woensdag 20 mei 2026
Home Blog Pagina 1182

Frankrijk: Corsica – Motoreiland

0
Corsica

De oude Grieken noemden Corsica Kalliste: Het mooiste van het mooiste. Na drie dagen raggen over het asfalt van Haute-Corsica ziet Jan Dirk geen reden om ze ongelijk te geven. Corsica is zelfs een motoreiland.

Jan Dirk Onrust

Stel je bent de Schepper en je denkt op een dag: laat ik eens een motorparadijs maken. Hoe zou dat er dan uitzien? Je pakt veel bergen, veel bochtig asfalt en ruige natuur. Daarna zorg je voor een dramatische kust en wat gezellige dorpjes en stadjes. En dan ga je het enorm overdrijven. Nog meer bergen en belachelijk veel bochten en een lekker klimaat erbij. Maar je wilt natuurlijk niet dat iedereen er zomaar kan komen, dus maakt je er een eiland van dat net iets te ver weg ligt. Om te voorkomen dat het een grote toeristische bouwput wordt, laat je er vrijheidsstrijders, maffiosi en heel veel ambtenaren rondlopen, zodat de economische ontwikkeling niet van de grond komt. En je noemt het Corsica. Oftewel Île de Beauté, het eiland van de schoonheid.

Is het echt een motorparadijs? Vrijwel iedereen die op Corsica is geweest, zegt het. Maar gek genoeg is het voor mij altijd een witte vlek op de kaart gebleven. Te dicht bij de Alpen waar al zoveel moois is te zien. En tegelijkertijd was Corsica net iets te ver weg. Maar een uitnodiging van reisbureau Endurofun Tours trekt me begin oktober toch over de streep. Het werd tijd.

Vanaf Nice is het met Corsica Ferries amper vijf uur varen naar Bastia. Ruim een etmaal na vertrek, zit ik ontspannen achter een zoetig Corsicaans biertje op een terras in de oude haven. Met vijf Duitse reisgenoten.

Huh? Duitsers? Jazeker. Endurofun Tours is een Duits reisbureau. Omdat het bedrijf uit Itzehoe spontaan steeds meer aanmeldingen van Nederlandse motorrijders krijgt, klopte oprichter Jochen Ehlers nu ook bij ons aan. ‘En Herr dipl. Ing, Ehlers, klikt het een beetje tussen de Duitsers en de Nederlanders?’ vraag ik.

‘Absoluut,’ zegt Ehlers die de trip op Corsica begeleidt. ‘Vroeger was het een tijdje wat minder, logisch. Maar Duitsers en Nederlanders zitten wat mentaliteit betreft heel dicht bij elkaar. Dus eigenlijk hebben we alleen maar goede ervaringen. Nederlanders zijn bovendien vaak goede motorrijders en ze klagen niet over elk wissewasje.’ En waarom zou het ook niet klikken? Het superpünktliche van de Duitsers is er ook wel een beetje af. Morgen zullen we om 9.00 uur vanuit Bastia vertrekken, maar het mag ook uitlopen naar 9:05 uur.

Cape Corse

Drie hele dagen om Corsica te verkennen. Dat lijkt heel wat voor een gebied met de oppervlakte van Gelderland en Overijssel bij elkaar, maar opschieten kun je vergeten op dit extreem bergachtige eiland. Daarom beperken we ons grotendeels tot het noordelijke deel, het departement Haut-Corse (Hoog Corsica). Met de 180 km die we vandaag voor de boeg hebben, zijn we de hele dag zoet.

Als we Bastia (130.000 inwoners) via de kustweg naar het noorden verlaten, laten we bijna de helft van de Corsicaanse bevolking achter ons. Dus voor ons ligt vooral rust. En meteen al een prachtige weg die vlak langs het water scheert. Hoog is het nog niet, maar bochtig des te meer. Na 20 km heb ik mijn Moto Guzzi Stelvio al meer laten slingeren dan op de 500 km naar Nice.

Het gebied waar we rijden heet Cape Corse – een schiereiland van 40 bij 10 km – ook wel de miniatuurversie van Corsica genoemd. Hoge bergen in het midden, bijna kale rotsen met ruig struikgewas – maquis – en baaien met kleine strandjes aan de randen. Typisch Middellandse Zee, maar toch heel anders dan de Spaanse, Franse of Italiaanse kust. Bovendien is het hier onbegrijpelijk leeg. Bij gebrek aan iets anders is het toerisme belangrijk voor de Corsicaanse economie, maar de grootschaligheid van het vasteland ontbreekt. Wat wij natuurlijk alleen maar leuk vinden. Nergens hoeven we hier een voet aan de grond te zetten. Behalve dan als onze eigen Herr Flick aangeeft dat we een foto moeten maken.

Driftende Alpines

De oostzijde van de Cape Corse is prachtig, de westzijde sensationeel. We rijden wat verder van de zee af, maar we zitten een stuk hoger, wat na elke bocht voor weergaloze uitzichten zorgt op knalblauw water, een paar witte kustplaatjes tussen de ruige rotsen en de hoogste bergen van Corsica (2600 m) in de verte.

Hoewel we er redelijk voortvarend overheen rijden, worden we plotseling opgejaagd door een stokoude Renault Alpine A110. Nee, twee zelfs. Nee, minstens tien. En allemaal dragen ze rugnummers. Het blijkt dat we verzeild zijn geraakt in een soort rally van internationale Alpine-clubs. En dan is het spel op de wagen. We laten ons natuurlijk niet te grazen nemen door een paar ballen in een klassieke auto. Zodra we de eerste twee hebben laten passeren duiken Jochen en ik er achteraan. Maar dat valt nog niet mee. Zij spelen dan ook vals. Zij kunnen met driftende achterwielen door de bochten en lopen daardoor langzaam maar zeker op ons uit. Na tien minuten bungelen, besluiten we ons maar te storten op secundaire geneugten des levens. Zoals wijn.

