donderdag 14 mei 2026
Home Blog Pagina 1008

Toerisme: Zuid-Tirol met route

1
Zuid-Tirol

Als je iemand één dag achterop mag meenemen voor de ultieme beleving van het motorrijden, waar zou je dat dan doen? Voor velen zal het antwoord simpel zijn: op en rondom de Stelvio. En zo geschiedde, inclusief Ofenpas, hier op de foto.

De Ofenpas is slechts één van de vele adembenemende passages op hoogte die we tijdens onze dagtocht door Italië en Zwitserland maken. Ik zit deze vakantie achterop bij Dennis en we hebben Solda, in de Italiaanse Alpen-regio Alto Adige, als uitvalsbasis genomen. Al zie ik op de kaart dat je ook best Sulden mag zeggen en Südtirol in plaats van Alto Adige. Dat komt door de Eerste Wereldoorlog, vertelt Dennis me. De Italianen wonnen die en de Oostenrijkers waren de verliezers. Die laatsten moesten toen een groot stuk van Tirol inleveren, vanaf de Brennerpas tot even voorbij Bolzano. Inmiddels is dat al meer dan honderd jaar geleden, maar het grootste deel van de bewoners spreekt nog steeds het Tiroolse dialect. Overigens zijn het inmiddels geen echte Tirolers meer, zo ontdek ik gaandeweg, maar daarover later meer.

Zuid-Tirol
De Stelvio richting Bormio is zo mooi dat je telkens wil stoppen om te genieten van het uitzicht.
Zuid-Tirol
Jawel, met duopassagier kun je nog best sturen ook.

Slapen op hoogte

In Sulden hebben we geboekt in een speciaal motorhotel van de hotelorganisatie MoHo. Zo weten we zeker dat we de Suzuki V-Strom veilig kunnen stallen. Bovendien kent hoteleigenaar Lukas Wallnöfer, die zelf motorrijder is, alle mooie routes in de omgeving van zijn hotel. Geen eigen motor? In de parkeergarage zie ik een rijtje Ducati’s Scrambler staan die je vanaf zo’n € 40 per dag kunt huren. Niet duur!

Je moet trouwens wel even moeite doen om in Sulden te komen, want het dorp ligt op ruim 1900 meter hoogte. Maar het is zeker de moeite waard! Waar je maar kijkt, zie je besneeuwde alpenreuzen, met toppen tot bijna vierduizend meter, zoals de Ortler, de Königspitze, de Schildspitze en de Vertainspitze. Alleen naar het noorden toe is er vrij zicht. Al die bergen maken deel uit van Nationaal Park Stelvio, één van de grootste nationale parken van Europa.

De keerzijde van het slapen op grote hoogte is wel dat je voor het maken van een tocht éérst naar beneden moet, want hoger gaat niet vanuit Sulden. Naar beneden rijden is natuurlijk helemaal niet erg, vooral niet omdat de bergweg naar Sulden aansluit op de weg naar de Stelvio-pas! Tja, welke motorrijder heeft die nu nog niet gereden? Bochtenpret gegarandeerd, inclusief adembenemende uitzichten. De route die Dennis en ik vandaag gaan rijden, is de avond tevoren door Lukas voor ons uitgetekend op de kaart. En natuurlijk heeft Dennis hem ook in de navigatie gezet. Het is een ronde van zo’n 180 kilometer: eerst over de Stelvio naar Bormio en Livigno, dan Zwitserland in en via de Ofenpas en Val Müstair weer terug naar Zuid-Tirol.

MoHo-Hotel Paradies Pure Mountain Resort

Het Moho-Hotel Paradies Pure Mountain Resort, dat wordt uitgebaat door motor- en oldtimer-liefhebber Lukas Wallnöfer, ligt op maar liefst 1900 meter hoogte, aan de voet van indrukwekkende, eeuwig witte Alpen-giganten als de Ortler, de Königsspitze en de Zebrù.

Het is alleen al een feest om er te komen, want tussen de doorgaande weg in het dal tot aan het hotel ligt een hele serie heerlijke haarspeldbochten. Ook als je er bent, is het puur genieten, met uitgebreide wellnessfaciliteiten, een groot zwembad en – ook al wordt er Duits gesproken, is en blijft het natuurlijk wel Italië – erg lekker eten. Geen zin om met de motor helemaal naar Sulden te rijden? Vanaf € 40 per dag huur je bij Lukas een Ducati Scrambler 800 Icon. Een dikke Scrambler 1100 Sport is te huur vanaf € 60. Meer informatie: www.moho.info.

MoHo-Hotel Paradies Pure Mountain Resort
MoHo-Hotel Paradies Pure Mountain Resort

Lekker warm

Het is al eind september, maar de temperatuur is desondanks nog zomers. Ik mis de voering van mijn motorjack die ik in het hotel heb achtergelaten geen moment, maar wegdoezelen in die weldadige warmte is er natuurlijk niet bij. Hoewel ik zelf het stuur niet in handen heb, moet ik er met al mijn aandacht bij blijven. Motorrijden is niet nieuw voor mij – ik rij zelf ook motor – maar de tornante, de haarspeldbochten van de Stelvio, zijn toch heel andere koek dan de Hollandse polder. We rijgen de haarspeldbochten soepel aaneen en ik probeer op het juiste moment mee te hangen om de flow zo min mogelijk te verstoren. Ik ben er duidelijk drukker mee dan Dennis, want hij kletst lekker door.

Toerisme Balkan: Heel de Balkan bakt- Route

Als we de boomgrens passeren, daalt niet alleen de temperatuur, maar opent ook het landschap zich. Fe-no-me-naal! Oké, de Stelvio mag dan op de bucketlist staan van zo’n beetje iedere motorrijder, maar dat maakt het hier niet minder mooi: de op elkaar gestapelde bochten van de pasweg, de rauwe rotspartijen en het glinsterende ijs van de gletsjers. Meer ín de bergen dan hier kun je bijna niet zijn. Ik voel me nietig en kwetsbaar, maar tegelijkertijd borrelt een gevoel van vrijheid en geluk in me op. Dít is motorrijden. Het enige wat dit nog kan overtreffen, is het de volgende keer op mijn eigen motor te doen!

Stelvio? Snelweg!

