donderdag 14 mei 2026
Home Blog Pagina 1347

Getest: SWM Gran Milano 440

0

Was de terugkeer van ‘seventees’ enduromerk SWM al ronduit verrassend, de komst van de uitermate fris en origineel ogende Gran Milano 440 is minstens zo verbazingwekkend. 

Looks alleen maken de Gran Milano nog niet meteen tot een goede motor. De akoestiek die de dubbele demperset richting trommelvliezen jaagt is prima in orde, onmiskenbaar het solide, stevige hartritme van een eenpitter. Het blok zelf laat zich ondertussen van z’n beste kant zien. Het is een typische eencilinder; onderin wat bonkig, bovenin rap in ademnood, maar daartussenin is iedere klap wel raak. Ruwweg tussen de 2500 en 7000 toeren per minuut is de vierklepper op z’n best. Zeker in stadsverkeer blaft de mono, geholpen door z’n lage gewicht, er lekker vandoor. De straatstenen vliegen je niet om de oren, maar de drang voorwaarts is volwassen genoeg om te spreken van een lekker pittig karakter. Nu zijn er sterkere eenpitters binnen dit genre, voornamelijk uit Oostenrijk, maar daar hangen ook wel overeenkomstige prijskaartjes aan. Bovendien is de vrij eenvoudig opgebouwde Milano (lucht/oliegekoeld, enkele nokkenas) het levende bewijs dat je zowel binnen als buiten de bebouwde kom met 440 cc en 37 pk prima lol kunt beleven. 

Op een doorsnee snelweg wordt het allemaal wat minder plezierig. Natuurlijk, je kunt prima meekomen, aangezien de Milano een kruissnelheid van 120 à 130 km/u wel uit z’n mouw schudt, maar helemaal van harte gaat het dan niet meer. Het voelt alsof je de boel motorisch aardig aan het uitknijpen bent. Bovendien krijg je de toerenteller nu niet meer onder de 5000 tpm, wat inhoudt dat je aardig wat trillingen voor je kiezen krijgt. Goed, een lichte eenpitter en een multibaanssnelweg, dat zal nooit een gelukkig huwelijk worden. Positief bezien: het kán wel. 

Volwassen
Over positief gesproken: aan de pomp is het best lachen met deze SMW. Zelfs bij een vrij pittige rijstijl schopt de Milano het nog tot 22 kilometer op een liter. Tel daar bij op dat de markante tank aardig wat Euro 95 weet te verstouwen (22 liter) en je kopt nog voor het oplichten van het benzinelampje zomaar een actieradius binnen van dik boven de vierhonderd kilometer. Dat is doorgaans enkel voorbehouden aan allroads uit de Adventure-scene. 

Met de tank vol zet de Milano overigens zo’n 170 kilo op de weegschaal en daarmee behoort deze SWM rijklaar tot de vlieggewichten binnen de motor-arena. Dat voel je ook. Je raffelt bochtenwerk af zonder ook maar enige vorm van fysieke inspanning, kwestie van kijken en de bronzen bliksemschicht duikt genadeloos naar de ideale lijn. 

Het veerwerk voelt tijdens dergelijke exercities trouwens behoorlijk solide aan. De demping achter is voor een sportieve rijstijl aan de wat behoudende kant, wat af en toe resulteert in wat deining, maar verder gaan de duimen toch vooral omhoog. De eveneens volledig instelbare, 47 millimeter dikke upside-down voorpartij toont niet alleen volwassen, maar voelt ook zo. Mooi solide, veel feedback. Dezelfde loftrompet mag ook aan de lippen zodra we de rempartij aan het werk zetten. Een vinger aan de Brembo/Braking-combinatie is genoeg om de eenpitter fluitend, maar vooral overtuigend, af te stoppen. Daar kunnen types als een SV650, CB500 of ER6 een klein puntje aan zuigen, niet alleen in looks, maar juist ook in gevoel. 

FRIS IN ALLES
Met de deur in huis dan maar. Zonder twijfel is deze Gran Milano een van de leukste nieuwkomers van de laatste tijd, misschien wel de laatste jaren. Alles is fris aan deze machine; van de merknaam en de looks tot de volledige rijbeleving. Het is knap van een jong bedrijf als SWM dat het een dermate sympathieke machine aan de man/vrouw weet te brengen, voor een al even sympathieke 6690 euro. Inclusief twee jaar garantie. Er bekruipt je geen moment het gevoel op een budget-bike rond te rijden, integendeel. Slaakt deze Italiaans/Chinese creatie dan nog ergens een valse noot? Ja, ABS laat nog op zich wachten en het inzetgebied is misschien wat beperkt, maar dat laatste geldt eigenlijk voor alle lichte eenpitters. Lange snelwegexpedities mijd je bij voorkeur. Als de bakmodificatie doet wat het moet doen, zou de Gran Milano toch relatief probleemloos z’n weg moeten kunnen vinden naar het potentiële kopersgilde. Aan de prijs mag het niet liggen. En aan de machine zelf ook niet. 

