zaterdag 23 mei 2026
Home Blog Pagina 1041

TankTasTocht #3: In regen en wind door West-Friesland

0
West-Friesland

Koninklijk rijden

Op een goed moment heb je in Nederland alles wel een keer gezien. Amsterdam, Rotterdam, Maastricht, Groningen en alles wat daar tussenin ligt. Wat heeft het land je dan nog te bieden? Niks.

Flauwekul natuurlijk. Dat blijkt maar weer eens tijdens deze derde TankTasTocht. Hij voert door West-Friesland, min of meer onze achtertuin. Bekend terrein en toch zijn we blij er weer te hebben rondgereden. Neem nu Hoorn, de Veermanskade. Natuurlijk hebben we die al eens gezien maar het blijft een adembenemende gevelwand, tegenover het water van de binnenhaven. En de Westfriese Omringdijk, die blijft zelfs bij gierende wind en regen koninklijk rijden, zo hoog boven het polderland. Om van het tochtje over het voormalige eiland Wieringen maar te zwijgen. Houd even halt op de Gemeenelandsweg en verbaas je over dat golvende en weidse landschap.

Wat ook blijft, zijn al die Dik-Trom-achtige lintdorpen onderweg, essenlaantjes met sloten links en rechts waarachter zich de stolpboerderijen aaneenrijgen, met daaronder ware schoonheden zoals boerderij Welgelegen, hartje Wognum. En daarbuiten, buiten de dorpen, wacht het ongenaakbare land, open en leeg en uitgestrekt, waarover de wind vrij spel heeft. Het enige wat je moet doen, is je goed vasthouden en voldoende tegenstuur bieden; er waren momenten waarop de wind ons bijna in een heupzwaai nam.

Kussen kussen kussen

We beginnen deze tocht in het Museum van de Twintigste Eeuw, op een fantastische plek, in de voormalige gevangenis van Hoorn, omgeven door het water van het IJsselmeer. Prachtig natuurlijk, om de eerste tv te zien, en de eerste pick-up, en de eerste pc, maar het is de stem van Truus Koopmans die voor mij echt telt. Truus Koopmans, die voor de radio zong van ‘Tsja tsja tsja, Tsja, wat zullen we eten?’ en ‘Onthou het goed, onthou het goed, ’t is de groente die ’t ’m doet’. Mijn eerste verliefdheid, besef ik nu. In 1956 schijnt ze nog een hit te hebben gehad, samen met De Windmolens: ‘Ik wil je kussen kussen kussen, ik wil je kussen, ik ben verliefd’. God bewaar me, Truus, na al die jaren…

Na nog een saluut aan de Bierkade, de Oude Doelenkade en Nieuwendam is het tijd om Hoorn te verlaten, om de strijdbijl op te graven en het gevecht met wind en regen aan te gaan. Al snel krijgen we de volle laag, aan de Bobeldijk en de Zuidermeerweg en vooral de Lagehoek; het water huivert, het riet schrikt, zo gaat het tekeer. We bevinden ons hier hartje Scheringa-country, de man die West-Friesland meenam in zijn grootse dromen én in zijn ondergang. De trieste getuigenis daarvan staat in het nederige Opmeer, net buiten het centrum, nota bene naast de brandweerkazerne. Daar wacht wat het Scheringa Museum voor Realisme had moeten worden, maar een enorme klomp stenen is gebleven, een ietwat obees gebouw. Treurig.

Blij met je zusje?

Wieringen is ook zo’n plek waar ik graag terugkom. Je weet meteen wanneer je er bent, als de lange rechte polderwegen van de Wieringermeer plaatsmaken voor smalle kronkelaars bergje op. Oud landschap – de keileembult ontstond tijdens de voorlaatste ijstijd – dat zich als eiland wist te handhaven toen de woedende zee de lager gelegen gronden eromheen wegsloeg. Nu kun je er over stille weggetjes rondtoeren en je verbazen hoe een paar meter reliëf een totaal ander landschap kan veroorzaken. Onderweg zie ik nog een wulp, wat mij zeer verheugde. Of was het een tüüt zoals ze hier zeggen, een regenwulp?

