zaterdag 23 mei 2026
Home Blog Pagina 1047

Yamaha FJR1300AS Ultimate Edition – Eerste test

2
yamaha fjr1300 ultmate edition 2020 terug naar madrid

Het ultieme einde

Yamaha’s FJR1300 Ultimate Edition mag je ook gerust Final Edition noemen. Het is dankzij Euro 5 binnenkort over en sluiten voor de toermotor. Spijtig, want de FJR is dan wel oud, maar zeker nog niet versleten.

Een ultieme bestemming als laatste testlocatie had deze Ultimate Edition wel verdiend. Ik weet zelfs exact waar: de hoogvlakten rondom Madrid waar Yamaha ooit de AE-versie (die met elektronische vering) lanceerde. Die introductie staat nog altijd in mijn persoonlijke top-3 van motorlanceringen. Twee dagen achtereen schotelde Yamaha ons een serieus aantal toerkilometers voor onder een strakblauwe lucht. ’s Ochtends kwam de temperatuur net boven nul uit, maar met het verstrijken van de uren werd dat een heerlijk temperatuurtje. De man die de route had uitgezet wist precies wat hij deed. Twee dagen lang zwierden we door glooiende bochten van topkwaliteit. Extreem krappe bochten blonken uit door afwezigheid waardoor de FJR het trucje kon laten zien waarin hij zo goed is: op snelheid bochten aaneenrijgen, maar wel in alle comfort.

Yamaha FJR 1300 Ultimate Edition
Waarom rijden we hem?

Als kind verslond ik al het boek ‘De laatste der Mohikanen’ en de Yamaha FJR1300 is zo’n Mohikaan. Bijna alle dikke toerfietsen hebben de afgelopen jaren het veld moeten ruimen. Deze testrit is zo’n beetje de laatste mogelijkheid om nog eens fatsoenlijk sportief dik te toeren.

Knoppen op een kluitje

De Ultimate Edition van de FJR1300 onderscheidt zich van de reguliere varianten – die overigens gewoon nog steeds te koop zijn – door zijn zwart-gouden kleurstelling. Yamaha zwaait een klassieke toerfiets heel toepasselijk uit met de klassieke kleurcombinatie, die we kennen van de John Player Special F1-wagens. Verder heeft de machine een hogere toerruit en een bredere stroomlijn die benen en voeten beter beschermen.

We gaan op pad met een exemplaar met elektronische vering en koppeling. Die laatste heet weliswaar AS (Automatic Shift), maar AC (Automatic Clutch) is meer op zijn plaats. De motor schakelt namelijk niet zelf op. Opschakelen gaat – vertrouwd – met de linkervoet of met de flippers op de linker stuurhelft. Onder de 25 km/u schakelt de bak, desgewenst, wel automatisch terug. Hoewel de koppeling op zich mooi oppakt, ontgaat de meerwaarde van AS me een beetje. Ga – als je toch moet schakelen – wat mij betreft óf voor een volautomaat, óf voor een gewone versnellingsbak.

Yamaha FJR 1300 Bediening

Testlocatie
Nederland

Omstandigheden
Van regen en veel wind tot zon

Temperatuur
Tussen de nul en tien graden

Testkilometers
635

Het AS heeft nog een nadeeltje, het is erg vol op de linker stuurhelft. Op een kluitje zitten de knoppen voor: op- en afschakelen, knipperlicht, groot- en seinlicht, cruisecontrol, terugschakel activeerknop, claxon en het doorlopen van de menu’s (ook nog eens door middel van twee knoppen).

Rechts aan het stuur regeert de rust. Alleen de Mode-knop gaat er direct op Sport in plaats van Tour. De FJR1300 straalt van nature nog altijd uit dat hij niet van het truttige toeren is, maar meer van het kwieke. Het dashboard straalt ook rust uit en is tegelijk een graadmeter. De Yamaha raakt op leeftijd. Op een dikke toermotor hoort zo langzamerhand een kleurrijk tft-scherm met ingebouwde navigatie en infotainment en geen lcd-dashboard. Al is het wel compleet en overzichtelijk.

Yamaha FJR 1300 Ultimate Edition Rijbeeld

Die vering moet op hard

Met het zadel op de hoge stand hebben benen volop ruimte. De zitplek is nog altijd riant en aangenaam dynamisch. Geen ingekakte zithouding, maar juist licht voorovergebogen en dat past prima bij de kwieke toerintenties. De hoge toerruit blijft in de laagste stand, anders kijk je noodgedwongen door het scherm. De bovenkant van de ruit klappert hinderlijk door de rijwind, maar levert geen hinderlijke turbulentie op. Vanzelfsprekend beschermt de bredere stroomlijn je onderlijf goed tegen de elementen.

De motor is uitgerust met elektronische vering en die staat bij het wegrijden op standje comfortabel. Het waterbedgevoel kan me niet bekoren en het pleit voor de logische elektronica dat de vering een paar tellen later al op Standard staat. De FJR1300 komt pas echt tot zijn recht als niet veel later Hard wordt geselecteerd. De motor wordt niet zo snoeihard dat het comfort er onder lijdt, maar het stuurgedrag gaat er met sprongen op vooruit. De motor stuurt gemakkelijker in en houdt zijn lijn met twee vingers in de neus en uiterst stabiel vast. Het is direct weer de motorfiets die ik me herinner uit Madrid met een onverzettelijk rijwielgedeelte dat uit graniet lijkt gehouwen. Vanzelfsprekend zit het ook snor met de rechtuitstabiliteit op hoge snelheden.

