Maandag 4 mei gaat het los in de Motori Minarelli motorenfabriek in
Calderara di Reno, Italië en in de assemblagefabriek van MBK Industrie in Saint
Quentin, Frankrijk. De productie in beide fabrieken werd op 16 maart tijdelijk
stopgezet om de veiligheid van de werknemers te garanderen. Daarna volgde een verplichte
lockdown die in beide landen werd opgelegd om de verspreiding van het
coronavirus tegen te gaan.
De hervatting van de productie is een proces in twee fasen geweest, waarbij
fase één plaatsvond in april. In strikte overeenstemming met de beperkingen die
in elk land gelden, werd alleen het werk hervat door de werknemers die dat mochten
doen en die in staat zijn waren om sociale afstand in acht te nemen. Daarnaast
werden binnen de belangrijkste werkomgevingen een aantal Covid-19
veiligheidsmaatregelen ingevoerd om de fabriek voor te bereiden op een
volledige heropening.
Fase twee begint op 4 mei met een geleidelijke heropstart in beide
fabrieken naar een volledige productie van eindproducten. In de praktijk zal
het werk aangepast kunnen worden om de gezondheid en het welzijn van de
werknemers te waarborgen.
De motor, of in elk geval de gemotoriseerde tweewieler, heeft na de coronacrisis de toekomst en zal een stuk grotere rol spelen in het verkeer in de anderhalvemetersamenleving. Dat stelt Dolf Willigers, secretaris-generaal van FEMA, de federatie voor Europese motorrijders.
Brommers, scooters, e-bikes en motoren: we zullen ze als het
ergste van de coronapandemie achter de rug is en de steden weer opengaan een
stuk meer in het straatbeeld zien, schrijft Willigers in een blog op de
FEMA-website. Zowel om goederen als personen te vervoeren als voor tourisme.
OV in de knel
Een belangrijke reden hiervoor, denkt Willigers, is dat het openbaar vervoer een tik zal oplopen door de coronacrisis en in zijn ogen weinig geschikt is voor de te verwachten nog langdurig van kracht zijnde anderhalvemetersamenleving. “Het is immers moeilijk anderhalve meter afstand te houden in het openbaar vervoer.” De capaciteit zal dus afnemen. “Terwijl een andere vraag is of openbaar vervoer wel betaalbaar blijft, want in veel landen wordt het nu al hevig gesubsidieerd.”
Stedelijk ruimtegebrek
De andere belangrijke reden is, kortgezegd, ruimte. Met minder OV-gebruik, resteren in Willigers’ gedachtegang voor kortere afstanden de fiets, scooter, brommer en benenwagen, en voor langere reizen de auto en motor. Maar daar wringt volgens hem de schoen.
Steden zullen immers meer ruimte moeten bieden aan het
toegenomen aantal voetgangers en fietsers, die onderling ook nog eens
anderhalve meter afstand moeten houden. Dat zal volgens Willigers ten koste
gaan van de ruimte voor auto’s, al verwacht hij tegelijkertijd juist méér
autoverkeer vanwege de mindere OV-mogelijkheden en hoe social distancing
carpoolen compliceert. Zo dreigt, waarschuwt Willigers, rondom autoverkeer een
verergering van de problemen die we kennen van voor de coronacrisis: “De files,
parkeerproblemen en luchtvervuiling zullen toenemen.”
De toekomst is voor tweewielers
De oplossing, volgens Willigers? “Mensen die langere afstanden moeten afleggen, zullen voor (idealiter elektrische) gemotoriseerde tweewielers kiezen. Daarmee kun je zowel korte als langere afstanden afleggen én de benodigde onderlinge afstand houden.” Een bijkomend voordeel: tweewielers nemen minder ruimte in en zijn minder vervuilend dan vierwielers.
Als er weer vrij(er) gereisd kan worden, ziet Willigers deze
switch naar tweewielers dus wel gebeuren. “Stadsbesturen en
verkeersautoriteiten moeten daarop inspelen”, pleit hij. Door de infrastructuur
van wegen aan te passen, maar ook door bijvoorbeeld laadpunten te plaatsen voor
elektrische tweewielers. “Voor zowel persoonlijk vervoer als deels voor
goederen transport, zullen motorische tweewielers de logische keuze zijn.”
Een lekke band staat zo’n beetje bovenaan het lijstje ergernissen van motorrijders. Los van het gedoe om je motor of wiel bij de dealer te krijgen, heeft het ook vervelende financiële consequenties. En zeker wanneer je net nieuwe banden hebt gekocht – en je zal zien dat je juist dán lek rijdt – kan een lekke band ook flink in de papieren lopen.