Hoewel het geen hoogseizoen is, is de Stelvio vandaag drukbezocht. Wat wil je. Het is zaterdag en de zon schijnt. Als we even langs de weg stoppen om wat foto’s te maken, zie ik echt van alles voorbijkomen. Strak gesoigneerde wielrenners op peperdure carbon racefietsen met carbon wielen en een hijgende oude baas op een glimmende stalen racefiets die waarschijnlijk net zo oud is als ik. Die fiets bedoel ik, niet de fietser… ‘Forza forza!’, moedigen we hem aan. Even later passeert een stel afgetrainde dames die zich naar boven beulen op langlaufski’s met wieltjes eronder, kort daarop gevolgd door een hele serie Porsches met alleen maar twintigers en dertigers achter het stuur. Rijkeluiskinderen uit het Verenigd Koninkrijk, gezien de kentekenplaten.

Dit hele circus wordt gekruid met de metalige geur van warme remmen en koppelingsplaten. Vooral de campers hebben het zwaar; met gierende dieselmotor en walmende uitlaat kruipen ze in de eerste versnelling omhoog. Wat wil je, de lucht is hier dun en de weg steil. Wel twaalf procent, zo zie ik op de borden langs de weg. Ik zou zeggen: lekker beneden blijven met die dingen. Des te meer respect voor de wielrenners, die zonder motorondersteuning maar wel met dieseldampen ook gewoon de ruim 1800 hoogtemeters en 48 haarspeldbochten tot aan de pashoogte overwinnen. Knap of niet, ik ben blij dat ik op de motor zit!

Zuid-Tirol
Misschien wel het beste motoruitzicht dat je in Europa kunt vinden.

De mooiere kant

Vanaf de pashoogte dalen we af naar het zuidwesten, richting Bormio. Deze kant van de Stelvio vind ik mooier. Het is er minder druk, de weg is beter en het uitzicht tussen al die hoge toppen is beslist niet minder mooi. En er zijn weer veel scherpe haarspeldbochten, 39 om precies te zijn. En omdat de snelheid nu hoger ligt dan aan de andere kant van de pashoogte is het des te meer opletten geblazen. Zeker als we een wielrenner voor ons krijgen die met minstens zeventig kilometer per uur naar beneden raast. Hij liever dan ik! Ik heb een dikke helm en beschermende motorkleding aan, hij rolt op ultrasmalle bandjes, met niet meer dan een lycra pakje aan en een licht piepschuimen helmpje op zijn hoofd. Gekkenwerk! Maar wat een heerlijke weg ook voor de motor. Bocht na bocht zwieren we het dal in.

Bij Bormio slaan we rechtsaf in de richting van de Foscagno-pas, die het geïsoleerde bergdorp Livigno met de rest van Italië verbindt. In tegenstelling tot de Stelvio-pas is de Foscagno-pas het hele jaar open. De weg is breder, er liggen nauwelijks bochten in en het stijgingspercentage is heel bescheiden. Dat is fijn voor de Italianen uit Milaan die ’s winters in Livigno willen gaan skiën, maar voor ons is deze pasweg niet zo spannend. Dat is het dorp zelf wel. Tenminste, als je een koopjesjager bent. Vanwege zijn geïsoleerde ligging hoeft in Livigno namelijk geen belasting te worden betaald. Je kunt er je euro’s in maar liefst 250 belastingvrije winkels kwijt! Maar Dennis en ik verzinnen een andere bestemming voor ons geld: een koud biertje met bruschetta en een rijk gevulde pasta. Met volle maag door naar Zwitserland!

De verbindingsweg naar het land van de kazen en klokken loopt langs een kilometerslang stuwmeer, het Lago di Livigno. Op de plek waar het meer de Zwitserse grens raakt, bij een grote stuwdam, is een tunnel geboord naar de Val dal Spöl aan de Zwitserse kant van de bergen. Deze zeven kilometer lange tunnel – de Munt-La-Schera – is zo smal dat er maar plaats is voor één rijbaan. Voordat je erdoor mag, moet je niet alleen eerst langs de douane, moet je ook € 12 tol betalen. Tot slot moet je voor de ingang van de tunnel wachten tot het verkeerslicht op groen springt. Dat is wel zo veilig, want op tegenliggers zit je in zo’n smalle tunnel natuurlijk niet te wachten. Het is er trouwens erg koud!

Zuid-Tirol
De Munt-La-Schera-tunnel is dusdanig smal dat eenrichtingsverkeer pure noodzaak is.

De motorhotels van MoHo

De hotels die zich hebben aangesloten bij de MoHo-organisatie hebben stuk voor stuk een motorrijdershart. De meeste gastheren zijn zelf motorrijder en kennen de mooiste motorwegen in de omgeving als hun broekzak. En hebben ze er nog geen route van, dan maken ze die wel voor je als je het vraagt. No problemo! Natuurlijk hebben ze ook gewoon een busje kettingvet voor je en kun je je motorfiets afspoelen, mocht je de hele dag door de regen hebben gereden. Er zijn bijna zestig MoHo-hotels, verspreid over Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Kroatië. Onderscheid tussen de hotels wordt gemaakt met een speciaal sterrensysteem. De hotels met een drie-helmenstatus zijn vrij basic. Bij vier helmen ben je verzekerd van een al iets betere service, maar bij vijf helmen zit je in de crème de la crème van de MoHo-hotels. Deze hotels en hun eigenaren denken en ademen simpelweg motorfiets. Voor meer informatie over de MoHo-hotels in Italië en andere motorvakantielanden ga je naar www.moho.info.

Milka-koeien

De uitgang van de tunnel sluit direct aan op de weg terug naar Italië, via de Ofenpas. Dat we in Zwitserland zijn, is aan alles te zien, behalve aan de natuur. Of misschien júist wel aan de natuur. De verkeersborden staan recht, het asfalt is zwart zonder olie- en remsporen en de strepen langs de weg zijn netjes wit. De natuur is daarentegen juist ongekend ruig en ongerept. De Ofenpas loopt namelijk dwars door het Zwitsers Nationaal Park, met stoere bossen en wilde, ongetemde rivieren. Dit is wel wat anders onze Hoge Veluwe!

