zondag 31 mei 2026
Home Blog Pagina 1186

Engeland: North York Moors

0

Zij telt zeventig lentes, schat ik. En ze maakt me het ultieme compliment: ‘You look just like Marlon Brando, dear…’ Last tango in Paris heeft ze nooit gezien. Maar A Streetcar Named Desire wel. En daarin is Brando nog een jonge god!

Niek van der Heijden, Chris Pennarts

We zijn net vanuit Lofthouse, heel erg Yorkshire Dales, overgestoken naar Osmotherly, op de drempel van de Yorkshire Moors. In The Golden Lion eten we een hamburger, zo een uit de tijd van voordat Amerikaanse Schotten zich daarmee gingen bemoeien. Lékker! We raken aan de praat met een aardig stel, laten we het maar op Dorothy en George houden. Dorothy steelt mijn hart. Heerlijk, want persoonlijk voel ik me op dat moment meer de Brando van de Godfather: hees en oud. Dat ligt overigens niet aan het landschap. De Moors vormen met elkaar het North York Moors National Park, en een National Park in Engeland staat garant voor prachtige vergezichten. Daar ga je je beslist goed van voelen…

Helicopter Heroes

George had een tip voor ons: Baker’s Pub, bij Carlton de heuvels in. We hebben de prachtigste panorama’s gezien, waarin de gele koolzaadvelden het patchwork-karakter van het landschap benadrukten, maar geen pub gezien. Pas in Chop Gate zagen we de Buck Inn, maar daar zijn we niet voor gestopt. Chop Gate ligt namelijk aan de B1257, oftewel de weg van Stokely naar Helmsley. En die weg, dat is er één uit de Top 5. Zo’n weg waar elke motorrijder uit Yorkshire en de verre omstreken minimaal eens per jaar even langs gaat. Of eens per week, als je dichterbij woont. Helaas ook een weg waar met een zekere regelmaat de Helicopter Heroes wordt geschoten: een BBC soapumentary over de vliegende ambulances in Yorkshire. Maar als je er rijdt, dan is de neiging om het gas open te draaien bijna net zo onbedwingbaar als de vonk die overspringt tussen Brando en Vivien Leigh, in de al eerder genoemde streetcar. Tussen die twee liep het ook niet goed af… Toch maar de legale grenzen in het oog houden, ook al omdat naast de helihelden de Z-cars deze weg bij uitstek controleren.

Parkeergeld

De marktplaats van Helmsley is door de B1257 een soort motorrijders-hoofdstad geworden. Het staat er mudvol, toerrijders en motorhooligans gebroederlijk door elkaar. Tot mijn verbijstering moet je hier ook parkeergeld betalen: een pond per uur. Het is niet voor niets dat het pond zo aan waarde inboet; hebberigheid leidt tot inflatie… En de politie controleert niet alleen op snelheid, ze doen deze parkeerplaats ook zeer regelmatig aan. Het hotel waar we logeren, maakt deze fout gelukkig weer goed: de Feversham Arms is van een jong en ambitieus stel, maar het ademt het oude Engeland uit elke kier en elk gangetje. En op het al genoemde programma Helihelden heb ik gezien dat deze mensen ook niet te beroerd zijn om eerste hulp te verlenen aan gecrashte motorrijders. Zelf crash ik er ook nog bijna. Bij het wegrijden vanaf de stoep vergeet ik heel even dat we in Engeland zijn, en ik kijk dus naar de verkeerde kant. Bijna raak. Dat vind ik hoe dan ook het moeilijkste aan dat links rijden. Rotondes, afslaan, het doet me allemaal niets. Maar te voet een weg oversteken, of met de motor vanaf de stoep wegrijden, blijft lastig.

Even wat aardrijkskunde. The Moors worden doorsneden door dales, valleien. De zes belangrijkste heten Bilsdale (daar loopt de B1257 doorheen), Bransdale, Farndale, Rosedale, Newtondale en Eskdale. De laatste is de enige die oost-west loopt, en die andere vijf hangen daar onder als bedeltjes aan een ketting, met excuus voor de Libelle-beeldspraak. Na het Bilsdale rijden we door het Bransdale, en dat begint met de noordelijke weg in Kirkbymoorside. Schoonheid is vanzelfsprekend hier, en die zal ik dus niet blijven benadrukken, maar wat mij echt goed doet, is dat wij aan het eind boven in de heuvels een prachtig oud kerkje vinden. St. Nicholas Church. Je kunt er genieten van de afwezigheid van toeristen en de volstrekt authentieke omgeving. Bijvoorbeeld het oude jachthuis – Cockayne Lodge, echt waar, running around my brain – dat vlakbij de kerk ligt omdat de familie Feversham (jawel, van die Arms) het er ooit neerzette. Van het kerkje kun je doorsteken naar het Farn Dale en dan via Church Houses weer terugzakken naar Hutton-le-Hole. Een klein plaatsje, maar mooi ruim opgezet, oud, en met een museum dat volgens mij de moeite waard zou zijn geweest, als er niet een bordje Closed voor had gestaan. Met de naastgelegen pub is niets mis.

The Lion Inn

Vanuit Hutton-le-Hole gaat er nog een weg naar het noorden, en die voert je over de Moor tussen het Farndale en het Rosedale. Een wat vervreemdende rit, zeker als het zachtjes regent en heiig is. Je begrijpt in een keer waarom de Moors zo’n geheimzinnige en niet ongevaarlijke sfeer uitstralen, je voelt je er van God en iedereen verlaten. Maar op het moment dat de depressie inzet, staat daar als het laatste behouden huis The Lion Inn, de twee-na-hoogste pub van Engeland. Motorrijders zijn er meer dan welkom en we genieten er van een lekker tweede ontbijt. Kamers zijn hier uiterst betaalbaar en het is de ideale uitvalsbasis voor een verkenning van de Moors per motor.

