Home Blog Pagina 1188

Top Staat #4: BMW F 800 ST

0

In Top Staat #4 gaan we op zoek naar een BMW F 800 ST. 13 jaar geleden werd de F 800 ST geïntroduceerd. In Hoevelaken vinden wij een F 800 ST uit 2006. In welke staat is deze BMW F 800 ST nog na 13 jaar?

Bekijk hier de eerdere afleveringen van Top Staat:

Kawasaki Z1000 en Z1000R met gratis Performance-pakket

0
Kawasaki Z1000 performance-pakket

De Kawasaki Z1000 en Z1000R zijn niet alleen leverbaar in twee nieuwe kleuren, je kunt bij aanschaf ook nog eens een gratis Performance-pakket van €1.500,- op het orderformulier laten noteren. Met het Performance-pakket ziet je Z1000(R) er agressiever uit en krijgt ie diepere uitlaatsound. Daarnaast win je ook nog eens 3 pk aan topvermogen en bespaar je 4,2 kilo.

Het Z1000 & Z1000R Performance Pakket bestaat uit:

  • Akrapovic uitlaat Carbon
  • Carbon hitteschild
  • Tankpad (Alleen op de Z1000)

De 2019 Kawasaki Z1000 staat nu in de showroom vanaf € 13.799,- en de Z1000R vanaf € 15.099,-

Ellermeyer, een custom motorzadel op maat gemaakt

0

Al sinds de oprichting in 1946 is Ellermeyer gespecialiseerd in verandering, inrichting en aanpassingen. Elk motorzadel die ze maken is uniek in de wereld!

Zie voor meer voorbeelden: www.motorzadels.nl 

Vijf vragen Yamaha Ténéré 700

0

Mazzelaar Ad van de Wiel voelt de Yamaha Ténéré 700 twee dagen in Tortosa aan de tand. De introductie is de avonturenfiets op het lijf geschreven want er zitten net zoveel road- als offroad kilometers in het traject.

Yamaha heeft ons erg lang laten wachten op de Ténéré 700. Al in 2016 maakte het ons gek met het geweldige prototype T7. Hoeveel is er overeind gebleven van die eyecatcher?

‘Opmerkelijk veel eigenlijk nog. Het Dakar-gehalte is nog altijd hoog. Natuurlijk ontkom je niet aan zoiets sufs als een nummerplaat, maar de motorfiets mag er nog altijd zijn.’

Le Dakar er op rijden is wel iets anders.

‘Niet geheel toevallig was fabrieksrijder Adriaan van Beveren aanwezig op de introductie. Als je ziet wat zo’n man op de Ténéré 700 doet, valt je mond open van verbazing. Glijdend, driftend en knallend beukt de Fransman van bocht naar bocht. Daarin ligt echter niet de grootste kracht van de machine. Hij geeft rijders van alle allooi het gevoel dat ze vol vertrouwen het zand en het asfalt op kunnen duiken.’

Hoe komt dat?

‘De Ténéré 700 is een lichtgewicht – 204 kilo rijklaar –  en sturen is ondanks het 21” voorwiel een feestje. Bovendien is het vermogen niet levensbedreigend, maar het blokje is tegelijk wel geweldig. Dit is het leukste lichte motorblok van het moment. Het is gretig, krachtig en voelt en klinkt dikker dan 700cc. Door aanpassingen aan de in- en uitlaat en de eindoverbrenging reageert de twin nog iets feller op elke stoot gas. Gecontroleerd driften in het onverharde is geen enkel probleem. Het zadel staat met 875 mm weliswaar hoog, maar het is smal waardoor voeten toch nog stabiel staan. Overigens is de motorfiets met 35 mm te verlagen. Op straat geven de Pirelli’s voldoende grip voor een flink tempo. Knap dat de vering een goed compromis is tussen straat en offroad.’

Alleen maar complimenten: waar komt die lage verkoopprijs dan vandaan?

‘Elektronica ontbreekt volledig en dat vertaalt zich in een niet te negeren verkoopprijs. Als het begrip prijs-kwaliteitsverhouding nog niet had bestaan, was het speciaal voor deze Ténéré 700 uitgevonden. Weet je wat het mooiste is? Het is juist een zegen dat de elektronica ontbreekt. Het voelt zo ontstellend lekker om zelf te bepalen hoe ver de achterkant uitbreekt. Voor de ABS maak ik een uitzondering. Je kunt het volledig uitschakelen, maar zelfs in het terrein liet ik het aanstaan.’

Heb je dan helemaal geen nadelen ontdekt?

‘De grootste is de levertijd. Je kunt hem tot 1 augustus online bestellen voor € 11.199 (daarna wordt hij vierhonderd euro duurder) en dan heb je voorrang bij de uitlevering. De reguliere modellen staan vanaf september in de winkel. Op de motor zelf valt weinig aan te merken. De koppeling drukt tegen je kuit, maar dat irriteert niet eens. Het dashboard is erg flexibel opgehangen en staand slecht leesbaar, maar om dat nu echte minpunten te noemen? Yamaha zet voor een klein bedrag een extreem speelse, mooie en verslavend fijne motorfiets neer. De XT-spirit is weer helemaal terug.’

Finland: De Haagse legende van Lapland

0
Petronella

Het bestaan van de goudzoekers van Fins Lapland was tot de zomer van 1949 kaal, grauw, hard en eenzaam. En toen verscheen vanuit het niets een betoverende avonturierster uit Den Haag, die alles op zijn kop zou zetten. Petronella was haar naam en wij volgen haar spoor.

Schrijver Jan Dirk Onrust publiceerde deze reportage in Promotor 2 van 2012

Op een oktoberavond in 1949 zaten vier ontgoochelde goudzoekers aan de tafel van hun afgelegen blokhut in Lemmenjoki. Het eten smaakte niet, het bier was niet sterk genoeg en hun belangstelling voor goud was verdwenen. En dat allemaal om dat er één grote afwezige was: Petronella, een jonge Nederlandse die twee maanden eerder als een zwerfkat was komen aanlopen. Versteld hadden ze gestaan, de baardmannen, toen de vrouw vroeg of ze een hulp in de huishouding konden gebruiken. Ze had niet alleen het uiterlijk van een filmster, maar ook de klasse, het mondaine en het mysterieuze. En een strak truitje met hypnotiserende inhoud. Ze kon meteen aan de slag. Later schoot de mannen te binnen dat ze toen nog een andere huishoudster hadden. Je kunt ook niet aan alles denken…

Even plotseling als ze was verschenen, werd ze uit hun leven weggerukt. En dat zorgde voor de zoveelste lange avond waarin vooral werd gezucht en gezwegen. Behalve door de verlegen Nipa. Die barste voor de zoveelste keer in tranen uit. Zijn buurman besloot hem nu maar eens een klap op zijn kop te geven. Even was het stil en toen begon Nipa weer. Opnieuw kreeg hij een klap. De twee andere hutgenoten begonnen er nu op los te meppen. ‘Voel je je al wat beter?’ vroegen ze na het langdurige salvo.

‘Ja, het gaat nu wel weer,’antwoordde Nipa terwijl hij zich over het hoofd wreef.
Maar het ging niet echt. Zo makkelijk was het niet om de plotseling uit zijn leven gerukte huishoudster te vergeten. De andere goudzoekers hadden het er ook knap moeilijk mee. Sterker nog: heel Fins Lapland heeft haar tot op de dag van vandaag niet kunnen vergeten.