Dat het op Wieringen nog om een echte gemeenschap gaat, merken we als we in Hippolytushoef (Hippo, voor intimi) bij Teetjes Vis en Dis aanschuiven. Bij alle drukte vindt Teetje de tijd om achter haar toonbank vandaan te komen en neer te hurken bij een klein meisje op een roze loopfiets. ‘Ben je blij met je zusje?’, vraagt ze. Haar vader, de handen in de zakken van zijn blauwe overall, kijkt rustig toe.

Bij Den Oever duiken we weer de Wieringermeer in. Kilometers buffelen over kaarsrechte wegen met namen die getuigen van een ijzingwekkende nuchterheid. De Sluitgatweg, de Oosterkwelweg, de Oom Keesweg. Het toppunt van deze uitgebeende werkelijkheid vormt wel Kreileroord, met zijn Korenstraat en zijn Vlasstraat en zijn Landbouwstraat; rijtjeshuizen met voortuintjes, waarin zwarte kliko’s met blauwe respectievelijk oranje deksels het beeld bepalen. Nog meer vervreemdend: uitgerekend hier tref je nogal wat auto’s met een Hongaars nummerbord. Hongaren? Hier? Ja, seizoensarbeid, ik begrijp het wel, maar toch.

Vliegwiel en poelie

Na enige omzwervingen belanden we uiteindelijk moegestreden in het Nederlands Stoommachine Museum, aan de Oosterdijk, onder Medemblik. En laat dat nou een fijne plek zijn om bij te komen, onder het gesis en gestamp van de diverse stoommachines, terwijl buiten de wind over de daken rolt. Dit type museum kan altijd op mijn onverdeelde sympathie rekenen, niet in de laatste plaats vanwege het type mannen dat daar onbezoldigd de machines onderhoudt en de bezoekers bijpraat. Deze keer is het Robert Gisolf, die me bijpraat over vliegwiel en poelie, excentriek en de ballen van wat.

Pardon? De ballen van wat? Robert corrigeert: ‘Van Watt’, en legt uit. ‘Zie je die twee stalen kogels rond een verticale as, bovenop de stoommachine? Die draaien met een bepaalde snelheid rond. Als het toerental stijgt, wijken die ballen door de middelpuntvliedende kracht naar buiten. Daarbij gaat ergens anders een klep in de stoomtoevoer ietsje dicht, waardoor het toerental daalt. En je snapt wel wat er dan gebeurt. Als het aantal toeren afneemt, draaien de ballen minder snel rond en zakken ze door de zwaartekracht weer ietsje naar beneden, naar binnen. Waardoor die klep in de stoomtoevoer weer wat opengaat en het toerental toeneemt. Zo regelt de machine zijn eigen snelheid.’

Dat je met dit soort simpele middelen zulke oerkrachten kunt temmen! Geheel tevreden hernemen wij de tocht huiswaarts. Wat kan techniek toch mooi zijn!

Fotografie: Jacco van de Kuilen

Film: De beroemdste Yamaha FJR1300 ooit

0

Inmiddels hebben onze premium-abonnees al alles kunnen lezen over de eerste test met de Yamaha FJR1300AS Ultimate Edition. Maar de beroemdste FJR is dit zeker niet. Er is er eentje die iedereen kent, zelfs mensen die nog niet eens weten wat Yamaha is. Het is zelfs de motor die het tot in De Wereld Draait Door schopte.

Iedereen kent de beelden van de Franse journalist die voor het oog van de camera met motor en al de kade afrijdt en meters dieper in een zeilboot belandt. Wil je het filmpje, dat meer dan vijf miljoen keer werd bekeken, nog eens zien?

Rijttips van de MotoGP-coureur: de achterrem

0

De Fransman Sylvain Guintoli maalt niet om de lockdown als gevolg van het coronavirus. In de intimiteit van zijn achtertuin werkt hij aan een serie leerzame YouTube-tutorials. Die geven inzicht in de trucs en vaardigheden die nodig zijn om elk circuitrondje steeds een beetje sneller af te raffelen.

