dinsdag 19 mei 2026
Home Blog Pagina 1208

Redactiefavoriet: Zuidwest-Noorwegen

0

Lezers van Promotor zal het niet zijn ontgaan: de redactie is liefhebbers van Scandinavië. En Noorwegen in het bijzonder. Regelmatig krijgen we dan ook de vraag wat wij het mooist vinden. Langs de fjordenkust of naar de Noordkaap? Zou je denken, maar voor de redactiekeuze hoef je het minst ver te rijden: in het zuidwesten vind je eigenlijk alles wat Noorwegen zo bijzonder maakt.

Jan Dirk Onrust

Ga mee met Promotor Reizen!

In augustus 1981 kwamen we als interrailer (een maand vrij treinreizen door Europa) voor het eerst in Noorwegen. Na een uur of drie passeerden we een meer met melkachtig blauw water dat tussen intimiderende steile bergwanden lag. Bovenop de zwarte bergen lag sneeuw. Grote paarse en roze bloemen groeiden aan de oevers. We wisten niet hoe snel we de camera moesten pakken. Een minuut later verscheen het volgende fotowaardige panorama aan de andere kant van de treinwagon. En daarna nog een stuk of twintig andere. In pakweg een half uurtje hadden we net zoveel foto’s gemaakt als in de twee weken kriskras door Europa daarvoor. Wat stond er eigenlijk op die andere foto’s? Wij bij de Eiffeltoren, wij naast Manneken Pis, wij bij de flats van Monaco, wij op een terras met een paar Duitse meiden, wij stoer aan het bier, wij kotsend op het strand, wij naast een paar Ducati’s op een drukke boulevard. De verandering van onderwerp was frappant. Pas in Noorwegen ontdekten we de natuur.

Emoties die loskomen

In de puberjaren ervoor was natuur voornamelijk iets saais en waren bergen niet veel meer dan obstakels. Pas tijdens de reis door Noorwegen kwam de emotie los. We voelden de huiveringwekkende macht van de bergen en de angstaanjagende kilheid van het koudgrijze licht. Bij het zien van de ongenaakbare toppen en peilloos diepe fjorden, liepen de rillingen over de rug. Op de hoogvlakten die bezaaid waren met rotsblokken soms zo groot als een huis, drong het besef van de eigen nietigheid door. Alles voelde hier intenser. Er was een magische klik. Het noordelijke bergland ging onze kop in. Toen we thuis waren, hadden we niet één, maar twee dromen. Een rijbewijs en met de motor naar het Hoge Noorden.

Besmet met liefde

De liefde voor het Noorden is altijd gebleven. Wij zijn er inmiddels mee besmet. En als je iets heel mooi vindt, wil je het anderen ook graag laten zien. Daarom hebben we de afgelopen tien jaar veel reportages gemaakt over Noorwegen. We reden in de middernachtzon over de Lofoten, klauterden in de winter over de Hardangervidda op met driewielige motorscooters, reden in subtropische temperaturen van vuurtoren naar vuurtoren en slalomden over onverharde wegen door de schaapskuddes.

De mooiewegeninspecteur

We hebben inmiddels zoveel bijzondere wegen ontdekt en al deze kennis ligt aan de basis van Zuidwest Noorwegen toer, die we van 14 t/m 22 juni gaan rijden. Het wordt een soort best of van de mooiste en opwindendste wegen die we in al die jaren Noorwegen hebben gereden, gezien en gevoeld. Er zitten natuurlijk enkele bekende wegen tussen, maar op het grootste deel komt nauwelijks iemand, omdat ze door een shortcut overbodig zijn geworden of omdat ze simpelweg doodlopen. Maar juist dat zijn vaak de avontuurlijkste, de meest intense, de wegen die in staat zijn allerlei soorten van emotie los te maken. En daar is het ons om te doen.

Het begin: Booswichtclub Zweden

We beginnen de reis met de boottocht van Kiel naar Göteborg. Noorwegen beginnen we dus in Zweden. Wel het mooiste Zweden volgens ons, want het lijkt in het grensgebied al heel erg op Noorwegen. We sluiten de tweede reisdag af in Charlottenberg.

Hoogst dramatisch

Op derde dag rijden we Noorwegen binnen. Over bochtige plattelandswegen koersen we richting de hoge bergen van de Jotunheimen, waar aan de oostkant de Valdresflya ligt. Dat is een weg over de hoogvlakte die tot de elitecategorie van de Nationale Toeristenwegen hoort. Hier vinden we ons tweede hotel. En ons diner. De vierde dag belooft spektakel. In de morgen stuiteren we het ontbijt eruit op een onverharde en doodlopende weg (goed te doen) naar de hoogste top van het Trollheimgebergte, de Blåhø (1.671m). Het is eerder een keienmassa dan een berg en het biedt daarom de aanblik van een maanlandschap. Onwerkelijk mooi. Voor Noorse off-roaders heeft Blåhø zo ongeveer de status van bedevaartsberg. Maar toermotoren horen hier niet thuis, vooral niet op het laatste deel. Een troost is dat de andere onverharde wegen, veel zijn het er niet, stukken beter zijn.

