vrijdag 24 april 2026
Home Blog Pagina 1158

Goodwood Festival of Speed eert 60 jaar Honda

0
2019_Goodwood_Festival_of_Speed_Honda

Ben je een grote fan van Honda-motoren? Dan zou je een bezoek aan het Goodwood Festival of Speed – 4 t/m 7 juli – kunnen overwegen. Het hillclimb evenement heeft Honda als belangrijkste motorthema gekozen. ‘Goodwood’ staat in het teken van 60 jaar Honda motorfietsen.

Als Goodwood je te ver is, kun je op 7 juli ook naar Antwerpen gaan. Dan organiseert Honda Benelux de Honda CB Days. In tegenstelling van wat de naam doet vermoeden, zijn alle motorrijders welkom – al dan niet op een Honda.

Honda heeft tijdens de hillclimb zijn eigen klasse waarin ze de meest indrukwekkende motoren van de laatste decennia kunnen presenteren. De motoren variëren van een TT Honda uit 1959 tot Marc Marquez’s MotoGP-kampioensmachine uit 2018.

Het overall thema van het Goodwood Festival of Speed is ‘Speed Kings – Motorsports Record Breakers’. Da’s een thema dat Honda met verve kan dragen, immers heeft het bedrijf in de loop der jaren een aantal van de belangrijkste recordbrekende motoren gebouwd.

Naast de classics neemt Honda natuurlijk ook verschillende 2019 modellen mee. Honda is ook niet de enige. De Arc Vector is aanwezig, evenals BMW, Norton, Ducati en Aprilia. Genoemde merken zullen vooral hun high-end modellen presenteren.

Marc Marquez onthult z’n Catalunya MotoGP helm. Maar waarom een mier?

0
Marquez_MotoGP_Catalunya_helm

Als je Spanjaard van geboorte bent, is de MotoGP echt een feestje. Immers race je bijna een kwart van het seizoen in je eigen geboorteland.

Het is inmiddels heel gewoon dat topcoureurs regelmatig met een ‘eigen’ helm komen. Een maand geleden nog introduceerde onze eigen Superbike-aas Michael van der Mark nog zijn Arai. Marc Marquez grijpt de MotoGP van Catalunya aan om z’n nieuwe helm te onthullen. Maar waarom een mier?

Zo’n nadrukkelijk aanwezige, spichtige mier met delen van het circuit op een witte achtergrond is het zeker een interessante en kritische keuze van de Repsol Honda-rijder. Een mier is niet het meest geliefde wezen van de natuur. Dus waarom associeert Marc Marquez zich hiermee?

Het is terug te voeren op zijn jeugd. Ook als kleine jongen was hij al aan de kleine kant voor zijn leeftijd. Ook vandaag de dag zou hij nog kledinginkopen kunnen doen op de kinderafdeling van Zara. De vergelijking met de mier verwijst natuurlijk naar zijn vermogen om te kunnen worstelen met een krachtige motor als de Honda. Wat Marc kan met zijn motor is ongeëvenaard. En daarom is de mier, die zo’n 5.000 keer z’n eigen lichaamsgewicht kan tillen, zijn mascotte geworden.

Daar komen de geluidscamera’s

33

Geluidscamera’s, het leest misschien wat gek. Toch lijkt het steeds aannemelijker dat er naast de ’traditionele’ flitskast ook installaties langs de weg komen te hangen die controleren of je niet met een te hoog decibelniveau voorbijrijdt. Nu hangt zo’n ding op Nederlandse bodem slechts op het TT Circuit, boven de Veenslang, maar binnenkort misschien ook wel op straat. In Groot-Brittannië startte onlangs namelijk een proef van zeven maanden met camera’s die – bij een overschrijding van een niet bekend gemaakt aantal decibellen – een video en foto van de overtreder vastleggen. Overschrijd je de geluidsnorm dan springt het systeem in werking en wordt een video van je passage veiliggesteld als bewijs. Dat zoiets echter een stuk ingewikkelder is doordat zo’n beetje ieder type voertuig weer een andere geluidsdrempel opgelegd gekregen heeft, hoeven we je natuurlijk niet uit te leggen. Te verwachten is het dan ook nog dat er een bepaalde marge wordt ingebouwd in het systeem zodat slechts de echte illegale – open of aftermarket – pijpen er worden uitgepikt. Over zeven maanden, als de proef erop zit, wordt er gekeken of het systeem naar behoren werkt en of er een vervolg zal komen.

Maar ja, wat moeten we überhaupt nou vinden van zo’n ‘geluidscamera’? In deze tijd worden kilometers dijk- en boswegen tot verboden gebied bestempeld voor motorfietsen. De voornaamste reden voor die afsluitingen is altijd weer geluidsoverlast van omwonenden. Overlast die door een bepaald select gezelschap met luide pijpen wordt veroorzaakt. Voor dergelijke figuren kan zo’n systeem natuurlijk een oplossing bieden. Zijn die wegen wellicht snel weer toegankelijk voor die grote groep motorrijders die niets fout doen!

En toch hangt er ook een negatief gevoel aan een geluidssysteem. Worden we al niet genoeg gecontroleerd in Nederland? Overigens is er nog een enger iets wat met de Britse proef gepaard gaat. Via een online platform dat ze willen invoeren zou je de luide auto of motor van je achterbuurman kunnen verklikken. Big Brother: kom er maar door!

Foto: ANP

Classic: 1968 Kawasaki W2TT Commander

1

Lovende woorden in de originele W2 brochure, over de parallel twin die voor Kawasaki het entreekaartje betekende op de wereldwijde motormarkt. ‘De ultieme motorfiets – snelheid, stijl, comfort, handling en veiligheid voor de sportieve rijder’, zo snoefde de eerste alinea van de Kawasaki brochure uit de late jaren zestig. Dát zijn nog eens teksten. Eens kijken wat daar anno 2014 nog van overblijft.