Voort gaat het, langs prachtige maar niet altijd schone weggetjes naar Castleton en dan naar Danby. Daar ligt een geweldig informatiecentrum, waar je alles te weten komt wilt over het North York Moors National Park. En de dames waren er uiterst vriendelijk.

We zijn inmiddels in het Eskdal, en dat volgen we een tijdje tot we via het Newtondale weer zuidelijk gaan koersen, richting Pickering. Langs de North York Moors Railway, waar ze nog met onvervalste stoomtreinen rijden. In Grosmont zien we een prachtige locomotief staan. We knopen een praatje aan met de machinist, die ons vervolgens meedeelt dat we onze moerstaal kunnen gebruiken. De man heet Rob Giphart en hij brengt al zijn vakanties door op het stookplatform van deze loc. Wie zegt daar dat Engelsen treintjesgek zijn? Met een machtig fluitsignaal stoomt hij weg. En even later blijkt de wereld van de film weer dichterbij dan je denkt…

Hogwarts station

Wij blazen het dorp uit, een helling van 33% omhoog. Na een kilometer of twee weer net zoiets omlaag, naar het volgende station: Goathland. Als we via een viaduct het spoor oversteken, blijven we staan vanwege het prachtige uitzicht op het stationnetje. Niet alleen passeren twee stoomtreinen hier elkaar, maar het komt ons verdacht bekend voor. Goathland blijkt het decor te zijn geweest voor het station van Hogwarts, of Zweinstein als je Harry Potter in het Nederlands hebt gelezen. En dat dan met twee van die stomende beesten er in… Wij nuttigen hier een paar geweldige cup-cakes en een kop thee en laten de omgeving op ons inwerken. Magisch.

Naar het noorden ligt Whitby. Daar moet een geweldige motorkroeg zijn. En het is een verzamelplaats voor Goths, maar of dat nou een aanbeveling is? En je kunt er de Endeavour bekijken, de bark waarin James Cook onder meer Australië en Nieuw Zeeland inventariseerde. We gaan zuidwaarts, naar Pickering. Waar we ons spooravontuur afsluiten als op het station Rob naar binnen stoomt. Prachtig!

Motormuseum

We besluiten vanuit Pickering de kust op te zoeken: pal oost ligt Scarborough, van de fair. De weg voert ons door een verder niet opvallend plaatsje, dat Thornton-le-Dale heet. Langs de weg zie ik een oude garage, met oude auto’s er voor. Het blijkt het North Yorkshire Motor Museum van Derek Mathewson te zijn. Het ziet er nog het meest uit alsof Derek daar een gewoon garagebedrijf heeft gerund, tot hij het werken zat was. Alles bleef precies zo staan als hij het toen achterliet, en nu is het een museum. Motorfietsen, auto’s, vrachtwagens, het is een heerlijke bende waar de nodige parels in te vinden zijn. En wil je wat kopen, dan kan dat. Derek vertelt dat hij eigenlijk een andere ruimte zoekt, maar het is moeilijk iets naar zijn zin te vinden. Logisch, als je je hele leven op dat kruispunt in Thornton hebt gewoond. Hoe dan ook, iedereen die blij wordt van oude motoren en auto’s moet hier gewoon langs. Als je van de boot in Hull naar de Lions Inn rijdt, is dit een prachtige tussenstop. En Derek is niet neringziek, hij wijst ons er en passant op dat zijn vriend Dick Craven in Stockton-on-Forrest een nog veel mooier museum heeft!

Daar hebben we helaas geen tijd voor. We hebben een paar dagen door de Dales en de Moors gereden. Juwelen van motorstreken die dichterbij liggen dan de Ardennen en je hoeft er geen enkele moeite voor te doen. Je scheept aan het einde van de middag in op de P&O Ferry in Rotterdam en de volgende morgen geef je je motor de sporen in Hull. Met de dalende koers van de Engelse pond, is ee lang weekeinde Yorkshire en omgeving helemaal niet zo gek.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Yorkshire_moors.GPX”]

Marokko: Offroad door de Atlas

0

Marokko staat gelijk aan zon, zee en tropische temperaturen. Dacht je, want toen wij er begin december 2008 waren, sneeuwde het in de Atlas als nooit tevoren.

Marco Brand

In het verkeer van Marrakech kom je oren en ogen te kort. Een kruispunt van oud en nieuw, van traditioneel en modern ook. Jonge vrouwen op hoge hakken flaneren door de dure winkelstraten terwijl de imams met hun luidsprekers proberen boven de swingende Arabische muziek uit te komen. In de souk, een netwerk van kleine straatjes, verkopen ze alles. Kraampjes vol oosterse kruidengeuren prikkelen de reukzin terwijl ze bij de buren vers vlees in stukken hakken. En dan het verkeer! Paarden, ezels met karren, versleten Peugeot Breaks en scharrige vrachtwagens veranderen onze luie kennismakingstocht met de Koningsstad in een belevenis. Drie rijen dik klontert alles op elkaar voor het stoplicht. Een enkele fietser sluit de rij.

Zandduinen

Buiten Marrakech is het stil. Normaal zijn we daar blij mee, maar vandaag niet zo. Vanwege het Offerfeest blijven de Marokkanen lekker thuis en zijn ook de benzinepompen gesloten. Gelukkig vinden we er een. Afgetankt zijn we gereed voor het avontuur dat deze reis beslist zal brengen en slaan de smalle weg naar Sidi Rahal in. Over de rijstvelden heen zien we in de verte de ruige contouren van het Atlasgebergte.