Neem bijvoorbeeld de Dalsnibba, de volgende klapper. Die is ook hoog (1.500 m), doodlopend en onverhard, maar breed en bijna zo plat en hard als asfalt. En wat een verbijsterend mooi uitzicht heb je hier over de fjordbergen.

Dezelfde middag volgt nog de volgende knaller: de Oude Strynefjellweg, een van de hoogst gekwalificeerde Nationale Toeristenwegen en de enige (deels) onverharde in deze eliteklasse. Hij brengt je door een hoogst dramatisch landschap naar een zomerskigebied. De weg wordt geflankeerd door een luidruchtige rivier en bergmeertjes met ijsschotsen. We zoeken daarna het hotel op dat aan weg 55 ligt, die we de volgende dag blijven volgen.

Bedekt met diamanten

De 55, ook wel Sognefjellweg genoemd, wordt door velen gezien als de Mooiste Weg van Noorwegen. Op grote hoogte (tot ruim 1.400 m) gaat de weg langs de toppen van de Jotumheimen (tot 2.500 m). Als je tegen het zonlicht in rijdt, schitteren de meertjes en gletsjers je van alle kanten toe alsof de bergen met diamanten zijn bedekt. In de wereld zijn veel wegen die schermen met De Mooiste ter Wereld, maar de 55 overtreft ze allmaal.

Op de Tindeweg verlaten we de volgende morgen de 55 over een particuliere tolweg. Dat zal de reden zijn dat deze weg soms niet eens op GPS-kaarten of landkaarten voorkomt. Maar het is een superweggetje met uitstekend asfalt en met alweer zicht op de Jotunheimen. Hij eindigt als spaghetti. Hierna gaat het naar de langste verkeerstunnel van Europa, de Laerdaltunnel van 24,5 km. Maar die slaan we natuurlijk over: we gaan via het dak naar het Laerdal en pakken de overbodig geworden Sneeuwweg! De weg wordt zwaar afgeraden voor caravans en is daarmee voor motorrijders een aanrader van jewelste.

We besluiten de dag met een curiositeit: de Stalheimsweg. Die is kort, heel erg steil en heeft belachelijk veel bochtjes. Bij de top heb je zicht op een ongenaakbaar gelegen hotel. En daar gaan wij overnachten. Na het diner kun je de krankzinnige kronkels van de Stalheimweg dus nog talloze keren nemen, want die liggen vlakbij.

Compleet in verwarring

De zesde dag wordt een lange, met name omdat er twee vrij lange doodlopende weggetjes naar stuwmeren in zitten. Als de eerste van de twee – de Osaweg – een mens was, zou hij in een psychiatrische kliniek worden opgenomen. Maar wat een kraker. In een spelonk van de Hardangervidda kruipt de weg zo onnavolgbaar omhoog, dat hij je compleet in verwarring zal brengen.

Ook de tweede, Stora Blasjö, is behoorlijk vreemd. Wat te denken van een aardedonkere tunnel met bochten? Het venijn van de fjordenwegen is hier dan wel verdwenen, maar een diep melancholisch bergland komt er voor in de plaats.

Opstaan! Racen!

Wakker worden! De zevende dag wordt een race tegen de klok. Twee veerponten moeten we halen. De laatste hebben speciaal besteld. Die brengt ons in een paar uur van Niemandsland naar Nergenshuizen. Daar wacht de grootste asfaltserpentine van het Hoge Noorden: de Lysebotnweg, 27 haarspeldbochten in acht kilometer. Bovenop kun je nog een (flink) uitstapje maken naar de Prekestolen, maar helaas niet met de motor. Het hotel is niet echt ver meer, dus je kunt het makkelijk doen. Je zou ook de Lysbotn-kluwen naar beneden én nog en keer naar boven kunnen doen.

Op de achtste dag gaan we naar de kust via leuke rijwegen. Ook onverharde, als je daar zin in hebt. Met en leuke verrassing tussendoor: de Tronasen met een afdaling van 33 procent! Ook maken we onderweg nog een zijsprongetje naar de Zuidkaap van Noorwegen: Kaap Lindesnes. Als je eerder al eens op de Noordkaap (2.518 km rijden) bent geweest, kun je nu rustig de conclusie trekken dat Noorwegen van top tot teen weergaloos is. Er zit geen lelijke kilometer tussen.

Ahh, Noorwee

Op zondag 28 augustus pakken we in Kristiansand de eerste boot naar Denemarken en begint de long way home. Als je op zee last krijgt van een leeg, weeïg gevoel, maak je dan geen zorgen. Dat is volstrekt normaal. We noemen het Noorwee en je komt er nooit meer vanaf. En dat wil je ook helemaal niet.