‘Kant-en-klare kracht, telkens wanneer je de gashendel opendraait. Urenlang op hoge snelheid rijden, zonder de motor te belasten. Dit is echt een toermotor voor hoge snelheden. ‘De brochure is decennia geleden geschreven, maar zelfs dit in acht genomen, heb ik niet meer dan een paar kilometers nodig op de W2TT Commander om te ontdekken dat de realiteit nooit zou overeenkomen met de publiciteit. Deze 650 cc parallel twin is een perfecte, plezierige motor. Maar om nou te zeggen een hoge snelheidstoermachine met ‘genoeg vermogen op voorraad op zijn kruissnelheid van 144 km/u?’ Amper. De Kawa was absoluut in staat om de 150 km/u te overstijgen, maar de rechtop-rijpositie, de trillingen van de parallel twin en de korte overbrenging zorgen er voor dat je deze snelheden niet al lang wilt vasthouden.

De reputatie van Kawasaki op het gebied van ‘high performance’ zou pas later gevestigd worden, met de komst van de tweetakt driecilinders en de Z1 viertakt. Toch heeft de W2 een belangrijke rol gespeeld in de vroege tweewielergeschiedenis van Kawasaki. De parallel twin met stoterstang, gelanceerd in 1967 toen motorfietsen bij Kawasaki nog in de kinderschoenen stonden, was het eerste bewijs dat de Japanse reus op weg was naar een belangrijke positie in de motorfietswereld.

Commander

De geteste fiets, de W2TT Commander, werd geïntroduceerd in 1968 en was in feite de W2SS van een jaar daarvoor, maar dan voorzien van een hoogwaardig dubbel uitlaatsysteem aan linkerzijde. Beetje verwarrend: de initialen SS stonden voor Street Scrambler (to scramble: klauteren, omwoelen, red.), terwijl de ‘Touring’ TT de offroad-uitstraling had die toentertijd heel populair was in Amerika; de markt waarop Kawasaki een plekje probeerde te veroveren. De uitlaat paste prima bij de simpele, van BSA afgekeken styling van de W2 – zo is de gedeeltelijk chromen tank mooi ‘gejat’ – en geeft de Commander zijn nette en sportieve uitstraling.

Hoewel de W2 mechanisch onmiskenbaar afstamde van BSA, was deze Kawasaki meer dan een eenvoudige kopie van de Britse BSA 650 cc A10. Het opvallende Y-vormige motordeksel op de rechterkant van het 624 cc blok was groter dan dat van de BSA, wat duidde op veel interne verschillen.

Aparte versnellingsbak

Het W2 blok had bovendien een relatief korte slag. De boring van 74 x 72.6 mm was ruwweg gelijk aan die van de BSA A65, die de lange slag A10 had vervangen in de vroege jaren zestig. Het door Kawasaki geclaimde topvermogen van 53 pk bij 7.000 tpm was identiek aan dat van de sportieve BSA A65 Lightning. Maar in tegenstelling tot zijn rivalen, de ‘Beezer’ A65 en andere Britse fietsen die de constructie van motor en versnellingsbak hadden geadopteerd, vertrouwde de W2 op een configuratie met een aparte, achter het motorblok gemonteerde vierversnellingsbak.

Geheel volgens Britse traditie de ophanging met dubbele buizen die houvast biedt aan een voorvork-met-manchetten, dubbele achterschokdempers en draadspaak velgen; voor 19 inch, achter 18 inch. Deze fiets, die is gemaakt van twee schade W2’s uit Amerika, is mooi in elkaar gezet. Lak en chroomwerk zijn prima in orde, met uitzondering van het hoge stuur, waarvan het chroom afbladdert. Dat stuur valt trouwens verder op door de Japanse bijzonderheid van een hendel voor de handmatige voor- en naontsteking.

Oud ritueel

Starten is nog een oud ritueel: het voorinspuiten van de twee 28 mm Mikuni carburateurs met een druk op de vlotternaaldknoppen. Na wat tegenwerking en een serie trappen op de kickstarter start de Kawasaki eindelijk. Met een zwarte rookwolk produceert en een diepe brul, die niet binnen hedendaagse legale grenzen valt.

De meeste kilometers rijd ik over smalle, bochtige landweggetjes waar de W2 het naar zijn zin heeft. De twin doet het geweldig bij lage toeren, trekt lekker door vanaf 2.000 tpm en blijft lekker soepel tot 4.000 tpm. Koppel genoeg om rap te schakelen met de aan de rechterzijde geplaatste voetschakelpook. De bak is een aanzienlijke vooruitgang ten opzichte van de W1, maar heeft nog altijd de neutraal bovenaan, in plaats van tussen de eerste en tweede versnelling. Vervelend als je probeert op te trekken vanaf een kruising met een handjevol toeren in z’n vrij en je bijna over de kop slaat.

Genot in de stad

De soepele motorloop op lage snelheid maakt de Kawa tot een genot in de stad. Minder indrukwekkend is de zware koppeling. Eenmaal onderweg is het belangrijkste probleem de trilling die vanaf 4.000 tpm, bij zo’n 105 km/u, stuuruiteinden en de voetsteunen mishandelt. In combinatie met de onbeschermde rijpositie wordt het rijden op topsnelheid – zo’n 180 km/u – behoorlijk oncomfortabel. Echter, het trillen weerhoudt mij er niet van om de 8.000 tpm te halen die bij deze snelheid hoord. Als er ooit een fiets is geweest die een vijfde versnelling nodig heeft, dan is deze het.