Een filmsterachtige verschijning

Daar moet een bijzonder verhaal achter zitten. En dat begon wonderlijk genoeg op amper een kilometer van mijn huis, vlak achter Den Haag CS. Want daar woonde de toen 25-jarige Petronella van der Moer. Niet in een huis dat je zou verwachten van een filmsterachtige verschijning, maar tweehoogachter bij haar moeder, op een steenworp afstand van de rosse buurt. Wat ze precies deed voordat ze aan in haar eentje aan het reizen sloeg, is niet zeker. Zelf zou ze aan de Finnen vertellen dat ze met een Amerikaanse journalist getrouwd was geweest en met hem in Venezuela en Rome een mondain leven had geleid. En dat ze correspondente was voor een Amerikaanse krant die niemand kende – Florida State Journal. Maar ze vertelde zoveel. Vaak bleek er maar weinig van waar te zijn. En dat zou haar nog duur komen te staan.

Als een blok

Zeker is wel dat ze op 11 juni 1949 in Helsinki aankwam. 62 jaar later sta ik daar ook, om de motortrein naar Rovaniemi te pakken. In een nacht rijden, ben ik er. Dat is anderhalve maand korter dan Petronella er over deed. Zij nam eerst haar intrek in een hotel in Helsinki. De eerste vraag die ze aan de receptioniste stelde was: ‘Wie zijn hier beroemd en belangrijk?’ Onverschrokken stapte ze zo van de ene fabrieksdirecteur na de andere politicus. Voor een interview voor de Florida State Journal. De hoge heren vielen als een blok voor Petronella. Ze werd voor allerlei feesten uitgenodigd, maar er rolden geen stukkies uit haar pen. Althans niet iets waarvoor betaald werd. Terwijl de hotelrekening stevig opliep. Wekenlang verzon ze de ene smoes na de andere om onder de betaling uit te komen. En toen de smoezen opwaren nam ze de benen. De hoteleigenaar stapte naar de politie en haar paspoort werd in beslag genomen. Ze kon het terugkrijgen als binnen een paar dagen met geld over de brug kwam. Met haar laatste geld besloot Petronella opnieuw te vluchten, zo ver als ze zonder paspoort kon komen. Liftend en per trein reisde ze naar Lapland, zonder ook maar een idee te hebben wat ze daar moest doen.

Goud!

Met de trein maak ik dezelfde rit naar Rovaniemi. Daarna ga ik per motor op weg naar Ivalo, de onmetelijke uitgestrektheid van Lapland in. Petronella nam hier de bus. Met bijna alle mannen had de blonde vamp al snel kennisgemaakt, op zoek naar een kans. En die vond ze bij de jonge geoloog Klaus Säynäjärvi. Hij vertelde haar dat hij een wandeltocht van enkele weken door de wildernis van Lemmenjoki ging maken om goudmonsters te nemen. Er waren het jaar ervoor enkele grote goudaders ontdekt, die onmiddellijk een goldrush op gang hadden gebracht. Goud? Petronella’s ogen begonnen te glinsteren. Goud zou al haar problemen kunnen oplossen.

De hoofdweg naar Ivalo heeft talloze onverharde zijweggetjes, de beste loopt 40 km de rimboe in naar het gehucht Kuttera. Hier stapten Klaus en Petronella uit voor een wandeltocht die bijna drie weken zou duren. Kleding had Petronella nauwelijks bij zich, laat staan een tentje of een slaapzak. Maar ze had natuurlijk wel haar charmes om zich warm te houden. Ook al zei ze plechtig tegen de verloofde Klaus dat het haar principe was zich niet in bestaande relaties te mengen. Klaus liet zich makkelijk geruststellen.

Wilde mannen

Direct na de afslag naar Kuttera word ik bijna van mijn sokken gereden door een woest raggende Jeep met wilde mannen erin. Goudzoekers. Ze zijn hier nog altijd, vele tientallen, allemaal met hun eigen hutje en een stuk grond waarvan ze elke steen omkeren. Dat verklaart ook de vele stukken maanlandschap die ik hier langs de kant van de weg tegenkom.
De kaarsrechte onverharde weg houdt op bij het Lappendorpje Kuttera. Op de motor kost het me een half uurtje, Klaus en Petronella deden er een kleine week over. Als ik bij het laatste huis afstap, komt er direct een kleine oudere vrouw naar buiten. ‘Wat zoek je hier?’, vraagt ze niet onvriendelijk. Als ik het heb uitgelegd, zegt ze: ‘Die heb ik gekend. Toen ik zeven jaar was, heeft mijn moeder haar onderdak gegeven.’

Ik sta even te wankelen van verbazing. Als het zo is, moet zij zo ongeveer de laatst levende ooggetuige zijn, want van de goudzoekers uit die tijd leeft niemand meer. ‘Weet u zeker dat het Petronella was?’ ‘Ja, ze was heel erg mooi. En slim. Ze beloofde laarsjes voor mij op te sturen, in ruil voor een paar laarzen van mijn moeder. Die laarsjes zijn nooit gekomen.’
Ja, typisch Petronella. Van alles beloven en niets nakomen. Toch wordt zie hier niet als een oplichtster gezien. ‘Het was een heldin,’zegt de oude vrouw, die schrijfster blijkt te zijn. ‘Ze was heel avontuurlijk en erg lief voor de goudzoekers. Ze was ook heel sterk. Wekenlang is ze door de wildernis getrokken. En die begint hier echt zwaar te worden.’

Per boot de rimboe in

Inderdaad, berg op, berg af en rivieren doorwaden. Dat gaat op de motor nooit lukken. Ik keer om maak een halve cirkel van 165 km en kom dan in het Lemmenjoki-gebied, waar Petronella en Klaus uiteindelijk bij de goudzoekers terechtkwamen. Maar aan het eind van de weg ben ik er nog lang niet. In de nederzetting laat ik de motor achter en vaar in een soort roeibootje met buitenboordmotor 20 km stroomopwaarts de Lemmenjoki-rivier op. Daarna wandel ik vijftien kilometer de bossen in. En dan ben ik er. Op de plek waar Petronella op een avond in augustus voor de gelegenheid gekleed in een dun wit overhemd en korte rok aan kwam huppelen: de goudzoekershut Morgamoja, verscholen in de struiken aan een piepklein beekje. Als er een ufo was geland, hadden de goudzoekers niet minder verbaasd gekeken. Klaus introduceerde haar als journaliste die geïnteresseerd was in de goudzoekergemeenschap en vroeg om tijdelijk onderdak. Tuurlijk kon dat. De interesse was geheel wederzijds.

Een gram goud per dag

Na een week vertrok Klaus, maar Petronella bleef om tegen een vergoeding van een gram goud per dag huishoudelijk werk te verrichten. Haar aanwezigheid sloeg in als een bom. Goudzoekers uit de wijde omtrek kwamen langs om te buurten. En voor de verandering waren ze frisgewassen en geschoren. Petronella hield afstand, maar gaf de mannen tegelijkertijd het gevoel dat ze hun verloofde zou kunnen worden. Petronella werd het gesprek van de dag. Hadden ze hun mond maar gehouden. De verhalen over haar schoonheid reikten zo ver dat de geheime dienst in Ivalo (120 km verderop) er lucht van kreeg. En daar vertrouwde men het niet. Wat moet zo’n mooie journaliste nou bij die vieze goudzoekers? Dat zou wel eens een spionne kunnen zijn. En zo kwam de noodlottige laatste zondag van september, de dag waarop Petronella tijdens een uitje naar de grote stad voor verhoor werd opgepakt. Snel bleek dat ze geen paspoort had. En dat ze een spoor van onbetaalde hotelrekeningen achter zich had gelaten. Drie weken later stond ze voor de rechtbank in Helsinki. Spionage werd niet bewezen, maar ze kreeg wel boetes opgelegd, moest alsnog de hotelrekeningen betalen en werd voor vijf jaar het land uitgezet.