Simply Ride
Niet wanneer je Bridgestone-banden hebt gekocht. Wie nu een nieuwe set banden bij de deelnemende Bridgestone Biker’s Club-dealer koopt, krijgt gratis de unieke Simply Ride 24 maanden (twee jaar) bandenpech garantie. Rijd je lek regelt de Simply Ride-garantie een nieuwe vervangende Bridgestone-band. Afhankelijk van het profiel van de lekke band, kan dat een volledig gratis band zijn. Of een met een mooie korting.
Hoeft geen
Bridgestone te zijn
De Simply Ride-garantie geldt ook voor de banden van een nieuw te kopen motor, ook wanneer deze van een ander merk zijn. Om in aanmerking te komen voor de gratis Simply Ride-garantie is simpel. Koop nieuwe Bridgestone-banden bij een deelnemende dealer, registreer de koop op de site en het garantiecertificaat wordt automatische toegestuurd.
Jorge Lorenzo analyseert Rossi’s mogelijkheden op de Yamaha 2020 en de nieuwe Michelins. De combinatie zou in het voordeel van de Italiaan kunnen uitpakken. ‘Als Rossi eenmaal weer races kan winnen, wordt hij een gevaarlijke rivaal voor de titel’
Ze waren geen vrienden, integendeel. Maar het gebeurt vaak dat als de een er mee ophoudt, de onderlinge rivaliteit vermindert. Misschien gaat het niet zo ver als vriendschap, maar alles is mogelijk. Denk aan Loris Capirossi en Tetsuya Harada aan het einde van het WK 1998. Maar terug naar het heden, de relatie tussen Jorge Lorenzo en Valentino Rossi lijkt zich te verdiepen.
Rossi en Lorenzo waren bittere rivalen, die niet bij elkaar over de vloer kwamen. Tijdens wedstrijddagen verbleven ze strikt gescheiden van elkaar. In 2013 spraken beide Yamaha-coureurs ‘beschavingsregels’ af. Desondanks werd 2015 een rampjaar waarin eeuwige vijandschap werd gezworen. En nu, na Lorenzo’s pensionering en zijn terugkeer als Yamaha-testrijder, lijkt de samenwerking met Rossi bijna een idylle.
Het beeld van een lachende Lorenzo in de pitbox van Rossi
zegt veel. Lorenzo die Rossi helpt tijdens de tests in Sepang, wie had dat voor
mogelijk gehouden. Het lijkt ook geen professionele façade van Lorenzo, de relatie
tussen hem en Rossi lijkt echt te zijn veranderd. Zozeer zelfs dat Lorenzo, in
een interview met het Spaanse AS, de eerste is die zijn geloof in het
potentieel van Valentino uitspreekt. Door het geknotte seizoen 2020, zal Rossi
ook 2021 gaan racen. Met als doel het winnen van de tiende wereldkampioenstitel
die hem al meer dan tien jaar ontglipt.
‘Het is mogelijk. Hij kent de Yamaha door en door, wat
overigens een motorfiets is die fysiek veel minder veeleisend is dan de Honda
of Ducati. Met de M1 is precisie veel belangrijker, je hoeft niet als een gek
te werken. Kortom: Rossi heeft de beste fiets om te proberen opnieuw
wereldkampioen te worden. Het niet zo goed vergeleken met Quartararo of Vinales.
Maar die situatie kon elk moment veranderen.’
Volgens Lorenzo is slechts een kleine aanpassing van Rossi’s
rijstijl voldoende zijn om voor de tiende titel te gaan. En de nieuwe
Michelin-band zou wel eens de oplossing zijn voor het slijtageprobleem tijdens
de race. ‘De nieuwe M1 en de Michelin-band kunnen hem teruggeven wat hij gemist
heeft om races te winnen. En als Valentino terugkomt om races te winnen, is hij
een zeer gevaarlijke rivaal voor de titel.’
Op 1 mei onthult Indian de Carbon. De nieuwste versie uit de
FTR-serie wordt aangekondigd op het Indian YouTube kanaal. De motor, zo wordt-ie
aangeprezen, komt het dichtst in de buurt van de flat track-racemotor. Dat
suggereert volledig carbon vol met high-spec vering, remmen en zo’n beetje al
het andere.
De video laat niet veel zien, maar de motor heeft een carbontank.