De W2 rijdt lekker stabiel in een rechte lijn en zeker niet slecht in bochten. Geen spoor van de zenuwachtige voorkant die de lichtere tweetakt Kawa’s berucht hebben gemaakt. Met een 19 inch voorwiel, de ouderwetse stuurgeometrie en de twee stuurdempers zou je zwaar stuurwerk verwachten. Maar het hoge, brede stuur en het respectabele drooggewicht van 181 kg zorgen er voor dat je de W2 een bocht in stuurt zonder kans op een hernia.

Olielekkage

De vering is zo goed als je mag verwachten van een fiets van deze leeftijd. Al zouden de achterste schokdempers iets meer demping mogen hebben in hobbelige bochten. Bochten is trouwens een plezier, vooral dankzij de iets bredere Dunlops dan de originele banden. De voorrem bestaat uit slechts een enkelvoudige oplopende trommelrem, die in werking treedt na een ferme ruk aan de hendel. Maar daarin onderscheidt de Kawa zich niet van de Britse concurrenten.

De W2 was dus zeker geen slechte fiets eind jaren ’60. En net zoals zijn voorganger W1, een groot succesnummer in Japan, de best verkochte twin met grote cilinderinhoud van het land. In Amerika was het een ander verhaal. De W1 flopte er helemaal, de W2 deed het iets beter. In 1970 viel het doek voor de TT Commander. De W2SS en de W1SS gingen een paar jaar langer mee. Een gelijkwaardig W3 model in Japan ging mee tot in het midden van de jaren zeventig. Maar Kawa’s twin evenaarde nooit het succes van de Yamaha’s populaire parallel twins, als de XS-1 en de opvolgers XS-2 en XS650.

Dit kwam vooral doordat Kawasaki weinig moeite deed om de twin te verbeteren en te actualiseren. De aandacht ging uit naar de ontwikkeling van de felle tweetakten H1 en H2 en de machtige Z1 viertakt. Hoewel de W2 de reputatie van deze fietsen niet evenaart, was het een belangrijke motor voor Kawasaki. De parallel twin hielp de reputatie van het merk op het gebied van prestaties op te bouwen in Japan. Hij liet bovendien zien dat alleen het kopiëren van Britse motoren niet genoeg was voor exportverkopen en gaf inspiratie voor nieuwe, meer profijtelijke motorfietsen. De W2TT Commander mag dan misschien een beperkt succes zijn geweest – het was wel de start van Kawasaki’s zoektocht naar overheersing in de wereld van zware motoren.

Treinen en vliegtuigen

De enorme Kawasaki Corporation, fabrikant van schepen, treinen en vliegtuigen, begon zijn motorcarrière met de fabricage van tandwielen en versnellingsbakken, daarna motorblokken en tot slot complete motorfietsen om de vliegtuigafdeling bezig te houden na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Maar motorfietsen werden niet serieus genomen tot in het midden van de jaren vijftig. Daarna werden ze ingezet om de naam Kawasaki meer bekendheid te geven bij het publiek. Kawasaki nam zijn taak pas echt serieus nadat het enkele tweetakters met kleine cilinderinhoud had geproduceerd (onder de naam Meihatsu) en het noodlijdende motorfietsenbedrijf Meguro had overgenomen.

Net zoals zoveel andere Japanse fabrikanten in die tijd had Meguro zich gespecialiseerd in het kopiëren van Europese machines. De BSA 500 cc A7 parallel twin werd gereproduceerd onder de naam Meguro K1. In 1965 voerde Kawasaki een paar modificaties uit en herintroduceerde de twin als K2. Later in dat jaar volgde nog een versie met 650 cc, de W1. Kort daarna zagen de getunede, W2 modellen het levenslicht, met dubbeele carburateurs. Ze groeiden uit tot Kawasaki’s meest bekende, vroege roadsters.

Specs

Motor: luchtgekoelde stoterstang, vierkleps parallel twin

Inhoud: 624cc

Boring x slag: 74 x 72,6mm

Compressieverhouding:  9:1

Carburatie: 2 x 28mm Mikunis

Vermogen: 53pk @ 7.000 tpm

Transmissie: 4-bak

Elektrisch systeem: 12V accu

Frame: stalen buis

Vering v/a: telescoop, niet instelbaar/dubbele schokdempers, instelbare voorspanning

Remmen v/a: 200mm, sls trommelrem/ 178mm, sls trommelrem

Wielmaten v/a: 3.25 x 19 inch (geteste versie 3.50 x 19 Dunlop Gold Seal K70)/3.50 x 18 inch (geteste versie 4.00 x 18 K70)

Wielbasis: 1.415mm

Tankinhoud: 15 liter

Drooggewicht: 181 kilo

KTM introduceert in 2022 eerste elektrische wegmotor

0

In een interview met de Economic Times zegtRakesh Sharma, Executive Director van Bajaj Auto, dat zijn bedrijf samen met KTM werkt aan een nieuwe generatie elektrische motorfietsen. Dat biedt KTM al in 2022 de kans elektrische motorenfietsen op de markt te brengen.

Bajaj denkt zelf eind dit jaar elektrische fietsen te kunnen introduceren. De eerste aangedreven Bajaj tweewieler, een scooter met de naam Urbanite, komt in 2020 op de Indiase markt.

De elektrische motorproductie is zowel bestemd voor binnenlandse verkoop als voor export. De modellen waarmee KTM naar verwachting in 2022 goede sier gaat maken, hebben een meer ‘hoogwaardige uitstraling’. Die zijn dan ook vooral bedoeld voor de export naar de rijkere landen, lees Europa en USA.