Frankrijk: Marseille en omgeving

1

Indrukken in overvloed aan de Middellandse Zee en het bergachtige achterland van de Côte d’Azur. Een ontbijt met de machtige bochten van het Massif de la Sainte-Baume en het Massif des Maures. Een lunch met hoge snelheid op het Circuit van Le Castellet en dat van Le Luc. Als dessert een oude haven en een motorfietsmuseum. Wat is er heerlijker dan kilometers vreten?

Klaus H. Daams

‘Voa papaaaaa wowoooo :-)’ Dat ziet er fantastisch uit! Die achtergrond is een droom J J wanneer kom je terug?’ Een jeugdig en ietwat overdadig compliment voor een omgeving, waarvan de foto zojuist via de datastroom tussen Middellandse zee en Maastricht, tussen vader Andreas en dochter Pia, werd verzonden. De smartphone bloost bijna van verlegenheid door de enthousiaste loftuitingen op het display. Oké, dat is misschien een tikje overdreven. Het enige echt rode is de Honda VFR800 waarmee Andreas door de haarspeldbochten van Cap Canaille brult. Maar de eerlijkheid gebied wel te zeggen dat de rotskust én de azuurblauwe Middellandse Zee de achtergrond van de foto op een uiterst fotogenieke wijze invullen.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-PRO0119-Massiv_Attack.GPX”]

Groet

Drie dagen eerder begonnen we aan de trip, ten noordwesten van Aix-en-Provence. Met Andreas was ik onderweg over de kleine departementale wegen in het bergachtige kustgebied tussen Marseille en Saint-Tropez. Met Massif de la Sainte-Beaume en het Massif des Maures zijn het verrukkelijke speelterrein van lokale motorrijders. Om in de stemming te komen luisteren we in Jouques eerst naar de Marseillaise van de motorrijder, dat op afstand al luid en duidelijk te horen is en ten gehore wordt gebracht door een trio bestaande uit een onverwoestbare Honda Hornet, een gifgroene Kawasaki Ninja en een hippe KTM Super Duke. Ze steken als begroeting een voet uit naar de fraai gebeeldhouwde VFR, die hier blijkbaar een zeer sportief imago heeft. En dan is het spul alweer verdwenen als een zomerse onweersroffel.

Sambuc

In plaats van de strijd met het natuurgeweld aan te gaan, zoekt de wat oudere motorrijder eerder een wat rustigere piste. Zodoende gaan we zoals gepland rechtsaf de D11 op, die als een wit straatje op de kaart ongestoord bochtenplezier belooft. Maar wat denk je? Bwaaahhh… Een hert, een van de snelle soort. Midden in het bos staat hij pal in de bocht. “Daar moet je voor oppassen”, vertelt niet de boswachter, maar een bewaker van het privé-circuit Grand Sambuc. Op weg naar dit circuit rijd je je al aardig warm. De meeste coureurs doen dit twee kilometer lange circuit in een sportwagen, maar ze organiseren er ook motortrainingen. Of zoals Google Translate het op de website van Grand Sambuc vertaalt in niet bijster begrijpelijk Frans: …zullen de snelheidspassagiers rocken… tot ze om te remmen, om in de volgend trein af te halen.

Sainte Baume

Nou, keien genoeg op de weg die we daarna afjakkeren richting Gorges de l’Infernet, de hellekloof, voordat de snelheidspassagier in Trets in de ankers gaat om een paar dikke lamskoteletten in te slaan. Je kunt ze afhalen in het wegrestaurant direct tegenover de plaatselijke slagerij. Wie van het plantenleven houdt, kan zich in deze periode van het jaar in het Massif de la Sainte-Baume helemaal uitleven. Hij kan zich bijna onderdompelen in het oud-roze/geel getinte bloementapijt dat de sappige weiden bedekt. Op het grijze asfaltlint op de Pas de la Couelle en de Col de l’Espiguoulier speelt de rubberboom een centrale rol. Nou ja, zijn sap dan tenminste, want zonder dat zouden we immers op houten banden de hoek om moeten. In de toekomst rijden we waarschijnlijk op rubber van paardenbloemen. Tenminste, als we de dromen van de techneuten moeten geloven.

Paul Ricard

Onze Dunlop Sportmax rubbers krijgen de gelegenheid om af te koelen in Le Castellet bij het circuit van Paul Ricard, waar het Grand Prix Hotel ons de gelegenheid voor een nachtelijke pitstop biedt. Het circuit staat bekend om het lange rechte stuk, de Mistral. Tot 1999 was het ook het toneel van de Bol d’Or, de beroemde 24-uursrace. Dit weekeinde is het circuit verhuurd aan het Porsche Center Marseille. In de paddock staat alles dat snel, mooi en duur is. En niet alleen van bloedsnelle spullen uit Zuffenhausen. Als de vleugeldeuren van de McLaren SLR zich sluiten en de Mediterrane lucht zich vermengd met de kruidige geur van verbrand rubber, klinkt ook voor de Japanse motor met de vleugel op de tank het startsignaal. We zetten koers naar Marseille.

