zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 1649

Bewijs: motorrijders verlichten file

0

Actieve motorrijders lossen de filedruk deels op, zo blijkt uit Belgisch onderzoek. De Standaard bericht over een grootschalig onderzoek van de Belgische mobiliteitsclub VAB. Zij hebben onderzocht hoeveel motorrijders er per seizoen actief rijden, en hoe zich dat verhoudt tot de filedruk. 

‘Van mei tot september tellen we dubbel zoveel motorrijders tijdens de spits en daalt de filedruk. In oktober halveert het aantal pendelaars per motor weer, en worden we opnieuw geconfronteerd met een toenemende filedruk’, zo legt de mobiliteitsclub uit.

Ook interessant is dat volgens de mobiliteitsclub de motor steeds vaker wordt gebruikt voor woonwerkverkeer, en verschuift de focus vanuit recreatief verkeer naar forensgebruik. Dit heeft natuurlijk ook te maken met de toenemende filedruk door de jaren heen.

Uit het onderzoek blijkt tevens dat de ondervraagde motorrijders (de VAB hield een grootschalige enquete) een kwartier tijd winnen per enkele reis, door de auto in te wisselen voor de motor.

Wat we hier nu aan hebben? Tja, elk onderzoek dat ons motorrijder op positieve manier belicht, en ons ‘goed recht’ bewijst, helpt mee aan de acceptatie en eventuele positieve reacties van onze medeweggebruikers. Je-weet-wel, die ons in de file nét even iets meer ruimte kunnen geven.

Getest: Husqvarna TR650 Terra

0

Als tweelingbroertje van de TR650 Strada verwachten we van de Terra de nodige offroad-bravoure. Het grote voorspatbord, de bandenkeuze (Metzeler Enduro 3) en het 21-inch-voorwiel onderscheiden de Terra van de Strada. Duidelijk dus: je kunt de Terra in ieder geval niet afrekenen op z’n gebrek aan asfaltsouplesse. Nee, dit is een zandhaas, en dus duiken we het zand ook maar in!

BMW-genen
In het frame hangt het inmiddels welbekende G650-blok van BMW. Husqvarna heeft het motorblok serieus onder handen genomen en er 58 pk uit weten te wringen. Dat is het gevolg van een nieuwe cilinderkop, een lichtere zuiger, een verhoogde compressie, grotere kleppen en daardoor veel meer frisse lucht, gecombineerd met een aangepaste injectie, nokkenastiming en andere noodzaken. Kortom: dat rode kleppendeksel is geen afleidingsmanoeuvre, dit motorblok is écht aangepakt.

En dat is te merken ook. Niet enkel door het surplus aan pk’s, maar ook door de motorloop die keuriger is dan zoals we deze van de G650 kennen. De Terra loopt, werkelijk waar, veel meer trillingsvrij. Maar wanneer je het gashendel goed beroerd dan braakt de eencilinder er de nodige pk’s uit. Keurig! We hebben het dan echter niet over het vermogen bij lagere toeren, want daar heeft de Terra wel de nodige trekkracht geofferd. De tuning heeft zich dus niet enkel op efficiëntie gericht, maar er is ook duidelijk voor een agressiever karakter gekozen waarbij het gemak van onderuit niet zo telt.

Actief rijden
Hier past een wat actiever rijkarakter bij. Nou is het vast geen toeval dat de gehele motor daartoe uitdaagt. Lui in het zadel zitten gaat je op de Terra niet lukken. Het zadel is smal en bepaald geen stayergarantie, maar juist wel ideaal voor kruip-door-sluip-door in het bos. Veel ruimte om te verzitten, maar vooral ook om te staan. De gehele machine is uiterst smal en de voetsteps lekker breed en het stuur biedt een fraaie brede houvast. Maar dat stuur had ‘voor het mooie’ wel wat hoger mogen zitten. Een lange Nederlander zal op de Terra wat onnatuurlijk krom moeten staan.

Dat staat goede zandprestaties echter niet in de weg. Wat heet: het lage gewicht, het noppenprofiel en de algehele controle over de kleine motorfiets maken ‘m een heerlijke allround-zandhapper. Geen échte zandhaas zoals Husqvarna er ook veel van in de modellijn heeft, maar een allround motorfiets voor een heel schappelijke prijs.

