vrijdag 24 april 2026
Home Blog Pagina 61

Toertocht Twente: wringen én sturen over de Katoenstraat

0
Toertocht Twente

Eind negentiende en begin twintigste eeuw beleefde de textielindustrie in het oosten van het land zijn glorietijd. Hoewel lang niet iedereen profiteerde, bracht het welvaart naar de arme streek. Textiel wordt er niet meer op serieuze schaal gemaakt, maar tal van industriële gebouwen herinneren aan de mooie jaren.

Winstwaarschuwing!

Voor vertrek alvast een winstwaarschuwing. Meestal gaan we op zoek naar wegen waar het op de eerste plaats goed motorrijden is. Sturen, bochten maken, stof happen. Deze keer ligt het wat anders. De Katoenstraat – zoals we de route hebben gedoopt – brengt je vooral op plekken die je op de motor zelden opzoekt: industrieterreinen, bouwplaatsen, achterafstraatjes, stationsgebied en havenkades. Daar vind je immers de meeste herinneringen aan de ooit zo rijke textielindustrie.

Hoewel er straks nog heerlijke motorwegen volgen, ben ik in Enschede vooral geïnteresseerd in het erfgoed. Het karakter van de stad is kenmerkend voor een plaats die dankzij de textielindustrie groot is geworden. Het ging er niet om mooi. Functioneel, dat moest het op de eerste plaats zijn. In recordtijd van boerengemeente tot industriestad, ooit na Manchester de tweede textielproducent van de wereld.

Toertocht Nederland: het Aanzicht van Twente

Met dank aan dat praktische karakter kun je in Enschede behoorlijk doorrijden over brede overzichtelijke wegen. Eerste stop is het voormalige fabriekscomplex van Jannink aan de Haaksbergerstraat. Het pand dateert van 1900 en is gebouwd naar het voorbeeld van Engelse fabrieksarchitectuur uit die tijd. De productie werd er in 1969 gestopt. Tegenwoordig zitten er onder meer appartementen in.

De firma Jannink & Zn. is een typisch voorbeeld van de textielindustrie van die tijd. Tussen 1853 en 1938 groeide het bedrijf uit tot een van de grootste textielproducenten van Nederland. Zoals veel bedrijven is Jannink ontstaan vanuit de huisnijverheid. Eerst met weefgetouwen bij de arbeiders thuis, daarna in grote fabriekspanden met door stoom aangedreven machines. Klinkende familienamen uit die tijd: Van Heek, Ten Cate, Ledeboer, Ter Horst, Gelderman, Blijdenstein en Ter Kuile.

Tijdens onze rit over de Katoenstraat zullen we deze namen regelmatig tegenkomen. Niet alleen op de gevels van oude fabriekspanden, maar ze duiken ook op in woonwijken, landgoederen, cultuurcentra en parken die ze lieten aanleggen. Tijdens hun beste jaren waren ze niet alleen economisch belangrijk, maar speelden ze ook een grote rol op sociaal vlak. Tot het na de Tweede Wereldoorlog in korte tijd steeds moeilijker werd door de opkomst van modieus textiel uit landen met lage lonen.

Ik start de motor en maak mijn ronde door Enschede af. Er is een rijkdom aan industrieel erfgoed te vinden met onder meer enkele gebouwen van het voormalige Van Heek & Co., poetskatoenfabriek Het Rozendaal en een school waar kinderen van 10 tot 14 jaar werden opgeleid tot goede textielwerkers. Ook het Balengebouw is opvallend. Op de gevel van wat ooit de opslag van een spinnerij was, staan afbeeldingen van Jan Cremer op zijn motor. Het was de bedoeling dat hij hier een museum zou krijgen. Het is er nooit van gekomen.

Duits vuurpeloton

Dan hopla. Bijna ongemerkt rijd ik vanuit de stad zo de natuur in. Plassen met water aan de linkerkant, kleine weilanden met paarden en hé, daar is Vliegveld Twenthe. Ooit was het van de Koninklijke Luchtmacht en ook stond het op de nominatie voor passagiersvluchten. Tegenwoordig is het vooral een evenementenlocatie. Op de landingsbaan loopt een man met een hond richting de uitkijktoren.

Kort stop, starten en door. Dwars door het Twentse platteland dat voor de komst van de textielindustrie moeilijk toegankelijk was en soms nog onontgonnen. De bevolking bestond voor een belangrijk deel uit arme boeren. Ideaal voor fabrieken op zoek naar goedkope arbeidskrachten. Het is er nu vooral mooi toeren. Langs akkers, velden, heidegrond en bos. Ik rijd naar het oude bleekveld van Losser. Daar werd linnen in de openlucht gebleekt door het zonlicht. Een wachter bewaakte de kostbare waren.

Next stop Oldenzaal, groot geworden aan de hand van de firma Gelderman. Het was een soort American Dream-verhaal in Twente. H.P. Gelderman werd van loonwerker de grootste werkgever van Oldenzaal. Aan de spoorlijn stond een enorm fabriekscomplex. Ik rijd erlangs en herken nog elementen die een nieuwe bestemming hebben gekregen. Aan de overkant pronkt nog altijd het imposante hoofdkantoor, nu van een woningcorporatie. De spoorlijn is overigens ook op initiatief van textielbaronnen aangelegd.

Aan de rand van het dorp passeert de route Villa de Haer, in 1881 gebouwd in opdracht van C.M. Gelderman. Het pand is kenmerkend voor de landhuizen die de textielfabrikanten – en anderen die van de welvaart profiteerden – lieten neerzetten. Op de route zijn er verschillende te zien. Denk niet dat het alleen maar vrolijkheid was in die huizen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de familie Gelderman betrokken bij het verzet met de fabriek als schuilplaats voor mensen die werden gezocht. Christiaan Maurits werd gedeporteerd maar overleefde de kampen. Joan eindigde voor het Duits vuurpeloton.

Engels voorbeeld

Tijd om verder te rijden. Eerst aan Oldenzaal ontsnappen en dan door lichtglooiend terrein met soms monumentale bomen. Het asfalt wisselt van kaarsrecht naar voorzichtig buigend en haaks. Met Hengelo op komst profiteer ik nog even van de ruimte die er is. Spelen met de versnellingen, een beetje vlot doorrijden en daarna weer de hand van het gas voor het industriële erfgoed, want dat is prachtig in Hengelo. Vooral rond de oude terreinen van machinefabriek Stork uit 1868. Ik laat de route even voor wat het is en zwerf langs de gebouwen. Hier en daar over het trottoir, achter een slagboom door, langs een afzetting met betonblokken, over een parkeerterrein.

Zoals op meer plekken langs de Katoenstraat werd door de fabrikanten ook aan hun werknemers gedacht. Naar Engels voorbeeld lieten ze woonwijken bouwen met betere leefomstandigheden. Het was mode in die tijd. In Hengelo ontstond zo tuindorp ’t Lansink. Rond het pleintje ging dat nog een stapje verder met een mix van grote en kleine woningen. Bedoeld voor zowel de arbeider als de baas. Nobel? Daarover lopen de meningen uiteen. Aan de ene kant verbeterden dergelijke woonwijken de omstandigheden, aan de andere kant maakte het mensen nog afhankelijker van hun werkgever.

Aan de overkant van de spoorlijn bezoek ik het Oyfo Techniekmuseum in de voormalige fabriek van Hazemeijer uit 1907 – een bedrijf in elektrotechniek. Het is een leuk museum dat je meeneemt door de industriële geschiedenis van Hengelo en Twente, met uiteraard veel aandacht voor de textiel.

Huis Zonnebeek van textielfabrikant Jan Bernard van Heek uit 1906.

Boerenwevers

Zoals vaker op de Katoenstraat verandert het decor van verstedelijkt plots weer in platteland. Het is er lekker ademhalen. Rondom Delden neemt de motor me mee over de slingerende wegen van Landgoed Twickel met kasteel. Rijden tussen eeuwenoude bomen, langs klassieke boerderijen en een watermolen, over een zandpad langs de Twickelervaart. De industrie lijkt er even heel ver weg.

In het sfeervolle hart van Borne is dat nog steeds zo. Klein en dorps. In Museum Bussemakerhuis kun je onder meer zien hoe de textielindustrie in Twente is begonnen. Vaak met huisnijverheid. Jan Bussemaker was een zogenaamde fabrikeur, de schakel tussen de boerenwevers en de markt. Hij liet het huis in 1779 naar zijn smaak verbouwen tot wat het nu is. Op zolder staan enkele weefgetouwen.

Niet veel later gaat het dwars door Almelo (onder meer industrieel erfgoed bij het station) en Vriezenveen (Jansen & Tilanus) richting een voormalig sanatorium in het noorden van de Sallandse Heuvelrug. Het Volkssanatorium is van 1902, gebouwd om patiënten met tbc te behandelen. Schone lucht is er in elk geval nog steeds. Tegenwoordig worden er vooral mensen met dementie en Korsakov verpleegd.

TankTasTocht #4 Drenthe: rollen rond Ruinen

Praalgraf

Start de motoren. Terug naar het zuiden van Twente. Via Nijverdal dat groot is geworden dankzij de handweverij van textielpionier Thomas Ainsworth en de textielfabrieken van de gebroeders Salomonson. Ik volg daarna de loop van de Regge, die door fraai rivierenlandschap slingert. Lekker ontspannen rijden naar Rijssen (Koninklijke Jutespinnerij Ter Horst & Co.), buurtschappen als Elsen en Schoolbuurt, de motorcrossbaan van Markelo en Goor. Daar ligt Thomas Ainsworth begraven. Op zijn praalgraf staat onder meer: ‘Aan een nuttig man’.

