zondag 17 mei 2026
Home Blog Pagina 1310

Test Triumph Tiger 800 XR/XC

0

_32A6312

De Triumph Tiger 800 werd in 2010 geïntroduceerd en maakte meteen indruk met zijn handling, kracht en heerlijk soepele driecilinder. Inmiddels zijn we alweer toe aan generatie twee: Net als de vorige variant leverbaar in voor het asfalt en als een onvervalste allroad. Eens zien of die nieuwe Tigers nóg beter zijn geworden.

We reizen af naar Zuid-Spanje, waar niet alleen schitterende (en stille) asfaltwegen liggen, maar waar je ook nog eens een mooie verzameling offroad-paden kunt aantreffen. Het karakter van de Tiger 800 kun je straks aflezen aan de type-aanduiding: XR en XC, waarbij de ‘R’ staat voor Road en de ‘C’ voor Cross. Eerst die straatversie maar eens proberen.

We sjezen over de weg die van Marbella aan de kust, richting Ronda in het binnenland loopt. Mijn eerste indruk: ‘Wauw wat een prachtige weg! En wauw wat een fijn handelbare motor!’ Alles gaat zo soepel en laat zich zo licht bedienen: De koppeling, versnellingspook, gashandel, je kunt je echt bezig houden met het rijden en de weg, de rest gaat als vanzelfsprekend. En dat is in motorland heus niet altijd vanzelfsprekend.

Elektronische evolutie

Het dashboard kent een logische indeling en is prima afleesbaar. De boardcomputer is goed te bedienen met zijn grote knoppen. Als computer no-no moet ik me eerst even goed inleven om de rij-modi in te kunnen stellen. Maar na de duidelijke uitleg van de mensen van Triumph is dat ook al snel een fluitje van een cent, zelfs voor een behoorlijke digibeet.

2F2G0727

De tweede generatie ‘ride by wire’ (geen gaskabel meer maar een sensor) is nog verfijnder en verder doorontwikkeld dan de eerste was. En natuurlijk is dat niet het enige elektronische snufje; ABS, Traction Control, Cruise Control en rij-mappings zijn allemaal met één druk op de knop instelbaar. Het ABS kun je aanzetten in road- of offroad-stand, of helemaal uit. De Traction Control kun je in Road-stand zetten of uit, en op de X-types ook nog in offroad-stand. Die offroad-stand van de Traction Controle laat iets meer ruimte voor een beetje glijden aan de achterzijde toe dan dat hij in de road-stand doet.

Heel handig: aangezien Triumph zelf beschikt over een emissietestcentrum was het makkelijk om de driecilinder zo efficiënt mogelijk af te stellen. Topingenieur Stuart Woods vertelt er enthousiast over tijdens de lunchstop. Hij verklaart dat de driecilinder nu flink zuiniger is dan de vorige generatie; 17% om exact te zijn. De tank heeft een inhoud van 19 liter, en officieel verbruikt de Tiger gemiddeld 1 liter op 23 kilometer. Op testdagen als deze ligt het verbruik altijd fors hoger, maar dan nog kwam ik zelf uit op een verbruik van 1 op 20. Echt wel zuinig dus.

Driecilinder weer beter

Aan het frame van de Tiger is ten opzichte van de vorige versie niets gewijzigd, behalve een nieuws soort titanium poedercoating. Dat zou zo goed als onverslijtbaar moeten zijn. De versnellingsbak kent wel een paar wijzigingen; zo zijn er verschillende componenten overgenomen van Triumph’s supersorter 675 Daytona. De bak schakelt makkelijk en trefzeker, dus missie geslaagd.

Het motorblok is kun je gewoon nieuw noemen, want alles is zo’n beetje aangepakt. Zo zijn er nieuwe injectoren gemonteerd, die met een hogere compressie brandstof inspuiten. De inlaatpoorten zijn veranderd en daarbij ook de nokkenassen en de kleppen.
Ook de luchtinlaat is vergroot, en de radiator en is een nieuwe thermostaat gemonteerd en een nieuwe sterkere dynamo.

2F2G6976

Toegegeven, ik was al een groot fan van het Triumph driecilinder blok. De driecilinder configuratie is van oudsher het beste compromis tussen een tweecilinder (veel koppel onderin) en een viercilinder (veel power hoog in de toeren). Deze driecilinder bevestigt dit: je kunt uitstekend rondtoeren in iedere versnelling, want nergens wordt het blok nukkig. Wél merk je dat het blok er vanaf 6.000 toeren meer zin in begint te krijgen dan op lagere toeren. Hij laat met zijn typische driecilinderroffel duidelijk weten: ‘Gaan we spelen, of wat?!’ Om vervolgens tot doodleuk tot 10.000 toeren door te jagen.

Perfect in balans

De XR is met zijn Showa-vering standaard goed afgesteld. De voorkant kun je zelf niet instellen, maar aan de achterkant is de veervoorspanning instelbaar. Het bijzondere is, vind ik, dat de fiets standaard zo mooi in balans is. En dat geldt niet alleen voor kleine licht mensen, ook mijn 40 kilo zwaardere collega deelde deze mening.

Voor de XC, de offroad-Tiger, is gekozen voor een compleet instelbare vering van WP met een langere veerweg dan de R. Op straat voel je direct dat deze veerweg soepeler en langer is. Bij het aanremmen van een bocht duikt de voorkant dieper in. Daarbij is het voorwiel groter met een smallere band, wat betekent dat de rij-eigenschappen zeker verschillen van de XR. Dat grotere voorwiel geeft de XC meer rechtuit stabiliteit. De XC is overigens uitgerust met spaakwielen. Spaakwielen zijn in verhouding tot aluminium gietwielen iets vergevingsgezinder qua hobbels en bobbels, er zit meer flex in. Beter voor offroad dus, terwijl gietwielen zich beter gedragen op het asfalt omdat ze stijver zijn.