Ducati met prototype Streetfighter V4 op Pikes Peak International Hill Climb

1
2020 Ducati Streetfighter V4

Ducati doet op 30 juni mee aan de Broadmoor Pikes Peak International Hill Climb. Coureur Carlin Dunne zal met het prototype van de op stapel staande Streetfighter V4 de beroemde berg beklimmen. Pikes Peak is een onderdeel van de testcyclus die de nieuwe Streetfighter V4 ondergaat. Pikes Peak is dan een ideaal testterrein waar met name de prestaties en belasting van het blok worden getest. De definitieve Streetfighter V4 is een regelrechte afgeleide van de sportieve Panigale V4. Dus een motor zonder kuip, maar met een hoog en breed stuur.

Het prototype – met de naam Race to the Clouds – heeft een gepixelde kleurstelling. Het is een ontwerp van Centro Stile Ducati. Anders dan gebruikelijk bij prototypes verbergt de kleurstelling deze keer de lijnen niet. Sterker: het laat bewust zien hoe de motor er in z’n definitieve vorm uit zal zien.

Claudio Domenicali, CEO van Ducati over de nieuwe Streetfighter V4: ‘Het wordt één van de sterren van de Ducati World Premiere 2020. De Streetfighter V4 is net als de Panigale een wegmotor. Er is daarom geen beter podium dan de Pikes Peak International Hill Climb. Want het wordt de best presterende Ducati Streetfighter ooit.’

Interview Wilco Zeelenberg: ‘Wij willen winnen’

0
Wilco Zeelenberg
Na negen jaar als begeleider van Jorge Lorenzo en Maverick Viñales bij het Yamaha-fabrieksteam is Wilco Zeelenberg de trotse teammanager van het Petronas Yamaha SRT-team in de MotoGP.

Na negen jaar als begeleider van Jorge Lorenzo en Maverick Viñales bij het Yamaha-fabrieksteam is Wilco Zeelenberg de trotse teammanager van het Petronas Yamaha SRT-team in de MotoGP. Dat een Nederlander zo’n topfunctie krijgt, is al genoeg voor een interessant interview, maar wie Wilco een beetje kent, weet dat hij dat met zijn uitspraken altijd nog een stuk interessanter maakt. Bijvoorbeeld over Fabio Quartararo, één van de sensaties uit de MotoGP op dit moment.

Dat Quartararo talent heeft, weet inmiddels iedereen en wisten we eigenlijk zelfs als voordat hij zijn debuut maakte in de Moto3 in 2015. Hij was zelfs zo goed dat de regels speciaal voor hem aangepast werden. Hij was namelijk te jong om GP’s te mogen rijden, maar daarop werd snel besloten dat de Spaans Moto3-kampioen altijd mocht doorstromen naar de Grand Prix’. En ja, dat was heel toevallig Fabio…

Wilco, hoe goed is Fabio en natuurlijk ook hoe goed is Franco Morbidelli?
‘Ik zei na de race in Qatar tegen Fabio dat hij zich voor de komende tien jaar heeft verzekerd van de MotoGP. Ik denk dat beide rijders een lange toekomst hebben en races gaan winnen, maar dat kun je bijna zeggen van de gehele top-vijftien. Fabio rijdt meer op zijn op gevoel en Franco analyseert elk detail. Franco kan ook heel goed vertellen wat de motor doet en dat is ook belangrijk voor Yamaha. Wanneer het op racen aankomt, is iedereen even gedreven. Dat was bij Jorge Lorenzo en Maverick Viñales in het verleden niet anders.’

Critici hadden vraagtekens bij de transfer van Fabio naar de MotoGP. Was het jouw beslissing om hem te nemen?
‘Ja, in overleg met Johan Stigefelt. In het verleden was hij een klasse apart in het CEV. Toen had ik hem al op de korrel. Hij heeft moeilijke jaren gekend en heeft niet de begeleiding gekregen die hij nodig had. Zijn overwinning vorig jaar in Calalunya was voor mij een bevestiging en toen zijn we in Assen gaan praten. Fabio was verrast door onze interesse.’

In hoeverre werken jullie nu samen met het fabrieksteam?
‘We praten met dezelfde Japanners en delen ook elkaars data. Onze ondersteuning is uitstekend en ik denk ook wel vrij bijzonder als satellietteam. Ik ben daarnaast een goede link naar Yamaha, omdat ik daar zo lang heb gewerkt. Ik kan daar altijd aankloppen en andersom. Er zijn bij ons ook wat teamleden van Honda overgekomen en die waren toch wel wat verbaasd over de ondersteuning die wij van Yamaha krijgen.’

Is het een ultiem succes om het fabrieksteam te verslaan?
‘Natuurlijk wil je het hoogst mogelijke bereiken en dan probeer je ook om voor het fabrieksteam te zitten. Wij willen ons als team dit jaar op de kaart zetten en dingen laten zien die niemand van ons had verwacht. Wanneer we onze beide rijders dit jaar op het podium zien en de mensen weten dat het bij Petronas Yamaha SRT goed zit, hebben we ons doel behaald.’

Tech3 was jullie voorganger als Yamaha-satellietteam. Is dat een voorbeeld?
‘In mijn ogen is bij dat team het meedoen belangrijker dan het winnen en dat is bij ons niet zo. Wij willen winnen en ook op die manier overkomen. Natuurlijk zal dat nog wel even duren, maar je moet wel heel duidelijk weten wat je einddoel is en dat uitstralen. Dat heeft Tech3 in mijn ogen niet gedaan.’

In de MOTO73 TT Special, die nu in de winkel ligt, nog veel meer antwoorden van Wilco op zeer interessante vragen. Ziet hij bijvoorbeeld een gevaar voor zijn functie wanneer Valentino Rossi stopt met racen? En hoe zit het nu met Michael van der Mark, komt hij ooit terecht in de MotoGP? Bestel de TT Special hier.

