Aprilia RS 660 – Test en Conclusie

Geef maar toe. Zoals zovelen heeft zo’n dikke hypernaked aantrekkingskracht te over. En zo waanzinnig als de moderne 200+ pk-superbikes rijden, snap je dat ook. Alleen waarom moet het altijd over pk’s gaan, meer en meer pk’s? Dat dacht Aprilia ook. Voor wie het kleine wel eert; de Aprilia RS 660.

Hoe Aprilia’s belangrijkste modelintroductie in jaren bijna in het water viel. In een vlaag van absolute wanhoop smeekten de mensen van Aprilia het motorjournaille of er alsjeblieft op de middag van aankomst meteen gereden kon worden. Het weerbericht voor de geplande testrit van de dag erna beloofde weinig goeds. Constante regen bij temperaturen van onder de tien graden zou geen enkele testmotor goed uit de verf doen komen. Te bedenken dat Aprilia smeekte of we de RS 660 dus eerder wilden rijden. Alsof dat ooit nodig geweest was. Desnoods kleden we ons om in de lobby. Waar staan de motoren?

Aprilia RS 660 Kleurstellingen
Alle kleuren van de Aprilia RS 660 op een rij

RS 660 in Kleur

Zo op een rijtje, spiegel aan spiegel, zie je goed hoe elke kleurstelling van de Aprilia RS 660 de motor een ander karakter lijkt te geven. Het ietwat bijzondere Acid Gold is waarschijnlijk niet voor iedereen weggelegd, maar op het eerste gezicht weet ik zeker dat sommige mensen hier helemaal zot van zullen zijn. De Apex Black-kleurstelling is vervolgens echt een Aprilia-kleur. Het heeft iets sportiefs en agressiefs, zonder te overdrijven. De Lava Red is een persoonlijk favoriet. Onlosmakelijk is het een verwijzing naar de Loris Reggiani-replica kleuren van weleer. Overigens wil je ze stuk voor stuk met het duo-covertje – dat maakt het kontje echt af. Is helaas niet standaard. Even aanvinken op de optielijst of bedingen bij de koop. Iets anders dat ook meteen opvalt, is het ontbreken van een gepolijst aluminium frame. Het is in een zilvergrijze kleur gecoat. Al met al oogt het heel degelijk en duurzaam, maar heel mooi niet per se. Degelijk en duurzaam was dan ook de insteek. Je wil voor de looks dat gepolijste, alleen is dat niet alleen moeilijk mooi te houden op termijn, het is ook vrij kostbaar in productie. Aprilia sloot een compromis wat dat betreft. In alles komt dat terug bij de RS660. Het is een kwestie van balans.

Aprilia RS 660 – Componenten

Dat nastreven van perfecte balans kost nogal wat moeite. Over elke keuze werd gewikt en gewogen en uiteindelijk moest het gepieker waar voor het geld bieden. Zodoende ontbeert de RS 660 de allerdikste Brembo-remklauwen en ook de vering is niet echt top-spec. Dat gezegd hebbende, zouden Brembo Stylema-remklauwen de grootste onzin zijn. Het hoeft immers maar 183 rijklare kilo’s plus het gewicht van de berijder te vertragen. Iets wat deze basaal ogende, tweedelige vierzuiger-Brembo’s prima doen. Sterker nog, het allereerste aangrijpen is zelfs agressiever dan je zou verwachten. Doseerbaarheid laat vervolgens nooit te wensen over. De vering is van hetzelfde laken een pak. Geen volwaardige GP-vork of -schokdemper, maar juist eenvoudig maar doeltreffend. Kayaba tekende voor de voorvork en achter houdt een Sachs-schokdemper het achterwiel in het gareel. De goudkleurige anodisatie van de voorvorkpoten geven een luxueuze toets aan het geheel, terwijl de keuze voor een stalen schokdemperbody en montage zonder linksysteem de kosten drukt. De vering is zowel voor als achter desondanks volledig instelbaar. Het onderstreept daarmee dat er een groot verschil zit tussen ‘waar voor je geld’ en ‘budget’. Budget is een woord dan niet in het vocabulaire van de RS660 voorkomt. Voor het gevoel zeker niet.