Na tientallen kilometers verandert het asfalt in een piste. Dat is een Frans woord voor ‘onverharde weg’ en we zijn er gek op! Halverwege de dag spreekt een man ons aan. Of ie voor ons een kop thee moet regelen? Alleen de gedachte al doet ons verlangen naar de zoete muntthee. Maar ook voor deze vriendelijk Marokkaan blijven alle deuren gesloten. Offerfeest…

We slingeren door het donkerrode Atlasgebergte waar de winterzon de bergwanden en rotspartijen aanzet met een bijna magische glans. Het pad staat niet meer op de kaart en ook de GPS heeft er geen weet van. We twijfelen of we nog wel goed zitten, maar stug zetten we door. We stoppen als het pad verdwijnt in een rivier. Een doorwading van zeker 20 meter, want op de andere oever loopt het pad verder. Dat betekent natte voeten! Voor we de oversteek wagen, speuren we naar de juiste route: waar je de minste golven in het snel stromende water ziet, liggen de minste obstakels op de bodem. Altijd een spannend intermezzo, zo’n doorwading en met natte sokken volgen we het spoor tot we weer op een asfaltweg stuiten. De GPS geeft weer thuis en een lekke band geeft een hoop oponthoud. De plaatselijke bandenplakker geniet van zijn vrije dag door op de tribune naar een voetbalwedstrijd te kijken. Hij is op zijn best gekleed – een vlekkeloos witte gewaad – maar dat weerhoudt hem er niet van om de band te plakken. Laat in de middag beginnen we aan de beklimming van de Tizi-n-Tichka.

Ontelbare haarspeldbochten brengen ons tot op 2600 meter. Als ik over mijn schouder kijk, zie ik een sliert van stuiterende koplampen de pas bedwingen. Het donkere silhouet van de bergtop doemt op in het licht van de helder schijnende maan. Het wordt donker en kouder. Dikke pakken sneeuw liggen in de berm. Over de pas, verandert het landschap. De voorbodes van de Sahara kondigen zich aan. De heuvels hebben nog een zweem van groen, maar de zandheuvels liggen dichtbij. De droge, warme lucht doet de kou van de afgelopen uren vergeten en in colonne bereiken we Ouarzazate.

Oases

Na Ouarzazate trekken we door een droge vlakte. Stilaan voelt de wind weer kouder en vooral schraler. Bovenop de 1600 meter hoge pas over de Tizi-n-Tinififft genieten we van de prachtige uitzichten op eindeloze vlaktes en grillige rotsformaties. Echt eenzaam is het hier niet, want op weg naar de Algerijnse grens rijden we van oasedorpje naar oasedorpje. Dan stuiten we op een rivierbedding vol mul zand. De voetbrug – bestaande uit twee-aan-twee geschakelde boomstammen – blijkt voor de motoren een onneembaar obstakel. Door het mulle zand slingeren we terug naar het asfalt. 10 Kilometer verderop vinden we een geschiktere oversteekplaats. De bewoners van het dorp vertellen dat de weg die we volgen geen doorgaande weg is en dat ie zeker ontoegankelijk is voor motoren. Maar de GPS geeft de route wel aan. Dus laten we de waarschuwingen voor wat ze zijn en vertrouwen we op onze Westerse techniek. We kunnen altijd nog terug.

Het pad is lastig, door het mulle zand zetten we regelmatig een beentje bij om de juiste koers te houden. Maar de beloning is groot, want het pad ontwikkelt zich tot een prachtige scenic route langs een aaneenschakeling van kleine dorpjes. Kinderen rennen met ons mee en zwaaien ons enthousiast toe. In kleurrijke gewaden gehulde vrouwen bespieden ons vanuit deuropeningen en open ramen. En dorpsoudsten knikken ons toe en geven ons een uitnodigende hand. Uiteindelijk klimmen we het laagland uit en bereiken de kaarsrechte asfaltweg naar Nokob.

In dit afgelegen gebied zijn niet veel overnachtingsmogelijkheden. Iets buiten het Nokob vinden we een herberg. Het is een op zichzelf staand gebouw met de allure van een kasteel. Met een gezellig restaurant en een parkeerplaats binnen de muren.

Brood en kaas

In het eerste ochtendlicht begeven we ons op de piste. Het is een beetje zoeken maar uiteindelijk vinden we het juiste spoor. De geplande route is lang, onbekend en zowel kaart als GPS beloven een smal en bochtig traject, met een pas van 2200 meter. De omgeving is droog, kil en verlaten. Mijn buik kriebelt, omdat ik niet weet waar het pad eindigt en welke obstakels we tegenkomen. Maar we genieten volop, kijken uit naar het onverwachte en trotseren zingend van genot de keien op het steile pad naar boven. Een warm zonnetje erbij zou het leven nog aangenamer maken. Halverwege de morgen rijden we langs een lemen hutje dat zich aanprijst als ‘Auberge Restaurant’. Wie niet veel verwacht, heeft niet veel te verliezen. Een berbervrouw schuifelt over de binnenplaats en kijkt verschrikt op als we de acht motoren tegen de afscheiding parkeren. Of ze koffie heeft? Na een ruim kwartier wel. En dat is het wachten waard. Tijdens het tweede kopje komen ook haar man en zoon ook op het vrolijke gekrakeel af. De familie zwaait ons lachend uit als we het spoor vervolgen.

De klim gaat over grote keien waardoor de achterwielen van links naar rechts stuiteren. De krappe aarspeldbochten zijn bijna niet te nemen zonder een voetje bij te zetten. En wie durft kijkt achterom voor een laatste blik over de ruige kliffen en scherpe rotswanden in een desolate grindwoestijn. Het voelt geweldig om hier met de motor te mogen rijden.

