woensdag 22 april 2026
Home Blog Pagina 1117

Vergeten prototype: Laverda-BMW GS800

1

Je zou bijna vergeten dat er een tijd was dat de wereld het zonder BMW GS’en moest stellen. Sinds 1980 kunnen we er niet meer omheen, maar in de jaren zeventig was BMW officieel niet eens betrokken bij de allereerste GS. Het Italiaanse motormerk Laverda, daarentegen…

BMW zat in een neerwaartse spiraal wat verkoop betreft. Na in de jaren ervoor flink aan de weg te hebben getimmerd, zocht het merk iets dat het tij kon keren. De Verenigde Staten waren een groeimarkt gebleken voor alle merken, maar de Amerikaanse BMW-importeur begon erg specifiek te worden met haar verzoeken. Offroad; daar was het te doen!

Honda en Yamaha hadden een ware gekte in de Amerikaanse offroad-wereld ontketent, met eenvoudige en lichte doch krachtige tweetakt offroaders. BMW ging alleen echt geen tweetakten maken, maar wilde de door BMW USA neergeworpen handschoen gerust oprapen. Of ja, BMW wilde dat wel laten doen.

Zodoende werd buiten de boekjes om opdracht gegeven een offroad-waardige BMW te maken. Enerzijds ging de al aan BMW gelieerde Herbert Scheck aan het werk, aangezien Scheck met een zelf verbouwde R75/5 al succesvol in het onverhard geweest was, maar anderzijds ging er ook een verzoek uit aan een partij van buitenaf. Niet de minste ook; Laverda kreeg een belletje.

Laverda kreeg een belletje…

Ervaring met crossers en trialmotoren had Laverda wel, en ook het samenwerken met andere merken op dat vlak was het Italiaanse merk niet vreemd. Eerder werden met Zundapp en Husqvarna ook al crossers gemaakt; BMW werd in 1977 na een telefoontje van BMW’s technisch directeur Hans-Günter von der Marwitz aan dat lijstje toegevoegd. Massimo Laverda ging akkoord en begon met het plan voor een prototype.

Alessandro Todeschini was als technisch topman binnen Laverda leider van het project en ook de ontwerper van het frame. De geroemde Italiaanse framebouwer Verlicchi zou vervolgens dat frame maken. De R60-blokken die BMW naar Breganze gestuurd had, zouden uiteindelijk tot 800cc opgeboord zouden worden, terwijl de rest van de motor in rap tempo bij toeleveranciers vandaan kwam. Vering van Marzocchi, naven en velgen van Grimeca en Akront, Magura-afmontage en een tank en zadel van Bernardi Mozzi en Giuliari. Stuk voor stuk partijen waar Laverda al langer goede banden mee had, waardoor het snel kon schakelen. BMW had dat zelf nooit zo kunnen bewerkstelligen, zeker niet binnen vijf weken, zoals dat Laverda wel gelukt was.

Niet de vader, maar eerder de opa van de productie-G/S.

Naar verluidt zou Massimo Laverda hun Laverda-BMW GS800 nooit als de oervader-aller-GS’en gezien hebben. Hijzelf zou het zelfs nooit als prototype van de R80G/S hebben willen beschouwen. Mooie aanvulling is dat Massimo Laverda’s broer Piero volgens de overlevering gezegd zou hebben dat de Laverda-BMW GS800 niet de vader, maar eerder de opa van de productie-G/S was. In het Italiaans klonk het vast heel romantisch!

Ondanks er weinig eer voor terug te verwachten, valt de connectie van die allereerste GS of G/S – of volgens de Laverda-broers niets van dat alles – met de uiteindelijke R80G/S niet te ontkennen. Ook dat productiemodel kreeg namelijk een 800cc-blok, in plaats van de geplande, lichtere R60-boxer, evenals een specifiek voor de G/S ontwikkeld frame en vering van Marzocchi.

Overigens werden er officieus nog een aantal huisvlijt-G/S’en gemaakt. Zoals al gezegd had motorcoureur Herbert Scheck al een interpretatie gemaakt, maar zelfs BMW’s eigen testchef Laszlo Peres had een offroad-BMW gemaakt. In 1978 stonden alle drie die incarnaties zij-aan-zij aan de start van de cross in het Tsjechische Benesov.