Stormloop  

Bij de goudzoekers was inmiddels de pleuris uitgebroken. Direct na haar arrestatie ontstonden er plannen voor een stormloop op het kantoor van de geheime dienst. Later probeerde men via legale weg Petronella terug te krijgen. De Vakbond van Goudzoekers bood aan haar boetes en rekeningen te betalen. Het mocht niet baten. Petronella was verdwenen en zou nooit meer terugkomen. De impact hiervan is bijna niet te overdreven.

Ze is overal

Het eerste bewijs daarvan vind ik op een half uurtje lopen van de hut, waar ik twee zachtronde bergen van 400 meter hoog beklim. En hoe heten die? Petronellan Kukkulat. Inderdaad, de borsten van Petronella. Als ik de volgende dag terugvaar, zie ik dat het bootje de naam Petronella III draagt. Onderweg komt een bootje met de haar tweede voornaam – Sylvia – me tegemoet. Weer terug op de motor ontdek ik in Inari een straat met haar naam. In het wintersportplaatsje Saariselkä zet ik een restaurant dat Petronella heet op de foto. In Tankavaara vind ik in het Goudmuseum een hoekje over de Haagse. Maar het gaat nog veel verder: er zijn liederen over haar geschreven, een aantal boeken, in 2006 is er in Oulu een musical over haar opgevoerd. Ze heeft op het etiket van het grootste Finse biermerk gestaan – Lapin Kulta. En de winnares van een Lapse schoonheidswedstrijd mag zich een jaar lang Miss Petronella noemen. Het harde koude Lapland laat zich door Petronella van een onverwacht zachtste en romantische kant zien. Met die kennis is de gevoelstemperatuur op de motor voor dit gebied met vele graden verhoogd.

Petronella leeft

Wat is er eigenlijk daarna met haar gebeurd? Daar weten we weinig van. Na 1949 werkte ze bij een reisburo en Avi Fauna. In 1955 kreeg ze een dochter in Frankrijk, met wie ze in 1969 naar de VS emigreerde en waar ze een paar geleden is overleden. Journaliste is ze nooit geworden.

Louis Media Ride 2019

0
Louis Media Ride 2019

Afgelopen week, 23 mei, reisden we af naar het Oostenrijkse plaatsje Zams voor de jaarlijkse Louis Media Ride. Het onderkomen voor dit jaar was het MoHo hotel Jagerhof. MoHo is een hotelketen van 55 hotels in Oostenrijk, Zuid-Duitsland, Zwitserland, Kroatië en Italië dat is gespecialiseerd in het ontvangen van motorrijders. Met faciliteiten als een droogkamer, sleutelruimte, wasplaats en routes onderscheidt deze keten zich van andere hotels. Als klap op de vuurpijl: in de buurt van de meeste MoHo hotels is vaak ook een motorverhuur gevestigd.

Bij MoHo hotel Jagerhof in Zams zwaait Willi Callies met de scepter. Willi kent de wegen rond zijn hotel op z’n duimpje. Zo’n beetje alle mooie wegen en bergweggetjes heeft hij vastgelegd in verschillende tracks. Dat de man hier al het merendeel van zijn leven vertoeft, laat hij zien door de manier waarop hij zijn gele GL1800 Gold Wing door de vele bochten stuurt. Menig deelnemer aan de Louis Media Ride had het knap lastig het tempo van de man bij te houden.

Presentatie

De welcomeparty werd door Louis ook aangegrepen door een presentatie te geven van het bedrijf én de nieuwe spullen. Die laatste kon ik Media Ride uitproberen. Ook werd me duidelijk dat Louis veel tijd besteedt aan productontwikkeling. Algemeen nieuws over Louis: afgelopen jaar opende Louis elf nieuwe winkels, waarvan één in Tilburg. En daar blijft het niet bij volgens Nico Frey, algemeen directeur van de Louis-organisatie. De onderneming groeit voornamelijk in de het buitenland. Louis broedt op nieuwe winkels in Nederland, maar waar ze precies komen te staan is nog een goed bewaard geheim.

Vannuci

Tijdens het vervolg van de presentatie werd de nadruk gelegd op Vannuci. Het luxe eigenmerk van Louis heeft een nieuwe generatie motorlaarzen ontwikkeld in samenwerking met Sympatex. De innovatie van de laars zit aan de achterzijde. Het komt vaak voor dat de schacht van een laars net te krap of te ruim is. De achterzijde kun je met een ruime flap en velcro altijd op maat maken zodat de schacht nooit kiert. Ook brengt Louis onder het merk Vannuci een nieuwe lijn ondergoed zonder naden. Dat voorkomt een pijnlijk achterwerk.

Gazzini

In samenwerking met Thyssen-Krupp werd een set full carbon wielen ontwikkeld. Het gewicht van het voorwiel bedraagt slechts 1,9 kilogram en het achterwiel 2,9 kilogram. Ook het Louis-huismerk Gazzini werd weer met een smaakvolle accessoire uitgebreid: een nieuw spiegelsysteem dat je geheel naar eigen wens uit verschillende onderdelen kunt samenstellen.

SW-Motech

Het Duitse SW-Motech, leverancier van bagagesystemen en reisaccessoires, presenteerde een vernuftig bagagerack. Als je zonder koffers rijdt, blijft het rack op de motor vaak goed zichtbaar. En dat is niet het mooiste plaatje. Met het systeem van SW-Motech kun je het rack in een handomdraai van je motor halen. Overigens ben je niet gebonden aan een SW-Motech kofferset. Ook sets van andere leveranciers – bijvoorbeeld Givi – kun je met een adapter ook op het rack van SW-Motech monteren.

En dan gaan we toeren!

Na alle presentatie was het tijd om te gaan rijden. Nadat het bonte gezelschap journalisten en vloggers uit tal van Europese landen in drie groepen was verdeeld, ging de ochtendroute richting het Ötztal. Op een Triumph Tiger brachten heerlijke slingerwegen en de vele haarspeldbochten me steeds hoger in de bergen. Op een gegeven moment stuitte ik op een schitterend bergmeer, omgeven door besneeuwde Alpentoppen. De weg naar de lunch was opnieuw een vol haarspeldbochten en slingerwegen. Wat me echt opviel was dat er bijna geen tegemoetkomend verkeer was. Daardoor was het extra genieten. De stop bij het bergmeer was al indrukwekkend, maar de volgende stop overtrof alles. Het uitzicht over het Kaunertal staat nog steeds op mijn netvlies. Na de lunch op deze wonderlijk mooie plek ging het over de Kaunertaler Gletscherstraße verder naar de derde stop. De gletsjerweg bracht ons hoger en hoger in de Alpen, tot maar liefst 2.750 meter.

