woensdag 3 juni 2026
Home Blog Pagina 1280

Wil je weten hoe de 2019 Triumph Scrambler 1200 eruit ziet?

0

Is de nieuwe Triumph Scrambler 1200 een wat opgedikte 900cc of een heel nieuwe machine? 24 oktober krijgen we het antwoord.

Met een plaagvideo probeert Triumph Motorcycles de massa klaar te stomen voor de nieuwe 2019 Scrambler 1200. Triumph claimt dat met de 2019 Scrambler 1200 ‘de nieuwe rijrevolutie begint.’ Dat is voor het normaal zo ingetogen Triumph nogal een onbescheiden uitspraak. 24 oktober zal blijken of of het geen grootspraak is.

Op de website ronkt Triumph verder door te zeggen dat het model een ‘moderne Triumph-klassieker is … die een rij-revolutie creëert met een geheel nieuwe maatstaf voor wat een scrambler geweldig maakt’. Ook vermeldenswaard is dat de Scrambler en nog niet eerder vertoond niveau van inzetgebied heeft. Dus even geweldig op de weg als in het terrein. In Triumph -taal: ‘geweldig off-road als op de weg, doet alles wat een adventure bike kan. En dat allemaal met de authentieke scrambler stijl en houding.’

Maar behalve noppenbanden, een keienvanger en een robuuste vork, kunnen we uit de plaagvideo niet echt zien hoe de Triumph eruit gaat zien. Wat natuurlijk ook de bedoeling is van zo’n video. Maar laten we het erop houden dat onze interesse is gewekt.

Honda Forza 2018 (125 & 300 cc) – test Promotor

0

In het mondaine Monaco aan de Middellandse Zee test Jaap motorscooters van Honda, de Forza 125 & 300 cc.

Feiten: 2019 BMW R1250GS

0

We zullen er nog even op moeten wachten, maar op de Intermot in Keulen zou ons wachten beloond moeten worden; BMW komt met de opvolger van de R1200GS, die we in de huidige vorm sinds 2013 kennen. De Britse motorsite van BikeSocial hebben hun hand op een lijst specificaties weten te leggen. Wij nemen ze even met je door.

Om te beginnen de cilinderinhoud, want die neemt – logischerwijs – toe, van de 1170cc R1200GS tot 1254cc bij de R1250GS. Het vermogen en koppel was bij de R1200GS perfect in balans met 125 pk en 125 Nm, maar of diezelfde vlieger voor de 1250 opgaat is nog even onduidelijk, aangezien er enkel topvermogen genoemd wordt. Dat neemt met een kleine 10 pk toe tot 134.1 pk bij 7.750 tpm – hetzelfde toerental als bij de 1200 dus. Je mag er min of meer vanuitgaan dat de 1250 een vergelijkbare interne balans kent en het koppel door de toegenomen motorinhoud een vergelijkbare aantal newtonmeters toeneemt als het motorvermogen. Overigens wordt er weinig meer duidelijk over het gerucht of de 1250GS variabele kleptiming krijgt, maar een dergelijke tussenkomst zal misschien niet veel extra toevoegen aan de absolute cijfers, maar de beschikbaarheid en bruikbaarheid van koppel en vermogen des te meer.

Verder lijken de specificaties weinig gekkigheid te bevatten. Zo neemt de wielbasis van de reguliere GS met 7 millimeter af tot 1.500 mm precies. De 1250GS Adventure behoudt dezelfde wat langere 1.520 mm wielbasis die de 1200GS nu ook al heeft. 

Wat zijn rijklaargewicht betreft, wordt de GS er in zijn nieuwe vorm niet lichter op, maar ook niet veel zwaarder. Waar de 1200GS en 1200GS Adventure respectievelijk 244 en 263 kilogram – de Adventure heeft een 30 liter-tank; 10 liter meer dan de gewone – op lieten tekenen, leggen de beide 1250s precies 5 kilo meer in de schaal. Een mogelijke verklaring kan gevonden worden in het toepassen van de geruchtmakende variabele kleptiming, maar aangezien de geluidsproductie geregistreerd terugkomt van 92 dB tot 88 dB is het ook goed mogelijk dat het uitlaatsysteem fiks zwaarder wordt.

Alles op een rijtje
Hieronder nog even alles voor je op een rijtje, met als kanttekening dat specificaties nooit het hele verhaal vertellen. Zwart op wit kun je uit de specificatielijsten vaak veel halen, maar sommige motoren worden er juist door opgehemeld, terwijl andere enorm tekort gedaan worden door enkel zwart-wit de cijfertjes te bekijken. 

