maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 957

Jawa weldra terug in Europa

0

Jawa keert terug in Europa met de 300CL. Daarvan zijn nu ook de laatste specificaties onthuld.

Er is al enige tijd een ‘zullen ze, zullen ze niet’ discussie gaande rond de nieuwe Jawa-modellen en of ze wel of niet naar Europa komen. Het is geen verrassing dat in Europa motorrijders nieuwsgierig zijn naar deze klassiek gestileerde machines. Jawa liet lang op zich wachten met de officiële bevestiging van een Euro-model. Maar in welke landen de Jawa op korte termijn verkocht zal worden, is nog niet bekend gemaakt.

Jawa 300CL: kenmerken en specs

De styling en het design van de motorfiets blijft op het eerst gezicht onveranderd. De Jawa 300CL die naar Europa komt ziet er hetzelfde uit als het model dat in Europa verkocht zal worden. Natuurlijk zal wel de kentekenplaathouder op het voorsparbord verdwenen zijn. Alle veranderingen lijken vooral intern te zijn uitgevoerd en vooral om de motor door de Euro-emissievoorschriften heen te helpen.

Intern zal de motorfiets iets anders zijn afgesteld, wat deels te maken heeft met de verschillende klimatologische omstandigheden in Europa. Mar de afstelling heeft natuurlijk ook te maken met het behalen van de uitlaatgasdoelstellingen.

De ‘Europese’ Jawa zal iets minder vermogen hebben dan het Indiase model, zo’n 22 pk in tegenstelling tot de 27 pk van de Indiase modellen. Het koppel zal ook iets dalen, 24,9 Nm in plaats van de 27,1Nm. De capaciteit van de brandstoftank is ook iets afgenomen, 13,2 liter voor de Europese machine en 14 liter voor de Indiase.

De grootste en meest opvallende verandering is dat de Europese machine aanzienlijk meer zal wegen dan het Aziatische model, 182 kilo in plaats van 170 kg. De gewichtstoename zal ongetwijfeld te maken hebben met het meer geavanceerde ABS-systeem.

Er wordt gezegd dat de Europese motor een prijs krijgt van rond de €6.000,-. Daar moeten de Nederlandse belastingen nog bij.

Naast de nieuw geïntroduceerde 300 CL bestaat Jawa’s Europese portefeuille uit de 350 2T en de prachtige, volwaardige caféracer, de 350 OHC.

Meer info check jawamotorcycles.com

Royal Enfield FT Flat Track debuteert in USA- kampioenschap

0

Het debuut van Royal Enfield in het Amerikaanse AMA-kampioenschap in Mechanicsburg’s Williams Grove Half-Mile was een succes. De geheel nieuwe FT Flat Track is ontwikkeld op basis van de Interceptror 650.

De Royal Enfield FT Flat Track maakte enkele dagen geleden zijn debuut in het Amerikaanse Flat Track-kampioenschap. De motor nam deel aan de categorie Production Twins op het dirtoval van de Williams Grove Half-Mile in Mechanicsburg, Pennsylvania.

Coureur Johnny Lewis werd ondersteund door het Harris Performance-team (R&D-bedrijf van Royal Enfield), dat samen met de Moto Anatomy Flat Track Academy het prototype ontwikkelde op basis van de Interceptor 650 tweecilinder. Lewis, die mede door de vertraging als gevolg van Covid 19 slechts drie dagen voor de race op de FT Flat Track reed, pakte de derde plaats in de halve finale en een zesde plaats in het algemeen klassement.

Een opmerkelijke prestatie omdat Royal Enfield in alle opzichten nieuw is en dat er geen tijd was om te testen. Hoewel niet op het niveau van oudgedienden van het kaliber van de Indian FTR 750 of Harley-Davidson XR 750, heeft de Indiase Flat Track een uitstekende indruk gemaakt. Het bewijst dat het alle geloofsbrieven heeft om een belangrijke plaats in het kampioenschap te verdienen. Natuurlijk is er ruimte voor verbetering, maar het is slechts een kwestie van tijd: Royal Enfield en Moto Anatomy werken er al aan. De volgende test is op vrijdag 25 en zaterdag 26 september op de Dallas Half-Mile in Mesquite, Texas.