Daar was een fotostop gecreëerd en je kon er vrij rijden. Die kans liet ik niet lopen en door de vele haarspeldbochten reed ik verder naar boven. Daar werd het stiller, leger en vooral witter om mij heen. De sneeuw lag er nog twee meter dik. Spannend was het ook enigszins. Zo reed ik net op tijd weer naar beneden. Had ik op de top gedraald, zou een lawine me hebben verrast en had ik enige tijd moeten wachten tot de weg weer vrij was. Dat kan je dus zomaar overkomen als je laat in het voorjaar op deze hoogte door de bergen aan het rijden bent. Wat ook kan, is dat je achterrem het begeeft. Zoals mij overkwam. Maar de Louis Media Ride was tot in de puntjes verzorgd. Ik hoefde simpelweg de Triumph te laten staan en verder te rijden op een nieuwe BMW R1250 GS. In MoHo Jagerhof werd het die avond nog heel laat met al die nagenietende collega’s…

Informatie

55 MoHo hotels op één site (NL)

Gereden route

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-Louis_Media_Tour_2019.GPX”]

BMW GS Trophy: Spannende strijd in Wales

1

Vanochtend ging dan eindelijk de kwalificatie voor de BMW GS Trophy 2020 van start! Twintig Nederlandse deelnemers bonden in de stromende regen in Wales de strijd aan. Opgedeeld in groepen van vier gingen ze van start, langs een route vol opdrachten én langs Walters Arena, een prachtig adventure-terrein waar de Engelse organisatie vele uitdagende proeven presenteerde.

De proeven? Die varieerden van een simpele oefening waarop de deelnemers op een G310GS zo langzaam mogelijk een modderhelling afmoesten, tot een behendigheidsproef op een R1250GS die uitmondde in een bijzonder serieuze hillclimb. De hillclimb en de andere oefeningen werden nog uitdagender dan de organisatie had voorzien, doordat het Engelse klimaat zich niet onbetuigd liet. Walters Arena stroomde vol water en de ondergrond werd glibberig als Hollandse klei.

De opdrachten die de twintig Nederlandse deelnemers tijdens de dagroute moesten uitvoeren waren iets minder vervaarlijk dan in Walters Arena. Maar, niet minder uitdagend! Heb je wel eens een bosloop uitgevoerd, in je motorkleding met rally- of enduro-laarzen aan je voeten? Nou, de deelnemers na vandaag wel. Tijdens de bosloop kwamen ze bovendien nog allerlei motor-onderdelen tegen, in bomen gehangen, die ze bij de finish moesten opsommen. Andere opdrachten brachten minder zweet, maar vroegen meer analytisch en navigerend vermogen.

Morgenochtend maakt de organisatie bekend welke twaalf Nederlandse deelnemers de finale rijden. Van die twaalf krijgen aan het eind van de dag drie het bericht dat iedereen wil horen: ‘Je hebt een ticket naar de GS Trophy 2020 in Nieuw-Zeeland bemachtigd!’ Wie dat gaan zijn? We houden je op de hoogte.

KTM & Husqvarna Testdag bij Goedhart Motoren

0
KTM Husqvarna Dag bij Goedhart Motoren

Zaterdag 1 juni staat bij Goedhart in het teken van KTM en Husqvarna. Met een broodje. Met een drankje. En met de allernieuwste KTM’s en Husqvarna’s, die je ongegeneerd aan de tand mag voelen tussen 10.00 en 17.00 uur. Dat is nog niet alles, want van 25 mei t/m 1 juni profiteer je ook van 10% korting op alle Husqvarna en KTM producten.

De volgende modellen staan voor je klaar:

Beschikbare KTM’s

– 390 Duke (A2)
– 690 Duke
– 790 Duke
– 1290 Super Duke R
– 1290 Super Duke GT
– 790 Adventure
– 790 Adventure R
– 1290 Super Adventure S

Beschikbare Husqvarna’s

– 401 Vitpilen (A2)
– 401 Svartpilen (A2)
– 701 Vitpilen
– 701 Svartpilen
– 701 Enduro

Inschrijven voor een proefrit kan ter plekke (vooraf inschrijven is niet mogelijk). Dus kom zaterdag 1 juni bij Goedhart langs: de ideale tussenstop voor een mooie toertocht door het Groene Hart!

Let op: beschermde motorkleding & motorrijbewijs zijn verplicht!

Tintelend markant: Langs de Mark en Dintel

1
Mark en Dintel

Een motorrit langs het water van Mark en Dintel staat garant voor afwisseling. Het is een tocht door bossen en over polderland. Waar vroomheid hand in hand gaat met schuld en boete. Door plaatsen vol devotie en langs oorden van orde en tucht. Waar Belgische zwier Hollandse nuchterheid ontmoet. Kortom, motorpret voor wie van variatie houdt.

Yop Segers

Al om negen uur glip ik de Belgische grens over en de N283 brengt mij kwiek van Tilburg naar Turnhout. In deze Kempische stad mogen de pk’s uitrusten op de Grote Markt. Om precies te zijn voor de ingang van de Collegiale Sint Pieterskerk, recht tegenover het stadskantoor dat comfortabel door vele horecazaken wordt geflankeerd. Ik kies voor een taverne waarin enkele gasten op dit vroege uur al gezellig pintjes nuttigen. Het is een café als uit een poesie album. Tafeltjes met smyrnakleedjes, asbakken uit blik, hoogpolig tapijt en bij de tapkast marmoleum op de vloer. Alsof de tijd er stil heeft gestaan. Maar de koffie is eigentijds lekker en ook de pruimentaart met onvervalste slagroom. De calorieën worden vlak bij de Grote Markt weggewerkt met een korte wandeling door het stemmige begijnhof.

Het werd in de Middeleeuwen opgericht om de talrijke weduwen en wezen van de kruistochten te huisvesten, voor wie geen plaats meer in de overvolle kloosters was. Een kwartiertje later worden de pk’s weer aangesproken en sjees ik over kasseien, langs het Château des Ducs de Brabant, het centrum van Turnhout uit. Een zoektocht naar de bron brengt mij dan naar het gehucht Koekhoven, waar het riviertje de Mark in een wei ontspringt en de status van een greppel krijgt. De omgeving is typisch voor een tuinbouwgebied. Tussen akkers en weilanden staan overal glazen kassen waarin aardbeien, augurken, paprika’s en tomaten worden gekweekt.

Orde en tucht

Over zwierige binnenwegen bereik ik het dorp Merksplas. Een anoniem plaatsje waar de geschiedenis aan voorbij lijkt te zijn gegaan. De annalen vermelden slechts dat hier in 1831 tijdens de Tiendaagse Veldtocht enkele schermutselingen plaatsvonden tussen het Nederlandse leger en de opstandige Belgen die voor onafhankelijkheid vochten. Drie kilometer buiten Merksplas kun je de historie echter bijna letterlijk inademen. Aan een bosrand ligt een merkwaardig gebouwencomplex dat zijn oorsprong vindt in 1823 toen de Maatschappij van Weldadigheid er een landbouwkolonie stichtte. Gevangenis, opzichterswoningen, boerenhoeve en de gestichtskerk zijn strak in het gelid geordend aan een geometrisch stratenpatroon. Daardoor doet alles wat luguber en zelfs een beetje buitenaards aan. Alsof Marsmannetjes hier een wingewest hebben opgezet. Doel van de kolonie was landlopers en bedelaars tot zelfstandige landarbeiders op te voeden. Zij moesten de omringende heide ontginnen en werden daarna te werk gesteld op de boerenhoeves die op dit ontgonnen land verrezen. Na de Belgische Revolutie werd de vrije landbouwkolonie opgedoekt en tot een strafinrichting voor opgepakte landlopers omgevormd. In plaats van op het land werken moesten de paupers nu reiskoffers, hoeden, manden, tapijten en parelmoeren knopen maken. Uiteindelijk kreeg het gevangeniscomplex, nadat België in 1993 de wet op de landloperij schrapte, een bestemming als asielzoekerscentrum.