Sylvain legt kort en logisch uit waarom sommige rijders een been laten bungelen tijdens het remmen. In de video vertelt hij ook hoe racers de achterrem gebruiken en hoe deze in de loop der jaren is geëvolueerd om aan bepaalde rijders tegemoet te komen.

We zullen niet al te veel verklappen, mede omdat het een veelzijdig onderwerp is dat Sylvain beter kan uitleggen dan wie dan ook. De tutorials maken ook duidelijk waarom de 2014 WorldSBK-kampioen zo’n aanwinst is voor Suzuki’s MotoGP-team. De man legt helder uit en gemakkelijk te begrijpen hoe complexe onderwerpen werken.

MrGPS: Hoe laad ik motorroutes zonder draadje?

0
MrGPS

Hoe laad ik routes zonder draadje?

Anno 2020 gaan veel zaken in het leven draadloos. Of het nu gaat om het streamen van je Netflix-film naar je tv of het op Facebook plaatsen van die prachtige foto die je onderweg maakte; er komt geen draadje aan te pas. Wat dat betreft lijken de meeste GPS-toestellen hopeloos verouderd. Je moet ze vaak nog steeds met een usb-kabeltje aan de computer koppelen om er een route in te zetten.

Toch zie je ook in het routes laden dat er veranderingen gaande zijn. Je kunt met de nieuwste TomTom- en Garmin-modellen ook zonder draadje routes laden. In dit verhaal zetten we de mogelijkheden op een rij. Maar we beginnen eerst met het benoemen van het grote voordeel van het routes kunnen laden zonder draadje. Natuurlijk dient gemak de mens en is het prettig dat je niet telkens je toestel hoeft te koppelen om vervolgens gespannen af te wachten of je toestel door de pc herkend wordt.

Lees ook: MrGPS: TomTom Rider 550

Tip: vooral bij de Zümo kan het vrij lang duren voor je toestel herkend wordt. Dit kan komen doordat het apparaat boordevol oude tracks zit (google op ‘Zümo grote beurt’), het kan ook zijn dat het toestel onvoldoende accuspanning heeft. Maar met een beetje geduld is dat allemaal wel oplosbaar.

Een veel groter voordeel is dat je, als het draadloos gaat, ook niet per se op je computer hoeft te werken. Het kán zelfs op de telefoon, maar vanwege het grotere scherm ligt een tablet meer voor de hand. En die is op reis dan weer een stuk gemakkelijker mee te nemen dan je laptop.

Bovendien maak je in websites als MyDrive, MyRoute-app, Kurviger en RouteYou veel gemakkelijker mooiere routes met minder fouten. ‘Routeplannen 2.0’ noem ik dat en ik voorspel dat we het binnen korte tijd amper anders meer gaan doen. In alle gevallen kun je die routes vervolgens gewoon als track opslaan in een gpx-bestand. Maar hoe krijg je dat bestand dan vervolgens in je GPS?

Mogelijkheden Garmin

Eigenlijk moeten we onderscheid maken tussen drie vormen van routes overzetten: routes via ‘de cloud’, routes vanuit een gpx-bestand en routes van toestel naar toestel.

Laten we eens kijken wat de (on)mogelijkheden zijn.

Bij Garmin waren de mogelijkheden tot dusverre vrij beperkt. Vanaf de Zümo 590 kun je weliswaar via Bluetooth routes overzetten van toestel naar toestel, maar daar blijft het dan ook bij. Wel kun je natuurlijk een gpx-bestand op een geheugenkaartje zetten, maar dat is vanuit een tablet (zeker bij een iPad) een behoorlijk ‘gedoe’. Niet het gemak dat we eigenlijk zoeken. (Tip: in een dergelijk geval kan een zogenaamd OTG-usb-kabeltje handiger zijn). Ook met de TomTom Rider kun je routes laden via een geheugenkaartje, met de Rider 4xx kun je ook via Bluetooth van toestel naar toestel. De Rider 5xx maakt gebruik van een meer geavanceerde Bluetooth-techniek (met Google Now en SIRI), maar daardoor is, vreemd genoeg, het overzetten van routes via Bluetooth niet meer mogelijk.