Trigger happy

Onderaan Cape Corse ligt het wijnplaatsje Patrimonio. Regelneef Jochen heeft er een bezoek aangevraagd bij de wijnboer Montemagni. Vooropgesteld: als noorderling en motorrijder snap ik bier en whisky, maar niets van de genietcultus rondom wijn. Dat hoort meer bij mannen met een sjaaltje en een Renault Alpine. Toch wordt het een leuk bezoekje. Dat komt door Aurélie Melleroy, een zachtaardig en slim meisje uit de Elzas dat leiding geeft aan een horde Marokkaanse en Corsicaanse macho’s met een kort lontje. Hoe houdt ze die druivenstampers in bedwang, willen we natuurlijk weten. ‘Je moet hier wel een beetje voorzichtig zijn, want de mannen op Corsica zijn behoorlijk trigger happy. Maar als ze echt niet willen luisteren, dan geef ik ze gewoon een schop,’ zegt ze charmant, terwijl ze de bijbehorende voetbeweging maakt. Een volgend memorabel moment dient zich aan als Aurélie uitlegt dat de opslagketels worden gereinigd met 100 % alcohol. ‘Nee, pure alcohol bestaat niet,’ verbetert Jochen haar. ‘Het kan hooguit 96 % zijn.’ Duitse reisgenoot Michael wint de eeuwige sympathie van de groep door te zeggen: ‘Jochen, ga nou niet de Duitser uithangen.’ De ‘hooguit 96 %’ zal de komende dagen de stok worden waarmee we de groepsleider slaan. ‘Heb ik gelijk of niet, jongens?’ ‘Mwoah, hooguit voor 96 %.’ Reizen met de Oosterburen? Ik kan het iedereen aanraden.

We vinden ons hotel in het kuststadje Calvi, dat hier bekend staat als de geboorteplaats van Christoffel Columbus. Maar aangezien Columbus nog een stuk of tien geboorteplaatsen heeft, waarvan Genua de meest waarschijnlijke is, hoeven we ons daar niet veel van aan te trekken. De grote Genovese citadel, waarin de ruïne van zijn ‘geboortehuis’ staat, is er nauwelijks minder om.

Rode kliffen

Geen wolk te zien en 20 graden als we aan de kustweg naar Porto beginnen, 100 km ten zuiden van Calvi. De calanques – fjordachtige inhammen – liggen rechts van ons, granieten kolossen tot een meter of 800 aan de andere kant. Het is zo imponerend ruig dat we eerder een beetje dwarrelen dan rijden om het in ons op te nemen. Om een foto te maken, kan ik rustig een paar minuten midden op de weg staan, zo stil is het. Een keer moet ik remmen om niet achter in een koe te rijden, een andere keer moeten we wachten op een touringcar die vast zit in een te krappe bocht. Dat is al het oponthoud. Verder kunnen we vrijwel de gehele rit naar Porto zwierend en zonder onderbrekingen afleggen. Iets wat eigenlijk aan geen enkele Europese kust mogelijk is, zelfs niet in oktober.

Porto (Zuid-Corsica) staat bekend als een van de hoogtepunten van het eiland. Het is een klein kustplaatsje dat op rode kliffen ligt aan een baai die valt onder een natuurgebied van de werelderfgoedlijst. Met een beetje geluk zie je hier visarenden, zeearenden, lammergieren, valken en zelfs dolfijnen. Om dat eens goed te bekijken, moet je naar Girolata, een dorp aan een nabijgelegen baai, dat je alleen over water kunt bereiken. Maar een plotseling opkomende storm maakt de zee al even ruig als het land en de boot blijft voor anker. Dan maar even iets zuidelijker rijden, naar de Capu Rossu. Puntige rode rotsen met diepe ravijnen en met de helblauwe zee erachter. Eindelijk is het echt druk. Het krioelt van de touringcars die voor elke blinde bocht met de claxon aankondigen dat ze voorrang zullen pakken. De kaap hoort dan ook tot het spectaculairste dat Corsica te bieden heeft.

Wij hebben het geluk dat Jochen al meer dan vijftig keer op het eiland is geweest. Hij leidt ons voorbij de drukte naar een schitterend haarspeldbochtenweggetje naar een kleine afgelegen baai – Ficajola – waar een gezin verstoord opkijkt als ze op hun ministrand zes motorrijders zien aankomen. Voordat wij in het lauwe zeewater plonsen zijn ze al vertrokken.

Patroonhulzen

Ons hotel ligt een kilometer of twintig landinwaarts in Evisa en toch heeft het uitzicht op zee, zoals alle hotels die Jochen uitkiest. Het betekent dat het hoog ligt, op ruim 800 meter en dat we een fantastisch stuk kunnen zwieren over een superweggetje. Op de laatste dag steken we dwars over naar Bastia via de hoogste pas van het eiland: Col de Vergio op 1477 m. Door een kastanjewoud met veel loslopende varkens, loopt de weg zonder veel drama naar boven. Daarna wordt het een bijzonder ruig schaapherdersgebied, wat al aangekondigd wordt door de bekende beschoten verkeersborden en patroonhulzen die overal in de berm zijn te vinden. En natuurlijk door de Monte Cinto, met 2706 m de hoogste berg van het eiland. In La Scala di Santa Regina treffen we Corsica op zijn wildst: een zeer smalle kloof dwars door een grootste steenchaos met snelstromend water in de diepte.

Net ver daarna bereiken we de ziel en het geografische hart van Corsica: het stadje Corte. Door de geïsoleerde ligging was Corte altijd het meest vrij van vreemde invloeden. Hier riep vrijheidsstrijder en nationale held Pasquale Paoli in 1755 de onafhankelijkheid uit. Die periode duurde maar veertien jaar, maar Corte is altijd het hart van het Corsicaanse nationalisme gebleven. Het prachtige gelegen stadje (6300 inw.) zou dan ook het meest puur Corsicaans zijn. Dat valt onder meer te zien aan de hoge huizen in het centrum. Omdat ze huizen hier pas verkopen of opknappen als volgens oud gebruik de hele familieclan akkoord daarmee gaat, staan ze er wat vaak armoedig maar des te schilderachtiger bij. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt is de citadel die hoog boven het stadje uitrijst.

