Home Blog Pagina 7

Toertocht Noorwegen: dromen afvinken met Lofoten, Noordkaap & Senja

0

Noorwegen staat ongetwijfeld bij veel motorrijders op de spreekwoordelijke bucketlist. Perfect dus dat Harley-Davidson nu een Bucket List-programma aanbiedt om in de mooiste regio’s van dit Scandinavische land rond te cruisen op een echte Amerikaan. Wij hebben alvast eilandhoppen in de Lofoten gedaan, naar de Noordkaap gereden en Senja verkend.

Dit is zeker niet het eerste, en ook niet het laatste reisverhaal over de Lofoten. Het blijft simpelweg een plek die veel mensen aanspreekt, en terecht. Een ruw paradijs dat zich over een immens oppervlak uitstrekt, met een aaneenschakeling van berg- en kustwegen. Natuurpracht en serene stilte bepalen hier de sfeer. Dat de Lofoten de moeite waard zijn, wisten we al, maar dé ontdekking van de trip was het eiland Senja, net boven de Lofoten.

Van Oslo naar de poolcirkel

Een vlucht met de Scandinavische luchtvaartmaatschappij SAS brengt ons in nauwelijks twee uur van Amsterdam naar Oslo. Daar stappen we over voor nog eens twee uur naar Evenes, een dorpje meer dan duizend kilometer boven de poolcirkel. Gelukkig is het augustus en kunnen we nog spreken van milde temperaturen (15 °C). Een taxi brengt ons de volgende ochtend naar Ballangen, een doodgewoon dorp in het noorden van Noorwegen, maar met een unieke Harley-Davidson dealer. De eigenaar vertelt trots dat dit de meest noordelijke dealer van het Amerikaanse merk ter wereld is. Hij heeft er zelfs T-shirts van laten maken. Ik kan het niet laten en koop er meteen één. De motoren die we gaan rijden zijn uiteraard de Pan America en, iets verrassender, de Heritage Classic. Twee opmerkelijk verschillende motoren. Als reisgenoot heb ik mijn vader meegenomen. Het stond tenslotte op zijn bucketlist om ooit nog eens op de Lofoten te rijden. Op naar de eerste ferry!

Regen hoort erbij

Wie aan Noorwegen denkt, denkt aan water. En dan ontkom je er niet aan regelmatig een ferry te nemen. Dit systeem werkt prima, al moet je je reis wel rond deze boten plannen. Zo hoef je nergens onnodig lang te wachten. We zijn eind augustus, en het toeristische hoogseizoen is net geweest. Daarom hoeven we geen ferry van tevoren te reserveren. Maar houd er rekening mee dat dit in de piek van de zomer (juni, juli en augustus) wel eens nodig kan zijn. Een motor ergens in een hoek van het ruim plaatsen, gaat natuurlijk eenvoudiger dan een auto of mobilhome. De overtocht is telkens een rustgevend moment. Je kunt het landschap vanuit een ander perspectief bekijken en zo nodig even opdrogen of opwarmen. En dat is nodig, want een compleet droge motortrip in Noorwegen zit er niet in. Op onze eerste dag regent het al flink. Het past wel bij het landschap en stoort ons daarom niet zo.

Via de haven van Lodingen varen we de Lofoten binnen. Verkeerd rijden is hier onmogelijk, aangezien er maar één weg is die ons tot in het zuidelijkste puntje van de Lofoten brengt. De E10 kronkelt via de kust en steile kliffen helemaal tot in het dorpje Å. Voor onze eerste nacht verblijven we iets noordelijker in Hamnøy, waar de typische rode vissershutjes, of ‘robuer’, zijn omgebouwd tot slaapcabines. Het dieprood van de hutjes steekt fel af tegen de majestueuze bergen op de achtergrond. Het water omringt dit alles en geeft de lucht die ziltige toets. De opvallende houten staketsels in de omliggende weilanden dienen om kabeljauw te drogen. Een nostalgisch plaatje, maar in het aanpalende restaurant Gadus vinden we een heerlijk hedendaagse keuken (reserveren is wel aan te raden).

Toertocht Oostenrijk: de top van de Steiermark

Arctische surfers

De volgende ochtend draaien we onze neuzen weer om en rijden we over de E10 in de omgekeerde richting. Deze keer met meerdere haltes om het eiland beter te leren kennen. Je kunt in de Lofoten evengoed een week verblijven. Na de prachtige baai van Falkstad draaien we een doodlopende weg in naar Vikten. Op de steile flanken van de bergen grazen schapen. Het is mistig en het lijkt alsof de weg achter elke bocht zomaar kan ophouden. Als we verder naar rechts afdraaien klaart de mist op en zien we een schattig, slaperig dorpje. De schoolbel luidt, en bij gebrek aan een speelplaats spelen de kinderen op de straat, want verkeer is er hier amper. Aan het strand zelf is een atelier waar een glasblazer openhuis houdt en zijn ambacht toont. De mokken koffie staan al klaar en we warmen ons bij de oven. We zouden hier best langer willen blijven hangen, maar er valt nog veel meer te zien. Dus op naar Unstad.

Dit dorpje stond hoog op mijn verlanglijst. Het staat bekend om het fenomeen arctic surfing. In de winter komen hier surfers bij onmenselijk lage temperaturen de perfecte golven opzoeken. Vandaag is het water eerder vlak en zijn er geen surfers te bespeuren. Toch voel je in dit dorp die typische surfvibes die je ook in Biarritz kunt terugvinden. Vooral de kaarsrechte weg die naar Unstad leidt en dwars door de groene vallei snijdt, is magisch. Na de lunch rijden we door naar Henningsvær, dat ook wereldbekend is vanwege het in de rotsen uitgehouwen voetbalveld. Het is vooral een plaatje vanuit vogelperspectief, maar oogt iets minder spectaculair vanaf de grond. Toch is het dorp zelf een bezoek waard met zijn vele winkels en restaurants.

Asfalt door de leegte

Het miezert als we de volgende ochtend de gordijnen van de kamer opendoen. Vandaag rijden we weer enkele honderden kilometers richting het noorden. Ondanks de strenge snelheidscontroles verloopt de rit soepel, dankzij het ontbreken van druk verkeer of verkeerslichten. Het is aangenaam rijden op de Noorse wegen. Enkel de aandrang om achter elke bocht te stoppen voor een foto drukt het tempo. Stip zeker weg 87 aan, die even de E6 verlaat. Ook de bergpas voor Sørstraumen is fenomenaal. Vanaf de hoogvlakte op de pas kijken we over de laaghangende wolken die boven de fjorden hangen. Er wordt nu een tunnel aangelegd dwars door de bergen, maar zoals wel vaker is de kortste weg zeker niet de mooiste. Na het passeren van Alta met zijn talloze rondpunten, is de laatste etappe richting de Noordkaap ingezet. Eerst is er nog een bochtige klim, waarna je over een kale, surrealistisch aandoende hoogvlakte rijdt. Het zicht op de zee is voor één keer nergens te bespeuren en het landschap verandert drastisch. Een steppeachtige vegetatie met een strook asfalt die door het landschap slingert.

