dinsdag 19 mei 2026
Home Blog Pagina 1221

Klan-e oplossingen tegen winterkou

1
Klan-E Verwarmde Handschoenen

Het heeft even geduurd, maar Koning winter heeft nu toch al echt enkele plaagstootjes uitgedeeld. Een goede reden om je te wapenen tegen de naderende kou. Laat Klan-e nu net een totaaloplossing hebben voor dit probleem.

Klan-e heeft een heel sortiment aan artikelen die de motorrijder op en naast de motor comfortabel op temperatuur houden om zo de meest barre omstandigheden te kunnen trotseren. De collectie bestaat uit elektrisch verwarmde handschoenen, sokken, jassen, broek en zolen. De kracht van Klan-e is de toegepaste Dual-Power technologie. Deze stelt de eindgebruiker in staat om zelf te kiezen op wat voor manier hij/zij de artikelen wil voeden.

Met behulp van bekabeling rechtstreeks vanaf de accu van de motor, of via portable accu’s, waarbij zelfs nog gekozen kan worden voor 7,4V of 12V Li-Po accu’s. Hiermee kan de eindgebruiker zijn eigen set configureren.

Jassen

De jassen zijn tevens voorbereid om de handschoenen op de jas aan te kunnen sluiten met behulp van stekkers die aan beide mouweinden geïntegreerd zitten. Voor de broek met sokken geld hetzelfde principe. Hierdoor wordt het gebruik van extra bekabeling voorkomen. Geen jas en alleen handschoenen in gebruik? Geen probleem, met behulp van de juiste Klan-e kabel kunnen de handschoenen ook op de accu van de motor aangesloten worden.

Elk product van Klan-e (Met uitzondering van de zolen) wordt dus exclusief accu(s) en/of bekabeling verkocht. Dit lijkt vreemd, maar bied de eindgebruiker de mogelijkheid om de set compleet naar wens samen te stellen.

Handschoenen

Urban:

Waterdichte licht gevoerde elektrisch verwarmde handschoen voor gebruik op Scooter, E-bike en recreatief licht motorgebruik. De Urban is een modieuze textiel handschoen met dubbel uitgevoerde palm en vingertoppen. Waarbij de wijsvinger voorzien is van een touchscreen gevoelig materiaal waardoor de smartphone of navigatie met de handschoenen aan bedient kan worden. Schakelaar met 4 verwarmingstanden bovenop de handschoen voor éénvoudige bediening. Zachte polyester fleece voering aan de binnenzijde voor comfortabel dragen. In de manchet bevindt zich de aansluitplug en pockets waar de accu’s geplaats kunnen worden. Wij adviseren de 7,4V,2,2A accu kit voor deze handschoenen. Verkrijgbaar in maat XS t/m XXXL, Adviesprijzen handschoenen € 99,95, Accu kit 7,4V,2,2A € 69,95. Handschoen met accu’s is tevens te gebruiken voor tal van andere hobby’s zoals skiën, wandelen, fietsen etc.

Infinity 3.0

Waterdichte gevoerde elektrisch verwarmde handschoen met lange manchet voor scooter en motorgebruik. De Infinity 3.0 is voorzien van extra voering op de knokkels, een TPU-polsbeschermer en reflecterende delen op de vingers en zijkant van de handschoen. De wijsvinger en duim zijn voorzien is van een touchscreen gevoelig materiaal waardoor de smartphone of navigatie met de handschoenen aan bedient kan worden. Schakelaar met 4 verwarmingstanden bovenop de handschoen voor éénvoudige bediening. Zachte polyester fleece voering aan de binnenzijde voor comfortabel dragen. In de manchet bevindt zich de aansluitplug en pockets waar de accu’s geplaats kunnen worden. Wij adviseren de 7,4V,3A of 12V,3A accu kit voor deze handschoenen. Verkrijgbaar in maat XS t/m XXXL, Adviesprijzen handschoenen € 139,95, Accu kit 7,4V,3A € 99,95 of 12V,3A € 129,95.

Excess Pro 3.0

Topmodel Van de Klan-e range. De Excess Pro 3.0 is een luxe waterdichte elektrisch verwarmde handschoen met harde knokkelbescherming, TPU-pols en-vingerbeschermer en geitenleren palm en top. Dubbele lange manchet met ritssluiting. Reflecterende delen op de pink en zijkant van de handschoen. De wijsvinger en duim zijn voorzien is van een touchscreen gevoelig materiaal waardoor de smartphone of navigatie met de handschoenen aan bedient kan worden. Schakelaar met 4 verwarmingstanden bovenop de handschoen voor éénvoudige bediening. Zachte polyester fleece voering aan de binnenzijde voor comfortabel dragen. In de manchet bevindt zich de aansluitplug en pockets waar de accu’s geplaats kunnen worden. Wij adviseren de 7,4V,3A of 12V,3A accu kit voor deze handschoenen. Verkrijgbaar in maat XS t/m XXXL, Adviesprijzen handschoenen € 179,95, Accu kit 7,4V,3A € 99,95 of 12V,3A € 129,95.

Inhoud, routes & video’s Promotor 10/2018

0
Promotor 10/18 cover

Het decembernummer van Promotor is uit! Het laatste van dit jaar alweer. Boordevol toerverhalen, motortests, tips and trics. Heb je hem op de mat? Veel leesplezier, anders kun je hem altijd los bij ons bestellen en lezen over de volgende onderwerpen:

TOEREN

Italië: Calabrië

Peperworst en bandieten zijn de pittige ingrediënten van een motortocht door Calabrië, onderin de laars van Italië. De tocht werkt verkwikkend op je stuurmanskunsten, het libido van de motorrijder. Lang hoorde de ruige streek niet bij Europa. Zeemonsters en bedwantsen waren voor velen net een stap te veel.