Inkoppertje

De rit van Corte naar Bastia gaat over een moderne, veel bredere weg dan we tot nu toe hebben gehad. En in de buitenwijken van Bastia rijden we zelfs langdurig door buitenwijken met McDrives en bouwmarkten. Om te voorkomen dat de prachtreis in een anticlimax eindigt, stuurt Jochen ons voorbij Bastia toch nog even naar boven, waar we San Martino di Lota op een hoge bergrand ons hotelletje met uitzicht op zee vinden. Als we onder de platanen van het hotelterras een fles laten aanrukken, stelt Jochen maar weer eens dat de oude Grieken Corsica het mooiste van het mooiste noemden. ‘Hadden ze gelijk of niet, jongens?’ vraagt hij. Een inkoppertje voor ons natuurlijk. ‘Hooguit voor 96 % procent!’ zeggen Michael en ik tegelijkertijd.

Frankrijk: maak je Drôme waar!

0
Drome

Pascale tikt me op de schouder en wijst op de donkere wolken, die zich aan de overkant van de Rhône samenpakken. ‘Het regent in de Ardèche’, roept ze verheugd. ‘Zie je wel dat de Drôme leuker is!’

Peter Aansorgh

Met een grote grijns stapt Pascale in Tarn l’Hermitage van de motor. Begrijpelijk, want als vertegenwoordigster van het Comité Departemental Du Tourisme de la Drôme moet ze dagelijks opboksen tegen haar collega’s van het departement Ardèche, die haar steeds wijzen op het feit dat hun departement veel populairder is bij de toeristen. En dat is natuurlijk zo, zeker bij Nederlanders. Als wij de zon opzoeken, gaan we naar de Dordogne, de Ardèche of de Middellandse zee. Van de Drôme hebben de meeste Nederlanders nog nooit gehoord, al grenst het gebied aan de Ardèche, met de Rhône, de rivier die van Lyon kaarsrecht naar het zuiden loopt, als scheidslijn. Sterker nog, de beroemde Route du Soleil (A7) loopt door het departement Drôme. Toch lijken weinigen op het idee te komen om hier af te slaan en het departement te verkennen. Volkomen onterecht, zo vindt het Comité, en zodoende werd er in samenwerking met Endurofun Tours een reis door de streek georganiseerd. En vandaar ook dat Pascale zich zo verkneukelt bij het idee dat wij de hele dag in de zon hebben gereden, terwijl haar concurrenten natte voeten krijgen…

Proeven…

Onze reis begint in Tarn l’Hermitage, een klein dorpje aan de Rhône, door een prachtige oude hangbrug verbonden met het zeer pittoreske Tournon. Maar dat ligt voor ons in ‘verboden gebied’ Tarn zelf moet het meer hebben van het uitzicht over de Rhône en van de wijnbouw, die het dorp een grote faam heeft bezorgd. De diverse Crozes-Hermitages van wijnbouwer Chapoutier zijn wereldberoemd. En – dat moet ik toegeven – ze smaken erg goed. Want dat heb ik natuurlijk ’s avonds in het restaurant natuurlijk wel even uitgeprobeerd. Alles in dienst van de wetenschap.

De eerste ochtend verlaten we het hotel met de toepasselijke naam ‘Les Deux Coteaux’ (de twee oevers), dat aan de oever van de rivier is gevestigd. Een motorvriendelijk hotel. De Kawasaki 1400GTR, die ik voor deze gelegenheid heb georganiseerd, mocht in de afgesloten garage overnachten. En dat geeft altijd een veilig gevoel.

Vercors

Vanuit Tarn trekken we het noordelijke deel van de Drôme in, beter bekend als de Vercors. De glooiende landschappen veranderen na Bourg de Péage langzaam in grovere, rotsachtige decors. Eerste stop is St. Nazaire en Royans, een middeleeuws bergdorp dat langs de oever van een meertje is gebouwd. Hoogtepunt – letterlijk en figuurlijk – is het 235 meter lange aquaduct, dat tegenwoordig als voetgangersbrug dienst doet. Het gevaarte, dat in 1876 is geconstrueerd, is 35 meter hoog en verbindt de vallei van de Vercors met de die van La Bourne.

Nadat we genoten hebben van het tafereeltje tuffen we nog een rondje door het dorp om de romaanse kerk te bekijken en zetten dan koers over de D76 naar het zuiden. Dat is een echte weg voor motorrijders. Hij is smal en bochtig en loopt langs ruige rotspartijen, diepe afgronden en vergezichten, die bij mooi weer prachtig moeten zijn. Nu is het nogal heiig, wat het zicht een beetje vertroebelt. Maar ook dan is toeren leuk, van bocht naar bocht en van haarspeld naar haarspeld. Een tikje fris wordt het wel als we de 1254 meter hoge Col de Rousset over rijden. Bovenop is een klein wintersportdorp, waar je ook ’s zomers met een kabelbaantje verder omhoog kunt, om dan met een ATB-fiets de skipistes af te stormen. Je kunt er ook friet met worst krijgen, maar dat kan ik niemand aanbevelen. Een rit naar beneden met een auto en drie kinderen en de maaltijd ligt op de voorstoel. Vandaar dat wij voor onze lunch – na een geweldige afdaling over het circuit… eh de haarspeldbochten van de zuidelijke berghelling – onze toevlucht nemen in de Auberge les Bâtets, langs de weg naar Die. Doe moeite om het te vinden, want het eten is er fantastisch.

Clairette

Die is een aardig stadje aan de rivier Drôme zelf. Het heeft leuke winkelstraatjes, een oude stadsmuur, een rare kerk en een paar kneuterige pleintjes. Als het markt is, bruist het er van de folklore. Een leuk stadje om te vertoeven. Ik ben er al tweemaal op vakantie geweest en het zal beslist niet de laatste keer zijn. Vandaag laten we het stadje links liggen om linea recta (opnieuw) kennis te maken met een van de specialiteiten van de streek: de Clairette de Die. Dat is een licht mousserende witte wijn gemaakt van de twee witte druivensoorten, de Muscat en de Clairette. Bijzonderheid van deze wijn is dat de gisting plaatsvindt op lage temperatuur waardoor niet alle suiker worden omgezet in alcohol. De Clairette heeft een laag alcoholpercentage en is redelijk zoet. Een motorrijderswijntje? De grote cave van de coöperatie Jaillance, in Die zelf, laten we links liggen en bezoeken een kleinere cave in Saillans. Deze cave, eigendom van Jean Claude Raspail, werkt op een iets kleinere schaal en dat is eigenlijk leuker. Jean Claude laat zien hoe de wijn op de fles door gist en hoe de flessen dagelijks met de hand worden gekeerd om de gist naar de top te laten zakken, waarna de top van de fles wordt bevroren om de gistprop eruit te halen. Daarna wordt uiteraard geproefd, maar daar moeten we het bij laten, want we moeten nog een stukje rijden!