Dat geldt trouwens ook voor de weg zelf. Wat een fijne strook asfalt! De vloeiende bochten geven het motorrijden echt een extra dimensie. We zoeven de pas over en ik merk dat ik me steeds meer thuis voel op de buddyseat. Ik beweeg inmiddels automatisch mee met de bochten, zónder dat ik steeds voor mij uit hoef te kijken om te zien wat er komen gaat. Blijkbaar zet mijn lichaam de signalen die de motor geeft intuïtief om in de juiste houding. Fijn, want daardoor kan ik nog meer genieten van de omgeving.

Na de pas maken de ruige bossen plaats voor grasland. Wat een contrast! In de wei staan Milka-koeien. Ze hebben een mooi glanzende, grijze vacht en omdat we zachtjes achter een tractor rijden, hoor je de grote bellen om hun nek rinkelen. De koeien lopen op de steile hellingen en hebben duidelijk geen hoogtevrees. De boeren trouwens ook niet. Sommige hellingen zijn zo steil dat het maaien met een handmaaimachine echt een uitdaging is. Ze laten het verse gras drogen in de zon en halen het later weer op. In dit deel van het nationaal park wordt blijkbaar ook hout gekapt. We passeren verschillende houtzagerijen, met grote stapels op elkaar gestapelde planken. De geur herken ik, vers hout. Wat zouden ze daar allemaal wel niet van maken? Op regelmatige afstand van elkaar liggen kleine dorpjes. Bij Santa Maria, even voor de grens met Italië, passeren we een leuk terras. Even stoppen voor een kop koffie, Dennis? Natuurlijk stoppen we even! Het is tenslotte vakantie. Duur is deze koffiepauze wel; voor twee koffie met appelgebak moeten we omgerekend ruim € 26 betalen! Gelukkig maakt het prachtige uitzicht dat we vanaf het terras hebben veel goed.

Middeleeuwse stad

Niet lang nadat we de Zwitsers-Italiaanse grens zijn gepasseerd, rollen we door een middeleeuwse stadspoort het stadje Glurns in. Na al die overweldigende natuur krijgen we op de valreep ook een portie cultuur voor onze kiezen. Daar ben ik helemaal niet treurig om, want Glurns is een heerlijk stadje, met prachtige oude huizen vol bloemen en gezellige terrasjes waar ze perfecte Italiaanse koffie schenken.

Zuid-Tirol
Jawel, in Italië en Zwitserland weten ze wat goed eten is.

We sluiten onze rondtoer af met het onderste stuk van de Stelvio, van Prad naar Gomagoi en dan naar links voor de laatste kilometers naar ons hotel in Sulden. Nog éven mag het gas lekker open, nog éven genieten van het spel met de G-krachten en dan zit het ervoor vandaag op. Althans, voor wat betreft het motorrijden, want in het hotel ga ik éérst lekker genieten van de luxe wellness-faciliteiten en daarna lekker eten. Wat dat betreft hebben de Zuid-Tirolers het goed voor elkaar. Ze zijn nog steeds niet honderd procent Italiaans, maar ook niet meer honderd procent Tirools. En dat ambivalente is best lekker, want op een of andere manier hebben de Zuid-Tirolers het beste uit beide culturen opgepikt. Dolce vita en gründlichkeit gaan hier hand in hand. Knödel meets pasta en pilsener meets prosecco. Proost!

Dit artikel is gepubliceerd in Promotor 4. Hier kun je de route downloaden.

Zuid-Tirol

Zuid-Tirol
I Amsterd… O, nee, Livigno!
Zuid-Tirol
De grens tussen Italië en Zwitserland. Hoezo, één Europa?

Met Hoco Parts naar de Peel

0

Het zuidoosten van Noord-Brabant en het oosten van Drenthe hebben veel gemeen. Het was er zwoegen en zweten om er een boterham te verdienen. En het werken gebeurde vooral in het hoogveen.

De Peel was net als Oost-Drenthe een enorm wingebied voor turf, het goud dat het zuidoosten van Noord-Brabant veel welvaart heeft gebracht. Niet alleen was turf een brandstof in veel haarden, het werd ook als turfmollum naar het westen van Nederland vervoerd. Daar werd het gebruikt om er de bodem vruchtbaarder en luchtiger mee te maken. Turf verdween uit de haarden toen bij Slochteren gas werd ontdekt.

Geurgebied

Ondanks dat de turfwinning werd gestaakt, werd er met de vervening vaart gemaakt. Grote stukken hoogveen verdwenen om plaats te maken voor veeteelt en akkerbouw. Tegenwoordig staat de Peel niet meer bekend om z’n natuurschoon maar vooral om z’n varkensstallen, maisakkers en varkensmest. Fijngevoelige neuzen raden we deze toer dan ook af, al moeten we er wel bij zeggen dat het de laatste jaren veel beter gaat met de geurproductie.

De route

Natuurlijk is het niet alleen maïs en andere landbouwgewassen. De route voert je rond de heidegebieden en bossen die deel uitmaken van het Nationaal Park De Groote Peel. Onderweg raden we je aan even te stoppen bij Bezoekerscentrum de Pelen. Daar word je in korte tijd gewaar hoe het de Peel verging in de geschiedenis. Later in de toer, dicht bij de finish, kom je langs Ysselsteyn, waar veel Duitse soldaten liggen begraven die zijn gesneuveld in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog.

Wil je de route met je smartphone rijden?

De route kun je helaas niet downloaden met je smartphone, omdat afhankelijk van de versie van het operating system je wel of niet een routebestand (gpx) kunt openen in een navigatie -app. Zet de route daarom via je desktop over op de navigatie-app in je smartphone.

Dutch TT, gefeliciteerd met je 95e verjaardag!

0
TT Circuit Assen

Lange tijd leek het erop dat het TT Circuit de 95e verjaardag van de Dutch TT stilletjes voorbij zou laten gaan. Maar een paar dagen ervoor viel er – haast vanuit het niets – toch een uitnodiging op de MotorNL-deurmat voor een wel heel bijzonder feest. Zoals bijna altijd met een onverwacht feestje, werd het een onvergetelijke middag.