LEES VERDER

Indonesië: Bali

Hard rijden is er op Bali niet bij. De wegen zijn te druk, te kronkelig of te steil. Daarbij is het landschap simpelweg té mooi en de cultuur te overweldigend om er snel aan voorbij te rijden. Promotor reisde naar het enige hindoeïstische eiland van Indonesië en reed – weer of geen weer – langs indrukwekkende tempels, actieve vulkanen en heerlijke stranden.

LEES VERDER

Urban Tour Rotterdam

Grootsteeds en meeslepend verreist Rotterdam langs de oevers van de Maas. Als sluitsteen van een lange reis, vol tegenslag en wederopbouw, komt de Maasstad tot volle bloei in de luwte van de Noordzee. Waar nog steeds wordt gewerkt, altijd maar weer, maar in de nacht is het stil en is er ruimte voor rijden. Met volle overgave door de verstilde haarvaten van de stad.

LEES VERDER

BESTEL PROMOTOR MAGAZINE 10 HIER

MOTOREN

MOTOROCCASION

  • Kawasaki Z800
  • Suzuki GSR750
  • Yamaha FZ8

SPULLEN

  • Droog en warm in de regen: heel veel tips & trucs
  • 3 x bochten-ABS getest: BMW R1200 GS, Ducati Diavel S & Honda Fireblade SP

Urban Tour Rotterdam

0
Promotor 1018 - Urban Tour Rotterdam

Grootsteeds en meeslepend verreist Rotterdam langs de oevers van de Maas. Als sluitsteen van een lange reis, vol tegenslag en wederopbouw, komt de Maasstad tot volle bloei in de luwte van de Noordzee. Waar nog steeds wordt gewerkt, altijd maar weer, maar in de nacht is het stil en is er ruimte voor rijden. Met volle overgave door de verstilde haarvaten van de stad.

 Tekst Jaap van der Sar, foto’s Jacco van de Kuilen

Het waait op het Noordereiland. Een buffer tussen Zuid en Noord. Romantisch wordt het hier nooit. En eigenlijk nergens in Rotterdam. Maar dat laat ruimte voor een ander sentiment. Puur, rauw en groots, gescheiden door die brede, altijd aanwezige Maas, verrijzen aan beide zijden machtige torens. Ze roepen brutaal: Dit is een geen stad. Metropolis aan het water. Oneindig verdwijnen ze onder een staalblauwe nacht. Over breed asfalt slingeren we over de Kop van Zuid, de Erasmusbrug, over de Willemsbrug, langs de Hef met in de verte die machtige Brienenoord, waar de ring van Rotterdam als een halssnoer de grens trekt tussen grootstedelijk en klein provinciaals. Het epicentrum van vernieuwing na vernieling, oneindig werken de kranen zich omhoog want het moet nóg groter, nóg hoger, in een eindeloze strijd om die eeuwige tweede-plaats-onder-de-steden te beslechten in het voordeel van de zuiderlingen.

Maar geen grootheidswaanzin onder het volk. De Rotterdammer is als zijn stad. Harder, sneller wordt er aangepakt, geen gerotzooi, geen loze woordenbrij, maar handen uit de mouwen en een eerlijke lach. De enkeling die de nacht beheert, werpt een blik op de langsdonderende Harley-Davidson. Groot, intimiderend ook, net als de stad, maar ontdaan van alle chroom, knalt de FXDR nietsontziend door de rechte, brede straten. Zelfs dat bombastische Centraal Station, verwordt in de Rotterdamse volksmond tot een snelle hap, de kapsalon. De koning onder de nachtsnacks, verleidelijk, maar wij knallen door, de nacht duurt maar kort en de Rotterdammer rolt vroeg uit zijn nest om aan de bak te gaan.

DOWNLOAD DE MOTORROUTE

Lekkerland Vlaanderen op z’n best

0

Hoe je een heel lekker tochtje door Vlaanderen maakt? Gewoon waypoints maken van de beste friet, garnaalkroket, ham, chocolade en taart en rijden maar!

Jan Dirk Onrust

Vlaanderen heeft niet echt een grote reputatie als motorland. Dat in Brussel onlangs duizend motards protesteerden tegen de slechte wegen, zegt genoeg. En de omgeving van veel wegen kan ook beter. Toch blijft er veel over dat de moeite waard is. Een paar stukken paradijselijk heuvelland bijvoorbeeld, prachtige steden, de Vlaamse gastvrijheid en vooral veel lekker Eten & Drinken. Als dat geen lekker tochtje wordt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/belgieopznvlaamst.gpx”]

Abdijkaas uit Postel

We starten in de Kempen. Bijna recht onder Tilburg steken Nico en ik in de bossen de grens over en komen na slechts enkele kilometers aan bij de Abdij van Postel. Toen broeder Danny (43) hier op zijn twintigste langskwam – hij was toen meubelmaker, hardrocker en had een vriendin – maakten de gebouwen en de saamhorigheid van de paters grote indruk. Een jaar later trad hij in tot de orde, waar hij sinds tien jaar de kaasscepter zwaait. De opgewekte Danny verwisselt welwillend de spijkerbroek voor de pij om ons rond te leiden. ‘De productie begon in 1947, nadat broeder Norbertus een cursus had gevolgd in Gouda. De kaas was toen nog voor eigen gebruik. Tegenwoordig maken we 150.000 kilo per jaar. Maar de vraag is eigenlijk veel groter.’ Postel Abdijkaas is een sort Goudse, maar dan voller en romiger van smaak. Vlamingen zijn wat etenswaar betreft een beetje de Japanners van Europa: ze imiteren iets en maken dat vervolgens beter dan het origineel. ‘Een kaas weegt ongeveer 15 kilo en rijpt gemiddeld acht maanden,’ vertelt Danny. ‘Bijna dagelijks moeten ze worden omgekeerd. Zwaar werk. Drie zusters helpen ons daarbij. K3, noemen we ze.’ Danny luistert nog altijd liever naar AC/DC en Napalm Death dan naar K3, maar dat is een ander verhaal. Bij de Postel abdijkazen gaat zijn voorkeur uit naar de St. Raphael en de kruidenkaas. Komijnekaas maakt het klooster ook, maar daar vindt Danny zelf weinig aan. Maar die is dan ook voor den ‘Ollanders bedoeld.