MY15 XCx Detail 20 centrestand

En wat doe je dus met die XC? Juist, het onverhard op!. Voor de XC geen enkel probleem, die is er immers voor gemaakt. Uw testrijdster echter niet. Zij voelt zich vele malen beter thuis op bochtig asfalt. Ai, verkrampt ga ik op de stepjes staan. Het stuur is 4 cm breder en is iets lager gepositioneerd dan op de R. Ergonomisch voor dit werk helemaal goed. We rijden bochtige, stoffige, stenige wegen die zelfs steil omhoog en naar beneden lopen. Collega-testrijders laten hun cross-vaardigheden de vrije loop. Ik zie ze zelfs springen, en driftend de bocht uitkomen als ik in mijn spiegels kijk. Ik wou dat ik dat durfde! Maar toch, ik moet zeggen, de Tiger is me persoonlijk te groot en te zwaar voor dit off-road stuntwerk, hij is gelukkig wel heel vriendelijk voor me en werkt netjes het pad voor me af. Mijn beentjes zijn te kort en niet sterk genoeg om de motor tegen te houden als ik in onbalans raak en dat maakt me onzeker. Ik houd het daarom rustig en ben duidelijk de beperkende factor in deze. Ik weet, en zie aan mijn Nederlandse en Spaanse collega’s, dat de motor het allemaal wél kan.

Ook lekker op asfalt

Blij ben ik als ik een flesje waterkrijg aangereikt en de sessie door het stof erop zit. Ik heb het er behoorlijk warm van gekregen in m’n leren pak. Ik hoor dat we weer de verharde weg op gaan. Opgelucht neem ik nog een extra slok en sluit aan direct achter onze voorrijder Julien Welsh. De 29-jarige Julien ‘Razerback’ Welsh is van Franse komaf en Triumph’s stuntrijder.

GV7R3146

Voor het rijden op straat, dacht ik in eerste instantie, dat ik de C veel minder prettig zou vinden en écht voor de XR zou gaan, maar…. Achter Julien komt het eigenlijk neer op: Rijden zo hard je kan! Wat blijkt? Die XC kan veel meer op straat dan ik in eerste instantie kon vermoeden. Wat een dijk van een machine! Daar waar ik de XR met een druk op de knop in de Sport-modus zette, omdat ik met de beweging van de gashandel direct de gasklephuizen open wilde zetten, zet ik nu de rij-modus van de XC op ‘Rider’ gezet en dan in Road-stand. De gaskleppen reageren dan een fractie minder abrupt, net iets vloeiender, op deze manier is de hele motor zowel qua vering als qua gasresponse perfect in balans. Als twee jonge honden schudden we al snel we de rest van de groep van ons af. We raffelen de bochtige weg van Ronda naar Marbella af om te besluiten, weer terug bij het hotel, dat de XC ook op het asfalt uitstekend functioneert. Met een lach van oor tot oor.

De prijzen

Ik noemde het al even terloops, ABS en Traction Control zijn standaard, op zowel de XR als de XC. Naast de twee varianten XR en XC, zijn ook deze weer onderverdeeld in twee uitvoeringen. De kleine letter x achter de type aanduiding XRx en XCx, staat voor een fikse lading opties.

De XR is leverbaar vanaf €11.390,00, voor 1.100,00 euro meer biedt de XRx dan nog de volgende extra’s: Een uitgebreidere trip-computer, road- en offroad rijmodus, een Rider-mode die je zelf kunt samenstellen, cruise control, middenbok, handkappen, een tweede 12V-aansluiting, een in hoogte verstelbaar scherm, knipperlichten die automatisch uit gaan en zo’n heerlijk comfortzadel voor zowel rijder als duo.

De XC biedt standaard al meer dan dat de XR: Zo zijn er de spaakwielen, een ‘snavel’, volledig instelbare WP-vering, radiator- en carterplaat. De XC komt daarmee op een prijs van 12.390,00 euro. De XRx doet daar hetzelfde rijtje opties als bij de XCx boenop, echter zonder het verstelbare scherm, maar mét een aluminium carterplaat en valbeugels. Daarvoor betaal je dan de totaalsom van € 13.590- .

En mocht je nog niet tevreden zijn met deze compleet uitgeruste motoren, dan kun je zelf ook nog kiezen uit een aantal opties waaronder handvatverwarming (wie wil dat niet?), uitgebreide aluminium kofferset, verlaagd comfortzadel, buddyseattas, verstralers, Arrow einddemper en wat al niet meer.

Dit vindt Annemiek

De Tiger 800 werd door Triumph voor het eerst geïntroduceerd in 2010. Dat deden ze toen ook met een asfalt- en offroadvariant en die waren allebei behoorlijk populair. En ik moet zeggen, een echte voorkeur zou ik anno 2015 ook niet kunnen geven. Na de eerste kennismaking met de 800 in de jas van de R dacht ik direct, waarom zou je in hemelsnaam voor de C kiezen als je toch nooit buiten het asfalt komt? Maar na de kennismaking met de C die het op de weg óók goed doet en je daarbij het idee geeft dat je niet te stoppen bent in je avontuur… Hij geeft je de extra in vrijheid in het feit dat je reis doorgaat als het asfalt ophoudt. De C zegt: ‘Omdat het kán!’ Ik begin nu toch sterk te twijfelen.

Test Harley-Davidson Street 750

0

HarlyD-6759

Harley-Davidson gaat vreemd. Na een ´second love´ met het door Porsche ontwikkelde watergekoelde Revolution motorblok, komt het Amerikaanse merk nu met een in India geproduceerde lichte en hypermoderne watergekoelde 750 cc´er. De vraag: gaat HD vreemd en… is dat lekker?