Je kunt natuurlijk wel het nodige op de Terra aanmerken. De azijnzeiker kan stellen dat de Terra vlees noch vis is. Het is immers geen enduro-machine, geen asfaltridder noch een allroad. Het is… tja, een Terra. Met het 21-inch-voorwiel heb je bepaald geen scheermes die op het asfalt de show steelt, terwijl het motorblok vrij kort van adem is en de demping nogal slap is. Maar ja, dat had je allemaal al kunnen weten als je de specificaties doorleest en het silhout eens goed in je opneemt. 

Toch weet de Terra wel terug te slaan, want met de verkoopprijs van € 5999 mét uitschakelbaar ABS is de Huskie een absoluut koopje. Het inzetgebied mag dan beperkt zijn, als je voor jezelf toch al weet dat het voornamelijk onverhard is waar je zult rijden, dan is de Terra een zeer serieus te overwegen optie.

Foto’s: Raymond de Haan

 

[justified_image_grid ids=19596,19597,19598,19599]

Techniek: Hoe werkt de bougie?

0

Vorige week heb je nog kunnen lezen hoe de ouderwetse carburateur werkte, en daarvoor hebben we de moderne injectie uitgelegd. We weten dus inmiddels echt wel hoe het brandbare goedje ín de cilinder komt, dus kijken we nu naar de ontbranding. Hoe vindt die plaats, en wat is er zo belangrijk aan de goede timing van deze ontbranding?

Hoe werkt de bougie?
Een bougie bestaat uit twee metalen contacten, die minder dan een millimeter van elkaar staan. Op deze twee ‘elektroden’ wordt een enorm hoge elektrische spanning van zo’n 30.000 volt gezet, waardoor een vonk overspringt, die het lucht-brandstofmengsel aansteekt.

De verbranding van het gecomprimeerde mengsel gaat razendsnel. Sommige motoren halen tegenwoordig bijna 17.000 tpm, en dat betekent dat er in elke cilinder meer dan 140 verbrandingen per seconde plaatsvinden! Een verbranding duurt dan ook maar twee milliseconden. Veel mensen denken daarom onterecht dat het explosies zijn. Bij een explosie verbrandt een mengsel spontaan, op diverse plaatsen tegelijk. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als het mengsel te arm is of de motor te heet, of als er een slechte kwaliteit brandstof wordt getankt. Dan ‘pingelt’ de motor. Dan ontstaan er explosies, waarbij drukpieken optreden die de motor ernstig kunnen beschadigen.

Een normale verbranding loopt echter heel geordend. Eerst worden de lucht- en brandstofdeeltjes, die tussen de twee bougie-elektroden passeren, door de hoge elektrische ‘ontsteekspanning’ gevangen en gericht – of beter: geïoniseerd. Als de deeltjes netjes op een rij staan, kan er een stroom gaan lopen van de ene elektrode naar de andere. Dat is de vonk. Als de stroom eenmaal loopt, daalt de elektrische spanning tot een lager niveau, de ‘brandspanning’. In die periode loopt de temperatuur tussen de elektroden op tot enkele duizenden graden. Dat is genoeg om het benzine-luchtmengsel in brand te steken. Het laagje benzine rond de elektroden van de bougie brandt en steekt het volgende laagje aan. Zo loopt er razendsnel, maar heel gelijkmatig en gecontroleerd, een brandend laagje door de verbrandingskamer heen. Dat is het ‘vlamfront’.  

Isolator
Het is belangrijk dat de vonk op het juiste moment- en alleen tussen de elektroden overspringt. Daarom worden de binnenste elektrode en de metalen buitenhuls, waaraan de massa-elektrode zit, van elkaar gescheiden door een porseleinen huls, die voor elektrische isolatie zorgt. Het porselein is aan de buitenzijde geglazuurd om te voorkomen dat er vuildeeltjes op komen die kruipstromen kunnen veroorzaken. Om warmte beter af te voeren is er aluminiumoxide in het porselein meegebakken. De bougie zou anders te heet kunnen worden. Dan zouden de elektroden kunnen smelten of het porselein zou kunnen barsten. De warmteafvoer mag echter ook niet te groot zijn, want dan zouden er in de verbrandingskamer koolstofafzettingen op de massa-elektrode en de isolatorvoet kunnen ontstaan. Koolstof geleidt elektriciteit en dus zou de elektriciteit via de koolstof kunnen gaan lopen, zonder dat er een vonk ontstaat. De bougie moet dus wel heet genoeg worden om schoon te ‘branden’.