Tekst: Randy van der Wal, foto’s: Jacco van de Kuilen

 

[justified_image_grid ids=27057,27058,27059,27060,27061,27062,27063,27064,27065,27066,27067]

Nieuwe kentekenserie voor oldtimer motoren

0

NM-00-01. Het zegt je waarschijnlijk niets. Tot je weet dat het RDW is gestart met de uitgifte van een nieuwe kentekenserie voor oldtimers. Het gaat daarbij om motoren ouder dan 1 januari 1973. De nieuwe kentekenserie bestaat uit twee letters, twee cijfers en nog een keer twee cijfers. Het eerste kenteken dat is uitgegeven is NM-00-01.

De vorige reeks heeft de RDW 17 jaar uit gegeven en de nieuwe kentekenreeks gaat naar verwachting ook weer ongeveer 17 jaar mee. Het is overigens de derde combinatie van het Nederlandse kenteken voor oldtimer motorfietsen, sinds de invoering in 1988.

De dijken blijven ons bezig houden

0

Door het hoge water is het op dit moment fantastisch om langs de rivieren te rijden. Inderdaad, over die veel besproken dijken. Want zelfs in de winter blijven die dijken de gemoederen bezig houden. Of beter gezegd, de gemeente Lingewaard in dit geval.

Sinds begin dit jaar zijn de dijken in die gemeente afgesloten voor motorrijders in het weekenden en op feestdagen. Een besluit dat volgens KNMV en MAG is genomen op basis van emoties en niet op gegronde redenen of degelijk onderzoek.

En daarin staan de MAG en KNMV niet alleen, want van de hoorcommissie en de handhaving kregen ze zelfs de bevestiging dat het besluit onvoldoende onderbouwd was en ook niet door de politie gehandhaafd kan worden. Niet zo heel vreemd als je weet dat de motorrijder maar vier procent van de totale voertuigbewegingen uitmaakt.

En dus ging het naar de rechtbank van Arnhem waar de zaak gisteren diende. Binnen zes weken weten we meer.

Foto: ANP

 

Volle maan is gevaar

0

Kijk goed uit bij een motorrit bij volle maan. Canadees onderzoek wijst uit dat het percentage dodelijke ongevallen dan een stuk hoger is. Onderzoekers van de Universiteit van Toronto analyseerden motorongevallen tussen 1975 en 2014. Dat levert de volgende kille cijfers op: er was 494 keer sprake van een volle maan waarbij 4494 motorrijders verongelukten. Door volle maan beschenen nachten kenden 9.1 dodelijke slachtoffers tegenover 8.5 normaal. Dat is vijf procent extra. Bij een zogenaamde supermaan – de maan lijkt dan groter en helderder dan een reguliere volle maan – stijgt dat percentage zelfs naar 22 procent.

Waarom motorrijders vaker dodelijk verongelukken bij stralend maanlicht blijft gissen. De onderzoekers denken dat de grote bol aan de hemel van de weg mogelijk afleidt. Bovendien is het volgens hen lastig om de snelheid correct af te lezen door het glinsterend maanlicht. Tot slot denken de Canadezen dat het door romantische maanliefhebbers bij volle maan drukker op de wegen is wat het risico op een ongeluk verhoogt. Het gemiddelde slachtoffer is trouwens een van middelbare leeftijd die met een zware motorfiets – maar zonder helm – frontaal op een tegenligger knalt.

De Canadezen startten het onderzoek op om motorrijders een wijze les mee te geven. Volgens hen is de gemiddelde rit van een motorrijder gevaarlijker dan die van een dronken autobestuurder zonder veiligheidsriem. Om alle gevaar – en dus ook van een maan – uit te sluiten is onderzoek en daaruit voortvloeiende educatie nodig. Uiteindelijk overleven alleen de paranoia-rijders concluderen de onderzoekers. 

Bridgestone’s nieuwe sport/tourband: T31 Sport-Touring

0

De opdracht aan de Bridgestone ontwikkelaars was simpel, de uitvoering allerminst: maak de nieuwe T31 de ultieme sport-touring band. Niets minder.

Om dat te realiseren werd niet alleen naar de Europese omstandigheden gekeken, er werd ook uitgebreid getest en ontwikkeld in Europa. Van Alpenpas tot Autobahn, de T31 moest de band worden die niet alleen nieuwe maatstaven neerzet, maar ook stevig afstand van de concurrentie weet te nemen. En ook nog eens in alle courante maten snel leverbaar, inclusief GT uitvoeringen voor zware toerbuffels.