In het dorpje Skaidi stoppen we bij een vrolijk tankstation en genieten we van pizza met rendier. Het smaakt goed. Niet veel later zien we overal kuddes rendieren opduiken. Oppassen, want ze kunnen zomaar achter een bocht staan en reageren soms onvoorspelbaar. We zien ook enkele grote visarenden. Hier in het desolate noorden is de natuur nog koning. Mijn innerlijk kompas is ondertussen gekalibreerd en ik weet nu perfect waar het noorden ligt. De kustweg wordt geflankeerd door rotsen, en waar je ook kijkt, zie je eilanden met vissershutjes als kleine rode stipjes. Via de steile Noordkaaptunnel bereiken we het allerlaatste deel van de reis. Deze zeven kilometer lange tunnel verbindt het vasteland met het eiland waar de Noordkaap zich bevindt. De weg die nu volgt is het summum van een al prachtige reis en misschien wel de mooiste weg waarop ik ooit met een motor heb gereden.

Reality check

We laten de gouden gloed van de ondergang achter ons en rijden een dichte wolk in, klaar om een andere wereld te ontdekken aan de overkant. Hopen we, want enkele kilometers terug zagen we in de baai van Honningsvåg al een groot cruiseschip liggen. Dat is net aangemeerd en loost hordes toeristen. Het is een drukte van jewelste op de Noordkaap; het contrast met de voorgaande dagen is enorm. Weg romantisch plaatje… We hopen dat de hordes toeristen samen met de wolken zullen wegtrekken, maar helaas. Als het avond wordt, gaan we toch maar een hapje eten. Met een lichte kater beginnen we de weg in de omgekeerde richting. Het zicht is in de omgekeerde richting minstens even mooi als de voorgaande dagen, en met veel plezier passeren we de hoogtepunten nog eens. In Skjervøy hopen we een ferry te nemen richting Tromsø. Helaas blijken enkel passagiers zonder motorvoertuig aan boord te mogen. Dit gooit onze planning grondig door elkaar. We moeten een serieuze omweg nemen, al is dat in dit landschap zeker geen straf. Pas rond 23 uur komen we aan op onze bestemming, en we hebben enkele uren in het donker moeten rijden. Tromsø zelf is een eigenzinnige stad die zeker een bezoek waard is. De brug waarover je Tromsø binnenrijdt, is het hoogste punt van de stad en daardoor beslist indrukwekkend.

Het ruige broertje

De volgende dag roept de weg weer. Ons doel is Senja, het tweede grootste eiland van Noorwegen, want daar hebben we veel goeds over gehoord van de Noren die we onderweg tegenkwamen. Het zou het ruige broertje moeten zijn van de Lofoten en minder toeristisch. Door een netwerk van tunnels verlaten we Tromsø en na een paar uur rijden zijn we in Senja. Ook op dit eiland is het bijna onmogelijk om de weg kwijt te raken. Er zijn maar twee wegen die je naar de andere kant brengen. We nemen de meest kronkelige route langs het noorden en worden opnieuw op z’n Noors getrakteerd op spectaculaire landschappen. De spierwitte zandstranden blinken in de zon, die vandaag volop schijnt. Het felle licht doet het water azuurblauw kleuren en je zou haast geloven dat je op een tropisch eiland bent. We laten de zwembroek toch maar in de bagage. In Gryllefjord zijn we nog net op tijd voor de laatste ferry naar Andenes. Terwijl we het ruime sop kiezen, zakt de zon achter de grillige bergtoppen van Senja. We overnachten in een appartement in Andenes, een vissersdorpje dat letterlijk aanvoelt als het einde van de wereld. Het is ook een van de uiterste punten van Noorwegen en vooral bekend als de baai vanwaar boten vertrekken om walvissen te spotten. Restaurant Arresten ligt vlak naast ons appartement, een echte aanrader voor de culinaire liefhebber. De volgende dag is meteen onze laatste. Via het noordelijke deel van de Lofoten zakken we verder af richting Ballangen, waar we onze Harley’s weer inleveren.

Noorwegen op een Harley-Davidson
Een motorreis naar Noorwegen is niet goedkoop. Naast je vliegticket moet je rekenen op een aardig bedrag voor de motorhuur. Eten en benzine zijn ongeveer even duur als bij ons. Overnachtingen zijn redelijk geprijsd, maar verwacht geen grote luxe. Noren zijn sobere mensen. De echte avonturiers nemen hun tent mee en kunnen gratis en legaal wildkamperen. De Bucket List-formule is een unieke kans om eens met een Harley-Davidson te rijden en een of meerdere modellen van het Amerikaanse merk te ontdekken. Hoewel de Pan America de meest logische keuze lijkt, reed ik verrassend genoeg de meeste kilometers met de Heritage Classic. Ik hou van het karakter en de motor heeft minder die snelheidsdrang van de Pan America. Traag cruisen gaat prima met deze klassieker en het helpt om de ridicuul hoge boetes te vermijden, want er zijn wel degelijk mobiele radarcontroles. Noorwegen is enorm groot en heeft nog veel meer te bieden dan wij tijdens deze trip hebben ontdekt. Op de website www.hdbucketlist.com kun je de verschillende tours bekijken. Hoe je de reis verder invult, kies je helemaal zelf. Harley-Davidson zorgt voor de motoren, de mooiste routes en geeft praktische tips. Een ideale kans om kennis te maken met misschien wel het mooiste land van Europa en tegelijk de unieke rijeigenschappen van een Harley-Davidson te ontdekken.

Download de route

Reisdagen: 8   
Lengte: 2.438 km

Historie Dresda: nuchter maar doeltreffend

0
Dresda: nuchter maar doeltreffend

Onder de naam Dresda creëerde Dave Degens in zijn kleine werkplaats in zuidwest-Londen niet alleen motoren, maar ook een cult. Als rijder, constructeur en meesterframebouwer belichaamde hij de essentie van het Britse café‑racertijdperk. Onder de liefhebbers van oud-Engels zijn de Tritons van Dresda een bijna heilig begrip. De Tri(umph)(Nor)ton combineerde het beste van twee werelden, Nortons superstrak sturende en wereldberoemde Featherbed-frame met Triumphs iconische paralleltwinmotorblok. Niemand wist die combinatie beter vorm te geven dan Dave Degens. Hij was totaal geen man van grote woorden, het ging hem om zijn daden en die spraken genoeg voor hem.

Dave was 86 jaar toen hij overleed op 19 januari 2026. Het dringt nog steeds niet tot me door dat hij er niet meer is, een dag daarvoor belde hij me nog op om me te feliciteren met mijn verjaardag. Ik heb hem heel goed gekend en we hadden regelmatig contact. Niets was heerlijker dan met Dave over de motorhistorie van gedachten te wisselen. Want als mens was hij daar deel van en hij gaf er altijd erg veel inzicht in. Als berijder, racer en meestersleutelaar. Verhalen vol technische ontwikkelingen, anekdotes en natuurlijk werden de projecten waaraan hij op dat moment werkte ook niet vergeten. Als ik in Engeland te vinden was, dan ging ik altijd bij hem op bezoek. Het eindigde steevast met een bezoek aan de pub waar hij vol passie en met sterretjes in zijn ogen vol van plezier sprak over zijn leven dat tot aan de rand gevuld was met motorfietsen. En de volgende dag maakte niemand een beter Engels ontbijt voor zijn gasten dan Dave.

Dave Degens en de Dresda Triton waarmee hij de 24u van Barcelona won in 1970.