Perspectief

In Marseille belanden we met dank aan ons navigatiesysteem in een rustige, groene oase van de parkachtige tuin rond het Newhotel Le Bompard, midden in de 1,2 miljoen mensen bevattende metropool. Marseille is niet bepaald de parel van Frankrijk. De stad lijdt onder het Bad Boy-imago, doordrenkt van economische migranten uit Afrika die vaak zonder perspectief langs de haven slenteren. Velen ervan wonen in de trieste banlieus aan de noordzijde van de stad, een voedingsbodem voor de leuzen van het rechts-radicale Front National. Maar dat Marseille, in 2013 nog de culturele hoofdstad van Europa, heeft ook zijn aantrekkelijke kanten. Want wie zich niet laat afschrikken door al die grootstedelijke rampspoed en juist de multiculturele veelzijdigheid van de stad goed in zich op neemt, zal Marseille ondanks alle clichés in zijn hart sluiten. Guide touristique Suzanne laat de pracht en praal van de mediterane havenstad die middag maar al te graag zien, terwijl ze door haar vriend Yves wordt rondgereden achterop zijn onverslijtbare rode Z1000. Ze voert ons door de wijk rond de Oude Haven, met de beide citadellen en het futuristische spiegeldak van ster-architect Foster. We bewonderen de basiliek van Notre-Dame de la Garde, met z’n zeilschepen onder het dak en het fantastische uitzicht over de hele stad. We wandelen door het MuCem, het museum dat de oude culturen rond de Middellandse Zee bewaard. En we wilden naar het in een oude molen ondergebrachte motorfietsmuseum, maar dat is op zondagen en maandagen helaas gesloten… Je kunt er diverse exoten bekijken, zoals een MGC-prototype met een viercilinder vliegtuigmotor.

Route des Crêtes

Wat in een reis als deze echt niet mag ontbreken, is de Route des Crêtes. De weg van Cassis naar La Ciotat, loopt langs de fjord-achtige inhammen van de zogeheten Calanques: “boa papaaaaa wowooo 🙂 🙂” licht op in het display van de smartphone. Thuis zijn ze ook onder de indruk. Het is de hoogste kliffenkust van Europa, volgens Suzanne en Yves, die natuurlijk niet geheel vrij zijn van chauvinisme voor de Grote Natie. Maar zeker is dat we hier toch te maken hebben met één van de spectaculairste kusten van Frankrijk. Het is alsof er bij de aanleg van het circuit van Paul Ricard nog een paar chicanes over waren. Die hebben ze maar in de bochtige D3 bij Ceyreste gedropt. Nadat we het circuit weer zijn gepasseerd, rijden we in een weide boog om de bebouwde kust van de Middellandse Zee heen naar Toulon, steken vervolgens door naar het groene achterland en rijden oostwaarts naar het Massif des Maures. De naam van dit geologisch oeroude gebergte is waarschijnlijk niet afkomstig van ‘muur’ maar van Maouro, de Provençaalse uitdrukking voor donker en dicht begroeid woud. Het werd in prehistorische tijden al bewoond door onze voorouders, als Homo Erectus en Neanderthalers.

Mimosas

De Homo Hongeritus van deze tijd verheugt zich er op dat hij in Belgentier de keuze heeft uit drie adressen: het nobele Le Moulin du Gapeau en de beide wegrestaurants Le Bistrot en Le Central Bar. Het alternatief is, maar dan laten we de magen knorren tot aan Bormes-Les-Mimosas, een middeleeuws dorp. Daar serveren ze bij de maaltijd een botanische overdaad, bestaande uit 700 planten en 60 soorten mimosa. Voor velen is dat haast te veel kleur. Toch heeft het Monster Yamaha Tech3-team van Hervé Poncharal zijn hoofdkwartier in Bormes-les-Mimosas. Toch heeft de omgeving weinig invloed op de kleurkeuze van de MotoGP-machines gehad: weinig groen, maar juist veel zwart.

Groene bossen en bruin domineren tussen de Col du Landon en de Col du Canadel. Een smal asfaltlint hangt als een hangbrug in een klimwoud zo’n 300 meter boven de kust. De weg door het bos loopt parallel aan de D558. De dikke takken van de kurkeiken reiken naar je toe alsof ze je vooruit willen helpen. Kurkeik: als je niet meteen voor de eerste valt – en er niet tegenaan knalt – zal op zijn minst bij de volgende mijmeren of dit exemplaar niet nog mooier en aantrekkelijker is dan de vorige. Hoe het ook zij, de karaktervolle bomen met hun knoestige stammen en afwijkende vormen van gebarsten schors, die er bijna uitzien als tatoeages in 3D, zijn echte nekkendraaiers.