Voor de lunch kopen we in een plaatsje van vier huizen brood en nog meer doosjes kaas van het merk La Vache qui rit. Als we over de Tizi-n-Tazazert zijn gehobbeld, nemen we de kortste piste – 20 kilometer – naar de Gorge du Todhra, om niet in het donker op deze magnifieke plek aan te landen. Want deze kloof is naast de Gorge du Dades een van de highlights van Zuid-Marokko. De uiterst nauwe kloof met zijn 300 meter hoge, nagenoeg gladde rotswanden is de opening die toegang verschaft tot de hogere delen van de Atlas. De kloof is mooi, behalve een paar ontsierende hotels en restaurants. Eenmaal uit de kloof wordt het landschap nog mooier. Een smalle roodgrijzige weg slingert door een leeg en verlaten land. Prachtig, vooral ook omdat de laaghangende winterzon het landschap in vuur en vlam zet.

Sneeuw in de Atlas

In de Marokkaanse winter lijkt de zon niet aan kracht te verliezen. Op een prima asfaltweg voelen we ‘m branden op onze schouders. In Ait Hani splitst het asfalt zich in twee pistes. Rechts gaat terug naar het laagland, links over de 2700 meter hoge Tizi-Tirherhouzine. Vol goede moed beginnen we aan de beklimming, die er op de kaart uitdagend uitziet. Al snel rijden we over een plateau waarop al het leven lijkt te zijn verdwenen. Ruige bergkammen sieren de horizon en de piste kronkelt er prikkelend tussendoor. Keien ontwijken we met souplesse, wat vaak lukt maar soms ook niet. Ongelooflijk wat zo’n allroad kan verstouwen.

Hoe meer we stijgen, hoe verser de sneeuw in de berm. De piste is nog sneeuwvrij, maar de omgeving niet en het duurt niet lang of we worden verblind door niet alleen het felle wit van een compleet met sneeuw bedekte hoogvlakte maar ook door de schoonheid die dat weer met zich meebrengt. Het is prachtig, maar inspannend rijden en hopen dat de sneeuw na de volgende bocht is verdwenen. Stapvoets in de eerste versnelling rijden en glijden we over de piste, die gelukkig nog steeds zichtbaar is. We hebben er geen notie van hoe ver we nog moeten als we in al die witte leegte, in al die verlatenheid, in al die stilte ineens een man op een ezel passeren. In draf komt hij onze kant uit, breed lachend. Hij vraagt niets, vertelt niets. Lacht alleen, staart ons een paar minuten aan en drijft zijn ezel weer aan.

Eenmaal op de vlakte verandert de sneeuw in ijskoud smeltwater, dat de weg overstroomt. Sommige plassen zijn enkele centimeters diep, anderen bijna een wiel. Dat zorgt voor spannende adrenalinemomenten.

Het is dan nog 20 kilometer naar Imilchil, waar we net tegen zonsondergang aankomen. Het dorp ligt gehuld in de sneeuw en de temperatuur schommelt rond het vriespunt. De herberg ligt net buiten het dorp aan een prachtig bergmeer. Dat het vriest, bewijzen de ijspegels aan het voorspatbord. Mijn vingertoppen bewegen niet meer en in de natte laarzen voel ik mijn tenen niet. In de herberg blijken alle leidingen bevroren. Maar dat deert niemand, want middenin de zaal staat een grote gloeiende kachel, waar we ons aan vast kunnen klampen.

IJs in de bocht

Iedereen staat inmiddels op reserve en tankstations zijn afwezig. Wat doe je dan? Dan zoek je naar de lokale garage, waar vaak een paar volle oliedrums staan. Met 5 liter jerrycans tank je dan de motor af en kun je je reis vervolgen. Het eerste deel nog over asfalt, maar al gauw over wat de meest uitdagende piste van de reis zal zijn. Die piste vinden we opnieuw met GPS, anders zouden we er aan voorbij zijn gereden. De plaatselijke herder kijkt bedenkelijk als we hem naar de staat van de piste vragen. ‘Hier ligt maar een paar centimeter, maar verderop wel een meter. Een auto komt er nooit doorheen. Met motoren zou ik het maar vergeten.’ Met zijn lange wandelstok schuifelt hij verder langs de weg. Daarom kiezen we voor een alternatief: de piste die ons naar de andere kant van de Djebel Mourik (3233 mtr) brengt. Tijdens de afdaling begint het zacht te regenen. De laatste piste van de route – voor we de asfaltweg naar Marrakech bereiken – is een bospad van zo’n 60 kilometer. Maar met deze regen zal dat eerder 60 kilometer glijden worden. Daarom kiezen we toch voor het asfalt.

Dat blijkt een prima keuze, want ook de tarmac weg is uitdagend genoeg. Op vele plaatsen ligt nog sneeuw en in sommige bochten is het erg glad. In de lagere delen krijgen we ijs of uit de bergen stromende modder voorgeschoteld. Voorzichtig proberen we ook nu nog te genieten van de prachtige uitzichten. Bij Beni Mellal dalen we verder af, tot in het laagland. De route heeft ons twee keer door het Atlas gebergte gestuurd. Wat rest is een vlakke route terug naar Marrakech waar we doorweekt, koud en moe aankomen. In het kielzog van Rachid, die de weg hier op z’n duimpje kent – rijden we naar het hotel. De reis zit erop en iedereen kan beginnen aan het verwerken van de indrukken.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Marokko.GPX”]

Duitsland: Borkum en Norderney

0

Borkum en Norderney zijn de enige Duitse Waddeneilanden waar je met motor mag komen. En toch doe je dat nooit. Laat staan in de winter. Dus gaan we toch. Omdat het makkelijk kan.