Verse pralines uit Antwerpen

Met kaas, notenbrood en bier in de topkoffer gaan we naar het hart van Antwerpen. Daar kun je een tamelijk akelig ritje van maken, maar OnRoute brengt ons bijna geheel door het groen tot aan de rand van de stad. In Antwerpen kun je natuurlijk van alles krijgen, maar we beperken ons tot chocolade. Daarvoor gaan we naar een kleine winkel aan de Korte Gasthuisstraat met een grote reputatie: Chocolatier Burie. De reputatie dankt Burie aan huisgemaakte pralines – een Franse uitvinding, maar ook deze maken de Belgen weer beter – en aan zijn monumentale chocolade bouwsels. Bijna jaarlijks haalt Burie de publiciteit met een kathedraal, paleis, auto of – jazeker – een Harley die geheel uit chocola is opgetrokken. Motorliefhebber Bram Hullebroeck was verantwoordelijk voor die laatste. ‘Vooral de remmen en kabels waren een probleem,’ zegt de ambachtsman. ‘Maar dat was bij echte Harleys vroeger toch ook zo?’ De eerste praline, met roomvulling, maakt meteen onze handelsgeest wakker: ‘Waarom verkopen jullie ze niet in Holland?’ ‘Vanwege de verse ingrediënten. De houdbaarheid is een week of twee,’ legt Bram uit. ‘Daarom kunnen we de kwaliteit niet garanderen als anderen ze verkopen.’ Hij bedoelt dat die Hollandse winkeliers ze niet weggooien als de houdbaarheidsdatum is verstreken.

Aardappel anders

Nico keert een doosje pralines boven zijn mond om en zegt daarna dat hij honger heeft. We rijden een paar straatjes verder en komen tegenover het Museum voor Schone Kunsten uit bij Funky Soul Potato. Dit eetcafeetje doet iets heel anders met patatten dan we gewend zijn van de Belgen. De chef is dan ook een Koreaan: Jin Ko. Hij vult een grote aardappel met een kip-kokos curry, grijze garnalen met roomsaus, zalm en spinazie of wat dan ook. Simpel, origineel en vooral heel lekker. Funky Soul Potato zou een trendy tentje zijn, maar wat het interieur, bestek of de prijs betreft, heb je daar verder geen last van.

De frituuropstand van Mechelen

We gaan zuidwaarts naar Mechelen, naar de friet van Jan en Leon Peeters. Goede friet kun je op bijna elke Vlaamse straathoek krijgen, maar die van de broers moet iets bijzonders zijn. Toen de gemeente besloot dat hun rijdende frietkot – een Citroen HY – niet langer paste op de prachtige Veemarkt in het centrum van Mechelen, brak er welhaast een volksopstand uit. Spontaan warden er meer dan 10.000 handtekeningen gezet om de frituur te behouden. En dat is gelukt. Na wat omzwervingen vonden de broers een vaste, stenen stek aan de Hendrik Speecqvest. Daar hebben ze het nog drukker dan voorheen. Het frietje moet dus wel heel speciaal zijn. ‘Het belangrijkste is het vet,’ zegt de beminnelijke Jan. ‘Dat moet vers zijn en precies de juiste temperatuur hebben. Niet te heet. En tussen het voorbakken en afbakken moet je de aardappel ruim een half uur rust geven om te chambreren. Dat is het geheim.’ Nico en ik hebben allang geen honger meer. Toch kunnen we niet van de patat afblijven. En die zit dan ook nog in een ouderwetse puntzak. We kunnen ons geluk niet op.

Heerlijk slapen

Na Mechelen maken we een ruime boog rond Brussel. Het begint nu behoorlijk te heuvelen en vermoedelijk wordt het mooi. Maar dat gokken we maar, want het is inmiddels pikdonker. Na twee uur zegt de GPS: ‘Bestemming bereikt.’ Gastenverblijf Hof te Spieringen te Vollezele, in het Pajottenland. Op de binnenplaats van de luxueuze vierkantshoeve staan gastvrouw Katrien de Rese en haar man Christiaan op ons te wachten alsof we thuiskomen. Een avond lang verwennen ze ons met drankjes, hapjes en sterke verhalen – Christiaan is motorrijder. Aan elk detail – van de in vormen geknipte haag tot aan de kunstig gebakken eieren bij het ontbijt – is te zien dat Katrien perfectioniste is, maar wel een van de warme soort. Met tegenzin vertrekken we, maar beloven plechtig terug te komen.

Magisch bier

Vanuit het chique hof rijden we naar een chique biertje. Pardon: geuze. Ook wel de champagne van Brussel genoemd. We vinden het in de brouwerij (stekerij zeggen ze hier) van Hanssens in Dworp. Met een productie van slechts 50.000 liter per jaar, valt er weinig mee te verdienen. Daarom hield John Hanssens zijn baan als luchtverkeerleider aan, toen hij en zijn vrouw Sidy de stekerij tien jaar geleden overnamen van zijn schoonvader. ‘We hebben lang over de overname nagedacht en het uiteindelijk gedaan. Omdat geuze zo’n prachtig product is. Het is lambiek die in stokoude houten vaten ligt te rijpen op de zolder. Soms kun je het gisten horen rommelen, dan leeft de brouwerij. Dat is magisch. Het bijzondere is dat het alleen maar hier kan, in het Pajottenland. Nergens anders. In Amerika proberen ze het al jaren, maar het lukt niet.’