Stroom af, stroom op

Op weg naar het hotel rijden we een stuk langs de Drôme, die zich slingerend een weg door de vallei baant. De rivier zelf is niet heel diep en stroomt ook niet zo hard, maar blijkbaar is ze diep genoeg om lekker in te kanoën. Met Canoé Drôme kun je hier diverse kanotochten maken. Ze zetten je dan stroomopwaarts af, zodat je alleen maar met de stroom mee terug hoeft te peddelen. Je kunt kiezen hoe ver, als je wilt kun je uren onderweg zijn. Iets voor mijn volgende vakantie, wellicht. Nu rijden we door tot Grane, waar we via pietepeuterige weggetjes in het zeer fraaie kunstenaarsdorp Mirmande terecht komen. Het leuk restaureerde dorp ligt tegen een heuvel gebouwd. Van beneden kijk je over een wirwar van daken. Door leuke steegjes en kronkelende paadjes kun je naar de Sainte-Foy kerk op de top lopen. De kerk is regelmatig het decor voor concerten en tentoonstellingen, maar nu is het stil, net als het dorp zelf. Het lijkt wel een vakantiedorp in ruste. Maar vanaf het kerkplein heb je een mooi uitzicht over de Rhônevallei. In de verte kun je de Ardèche zien liggen.

De Provençaalse Drôme

De volgende morgen trekken we de zuidelijke bergrug van de Drômevallei over en rijden via Marsanne door een agrarisch, vlak gebied naar Pont de Barret, waarna de weg weer lekker begint te kronkelen en het terrein ruiger wordt. Maar anders dan in de Vercors. Hier is het warmer en droger, met een begroeiing die veel meer op die in de Provence lijkt. De Drôme laat weer een ander gezicht zien. We komen door schilderachtige valleitjes en staan ineens in een soort maanlandschap met staalgrijze, bijna onbegroeide bergen. Het lijkt een soort vulkanisch gesteente, maar nadere inspectie leert dat het een heel zachte grondsoort is. Heel apart.

Het vreemde landschap is een paar kilometer later ineens weer verdwenen, waarna we via adembenemende rotswanden plotseling tussen de olijfbomen rijden. In Villeperdrix, een net iets te gaaf gerestaureerd, 107 inwoners tellend dorpje in de buurt van Nyons, strijken we neer voor de lunch, in een voormalige olijfoliefabriek.

Zwart of Groen

Het thema Olijven zetten we na het eten voort als we in Villeperdrix bij het hoogbejaarde, Duitse echtpaar Weippert op bezoek gaan voor hun olijvenboomgaard. De Weipperts zijn enkele decennia geleden naar het dorp verhuisd en hebben de boomgaard langzaam van een woestenij in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De olijfbomen, waarvan enkele honderden jaren oud zijn, staan nu nog in bloei en dragen dus nog geen olijven. Dat komt later pas. In september zijn ze groen, in december zwart. Welke kleur je krijgt, hangt dus niet af van de soort, maar van de tijd. Weer wat geleerd… En we hadden nog meer kunnen leren, als we het olijvenmuseum van Nyons hadden bezocht. Maar we blijven te lang bij de koffie met (chocolade-) olijven van de Weipperts zitten en moeten vervolgens stevig doorrijden om nog op een redelijke tijd in het hotel aan te komen. Dat ligt werkelijk middenin in nergens, ergens in de bergen, in Valouse. Le Hameau de Valouse heet het hotel, dat ook appartementen verhuurt voor individuele vakantiegangers. Het is allemaal zeer rustiek gebouwd, van grote natuurstenen. Heel landelijk en authentiek.

 De Marquise van Sévigné

De laatste reisdag begint met een leuke rit over smalle bergweggetjes naar Monjoux, waar we de D24 naar Grignan nemen. Onderweg rijden we niet alleen langs talloze wijngaarden, maar ook langs uitgestrekte lavendelvelden, die het landschap later in het jaar met hun prachtige paarsblauwe bloemen een echt mediterraan uiterlijk geven.

In Grignan ontmoeten we Pascale, die ons meeneemt naar het kasteel van Grignan, dat ook weer op een heuvel is gebouwd. Het kasteel torent hoog boven de andere huizen uit. Nog hoger dan de kerk, waarvan het dak zelfs als terras van het kasteel dient. Het kasteel zelf stamt uit de 12e eeuw, maar werd vooral bekend door de briefwisseling van de Marquise de Sévigné aan haar dochter, de Comptesse de Grignan, die in de 17e eeuw in het kasteel woonde. De briefwisseling is tot literatuur verheven omdat de inhoud een goed beeld schets van de cultuur en de sociale verhoudingen uit die tijd. Madame de Sévigné verhuisde vlak voor haar dood ook naar Grignan en is daarmee geadopteerd tot de trots van het stadje. Het kasteel is te bezichtigen. Maar ook het dorp zelf is een gezellige plaats om te vertoeven. Het is typisch zo’n mediterraan stadje waar de mensen op straat leven. Gezellig.

Eyguebelle

Langzaam aan krijg ik het idee dat we van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid rijden en dat we eigenlijk niet eens zoveel aan het motorrijden zelf toekomen. Dat verandert vandaag, als we de echt leuke en kleine weggetjes die door de naaldboombossen lopen verkennen, met hier en daar een steile afdaling en de nodige haarspeldbochten en snelle doorlopers. Pascal is bij me achterop gekropen, maar ondanks de vele bochten geeft ze geen kik. Of dat aan mijn rijstijl ligt of aan een hoge angstdrempel, daar zal ik mij niet over uitlaten. Maar als ze in Aouste-sur-Sye, na anderhalf uur stevig doorrijden af stapt ziet ze er nog steeds tamelijk ontspannen uit. Ze aarzelt ook niet om daarna weer achterop te klimmen en haarfijn de weg terug naar Tarn te wijzen, dwars door de voorsteden van Valence en daarna door het zonnige Rhônedal, terwijl het aan de overkant nog steeds regent…