Nu wordt niet elke motor even heet, dus moet ook de mate van warmteafvoer van bougies voor elke motor worden aangepast. Dat gebeurt door de lengte van de isolatorvoet en daarmee de grootte van het contactvlak met de buitenhuls, waarop de zeskant voor de bougiesleutel zit, te variëren. Er is in dat kader ook enige tijd geëxperimenteerd met glijvonkbougies, waarbij de vonk via de isolatorneus moest glijden om naar een van de vier aan de zijkant geplaatste elektroden over te springen. De glijvonk verbrandt eventuele koolstofaanslag.  

Ontwikkelingen
Vroeger was de afstand tussen de elektroden van een bougie 0,6 mm. Tegenwoordig draaien motoren regelmatig met heel arme mengsels, waardoor de afstand tussen de elektroden omhoog moet om er genoeg brandbaar mengsel tussen te krijgen. Tegenwoordig is 1 mm normaal.

Daarnaast worden nu ook hogere compressieverhoudingen gebruikt om motoren zuiniger te maken. Door deze beide factoren is er tegenwoordig een hogere vonkspanning nodig dan vroeger. Vroeger leverde de bobine een spanning van 10.000 volt, tegenwoordig is dat vaak 30.000 tot 40.000 volt. Om daarbij een goede en zelfs betere levensduur te verkrijgen, hebben de duurdere bougies een smalle punt van materialen die nauwelijks kunnen wegbranden, zoals platina, iridium of titanium. Dit soort bougies gaat tot wel 60.000 kilometer mee.

Een verdere verbetering, die we in de nabije toekomst gaan zien, is de plug top-bougie. Bij deze bougies is de isolator met 8,5 mm verlengd, terwijl de hoogspanning via een spiraalveer wordt overgebracht naar een komvormige connector, die boven op de isolator is geplaatst. Door deze nieuwe verbinding ontstaat een beter elektrisch contact en is er minder risico op doorslaan. Ook de elektromechanische storingspuls is kleiner. De nieuwe plug top-bougies zijn verder voorzien van ‘dubbelplatina’-elektroden, waarbij zowel de massa-elektrode als de centrale elektrode via een laser-lasproces is voorzien van een platina slijtlaag. Zowel Bosch als Beru produceert deze bougie.

Ecoflash vervangt bougie
Bougies met elektroden gaan in de toekomst wellicht helemaal verdwijnen. De Duitse bougie-fabrikant Beru heeft namelijk een geheel nieuw ontstekingssysteem ontwikkeld. Bij dit Ecoflash-systeem wordt geen bougievonk meer gebruikt, maar wordt een hoogfrequent elektromagnetisch veld in de verbrandingskamer opgewekt. Dit veld zorgt voor een ionische voorlading en geeft ver-volgens een energie-explosie, waardoor een breed verbrandingsveld ontstaat. Dit zorgt voor een snelle en volledige verbranding. 

De verbranding kan hiermee in principe op elke gewenste plek in de cilinder beginnen, aangezien je niet bent gebonden aan de plek van de elek-troden. Er zijn hierdoor ook andere verbrandings-vormen mogelijk, die bovendien ook toerental-afhankelijk kunnen worden gestuurd. 

De Ecoflash-ontsteking geeft veel betere emissies en meer vermogen. De bougie van de toekomst!

Tekst: Peter Aansorgh

Ducati’s nieuwe Diavel

0

We zaten er niet erg ver naast, met onze aankondiging van de nieuwe Diavel, een paar dagen geleden. Het was dus geen verrassing dat Ducati vandaag op de Autosalon van Geneve de herziene cruiser presenteerde, al hameren de Italianen er op dat de Diavel geen cruiser genoemd mag worden. En daar hebben ze wel een punt. Immers, welke typische cruiser met ruim 160 pk kennen we?

Hoewel we grotere veranderingen aan het motorblok verwachtten, heeft Ducati de paardenstal niet vergroot. Het motorblok levert nog steeds 162 pk, maar doet dat nu bij een iets lager toerental. Dit dankzij aangepaste in- en uitlaatkleppen. Verder is de L-twin aangepast zoals ‘ie nu ook in de Monster 1200 hangt. En dus kunnen we spreken van het ’tweede generatie’ Testastretta-11-graden-motorblok. Dubbele bougies dus, en een keurige grootonderhoudsinterval van 30.000 kilometer.

Ook de nieuwe uitlaatpartij doet denken aan die van de Monster 1200, net zoals de Diavel de Monster volgt als het gaat om de LED-verlichting rondom de nieuwe koplamp. Ook is het aanzicht van de radiateurs vernieuwd en is het stuur een fractie hoger geplaatst.