Die door Laverda ontwikkelde BMW GS800 – en de andere twee, uiteraard – lieten zien dat het geen luchtkasteel was een grote offroad-BMW te maken, die lange ritten in het onverhard moeiteloos kon doorstaan. Iets wat we na de R80G/S, R80GS, R650GS, R100GS, R1100GS, R850GS, R1150GS, R1200GS en inmiddels al de R1250GS ondertussen allemaal wel kunnen beamen.

Maar het begon met dat ene belletje van BMW naar Laverda.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto’s: Touratech, BMW en Moto Officina

Rondje Salland

0

We schrijven 1963. Op Cyprus woedt een burgeroorlog, de ‘Limbo Rock’ van Chubby Checker verovert de charts en in november wordt John F. Kennedy vermoord. De winter is streng. Er komt een Tocht der Tochten en winnaar heet Reinier Paping. De ANWB zet een eigen tocht uit: de Sallandroute.

Yop Segers

De Boerenpartij komt met drie zetels in de Tweede Kamer. De fractieleider maakt als ‘boer Koekoek’ al snel furore. Prinses Marijke verandert in 1963 haar roepnaam in Christina. Over de Hilversumse radio schallen opwindende deuntjes als ‘Brandend Zand’ van Anneke Grönloh, ‘De Schoorsteenveger’ van Dikke Leo, ‘Raak mij niet aan’ van Conny van den Bos en ‘Rij Voorzichtig’ van de Zangeres Zonder Naam. Verder wordt de Mammoetwet een feit.

Het jaar heeft ook iets in petto voor gemotoriseerd Nederland. Vanaf 1963 moet iedereen die een motorvoertuig bezit – een auto, brommer of motorfiets – verplicht een WA-verzekering afsluiten. Tot veel protesten leidt dit niet. Burgers en buitenlui van het kleine koninkrijk zijn tevreden. Economisch gaat het hen voor de wind, de vrije zaterdag is ingevoerd en massamotorisering maakt het gemakkelijk erop uit te trekken. De ANWB speelt hierop in door een aantal toeristische rondritten te bewegwijzeren. Eerst op de Veluwe, maar in 1963 ook in Salland. Directe aanleiding vormt de opening van de ‘Toeristenweg’ tussen Holten en Hellendoorn. Een glooiend en kronkelend asfaltlint over de Sallandse Heuvelrug, omzoomd door fraaie bossen en heidevelden. Vandaag heet mijn queeste dus de Sallandroute.

Daventry

Startpunt is Deventer, stad aan de IJssel. Klokslag tien uur strijk ik neer op een caféterras tegenover de Lebuïnuskerk: een robuust godshuis met een even kloeke toren. Die Lebuïnus, nu schutspatroon van Deventer, was een Engelsman. Rond het jaar 770 verliet hij zijn vaderland om de heidenen van het Isalaland, tussen IJsselvallei en Sallandse Heuvelrug, te kerstenen. De plaats van zijn missiepost noemde hij Daventre.

Een verwijzing naar zijn eigen geboorteplaats Daventry, in de buurt van Leicester. Al dan niet geheiligd door een bakkie leut worden even later de pk’s weer aangesproken, en koers ik richting Schalkhaar. In deze forensengemeente ten oosten van Deventer pik ik de Sallandroute op en van daar coachen de welbekende borden me over de aloude Oerdijk naar een vlekje op de wereldkaart; Lettele heet het buurtschap. De Oerdijk dankt zijn naam aan het ijzeroer dat vroeger bij Lettele werd uitgegraven. Over die weg ging de grondstof dan naar de ijzergieterijen van Deventer. Nadat de bodem was uitgeput, werden er dennen en later ook loofhout geplant. Zo ontstond stukje bij beetje het landgoed Oostermaet, een van de grotere bosgebieden van Salland. De rijke jurist mr. Abraham Capadose kocht het landgoed ongeveer een eeuw geleden, en maakte er een groot jachtterrein van. Het wild kon voortaan dekking zoeken in de door hem geplante rododendrons.