De taart van Breugel

In Geraardsbergen doen we de volgende vondst. Hier maken ze mattentaart en iedereen kent de taart van de beroemdste placemat aller tijden: De Boerenbruiloft van Breugel. Het recept stamt uit de middeleeuwen en de beroemdste bakker ervan is Olav Geerts. Ook weer een bijzonder en vriendelijk mens, met die kenmerkende rust van de ambachtsman. ‘Ik word alleen boos als men beweert dat Manneken Pis bij Brussel hoort. Het oudste Manneken komt uit Geraardsbergen!’ De mattentaart bestaat uit bladerdeeg met een zachtzoete vulling van matten (een soort kwark) met eieren en amandelen. Erg smakelijk. En toch is de taart nergens anders te koop. ‘Het is een beschermd streekproduct,’ zegt Olav. ‘Net als Parmaham. Het mag alleen hier gemaakt worden. Maar het is toch zeker het omrijden waard?’

Gandaham uit Gent

De volgende delicatesse wacht op ons in Destelbergen, bij Gent. Het land wordt vlakker en de wegen rechter, maar het product waarvoor we komen maakt alles goed: rauwe Gentse ham. Italië heeft Parmaham, Vlaanderen heeft Gandaham. Ganda-directeur Dirk Cornelis legt het verschil uit. ‘Och, het is grotendeels gelijk aan elkaar.’ Is dit een staaltje mooi kopieerwerk? In zekere zin. De manier van hammen maken en conserveren komt van de Kelten, die hier al voor de jaartelling woonden. Toen Ceaser het gebied overrompelde, waren de Romeinen onder de indruk. Grote partijen gingen naar Rome. En ergens onderweg zijn zuidelijke boeren vast op een idee gebracht. De hammen worden eigenlijk op dezelfde wijze gemaakt als in de Keltische tijd. Cornelis: ‘Ze bestaan nog altijd uit maar drie ingrediënten. Zeezout, varkensvlees en heel veel tijd. Negen maanden per ham om precies te zijn. Het aroma dankt de ham puur aan het rijpingsproces en aan de topkwaliteit van het varkensvlees.’ Over kwaliteit gesproken: de oude Bonneville van Nico begeeft het. Per aanhanger laten we hem afvoeren naar de plaatselijke dealer, Daniel de Rijcke, die zijn bedrijf voor ons tot ver na sluitingstijd openhoudt. Zonder aarzeling of ingewikkelde formaliteiten geeft hij een vervangende motor mee. Zo komen we toch op tijd aan in het hotelletje in onze favoriete Vlaamse stad: Brugge. Naar Brugge ga je voor het historische centrum met zijn pleinen en grachten, volle terrassen en het lekkere eten. Maar hier vind je ook ’s werelds eerste – en mogelijk laatste – frietmuseum en het chocolademuseum Choco Story. Cultuurhistorisch zijn ze misschien niet van het grootste belang en een tikkeltje voorspelbaar zelfs. Maar de friet is de opening van een museum meer dan waard.

Mosterd halen in Torhout

Voor het hoogtepunt van onze culinaire ontdekkingstocht, reizen we zeewaarts, want de kust is het domein van ons lievelingsgerecht: de Vlaamse garnaalkroket. Maar eerst maken we een ommetje naar Torhout voor een potje mosterd. Misschien wel de beste ter wereld, zo wordt gefluisterd. Het winkeltje van Mostaard Wostyn aan het Conscienceplein in Torhout is zo popperig klein dat we denken dat we verkeerd zitten. Pas als eigenaar Piet Wostyn met zijn ambachtelijke snor verschijnt, weten we dat we aan het goede adres zijn. Mostaard Wostyn bestaat al sinds 1869 en bouwde in de regio een gedegen reputatie op. Toen de mosterd via een Vlaamse toerist terecht kwam in de keuken het beste restaurant ter wereld – het Spaanse El Bulli – werd duidelijk dat Mostaard Wostyn iets bijzonders was. Hoe bijzonder? We proberen het met kaas. Heel even proef ik iets en plots volgt een soort gasexplosie in mijn verhemelte. Hierna komt een volle smaak tevoorschijn. ‘Pittig mosterdje wel,’ zegt Nico met betraande ogen. Zelf kan ik even geen woord uitbrengen. Piet lacht. ‘Zo hoort mosterd te zijn. Heel even straf in de keel, maar daarna zacht op de tong. Je moet tranen in je ogen krijgen. En het is nog geneeskrachtig ook.’

Kroketten aan de kust

Met mosterd en wat routetips – Piet en zijn vrouw Annick zijn fervente motards – rijden we naar de kust. De garnaalkroket is hier een echte culinaire delicatesse die je als voorgerecht in de betere restaurants vindt. Alleen gaan de restaurants hier pas ’s avonds open. Dus rijden we de halve kust af voor we in Zeebrugge een geschikte stek vinden. Maar dan heb je ook wat: Channel 16 aan de Werfkaai, een prettig loungerestaurant van chef Christian van den Ouden. Het recept voor de kroket lijkt simpel: verse bouillon, versgepelde garnalen, een beetje kaas, een korstje erop en wat peterselie mee frituren. Maar waarom kunnen alleen Vlamingen dat zo tongstrelend bakken? Vanaf onze tafel kijken we uit over een containeroverslag, hijskranen en andere industriële narigheid. ‘Zeebrugge is nou niet echt een mooie plaats,’ merkt Nico op. ‘Eigenlijk stelt de rest van de kust op de motor ook niet veel voor,’ zeg ik. Nico doet er een schepje bovenop: ‘Vlaanderen is gewoon geen echt motorland,’ Hij neemt nog een hap van zijn kroket en zegt. ‘Maar met zulk eten maakt het niet uit. Dit is toch het lekkerste ritje dat we in jaren gemaakt hebben?’

Ga jij alvast sparen voor een nieuwe Honda Adventure?

0

Honda heeft voor 2019 twee nieuwe Adventures in petto. Voor de avonturiers onder ons staat de CRF450L, een echte enduro, klaar. Ernaast staat de CB500X, een lichte allroad.