Zoveel kun je wel zien in de video. Wat er nog meer komt, is onduidelijk. De originele
FTR 750 flat track racer zien we het meest in de teaservideo. Kennelijk
probeert Indian duidelijk te maken dat de nieuwe FTR Carbon een echte
high-performance machine zal zijn.
Ook een succesnummer kan niet op zijn lauweren rusten. Yamaha pakt de Tracer 700 voor 2020 niet al te rigoureus aan, maar poetst de betaalbare alleskunner voor dit jaar op.
Het gezegde dat de tijd vliegt, gaat zeker op voor de Yamaha Tracer 700. De motorfiets kwam alweer in 2016 op de markt. Vier jaar…, dat bedoel ik met tijd die vliegt. Destijds kwam hij naast de naakte MT-07 en zwaardere triplebroer Tracer 900. In de tussentijd maakte de toeristischer Tracer 700GT nog zijn opwachting, maar nu is het tijd voor de tweede generatie.
Waar is de motor getest?
Noord-Holland
Wat waren de omstandigheden?
De lente is aangebroken
Hoe was de temperatuur?
Tussen de -1 en 10 graden
Hoeveel kilometer heb je met de motor gereden?
350 KM
Feestbeest
In vergelijking met het eerste model verschilt de
2020-Tracer 700 op verschillende punten. Meest in het oog springend zijn de led-dagrijverlichting
en de dubbele koplamp in de vernieuwde kuip. Die levert volgens Yamaha meer
bescherming tegen de elementen. Minder in het oog vallend, maar wel minstens zo
belangrijk zijn de stelmogelijkheden aan voorvork en achterdemper. De eerste is
volledig instelbaar, van de tweede alleen de veervoorspanning en ingaande
demping. Het stuur is niet alleen iets breder, maar het heeft ook een accessoirebrug,
voor de montage van bijvoorbeeld een GPS.
Een nieuw – marginaal hoger – zadel moet het zitcomfort verhogen, maar de Yamaha-importeur neemt geen enkel risico en monteert op dit demomodel het Travel Pakket. Dat bestaat uit zijkoffers (inclusief bevestigingsmateriaal), comfortzadel, hoog windscherm en een usb-lader. Hieraan hangt een prijskaartje van € 1.269,-, of € 1.330,- met meegespoten zijkoffers.
Bij elkaar opgeteld kost een Tracer 700 in deze uitvoering
€ 9.868,- en daarmee blijft hij aan de goede kant van de tienduizend euro.
Een eerste constatering ligt op de loer: met de vernieuwde Tracer 700 levert
Yamaha nog altijd veel waar voor zijn geld.
Het motorblok sluit zich daarbij aan. Als er iets
continu levert, is het de tweecilinder wel. Om de twin Euro 5-geschikt te
krijgen, zijn de injectie, ontsteking en ook het uitlaattraject onder de loep
genomen. Gelukkig bleef het ouderwetse Tracer 700-gevoel behouden. Bij elk
feest staat dit blok vooraan en hij doet waarschijnlijk ook het licht nog uit.
Geen wereld van verschil
Ooit moet ik er mee stoppen, maar ook dit keer steek ik wederom de loftrompet voor dit heerlijke blok. Het pakt onderin mooi op en gaat tot bovenin zalig door. Gooi bij vier- à vijfduizend toeren het gas vol open en de motor schiet gretiger vooruit dan je voor mogelijk houdt. Bij zo’n 8.000 toeren schakelde ik meestal op, maar het rode gebied begint pas bij 10.000.
Bij het motorblok is het dus ‘business as usual’ en
verschillen met het vorige model heb ik niet kunnen voelen. Op papier levert
hij een pk’tje minder, maar geeft hij aan de andere kant zijn maximale vermogen
wel vijfhonderd toeren eerder af. De twin is nog altijd beregoed bezig en hij
lijdt er niet onder dat sommige mensen hem als ‘kleintje’ bestempelen. Hij
biedt namelijk wel de voordelen van een kleintje, zoals lichtgewicht, soepel en
zuinig (makkelijk 1:20), maar niet de nadelen. Hij voelt volwassen en krachtig
als een dik blok.
Net als dat de veranderingen aan het motorblok geen wereld van verschil maken, geldt dat ook voor het vernieuwde kuipwerk. Verwacht niet dat het plots de bescherming biedt van een luxe-toerder of de aerodynamica van een GP-racer. Ook hier is het weer business as usual en daarmee is niets mis. Een welgemeend compliment gaat wel uit naar de turbulentieloze en goed beschermende ruit en de bediening daarvan. Met een, met handschoenen te bedienen, hendel verschuif je de ruit moeiteloos van onder naar boven of andersom. Waarom is dit niet de standaard? Dit verkies ik zelfs boven elektrische bediening.