Van Ton‑Up Boy naar Mr. Triton

Dave Degens werd geboren in het dorpje Whitton bij Twickenham op 28 juli 1939. Zijn ouders kregen nog vier kinderen, maar Dave was de oudste. Hij was een onvervalst product van de Britse rockerscene en een van die hele echte, oorspronkelijke Ton‑Up Boys: jonge rijders die hun machines voorbij de magische grens van 100 mijl per uur wisten te jagen onder hachelijke omstandigheden. Een serieuze snelheid eind jaren ’50. Maar in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten had Dave een vader die ingenieur in de fijnmechanica was. Vader Degens maakte medische en wetenschappelijke instrumenten en zou later een eigen bedrijfje daarin beginnen. Hij kon ook heel erg goed sleutelen aan motorfietsen en modificeerde zijn motoren met zelfgemaakte onderdelen. Dave leerde daardoor al snel dat snelheid niet uit het gashendel kwam, maar uit het motorblok.

Zijn vroege jeugd ging gebukt onder het geweld van de Tweede Wereldoorlog en dan met name de Blitzkrieg, de bombardementen op Londen. Ondanks het gevaar vond hij het spannend om in de voortuin naar de overtrekkende Duitse bommenwerpers te kijken. “Het maakte mijn moeder knettergek van angst, maar ik vond het geweldig spannend. Tot een bom achter het park bij ons huis ontplofte en er bijna tegelijkertijd eentje neerkwam een straat verder. Mijn moeder vond het toen genoeg, de rest van de oorlog bracht ik door in Bournemouth, waar het veiliger was,” vertelde hij me ooit. “Na de oorlog leerde ik een paar wat oudere jongens kennen die motor reden. Van een van hen mocht ik af en toe een ritje maken op zijn BSA Bantam 125. Dat had een politieagent in de gaten, maar dat was een kennis van mijn vader. Ik kreeg niet op mijn kop, maar de jongen die hem uitgeleend had wel!”

Hoeveel Dresda’s zijn er gebouwd?
Er zijn vanaf begin jaren ’60 ongeveer 600 motoren opgebouwd met een Dresda-frame. Daarnaast ongeveer 1000 Tritons en circa 500 Dresda’s op basis van een aangepast BSA-, Norton-, Honda-, Suzuki-, Kawasaki-(etc.)-frame.

Dave verliet school toen hij zestien was. “Ik was geen ster op school en eerlijk gezegd had ik een grondige hekel aan de meeste vakken. Maar constructieleer en houtbewerking, daar was ik wel erg goed in. Ik ging naar school met de fiets, maar de eerste versnelling vond ik nog te zwaar trappen als het bergop ging. Ik maakte toen zelf een ander tandwiel zodat het makkelijker ging. Toen kreeg ik de smaak te pakken van het zelf maken van onderdelen.” Zijn tweede klus was het verend maken van het zadel.

“Ik ging bij mijn vader aan de slag toen ik van school ging en maakte samen met hem instrumenten. Om meer werkervaring op te doen stuurde hij me naar kleine bedrijfjes waar hij mee samenwerkte. Het waren bedrijfjes die vooral op metaalbewerking gericht waren. Van metaalgieters tot chromerijen, zo breed mogelijk. Mijn vader was ook een groot motorliefhebber en hij leerde me goed sleutelen. Toen ik oud genoeg was, wilde ik een motor kopen maar ik had veel te weinig geld. Om wat bij te verdienen, ging ik huizen schilderen in mijn vrije tijd. Het duurde niet lang of ik kocht mijn eerste motorfiets, een 350 Matchless uit de oorlog. Ik knapte hem op en verkocht hem met winst. Toen kon ik een gecrashte BSA Gold Star kopen van de ouders van een jongen die erop verongelukt was. Samen met mijn vader restaureerde ik hem terug naar nieuwstaat. Met die motor reed ik mijn eerste race in 1959. Want we hielden vaak onderlinge wedstrijden als we van pub naar pub reden. Ik was vaak de snelste. En daar was ik trots op, want een van die jongens reed op een Vincent 1000.”


Dave op de Syd Lawton Triumph Bonne-ville, 1965.

Dresda

Dave heeft me regelmatig verteld over zijn eerste wedstrijd: “We sloopten alle straatonderdelen zoals verlichting van de BSA en ik schreef me in voor een non-expert race op het circuit van Thruxton. Ik won de selectieraces en mocht aan de finale deelnemen. Die won ik ook! Ik kreeg £12 uitbetaald aan winstgeld. Dat was een heel bedrag, want daar moest ik bij mijn vader drie weken voor werken. Dat zette me heel serieus aan het denken. Ik vond niets leuker in het leven dan motorrijden, dus als ik er geld mee kon verdienen: waarom niet? Dus besloot ik om meer races te gaan rijden. Daar had ik wel een snellere motor voor nodig. Ik ging meer races rijden en verdiende meer prijzengeld. Tot ik genoeg had om een AJS 7R 350-productieracer te kopen. Die machine vormde het echte begin van mijn racecarrière. Met het geld dat ik verdiende in de racerij kon ik begin jaren ’60 samen met mijn vriend en motorverkoper Dickie Boon Dresda Autos overnemen. Dat was toen een kleine garage in Zuid-Londen, die voornamelijk in scooters handelde. We kwamen regelmatig bij Dresda over de vloer en stapten op een dag binnen toen de twee eigenaars in een vechtpartij verwikkeld waren. Er werden rake klappen uitgedeeld. Toen ze gekalmeerd waren, zeiden we voor de grap dat ze op konden houden met vechten want we wilden de garage wel van hen overnemen. Tot onze grote verbazing stemden ze direct toe. Voor £750 namen Dickie en ik Dresda over. Een paar jaar later kocht ik Dickie uit en was Dresda helemaal van mij.”

Dave en Dickie concentreerden zich aanvankelijk op het technisch perfectioneren van de Engelse motorfietsen uit die tijd, met als belangrijkste doel ze betrouwbaarder te maken. Niet veel later kwam daar tuningswerk bij, gevolgd door de fabricage van speciale onderdelen voor de straat of de racerij. Ze focusten zich daarbij met name op de paralleltwins van Triumph. Dave vond die motorblokken het beste wat Engeland te bieden had.

Onder zijn leiding groeide Dresda uit tot een broedplaats voor Britse performance engineering. Daves naam raakte al snel verweven met de Triton, de legendarische combinatie van Triumph en Norton. Dave vond het concept niet uit, maar hij maakte het beroemd en vooral: betrouwbaar. Naast het bouwen reed hij er ook fanatiek mee. Bijvoorbeeld tijdens de 24 Horas de Montjuïc, een endurancerace die verreden werd op een lastig, kort en erg bochtig stratencircuit in het stadspark Montjuïc in Barcelona.