De overkant…

In Tarn neemt Pascale ons mee naar de wijnkelders van Chapoutier. Daar maken we opnieuw kennis met de diverse wijnkwaliteiten van Tarn, maar ook hier moet ik met enige schaamte toegeven dat ik alleen maar proef, omdat de twee koffers van mijn motor geen ruimte voor extra uitspattingen laten. We staan dan ook snel weer buiten, waarna Pascale afscheid neemt en ons streng vermaant omdat wij plannen smeden aan de overkant van de rivier te gaan eten. Zodra ze weg is steken we de houten loopbrug over en nemen een kijkje in Tournon. We nemen plaats op het terras van een pizzeria en kijken naar de mensen die langskomen en naar Tarn, dat aan de overkant ligt. Op de kaart zie ik een Vinsobres staan en natuurlijk laten we die aanrukken. Toch smaakt hij niet zo lekker als die aan de overkant… Toeval?

Nu tweede kaartje GRATIS Mega MotorTreffen!

0

Onze nieuwe website is online! Motor.nl bundelt vanaf nu het beste werk van drie ervaren redacties: MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Routes, reportages, nieuws en video, er is geen enkele reden meer om een andere website te bezoeken. En dit vieren wij met een cadeau:

Eén kaartje is twéé kaartjes voor het Mega MotorTreffen!

De officiële geboorte van Motor.NL vindt plaats op het Mega Motor Treffen op 18 en 19 mei in de Expo Haarlemmermeer, Vijfhuizen. Wij vinden het belangrijk dat je erbij bent. Daarom deze actie: als je in de voorverkoop een kaartje koopt – €7,50 – doen wij er een tweede kaartje gratis bij.

Klik hier voor je tweede GRATIS kaartje!

Voor het volledige programma én de plattegrond van het Mega MotorTreffen, KLIK HIER

Benelli TRK 502 X 2019 – test

0

Benelli komt met de TRK 502 X. Jaap test de Benelli TRK 502 X 2019.

Motorrijders gezocht voor Motorleven in MOTO73

0
MOTO73 Motorleven

Motorleven is al jarenlang een populaire rubriek in MOTO73. In deze rubriek vertellen motorrijders m/v waarom ze motorrijden, hoe het zo gekomen is over hun motoren en andere zaken doe ze willen delen.

Tijdens het Mega MotorTreffen willen we twee sessies houden, een sessie op 18 mei en één 19 mei. Beide van 13.00 tot 15.00 uur.

Omdat we je graag in de juiste richting willen sturen – je bent immers niet de enige die het Mega MotorTreffen bezoekt – hebben we wat informatie van je nodig. En om je mailadres zodat we je een gratis kaartje kunnen sturen.

Dus als je mee wilt doen aan Motorleven, vul dan onderstaand formulier zo volledig mogelijk in. Vrijdag 17 mei sturen we je een bericht dat je bent gekozen. Je bent niet geselecteerd wanneer je op vrijdag 17 mei geen bericht van ons ontvangt.

De inschrijving voor Motorleven is gesloten vanwege een overstelpende hoeveelheid aanmeldingen!

Mega MotorTreffen: wie organiseert het event eigenlijk?

0

Op 18 en 19 mei organiseert MotorNL voor de derde keer het Mega MotorTreffen in Vijfhuizen. Twee dagen motorlol domineert de Haarlemmermeerpolder. Maar wie zijn de stuwende krachten aan wie we het Mega MotorTreffen te danken hebben?

Nick Glättli

Organisator Mega MotorTreffen

Hoe kijk je terug op de vorige edities van het Mega MotorTreffen?

‘De eerste editie die wij in 2017 hebben georganiseerd was een totale verrassing. Eigenlijk wisten we niet goed wat we konden verwachten, maar toen we zagen hoe al die duizenden motorrijders binnenreden wisten we direct dat er iets leuks ging gebeuren. Het enthousiasme en de samenhorigheid van al die verschillende soorten motorrijders, dat was als organisator echt heel mooi om te zien.’

Wat is het absolute hoogtepunt van dit jaar als het aan jou ligt?

‘Volgens mij is er niet simpelweg één echt hoogtepunt aan te wijzen. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat we door de joint-venture – die MOTO73, Classic & Retro en Promotor zijn aangegaan – werelden zijn gaan samenstellen. Het proefrijden op nieuwe motoren is weer groter geworden dan tijdens de voorgaande edities en merken als Kawasaki, KTM, Royal Enfield en Husqvarna zijn nu ook groot vertegenwoordigd. Op de Travel & Adventure Campsite kan je alles vinden als je besluit met je motor op reis te gaan. Reisaanbieders, zoals Promotor Reizen, Horizon Motorreizen en Motortrails, zijn aanwezig voor als je geheel verzorgd op reis wilt gaan. Wat voor mij echt toch ook wel weer een hoogtepunt zal zijn, is dat net zoals in het eerste jaar de motoren van bezoekers binnen in de hal mogen worden geparkeerd. Kijken en gezien worden! Het zal niet stil zijn, de hele dag zal het gebrul van motoren te horen zijn.’

Kaj Dijkhuizen

Sinds kort in vaste dienst bij Motor.NL als relatiemanager op de evenementenafdeling.

Meteen al verantwoordelijk voor het Mega MotorTreffen, hoe is dat?

‘Aangezien dit een nieuw evenement voor mij is, ben ik met een blanco canvas begonnen. Uiteraard stonden al veel plannen in de steigers en zijn er voldoende ervaringen uit de eerste twee edities. Die zijn allemaal verwerkt in het nieuwe plan. Ik merk dat er enorm veel is geleerd van die eerste twee edities. Dingen die goed zijn gegaan én zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Voor mij is dat ontzettend fijn werken, want op deze manier kan ik mijn creativiteit de vrije loop laten. Mijn visie is om een motorfestival te creëren waar “de motorrijder” centraal staat. Dit evenement moet een verlengstuk zijn van alle gave dingen die we met MotorNL door het jaar heen met veel liefde voor motorrijders maken. Kwaliteit en gezelligheid boven de commercie.’

Waar kijk je het meeste naar uit?