Build Train Race

Een ander interessant initiatief is het Build Train Race-programma. Vier vrouwelijke rijders zijn daar bij betrokken. Ze moeten eigenhandig een racemotor bouwen op basis van een Royal Enfield Interceptor. Melissa Paris, Andrea Lothrop, Lana MacNaughton en Jillian Deschenes zouden hun debuut maken op 28 maart in Daytona, maar de uitdaging werd verplaatst naar 2-3 oktober op de Dixie Speedway en 15-16 oktober in Daytona.

Nieuwe kleuren voor de Kawasaki Z900

0

De succesvolle – en voor dit jaar compleet vernieuwde Z900 – krijgt nieuwe kleuren voor 2021. De lovende media kritieken tijdens de Z900 introductie eerder dit jaar bleken terecht. De Z900 sloeg in als een bom met als gevolg dat hij al aan het begin van de zomer uitverkocht was! De Z900 is wederom de best verkochte naked bike.

De Z900 dankt zijn ongekende succes aan het unieke totaalpakket van het 4-in-lijn motorblok met best in class performance, sublieme handling en indrukwekkende styling. Tel daarbij de complete uitrusting zoals Traction Control (KTRC), geïntegreerde rijmodi, ABS, TFT-kleurendisplay, Bluetooth smartphone connectiviteit en volledige LED-verlichting bij op en je hebt de best in class naked!

De Z900 is vanaf medio december te bewonderen bij de Kawasaki dealers in de volgende nieuwe kleuren:

  • Metallic Spark Black / Metallic Flat Spark Black / Red
  • Pearl Blizzard White/ Metallic Spark Black
  • Metallic Spark Black / Metallic Flat Spark Black / Green

Prijzen worden later dit jaar bekend gemaakt.

Geboren klassieker: Sanglas 400/500 (1975 – 1981)

0
Sanglas

Terwijl de Tweede Wereldoorlog halverwege is, likt Spanje nog de wonden van zijn verwoestende burgeroorlog. Om het getroffen land weer mobiel te krijgen, starten de ingenieursbroers Martín en Javier Sanglas Camps met hulp van vaders textielgeld een tweewielerbedrijfje. Vanaf dag één hebben zij als insteek het eigenhandig vervaardigen van zware motorfietsen voor overheidsgebruik. Hoewel inspiratie geput wordt uit Brits cultuurgoed, zijn de eencilinder viertakten allesbehalve kopieën. Na een lange slag 348 cc, rolt al in 1952 de eerste 500 cc uit de fabriek in Hospitalet bij Barcelona. In 1958 krijgt de overheidsfiets een geduchte concurrent voor de kiezen: de Seat 600, de Spaanse licentieversie van de Fiat 600. Sanglas pareert deze aanval met een zijspanversie en blijft niettemin hun tweewielers leveren aan leger en overheid.

Monumentale cilinder

In 1973 presenteert Sanglas een veel meer op het moderne burgerleven gestoelde 400E. Vanwege zwaar tegenvallende cijfers qua verkoop en motorische prestaties, brengt het merk in 1975 een 496 cc-versie, gevolgd door een 500 S en S2 in 1977. Hoewel deze laatste gesierd wordt door dezelfde monumentale cilinder als van de 400, een moderne (of zoals dat vroeger heette: ‘vlotte’) vormgeving, vijfbak, polyester tank, dubbele schijfrem en gietwielen, is het lot voor Sanglas feitelijk al bezegeld. De broers hadden zich nooit verdiept in export en zich te veel geconcentreerd op de overheid in plaats van de consumentenmarkt. Als Sanglas echt internationaal gaat op de consumentenmarkt, is het uiteraard te laat. Japanse motoren hebben een veel aantrekkelijker aanbod, zijn moderner en voordeliger. Bovendien levert BMW interessantere overheidsfietsen dan de 32 pk ‘sterke’ Sanglas voor grofweg hetzelfde geld.

Drieduizend blokken kopen

In 1977 spoedt Javier Sanglas zich naar Japan om bij Yamaha een deal te sluiten. Hij probeert drieduizend XS400 twin-blokken te kopen, terwijl Yamaha juist op het punt staat de conceptueel vergelijkbare SR400/500 te introduceren. In 1981 wordt Sanglas overgenomen door een combinatie van banken, Yamaha en overige geldschieters. Het leidt nog tot de komst van een Sanglas S 400 Y, voorzien van – jawel – een XS400-blok. Met dit model drukken de eigenaren de eencilinders van Spanje’s oudste motormerk in de vergetelheid. Op 5 april 1989 is Yamaha officieel volledig eigenaar. Dezelfde dag loopt de allerlaatste Sanglas 500 S2 van de band. Puur voor de show en de bühne. Het is voorbij.