Groot is mijn verwondering als ik na een ruwe kasseienweg door het bos, vlak bij het dorpje Wortel, opnieuw een voormalige bedelaarskolonie aantref. Ook hier is vanaf begin 19e eeuw alles in een strak geometrisch keurslijf gegoten. Zelfs het landschap moest blijkbaar orde en tucht uitdragen. Hoofdader door dit domein van 516 hectare is een kaarsrechte allee met aan weerszijden dreven die in velden en bossen verdwijnen. De kolonie van Wortel werd in 1881 een dependance van die in Merksplas. Tot aan de Eerste Wereldoorlog waren in beide instellingen meer dan vijfduizend landlopers gedetineerd. Tegenwoordig huist het complex, je raadt het al, een reguliere gevangenis.

Alle wegen leiden naar Rome

Oudenbosch zou je het Rome van de Lage Landen kunnen noemen. Want behalve de kruisbasiliek en het Nederlands Zoauvenmuseum bezit het plaatsje nog veel meer hoogstandjes van roomse cultuur. Bijvoorbeeld het Instituut Saint-Louis, een voormalig jongensinternaat rondom een binnenplein met als blikvanger een kerk waarbij de neobarokke façade een replica is van die van de Sint-Jan van Lateranen in Rome. Of het in 1837 gestichte kloosterinternaat voor meisjes Sint-Anna dat onlangs tot gemeentehuis is verbouwd. Dan is er ook nog het Collegium Berchmannium, een jezuïetenklooster en grootseminarie waarin nu een sterrenwacht en een hotel zijn ondergebracht.

Devotie en gelofte

Tussen Wortel en Hoogstraten is de jonge Mark al behoorlijk gegroeid en meandert als een onstuimige adolescent door het oude land van de Noorderkempen. Het oudhertogelijke stadje Hoogstraten verwelkomt me dan met het Gelmerslot. Dit kasteel aan de Mark heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Het is vaak door vuur en oorlogsgeweld verwoest en net zo veel keren weer opgebouwd. In 1810 ten slotte huisvestte men binnen zijn solide muren een bedelaarsoord. Het macabere blijft me op deze toertocht dus gezelschap houden, want het Gelmerslot is sinds 1931 een Penitentiair Schoolcentrum. Een jeugdgevangenis waar Belgisch jongste kruimeldiefjes en ruitentikkertjes op het ‘pad der deugd’ worden gewezen.

In het centrum van Hoogstraten maak ik een korte pitstop om het 16e eeuwse convent te bezoeken. Na al die gevangenissen snakt mijn geest naar verademing. Het met een muur omringde begijnhof van Hoogstraten is in elk geval een rustgevend oord. Niet zo groot als de evenknie in Turnhout maar met zijn barokke begijnhofkerk wel oorspronkelijker. Het schaduwrijke groen tussen de rijen wit geschilderde begijnenwoninkjes en de devote stilte nodigen uit tot verpozing. Misschien moet je voor zo’n gelegenheid altijd wat filosofisch leesvoer in de tanktas meenemen. Maar een blikje prik en enkele hapklare graanrepen volstaan ook.

Zigzaggend door het bed van de Mark wordt de tocht stroomaf voortgezet, via Minderhout en Meer naar Meersel-Dreef. Dit meest noordelijke gelegen dorp van België wordt ook wel het Lourdes van de Noorderkempen genoemd. Elk jaar bezoeken tienduizenden bedevaartgangers het Mariapark bij het kapucijnenklooster. Pater Jan Baptist vertrok in 1895 naar Punjab in Engels-Indië. Onderweg kwam zijn schip in zware storm terecht en hij beloofde een grot voor O.L. Vrouw van Lourdes op te richten als hij veilig aan wal zou komen. Zijn gebed werd verhoord en uiteindelijk besloot hij om zijn gelofte te volbrengen op zijn geboortegrond. In 1896 legde hij op de Meersele Dreef in de tuin tegenover het klooster de eerste steen voor de Lourdesgrot.

Na bezoek aan het genadebeeld schuifelen de pelgrims in processie langs de kruiswegstatie. Verder zijn in het Mariapark ook tal van heiligenbeelden geplaatst. Bijvoorbeeld van Pater Pio, een kapucijn die zijn leven lang de vijf kruiswonden van Christus droeg. In 1999 werd hij door de paus in de hemelse zaligheid opgenomen en in 2002 volgde zijn heiligverklaring. De gotische Sint-Luciakapel ten slotte is van oudsher de plek waar katholieken de hulp afsmeken tegen oogziekten. De naam Lucia is immers afgeleid van het Latijnse woord ‘lucis’, wat licht betekent.

Dat de bedevaart Meersel-Dreef geen windeieren heeft gelegd, wordt duidelijk als je door die ene dorpsstraat stuurt. Niet minder dan acht horecabedrijven geven hier acte de présence om de inwendige mens te versterken.

Schuld en boete

Mijn calorimeter is echter op peil zodat ik mijn Honda de sporen geef en langs de watermolen van Meersel-Dreef het bedevaartsoord vaarwel zeg. De grens met Nederland wordt ongemerkt overschreden in het buurtschap Kerzel. Vandaar zoeft de SevenFifty in lijzig tempo over de Galderseweg richting Breda. Links het Mastbos, het oudste naaldbos van ons land dat in de 16e eeuw werd aangeplant om de jagerslust van de Nassaus te bevredigen. Rechts weggedoken in het loof een groot aantal rijksinstellingen.

En jawel, één daarvan is een gevangenis voor jeugdige delinquenten. Het begint te dagen dat je voor deze tocht in plaats van filosofische uiteenzettingen beter het epos Schuld en Boete van de Russische schrijver Dostojevski erop na kunt slaan. Zeker als ik even later aan de binnenste ringweg van Breda voor de zoveelste keer op een strafinrichting wordt getrakteerd. Het is de roemruchte koepelgevangenis.

Na vijf minuten bevrijd ik me van het drukke stadsverkeer en rij ten noorden van Breda het kerkdorp Terheijden binnen. Hier las ik een ommetje in langs het Markkanaal dat sinds 1915 de Mark met het Wilhelminakanaal verbindt. Je cruist er onder een boog van prachtige eiken. Terheijden zelf is vooral bekend om zijn aarden schans die de Spaanse landvoogd Parma in 1590 aan de oever van de Mark liet aanleggen. Hij wilde hiermee Breda, dat prins Maurits zojuist door een list met het turfschip had veroverd, beroven van zijn verbinding met Holland. Een barrière uit nieuwere tijden vormt de HSL-Zuid, de hogesnelheidsspoorlijn van Rotterdam naar Antwerpen.

Het duurt even voordat ik een geschikte route heb gevonden om dit obstakel te passeren. Uiteindelijk lukt dat via de Bredeweg die vlak langs de Mark onder drie viaducten (van de snelweg A16, spoorlijn Breda-Rotterdam en de HSL) doorloopt.