CB500X

De nieuwe CB500X is beschikbaar in drie kleuren: Grand Prix Red, Matt Gunpowder Black Metallic en Pearl Metalloid White. De HondaCB500X is vanaf februari 2019 verkrijgbaar bij de officiële Honda dealers voor een introductieprijs vanaf €8.158,-.

Africa Twin

De 2019 CRF1000L Africa Twin zal beschikbaar zijn in drie nieuwe kleuren: Glint Wave Blue Metallic (Tricolor), Grand Prix Red (CRF Red) enMat Ballistic Black Metallic. De Africa Twin is nu al leverbaar via de officiële Honda dealers en behoudt dezelfde prijs; € 16.158,- voor de manuele versie of € 17.458,- voor de DCT versie.

Africa Twin Adventure Sports

De 2018 CRF1000L Africa Twin Adventure Sports was beschikbaar in een specifieke Tricolore kleurstelling, ter ere van het 30-jarig bestaan van de Africa Twin. Voor 2019 is deze kleur behouden en aangevuld met Digital Silver Metallic.

De 2019 Africa Twin Adventure Sports varianten zijn per direct verkrijgbaar en behouden dezelfde prijs; € 18.258,- voor manueel en € 19.758,- voor de DCT versie.

CRF450L

De nieuwe Honda CRF450L staat inmiddels bij de officiële Honda dealers (vanaf begin november 2018) en is verkrijgbaar vanaf € 12.558,-.

X-ADV

De X-ADV, de enige motorscooter waarmee je ook de prut in kunt, heeft voor 2019 nieuwe kleuren: Mat Moonstone Silver Metallic, Mat Armored Green Metallic en Mat Bullet Silver. De 2019 X-ADV is verkrijgbaar vanaf maart 2019 voor € 14.058,-.

Overige Honda Adventures

Onderstaande Honda’s zijn per direct verkrijgbaar. Voor meer informatie over de modellen, ga naar de website.

  • CRF250L €5.558,-
  • CRF250 Rally €7.358,-
  • NC750X €9.558,-
  • NC750X DCT €10.558,-
  • VFR800X €13.858,-
  • VFR1200X €18.558,-
  • VFR1200X DCT €19.758,-

Suzuki Hayabusa: een legende uit productie

1
Suzuki Hayabusa

Suzuki heeft besloten de productie van de Hayabusa stop te zetten. De Japanners hebben de krachtbron van deze icoon nooit Euro5-klaargemaakt en dat betekent dat ie in 2019 niet als nieuwe motor binnen Europa geleverd mag worden. De voorraad die rest wordt naar Noord-Amerika verscheept.

De motor staat al een tijd niet meer in de showrooms, maar toch moesten we even slikken. Begin dit jaar was er nog even sprake namelijk van een nieuwe Hayabusa volgens insiders. Het hyper-toersegment heeft met dank aan de H2 van Kawasaki weer een flinke opleving gekregen en een turbo-geblazen Hayabusa leek nog altijd een logische stap. Enkele bronnen verklaren nog steeds dat Suzuki eind 2019 met die nieuwe Hayabusa komt, maar het blijft toch een beetje gissen.

Geschiedenis

Je nieuwe motor vernoemen naar de slechtvalk, ’s werelds snelste dier, legt de lat nogal hoog. Niet alleen daarom noemde Suzuki hun GSXR1300 de Hayabusa. Ook omdat Honda’s snelste model indertijd de Super Blackbird heette, en laat de slechtvalk nu net de natuurlijke vijand van de merel zijn. Toeval? Ga er maar vanuit van niet!

Honda begon de strijd om het voeren van ’s werelds snelste motorfiets nadat ze met hun CBR1100XX Super Blackbird in 1996 doelbewust de Kawasaki ZX11 na elf jaar van die troon stootten. Honda kon maar twee jaar van de titel genieten, want het record van 287,3 kilometer per uur viel ten prooi aan de radicale Suzuki GSXR1300 Hayabusa, die met een geclaimde snelheid van tussen de 303 en 312 kilometer per uur ruim over dat record heen ging.

Opvallend was dan vooral de marge waarmee het record verbroken werd. Voorheen gebeurde dat met slechts luttele kilometers meer topsnelheid, maar de Hayabusa trok van leer en nam dus een marge van meer dan vijftien kilometer per uur over de Honda. Niet zo opvallend was de manier waarop, want zwart op wit is een vloeistofgekoelde, zestienkleps viercilinder met bovenliggende nokkenassen niet bepaald vernieuwend. Maar waar de CB1100XX nog met naaldjes en sproeiertjes in de brandstofvoorziening rondreed, was de Hayabusa voorzien van injectie.

SRAD

Let wel, de 1300 was ook voorzien van Suzuki’s revolutionaire SRAD-technologie. Dat wil dus zeggen dat de motor bij stilstand een lager vermogen had dan op snelheid, doordat de snelstromende lucht via inlaatpijpen de airbox op druk bracht. Meer lucht in de cilinders en dus meer vermogen. Niet dat de cilinderinhoud van de ‘Busa miniem te noemen was om te beginnen. Met 1.299cc was de GSXR1300 indertijd de bestbedeelde sportmotor verkrijgbaar. Het vermogen was dan ook de ruim aanwezig. Het topvermogen zou op ruim 160 pk liggen, maar hoeveel precies is door de geforceerde inlaat moeilijk in exacte nummers uit te drukken.

Lelijk en overdreven

De combinatie van een gigantisch motorblok met veel vermogen en een relatief laag drooggewicht van 220 kilogram maakt al voor een potente mix, maar voor Suzuki moest het niet potentieel schijnen. Het moest blijken. Dus werd de Hayabusa ontworpen in de windtunnel. Projectleider Koji Yoshiura vertelde later dat het altijd de bedoelding was om de Hayabusa lelijk en overdreven te maken, zodat men niet over de Hayabusa uitgepraat zou raken. Overigens zou het ook nooit de bedoeling geweest zijn om met de GSXR1300 de snelste motor ooit te bouwen. Nee, nee. Natuurlijk niet, meneer Yoshiura.