Uitlaat Yamaha FJR1300 Ultimate Edition

Met de FJR aan de hand snap je prima dat allroads een immense hap uit de toertaart hebben genomen. Een allroad is lichter, handelbaarder en laat zich makkelijker aan de hand nemen. Eenmaal aan de rol heeft een toermotor echter absoluut zijn kwaliteiten. Als vanzelf droom je weg van kilometers wegmalen als een vorm van alternatieve stresstherapie. Om het leuk te houden moet de nadruk niet volledig op toercomfort liggen, maar ook op sportieve kwaliteiten. De FJR1300 heeft die nog altijd.

Prima maatje

De toerenteller bewijst dat het motorblok nog duizenden en duizenden toeren extra mag draaien, maar de naald wijst noodgedwongen 3.000 tpm aan. De kilometerteller staat op 100 km/u en, ondanks de lege snelwegen door de Intelligente Lockdown, is dat tegenwoordig de maximum snelheid. De gedachten dwalen automatisch af naar die twee magische dagen in Spanje. Twee dagen waarin maximum snelheden niet leken te bestaan. Kilometers waarin de vier-in-lijn wel zijn hele toerenbereik doorliep en keer op keer indruk maakte met onwaarschijnlijk spierballenvertoon zonder hinderlijk te trillen. Bovenal draaiden we kilometers achtereen bochten zonder ook maar een keer de remmen aan te raken. Alles ging op souplesse en koppel en dan heb je een prima maatje aan een Yamaha FJR1300.

Dashboard Yamaha FJR1300 Ultimate Edition

De motor houdt zijn lijn met twee vingers in de neus en uiterst stabiel vast.

+ Machtig blok, prima ergonomie, actieradius, strak rijwielgedeelte, al twee decennia gewoon goed gebleven

– Vibrerend windscherm, begint op jaren te komen, drukke knoppenwinkel links, meerwaarde AS?

Conclusie

‘De FJR is als iemand die vlak voor zijn pensionering zit en zijn tijd uitzingt’, was mijn eerste gevoel. Op vlakken als elektronica beginnen de jaren te tellen. Met het verstrijken van de kilometers draaide mijn mening 180 graden. Deze toerfiets bewijst al twintig jaar dat gewoon nog altijd bijzonder is. Het hoeft niet over de top bij een toerfiets. Meer dan een dijk van een blok, een uitgekiend rijwielgedeelte, een goede ergonomie en een ontwikkeltraject met visie is niet nodig om een tijdloze toertopper neer te Tzetten. De pluspunten uit 2001 zijn nog altijd pluspunten: een beresterk blok verveelt nooit, een stijf en tegelijk comfortabel rijwielgedeelte evenmin. De ultieme Yamaha FJR1300 hoeft voor mij geen automatische versnellingsbak te hebben. Een gewone bak met koppeling doet meer recht aan een rechttoe-rechtaantoermotor die bijzonder is omdat hij al die jaren gewoon en zichzelf is gebleven. Jammer dat het verplichte einde voor deze Laatste Mohikaan nadert, want op pure rijkwaliteiten kan hij nog jaren mee.

Terug in de tijd: Yamaha FJR1300

Yamaha FJR 1300

Last Journey and Ride

Met de slogan ‘Built for a bigger planet’ introduceerde Yamaha in 2001 de FJR1300. Strenge emissie-eisen moeten diezelfde planeet redden, maar kosten de Yamaha de kop. Een ode aan deze toerfiets is op zijn plek.

Verf zien opdrogen is nog spannender dan alle aanpassingen opsommen die Yamaha aan de FJR1300 deed. Het lange leven van de toerfiets bewijst dat het origineel al zo knap in elkaar stak, dat de motor door de jaren heen amper wijzigde. Nog even een Triviant-vraag tussendoor: waarvoor staat FJR? Het antwoord luidt: Fast Journey and Ride. Twee jaar na de introductie kreeg het model ABS, een effectievere kuip en windscherm. Drie jaar later in 2006 werd de ruit nog eens aangepakt, kwamen er ventilatieopeningen voor frisse lucht in de kuip en groeide de swingarm met 35 millimeter. Bovendien introduceert Yamaha de halfautomaat AS. In 2013 maakt de FJR1300 flinke stappen op het gebied van elektronica. Hij krijgt ride-by-wire, rijmodi en cruisecontrol. Elektronische vering en een upsidedownvork maken in 2014 hun opwachting op het AE-model. In 2016 pakt Yamaha voor het laatst uit met haar toerfiets. Die krijgt een zesde versnelling, een slipperclutch en volledige led-verlichting.

Beroemdste FJR1300

Er is een FJR die iedereen kent, zelfs mensen die nog niet eens weten wat Yamaha is. Het is de motor die het tot in DWDD schopte. Iedereen kent de beelden van de Franse journalist die voor het oog van de camera met motor en al de kade afrijdt en meters dieper in een zeilboot belandt.