Geboren klassiekers: Ducati 350GTL/500GTL & GTV

Collectors item?

In totaal zijn er 54 Sanglas-motoren naar Nederland geïmporteerd, aanvankelijk door Benelux-importeur Jan de Bruin uit Driebruggen. Die werd begin jaren 80 opgevolgd door Motim/Motorhuis Henk Vink. In 1978 kost een Sanglas 500 S ƒ 6.800,-, terwijl een Honda CB550 F1 te boek staat voor ƒ 5.999,-! In Spanje is een Sanglas nog goed verkrijgbaar. Voor een exemplaar in topstaat betaal je zo’n vijfduizend euro. Meestal is dat de 400 cc, bestemd voor de binnenlandse markt. Dan rijd je wel écht iets bijzonders.

Geboren klassiekers, verloren illusies, evergreens, eendagsvliegen, winkeldochters, cultmachines, collectors items, geboren klassiekers of verloren illusies; aan elke machine die uit de roulatie is gegaan valt wel een predicaat te plakken. Maar welke motoren van betrekkelijk recente datum zullen aanspraak kunnen maken op de eretitel ‘klassieker’ en welke sneuvelen vroegtijdig met aan diggelen gegooide illusies? Onthoud wel: aan onze voorspellende gaven of miskleunen kunnen op termijn geen rechten worden ontleend…

Zondagmorgenfilm: Fabio Taglioni

0

Op 10 september was het precies 100 jaar geleden dat Fabio Taglioni werd geboren in het Italiaanse Lugo. Echte Ducatisti weten natuurlijk precies wat hij gedaan heeft voor Ducati. Weet je dat nog niet, of wil je nog een keer genieten van het levensverhaal van hem? Bekijk dan zeker onderstaande drieluik.

Motorverkopen in EU eerste zeven maanden 2020

0

De Europese motormarkt liet een enorme stijging zien in juli. De verkopen bedroegen maar liefst 216.377, een stijging van 22,0%. In de eerste zeven maanden van 2020 bedroeg de omzet 924.947, een daling van 8,1%. Alle landen laten positieve cijfers zien, behalve Griekenland, Finland, Hongarije en Kroatië.

In juli liet de Europese tweewielermarkt een sterke stijging zien. De totale verkoop van de 27 EU-landen (inclusief UK) bedroeg 216.377, een enorme stijging van 22,0%.

In de eerste zeven maanden van 2020 bedroeg de omzet 924.947, een daling van 8,1%.

Tot nu toe  was Frankrijk in juli de grootste markt in Europa (-12,7%), gevolgd door Italië (-15,8%), Duitsland (+6,3%), Spanje (-18,4%), het Verenigd Koninkrijk (-16,2%) en Nederland (+15,6%).

In dezelfde periode verkocht marktleider Honda in de hele Europese regio 123.010 voertuigen (-15,2%). Op de tweede plaats staat de Japanse concurrent Yamaha met 105.224 eenheden (-1,4%) en op de derde plaats Piaggio met 99.844 eenheden (-5,3%). Achter BMW met een omzet van 66.989 (-12,2%) komt Kawasaki met 49.803 (-0,7%), Kymco met 42.707 (-5,2%) en SYM met 39.551 (-4,1%).

Markttrend

Na de positieve ontwikkeling van de afgelopen jaren is de Europese motorindustrie in 2020 vrij goed van start gegaan met een forse stijging in januari (+11,4%) en in februari (+7,7%), om vervolgens in maart (-37,5%) en april (-61,1%) fors te dalen vanwege Covid-19 en de daarop volgende lockdown

Toen de landen in mei uit de lockdown stapten, ondersteunde een onmiddellijke sterke vraag naar nieuwe motorfietsen de verkoop en de Europese markt herstelde zich al in mei, toen de verkoop met 7,7% daalde, voornamelijk als gevolg van de lockdown die nog steeds actief was in het Verenigd Koninkrijk en Spanje.

In juni bedroeg de Europese verkoop 209.588 (+24,2%), slechts vier landen scoorden negatief gebied, Finland, Hongarije, Griekenland en Kroatië.

Het eerste semester werd afgesloten met 721.286 verkopen (-14,5%).