Bovenliggende, door kettingen aangedreven nokkenassen, vier kleppen per cilinder, waterkoeling en een blokhoek van 60 graden: helemaal onbekend is het Harley-Davidson niet sinds de komst van de V-Rods. Maar een cilinderinhoud van slechts 750 cc en een productiehal in India… Oefff; dat is toch wel even wat anders, misschien wel schrikken. Wat bezielt Harley?

De reden

Officieel is de Street 750 het instapmodel van Harley-Davidson geworden, die in Nederland met € 8.600,- dik twee mille goedkoper is dan de goedkoopste Harley tot dit moment, de 883 Sportster. Bedoeld voor de wat jongere motorrijder die geen € 10.700,- klaar liggen heeft en (nog) niet de behoefte heeft zich buiten de stadsgrenzen te begeven. Want de Street 750 is zowel voor de stad als ook voor ontwikkelingslanden als India en Brazilië bedoeld, waar een enorme groeimarkt bestaat en je als motorfabrikant nú in moet stappen om later niet de boot gemist te hebben.

HarlyD-8674

Maar of dat de enige reden is van deze bijzondere ‘move’? Wellicht maakt Harley zich ook zorgen over het voortbestaan van hun traditionele luchtgekoelde V twin en wordt het problematisch, of erger: onmogelijk om de technisch verouderde, maar o zo karaktervolle luchtgekoelde 45 graden stoterstangen V twins door Euro 4 en Euro 5 te loodsen. Misschien is het wel pure noodzaak met een modern blok de tijdskloof naar… de elektrische motorfiets te overbruggen.

Echt of onecht

De Street 750 heeft een paar onmiskenbare Harley stijlelementen, maar heeft met de basis van Harley-Davidson niets gemeen. En die basis is natuurlijk dat vermaarde luchtgekoelde motorblok, het kenmerkende design, de degelijke materialen en afwerking, waarbij geld nauwelijks of geen rol speelt. Aan de Street is echter wel te zien dat bij de ontwikkeling de verkoopprijs centraal stond. Niet zo heel fraaie bouten en moeren van minder goed ogende kwaliteit. Wat grof afgewerkte schetsplaten voor de ophanging van voetsteunen en pedalen. Veel open en bloot liggende, bont gekleurde bedrading en in het zicht liggende stekkerverbindingen. Een enkele remschijf in het voorwiel met slechts een tweezuiger remklauw. Summier dashboard, plastic richtingaanwijzers. Je kunt je afvragen of het Harley waardig is, maar bij het geven van het antwoord moet je wel de verkoopprijs van slechts € 8.600 in ogenschouw nemen!

Wie bepaalt?

Los van de vraag wie beoordelen mag of de Street een echte Harley is of niet, en wie mag bepalen wat mooi is en niet mooi: we leven in een tijd waar de grens tussen ‘echt’ en ‘onecht’ steeds vager wordt: de lach van ‘Geer’, de borsten van Bobbi Eden, het verchroomde plastic op de huidige motorfietsen. Maar ook: Porsche maakt al jaren SUV’s en vierzitters en laatst reed een Koreaanse ogende auto met Mercedes ster op de kop mij hopeloos in de weg (bedoeld wordt waarschijnlijk de nieuwe kleine Mercedes, A-180, aldus de automannen van de ANWB). Wat is dus nog echt? En maakt dat iets uit? Wellicht dat onderstaande twee anekdotes, opgetekend tijdens één van de vele stops down The Street dat kan relativeren:

1

Een Sportster 1200 rijder (ja inderdaad: vol ijzer en tattoo’s) bekijkt de nieuweling en weet deze te bekoren. Toegegeven: volkomen onverwacht. De lijnen, de manier waarop de uitlaatbochten lopen, het vele zwart, vorm van zadel en benzine tank, ja: hij is positief over het uiterlijk en voorkomen van de Street. Maar wanneer de motor gestart wordt zegt hij verschrikt: ‘Het is een Honda!’

2

Een 80-jarige vrouw (ja inderdaad: vol rimpels en met rollater) ziet de motor staan, gaat vol in de remmen en zegt: ‘Goh, wat een mooie motor’. Maar dan ziet ze het embleem op de tank en vervolgt verbaasd: ‘Oh, is dit een Harley-Davidson? Ik vond Harley’s anders helemaal niet zo mooi…’

HarlyD-8661

Goed blok

Naar de orde van de dag nu, het gaat er uiteindelijk niet om of de Street echt is of niet, maar of goed is, fijn rijdt en zijn geld waard is.

Ergens heeft die Sportster rijder wel gelijk: de Street klinkt inderdaad des Honda´s, maar dat geldt ook voor de draai-eigenschappen! Om te beginnen: geen wat moeizaam zwoegende startmotor maar een Jing- en Jang rondzingend Nippon-Denso equivalent. Starten en lopen. Mechanisch is de waterkoeler vrij stil en draait’ie eerst op licht verhoogd toerental totdat hij lekker warm is. Vanaf dat moment kun je er mee op pad. De koppeling gaat ongebruikelijk licht, de versnellingsbak ook. De gebruikelijke oerknal bij het inschakelen van de eerste versnelling blijft achterwege. Al snel blijkt het hele schakelproces voorbeeldig te verlopen. Licht, precies en zonder nare bijgeluiden laat de zesbak zich licht, soepel en exact bedienen. En eenmaal gewend aan het vrij korte werkgebied van de koppeling, is deze uiteindelijk ook best goed doseerbaar. Daarmee houdt het nog niet op: het blok, vooruit: blokje, toont zich erg levendig en soepel. Draait net zo makkelijk laag in toeren door de stad in zijn zes, als het zich laat uitmelken in een sprint met staande start om als eerste voor het volgende verkeerslicht te mogen wachten. Daarbij: het blok trilt niet af nauwelijks, maar het pulseert licht zoals een echte V-twin betaamt. En dat is een veel aangenamer gevoel dan dat fijne miezerige gekriebel dat een viercilinder lijn motor kan veroorzaken. Het geluid uit de gitzwarte enkele uitlaatdemper is zeer ingetogen, de buren zullen er blij mee zijn, maar of dat ook voor de nieuwe Harley adept geldt?