Slechtste FJR1300

Na zijn allerlaatste werkdag ooit reed mijn motormaatje Peter in gedachten naar huis. Tot op de linkerbaan van de A7 het achterwiel van zijn geliefde FJR vast sloeg. Met meer geluk dan wijsheid slipte hij – een ellenlange rubberstreep als bewijs van het noodlot achterlatend – tot op de vluchtstrook. Het linksysteem van de achterdemper bleek afgebroken. De motorzaak die het onderhoud van de motor deed, had het verplichte onderhoud vanwege het stevige prijskaartje achterwege gelaten. Dus eigenlijk moet dit kader ‘Slechtste dealer’ heten, want Peter was maar wat blij met zijn FJR.

Leukste FJR1300

Keer op keer tuinde de bestuurder van een grijze FJR1300 er bij het opdraaien van het rechte eind van het circuit van Croix-en-Ternoix weer in. Overenthousiast in achtervolging op zijn maatjes dook hij net als een coureur uit de MotoGP diep achter zijn ruitje. Meestal besefte hij na tien meter wel dat zoiets zinloos is achter een fors toerscherm en zichtbaar lachend knalde hij rechtop het rechte einde af.

MOTO73 in 2001

Vijftien jaar zeuren

In 2016 kreeg de FJR1300 de zesde versnelling waar vijftien jaar om gezeurd is. Beter? Ach, met vijf versnellingen redde de bullige toerder het ook wel. Met vier desnoods ook nog. Wat staat er te lezen in de test uit 2016? ‘Alsof de duivel er mee speelt, vergeet ik regelmatig door te schakelen naar zes. Rustig met het andere verkeer meerijdend, heb je in alle versnellingen aan de eerste 4.000 toeren voldoende, maar als het gas echt open kan, merk je pas hoe sterk de viercilinder bovenin is.’

Wat heeft de R7 gemeen met de FJR?

Het lijkt onmogelijk dat een toerfiets en een exclusieve superbike iets met elkaar delen, maar bij de introductie in 2001 waren de FJR1300 en de R7 de enige twee Yamaha’s met brandstofinjectie. Dat klinkt hypermodern, maar vreemd genoeg liep de FJR1300 in hetzelfde jaar achter op oudgedienden als de FJR1200 en GTS1000. Die hadden ABS, de FJR niet.

Tekst: Ad van de Wiel
Fotografie: Jarno van Osch

Is een Honda Rebel 1100 aanstaande?

0

De Honda Rebel 500 is een behoorlijk succes. Kennelijk bestaat er een groep motorrijders die wel een lichte cruiser willen rijden, maar niet per se een zware hoeven. Toch ziet Honda kansen voor een 1100-versie van de Rebel. Deze motor met een grotere cilinderinhoud zal het Rebel-platform naar een nieuw niveau tillen om de andere zware cruisers uit te dagen.

Honda’s nieuwe Rebel krijgt het 1082cc parallel-twin blok van de Africa Twin. Honda geeft  nog geen officiële informatie over het vermogen vrijgegeven, maar het zou logisch zijn dat Honda het blok zo configureert dat het meer koppel afgeeft in lage- en middentoeren. Het vermogen zou zich dan ergens ophouden rond de 95 pk.

De grote Rebel krijgt een nieuw rijwielgedeelte. Volgens Motorcycle News suggereren enkele nieuwe patenten een aantal serieuze veranderingen. Deze veranderingen duiden op een meer rechtop zithouding, terwijl de huidige Honda Rebel-stijl behouden blijft. Wel zal Honda de vering moeten upgraden om het extra gewicht en vermogen het hoofd te kunnen bieden.

Altijd passend gekleed dankzij Stadler Active

0

Warm of koud, zon of regen: dankzij het nieuwe Modul Active-systeem kun je praktisch altijd op pad met de nieuwe motorjas en -broek van Stadler. Het geheim van de nieuwe Superior Active motorjas en Rise Active motorbroek zit hem in de combinatie van een GORE-TEX laminaatmodule en veel ventilatiegedeelten. Het GORE-TEX laminaatdeel ademt, maar is wind- en waterdicht en de laminaatmodule kan er zowel onder als overheen gedragen worden, wat verschillende voordelen heeft, aldus de fabrikant.

Draag je de laminaatmodule onder de zomerjas, bijvoorbeeld omdat het in de ochtend nog koel is, dan kun je de ventilatiedelen van de zomerjas openritsen als het warmer wordt. Bij echt hoge temperaturen kun je de laminaatmodule bij vertrek of een tussenstop door zijn handzame formaat (opgevouwen 32×21 cm) makkelijk opbergen. Door de ventilatieritsen van de zomerjas te gebruiken, kun je de temperatuur nog verder naar wens reguleren.

Draag je de laminaatmodule over de zomerjas, dan zit je er sowieso warmpjes bij. De winddichte buitenlaag isoleert namelijk en houdt warmte vast, terwijl het GORE-TEX materiaal juist weinig water opneemt en snel opdroogt. De Rise Active motorbroek werkt op dezelfde manier en is door gebruik van actieve ventilatie met luchtkanalen en ritsen makkelijk te gebruiken.