Langzaam maar zeker verdwijnt de industrie uit de route. Terug naar hoe het allemaal begon. Boerenland. Maar niet voordat de Katoenstraat nog een laatste stuk prachtig erfgoed laat zien: de Boekelose Stoomblekerij uit 1888, opgericht door Gerrit Jan van Heek. Net als op andere plaatsen aan de route is van het fabriekscomplex een woonwijk gemaakt met oog voor het verleden. Verschillende fabrieksgevels, de schoorsteen en de portiersloge zijn bewaard gebleven.

Terug op het platteland is mijn navigatie even in de war. Hij laat me een overbodig rondje rijden langs een oude boerderij en dreigt me terug te sturen naar Boekelo. Dan buigt de weg toch naar het zuiden. Boven de bomen kijkt de oude schoorsteen van de Stoomblekerij me na.

Foto’s: Hans Avontuur


3 x Musea om bij af te stappen

1. Oyfo Techniekmuseum, Hengelo

Mooi eigentijds museum met enorme machines en een uitstekende presentatie over het textielverleden van Twente. Inclusief details zoals jubileumbordjes voor trouwe werknemers.

oyfotechniekmuseum.nl

2. Museum Bussemakerhuis, Borne

Hoewel Borne geen grote rol speelt in de geïndustrialiseerde textielnijverheid van de 19de en 20ste eeuw, was het dorp belangrijk bij het ontstaan ervan. Het Bussemakerhuis geeft een indruk van hoe een handelaar in de 18de eeuw woonde.

museumbussemakerhuis.nl

3. De Museumfabriek, Enschede

In de oude panden van textielfabriek Ter Kuile vind je een exposities over de historie, cultuur en toekomst van Twente. Uiteraard is er aandacht voor textiel, maar ook voor onder meer archeologie en de vuurwerkramp, die aan 23 mensen in de wijk Roombeek het leven kostte.

demuseumfabriek.nl


3 x Bijtanken

1. Eetcafé de Buren, Boekelo

Naast een zouttoren – Boekelo was niet alleen bekend van de textiel, maar ook van het zout – zit dit ongedwongen adres. Bij mooi weer met een terras op de stoep.

deburenboekelo.nl

2. Wapen van Hengelo

In 1895 gebouwd in opdracht van de gebroeders Stork als ‘Vereenigingsgebouw’ met toneelzaal en bibliotheek voor de arbeiders. Nu restaurant en hotel. Goed adres voor broodjes en soep.

wapenvanhengelo.com

3. Café-Restaurant ’t Hoogspel, Delden

Al in 1890 was op deze zandrug op Landgoed Twickel een café. Na jaren van leegstand werd het in 1932 heropend door de opa van de huidige uitbater. Perfect adres voor een uitsmijter, kroketten of een broodje. De motor parkeer je voor de deur.

hoogspel.com


Hoteltip

Hotel Moloko, Enschede; een fijn vertrekpunt voor als je van ver moet komen. Eigentijds industrieel hotel met zelfbediening. Er is geen receptie. Alles gaat via je telefoon. Het ligt naast de Melkhal, een multifunctioneel gebouw met onder meer een supermarkt, café en kantoren. Wij mochten de motor op de afgesloten binnenplaats parkeren.

hotelmoloko.nl


Download de route Toertocht Twente

Ingetogen bouwer, opvallende motor: de Evo cross-over van Egon Weernink

0

Egon Weernink is een nuchtere Tukker die zelf niet graag op de voorgrond treedt. Zijn motoren daarentegen, pakken overal de spotlights! Na een reeks schitterende Harley’s, bouwde hij deze robuuste Evo cross-over. Het project is nèt als de maker ingetogen, maar buitengewoon boeiend en tot in de puntjes doordacht.

Terwijl we aan een gehaktbal en cola zitten in een café in Enschede vertelt Egon: “Vroeger reed ik brommers en heb ik een tijdje gecrost. Rond 2015 begon het Harley-virus toe te slaan. Dat kwam door een zwager en een paar vrienden die samen reden als de H.O.H., ofwel de Harleys Oet Hoksebarge! Ik wilde ook zoiets en kocht een Shovel-bobber via Marktplaats.” De Harley-vonk sloeg snel over. Egon maakte een gestrand project af van iemand anders, waarna er een strak verbouwde Breakout volgde en een door Thunderbike gebouwde FXDR. “Echt een prachtige motor, al kon ik er door een hernia niet lang op rijden.” De Road Glide die daarna kwam, bleek qua rijcomfort een schot in de roos. “Die heb ik nog steeds. Een hele fijne motor voor lange ritten.”

MINIMALISME

Egon laat op zijn telefoon foto’s zien uit zijn motorhistorie. Stuk voor stuk indrukwekkende machines in allerlei stijlen, al loopt er duidelijk een rode draad doorheen: minimalisme, veel zwart, weinig chroom. “Ik hou niet van bling-bling, dat zie je terug in al mijn motoren. Zwart en sober, dat is mijn ding.” Voor deze cross-over Evo liet Egon zich inspireren door een verbouwde Harley met crossbanden, die hij op internet zag. “Aanvankelijk had ik ‘m zelfs menierood gespoten, net als het voorbeeld. Maar ik wilde geen kopie maken en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Dus toch weer veel zwart met subtiele metaaltinten. Het is een mix geworden van old-skool, cross- en racestijl. Precies wat ik zelf mooi vind.”

Vader Ed & zoon Bob: Bobbers uit twee tijdperken, gebouwd door twee verschillende generaties

SAMENWERKING

De basis werd gevormd door een Evo Softail uit 1988, gekocht bij een Harley-zaak in Friesland. “Het was een soort chopper met vlammen erop. Niet echt mijn smaak en de voorvork had schade. Maar er stond maar 14.000 kilometer op de teller en dat was voor mij doorslaggevend.” Egon pakte het project grondig aan, in samenwerking met King Motorcycles. “Ik heb de motor in grote lijnen zelf opgebouwd en samengesteld. Ook het laswerk heb ik zelf gedaan. Het fijnere werk, zoals de elektronica, leidingen en afstelling, heeft Glenn van King Motorcycles gedaan. En het spuitwerk, een schitterende combinatie van hoogglans- en matzwart, is gedaan door Bram van het Rood. Kijk naar dat logo, dat zit gewoon echt in de lak!”

CROSS

Door eerdere projecten had Egon al veel ervaring opgedaan. “Al doende leert men,” zegt hij nuchter. Bovendien kon hij altijd terugvallen op mensen die weten waar ze het over hebben, zoals de bevriende motorbouwer Rik Terhurne. “Als ik onderdelen nodig had, wist Glenn van King Motorcycles altijd precies wat ik moest hebben.” Op Marktplaats vond hij een set 16- en 19-inch wielen van een Dyna. Het korte achterspatbord laat veel van de ruige crossband zien, terwijl het compacte tankje, afkomstig van een oude Yamaha-crosser, hoger op het frame werd geplaatst dankzij een dichtgelaste tunnel.

TERRIËR

Voor de stoere en gespierde uitstraling van de motor vond Egon inspiratie in de houding van de Norwich terriër, een hond die Egon ook zelf bezit. Breed van voren, slank vanachter. Glenn vond een passende Shovel voorvork met ossenkop die verlaagd werd om de juiste lijn te creëren. Een eigenwijs Renthal motorcross-stuur maakt het plaatje af. De zoektocht naar de juiste onderdelen ging verder: een luchtfilter van Arlen Ness geeft de motor een sportieve uitstraling. Op de Custombike-beurs in Bad Salzuflen vond Egon een set uitlaten van BSL. “Strakke shotguns, zonder poeha; precies wat ik zocht.” Het lassen, slijpen en strak zetten van het frame kostte vele uren, maar dat deerde hem niet. “Het is gewoon leuk werk. Daardoor hoefde er nauwelijks plamuur op. De kleinste details, zoals het monteren van de K-tech forward controls op exact hetzelfde punt als de zijstandaard, kostten soms een hele dag. Maar het meeste werk zat in het zoeken naar de juiste onderdelen.”

VERJAARDAG

Toen de motor in ruwbouw klaar was, werd hij volledig gedemonteerd en naar King Motorcycles gebracht voor het spuitwerk en de technische afbouw. “Het streven was om hem af te krijgen voor mijn 50e verjaardag”, lacht Egon, “…en dat is gelukt! Glenn heeft een nacht door gewerkt en hem op mijn verjaardag gebracht!” De eerste periode stond in het teken van finetunen. “Er zaten natuurlijk nog wat kinderziektes in, maar dat hoort erbij als je een motor zelf opbouwt. Dat is ‘part of the game’.” Voor verre ritten pakt hij liever zijn Road Glide, die is en blijft ideaal voor lange afstanden. Maar voor ritjes in de buurt kiest hij steevast zijn zwarte bliksem. “Deze custombike is veel leuker om mee te spelen. Klassiek qua uitstraling, met moderne elementen. Dit is wat ik zelf mooi vind en daar gaat het om.” En of het hierbij blijft? Zeker niet. “Ik heb al een Shovel blok, een bak en een frame en ook de voorvork is in bestelling. Nu nog de tijd vinden”, besluit Egon.