Jan Dirk Onrust

We kennen meer mensen die naar de Zuidpool of Groenland zijn geweest dan naar de Duitse Waddeneilanden. Waarom worden ze gemeden? Misschien liggen ze niet ver genoeg. En de concurrentie van de Nederlandse Wadden is meedogenloos. Bovendien barst het op onze eilanden van de Duitse toeristen. Dat is toch niet voor niets? Zouden ze soms een beetje tweederangs zijn? Nou, nee, alles behalve, verklappen we alvast. Maar anders zijn wel.

Op de kaart valt al direct op dat ze heel veel kleiner zijn dan de Nederlandse. Borkum en Norderney bijvoorbeeld zijn speldenknoppen, nog kleiner dan Schiermonnikoog. Maar je mag er wel met de motor komen. Ter plekke kun je op beide eilanden hooguit een kilometer of 15 heen en weer rijden. Dat betekent dat we het deze winterrit eens lekker rustig aan gaan doen. Na het pak slaag dat we tijdens de vorige wintertocht over de Schotse Highlands (zie Promotor 2-2008) kregen, mocht dat wel eens.

Een kleine omweg

Er gaan twee veerboten naar Borkum. Een vanuit het Groningse Eemshaven, de ander vanuit het Duitse Emden. De eerste vertrekt ’s winters om 12.00 uur ’s middags, de tweede om 16.45 uur. Dus als je vooraf nog een lekker ritje wil maken, pak je de boot vanuit Emden. Daarom rijden wij door de ochtendspits van de Randstad eerst naar Alkmaar. En daarvandaan naar de kust, waar voorbij Groet de lange leegte van de Kop van Noord-Holland begint. Een beetje een omweg, maar na het hectische gedoe van de Randstad is het een lekker open stuk, waar je de zee ruikt en voor het eerst de nabijheid van de Wadden voelt.

Heerlijk winterweer is het. Nog net geen 10 graden en een wolkenloze hemel met alleen wat verwaaide chemtrails. Zo vinden we zelfs de Afsluitdijk nog lekker. Via Harlingen, Holwerd en Lauwersoog en de bochtige Wad- en Marenroute bereiken we de Duitse grens. ’s Zomers heb je hier doorlopend fietsers en kunstenaars met een Renault 4 voor je wielen, nu kunnen we ongestoord doorpezen. Het is licht, weids en zo simpel als maar kan, maar ik heb vandaag al meer genoten dan de hele winterreis van vorig jaar door het natte, duistere Schotland.

Varen op de Eems

Het laatste stuk over een provinciale weg naar Emden is nogal saai, maar het stadje (51.000 inw.) zelf maakt het goed. De levendige, ooit Nederlandse stad heeft 150 km aan kanalen, een aardige binnenstad en een forse haven, waar de Noorse gaspijpleiding aankomt en een groot deel van de Duitse auto-export wordt verscheept. Maar de topattractie is natuurlijk de boot naar Borkum, vlak naast de Volkwagen Passat-fabriek. Bij het vallen van de avond vaart het bescheiden schip de Dollard en Eems op. De temperatuur is gezakt naar een graad of drie, maar we blijven op het buitendek. Gewoon omdat de brede, stille Eems met ondergaande zon zo prachtig is. En zo krijg je een paar kilometer over de grens toch het gevoel ver weg te drijven. Nadat een reeks spoedtelefoontjes over kantoorperikelen binnen is gekomen, besluiten dat de gsm geen ontvangst meer heeft. Bevrijd varen we de duisternis in.

Witte kuurpaleizen

Borkum ligt niet boven Duits grondgebied, maar boven Groningen. Alleen omdat de middellijn van de Eems schuin de Waddenzee inloopt, hebben ze ook de grenslijn schuin mogen trekken. Vanwege die formaliteit heeft het voormalige piraten- en walvisjagernest een heel ander karakter dan de Nederlandse Waddeneilanden. Het eerste bewijsstuk daarvan vinden we in de haven. Hier begint namelijk een spoorlijntje van een kilometer of acht dat je (gratis) naar het hart van het enige plaatsje brengt. Dit plaatsje – Borkum Stadt dus – telt slechts 5.000 inwoners, maar heeft niets van de kleinschaligheid van onze Waddendorpen. Kasten van huizen staan er en nog veel grotere hotels. Het komt omdat het toerisme hier al halverwege de negentiende eeuw op gang kwam. Vandaar ook die spoorlijn. Terwijl ze op Texel en Terschelling nog in schapenhuiden rondliepen, werden hier witte kuurpaleizen neergezet voor de elite. Veel oude grandeur dus, die wel wat aan Scheveningen doet denken, maar dan zonder mensen. De grotere hotels zijn gesloten, een aantal bars en restaurants zijn nog wel open, maar tamelijk uitgestorven. In het oubollige visrestaurant Delfter Stuben zijn we enige gasten en de enige eilandkroeg waar nog een beetje gezelligheid te vinden valt, is de Seekiste, beide in de Bismarckstrasse – de horecastraat van Borkum. Is dat erg? Ach, nee. We vinden het prima zo.

Zonnende zeehonden

Valt er nog wat te zien op Borkum? Maar natuurlijk. Het meest kenmerkend gebouw van het eiland is nu eens niet een vuurtoren, maar het Musikpavillon aan het strand. Je vindt het in elke Borkumgids of -brochure. ’s Zomers worden in dit koepeltje concerten gegeven – meestal Mozart, gespeeld door Wiener Schrammelkram of iets dergelijks. Nu dient het als opslagruimte voor strandstoelen. Maar je begint nu een beetje te begrijpen waarom er zoveel Duitsers op onze eilanden zitten. Borkum is een beetje bekakt, Texel is budget. Er bevindt zich dan ook maar één camping op het vroegere piratennest.