Tekst: Asse Klein
Foto: Henk Keulemans

Indian Chieftain Limited 2019 – test

1

Waarom Indian de Chieftain Limited genoemd heeft is niet geheel duidelijk, want beperkt is hij op geen enkele manier. Wat vindt redacteur Nick Enghardt van deze motor uit de 2019 line-up van Indian Motorcycle?

Redacteur Ad van de Wiel test de Indian FTR 1200 S. Check deze video hier.

Nanotechniek: Zelfherstellende lak

2

Kawasaki past op een aantal modellen een speciale laksoort toe, die kleine krasjes zelf herstelt. Dat lijkt bizar, maar met behulp van nanotechniek is dat mogelijk.

Tot nu toe werden motorfietsen geleverd met twee mogelijke ‘soorten’ lak: uni en metallic. Net als bij auto’s. Het grote verschil met vierwielers is, dat je bij de meeste motormerken geen meerprijs betaalt voor metallic, terwijl je bij auto’s soms wel tot 2500 euro moet bijtalen voor verf met glitters. En dat is vreemd, want qua kostprijs zit er meestal niet veel verschil tussen de twee laksystemen.

Vroeger was het anders. Toen was een uni-lak gewoon een alkyd- of kunstharsverf, waaraan pigmenten waren toegevoegd die de kleur bepaalden. Later kwamen er ook acryllakken, die in een oven werden gebakken. De lak smolt dan en trok daarmee mooi strak. Nog later werden er ook nog twee-componentenlakken geïntroduceerd, waarbij de droging van de laklaag niet zozeer door verdamping van oplosmiddelen werd verkregen, maar doordat de verfmoleculen zich aan elkaar hechten tot grote netwerken. Voor de alkyd- en acryllakken gold dat ze gauw dof konden worden. Ze waren niet zo hard en beschadigden snel. Er konden pigmentdeeltjes weggeslagen worden, waardoor er een wittige, doffe laag ontstond. Metallic lakken hadden hier minder last van. Doordat het aluminium het licht weerkaatste, werkte het als UV-filter en verouderde de lak minder snel. Om te maken was deze metallic lak nauwelijks duurder, want het verschil was niet meer dan een handjevol aluminiumschilfers.

Clearcoat

Vanaf 1980 werden metallic lakken op een heel andere manier aangebracht dan uni-kleuren. Uni-kleuren werden nog steeds als een enkele laag gespoten, maar metallic lak werd in twee lagen aangebracht: eerst een metallic kleurlaag, daarna een twee-componenten afdeklaag, de zogenaamde clearcoat. Die zorgde voor de glanzende en beschermende afwerklaag. Dat had veel voordelen, want doordat de kleurlaag en de beschermende laag apart gemaakt werden, kon de fabrikant de eigenschappen van de beide aparte lagen optimaliseren.

MOTO73 12/2019

Ben je benieuwd naar de rest van het verhaal over nanotechniek? Hoe gaat deze technologie precies in zijn werk? Je leest het in MOTO73 12/2019! Koop het nummer tot en met woensdag 19 juni verkrijgbaar in de winkel.

Foto: Fabrikanten
Tekst: Peter Aansorgh

Algeraid: on road door Algerije

0
Algerije Raid

Hubert Auriol kennen we van offroad in Afrika: hij won de Dakar drie maal. Een decennium geleden organiseerde hij een echte toertocht door Algerije. De Algeraid is het eerste grote evenement in dit land sinds 1993, een euforische gebeurtenis voor de Dakar-kampioen, die jaren bezig is geweest met de voorbereiding. Voor de Hollandsche nuchterheid en Brabantse gezelligheid tussen de voornamelijk Franse deelnemers zorgen Harry de Jong uit Rotterdam en Henk Verschuren, (Mr. Heroes Legend) uit Made.

René van Bakel

Dit prachtige avontuur begint voor mij met een sms van de redactie, als ik in Wenen van een vliegtuigtrap loop. Of ik samen met Hubert Auriol op de motor door Algerije wil, in plaats van de geblesseerde Erik Verhoef? Mijn hart maakt een sprongetje. Natuurlijk wil ik dat! Henk Verschuren rijdt samen met Harry de Jong met de Heroes Legend bus vanuit Nederland en hij neemt de motoren mee naar startplaats Marseille. Samen vormen we het Nederlandse detachement in de deelnemersgroep die verder bestaat leden van een Frans/Zwitserse BMW-club. Zelf rijd ik op een KTM 990 Adventure.

De Algeraid wordt niet meer georganiseerd

De Heroes Legend is het budget-alternatief voor Parijs Dakar, voor mensen die niet per sé als eerste hoeven aan te komen. Sterker nog; vanaf dit jaar kan men ook gewoon over de weg van bivak naar bivak rijden. Henk, de oprichter, organiseert deze rit samen met Hubert Auriol. Vandaar de link met de Algeraid.

Parijs

Ik besluit naar Parijs te vliegen – een mooi startpunt voor een Afrikareis, weten we uit het verleden – en daar bij Henk en Harry in de bus te stappen, zodat we elkaar al wat beter leren kennen. ‘Hubert is de race-directeur van Heroes Legend. Toen’ie vertelde dat de Algeraid er aan kwam, om Algerije open te krijgen voor evenementen zoals dit, vonden we dat natuurlijk een heel erg goed initiatief’, legt Henk uit, terwijl we onder de Arc de Triomphe doorrijden.

‘We hadden meteen het leuke idee om Erik Verhoef en zijn Jolande uit te nodigen en dan zouden Ans en Joanne ook mee komen om er met zijn allen een leuke vakantie van te maken. Maar toen had Erik een smoesje want hij had zijn knie verdraaid of zo… Nee, Erik was zwaar geblesseerd en liep op krukken, nog steeds trouwens. Dus gaan we maar voor de sightseeing.’