Zacht is troef
Binnen een paar meter weet je hoe de vork in de steel zit
bij de Tracer 700. De zachtheid regeert op dit fietsje. Dat is mooi en niet zo
mooi. Het is fijn dat het blok zo aangenaam reageert op het gas. Het is tof dat
je hem als een soort fiets lichtvoetig de garage uit duwt. Het is al net zo
prettig dat het amper moeite kost om in te sturen. Bochten pikken gaat als
vanzelf en ook als het wat sneller gaat, houdt de Yamaha mooi aan zijn koers
vast. Tot – en nu komt de keerzijde van zacht – het wegdek minder van kwaliteit
is. De Tracer 700 is zeker aan de voorzijde zacht afgeveerd. Bij het aanremmen
duikt de motor al diep in de veren. Rechtdoor op slechte wegen kun je nog
zeggen dat de motor de diepe gaten effent, maar in het bochtenwerk levert het
slechts onrust op. Raak je dan bulten of gaten, dan deint de motor en is het
lastig lijn houden. Grappig dat hetzelfde rijgedrag rechtdoor comfortabel is,
maar oncomfortabel in bochten.
Over comfort gesproken; het comfortzadel krijgt een zeventje. Wat betekent dat voor het gewone zadel? Overigens staat het zadel op 840 mm en dat klinkt serieus hoog, maar zo voelt het niet. Pas bij het opzoeken van de specificaties zag ik het tot mijn verbazing.
De zadelhoogte levert wel een aangename kniehoek op, die
goed bij deze alleskunner past. Kilometers maken is geen probleem, omdat de
handen ook als vanzelf op hun plek vallen. De Tracer laat het allemaal heel
gemakkelijk en natuurlijk aanvoelen. Dat geldt voor de zithouding, maar ook
voor het rijden zelf. Binnen een paar meter voelt alles vertrouwd, lichtvoetig
en gemakkelijk. Het is hetzelfde gevoel dat de eerste generatie Tracer 700 ook
al gaf. Business as usual.
Vering instelbaar maar te zacht, duiken bij remmen, geen held op slecht wegdek, als dit het comfortzadel is, hoe goed is dan het standaardexemplaar?
Conclusie
Als je al een Yamaha Tracer 700 bezit, hoef je niet direct naar de winkel te rennen om het laatste model te kopen. De verschillen zijn echt niet zo gigantisch. Als je nog geen Tracer 700 hebt, overweeg dan wel een spurt richting dealer, want de motorfiets is nog altijd een geweldenaar die motorrijden makkelijk maakt. Het is een betaalbare topper bovendien. Al zou ik een paar euro achter de hand houden om de te zachte vering aan te pakken. Daarmee is de achilleshiel van deze motorfiets wel benoemd, ook al is die hiel nu instelbaar. Om het geheel weer in balans te brengen, komt nu het motorblok ter sprake. Het is een feestnummer dat zich aanpast aan jouw stemming en er dan qua stemming altijd een schepje bovenop doet. Het is een nogal inspirerend blok dat een mens speels maakt. Het maakt motorrijden een waar plezier, maar dat geldt voor de hele Tracer. Je zit er goed op, het voelt goed, het oogt goed en het doet goed. Daarmee verdient hij volkomen terecht de geuzentitel allemansvriend. Voor de goede orde: dat is een compliment.
Dubbeltest: Indian Scout Bobber Twenty vs. Harley-Davidson Street Bob
Bobbers in de clinch
Het lijkt David tegen Goliath. Een reus uit Milwaukee van
1746 cc en 145 Nm tegen een ‘dwerg’ van 1133 cc en 97 Nm:
bruut versus beschaving, geweld versus finesse en zwaar versus licht. Maar is
dat ook zo?
Testen ten tijde van corona
Zolang Covid-19 rondwaart, testen we anders. Een rijtest
vergt minimaal twee personen: een fotograaf en een redacteur. Dat minimum
houden we strikt aan. Maximaal twee man en twee motoren dus. Dat betekent dat
een dubbeltest het hoogst haalbare is (onze fotografen zijn zelf ook
enthousiaste motorrijders). Helaas kunnen we voorlopig niet alle superbikes of
nakeds tegenover elkaar zetten. We laten natuurlijk wel de meest relevante
duo’s de degens kruisen en hopen dat we weer snel ouderwets kunnen testen.