Indian komt met nieuwe Roadmasters en een Vintage

0

Indian Motorcycle Co., onderdeel van het in Medina, Minnesota gevestigde Polaris Inc., heeft z’n nieuws voor 2021 op een rijtje gezet. Dat doen ze na het sterkste verkoopkwartaal ooit.

De introductie van de nieuwe modellen geeft Indian maanden voorsprong op Harley-Davidson. Dat komt omdat Harley-Davidson, onder bewind van de nieuwe voorzitter, president en CEO Jochen Zeitz, heeft besloten om zijn nieuwe modeljaarintroducties naar het begin van het kalenderjaar te verplaatsen in plaats van tijdens de voorafgaande zomer, zoals eerder het geval was. Dat betekent dat 2021 modellen pas begin volgend jaar officieel worden aangekondigd.

Voor 2021 heeft Indian de nieuwe Roadmaster Limited- en Vintage Dark Horse-versies in het vooruitzicht gesteld. Daarbij is de Roadmaster Dark Horse aanzienlijke gerestyled en zijn er nieuwe kleuren voor het grootste deel van het assortiment. Laten we eens in detail kijken naar al het nieuws dat de dochteronderneming van de Polarisgroep heeft beloofd.

De Roadmaster Dark Horse en Roadmaster Limited winnen aan comfort dankzij het ClimaCommand verwarmde- en gekoelde zadel – tot nu toe alleen optioneel verkrijgbaar in de Thunderstroke-serie – terwijl de modellen uit de Roadmaster-, Challenger- en Chieftain-serie – opnieuw standaard – het Apple CarPlay-systeem met infotainment Ride Command krijgen. Andere nieuwe functies zijn de Adaptive LED Pathfinder-koplamp, die vanaf 2015 beschikbaar is op de Thunderstroke-modellen, en de nieuwe 12V laadaansluiting die is toegevoegd aan het dashboard van de Chieftain-, Roadmaster-, Springfield en Challenger-modellen. Nieuw voor de Scout-serie vanaf 2021 zijn naast een grotere keuze aan accessoires (waaronder scherm, zachte zijtassen en aerodynamische deflectoren) de keuze uit twee vloeistofgekoelde V2 blokken; de 1000cc met 76 pk of de 1113cc met 94 pk.

Roadmaster Limited

Naast het bredere zdel en het standaard Apple CarPlay-systeem krijgt de Roadmaster Limited voor 2021 de nieuwe Crimson Metallic en Thunder Black Azure Crystal lak, zij- en topkoffertassen, elektrisch verstelbaar scherm en verwarmde handvatten. De Roadmaster is uitgerust met de krachtige 116 kubieke inch luchtgekoelde Thunderstroke V2.

Roadmaster Dark Horse

Net als de Limited krijgt de Dark Horse een nieuw zadel, het Ride Command infotainment systeem en nieuwe kleuren. En natuurlijk nieuwe kleuren: Thunder Black Smoke, White Smoke of Bronze Smoke.

Vintage Dark Horse

Naast het Vintage-model onderscheidt de Dark Horse – die alleen verkrijgbaar is in de kleur Blake Smoke met zwart gelakt blok – zich door de iets lagere prijs en de afwezigheid van een quick-release voorruit, zwarte lederen tassen met franjes en een eenpersoonszadel.

Ewan McGregor springt met de Honda Monkey over Obi Wan Kenobi

0

Een kleine motorfiets, een klein obstakel in de vorm van een marionet van Obi Wan Kenobi en een kleine ramp. Voor de tv-show van Jimmy Fallon was voor Ewan McGregor niets te veel.

https://youtu.be/7rs4ujCiQCk

De Star Wars-acteur nam de uitdaging eerder aan tijdens de Tonight Show van Jimmy Fallon. De stunt bestond eruit dat McGregor onder het oog van de camera’s een jump zou maken over een beroemde Star Wars-karakter met de iconische Honda Monkey.

Geen erg moeilijke uitdaging, maar wel een die de staf van de beroemde filmster met ingehouden adem volgde. Eerder hadden ze hem geadviseerd niet mee te gaan met het voorstel van Jimmy Fallon.

De verrassende motorverzameling van Koos Boerboom

0
motorverzameling koos boerboom

Koos Boerboom is al van jongs af aan een echte motorman. Vanaf z’n achttiende jaar heeft hij altijd wel diverse motoren in z’n bezit. Moderne fietsen, maar zeker ook klassiekers. Zo’n negentig stuks heeft hij er inmiddels gehad. Een rijk gevuld fotoalbum is daarvan het bewijs. Nu staan er in z’n werkplaats een handvol motoren. De meest bijzondere: twee zeldzame Engelse fietsen. De meest onverwachte: een Duitser met beplating. Nieuwsgierig geworden?