Alsof koning Willem-Alexander na zijn bezoek aan de Motocross of Nations 2019 de smaak te pakken heeft en ook komt meevieren tijdens de 95e verjaardag van de Dutch TT. Zo hermetisch zijn de toegangswegen rondom het circuit van Assen afgesloten. Echt enkel met een persoonlijke uitnodiging mag je verder. Overdreven? Nee. Het TT Circuit besluit geen enkel risico te nemen, nadat een week eerder op de Sachsenring heel veel fans op de oorspronkelijke racedag van de Duitse Grand Prix naar het circuit kwamen. Daarnaast staan er op de campings in de omgeving van Assen meer wegraceliefhebbers dan je zou verwachten tijdens een GP die al weken geleden werd gecanceld. Voorzichtigheid is geboden, want als het circuit iets niet wil, dan is het wel een samenkomst als die op de Sachsenring. Die angst blijkt gegrond, want rond 14.30 uur is het een komen en gaan van motoren op de wegen rondom het TT Circuit.

Tristan Lentink – De crash heeft mij gemaakt tot wie ik ben

Het strenge deurbeleid zorgt voor een haast surrealistische sfeer op Assen. Oorspronkelijk hadden er dik honderdduizend man geweest – onder wie mannen als Valentino Rossi en Marc Marquez –, nu zijn het er amper honderd. Maar vergis je niet, grote namen zijn nog altijd aanwezig! Zoals Hans Spaan, die de Dutch TT wist te winnen in 1989 en daarmee onze laatste landgenoot is die dat wist te flikken.

Ook onze eerste wereldkampioen wegrace ooit, Jan de Vries, is aanwezig. In tegenstelling tot Spaan won hij nooit een Grand Prix op het TT Circuit, al was hij daar in 1972 wel heel dicht bij. Tot een puntje van de zuigerveer afbrak en Angel Nieto alsnog als eerste over de finish kwam… Samen met Wil Hartog – waarvan iedereen natuurlijk weet dat hij in 1977 de 500cc-Grand Prix op Assen won –rijdt Jan de Vries een aantal ereronden. Die speciale ronden beginnen om exact 14.00 uur, hét moment waarop het hoogtepunt van de 95e Dutch TT, de MotoGP-race, zou starten. Het geluid en vooral de geur van machines uit een ver verleden maakt gelukkig veel goed, want verder heerst vooral de oorverdovende stilte. En dat op de laatste zondag van juni…

TT Circuit Assen
Jan de Vries (1) en Wil Hartog (30) worden weggevlagd door Hans Spaan (rechts van Hartog), Peter Oosterbaan, directeur van het TT Circuit en TT Circuit-voorzitter Arjan Bos. Voor lege tribunes op exact het moment dat de MotoGP-race gestart zou zijn.
TT Circuit Assen
Het is dat het stevig doorwaaide op het TT Circuit, anders hadden we kunnen spreken van waanzinnig goed raceweer. Dat is op zaterdag wel anders, want op het tijdstip dat de MotoGP-kwalificatie verreden had moeten worden, komt het met bakken uit de lucht. Echt Assen!
TT Circuit Assen
Jan de Vries is inmiddels 76 jaar en Wil Hartog 72 jaar, maar beiden passen nog zonder enige moeite in hun originele, waanzinnig gave racepakken. Het maakt dit beeld af.
TT Circuit Assen
Naast Jan de Vries en Wil Hartog, waren ook Moto2-rijder Bo Bendsneyder, Hans Spaan en het zijspanstel Bennie Streuer (wereldkampioen in 2015) en Ilse de Haas aanwezig. Ze reden geen demo, maar hun aanwezigheid maakte de zondag op Assen nog bijzonderder.
TT Circuit Assen
Misschien wel de meest bijzondere oorkonde ooit, die van de 95e verjaardag van het TT Circuit. Zonder Dutch TT.
TT Circuit Assen

Kijk nou! Een Triumph Rebellion van Krugger!

0

Triumph had nog wel een keertje zin in een Krugger-behandeling. De eerste keer werd een Bobber naar Basse-Bodeux gereden, onlangs ging een Scrambler 1200 XE op een aanhanger richting België.

Vooraf had Fred Krugger te kennen gegeven de Scrambler meer speelser te maken, meer trendy ook. En vooral meer dirt-track. In de basis stak de Triumph wat betreft de onderdelen goed in elkaar. Daarmee kon Krugger goed uit de voeten, maar zijn aandacht ging toch vooral uit naar elk individueel onderdeel. Tank, zadel, uitlaten, kroonplaat, zo maar wat onderdelen die door Krugger kritisch onder de loep werden genomen.

Video: MotorNL op bezoek bij Fred Krugger

Zelfs het oorspronkelijke Brembo-remsysteem vond hij niet voldoende. In plaats daarvan leverde Beringer speciaal voor Krugger gemaakte schijven. Achter is de Scrambler zelfs uitgerust met en duimrem, zodat je vrij zicht hebt op het tandwiel van de versnellingsbak.

De naam Rebellion duwt je in gedachten naar een bepaalde richting. De naam past de Triumph, maar zet je op het verkeerde been. Rebellion is ook een vermaard horlogemerk. Krugger gaf de Scrambler deze naam omdat hij verzot is op mechanica, verzot ook op de mechanische perfectie van de horloge-industrie en Rebellion in het bijzonder.

Een keer raden welke de Krugger is.

Krugger heeft de Scrambler dan ook ingehouden veranderd. Pas als je de originele motorfiets naast de creatie van Fred Krugger zet, realiseer je je hoeveel werk dit is geweest.  

Meer lekkers van Fred Krugger, check krugger.net

BMW Motorrad introduceert Active Cruise Control

1

Active Cruise Control kennen we al jaren in auto’s. Maar tot dusver nog niet in een motorfiets. BMW Motorrad introduceert deze vorm van cruise control binnenkort om motorrijders een compleet nieuwe en comfortabele rijervaring te bieden.

Het systeem maakt rijden op de motorfiets meer ontspannen doordat het de snelheid automatisch aanpast aan die van een voorligger. Bovendien houdt het systeem de afstand groot genoeg voor veilig remmen.

ACC is in samenwerking met partner Bosch ontwikkeld. De vele jaren ervaring met bestuurdersassistentiesystemen voor auto’s bij BMW en Bosch is benut om de technologie geschikt te maken voor toepassing op motorfietsen.