Tekst en fotografie: Floris Velthuis

SPECIFICATIES HARLEY-DAVIDSON SOFTAIL CUSTOM

Categorie Details
EigenaarEgon Weernink
BouwerEgon in samenwerking met King Motorcycles

Motorblok

Bouwjaar1988
MerkHarley-Davidson
TypeEvo
Cilinderinhoud1340 cc
VersnellingsbakHarley-Davidson
OntstekingHarley-Davidson
CarburateurCV
LuchtfilterArlen Ness
PrimairHarley-Davidson
UitlaatBSL
BijzonderhedenKilometerstand ca. 14.000 km bij aankoop, deels gereviseerd

Rijwielgedeelte

FrameHarley-Davidson (aangepast)
SchokbrekersHarley-Davidson verstelbaar
VoorwielDyna Clubstyle wielen
VoorbandContinental TKC70
VoorremHarley-Davidson
VoorvorkHarley-Davidson (ingekort)
BalhoofdplatenHarley-Davidson
AchterwielDyna Clubstyle
AchterbandContinental TKC70 Rocks
AchterremHarley-Davidson

Diversen

StuurRenthal cross stuur
SnelheidsmeterDigitaal
RisersKort
Hendels/Hand ControlsK-tech
HandvattenCross
KoplampOssenkop
OlietankHarley-Davidson
Foot ControlsK-tech
BenzinetankYamaha Crosser, ’80s
ZadelBad Ass Seats
AchterspatbordCustom
AchterlichtCustom

Spuitwerk

KleurZwart, custom
SpuiterBram van het Rood

Video: een supercrossbaan, maar elke sprong is over water

0

Eilandhoppen ziet er voor freeride-motorcrosser Tyler Bereman enigszins anders uit. Kijk hoe Bereman traint om een eiland-naar-eiland-oversteek te maken op een crossmotor, over een afstand van 700 meter, waarbij hij enorme sprongen maakt over open water zonder vangnet.

Terugblik motorsportjaar 2025: twee keer WK-goud voor Nederland

0
Voor de tweede keer WK-goud voor Lotte van Drunen.

2025 was voor de Nederlandse motorwereld een goed jaar. Collin Veijer liet mooie dingen zien in de Moto2 en in het terrein waren er wereldtitels voor het duo Koen Hermans/Ben van den Boogaart bij de zijspancross en Lotte van Drunen in de WMX. En daarnaast was er nog zilver voor Kay de Wolf en brons voor Glenn Coldenhoff.

Aan de prestaties van Collin Veijer is al uitgebreid aandacht besteed in het vorige nummer. Ook het goede presteren van Jeffrey Buis in de Supersport is al belicht (nummer 20). Voor wat de wegrace betreft zijn er naast de mooie uitslagen op wereldniveau twee resultaten die in het oog springen, behaald in competities in Duitsland en Engeland.

Voorbeschouwing Dakar 2026: twee weken afzien

De Pro Superstock 1000 maakt deel uit van de IDM, de Internationale Deutsche Motorradmeisterschaft en is de klasse onder de Superbike. De titel in deze klasse is behaald door Ricardo Brink, uitkomend voor het onder leiding van Werner Daemen staande Belgische Team Masteroil-Alpha-Van Zon-BMW. Brink leverde een opvallende prestatie door in al zijn tien races als winnaar over de finish te komen.

Aan de overkant van de Noordzee behaalde Kas Beekmans de titel in de Pirelli National Sportbike, een klasse die deel uitmaakt van de BSB, de British Superbike. Op zijn Niwa Racing Suzuki finishte Beekmans zeven keer als winnaar en werd daarnaast nog zes keer tweede.

Voor de tweede keer behaalde Glenn Coldenhoff WK-brons.

Brons voor Coldenhoff

In de topklasse van de motorcross, de MXGP, hebben de Nederlandse rijders dit jaar een hoofdrol vervuld. Voor de wereldtitel kwamen ze weliswaar niet in aanmerking, daarvoor waren Romain Febvre en Lucas Coenen te sterk. Jeffrey Herlings had de Fransman en de Belg stellig partij kunnen geven, maar door blessures moest hij vijf GP’s missen, drie aan het begin van het seizoen en twee in de zomer. In het begin van het jaar kostte het hem enige tijd om zijn draai te vinden, maar vanaf de Duitse GP streed hij in nagenoeg alle wedstrijden om de podiumplaatsen, wat resulteerde in vijf gewonnen GP’s en twee tweede plaatsen. Hij won acht manches en vier kwalificatieraces. Dit alles leverde hem de vijfde plaats op. Maar het belangrijkste nieuws over Herlings dit jaar is zijn ‘Auf Wiedersehen’ tegen KTM. Na zijn hele GP-carrière op KTM te hebben gereden, verkast hij op 31-jarige leeftijd naar het fabrieksteam van Honda, waar hij opvolger wordt van Tim Gajser en teamgenoot van de eveneens nieuw aangetrokken Tom Vialle, tweevoudig wereldkampioen MX2.

Met zijn 34 jaar was Glenn Coldenhoff dit jaar de oudste rijder in de MXGP. Dat leeftijd niet alles zegt, bewijzen wel zijn resultaten en die van de ruim tien maanden jongere Romain Febvre. Coldenhoff kan terugkijken op een geweldig seizoen. In de eerste vijf GP’s behaalde hij twee tweede plaatsen en was een keer derde. In de tweede helft van het seizoen volgden er nog drie derde plaatsen. Hoogtepunt van het jaar was de winst in de eerste manche van de Britse GP. Voor de tweede keer in zijn carrière behaalde hij een derde plaats in het WK. Door de overstap van het team van Louis Vosters van Fantic naar Ducati was er voor Coldenhoff geen plaats meer in dat team. Mogelijkheden voor een goed contract met een goed team voor 2026 dienden zich niet aan. Reden voor Coldenhoff om te stoppen met de GP’s. Hij zal komend jaar in het Braziliaanse kampioenschap uitkomen.

Met Calvin Vlaanderen als zesde eindigden maar liefst drie Nederlanders bij de beste zes. In de tweede helft van het seizoen boekte de in Zuid-Afrika geboren rijder zijn beste resultaten en stond hij drie keer op de derde plaats op het erepodium. Aan het eind van het seizoen kreeg Vlaanderen te horen dat zijn contract bij Yamaha niet wordt verlengd. Volgend jaar is hij fabrieksrijder van Ducati.

Het lukte Kay de Wolf net niet zijn wereldtitel MX2 te prolongeren.

Zilver voor De Wolf

Als wereldkampioen MX2 van 2024 had Kay de Wolf het recht om dit jaar startnummer 1 op zijn Husqvarna te voeren. In tegenstelling tot Herlings en Tim Gajser, die altijd met hun vaste nummers bleven rijden, koos De Wolf er wel voor met ‘1’ van start te gaan. De Wolf begon voortvarend aan de verdediging van de titel door de eerste GP te winnen. In de derde GP verloor hij de leiderspositie aan teamgenoot Liam Everts, maar een wedstrijd later was hij weer de nummer één. Tot halverwege het seizoen bleef hij koploper en werd toen afgelost door Simon Längenfelder. Hoewel De Wolf de Duitser goed bleef volgen, was hij niet in staat Längenfelder van de titel af te houden. De Wolf won zeven GP’s, werd vijf keer tweede en behaalde ook nog drie derde plaatsen. Komend seizoen maakt De Wolf zijn opwachting in de MXGP.

Debutant Cas Valk bivakkeerde geruime tijd in de top tien, maar viel – mede door het niet afreizen naar China en Australië – terug naar de twaalfde plaats. Hij verruilt in 2026 zijn KTM voor een TM.

Rick Elzinga eindigde in 2024 als zevende en had een vergelijkbare uitslag voor dit jaar in gedachten, maar dat zat er niet in. Hij miste door blessures drie GP’s en werd dertiende in de WK-eindstand. Voor hem blijft het hierbij in de MX2, want hij maakt de overstap naar de MXGP en gaat rijden op een Beta. Zijn teamgenoot wordt Jago Geerts, die net als Elzinga zijn contract met Yamaha beëindigd zag worden.

Goud voor Lotte

Wat Kay de Wolf niet lukte, lukte Lotte van Drunen wel. Zij wist haar wereldtitel te prolongeren. Ze wist de eerste GP te winnen en bleef vervolgens de rest van het seizoen, bestaande uit vijf wedstrijden, aan de leiding. Concurrentie was er volop, vooral van de Italiaanse Kiara Fontanesi en de Spaanse Daniela Guillen, maar ook van landgenote Lynn Valk. Die was zo ongelukkig in Arnhem een been te breken en duikelde van de derde plaats in de stand naar de negende, net achter Danee Gelissen. Shana van der Vlist reed een goed jaar, wat beloond werd met de zesde plaats. Hoogtepunt was haar derde plaats in Arnhem.

In de EMX125 reikte Dani Heitink tot de vijfde plaats. Omdat Gyan Doensen vanwege een enkelbreuk niet kon aantreden bij de laatste twee wedstrijden van het seizoen, zakte hij in de EMX250 van de vierde naar de zesde plaats.

Goud bij de zijspannen

Het WK zijspancross 2025 werd een prooi voor de Nederlanders Koen Hermans en Ben van den Boogaart. Na de eerste GP in Kramolin pakte Hermans direct de WK-leiding met de Franse broers Prunier op twee. Tijdens de GP’s waren Hermans en Prunier steeds aan elkaar gewaagd, al maakten ze beiden ook wel eens een misstap. In Letland was Prunier een heat uitgevallen en met nog twee GP’s te gaan stond Hermans stevig op één, maar het venijn zat in de staart van het seizoen. De voorlaatste GP in het Franse Vesoul verliep voor de Nederlanders dramatisch. In de eerste heat crashten Keuben/Rietman keihard na een hoge sprong, wat voor rijder Justin Keuben niet alleen het einde van het seizoen, maar zelfs het einde van zijn crosscarrière betekende. Prunier was in Vesoul de dubbele heatwinnaar en daar verspeelde Hermans zijn voorsprong door een loszittende radiator. Wilkinson/Millard wisten het hele seizoen constant te scoren, waardoor er drie duo’s met slechts zes punten verschil naar de seizoensfinale in Rudersberg gingen. Daar maakte Wilkinson voor het eerst in 2025 een fout en crashte direct uit de wedstrijd. Hermans en Prunier vochten stevig, Hermans won de eerste heat. Prunier ging in zijn jacht op Hermans over de kop en werd slechts vijfde. Hermans/Van den Boogaart namen zo het voortouw in de laatste heat van 2025 en zij wisten de titel binnen te slepen voor Prunier en Wilkinson. De onfortuinlijke Keuben/Rietman werden nog zesde in de eindstand, net voor de broers Tim en Sem Leferink, die in Lommel hun eerste GP wisten te winnen, op zeven. Wijers/Van Hal sloten met een negende plek hun WK ook af binnen de top tien.

