zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 1461

Getest: Harley-Davidson CVO Limited

0

Custom Vehicle Operations is een bijzondere afdeling bij Harley-Davidson. Daar worden de seriemodellen voorzien van de mooiste accessoires, een dikker blok en een nieuwe, bijzondere laklaag.

Wat heeft de afdeling Custom Vehicle Operations nu eigenlijk gedaan met deze Ultra Limited? Je moet weten dat die CVO-afdeling bij Harley-Davidson standaardfietsen beetpakt en in kleine series uitbrengt. Er bestaan maar een paar honderd van deze motoren in de wereld en hoewel vrijwel alles ook los te krijgen is, geldt dat in het bijzonder niet voor het spuitwerk. Ook al rijd je per ongeluk een koffer aan gort, je zult altijd moeten bewijzen dat je een echte CVO hebt om hem weer in deze kleuren te krijgen. Om kort te gaan: het bespaart je een volledige doe-het-zelf-customizing om toch een unieke motor te hebben.

De Ultra Limited is rijkelijk voorzien van chroom, zoals op de wielen, het stuur, het schakelpedaal en de handvatten, die allemaal uit de luxe Airflow-accessoirescollectie komen. De binnenkant van de kuip werd in kleur gespoten in plaats van zwart en er kwam een soort carbon omlijsting van de tellers. Er werd een nog comfortabeler zadel gemonteerd en de hele bediening is sleutelloos. Houd gewoon de alarmzender in je zak en je kunt doen wat je wilt. Om de koffers, de tankdop en het stuur te vergrendelen, volstaat een druk op de knop van de afstandsbediening. Echt chic zijn trouwens de led-lampjes die in je koffer schijnen; daarmee maak je toch het verschil?

ZWAAR WORDT VEDERLICHT
De eerste meters laat de CVO even voelen wie de baas is. Hij. Riant meer dan 400 kilogram weegt hij. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf de hoek om. Het is zoeken naar de balans in het zadel, achter het stuur en met het gashendel. Wát een zwaar apparaat en je moet echt je hele lichaam aan het werk zetten. Het went, maar dat duurt wel een paar dagen. We beloven echter dat hij na een tijdje zelfs vederlicht aanvoelt, als je lichaam helemaal is ingesteld op het gewicht en het zwaartepunt van de motor.

Als je hem start, klinkt het een fractie van een seconde alsof hij zijn laatste adem zal uitblazen, maar na dit nano-momentje van twijfel slaat de V-twin gewoon aan. Onder de CVO’s is niet het gewone 103-blok gemonteerd dat bijvoorbeeld op de standaard Ultra Limited zit, maar de Screamin’ Eagle-variant met een inhoud van 110 cubic inch – dat is in ons metrische systeem 1801 cc (in plaats van 1690 cc). Meer inhoud dus en daarom ook meer koppel en vermogen. In harde cijfers: de trekkracht steeg van 138 naar 156 Nm en het vermogen ging van 87 naar 97 pk. Hoppa!

Gewoon binnendoor, en daar is deze motor helemaal in zijn element. De V-twin tokkelt rustig als het kan, maar heeft een berg koppel wanneer het moet. Inhalen met deze bonk ijzer is geen probleem. Een slinger aan het chique gashendel en hij springt naar voren. Hij laat zich eigenlijk met speels gemak door de bochten rijden. Het is dan zaak lekker het gas erop te houden, anders wil hij behoorlijk naar binnen vallen. Met zijn dikke Dunlop-banden is hij niet onder de indruk van slecht asfalt en laat hij zich niet van de wijs brengen, behalve als het wat harder gaat en in de lange flauwe bocht een hobbel in de weg zit. Dan kan de CVO een behoorlijke zwieper maken, die door het hele frame echoot. Hoewel heel duidelijk merkbaar, is het geen enkele aanleiding voor paniek. Het zal deze flex wel zijn die de boel netjes bij elkaar houdt…

De remmen zijn een verhaal apart. De Brembo’s hebben op zich genoeg kracht om het moederschip tot stilstand te brengen, maar het gevoel in het remhendel is wat ondefinieerbaar. Het hendel heeft maar weinig slag en het is meer de mate van druk die je erop uitoefent die bepaalt hoe hard er wordt geremd dan hoever je het hendel inknijpt. Het remsysteem is gecombineerd en dat wil zeggen dat het boven de 30 km/u bij het inknijpen van de voorrem ook de achterrem erbij pakt, en andersom.