Behalve aan comfort, is ook aan de veiligheid gedacht. Zo zijn de valgevoelige plaatsen van de jas en broek extra versterkt. De jas met schouder-, ellenboog- en rugprotectie, terwijl een borstprotector kan worden ingestoken; de broek is voorzien van knie- en heupprotectoren. Zowel de jas als broek is uitgerust met reflecterende materialen en fluo-gele delen voor zichtbaarheid.

De Superior Active motorjas van Stadler is verkrijgbaar vanaf € 1019,-, de Rise Active motorbroek vanaf € 819,-. De jas en broek zijn zowel voor heren als vrouwen in standaard, verlengde en verkorte maten verkrijgbaar. Voor sommige maten en maatwerk geldt een prijstoeslag.

Zie www.periermotorsport.nl voor meer informatie en de verkooppunten.

Veringsspecialist Bilstein maakt opnieuw stap naar motorfietsen

0

De Duitse veringsspecialist Bilstein heeft aangekondigd dat ze de motorwereld gaan betreden.

Bilstein mag dan een bekende naam zijn in de autowereld, hun prestaties in de wereld van de tweewielers zijn minder bekend.

Na het maken van schokbrekers en vorken voor motoren in de jaren 70 en 80 heeft de firma zich sindsdien gericht op vier wielen. Tot nu toe. Bilstein heeft aangekondigd dat het start met de productie van veringssystemen voor high-performance motoren, te beginnen met de BMW S1000 RR.

Op dit moment wordt de motormarkt gedomineerd door drie grote spelers: Öhlins, Showa en WP. Het zou uit oogpunt van concurrentie goed zijn wanneer zich nog een vierde speler aandient: Bilstein dus. Vooralsnog beperkt Bilstein zich op de aftermarket en blijft een serie  volledige OEM-onderdelen mogelijk toekomst. Officieel is nog met geen woord gerept over een ander motormerk dan BMW dat de Bilsteinkit als OEM zal overnemen, maar dat lijkt onwaarschijnlijk.

De vorken en achterschokdempers zijn naar verluidt al zo’n vijf jaar in ontwikkeling. Tijd genoeg om er serieus veel ontwikkelingskilometers mee te rijden op de openbare weg en op het circuit. Een officiële releasedatum is niet bekend, maar neem aan dat de nieuwe producten later dit jaar worden geïntroduceerd. De prijzen voor de Bilstein-producten zijn ook nog niet bekend gemaakt. Je kunt je voorstellen dat ze vrij competitief moeten zijn om wat markt van de eerder genoemde drie af te snoepen.

Bilstein begon al met het maken van veringssystemen in de jaren twintig van de vorige eeuw. Echte groei makte het merk na 1945 toen het meebewoog met de in hoog tempo ontluikende auto-onderdeleninsustrie. Sindsdien is Bilstein eerste montage op Porsche, Lamborghini, BMW, Ford, Jaguar, Lotus en Mercedes.

WorldSBK schrapt Imola, stelt races op Aragon en Misano uit

0

Het WorldSBK heeft verder ingegrepen naar aanleiding van de coronacrisis en de ronde op het Italiaanse Imola van de kalender geschrapt. De races op Aragon (Spanje) en Misano (Italië) zijn ondertussen uitgesteld.

Dat zijn de laatste beslissingen die genomen zijn door Dorna en de FIM. De wedstrijd op Imola stond oorspronkelijk van 8 t/m 10 mei op de kalender, maar na overleg met de organisatoren van de race en gezien de ernst van de corona-uitbraak in Italië is besloten hier een streep door te zetten. Deze race wordt dus ook niet opnieuw ingepland.

Verder hebben de FIM en Dorna er dus voor gekozen de wedstrijd op Motorland Aragon, die aanvankelijk van 22 t/m 24 mei ingepland stond, uit te stellen. De bedoelding is nu van 28 t/m 30 augustus op het Spaanse circuit te racen. De SBK-race op Misano is eveneens naar achteren geschoven: deze gaat van medio juni naar begin november, naar 6 t/m 8 november. Bovenstaande wijzigingen betreffen uiteraard ook de Supersport en Supersport 300.

Wanneer weer racen?

Het World Superbike-kampioenschap trapte eind februari nog wel volgens plan af met de race op Phillip Island in Australië, maar het kampioenschap ligt sindsdien stil. De volgende race op de kalender, onder voorbehoud, is die in Groot-Brittannië op Donington Park, voor het weekend van 3 t/m 5 juli. Of die race doorgang vindt, is nog maar zeer de vraag.

Techniek: Actief aanpasbare geometrie

0
Actief aanpasbare geometrie

Naar een hoger/lager niveau

Nadat vleugels en andere aerodynamische oplossingen hun intrede maakten in de racerij, zien we ook op straatmotoren steeds vaker vleugelvormige uitmonsteringen verschijnen. In de Grands Prix dient zich nu een nieuw wapen aan, mogelijk met toepassingen op de motor van de gewone man.