Historie 60 jaar Vespa: de vroege jaren

Dave in Barcelona

In 1964 nam Dave al deel aan deze race, met een BMW. Hij viel uit toen de versnellingsbak het begaf. Het jaar erop schreef Dave zich in voor deze race met een 650 cc Dresda Triton. Samen met Rex Butcher namen ze het op tegen fabrieksteams met meer geld, meer mensen en meer middelen. Het zou een van de meest opmerkelijke privérijderszeges ooit worden, want tegen alle verwachting in wonnen Dave en Rex de loodzware race. En daarmee werden ze het eerste volledig Britse team dat deze race op het beroemde Spaanse stratencircuit op hun naam schreef. De overwinning veranderde alles. Dresda Autos werd plotseling hét adres voor rijders die meer wilden dan wat de fabriek leverde. Dave keek er later droog, maar treffend op terug: “We bewezen dat een goed gebouwde special de fabrieksmotoren kon verslaan. Dat was genoeg voor mij.” En daarmee af. Typisch Dave. Deze zeges bewezen dat Degens niet alleen een briljant bouwer was, maar ook een rijder die zijn bouwsels tot op de limiet wist te berijden. Maar 1965 was nog maar het begin. Datzelfde jaar won Dave de 500‑mijls productierace op Castle Combe op een 650 cc Triumph Bonneville. Hij deed dat samen met Barry Lawton, de zoon van de Engelse Aermacchi-HD-importeur Syd Lawton, die ook de eigenaar was van deze Bonneville.

Motordromen
Daves nalatenschap is groter dan de ultieme Triton, groter dan zijn zelf ontwikkelde Dresda-frames en groter dan zijn zeges in Barcelona, Brands Hatch, Scarborough en Castle Combe. Zijn echte erfenis is het bewijs dat een motorliefhebber, gewapend met kennis, kunde en doorzettingsvermogen, tot grootse prestaties en motorcreaties in staat is. Dat is iets bijzonders, want het maakt motordromen werkelijkheid.
Dave Degens en Rex Butcher tijdens de winnaarshuldiging van de 24u van Barcelona in 1965. Dave bouwde de winnende motor zelf, een 650cc Dresda Triton.

Over Ago en Mike

Een jaar later won Dave de 500‑mijls productierace op Brands Hatch, opnieuw met Rex Butcher. Syd Lawton had hem ingeschreven voor deze race. Hij sponsorde Dave ook met supersnelle 250 cc- en 350 cc Aermacchi-HD-productieracers waar Dave veel overwinningen mee behaalde. Dave: “Ik hoorde op een gegeven moment bij de top vijf van de beste coureurs uit Engeland. Soms kwam Giacomo Agostini naar Engeland om een paar races te rijden met zijn MV Agusta-viercilinder. Hij was destijds 500 cc-wereldkampioen, maar hij was niet onverslaanbaar. Mike Hailwood was een heel ander verhaal. Op dezelfde motorfiets was Mike sneller, maar Agostini was nu eenmaal de pin-up van het motorracen. Ago kon ik op een goede dag makkelijk hebben. Mike niet, maar ik herinner me een race op Brands Hatch waar ik Mike ook wist te verslaan. Brands was een van mijn favoriete circuits en Paddock Hill Bend mijn favoriete bocht. Daar haalde ik Mike buitenom in en ik wist zelfs mijn voorsprong op hem te vergroten. Tot in de laatste ronde mijn olietank scheurde. In de bocht vlak voor de finish ging ik onderuit. Ik herinner me een andere race op Brands Hatch waarbij ik Mike versloeg. Na afloop vertelde hij me dat hij gefascineerd was door het feit dat ik mijn voeten verschoof op de voetsteunen vlak voor een bocht, zodat ik er schuiner doorheen kon gaan. Hij vertelde me dat hij dit zelf niet kon doen omdat hij met de top van zijn laarzen het asfalt wilde voelen zodat hij wist hoe schuin hij lag. Ik antwoordde: ‘Dat komt omdat jouw vader welgesteld is en goede laarzen voor je kan kopen’. Toen ik begon met racen had ik geen cent meer over, alles ging naar de motor. Ik gebruikte afgedankte brandweerlaarzen. Als deze wegsleten bij de tenen, dan repareerde mijn vader ze met fiberglas. Als je daarmee aan de grond komt, worden ze bloedheet en verbrand je je tenen. Dus ik paste al snel mijn rijstijl daaraan aan,” zo vertelde Dave me ooit lachend.

“Ik had een aantal prachtige gevechten met Mike op het circuit. Het was een bijzondere coureur. Hoewel hij wereldkampioen was, verscheen hij graag aan de start in kleine races. Gewoon omdat hij van motorracen hield. Ik denk dat Mike de beste rijder was die de wereld tot op dit moment voortgebracht heeft. Hij had net dat beetje extra.”

Scarborough 1969 en de geboorte van een nieuw frame

Daves ervaring met de Aermacchi-HD-eencilinders, bijzonder geliefd om hun wegligging, inspireerde hem tot het ontwerpen van een eigen Dresda-lichtgewichtframe. Dave stond op dat moment bekend als bouwer van Tritons. Hij kon lezen en schrijven met de Aermacchi-HD’s en kwam op het idee om een nieuw, compact en licht frame te bouwen met als eerste uitgangspunt de geometrie van het Aermacchi-HD-frame en de technische opbouw van het Norton Featherbed-frame. Het tweede uitgangspunt was dat er een Triumph-paralleltwin in zou moeten passen. Het resultaat leek op een Triton in een iets kleinere schaal. Zijn lichtgewichtframeontwerp zou later een sleutelrol spelen in wat hij als een van zijn mooiste overwinningen zou gaan beschouwen.

In 1969 verscheen Dave voor het eerst op de circuits met zijn nieuwe Dresda-lichtgewichtframe, voor de gelegenheid uitgerust met een 500 cc Triumph-paralleltwin. Het resultaat was verbluffend: hij won de Scarborough Gold Cup, een van de meest prestigieuze races in Groot-Brittannië. Het was meer dan een overwinning, het was het bewijs dat een privérijder met een lasapparaat en visie frames kon bouwen die de concurrentie op afstand kon zetten. Dave bouwde ook straatmotoren met dit frame. Je kunt er trouwens nog steeds een bestellen bij de huidige eigenaar van Dresda.

De essentie van Dresda
Dave vertelde me ooit dat hij motoren wilde bouwen die “snel, betrouwbaar en puur” waren. Het mooie is dat elke Dresda dat verhaal in zich meedraagt, in de genen van het frame, het motorblok, het staal en de wijze en liefde waarmee hij opgebouwd is.

Dresda en de Japanse revolutie

Daves prestaties bleven niet onopgemerkt. Eind 1970 zette Dave zijn eigen raceactiviteiten op een lager pitje, vooral op verzoek van zijn vrouw. Niet veel later klopte het Parijse team van Japauto bij hem aan. Of hij raceframes kon bouwen voor hun Honda-wegracers en enduranceracers. Deze samenwerking leverde grootse resultaten op, waaronder de Bol d’Or‑zege van 1972 met Debrock en Ruiz op een 969 cc Japauto‑Dresda. In de jaren ’70 bouwde Dave voor Honda UK een kleine serie specials, voorzien van een al dan niet (ver) opgevoerde Honda-viercilinder. Honda UK was er bijzonder over te spreken en verleende Dave een Honda-dealerschap. Als Honda-dealer bouwde hij frames voor de CB750, maar ook voor andere Japanse multi’s. Eind jaren ’70 groeide Dresda Autos uit tot een volwaardige en als zodanig geregistreerde motorfabrikant. Op het hoogtepunt van deze periode had Dave twaalf man in dienst.