Natuurlijk habitat

Starten van de nieuwe 659cc staande twin gaat met een nieuwe Aprilia-knoppenpartij. Koud start de RS 660 moeiteloos, waarna de twee laaggeplaatste dempers verrassend donkere tonen produceren. Zeker voor een kleine twin. Eenmaal goed warm heeft-ie zo nu en dan iets meer moeite met starten, wat op zich ook niet heel gek is. Die kleine twin heeft namelijk nogal een serieuze compressieverhouding. Met 13,5:1 toont het de sportieve intenties wel. Terwijl Aprilia de RS 660 bovenal neerzet als een straatmachine. Dat is zijn natuurlijk habitat. Alleen is dit een straatsportmotorfiets – alvast het woord van 2021? – en sporten kan-ie ook zeker. Men nam in feite de RSV4 1100-krachtbron en hakte de achterste twee cilinders van het blok af. De slag werd verlengd en zo kwam de cilinderinhoud uit op 659cc. Dankzij de 270-graden krukas klinkt de RS660 zelfs iets op zijn grote broer. Het geeft ook eenzelfde galopachtige vermogensafgifte, waarbij het blok na het vuren van beide cilinders even op adem komt, om vervolgens opnieuw met twee vuurmomenten aan de ketting te trekken – big bang dus. De achterband krijg zo minder te verduren en trillingen worden nagenoeg geheel tenietgedaan. Het klinkt alsof Aprilia er echt wel even wat meer werk in gestoken heeft dan enkel wat cilinders afstoppen. En zo rijdt het ook echt wel.

In lijn der verwachting

De staande twin klinkt onderin lekker donker en al met het allereerste lossen van de koppeling krijg je koppel tot je beschikking. Tot zover alles in de lijn der verwachting, voor zover ik echt kon weten wat me te wachten stond. Er is geen kader, er is geen concurrentie. Aprilia stelt zelf dat de RS 660 ergens tussen een echte supersport en een sporttoer inzit. In haar presentatie gebruikten ze de Kawasaki Ninja 650 als voorbeeld voor de sporttoer en stond Yamaha’s YZF-R6 model voor de echte supersport. Van onderuit voelt de RS stiekem meer als een supersport dan de Ninja 650, maar er is absoluut meer trekkracht van onderin de toeren dan bij de R6. Aprilia stelt dat tachtig procent van het maximale koppel al beschikbaar is vanaf 4.000 tpm en zelfs al negentig procent bij 6.250 tpm. Het is rond die 6.500 tpm ook, zo halverwege het toerenbereik, dat de noot plots een octaaf lijkt te klimmen. Tot die 6.500 tpm produceert het blok gang met een soort berekenbare vertraging – het lijkt geen echte haast te hebben. Komt deels ook doordat de versnellingen wat aan de lange kant zijn, maar trek ze alsjeblieft wel door zo nu en dan. Met het klimmen van het toerental wordt het blok alleen maar gretiger op weg naar de toerenbegrenzer bij 11.500 tpm. De Aprilia RS 660 kan zowel brullen als ook janken. Die lange versnellingen kloppen dan plots ook perfect. Je kunt de verzetten zo namelijk heerlijk uitmelken door de wat langere bochten. Toch een versnelling hoger opzoeken? De quickshifter staat tot je dienst! Met terugschakelen idem dito. Trefzeker en met alle gemak van de wereld.

Enorm uitgebreid, die RS 660

Die quickshifter omdraaien voor circuitgebruik? Zo gigantisch gemakkelijk, leuk en bruikbaar als dit op straat is, ga je hem een keer op de gesloten omloop los willen laten. Dat kan dus inclusief raceschakelpatroon en exclusief gedoe. Vink de reverse-shift-optie aan in de optielijst en je krijgt er de pitlimiter voor niks bij. Dat omdraaien gaat dus volledig met software. Andere remschakelsets of schakelstangen verzetten is niet eens nodig. Bijna logisch ook dat zoiets via de inwendige computer van de RS 660 gaat. Me dunkt zo enorm uitgebreid als het elektronicapakket is. Sterker nog, ondanks dat het bouwt op het APRC-platform van de RSV4, kreeg de kleinere broer toch echt een nog uitgebreider pakket. Alles van bochten-ABS, instelbare tractieregeling, rijmodi en wheelie control zijn van de partij. Motorrem-instelling dus ook, wat ontbreekt op de RSV4. Eerder genoemde nieuwe knoppen maken de bediening zelf hartstikke gemakkelijk, maar het is allemaal wel veel. Drie rijmodi voor op straat en twee circuitmodi. Aprilia doet trouwens lekker eigenwijs niet aan omschrijvingen als road, rain of race. In plaats daarvan kun je kiezen uit Commute, Dynamic en Individual. De rijmodi romen trouwens geen van alle het vermogen af, enkel de afgifte wijzigt. In Individual met minimale motorrem voel je een zalig vleugje RS 250-karakter doorschemeren. De circuitstanden heten trouwens Challenge en Time Attack. In de circuitstanden wijzigt het compacte maar kraakheldere scherm naar een grote toerenteller en rondeteller. Ook kun je de tractieregeling dan eenvoudig aanpassen met de cruisecontrol-schakelaar links op het stuur. Slim, zeker. Alleen waarom in de straatstanden niet? Behalve het volledig uitschakelen van zaken als ABS of de tractieregeling kun je trouwens alles wijzigen onder het rijden. En bijna belangrijker nog dan dat alles; de motor onthoudt je instellingen zelfs nadat je het contact uitzet. Iets waar sommige fabrikanten nog van kunnen leren.