Motoren uitlaten

We rijden niet rechstreeks naar Marseille maar eerst even, zoals Harry met een brede glimlach oppert, naar de Gorges du Verdon, om ‘Effe de motoren uit te laten’ Harry rijdt op de (voorlaatste) Dakar motor van Erik Vehoef, een Gaulloise-blauwe KTM660 Factory replica. Henk heeft de voorganger van de 990 Adventure, de 950. En ik dus die oranje Adventure met Oostenrijks kenteken. Daar gaan we, voor koningin en keizerrijk! De weg door de Gorges du Verdon is prachtig om te sturen en dat kan met de KTM! Het 75 graden V-twin blok – afkomstig uit de Super Duke – pikt lekker snel op met veel power van onderuit. Ondanks de wat langere wielbasis laat de KTM zich werkelijk goed de bocht omleggen. Heel even zetten we de motoren af om te genieten van het uitzicht over de kloof. En daar gaat’ie weer… In totaal leggen we de ongeveer veertig kilometer inclusief stops af binnen veertig minuten; eigenlijk veel te snel is voor zo’n mooie plek. Maar niemand moppert…

Net Amsterdam

 We dieselen verder, naar Marseille. Daar treffen we nog twee medelanders. Martin Utberg en Niek Himpens van Topspeed tv, door Hubert uitgenodigd voor de bewegende beelden. Presentator Martin rijdt op een Varadero. Niek gaat deels vanuit de auto en deels vanaf de motor het geheel vastleggen. In de haven staat de BMW-club, aangevuld met een Harley, een paar scooters en een Ducati, te wachten.

De overtocht van Marseile naar Algiers duurt twintig uur en iedereen is dan ook blij om van boord te kunnen. In Algiers rijden we onder politie-escorte in colonne met nog geen vijftig in het uur vanwege files naar het hotel aan de kust. Eenmaal ingekwartierd pakken we met vier man een taxi naar het centrum van Algiers, waar we al snel op de Kazbah belanden. Er is veel te krijgen. Groente en fruit in overvloed, maar ook moderne electronica, kleding en zo. De mensen hier zijn heel relaxt en begroeten ons heel open en vriendelijk. Bezorgde voorbijgangers waarschuwen ons wel om waardevolle spullen niet al te opzichtig te laten bungelen wegens zakkenrollers, maar ja, dat is in Amsterdam niet anders.

Voorrijder

 De eerste volle dag begint vroeg. De allereerste motorbeurs in de geschiedenis van Algiers staat op het programma. Hubert geeft interviews aan de plaatselijke media. BMW, Yamaha, KTM en de Algerijnse motorpolitie bezetten de meest prominente stands. Buiten baren onze motoren veel opzien en veel jongelui laten zich erbij, erop of ernaast fotograferen.

Dan gaan we naar Tipasa. Deze belangrijke, oude Algerijnse – van oorsprong zelfs Phoenicische – stad en handelspost aan zee ligt niet ver van de hoofdstad. De Romeinen vestigden hier ooit een strategische militaire basis, van waaruit de verdere verovering Mauretanië werd ondernomen. Dit was in de oudheid oorspronkelijk een Berber koninkrijk aan de mediterrane kust van Afrika dat toen het huidige westen van Algerije en het noordelijke deel van Marokko besloeg. Het is dus niet het huidige Mauritanië zoals velen – wel begrijpelijk overigens – aannemen. De stad kreeg van UNESCO het predikaat ‘bedreigd werelderfgoed’.

Als we aankomen bij de poort, rijdt er een jongen met een ondeugende grijns en zichtbaar plezier op zijn brommertje tussen de groep. ‘We hebben een nieuwe voorrijder!’ wordt er in het Frans geroepen.

Wild haar

In Tipasa lopen we langs het het Amphiteater, een erfenis van diezelfde Romeinen. Het uitzicht zo tussen de ruïnes door op zee is prachtig. In de schaduw van een boom zit een groepje jongens en meiden met elkaar te flirten en als we daar foto´s van maken springt een van de meiden op en begint als een volleerd fotomodel te poseren. Ze laat zowaar haar lange weelderige haar onder haar hoofddoek uit komen. Weliswaar zet ze haar capuchon op zodat haar vrienden en vriendinnen dat niet kunnen zien. Als die erbij komen staan, kijkt ze licht beschaamd en ze verbergt snel haar wilde haardos. ‘Dat is net zo gewaagd als zou in Nederland een meisje topless gaan.’ Aldus Henk.

We rijden verder naar de Tombeau de la Chrétienne, een graftombe die koning Juba II, een Nubische vorst geboren in de laatste eeuw voor Christus volgens de overlevering liet bouwen voor zijn overleden vrouw, Cleopatra Selena II (dochter van Marcus Antonius en Cleopatra) met wie hij 26 voor Christus in het huwelijk trad. Augustus Ceasar schonk de bruid bij deze gelegenheid de heerschappij over Mauretanië. Het licht van de ondergaande zon zorgt voor een prachtige sfeer tijdens de rit terug naar Algiers. Mooi.