Zilver op het gras

Grasbaanracer Dave Meijerink wist zijn prijzenkast in 2025 flink uit te breiden. Hij prolongeerde medio augustus het zilver op het Europees kampioenschap. In Eenrum kwam hij luttele centimeters te kort om de Deen Kenneth Hansen te verslaan. Ook op mondiaal niveau streed Meijerink mee om de ereprijzen. Tijdens de GP in Marmande liep hij het podium nog mis door een uitval in de finale. Maar in Roden, tijdens de afsluitende GP-ronde, wist de 25-jarige Meijerink zijn eerste GP-zege te boeken en daarmee op te schuiven naar een vierde plaats in de WK-eindstand. De Nederlandse titel ging dit jaar naar Romano Hummel. De voormalige wereldkampioen keert na een jaar afwezigheid in 2026 weer terug op het hoogste niveau. In de kwalificatiewedstrijd in Frankrijk werd hij vierde en dat was ruim voldoende om een startplaats af te dwingen. Hummel en Meijerink reden samen met Mika Meijer en William Kruit naar de tweede plaats in het WK voor landenteams. Enkel de Britten waren in het Duitse Vechta sneller.

In het begin van het jaar was Jasper Iwema goed op dreef in het WK ijsrace. In de in twee wedstrijden (vier wedstrijddagen) betwiste titelstrijd eindigde hij als vierde.

Tekst: Jan Boer, Emil Bilars, Gert Bos Foto’s Boer, Bilars, Bos, Damon Teerink, Fabrieken

Onbruikbaar maar onbetaalbaar: zeldzame Riley-motorfiets uit 1904 gestolen

0
Riley

Op maandag 15 december 2025 vond in een klein dorpje in Suffolk een diefstal plaats die de Britse motorfietswereld in zijn greep hield. Dieven drongen binnen in een beveiligde schuur en stalen een unieke Riley motorfiets uit 1904. Dit exemplaar, dat behoort tot de laatste van zijn soort wereldwijd, is mogelijk het enige nog bestaande in het Verenigd Koninkrijk.

De eigenaar, Bill Fellowes, is de achterkleinzoon van Percy Riley, de maker van deze motorfiets. Voor Fellowes is de machine meer dan een verzamelobject; het is een tastbare verbinding met zijn familiegeschiedenis. Recent had hij veel tijd en geld gestoken in de restauratie van de motorfiets, waardoor het verlies nog pijnlijker is.

De diefstal is ironisch, want de motorfiets is vrijwel onbruikbaar zonder specialistische kennis. De 1904 Riley heeft een complexe startprocedure en mist momenteel een aandrijfriem. Dit maakt de machine moeilijk te verkopen, wat de waarde op de zwarte markt verder ondermijnt.

Verenigd Koninkrijk kampt sinds Brexit met explosieve toename van motordiefstallen

In het Verenigd Koninkrijk is motorfietsdiefstal een groeiend probleem. Meer dan 1,4 miljoen motorfietsen verdwijnen jaarlijks wereldwijd, met Londen als een van de slechtste plekken voor diefstallen. Gewoonlijk worden gestolen motorfietsen gesloopt voor onderdelen of geëxporteerd, maar deze Riley is een museumstuk die zijn waarde ontleent aan authenticiteit en zeldzaamheid.

De historische betekenis van deze motorfiets moge duidelijk zijn. William Riley Jr. had het bedrijf opgericht, dat uiteindelijk zou uitmonden in een legendarisch merk. De technische specificaties van die tijd zijn indrukwekkend, met motoren variërend van 2,25 pk tot 9 pk.

Afbeelding: BBC

Motorfiets gestolen door paard

Unieke beelden: Stadioncross in het Goffert Stadion in Nijmegen 1986

0

Als je op YouTube filmpjes kijkt, kun je echt eindeloos dwalen en wegdromen in de enorme hoeveelheid content. Voor je het weet, zijn er uren verstreken en heb je zelfs het avondeten gemist omdat je weer eens bent blijven hangen in een video waarvan je niet eens wist dat die bestond. Zo ontdekte ik laatst toevallig een video over Stadioncross in het Goffert Stadion in Nijmegen, en wel uit 1986. Dit is zo’n video waar je compleet in op kunt gaan. Geniet ervan!

Beelden: YouTube – Richard Kortland

Stadioncross Nijmegen

Vier Kerst bij Motorkledingstore: tweede kerstdag open

0
Motorkledingstore

Vermijd de woonboulevards, bezoek Motorkledingstore op tweede kerstdag! Smul van een gratis broodje warme worst en natuurlijk ontbreekt de warme chocolademelk niet. Maar dat is nog niet alles!

Er wacht een cadeaubucket met een waarde van 100 euro op iedereen die 200 euro of meer spendeert. Met de start van de Wintersale zit je daar zo aan: je krijgt eerste keus in de uitverkoop met kortingen oplopend tot 50%!

Vrijdag 26 december zijn alle megastores geopend van 12:00 tot 17:00 uur. Ben jij van de partij? Dan maken we er samen een gezellig kerstfeest van!

Motorkledingstore wenst alle motorrijders van Nederland een geweldige Kerst en een nieuw jaar met veel veilige kilometers.

Speciale openingstijden van Motorkledingstore rondom de feestdagen:

  • Kerstavond (woensdag 24 december) open van 10:00 – 17:00 uur
  • Eerste Kerstdag (donderdag 25 december) gesloten
  • Tweede Kerstdag (vrijdag 26 december) open van 12:00 – 17:00 uur
  • Oudejaarsdag (woensdag 31 december) open van 10:00 – 16:00 uur
  • Nieuwjaarsdag (1 januari) gesloten

Nieuw jaar, nieuwe job?

Bij Motorkledingstore zijn we op zoek naar gedreven motorrijders. Er zijn diverse vacatures beschikbaar. Zowel in de winkels als op kantoor. Bekijk de vacatures, solliciteer en maak werk van je hobby!

Interview Louis Vosters: van blauw via zwart naar rood

0
Louis Vosters

Sommige zestigers kijken reikhalzend uit naar hun pensioen. Louis Vosters hoort daar niet bij. De 68-jarige Bergeijkenaar begint aan een nieuw hoofdstuk als teambaas van het MXGP-fabrieksteam van Ducati, dat hij de komende drie jaar onder zijn hoede neemt.

Louis Vosters is zijn hele leven verbonden met de cross. Hij heeft vijftien jaar lang de sport beoefend en behoorde tot de top tien in Nederland. Een internationale carrière zat er niet in; als echte zandhaas voelde hij zich niet thuis op harde banen. Na zijn actieve carrière richtte hij het Wilvo-team op, dat eerst een privéteam was en later het fabrieksteam van Yamaha werd. Toen Yamaha in 2023 de samenwerking beëindigde, ging Vosters verder met Fantic. Maar een aanbod van Ducati kon hij niet weerstaan, en dus leidt hij vanaf het seizoen 2026 het MXGP-team van Ducati.

De laatste kans van Ben van den Bogaart #terugblik

Wanneer was het eerste contact met Ducati?

‘Dat was in augustus 2023. Een paar maanden eerder hoorde ik dat Yamaha niet verder wilde. Toen kwamen de Italianen bij me. Ze vonden dat ze nog niet ver genoeg waren om samen te werken; de motor was nog te veel in ontwikkeling. Serieus meedoen in de GP’s zat er nog niet in, dus kozen ze voor het team van Corrado en Marco Maddii, een Italiaans team dichtbij de fabriek. Ze wilden eerst in het Italiaans kampioenschap starten.’

Louis Vosters is uiterst geconcentreerd tijdens de wedstrijden.

En toen werd het Fantic?

‘Fantic heeft mij benaderd. Ze hebben mij naar Italië gevlogen. Eigenlijk waren we er binnen een paar uur uit. Ik heb ontzettend fijn gewerkt met de mensen van Fantic. Ik had een optie voor nog een jaar. Eigenlijk zou ik pas in 2027 beginnen met Ducati, maar door interne omstandigheden viel de beslissing om eerder te starten. Het was lastig om dat tegen Fantic te zeggen. Het waren twee goede jaren. Ze waren fijn in de omgang, we hebben goed naar elkaar geluisterd. Daar ben ik ze erg dankbaar voor. Zij waren bereid onderdelen te maken om te testen. We hebben de motor verder ontwikkeld zonder fabrieksmateriaal van Yamaha erin. En dat heeft heel goed uitgepakt. De rijders waren er ook blij mee, Glenn met name. Glenn is heel kieskeurig en hij was erg blij dat we een motor hadden waarmee hij goede resultaten kon behalen.’

Hoe was het verdergegaan als Fantic niet was gekomen? Stoppen?

‘Ik wilde echt niet stoppen. Dan had ik misschien weer een privéteam opgezet, wat natuurlijk heel erg lastig is.’

Dat was gelukkig niet nodig en nu heb je voor drie jaar zekerheid.

‘Ik stop voorlopig nog niet. En Ducati heeft de intentie om langer door te gaan.’