De 64-jarige Koos Boerboom uit Didam behoort tot die oude generatie motorliefhebbers die al als jochie aan motoren sleutelen en ze in weilanden of op bospaden uitproberen. Hij doet dat al op z’n veertiende. Trouwens, niet alleen raggen op de stoppelvelden – het akkerland – ook wel op de openbare weg, uit het zicht van de politie: ‘Op een NSU Fox, nota bene van m’n vader gekregen.’ Er zijn aardig wat motoren in die tijd ‘vakkundig’ door hem opgereden. Zonder moeite klinkt het: ‘Onder andere een Sparta met ILO-blok, TWN en ook een Victoria Bergmeister met zijspan, die ik samen met m’n broer had. Hartstikke zonde natuurlijk, maar toen dacht je daar niet bij na.’

motorverzameling koos boerboom

Uiteraard verkiest hij als achttienjarige een motorfiets voor op de weg. Sindsdien is er 46 jaar verstreken en in die periode is Boerboom niet één dag zonder motorfiets geweest: ‘Klassiekers en een moderne motor erbij voor het toeren en de vakanties.’ Dat gold ook in al die jaren dat hij als vrachtwagenchauffeur door Europa toerde en dus veel van huis was. ‘Weer thuis pakte ik dan meteen de motor. Maar de laatste paar jaar ben ik planner bij hetzelfde bedrijf en heb ik veel meer tijd om te sleutelen en te rijden.’

Altijd stonden er dus wel enkele motoren in zijn schuur. Maar Boerboom beperkt zich daarbij niet tot modellen van één merk. Zeker niet, hij waardeert uiteenlopende merken, modellen en typen. Een fotoalbum komt op tafel met daarin de kiekjes van heel veel van zijn motorfietsen. In al die jaren heeft hij er zo’n negentig gehad. Motoren van Engelse makelij, maar ook Duitse, Japanse, Amerikaanse en Italiaanse merken zijn vertegenwoordigd. Voor de vuist weg geeft hij een kleine opsomming: ‘Een Dollar uit 1928 was m’n oudste, verder Suzuki’s, Yamaha’s, Honda’s, een Zündapp, BMW’s met en zonder zijspan, Laverda’s en natuurlijk diverse Nortons en Triumphs.’ Z’n belangstelling voor motorfietsen is dus duidelijk breed. Heel breed zelfs, maar toch ook niet onbegrensd. ‘Ik wil absoluut geen roestbakken of barrels. Ze moeten wel goed verzorgd zijn. Merk, waarde of cilinderinhoud zijn dan niet zo belangrijk.’

Bulldog op wielen

Een blik op z’n huidige ‘rollende materieel’ laat zijn veelzijdigheid zien. Z’n moderne motorfiets is een dikke Yamaha FJR1300, bedoeld voor stevig toerwerk en vakanties. ‘Vorig voorjaar nieuw gekocht en in de zomer volgde meteen een mooie trip over de bergwegen in Italië, Oostenrijk en Zwitserland.’ Boerboom is zeker niet iemand die meteen als een blok valt voor moderne snufjes en de zegeningen van de modernste techniek. Vroeger deden we het ook gewoon zonder, is zijn motto. ‘Die FJR zit ook vol toeters en bellen. Het is bijvoorbeeld een semi-automaat en – eerlijk is eerlijk – dat is toch wel erg makkelijk.’

Z’n andere betrekkelijk jonge motorfiets is een Harley-Davidson uit 1996. Een Softtail, 1340 cc zwaar en in een aparte uitvoering. ‘Er zijn er maar tweeduizend van gemaakt. Hij heeft een extra grote tank en Fatboy-uitlaten.’ Met het merk Harley-Davidson heeft hij trouwens een lange vriendschap opgebouwd. Al zestien jaar heeft hij er zo’n dikke V-twin bij. Boerboom is lyrisch over de onverzettelijkheid en het niet te evenaren geluid. ‘Kort samengevat: een bulldog op wielen.’

Engelse schoonheden

Van zijn klassiekers trekken twee Engelse schoonheden ogenblikkelijk de aandacht. Het zijn technisch en historisch gezien zeer interessante modellen. Bovendien mag je ze gerust zeldzaam noemen. Het gaat om een Royal Enfield Continental GT en een Sunbeam S7. Befaamde Engelse merken van weleer.

