, NB)
en Kobutex (Buitenpost, Fr) meer informatie op www.spidi.com

Dit zijn de nieuwste Bond-motoren

0
Triumph Bonneville Bobber Black Ducati Scrambler Desert Sled James Bond No Time to Die

Er wordt momenteel hard gewerkt aan het filmen van de nieuwste James Bond film. Momenteel zijn er opnamen in het plaatsje Matera dat onderin de Italiaanse laars ligt. En ja, filmen in het vakantieseizoen onder toeziend oog van vele toeristen geeft mooie kiekjes waarop een glimp van de inhoud van de film al valt te herleiden! Wij ontdekten een aantal gloednieuwe motorfietsen die erin mogen figureren. Dit zijn de aankomende Bond-motoren!

Auto’s

Dat de auto’s in James Bond-films altijd de meeste aandacht kunnen genieten is al sinds jaar en dag een feit. De Aston Martin DB 5 is misschien wel de grootste ster uit de 24 films die inmiddels zijn gemaakt. Toch zijn er ook een hele rits aan gave motorfietsen die dienst doen in de filmreeks. Vaak zijn het een aantal achtervolgende slechteriken die op twee wielen een razende Bond proberen bij te houden. Op een of andere manier loopt het nooit al te best af met die figuren.. Toch zwaait ook de geheim agent zelf soms zijn been over het zadel. In Skyfall reed Bond over de Turkse daken in Adana op een Honda CRF250R. Een van de gaafste scènes in de film misschien wel is wanneer hij met die machine door het dakraam van een bazaar springt. Hieronder zie je de voorbereidingen voor die stuntscène.

Ducati en Triumph

Op het internet ontdekten we foto’s die tijdens de opnames van de nieuwe film zijn gemaakt. In de film die No Time to Die gaat heten, leveren in ieder geval Ducati en Triumph motoren. De Triumph die we op foto’s van jamesbond.nl zagen is een Bonneville Bobber Black met het verhoogde stuur uit het standaard Triumph accessoirepakket voor de Bobber. De Ducati die gebruikt wordt in een achtervolging – foto hieronder – met de Aston Martin DB5 is een Scrambler Desert Sled.

Ducati Scrambler Desert Sled chasing Aston Martin DB5 in Italy during filming of James Bond No Time To Die in Matera Italy Foto: © Ansgar van Treeck, via Instagram

Of de twee motoren tegelijkertijd in beeld komen zal gissen blijven tot de film uitkomt in april 2020. Maar mocht het tot een achtervolging komen dan zal 007 hoogst waarschijnlijk plaatsnemen op de Triumph. Een schurk mag dan de Ducati besturen. Zo’n Brits icoon als James Bond zal toch nooit een ander Brits icoon als Triumph te kakken zetten door ermee van een klif te rijden?

Foto’s: Triumph Motorcycles en Ducati

Dnepr KMZ MV-750: een stukje geschiedenis op een veiling

0

Gebaseerd op de BMW R71, vocht de Dnepr KMZ MV-72 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nu wordt een exemplaar geveild door RM Sotheby’s, voor een relatief lage prijs.

Een militaire motorfiets is geen alledaags verschijnsel op straat, laat staan op een veiling. Het is niet elke dag dat je een militaire motorfiets tegenkomt op straat of zelfs tijdens veilingen. Maar vandaag of morgen slaat RM Sotheby’s een mooi exemplaar van de Dnepr KMZ MV-750 af. De Rus – of eigenlijk Sovjet-motor – stamt uit 1971 en werd gebouwd volgens de volledige militaire specificaties. Dus met inbegrip van anti-reflecterende olive drab, plaats voor drie soldaten, een stalen doos voor onderdelen, aangepaste koplamp, bescherming voor de benen en een reservewiel op de achterkant van het zijspan.

De Dnepr KMZ MV-72 is vooral gebruikt voor het vervoeren van berichten of voor verkenningen aan het front. De Dnepr heeft een 750 cc boxerblok, 100cc meer dan voorgaande modellen. Het zwaardere blok heeft meer vermogen en koppel. En dat is vooral nuttig op slechte wegen.  De Dnepr word afgeslagen zonder minimumprijs. De gelukkige koper zal tussen de 7.000 en 10.000 dollar €6.000-9.000) kwijt zijn voor de Dnepr. En dat is niet slecht voor zo’n stukje geschiedenis.

Nazi-Duitsland

Nu we het toch over geschiedenis hebben: de oorsprong van de Dnepr KMZ MV-72 ligt voor de Tweede Wereldoorlog. In 1940 besloot BMW dat de toenmalige Sovjet-Unie de R71 in licentie mocht gaan bouwen. In die tijd hadden Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie elkaar zo nodig dat ze besloten elkaar niet aan te vallen (Molotov-Ribbentrop pact). In 1941, nadat Duitsland de Sovjet-Unie was binnengevallen (Operatie Barbarossa) lagen de verhoudingen natuurlijk anders.

De Dnepr KMZ MV-72 had een belangrijke rol voor het Sovjet-leger, zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als in de jaren erna. De combinatie bleek heel flexibel in te zetten tijdens operaties. Het was in staat grote hoeveelheden wapens en goederen te vervoeren en was snel inzetbaar op het slagveld.