Met twintig GP’s over de hele wereld moet je veel reizen. Vind je dat na al die jaren nog wel leuk?

‘Het is hartstikke mooi als je de dingen kunt doen die je leuk vindt. Ik voel me bevoorrecht. Ik heb het trouwens nooit in mijn leven als echt werk gevoeld, ook niet toen ik een bedrijf had. Ik ben dagelijks in de werkplaats en op kantoor. Ik heb veel moeten reizen, vooral op het eind van het seizoen met Turkije, China en Australië en daarna nog de Nations in Amerika. Het is gewoon wat het is. Ik zie er helemaal niet tegenop. We gingen van China rechtstreeks naar Australië. Daar hadden we een paar dagen vrij. Dan kun je dus zelf iets doen. Maar bij alle andere GP’s is het gewoon op en neer. We vertrekken op donderdag of vrijdag en dan maandag weer naar huis. Als je dat niet doet, ben je eigenlijk nooit meer thuis. Twintig GP’s in zeven maanden, dan heb je gemiddeld drie per maand. Thuis moet er ook het een en ander gebeuren, anders blijft er te veel liggen.’

Wat zijn je eerste ervaringen met Ducati?

‘We hebben wekelijks een Teams-meeting. Dat staat voor elke dinsdag gepland. Dan spreken we alles door, vooral op technisch gebied. Dat is gewoon heel goed. We spelen allebei kort op de bal. Zo ontstaan er geen misverstanden.’

Het MXGP-team van Ducati stond dit jaar onder leiding van Paolo Ciabatti. Jij bent gewend teambaas te zijn. Twee kapiteins op één schip?

‘Nee, Ciabatti is general manager offroad. Hij staat aan het hoofd van alles wat bij Ducati met offroad te maken heeft. Dus niet alleen het MXGP-team en het nieuwe MX2-team, maar ook de ontwikkeling van de productiemotor en de enduromotor. Hij is bij alle Grands Prix aanwezig, maar ik ben nog steeds de baas over mijn eigen team. En dat vind ik natuurlijk goed.’

Met Glenn Coldenhoff en Fantic beleefde Louis Vosters met zijn team twee mooie jaren in de MXGP.

Paolo Ciabatti vertelde mij in Arnhem dat jullie samen de keuze van de rijders zouden maken.

‘Ja, dat klopt. Jeremy Seewer had nog een contract met Ducati dat volgend jaar doorloopt. Ik heb al twee keer eerder met Seewer samengewerkt, in totaal vijf jaar. Hij is dus heel vertrouwd voor mij. De Italianen wilden graag een Italiaan in het team hebben, een jonge rijder. Andrea Bonacorsi heeft dit jaar voor mij gereden. Die jongen heeft potentie, heeft goede uitslagen gereden. Ik wilde hem er graag bij houden, want hij is een superfijne jongen, een harde werker en heel serieus. Hij is pas 22 jaar. Ducati vond dat vanuit hun perspectief een goede keuze. Onze derde rijder is Calvin Vlaanderen. Een goede jongen. Hij is ook een harde werker, heel serieus.’

De keuze voor deze rijders betekende dat jij afscheid moest nemen van Glenn Coldenhoff.

‘Dat was niet gemakkelijk. Glenn heeft vijf jaar bij mij gereden. Het waren vijf mooie jaren. Heel mooi dat hij dit jaar derde in het WK is geworden. Ducati wilde verjongen. Ik ben blij dat ik met Calvin wel weer een Nederlander in het team heb. Ook een jongen die net als Glenn heel professioneel bezig is. Ik had een band met Glenn en met de mensen om hem heen. Glenn was hier dagelijks. Het was supermoeilijk om afscheid van hem te nemen. We hebben ter afscheid vorige week met hem en zijn vrouw gegeten. Glenn heeft gelukkig weer onderdak gevonden voor volgend jaar (Coldenhoff gaat rijden voor Yamaha C6 Bank IMS Racing in het Braziliaans kampioenschap; J.B.). Ik denk dat het voor hem best wel mooi is op die manier zijn carrière af te bouwen.’

Interview zijspancross-legende Cor van der Bijl: al meer dan een halve eeuw plezier!

Ducati gaat komend jaar ook van start in de MX2. Heb jij daar bemoeienis mee?

‘Nee, dat wordt gedaan door een Italiaans team, Beddini, en staat los van ons team. We zullen misschien wel eens een keer met elkaar overleggen.’

Is er al getest door de nieuwe rijders?

‘We hebben de eerste tests gedaan. Het heeft me verbaasd hoe sterk Calvin is, hoe technisch hij rijdt. Ik verwacht wel het nodige van hem. We hebben zes dagen getest. We zijn in Duitsland geweest en hebben in Lommel en Arnhem gereden. En nu is iedereen naar Spanje. Ik ga er ook heen. We gaan daar nieuwe onderdelen testen en hopen dan weer een stapje te maken. Dit is wel een intensieve periode voor ons. De ontwikkeling geschiedt op twee fronten, in Italië en bij ons. Er wordt met man en macht gewerkt om nieuwe onderdelen te maken. We doen alles in overleg. Ik ga natuurlijk niet zomaar zelf iets maken of tunen. Dat gaat in heel goed overleg. Dat bevalt mij enorm goed. Met Fantic was dit ook grotendeels het geval. Yamaha was iets minder flexibel, daar ging het minder in overleg. Daar werd eigenlijk alles bepaald door het management.’

Hoe ziet na de jaarwisseling de weg naar de eerste GP eruit?

‘We gaan in januari de hele maand trainen op Sardinië. Dat doet vrijwel iedereen. Er zijn daar niet alleen zandbanen, maar ook harde circuits. We kunnen dus variëren. Het is daar dan over het algemeen goed weer. Aansluitend twee wedstrijden voor het Italiaanse kampioenschap. En misschien ook nog wel Hawkstone Park en Lierop.’

Heeft de overgang naar Ducati nog gezorgd voor personele wijzigingen?

‘Er zijn twee monteurs gestopt; die zitten niet meer in de GP’s. Ik had dus sowieso aanvulling nodig. Op technisch en logistiek gebied hebben we de staf een beetje uitgebreid. We hebben nu ook een partsmanager. We zijn in totaal met zestien mensen. Daarbij ook Italianen, maar geen Nederlanders. We hebben een internationale crew en dat vind ik prima.’

Het was al lang bekend, maar pas tijdens de EICMA werd officieel bekend gemaakt dat Louis Vosters het MXGP-team van Ducati gaat managen. Hier Vosters met Ducati’s CEO Claudio Domenicali (midden) en offroad-manager Paolo Ciabatti.

Heeft Ducati jou een doelstelling gegeven?

‘Ze hebben me niet echt iets meegegeven. Om wereldkampioen te worden heb je het goede materiaal nodig. En de goede rijders. Ik ben heel blij met de line-up van dit moment. Als we de motor nog beter op punt krijgen, denk ik dat Seewer, Bonacorsi en Vlaanderen best competitief kunnen zijn. Maar wellicht zou er in de toekomst nog een echte topper bij kunnen komen. We gaan ons best doen om er iets moois van te maken.’

De omschakeling naar een nieuw merk heeft nogal wat gevolgen. Eind 2023 verdween het blauw van Yamaha. Dat werd vervangen door het zwart van Fantic en nu is het rood van Ducati de basiskleur.

‘Het is een hele klus om alles aan te passen. Het meeste is klaar. Alle transportmiddelen hebben de nieuwe kleur. De werkplaats is bijna klaar. Je moet alle tenten, de matten, de banners, alles, alles vervangen. Het is een hele waslijst.’


Nick Leerkes bij Star Twin Motors

Op een drukbezochte avond maakten Star Twin Motors uit Loenen en Nick Leerkes hun plannen voor 2026 bekend. De 29-jarige crosser, geboren in Apeldoorn en nu woonachtig in Loenen, gaat in 2026 van start op een Ducati 450MX. Hij zal deelnemen aan de Dutch Masters en het Nederlands kampioenschap. Leerkes: ‘Mijn doel is een plek bij de beste drie in het Nederlands kampioenschap. In de Dutch Masters wil ik bij de eerste tien eindigen. Omdat er in Nederland niet veel wedstrijden zijn, doe ik ook mee aan de ADAC MX Masters. Verder staan er twee MXGP’s op mijn kalender: Lommel en Arnhem. Ter voorbereiding op het nieuwe seizoen rijd ik een wedstrijd voor het Italiaans kampioenschap in Mantova op 8 februari en de Dutch MX Season Opener in Lierop op 1 maart.’

Robert van Zalinge, salesmanager Nederland bij Ducati Benelux, vertelde iets over de plannen van Ducati: ‘Bij Ducati draait alles om de sport. Daarom beginnen we eerst met wedstrijdmotoren voordat de productiemotoren beschikbaar komen. Na de start in de MXGP zijn ze nu te koop. Deze zomer wordt de 250MX uitgebracht, en in het najaar komen er enduromodellen op de markt. Voor het project van Nick en Star Twin Motors krijgen we ondersteuning van de fabriek.’ Louis Vosters van het fabrieksteam heeft geen bemoeienis met Nick Leerkes.

Nick Leerkes.

Foto’s: Jan Boer, Ducati, Fantic

Historie 70 jaar Yamaha: innoveren in creëren

0
In 1954 test Yamaha hun YA1, met rechts Genichi Kawakami.

Japan is een toonaangevende natie als het om de productie van motorfietsen gaat. Dat was ooit anders. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er nog maar weinig motorfabrikanten. De belangrijkste waren Meguro, bekend van de 500 cc Meguro, Mizuho die de 250 cc en 350 cc Cabton-modellen fabriceerde, Miyata die de eer had om met de Ashai AA Japan’s eerste motorfiets in massaproductie te nemen en Sankyo, die met de Rikuo een Harley-Davidson 750 in licentie bouwde en dat schaamteloos bleef doen nadat de licentierechten afliepen.