Missie geslaagd?

Absoluut. Maar eenvoudig was het niet. Ten opzichte van zijn voorganger, de succesvolle T30 EVO heeft de nieuwe T31 toch grote stappen weten te maken. Sleutelwoorden daarbij zijn veiligheid en prestaties. Of in motortaal: vertrouwen, feedback en grip. Om de prestaties in de regen tot op het allerhoogste niveau te brengen werd het zo belangrijke silica in de compound niet simpelweg verhoogd, maar op moleculair niveau beter door het rubber verdeeld. Met als resultaat dat de T31 in de regen ook bij lage temperaturen aanmerkelijk meer grip heeft. (Leuk detail: de rondetijden bij tests onder die omstandigheden leverden een opmerkelijke winst van 3% op!). Naast de betere verdeling van de silica, speelt ook het volkomen nieuw ontwikkelde profiel een belangrijke rol. Regenwater wordt razendsnel afgevoerd, terwijl de stabiliteit verbeterd is.

Het contactvlak werd, ook bij extreme hellingshoeken, vergroot met wel 7%. Dat laatste verhoogt weer de fun-factor bij sportief rijden onder ideale omstandigheden. Ook al omdat de stijfheid van de profielblokken geoptimaliseerd werd voor een kortere remweg en een verhoogde tractie bij het accelereren uit bochten. Voordelen die overigens niet ten koste zijn gegaan van de levensduur, die is namelijk tenminste gelijk gebleven.

Marktleider

De T31 is hiermee de nieuwe norm in het sport-touring bandensegment. Ongekende nat weer eigenschappen, meer feedback, tractie en grip en toch een uitstekende levensduur. Bovendien al in januari leverbaar in alle courante maten, ook in de populaire GT versies.

Tracer Tracks: Amsterdamse koeientocht

0

Voor Tracer Tracks #2 gaan we diep de provincie in. Met een Amsterdammer rijden we een rondje Amsterdam.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/tracer-tracks-amsterdamse-koeientocht.gpx”]

Tekst en foto’s Jan Dirk Onrust

Pok! Amper ben ik een wegwijzer met ‘Amsterdam’ erop gepasseerd of er spat een strontvlieg uiteen op mijn vizier. Mijn zicht is ineens zo slecht dat ik zelf bijna door een tractor wordt geplet. Op een trekschuit over de Amstel kan ik het vizier schoonmaken.

Een kilometer verder kom ik bij een ophaalbrug over de Waver, een zijrivier van de Amstel. Hier heb ik afgesproken met Nick Verleun (25), die door dit gebied een route heeft gemaakt van een kleine 90 kilometer. Nick is… oh wacht even, er komt een stel aow’ers met een plezierjacht aangevaren. Meteen loopt Nick naar de ophaalbrug en trekt hem met een ketting omhoog. Dat scheelt het stel een hoop gedoe. Ze zwaaien dankbaar en zullen al hun kennissen vertellen dat motorrijders van die keurige jongens zijn.

Nick dus, is bijna afgestudeerd aan de Hogere Hotelschool in Amsterdam en werkt tegelijkertijd als assistent van de directrice van het Jaz-hotel. Het is wel duidelijk waarom: hij vindt het leuk om toeristen te helpen. Van het internationale sfeertje houdt hij ook. Hij heeft stage gelopen in Schotland, reisde een jaartje door Australië en Nieuw-Zeeland. In de toekomst hoop hij nog eens zelf een hotel te beginnen, ergens in een buitenland.

Net de Achterhoek

Vooralsnog werkt hij in het Jaz-hotel, vlak naast de Amsterdam ArenA. Over de ruggen van koeien en schapen heen, zie je die vanaf de route liggen, want we zitten als het ware in de achtertuin van Ajax. ‘Vanaf de bovenste verdiepingen van ons hotel zie je een gebied dat net zo landelijk is als de Betuwe of de Achterhoek. En dat aan de rand van een wereldstad, in een dezelfde regio. Regio Amsterdam.’

Zoals zoveel Amsterdammers is Nick niet in Amsterdam geboren. Hij komt uit Tiel, waar zijn ouders nog steeds wonen. Om de vuile was sneller naar Tiel te brengen, kocht hij een motor, een Ninja 250. Begin dit jaar verving hij die na veel kilometers door een Honda Hornet. Hij heeft op veel meer motoren gereden. Een Yamaha MT-10 en MT-09 bijvoorbeeld. Vooral daarom meldde hij zich gretig aan bij Tracer Tracks, want hij had wel zin in een lang weekend met een MT-07 Tracer.