De motor onderging in de jaren dat ie in productie was verschillende wijzigingen. De genoemde MV-750 is het laatste model uit een hele serie. Vergeleken met het origineel uit de jaren veertig is er een modernere achterbrug gemonteerd en heeft de motor gewone vering in plaats van plunjervering.

België: IJzeren Rijn

1

Zo’n 15 jaar geleden dreigde een confrontatie tussen Nederland en België over de IJzeren Rijn. Oorzaak was de Betuwelijn, die na vele jaren vertraging – en budgetoverschrijding – gereed kwam. België herinnerde Nederland er aan dat er nog zoiets als een afspraak bestond. En als die was nagekomen was de Betuwelijn volledig overbodig geweest. Lange tijd was het stil rond de IJzeren Rijn. Tot begin dit jaar de discussie weer opvlamde. Onderstaand het artikel dat we in 2004 in Promotor publiceerden. Het tracé van de IJzeren Rijn was de rode draad. De route die erbij staat, hebben we inmiddels aangepast.

In 1879 werd de IJzeren Rijn geopend. Deze spoorlijn verbond de Antwerpse haven direct met het Duitse Ruhrgebied. Vanaf 2003 wordt er gesteggeld of de in 1991 opgeheven verbinding weer gereactiveerd zal worden en onze Betuwelijn concurrentie gaat aandoen. Niet iedereen is daar blij mee.

Yop Segers

Startpunt van de toer is het Antwerpse Centraal Station. Ik laat mijn Honda na de rit over de autostrada uitblazen op het trottoir van het Koningin Astridplein en kuier even de protserige spoorwegkathedraal binnen die hier tussen 1895 en 1905 werd gebouwd. Hoogste opdrachtgever voor dit nieuwe station, of zoals Vlamingen zeggen ‘de statie’, was de Belgische koning Leopold II. Deze monarch had kapitalen verdiend in Belgisch-Kongo dat hij tot zijn dood in 1908 als een privé-kolonie zou bestieren. Met dat geld liet hij in België vele openbare werken uitvoeren, zoals de uitbreiding van de Antwerpse haven en ook de bouw van dit Centraal Station. De stijl werd natuurlijk de neobarok die de monarchale macht en rijkdom uitstekend kon verbeelden met een overdaad aan decoratie. Wel twintig soorten marmer warden gebruikt.

Over de Quinten Matsijslei rij ik richting de wijk Zurenborg. In deze deftige woonwijk uit eind 19de eeuw wordt de Honda getrakteerd op hobbelige kasseien. De telescoopveren doen hun werk op de kinderkopjes, maar zo nu en dan moet wel even van het rechte pad worden afgeweken om de zaak overeind te houden en voelt het aan of mijn milt via de slokdarm omhoog wil kruipen. De wijk Zurenborg dankt zijn naam aan het landgoed Zurenborg dat vroeger aan de rand van Antwerpen lag. Juist ten zuiden van dit landgoed sluit de IJzeren Rijn aan op de spoorlijn Antwerpen – Mechelen – Brussel die al in 1853 was aangelegd. Op dit kruispunt van spoorverbindingen wilden de eigenaren van het landgoed Zurenborg, de heren Eduard Osy en John Cogels, eerst een goederenstation met industriegebied aanleggen. Toen ze in 1880 echter vaststelden dat de Antwerpse bevolking zeer snel groeide, gooiden ze het roer om en begonnen er huizen te bouwen voor de gegoede burgerij. Dat werd een winstgevende onderneming en de wijk kwam vol te staan met riante herenhuizen die een kakofonie van bouwstijlen laten zien. Jugendstil, art nouveau, neoclassicisme, neogotiek, neobarok, je kan het op de Cogels Osylei en haar zijstraten allemaal aantreffen. Zurenborg is nu dan ook een beschermd stadsgebied.

Lierke Plezierke

Even later toer ik lijzig over de kaarsrechte N10 richting Lier. Ik hou de speedometer voortdurend in het oog omdat het aantal flitspalen langs deze weg werkelijk ontzagwekkend is. Opletten dus! De N10 is een optocht van huizen, garages, supermarkten, showrooms, benzinestations en kleine bedrijven. Het landschap ziet eruit of iedereen maar wat rotzooit. De lintbebouwing die vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw oprukte is een ratjetoe van verschillende stijlen, vormen en afmetingen. Je bouwt wat je wilt waar je wilt. De openbare ruimte in Vlaanderen is volgestouwd waardoor onder meer de oppervlakte van beschermde natuurgebieden in België tientallen malen kleiner is dan in Nederland. Daartegenover staat dat men geen last heeft puriteinse architectonische kaalheid en esthetische dictaten van welstandsarchitecten. De rommelige aanblik van de overal aanwezige lintbebouwing moet je daarbij op de koop toe nemen. En zeg nou zelf, op zo’n heerlijk dag als vandaag – de zon blèrt inmiddels vinnig aan de hemel en de thermometers zullen vandaag overuren maken – lijkt het hier in het Vlaamse bijna of je op Route 66 door Oklahoma of Nevada cruist. Ik rij Lier binnen langs het zojuist gerestaureerde treinstation van de IJzeren Rijn. Het is eind 19de eeuw opgetrokken in neoklassieke stijl en heeft een prachtige symmetrie: in het midden de aankomst- en vertrekhal met aan weerszijden twee identieke kleinere vleugels. In de rechtervleugel is een ouderwets gezellig café ondergebracht. Zoiets kom je in Nederland niet meer tegen. Bij ons moet je door de zucht naar efficiency al blij zijn een lokettiste aan te treffen, laat staan dat je op een kleiner station een biertje, een kop koffie, een croque-monsieur of overheerlijke garnalenkroketten kunt bestellen. In België is dat de normaalste zaak van de wereld.