Wie de rode Royal Enfield uit 1969 ziet, denkt misschien: ‘Hé, heb ik die niet in een modern motorblad zien staan? Wel, dat is juist want het Indiase Royal Enfield heeft een 535cc-twin uitgebracht, die uiterlijk helemaal van het model uit de jaren zestig is afgekeken.

Even een stukje geschiedenis: Royal Enfield komt in 1964 met de Continental GT, een eencilinder met het uiterlijk van een volbloedcafé-racer. Dus met lage clip-ons, lange tank, swept back-uitlaatbocht en een gekieteld motorblok. Dat type motorfiets is in die tijd razend populair in Engeland. De Royal Enfield is maar 250 cc, maar aan z’n prestaties mankeert niks: 21 pk bij 7.500 tpm en een – optimistische – topsnelheid van 160 km/u. Het is daarmee zelfs de snelste Engelse 250 cc in die tijd.

Maar de fabriek zit bij de presentatie van het model al in economisch zwaar weer. De afzetten vallen zwaar tegen door de concurrentie uit Italië en vooral het opkomende Japan. Daarbij komt dat de eencilinder stevig geprijsd is, zeg maar gerust duur. Royal Enfield staakt dan ook al snel de productie en probeert van de voorraad af te komen door de prijs met meer dan een kwart te verlagen. Zonder succes. In ons land zijn de verkoopcijfers zelfs een drama. MOTOR schrijft in die tijd: ‘We betwijfelen zelfs of er ooit een exemplaar in Nederland verkocht is.’

Royal Enfield Sunbeam S7
Royal Enfield Sunbeam S7

Boerboom meent dat er nu twee exemplaren in ons land zijn. Je krijgt ze dus maar sporadisch te zien. Jammer, want de Continental is bloedmooi met z’n lange, felrode polyester tank. Daaronder het gladde blok met de grote Amal-carburateur met open kelk. Prachtig is ook de glimmende cockpit met kilometer- en toerenteller. Altijd goed voor de looks: de langs het blok gebogen swept back-uitlaatbocht. Apart zijn de platen in het voorwiel. Bedoeld om de remtrommel groter te doen lijken dan hij in werkelijkheid is. Niet zichtbaar, maar opvallend voor een Engelse machine is de vijfversnellingsbak. ‘Die was niet standaard, maar tegen bijbetaling leverbaar.’

Peperdure tank

Boerboom kocht zijn Enfield in 2012: ‘Van een liefhebber, die ’m ooit zelf uit Engeland had gehaald.’ De motor ligt dan al 24 jaar in onderdelen in kratten, dozen en jampotten. Hij is wel vrijwel compleet, op een olieplug en spatbordbeugel na. Voor het vervangen van de ontbrekende en versleten onderdelen kan hij terecht bij Hitchkock Motorcycles in Solihull, een begrip in de wereld van de klassieke Royal Enfields. Boerboom bestelt er voor de revisie van het blok onder andere een tweede overmaat zuiger, kleppen en -geleiders en diverse bronzen bussen. In het contact met het bedrijf doet Boerboom wel een opmerkelijke ontdekking. Hij informeert namelijk ook naar nieuwe benzinekranen. Uit de reactie van Hitchkock blijkt dan dat een originele polyester tank uitermate zeldzaam is. Vrijwel allemaal zijn zij namelijk aangetast of zelfs verwoest door de ethanolhoudende benzine. ‘Omdat mijn tank bijna 25 jaar lang kurkdroog was weggelegd, was hij nog knetterhard. Hitchkock bood mij meteen duizend pond, maar dat feest ging natuurlijk niet door.’

Royal Enfield Continental GT
Royal Enfield Continental GT

Bij de revisie van het blok laat hij de cilinder uitboren en nieuwe klepzetels in de kop aanbrengen. Een galvaniseerbedrijf mag zich buigen over de wat aangetaste velgen. ‘Maar het verchromen is helaas niet honderd procent gelukt. Je ziet duidelijk nog wat pikkeltjes.’ Toch peinst hij er niet over om een set namaakvelgen te kopen, want in de originele exemplaren staat de naam Dunlop gestanst: ‘Die details, daar gaat het mij om. Je mag trouwens ook best zien dat het om een motorfiets van ruim vijftig jaar oud gaat.’