Het overdreven uiterlijk zou haast net zo controversieel blijken als de gigantische topsnelheid van het apparaat. Zeker als je bedenkt dat in Japan alle voertuigen in principe op 180 kilometer per uur begrensd zijn. Meer heb je niet nodig, toch?

Eind 2000, een jaar na de introductie van de inmiddels berucht en beroemde GSXR1300, kwamen de geruchten op gang dat oud-recordhouder Kawasaki zijn kroon terug wilde eisen met de aangekondigde ZX12R. En op dat moment greep de Japanse regering in, uit pure angst voor een uit de hand lopende wedloop van steeds maar snellere motoren. Meer dan 180 kilometer per uur had je niet nodig volgens de Japanse regering (zelfs de Tweede Kamer in Nederland had de komst van de ‘Busa besproken, kun je nagaan), maar meer dan 300 kilometer per uur is waanzin. Daarop werd tussen de fabrikanten afgesproken dat daar de grens lag; 299 kilometer per uur mocht, maar alles hoger was uit den boze.

Topsnelheid

Toen de Hayabusa in 2008 groeide van 1.299cc naar 1.340cc en het vermogen toenam naar het astronomische 197 pk, zou een dergelijke update en upgrade ook een hogere topsnelheid op moeten leveren, maar de heren van Suzuki eerden de gentlemen’s agreement en begrensden de 2008 Hayabusa op 299 kilometers per uur precies. Verder werd het bodywork en rijwielgedeelte gemoderniseerd, maar bovenal werd de Hayabusa nog meer de motor die Suzuki altijd al gezegd had te willen maken. Een motor die vermogen heeft in elke versnelling, die goed stuurt en remt en qua design de tongen losmaakt.

Nog altijd is men verdeeld over de Hayabusa; je vindt ‘m geweldig, of je haat alles aan zijn bestaan. Al beginnen de eerste modellen in bijvoorbeeld de koperkleur al waardevaster en -voller te worden. Dus misschien heeft meneer Yoshiura in zijn poging de motor lelijk en tijdloos te maken toch raak geschoten. Een ding is zeker, de Hayabusa is zeker iconisch.

Uitlaattuning met de Suzuki Exhaust Tuning-klep

0

De nieuwe Suzuki Katana heeft een klep in de uitlaat. Met deze Suzuki Exhaust Tuning-klep wordt het koppelverloop van de motor beïnvloed. Maar hoe werkt zoiets?

De Suzuki Katana is een legende. Het was de snelste motorfiets ooit, met een uniek, origineel design, dat de vormgeving van motorfietsen een heel nieuwe richting gaf. Nu komt Suzuki met een nieuwe Katana. Het design daarvan is geïnspireerd op dat van de oorspronkelijke Suzuki GSX1100S Katana, die in 1981 werd geïntroduceerd. Daarmee houdt de vergelijking wel op, want de nieuwe Katana beschikt natuurlijk over modernere techniek. Zo heeft die als krachtbron een aangepaste versie van de vloeistofgekoelde 999cc-viercilindermotor uit de GSX-R1000 van het modeljaar 2008. Die had een redelijk korte boring-slagverhouding van 73,4 x 59 millimeter en wist er 185 pk bij 12.000 toeren uit te persen, met een maximum koppel van 117 Nm bij 10.000 toeren. 

 

Straattuning

Aangezien de Katana geen circuitmotor is, maar een motor voor de openbare weg, heeft het motorblok een heel andere tuning gekregen, waardoor de vermogensafgifte is gedaald tot 150 pk bij 10.000 toeren, met een maximum koppel van 108 Nm bij 9500 toeren. Dat zit hem onder meer in de kleptiming en in de tuning van het motormanagement, dat Suzuki’s unieke SDTV-gasklepsysteem aanstuurt. Bij dit systeem heeft elk injectiehuis twee gaskleppen, waarvan er één door de rijder en één door het motormanagement wordt bediend. Zo kan het motormanagement de gasklepopening en de snelheid van openen bepalen aan de hand van de omstandigheden en de wensen van de rijder. Ultrafijn vernevelende tiengats injectoren zorgen daarbij voor een optimale verbranding en een laag brandstofverbruik. Het Low RPM Assist-systeem zorgt ervoor dat de motor soepel vanuit stilstand of lage snelheden wegrijdt en voorkomt dat de motor afslaat. Wat echter bovenal opvalt, is dat er balanspijpjes tussen de uitlaatbochten zitten en dat er een Suzuki Exhaust Tuning-klep in de uitlaat zit. 

 

Tegendruk

Om het effect van die SET-klep te kunnen begrijpen, moeten we even terug naar de basis. Als een motor het benzine-luchtmengsel heeft verbrand, pompt de zuiger het uitlaatgas langs de uitlaatklep de uitlaatpijp in. Dat kost natuurlijk kracht, want het gas moet in de uitlaat langs allerlei bochten en restricties worden geblazen. Hoe meer ‘tegendruk’ dat oplevert, hoe meer kracht dat kost en hoe meer restgas er in de cilinder achterblijft. Dit gas zal dus bij de inlaatslag eerst expanderen, voordat de zuiger weer een onderdruk kan opbouwen, waarmee hij vers mengsel aanzuigt. Bij een hogere tegendruk blijft er dus meer verbrand gas in de cilinder achter en komt er minder vers mengsel binnen. Oftewel: de motor zal minder vermogen leveren. 

 

MOTO73 25/2018

Wil je meer te weten komen over deze Suzuki Exhaust Tuning-klep? Je leest het in MOTO73 25/2018. Koop het nummer hier online of in de winkel.