Het middeleeuwse stadje Lier telt zo’n 32.000 inwoners en na verhouding een groot aantal cafés. Dat is de reden waarom het ook wel ‘Lierke plezierke’ wordt genoemd. De Lierenaars zijn altijd een apart volkje geweest. Toen ze op een gegeven moment de keuze hadden tussen een universiteit en een beestenmarkt, kozen ze voor het tweede, wat hen meteen de spotnaam ‘schapenkoppen’ opleverde. Ik stuur de Honda door het stadscentrum, via de Grote Markt met zijn rococo-stadhuis en fraaie gildenhuizen, en langs het riviertje de Nete naar het Zimmerplein. Daar wordt het Japanse vernuft op de bok gezet en vlij ik zelf neer op een van de vele terrassen. Onder het ‘wegborrelen’ van een bolleke ice-tea bekijk ik de vreemde toren op de kop van het plein. Deze Zimmertoren, vroeger onderdeel van de stadsversterking, is versierd met de Jubelklok van Louis Zimmer, een astronomisch uurwerk van 4 meter hoogte met dertien wijzers. Vlak bij ligt verscholen achter een poort ook het middeleeuwse begijnhof. In ruil voor de belofte van kuisheid en godsdienstoefening kregen de talrijke weduwen en wezen van de kruistochten, voor wie geen plaats meer in de overvolle kloosters was, het recht om een religieuze gemeenschap te vormen, echter zonder de plechtige gelofte af te leggen. De begijnen deden aan ziekenzorg, onderwijs en namen de opvoeding van jonge meisjes op zich.

Sahara en Siberië

Even later worden de 750 cc’s weer aangesproken en snor ik langs de spoorrails door de plaatsen Kessel en Nijlen. Dit laatste oord wordt zowat in tweeën gesplitst door de IJzeren Rijn. Ik denk dan ook dat de bewoners nu niet bepaald staan te juichen als hier binnenkort dagelijks weer tientallen goederentreinen doorheen denderen. Achter Nijlen gaat de rit voorwaar door wat dichter loof. Maar pure natuur is ver te zoeken of je moet doelen op de vele relaxclubs en sekspaleizen die de weg naar Herentals een speciale appeal geven. Hoewel Herentals een fraai stadhuis met belfort (een civiele toren met luidklokken) en een begijnhof bezit – het was ooit de hoofdstad van de Kempen – heeft het in baksteen gebouwde spoorwegstation duidelijk minder allure dan dat van Lier. Vervolgens toer ik door de dorpjes Sint-Jozef-Olen, Onze-Lieve-Vrouw-Olen en Larum de spoorlijn Antwerpen – Mönchengladbach achterna. Bij dit eerste plaatsje ligt ingeklemd tussen de spoorrails en het Herentals-Bocholtkanaal het industriecomplex van Union Minière, een fabriek van non-ferrometalen dat zijn ertsen nog steeds uit Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, betrekt.

De volgende halte aan de IJzeren Rijn is Geel. Deze stad staat sinds mensenheugenis bekend om de opvang en verzorging van geestelijk gehandicapten, waarvan een groot deel wordt verzorgd en opgenomen in plaatselijke gezinnen. Het hoe en waarom van deze traditie kun je aanschouwen in het Sint Dimpna- en Gasthuismuseum. Je vindt dit museum (open april t/m september; woensdag, donderdag en zondag van 14.00 tot 17.00 uur) op de weg naar Mol. In het centrum van Mol, een anoniem stadje dat bij de Belgen vooral bekend staat om zijn grote recreatieplassen en campings, stuur ik de Honda richting Balen en laat de IJzeren Rijn even alleen achter. Via het gehucht Kerkhoven bereik ik na een tijdje het grootste Duitse Soldatenfriedhof van de Tweede Wereldoorlog.