Sallandse Heuvelrug

Je kunt hier je benen strekken met een wandeling door het voor publiek toegankelijke landgoed. Ik opteer echter voor het voortjagen over asfalt, zigzaggend door akkers en grazige weiden naar Holten. Een toeristendorp met een indrukwekkende optocht van cafeetjes, ijssalons en pensions. De drukte van het centrum omzeil je door meteen de Holterberg te beklimmen. Deze maakt, met drie andere hoogten, deel uit van de Sallandse Heuvelrug. Een overblijfsel uit de voorlaatste ijstijd, toen een dikke ijskap zo’n druk op de bodem uitoefende dat aan de randen de grond werd opgestuwd. Deze stuwwal was aan het begin van de vorige eeuw vrijwel uitsluitend met heide begroeid. Herbebossing kwam tot stand met hulp van de Twentse textielbaronnen. Nu is ongeveer zeventig procent van het nationaal park De Sallandse Heuvelrug weer bos.

De Toeristenweg die over de heuvelrug kronkelt, is een van de mooiste toerwegen van ons land. Omhoog en omlaag door een glooiend landschap van bossen en heide en begiftigd met zwierige bochten waarin je lekker kunt hangen. Fantastisch. Hou er wel rekening mee dat het tracé tussen negen uur ‘s avonds en negen uur ‘s morgens verboden terrein is voor gemotoriseerd verkeer. Tegenwoordig is het op de Toeristenweg tamelijk rustig, maar vlak na de opening van de Sallandroute stonden hier met Pinksteren en in de zomerweekends auto’s bumper aan bumper. Het bermtoerisme was immers een geliefde bezigheid: met de auto een stukje rijden, langs de weg een mals stukje gras opzoeken of de schaduw van een boom, en dan met een broodje en een kopje koffie in de hand naar andere auto’s kijken. De jochies vermaakten zich tijdens zo’n uitje vaak met het tellen van automerken en het opschrijven van kentekenplaten. Weet je nog?

Roomijshoorntje

En bij zo’n toerrit met kroost op de achterbank en picknickmand in de kofferbak hoorde natuurlijk een bezoek aan speeltuin of midgetgolfbaan. Miniatuurgolf – het ‘tee to hole’ voor Jan Rap en zijn maat – kun je overigens nog steeds op de Holterberg spelen en bij Hellendoorn is de in 1936 geopende speeltuin inmiddels uitgegroeid tot een flink avonturenpark. De Yamaha moet echter even uitblazen in het centrum van Hellendoorn. Daar staat een rondgang door het Bakkerij- en IJsmuseum op het programma. Klinkt oubollig, maar dit is jeugdsentiment. Hellendoorn is namelijk de geboorteplaats van een zeer lekker ijsje: de Cornetto, dat wereldberoemde roomijshoorntje met chocolade en nootjes.

Het begon allemaal toen bakker Gerrit Valk in 1953 een fabrieksmatige productie van ijsjes-op-een-stokkie opstartte. Hiervoor werd de merknaam Caraco bedacht, die verwees naar de Venezolaanse hoofdstad Caracas en dus associaties opriep met zonnige oorden. Behalve de Cornetto, waarvan het hoorntje in de eigen banketbakkerij werd gebakken, bracht Caraco ook andere fameuze diepvrieslolly’s op de markt. Bijvoorbeeld het Mexicaantje, het ijsje dat zijn tong uitstak. Velen zullen zich nog zijn slogan herinneren: ‘Mexicaantje, oranje hoed. Caraco ijs, geweldig goed!’ Toen Gerrit begin jaren tachtig met pensioen ging, verkocht hij zijn ijsfabriek aan Unilever. En dit concern maakt in Hellendoorn onder de naam Ola nog steeds de Cornetto.

Een half uur later zeggen bijna honderd paardenkrachten Hellendoorn vaarwel. Bij het gehucht Schuilenburg kruist de Sallandroute het riviertje de Regge. Vroeger een belangrijke verkeersader, waarop zompen voeren, scheepjes met een platte bodem die ook in ondiep water konden uit de voeten konden. Wat verderop passeer ik het 150 jaar oude Overijsselsch Kanaal, ooit de aanvoerlijn van katoen voor de Twentse textielindustrie. Het kanaal is vanaf 1988 voor de scheepvaart gesloten. Zonde eigenlijk.

Krishnamurti

Een nieuwe bestemming daarentegen heeft het kasteel Eerde aan de rand van Boswachterij Ommen gekregen. Deze statige havezate uit het jaar 1715, omgeven door gracht en baroktuin, herbergt tegenwoordig een chique internationale school. Inwonende leerlingen uit twintig landen volgen er lager en voortgezet onderwijs. De voertaal is natuurlijk Engels. Ik stuif de lommerrijke toegangslaan op en parkeer de Yamaha tussen glimmende Jaguars, Mercedessen en Porsches. Vervolgens wordt een korte kuiertocht rondom de adellijke woonstee gemaakt, eeuwenlang de trots van het edele geslacht Van Pallandt. De bekendste bewoner was echter de Indische wijsgeer Jiddu Krishnamurti.