Ali Baba en couscous

 De tweede dag rijden we in totaal meer dan 600 km. Vanuit Algiers gaat het via een prachtige, bochtige weg door het Atlasgebergte. Hubert heeft haast en onze escorte, met Hubert in de auto er vlak achter, schroeft het tempo regelmatig op tot 130 -140 km/u. Bij de lunch hebben we het gebergte al achter ons gelaten en gaat het landschap steeds meer over in woestijn. Het dieprode gesteente vormt een prachtige achtergrond; de fotograaf in me is klaarwakker. We rijden vandaag in totaal meer dan 600 km. Ik stop om het landschap goed in me op te nemen. Geweldig zo groots, weids, … Leeg ook, merk ik als ik na tien minuten mediteren om me heen kijk en me realiseer dat de meute al tien minuten met gemiddeld honderdtwintig in het uur voor me uit is gereden. Nou, dan kan ik meteen eens kijken wat de KTM in huis heeft. Ik heb één lange asfaltweg door de woestijn voor me en in de verste verte is niemand meer te zien. Volgas spuit ik al driftend weg in het gravel naast de weg en zit al in zijn drie voor ik de weg opstuur. Daar grijpt’ie echt lekker door en ik zit binnen de kortste keren ruim boven de tweehonderd. Daarbij geeft het 999 cc metende LC8 blok een lekker ritmische roffel.

Bijzondere politie

De groep rijdt met escorte wat sneller door de spaarzame woongebieden dan ik, maar de politie zet direct de kruisingen af op het moment dat ze me aan zien komen. Ze gebaren dat ik wat meer snelheid moet maken. Dat is nog eens een wat, de politie die je aanmoedigt om het gas eens lekker open te trekken! Nog geen uur later, en voor de volgende tankstop heb ik de groep weer ingehaald. Ik vlieg nog effe lekker volgas de helft voorbij voor ik me weer bij Henk en Harry in de groep positioneer.

Op dat moment rijden we Ghardaia, een eeuwenoude stopplaats voor karavanen, binnen. We worden net buiten de stad ingekwartierd in een eeuwenoude oase met veel palmbomen. Het voelt alsof we een sprookje van Ali Baba zijn binnengewandeld. De couscous voor het traditionele diner staat tussen ons in op lage tafels, terwijl we op de grond plaatsnemen.

Elke 5 km

Op de binnenplaats danst een folkloristische groep. Er liggen tapijten op de grond, waar we op kunnen gaan zitten, en nee, ze vliegen niet. Ik zit naast Roeland en Marie-Claire de Stickere. Zij komen oorspronkeljk uit Oostende, maar nu wonen zij in het franse Ballaison, niet ver van Genève, waar Roeland als Hoofd Veiligheid van het Palais des Nations van de Verenigde Naties heeft gewerkt voordat de voormalige rijkswachter met pensioen ging. Hij is pas op latere leeftijd met motorrijden begonnen. Tegelijk met zijn kinderen! Hij rijdt een BMW GS 1200 Adventure en is sinds anderhalf jaar lid van de BMW club in Frankrijk. Roeland bezocht midden jaren 90 als VN-functionaris al eens Algerije, en had dus al een beeld van het land voordat het sterk beïnvloed werd door de terreuraanslagen van de FIS (Front Islamique du Salut). ‘Wat me als veiligheidsman natuurlijk als eerste opvalt zijn de politieposten. Om de 5 km een politiepost, dat springt natuurlijk gelijk in het oog. Verder is de infrastructuur achtergebleven. Je ziet megaprojecten, maar half afgewerkt. Met het wegennet is men wel begonnen, maar het duurt lang vooraleer er schot in komt. Aan de kust is een waterpark met glijbanen voor de toeristen gebouwd, maar dat is nooit opengegaan en staat nu weg te rotten. Daar waar je het verwacht – in de rijkere kustgebieden – is men niet veel opgeschoten. Juist de steden hier in het midden en zuiden, zoals Ghardaia, boekten opvallend veel vooruitgang. Het paleis hier is natuurlijk een droom van architectuur dat te vergelijken valt met de wereldberoemde werken van bijvoorbeeld Gaudi, of – hoe heet die Oostenrijker ook weer – Hundertwasser.‘

Historisch gegroeid

‘Hier is het echter historisch gegroeid; door de eeuwen heen is er stukje bij beetje aan gebouwd. Heel functioneel voor dit klimaat ook. Weinig deuren, wit, veel schaduw en de gangetjes zijn geconstrueerd om veel tocht te creëren.’ Intussen wordt er ‘lange thee’ geserveerd door een man, die het glaasje op het dienblad vanaf een dikke halve meter hoger volschenkt.

Marie Claire heeft het een andere ervaring. Zij rijdt mee in de auto met Niek Himpens. ‘Dat is bijzonder spannend. Onze chauffeur zei tegen Niek dat je zo in Nederland niet kunt rijden, natuurljk. Nee, zei Niek toen, in Nederland hadden ze je al lang gelyncht als je zo idioot door het verkeer raast…’

Autodokter

 ’s Morgens is de maansikkel nog te zien tussen de wuivende palmtakken, als we onderweg gaan naar het centrum van Ghardaia waar het vandaag markt is. Een tweetal oudere mannen met tulband kijkt gelaten toe, als er opeens een meute van zo’n tachtig motards slentert tussen de stalletjes met verschillende kruiden en specerijen, tweedehands onderdelen voor de vele brommertjes die men hier rond ziet rijden en groente en fruit natuurlijk. Ook de ‘oosterse’ tapijten worden veel verkocht. Op de markt lopen vrouwen met een normale hoofddoek maar ook compleet gesluierde vrouwen in een soort wit laken met één kijkgaatje van zo’n vier cm doorsnee als enige contact met de buitenwereld.