Kleine Norton Manx

De opbouw van de Royal Enfield kost hem in totaal vier jaar. Veel van die tijd gaat zitten in het lekvrij maken van het blok. Boerboom probeert andere keerringen, pakkingen en neemt de passing van de lagers onder de loep. Uiteindelijk wordt zijn volharding beloond: ‘Kijk maar, geen karton of opvangbak onder de motor. Hij is echt potdicht.’

Grijnzend wijst hij nog naar de voorvork. Een vorige eigenaar had de vorkpoten onder de kroonplaat nogal ruw behandeld en dus beschadigd. Boerboom vindt de oplossing in de stang van de huiselijke stofzuiger: ‘Precies de maat om over de poten te schuiven. Ik hoefde ze alleen maar op de juiste lengte te zagen.’ Z’n vrouw eiste daarna wel een gloednieuwe stang…

Aan de motor moeten nog wel een paar kleine dingetjes gebeuren. Hij heeft nog nieuwe transfers voor op de tank en het kapje om de accu moet er nog op. Hetzelfde geldt voor het kleine sierkuipje boven de koplamp.

Rijden doet hij graag met de Enfield. Lekker slingeren op de dijken in de buurt. Vandaar dat-ie ook op sportieve Dunlop TT 100-bandjes staat. De eencilinder stuurt strak, snorkt lekker door de open kelk en laat felle roffels uit de uitlaat horen. ‘Het is eigenlijk net een kleine Norton Manx.’

Staan eencilinders vaak te boek als lastige starters, de Continental is juist erg welwillend. ‘Dat gaat probleemloos. Maar het is wel een rotzak met schakelen. De bak is namelijk wat kleverig. Ik wil daarom de schakelklok nog eens goed polijsten.’

Insteekhendels

Z’n andere Engelse pronkstuk is een Sunbeam S7 uit 1948. Een zware toermotor met een groot blok en dikke ballonbanden. Een bijzondere en indrukwekkende verschijning. De S7 heeft een in de lengterichting geplaatst motorblok met cardanaandrijving. Het is een verticale tweecilinder, 500 cc zwaar. Even een stukje historie: de S7 is een vondst van constructeur Erling Poppe. Er zijn achtereenvolgens drie modellen van gemaakt. De eerste is de S7 Tourer, die verschijnt in 1946. Het is nu de meeste gewilde en… juist, het exemplaar dat bij Boerboom in de werkplaats staat. Het blok heeft voor zijn tijd een aantal bijzonderheden, zoals een enkele bovenliggende nokkenas, ingebouwde versnellingsbak (unitconstructie), horizontaal deelbaar carter en cardanaandrijving. Dat maakt ’m ten opzichte van de concurrentie duur en dat is terug te zien in de verkoopcijfers. Er zijn er tussen 1946 en 1948 niet meer dan 2.100 van gemaakt. De Tourer wordt in 1949 gevolgd door de S7 De Luxe en de S8. Beide hebben andere cilinderbussen, een gewijzigd frame en een ruimere oliecapaciteit. Van de De Luxe zijn zo’n 5.500 exemplaren gebouwd. De S8 is de sportversie met een aangepaste voorvork en ‘gewone’ velgen en banden. Het is met 8.500 stuks het meest geproduceerde model. Boerboom wijst even naar het stuur van de motor. ‘Het eerste model heeft nog die fraaie ‘omgekeerde’ insteekhendels. Bij de volgende modellen zitten er gewone op.’

Kenmerkend voor de Sunbeam zijn wat technische mankementen. De bij het eerste model gemonteerde voorvork met z’n extern geplaatste veren – de spring box – tussen de vorkpoten was geen succes en werd daarna vervangen door gewone telescoopvering. Een blijvend probleem bij de Sunbeam was de aandrijving van de cardan. De fabriek gebruikte daarvoor een wormwiel en die is kwetsbaar als er flink gas wordt gegeven. Dat probleem werd opgelost door… het vermogen van het motorblok wat terug te brengen.

Banden van VW Kever

Boerboom kocht zijn S7 in 2012. Hij was toen al een jaar of twintig op zoek naar een net en betaalbaar exemplaar. De reden waarom hij juist graag zo’n dikke Sunbeam wilde? Zoals wel vaker ligt nostalgie daaraan ten grondslag. Als kind had zijn oom er namelijk één. ‘Vooral de banden maakten indruk. Als ze glad werden, verving mijn oom die voor de banden van een VW Kever.’