Toen de klassieke rocker- en racescene in de jaren ’80 en ’90 herleefde, keerde Dave moeiteloos terug naar zijn roots: Tritons en specials die pure en eerlijke engineering uitademden. Pas in 2019, op zijn tachtigste, vond hij het genoeg. Ik herinner me nog dat hij me belde. Hij ging met pensioen en wilde zijn werkzame leven in de pub afsluiten. Of ik zin had om een biertje te komen doen – met een bed en een ontbijtje de volgende dag. Het werd weer een feest.

Failliet en doorstart

Tot zijn overlijden bleef Dave nog actief met bouwen en perfectioneren, puur als hobby. Covid maakte een overname van Dresda Autos onmogelijk, geen enkele bank durfde het aan om de overnamekandidaten die al langer bij Dresda werkten geld te lenen. Dresda Autos ging daarom ten onder, maar maakte gelukkig vier jaar later een doorstart in Ashford, ten zuidwesten van Londen. Daar is het bedrijf nog steeds gevestigd. Het maakt, net zoals in vroeger tijden, Dresda-framekits om zelf een Triton te bouwen, inclusief het lichtgewichtframe dat debuteerde in 1969. Maar ook voor jaren ’70 Honda SOHC- en DOHC-framekits kun je bij Dresda terecht en als je een Japauto wilt opbouwen of een mooi frame voor je zelf te bouwen special wenst, ongeacht het merk motorblok, kun je ook bij ze aankloppen. Ze leveren ook complete machines en voeren onderhoud en revisiewerk uit aan Dresda’s. Precies zoals Dave het zelf graag gezien zou hebben.

Barcelona 1970: de legende wordt onsterfelijk
Vijf jaar na zijn eerste triomf keerde Dave opnieuw terug naar Barcelona. Ditmaal met een 650 cc Triumph-paralleltwin in zijn eigen lichtgewichtframe – en Ian Goddard als teamgenoot. De fabrieksteams waren sterker dan ooit… Maar Dave won opnieuw! Die tweede zege, behaald tegen nóg machtiger concurrenten, maakte de Degens-Dresda’s legendarisch. Het was het soort overwinning dat de motorindustrie van die tijd weer eens lekker wakker schudde. Want in die tijd werd er vooral gekeken naar motorvermogen en veel minder naar wegligging.
Dave Degens en Ian Goddard wonnen de 24u van Barcelona in 1970 op een Dresda Triton met ‘lightweight’ Dresda-frame.

Royal Enfield Guerrilla 450 APEX 2026: scherper, sportiever en klaar voor de stad

0
Royal Enfield Guerrilla 450 APEX 2026

Royal Enfield zet zijn Guerrilla 450 nog wat scherper in de markt. Voor 2026 komt er een nieuwe APEX-variant naar de EMEA-markten, bedoeld voor rijders die hun dagelijkse stadsrit graag combineren met extra grip, meer controle en een sportievere vibe.

Meer streetfighter

De Guerrilla 450 APEX blijft trouw aan het bekende Sherpa-platform, maar krijgt een duidelijk agressiever randje. Het aluminium stuur staat lager en is anders geplaatst, waardoor je vanzelf iets meer naar voren zit. Dat geeft de motor een actievere zithouding en maakt hem aantrekkelijk voor wie bochten niet gewoon neemt, maar echt wil aanvallen.

Onderhuids blijft de eencilinder goed voor 40 pk en 40 Nm. Dat klinkt misschien niet extreem, maar precies daar zit de charme: toegankelijk vermogen, vlot oppakken en genoeg punch om door het stadsverkeer te snijden of op een bochtige weg plezier te maken.

Meer grip, meer gevoel

Een belangrijke update zit in het rubber. De APEX krijgt 17-inch Vredestein Centauro ST-straatbanden, ontwikkeld met een sportieve insteek en extra vertrouwen op natte of gladde wegen. Ook de rijmodi Street en Sport zijn verfijnd. Handig: de motor onthoudt voortaan de laatst gekozen modus, ook nadat je hem uitschakelt.

Rood of zwart

Ook visueel laat Royal Enfield weinig aan de verbeelding over. De Guerrilla 450 APEX komt in APEX Red en APEX Black, met velglinten, een strakkere achterzadelkap en een voorkap in carrosseriekleur. Het resultaat is een roadster die er minder braaf uitziet en meer zin heeft om richting apex te duiken.

Alle varianten krijgen bovendien het Royal Enfield Tripper Dash: een rond 4-inch TFT-scherm met Google Maps-navigatie en smartphoneconnectiviteit. Praktisch in de stad, handig op onbekende wegen.

2026 Royal Enfield Bullet 650: old-school icoon krijgt dikke twin

Fairtex

Royal Enfield koppelt de Guerrilla 450 ook aan Fairtex, het bekende Muay Thai-merk. Die samenwerking levert een gelimiteerde collectie op met onder meer bokshandschoenen, shorts en een T-shirt, plus een custom Guerrilla 450 APEX. De link is duidelijk: discipline, precisie, wendbaarheid en gecontroleerde kracht.

De Royal Enfield Guerrilla 450 APEX 2026 is vanaf nu beschikbaar – komend weekend kan je ‘m al proefrijden op het RIDERS Festival in Rosmalen!

Van lelijk eendje tot zwaan: hoe Wout een hardtail chopper volledig herbouwde

0

Een jaar geleden kreeg Wout een hardtail chopper aangeboden. Hij vond het als geheel maar een lelijk geval, maar het blok vond hij juist erg mooi en Wout zag er een daarom toch goede basis in om er een mooie chopper van te bouwen!

De hardtail met het prachtige Early Shovelhead motorblok liep wel toen hij ‘m ophaalde. “Alhoewel hij vreemd kuchelde”, vertelt Wout, die er bij nadere inspectie achter kwam dat het blok niet helemaal fris meer bleek te zijn. “Je weet hoe dat gaat; als je aan een blok begint kom je steeds meer tegen wat net niet helemaal goed is, maar bij dit blok bleek een complete revisie de enige oplossing.”

PERFECTIONISTISCHE PIETLUT

In zijn piepkleine schuurtje voerde Wout die revisie helemaal zelf uit. Naast alle ‘gewone’ werkzaamheden, zoals kleppen, zuigers, lagers en veel meer onderdelen vervangen en het boren en honen van de cilinders, ging Wout nog een stapje verder, want hij is een perfectionistische pietlut als het op techniek aankomt! “Bij de revisie is de breather valve verbust en vervangen door eentje van Jims. Het motorblok is voorzien van een nieuw driegaats big-end en nieuwe krukaslagers. De krukas is aangepast voor een ‘full flow’ systeem, wat inhoudt dat het big-end continu olie krijgt in plaats van bij elke omwenteling een beetje. Tevens is er een moderne oliepomp op gezet in plaats van de gietijzeren. Deze nieuwere pomp heeft een veel betere opbrengst en zijn er ook andere tandwielen ingezet voor nog eens 25% meer opbrengst. Het nadeel was dat ik met kurken ringetjes de stoterstanghulzen niet dicht kon krijgen, ook niet met rubber ringen, dus toen siliconen ringen geplaatst en dat bleek te werken. Waar een big-end in de originele set up ongeveer 25.000 km mee gaat, is dat nu meer dan 100.000 km.”