Midden op de heide liggen hier, ten zuiden van Lommel, meer dan 39.000 gesneuvelden begraven. Je komt de dodenakker binnen via een erehof met crypte en dan zie je een indrukwekkend maar ook triest panorama: er is één kruis geplaatst voor twee gesneuvelden zodat er op het 16 hectare grote kerkhof dus bijna 20.000 identieke kruizen staan. De Amerikaanse gravendienst heeft de gevallenen verzameld op de slagvelden rond Aken, in het Hürtgenwoud en bij het bruggenhoofd Remagen. Na dit sombere intermezzo zoek ik de IJzeren Rijn weer op bij Lommel. Dit dorp behoorde tot 1839 bij Nederland maar werd in dat jaar ingeruild voor de noordelijker gelegen gemeente Luyksgestel. Daarna zijn de zusterdorpen Overpelt en Neerpelt aan de beurt. Het boerendorp Overpelt veranderde ingrijpend toen in 1888 de Duitse industrieel Wilhelm Schulte er langs de IJzeren Rijn met de productie van arseen en zink begon. Later kwamen daar nog zwavelzuur, superfosfaat en een loodwalserij bij. Je zult begrijpen dat deze industriële bezigheid nogal wat verontreiniging meebracht. Het fabrieksterrein werd al snel Siberië genoemd omdat er niets meer wilde groeien en de aanblik kreeg van een Russische toendra. Ook de omliggende natuur ging naar de knoppen. Grassen, struiken en bomen werden nagenoeg vernietigd door de uitstoot van zware metalen waarna de wind de rest deed, en in relatief korte tijd had je een woestijn bij Overpelt. De inwoners gaven dit gebied de bijnaam Sahara.

Hoewel bijna alle fabrieken inmiddels zijn gesloten – slechts een kleine vestiging van Union Minière is gebleven – heb je als je rond Overpelt toert nog steeds het idee dat je in een zand- en duinenlandschap rijdt. Wat verder rij ik in Neerpelt langs de ‘statie’ waar je ’s morgens om 4.34 uur nog steeds op een dieselboemeltrein naar Antwerpen kunt stappen. Het is een mooi neoclassicistisch gebouw, met witte pilasters en geel gepleisterde muren… en natuurlijk zo’n gezellig stationscafé. In 1960 sloot de NMBS de lijn tussen Mol en Neerpelt om ze in 1978 weer te openen. Neerpelt is dus een eindstation. Wel wordt het aansluitende stuk tot het Nederlandse Budel en Weert enkele malen per week voor ertsvervoer naar de zinkfabriek Pasminco gebruikt.

IJzeren Nein!

Bij Hamont-Achel bereik ik de grens en mag mijn Honda weer Nederlands asfalt proeven. In 1914 werd de IJzeren Rijn hier met betonblokken gebarricadeerd omdat Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal wou blijven. Ook liet onze regering, om de stroom vluchtelingen uit het bezette België in te dammen, hier langs de grens een elektrische afrastering met 220 Volt plaatsen; de Berlijnse muur en het IJzeren Gordijn waren dus niet de eerste barbaarse grensafbakingen in Europa! Even onder Budel stuif ik naar het nabijgelegen Budel-Dorplein om een merkwaardig stukje industriële architectuur te bekijken. Hier bouwde de Luikse fabrikant Lucien Dor vlak langs de IJzeren Rijn in 1892 een zinkfabriek. Naast zijn bedrijf stichtte Dor het naar hem genoemde arbeidersdorpje Place Dor, later vernederlandst tot Dorplein. Je ziet de grote directeursvilla in het midden, daaromheen de ruime huizen van de heren ingenieurs en opzichters en aan de buitenkant arbeiderswoninkjes. De Kantine, een groot somber gebouw met het aanzien van een klooster, deed dienst als onderkomen van de arbeiders die geen huis hadden in het dorp. De zinkfabriek, nu Pasminco geheten, is nog steeds in bedrijf.

De ontdekkingstocht naar de IJzeren Rijn gaat verder over de Lozerheide en de zandvlakten van de Budeler Bergen. In Weert gaat de rit langs het in 1913 gebouwde NS-station, een vreemd gebouw waarbij de perrons op een hoger gelegen talud zijn gesitueerd. Eén jaar eerder was de nieuwe lijn Eindhoven – Weert gereedgekomen die in de laatste plaats dus aansloot op de IJzeren Rijn. Tussen Weert en Roermond wordt de oude IJzeren Rijn nu druk gebruikt als onderdeel van de Intercityverbinding Eindhoven – Maastricht. Voordat ik over de Maasbrug de Limburgse domstad binnen rij, wordt eerst nog een bezoek gebracht aan het dorpje Horn dat sinds de 13de eeuw wordt bewaakt door een imposant kasteel. Meteen kan ik dan ook een kiek schieten van de spoorbrug bij Buggenum waar de IJzeren Rijn de Maas kruist. In Roermond ontdek ik, juist achter het spoorwegstation, de plek waar de IJzeren Rijn verder loopt naar Duitsland. Sinds 1994 liggen hier over het enkelspoor twee houten bielsen die duidelijk moeten maken dat er geen treinen meer over de rails tuffen.

De laatste halteplaats in Nederland is Vlodrop-Station midden in het nationaal park De Meinweg. Juist voor de grensovergang Rothenbach (bij vele motorrijders bekend om het Restaurant-Tanzcafé-Biker Roadstop Haus Rothenbach) draai ik de weg in naar de Maharishi University of Management. Richtingborden maken de route naar deze zweverige, diep in het bos verscholen bestemming simpel. Vlak bij het oude klooster, dat Yogi al stiekem half heeft gesloopt, ligt Vlodrop-Station, een piepklein gehucht bestaande uit een hotel en enkele huisjes voor spoorwegpersoneel.