Rome aan de Dintel

In Langeweg pauzeer ik om op het caféterras een bakkie leut te lebberen. Dit gehucht, dat tot 1910 Slikgat heette, is honderd jaar lang overheerst door het kapucijnenklooster en het vermaarde kleinsemenarie waar priesters werden opgeleid. Maar de bebaarde paters in bruine pijen en op sandalen zijn er niet meer. Nu runt de Emmaüs Stichting in het voormalige klooster een woon- en werkgemeenschap van (ex)daklozen. Over de Zuiddijk gaat het dan via Zevenbergen, waar de Roode Vaart de Mark met het Hollands Diep verbindt, naar Standdaarbuiten. Vanaf dit dorp draagt onze rivier de naam Dintel.

Het gebied dat ik doorkruis was vroeger roomser dan de paus. Dat bewijst Oudenbosch. Wie dit dorp nadert, ziet al van verre de kolossale koepel van de Agatha en Barbarakerk hoog boven het polderland oprijzen. Eenmaal op het kerkplein waar de pronkgevel in het zonlicht helgeel kleurt, heb je het gevoel in Italië te vertoeven. Oudenbosch heeft inderdaad iets met dat land. Het plaatsje werd bekend als verzamelcentrum voor de zouaven. Vrijwilligers die in de jaren 1863-1870 dienst namen in het pauselijk leger om de Kerkelijke Staat te verdedigen tegen Garibaldi die de eenwording van Italië nastreefde. Pastoor Hellemans liet als herinnering aan hen de Agatha en Barbarakerk bouwen (1865-1880). Een verkleinde kopie van de Sint Pieter in Rome: half zo hoog, half zo breed en een derde van de lengte.

Ik stap deze basiliek binnen en krijg zowat een beroerte van de pracht en praal die je daar tegemoet glimt. Overal prachtig stucwerk met geschilderde marmerimitaties, blote engeltjes en struise afbeeldingen van heiligen. Ook heeft men kwistig met verguldsel omgesprongen. Het interieur van de echte Sint Pieter is tot in het kleinste detail gekopieerd, inclusief de cassettengewelven en het beroemde Bernini-altaar met zijn gedraaide zuilen. Weer buiten voel ik me een pietermannetje, ietwat uit het veld geslagen door zo veel decorum.

Babylonische spraakverwarring

Breda is ontstaan op de plek waar twee rivieren bij elkaar kwamen: de Aa en de Mark. Dit heeft trouwens een Babylonische spraakverwarring opgeleverd. Want de Mark werd in de Middeleeuwen ook wel de Aa genoemd, terwijl de huidige Aa vaak als Weerijs door het leven ging. Hoe dan ook, de Mark trad vroeger regelmatig buiten zijn oevers. Dit wordt aangevoerd als verklaring voor de naam van de stad Breda: het zou komen van de ‘Brede Aa’.

Prinsenland

Het vlakke land van West-Brabant zorgt er echter voor dat mijn ziel al snel de eenvoud en nuchterheid hervindt. Bij Stampersgat waar een van de grootste suikerfabrieken van Europa zich langs de Dintel breed maakt, stuif ik via de Gastelsedijk en Zuidzeedijk het Prinsenland binnen. Dit aloude veengebied ging in de niets ontziende golven van de Sint Elizabethsvloed uit 1421 compleet ten onder.

Prins Filips Willem, zoon van Willem van Oranje, besloot in 1605 het overstroomde land in te dijken en weer droog te malen. Zo ontstond de polder Prinsenland, ten noorden begrensd door de Dintel en ten zuiden door de Steenbergse Vliet. Deze laatste rivier was vermoedelijk ooit de bedding van de Mark. Dus cruis ik langs dit water verder naar het westen.

Mijn Honda beleeft pure motorpret op de smalle dijkweggetjes. De zondagsrust is er intens en je komt er kip noch kraai tegen. Dat schept de mogelijkheid om flink aan het gas te lurken en scherp door de bochten te scheren. Een sublieme ervaring in ons dichtbevolkt landje waar na elk stoplicht een file wacht. Het polderland van West-Brabant flitst dus moeiteloos aan mij voorbij. Hier en daar tovert de Steenbergse Vliet zelfs een idyllische setting uit zijn hoed. Zo is een verlaten aanlegsteiger de ideale plek om met de SevenFifty kort te verpozen en romantisch in het niets te gluren.

Eventjes dan, want de finish komt in zicht. Het oude sluizencomplex bij Benedensas is het informele eindpunt van deze riviertocht. Hier mondt de Steenbergse Vliet – ooit de Mark dus – in het Volkerak uit. Benedensas met zijn pittoreske rolbrug en sluiswachtershuisje vormde vijftig jaar geleden nog het decor van de toen populaire tv-serie Merijntje Gijzens jeugd. Leuk om te weten, maar ik mis in Benedensas wel een etablissement om de toertocht op gepaste wijze af te sluiten. Dus wordt een epiloog ingevoegd naar Dinteloord, de plaats waar de Dintel bij de Manderssluis het brakke water van het Volkerak ontmoet. Eenmaal in het centrum van Dinteloord buffel ik een uitsmijter met ham en kaas naar binnen, ‘bikers food’ optima forma! Op de dagteller staan dik 100 mooie kilometers.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Mark_Dintel.GPX”]

Lievelingetje: De Betuwse Linge

0
Betuwse Linge

Midden in ons landje stroomt de Linge dwars door de Betuwe. Deze fruittuin is op zijn mooist als in het voorjaar de bloesems bloeien. Je toert dan door een bekoorlijk lusthof. De vele zwierige dijkweggetjes maken zo’n rit tot de benjamin voor motorrijders die romantiek boven snelheid stellen. Een bloesemende Linge is dan ook het lievelingetje voor een relaxed motorhart.

Yop Segers

Na een kwieke tocht over het hogesnelheidsasfalt weergalmen tegen tienen de pk’s van mijn Honda in het centrum van Gorinchem, of zoals ze hier zeggen Gorkum. Ik stal mijn Japans vernuft op de Grote Markt, langs een pronkzuchtige fontein die de troonsbestijging van koningin Wilhelmina in 1898 memoreert. Op het terras van café De Hoofdwacht geurt de koffie me al tegemoet. Ideaal om de wegenkaarten te bestuderen en een route uit te stippelen langs de Linge. De rivier die midden door het land van de grote rivieren stroomt, opgeborgen in de schoot van de Betuwe.

Maar voordat ik met de slingertocht langs het water begin, wordt Gorkum even in ogenschouw genomen. Eerst de haven waar de Linge via een oude sluis in de Merwede uitmondt. Fraai nostalgisch zijn ook de gerestaureerde wallen. Gorkum was al in de 14e eeuw een belangrijke vestingstad. Twee eeuwen later kwamen de huidige stadswallen met bastions, grachten en ravelijnen tot stand. Ook is een van de vier stadspoorten bewaard gebleven. Bij deze Dalempoort drentel ik kort de stadsmuur omhoog en word getrakteerd op een van de mooiste riviergezichten van Nederland. Een weids panorama over de brede Merwede met in de verte de vestingstad Woudrichem en de contouren van slot Loevestein.

Bloesempracht

Even later komt de Honda weer tot leven en draai ik ten noorden van Gorinchem de Arkelsedijk op. Het festijn van een relaxte toertocht langs het water begint nu echt. Na vier kilometer wordt in Arkel de Noorderlingedijk ingeslagen richting Kedichem en Leerdam. De Linge is hier vanouds de scheidslijn tussen twee rivaliserende gewesten: ten noorden Holland en ten zuiden Gelre of Gelderland. Maar het zwaard aangorden is voorgoed verleden tijd. De strijd tegen het water is daarentegen gebleven. Tastbaar bewijs zijn de vele wielen waar de Noorderlingedijk rondom slingert. Een wiel is een kolk die bij een dijkdoorbraak ontstond en te diep was om te dichten, zodat de nieuwe dijk er eenvoudig met een bocht omheen is gelegd. Het levert de motorrijder in elk geval gaaf stuurwerk op.