Na de Tweede Oorlog veranderde die situatie drastisch. Net zoals in Europa was er in Japan behoefte aan goedkoop individueel transport. De fabrikanten die voorheen actief waren in de productie van vliegtuig- en vliegtuigonderdelen namen het voortouw. Ze hadden immers voldoende mechanische kennis in huis om de nog onontgonnen motormarkt op te gaan en motoren te ontwikkelen. Daarbij keken ze vaak naar het buitenland, want de Japanse motorindustrie stond nog in de kinderschoenen.

De vroege periode van de Japanse motorhistorie na de Tweede Wereldoorlog is erg onbekend. Nakajima maakte Hayabusa-jachtvliegtuigen en Kate-bommenwerpers tijdens de oorlog. In 1946 vormden ze zich om tot New Fuji en begonnen in Tokyo met de productie van de Rabbit-scooter die voorzien was van een automatische versnellingsbak. Later dat jaar nam Zero-jachtvliegtuigenfabrikant Mitsubishi in Nagoya hun 175 cc Silver Pigeon-scooter in productie. Soichiro Honda had tijdens de oorlog bewerkingsmachines gemaakt voor de fabricage van propellers bij Nippon Gakki Seizo Kabushiki Kaisha, waar later motorfabrikant Yamaha uit voort zou komen, en machines voor de geautomatiseerde fabricage van zuigerveren voor de jachtvliegtuigen en bommenwerpers van Nakajima. Honda bouwde zijn eerste gemotoriseerde tweewieler in 1946, de Pon-Pon, gevolgd door de Honda Type A.

Ook Kawasaki had vliegtuigen gebouwd in de oorlog. Kawasaki maakte in 1949 hun eerste motorblok voor een motorfiets. Dat was een 150 cc 4-takt kopklepper. Suzuki maakte voor de oorlog weefgetouwen en tijdens de oorlog richtvizieren voor vliegtuigen, machinegeweren en brisantgranaten voor het keizerlijke leger van Japan. In 1952 kwam hun eerste gemotoriseerde tweewieler op de markt, een gemotoriseerde fiets met een innovatieve 2-takt hulpmotor die ook als kit verkocht werd.

Late start

Yamaha nam haar eerste motorfiets pas in 1955 in productie. Het prille begin werd gevormd door Torakusu Yamaha toen hij zich in 1887 bezighield met het repareren en het bouwen van orgels en harmoniums. Het werd een succes en leidde tien jaar later tot de oprichting van ‘Nippon Gakki Seizo Kabushiki Kaisha’, vrij vertaald als ‘Japanse Muziekinstrumenten B.V.’. Het logo van Yamaha met de gekruiste stemvorken duidt nog steeds op Yamaha’s vroege begin. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog fabriceerde Nippon Gakki ook propellers naar Amerikaans ontwerp voor Japanse jachtvliegtuigen. Honda ontwierp voor Nippon Gakki een bewerkingsmachine die deze propellerfabricage enorm versnelde. Daarnaast maakte Nippon Gakki ook brandstoftanks en onderdelen voor vliegtuigvleugels. Torakusu Yamaha maakte dat echter niet meer mee, hij was in 1916 al overleden op 64-jarige leeftijd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden meerdere fabrieken van Nippon Gakki getroffen door Amerikaanse bombardementen. Na de oorlog was er nog slechts één productiefaciliteit over. In een poging de Japanse wederopbouw te stimuleren werd met Amerikaans kapitaal de productie van harmonica’s en xylofoons weer opgestart. Vanaf 1947 werden deze instrumenten ook weer geëxporteerd.

De oorlogsproductie had een divers machinepark in de fabrieken tot resultaat gehad en Nippon Gakki’s directeur Tomiko Genichi Kawakami zocht naar wegen om het bedrijf uit te breiden met nieuwe producten. In een later stadium koos deze visionair ook voor Hi-Fi-geluidsapparatuur, maar begin jaren ‘50 koos hij voor de motorfiets omdat er in Japan grote behoefte was aan goedkoop individueel transport. In oktober 1953 begon de ontwikkeling van Nippon Gakki’s eerste motorfiets en in augustus 1954 vonden de eerste testritten plaats. Alles verliep positief, waarna Kawakami opdracht gaf om met de productie te beginnen in januari 1955. Deze motorfiets werd vernoemd naar de oprichter van Nippon Gakki: (Torakusu) Yamaha. Op 1 juli van dat jaar werd de motortak van Nippon Gakki in het leven geroepen. De Yamaha Motor Company Ltd. was daarmee een feit.

Historie: de 2-takt jaren van Suzuki

Vroege racesuccessen

Yamaha’s eerste motorfiets was de YA-1, die de bijnaam ‘Aka-tombo’ kreeg, Rode Libelle. Dat kwam door zijn opvallende rode/crème kleurencombinatie die afweek van het gebruikelijke zwart van verreweg de meeste motoren die in Japan rondreden. De rode kleur was geïnspireerd door een Yamaha-vleugel. De YA-1 had een 125 cc eencilinder 2-taktmotorblok van 5,5 pk dat erg veel leek op dat van de Duitse DKW RT125. Maar er waren wel degelijk verschillen. De primaire overbrenging werd uitgevoerd met tandwielen en niet met een ketting zoals bij de DKW. Ook kon de YA-1 in iedere versnelling aangetrapt worden als de koppeling ingetrokken werd en had hij vier versnellingen; de RT125 had er drie. Nog geen twee weken na de oprichting van de Yamaha Motor Company won rijder Teruo Okada met een YA-1 de Fuji- heuvelklim in Japan. Okada was met negen anderen voor deze race ingeschreven door de Yamaha-fabriek. Het succes leidde een week later tot de oprichting van Yamaha’s raceafdeling.

De vroege racesuccessen met de YA-1 leidden tot veel publiciteit en een grote populariteit ondanks de hoge verkoopprijs. De YA-1 vormde de basis voor de vroege Yamaha eencilindermodellen die vaak uitgerust waren met technische noviteiten, zoals de 175 cc YC-1 uit 1956, Japan’s eerste motorfiets die voorzien was van een monobloc-carburateur met geïntegreerde vlotterkamer. Overigens een opvallende motorfiets dankzij het grijs-bruine rijwielgedeelte. Deze kleur was volgens Yamaha geïnspireerd op de kleur van het plaveisel van de Champs-Élysées na een flinke regenbui.

In 1957 kwam de eerste Yamaha tweecilinder tweetakt op de markt. Opnieuw had een Duitse motorfiets voor inspiratie gezorgd wat betreft het motorblok: de kwalitatief hoogstaande Adler MB250. De 250 cc YD-1 leverde een vermogen van 14,7 pk bij 6.000 tpm en was de eerste uit een lange en uiterst succesvolle reeks Yamaha-twins die vooral bekend werden om hun sportieve en raceversies. Wat dat betreft is de YDS-1 uit 1959 een vroeg voorbeeld. Yamaha’s race-ervaringen op de Asama-heuvelklim waren verwerkt in dit model dat voorzien was van een dubbel wiegframe en een 20 pk sterke versie van Yamaha’s tweetakt paralleltwin. Het was de eerste Japanse motorfiets met een vijfversnellingsbak. Yamaha leverde opvallend veel tuningsdelen voor de YDS-1, waarmee hij omgetoverd kon worden tot een succesvolle racer op straat en terrein. Europa leerde Yamaha in 1959 ook kennen, toen de 250 cc YD-2 twin in Nederland debuteerde.

Tot op dat moment waren Yamaha’s motorfietsen op Duitse motoren geïnspireerd, maar dat veranderde met de 175 cc SC-1 uit 1960. Het was Yamaha’s eerste scooter die bijzonder innovatief was opgebouwd qua techniek en vormgeving. De scooter had zowel voor als achter een enkelvoudige swingarm, een elektrische starter en een tweeversnellingsbak met koppelomvormer en cardanaandrijving naar het achterwiel. In 1960 opende Yamaha ook een vestiging in Californië met als doel om meer voet aan de grond te krijgen in wat destijds met afstand de grootste motormarkt ter wereld was. Resultaat had het zeker, want in 1962 werden er al 10.000 motoren per jaar naar de VS geëxporteerd.

Allereerste wereldtitel

Suzuki vertrouwde begin jaren ‘60 met de Duitser Ernst Degner op de roterende inlaatgeheimen van MZ en Walter Kaaden. Yamaha deed het zelf en kwam in 1961 al uit met een tweetakt die voorzien was van een roterende inlaat: de 123 cc YA-5. Bijzonder was de 246 cc TD-1 uit 1962. Het was Yamaha’s eerste productieracer en een doorontwikkeling van de YDS-1. De 246 cc twin leverde een vermogen van 35 pk bij 9.500 tpm. Yamaha’s raceactiviteiten breidden zich snel uit op het hoogste niveau. In 1964 werd Phil Read wereldkampioen 250 cc, het was Yamaha’s allereerste wereldtitel. Meer titels zouden volgen; in totaal won Yamaha 4 wereldkampioenschappen in de 125 cc-klasse, 14 in de 250 cc, 4 in de 350 cc, 10 in de 500 cc-klasse en 8 in de MotoGP.