Even simpel de werking: als een voertuig voor de motorfiets vertraagt dan vermindert ACC (wanneer ingeschakeld) de snelheid. De berijder kan kiezen uit drie niveaus voor de te bewaren afstand. Het activeren van ACC en het instellen van de afstand kan gemakkelijk met een schakelaar. De ingestelde waarden worden weergegeven in het TFT-kleurendisplay.

De berijder kan bovendien kiezen uit twee standen: Comfort of Dynamic. Afhankelijk van de gekozen modus reageert de motorfiets gedoceerd of juist dynamisch op snelheidswisselingen van de voorligger. De afstandscontrole is uit te schakelen om het gebruik van Dynamic Cruise Control (DCC) mogelijk te maken.

In bochten kan ACC desgewenst automatisch de snelheid minderen voor een comfortabele hellingshoek. Als de motorfiets schuin in de bocht ligt dan zijn remmen en accelereren gelimiteerd, zodat de berijder niet plotseling wordt verrast door een te abrupt afremmende of optrekkende motorfiets. Maar let wel, BMW Motorrad ACC is een assistentiesysteem waarbij de berijder altijd de verantwoordelijkheid heeft en kan ingrijpen als het nodig is.

Brad Pitt bezoekt ex Angelina Jolie op motor

0

De 56-jarige Hollywood-ster dacht paparazzi te snel af te zijn toen hij op een van zijn motoren het huis verliet van zijn ex Angelina Jolie. Voor wie erin geïnteresseerd is: na de scheiding in 2019 begint de relatie tussen de twee weer wat te ontspannen.

Goed nieuws natuurlijk voor Jolie, Pitt en de zes kinderen. Misschien dat het stel de vredespijp nog eens rookt, da’s ook veel beter voor de kinderen. Maar op welke motor rijdt Pitt? Wie heeft deze perfecte caféracer gebouwd?  

Ex-Norton CEO moet twaalf miljoen euro terugbetalen

0

Auw, dat klinkt als heel veel geld. De Engelse ombudsman voor pensioenen heeft vastgesteld dat Stuart Garner ‘oneerlijk en in strijd met zijn plicht’ heeft gehandeld als trustee van de pensioenregeling. De ex-CEO van Norton heeft te horen gekregen dat hij iedereen die geld heeft verloren toen Norton ten onder ging, moet terugbetalen. Wat de vraag oproept waar gaat Garner 12 miljon euro vinden? En wat gebeurt er als hij dat niet kan?

Het Indiase TVS Motor kocht Norton in april voor zo’n 17,5 miljoen euro. De schuld was naar verluidt bijna 32 miljoen euro…

Techniek – De geschiedenis van de voorvork

0

Sturen, veren en dempen

Met het toenemen van de snelheid van motorfietsen groeide ook de behoefte aan een geveerde voorwielbevestiging. Die moest ervoor zorgen dat band en wegdek onder alle omstandigheden in contact met elkaar bleven. In de loop der jaren passeerden talloze voorvorkconstructies de revue.

De technische vooruitgang in de begindagen van de motorfiets lag vooral in het verbeteren van motorblokjes, met als logisch gevolg dat de snelheid omhoog ging. Dat openbaarde een stuurprobleem dat werd veroorzaakt door het ontbreken van vering. Op een oneffen wegdek kan het voorwiel de hobbels namelijk volgen, omdat de band nog één en ander aan schokken opvangt. Kom je echter boven de 30 kilometer per uur, dan volgt een starre vork het wegoppervlak niet meer, omdat hij gaat stuiteren. Gottlieb Daimler en Wilhelm Maybach hadden dat probleem nog niet op hun aandoenlijke houten Einspur met zijn rechttoe, rechtaan voorvork. Ook de eerste ‘echte’ (in serie gebouwde) motorfiets, de Hildebrand & Wolfmüller van 1894, had nog een starre fietsvoorvork.

Starre vork
Starre vork

In Frankrijk ontstond een wonderlijk motorfietsje dat zijn tijd heel ver vooruit was: de Millet. Félix Millet is vrijwel zeker de uitvinder van de stermotor (en dus ook de eerste die een multicilinder-motorfiets bouwde) waarmee hij zijn motortje uitrustte. Er waren echter nog veel meer vooruitstrevende voorzieningen op de Millet van 1898 te vinden. Zo had de voorvork een als bladveer uitgevoerd voorspatbord, waarmee Félix Millet waarschijnlijk – en zonder het zelf te weten – ook de uitvinder is geweest van de leading link-voorvork.

Leading link
Leading link
Millet
Millet

In Engeland was het merk BAT (van Samuel Robert Batson) de eerste motorfiets die in 1902 iets van vering had. BAT-motoren hadden een schommelvoorvork en een geveerd subframe (met voetsteunen) en zadel. Het merk Scott, bekend van de watergekoelde tweetakt, gebruikte in 1909 echter een soort van telescoopvork die we ook aantreffen in de 500cc-Speedwell. De telescoopvork zoals wij die nog steeds kennen, is dan omstreeks 1932 weer uitgevonden door Peder Fisker en zijn zoon Anders. De vork vond zijn toepassing in de Nimbus Model C, maar was niet gedempt. Het was BMW die de vork voorzag van hydraulische demping en hem in 1935 toepaste op de productiemodellen R12 en R17.

Techniek: Actief aanpasbare geometrie

Nog altijd is een telescoopvork de meest gebruikte manier om een motorfiets onder controle te houden en de goede kant op te krijgen. In wezen een heel simpel gegeven voor een heel simpele constructie; niet meer dan twee staafjes metaal die binnen twee buisjes in elkaar schuiven.

De taak

Een voorvork moet in de eerste plaats zijn eigen gewicht, veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de aarde, plus het gewicht van de motorfiets en berijder torsen en afveren. Ook krachten veroorzaakt door wegoneffenheden en het sturen veroorzaken bewegingsenergie die moet worden verwerkt. Overigens is die voorvork ook onderdeel van een veel groter geheel, motorfiets genaamd, met een samenspel van balhoofdhoek, naloop, wielbasis, veerweg, banden(spanning), sprong van de balhoofdplaat, toestand van de lagers en plaats van het zwaartepunt. Alle gewicht van een motor en zijn berijder(s) gaat loodrecht richting het middelpunt van de aarde. Daar kun je niet omheen, of je moet keihard kunnen bewijzen dat Isaac Newton uit zijn nek zwetste. Een voorvork staat schuin naar voren, omdat naast de zwaartekracht ook de rolweerstand meetelt. Deze rolweerstand is geneigd om de voorpartij naar achteren te drukken.