Ooit was het een levendige uitspanning waar dagjesmensen uit Roermond en het Ruhrgebied per trein naartoe reisden om te verpozen in het groen. De laatste opleving was in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog toen er verlofgangerstreinen van het Britse Rijnleger stopten op hun reis naar Hoek van Holland. Toen het tracé in 1994 werd opgeheven dachten vele natuurbeschermers nog dat de spoorbielsen en -rails opgeruimd konden worden en dat het tracé door De Meinweg in een wandelpad zou veranderen. Maar de NAVO verijdelde dat plan. De spoorlijn moet in conditie gehouden worden voor troepentransport in geval dat onze streken in oorlog raken. Volgens de nieuwste plannen om de IJzeren Rijn weer te reactiveren zal het tracé door het nationaal park De Meinweg worden ondertunneld.

Hauptbahnhof Mönchengladbach

Aan andere zijde van de grens bezoek ik in het dorpje Dalheim het spoorwegstation. Nou ja station; het is een perron met wachthokje en kaartjesautomaat. In tegenstelling tot in Nederland is het Duitse gedeelte van de IJzeren Rijn nog in bedrijf, want op Endstation Dalheim kun je overdag om het uur per RegioSprinter naar Mönchengladbach treinen. Dalheim is overigens een spatje op de wereldkaart. Het enige wat er over te vertellen valt is dat hier in 1568 de Slag bij Daelhem plaats vond waarmee de Tachtigjarige Oorlog begon. De zoektocht naar de IJzeren Rijn gaat verder via Wegberg en over binnenwegen langs Rheindahlen. Mijn einddoel, het centraal station van Mönchengladbach, komt in zicht. In Rheydt, nu een buitenwijk, sluit de IJzeren Rijn aan op de in 1855 geopende spoorlijn Aken – Mönchengladbach.

Haar naam dankt de stad aan de benedictijnen die hier duizend jaar geleden de abdij Gladbach stichtten. Dit klooster, dat in de 17de eeuw werd vernieuwd, dient nu als stadhuis. Tijdens de industriële revolutie kreeg Mönchengladbach de bijnaam ‘Rheinisch Manchester’ omdat het de grootste textielstad van Pruisen was met tientallen katoenfabrieken. Als je anno 2002 door Mönchengladbach toert zie je daar weinig van terug. De stad had in de nacht van 11 op 12 mei 1940 de twijfelachtige primeur het eerste geallieerde luchtbombardement op Duitsland voor zijn kiezen te krijgen. Na de oorlog was tachtig procent van de binnenstad verwoest. Mönchengladbach werd daardoor een groene stad doordat op vele puinhopen stadsparken zijn aangelegd. Als ik de Honda op het Bahnhofplatz een welverdiende rust gun, zie ik dat ook de Hauptbahnhof nog littekens van de Tweede Wereldoorlog vertoont.

Ooit was het in 1907 gebouwde station een boegbeeld van imposante spoorwegarchitectuur. Maar in de oorlog is het gebouw beroofd van zijn tweede verdieping en rechtervleugel. Het centrum van Mönchengladbach is een delirium voor iemand die van betonarchitectuur houdt. Werkelijk alles is opgetrokken uit beton, staal en glas. Ga maar eens rondneuzen in de Einkaufscentren Marienhof, Lichthof, Theatergalerie en Vituscenter. Mönchengladbach is trouwens één groot winkelcentrum waar alles te koop is wat je consumentenhart begeert. Na een bezoek aan een van de vele Imbissstuben in het station draai ik rond zeven uur ’s avonds de Autobahn BAB 61 richting Venlo op, om met gezwinde
vaart huiswaarts te zoeven. Het was een puik dagje toeren langs de IJzeren Rijn.

Internationale spoorlijn

Sinds 1843 heeft Antwerpen al een spoorverbinding met Keulen. Maar door steile hellingen blijkt de verbinding minder geschikt voor goederenvervoer. Daarom blijft de Antwerpse haven zoeken naar een betere spoorverbinding met het Ruhrgebied en valt het oog op een tracé dat door Nederlands Limburg voert. En minder heuvelachtig is. De Belgen beroepen zich hierbij op het zogeheten Scheidingsverdrag uit 1839 – toen België en Nederland voorgoed uit elkaar gingen – waarin bepaald is dat onze nieuwe zuiderburen het recht krijgen op een corridorverbinding met Duitsland door Nederlands Limburg. Den Haag pleegt echter decennialang obstructie tegen dit ‘recht op overpad’ om de positie van Rotterdam niet te benadelen. Pas in 1873 wordt een overeenkomst getekend tot aanleg van de spoorlijn Antwerpen – Mönchengladbach via Roermond. Zes jaar later is de 162 km lange IJzeren Rijn gereed en rijden de eerste goederentreinen via Lier, Herentals, Geel, Mol en Neerpelt om bij Hamont-Achel de Nederlandse grens te passeren. Het tracé gaat door Weert en Roermond. In Duitsland doet de lijn Dalheim, Wegberg en Rheindahlen aan om bij Rheydt aan te sluiten op de al bestaande verbinding met Mönchengladbach. Zo is de IJzeren Rijn in Europa de eerste internationale spoorlijn die over drie landen voert. ten zuiden van het Belgische Lommel.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-IJzeren_Rijn.GPX”]

 

Elektrische motoren zorgen voor extra groei in Europa

0
Energica Ego

We doen best lacherig over elektrische motoren. Of zijn juist heel erg kritisch. Dat neemt niet weg dat de verkoop van elektrisch motoren in Europa een stijging laat zien van 77%. Daarmee dragen deze motoren fors bij aan de stijging van 9% van de totale Europese motorverkopen in de eerste helft van 2019. Nu de harde cijfers: ondanks die enorme groei zijn elektrische motoren goed voor 34.000 van de 1 miljoen nieuwe motoren die in de eerste zes maanden van 2019 in Europa op de weg kwamen.