Tweetakt-mengsmering tanken hoefde niet meer dankzij Yamaha’s ‘Autolube’-smeersysteem. De 125 cc YA-6 met roterende inlaat uit 1964 was de eerste Yamaha die dit systeem kreeg. Ook het nieuwe vlaggenschip van Yamaha, de 305 cc YM-1 tweecilinder uit 1965, kreeg het nieuwe Autolube-smeersysteem. Er was destijds in Japan geen tweetaktmotorfiets leverbaar met een grotere cilinderinhoud. De YM-1 leverde een vermogen van 27 pk bij 7.000 tpm en de topsnelheid lag net boven de 160 km/u. De YM-1 werd heel bewust door Yamaha op de markt gezet als supersport in een tijd dat de eerste Japanse autosnelwegen geopend werden. Tegelijkertijd speelde Yamaha in op de steeds sterker groeiende vraag uit Amerika naar zwaardere modellen.

Op de IFMA van Keulen in 1964 was de nieuwe 250 cc YDS-3 te zien, overigens ook het eerste Yamaha-motormodel dat officieel in Duitsland geïmporteerd werd door het Mitsui-handelsimperium. Voor die tijd kwamen er druppelsgewijs via omwegen wat Yamaha’s in Duitsland op de weg. In 1968 werd Yamaha Motor Europe N.V. opgericht, dat volledig eigendom is van de Yamaha Motor Co., Ltd. Sindsdien is dit de Europese hoofdvestiging van Yamaha en stuurt het tegenwoordig de Europese Yamaha-fabrieken in Finland en Frankrijk aan en tevens het R&D-centrum in Noord-Italië.

Yamaha-tweetakttopper

Een van de meest populaire modellen uit de sixties was de Honda Super Cub, die wereldwijd enorm goed verkocht werd. Yamaha introduceerde in 1965 haar antwoord en bracht de 50 cc tweetakt U5 Mate op de markt. De Mate volgde de lijnen van de Super Cub. Naast Autolube kreeg de motor ook een automatische koppeling mee. De Mate woog 71,5 kg en leverde een vermogen van 4,5 pk. Het werd al snel een bestseller voor Yamaha. In die periode bouwde Yamaha een verscheidenheid aan lichte tweetakten en dat zou in de decennia die volgden niet meer veranderen.

In 1967 werden de 250 cc YDS-modellen opgevolgd door de DS-serie. Het was Yamaha’s antwoord op de Suzuki T-serie. Het motorblok werd flink onder handen genomen en was nu voorzien van aluminium cilinders, dubbele carburateurs en een versterkte koppeling. Bijzonder was de elektrische starter op de YDS E. De vraag naar zwaardere modellen steeg met name in Amerika, maar ook in Europa leefde die vraag. De 350 cc R1 uit 1967 was Yamaha’s eerste 350 cc-motorfiets en tevens het meest sportieve productiemodel tot op dat moment. Het was de voorvader van de RD350-serie, die in 1973 geïntroduceerd werd en culmineerde in de beroemde RD350LC-serie. Het gigantische succes van de TZ250, TZ350, TZ750 en de latere TZ500 tweetaktproductieracers die de GP-racerij domineerden, in combinatie met Yamaha’s fabrieksracers in de diverse klassen, hadden Yamaha doen besluiten om de markt te bedienen met de RD350LC. Maar de Yamaha-tweetakttopper was de spectaculaire RD500LC uit 1984.

Het V4-motorblok van deze straatreplica leverde een vermogen van 87 pk; de topsnelheid werd geclaimd op 220 km/u. Het blok volgde de lijnen van de YZR500 V4-fabrieksracer uit die tijd. Net zoals de YZR draaiden er maar liefst twee krukassen rond in het carter, de RD had daartussen een balansas. Bij de fabrieksracer waren de carburateurs tussen de cilinders in de ‘V’ gemonteerd. Bij de RD kon dit niet, vanwege de YPVS-constructie die op de cilinders gemonteerd zat. Dankzij dit ‘Yamaha Power Valve System’ kregen de uitlaatpoorten een variabele hoogte waardoor het motorvermogen niet alleen flink steeg op toptoerental, maar ook in lage- en middentoerengebieden sterk toenam. Bij de RD werden de vier 26 mm Mikuni’s daarom aan de zijkant van het motorblok gemonteerd. Het brandstofmengsel moest daardoor onder een hoek van 90 graden naar het motorblok gevoerd worden. Het achterste cilinderpaar kreeg het mengsel toegevoerd door de cilinders, het voorste paar door het motorcarter. Het was een oplossing die behoorlijk wat vermogen kostte en Yamaha ontzettend veel hoofdbrekens opleverde voor wat betreft het hele inlaattraject inclusief airbox. Het is een goed voorbeeld van de concessies die gedaan moeten worden om een heuse GP-replica straatlegaal te krijgen en er was erg veel research nodig om hem goed aan het lopen te krijgen. De RD had een drooggewicht van 173 kg, rijklaar 199 kg. De Japanse RZV500R-versie van de RD had overigens een met de hand gelast aluminium frame dat 7 kg lichter was. Het motorblok van de RD leverde een vermogen van 87 pk bij 9.500 tpm en een koppel van 67 Nm bij 8.500 tpm. Door dit hoge motorvermogen lag de topsnelheid van de RD op 220 km/u. Nog steeds een schitterende waarde voor een 500 cc-machine…

Honda en Suzuki volgden met hun eigen GP-replica’s, maar het was Yamaha die de droom voor het eerst werkelijkheid maakte. Yamaha had in 1975 haar eerste 500 cc-wereldtitel geboekt met Giacomo Agostini. Daarna zouden er tot 1992 nog negen wereldtitels in de 500 cc-klasse volgen dankzij Kenny Roberts, Eddie Lawson en Wayne Rainey. De RD500LC was de laatste grote straat-tweetakt die Yamaha uit zou brengen; vanaf die tijd zou dit motorconcept alleen nog voor lichtere modellen en racers toegepast worden. In 1985 kwam er nog een racereplica op de markt. Dat was de TZR250, met een 50 pk sterke tweetakt V-twin die nog nauwer verwant was aan Yamaha’s fabrieksracers.

Zwaarste productie V-twin

In 1970 nam Yamaha haar eerste viertakt – en zwaarste motor – in productie. Het was de beroemde 653 cc XS1 OHC paralleltwin. De ontwikkeling begon in augustus 1967 en vond hoofdzakelijk ’s nachts plaats, want het team gebruikte de computers van Yamaha’s afdeling muziekinstrumenten en die waren overdag in gebruik. Omdat de motorfietsdivisie nog nooit een viertakt ontworpen had, werd de hulp ingeroepen van Yamaha’s autodivisie, waardoor de XS1 motortechnisch veel kenmerken kreeg van de Toyota 2000G, waarvan het motorblok door deze divisie ontworpen was. Het motorblok werd in flink opgeboorde versies van 750 cc en 1000 cc ook gebruikt in de Amerikaanse dirttrackraces en in Europa werd het blok vaak gebruikt in zijspancrossers. De XS650 Special, een custom uit 1978, was de eerste Japanse fabriekscustom die al snel navolging van andere motorfabrikanten in zowel Japan als Europa zou krijgen. Ongeveer twintig jaar later verbaasde Yamaha de custom- en motorwereld opnieuw toen ze met de 1600 cc Road Star op dat moment ’s werelds zwaarste productie V-twin bouwden.

De opvolger van de XS650 zou berucht worden. Het was de TX750 paralleltwin, Yamaha’s eerste motorfiets met dubbele bovenliggende nokkenassen. De balansassen maakten schuim van de motorolie in het dry-sumpmotorblok. Dit had catastrofale gevolgen voor de motorsmering. Ook zijn kleinere broertje, de TX500, kende technische problemen. Maar het was wel Yamaha’s eerste vierklepper.

Yamaha’s eerste productie-driecilinder was de XS750 uit 1976. Het was de opvolger van de TX750, die al in 1974 uit productie ging. De DOHC XS750 had cardanaandrijving, de cross-over vijfversnellingsbak was ontworpen door ingenieurs van Porsche en het Duitse Getrag. De XS750 leverde een vermogen van 64 pk en had een topsnelheid van 185 km/u. Beide waardes bleven achter bij de Honda CB750 en met name de Kawasaki Z1. De XS750 was ook de eerste motorfiets ter wereld met automatisch uitschakelende knipperlichten. De DOHC XS-modelserie zou met de XS1100 uit 1977 haar hoogtepunt bereiken. Deze imposante fiets was tevens Yamaha’s eerste viercilinder. De XS-serie zou evolueren in de DOHC XJ-sporttoermodelserie, waarvan de meeste motoren door een ketting aangedreven werden. Met de XJ600 sporttoer introduceerde Yamaha in 1984 een nieuwe klasse, de 600 cc, die vandaag de dag niet meer weg te denken is uit de motorwereld. In hetzelfde jaar ging ook de FJ1100 in productie. Deze groottoerist werd razend populair en dat zou voor zijn opvolgers niet anders zijn. De FJ1200A uit 1991 was de eerste Japanse motorfiets met ABS. Zowel de XJ- als de FJ-serie zou steeds verder evolueren, bekend zijn de XJ Diversion-modellen die in de jaren ’90 furore schreven en natuurlijk de FJR1300, die in veel landen graag gebruikt werd door de politie vanwege zijn goede bouwkwaliteit en prima allround-eigenschappen.

Historie Harley-Davidson Electra Glide: 60 jaar stijlicoon

De keus van wereldreizigers

In de jaren ’70 kwam ook Yamaha’s eerste eencilinder-viertakt op de markt. Het was de iconische XT500 offroad uit 1975. Het motorblok was gebaseerd op het blok van de TT500-crossmachine. De XT werd direct een enorm succes en zou de standaardmotorkeus vormen voor menig wereldreiziger. De eerste twee Parijs-Dakars werden gewonnen door Cyril Neveu met fraai verbouwde XT500’s, meer successen in zowel Parijs-Dakar als andere rally’s zouden volgen met de 800 Super Ténéré, waarmee onder meer Stéphane Peterhansel furore zou maken.