Achter het paviljoen rijst de statige witte skyline van Borkum op, die in de winterzon bijna surrealistisch oogt. Maar het mooiste zie je als je de andere kant op kijkt: naar de zee. Een kilometertje voor het strand heeft zich een grote zandbank gevormd waarop een paar honderd zeehonden liggen te zonnen. Hier mogen we helaas niet komen, ook al lijken we door onze helmmuts zelf sprekend op een zeehond.

Zware winterkost

Buiten Borkum Stadt lopen enkel prachtige weggetjes. Alles heb je hier. Duinen, mooie vergezichten en bochten. Maar na vijf kilometer houdt het op. We zijn dan bij café-restaurant Ostland. En dat ligt ver genoeg van de beschaafde mensen af om een beetje de rol van motorhonk van Borkum te spelen. Vol trots toont eigenaar Christoph ons de tot hooihotel omgebouwde koeienstal. Daarna schotelt hij ons echte Borkumse winterkost voor: een potje groene kool met piepers, varkensbuik en worst.

Als we op de motor stappen, stijgt er een hels kabaal op dat de bezoekers van het caféterras verschrikt en geërgerd in onze richting doet kijken. ‘Tjonge, wat ligt dat wintervoer zwaar op de maag,’ zegt Jan verontschuldigend.

Wasser & Wellness

Omdat we vijf kilometer weg een beetje weinig vinden, besluiten we een reeks Verboten te negeren en rijden door een stiltegebied nog een kilometer of vier door. We passeren een moeras met Schotse Hooglanders en eindigen bij een uitkijkpunt bovenop een duin. Bij nadere beschouwing blijkt dat een bunker te zijn. En mogelijk zelfs van ze evil professor Werner von Braun, die hier in de jaren dertig met raketten experimenteerde. Maar het uitzicht over het wilde duingebied is mooi. ‘Halen we de boot nog vandaag?’ vraagt Jan. Nee dus en dat is goed nieuws voor de Seekiste, onze tijdelijke stamkroeg. En voor het Gezeitenland – een groots Wasser & Wellness-centrum met zwembaden, sauna, massage, zonneterras en pizza’s.

Tip! Gooi nooit het retourkaartje van de boot weg. En doe je dat toch: van de haven naar de prullenbak van Hotel Weisse Düne en weer terug kost ruim een kwartier. Dat was in ons geval net genoeg om de boot van 7.30 te halen.

Wegklootschieten

Naast Borkum ligt Juist, maar daar mag je alleen met paard en wagen rijden, dus dat slaan we over. Norderney, samen met Borkum het enige Duitse Waddeneiland waar je met de motor mag komen, is het volgende doel. We rijden er naartoe via een kleine omweg langs de kustdijk, een ritje van 50 km. Vlak boerenland met niet al te rechte wegen en met een paar lieve dorpjes. Beetje zoals Groningen, maar dan nog iets rustiger. Zo rustig dat de weg deze morgen wordt gebruikt voor een wedstrijd klootschieten. Of ‘bosseln’ zoals de Ostfriezen zeggen. Bij ons valt wegklootschieten onder het gedoogbeleid, net als de verkoop van softdrugs en tippelzones. Hier is het legaal. Ze vallen toch best wel mee, die oosterburen van ons.

Lekkerste hamburger ooit

De boot brengt ons in een klein uur van Norddeich naar Norderney. Hoewel in oppervlak kleiner dan Borkum, lijkt het eiland door de langgerekte vorm groter. Er valt wat meer te rijden en er wonen iets meer mensen (6000). Kortom, Norderney heeft gewoon wat meer. We merken het meteen al bij aankomst. Het plaatsje heeft vele kleine straatjes, een echt – motorvrij – centrum met een bloeiende middenstand en er loopt veel meer volk rond. Niet alleen oude gebakjes, maar ook jongeren. Als je niet beter zou weten, zou je bijna denken dat je in een gezellig IJsselmeerstadje terecht bent gekomen, inclusief Hollandse patattenten. Maar toch heeft het ook allure. Daar zorgen de classicistische kuurhotels aan de strandpromenade voor en een paar hippe tentjes, zoals de Milchbar am Meer, waar je tussen de hipmensen op een designsofa naar de zee kunt kijken. Ook grotestads modern: de kleine Ess Bar in het centrum. We noemen hem even want hier halen we de lekkerste hamburger ooit. De kok is er een kwartier mee bezig, maar dan heb je ook wat. Yep, Norderney valt bij de eerste kennismaking al helemaal goed..

Te lui om te lopen

Een flinke toertocht buiten de stad kun je hier niet maken natuurlijk. Het hele wegennet heb je in een half uurtje op en neer gereden. Maar de weggetjes gaan wel dwars door het wilde duingebied en niet erlangs, zoals in Nederland. En dat is leuk rijden, met hier en daar zelfs een paar spannende bochtjes. Dus dat doen we een keer of vier. En daar tussendoor hangen we op een terras of liggen we als een zeehond op het Noordzeestrand.