Maar toch

Het lijkt een voorbeeldig motorblok te zijn, maar er is echter één probleem. En dat is de injectie. Preciezer: de dosering van het gas. Die is ronduit slecht en dat komt vooral bij langzaam rijden aan het licht. De gasreactie is niet alleen aan uit, maar ook sterk vertraagd, overcompenserend en heftig. Een voorbeeld uit de praktijk: het is gewoon niet mogelijk om een constante snelheid te handhaven bij snelheden onder de 30 km/u en lastig bij snelheden tot 60 km/u. Ook is het haast ondoenlijk om mooi op het gas een bocht uit te accelereren vanwege de vertraagde reactie en een rotonde in een mooie cirkel te ronden. We kunnen er een hele alinea aan wijden, maar ook volstaan met: het doet afbreuk aan het rijplezier in de stad en moet gewoon beter.

De stad

En daar is de Street nou juist voor bedoeld. Met zijn gewicht van rijklaar slechts 222 kilo en beperkte afmetingen lijkt de Street verder alles in huis te hebben om de stad onveilig te maken. Om te zeggen dat deze schijn bedriegt gaat te ver, maar een stadswonder is deze Harley toch niet. De voor een cruiser weliswaar relatief korte, maar voor een stadsmotor absoluut lange wielbasis van 1.534 mm, gecombineerd met een balhoofdhoek van 58 graden en een naloop van 115 mm maken hem niet tot een Tarzan in de stadsjungle. Een motor met een rijwielgedeelte met deze geometrische waarden wil op lage snelheid maar één ding: omvallen. En dat is net niet de karaktereigenschap die je in de stad zoekt. De Street volgt niet uit zichzelf een rechte lijn, wat zeker op lage snelheid tot lichte slingerbewegingen leidt. Je moet dus je best doen om je lijn te houden totdat je harder mag dan binnen de bebouwde kom. De gekozen geometrie is een duidelijk geval van optiek voor rijgemak. In de basis geldt dat voor elke cruiser, ook al is het een stadscruiser, maar super gemakkelijk in de omgang maakt hem dat niet. Daar komt nog een speciaal voor de Street gemaakte Michelin achterband bij die opvalt door zijn vlakke ‘autoband’contour. Wat onhandig omdat er dankzij de unieke maten (140/75-15) geen alternatief voor is. Hoewel: Michelin heeft ook een hele mooie ronde ´niet Harley´ achterband in de maat 140/80-15.

En daar buiten

Gaat het allemaal wat sneller, dan verdwijnt deze wat diffuse eigenschap echter als de ijsbeer van de Noordpool en ontpopt de Street zich in een vrij makkelijke wendbare en vlotte stuurmachine. Zéker voor Harley begrippen is de Street een gooi- en smijtfiets waarmee je hoge bochtensnelheden kunt halen. Ook de stuurprecisie is prima in orde. Voorwaarde is wel dat het asfalt van goede kwaliteit is, want met hobbels weet de Street zich niet zo goed raad. Cruiser-eigen is de voorvork zeer zacht (en dus comfortabel) afgeveerd is, met meer dan acceptabele veerweg. Achter zijn de stereodempers weinig genegen om veel veerweg te bewandelen en is de vering hard en tamelijk oncomfortabel. Daar komt bij dat de achtervering nauwelijks uitveert. Dat levert een wat onrustig weg- en stuurgedrag op op minder vlak asfalt. Jammer, want mede dankzij de best ruime grondspeling zou je ook op matig wegdek vlot kunnen sturen.

HarlyD-8675

En weer terug

Zoals gezegd: de Street is voor de stad bedoeld en niet voor grote afstanden. Korte ritjes in plaats van lange dagetappes, kleine boodschapjes in je rugzak in plaats van kampeerspul in je roltas. Er zijn absoluut geen bagagemogelijkheden en geen bagagehaakjes anders dan de richtingaanwijzers en veerelementen. Ook de zithouding en het comfort nodigen niet uit om naar de jaarlijkse Harley-Davidson Super Rally of de Fakersee te gaan, tenzij je een echte bikkel bent of ik een watje. De ‘midplaced’ voetsteunen zitten tussen een relaxte en actieve zitpositie in, het zadel zit laag. Goed om makkelijk bij de grond te komen voor de kleine India-nen, Brazilianen, Zuid-Europeanen, kortom iedereen. Maar deze zithouding maakt het gevecht tegen de rijwind rap vermoeiend. Het fraai ogende schermpje biedt geen bescherming tegen de wind.

Dit vindt Mink

Het siert Harley-Davidson dat ze aan hun en onze toekomst denken en niet dezelfde fout maken als de Engelse motorindustrie in de jaren ’60 en’70. Hun elektrische motor draait al proef in Amerika en volgend jaar in Europa en de Street is het huidige bewijs dat ze vooruit denken. Maar het is ook moedige omdat ze daarmee af lijken te wijken van hun bestaansrecht: de luchtgekoelde 45 graden V-twin. De Street is zo anders, dat de kans uitgesloten is dat een bestaande Harley rijder er ook maar over peinst de Street te kopen. Maar voor hen is de Street 750 ook niet bedoeld. Hij is bestemd voor de toekomstige Harley rijder, de jongeren, de nieuwkomers.

Dat neemt niet weg dat er nogal wat verbetert kan worden aan de Street 750. Misschien dat een instapper niet eens één van die dingen op zal vallen en/of voor het logo en de magie van het merk gaat, maar veel kleine dingetjes kunnen bij elkaar opgeteld zouden voor een serieus betere motor kunnen zorgen.