WEDEROPBOUW

Daarmee was het echter nog lang niet klaar wat de aandrijflijn betreft. “De vierversnellingsbak heb ik zelf aangepast, deze lekte dat het een lieve lust was. De bronzen lagerbus in de uitgaande as is vervangen door twee naaldlagers. Ik had een speciale afdichting set besteld met de naam ‘The Total Cure’ en inderdaad; het helpt! Hij is nu volkomen lekvrij, tevens heb ik er een nieuwe hoofdas in gezet.” Met dit alles klaar, kon langzamerhand met de wederopbouw van de chopper begonnen worden. Zoals het ’t verstandigste is, bouwde Wout de chopper eerst helemaal ‘kaal’ op, dus zonder nieuw chroom-, poedercoat- en spuitwerk. Hij reed er daarna even mee en haalde ‘m toen weer helemaal uit elkaar. Nadat het frame, achterspatbord en de benzinetank door master painter Jacco Reniers, van Royal Kustom Works, in Aqua Blue gespoten waren, kon de uiteindelijke opbouw beginnen!

TAPERED ONE-PIECE

De voorvork is van een Sportster en het stuur is een onmiskenbare Rabbit Ear. Wout koos voor wielen van LedSled, die in antracietgrijs prachtig in het geheel passen. De sissybar maakte hij uiteraard zelf, met daarop een klein, oude stijl achterlicht en de kentekenplaat. Het dikke Early Shovelhead Strokerblok had de handige Wout inmiddels helemaal klaar, voorzien van een Andrews nokkenas, puntenontsteking en een goede full flow oliepomp. Vervolgens kon het blok, met uiterste voorzichtigheid -het valt tenslotte niet mee zo’n zware klont staal zonder de lak te beschadigen in een net gespoten frame te plaatsen- weer op z’n plek worden gezet. Een goede en betrouwbare cv-carburateur krijgt de lucht via een Dog Bowl luchtfilterhuis naar binnen. De tapered one-piece uitlaten zijn voor dit type motorblok best wel bijzonder, want die zie je maar zelden.

Meer volk rond de motor dan in het café: met een handgemaakte chopper door België

BALANS

Achter het blok zit een vierbak, aangedreven via een open belt. Schakelen gaat ouderwets stoer met de hand; de shift knob is uiteraard een ‘Wout Special’ en de voetkoppeling maakt de rijervaring nog wat intenser. Elk onderdeel aan de motor is nagekeken en waar nodig door Wout opgefrist of gerestaureerd. Waar dat niet meer mogelijk bleek zijn de onderdelen vervangen door de beste kwaliteit en/of door zelfgemaakte onderdelen. Er is een goede balans tussen mooi spuitwerk, aluminium en chroom gevonden. Teveel bling-bling doet vaak af aan de motor. De keuze om de wielen niet te verchromen maar juist een onopvallende kleur antraciet te geven, maakt dat je nog eens naar de motor kijkt en steeds meer details ontdekt. De kleuren van het spuitwerk spelen met het licht. Vanuit elke hoek bezien varieert het van lichtblauw tot donkerblauw, inderdaad, net als water! En zo kreeg deze chopper een tweede leven. De Shovel geeft geen klap verkeerd en staat even later zachtjes na te tikken in de ondergaande zon. Goed gedaan Wout!

Fotografie: Onno “Berserk” Wieringa – madnessphotography.nl

TECHNISCHE GEGEVENS HARLEY-DAVIDSON EARLY SHOVEL CHOPPER

Categorie Details
Eigenaar en bouwerWout
MerkHarley-Davidson
ModelEarly Shovel
Bouwtijd3 maanden

Motorblok

Bouwjaar1968
BouwerHarley-Davidson
Cilinderinhoud1200 + cc
TypeEarly Shovelhead
CarterHarley-Davidson
KrukasStroker
ZuigersStroker S&S
CilindersHarley-Davidson
CilinderkoppenHarley-Davidson
NokkenasAndrews
NokvolgersHydraulisch, Harley-Davidson
OliepompLate Shovel full flow systeem
CarburateurCV
LuchtfilterhuisDog Bowl
OntstekingPuntjes
UitlaatsysteemOne-piece tapereds, merk onbekend
VersnellingsbakVierbak Harley-Davidson

Rijwielgedeelte

FrameHardtail
VoorvorkHarley-Davidson Sportster
Voorwiel21 inch LedSled
Achterwiel18 inch LedSled
RemmenVoor: Harley-Davidson, Achter: custom remklauw en Harley-Davidson remschijf

Diversen

AchterspatbordCustom made door Wout
SpatbordsteunenCustom made door Wout
BenzinetankSportster
Dashboard/TellersKlein tellertje
OlietankHorse Shoe
StuurHigh Drag Rabbit Ear 12”
SpiegelsCustom
KoplampBates
AchterlichtMonotono Eldorado
ZadelLow style solo
SissybarCustom made door Wout
Voetsteunen en rempedaalHarley-Davidson FLH

Spuitwerk

KleurAqua Blue
SpuiterJacco Reniers, Royal Kustom Works
Idee en DesignJacco

Dank Aan

CreditsTjalle Reitsma, Harliepleats (R.I.P.)

Collezione 100: eerbetoon aan 100 jaar Ducati

0
Collezione 100

Op 28 mei 2026, tijdens een spectaculaire presentatie op het legendarische Mugello-circuit in Scarperia, Italië, heeft Ducati de Collezione 100 onthuld. Deze exclusieve collectie bestaat uit tien unieke motorfietsen die elk zijn geïnspireerd door een belangrijk moment uit de rijke geschiedenis van Ducati. Elk model is gelimiteerd tot slechts honderd exemplaren, waardoor ze ware verzamelobjecten zijn voor motorrijders en Ducati-liefhebbers.

De unieke kenmerken van de Collezione 100

De motorfietsen uit de Collezione 100 zijn niet alleen een lust voor het oog, maar ook technisch indrukwekkend. Elke motor is voorzien van een livery die is geïnspireerd op een iconisch model uit het verleden van Ducati. Dit omvat onder andere:

  • Speciale livery’s die een eerbetoon zijn aan historische Ducati-motoren.
  • Alcantara of leren zittingen met het geborduurde Ducati-logo.
  • Premium technische details, waaronder Centenario Bronze remklauwen.
  • Exclusieve kleurenschema’s die de historische liveries aanvullen.
  • Een dry clutch, een primeur voor de V2-modellen.

Bij elke motor hoort ook een speciale achterstand, een motorhoes en een certificaat van echtheid. Daarnaast kunnen eigenaren hun outfit aanvullen met een helm en een technische jas, beide in dezelfde livery als de motorfiets.

Verbinding tussen kunst en motorrijden

De Collezione 100 vormt een unieke link tussen Ducati en de kunstwereld. De gerenommeerde Italiaanse kunstenaar Ugo Nespolo heeft zich bij dit project aangesloten en creëert twee genummerde kunstafdrukken voor elk model. Deze afdrukken, gesigneerd door Nespolo, dragen hetzelfde serienummer als de motorfiets en zijn geïnspireerd op de historische motor die de livery heeft beïnvloed.