Natuurlijk reageert een Grand Prix-racemotorfiets op manieren die wij stervelingen zelden zullen ervaren. Desondanks zijn diezelfde reacties simpelweg extreme versies van die van onze straatmotoren. Zodoende zijn die extremen perfecte scenario’s om techniek te ontwikkelen voor diezelfde straatmotoren. Het nieuwste wapenfeit in motorontwerp is dan ook niet aerodynamische downforce, maar hoe de motorfietsgeometrie actief aan te passen aan en te laten reageren op wisselende situaties. Downforce is daarbij slechts een bijzaak.

Balans ondermijnend

Te beginnen met hoe een motorfiets op hoge snelheid neigt achterover te rollen. Het drukpunt tegen de voorzijde van de motor is op tempo veelal hoger dan het zwaartepunt, waardoor er vroeg of laat ‘lift’ ontstaat. Mugello is wat dat betreft het toppunt. De motoren razen daar op het rechte stuk op topsnelheid over een heuveltje, waardoor het effect versterkt wordt. Met ruim 300 kilometer per uur verdwijnt de druk van het voorwiel, veert de voorvork volledig uit en rekt de band zo ver hij kan, maar het verlies van contact met het asfalt is onvermijdelijk. Zie hier zo’n extreem voorbeeld; een wheelie met spinnend achterwiel bij driehonderd plus. Een probleem als dit ondermijnt de balans waar elke motorontwerper naar zoekt. Wil je een motorfiets die rap is rechtuit, dan riskeer je gevoel en grip in het bochtenwerk. Ergens tussenbeide ligt de gulden middenweg, maar hoe kan het rijwielgedeelte de motor aan de grond houden zonder de stuureigenschappen te degraderen tot het niveau van een olietanker?

Gebed zonder eind?

Logica gebiedt dat meer druk op de voorkant het probleem van het lichte voorwiel verhelpt. Zodoende verschijnen er almaar meer en almaar grotere vleugelpartijen op GP-machines – met de eerste straatmotoren inmiddels in het kielzog. Opvallend als de vleugels zijn, valt de vorm van de kuip rondom de radiateurs minder op, terwijl die zo mogelijk nog meer veranderd is sinds de definitieve intrede van aerodynamica voor motoren. Die opening leidt enkel die lucht langs de radiateurs die nodig is om het blok op acceptabele bedrijfstemperaturen te houden, terwijl alle overige – en dus niet noodzakelijke – lucht wordt weggewuifd. De druk op het frontaal oppervlak van de motor is hiermee verlaagd; het kan simpel zijn. Alleen of het genoeg is? Fabrikanten kunnen moeilijk met elke paardenkracht die er meer geproduceerd wordt grotere vleugels op de motor plakken. Dat zou een gebed zonder end zijn.

Nadruk op mechanische grip

In plaats daarvan wordt geëxperimenteerd met oplossingen die meer nadruk leggen op mechanische grip. Zeker in de afgelopen jaren is het zwaartepunt van motorfietsen steeds verder naar voren verplaatst. Bandentechniek en de werking en effecten van vering zijn immens verbeterd. Zo toveren motorontwerpers meer gevoel van je voorwiel uit de hoge hoed. Het verplaatste de nadruk van de remmerij, in navolging van het verhuizende zwaartepunt, decennia lang steeds meer naar voren. Een dikke 25 jaar geleden gebruikte eigenlijk niemand meer de achterrem, zo goed als de remmerij voor was geworden. In een paradoxale wending komt de aandacht nu toch weer terug bij de achterrem – duidelijk bevestigd door de opkomst van de duim bediende achterrem en de rappe doorontwikkeling naar de ‘scooterrem’. Hard remmen verlaagt de motorfiets namelijk, omdat de krachten van het remmen het achterwiel als het ware om het achterbrugscharnierpunt voorover trekt. De schokdemper veert vervolgens in en de motorfiets wordt lager, langer en stabieler. Zou na elektronisch instelbare wielophanging, dynamische rijhoogteverstelling de motorfiets naar een hoger – of toch juist lager? – plan kunnen tillen?

De bovenste hendel is de koppeling. Aangezien ze die enkel met de start gebruiken, zit-ie verder niet in de weg. De onderste radiale rempomp bedient de achterrem. Zoals bij een scooter; vandaar de geuzennaam ‘scooterrem’.

Weggewuifd gerucht

Geheel toevallig was het juist Ducati dat voor de ophanging van de 916 bijna dertig jaar geleden al een elektronische actieve rijhoogteversteller patenteerde. Het systeem zag nooit het daglicht, maar er werd dus al wel over nagedacht. In de Grands Prix zou een dergelijke oplossing geen doorgang vinden, omdat elektronisch gestuurde rijhoogteverstelling reglementair verboden is. Mechanische of handmatige input is een vereiste. Dus zo geschiede, blijkt nu. In Sepang afgelopen winter leek het tijdens de MotoGP-test de vroegste 1-aprilgrap ooit: de Ducati zou verlaagd kunnen worden op het rechte stuk. Het was een gerucht dat weggewuifd werd door mensen die beter hadden moeten weten. Toptechneut Gigi Dall’Igna bepaalt de koers bij Ducati, hé!