Heb je een Zümo 396 of de nieuwe XT dan ben je beter bedeeld, want dan kun je bovendien via de ‘smartphone link’ of de Garmin Drive-app een gpx-bestand van en naar je toestel sturen. Dat gpx-bestand kan overal vandaan komen: via mail, WhatsApp, Facebook of rechtstreeks van een website. Als het maar in je telefoon staat, zet je het in seconden over naar je Zümo. Deze optie heeft een jaar geleden ook even bestaan voor de Zümo 595, maar daar waren dusdanig problemen mee dat Garmin die update weer heeft ingetrokken (gaat ook niet meer terugkomen, helaas).

Tip: gebruik een dienst als OneDrive of Google Drive en zet daar je gpx-bestanden in. Open ze met de corresponderende app op je telefoon. Supergemakkelijk!

Op deze manier werken is bij de TomTom (nog) niet mogelijk.

Mogelijkheden TomTom

Een andere benadering is werken via ‘de cloud’. Dit komt er op neer dat je ergens op internet een bak met routes hebt staan en dat jouw toestel continu kijkt of er iets nieuws is. Zo ja, dan wordt die route vanzelf toegevoegd aan je toestel. Synchroniseren noemen we dat. Maar dan moet je natuurlijk wel zorgen dat je route eerst in die ‘routebak’ staat.

Bij TomTom is dat het aller gemakkelijkst. Je maakt een route in MyDrive en je zet de schakelaar ‘synchroniseer deze route’ op groen. Zo eenvoudig is het, echt ideaal. Ook vanuit MyRoute-app kun je op deze manier een route naar je TomTom sturen.

Bovendien kun je op deze manier ook een gpx-bestand naar MyDrive uploaden en dat laten synchroniseren. Dat lukt overigens niet met de MyDrive-app. Zorg er daarom voor dat je, ook op de tablet, werkt in de volgende webomgeving: mydrive.tomtom.com.

Sinds kort bestaat een dergelijke mogelijkheid ook bij Garmin, via de website explore.garmin.com. Alleen: dat werkt uitsluitend met de nieuwe Zümo XT. Het is wat minder gebruiksvriendelijk dan bij TomTom, maar het functioneert verder prima. Bovendien is het via dat programma ook mogelijk om een gereden track automatisch up te loaden naar de cloud.

Zoals gezegd: routeplannen 2.0 zal in een vogelvlucht komen. Vanaf de Rider400 en de Zümo550 kan iedereen er mee werken. Het gemakkelijkst is om het draadloos te kunnen doen en daarvoor heb je minimaal een Rider 4xx/5xx of een Zümo 396/XT nodig.

Verzoek aan fabrikanten

Wel nog een verzoekje aan de fabrikanten:

Garmin, graag het laden via de cloud wat gemakkelijker maken.
TomTom, graag het laden van een gpx-bestand via de app mogelijk maken.

Tekst en beeld: Hans Vaessen

Rossi: ‘Aan MotoGP 2021 doe ik mee!’

0

Sinds Fabio Quartararo tekende voor het fabrieksteam van Monster Yamaha MotoGP begin dit jaar is er veel discussie geweest over de toekomst van Valentino Rossi.  

Voor de uitbraak van het coronavirus was de verwachting dat Rossi nog tijdens het prille raceseizoen 2020 een beslissing zou nemen over zijn toekomst in de MotoGP. Als de Doctor vond dat hij concurrerend kon zijn, wilde hij verder race. In dat geval zou Yamaha hem steunen met een plek in het Petronas Yamaha-satellietteam.

Natuurlijk, omdat Rossi dit jaar nog niet heeft geracet, kon hij zijn plannen aangaande zijn pensionering in de ijskast zetten. Maar in een gesprek met MotoGP’s Matthew Birt zei Rossi dat zijn nieuwe plan niet is om aan het eind van dit seizoen met pensioen te gaan, maar om ook in 2021 te blijven acen.