Foto: Suzuki
Tekst: Peter Aansorgh

 

De Hayabusa wordt niet meer geproduceerd

0

Suzuki heeft de productie van de Hayabusa stopgezet. Oef. De Japanners hebben de legendarische motor nooit Euro5-klaargemaakt en dat betekent dat ie in 2019 met geen enkele uitzondering nog in Europa nieuw geleverd mag worden. Alle voorraad die rest, wordt naar Noord-Amerika verscheept om daar alsnog een nieuw baasje te zoeken.

Hoewel de motor al een tijdje niet meer in de showrooms stond, is dat toch even slikken. Begin dit jaar repten we nog over een nieuwe Hayabusa die volgens insiders op komst is. Het hyper-toersegment heeft met dank aan de H2 van Kawasaki weer een flinke opleving gekregen en een turbo-geblazen Hayabusa lijkt nog altijd een logische stap. Enkele bronnen verklaren nog steeds dat Suzuki eind 2019 met die nieuwe Hayabusa komt, maar het blijft toch een beetje gissen. Hoe dan ook; wij duimen ervoor.

Klik hier  voor een achtergrond-artikel over de Hayabusa.

Lewis Hamilton verrast Superbikecoureur Michael van der Mark

0
Lewis Hamilton op superbike

De Nederlandse Superbikecoureur Michael van der Mark deed wat testrondjes op het circuit met vijfvoudig F1 kampioen Lewis Hamilton. En voorzag hem van advies…

Dat Lewis Hamilton een avontuur op twee wielen niet schuwt, is alom bekend. De vijfvoudig wereldkampioen F1 is immers ook ambassadeur van MV Agusta. Onder zijn naam bouwt de Italiaanse motorfabrikant heel exclusieve modellen.

Afgelopen week was Hamilton te gast bij het Cresent World Superbike Team, waar hij mocht rijden op hun in racetrim gestoken 200+ pk WSBK motor.

Michael van der Mark was ook op hetzelfde circuit te vinden. In een gesprek met motosport.com zei de Nederlander dat hij Hamilton had verzocht het wat rustiger aan te doen. Hamilton ging op de WSBK machine tot het gaatje, maar qua rij-techniek viel er wel het een en ander te verbeteren.

Van der Mark: ‘Voordat ik aan mijn testsessies begon, had Lewis al twee circuitdagen achter de rug. Ik bespeurde enige zorgen over zijn snelheid bij de mensen van zijn team. Hij was echt snel, maar zijn rij-techniek was verre van ideaal. Hij reed scherpe hellingshoeken en op initiatief van zijn team gaf ik hem wat tips hoe het beter kon. Ik probeerde hem vooral wat rustiger te laten rijden. Je moet ‘m echt afremmen. De man is verre van bang en hij probeerde de bochten net zo snel te rijden als in zijn Mercedes.’

Op de vraag wat Hamiltons kansen zouden zijn in het WSBK als hij zich volledig zou toeleggen op motorracen, vertelde Michael – derde in het WSBK dit jaar: ‘Hij kent geen angst. Evenmin twijfelt hij, in tegenstelling tot andere coureurs. Hij gaat echt tot het gaatje wanneer hij dat eenmaal besloten heeft. In totaal heeft hij vier dagen gereden op het circuit en hij was slechts zeven seconden langzamer dan Alex Lowes en mij. Daarmee is hij een stuk sneller dan de meeste deelnemers aan een circuitdag.’

Geen weg te gek voor Oranje Tupperware

0

Peter Fokkema heeft het motorreisvirus flink te pakken. Er zijn jaren dat hij zomaar de 25 duizend kilometer aantikt. Per jaar dus. Op zijn oranjekleurige Honda Gold Wing (‘Oranje Tupperware’ voor vrienden) tart hij bovendien de grenzen van een toermotor. Een rallyrijder zou nog een hele kluif aan hem hebben.

‘Ik denk dat ik nu zo’n beetje heel Europa wel heb gehad. En Marokko. Om de een of andere reden is Groot-Brittannië en Ierland nog niet gelukt. Gaat nog wel een keer komen, maar wanneer dat weet ik echt nog niet. Ik heb voor 2015 al een paar reizen gepland, maar er staat nog wat vakantietijd open. Wie weet. Wanneer ik vakantie heb, kan ik op de dag zelf beslissen om te vertrekken. Koffers vol met kleding en kampeerspullen en gaan. Daar hoef ik niet lang over na te denken. Het is tegenwoordig ook zo eenvoudig: met een mobieltje en navigatie is voorbereiden niet meer echt nodig. Als ik moe word, zoek ik een hotel of camping uit, afhankelijk van het weer. Het is tenslotte vakantie. In de regen in een tentje liggen, dat doe ik alleen als het echt niet anders kan.

Nee, het is niet zo dat ik altijd al zo fanatiek heb gereisd. Ik heb mijn motorrijbewijs nu zo’n dertig jaar. Het reizen doe ik pas zo’n vijf à zes jaar. Toen vroeg een collega aan mij of ik zin had in een toerritje. In eerste instantie trok mij dat niet zo. Het jaar er op ben ik wel meegegaan en was ik meteen verslaafd. We deden toen een rondje Alpen. In een dag of vijf. Veel kilometers, heerlijk. Ik rijd ook altijd om het rijden. Niet zozeer om de toerist uit te hangen. Ik reed in september met mijn vriendin, ook op een Gold Wing. Staat er ergens een blijkbaar nogal opvallend standbeeld midden op een rotonde. Zegt ze: ‘heb je dat standbeeld gezien’. Niet dus. Ik zag alleen een rotonde. Kilometers maken. Daar gaat het mij om. Op de Gold Wing is dat bovendien een feest. Mijn Oranje Tupperware brengt mij overal. Ik heb zelfs Azië al even bezocht. Ik reed langs de brug over de Bosporus en kon het niet laten die over te steken. Staan er aan het einde van de rit allemaal tolhuisjes, zonder personeel. Je kunt blijkbaar alleen aan de landsgrenzen een kaartje kopen, waarmee je dan heen en weer kunt. Ik ben gewoon doorgereden. Gaan er allemaal toeters, bellen en zwaailichten af. Wegwezen dus. Ik heb er nooit meer iets over gehoord. Maar ik ben dus wel in Azië geweest.