Cap Camerat

Vuurtoren rechtuit. We rijden door een zee van wijnstokken naar Cap Camerat, een eilandje bij Ramatuelle en de standplaats van een vuurtoren die je zelfs overdag stralend tegemoet schijnt. ’s Nachts haalt hij een afstand van 60 kilometer. Iets dichterbij ligt het strand van Pampelonne, beter bekend als Saint-Tropez. Het voormalige vissersdorpje werd in de jaren ‘50 ongekend populair, ook al omdat de film “Et dieu crea la Femme” met Brigitte Bardot er zich afspeelde. Andreas kijkt die avond vooral uit naar “de beste vissoep ter wereld”, die hij hier jaren geleden al eens heeft gegeten. Dat is de reden waarom hij ons naar het strandrestaurant La Rotonde in Le Lavandou loodst.

Cols

De volgende ochtend blijkt het béste strand het strand te zijn dat direct tegenover de beschaduwde ontbijttafel ligt. En dat vinden we in het vaalgeel getinte Hotel Lido Beach in Hyères-Plage. De frisse golven van de Middellandse Zee verleiden zelfs de hardnekkigste landrotten tot een duik, nog voor de café au lait en de croissants. Het valt ons daarom zwaar ons van de hypnotiserende blik van op het schitterende water dansende boten los te maken. Het moment dat je in plaats van naar aftershave en parfum geurende hotelgasten weer pijnbomen wilt ruiken en van kurkeiken wilt genieten komt onherroepelijk. En eigenlijk is er niets gemakkelijker dan dat: gewoon gas geven.

Tussen Col de Babaou en Col de Valdingarde, Col des Fourches en Col de Collebasse heeft het Massif des Maures nog een heleboel prachtige kronkelwegen voor VFR en co in petto. Het is bijna onmogelijk om er passende woorden voor te vinden. Daarom hier de meest kenmerkende punten onderweg op rij:

1 Collobrières

In Collobrières is het naast de dorpsbron gelegen La Petite Fontain ideaal voor een langdurige pauze. Het stadje kreeg niet voor niets de beste aanbevelingen, van de Gault Milau tot de Geo Guide. Het is er zo mooi, dat we het volgende programmapunt vanwege een volle buik afzeggen. De geest is wellicht willig, maar het bewegingsapparaat is die middag te zwak voor het diep in het bos gelegen Chartreuse de la Verne. Lieve God, vergeef ons onze gemakzucht… We tuffen niet naar het klooster, maar gunnen de motoren de vrije loop. En daarmee zijn ze lekker bezig. Want wie hier niet in volle galop over de heuvelachtige pistes draaft, komt er al snel achter dat de wat optimistisch geplande dagetappes een tikje meer tijd kosten dan gepland. Dan moet je punten uit het roadbook schrappen, in dit geval de Col de Taillude, de Grimaud, La Garde-Feinet, de Col de Vignon en Le Plan-de-la-tour.

2 Saint-Tropez

Decorwissel. Saint-Tropez. Een mythe. Geniet van het leven. Waar wordt deze levenswijze tot in de max gevierd als in dit tot Mekka van de Jet-set uitgegroeide, voormalig vissersdorp? Hier moet je geweest zijn. Minstens eenmaal, of steeds opnieuw. Onze nieuwsgierigheid wordt beloond. Voor de verzameling van luxe jachten in de haven gebeurt altijd wat. Vandaag loopt het deelnemersveld van de Runball Rally er binnen: Ferrari 458 Italia, goudgeel-metallic, Ford Torino GT 428 Cobra Jet, zwarte Muscle Car uit 1969, enzovoorts. De ene klassieker is nog mooier dan de ander. In mei is Saint-Tropez overigen elk jaar het toneel van het Harley-Euro-Festival.

3 Hyères

In de avond geven we de sporttoermotoren de sporen en rijden via de snelste weg – ‘s avonds is de D98 haast leeg – terug haar Hyères, de oude, landinwaarts gelegen stad. Boah ey, zoals Pia zou zeggen. De kronkelende steegjes zijn iets voor romantisch aangelegde zielen. Om dat duidelijk te maken hebben ze op het plafond van een poort zelfs een sterrenhemel geschilderd. Wie de tijd hier uit het oog verliest, vindt de keukens gesloten. Dan moet je het in je hotelkamer doen met een paar speculaasjes en een paar pakken Saint-Omer, die je vooraf gelukkig in de Supermarkt hebt gehaald. Maar of je daar vrolijk van wordt, is nog maar de vraag…

4 Le Luc

Ook op het Circuit du Var bij Le Luc mogen toeschouwers niet naar binnen, aangezien er een Eprit Competitie en een racetraining gaande is. In de paddock staan naast een paar moderne Lotussen nog een paar verouderde Monopostos en een zeldzame Crosslé 9 S uit 1966. Het is speelgoed voor heren uit de bovenklasse, die in plaats van op een pakezel af en toe in een harde carbonschaal stappen.