De S7 is bij aankoop compleet, maar heeft wel wat aandacht nodig. Hij laat hem spuiten en reviseert het motorblok: ‘Inclusief nieuwe cilinderbussen, big ends en de aandrijving. Alles bij elkaar een dure grap.’ Maar… ondanks z’n zorgvuldige gesleutel lekt de twin nog steeds. ‘Ja, het is en blijft een Engelsman. Ik moet nog een oliekanaaltje in de cilinderkoppen uitboren. Misschien dat dat helpt.’ Hij rijdt per jaar een paar honderd kilometer met de twin. Gewoon, voor het plezier. Voor soloritten gebruikt hij dan het standaardzitje. Wil z’n vrouw mee, dan wordt een groot zadel van een Harley-Davidson Softail gemonteerd.

Kamerbrede kuip

Bij elkaar staat z’n duo klassieke Japanners. Geen fietsen met een adembenemende uitstraling of grote exclusiviteit. Maar zoals eerder gezegd, Boerboom heeft een heel brede interesse. Als ze er maar verzorgd uitzien… en dat doen beide zeker. De oudste Japanner is een Suzuki GS850 uit 1979. Een viercilinder die ondanks zijn leeftijd in fraaie staat verkeert. ‘Origineel en mooi, niks geen roest of rottigheid. Ook niet met een kwastje her en der bijgeschilderd.’ Hij wijst nog graag op een bijzonderheid: ‘De modellen uit dat bouwjaar hebben als enige uit de reeks een kickstarter.’ Hij bezit ’m sinds 2015 en is de tweede eigenaar. De eerste koper kocht ’m bij dealer Vink in Asperen en liet er meteen een ‘kamerbrede’ Vetter-toerkuip – gespoten in de kleur van de motorfiets – op zetten. ‘De originele koplamp en knipperlichten zijn nog splinternieuw en kreeg ik er ingepakt in een doos bij.’

Honda CB750F Bol d’Or uit 1981

Z’n andere Japanner is een Honda CB750F Bol d’Or uit 1981. De teller geeft ruim 72.000 kilometer aan, maar dat is niet aan de viercilinder af te zien. Hij staat er netjes bij. Boerboom kocht ’m twee jaar terug en dat was geen vooropgezet plan. ‘Ik houd m’n ogen open en soms loop je dan tegen iets leuks aan.’ Na de aanschaf is een opknapbeurt overbodig, een servicebeurtje volstaat. ‘De gewone dingen nalopen. Wel heb ik voor de zekerheid de carburateurs grondig gereinigd.’

Duits karkas

In de werkplaats staat tussen de motorfietsen ook nog een… Heinkel-scooter. Model Tourist uit 1961. Boerboom heeft ’m nog maar kort. ‘In nette staat en vrijwel compleet gekocht.’ Hij heeft de Duitse scooter voor de ‘fun’, maar bij de aankoop speelden toch ook nostalgische redenen mee. Heel vroeger had hij er namelijk ook een voor de winterse perioden. Om z’n motoren te behoeden voor ijs en pekel.

Naast het model uit 1961 staat ook nog een Heinkel-karkas, ontdaan van zijn beplating. Die is uit 1968 en wordt opgeknapt. ‘Op zolder ligt ook nog een incomplete uit 1958. De onderdelen daarvan verkoop ik via eBay en de Heinkel-Facebook-pagina om het opknappen van de 68’er te financieren.’

Tevreden

Met z’n verzameling motoren en scooters zit hij inmiddels aardig aan de grenzen die de werkplaats aan ruimte biedt. Misschien kunnen er met wat passen en meten nog wel een of twee bij. Maar is dat ook echt z’n bedoeling? Een nette en betaalbare Ariel Square Four heeft Boerboom ooit op z’n verlanglijstje gekrabbeld. Maar noodzaak is het zeker niet. ‘Nee hoor, ik ben zeer tevreden met wat ik heb. Maar… uitsluiten doe ik niks.’

De schuur van Ton Visser

0
Ton Visser

Ton Visser moet het niet hebben van de vierkante meters, wel van pure charme en schoonheid. Natuurlijk zou hij liever meer ruimte hebben, maar dat zit er midden in het centrum van Utrecht niet in. Ook dit hutje biedt genoeg ruimte om van alle kanten aan zijn oogverblindende Triumph Tiger T100 te sleutelen. Al moet Visser de Triton daarvoor wel eerst naar buiten duwen.