‘Er staat echt gigantisch veel op het programma. Die verscheidenheid vind je op geen enkel ander motorevenement in Nederland terug en daar ben ik enorm trots op. Een activiteit die er voor mij echt uitspringt is bijvoorbeeld de Classic & Retro Gallery. We hebben parels van motoren op de cover van het blad gehad en hier worden er een hoop van tentoongesteld. Het wordt een collectie motoren die nog nooit in zo’n bijzondere samenstelling te zien is geweest. Een lust voor het oog! Waar ik al helemaal naar uitkijk, is het bezoek van onze eigen Nederlandse motorsportheld Michael van der Mark. Hij zal de voorbeschouwing van de SHARK Helmets Grand Prix de France komen presenteren. Uiteraard is er ook ruim de tijd voor een foto, handtekening of om een praatje met hem te maken. Daar ga ik zeker gebruik van maken!’

Veel motorkleding- en accessoiresmerken op Mega MotorTreffen

0

Op de stand van MOTORKLEDINGSTORE.nl hebben de motorkleding- en accessoiremerken – zoals dat heet – ter zake kundige vertegenwoordigers afgevaardigd. Ondanks dat de aanschaf van motorkleding of accessoires een zeer persoonlijke keuze is, kan een goed advies nooit kwaad. De professionals van diverse A-merken helpen je dan ook graag met het maken van de juiste keuze.

Veel motorkleding en accessoires kun je komende weekeinde – zaterdag 18 en zondag 19 mei – met enorme kortingen aanschaffen. Dit is uniek in Nederland, want je betaalt tijdens het Mega MotorTreffen echt de allerlaagste prijzen voor de nieuwste producten.

Je hoeft je ook niet druk te maken hoe je je nieuwe spullen in huis krijgt. Al je aankopen op het Mega MotorTreffen worden GRATIS thuisbezorgd!

Iedereen die voor het Mega MotorTreffen een kaartje koopt, maakt bovendien ook nog eens kans op een waardebon van MOTORKLEDINGSTORE.nl van maar liefst €1.000,-.

Klik hier voor je tweede kaartje GRATIS!

Welke A-merken aanwezig in de 750 vierkante meter grote MOTORKLEDINGSTORE.nl?

  • Abus
  • AGV
  • Alpinestars
  • Arai
  • Bering
  • Cardo
  • Dainese
  • Daytona
  • HJC
  • IXS
  • John Doe
  • Macna
  • REV’it!
  • Schuberth
  • Scorpion
  • Segura
  • Sena
  • Shark
  • Shoei
  • TomTom

Kom naar GIVI op het Mega MotorTreffen

0

Ben je van plan met de motor op reis te gaan en ben je opzoek naar waterdichte tassen? Kijk dan eens naar de Ultimate-T collectie van Givi: waterdichte tassen die extreme weersomstandigheden kunnen doorstaan.

GUT801: waterproof dry-roll bag 30ltr

GUT802: waterproof backpack 35ltr

GUT803: waterproof cargo bag 40ltr

GUT804: waterproof cargo bag 80ltr

Naast bovenstaande modellen biedt Givi een uitgebreide keuze aan waterproof en water resistant tassen, tanktassen, navigatie/smartphonehouders. Tijdens het Mega MotorTreffen op 18 en 19 mei helpen de mensen van Givi je graag met het maken van de juiste keuze. Givi is te vinden op de Travel & Adventure Campsite tijdens het Mega MotorTreffen.

Koffers:

Top- en zijkoffers: Op reis en voldoende opbergruimte nodig? bekijk dan de Trekker outback en Trekker Dolomiti serie. Hoogwaardige afwerking met oog voor detail en design.

Technical parts:

Van engine guard tot stand extensions: te veel om op te noemen, maar in highlights:

GS310: trekker lights

GS322 LED projectors

Je vindt alle producten op www.givi.it of bij één van de premium Givi stores www.givi-nederland.nl

KTM Motohall In Mattighofen geopend

0
KTM Motohall

We zijn een nieuwe bestemming rijker als je een rit rijdt in Oostenrijk, Italië of Balkan. Dan kun je op de heen- of terugweg even je route verleggen naar Mattighofen. Voor de KTM Motohall.

In Mattighofen werd afgelopen weekeinde – 11 en 12 mei – de KTM Motohall geopend. Da’s een feestje geweest. KTM had heel wat professionele motorsporters opgetrommeld, waartonder Dakar Rally winnaars Matthias Walker en Sam Sunderland, MotoGP KTM-rijder Mika Kallio en ex-Superbike King Martin Bauer.

KTM-fabrieksstuntrijder Rok Bagoroš – 18 en 19 mei ook aanwezig op het Mega MotorTreffen in Vijfhuizen – liet zien hoe hij een KTM Duke aan het huilen kreeg.

Maar dat alles is slechts omlijsting geweest. Het gaat natuurlijk om de Motohall van maar liefst 32.000 vierkante meter expositieruimte. Je kunt je er vergapen aan indrukwekkende KTM-motoren, historische overwinningen tot prototypes. Ook laat KTM de totstandkoming van een motor zien, van brainstorm, schets tot realiteit. Toegang kost je €10,-.

En als je genoeg hebt van al dat gestruin langs al die mooie machines en displays, kun je uitrusten in het Garage Restaurant. De eetgelegenheid wordt door KTM zelf omschreven als ‘Culinair hoogstaand’.

Frankrijk: De Opaalkust ontdekt

0

Op nog geen twee uur rijden van de Nederlandse grens, begint de Franse Opaalkust. Door een bioscoophit hebben de Fransen zelf eindelijk ontdekt hoe leuk en mooi dit deel van Frankrijk is. Nou wij nog.

Jan Dirk Onrust

Verschrikkelijk is het, daar in het Hoge Noorden van Frankrijk. IJskoud kan het er zijn, min twintig graden Celsius. Minstens. En als het niet vriest, dan regent het. Altijd. Ze hebben alleen maar zware industrie en de mensen die er wonen, zijn onverstaanbare horken.