Ducati eert met Garage Contest de mooiste specials tijdens World Ducati Week

Tien iconische modellen in de Collezione 100

Hieronder volgt een overzicht van de tien motorfietsen die deel uitmaken van de Collezione 100, elk met zijn eigen verhaal en inspiratie:

  1. Panigale V4 S 100 (750 Imola Desmo – 1972)
  2. Panigale V2 S 100 (750 Super Sport Desmo – 1975)
  3. Streetfighter V4 S 100 (Ducati 900 Sport Desmo Darmah – 1979)
  4. Monster 100 (Monster S4Rs Tricolore – 2008)
  5. XDiavel V4 100 (750 Super Sport “California Hot Rod” – 1977)
  6. Diavel V4 RS 100 (900 Replica – 1979)
  7. Multistrada V4 RS 100 (500 SL Pantah – 1979)
  8. Scrambler 100 (250 Scrambler – 1962)
  9. Hypermotard V2 SP 100 (Ducati 860 “24 Horas de Montjuïc” – 1975)
  10. DesertX 100 (Pantah “Ice” – 1981)

World Ducati Week

Bezoekers van het World Ducati Week op 3, 4 en 5 juli 2026 zullen de kans krijgen om de Collezione 100 in levende lijve te bewonderen. Na deze gelegenheid zullen de motorfietsen deelnemen aan de Goodwood Festival of Speed, een onmisbaar evenement voor autoliefhebbers. Vervolgens keert de collectie terug naar Bologna, waar zij in verschillende musea in de regio wordt tentoongesteld.

Honda vernieuwt CRF-serie voor 2027

0

Honda heeft aangekondigd dat de CRF-serie offroadmotoren een grondige update krijgt voor modeljaar 2027. De vernieuwing omvat een volledig nieuwe CRF450R, een speciale CRF450R HRC-WE en een opgefriste CRF250R.

De CRF450R is opnieuw ontworpen met nadruk op een hoger vermogen en een lager gewicht. De motor levert 10% meer vermogen en 4% meer koppel dan zijn voorganger, dankzij een efficiënter motorblok met nieuwe zuiger, krukas en kleppen. De transmissie is compacter en de koppeling heeft een Back Torque Limiter voor verbeterde controle.

Honda CRF450RX Rally: Heeft de woestijn een nieuwe koningin?

Het frame is voor 70% nieuw, wat zorgt voor meer stijfheid en betere rijstabiliteit. De vernieuwde vering en lichtere swingarm dragen bij aan verbeterde handling. Ook het elektronische pakket, met onder meer HRC Launch Control en selectable torque control, is verfijnd voor nauwkeurigere afstelling.

Het nieuwe bodywork is functioneler en zorgt voor meer bewegingsvrijheid. De exclusieve CRF450R HRC-WE voegt hoogwaardige componenten toe, zoals een Yoshimura-uitlaat en handbewerkte motoronderdelen. De CRF250R krijgt eveneens een update en sluit visueel beter aan bij zijn grotere broer.

Alle modellen verschijnen in Extreme Red met nieuwe, HRC-geïnspireerde graphics waarin blauw een prominentere rol speelt. Zo vormt de 2027 CRF-serie een visueel en technisch sterk geheel.

27YM Honda CRF Family

Gramsberger Classic TT keert terug op vrijdag 19 en zaterdag 20 juni

0
Gramsberger Classic TT

Op vrijdag 19 en zaterdag 20 juni klinkt in Anerveen opnieuw het karakteristieke gebrom van klassieke motoren tijdens de Gramsberger Classic TT. Stichting Eveno Racing Gramsbergen en het Classic Racing Team brengen een weekend vol nostalgie, historie en motorsportplezier tot leven.

De aftrap vindt plaats op vrijdagavond met een technische keuring in het centrum van Gramsbergen. Een stoet van Honda’s, Ducati’s, BMW’s en andere klassiekers trekt door het dorp. Daarna volgt een feestavond op het rennerskwartier met muziek en gratis toegang.

Volop actie tijdens de Internationale Ducati Club Race

Zaterdag staat volledig in het teken van actie op het stratencircuit. Vanaf 10.00 uur starten de trainingen, gevolgd door demo-races in diverse klassen, waaronder 50cc tot 500cc en zijspannen. Ook de geliefde Classic Parade keert terug, met aandacht voor historische motoren en hun coureurs.

Tijdens het evenement wordt een raceklare Honda CB 125 verloot ten bate van Stichting Eveno Racing en Stichting Alles voor ALS Gramsbergen. De opbrengst ondersteunt jong Nederlands racetalent. Toegang en parkeren zijn gratis, en na de prijsuitreiking is de voetbalwedstrijd van Oranje live te zien in de feesttent.

Foto’s: Henk Mannes

Verkeersboetes stijgen opnieuw in 2027

0
verkeersboete

Het kabinet verhoogt volgend jaar opnieuw de verkeersboetes. De bedragen stijgen met 2,7 procent, gelijk aan de inflatie, zo wordt bevestigd aan De Telegraaf. Wie door rood rijdt, betaalt straks 328 euro in plaats van 320 euro.

De verhoging leidt opnieuw tot kritiek. Zowel het Openbaar Ministerie als de Raad voor de Rechtspraak vindt dat de boetes niet meer in verhouding staan tot zwaardere strafbare feiten. Bovendien waarschuwt de Raad dat mensen met schulden hierdoor verder in de problemen kunnen raken — vooral omdat niet-betalers na twee aanmaningen het dubbele bedrag verschuldigd zijn.

Boetes stijgen opnieuw: dit betaal je in 2026 voor een verkeersovertreding

Ook in de Tweede Kamer klinkt twijfel over het nut van deze jaarlijkse verhogingen. Toch houdt het kabinet vast aan de inflatiecorrectie. De opbrengst van verkeersboetes is namelijk een vaste inkomstenbron: vorig jaar stroomde er zo’n 1 miljard euro de staatskas in. Door de nieuwe aanpassing groeit dat bedrag met enkele tientallen miljoenen.

SYM TTLBT en Cruisym 400: eerste vragen na de test

0

Het Taiwanese SYM stelt met trots zijn nieuwste vlaggenschip voor: de TTLBT. Een maxi-scooter boordevol technologie én met een opvallende naam. Ook de Cruisym modellijn krijgt er een grote broer bij met de nieuwe Cruisym 400. Vanuit het zonovergoten Sardinië bellen we redacteur Charly op voor een eerste indruk.

Motor.NL: Een vraag die ons al weken bezig houdt… waar verwijst de naam TTLBT eigenlijk naar?

Charly: Euhm… een schildpad.

Interessant. Vertel.

TTL is de Engelse afkorting van turtle, dus inderdaad: schildpad. Niet meteen het dier dat je spontaan associeert met een maxi-scooter van 45 pk. Eerder met tragere weggebruikers misschien. Maar bij SYM zit daar wel degelijk een gedachte achter. Hun slogan luidt: “Slow down, time flies.” Daar kunnen we ergens wel inkomen. Bovendien heeft een schildpad in de Aziatische cultuur een heel andere betekenis dan bij ons. Het dier staat er symbool voor een lang leven, wijsheid, stabiliteit en bescherming. Een pak positievere connotaties dus.

Fair enough. Maar dan missen we nog de BT? Zit er Bluetooth op?

Natuurlijk, maar BT staat voor “Best Technology”. Een beetje vergezocht misschien, en niet helemaal Europees in de oren, maar tegelijk ook niet onterecht. Die scooter zit echt tjokvol technologie. Eigenlijk zowat alles wat je vandaag ook op een dure allroad terugvindt: cruisecontrol, handvatverwarming, een elektrisch verstelbaar windscherm, bochtenverlichting, zijkoffers, cornering ABS, tractiecontrole, drie rijmodi, touch screen met Apple CarPlay en zelfs zadelverwarming. Het volledige pakket dus.