De zesversnellingsbak schakelt nooit mis en altijd met een stevige ‘kloeink’. Het zou ook wel een beetje raar zijn als zo’n massief brok Amerikaans ijzer een bak zou hebben die zo geruisloos was als van een Japanse woon-werker.

CHARMES
Het zitcomfort van de Ultra is uitmuntend. Het zadel is breed, zit lekker en geeft veel steun. Je kunt ook als bestuurder tegen een rugsteun aanleunen. Ik kan me voorstellen dat het verkeer op een Amerikaanse highway het haast toelaat dat je al rijdend een dutje doet.

Dankzij het standaard ingebouwde navigatiesysteem met lekker breed scherm kost het geen enkele moeite de bestemming te vinden en om later die dag de weg naar huis weer te vinden. Het scherm is duidelijk, zelfs als het zonnig is. Rijd je een tunnel in of is het avond, dan past het vanzelf de helderheid aan. De instructies kunnen worden omgeroepen via de luidsprekers van die dikke audio-installatie of meer discreet via de koptelefoon die je in je helm kunt monteren.

Het duurt uiteindelijk even voordat de HD CVO je van zijn charmes kan overtuigen, maar het is gelukt. Hij weet met karakter zijn onvolkomenheden te verbloemen, en dat is geen slechte zaak. Wat een baas!

Foto’s: Jacco van de Kuilen

[justified_image_grid ids=24020,24021,24022,24023,24024,24025,24026,24027]

Waarom Yamaha een Tracer 1000 moet maken

0

Bij Yamaha zijn ze inmiddels wel van het platform-produceren, wat eigenlijk alleen maar voordelen heeft. Voor zowel de consument als de producent is het winnen geblazen, en als wij onze Motor.nl-glazenbol er dan eens bijpakken zien wij daar echt wel een Yamaha Tracer 1000 in opduiken, maar waarom?

Inkopper op die vraag is natuurlijk dat Yamaha dan haar eigen voetstappen in het zand zou volgen. Er kwam een Yamaha MT-09, gevolgd door een MT-09 Tracer – die we nu Tracer 900 moeten noemen – gevolgd door de XSR900. Het kleinere broertje, de MT-07, volgde een vergelijkbaar pad. MT-07 werd XSR700 en nu is er de Tracer 700.

Dat Yamaha de MT-reeks nu uitbreidt met de Yamaha MT-10 wekt de indruk dat er ook wel een Tracer 1000 komen mag, en wij vinden dat niet meer dan logisch. En al wil geen enkele fabrikant voorspelbaar genoemd worden, maar als je verder kijkt dan haar eigen gamma moet Yamaha toch toegeven dat het totaal in de lijn der verwachting ligt.

Eerste conclusie is van Duitse aard. Yamaha heeft met de MT-10 duidelijk de ogen op München gericht, want de specificaties liggen heel dicht bij de BMW S1000R en qua prijs zit ‘ie er net onder. Maar wacht, heeft BMW op basis van de S1000R ook geen sportieve allroad-achtige toermachine? Ja zeker, de S1000XR en die doet het goed.

VERKOOPKNALLER
Dat BMW GS-en bij de vleet verkoopt is algemeen bekend, maar de S1000XR blijft in haar tweede complete jaar maar mondjesmaat achter op BMW’s nummer 2, de RT. Waarom zou Yamaha die stap dan niet ook nemen? Een comfortabele zit, alle luxe wensbaar en een prachtig lopende dikke vierpitter ter aandrijving. Of daar BMW XR of Yamaha Tracer op staat is dan om het even, toch?