Er zijn nog meer invloeden dan hobbels en kuilen. Remmen en berg-op of berg-af rijden veranderen ook de richting van de krachten op de voorvork. Stel, je rijdt met de Captain America-chopper uit de film Easy Rider met een 45-graden-voorvork de berg af en de weg loopt onder 45 graden naar beneden. Je hebt nu alleen te maken met de zwaartekracht; de vork wijst immers loodrecht naar het oppervlak van de aarde. Draai je echter de boel om (een 45-graden-voorvork en een weg die onder 45 graden naar boven loopt), dan ligt je voorvork gelijk aan het horizontale vlak genaamd aarde en zijn de langskrachten heel anders. Een voorvork is ook nog eens een star geheel; dat de onderpoten kunnen bewegen, doet daar niets aan af.

Al het bovenstaande in aanmerking genomen is het niet verwonderlijk dat de gewone telescoopvork op veel punten te verbeteren is of zelfs kan worden vervangen. Er is zelfs een punt geweest, zo’n veertig jaar geleden, dat de telescoopvork voor dood werd verklaard. Te vroeg, overigens…

Telescoop
Telescoop

Girder

De eerste Girder-voorvork, van de firma Druid uit Birmingham (waar anders?), zou in 1913 in een Ariel zijn toegepast. Dat kan best kloppen als je foto’s ziet van types als de TT en de Deluxe Roadstar. Wie verder ‘terug’ zoekt, ziet die Girder ook al in 1911 in een Ariel. De geschiedenis van de voorvork is niet bepaald exact gedocumenteerd…

Een Girder-voorvork is wel één van de oudste typen voorvering op een motorfiets en was tot aan de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste voorvork. Hij is in te delen in de categorieën ‘parallellogram’ en ‘leading link’. De vering, een echte veer dus, zit over het algemeen tussen of vlak onder de balhoofdplaten, maar Indian liet zien dat je ook een bladveer kunt gebruiken. Norton gebruikte Girder-voorvorken sinds het begin van de jaren twintig en je vindt ze tot in de jaren vijftig nog terug in de Sunbeam, Indian, Matchless en Rudge. Door hun constructie konden ze een beetje naar voren en naar achteren bewegen, waardoor je (net als bij een telescoopvork) een verandering in de geometrie kreeg.

Girder voorvork
Girder

De Girder-vork is een star geheel met een zeer korte veerweg (met zes tot acht centimeter heb je het wel gehad) en het nadeel van deze constructie is het hoge onafgeveerde gewicht, namelijk de hele voorvork. Hierdoor kan een Girder bij hogere snelheden gaan stuiteren, omdat het onafgeveerde gewicht dan een rol gaat spelen. Als er al enige vorm van demping werd toegepast, dan zit die aan de zijkant met behulp van ronde frictieplaatjes die onder spanning kunnen worden gebracht. De Girder maakte in 1948 nog een grote technische sprong voorwaarts toen Philip Vincent (van het merk Vincent) de grote centrale veer tussen de balhoofdplaten verving door een hydraulische schokdemper; de zogenaamde Girdraulic-vork.

Springer

De Springer-vork is een mix van een Girder- en een geduwde parallelvoorvork. Het meest in het oog springende kenmerk van de Springer is het gebruik van een statisch en dynamisch gedeelte, de zogenaamde (verende) ‘hulpvork’ die voor de echte vork zit. Ook al is een Springer-voorvork tamelijk ouderwets, in tegenstelling tot de naam gaat deze vork niet springen bij hogere snelheden, ook al is de veerweg, net als bij een Girder, op het randje van toereikend. Ook hier komt de demping van frictieplaatjes. Bij een Harley Liberator loopt dit frictiemateriaal over vlakke langwerpige plaatjes en ook hier kun je de demping instellen door een knop strakker aan te draaien. Ook het Engelse merk Brough maakte gebruik van Springer-vorken in de modellen Superior SS100 en Superior Dream.

Springer voorvork
Springer

Earles

In 1951 verwierf de Engelsman Ernest ‘Ernie’ Earles een patent op een geduwde schommelarmvoorvork. Deze uitvinding was een jaar eerder al toegepast op de Douglas Dragonfly-motoren. Een geduwde schommelarmvork (swinger) is geen leading link-vork, ook al lijkt het principe er sterk op. Bij een leading link zitten de draaipunten van de beide schommelpoten naast het wiel, maar nog achter de wielas. Bij een Earles-vork zit het draaipunt achter het wiel. Juist daar draaide het hele Earles-patent om. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de Earles- of schommelvoorvork veel gebruikt en deze heeft ook een prettige bijkomstigheid bij het remmen: een natuurlijk anti-duik. Sterker nog, een Earless-voorvork komt juist omhoog bij het remmen. Aan de andere kant is een Earless vork vrij zwaar en kent die dus een hoog onafgeveerd gewicht. Ook schommelarmvoorvorken zijn er in vele soorten en maten en ze zijn vooral populair bij zijspanrijders. Daar waar een sportieve solomachine de eigenschappen en het gewicht van een schommelarm-voorvork kan missen als kiespijn zijn die juist geschikt voor een auto-achtig zijspan- of trike. 

Earles voorvork
Earles

Trailing link

De trailing link of getrokken schommelarmvoorvork is letterlijk het omgekeerde van de leading link. De Belgische FN M13 uit 1948 bezat een wel heel bijzondere uitvoering van zo’n getrokken swinger, waarbij – naar onze mening –  esthetische waarden geen prioriteit hadden. Dan ziet zo’n exemplaar er op de Honda Rune weer een stuk beter én indrukwekkender uit. 