Het dorpje Kedichem heeft vandaag de primeur. Daar wuiven mij voor het eerst de bloesems vriendelijk toe en rij ik door een haag van witte en roze bloesempracht. Door de steeds hoger aan de hemel staande voorjaarszon worden appel-, peren- en kersenbomen in bloei getrokken. Alsof het bladerloos geboomte nog eenmaal met winterse sneeuwvlokken is bedekt. Een idyllisch tafereel dat mij al snel doet besluiten het vizier van mijn systeemhelm omhoog te klappen om de bloemengeur op te snuiven. En dan te bedenken dat het epicentrum van de Nederlandse fruitteelt, de Betuwe, nog niet eens is bereikt.

Na deze ‘bloemrijke’ ouverture wordt de gemeentegrens van Leerdam bereikt, een stad die een wereldwijde reputatie als Glasstad geniet. In 1765 opende hier de eerste flessenblazerij. De benodigde grondstoffen zoals zand en kalk, konden gemakkelijk over de Linge worden aangevoerd. Begin 19e eeuw werd de ambachtelijke glasproductie gemechaniseerd. Een stimulans was de nieuwe conserveringstechniek in glazen potten die een langdurige bewaring van groenten en fruit mogelijk maakte. De belangrijkste fabrikant werd Royal Leerdam. Langs de oevers van de Linge liggen bergen geschoonde en op kleur gesorteerde glasscherven klaar voor een nieuwe kringloop. Vlak bij de fabriek ligt aan de rivierdijk het Nationaal Glasmuseum, ondergebracht in de voormalige directeurswoning. Leuk voor een pitstop tijdens regen, maar nu nodigt het mooie weer uit om te blijven motorrijden.

Lange Linge

Je zou het niet direct vermoeden maar de Linge is met zijn 108 kilometer de langste in Nederland stromende rivier. Vroeger werd hij dan ook de Lenge of Lange Rivier genoemd. De Linge komt tot leven bij het kasteel Doornenburg en krijgt zijn water van het Pannerdens Kanaal via een inlaatsluis. De bovenloop is grotendeels door mensenhanden aangelegd. In de Middeleeuwen werd van Doornenburg tot aan Tiel een wetering gegraven die het overtollige water uit de Over-Betuwe moest afvoeren. De eigenlijke rivier begon vroeger pas bij Tiel waar de Linge zich van de machtige Waal afsplitste. In 1304 werd daar de open verbinding tussen deze rivieren ingedamd en vanaf dat moment werd de Linge uitsluitend gevoed met het water uit de eerder genoemde wetering. De Linge is bevaarbaar van Gorinchem tot Geldermalsen waar het riviertje Korne met de Linge samenvloeit.

Waterlinie

Ik laat het kunstig glasservies van Chris Lebeau, Cornelis de Lorm of Piet Zwart dan ook voor wat ’t is en toer met bedaagd toerental verder. Op de zuidoever van de Linge gaat de rit verder naar het stadje Asperen. Een kleinood dat wordt gedomineerd door de majestueuze klokkentoren van de St. Catharinakerk. Uit diezelfde 15e eeuw stammen ook enkele overblijfselen van de stadsmuur. Buiten Asperen ontmoet ik de Linge weer bij een sluizencomplex dat behalve het schutten van schepen ook een militaire functie had. Het was namelijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een stelsel van inundatiewerken en versterkingen begin 19e eeuw aangelegd om het westen van Nederland te verdedigen tegen een vijandelijke aanval vanuit het oosten en zuiden. De sluisdeuren werden dan gesloten zodat een groot gebied zo’n halve meter onder water liep. Hoog genoeg omdat onherkenbare greppels en sloten het voor de vijand onmogelijk maakten om er met paarden, wagens en geschut doorheen te trekken.

Op plaatsen waar dijken, bruggen en wegen boven water uitstaken werden bomvrije forten gebouwd. Van hieruit konden ook de inundatiesluizen worden bewaakt. Dus bouwde men in 1847 bij Asperen, op schootsafstand van het sluizencomplex, een formidabel bastion: drie etages hoog en dertig meter in doorsnede. De bovenste verdiepingen waren bestemd voor geschut en manschappen terwijl in de kelder latrines, munitiedepots, proviandkamers en de keuken onderdak vonden. Het Fort Asperen werd tijdens de mobilisatie in 1939 voor het laatst in staat van verdediging gebracht en in de Tweede Wereldoorlog bivakkeerden er Duitse soldaten. Tegenwoordig is het fort in de wintermaanden ‘bezet’ door vleermuizen die de constante temperatuur en hoge luchtvochtigheid in de gewelven zeer waarderen. Het publiek kan dan op zijn beurt ’s zomers door de catacomben struinen.

Bloeiende Betuwe

De pk’s in het vooronder roffelen zo lekker dat ik spontaan een ommetje inlas naar Acquoy, op de noordoever van de Linge. Een spat op de wereldkaart, maar die scheve toren dat is toch een bezienswaardigheid. Dat de kerktoren van Acquoy één meter uit het lood staat, is niet eens zo wonderlijk. Veel vreemder is dat op het kerkhofje een vrouw begraven ligt met de meisjesnaam Pisa. Je vraagt je dan meteen af: is dit doodgewoon toeval of een geestige grap? Blijkt zij de echtgenote te zijn geweest van de eens aan deze kerk verbonden predikant.

Terug op de zuidoever slalomt de Honda over kronkelige dijkweggetjes de Linge stroomop. De bloesemende fruitbomen die overal over het asfalt hangen, maken duidelijk dat we nu in het hart van de Betuwe zijn. Wanneer de wind even greep krijgt op de takken, rij je door een wolk natuurlijke confetti. Zo flitst de fruittuin van Nederland moeiteloos aan mij voorbij. Toch past hier een opmerking. Bijna alle hoogstamboomgaarden zijn uit de Betuwe verdwenen. Deze ouderwetse fruitbomen met hoge stammen hebben slechts op de dijken een wijkplaats gevonden. De boomgaarden zelf zijn nu overwegend met laagstamrassen beplant. Struikachtige bomen die veel rendabeler zijn omdat ze dichter bij elkaar kunnen worden gezet, eerder vruchten dragen en hun de is goedkoper.

Hoe dan ook, een motorrit door de bloeiende Betuwe blijft een belevenis. Als parels aan een snoer liggen de dorpjes Gellicum, Rumpt, Enspijk en Deil langs de Linge aaneengeregen. In de Middeleeuwen stuk voor stuk zelfstandige heerlijkheden waarvan het adellijk huis of kasteel in latere tijden is verdwenen. Nu zijn het vreedzame kerkdorpjes die bestuurd worden vanuit Geldermalsen. Over de Molendijk bereik ik dan de plaats Geldermalsen zelf, waar sinds 1904 een veiling is die het fruit tegen afslag aan de tussenhandel verkoopt. De fruitveiling werd overigens pas een volwaardig bedrijf toen in 1917 de tenen manden werd vervangen door houten fruitkisten.