5 Brigitte

Dat mannen zich op een gegeven moment ook voor andere dingen dan raceauto’s interesseren, maakt een telefoontje van mijn vader duidelijk. “Hoi Pa, fantastisch weer hier in Zuid-Frankrijk. Gisteren waren we in Saint-Tropez.” “Saint-Tropez? Daar woont Brigitte Bardot toch?” Sommige dingen maken tot op hoge leeftijd indruk en duiken steeds weer op in de stroom van herinneringen. Als een dansend stukje kurk in azuurblauwe zee. Zelfs zonder WhatsApp.

 

MotoGP-nerd gezocht

0

Zeg, altijd al je zegje willen doen over internationale coureurs terwijl duizenden mensen naar je luisteren? Dit is je kans! Eurosport is namelijk op zoek naar een gloednieuwe reporter vanuit de pits die de uitzending van de MotoGP met vernieuwende inzichten kan verrijken. Droombaan, niet? Er is wel een klein lijstje met vereisten waar je aan zal moeten voldoen mits je kans wil maken uitgenodigd te worden om eens te komen babbelen. Zo is ervaring met camerawerk echt wel verplicht. En dan bedoelen ze er wel voor en niet veilig achter.

Ook dien je een teamspeler te zijn die, mede vanwege het internationale team waar Eurosport mee werkt, vloeiend Engels spreekt. Italiaans en/of Spaans zijn voor de communicatie met de coureurs ook een grote pre. Oh en je moet echt een bovengemiddelde interesse hebben in de MotoGP. Liefst niet op het niveau van een superfan maar met een objectieve neutrale journalistieke insteek. Lukt dat? 

Aanmelden kan via sollicitatie@discovery.com. Ze vragen wel of je videotje kan meesturen van je kunsten voor de camera. 

Absoluut leuke site: pitstopindenatuur.nl

0
pitstopindenatuur.nl

Als toerrijder kom je overal, weet je de leukste weggetjes te vinden. En als je ze niet weet, kun je altijd nog een tanktastocht o.i.d. van ons downloaden. Maar onderweg wil je ook wel eens pauzeren. Voor een hapje of een warm drankje. Liefst op een leuke stek, maar weet die maar eens te vinden.

Sylvie Dücker is special voor dat doel een website gestart. pitstopindenatuur.nl. De website bevat per provincie leuke adressen voor een pitstop in de natuur. Je kunt er terecht voor een kop koffie, een heerlijke lunch en in sommige gevallen ook voor een overnachting.

Check pitstopindenatuur.nl

Trial op Olympische Spelen?

0
E-Trial Olympische Spelen

Dat zou wat zijn zeg; motorsport op de Olympische Spelen. Als dressuur kan, boogschieten of rodelen, waarom dan geen E-Trial. De FIM heeft onlangs een aanvraag ingediend bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC). En als die een beetje gevoelig is voor de argumentatie…

Na de Olympische Spelen van Tokyo gaat het IOC er eens goed voor zitten welke sporten hun opwachting mogen maken tijdens de Spelen van 2024 in Parijs. Elke Olympische Spelen levert wel een nieuwe sport op. Zo maken baseball, softball en skateborden hun debuut in Tokyo.

De voorwaarden die het IOC stelt aan potentiële olympische sporten zijn dat het en sport moet zijn die door de jeugd wordt beoefend, door mannen én vrouwen, het moet duurzaam zijn, maar vooral ook spectaculair. En dan zit je met E-trial wel goed.

Huib Maaskant schrijft The Longcut Across, een boek over een motorreis door de USA

0

Amerika is het land waar veel motorrijders van dromen. Huib Maaskant ook. Twee jaar geleden besloot hij om deze droom maar eens uit te laten komen. Samen met zijn motor stapte hij op het vliegtuig naar de USA. Uiteindelijk werd de jongensdroom een reis over 12.500 km asfalt en gravel door tientallen steden en staten.
 
Eindelijk is het boek af wat hij over deze reis heeft willen schrijven. In 240 pagina’s en honderden foto’s neem Huib de lezer mee achterop zijn motor. The Longcut Across is een onderhoudend reisverhaal. Maar het is ook een praktisch boek boordevol reisinformatie. De route is van etappe tot etappe te volgen. En je leest hoe je een motorfiets kunt verschepen naar Amerika.

Meer informatie vind je op www.thelongcutacross.nl. The Longcut Across is vanaf 1 maart te koop, maar nu al te bestellen bij bol.com, bruna.nl en de gewone boekhandels.