Langzaamaan passen ook grote motorfabrikanten emissievrije technologie toe in hun producten. Natuurlijk gaat het lang niet zo snel als in een massamarkt als de auto-industrie. Maar kennelijk verschuift het imago van elektrische motorfietsen van een niche-markt geleidelijk naar een serieus te nemen alternatief. Grappig in dat verband is dat juist de verkopen van elektrisch en/of hybride aangedreven auto’s stagneert en zelfs licht daalt met 3,1%. Ondanks dat de keuze de laatste jaren enorm is toegenomen.

Volgens de motorfabrikanten spreekt een elektrische motor vooral een nieuwe groep motorrijders aan. Normaal gesproken zou deze groep gekozen hebben voor een auto. Maar in stedelijke gebieden – waar het merendeel van de Europeanen wonen – wordt autobezit en autovervoer door al dan niet klimaat gerelateerde hindernissen sterk ontmoedigd. Een auto voor jezelf verliest dan vanzelf terrein. Vanuit het perspectief van mobiliteit in de stad biedt een elektrische tweewieler – scooter of motor – dan ook echt een alternatief.

Bekijk ook: Harley-Davidson LiveWire

Misschien zijn daarom elektrische motoren vooral gericht op kleinere modellen – zoals scooters – en blijven de belangrijkste fabrikanten nog steeds vasthouden aan hun plannen om de technologie te integreren in grotere, krachtigere machines zonder ze te duur te maken.

Massamobiliteit

KTM-directeur Stefan Pierer deed over de groei van motorverkopen een interessante uitspraak: ‘Tweewielers worden steeds meer een optie voor woon/werk-verkeer. Jongeren zijn in het algemeen niet zo geïnteresseerd in het bezit van een auto. En velen kunnen zich een auto ook niet veroorloven’. Pierer schetst eigenlijk de contouren van het Europa van pakweg 70 jaar geleden. Na de oorlog kochten Europeanen massaal lichte motoren om zich te vervoeren. Die werden een jaar of tien later massaal ingeruild voor een auto omdat slimmere productie ze veel goedkoper maakte.

Wie de geschiedenis kent, kan de toekomst beter voorspellen. Elektrische motoren evolueren gaandeweg de jaren van vervoersmiddel vanzelf naar hobbyartikel omdat auto’s zonder emissie veel goedkoper worden. In deze wereld is zeker plaats van een mensensoort als de motorrijder. Alleen horen we ‘m minder… Zie je het voor je: Easy Rider op een nazaat van de LiveWire? Waarom eigenlijk niet.

Data MotoGP 2020 bekend, maar onder voorbehoud

0
Silverstone MotoGP

De FIM heeft de voorlopige kalender voor het MotoGP-seizoen 2020 bekend gemaakt. Opvallend is dat het aantal races wordt uitgebreid naar 20 races en dat er een basis wordt gelegd voor een verdere uitbreiding naar 22 races.

De grootste veranderingen zijn de toevoeging van de Kymiring in Finland in juli en de verhuizing van de Thaise MotoGP. Die is verhuisd van oktober naar 22 maart.

Het raceseizoen begint zoals altijd in Qatar, in de eerste week van maart. Van Qatar gaat de serie naar Thailand. De MotoGP-race op het circuit van Buriram neemt de datum over van de WorldSBK-race.

Vanuit Thailand gaan de coureurs verder naar het oosten, naar Austin om precies te zijn. Dan gaat het hele circus naar het diepe zuiden, waar de Argentijnse Grand Prix plaats vindt twee weken na Austin.

Na Zuid-Amerika bereikt het MotoGP-circus het oude continent. De eerste race op Europese bodem wordt heel traditioneel in Jerez gereden, gevolgd door Le Mans en Mugello. De eerste zeven races van het seizoen 2020 vinden iedere twee weken plaats, maar na de Mugello volgt ieder weekeinde een race.

De Barcelona-ronde vindt een week na Mugello plaats, een week later gaat het naar de Sachsenring. Dan zitten we in de derde week van juni… Assen is aan in het laatste weekeinde van juni aan de beurt. Assen dus na Duitsland, want dat maakt het mogelijk dat de Finse MotoGP op de Kymiring als laatste race voor het zomerreces in het schema past.

Langere zomerstop

De coureurs zullen blij zijn dat er een echte zomerstop komt, met drie vrije weekenden tussen Finland en Brno, de Tsjechische Grand Prix die op 9 augustus in de agenda staat.

Een week na Brno is Oostenrijk aan de beurt gevolgd door de Britse Grand Prix op 30 augustus, als UK een vrije dag heeft in verband met Bank Holiday. De Misano-ronde vindt twee weken erna plaats.