Het wachten is dan ook op de Intermot, welke tussen 3 en 7 oktober plaatsvindt. BMW vinden we te zijner tijd in Hal 6 en al het nieuws komt uiteraard ook terug op Motor.nl. 
Motor.nl: BMW R1200GS vs R1250GS

Foto’s: BMW Motorrad/Motor.nl

Honda Special van MOTO73

0

Vanaf vandaag ligt MOTO73’s Honda Special in de winkel. Een unieke uitgave waarin volop ruimte wordt gegeven aan de geschiedenis van het Japanse motormerk, de nieuwste modellen, technische ontwikkelingen en betrokkenen, zoals Ronald ten Kate en Kervin Bos.

Een tijdlijn van Honda-iconen verhaalt over de Super Cub, Gold Wing en de RC213V-S, terwijl verderop in het magazine het motorblok van de RC30 letterlijk binnenstebuiten wordt gekeerd. De nieuwe Gold Wing, Africa Twin Adventure Sports en CB1000R zijn getest, net als diverse A1- en A2-modellen, zoals de CMX500 Rebel en CRF250 Rally. Zelfs de Mean Mower ontkwam niet aan een test; de grasmaaier met VTR-blok die dik 200 kilometer per uur haalt. Verder vertellen vier Honda-liefhebbers over hun motorleven, terwijl twee Honda-rijders in de rubriek Marathonmotor hun motor beschikbaar stellen aan de MOTO73-keurmeester. 

Hoofdredacteur van MOTO73, Eddie de Vries: ‘Deze Honda Special is een combinatie van het DNA van onze beide tijdschriften, MOTO73 en Classic & Retro. We hebben de mooiste verhalen uit de afgelopen jaren gebundeld en bovendien veel nieuwe verhalen geschreven. Het is echt een bewaarexemplaar voor de liefhebber.’

De Honda Special is online verkrijgbaar bij Tijdschriftnu en bij de betere tijdschriftenzaken, zoals Bruna, Primera en AKO. In België arriveert de special iets later in de winkels.

Kawasaki Vulcan S 2018 (Tourer + Sport edition) – test Promotor

0

In België test Mink de Kawasaki Vulcan S Sport en de Tourer edition.

Ago niet te spreken over MV in Moto2

0

Giacomo Agostini, of Ago voor de liefhebber; een man met een CV – en wat voor een! De vijftienvoudig wereldkampioen won tussen 1963 en 1977 liefst 122 races, waarvan het gros met MV Agusta. En juist dat Italiaanse merk krijgt nu de wind van voren van hun coryfee.

Tegenover Speedweek heeft Ago verklaard dat hij niets ziet in de deelname van zijn oude werkgever in het Moto2-wereldkampioenschap volgend jaar. Ago: “Het frame is niet van MV, de motoren zijn niet van MV, de vering is niet van MV, de wielen zijn niet van MV; niets is van MV. Het is een marketingstunt!”

De 72-jarige Italiaan spreekt van heiligschennis en vreest dat het project de naam van het merk door het slijk zal halen. MV Agusta dacht daar bij de presentatie van hun Moto2-prototype duidelijk anders over. Zij zijn namelijk bovenal razendenthousiast na 42 jaar terug te keren op Grand Prix-niveau, waar het merk in het verleden liefst 37 constructeurtitels wist te veroveren, waarvan bijna een derde mede gewonnen werd dankzij Agostini.

Onzekerheid
De kritiek van de gepensioneerde motorcoureur – die her en der nog altijd als MV-ambassadeur opduikt – is ergens te begrijpen. Hij heeft MV Agusta zoals het een beetje Italiaan betaamt logischerwijs hoog zitten en zou eerverlies zonde vinden, maar wellicht zijn zijn vrezen onnodig, want MV Agusta’s deelname in het Moto2-kampioenschap staat vooralsnog op losse schroeven.

De Zwitserse framemakers van Suter zijn betrokken bij het project evenals Forward Racing, en laten beide partijen het de laatste tijd nou bepaald niet gemakkelijk hebben. Forward Racing vertoont momenteel een fikse dip in resultaten en Suter zit in de GP’s ook in zwaar weer sinds de Kalex’en, KTM’s en zelfs Speed Up’s de Zwitserse fabrikant voorbijgestreefd zijn in de middelste GP-klasse.

Daarnaast heeft de MV-fabriek het huishoudboekje net weer een beetje op orde en lijkt het onvermijdelijk dat het geld voor een GP-team zal leiden tot een terugtrekking elders. Het World Supersport 600-team doet het niet onverdienstelijk, maar met name de WK Superbike-ploeg kan sinds het vertrek van Leon Camier weinig inbrengen in de productie-gebaseerde topklasse. Of een GP-deelname valt of staat bij het terugtrekken van zowel de F3 675 in WSS en de F4 1000 in het WSBK zullen de boekhouders in Varese vooral bepalen, maar hoe je het ook wendt of keert; Ago lijkt er niet rouwig om als het geheel voorlopig bij dat Moto2-prototype blijft.