Testlocatie Geen Route 66, maar Holland Omstandigheden Zo’n warme Pasen hadden we nooit eerder Temperatuur Tussen de tien en twintig graden Testkilometers 280 Bijzonderheden Pas als je zelf op een custom rijdt, zie je hoeveel er rond rijden
Harley-Davidson Street Bob
Deze instap-Amerikaan is gestript tot op het bot. Raakt
hij ons ook tot op het bot?
Indian Scout Bobber Twenty
De Scout Bobber kennen we al een tijdje, maar de Twenty is nieuw dit jaar. Het hoge stuur voegt een extra dosis bravoure toe aan een verder gelikt model.
Dubbeltest
‘Screw it, let’s ride’, is Harley-Davidsons officiële slogan. Het is overduidelijk geen politiek correcte en daardoor dodelijk saaie slagzin, zoals andere motorfabrikanten die voeren. Maar het zou ook het motto van de Street Bob kunnen zijn. Dat straalt de machine al op de zijstandaard uit. Harley-Davidson zet een motorfiets neer die gestript is tot de pure essentie. Zijn gechopte voorkomen is politiek incorrect, voer voor discussie, maar maakt hem allesbehalve saai.
Circusbeer
‘Allemachtig, wat is hier aan de hand?’ Iedereen die
plaats neemt op een Street Bob weet direct hoe een circusbeer op een fietsje
zich voelt. Zou de chef-ergonomie van Harley-Davidson ook iets hebben gehad van
Screw it? Dat het luchtfilter tegen de rechterknie drukt voelt vertrouwd en dus
niet erg, maar het zadel staat achterlijk laag en de voetsteunen relatief hoog.
Hoeveel motoren ken jij waar je knieën hoger zitten dan je achterste? Het stuur
reikt dan weer flink naar de hemel. Natuurlijk voelt het allemaal niet,
opmerkelijk is het wel.
Terwijl ik nota bene heen en weer schuif om mijn
geplaagde gat wat rust te geven, groeit onverwacht de liefde voor deze gekke
fiets. Het liefdesspel kan niet lang duren, daarvoor is het te oncomfortabel,
maar het sluit naadloos aan bij het gevoel van Screw it. Het voelt puberaal,
maar op de Harley voel ik me stoerder dan op de Indian. De prijs voor beste
compensatiemotor gaat naar de Street Bob.
De opmerkelijke zithouding levert een concreet voordeel
op. Door de hogere voetsteunen beschikt de Harley-Davidson over meer grondspeling
dan de Indian. Frappant dat juist de mindere stuurfiets dat voordeel heeft. Aan
de hand voelt de Street Bob flink zwaarder dan de Scout. Eenmaal aan de zwier
wordt dat gewichtsverschil minder, maar de Harley stuurt toch echt zwaarder en
minder precies. Prima te verklaren door een wielbasis van een Rijnaak, een
groter voorwiel, luiere balhoofdhoek en naloop dan de Indian.
Gekke professor
Volledig neutraal stuurt de Harley niet, maar het voelt lekker
en het meest natuurlijk om het ding in de bochten onder je weg te drukken. Het
draagt weer bij aan het stoere gevoel. De hoofdleverancier van bravoure is
vanzelfsprekend de luchtgekoelde V-twin die ogenschijnlijk driekwart van de
gestripte motorfiets bepaalt. De stille standaard uitlaatdempers dragen geen enkel
steentje bij qua stoerheid, maar het blok wel. Dit ding trekt echt als een lier.
De gasreactie is direct en de motor schiet vooruit als je gas geeft. Wat een
gespierde bullebak is dit: tussensprintjes zijn een feest en ook bij het
uitkomen van bochten wil je automatisch slingers en ballonnen ophangen.
Rustig tokkelend op provinciale wegen heeft het blok wel
de vervelende neiging wat te jojoën. Het valt niet mee om constant dezelfde
snelheid aan te houden. Het is een smetje dat aan het machtige blok kleeft.
Terugschakelen behoort ook tot de categorie smetje. In plaats van met kordate
tikjes van de linkervoet terug te schakelen, is het een proces met een
handleiding. Gelukkig gaat het opschakelen wel probleemloos en je schakelt überhaupt
amper op deze motorfiets. Bij zo’n 2.000 à 2.500 toeren kies je al de volgende
gang. Met honderd kilometer per uur staan er 2.300 toeren op de teller.