Uiteindelijk draait het erom dat een dergelijke machine als de S1000XR een geweldige allrounder is. Je kunt er mee forensen, reizen, toeren en je ordinair misdragen wil ‘ie ook. Dat kan Yamaha eenvoudig en goedkoop ook doen door een kuip, hoger stuur en een (nog) iets comfortabeler zit op de MT-10 te plaatsen.

Kort om, Yamaha kan relatief goedkoop nog een model introduceren, waarvan andere merken al aangetoond hebben dat er vraag naar is en dus is de producent blij en de consument ook. Dat Yamaha er een klein beetje voorspelbaar mee zou worden, nemen we graag op de koop toe.

Reden genoeg? Wij vinden van wel!

Foto: Motor.nl

Euro4-slachtoffer: Kawasaki W800

0

Dit jaar gaan we afscheid nemen van veel geliefde modellen en vaak zullen het nostalgische modellen zijn, want Euro4 is moordend voor old-school luchtkoelers. Kawasaki gaat het niet afwachten en luidt nu het afscheid van de W800 in met de W800 Final Edition.

Deze Final Edition komt naast de W800 SE en krijgt wat extra’s om er een gedegen afscheidsfeestje van te maken. De two-tone kleurstelling met Candy Brown en Candy Sunset Orange wordt bijgestaan door een speciaal Final Edition-logo. De bekroning is toch wel het tankembleem dat inspiratie trekt uit het originele W1-logo.

Kawasaki’s W800 staat nu dus op het punt met pensioen te gaan. Of ja, de gehele W-reeks eigenlijk, en die is lang, want al in 1966 kwam Kawasaki met de – onderstaande – W1. In die tijd trokken de Japanse merken alles uit de kast een goed alternatief voor de Britse motorfiets te bieden – zelfs het rechts schakelen was op de Kawasaki W1 een dingetje – door qua uiterlijk vergelijkbaar knappe machines neer te zetten.

De W650 kwam in 1999 als een van de eerste retromodellen op de markt en met die kroonas-nokkenasaandrijving was authenticiteit gegarandeerd. Cilinderinhoud en uiterlijk werden in 2011 opgeschroefd met de komst van de W800. Toen al waren het strengere emissie-eisen die het moeilijk maakten. Cilinderinhoud steeg en er kwam injectie, maar het vermogen bleef nagenoeg gelijk. Nu zal Kawasaki deze W800 dan toch ook moeten laten gaan, want Euro4 en luchtkoeling lijken moeilijk samen te gaan. 

Stiekem hopen we dat Kawasaki, net als met de W1 indertijd, goed naar de Britten kijkt. Toen stond BSA voorbeeld voor Kawasaki, nu kunnen ze bij Triumph wel zien dat een vloeistofgekoelde retro prima kan. 

Denk je eens in, een Kawasaki-retro met chique weggewerkte vloeistofkoeling en dan met zo’n prachtige koningsas langs het blok. Kom maar door! Maar eerst deze Final Edition, die vanaf medio juli bij de dealers staat en 9.799 euro gaat kosten.

Foto’s: Kawasaki

[justified_image_grid ids=24069,24070,24071,24072,24073,24074,24075,24076,24077,24078]

EBR niet terug in Alkmaar

0

Toen Erik Buell nog zijn gelijknamige merk runde onder Harley-Davidson, zat de importeur voor Europa in Alkmaar en ook toen het EBR werd was Alkmaar de uitvalsbasis. EBR’s nieuwe plannen worden vanaf nu uitgevoerd vanuit Northern Classic, Custom & Race AB in Zweden.