Test Indian Roadmaster

0

InRoadmaster_10

Sommige bezoekers schijnen Mount Rushmore in South Dakota, Verenigde Staten, teleurstellend vinden. Omdat ze de in de rots uitgehouwen gezichten van oud-Amerikaanse presidenten kleiner vinden dan verwacht. Ik niet. Het kwartet van 18 meter hoge presidentiële hoofden is heel indrukwekkend. Gelukkig ben ik inmiddels gewend aan indrukwekkend, met dank aan de Indian Roadmaster.

Alleen al voor de rit op de Indian Roadmaster is een bezoek aan Mount Rushmore de moeite waard. De Roadmaster is op zichzelf al een Amerikaans icoon van grote afmetingen. De volledig opgetuigde V-twin van Indian is vernoemd naar het model dat door de oorspronkelijke Indian-firma werd gebouwd tussen 1947 en 1953. Toentertijd zonder twijfel de meest luxueuze motor op de weg. Het nieuwe toer-vlaggenschip van de huidige fabrikant, opererend onder de vlag van Polaris, moet deze claim opnieuw waarmaken.

Vierde Chief

De Roadmaster is het vierde model van de Indian Chief serie en allemaal worden ze aangedreven door een 1.811 cc V-twin. In de basis is het een geactualiseerde en rijk uitgeruste versie van de Chieftain, de bagger waarmee Indian, als Polaris-dochter, zo’n jaar geleden zijn comeback maakte. Volgens Gary Gray, product director van Indian, was de volledig behangen versie er overigens eerder dan de bagger. De nieuwe fiets werd echter eerst gestript om de Chieftain te vormen. Ervaringen bij zustermerk Victory hadden namelijk geleerd dat dit de meest efficiënte weg was.

InRoadmaster_29

Hoe dan ook, de meeste onderdelen van de Roadmaster zie je terug op de Chieftain en beide fietsen lijken behoorlijk op elkaar. Ze delen de topkuip, het voor Indian typische, gigantische voorspatbord en de stevig geribde, luchtgekoelde en door stoterstangen aangedreven V-twin. Maar er zijn ook veel verschillen en veranderingen, zoals bijvoorbeeld de onderste kuipdelen en de topkoffer – in zwarte of Indian red lakkleur of in de nieuwe tweekleurige uitvoering met rood en crème.

Pathfinder

Aan de voorzijde is onder andere het windscherm gewijzigd. Wederom elektrisch in hoogte verstelbaar, maar wel iets lager en breder. Ook is er een nieuwe LED-koplamp gemonteerd, door Indian Pathfinder genoemd (waarvan ze overigens zeggen dat deze meer licht geeft over een breder gebied). De handvatten zijn 10-voudig verstel- en verwarmbaar en bieden ruimte aan de bedieningsknoppen voor cruise controle en het bluetooth-geluidsysteem.

InRoadmaster_80

De buddyseat is eveneens onder handen genomen: breder voor rijder en duo, iets dikker voor meer beenruimte en bewerkt om hem meer kleurecht te maken. Dit laatste was een kritiekpunt van huidige eigenaars. De duopassagier heeft bovendien in hoogte en hoek verstelbare voetplanken en een ruggensteun in de topkoffer. Deze laatste is snel te verwijderen, met één hand te bedienen, bekleed met tapijt, voorzien van verlichting, één van de drie 12V-aansluitingen, centrale vergrendeling en biedt plaats aan twee integraalhelmen. Luxe ruimte dus.

Thunder Stroke

De Thunder Stroke 111 (de inhoud in Amerikaanse cubic inches) is ongewijzigd: luchtgekoeld, een cilinderhoek van 49 graden (meer in de buurt van de originele Indian-cilinderhoek van 42 graden is praktisch niet mogelijk) en drie nokkenassen die twee stoterstagen aansporen om de twee kleppen per cilinder te bewegen. Het is een modern en tegelijkertijd ongegeneerd ouderwets aggregaat dat minder dan 100 pk genereert, maar ondertussen wel een gezonde dosis koppel (140 Nm) op de klinkers legt.

Uitgebalanceerd

Zoals te verwachten voelt de Roadmaster als een grote, zware fiets wanneer ik plaats neem voor een testrit in de omgeving van Sturgis. Gelukkig is de grotere zitting nog altijd heel laag (673 mm), waardoor vrijwel alle rijders genoeg voet aan de grond krijgen. Bovendien lijkt de Indian goed uitgebalanceerd voor een motor van 400 kilo (drooggewicht).

Het uitzicht vanaf het zadel is opzettelijke traditioneel. Het instrumentenpaneel is met chroom omrand en biedt plaats aan ronde, analoge klokken met in het midden een digitaal deel. De klokken hebben beter leesbare, grotere cijfers. Chroom is ook te vinden op het grote paneel bovenop de tank. Met als hightech contrast de keyless ontsteking.

Het is een magisch motorblok, dit Chief-blok: ongelooflijk flexibel, meer dan adequaat krachtig, gezegend met het typische V-twin karakter en een diepe, opvallende uitlaatklank die bijdraagt aan het juiste gevoel. Het is bovendien een rijvriendelijk blok. Terwijl we de buitengebieden van Sturgis opzoeken en Highway 14 opdraaien, blijkt dat de koppeling zich licht laat bedienen, de zesbak lekker schakelt – hoewel een beetje langzaam – en de gasrespons soepel en geciviliseerd is.

Flexibel karakter

De motorfiets zal waarschijnlijk de meeste kilometers gaan maken op snelheid, op redelijk rechte wegen. Het duurt niet lang om uit te vinden dat hij juist dit heel goed doet. De motor is heel soepel, vooral omdat zijn flexibele karakter er voor zorgt dat veel toeren maken onnodig is. Het indrukwekkende koppel piekt al bij 3.000 tpm, terwijl ook veel eerder al meer dan voldoende bruikbare kracht aanwezig is.