Leuk is het nieuwe TFT-scherm, dat onder het dashboard op de tank zelf is geplaatst. Een tweede scherm dus, dat de brandstofvoorrraad indiceert, de gekozen versnelling laat zien en de koppeling met de gekozen rijmodus verzorgt.

De nieuwe Diavel is over vier weken bij de dealer te zien. De prijs is nog onbekend, maar deze zal niet veel hoger liggen dan de huidige prijs.

 

 

Inschrijving GP Droomteam Competitie in volle gang

0

Sinds afgelopen zaterdag is het mogelijk om je droomteam in te schrijven op www.wacosoft.nl/motor. Wat is precies de bedoeling? Bekijk de prijslijsten, kies zes coureurs (twee per klasse), blijf binnen het budget van twaalf miljoen en stuur je team op. Per GP kunnen je rijders punten voor je scoren en als je het goed doet, dan kan het zomaar zijn dat je eind dit jaar in het bezig bent van een Honda CBR650F of een andere mooie prijs (onder meer veringpakket, leren pakken, banden, helmen, navigatiesysteem en handschoenen)
De droomteams stromen al binnen bij ons, waaronder ook zestallen van enkele coureurs. Dit jaar gaan namelijk meerdere (ex) coureurs, technici en managers meedoen in de Superstar-league. Zij strijden in een eigen competitie (zodat zij niet die Honda CBR650F voor je neus weg kapen) om de hoogste eer en kan jij zien of jouw eigen team beter scoort dan de zestallen van deze Superstars. Doet het natuurlijk altijd goed, om tegen je vrienden te kunnen zeggen dat je meer verstand hebt van het spelletje dan onze Superstars. 

Komend seizoen neem je het op tegen onder andere:
Bo Bendsneyder – Red Bull MotoGP Rookies Cup-coureur
Ana Carrasco – GP-coureur Moto3
Scott Deroue – GP-coureur Moto3
Jurgen van den Goorbergh – voormalig MotoGP-coureur
Jarno Janssen – teammanager RW Racing GP
Robert Schotman – Red Bull MotoGP Rookies Cup-coureur
Bryan Schouten – GP-coureur Moto3
Hans Spaan – chef-monteur RW Racing GP
Danny Webb – straatrace-coureur  
Koen Zeelen – EK Superstock 600-coureur

 

Getest: Büse Touring B60

0

Wat eigenlijk meteen opvalt aan deze toerlaarzen van Büse is dat ze licht van gewicht zijn. Ze voelen niet als lompe klompen en lopen zelfs gemakkelijk en redelijk comfortabel. Het ontwerp is ook redelijk slank en strak en de laarzen zijn voorzien van protectie rondom de enkels, scheenbenen en hielen. We hebben de laarzen getest in verschillende omstandigheden en ze voldeden eigenlijk altijd. Water- en winddicht, alleen op zeer warme dagen schiet het ademende vermogen wel wat te kort en krijg je last van zweetpoten in deze leren toerlaarzen.

Ze worden afgesloten met een korte rits (met daarachter een soort regenhoesje) en grote flap met klittenband. Na een paar maanden gebruik houdt de rits zich nog wel, maar je voelt bij het aantrekken dat er veel spanning opstaat en gevoelsmatig (maar zonder enig bewijs) zeggen we dat die rits wel eens een zwak punt kan blijken te zijn omdat je elke keer veel ervan vraagt. Met € 109,95 zijn ze zeker niet te duur en bieden ze juist veel waar voor het geld.

Getest door Damiaan Hage

Büse Touring laarzen B60
Prijs € 109,95
Kleur zwart
Maten 38 – 48
Info www.buese.com

Foto-album: Lotus C-01

0

Moeilijk, moeilijk, die Lotus C-01. Enerzijds vinden we ‘m onzinnig en het zoveelste rijkeluis-speeltje, maar een bijzonder geval is het wel. Een bijzonder staaltje van carbon en titanium, deels geconstrueerd door Kalex en een RC8R-motorblok met ruim 200 pk. Dat is niet slecht. En dat uiterlijk ook niet: de knipoog naar de Lotus T49 is een begerenswaardige.

En uiteindelijk zal het voor ons, normale stervelingen, wel bij kijken blijven. Want hoewel de productie is gestart, betekent dat nog niet dat we er ooit eentje kunnen kopen. En daarom: plaatjes kijken!