‘Ik vond vooral de MT-09 een geweldige motor. Maar eigenlijk vind ik de MT-07 Tracer nóg iets lekkerder rijden. Hij is ook groter dan ik had verwacht. Komt misschien door de kofferset, de valbeugel en die extra lampen. Toch voelt hij vrij licht aan. Je rijdt er zo mee weg, hij doet precies wat je wilt. Ik vind hem ook fel genoeg. Je moet daarvoor wel het gas lekker opendraaien, maar dat vind ik prettiger dan dat ik me erg moet inhouden, zoals op de MT-10 en ook wel op de MT-09.’ Nick laat zijn volwassen oordeel volgen door een bijna naïeve vraag. ‘Zou je hier nou ook een grote reis mee kunnen maken?’ Maar natuurlijk. Zo op en neer de Noordkaap, geen centje pijn.

Genoeg goede daden

Hé, daar kom weer een plezierjacht aan. Nick aarzelt geen moment en haalt de brug voor een tweede keer omhoog. Opa en oma zwaaien vriendelijk. Maar nou zijn er wel weer genoeg goede daden verricht, nu is het tijd om rottigheid uit te halen.

We draaien het gas open en beginnen aan de lange kronkelwegen langs de Waver – aan beide zijden één. Nick houdt inderdaad niet van treuzelen. Voor lekker ongeremd zwieren is hier gek genoeg nog ruimte. We komen wat plukjes wielrenners tegen en raken verzeild in een toerrit van klassieke auto’s, maar motorrijders zien we nauwelijks.

Koeien opdrijven

‘Op de rivierdijken bij Tiel is het op een mooie dag veel drukker met motoren,’ zegt Nick. ‘Daarom probeert de politiek daar steeds meer af te sluiten. Heb je hier nog geen last van. Dit is een well kept secret. Het is ook nog echt zo lekker boers hier. Een paar jaar terug stonden er allemaal losgebroken koeien op de weg. Vraag ik aan een vrouw bij de dichtstbijzijnde boerderij of zij haar koeien soms kwijt was. Nee, die waren van iemand verderop. ‘Maar duw ze maar even terug in de wei’, zei ze. Dat was wel even een dingetje. Dan zijn koeien ineens heel groot. Die vrouw vond het maar raar dat ik niet eens wist hoe je koeien moet opdrijven. Dus volgens mij zien ze hier niet zo heel veel stedelingen. Het is overigens wel gelukt met die koeien. En ik kreeg een kop koffie toe.’

Kom je hier vaak?
‘Ja, vooral de laatste tijd. Met mijn baan en mijn afstuderen heb ik het best wel druk. En dan is het super om hier een uurtje stoom af te blazen. De bochten houden hier gewoon niet op. Daar word ik helemaal blij van. Vooral ’s avonds als de zon hier idioot mooi ondergaat. Vriendin achterop, geweldig. Zij is Poolse en ze kijkt haar ogen uit hier.’

Van Botshol naar Nigtevecht

Hoe heb je deze weggetjes gevonden?
‘Ik hoefde er niet ver voor te rijden, want ze beginnen vlakbij mijn huis in Nieuw West. En vervolgens ben ik met de kaart erbij alle riviertjes gaan opzoeken. Want waar water is, zijn mooie wegen. Dat weet ik natuurlijk van Tiel, dat aan de Waal ligt. Vlakbij heb je de Maas en de Nederrijn. Dáár moet je zijn voor de leuke wegen. Maar tot mijn verrassing heb je hier ook rivieren, nog wel meer zelfs. De Amstel natuurlijk, en een aantal kleintjes, die net zo lekker kronkelen. De Waver, de Winkel, Bullewijk, de Angstel, de Gein en iets erbuiten de Kromme Mijdrecht. En dan zitten er ook nog een paar forten tussen, wat molentjes en terrassen aan het water. Dat heb ik allemaal stukje bij beetje verkend en ben verbindingsstukjes gaan zoeken. Dat is uiteindelijk deze route geworden. Eigenlijk is hier nog veel meer. Ook vlak boven Amsterdam liggen heerlijke weggetjes.’

Er is nog een reden waarom Nick vaak op de kronkelweggetjes te vinden is. ‘Ik moet bekennen dat ik nog steeds niet met de motor in het buitenland ben geweest. Nog nooit een bergpas gedaan. Dus dit is er ook een beetje oefening voor. Dit zijn toch een soort bergwegen, maar dan zonder bergen. Eerst maar eens naar Duitsland. En later hopelijk de Alpen. Je kan niet eeuwig van Botshol naar Nigtevecht blijven rijden, ook al verveelt dat nooit.’