Doortrekken tot 4.000 toeren voelt al als misbruik. Het rustige en mechanische
karakter van het blok past prima bij de essentiële Street Bob. Het is niet voor
niets dat het blok van de Indian ook in een gewone naked als de FTR1200 zit en
dat Harley-blokken verder in de buitenissige creaties van een gekke professor terecht
kwamen. En we weten allemaal hoe het keer op keer met Eric Buell afloopt.
Bocht uitdreunen
Saai wordt het geen moment op de Street Bob. Het ene
moment vervloek je de waardeloze standaard, het andere moment lach je breeduit
als je bedrieglijk rap potato-potato de bocht uitdreunt. Dan weer verbaas je
jezelf over sommige lompe bouten en moeren en dan weer bewonder je de werkelijk
prachtige wielen en gerimpelde zwarte lak. Je prijst je gelukkig met de
onzichtbare, maar goed functionerende achterschokdemper en ergert je voor de
verandering nog maar eens aan de zijstandaard. Saai wordt het niet.
De mening van:
Jacco van de Kuilen
Huisfotograaf en gepassioneerd motorrijder Jacco fungeert in corona-tijden tijdelijk als testrijder. Wat vindt hij van de Harley-Davidson? ‘Al jaren droom ik van een eigen Harley, maar deze Street Bob gaat het niet worden. Daarvoor vind ik hem niet mooi genoeg en de afwerking staat niet op hetzelfde niveau als de Indian. Op de Scout kan ik mijn lichaam amper kwijt, maar op deze Harley al helemaal niet. Het is wel fantastisch hoe dat blok leeft. Het schudt en stampt en trekt de stenen uit de straat. De V-twin trekt de rijbeleving desondanks niet op naar het niveau van de Indian. Toch blijf ik dromen.’
+ Authentieke dikke klappen, geeft een onoverwinnelijk gevoel, achtervering
– Zithouding grenst aan het ongelooflijke, zwaarder dan concurrent, zijstandaard
Testrijder Jacco van de Kuilen
Indian Scout Bobber Twenty
‘Heeft een kabouter proef gezeten op dit ding?’, vroeg
gastrijder (en mijn broer) Ton zich af, toen hij twee jaar geleden van de
Indian Scout Bobber stapte. Hoe kon hij weten dat diezelfde motorfiets plotseling
als een comfortabele zetel aanvoelt in direct vergelijk met de Harley-Davidson
Street Bob. Hij oogt kleiner, heeft ook een kortere wielbasis, maar de
verhoudingen tussen zadel, stuur en voetsteunen kloppen beter. Als het om een
plekje aan boord gaat, scoort de David al direct overtuigend een punt tegen
Goliath.
Hardtail
Helemaal hetzelfde zijn de Scout van twee jaar geleden
en deze nieuwe Scout Bobber Twenty niet. Meest in het oog springen het hogere
stuur, het zwevende zadel en de spaakwielen. Gelukkig blijft er qua uiterlijk
vooral heel veel bij het oude. Je moet ook wel een gaatje in je hoofd hebben om
te morrelen aan dit lijnenspel. De motor is van voor tot achter een lust voor
het oog en een charmeur van wereldklasse. Indian heeft oog voor detail en
afwerking hoog in het vaandel staan, zoveel is wel duidelijk.
De Scout Bobber Twenty ziet er dus gelikt uit. Kijk
alleen maar eens naar de benzinetank die mooi tot aan het balhoofd loopt en
naadloos aansluit op het zweefzadel. Bij de Harley gapen daar – bewust – grote
gaten. Het geeft de Street Bob een ruiger voorkomen, maar toch kiezen de meeste
passanten de Scout uit als favoriet. Daarmee zet David Goliath al op een 2-0
achterstand.
Toch kan Indian de wedstrijd niet achterover leunend
uitspelen, want Harley-Davidson slaat direct terug. Op een gebied nog wel waar
ze niet vaak als winnaar uit de bus komen: het comfort. Oké de Indian zit nog
wel beter, maar de vering is gruwelijk hard. Er zitten stereoschokdempers op,
maar na de eerste verkeersdrempel had ik gezworen op een hardtail te rijden.
Een veerweg van vijftig millimeter stelt al niets voor, maar het zijn
noodzakelijkerwijs ook nog eens snoeiharde millimeters. Dat de dempers bijna
horizontaal liggen, helpt ook niet mee.