Trailing link voorvork
Trailing link
Eenarmige vork voorvork
Eenarmige vork

Eenarmige voorvork

Eén van de meest opvallende eenarmige voorvorkconstructies was geplaatst in de Imme R100, die al uitgebreid in Clasix & Retro nummer 20 stond. Deze motorfiets (gemaakt rond 1948) was zijn tijd technisch gezien al ver vooruit met een minimaal frame, een met het motorblok geïntegreerde versnellingsbak en een achtervork die scharnierde in het blok. De eenarmige voorvork werd later nog eens gemoderniseerd opgepikt door Gilera in de tamelijk futuristisch ogende CX125.

Fuseebesturing

De toepassing van fuseebesturing (in het Engels hub centre steering, oftewel HCS) zou zijn bedacht door Massimo Tamburini en uitgewerkt door technisch specialist Ascanio Rodorigo. Een beetje motorliefhebber weet echter dat de Ner-a-car (een vreselijk lelijke, maar zeer gedurfde mix van motor, scooter en auto) in 1918 al was voorzien van fuseebesturing. De allereerste toepassing was op een Engelse James in 1910. De allernieuwste Bimota Tesi H2 is er (weer) mee uitgerust en we vonden die ook op de Vyrus, nichemerken die garant staan voor extravaganza op technisch en financieel gebied. De Yamaha GTS1000 was de eerste in massa geproduceerde motorfiets die fuseebesturing mee kreeg. Voordeel van deze ‘auto’-besturing is het lage zwaartepunt van de motorfiets, omdat de voorvork niet staat, maar ligt. Nadeel is dat naafbesturing erg zwaar stuurt. Bovendien moet de constructie zwaarder worden uitgevoerd vanwege de krachten die erop komen.

Fuseebesturing voorvork
Fuseebesturing

Fuseebesturing met lineaire vering

Uitermate geavanceerd en zeer opvallend. Andere woorden kun je niet bedenken als je de Hyper 1 Troll van de Nederlandse veringspecialist Hyperpro ziet. Een voorvork zonder voorvork, maar wel een arm die een onbeweeglijk onderdeel is van het frame. Het voorwiel veert langs een geleiderail, waarbij de stuur- en remkrachten weer van elkaar gescheiden zijn. Waarin een klein land groot kan zijn…

Hyper1 Troll voorvork
Hyper1 Troll

Hossack/Fior-voorvork

De Hossack/Fior-voorvork is een balhoofdloze motorfiets. Norman Hossack ontwierp zijn triangelvoorvork in het midden van de jaren zeventig, maar liet zijn uitvinding pas in 1984 patenteren. De voorvork van Hossack is net zo goed de voorvork van Claude Fior, aangezien beiden aan het ontwerp bijdroegen. Eigenlijk mogen we in dit geval ook de veel te vroeg overleden John Britten niet vergeten, aangezien zijn motoren ook een Hossack-systeem gebruikten. Het ziet eruit als de voorwielophanging van een Formule 1-bolide: twee triangels boven elkaar met een onder een hoek geplaatste schokbreker-demper-unit. Alleen is die dan verticaal in plaats van horizontaal geplaatst. Deze triangelbesturing is veelal lichter dan elke andere voorvorkconstructie, maar kent weer veel bewegende delen die allemaal speling kunnen geven.

Hossack-Flor voorvork
Hossack-Flor
Telelever voorvork
Telelever

Telelever

De Telelever is het best te omschrijven als een combinatie van een geduwde swingarm en een telescoop, grotendeels gebaseerd op de ideeën van Hossack en Fior. De swingarm is het gedeelte dat bestaat uit een centraal veerelement onder het balhoofd dat wordt afgeveerd op een vork die scharnierend aan het motorblok is bevestigd. De voorvork is een telescoop, die in de R1100S zelfs vermomd is als upsidedown. Ook hier hebben we te maken met gescheiden veer-, stuur- en remfuncties en de mogelijkheid om het inveren bij hard remmen te neutraliseren.

Upsidedown

Een chique naam voor een telescoopvoorvork op z’n kop, precies wat de naam al zegt. Alle lof voor het doorontwikkelen van het upsidedownprincipe gaat naar onze eigen WP-veringspecialisten, maar eerlijk is eerlijk… de Moto Guzzi’s Airone en GTV hadden in 1948 al telescoopvorken waarbij de buitenpoot aan de bovenkant zat. Door de constructie van de upsidedownvork ging het onafgeveerde gewicht omlaag, waardoor de voorvork directer en comfortabeler werkte. Bovendien geeft de bevestiging van de (dikkere) buitenpoten in de kroonplaat meer stevigheid aan de voorvork. Nadeel is dat bij een lekkende keerring alle olie in no-time uit de buitenpoot kan lopen.

Bij een gewone telescoop voorvork duikt bij (hard) remmen de hele motorfiets voorover, waardoor de hele geometrie (naloop, balhoofdhoek) verandert. Daarbij wordt de veerweg van de vork vrijwel geheel opgebruikt om de remkrachten te verwerken en blijft er niet of nauwelijks veerweg over om ook kuilen en hobbels in het wegdek de baas te kunnen. Wat de alternatieven gemeen hebben, is dat ze het grootste nadeel van een telescoopvork tenietdoen, want vering, remmen en sturen worden van elkaar gescheiden. Als er ‘vorkpoten‘ zijn, dienen ze alleen maar om het voorwiel op zijn plek te houden en te sturen. Daarbij verandert de geometrie van de motor in zijn geheel niet. Tenzij de fabrikant besluit om zijn systeem ‘toe te laten geven’ aan het remgevoel door de veeruitslag in te stellen.

Upsidedown voorvork
Upsidedown

Weinig nadelen

Toch heeft in die dikke 140 jaar motorgeschiedenis geen enkel alternatief de telescoopvork kunnen verdringen. Algemeen wordt aangenomen dat de introductie van de upsidedownvork en de snelle technische verbeteringen (nitraatcoating, afdichtingen, cartridges) die op de telescoopvork werden doorgevoerd de reden zijn dat die vork nog altijd veruit het populairst op een motorfiets is. Daarbij is de telescoop ook redelijk eenvoudig en dus ook vrij goedkoop te maken. En die paar nadelen? Wen er maar aan…

Yamaha en Michael van der Mark gaan einde seizoen uit elkaar

0

Yamaha en Michael van der Mark gaan aan het einde van het FIM-wereldkampioenschap Superbike 2020 uit elkaar. De 27-jarige Nederlander kiest een nieuwe uitdaging in 2021. Met het vertrek van Van der Mark komt een einde aan een vierjarige samenwerking, die tot nu toe drie overwinningen heeft opgeleverd in het WorldSBK en twee overwinningen op de prestigieuze Suzuka 8 Hour-race.