Neemt niet weg het prototype in kwestie er verdraaid veelbelovend uitziet en MV Agusta als ‘fabrieks’-deelnemer een prima toevoeging aan de Moto2 zou kunnen zijn.

Foto: MV Agusta/Motor.nl

[justified_image_grid ids=27505,27506,27507,27508,27509,27510,27511,27512]

DIY Toerkit: Weserbergland

0

Teutogangers stappen nét te vroeg af, Harzrijders letten niet goed op. Want er tussenin ligt de vallei van de Weser. Puik land, waar de rondingen wulps zijn, de taartpunten van formaat laat-de-lunch-maar-zitten en het Weizenbier in de glazen kolkt. Met een paar uur sturen ben je er al. Wij hebben er twee routes voor je uitgezet.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-Weser1.GPX”]

Olivier Visser

Meiden van dertien: te groot voor de poppen, te klein voor de liefde. Het is met het Weserbergland nét zo: gelegen in een uithoek van drie deelstaten. En ingeklemd tussen geweldenaars als het Teutoburgerwoud en de Harz, waar motorrijders van buiten op afkomen als vliegen op de stroop. Maar het Duitse motorvolk koestert déze groene, golvende oase tussen Teutoburgerwald en Harz. Beetje eigenwijze streek, voor individualisten.

De levensader is de Weser, die het land diep insnijdt en wordt gevoed door zijriviertjes die soms scherpe dalen hebben uitgesleten. En dat is het geheim achter het rijgenot in dit zo wulps golvende land, waar zwierig bochtenwerk abrupt wordt onderbroken door scherp daal- en klimwerk.

Er ligt een top vijf van prachtplekken, verbonden door pakweg vijfhonderd bochten. We ronden ze allemaal, in twee dagen.

DOWNLOAD ROUTES

Triumph Scrambler 1200 aanstaande

0

Het zat al even in de lucht, maar nu is de bevestiging daar; Triumph komt met een 1200cc-versie van de Scrambler. Het Britse merk sluit daarmee aan bij concurrenten als BMW en Ducati die beide al actief zijn in het grotere retro-offroader-gedeelte van de motormarkt.

Met de komst van het T120-platform, was een scrambler-variant altijd een logische stap in de uitbreiding. Behalve een Bonneville, de Bobber en de Thruxton, zat er natuurlijk een Scrambler 1200 in de pijplijn. Heel kort door de bocht neemt men een T120-blok, zet een Bonneville-frame wat hoger op de poten en monteer je spaakwielen met een noppenprofiel. Zo simpel ligt het natuurlijk ook weer niet, maar afgaande op de de 1198cc-paralleltwin die we in de Bonneville en de Bobber aantreffen, kunnen we wel vast wat conclusies trekken en vergelijkingen maken.

Om een reden focussen we de aandacht liever op het blok van de Bobber en Bonneville dan de Thruxton. Zeker wanneer een eventueel onverhard uitstapje tot de mogelijkheden behoort – het is een scrambler of het is het niet – is het pittigere vermogen van de Thruxton waarschijnlijk wat te veel van het goede. De 80 pk en zeker 105 newtonmeter koppel die het licht teruggetunede blok uitbraakt, zijn meer dan voldoende en bovenal heel bruikbaar. Hoe de Triumph Street Scrambler 1200 er precies uit gaat zien is wel koffiedik kijken, maar men kan in Hinckley feitelijk twee kanten op; men kan zich focussen op een Street Scrambler zoals ze al met de 900cc-versie deden of zich meer richten op een Ducati Scrambler Desert Sled-concurrent, die daadwerkelijk lange veerwegen en een waarlijk offroadgericht rijwielgedeelte heeft. Sterker nog, goede kans dat er meer dan één versie van Triumphs grote scrambler komt.