Inches tegenover toeren
Met zijn straffere vering, dikke aluminium frame en
‘sportievere’ geometrie is de Indian de betere stuurfiets. Al doen de laag
geplaatste voetsteunen er alles aan om dat voordeel teniet te doen. Natuurlijk
is dit geen motor om de kronkeligste wegen op racetempo af te raffelen, maar
zo’n minimale grondspeling is bijna een straf. Er gaat geen rotonde voorbij
zonder krasgeluid. Snelwegopritten zijn goed voor één lange kraspartij en dat
maakt een mens toch nerveus. In het achterhoofd bivakkeert altijd de gedachte:
‘Wanneer ga ik onderuit omdat ik iets raak dat niet opklapt?’ Jammer dat de
betere stuurfiets zijn capaciteiten niet volledig kan uitbuiten.
Zelfs aan de hand is de Scout de betere stuurfiets. Nonchalant
zet je hem overal neer, terwijl je bij dezelfde actie zeult met de Harley. Hij
voelt een pak lichter en dat vertaalt zich ook in het stuurwerk. De Indian
stuurt lichter in en is ondanks die noppenbanden neutraler in de bocht.
Toch zijn de verschillen in stuurgedrag peanuts
vergeleken met de andere karakters van de V-twins. Het Indian-blok is veel
geciviliseerder dan dat van de Harley. De waterkoeler is mechanisch stiller dan
de luchtkoeler en trilt beduidend minder. De twee blokken schelen qua inhoud
maar liefst 613 cc. De bullebak uit Milwaukee profiteert van zijn cubic
inches, de Indian zet daar toeren tegenover. Al blijft dat relatief, want bij
honderd kilometer per uur geeft de teller slechts 3.100 omwentelingen aan. Toch
loopt het blok overtuigend door waar de Harley stopt. Het voelt niet als
misbruik om lekker door te trekken, omdat het blok boven de 5.000 tpm zowaar een
iets grotere mond krijgt.
Arsenaal wapens
Waar de Harley je heen en weer slingert tussen pure
adoratie en ergernis, is de Indian amper op foutjes te betrappen. Althans, zo
lang er geen verkeersdrempels liggen of je dol bent op hellingshoeken. Alles
draait in olijfolie, het leven aan boord is net zo mooi als de machine zelf.
Het is duidelijk: deze David laat zich niet imponeren door Goliath. Hij verslaat
hem niet met zijn eigen wapens, maar kiest voor een geheel eigen arsenaal
wapens om de strijd aan te gaan.
De mening van
Jacco van de Kuilen
Huisfotograaf en gepassioneerd motorrijder Jacco fungeert in corona-tijden tijdelijk als testrijder. Wat vindt hij van de Indian? ‘Laat ik voorop stellen dat mijn twee meter lange lijf totaal niet op deze motoren past. Toch doet deze Indian me wel wat. Het is voor mij sowieso de mooiste en subliem afgewerkte van de twee motoren. Dat positieve gevoel zet zich door in de rijbeleving. Die is gepolijst, maar nog net ruw genoeg om mij te bekoren. Ondanks het miniformaat zie ik me wel op deze motor rondtoeren. Hij heeft dat stoere waar ik gevoelig voor ben en rijdt beter dan de Harley.’
‘Kun je wel tegen zo’n kleintje?’, kreeg de
Harley-Davidson tijdens dit vergelijk vaak voor de voeten geworpen. Het lijkt
op voorhand een ongelijke strijd, maar dat vinnige Indiaantje slaat hard van
zich af. Zo stevig zelfs dat hij de scalp van de Street Bob aan zijn
verzameling kan toevoegen. Niet Goliath wint deze strijd, maar David. Niet op
punten, maar overtuigend en bijna op alle fronten. Het rijwielgedeelte is
beter, de ergonomie is wel voor elkaar en het blokje blijft een pracht van een
V-twin.
In eerste instantie lijkt dit een vergelijk tussen twee
motoren die tweelingbroers hadden kunnen zijn. Twee Amerikaanse eenzitters met
een bijna identiek prijskaartje en een uitstraling van ‘had je wat?’ Zoom je
meer in, dan vergroten niet de gelijkenissen maar alleen de verschillen. Het is
plots een dikke luchtkoeler tegenover een kleine waterkoeler.
Meer nog dan technische verschillen komen de verschillende karakters bovendrijven. De Harley is en blijft de ruige jongen van het stel, de Indian de gladdere nieuwkomer. Het kan door de lockdown komen, maar de ‘minste’ motor van de twee trekt het hardst aan me. Ondanks die onmogelijke en clowneske zithouding. Misschien is in tijden van verplichte opsluiting de noodzaak van er helemaal uit zijn groter. Op de Street Bob ben je er helemaal uit: het ding schudt je volledig wakker in de goede zin des woords. Alle zintuigen staan op scherp en zo fris als een hoentje kun je de volgende persconferentie van Mark Rutte weer aan. Toch kan er maar een winnaar zijn en dat is het kleintje van dit duo, de Indian dus. Technisch is hij de Street Bob in bijna alles de baas en dus de winnaar.