Van der Mark kwam in 2017 bij het Pata Yamaha WorldSBK Official Team. Tijdens zijn debuutseizoen eindigde hij twee keer op het podium. Het jaar daarop won de Nederlandse coureur zijn eerste WorldSBK-race (Race 1 op Donington Park) en Yamaha’s eerste sinds de terugkeer in het kampioenschap in 2016.

De voormalige FIM-wereldkampioen Supersport voegde in 2019 een overwinning (race 2 op Jerez) toe aan zijn lijst, maar belandde na een crash in Misano in de lappenmand. Ondanks zijn blessure scoorde Van der Mark in 2019 toch nog acht podiumplaatsen en eindigde het seizoen als vierde in het kampioenschapsklassement.

De Pata Yamaha-rijder was tijdens de openingsronde van het seizoen 2020 in Australië een kanshebber voor de overwinning in alle drie de races. Sinds Phillip Island is het WorldSBK opgeschort vanwege corona.  Van der Mark komt volgende maand weer in actie, als het WorldSBK seizoen wordt hervat met back-to-back wedstrijden in Jerez en Portimão.

Zowel Yamaha als Van der Mark zijn vastbesloten om hun succesvolle vierjarige samenwerking op een hoog niveau te beëindigen. Getweeën blijven ze strijden voor overwinningen en blijven ze gaan voor de kampioenstitel.

Terug naar toen – 1994 – Deel 1

0

Het merk MZ heeft een rijke en grillige geschiedenis. Dat laten de naamsveranderingen goed zien. Eerst is de naam DKW, daarna Auto Union en na de Tweede Wereldoorlog wordt het IFA en vervolgens MZ. In de jaren zestig is MZ een grote speler op de markt van de motorfietsen. De tweetakt ‘dienstfietsen’ zijn in het Oostblok populair. Denk maar aan de MZ ETS 250 met zijn hoge tank en ver doorlopende uitlaat. De bekende ‘Wende’ in 1989 zorgt echter voor een vrije val van de onderneming. Maar de zakenman Korous zorgt voor nieuw elan en een nieuwe naam: MuZ, dat staat voor Motorrad und Zweiradwerk. De fabriek breekt met de tweetakthistorie en komt met motoren met viertaktblokken van het Oostenrijkse Rotax.

De modellen zorgen echter niet voor een revolutie in de internationale motorwereld en dus volgt een tweede poging. Ditmaal met de Skorpion-modellen, ontworpen door het Britse designbureau Seymour-Powell. De Skorpion is er in twee versies: de Sport en de Tour. In het fraaie stalen buizenframe hangt geen Rotax-blok meer. Nu is gekozen voor een Yamaha-krachtbron. Die van de XTZ Ténéré, een 660cc-eencilinder met vijf kleppen en goed voor 48 pk. Op de kale Tour vertaalt zich dat naar een topsnelheid van 160 km/u. De van een stuurkuipje voorziene Sport haalt twintig km meer. Op de tank en het blok prijkt weer de klassieke naam MZ. Uit respect voor de historie en als hoop voor de toekomst.

Klassiekers
Motorblok MZ – MOTOR 21, 26 mei 1994

Begrip in Schiedam

Ducati is vertegenwoordigd in twee segmenten. In de zware klasse met de 750- en 900 cc SS’en. Oogverblindende motoren in knalgeel en helrood, maar wel met een gepeperd prijskaartje. Ook in de lichte klasse is een Ducati beschikbaar: de 400 SS. Een pittig ‘ding’, maar voor veel mensen toch wat aan de lichte kant. Dus is het een logische keuze van de fabriek om een motorfiets in de middenklasse te presenteren. De groep van de 600 cc’s dus. Het worden de kale M600 en de van een stroomlijn voorziene 600 SS. De laatste is er in twee modellen: de Nuda heeft een halve kuip, de Carenata een hele.

Terug naar toen – 1995 – Deel 1

Klassiekers
Kok bekijkt twee Ducati’s – MOTOR 18, 5 mei 1994

Snelheid hebben de Ducati’s voldoende in huis. De teller van de M600 raakt de 175 km/u aan, de SS zelfs de 190 km/u. Het verslag van de rijindruk laat zich lovend uit over de modellen. De redactie noemt de M600 zelfs ‘een van de beste stadsmotoren op de markt’. Maar kritiek is er ook en wel op de geringe stuuruitslag. Met enige overdrijving wordt gezegd: ‘Een schande dat je vijf keer moet insteken om bij het grijnzende gezelschap op het terras weg te komen’.

Vraag je je trouwens af wat de man met koksmuts op de foto doet? Wel, om het verslag in Italiaanse sferen te brengen wordt ook een bezoekje gebracht aan pizzeria en ijssalon La Venezia, sinds 1934 een begrip in Schiedam!

Karakteristieke brul

Harley-Davidson kennen we van de zware toermachines. Topsnelheden van de modellen geeft de fabriek nooit op. ‘Niet van toepassing’ staat dan bij de technische gegevens. Verrassend is dan ook dat Harley een machine voor het Amerikaanse Superbike-kampioenschap bouwt. Het is de VR1000, in minder dan een jaar ontwikkeld door de kleine – uit vijf personen bestaande – raceafdeling. Correspondent Alan Cathcart mag de prestaties van de V-twin ‘proeven’ op het circuit. Hij merkt op dat de Harley met z’n 142 pk nog wat vermogen tekortkomt ten opzichte van de 955 Ducati’s. Een kleine 15 pk om precies te zijn. Daar moet nog aan gewerkt worden. Maar hij is onder de indruk van de wegligging: ‘De VR1000 stuurt als een scheermes en remt als geen ander’. En hij legt ook nog wat (h)eerlijke emotie in zijn verslag: ‘Geen enkele andere sportieve motor brult op zo’n karakteristieke manier’.

Klassiekers
Zijaanzicht Harley-racer – MOTOR 47, 24 november 1994