Zo ziet de gemiddelde Fransman het uiterste noordwesten van zijn land. Of beter gezegd: zag. Want sinds de speelfilm Bienvenue chez les Ch’tis dit jaar alle bezoekrecords heeft gebroken, is de mening volledig omgeslagen. Meer dan tien miljoen Fransen hebben inmiddels de belevenissen gezien van een postkantoorchef die voor straf van de Provence wordt overgeplaatst naar het stadje Bergues, vlakbij de Belgische grens. Samen met de postbeambte ontdekten zij dat de Hel van het Noorden eerder een hemel is, met allervriendelijkste bewoners en een prachtige omgeving. Sindsdien heeft het anders zo slaperige stadje geen oog dicht gedaan. Uit heel Frankrijk (en Zwitserland en België) stromen er wekelijks duizenden nieuwsgierigen naar toe. En op een mooie zaterdagmiddag eind mei, ben ik een van hen.

Pissende filmsterren

Bergues – plaatselijk bekend onder de Nederlandse naam Sint Winoksbergen – ligt op een kilometer of zes van Duinkerken. Deze grote havenplaats vertegenwoordigt met zijn zware chemische industrie en nabijgelegen megakerncentrale alle somberheid die het noorden wordt toegeschreven. Maar als ik hier de snelweg verlaat, kom ik al snel in een kalm, frisgroen weidelandschap terecht. Niet strak Hollands, ook niet chaotisch Vlaams, maar iets er tussenin.

Bergues zelf doet denken aan een stadje als Naarden. Een stadswal, een paar grachtjes, oude huizen van gele baksteen. Na de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog werd het stadje geheel gerestaureerd, maar de ziel zou zijn verdwenen. Met de komst van de film lijkt die weer terug te zijn. Tegen het middaguur is het feestelijk en druk in het centrum. Er staat een kermis, er rijdt een toeristentreintje rond, groepen toeristen worden door gidsen rondgeleid.
‘En hier dames en heren, stond monsieur Philippe (de hoofdrolspeler – jdo) in de gracht te pissen,’ vertelt een gids aan een ademloos luisterende menigte.
‘Piste hij echt?’ vraagt een toerist die zich heeft verkleed als postbode – de nieuwe nationale held van Frankrijk.
‘Nee, daar hebben ze een trucje voor, een nepblaas met water,’ zegt de dorpsgids, inmiddels een ingewijde in de wereld van cinematografisch bedrog. ‘Filmsterren pissen niet in het openbaar.’

De grootste bunker

Bergues zorgt voor een vermakelijke eerste kennismaking met het Franse Noorden. En minstens zo leuk: na dit stadje wordt het eigenlijk alleen maar beter. Als ik mijn BMW GSA over smalle, bochtige landweggetjes naar Eperlecques stuur, neemt de lieflijkheid gestaag toe. Bij de erven van keuterboertjes ruik ik de fruitbomen, ik stop een keer voor een overstekende ganzenfamilie, langzamerhand komt er wat reliëf in het landschap. Vlakbij Watten ligt er zelf een flinke bult met daarop het Park van Eperlecques. Aan de achterkant van de bult is het plotseling afgelopen met de lieflijkheid. Verscholen in het dichte bos ligt hier namelijk Le Blockhaus. De grootste bunker van Europa: 22 meter hoog, 90 meter lang, 50 meter breed met muren van een meter dik. De megabunker met eigen spoorlijn, waaraan 6.000 dwangarbeiders hebben gewerkt, zou worden gebruik om V1- en V2-raketten te lanceren. De geallieerden kregen daar lucht van en wisten het complex zwaar te beschadigen. De Duitsers gebruikten het daarna alleen voor de productie van vloeibare zuurstof – de brandstof van de V2. Van Le Blockhaus hebben ze nu een redelijk interessant museum (€7 p.p.) gemaakt, waar je behalve de bunker onder meer de lanceerinstallatie van een V1 kunt zien.

Le Blockhaus is de eerste confrontatie met de duistere, maar erg boeiende kant van de Opaalkust. Nog velen zullen volgen. Een kleine twintig kilometer zuidelijker bijvoorbeeld, vind je La Coupole – een bunkercomplex met een betonnen koepel van vijf meter dik. De Duitsers bouwden het nadat Le Blockhaus was gebombardeerd. Tegenwoordig is het uitgebouwd en ingericht tot een raket- en ruimtevaartmuseum. De V2 van Werner von Braun was tenslotte de basis voor het latere Apollo-programma van de NASA. Groots en interessant, maar de koudste rillingen bewaar ik nog even voor een later moment. Nu eerst naar de kust.

Door het uitstapje naar Le Blockhaus en La Coupole sla je de streek tussen Duinkerken en Calais over. En dat was precies de bedoeling. Maar het zuidstrand van Calais mag je niet overslaan. Want hier begint de fantastische kustweg naar Boulogne sur Mer. In het eerste plaatsje dat ik tegenkom – Sangatte – wordt het meteen al mooi. Ik rijd langs een smalle duinenrij, waar ik tussen de vele strandopgangen het Nauw van Calais zie glinsteren. Typisch voor de Opaalkust: op zee is het drukker dan aan de kant. Minstens twintig schepen zie ik op de drukste zeestraat te wereld, terwijl een zeilwagen het brede strand vrijwel voor zichzelf heeft. Op de kustweg is het nauwelijks drukker.

De Twee Kapen

De prikkelende zeelucht maakt me na een lange dag fris en wakker. Puur uit plezier draai ik het gas in de eerste flauwe bochten wat verder open dan toegestaan en dan ineens loopt de weg steil omhoog. Dat is het begin van een van de mooiste streken die je binnen een straal van 300 km van Utrecht kunt vinden. Het Land van de Twee Kapen. Als je er niet op rekent, valt je onderkaak van verbazing op je tank. Vanaf het noorden van Denemarken is de kust min of meer vlak geweest, maar hier stijgt hij naar een hoogte van 134 meter. Eindelijk ben je nu ook in landschappelijk opzicht in het buitenland aangekomen. Sterker nog: even is het alsof je naar de hemel gaat. Maar de Fransen noemen deze eerste bult Cap Blanc Nez.

Deze eerste van de Twee Kapen is een krijtrots die geologisch identiek aan de beroemde White Cliffs aan de overkant. Bovenop de Blanc Nez staat een obelisk die herinnert aan slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, er zijn bunkers en het uitzicht is fantastisch. Althans, dat neem ik allemaal maar aan. Maar zien kan ik het niet. De kaap is namelijk potdicht. De omvangrijke renovatie die vorig jaar begon, neemt iets meer tijd dan verwacht. Maar met een beetje geluk zijn de werkzaamheden afgerond op het moment dat deze Promotor in de bus valt. Heel veel maakt dat niet uit. Het beste zicht op een kaap heb je toch altijd vanaf de zijkant.