 

[justified_image_grid ids=19578,19579,19580,19581,19582,19583,19584,19585,19586,19587,19588,19589,19590,19591,19592,19593,19594]

Getest: Kawasaki KX250F

0

Kawasaki’s crossmodellen hebben dankzij de groene kleurstelling niet alleen een heel ander aanzicht, ze wijken ook qua techniek behoorlijk af van de platgetreden paden. Zo wordt het KX-motorblok gevoed door een dubbel injectiesysteem: er zit een sproeier net voor de gasklep, dus vlakbij de airbox, en een sproeier ná de gasklep (waar een enkele sproeier doorgaans zit). Bij hogere toerentallen heeft de bovenste douche-injector het heft in handen, bij lage toerentallen is de tweede sproeier hoofdverantwoordelijk. Dit systeem levert dan ook vooral winst bij lage toerentallen.

Het motorblok pakt heel mooi op en voelt echt beresterk wanneer je nog relatief laag in toeren rijdt. Die spierballen vlakken af bij echt hoge toerentallen, maar zeker in vergelijking met de concurrenten heeft de Kawasaki een heel bruikbare powerband. En dat gaat trouwens gepaard met het nodige kabaal, waarbij we ons zelfs afvragen of deze decibellen zo nu en dan geen problemen opleveren, maar dat terzijde.

Een leuk Kawasakigheidje, trouwens, is de keur aan ergonomische afstelling. De zitpositie is door het nieuwe 4-millimeter-slankere frame compacter geworden, maar dankzij de verstelbare voetsteps kan de lange Nederlander er behoorlijk op uit de voeten. Neem hierbij de bijna vanzelfsprekende stuurverstelling en je kunt je zitpositie behoorlijk naar eigen voorkeur inrichten. 

Voor velen ongetwijfeld belangrijker, is de prestatie van het rijwielgedeelte. Kawasaki was in 2011 de eerste fabrikant die z’n crossmotoren uitrustte met een gescheiden voorvork: de demping zit in de linkerpoot, de vering in de rechterpoot. De KX heeft dit nog altijd en het voorbeeld is gevolgd door enkele concurrenten. Voor 2014 heeft Kawasaki de dempingskanalen van zowel de 48mm-voorvork als de achterschokbreker aangepast. 

Hoe zich dat uitbetaalt? Nou, gewoon heel goed! De KX stuurt strak en is qua handling erg toegankelijk. Het nieuwe compactere frame heeft een juiste mate van flex, enkel op de harde stuiters slaat het stuur soms even venijnig van zich af. 

Toch weet de Kawasaki agressie en souplesse uitermate goed te combineren. Het blok is echt lekker gretig zonder de berijder te overdonderen, en het rijwielgedeelte sluit daar nagenoeg naadloos op aan. De drie los aan te sluiten DFI-stekkers waarmee je voor drie motormappings kunt kiezen (die nog weer naar eigen smaak in te stellen zijn) maken deze lofzang af: de KX is een machine die zeker na de nodige gewenning en afstelling probleemloos uit je hand eet.

Onze testrijders zijn ook goed te spreken over de launch-controle. Maar, is dat niet een beetje overdreven voor een hobbyrijder? “Dit is zelfs ideaal voor een clubcrosswedstrijd of andere laagdrempelige competities. Je bent echt vlot weg!”, zo legt crosspecialist Gerrit van Duren uit. En eigenlijk werkt het systeem heel simpel: je drukt de knop op je linkerstuurhelft twee seconden in, waarna het lampje ernaast vlot gaat knipperen. Hierna wordt in de eerste twee versnellingen de spin van het achterwiel via de injectie gecontroleerd, in de derde versnelling schakelt het systeem automatisch uit. Niets meer dus dan een simpele tractiecontrole, maar zeker handig in bepaalde situaties.

De Kawasaki kost € 8198 en staat daarmee middenin de prijsstelling van z’n concurrenten. Een gemiddelde prijs dus.

Hoe nieuw wordt de nieuwe Diavel?

0

Toegegeven: het is en blijft speculatie. Ducati heeft namelijk nog niets bevestigd, maar dealers in Amerika weten sinds vorige week meer. De nieuwe Diavel komt er, maar niet radicaal anders.