Samen reizen

Ik reis het liefst in een groep. Ik ga een keer of twee per jaar met een Promotor-reis mee of met mijn vriendin en vrienden. Soms ook wel alleen, maar dat is minder gezellig. Bovendien moet ik dan veel beter plannen. Het maakt mij namelijk echt niet uit waarheen ik rijd en over welke wegen. Ik doe alles met de Gold Wing. Ook onverhard. Dwars door de woestijn in Marokko bijvoorbeeld, ik haalde zelfs GS’en in. Toegegeven, zit een stukje show bij. En ik betaal er soms een prijs voor. Als je je grenzen wilt opzoeken, dan moet je daar voor betalen. De Gold Wing gaat op onverhard namelijk nog wel eens om en dan is plastic ineens heel duur om te vervangen. Maar om daar mijn reizen op aan te passen, dat is geen optie. Maar zoiets doe ik dus niet als ik alleen rijd. Het is best handig om iemand er bij te hebben om de Oranje Tupperware weer op rechtop te krijgen.

Dertig centimeter

Tijdens een reis door de Picos de Europa in Spanje had ik ook zo’n mooi moment. Ik had mij voorgenomen dat ik met mijn Gold Wing hetzelfde zou doen als mijn vriend op zijn GS. Dat lukte vrij aardig. Ik heb lekker wat voetsteun en uitlaat weggeslepen op de bochten in de bergen, gravelwegen gepakt. Helemaal goed. Totdat ik voor dat riviertje stond. De GS ging er doorheen, dus moest ik ook. Ik ben er eerst even zelf doorheen gelopen om de ondergrond te checken. Beetje glibberig, maar ik heb het gered. Helemaal prima. Maar meteen daarna reden we over een grasveld, met een heleboel hobbels. Daar ben ik de veer van mijn middenbok even kwijt geraakt. Ik heb hem uiteindelijk weer gevonden en gemonteerd. Maar het zegt wel iets over wat zo’n dikke toermotor allemaal kan. Het zijn meer de onverwachte dingen die tot problemen leiden. Ook in de Picos: ik zet mijn voet neer, blijkt aan die kant de weg 30 cm lager te liggen. Tja, dan ga je dus om.

In de loop der jaren ben ik steeds onbevangener geworden. Als de weg over een berg leidt, dan ga ik gewoon over die berg. Als het dan ineens heftig wordt, dan ben ik niet meteen van het terugkeren. Dat is meestal niet de oplossing. Bovendien weet je dan wat je tegen gaat komen en de andere kant op kan het meevallen. Nee, voor dat soort situaties draai ik mijn hand niet meer om. Hoewel de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik tegenwoordig iets meer oplet. Maar dat heeft vooral met kosten te maken. Je bent zo weer honderd euro kwijt voor een stukje nieuw plastic. En ik heb mijzelf onvoldoende zeer gedaan om dit soort kuren te voorkomen. Als je omgaat op gravel of in zand, dan gaat dat meestal redelijk zachtjes omdat ik toch al niet te hard rijd. Bovendien vangen koffers en valbeugels een hoop op.

Regen is nat

Alle reizen beginnen thuis. Geen aanhangers of treinen, gewoon voor de deur opstappen en wegwezen. Weersvoorspellingen, daar houd ik mij niet zo mee bezig. Regent het, dan word je nat. Hoewel het eigenlijk meevalt. Als ik na ga hoe vaak ik op al mijn reizen echt nat ben geworden, dan kom ik misschien op een of twee keer uit. Een keer in Montenegro, toen ik met een vriend op weg was naar Griekenland. We waren volledig weggeregend. Gelukkig vonden we ergens een appartement om te overnachten. We mochten onze motoren in de garage zetten. Komt die eigenaar later ineens binnenrennen: of we onze motoren uit de garage wilden halen, want die stroomde vol met regenwater. Ze stonden al tot hun assen in het water. Ik was toen heel blij dat ze gewoon weer wilden starten.

Tijdens die andere reis dat ik zo nat ben geworden, liep ik ergens een kroeg binnen. Eerst netjes gevraagd of ik al druppelend naar binnen mocht. Dat was geen probleem. En daarna vroeg ik of de barman een hotelletje kende in de buurt. Blijkt de hoteleigenaar ook aan de bar te zitten en ik was welkom. Zo eenvoudig kan het zijn.

Drenthe

Voor dit jaar staan in elk geval Noorwegen, Frankrijk en Drenthe op de planning. Ja, dat Drenthe klinkt dan wel grappig. Daar is dit jaar een grote bijeenkomst van het Gold Wing-forum. Dat wil ik niet missen. Lekker een lang weekendje weg, samen met mijn vriendin. En dan heb ik nog wat tijd over voor een motorreis, maar wat ik daarmee ga doen weet ik nog niet. Dat laat ik gewoon spontaan gebeuren tegen de tijd dat ik mijn vakantie heb gepland. En mocht ik dan toevallig nodig zijn op mijn werk, dan stel ik het gewoon uit. Mijn werk is ook heel prettig, dus dat kan altijd. Ik zie wel.

Een droomreis? Tja, dat zou dan toch Zuid-Amerika zijn. Een keer alle verbindingsroutes van de Dakar narijden. Niet door het zand, dat hoeft niet meer zo. Maar ja, dan wil ik dat wel doen op mijn eigen oranje tupperware en dat is denk ik een kostbare zaak om die te verschepen. Tot die tijd geniet ik overigens ook van een ritje door Zuid-Frankrijk. Als ik maar kilometers mag maken.’