Yamaha was al veel langer geen onbekende speler in het terrein. Het merk bouwde op dat moment al langere tijd motorcross- en trialmachines naast een variëteit aan offroad-productiemodellen. Yamaha pionierde ook met mono-achtervering. De introductie van het Cantilever-monoachterveringsysteem op de Yamaha-fabriekscrossers in 1973 had een verdubbelde achterveerweg tot gevolg. Dat gaf een enorm voordeel in de motorcross. Fabrieksrijder Hakan Andersson buitte het nieuwe systeem direct magistraal uit en won prompt het wereldkampioenschap 250 cc motorcross. Het Cantilever-systeem zou in 1975 zijn intrede doen op Yamaha’s productiecrossers. Andere motorfabrikanten hadden geen andere keus dan te volgen, monoachtervering is tegenwoordig niet meer weg te denken uit de motorindustrie. In 1997 deed Yamaha opnieuw groots van zich spreken toen de YZ400F eencilinder-vijfklepper de viertaktrevolutie in de door tweetakten gedomineerde motorcross opstartte. In 1999 pakte Andrea Bartolini de eerste wereldtitel met deze trendzettende viertakt.

De XT zou ook in 250 cc- en 350 cc-uitvoeringen gebouwd worden en naarmate de jaren vorderden, werd het motorblok vergroot naar 550 cc, 600 cc en 660 cc en deed het ook dienst in de op de woestijnracers geïnspireerde Ténéré-modellen en de SRX600-straatmachine die in 1985 debuteerde. Met het eencilinderconcept van de XT500 had Yamaha een succesnummer te pakken. In 1978 kwamen de SR400 en SR500 op de markt. De SR500 werd in Europa een verkoopsucces en de 400 cc-versie wordt in landen waar lage emissie-eisen gelden nog steeds verkocht. Ook het Ténéré-concept zou Yamaha langdurig omarmen. De Super Ténéré uit 1989 met zijn 750 cc paralleltwin verlegde het accent iets meer naar de weg en daarmee was het adventuresegment geboren. De overtreffende trap in Yamaha’s adventureprogramma kwam in 2010 toen de XT1200Z Super Ténéré-twin zijn intrede deed. De Super Ténéré stond ook aan de basis van de TDM-modellenserie, die in 1992 aftrapte met het 850 cc vijfklepsmodel. Tegenwoordig is het Ténéré-model weer terug van weggeweest dankzij de Ténéré 700. Die deelt de 690 cc paralleltwin met de huidige XSR700- en MT-07-serie.

Genesis-technologie

Technische hoogstandjes uit de jaren ’80 waren de opvallende XZ550 vierkleps DOHC V-twin uit 1982 en de XJ650 Turbo-viercilinder uit hetzelfde jaar. Het was een machine die ook furore maakte in *Never Say Never Again*, een James Bond-film uit 1983. Het was de eerste motorfiets waar 007 ook zelf op reed in een Bond-film. Maar bekender waren de XV 75-graden V-twins zoals de cardanaangedreven TR1, die de basis vormde voor de Virago-custommodellen. Deze V-twins werden specifiek voor de Amerikaanse markt ontwikkeld, maar dit concept werd bij Yamaha pas echt populair met de komst van de XV535 Virago in 1986.

Van een hele andere orde was de FZ750, die op de 1984-er IFMA in Keulen debuteerde. Met deze opvallende motor introduceerde Yamaha niet alleen haar vijfkleps Genesis-technologie, die sinds 1977 in ontwikkeling geweest was, maar ook de nieuwe FZ-supersportserie, die eind jaren ’90 uitbreiding zou krijgen met de FZS-modellen, die een mooie stap terug van sport naar toer maakten. Maar de overtreffende FZ-trap was in eerste instantie de 135 pk sterke FZR1000 uit 1987, voorzien van Yamaha’s nieuwe aluminium Deltabox-frame dat zich om het motorblok wikkelde. Het was een bouwwijze die al snel een standaard zou worden in de motorfietsbouw. Een jaar later werd de FZR1000 voorzien van het Exhaust Ultimate Powervalve-uitlaatsysteem (EXUP). Het is de afkorting die Yamaha gaf aan het vlinderklepsysteem dat binnen het uiteinde van de uitlaatbochten gemonteerd was. Met een servomotor werd dit systeem bediend zodat de interne diameter van het uitlaatsysteem aangepast kon worden aan het toerental van het motorblok en daarmee in ieder toerengebied een verbeterde vermogensafgifte tot stand bracht. Tegenwoordig maakt ook Honda gebruik van dit systeem onder de naam HTEV (‘Honda Titanium Exhaust Valve’) en H-VIX (‘Honda Variable Intake/Exhaust’). Suzuki noemt het SET (‘Suzuki Exhaust Tuning’). De FZR1000 stond model voor de supersportieve YZF-serie, die in 1996 nog verder opgewaardeerd werd met de YZF1000 Thunderace.

Dat het nog sportiever kon, liet Yamaha zien met de bijna 150 pk sterke YZF-R1 uit 1998, een machine die de voorvader is van de huidige R-serie-supersporters. Met de YZF-R1-fabrieksversies wonnen Ben Spies in 2009 en Toprak Razgatlıoğlu in 2021 het WorldSBK. In de 500 cc-klasse van het WK had Yamaha na Rainey’s titel van 1992 geen wereldkampioenschap meer behaald. Na de introductie van de MotoGP-klasse mocht Yamaha weer een aantal keer op het hoogste schavot plaatsnemen door wereldtitels met Valentino Rossi (2004, 2005, 2008 en 2009), Jorge Lorenzo (2010, 2012, 2015) en Fabio Quartararo (2021).

Vreemde eenden

Een vreemde eend in de jaren tachtig was de opzienbarende 1200 cc VMAX uit 1985, een 120 pk sterke V4-cruiser met een bijzonder stevig stoplichtsprinpotential. Was dat nog niet genoeg, dan was er nog de V-boostversie die met vlinderkleppen in de inlaatspruitstukken voor een 10% hoger topvermogen zorgde. Het V4-blok was een afgeleide van het blok van de XVZ1200 Venture, Yamaha’s full dresser die in 1982 in productie gegaan was.

Met de GTS1000 zette Yamaha een innovatieve sporttoermotor op de markt die opviel door zijn bijzondere rijwielgedeelte. Maar het Omega-frame met naafbesturing kon niet heel veel motorrijders bekoren, en dat was jammer, want zijn stabiele rijeigenschappen ten opzichte van een motor met een conventionele telescoopvering voor waren duidelijk beter. De GTS1000 werd aangedreven door een ietwat aangepast FZR1000-blok met brandstofinjectie en katalysator. Ook de TMAX brak in 2001 met bestaande tradities. Deze 500 cc maxi-scooter was een combinatie tussen een motorfiets en een scooter. Daarmee werd het een trendsetter.

‘Soul Beat V-twin Sports’ was het concept waaruit in 2005 de opvallende 1670 cc MT-01 V-twin voortkwam. Die was gebaseerd op een conceptmachine uit 1999. De MT-01 was ontworpen door Atsushi Ishiyama, een Japanse topontwerper op motorgebied die vaak wordt vergeleken met Massimo Tamburini – onder meer bekend van de vroege Bimota-modellen, de Ducati 916 en de heropleving van MV Agusta eind jaren ’90. De imposante MT-01 vormde het begin van de MT-modellenserie die we nu nog steeds kennen. In de huidige MT-09 Tracers doet een 120-graden driecilinder zijn werk. Dit motorblok is ook terug te vinden in de retro XSR900-modellen. Het huidige vlaggenschip van de MT-range is de MT-10, aangedreven door een teruggetunede versie van het YZF-R1-viercilinder-crossplane-motorblok.

Foto’s: Yamaha Motor Company Ltd., Archives A. Herl, Shinuo Kurosawa

Roekeloos rijgedrag op sociale media kost Eindhovense motorrijder zijn motor

0

Afgelopen week heeft de politie Eindhoven het onderzoek afgerond naar een 29-jarige man uit Eindhoven die extreem gevaarlijk reed, zijn ritten filmde en deze op sociale media plaatste. Zo valt te lezen op de Facebook-pagina van politie Eindhoven.

De video’s werden duizenden keren bekeken en wekten de indruk dat gevaarlijk rijgedrag in Eindhoven ongestraft kan blijven.

Het digitale onderzoek liet zien dat de beelden slechts een fractie van het totale gedrag toonden: de man reed vaker roekeloos dan uit zijn eigen filmpjes bleek.

Instructeur spoorloos: politie haalt drie lesmotoren van de A5

Hij beging onder meer de volgende overtredingen:

  • Wheelies maken
  • Gevaarlijk inhalen, ook rechts
  • Straatracen met anderen
  • Snelheden boven 200 km/u binnen de bebouwde kom
  • Met hoge snelheid langs oversteekplaatsen met voetgangers rijden
  • Met hoge snelheid langs wegwerkers rijden

Omdat dit gedrag herhaaldelijk en op verschillende dagen voorkwam, is een dossier opgemaakt op grond van artikel 5a van de Wegenverkeerswet: het bewust ernstig schenden van verkeersregels waardoor anderen in levensgevaar kunnen komen of zwaar letsel kunnen oplopen.

De politie heeft zijn opnameapparatuur en motor in beslag genomen. De officier van justitie zal aan de rechter vragen deze te verbeurdverklaren. Zijn rijbewijs is ingenomen; hij mag de komende zes maanden niet rijden in afwachting van zijn rechtszaak. Het CBR onderzoekt bovendien of hij nog rijgeschikt is.

Bron: Facebook Politie Eindhoven