Tussen Misano en Aragon heeft de FIM voor een langere pauze gekozen. Na Spanje vertrekt de MotoGP naar Australië en Azië waar drie races – Motegi, Phillip Island en Sepang – in drie opeenvolgende weekends worden gereden. Het MotoGP kampioenschap eindigt zoals altijd in Valencia, halverwege november.

MotoGP testsessies

Het testen van de motoren begint in Sepang. Ook wordt er getest in Qatar. De raceteams en Dorna probeerden de Qatar-test te laten vallen, maar de motormerken maakten bezwaar. Die hebben echt twee testrondes nodig om de machines op het nieuwe seizoen voor te bereiden.

Overigens zal over de wedstrijdkalender het laatste woord niet zijn gesproken. In 2021 wil Dorna uitbreiden naar 22. En voor die races heeft zich al een hele reeks kandidaten gemeld. Indonesië, Vietnam, en eventueel ook Brazilië willen graag.

De animo voor meer races is een stuk minder bij de coureurs. Vooral de oudere rijders vinden 20 wedstrijden teveel, laat staan 22. Teamleden en fabrieksmedewerkers zijn onverdeeld negatief over de uitbreiding. Ze zijn nu nog langer van huis.

De voorlopige 2020 MotoGP kalender

8 maart – Qatar (avondrace), Losail International Circuit

22 maart –  Thailand, Chang International Circuit

5 april – Verenigde Staten, Circuit of the Americas

19 april – Argentinië, Termas de Rio Hondo

3 mei – Spanje, Circuito de Jerez – Ángel Nieto

17 mei – Frankrijk, Le Mans

31 mei – Italië, Autodromo del Mugello

7 juni – Spanje, Catalunya

21 juni – Duitsland, Sachsenring

28 juni – Nederland, TT Circuit Assen

12 juli – Finland (wachtend op FIM-homologatie), Kymiring

9 augustus – Tsjechië, Automotodrom Brno

16 augustus – Oostenrijk, Red Bull Ring-Spielberg

30 augustus – Groot Brittannië, Silverstone

13 september – San Marino, Misano World Circuit Marco Simoncelli

4 oktober – Spanje, MotorLand Aragón

18 oktober – Japan, Twin Ring Motegi

25 oktober – Australië, Philip Island

1 november – Maleisië , Sepang International Circuit

15 november – Spanje, Ricardo Tormo Valencia

Vergeten prototype: KTM Unit 620

0
KTM

Sommige prototypes zijn dieper in de krochten van het collectief motorgeheugen verdwenen dan andere. De KTM Unit 620 is zo’n voorbeeld. Weinig tot niets is te vinden over de ontwerpstudie die KTM jaren verscholen hield. Inmiddels staat het KTM Unit-prototype in de KTM Motohall in Mattighofen.

Toen KTM in 1994 met de eerste Duke (toen nog Duke by KTM) kwam, sloeg het model in als een… Om nou te zeggen dat het insloeg als een bom. Op geen manier, nee. KTM was kort daarvoor failliet gegaan en onder nieuw management, met een nieuwe structuur, moest het merk opnieuw opleven. Enkel offroaders gingen het Oostenrijkse merk niet redden, dus kwam er de Duke.

Het LC4-viertaktblok kende de basis in KTM’s enduro-machines en werd opgeboord tot 609cc – ondanks dat het de 620 genoemd werd. KTM’s huidige 390 Duke (373cc), 790 Duke (799cc) en 1290 Super Duke R (1301cc) lopen nog steeds in diezelfde rare pas. Inslaan als een bom of niet; de Duke verdeelde de meningen en zodoende won de funbike bij uitstek een grote schare liefhebbers. Juist omdat ‘ie er zo apart uitzag.

Gezocht: opvolger

Toen de eerste Duke een aardig succes had laten optekenen, met zijn supermoto-achtige lijnen en die bijzondere koplampunit, moest er een opvolger komen. Gerald Kiska werd net als bij de eerste Duke verzocht zijn beste pennetje voor te zetten. De Unit 620 werd getekend.

Gek genoeg zou de gekozen retro-stijl anno 2019 waarschijnlijk prima in de smaak vallen bij zowel ouder als jonger publiek. Het is moeilijk te zeggen of de ontwerpstudie die op de motorshow van Keulen in 1996 gepresenteerd werd, goed ontvangen is. Er is simpelweg amper iets over terug te vinden. Zodoende kan geconcludeerd worden dat KTM’s Unit met reden nooit het daglicht zag als productiemodel.

In de grote lijnen deelt de Unit zowel rijwielgedeelte als krachtbron met de Duke, die hij mogelijk op zou volgen. Alleen was het koddige halfkuipje verdwenen, kwamen er gietwielen en werd het lijnenspel beduidend vloeiender. Toch valt ook uit de Unit 620 nog wel iets van de offroader-nalatenschap te halen, zoals Kiska dat altijd wel slinks heeft kunnen doen.

Toch kun je er niet omheen, dat de caféracer-invloeden sterker aanwezig waren. En zoals bij zo veel merken die eind jaren negentig flirtten met klassieke lijnen, was ook wat de KTM Unit 620 betreft de wereld er nog niet klaar voor.