InRoadmaster_25

Het komt dan ook regelmatig voor dat ik lekker aan het cruisen ben met amper 2.000 tpm op de teller. Toch trekt de Roadmaster ook dan met plezier door wanneer ik even aan de gashendel draai. De prestaties zijn respectabel: de 140 km/u is snel bereikt en de 160 km/u is waarschijnlijk haalbaar (er was iets teveel politie aanwezig rondom Sturgis). Het meest indrukwekkend is echter de relaxte manier waarop de Indian kilometers vreet.

Luwte

Dit komt mede op het conto van frame en ergonomie. Het verstelbare windscherm vind ik ideaal: hoog genoeg (in hoogste stand) om mij in de luwte te houden en om het geluidsysteem kristalhelder te laten klinken. Ook op snelwegsnelheden. In de laagste stand kijk ik ruim over de ruit heen als ik helemaal rechtop ga zitten. Qua bediening valt er overigens nog wel wat te winnen, de Roadmaster komt niet in de buurt van het verfijnde, kleurrijke touch-screen en het geïntegreerde navigatiesysteem van de Harley-Davidson Ultra Glide. Maar het geluidssysteem levert met 200W wel twee keer zoveel vermogen als de Harley en dat is ook wat waard.

In dit licht bezien is het duidelijk waarom Indian de schermhoogte iets heeft verlaagd. Ik ben heel lang, maar kortere rijders vonden het scherm zelfs in laagste stand nog te hoog. Vooral bij regen is dit minder ideaal. Een iets verticalere stand zou echter fijn en als Indian hiermee toch aan de slag gaat, kunnen ze meteen de knoppen aanpassen: die zijn vrij klein en moeilijk te gebruiken.

Bescherming tegen het weer

De schermverstelling is een excellent systeem en biedt samen met het kuipwerk veel bescherming tegen het weer, vooral in samenwerking met de onderste kuipdelen. Deze zijn snel te verwijderen, zijn voorzien van opbergruimte en elk heeft twee snel te openen en sluiten ventilatieopeningen. Dit is een heel bruikbaar gegeven, want op warme dagen is de motorhitte te voelen op lage snelheden. Daarom heeft Harley sommige toermachines ondertussen voorzien van gedeeltelijke vloeistofkoeling.

InRoadmaster_03

De stabiliteit op kruissnelheid is zeer goed. De Roadmaster maakt echt indruk als we de bochtige wegen door het Black Hills National Forest opzoeken. Hij gaat voor zo’n grote fiets indrukwekkend door de bochten, met dank aan de ongewijzigde chassisconfiguratie van aluminium frame en luchtdrukbekrachtigde monoshock achtervering. Dit staat voor goed in de hand te houden bochtenwerk, evenals een passend, zijdezacht rijkarakter. Ondanks de gemiddelde veerweg van 119 mm voor en 114 mm achter.

16 inch

De besturing is zeer neutraal en zelfs indrukwekkend licht, ondanks het gewicht, de wielbasis van 1.668 mm en het relatief vette 130-sectie, 16 inch voorwiel. De bodemvrijheid is ruim genoeg om te profiteren van de betrouwbare grip van de Dunlop banden. Het ABS-systeem, met 300 mm schijven voor en achter en voor 4-zuiger remklauwen, brengt genoeg remkracht. De achterrem is eenvoudig te bedienen, zonder de laars van de voetplank te halen.

De eendaagse testrit was niet genoeg om een echte beslissing te vellen over comfort, maar de Roadmaster laat hier wel een goede impressie achter. De vernieuwde zitting is weliswaar zacht, maar lijkt toch goede steun te geven en de voetplanken zijn ruim bemeten. Ook de accessoires veraangenamen de rit, zoals bijvoorbeeld de armsteunen voor de duopassagier, de ‘heel-and-toe’ schakelpook, de vissenstaart uitlaateinden en talloze andere cosmetische toevoegingen. De ongewijzigde tank van 20,8 liter belooft een actieradius van meer dan 300 km.

Uren doorgaan

Waarschijnlijk wil je niet stoppen wanneer de tank leeg is, een bewijs dat Indian het bij het rechte eind had bij de ontwikkeling van de Roadmaster. Ik heb in elk geval nog geen zin om te stoppen als ik bij Rapid City de I-90 op rijd, de motor zachtjes bonkt en de warme avondwind efficiënt wordt omgebogen zodat ik de FM radio duidelijk hoord bij 120 km/u. De Indian voelt lekker luxe, heel comfortabel, efficiënt en plezierig. Ik zou nog uren kunnen doorrijden.

Dit vindt Roland

De Roadmaster is een majestueuze toermachine en zou voor elke fabrikant een indrukwekkende prestatie zijn. En dat zegt veel over Indian, die deze fiets als eerste nieuwe product ontwikkelde (hoewel de ervaringen van Victory duidelijk een grote rol hebben gespeeld). De Roadmaster is luxe, motor en chassis zijn uitmuntend, zijn uitstraling adembenemend. V-twin erfgoed en charme druipen er vanaf. Mount Rushmore stelde niet teleur, net zoals de motorfiets die mij daar naar toe bracht. Oude rivaal Harley, die vorig jaar voorzichtig omsprong met de updates voor hun eigen Project Rushmore, kan beter uitkijken. Amerikaanse iconen worden niet beter dan deze.

Zard uitlaten

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Op maat gemaakt en perfect oog voor details, zoals je van Italiaans design mag verwachten. Officine Zard timmert al jaren internationaal aan de weg met uitgesproken design, hoogwaardige kwaliteit, goede performance. Niet alleen voor de bekende Italiaanse motormerken Ducati, Moto Guzzi en Aprilia, maar ook voor Japanners, Engelsen en Duitsers heeft ZARD OFFICINE een uitlaatsysteem voor handen.