Het strand op de oostelijke helft van Norderney is minstens een halve kilometer breed. Maar stukken drijfhout, touw en aangespoelde drankflessen tref je hier tot ver achter de duinen nog aan. Kennelijk mag de Noordzee van de Duitse Rijkswaterstaat hier zijn gang gaan, waardoor de duinen niet zo keurig op een rijtje staan als bij ons. Grillige vormen hebben ze en diepe inhammen, met erachter meertjes en duinriviertjes. Het lijkt verdorie wel puur natuur hier. Ook loop je hier niet om de haverklap tegen prikkeldraad, prullenbakken en verbodsborden aan. En dan ligt er aan het eind ook nog een gestrande kotter weg te roesten. Prachtig allemaal. Helaas zijn we veel te lui om er naartoe te lopen. Het is hoog tijd weer een terras op te zoeken. En daarna willen we nog een uurtje of twee dobberen in het golfbad van het trendy bade:haus Norderney.

Drinken en schransen

Oké, het komt er eigenlijk op neer dat we onze jaarlijkse wintertocht vooral luierend, drinkend en schransend hebben doorgebracht. Dat krijg je nou als je naar twee kleine eilanden gaat die vlak om de hoek liggen. Kilo’s zijn we er van aangekomen. En we kunnen ze iedereen aanraden.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Wadden-001.GPX”]

 

High-Bike Testcenter 2019: motoren testen in de Alpen

0

Op 1 juni gaat het High-Bike testcentrum Paznaun in Ischgl weer open. Of zoals ze zelf omschrijven: ‘Het enige motor testcentrum van Europa met meerdere merken’. De nieuwste modellen van BMW, KTM Triumph, Yamaha en Aprilia – zo’n 40 in getal – kun je vanaf begin juni tot en met eind september zelf testen. In de Alpen!

High-Bike testcentrum Paznaun in Ischgl doet dit al voor het negende jaar en in die jaren zijn zo’n 15.000 testritten gemaakt. Voor de testritten zijn zo’n 14 verschillende routes uitgezet door Tirol, Bavaria, Voralberg en Zuid-Tirol. Op aanvraag krijg je een GPS op je stuur, anders moet je het doen met een geprinte versie.

En wat kost dat?

De huurprijs van een motor bedraagt, exclusief brandstof, tussen de €100,- en €120,-. Op vertoon van de ‘Silvretta All-Inclusive Pas’ ligt de prijs tussen de €80,- en de €100,-. Het testcentrum verhuurt ook Rukka-pakken (vrouw en man), Schuberth helmen en Daytona laarzen voor een kleine toeslag.

Meer informatie www.highbike-paznaun.com

Inhoud, routes & video’s Promotor 04/2019

0

Toeren

LangsteDagTocht: Stille tocht

Geen hond, geen kip, geen donder, geen zak. Tijdens de LangsteDagTocht 2019 rijden we van Niemendal via Doodstil naar Nergenshuizen en komen we 250 kilometer lang geen stoplicht tegen.

LEES VERDER 

TankTasTocht 3: Noord-Brabant

Het Rijke Roomse leven. Vertel mij wat. Ik kom er vandaan. Ik ken de benauwde seksuele moraal. De hardleersheid van de clerus. Toen aartsbisschop Simonis in de jaren tachtig van de vorige eeuw het verschil tussen man en vrouw mende te kunnen verklaren uit het verschil tussen eicel (‘passief’) en zaadcel (‘actief’) wist ik: wegwezen.

LEES VERDER

Portugal: Wachten op de Big One

Het is niet de vraag óf hij komt, maar wannéér hij komt. De tsunami die vanaf zee huizenhoog komt aanstormen en de hele kustverdediging wegvaagt. Het kan morgen zijn, of over duizend jaar. Niet alleen in Nederland klinkt dit doemscenario bekend. In Portugal zitten ze met dezelfde dreiging.

LEES VERDER

Kawasaki Top Tour Yorkshire

Op een Kawasaki wil je vooral mooie kilometers rijden. Dat is Kawasaki zich ter dege bewust. Daarom organiseren ze samen met MotorNL de exclusieve Kawasaki Tour 2019. Bestemming: Midden-Engeland.

RESERVEER

Toscane: ongerept, wild en verlaten

Is dit Toscane? Het noordwesten van de regio presenteert zich anders dan we hadden gedacht. Niet het geijkte cliché van glooiend landschap met cipressenlaantjes, maar juist wild, sober en vol verrassingen. En het stikt er van de charmante motorweggetjes.

LEES VERDER

Promotor Reizen

Motoren getest

  • KTM 790 Adventure (R)
  • Harley-Davidson Touring modellen
  • Lezerstest Kawasaki Versys 1000 SE
  • Topstaat: BMW F800R, Honda VFR800X Crossrunner, Yamaha MT-09

Spullen

Bluetooth in de helm

 

Toscane: ongerept, wild en verlaten

0

Is dit Toscane? Het noordwesten van deze regio presenteert zich anders dan we hadden gedacht. Niet het geijkte cliché van glooiend landschap met cipressenlaantjes, maar juist wild, sober en vol verrassingen. En het stikt er van de charmante motorweggetjes.

In het bergdorp Abetone bereiken we op een pashoogte van 1.388 meter Toscane. Om ons heen de besneeuwde toppen van het regionale park Alto Appennino Modenese. Het is er nog koel. De temperatuur schiet omhoog als we in ‘feel good’-modus over de steile helling van Monte Cimone met zijn eindeloze haarspeldbochten naar beneden rijden. Het wilde Alpengebied glijdt onderaan over in een diep dal met torenhoge, ruige berghellingen, waar uit steen gehouwen dorpjes aan de rotswanden kleven. De rivier de Lima kronkelt door het smalle dal, om uiteindelijk uit te monden in de Serchio. Aan het einde van het dal nemen we de laatste haarspeldbochten omhoog naar ons hotel in Castelnuovo di Garfagnana. Vanuit het dorpje willen we de komende dagen het wilde deel van Toscane verkennen.