Van polderen geen sprake

Sowieso kan de concurrentie leren van de Aprilia RS 660 – dit is een aanstaand groeisegment, let maar op. De RS 660 is dan ook in geen enkel opzicht die gehoopte reïncarnatie van de iconische Aprilia RS 250. Er zijn absoluut gelijkenissen, maar behalve het geniaal lichtvoetige sturen, de looks zoals alleen Aprilia ze kan tekenen en het opzwepende karakter, is de RS 660 een compleet andere machine. De zit is ruim, maar meer dan sportief genoeg. Comfortabel wanneer je het wilt, scherp wanneer je het nodig hebt. Alles aan de RS 660 is afgewogen – letterlijk en figuurlijk – en dat merk je. Toch is er van polderen geen sprake. Aprilia heeft goede zaken gedaan en biedt een volwaardige sportmotorfiets die je echt kunt gebruiken op straat. Met die conclusie in mijn oren geknoopt, draai ik het parkeerterrein van het hotel weer op. Het contact kan uit en mijn helm af. In alle haast voor vertrek had Aprilia ons nog geen prijzen verteld. Ik schatte het geheel op basis van bovengenoemde conclusie op zo’n veertien ruggen. Briljant en niks te duur. Vijf minuten later vertellen ze dat de Aprilia RS 660 in Nederland €12.450,- gaat kosten. Hoe dan?!

Je leest op dit moment een premium artikel van MotorNL. Wil je onbeperkt online toegang tot MOTO73, Promotor en Classic & Retro magazine + alle premium artikelen? Dit kan al voor €2,99 per maand!

Lees hier meer.

Het abonnement is maandelijks opzegbaar!

Aprilia RS 660 Plus en Minpunten

Pluspunten

Blok, rijwielgedeelte, looks, elektronica, prijs.

Minpunten

Dat frame moet je zelf maar polijsten. Nukkig starten als ‘ie warm is. Duo-kapje wil je standaard.

Dit kost de Aprilia RS 660

Aprilia RS 660: Conclusie van Nick

Aprilia zet met de RS 660 een motorfiets neer die niet alleen het gat in het eigen modellengamma – tussen de RS125 en de machtige RSV4 1100 – dicht. Het vult een gat in de markt. De echte sportmotoren zijn hun doel voorbijgestreefd voor op straat. De drempel is simpelweg te hoog geworden. En dat is precies wat de Aprilia RS 660 ontbeert: er is geen enkele drempel. De zithouding is toegankelijk en ruim genoeg voor langere rijders. Tegelijkertijd is de zit smal waar het moet om kleinere rijders te accommoderen. Kniehoek en druk op de polsen valt mee en de windbescherming was zelfs met mijn 1.86m prima. Dus iedereen kan er in fysieke zin op rijden – check. Qua rijervaring is het net zo goed een allemansvriend. Met 100 pk word je niet snel van je sokken geblazen, maar het lage gewicht en het strakke maar vergevingsgezinde rijwielgedeelte laat je elk van die paardjes maximaal benutten. Een sportmotorfiets voor elke dag, die zowel vriendelijk als uitdagend vermogen produceert en vervolgens ook nog eens uiterst scherp geprijsd is… Ik zoek de Belgom en mijn polijstschijf wel vast op voor dat frame.

Meer informatie van het merk zelf? Ga naar de RS 660 pagina op Aprilia.com

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

Nick Enghardt, geboren op 14 december 1989. Druktemaker, techniek-nerd, liefhebber van oude motoren en een eindeloze bron van nutteloze (motor)feitjes. Werkt haast net zo lief aan zijn motoren als hij erop rijdt. Behalve dat Nicks motoren niet zelden stuk voor stuk stilstaan. Gelukkig maar dat hij MotorNL-testredacteur is en er dus altijd wel een nieuwe motor te testen valt.

Misschien vind je dit ook interessant?