‘Het probleem is dat dat we met het virus niet kunnen racen. Ik zal dus nu een beslissing moeten nemen, terwijl we nog geen race hebben gereden. Want in het meest optimistische scenario kunnen we in de tweede helft van het seizoen weer gaan racen. Dus ergens in augustus of september mogen we hopen’, legde Rossi uit tijdens een videogesprek met MotoGP-host Matthew Birt en zijn teamgenoot Maverick Vinales.

‘Nu moet ik dus mijn beslissing eerder nemen. Maar hoe dan ook, ik wil doorgaan, maar ik heb deze beslissing moeten nemen zonder enige vorm van wedstrijd. Het is niet de beste manier om te stoppen, want de situatie is dat we misschien helemaal niet racen in 2020. Dus het is eerlijker voor mij om nog een kampioenschap te doen en te stoppen aan het einde van de volgende. Dus ik hoop door te gaan in 2021.’ Dit nieuws zal goed vallen bij het legioen Rossi-fans, die het vreselijk zouden vinden wanneer de negenvoudig wereldkampioen niet meer aantreedt op de MotoGP-grid.

Jawa klaar voor Europa

1

Jawa Motorcycles heeft van eigenaar Mahindra* – ook eigenaar van BSA, Yezdi en Peugeot – groen licht gekregen om te beginnen met de verkoop van motoren in Europa.

Het historische motormerk Jawa bevestigt dat de verkoop van motorfietsen in Europa nog in  2020 wordt opgestart. Voorlopig is de keuze beperkt tot drie modellen: de Perak, Forty Two, en de Classic.

De Classic en Forty Two worden beide aangedreven door een 293 cc, vloeistofgekoelde eencilinder, die 27 pk en 28 Nm koppel levert. De Perak (op de foto) wordt aangedreven door een 334 cc tweecilinder en levert ongeveer 30 pk en 30 Nm aan koppel. De Perak is wat ons betreft de aantrekkelijkste van de drie. Vanaf de zijkant gezien, verschilt-ie maar weinig  van de succesvolle Triumph Bobber.

Alle drie de motoren moeten een plekje bevechten in het ontluikende en concurrerende modern classic segment. We geven het Jawa te doen. Vaak zal de prijs de doorslag geven. In India kost de Jawa Perak 164.000 Indiase roepie – ruwweg net geen 2000 euro. We verwachten niet dat de modellen in Nederland zo laag geprijsd zijn.

*Het merk Jawa is tot leven gebracht door Classic Legends Pvt. Ltd., een dochteronderneming van de Mahindra Group. Ze hebben een aandeel van 60% in de onderneming. De overige participaties zijn in handen van ondernemer Anupam Thareja en Boman Irani, zoon van Rustom Irani, de oprichter van het bedrijf Ideal Jawa.

Aprilia’s nieuwe mini-avonturier: Terra 250

0

De Terra 250 komt niet uit de lucht vallen. In Azië rijdt al de tamelijk succesvolle Terra 150 rond. Aprilia koestert dat succes en wil het natuurlijk het liefst uitbouwen. Dus bereidt Aprilia zich op de lancering van een 250cc versie van zijn dual-sport machine. De foto ervan vonden we op newmotor.com.cn.

De Aprilia Terra 250 zou worden aangedreven door dezelfde 249cc eencilinder als in de sportieve GPR250. Het blok zou 26 pk moeten leveren bij 9.000 tpm en een maximum koppel van 22 Nm bij 7.500 tpm. Dat zijn mooie waardes. Verder natuurlijk lange veerwegen, gespaakte 18 inch voor- en 17 inch achtervelgen, noppenbanden en een kloeke uitlaat.

De echte vraag is of we deze motor ook in Europa gaan zien. Dat is het onwaarschijnlijk. De Terra 150 is exclusief in Azië uitgebracht. Dus zal de 250-versie waarschijnlijk ook z’n sporen ploegen op een of andere Aziatische junglepad.