Tracer Tracks: Frank’s gedenkwaardige Zeelandroute

0

Echte motorweggetjes zijn schaars in Zeeland. Nee hoor, schreef lezer – en Zeeuw – Frank Böseler en hij maakte een gedenkwaardige route. En dat heeft niet alleen met bochtjes te maken, maar ook met het verhaal van Frank zelf. Dit is het eerste deel van een korte serie lezersroutes: Tracer Tracks.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/tracertracks-zeelandroute.gpx”]

Tekst en foto’s Jan Dirk Onrust

Op een paar kilometer van zijn huis in Kapelle rijd ik met voormalig planningmanager Frank Böseler (52) een van zijn favoriete weggetjes op: de Brilletjesdijk naar Nisse. Het dijkje kronkelt langs bloeiende fruitbomen en een vijver met houten huisjes erachter. Op de grashelling van de dijk buitelen twee lammetjes van schrik over elkaar heen. Het lijkt alsof ze voor het eerst in hun leven motorfietsen horen.

‘Dit is zo een weg die eigenlijk altijd buiten de gebruikelijke motorroutes valt,’ zegt Frank. ‘Zeeland heeft meer van dat soort wegen die bijna niemand lijkt te kunnen vinden.’ Zeeland weet zijn leuke weggetjes goed te verstoppen, ja. Zo goed dat we ons wel eens afvragen of ze er wel zijn. Daarom viel ons oog meteen op de reactie van Frank op onze Facebook-oproep voor onze nieuwe rubriek met lokale routes van lezers: Tracer Tracks. Als geboren Zeeuw die al dertig jaar op de motor Zeeland doorkruist, kende hij alle geheimen en daar wilde hij graag een route van maken. Hij voegde eraan toe dat als wij hem zouden uitkiezen, haast was geboden. Vijf maanden geleden kreeg hij te horen dat hij nog maar zes tot twaalf maanden te leven had.

De grote schok

‘In 2009 kreeg ik oogkanker. Dat is een zeldzame en agressieve vorm van de ziekte. Mijn linkeroog werd verwijderd. Het leek over, maar in februari 2016 had ik ineens overal uitzaaiingen. Van alles geprobeerd. Eind november werd ik opgegeven. Dat was niet eens meer een verrassing, die grote schok was eerder al gekomen.’

Voel je je ziek?
‘Ik heb geen pijn, ben niet misselijk, alleen snel moe. Dus ik hoop dat de arts er flink naast zit met zijn schatting. Ik kan nog steeds motorrijden en dat wil ik blijven doen zolang nog kan. Met Pasen heb ik nog een tocht met vrienden naar Duitsland gemaakt. En ik wil graag nog motard zijn bij de Alpe d’HuZes op 1 juni – om geld bijeen te brengen voor de strijd tegen kanker. Dat heb ik eerder ook al gedaan.’

Yamaha MT-07 Tracer

Degene de we uitkiezen voor deze rubriek, krijgt een paar dagen een Yamaha MT-07 Tracer tot zijn beschikking. Normaalgesproken zou dat voor het nodige motorplezier moeten zorgen. Hoe zit dat met Frank? Hij antwoordde eigenlijk al door buitengewoon zwierig door de bochten van het dijkje te gaan.
‘Ik vind dit nog steeds heerlijk. Motorrijden is bij mij altijd al ontspanning geweest. Even een ritje doen om je kop leeg te maken. Dat is niet veranderd. Het is zelfs sterker geworden door het besef dat het misschien niet lang meer zal duren.’ De lammetjes zijn hun schrik alweer vergeten en doen wat lammetjes horen te doen op een mooie lentedag: zorgeloos huppelen.

Beleef je deze lente ook extra intens?
‘Nee, niet echt. Als ik bij alles zou bedenken dat het misschien de laatste keer is, dan zou het te emotioneel worden. Ik zou de controle over mezelf verliezen. Liever ga ik zo normaal mogelijk verder en samen mooie momenten kiezen. Zo zijn we net naar Rome geweest met zijn vieren. Daar heb ik van genoten.’

Rustige weggetjes

De route van Frank heeft een lengte van bijna 200 kilometer. Wat wil hij laten zien?

‘De mooiste punten en plekjes van Noord- en Zuid-Bevelend en Walcheren, maar dan verbonden aan elkaar met zoveel mogelijk kleinere, rustige weggetjes. In Zeeland zit je voor je het weet op provinciale wegen en die zijn niet erg aantrekkelijk. Maar ook op de buitenweggetjes moet je vaak net even een ommetje maken om het mooi te houden.’

Wat zijn de hoogtepunten?