Ook in Nederland zijn de uitlaten van Zard nu verkrijgbaar. De nieuwste ontwikkeling zijn de systemen voor de Kawasaki Z900RS. Zard levert een Slip-on demper als gekeurde of als racing uitvoering vanaf 419,- euro incl. BTW. Een volledig systeem voor deze Z900RS komt op 1.459,- euro incl. BTW voor de RVS uitvoering. De Titanium uitvoering van het systeem is leverbaar voor 2.189,- Euro incl. BTW.

Verkrijgbaar via de motordealers. Kijk voor meer informatie op www.zardexhausts.nl  of email naar nederland@zardauspuff.de – Social media: Facebook 

Blinde motorrijder haalt 268,685 km/u tijdens recordpoging

1

Ben-Felten-Kawasaki-ZX-10R-Speed-Record

De Australiër Ben Felten ziet niks, maar is om de drommel niet bang.

De Australiër Ben Felten vestigde afgelopen weekeinde op de zoutvlakte van Lake Gairdner een nieuw wereldrecord met een topsnelheid van 268,685 km/u. Op zich een koud kunstje, warte het niet dat de man niets ziet.

Ondanks zijn blindheid en wisselende weersomstandigheden wist Felten toch een nieuw Guiness wereldrecord en FIM record op zijn naam te zetten in de klasse ‘Hoogste snelheid ooit met een blinddoek om gereden’. Felten gebruikte voor zijn recordrace een standaard Kawasaki Ninja ZX-10R.

Felten reed met zijn snelheid van 266,685 km/u gemeten over twee runs 1,355 km harder dan het vorige record.

Ben Felten tijdens een recordpoging in 2015:

Waar zijn de motor Paashows? Een overzicht(je)

0

paashaas_1

Maandag Tweede Paasdag lekker vrij en zoals het weer er nu uitziet, wordt het niks met motorrijden: regenkans 80%, temperatuur 7 tot 10 graden…

Pasen valt vroeg dit jaar en daar zijn we mooi klaar mee. De weersverwachting is pet, alleen eikenhouten motorrijders gaan de komende vrije dagen besteden aan een min of meer fijne toertocht. Wie dat niet wil, de huiselijke gezelligheid wil ontvluchten of wil uitbuiken van een copieuze paaslunch, moet z’n motorlol maar zoeken op de oeroude Paasshow, die overal in den lande worden georganiseerd.

Onderstaand overzicht is verre van compleet, maar wel zo actueel mogelijk:

Bruggeman Motoren, Haverstraat 27, 2153 GB Nieuw Vennep

DIVMO, Wim Rötherlaan 75051JS Goirle

Goedhart Motoren, Europaweg 1d, 2411 NE Bodegraven

Joppen Motoren, Strijperdijk 3D, 5595 XM Leende

19 MotoPort vestigingen in den lande

Motorcentrum Rijen, Rijksweg 96, 5121 RC Rijen

Motorcenter Venlo, De Gruisdonk 3, 5928 RT Venlo

Hack van de dam?

0

Keyless ride is in opkomst bij motoren. Dat was te verwachten want met dat soort zaken volgt de motorwereld vaak een paar jaar nadat het in de autowereld al redelijk standaard is geworden. Dikke allroads van BMW, KTM, Ducati en Triumph hebben vaak al zo’n systeem waarmee je slechts je sleutel in de buurt moet hebben om de motor te kunnen starten.

Maar wat blijkt nu: dat soort systemen zijn doodeenvoudig te hacken. In Noord-Holland werden eind vorig jaar 21 auto’s leeggehaald nadat criminelen simpelweg het signaal van de sleutel wisten te scannen. En dat kan dus zelfs door muren heen. Niet gek natuurlijk want aangezien je de sleutel niet echt meer nodig hebt blijft hij in de zak van je jas die aan de kapstok hangt. Aangezien die over het algemeen bij de deur hangt is het signaal net sterk genoeg om buiten opgepikt te worden.

Op bewakingsbeelden die in het programma Bureau NH – van regionale omroep NH – werden vertoond, is te zien hoe eenvoudig het werkt. Tot nu toe zijn de auto’s slechts leeggeroofd. De buit bestond voornamelijk uit airbags en navigatiesystemen. Maar het is natuurlijk slechts een kleine stap naar de daadwerkelijke diefstal van je voertuig. 

Moeten motorrijders zich zorgen maken dat, nadat we langzaam de autowereld zijn gevolgd met keyless-systemen, we ze ook met dit soort hacks gaan volgen? Vooralsnog is er geen zaak bekend waarbij deze truc is gebruikt om een motorfiets te ontvreemden. Maar ja, dat is ook niet heel erg gek want voor normale motoren hebben dieven toch ook geen sleutel nodig. Simpelweg met drie man de fiets in een busje tillen en weg is hij. Goed vastzetten is en blijft de beste preventieve maatregel die je kan nemen. En als je je echt zorgen maakt om dat keyless-systeem kun je de sleutel ook bewaren in een koekblik. Die kan het elektronische signaal van de zender in je sleutel insluiten waardoor het daarbuiten niet op te pikken is. Overigens is de sleutel van Triumph  die je op de foto ziet sinds dit jaar juist uitgerust met een extra beveiliging: een uitknop. Druk je het logo een paar tellen in dan schakel je de zender uit. Probleem opgelost!

Kawasaki Ninja H2 SX nu bij de dealer

0

2018 Ninja H2 SX SE Action 2

De Ninja H2 SX – een toermotor met supercharger – is zonder twijfel één van de meest opzienbarende modellen ooit. En die staat nu dus bij alle Kawasaki dealers. Misschien een idee voor het weekeinde. De verwachting is immers petweer.