Column: Sparren met Spaan

0
Sparren met Spaan

Bepalende selectiedag

‘Schijnbaar waren ze al aan het scouten tijdens de uitwisselingswedstrijden van de NMB en de KNMV, eind 1978. Het Van Veen-raceteam wilde een jonge Nederlandse rijder op hun machine hebben zitten en waren dus alvast aan het kijken wie die plek in kon nemen. Dat zou beslist gaan worden tijdens een selectiedag, maar ik had daar geen officiële uitnodiging voor ontvangen. In de daaropvolgende winter ben ik me dus gewoon gaan voorbereiden op mijn eigen seizoen. Ik liet door Nico Bakker een nieuw frame maken, voor mijn eigen Kreidler. In het begin van 1979 heb ik daar een paar keer op getraind, maar veel meer heb ik er niet op gereden. De reden, ik werd dus toch uitgenodigd voor die selectiedag van Van Veen.

Begin maart moest ik me melden op het circuit Zolder, samen met nog wat andere jongens. Ik was niet heel gespannen voor die dag, want ik wist dat ik gewoon mijn rondjes moest maken, zoals ik altijd deed. En het ging inderdaad hartstikke goed, op zo’n productieracer van Van Veen. Uiteraard was de hele nationale pers bij het evenement aanwezig, dus op dezelfde dag maakte het team gelijk een besluit welke jongen op hun machine zou komen te zitten. Ze hadden een volledig driejarenplan opgesteld om de gekozen rijder klaar te stomen voor het grote werk. Aan het einde van de middag kregen we de uitslag te horen en ze kozen voor mij. Ik dacht, mooi dit! Ik moest gelijk een pak van het team aantrekken en op de foto.

In het seizoen van 1979 reed ik dus voor het eerst met Van Veen en zodoende kwam ik ook bij de KNMV terecht, want Van Veen wilde niet dat ik nog bij de NMB zou blijven rijden. Dat had ook te maken met het internationale startbewijs, want qua niveau was er niet echt een groot verschil te bemerken tussen die twee bonden. Ineens reed ik met de grote mannen mee, onder wie Theo Timmer en Henk van Kessel. Als je ze dan in Nederlandse races redelijk goed bij kan houden, dan heb je goede hoop dat je ook in Grand Prix-wedstrijden leuk mee kan doen. Maar dat was toch eventjes wat anders. Dan kom je ineens op echte banen terecht en ik merkte dat ik nog wel wat te leren had. Hier in Nederland reden we voornamelijk op stratencircuits en af en toe kwamen we weleens op Assen.

‘Ik wist dat ik gewoon mijn rondjes moest maken, zoals ik altijd deed.’

Eenmaal in de Grands Prix schrok ik toch wel een beetje. Man, ik kon ze niet bijhouden. Hoe was dat mogelijk? Mijn debuut in het WK herinner ik me sowieso nog heel goed, die was in Rijeka. Ik zou namelijk de TT van Assen rijden, maar bij Van Veen vonden ze het wel een goed idee om alvast wat ervaring op te doen. Dus op naar Joegoslavië. Alleen was ik vlak ervoor in Raalte gevallen, waardoor mijn knie goed stuk was. Dat ging niet best. De knie was overigens niet het enige probleem, want ik was überhaupt niet gewend om drie kwartier opgevouwen te zitten. Mijn benen werden compleet afgekneld en in de laatste paar rondjes stroomde er gewoon geen bloed meer naar mijn voeten. Beetje strekken af en toe, maar ook dat hielp niet. Uiteindelijk ben ik maar met de hand gaan schakelen. Uiteindelijk werd ik zestiende in die race, dat was toch wel een teleurstelling. Ik had wel wat meer verwacht van mijn GP-debuut.’

Tekst: Jarno van Osch
Fotografie: Archief NMB

Harley-Davidson start online tv-zender

1

Harley-Davidson is een online tv-zender gestart. De vliegende start zou een documentaire zijn over Willy G. Davidson. In werkelijkheid draait er nu een video van een trackrace die in de winter werd opgenomen (commentator heeft het over frostbite op zijn oren). Leuke beelden, leuke wedstrijd. En helder programmaboekje, waarin je kunt kiezen voor Main, Racing, Factory of Garage. Dus vlug naar ‘Willy G.’, die op het Main-kanaal wordt uitgezonden. Da’s beslist een interessante kerel.