NCCR zit in vier uur ten noorden van Stockholm in Delsbo en zij zijn nu de door EBR aangewezen partij om vooralsnog onderdelen en service te verzorgen voor EBR in Europa, maar het belangrijkste doel is eerst om vertrouwen in het merk te herstellen met als tweede doel om aanspreekpunt te zijn voor potentieële distributeurs en landsimporteurs te zijn.

EBR startte afgelopen maart de productie van de 2016 1190SX- en 1190RX-modellen in East Troy in de staat Wisconsin, en nu begint dus de wereldwijde distributie weer kleine stapjes te nemen.

DRIE KEER IS…
Erik Buell zag verleden jaar april zijn tweede poging om een eigen motormerk te starten in rook opgaan toen Erik Buell Racing de bietenbrug op ging. In een eerste vorm was Buell een submerk van Harley-Davidson, maar door financiële hervormingen trok HD de stekker uit het project.

Het heropgeleefde EBR zag er succesvol uit met een aantal modellen en zelfs een World Superbikes-raceteam. Financieel partner Hero MotoCorp was nu alleen degene die roet in het eten gooide en daar ging poging twee.

Deze derde opzet wordt nu doorgezet met geld van Liquid Assett Partners, een investeringsmaatschappij die meer hart voor het merk hebben dan het Indiase Hero. Of drie keer scheepsrecht blijkt, moeten we nog maar zien, maar in Europa zal Northern Classic, Custom & Race AB dus een rol spelen.

Foto: NCCR & EBR

Espargaró en Lowes met Yamaha naar Suzuka

0

Vorig jaar waren het Pol Espargaró en Bradley Smith, die samen met Kats Nakasuga de overwinning pakten tijdens de 8 Uren van Suzuka. Met het vertrek van Smith richting KTM’s nieuwe MotoGP-team valt Yamaha nu terug op Alex Lowes.

De Yamaha R1M bewees de uitputtingsslag van Suzuka prima te doorstaan, en dat bij een eerste poging vanuit Yamaha met de nieuwe machine. Ze pakken het dan ook wel prima op door met een fabrieksteam aan de start te komen. Yamaha’s vaste testrijder Katsuyuki Nakasuga is ook weer van de partij om de eer van het land van de rijzende zon te verdedigen.

Onze WK Superbike-redacteur Marien Cahuzak was verbaasd over de keuze van Yamaha. “Niet Guintoli? Hij is niet de snelste, maar wel heel constant. Die komt alleen binnen om te tanken, precies wat je wilt! Of ze bij Yamaha verwachten dat Guintoli niet op tijd fit is?”

Of de Yamaha R1M voor de tweede keer op rij voor een overwinning kan zorgen voor het merk met de gekruiste stemvorken, is afwachten. Yamaha vaardigt naar het Factory Racing Team ook nog Yamaha Austria Racing Team af, met rijders Takuya Fujita, Kouta Nozane en Broc Parkes.

CONCURRENTIE
Qua concurrentie is Suzuka altijd interessant, want de Suzuka 8 Uren is de race van het jaar voor de Japanse fabrikanten, waar de eer van de vier grote merken verdedigd wordt. Fabrikanten trekken dan ook altijd de beste coureurs van over de hele wereld aan om hun eigen Japanse mensen bij te staan. 

Kawasaki heeft bijvoorbeeld Leon Haslam aangetrokken en het heeft er alle schijn van dat Honda opnieuw beroep zal doen op tweevoudig winnaar Michael van der Mark, waarschijnlijk naast WK Superbike-teamgenoot Nicky Hayden. 

In een rare samenloop van omstandigheden is vervolgens Josh Brookes door Yoshimura Suzuki ingelijfd, ondanks dat hij normaliter met het Milwaukee-team met BMW uitkomt. Verdedigend Moto2-wereldkampioen Johann Zarco zal ook in Yoshimura Suzuki-kleuren uitkomen.

Beide tijdelijke aanstellingen versterken geruchten dat Milwaukee volgend jaar het officiële Suzuki WK Superbike-team zou worden en dat Zarco eventueel de tweede man naast Iannone wordt bij Suzuki’s MotoGP-ploeg.