Vanaf een heuvel werpen we nog een laatste blik over de stad. De etappe van vandaag gaat naar El Oued. Deze pleisterplaats ligt midden tussen de zandduinen, die zo kenmerkend voor de Sahara zijn. Enkele kilometers voor de stad is de straat geblokkeerd. We worden verwelkomd met een folklore van dans en muziek en knallende musketten compleet met kamelen. Helaas is de zon na de show al onder. De duinen zien we pas de volgende ochtend. Met de hele club zetten we de motoren aan de kant en beklimmen de hoogste duin. In het ochtendlicht zien we zover we kunnen kijken zand en duinen. Naast me staat Lachène Fougar. Hij woont in Alès, nabij Montpellier, maar is hier in Algerije geboren, in Bougaa (Departement de Setif). Lahcène was 6 jaar toen zijn ouders naar Frankrijk verhuisden. Zijn vader wilde zijn kinderen laten studeren. Het liefst voor dokter. Hij werkte met de schop om het geld bij elkaar te sprokkelen. ‘Momenteel ben ik automonteur. Autodokter dus’ zegt Lahcène met een vette knipoog en een gulle lach.

Fils de pays

De Franse Algerijn las in een motortijdschrift dat Hubert Auriol deze motorreis naar Algerije organiseerde. Het was nog steeds zijn wens om ooit zijn geboorteland te gaan bekijken. Weliswaar is hij hier in 2003 op familiebezoek geweest maar hij heeft toen niet veel van het land gezien. Het was moeilijk om te zien dat zijn familie in armoede leeft. Hij stuurt ze nu regelmatig wat van zijn salaris. Maar nu beleeft hij dan zijn droom. Breedlachend, genietend vanaf een knalrode Ducati 1098. Het voelt als een echte pelgrimage. En dan te weten dat Hubert eigenlijk geen Ducati wilde toelaten vanwege de kleine actieradius van ongeveer 170 km… Verder noemde hij als argument de ‘racehouding’ die je op de Duc hebt. Lachène heeft Hubert op zijn knieen gesmeekt om mee te mogen. ‘Al moet ik mijn Ducati op mijn rug naar de volgende pomp dragen! maar ik wil mee! En die racehouding is al helemaal geen probleem! (hij toont zijn onderarmen, die zo dik zijn als de kuiten van een voetballer).’ Lachène had er zelfs nachtmerries van, tot het moment dat hij definitief het bevestigende antwoord kreeg. Dat ligt nu allemaal achter hem. Zijn ogen stralen. ‘Het is sprookjesachtig mooi om hier te zijn en dan met die vette klappen onder je kont door zo´n prachtig land te rijden. De douane en de politie moesten twee keer kijken, toen ze in mijn paspoort zagen dat ik een ‘ Fils de Pays’ (een zoon van het land) ben. Ze zeggen dat God een oogje voor me heeft open gehouden.’ Lachène geniet zichtbaar. Als motorrijder heeft deze fan van het Nederlands elftal – hij kent vanaf de jaren zeventig alle spelers uit het hoofd – veel op circuits gereden en voor zijn Duc heeft hij een aantal Yamaha R1´s gehad. Zijn droom nu is om een Ducati Desmosedici te kunnen kopen…

Nerveus

 Henk en Harry worden een beetje nerveus. Hubert herkent de blikken van onze zandhazen en zegt dat ze hun KTM’s maar even een duin in moeten sturen, omdat ze daar toch voor gemaakt zijn. Martin ondervindt dat zijn Varadero daar niet zo geschikt voor is als hij slechts twintig cm naast de weg tot aan zijn assen in het zand zakt. ‘Tja, geen woestijnbanden, hè!’ zegt Henk terwijl hij Martin meewarig aankijkt om hem vervolgens te helpen zijn Varadero weer op de weg te krijgen. Die rijdt alvast met de groep mee. Ik schiet nog een paar platen van het spelen in de duinen vooraleer we achter de groep aangaan. Als we de weg gewoon rechtdoor blijven volgen halen we die vanzelf wel weer in, heeft men ons verteld. Maar na een kleine drie kwartier krijgen we toch een beetje een vreemd gevoel… De kruisingen zijn niet meer afgezet door de politie, we volgen de weg die terug voert naar Ghardaia waar we gister al waren en nadat we een paar bedoeïnen en zelfs een boomlange politieman gevraagd hebben of ze een grote groep motorrijders zijn tegengekomen, krijgen we steevast tegenstrijdige berichten waardoor we twee maal zijn omgedraaid om in de andere richting te rijden. Uiteindelijk ‘vangt’ Henk een politieauto op die uit tegengestelde richting komt. Deze agent weet exact hoe groot de groep is en waar die naartoe gaat. Hij begeleidt ons tot we weer op de route zijn. ‘Als jullie deze weg volgen dan kom je in Biskra en daar is de lunch.’

Hulp?

 We slaan nog wat eten maar vooral ook drinken in, wat hier in de woestijn geen overbodige luxe is. Een kleine tachtig kilometer voor Biskra stoppen we en krijgen Martin aan de telefoon. Zij zijn net gearriveerd bij de lunch en zullen daar nog anderhalf uur blijven. Dat geeft ons tijd om weer bij de groep aan te sluiten. Op het moment dat we weer willen gaan rijden stopt er een vrachtwagentje met drie mannen met grote baarden. Zij vragen ons vriendelijk of we hulp nodig hebben. Lachend schudden we het hoofd en Henk legt nog even uit dat we alleen gestopt zijn om te bellen. ‘Dat zie je in Nederland niet meer. Daar karren ze gewoon keihard door.’ aldus Harry. Vanaf Biskra gaan het na de lunch direkt omhoog in het Aurèsgebergte dat weliswaar niet zo hoog is als de grote Atlas in Marokko maar wel een stuk hoger dan de Tell Atlas waar we aan het begin overheen kwamen. ‘Het lijkt hier wel een beetje op Utah’ zegt Harry. Het geeft een imposante aanblik, om de hele club er doorheen te zien rijden, met die rode en gele hellingen in de achtergrond. Deze werkelijk een prachtige route brengt ons onder andere via Constantine naar Skikda. Het eindpunt van een historische reis.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Algerije.GPX”]