Check Harley-Davidson TV

Ducati en MV Agusta ambitieus ondanks zware tijden

0

Het zijn zware tijden voor Italië dat – zoals wel bekend is – heel hard geraakt is door de coronacrisis en dat merken Ducati en MV Agusta uiteraard ook. Maar stil in een hoekje gaan zitten treuren? Echt niet!
Ducati draait op volle toeren om in contact te blijven met de Ducatisti. Door middel van het Ducati Cares-programma wil het Italiaanse merk de interactie tussen klanten en dealers versterken. “We doen er alles aan om onze klanten zo veilig en praktisch mogelijk van dienst te zijn.”

Zonder de veiligheid uiteraard uit het oog te verliezen, wil Ducati zijn klanten wereldwijd thuis laten voelen. Daarom is het gestart met ‘Ducati Cares’. Dit programma loopt uiteen van maatregelen om een veilig bezoek aan dealers mogelijk te maken tot online communicatie en trainingen voor sales- en aftersales-medewerkers. Ook voor serviceactiviteiten wordt steeds meer informatie gedigitaliseerd.

Bij de dealers worden de voorgeschreven afstanden tussen klanten duidelijk aangegeven en zijn desinfecterende gel en mondmaskers aanwezig. Ook op het hoofdkantoor is alles aangepast op de huidige situatie, van nieuwe werkstructuren die voldoende afstand tussen personeel waarborgen tot aan vastgestelde tijdstippen voor kantinebezoek.

De kennis van Azië

Francesco Milicia ligt de maatregelen namens Ducati toe. “Het is duidelijk dat dit virus niet snel uit ons leven zal verdwijnen, dus moeten we ermee leren omgaan. Op basis van de bevindingen van een interne werkgroep en enkele dealers in Azië hebben we een programma ontwikkeld om ons hele netwerk te ondersteunen en onze klanten zo veilig en praktisch mogelijk van dienst te zijn.”

Ducati wil nog meer digitaal gaan doen. Zo zijn dealers al via chat en videogesprekken bereikbaar, kunnen testritten online worden geboekt, kan een nieuwe motorfiets op de website naar wens worden geconfigureerd en is er een groot assortiment aan producten beschikbaar in Ducati’s webshop. Binnenkort kunnen afspraken ook direct via de MyDucati-portal worden ingepland.

Van 5.000 naar 25.000 units

En dan MV Agusta. Dat maakt zich zelfs al een beetje klaar voor het einde van de lockdown – die voorlopig loopt tot 3 mei – en heeft al ambitieuze productiedoelen opgesteld. Binnen een paar jaar wil het van 5.000 naar 25.000 units gaan. Per jaargang.

De fabriek in het Noord-Italiaanse Varese wordt geprepareerd om het mogelijk te maken dat er volgens de nieuwe post-corona realiteit gewerkt kan worden. Er wordt een nieuwe veiligheidsvoorschrift opgesteld, interne werkprocessen zijn opnieuw ontworpen en er is nog een pakket maatregelen om zo veilig mogelijk zowel in de fabriek als op afstand te werken.

Alle werknemers en gasten worden straks bij het betreden van de fabriek gecheckt op temperatuur, reinigingsgel, mondkapjes en handschoenen zijn ruim voorradig en de ruimtes zijn opnieuw ingericht om aan de regels van sociale afstand te kunnen voldoen. Ook de kantine heeft een COVID19 make-over gekregen.

“We zullen het moment moeten gebruiken om te veranderen en alles te geven om een nieuwe toekomst voor onze industrie en community te bouwen. En ja, we moeten compleet nieuwe regels volgen, op alle gebieden in de maatschappij. Maar we moeten vooral niet bang zijn om geloof te houden in ons potentieel. Wij maken nog altijd de beste en mooiste motorfietsen van de wereld.”

CEO Timur Sardarov