De veranderingen kunnen gezien worden als een ‘algemene update’, in lijn met nieuwe technieken die Ducati de afgelopen tijd meer heeft gebruikt. LED-lampen dus, zoals we die op beide Panigale’s en de Monster 1200 zien, en toepassing van dubbele bougies per cilinder, zoals de Multistrada en eveneens Monster 1200 dat al een tijdje hebben. Beide motoren gebruiken hetzelfde 11-graden Testastretta-motorblok. Verdere wijzigingen aan het motorblok beperken zich volgens insiders tot kleine ingrepen: nieuwe mappings en zeer beperkte wijziginen aan het inlaattraject, maar grotere veranderingen aan het uitlaattraject. Daarmee zou Ducati in totaal zo’n acht pk winst boeken, nu piekend op 170 pk. De 162 pk was al indrukwekkend voor een ‘cruiser’, maar het kan en mag dus nog extremer, als het aan Ducati ligt. 

De nieuwe uitlaatpartij zou scherper en sportiever zijn dan de huidige (zie foto boven), en meer in de lijn zoals de nieuwe Monster 1200 de uitlaatpartij heeft.

Sagnant detail: de nieuwe Diavel zal overmorgen onthuld worden, op Audi’s stand op de Autosalon van Genève. De kruisbestuiving met Audi wordt wat dat betreft steeds duidelijker.

 

Husqvarna: wie heeft wat in handen?

0

Eerlijk is eerlijk: het is af en toe moeilijk te volgen. Motormerken met een roemruchte naam zijn veel geld waard en belanden vaak in handen van de hoogste bieder. Tja, wat voor waarde zo’n merknaam dan nog heeft? Nou, best veel, kijk bijvoorbeeld maar naar Triumph: een geheel nieuw merk, maar dankzij de oude gekochte Hinckley-historie toch een merk met roem en faam. En zo zijn er vele andere namen te noemen, zoals onlangs Brough weer de kop op stak. 

Maar afijn, de geschiedenis van Triumph en Brough is nog wel te volgen. Husqvarna daarentegen lijkt de laatste jaren meer een handelsonderneming dan een motormerk en is meer in het nieuws omdat de merknaam wordt verkocht, dan dat het revolutionaire motoren maakt.

Een paar jaar geleden kocht BMW Husqvarna, waarna we Husqies kregen met BMW-basis. De Nuda bijvoorbeeld, is eigenlijk niet meer dan een goed verbouwde BMW F800. Niets mis mee hoor, maar toch. In maart 2013 verkocht BMW Husqvarna weer, ditmaal aan KTM. Dat was wel een beetje vreemd, want KTM had Husaberg toch al als ‘spin-off’? Ja, dat was zo, maar uit de officiële KTM-persberichten bleek dat het niet meer was dan een slimme marketingtruc: ‘De roemruchte historie van Husqvarna wordt samengevoegd met de moderne techniek van Husaberg’. Beide merken gingen samen onder de naam: Husqvarna, jawel. Het is simpel: zo’n Husqvarna-logo op de tank verkoopt toch nét iets beter.

En zo lijkt Husqvarna niet meer dan een speelbal te zijn. Een speelbal die vooral marketingtechnisch grote waarde heeft. Maar, gisteren bereikte ons het officiële bericht dat GasGas, de Spaanse motorfabrikant, onderdelen van Husqvarna heeft gekocht. Ja, dat lees je goed, al ligt het iets genuanceerder. Wat is er nou aan de hand? 

‘Moto Italia’, dat tot maart 2013 onder de vlag van BMW Husqvarna’s maakte en toen ‘Husqvarna Motorcycles s.r.l’ heette, heeft een contract met GasGas getekend. In dat contract staat dat GasGas de rechten van in het Husqvarna-tijdperk opgedane ervaring met twee- en viertaktmotorblokken mag gebruiken. Ervaring die, inderdaad, onder supervisie van BMW werd opgedaan. 

Dus, in Jip-en-Janneke-taal: Moto Italia, voorheen de fabriek van Husqvarna toen het nog onder BMW viel, heeft de destijds ontwikkelde technologie en de rechten daarop, verkocht aan GasGas, met goedkeuring van KTM.

Kortom: het zal niet lang duren totdat we het viertakt-motorblok van bijvoorbeelde de Husqvarna X-lite in een GasGas zullen zien. Ontwikkeld door het Italiaanse Moto Italia, onder toeziend oog van het Duitse BMW, overgenomen door het Oostenrijkse KTM, nu in handen van het Spaanse GasGas.

En ja, wij moeten het ook twee keer lezen. Het is onderhand bijna niet meer te volgen en dat doet de ooit zo roemruchte merknaam Husqvarna niet veel goeds. Ooit Zweeds, Duits, Italiaans en nu Oostenrijks, die dus gisteren een DNA-streng verkochten aan Spanje.