Oranjestad

In het centrum van Geldermalsen glip ik de Linge over naar Buurmalsen. Vandaar wordt langs de Korne, een zijtak van de Linge, richting het Oranjestadje Buren gereden. De weg over de Kornedijk is breed en begiftigd met overzichtelijke bochten waarin je lekker kunt hangen. In 1551 trouwde gravin Anna van Buren met Willem van Oranje waarmee de heerlijkheid Buren in bezit kwam van de Oranjes. Even later liet Maria van Nassau, een dochter uit dit huwelijk, in het stadje aan de Korne het Koninklijk Weeshuis bouwen. Nu huisvest dit gebouw, groots opgetrokken in renaissancestijl, het Marechausseemuseum. Maar het Oranjestadje is gezegend met meer. Oude stadspoorten en wallen, een kasteeltuin, een 16e eeuws stadhuis en natuurlijk vele caféterrassen. Van dat laatste maak ik dankbaar gebruik om een lunch te verschalken.

Nadat de inwendige mens is versterkt, stuif ik over vredige binnenwegen verder oostwaarts. Tiel en omgeving wordt vermeden omdat het bed van de Linge daar op veel plaatsen is verlegd voor de Betuwelijn. Daarom wordt een route gekozen via Erichem en Zoelen. In het eerste dorpje is het Betuws Fruitteeltmuseum gevestigd, terwijl bij Zoelen de Linge onder het Amsterdam-Rijnkanaal door duikt. Dit kanaal markeert sinds zijn opening in 1952 de grens tussen de Neder- en de Over-Betuwe. Het landschap blijft gelukkig hetzelfde: bloesemende fruitbomen zo ver de einder reikt.

Boven Kesteren schram ik langs de Nederrijn waar een fantastisch uitzicht op de Cunerakerk van Rhenen mij ten deel valt. Vervolgens wordt de Linge weer opgepikt bij het dorp Opheusden. Hier wordt langs het water een landelijke weg opgedraaid richting Hemmen. Dit buurtschap bezat ooit een kasteel aan de Linge. In 1945 werd dit luisterrijk slot echter door oorlogsgeweld verwoest zodat nu slechts trieste fundamenten resteren. Wel is het in Engelse landschapsstijl aangelegde kasteelpark met glooiende gazons, pittoreske bruggetjes en grote vijvers bewaard gebleven. Een korte wandeling door dit aangeharkt groen ruimt je geest zeker op. Maar om een burn-out te voorkomen zit ik toch liever op mijn vertrouwde SevenFifty.

IJsheiligen

Een prachtig moment om langs de Linge te toeren is ook de periode dat in de lente nog nachtvorst optreedt. Volgens volkswijsheid kan dat gebeuren tot de ijsheiligen, waarvan de naamdagen tussen 11 en 14 mei vallen. Bij nachtvorst beregent de fruitteler zijn boomgaard zodat zich rond de ontluikende knoppen een isolerend en beschermend ijslaagje vormt. De volgende morgen zijn de fruitbomen dan gehuld in een witte deken van ijs en ijspegeltjes. Een fantastisch gezicht waarvoor je wel vroeg uit de veren moet.

Floris van Rosemond

De vierpitter wordt weldra een versnelling hoger geschakeld. Ik bereik namelijk een kaarsrecht asfaltlint van bijna twintig kilometer lengte. Dit is de Weteringswal die evenwijdig loopt aan het kanaal dat in de 13e eeuw werd gegraven om de Over-Betuwe beter te ontwateren. Dit kanaal vormt nu de bovenloop van de Linge. De verkeersintensiteit is er in elk geval erg laag. Auto’s kom je sporadisch tegen en al helemaal geen roedels rijendikke fietsers die zich zonder waarschuwing voor je wielen gooien. Met andere woorden: over de Weteringswal is het heerlijk cruisen. Natuurlijk moet je wel de speedometer in ‘t vizier houden. Motorrijders uit deze contreien weten dat de hermandad hier maar al te graag snelheidsduivels op de korrel neemt.

Het stroomgebied van de Linge boven Elst en Bemmel is ietwat bevreemdend. Een polderlandschap verwacht je hier tussen de Arnhemse en Nijmeegse heuvelruggen eigenlijk niet. Toch komt dat beeld op als je over de Weteringswal suist. Een weg van abstracte schoonheid, recht als een liniaal en omzoomd door rijen snelgroeiende populieren die als windbrekers fungeren. Voorbij Haalderen verandert deze uitgestrektheid weer abrupt in een intiem landschap. Draai vanaf rijksweg N839 maar eens de binnenweg met de naam Zandvoort in. Zo’n benaming doet een snelheidsparcours vermoeden, maar hier gaat dat niet op. Dromerige B-wegen met zwierige bochten leiden je door fruitboomgaarden en akkerland naar het buurtschap Flieren en vervolgens naar het kasteel De Doornenburg.

Deze robuuste burcht beheerst de omgeving even buiten het gelijknamige dorp. Hier verricht de Linge die vlak bij ‘ontspringt’, zijn eerste daad: het voeden van de slotgracht. Ik parkeer mijn trouwe Honda op de parkeerplaats en wandel onder het poortgebouw de riante voorburcht binnen. Opnieuw walmt de geur van een bakkie leut me tegemoet. Dit keer van de koffieschenkerij die een plek heeft gevonden in de voormalige kasteelboerderij. Onder het genot van cafeïne en appeltaart (met slagroom) laat ik buiten op het terras de middeleeuwse sfeer op me inwerken. Hier hebben Floris van Rosemond en zijn vriend Sindala – de tv-helden toen ik nog jong was – menig zwaardgevecht tot een goed einde weten te brengen. Als even later weer de SevenFifty wordt bestegen, waan ik me een koene ridder te paard die zo juist een schone jonkvrouw uit handen van schurken heeft gered.

Krakersbolwerk

Ik verlaat het kasteel De Doornenburg en geef mijn motor de sporen. Na enkele kilometers duikt op een dijk de finish op. De ‘bron’ van de Linge is een inlaatsluis waarmee de watertoevoer vanuit het Pannerdens Kanaal wordt geregeld. Een simpele rechthoekige koker van gewapend beton die met metalen schuiven kan worden afgesloten. Dit nietig waterstaatkundig kunstwerk is voor de Betuwe van levensbelang. Het houdt de waterstand in de Linge ook in droge tijden op een zodanig hoog niveau dat het gebied nooit ofte nimmer uitdroogt. De gulle gever van dit nat, het Pannerdens Kanaal, werd begin 18e eeuw in eerste instantie gegraven om vijandige legers uit het oosten te beletten de Betuwe in te trekken. Later werd het pas een belangrijke scheepvaartverbinding tussen Waal en Rijn. Zelfs zo belangrijk dat in 1869 juist op de splitsing van Waal en Pannerdens Kanaal een sperfort werd gebouwd. Deze door een droge gracht omgeven polygonale vesting werd in 1926 buiten werking gesteld. Een wedergeboorte beleefde het vlak voor de Tweede Wereldoorlog toen rondom zeven betonnen kazematten verrezen. Daarna kwam Fort Pannerden in bezit van een stichting die zorg moest dragen voor restauratie.

Na een relaxed dagje motorronken langs de Linge wordt tegen zevenen de terugreis aanvaard. De laatste zonnestralen begeleiden mij als ik op het Pannerdense veer nog een keer de inlaatsluis van de Linge aanschouw. Vervolgens draai ik bij Zevenaar de autoweg A12 op om met gezwinde vaart huiswaarts te zoeven.