Concurrentieslag
Als je naar het huidig bestek grote scramblers kijkt, zie je voornamelijk straatgerichte machines. Denk aan de BMW R nineT Scrambler – die standaard zelfs op gietwielen staat – en de vorig jaar gepresenteerde Ducati Scrambler 1100-reeks, die duidelijk bedoeld zijn voor straatgebruik. Al moet daar ook wel de kanttekening bij dat de geluiden steeds sterker worden dat een Ducati Scrambler Desert Sled 1100 onderweg is.
2019 Triumph Scrambler 1200 - Concurrenten
Zoals je ziet loopt het drietal qua specificaties nu al behoorlijk uiteen. Waar Ducati niet het onderste uit de kan haalt wat prestatieopgaves betreft, heeft de BMW een flinke bak vermogen en koppel meer, mede omdat de Duitsers een grotere cilinderinhoud toepassen dan de Italianen. De Triumph is qua cilinderinhoud beide de baas, maar heeft de nadruk op breed aan te spreken koppel liggen – zie het maximale koppel van het Hinckley-blok dat al bij 3.100 tpm beschikbaar is. Hoe het gewicht van de Triumph uitpakt, is heel erg de vraag, maar aangezien de Bonneville T120 droog al 224 kilo weegt – bovengetoonde gewichten zijn rijklaargewichten – is het aannamelijk dat de Triumph niet snel als lichtste machine in het segment gezet zal worden. 

Wie, wat, waar, wanneer?
Opvallend is de datum die Triumph in de aankondiging laat vallen, want 24 oktober plaatst de onthulling ná de Intermot-beurs in Keulen (3 tot 7 oktober) en vóór de EICMA-beurs in Milaan (6 tot 11 november). Reken er dan ook op dat we meer dan genoeg van de Triumph Scrambler 1200 – of meervoud… – weten voordat de beurs in Milaan losbarst, waar we hem naar alle waarschijnlijkheid voor het eerst in levende lijve kunnen bekijken.

Foto’s: Fabrikanten/Motor.nl
Video: Triumph

TTT#5: Eilandenrijk

0

In zijn reportage heeft Jacco het over een lengte van 179 km voor TTT#5. Tijdens het voorrijden viel een aantal wegen af, waardoor de lengte uiteindelijk is uitgekomen op 152 km.

179 Kilometer voor de toerende lekkerbek door een regio van Nederland met meer water dan land. De eeuwige strijd tegen de zee resulteerde er in prachtige toerwegen over dijk- en Deltawerken. Met de zwembroek in de tanktas nemen we je mee langs landelijke eenvoud, vissershavens, witte stranden, eigenlijk gewoon zonovergoten zilt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Eilandenrijk.gpx”]

Jacco van de Kuilen

Al vlak na de start in Spijkenisse word je zo prettig mogelijk naar de kust gedirigeerd. Langs Vierpolders, volop genieten van het landschap en kauwen op een naam die precies betekent wat het gehucht ook suggereert: ruimte in de polder. Zwierend over polder- en dijkweggetjes met uitzicht over uitgestrekte akkers die ooit regelmatig met ongewenst zeewater werden bevloeid. Tegenwoordig, maar vooral zomers, worden de verbonden eilanden alleen nog met toeristen overspoeld. Volledig onthaast en onbezonnen toeren op je motor over land waar de mens lang voor moest ploeteren. Het voortdurende gevecht tegen de zee begon reeds 15.000 jaar geleden, zelfs de Romeinen vestigden zich in de delta. De grillen van de zee brachten een onzeker bestaan, maar anderzijds golfde er in de 15e en 16e eeuw welvaart naar steden als Middelburg en Vlissingen. Gehard door de elementen en een gedwongen aanpassingsvermogen vormde dat het karakter. Inmiddels vaart het Eilandenrijk goed bij het toerisme en daar is de motor een vast onderdeel van.

Orkney Eilanden: Tombrider

0

Steek een schep in de grond en er komen graftombes, offerplaatsen of nederzettingen tevoorschijn die soms nog ouder zijn dan de piramides. Niet voor niets staan de OrkneyEilanden bekend als het Egypte van het Noorden. Wij maken er een prettige dodenrit. ‘De dood is zo gewoon voor ons, we speelden vroeger met schedels alsof het poppen waren,’ zegt een boerendochter.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/orkney-eilanden-tombrider.gpx”]

Jan Dirk Onrust

Voor de Britten is John o’Groats, het plaatsje in de uiterste noordoosthoek van Schotland, het einde van de wereld. Nog iets verder liggen de Orkneys; 200 eilanden waarvan er twintig zijn bewoond. Je komt er via Gill’s Bay, een minihaventje vlakbij John o’Groats.

Als ik in aan het begin van een frisse oktoberavond in het haventje aankom, staan er maar twee auto’s die naar de overkant willen. ‘Mr. Onrust?’, vraagt een verkeersregelaar met een namenlijst in zijn hand. ‘Welkom! Ik zie dat u het koud heeft. Wacht u gerust binnen in het havenkantoor. De kachel staat aan en er is warme soep. Als de boot in aantocht is, geef ik een seintje.’ Meestal word ik bij boten een vak ingeblaft en sta ik te verrekken van de kou, maar hier krijg ik dit. Ik hou nu al van Orkney. Dat komt ook omdat ik via de noordkust ben gekomen. Die is erg mooi.