Technische gegevens
Harley-Davidson Street Bob Indian Scout Bobber Twenty
Motor
Type luchtgekoelde V-twin Milwaukee Eight 107 vloeistofgekoelde 60˚ V-twin, DOHC
Heb jij een motor gekocht tussen de 0 en 9.000 euro?
Ook tijdens de coronacrisis willen wij jullie graag blijven voorzien van leuke content. We proberen waar mogelijk door te gaan op onze vertrouwde manier en daarom hebben wij ook weer opnamedagen ingepland voor onze videoserie ‘Wat Rij Jij?’. Hiervoor zijn wij op zoek naar jou!
Heb jij een motor gekocht tussen de 0 en 9.000 euro? En heb jij op één van onderstaande datum(s) overdag een uurtje voor ons de tijd? Geef je dan op via onderstaand formulier. We komen graag bij je langs!
Opnamedatums: Donderdag 7 mei, vrijdag 8 mei Voltooid! Donderdag 14 mei, vrijdag 15 mei Voltooid! Donderdag 21 mei, vrijdag 22 mei Voltooid! Dinsdag 26 mei, woensdag 27 mei Voltooid!
Categorieën die we gaan behandelen: – Motoren gekocht tot 1.000 euro – Motoren gekocht tussen de 1.000 en 3.000 euro – Motoren gekocht tussen de 3.000 en 6.000 euro – Motoren gekocht tussen de 6.000 en 9.000 euro – A2-motoren
Uiteraard hanteren wij strikt de huidige coronamaatregelen. Meer info volgt als je wordt geselecteerd.
FIM World Championship Grand Prix, Round 08, 28-30 June 2019, MotoGP, Assen, Netherlands
Ja, het is echt waar… Er vindt dit jaar geen Dutch TT plaats, zo heeft Dorna net bekend gemaakt. Natuurlijk is de teleurstelling binnen de organisatie van TT Circuit Assen groot, maar het is een keuze die logisch is in deze tijden van onzekerheid.
‘De gezondheid van de fans en alle andere betrokken partijen heeft onze hoogste prioriteit. Wij kijken hoopvol vooruit en maken van de TT in 2021 een motorfeest als nooit tevoren. Reeds aangeschafte tickets behouden gewoon hun geldigheid’, meldt de organisatie in een eerste reactie.
De verplaatsing van de 90e TT betekent dat de TT voor het eerst in 75 jaar niet op de geplande datum wordt verreden. Sinds 1925 heeft de TT, met uitzondering van de oorlogsjaren 1940 – 1945, altijd op de kalender gestaan.
Eén ding is zeker: op Assen wordt altijd geschiedenis geschreven. ‘Feel Free at the TT’ prijkte op de posters en klonk in de video’s. Deze vrijheid is ons dit jaar door de Coronacrisis ontnomen, maar ‘het TT Circuit komt terug’ klinkt het gelukkig zeer strijdvaardig.
De 90e TT wordt nu eind juni 2021 verreden. Overigens gaan ook de Duitse Grand Prix en de Finse Grand Prix niet door in 2020.
De Gamma Racing Day op TT Circuit Assen vindt dit jaar voor het eerst plaats ná de zomer. Zondag 27 september om precies te zijn. Ook dit jaar kunnen racefans gratis genieten van onder meer races met échte Formule 1-bolides in BOSS GP, autoraces in de Supercar Challenge, de Mazda MX5 Cup en Ford Fiësta Cup, motorraces om het Duitse IDM-kampioenschap en exclusieve demonstraties.
De GAMMA Racing Day 2020 wordt de 21e editie van het grootste gecombineerde auto-, motor- en kartrace-evenement in Europa. Het gratis toegangsbewijs is verkrijgbaar vanaf medio augustus bij onder meer Gamma en op www.gammaracingday.nl.
Kaarten voor de paddock zijn online verkrijgbaar vanaf 5 Euro tot 25 Euro. Kinderen tot 12 jaar hebben GRATIS paddocktoegang. Reeds aangeschafte kaarten voor de paddock en/of VIP-kaarten zijn gewoon geldig op de nieuwe datum.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.