Knap. Kost hij dan ook evenveel als zo’n allroad?

Gelukkig niet. Reken eerder op ongeveer de helft. De prijs blijft net onder de 11.000 euro, en dat lijkt me eigenlijk best correct voor wat je krijgt.

En rijdt het ook een beetje lekker?

Sardinië stelt eigenlijk nooit teleur, zeker niet met dit weer. Zon, mooie wegen… ideaal scooterterrein. Het duurt hier niet lang voor je op van die heerlijke bochtige wegen terechtkomt waar je jezelf afvraagt waarom niet meer mensen met een maxi-scooter rijden. Het comfort is uitstekend, het motorblok heeft meer dan genoeg punch om vlot mee te kunnen en dankzij het lage zwaartepunt voelt alles heel toegankelijk en stabiel aan.

Perfectie bestaat niet. Waar kan het volgens jou nog beter?

Het zit vooral in de details. Zo is er voorlopig nog geen ondersteuning voor Android Auto. Volgens SYM ligt dat vooral aan Google, dat het systeem nog niet volledig heeft opengesteld voor tweewielers. Daarnaast zijn de zijkoffers mooi geïntegreerd in het design van de scooter, maar daardoor leveren ze wel wat in op volume. Ze zijn eerder aan de kleine kant en je moet ze bovendien openen met een fysieke sleutel die in de keyless sleutel verwerkt zit. Dat voelt net iets omslachtiger aan dan verwacht. Ook de opbergruimte onder het zadel is niet gigantisch, omdat het motorblok rechtstreeks in het frame hangt en niet achteraan bij het wiel zit. Dat heeft natuurlijk wel weer voordelen voor de wegligging.

Bevalt de Cruisym 400 je evenzeer?

Zeker, al blijft het altijd een gewaagde keuze om twee scooters uit een totaal verschillend segment op dezelfde dag te testen. Je moet de TTLBT echt zien als het absolute vlaggenschip van het gamma, terwijl de Cruisym gewoon in een andere categorie speelt. Als je voortdurend wisselt tussen beide, ga je automatisch vergelijken. Begrijp me niet verkeerd: de Cruisym is op zichzelf een prima scooter, maar de TTLBT voelt op elk vlak net wat hoogwaardiger aan. Met mijn 1m90 is de Cruisym bovendien net iets te compact, waardoor mijn knieën soms wat in de weg zitten. Al blijft dat natuurlijk relatief, want voor heel wat rijders zal die compactere ergonomie net een voordeel zijn.

Die Cruisym ziet er anders wel scherp uit.

Absoluut. Kudos voor het ontwerpteam, want ondanks het uitgesproken Aziatische design denk ik dat deze scooter ook heel wat Europese harten zal veroveren. Vooral de ledverlichting is echt een kunstwerkje op zich. Zeker de donkergroene kleurstelling oogt bijzonder stijlvol. En in tegenstelling tot de TTLBT zit de eencilinder hier achteraan gemonteerd, waardoor je onder het zadel zeeën van ruimte krijgt. Twee integraalhelmen passen er zonder problemen in.

En nu nog even genieten van het mooie weer?

Daar mag je van op aan. Ik sta alleen nog voor een bijzonder moeilijke keuze: het zwembad van het hotel of het parelwitte strand hier om de hoek…

Jaja, geniet er maar van. Je hebt vandaag tenslotte ongelooflijk hard gewerkt…

Ingezonden: ‘Zonder zonnevizier is een motorhelm onveilig’

1

Met enige regelmaat ontvangen we van onze volgers mailtjes en reacties waarin ze hun ervaringen met ons delen. Of het nu gaat om de aankoop van een motor met een bijzonder verhaal, een prachtige rit die ze hebben gemaakt, of een opvallende gebeurtenis in het verkeer. Lees hieronder de mail van Ben. In deze rubriek willen we jou, onze volgers, een podium bieden om jouw verhaal te vertellen. Heb jij iets meegemaakt, zit je ergens mee of heb je gewoon een sterk verhaal? Stuur ons dan een bericht via redactie@motor.nl. Alles wat met motoren te maken heeft, is van harte welkom!

Ingezonden: ‘Ik werd onterecht van de weg gehaald door een motoragent’

De mail van Ben:

De laagstaande zon in het vroege voorjaar en late najaar kan een onveilige situatie voor motorrijders veroorzaken. Moderne helmen met een (afneembaar) zonnevizier/-klep zijn nog zeldzaam op een enkele uitzondering zoals de Schuberth E2 na. Adventure-helmen geven geen antwoord op dit probleem. De zogenaamde peaks (kleppen) beschermen vooral tegen modder en takken, maar zijn ongeschikt als zonwering door hun smalle ontwerp en hoge positie. Daarbij veroorzaken ze op de weg extra lawaai en winddruk. Natuurlijk kun je, als doe-het-zelver, zo’n peak verbuigen, maar aan een (dure) nieuwe helm knoeien is geen prettig idee. Een zonneklep op jouw bestaande helm bouwen kan een afdoende oplossing zijn, maar elke aanpassing betekent dat-ie dan niet meer aan de veiligheidsnormen voldoet. Toch was ik nieuwsgierig naar het effect van een zonnedak en heb een oude helm daarmee voorzien. Tot 110 km/u was er geen lawaai en winddruk merkbaar en was er uiteraard geen last meer van de laagstaande zon. Een zonneklep lijkt de ideale oplossing. Schuberth met zijn E2-systeemhelm heeft dat begrepen door een afneembaar zonnevizier te monteren. Het nadeel dat deze zonneklep de laagstaande zon onvoldoende pareert, zou gemakkelijk op te lossen zijn door ‘m nog iets lager te monteren. Een verstelbaar zonnevizier zou overigens de perfecte oplossing zijn. Mijn oproep aan helmontwerpers: ga aan de slag met het ontwerpen van een verstelbare en afneembare zonneklep voor reguliere helmen. Dit zou niet alleen de veiligheid verbeteren, maar kan ook nieuwe zakelijke kansen bieden.

Ben van der Hoff

Reactie Motor.NL
Interessante gedachtegang, Ben! We hebben het direct voorgelegd aan een aantal experts, en die zeggen direct dat je beter niets aanpast aan je helm, omdat de helm dan niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. En dat kan je ook bij verzekeringskwesties heel duur komen te staan… Niels Derksen van Jopa Racing Products: ‘Als oplossing voor het probleem van laagstaande zon zou ik eerder adviseren te kijken naar alternatieven zoals een ander type vizier of een photochromatisch vizier. Deze vizieren passen zich automatisch aan de lichtomstandigheden aan: ze kleuren donker bij fel licht en worden weer helder bij minder licht. Dat biedt in de praktijk een veiligere en meer verantwoorde oplossing dan het zelf aanpassen van een helm. Echter zijn er ook helmen mét afdraaibare klep en zonnevizier, zoals de NEXX Helmet X.WED3 Golden Dune en de NEXX Helmet X.LFC ZERO Carbon.’ En er is meer, want Shark heeft de IRID Photochromic Visors, en zo zijn er nog een aantal spelers op de markt. Al is dit niet wat je zoekt, allicht. Wie weet heb je een helmenfabrikant hiermee op een idee gebracht…

Foto: Ben van der Hoff