Motorfiets op lpg

0

Zo zeldzaam als een Vlaamse gaai is de Nederlandse lpg-motorrijder. Heel af en toe kom je er eentje in het wild tegen, maar aangezien het veelal forenzen betreft, zijn ze net als diezelfde gaai zo weer gevlogen. We wisten er één aan de grond te houden en bestookten hem met een veelvoud aan vragen.

 

Met temperaturen van rond het vriespunt en een vrees voor bevroren verdampers, treffen we René van de Ven thuis met een carport vol oude BMW-motorfietsen. Op het eerste gezicht is geen van de twee vanaf de weg zichtbare machines erg bijzonder. De K75 en R80RT zijn de onverwoestbare grijze-muizenmachines die opvallen omdat ze niet opvallen. Ondanks hun leeftijd rijden er nog veel van rond en veelal met kilometerstanden die de mond open doen vallen, maar met goed onderhoud blijven ze ook gewoon rijden. Sinds de caféracerhype van de grond kwam, is menig boxer-BMW flink in waarde gestegen, maar daarvoor leek het wel of je de Beierse Zweiventiler-boxers voor niets nog niet kwijt kon. 

Perfect voor René dus, aangezien zijn hele lpg-avontuur begon uit kostenbesparing. Hij was thuis komen te zitten, had daardoor aardig wat tijd en als werktuigbouwkundig techneut zocht hij de uitdaging om zijn dagelijkse kilometers op twee wielen goedkoper te maken. Zeker omdat sollicitaties stiekem toch ook kilometervreten betekent en je er pas wat voor terugkrijgt als je de baan daadwerkelijk hebt, kwam het idee bovendrijven om een motorfiets op gas te maken. Dat moest niet zo heel moeilijk zijn, dacht hij. ‘Dat de motorfiets om te beginnen honderd procent goed loopt, heeft de eerste prioriteit. Als hij op benzine al moeilijk loopt, hoef je niet aan gas te beginnen’, vertelt de Brabander met een enthousiaste schittering de ogen, terwijl hij een stapeltje groene A4’tjes overhandigt. ‘Ik heb maar vast een lijstje met het hoe en wat, en de voor- en nadelen gemaakt’, vertelt hij. Het rijtje nadelen op zijn lijst is lang, zeker afgezet tegen het treurige bovenhoekje waaronder de voordelen zijn weggezet. ‘Als het goed gebeurt, is het schoner en beter voor het milieu en het zou ook moeten schelen in het verbruik van motorolie’, legt hij uit. Hij pauzeert, haalt zijn schouders op, lacht en vervolgt. ‘Eigenlijk is er maar één voordeel: dat het goedkoper is!’ 

 

 

Praktijk als leerschool

 

In zijn achtertuin staat zijn derde en laatste lpg-BMW. De dieprode R100RT is feitelijk zijn lpg-2.0-motorfiets. De witte R80 was de genesis van zijn omzwervingen in een poging het niet alleen werkend, maar ook gewoon goed werkend te krijgen. Uiteindelijk kon René weer aan het werk en dat hij als heftruck-technicus aan de slag ging, was geen toeval. ‘Veel heftrucks lopen op gas, dus op die manier kon ik me in de praktijk verdiepen in de techniek’, aldus René. Die praktijk zou de allerbelangrijkste leerschool blijken, want zo moeilijk vindbaar als ’s lands lpg-motorrijder bleek, zo ook de materie.

 

 

MOTO73 03/2019

Wil je nog meer lezen over motoren en lpg? Je vindt het artikel hierover in MOTO73 03/2019. Koop het nummer hier in de webshop. De editie is ook tot en met 13 februari verkrijgbaar in de winkel.

Foto: Jowin Boerboom
Tekst: Nick Enghardt

Motorrijdend Nederland kiest massaal voor gehoorbescherming op maat

0

Alpine Hearing Protection heeft tijdens de vorige editie van de MOTORbeurs Utrecht een recordaantal motorrijders van gehoorbescherming op maat voorzien. MOTORbeurs bezoekers kunnen ook dit jaar op de stand van Alpine extra voordelig gehoorbescherming laten aanmeten. Iedereen die zich van te voren inschrijft op de speciale actiepagina, maakt bovendien kans op het terugwinnen van het complete aankoopbedrag.