Timing is alles, blijkt maar weer eens.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto: KTM

Harley-Davidson: Een opvolger voor de Milwaukee-Eight?

0
2020_Milwaukee_Eight

Harley-Davidson zet forse stappen richting een nieuwe toekomst. Nieuwe modellen zijn er bij de vleet, pogingen om voet aan de grond te krijgen in nieuwe segmenten – LiveWire, Pan Americana – ontbreken evenmin. Daar komt mogelijk een nieuw luchtgekoeld blok bij dat mogelijk op termijn de Milwaukee-Eight zal vervangen.

In februari diende Harley-Davidson een octrooi in waarin een nieuwe cilinderkop/klepbediening wordt beschreven dat hogere toerentallen de baas kan. In elk geval meer dan het huidige, twee jaar gleden geïntroduceerde Milwaukee-Eight blok.

De ‘vier kleppen per cilinder V-twin’ heeft aan weerszijden van de cilinder stoterstangen. Elke stoterstang activeert een enkele tuimelaar. Wanneer de stoterstang opwaarts gaat, duwt de tuimelaar twee kleppen naar beneden. De twee stoterstangen van het huidige Milwaukee-Eight zitten aan de dezelfde kant van het blok. Qua architectuur van het blok is dat een opvallende verandering.

Volgens het octrooi moet de klepbediening de prestaties verbeteren en het onderhoud vergemakkelijken. De prestaties verbeteren omdat het blok een maximum toerental aankan van 6.800 tot 7.000 tpm. Het Milwaukee-Eight-blok heeft een maximaal toerental van zo’n 5.500 tpm.

We begonnen dit artikel met twee keer mogelijk in de tweede zin. Dat onderstreept de onzekerheid waarmee we worstelen, want veel meer dan het octrooi is er niet. Dat het om een V-twin gaat, is zeker maar voor de rest tasten we in het duister. Maar het staaft ons gevoel dat Harley nog lang niet klaar is met hun dikke V-twins. En daar zijn we blij mee.

Geen ketting- , cardan- maar velgaandrijving

0

Bijna dagelijks bestoken totaal onbekende opstartende motormerken ons met exotische prototypes die zonder uitzondering zijn aangedreven door een elektromotor. Een verzadigingspunt ligt op de loer, maar niet als bedrijven motoren blijven bouwen als deze E2. Het is een product van het Finse RMK en het bijzonder zit hem niet zo zeer in het buitenissige ontwerp, maar in de aandrijving. De motor zit in de velg van het achterwiel.

320 Nm koppel
Geen idee of de ketting- of cardanaandrijving verleden tijd is, maar verfrissend is de E2 wel. Sterk ook want het 68 pk sterke blok produceert maar liefst 320 Nm koppel. Ga er maar aan staan, dit ding trekt de klinkers uit de grond. De actieradius ligt volgens de bouwers tussen de 200 en een erg optimistisch ingeschatte 300 kilometer. Dankzij een snellader moeten de accu’s binnen drie uur voor 80% zijn opgeladen.

Uitlevering 2020
Omdat de motor in de achtervelg zit, is er extra veel ruimte voor accu’s tussen de framebalken. Al helpt een wielbasis van 1600 mm ook een beetje. Het achterwiel is ondanks de opmerkelijke aandrijving met gewoon gereedschap te verwisselen. Het onafgeveerde gewicht van het naafloze achterwiel ligt volgens RMK flink lager dan normaal. Het gewicht komt uit rond de tweehonderd kilo. In 2020 wil RMK de eerste exemplaren met een beginprijs van € 25.000 uitleveren.

Gaan Marquez en Hamilton de strijd met elkaar aan?

0
Lewis Hamilton op superbike

De snelste mannen op aarde op twee en vier wielen willen graag de strijd met elkaar aan gaan. Vijfvoudig wereldkampioen in de MotoGP Marc Marquez vertelde in een interview in Sportsmail dat hij tegen Lewis Hamilton wil racen in een Formule 1-auto en op de motorfiets. De Brit neemt de uitdaging graag aan. ‘Let’s go bro’ liet de Britse coureur op Instagram weten. Is een Race of Champions aanstaande?

Voor de duvel niet bang

Het is maar de vraag of de teambazen bij Honda en Mercedes net zo enthousiast zijn. Dat Hamilton dol is op motoren weten we al langer, zijn teambazen herinneren vast alleen zijn crash op Jerez. Dat de excentrieke Brit het gashendel op een motorfiets weet te vinden, zag onze eigen Michael van der Mark met eigen ogen. Hij voorzag zijn vierwielige collega – voor de duvel niet bang – van een paar tips om alles heel te houden.

Marquez in een F1-auto

Marc Marquez reed al eens 43 ronden in een F1-auto van Red Bull. Mark Webber leerde hem de limieten van een racewagen ontdekken. Die leerde hij kennen want de kleine Spanjaard spinde een bocht uit. Hij reed toen zo’n zes seconden langzamer dan de poletijd van Felipe Massa in 2014. De MotoGP-coureur moest vooral wennen aan de onvoorstelbare remkracht en bochtensnelheid. Als motorracer voelde hij zich veilig in de cockpit, maar op de motor voelt hij zich vrijer en voelt hij waarschuwingen van de motorfiets beter dan in een auto.