‘Ik heb er redelijk wat kust ingestopt en wegen langs de Oosterschelde en Westerschelde. Verder vrij veel geschiedenis, tot de Romeinse tijd toe, want die bouwden een tempel bij Domburg, die onder het zand verdween en in de zeventiende eeuw weer tevoorschijn kwam. De VOC-tijd zit erin, want die is redelijk bepalend geweest voor de bloei van de steden hier, vooral voor Vlissingen en Middelburg. Middelburg sla ik trouwens over, want het blijft een motortocht, geen stadsrit. Vlissingen met zijn prachtige boulevard, daar kunnen we natuurlijk niet omheen. Net als het beeld van Michiel de Ruyter, die toch wel de grootste Nederlander ooit was, maar misschien niet de braafste. In Kapelle gaan we langs een beeld van Annie M.G. Schmidt. Zij had eigenlijk een hekel aan Kapelle, maar dat beeld kreeg ze toch. Veere, dat bekend staat als het mooiste plaatsje, heb ik er ook in.’

Herinneringen

Bevat de route ook meer persoonlijke plekken of herinneringen? Best wel veel, zo blijkt.
‘De route eindigt niet ver van het voormalige schippersinternaat in Wemeldinge. Als kind van binnenschippers heb ik daar jaren doorgebracht. Daar had ik het best naar mijn zin. Thuis was het minder. Ouders gescheiden, moeder in de problemen en daardoor werden we drie keer in gastgezinnen en tehuizen geplaatst. Ik ben daar nog jarenlang kwaad over geweest, totdat ik ontdekte dat je niet vooruit komt als je de schuld bij anderen legt. Vanaf dat moment nam ik het heft in eigen hand en ging het veel beter, en ben ik met mijn meao een mooie carrière opgebouwd.’

‘De rest van de route bevat vooral veel goede herinneringen. Een deel van het vroeger zo bekende motorrondje naar Zeeuws-Vlaanderen zit erin, waar een groot deel van de lol eruit bestond om met de motor langs de lange rij auto’s te rijden die voor de pont stonden te wachten. De rit gaat ook langs de Banjaard, dat zo ongeveer het enige strand van Walcheren is waar meer Zeeuwen dan toeristen zijn.’

Favoriet bochtje

‘Mijn favoriete bochtje, twee achter elkaar eigenlijk, heb ik er ook ingestopt: op de Oude Zeedijk bij Kattendijke. Dat is zo’n punt waar je wacht tot de weg helemaal vrij is en dan gáán. Mijn eigen favoriete plaats? Dat is Wemeldinge, niet erg bekend, maar wel gezellig, vooral in het weekend, als er veel Vlamingen op bezoek komen. Maar ja, ach, ik ben een schipperskind. Dan heb je niet echt favoriete plekken, maar gaat het meer om het onderweg zijn.’

In de tijd die hij nog heeft, hoopt Frank nog flink wat motorkilometers te maken. Behalve Alpe d’HuZes staat ook een vriendenrit naar de Moezel op het programma.
‘Van motorrijden word ik niet snel moe. Maar een lange reis, dat zit er niet in. Dat is iets waar ik soms spijt van heb; dat ik niet een paar maanden achter elkaar door Europa ben gaan reizen. Ik heb het altijd in gedachte gehad, maar te lang uitgesteld. Zo kan het lopen.’

De wijde wereld in

Frank heeft schijnbaar het onaanvaardbare kunnen accepteren en spreekt er open en opvallend nuchter over. Pas als zijn gezin ter sprake komt, krijgt hij het moeilijk. ‘Mijn jongste dochter weet nog niet goed wat ze wil met haar scholing, terwijl ze wel al allerlei keuzes moet maken. Wat erg lastig is als je pas vijftien bent. Je hoopt als vader enorm dat ze haar draai zal vinden. Maar dat ik niet zal meemaken hoe het loopt, dat is het moeilijkste van alles… Ik hoop dat mijn beide dochters na hun studie een jaartje de wijde wereld intrekken om van alles te ontdekken. Dat zou iedereen trouwens moeten doen.’

Ducati blijft van Audi

0

Het leek wel op een aflevering van Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet, waarbij de ‘ie’ in dit geval stond voor Rupert Stadler, CEO van Audi AG. Inmiddels is het hoge woord er bij Rupert uit: “Ducati hoort bij de Audi-familie, dat kan ik jullie verzekeren.” De verkoop van Ducati is dus een dikke niet.

Mensen met kennis van de voetbalwereld zullen waarschijnlijk nog niet helemaal gerust zijn gesteld, want als trainers dit soort boodschappen mee krijgen, dan is het vaak nog dezelfde dag tot ziens. Gelukkig werkt het bij Audi anders. Sterker nog, volgens Rupert is Ducati de ‘perfecte verpersoonlijking’ van Audi’s motorfiets-filosofie.