Foto’s: Yamaha 

De 2013 Kawasaki ZX10R van Sykes winnen?

0

Heb je nou altijd al de kampioenschap winnende Kawasaki ZX10R van Tom Sykes willen hebben? Dat kan! Of ja, kon. Je had er alleen even Tom Sykes voor moeten heten, en acht keer op rij WK Superbike-races op Donington op je naam schrijven hoort ook bij de deal. 

De man uit Huddersfield werd in 2013 kampioen in het WK Superbike en als verrassing had Kawasaki in Engeland de kampioenschap winnende machine klaarstaan. Ze overhandigden de ZX10R als bedankje voor zijn harde werk. “Kers op de taart in op zich al een topweekend!” vertelde Sykes blij na dit weekend opnieuw de dubbel te hebben gepakt in Engeland.

Het team erkent er het werk van Sykes mee, die de indertijd gloednieuwe en onbewezen Kawasaki ZX10R ontwikkelde tot een machine die in staat is kampioenschappen te winnen. In één zin met Sykes noemt men ook zijn Nederlandse crewchief Marcel Duinker, die absoluut mede debet is aan het succes van Sykes en ZX10R.

Biel Roda van het Kawasaki Racing Team benadrukt ook dat de cadeau gedane machine niet enkels als bedankje dient voor dat ene wereldkampioenschap, maar ook als erkenning voor zijn huidge inzet binnen het team.

“Nu nog even kijken of mijn vrouw Amie het goed vindt dat ik hem in de woonkamer zet!” aldus Tom Sykes.

Foto’s: Kawasaki

20 jaar McGuinnes op de Isle of Man TT

0

De allersnelste man ooit op rond het Isle of Man TT-parcours en de rijder met het op een na hoogste aantal TT-overwinningen viert dit jaar zijn twintig jarig jubileum op het Isle of Man. John McGuinnes opent ter ere van het feestje een tentoonstelling met (bijna) al zijn racemachines.

Als je iets twintig jaar lang doet, verzamel je nogal wat. Maar als je twintig jaar lang racet in drie of vier verschillende klasses per jaar, dan gaat het helemaal hard. John McGuinness heeft een dergelijke carrière achter de rug, en is nog niet klaar ook.

Van zijn allereerste Paul Bird Motorsport Honda RS250 uit ’96 tot de opvallende roze-paarse Vimto TSR 250 – waarmee hij in 1999 als teamgenoot van Joey Dunlop voor het eerst won – door tot de 2007 Fireblade waarmee hij als eerste rijder de 130 mijl per uur gemiddeld-barrière doorbrak op Man en de 2015 Fireblade SP, waar hij vorig jaar het ronderecord mee aanscherpte tot over de 132 mijl per uur en ook nog een 23e TT-overwinning op liet tekenen. O, en dat op 43-jarige leeftijd… 

De machines variëren nogal, aangezien het racen in twintig jaar behoorlijk veranderd is. Zo staan er dikke ééncilinders, 250’s, 400’tjes, 600 supersports, stockers, superbikes en ook staan tweetakten zij aan zij met moderner viertaktmateriaal en zelfs de volledig elektrische TT Zero Mugen. Een heel behoorlijk collectie dus.

“Het idee kwam tot leven dankzij Mark Sears van Dunlop, die helaas onlangs overleed, maar toch hebben we het plan doorgezet om de fans iets terug te kunnen geven. Dus nemen we men mee op een 20 jaar durende reis naar de TT, en naast de tentoonstelling prepareren we ter plaatse ook de racemachines voor komende races. Kan men het oude spul zien én zien hoe een raceteam werkt”, aldus John McGuinness.

De tentoonstelling is gedurdende de Isle of Man TT gratis te bezoeken in de Grand Stand Area. Dus als je er toch bent?