De patenttekeningen van Ducati – ondertekend door Claudio Domenicale (CEO van Ducati) en Filippo Preziosi (voormalig Ducati Corse-manager) – zijn ruw, maar duidelijk. En dus al ruim twintig jaar oud…

(klik op de afbeelding om te vergroten)

Geleend van een mountainbike

Het systeem valt op door een Öhlins-gas- of -oliereservoir in de voorkuip van Danilo Petrucci. Op het reservoir prijkt een sticker met de tekst ‘Kit4’ (zie hoofdafbeelding), wat de indruk wekt dat er al drie varianten aan vooraf zijn gegaan. Zoals het er naar uitziet, werkt het systeem met gasdruk of hydrauliek. Of het reservoir de druk verhoogt of juist aflaat is onduidelijk, maar in beide gevallen maakt het mechanisch bediende rijhoogteverstelling mogelijk. Een simpel hendeltje – geleend van een mountainbike; zo simpel – staat toe de druk aan te passen en zo de achterschokdemper te doen inzakken, met een langere en stabielere motorfiets als resultaat. Het reservoir zal dan ook belast zijn met de taak de achterschokdemper weer terug op volle lengte te brengen wanneer die lengte nodig is, zoals met remmen.

Normaal gesproken bedient een dergelijk hendeltje ook vering, maar dan op een mountainbike. De KISS-methode (Keep it simple, stupid!) is Gigi Dall’Igna niet vreemd.

Aan de bak en even dimmen

Reglementair is de aanpassing door middel van het eenvoudige, mechanische stuurschakelaartje voldoende en nog legaal ook. De MotoGP mag geen elektronische tussenkomst hebben wat de wielophanging betreft, maar jij en ik daarentegen… Een verlagingsfunctie als dit zou weinig serieuze aanpassingen vereisen om toegevoegd te worden aan systemen als het Öhlins Smart EC 2.0 en IECAS van Showa. Voor coureurs blijft voorlopig de horde dat het systeem door menselijke input aangestuurd dient te worden – alsof GP-rijders nog niet druk genoeg zijn. Toch geeft juist evaluatie door de rijders onbetaalbare data voor toepassing op de straatmotorfiets. Menselijke feedback kan worden omgezet in enen en nullen, zodat wij – vroeg of laat – ook over dit nieuwe stukje chassistechniek kunnen beschikken. De coureurs weten straks feilloos wanneer het systeem aan de bak moet en wanneer het even moet dimmen.

Öhlins
Showa

Zo’n beetje alle grote veringfabrikanten werken aan semi-actieve vering. Dat de racerij er niet aan mag komen, is doodzonde. Ontwikkeling van actieve geometrieverstelling heeft vooral behoefte aan data; coureurs en races zouden die data moeiteloos kunnen verzorgen.

Eenmaal uitgedistileerd

Zo mag het bijvoorbeeld nooit in werking treden in een bocht; gelukkig kunnen de IMU’s die de hellingshoek afhankelijke ABS en traction control informeren dat prima opmerken. Zou het systeem wel onder helllingshoek worden geactiveerd, dan laat het verlaagde rijwielgedeelte zich niet meer genoeg afschuinen, waardoor er grip wordt verloren. Tegelijkertijd zou het dramatisch zijn als de vering ‘ingeklapt’ is als het op remmen aankomt. Je hebt dan immers minder tot geen serieuze veerweg. Het zou de vering finaal doen uitbodemen, met volledig wegvallen van grip als gevolg. Gemakkelijk is het voor professionele rijders al niet, maar de ontwikkeling is dus in volle gang. Eenmaal uitgedistilleerd kon het wel eens een enorme stap voorwaarts zijn voor de motoren die jij en ik rijden.

Angstvallig klein gehouden

De MotoGP en het WK Superbike staan gebruik van elektronisch gestuurde vering niet toe. Desondanks zien we het op straatmotoren steeds vaker. Zeker omdat de gewone motorrijder niet voor aanvang zo’n beetje elk tweede weekend vier keer een uur gaat rijden om zijn motor af te stellen voor een toertochtje van drie kwartier op zondagmiddag, is dat voordelig. Coureurs hebben in 99 van de 100 gevallen sowieso liever conventionele vering, maar op straat is het onvermijdelijke compromis een zegening. Geen absolute perfectie, maar dat hoeft ook niet.