Berichten over een mogelijke verkoop werden steeds sterker nadat de Volkswagen Groep, waar Audi toe behoort, in de financiële problemen kwam vanwege de dieselgate. Hoe Volkswagen die klap gaat opvangen, is nog niet bekend en doet er voor ons motorrijders ook niet zo heel veel toe.

Dat de toekomst van Ducati voorlopig stabiel is wel en daar zijn we blij om!

 

Harley-dealer Oude Monnink Motors opent zaak in Borne

0

Tijdens het openingsweekend van 1, 2 en 3 december, was het elke dag volle bak in de nieuwe zaak van Authorized Harley-Davidson dealer Oude Monnink Motors.

Voor het pand staat uitnodigend groot de opblaasbare Bar & Shield logo van H-D, dat net als het pand vanaf de A1 goed te zien is. Binnen worden de bezoekers ontvangen met hapjes en drankjes, live muziek en het is een komen en gaan van vrienden, familie en klanten van Oude Monnink. De opening was een groot succes en bezoekers vinden het een geweldig mooi nieuw H-D Dealership. Richard Oude Monnink verwoordt het simpel maar zeer treffend, ‘We zijn er superblij mee!’.

Oude Monnink Motors bestaat al ruim een halve eeuw en behoort daarmee tot één van de oudste motorzaken in Nederland. In 1966 begon het bedrijf van Jan en Ans Oude Monnink als veelzijdige motorzaak in Vroomshoop, waarna zoon Richard met zijn vrouw Manon in 1992 het bedrijf overnamen en het een exclusief Harley-Davidson dealerschap werd.

Ondanks een grondige renovatie van het pand in Vroomshoop in 2003, waarbij het nieuwe uiterlijk gecombineerd werd met de ouderwetse gezelligheid, was Oude Monnink Motors enkele jaren nadien, toch al weer toe aan een nieuw onderkomen. Zoon Bas kwam het team in 2011 versterken, en werd betrokken bij de nieuwbouwplannen. ‘De tijd was er toen niet rijp voor,’ aldus Richard, ‘We wilden graag naar een nieuw onderkomen, maar met de langzaam herstellende economie net na de crisisjaren, wilden we liever nog even wachten.’ In 2016 werd het plan weer opgepakt en vol enthousiasme werd met het uitwerken van de nieuwbouwplannen vlakbij Hengelo begonnen.

Nu eind 2017, slechts enkele maanden na de start van de bouw, is het prachtige pand geopend. ‘Bij Borne langs de A1-snelweg, op een echte zichtlocatie,’ zegt Bas Oude Monnink, die trots lachend de showroom laat zien. Vader Richard sluit zich aan en zegt, ‘We zijn nu veel gemakkelijker bereikbaar op deze locatie en we kunnen hier bovendien nóg flexibeler werken!’, waarna hij een rondleiding geeft door de rest van het bedrijf. Een grote showroom met daarin uiteraard de hele collectie van de nieuwste Harley-Davidson motoren, langs de wanden veel accessoires, een deel is ingericht voor de H-D occasions (met ervaring) en achterin de zaak is de kledingshop waar de nieuwste collectie H-D Clothes & Collectibles te vinden is. Tenslotte is er een enorm ruime werkplaats. Met speciale heftafels die in de vloer verzonken zijn en meer dan in Vroomshoop.

‘Richard en Manon hebben samen met hun team keihard gewerkt om dit mogelijk te maken. Het is een prachtig visitekaartje voor ons merk Harley-Davidson in de regio Noord-Oost Nederland,’ aldus Martin Mulder, Country Manager van Harley-Davidson Benelux.

De Twentse gezelligheid en de sfeer zijn in Borne net zo belangrijk als in het oude pand. Er is een nieuw H.O.G. Chapter Café aan de voorzijde van het pand. Er is veel ruimte voor het pand om de motoren te parkeren, je kan lekker buiten zitten en in het weekend is er voortaan gedurende het seizoen ook iets te eten verkrijgbaar.

Het adres van de nieuwe locatie is Rientjesoven 18, 7621HG, Borne, Tel.074-2040740. Meer info vind je op www.oudemonninkmotors.nl.

Getest: Ducati Scrambler Sixty2

0

En dat is toch wel een beetje opvallend. Was het hiervoor de Ducati Scrambler die zich een beetje als instapmodel neerzette, nu komt daar dus de Sixty2 bij die als nóg laagdrempeliger wordt bestempeld. Iets goedkoper, iets lichter en vooral (nog) iets liever of aantrekkelijker. Want, zo redeneert men, dat is wat het hele ‘Land of Joy’ wil uitstralen. 