Foto’s: Isle of Man TT

 

[justified_image_grid ids=24047,24048,24049,24050]

Top-4: BMW’s van Concorso d’Eleganza Villa d’Este

0

Op het jaarlijkse Concorso d’Eleganza Villa d’Este pakt BMW de afgelopen jaren steevast uit met iets bijzonders. Het kan je ding zijn, of juist helemaal niet. Opvallend en interessant zijn de onthullingen van de laatste vier jaar sowieso. We zetten ze op een rijtje.

Het Concorso d’Eleganza Villa d’Este is een groot festijn voor ‘historische gemotorische schatten’, al zegt de organisatie het zelf. Het is bovenal een feest voor het oog en oog met prachtige oude motoren – en vooruit, ook auto’s – en eveneens veel indrukwekkend nieuws, zoals dus de studiemodellen van BMW. We trappen af.

4. Concept 101 – 2015 – basis: 2015 BMW K1600GT
Een Amerikaans sausje – nee, geen ketchup – over een Duits rasproduct. Dat is de BMW 101 Concept. Ontworpen in Californië bij BMW’s Noord-Amerikaanse designtak. Waarom 101? Twee redenen. De eerste is de ligging van de Californische BMW design studio, op ‘spitting distance’ van de legendarische Highway 101 en alle gevoelens van vrijheid die het oproept. De tweede reden is even zo Amerikaans als genoemde snelweg van faam; kubieke inches. De 1600cc BMW is bemeten in ‘cubic inches’ precies, je raadt het, 101 stuks groot. Naar het schijnt is er inmiddels zelfs een productiemodel in ontwikkeling.
3. R5 Hommage – 2016 – basis: 1936 BMW R5
De enige uit dit lijstje dat geen ‘concept’ in de naam heeft, maar een Hommage is het zeker. De BMW R5 Hommage is een ode aan de luchtgekoelde R5 uit 1936, maar beladen met modern moois in een gebalanceerde mix. Precies modern genoeg zonder af te doen aan de klassieke lijnen, zo zien we het graag. Op een productieversie hoeft niet gerekend te worden, want alleen Euro4 zou een dergelijke machine al het leven zuur maken, maar je weet natuurlijk nooit.2. Concept Roadster – 2014 – basis: 2014 BMW R1200R
Men neme een BMW R1200R, stript er alles af wat niet per se een plaats op de machine behoeft en hangt hem vervolgens vol dik performance materiaal, zoals een brute uitlaat, lichte wielen, race remmen en vering. Kek kleurtje voor het frame en de Concept Roadster zag het levenslicht. Kon op veel positieve geluiden rekenen, maar wij zijn gestopt met onze adem inhouden wat betreft een productiemodel.1. Concept 90 – 2013 – basis: pre-productie R NineT
Dit kon alleen de nummer 1 zijn, want behalve dat deze – door Roland Sands gebouwde – waanzinnige ode aan het veertig jarig bestaan van de R90S er gewoon te machtig voor woorden uitziet, was het Concept 90 ook de voorloper van de R NineT. En laat die R NineT momenteel een van BMW’s absolute bestsellers zijn. Helaas hebben we vooralsnog geen (half)gekuipte R NineT mogen verwelkomen, maar met de R NineT Scrambler als zoethoudertje, hopen we het nog wel even uit te zingen. Dat wil zeggen; waarschijnlijk komt ‘ie volgend jaar.

Foto’s: BMW

[justified_image_grid ids=24003,24004,24005,24006,24007,24008,24009,24010,24011,24012,24013,24014,24015,24016,24017,24018]

Onderweg: Triumph Street Triple 800

0

Hij komt, hij komt. En dan hebben we het niet over de goede Sint. Wel over het slecht bewaarde geheim dat Triumph aan een zwaardere Street Triple werkt, en dan hebben we het hier ook weer niet over de Speed Triple. Nee, we hebben het over een Street Triple 800.