Veel van de techniek achter de semi-actieve en elektronisch gestuurde wielophanging sijpelt vanuit de autowereld naar de tweewielers. Eén stukje techniek wordt in de motorwereld wel toegepast, maar tegelijkertijd angstvallig klein gehouden. Een motorfiets zakt wat door zijn achtervering onder de krachten van de acceleratie en duikt vervolgens voorover wanneer je remt. In de jaren tachtig werd er plotseling overal met anti-duiksystemen geëxperimenteerd. Het gros zette de remdruk in om de vork kortstondig meer demping te geven (afbeelding 1), terwijl andere systemen de kracht van het remmen op een scharnierende remklauwophanging gebruikt om een dempingsoliekanaaltje te vernauwen (afbeelding 2). Daardoor ontstaat er tijdelijk meer demping en dus minder duikeffect. Alleen beroofden die systemen met name de voorzijde van gevoel en zodoende verdwenen ze net zo snel als ze kwamen. Maar anno nu, met behulp van elektronisch gestuurde wielophanging, biedt die extra demping soelaas zonder overdadig verlies van gevoel en dus controle. De achterschokdemper wordt met vergelijkbare techniek gemaand meer demping tegen het inveren te geven als het gas erop gaat. Super-de-luxe sportauto’s en hypercars gebruiken de techniek al langer om de effecten van lastwissels te neutraliseren, maar voor motorfietsen is het gevoel van voorover duiken en achterover kantelen onderdeel van de feedback-loop waarop een motorrijder zijn grenzen ijkt. Hoeveel duiken en kantelen wenselijk of acceptabel is, is erg persoonlijk en zodoende moeilijk te bepalen. Afgezet tegen de winsten van een stabielere motorfiets onder aanremmen of een betere acceleratie omdat de achterband door het achterover kantelen niet overbelast wordt – en wheelies ook ingeperkt kunnen worden –, ligt de focus bij veel fabrikanten veel meer op comfort en controle, dan op snellere rondetijden.

Ducati’s toptechneut Gigi Dall’Igna, die nu ook de actieve hoogteverstelling de GP’s in helpt, roept al langer om elektronisch gestuurde wielophanging te legaliseren in de racerij. Het zou ook voor de straatmotorrijder op termijn veel voordeel op kunnen leveren als er meer data uit de racerij komt. Dat is zeker.

Meer over MotoGP-techniek lezen?

Neil Spalding, co-auteur van dit artikel, loopt al jaren mee in het MotoGP-circus. Hij heeft de technische ontwikkelingen in deze klasse nauwlettend gevolgd met als resultaat een standaardwerk dat nu aan zijn derde editie toe is: MotoGP Technology. Het geeft een fascinerende kijk in de keuken in de GP-wereld, meer specifiek op technisch gebied.

Titel: MotoGP Technology Third Edition. Auteur: Neil Spalding. Details: 304 pagina’s, 650 full colour foto’s en illustraties. Formaat: 210 x 270 mm. Uitgeverij: Phoebus Apollo Publishing. Prijs: £ 39,95. Meer informatie: www.motogptechnology.com.

Tekst: Neil Spalding en Nick Enghardt
Fotografie: Neil Spalding en anderen

MotorNL TV 2020 – Aflevering 2

0

MotorNL TV aflevering 2 bij RTL7 gemist? Bekijk dan hier de aflevering. In deze aflevering testen we de Triumph Tiger 900 2020 modellen, de elektrische Energica Eva Ribelle en geven we tips over motorkleding.

Bekijk hier MotorNL TV – Aflevering 1

 

Advertorial: Verantwoord een motor financieren

0

Onvoldoende spaargeld, maar toch dit seizoen je nieuwe motor willen rijden. Het is een veelvoorkomende situatie waarbij soms te snel, te duur en onverantwoord geld voor wordt geleend. In dit artikel leggen we je uit hoe je toch goedkoop en verantwoord een motor kan financieren.  

Wat is onverantwoord geld lenen? 

Onverantwoord geld lenen doe je als je een te hoog geldbedrag leent wat je vervolgens niet of nauwelijks terug kunt betalen. In het geval van een motor is het ook zo dat je onverantwoord leent als je een (te hoge) restschuld overhoud na verkoop. Dit laatste komt veel voor bij unieke (custom) motoren waarbij je niet alleen betaald voor de waarde, maar ook voor de emotie. Emoties waar kopers weinig waarde aan hechten als je met spoed je motor moet verkopen. 

Wat is duur lenen? 

Wat duur is, is natuurlijk erg relatief. Laten we het simpel houden; hoe lager de rente voor je lening, hoe goedkoper de lening is. Tip: let ook op de voorwaarden.   

Verschillende leenvormen

Er zijn verschillende leenvormen waarmee je een motor kunt financieren, maar eigenlijk is een persoonlijke lening de meest verantwoorde lening voor je motorfiets. De reden hiervoor is simpel; met een persoonlijke lening weet je precies wat je per maand moet betalen en hoeveel schuld je nog hebt als je over enkele jaren je motor verkoopt. Door je onderhoud en waarde van je motor goed in te schatten kan je een eventuele restschuld na verkoop tot een minimum beperken. 

Onderstaand een overzicht met andere leenvormen:

  • Doorlopend krediet
  • Kopen op afbetaling 
  • Huurkoop. 
Doorlopend krediet 

Een doorlopend krediet is een leenvorm waarbij je het afgeloste bedrag opnieuw kunt opnemen inruil voor een variabele rente. Tegenwoordig is de flexibiliteit van nieuwe doorlopende kredieten beperkt, maar de variabele rente en de bijnaam ‘doodlopend krediet’ zeggen waarschijnlijk al genoeg. Kortom niet geschikt als verantwoorde lening voor je motor. 