Na het afgesloten plateau volgt een flinke afdaling. Die is zo stevig dat er namen van profwielrenners op het wegdek zijn gekliederd. Er ligt zelfs een prachtige haarspeldbocht in. Aan de voet van de kaap, in het dorpje Escalles, besluit ik dat het genoeg is voor vandaag. Temeer omdat hier een hotelletje staat met schappelijke prijzen en een goed restaurant: L’Escale.

Pubs en clubs

In de vroege morgen rijd ik over een heuvellandschap naar de volgende kaap – Cap Gris-Nez, die een kilometer of tien verderop ligt. De zee wordt beschenen door het typische heiige, roomwitte licht waaraan Opaalkust zijn naam te danken heeft. Nergens is Engeland dichterbij dan hier – ongeveer 33 km – maar het is vandaag net niet helder genoeg om het te zien.

Kaap Gris-Nez (50 m) heeft lang niet de hoogte van Blanc Nez, maar hij steekt verder de zee in en roept daardoor een minstens even sterk ‘kaapgevoel’ op. Vlakbij de kaap ligt het beruchte Batterie Todt-geschut, dat met kanonnen van 20 meter het scheepsverkeer tot aan de overkant toe kon raken. Een deel van het complex is een oorlogsmuseum.

Tussen de twee kapen ligt het aangenaam rustige kustplaatsje Wissant. Maar voor het pareltje van het Land van de Twee Kapen moet je 10 kilometer doorrijden. Daar ligt Wimereux, een levendig stadje met prachtige oude zeevilla’s aan het strand, tussen de krijtrotsen. Bijzonder aangenaam, maar helemaal geweldig als het hier onaangenaam is: als tijdens een najaarsstorm de golven tegen de boulevard beuken. Op ansichtkaarten zie je hoe spectaculair het er dan uitziet.

Iets verder, even na de met kiezelstenen bezaaide monding van het riviertje Slack, eindigt het kaaplandschap en ga ik Boulogne sur Mer in. Deze stad heeft de naam oerend lelijk te zijn, maar als je recht op het hoogste gebouw – de Basiliek Notre Dame – afrijdt, zit je zomaar in een prachtige, historische binnenstad met een dertiende-eeuwse muur er omheen. Ook niet missen: Nausicaa, een echt goed zee-aquarium. Daarna een vers visje halen bij de visafslag en dan snel wegwezen.

Bij Boulogne houden de krijtrotsen zo ongeveer op en begint een uitgestrekt duinlandschap met wat bossen en – vanaf Hardelot – zeer brede stranden. En er liggen een paar leuke kustplaatsjes, waarvan Le Touquet de bekendste is. Het wordt ook wel Paris-Plage (het strand van Parijs) genoemd, maar ik zie er vooral veel Engelsen. Dat betekent dus dat er veel pubs en clubs zijn. Het schuldgevoel over een lange nacht doorhalen, kun je de volgende morgen afkopen met dure chocolaatjes of andere exclusiviteiten voor je vrouw.

Het eindpunt van de Opaalkust bereik je 12 kilometer zuidelijker in Berck. Ook wel aardig, maar ik mis nog iets waarvan je steil achterover slaat. Maar dat vind ik op de terugweg, acht kilometer achter Wissant. Hier liggen talloze heel kleine, lekkere boerenweggetjes, met soms heerlijk slecht asfalt. Maar daar is het hele achterland van de Opaalkust mee bezaaid, dus daar gaat het niet om. Het gaat om een bunker die hier ligt: Mimoyecques. Ik vind hem bij een restaurantje onderaan een kalkheuvel. Op het eerste gezicht lijkt het niet meer dan een grotingang. Maar als ik daar instap, ligt er een tunnel van bijna een kilometer lang voor me. De tunnel heeft een aantal aftakkingen en eronder lagen waarschijnlijk nog eens twee van zulke tunnelcomplexen. Met andere woorden: dit is absurd groot. Het werd allemaal aangelegd om een geheim wapen van de Duitsers te huisvesten: de V3 – een kanon van 150 m lang, dat was bedoeld om Londen te treffen. Nog voor er een schot was gelost, wisten de geallieerden het complex al onbruikbaar te maken met ‘aardbevingsbommen’ van 5443 kg per stuk. Ik bedoel maar: aan de Opaalkust valt veel te ontdekken. Zelfs bij de achteruitgang van een restaurant. Maar de grootste ontdekking is toch wel dat dit interessante en mooie gebied op maar enkele uurtjes van huis ligt.

De taal van de Ch’tis

In WO I vroeg een soldaat uit de Opaalkust aan collega uit dezelfde streek in zwaar Picardisch dialect:

‘Ch’tis? (Ben jij dat?)’

‘Oui, ch’mis! (Ja, dat ben ik!)’, luidde het antwoord.

De andere soldaten vonden dit zo grappig dat een bijnaam voor de Noorderlingen ontstond, die zich via de loopgraven over heel Frankrijk verspreidde: de Ch’tis.

Het Ch’ti – is Noord-Frans met een scheut verbasterd Vlaams of oud-Nederlands erdoor. Dat zie je ook terug in vele plaatsnamen aan de Opaalkust. Wissant komt van Witzand. Sangatte van Zandgat. Calais van Kales. Cap Blanc Nez van Blankenesse. Boulogne van Bonen.

Zoals elke minderheid met een zwaar dialect vinden de Noorderlingen dat ze er niet echt bij horen. Ze menen dat ze een stuk ijveriger en serieuzer zijn dan hun lanterfantende landgenoten. De beroemde uitspraak: ‘Frankrijk is mooi, maar jammer dat er Fransen wonen,’ is dan ook niet bedacht door een onnozele Nederlandse minister, maar door het Franse staatshoofd Charles de Gaulle. En dat was uiteraard zelf een Noorderling. Overigens, de naam Charles de Gaulle is uiteraard een verbastering van Karel het Doelpunt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-opaalkust.GPX”]