RELAXTER RIJDEN MET ALPINE MOTOSAFE CUSTOM 4D

Dat je tijdens een motorrit je gehoor moet beschermen, is voor de meeste motorrijders geen nieuws meer. De harde windruis kan al binnen enkele minuten onherstelbare gehoorschade aanrichten. Motoroordoppen horen daarom net als goede handschoenen, een helm en een stevige broek bij een standaard motoruitrusting. Veel motorrijders gebruiken universele motoroordoppen, maar ook steeds meer mensen zijn bereid om te investeren in op maat gemaakte gehoorbescherming. Alpine Hearing Protection lanceerde vorig jaar tijdens de MOTORbeurs haar gloednieuwe MotoSafe Custom 4D oordoppen. Deze op maat gemaakte oordoppen zijn zeer enthousiast ontvangen door motorrijdend Nederland. Dankzij de digitale scan- en productietechniek sluiten de oordoppen zeer nauwkeurig aan op het oor. Hierdoor is zowel de pasvorm als het comfort optimaal. Met de Minigrip uitneemhulp kun je de oordoppen makkelijk en snel uit je oren halen. Verder zijn de oordoppen stuk voor stuk voorzien van een uniek nummer en de voornaam van de eigenaar. Je kunt kiezen uit diverse filters met verschillende dempingswaarden. Zo is er voor ieder type motorrijder een bijpassende oplossing.

LAAT JE HUIDIGE SET GRATIS LEKTESTEN

Heb je al op maat gemaakte oordoppen in je bezit? Ook dan loont het om tijdens de MOTORbeurs een bezoekje te brengen aan de stand van Alpine. Bijvoorbeeld voor een gratis lektest. Op maat gemaakte oordoppen gaan gemiddeld 4 à 5 jaar mee. Daarom is het advies om oordoppen die drie jaar of ouder zijn te laten controleren. Op de stand van Alpine kunnen de specialisten je vertellen of jouw oordoppen nog voldoende demping bieden, ook als ze van een ander merk zijn.

OORDOPPEN OP MAAT VOOR SLECHTS € 99,-

En? Ben je overtuigd om ook over te stappen op gehoorbescherming op maat? Dat komt goed uit! Tijdens de MOTORbeurs betaal je voor oordoppen op maat (inclusief verliesregeling en Alpine Clean!) slechts € 99 in plaats van € 138,95. Je profiteert dus van € 39,95 korting! Je vindt Alpine tijdens de MOTORbeurs (14 t/m zondag 17 februari) in hal 11 van de Jaarbeurs Utrecht, stand D005. Je kunt voor het laten aanmeten van gehoorbescherming direct plaatsnemen. Het aanmeten neemt slechts een kwartiertje van je tijd in beslag. De gehoorbescherming wordt (zonder afspraak) op de stand aangemeten door een van de specialisten.

WIN JE AANKOOPBEDRAG TERUG

Wil je kans maken op het terugwinnen van je complete aankoopbedrag van je op maat gemaakte gehoorbescherming? Schrijf je dan in via deze pagina! Je ontvangt een bevestiging per e-mail. Elke beursdag wordt er een winnaar uitgekozen, die hier een week na de beurs bericht van krijgen.

 

Yamaha pakt uit op en rond MOTORbeurs Utrecht

0
Yamaha Racing

Yamaha is ruimschoots aanwezig op MOTORbeurs Utrecht van 14 t/m 17 februari. Met natuurlijk al het nieuws van de afgelopen tijd, waarop je ook nog eens kunt proefzitten. Dat betreft de volgende modellen: NIKEN, XSR900 SE, XSR700 SE, MT-09, MT-07, MT-03, MT-125, Tracer 900, Tracer 700, XMAX 300 en de NMAX 155. Maar nog interessanter zijn de acties die Yamaha rond de beurs organiseert.

Fotoshoot op de 2019 Yamaha M1 motor van Valentino Rossi? Daar maak je kans op inclusief een gratis ticket voor MOTORbeurs Utrecht, als je op deze link klikt.

Tijdens de MOTORbeurs Utrecht maak je kans op een half jaar rijden op de Yamaha Niken. Je hoeft slechts naar de Yamaha stand te gaan, Hal 7, stand B106, om je aan te melden.

Bezoek Yamaha R World

Tijdens de MOTORbeurs Utrecht heeft Yamaha een stand ingericht waarin alle racefans worden meegenomen in der wereld van Yamaha Racing.  Een plel ook waar het heden en het verleden elkaar ontmoeten, een plek ook met veel verassingen…

Ellermeyer, al jaren hét adres voor unieke scooter- en motorzadels

1

Een eigen custom zadel maken onze vakmensen helemaal naar jouw wens. Alles wat jij wil! Een bestaand zadel geven wij bij Ellermeyer meer comfort met onze unieke gelpack. Vele motorrijders rijden al heerlijk comfortabel heel Europa door. Zadelverwarming, ook geen probleem. Daarnaast zijn de vakmensen van Ellermeyer internationaal toonaangevend op het gebied van restauratie van motorzadels (en auto-interieurs). 

Ellermeyer sinds 1946: vakmanschap en precisiewerk, volgens afspraak tegen een scherpe prijs. 

Bel 088 – 336 00 33 voor meer informatie of kijk op motorzadels.nl