Kopen op afbetaling

Kopen op afbetaling is een bekende leenvorm die je vaak tegenkomt in elektronica- en motorzaken. Het is vaak laagdrempelig maar daar tegenover staat wel een hoge rente. Soms tot wel 14% wat op het moment van schrijven gemiddeld het driedubbele is van de gemiddelde rente op een persoonlijke lening. Als je naast deze hoge rente ook niet direct eigenaar wordt van de motor, dan is dit een absolute ’no go’ als motorlening. 

Huurkoop

Huurkoop kan je vergelijken met leasen, maar met de mogelijkheid om je motor na een bepaalde periode over te nemen. Ook deze leenvorm is vaak erg duur, maar het belangrijkste is dat hij onverstandig is. Dit is omdat de motor niet direct je eigendom wordt. Je kan dus nooit direct je motor verkopen om van je huurkoop contract of andere schuld af te komen. 

Let op de voorwaarden

Zoals benoemd bij ‘duur lenen’ is het belangrijk om naast de rente ook te letten op andere voorwaarden. Belangrijke punten waarop je kan letten zijn overlijden en arbeidsongeschiktheid. Wat gebeurd er met je schuld als je overlijd of arbeidsongeschikt raakt? Let hierop als je geen schulden wilt achterlaten en/of wilt laten oplopen. 

Samenvatting om verantwoord en goedkoop te lenen

Om verantwoord en goedkoop geld te lenen kan je een persoonlijke lening afsluiten met een lage rente en voorwaarde die goed aansluiten op jouw persoonlijke situatie. Uiteraard moet je ook rekeningen houden dat geld lenen, geld kost. 

Veiling ‘Foggy’ Petronas FP1

0

De Petronas FP1 heeft de racewereld misschien niet in brand gestoken, maar de status maakt deze bijzondere motor wel tot een must-have voor motorverzamelaars.

Een ‘Foggy’ Petronas FP1 staat vandaag – 14 april 2020 – nog een kleine twaalf uur te koop op de online veiling Collecting Cars. De bieding staat momenteel op £22.750,- (€26.200,-) en er zijn 32 biedingen geplaatst. De racer uit 2003 zou na een opknapbeurt in nieuwstaat verkeren. Ook zou er nog geen twaalf kilometer met de Petronas zijn gereden. De carrosserie van carbon verkeert naar verluidt in een uitstekende staat. De delen zijn professioneel gespoten in de originele kleur Panache Green terwijl ook originele stickers zijn gebruikt.

De 900cc Petronas was toentertijd met zijn 127 pk een motor die er mocht zijn. Die prestatie steekt naar tegenwoordige maatstaven schril af tegen de prestaties van de huidige generatie sportmotoren, die de 200 pk ruimschoots passeren. Afgezien daarvan is de Petronas FP1 een unieke motor met niet alleen het DNA van een echte racemotor, maar ook eentje die een boeiend achtergrondverhaal heeft.

Hoeveel Foggy Petronas FP1’s zijn er gebouwd?

In totaal werden 150 versies van de ‘Foggy’ Petronas FP1 gebouwd. 75 daarvan in Groot-Brittannië door MXS International in Basildon, Essex en 75 in Maleisië. Het aantal van 150 was een homologatie-eis om mee te mogen doen aan het WSBK. De Petronas FP1 werd door de tijd ingehaald toen werd besloten dat ook 1000cc motoren konden deelnemen aan het WSBK.

Als je nog een bod wilt uitbrengen of je wilt de veiling volgen, check collectingcars.com

Michelin: ‘Wekelijks 400.000 mondkapjes maken in coronastrijd’

0

De Franse bandengigant Michelin mengt zich in de strijd tegen het coronavirus door zich te richten op de productie en het doneren van mondkapjes en gezichtsschermen. Het doel is per week 400.000 mondkapjes te produceren.

Wereldwijd is vanwege de uitbraak van het coronavirus grote vraag naar mondkapjes en gezichtsschermen, vooral vanuit de medische sector. De Michelin Groep heeft in reactie hierop besloten haar expertise in te zetten en in tien van haar Europese fabrieken ‘binnen zeer korte termijn en in grote hoeveelheden’ verschillende soorten mondkapjes en soortgelijke medische hulpmiddelen te produceren.

Zodra de fabrieken draaien, zet Michelin er namelijk op in per week ‘bijna 400.000 chirurgische mondmaskers’ te produceren in haar eigen werkplaatsen of in samenwerking met partners. De bedoeling is deze productie de komende weken nog verder uit te breiden naar Noord-Amerika. Tevens zal Michelin ‘grotere hoeveelheden mondmaskers doneren aan gezondheidsmedewerkers’ in landen waar het gevestigd is. Daarnaast verstrekt Michelin mondkapjes aan haar eigen medewerkers voor hun veiligheid en gezondheid.

Behalve de 400.000 mondkapjes die het per week wil produceren, streeft Michelin er ook naar 10.000 gelaatsschermen te maken voor gebruik in Franse ziekenhuizen. De bandenfabrikant werkt daarnaast samen met andere fabrikanten aan een initiatief om op grote schaal een herbruikbaar mondmasker te ontwikkelen. Dit moet tot honderd keer gebruikt kunnen worden en is dus stukken duurzamer (en praktischer) dan ‘reguliere’ mondkapjes. Dit project bevindt zich momenteel in de prototype-fase.