Of ja, ongeveer. Hoe groot het blok precies wordt is nog ongewis, maar de geruchten variëren van 750 tot rond de 800cc. De zwaardere Street is trouwens wel iets bijzonderder dan gewoon het blok van een Tiger 800 in een Street Triple rijgedeelte hangen. De Tiger krijgt zijn extra kubieke centimeters namelijk door een langere slag toe te passen, terwijl bij een model als de Street Triple grotere boring interessanter klinkt. 

Net als bij de vernieuwde 1050cc Speed Triple kunnen we verwachten dat het blok intern behoorlijk op de schop gaat. Grotere boring is één stap naar meer vermogen, maar waarom eigenlijk? De huidge 675 Street is niet superzwaar bemeten, maar in de meeste gevallen volstaan de 106 paardenkrachten best wel prima.

En dat is waar de schoen wringt, want als Triumph de nieuwe Street Triple te sterk maakt, komt ‘ie in het vaarwater van hun eigen 140-pk-sterke Speed Triple, maar vooral moet de nieuwe Street meer longinhoud krijgen omdat hij aan de Euro4 moet geloven. Reken dus op niet heel veel paardjes meer, maar waarschijnlijk wel een aangename toename in koppel.

VIER VERSCHILLENDE
Triumph schijnt ook te werken aan een viertal variaties op de Street Triple, met het zelfde rijwielgedeelte en blok als basis. Waarschijnlijk komt er in elk geval een basismodel en een sportievere versie á la R of Rx, al komt de naam RS ook langs. Uiteraard uitgedost met knapper veer- en remwerk.

Interessanter is de RT-noemer die langskomt in dit verhaal. Dat zou duiden op een soort sportief, half-gekuipt, toermodel in de lijn van de Yamaha Tracer-reeks. Dus wel ietwat offroad-show maar niet per se offroad-go. Vooral een comfortabele rijhouding dus.

Hoe een vierde variatie eruit zou moeten zien, wij weten het niet. Wat we wel weten is dat de Triumph Street Triple een heel fijne middelgewicht naked bike is en dat kleine beetje extra pit en koppel hem erg goed zouden staan.

Foto: Triumph

Yamaha Tracer 700 geprijsd

0

De introductie van de Tracer 700 was een logische, want het veelzijdige blok leent zeg perfect voor het soort sportief toerwerk waar de Tracer 900 ook al op gericht was. Alleen de 700 is lichter in vermogen en gewicht, en nu weten we ook wat ‘ie qua prijs laat optekenen.

Met 8.999 euro heeft Yamaha met de Tracer 700 niet die directe aanslag op het segment kunnen doen. Wij hoopten in een kort specificatie-vergelijk dat de 700 qua prijs lekker dicht op zijn directe concurrenten kon gaan zitten, maar de Kawasaki Versys 650 en de Suzuki V-Strom 650 hebben prijs technisch toch wel een streepje voor op de Tracer.

En nog een best behoorlijk streepje ook. De Tracer 700 is namelijk liefst 700 euro duurder dan Suzuki’s V-Strom en op de Kawasaki Versys 650 verliest de Tracer al 1.000 euro. Fikse bedragen in zo’n zwaarbevochten deel van de markt.

Wat de Tracer wel in de kaart speelt, ondanks die hogere vanafprijs, is dat de V-Strom in deze vorm al meegaat sinds 2012. Kort om, die 700 euro extra levert je niet alleen een veel lichtere motor met meer vermogen op, maar ook wat nieuwer model.

SCHERP
Kijken we vervolgens bij Kawasaki, en dan ligt het meteen al heel anders. De Versys 650 is in de huidige incarnatie vorig jaar pas geïntroduceerd en is dus ook nog een heel stuk scherper geprijsd dan de Yamaha.

Je kunt dus wel stellen dat de Yamaha Tracer 700 goede kaarten in handen heeft, maar desondanks moet hij met die verkoopprijs straks wel behoorlijk aan de bak om het verschil te kunnen maken.

Foto’s: Kawasaki, Suzuki en Yamaha