De Kawasaki H2 SX is toch wel een unieke motor. Een supercharged toermotor. Hoe verzin je het. Je moet ook niet naar de reden gissen, Kawasaki heeft de Ninja gebouwd omdat het kan. Over het geweldige koppel, het mega vermogen, de intense acceleratie hoeven we het niet meer te hebben. Daarover hebben we afgelopen maanden meer dan genoeg bij stilgestaan. Waarom je dan toch naar de Kawasaki dealer moet gaan?

Nou, de beste man of vrouw staat te popelen om je alles uit te leggen over KTRC, wheelie controle, Power modes, KEBC, cruise controle, KIBS en KCMF. En dan kunnen we natuurlijk niet voorbij gaan aan KLCM en KQS. Zeker weten dat je ’s avonds in het café gezien wordt als een orakel van Delphi…

De 2018 Kawasaki Ninja H2 SX is beschikbaar vanaf € 21.799,-

Kijk voor meer informatie op www.kawasaki.nl

Verdien euro’s met je nieuwe Bridgestones

2

bridgestone_cashback

Bridgestone scoort al jaren aaneen hoge cijfers met hun motorbanden. Toch zijn er motorrijders die Bridgestone links laten liggen. En dat zit ze niet lekker.

Om de haverklap rollen er nieuwe banden uit de bandenfabriek. Bridgestone vormt daarop geen uitzondering. De sporttoer T31 is nieuw, evenals de adventure A41. Recentelijk nog werd de hypersport S21 geïntroduceerd. Alle drie zijn ze van 1 april t/m 31 mei extra voordelig. Besluit je een van deze drie bandensets op je motor te laten monteren, stort Bridgestone 30 euro op je bankrekening. Montagecashbackvergoeding noemen ze dat. Wij noemen het gewoon euro’s.

Een overzicht van deelnemende dealers en de voorwaarden vind je op www.bridgestone-cashback.com

Getest: Triumph Tiger Explorer XCA

0

De Tiger Explorer XCA profiteert optimaal van Triumphs elektronische inhaalslag en is door onder meer elektronische vering de komende jaren weer bij de tijd.

Voor elk weertype, voor iedere soort asfalt, gemoedstoestand en voor iedere rijder heeft de Tiger Explorer wel zijn eigen veer- en motorinstelling. Dat is het grote verschil met zijn voorganger. Al gaat dat vooral op voor de midden- en topmodellen. De instapmodellen XC en XR beschikken namelijk niet over de elektronische vering.

Triumph stuurt ons bewust over een wegdek met meer deuken dan het imago van VVD’er Ard van der Steur. Met de vering op standje Comfort strijkt de nieuwe elektronische WP-vering het wegdek net zo glad als de gemiddelde politicus een diplomatieke rel. Niet veel later gaat de vering op Sport als biljartlaken-strak en lustig kronkelend asfalt zich aandient. Op de snelweg gaat het elektrisch te verstellen ruitje omhoog voor extra bescherming en tijdens een stortbui gaat de rijmodus op standje regen om het vermogen te beteugelen. 

Geen ESA
WP heeft de nodige ervaring op met elektronische vering en daardoor werkt het ook direct de eerste keer goed op de Tiger Explorer. Het Triumph Semi Active Suspension-system (TSAS) lijkt op het overbekende ESA van BMW, met een groot verschil. Het veersysteem registreert het gewicht van de rijder en past daar de veervoorspanning van de achterdemper automatisch op aan. De motor houdt dezelfde rijhoogte en geometrie zonder dat je de veervoorspanning met wat drukken op de knop (solo/duo/duo met bagage enz.) hoeft te selecteren. Het systeem is zelfs zo slim dat het herkent (en handelt) wanneer de motorfiets de gebaande paden heeft ingeruild voor een stuk offroad. Overigens biedt TSAS negen verschillende veerinstellingen. Tussen Sport, Road en Comfort zitten nog allerlei tussenstapjes.

Volle mep
De verschillende rijmodi zijn slim, maar ze schakelen zich niet automatisch in. Dat gebeurt handmatig, maar een kind kan de was doen. Volkomen logisch laat de knoppenwinkel op de linker stuurhelft zich bedienen. In Rain-modus blijft het maximale vermogen beperkt tot honderd pk, maar in alle andere standen levert de triple de volle mep. Het systeem verandert alleen de gasreactie en dat levert een wereld van verschil op. Het eerste aangrijpen is bij Road en Sport pittig, maar bij Offroad werkelijk zijdezacht.

Charmeur
Het blok toont zich nog altijd een onweerstaanbare charmeur die iedereen om zijn vinger windt met bergen koppel en een gebrek aan vibraties. De versnellingsbak functioneert al net zo goed en de bediening van de koppeling is 30 procent lichter. Het maximale koppel en vermogen stijgt minimaal ten opzichte van de voorganger, maar tussen de 3500 en 6500 presteert de triple een stuk sterker. Precies het gebied waar je meestal rijdt. 

Pareltje
Sturen gaat door een sportievere geometrie iets lichter dan voorheen, maar nog net zo neutraal en stabiel. Zelfs een wegdek vol modder en weggeblazen bladeren boezemt geen angst in. Zonder verblikken, verblozen of verlies van tractie vindt de Triumph moeiteloos zijn weg. Met een drooggewicht van 258 kilo is de motorfiets onmogelijk licht te noemen, maar rijdend verdwijnen de kilo’s als bij toverslag. Dat gaat overigens alleen op voor asfalt, want in de modder ben je nog altijd met een (te) dikke motor onderweg. De driecilinder-in-lijn blijft een pareltje en dankzij de elektronica kan iedereen hem volledig naar wens afstellen en rijden. De digitalisering van de Tiger Explorer heeft er geen afstandelijke motorfiets van gemaakt. Integendeel zelfs, het kost geen enkele moeite om voor deze charmeur te vallen.

Tekst: Ad van de Wiel, foto’s: Triumph

 

[justified_image_grid ids=27022,27023,27024,27025,27026,27027,27028,27029]