De roep van de beroemde marmerbergen van Carrara klinkt in onze oren en lijkt ook onze motoren te begeesteren. We duiken snel de Apuaanse Alpen in, die zich ontplooien als een perfect motorparadijs. Idyllisch meanderende rivierdalen wisselen af met kloven, kronkelende stukken asfalt en donkere, onverlichte tunnels. Helmut rijdt voorop en ik volg zijn achterlicht. Abrupt verdwijnt het felle zonlicht. Eenmaal door de duistere buis verschijnt de grot van Henraux. Achter een smalle, maar hoge rotspoort omweg! Zo lijkt het althans.

DOWNLOAD ROUTE EN GDB

 

Eén van de vijf routes in de .zip

TankTasTocht 3: Brabant

1

Het Rijke Roomse Leven. Vertel mij wat. Ik kom er vandaan. Ik ken de benauwde seksuele moraal. De hardleersheid van de clerus. Toen aartsbisschop Simonis in de jaren tachtig van de vorige eeuw het verschil tussen man en vrouw meende te kunnen verklaren uit het verschil tussen eicel (‘passief’) en zaadcel (‘actief’) wist ik: wegwezen.

Er wordt wel meer onzin beweerd, in de katholieke kerk (en daarbuiten). Sterker nog: die hele kerk hangt van praatjes aan elkaar. Het verschil is alleen dat ik er tegenwoordig van kan genieten. Lieve hemel, wat was het weer smullen, daar in het katholieke zuiden, in de Kempen, waar deze route doorheen voert. Maar het begint natuurlijk met een eindje rijden.

DOWNLOAD ROUTE OF GDB

Het is op een heerlijke voorjaarsdag als we bij Tilburg de A58 verruilen voor de Gilzerweg en de Bavelseweg en Klein Heike. Platteland dus en dat ruik je, er hangt een indringende lucht van gier. Meteen maar even een waarschuwing de deur doen uitgaan: pas op voor bejaarde echtparen op elektrische fietsen, want die kom je hier veel tegen. Ik had er bijna één tussen mijn voorvork zitten. En overstekende poezen zie je hier ook geregeld. Intussen is het wel genieten, op de Wildertstraat en de Putvenweg en de Fransebaan, dwars door de bossen.

Start: McDonalds Tilburg-Zuid, Mina Krusemanweg 4, Tilburg

Nieuw bij Louis: tangenset van Rothewald

0
Louis tangenset

Tangen zijn niet bepaald de pronkstukken in een motorwerkplaats. Toch weet elke sleutelaar dat je bij het sleutelen niet zonder tangen kunt. Rothewald biedt daarom de belangrijkste soorten tangen in één set voor mensen die zelf meer doen dan alleen het oliepeil controleren.

De basisuitrusting voor elke werkplaats bestaat uit een combinatietang, punttang, draadstripper, waterpomptang en zijkniptang. Allemaal in de beproefde Rothewald-kwaliteit en samen voor slechts 29,99 euro in alle Louis-filialen en in de onlineshop verkrijgbaar.

Scherpe Alpine oordoppen actie op Mega MotorTreffen

0

MotorNL organiseert op zaterdag 18 en zondag 19 mei voor de derde keer in Expo Haarlemmermeer (Vijfhuizen) ‘Mega MotorTreffen’; een bruisend event speciaal voor motorrijders. Alpine Hearing Protection is ook weer van de partij, met een scherpe kortingsactie! 

RELAXTER RIJDEN MET ALPINE MOTOSAFE CUSTOM 4D

Dat je tijdens een motorrit je gehoor moet beschermen, is voor de meeste motorrijders geen nieuws meer. De harde windruis kan al binnen enkele minuten onherstelbare gehoorschade aanrichten. Motoroordoppen horen daarom net als goede handschoenen, een helm en een stevige broek bij een standaard motoruitrusting. Veel motorrijders gebruiken universele motoroordoppen, maar ook steeds meer mensen zijn bereid om te investeren in op maat gemaakte gehoorbescherming. Alpine Hearing Protection lanceerde vorig jaar haar gloednieuwe MotoSafe Custom 4D oordoppen. Deze op maat gemaakte oordoppen zijn zeer enthousiast ontvangen door motorrijdend Nederland. Dankzij de digitale scan- en productietechniek sluiten de oordoppen zeer nauwkeurig aan op het oor. Hierdoor is zowel de pasvorm als het comfort optimaal. Met de Minigrip uitneemhulp kun je de oordoppen makkelijk en snel uit je oren halen. Verder zijn de oordoppen stuk voor stuk voorzien van een uniek nummer en de voornaam van de eigenaar. Je kunt kiezen uit diverse filters met verschillende dempingswaarden. Zo is er voor ieder type motorrijder een bijpassende oplossing.

OORDOPPEN OP MAAT VOOR SLECHTS € 99,-

Tijdens Mega MotorTreffen betaal je voor oordoppen op maat (inclusief Alpine Clean reinigingsspray en een bandana!) slechts € 99 in plaats van € 125,95. Je profiteert dus van € 26,95 korting! Je vindt Alpine tijdens Mega MotorTreffen tussen de MotorNL stand en de Motorsport Arena.

WIN EEN SET OORDOPPEN OP MAAT

Wil je kans maken op een set op maat gemaakte gehoorbescherming van Alpine? Bezoek dan snel onze Facebook pagina om kans te maken! De winnaar kan de oordoppen aan laten meten tijdens het Mega MotorTreffen event.

www.alpine.nl/product-categorie/motorrijden

Hoe veilig is casual motorkleding? | Motorkledingtips

0

Casual motorkleding wordt steeds populairder. Maar hoe veilig is casual motorkleding? Jaap krijgt antwoord op deze vraag van motorkledingspecialist Rogier.