Wil je je het meest in stijl verplaatsen van skatepark naar surfshop en verder naar terras of restaurant en uiteindelijk naar een hip feestje en naar huis (als Bob uiteraard), dan wil je maar wat graag een Scrambler Sixty2. Omdat uiterlijk je wel wat doet, maar je echt geen bakken vermogen nodig hebt. Je bent al tevreden met zorgeloos van plaats naar plaats rijden en je niet druk te hoeven maken dat je meisje zich toch vooral maar goed vasthoudt omdat het vermogen er wat ruw in komt. Dus heb je genoeg aan 41 pk en de Sixty2. Die naam is overigens niet zomaar gekozen, maar een directe link naar het jaar waarin Ducati de eerste Scrambler aan het publiek toonde: 1962. 

DEZELFDE GIETSTUKKEN
Maar goed, het gaat nu om de motor. Vierhonderd cc en daarmee met afstand de allerkleinste van de hele reeks. Toch heeft Ducati dat slim voor elkaar gekregen. Door gebruik te maken van dezelfde gietstukken als z’n grote broer is er uiterlijk niets veranderd, maar van binnen is het een ander verhaal. Voordeel is wel dat het dan slechts een kwestie is van anders afstellen van de draai- en freesmachines, wat dus weinig extra geld kost. Zowel boring als slag zijn verkleind en meten nu een bijna schattige 72 x 49 millimeter. Ook de nokkenassen zijn anders en wat opvallend is: enkele jaren terug paste Ducati voor de meer straatgerichte modellen een nieuwe klepoverlap van elf graden toe, voor meer souplesse. Voor de Sixty2 is die nog eens vergroot naar 13 graden, waardoor het blokje dus smeuïger is dan pindakaas zonder stukjes. Daarnaast is de koppeling heel licht gehouden en is ervoor gezorgd dat de versnellingsbak soepel en feilloos werkt. Alles om je zo zorgeloos mogelijk te laten rijden. 

Natuurlijk is de motor op punten wel wat goedkoper geproduceerd; de achterbrug is van staal kokerprofiel (maar heeft daarbij wel z’n oorspronkelijke vorm behouden), de voorvork is eenvoudiger uitgevoerd en ook de remmen zijn ietsje behoudender. Maar dat wil niet zeggen dat het slecht is, het werkt allemaal naar behoren. Ducati heeft ook onderdelen van de duurdere versies overgenomen, de Sixty2 wordt namelijk niet als budgetfiets neergezet en hoeft dat dus ook niet uit te stralen.

VEEL SCHAKELEN
En dat kan wel kloppen… op het vermogensverschil na is het amper te merken dat je niet met de oude Scrambler op pad bent. Wel is het blokje superlief en inderdaad met de pinken te bedienen… en vrijwel kogelvrij. Zwartkijkers kunnen nog klagen dat het ‘geen echte Duc’ is, maar die vallen al per definitie buiten de doelgroep. Bovendien is zwartkijken niet cool. 

We pruttelen nog wat meer door de stad en daarbij valt op dat van stoplicht tot stoplicht maar weinig motoren zich zo eenvoudig laten leiden als deze 400 cc. De Sixty2 houdt zich kranig in de stadsjungle en is ook niet vies van een beetje frivool tussen het verkeer door laveren of hier en daar een stoepje. Daar is het immers een scrambler voor. Een stukje braakliggend terrein? Gewoon dwars er overheen. Maar denk niet dat de motor door die handelbaarheid in de stad juist daarbuiten een stuk minder bruikbaar is geworden. Toegegeven: er zit minder in, maar met wat meer schakelen kun je dat flink compenseren. Veel schakelen is goed voor de mens, daar leer je pas echt van motorrijden.

ECHTE DUCATI
Met de Sixty2 breidt Ducati het aanbod opnieuw uit en dat ze dit aan de onderkant van de markt doen siert ze. Dat de motor daarnaast ook nog eens bijzonder leuk om te rijden is, is natuurlijk nog veel beter. We wisten een jaar geleden al dat de Scrambler een regelrechte verkooptopper zou worden en dat is ook gebeurd. Hiermee is Ducati voor het eerst in de verkoop-top-10 terecht gekomen. Hetzelfde idee van vrijheid, zorgeloosheid en stijl wordt voortgezet met de Sixty2 en daarbij is de drempel nóg lager geworden. 

Tekst: Vincent Burger, foto’s: Ducati

 

[justified_image_grid ids=27045,27046,27047,27048,27049,27050,27051,27052,27053,27054,27055]