Dat zit zo. Tot zijn grote verrassing erfde Philip baron Van Pallandt in 1913, hij was toen 23 jaar, het kasteel plus de omringende 1700 hectare bossen, heidevelden en akkers. Een verre oom die vrijgezel was, had juist voor zijn dood het testament veranderd en hem alles nagelaten.. Behalve bofkont was Philip ook een man van idealen. Gegrepen door de denkbeelden van Baden Powell stimuleerde hij in Nederland eerst de padvinderij. Maar nadat Philip in 1920 Krishnamurti op een Londense lezing had ontmoet, verschoof zijn belangstelling naar de Theo-sofische Beweging. Vele theosofen zagen in Krishnamurti de reïncarnatie van Jezus. Om deze nieuwe ‘wereldleraar’ te promoten werd de Orde van de Ster van het Oosten opgericht.

Eén jaar later ontving Philip de goeroe op Eerde en in 1924 schonk hij zelfs zijn hele landgoed aan de Orde die het uitbouwde tot haar Europees hoofdkwartier. Elke zomer werden er spirituele bijeenkomsten georganiseerd, de zogeheten Sterkampen waarop Krishnamurti in de openlucht toespraken hield, die door vele duizenden uit alle windstreken werden bezocht. Een trouwe bezoekster was bijvoorbeeld de gebedsgenezeres Greet Hofmans. Wars van ceremonieel en persoonsverheerlijking besloot Krishnamurti in 1929 de Orde te ontbinden. De ‘wereldleraar’ was tot de overtuiging gekomen dat, zoals hij het zelf formuleerde, de waarheid een land zonder paden is. In 1931 gaf hij het landgoed terug aan Van Pallandt. Daarop verhuurde de baron het kasteel Eerde aan de Quakers, die er dus een internationale school vestigden.

Rolling Beauties

Gelouterd vervolg ik mijn weg. De routeborden van de ANWB helpen mij daarbij. Vlak voor de brug over de Overijsselse Vecht bij Ommen loopt die naar het westen . Aan bakboordzijde ontwaar ik tussen geboomte het edelmanshuis Het Laer. En je raadt het al, ook dit goed behoorde ooit aan baron Van Pallandt. Nu doet het dienst als congres- en partycentrum. Sfeervol bitumen brengt me dan naar Vilsteren, een dorpje uit een poesiealbum, waar de tijd stil lijkt te staan. Maar het heden is in Nederland natuurlijk nooit ver weg. In de bossen ten zuiden van Vilsteren ligt het grootste aardgasstation van ons land, dat sinds 1964 het aardgas uit Slochteren naar de randstad transporteert. Vroeger kon je er vrijelijk foto’s schieten, maar doe dit nu vooral niet. Het station is om begrijpelijke redenen een van de best bewaakte objecten in Nederland.

Bij het kasteel Rechteren, een ‘knap optrekje’ dat al zes eeuwen lang door dezelfde adellijke familie wordt bewoond, pik ik de Sallandroute weer op. Die loodst mij al snel naar het zuiden waar de weg opnieuw met riante landhuizen is gegarneerd. De onroerendgoedprijzen moeten in deze contreien gepeperd zijn. Vlak voor Heino las ik een ommetje in naar Raalte. Ook daar zijn formidabele kapitaalbeleggingen te aanschouwen. Namelijk in het American Motorcycle Museum van Max Middelbosch. Door zijn werk als antiekhandelaar en interieurbouwer reisde deze motorfanaat de hele wereld over, met als gevolg dat zijn collectie gestaag groeide. Overal vond hij wel restauratieobjecten en onderdelen en thuis werd alles in elkaar gesleuteld. Zo wist Max enkele machines te verwerven van de verbannen sjah van Perzië. In 1988 besloot de Drentenaar zijn verzameling onder te brengen in een heus museum (zie Promotor 6 van vorig jaar, p. 58). Hij kocht in Raalte een leegstaande herberg uit 1880. De herberg kreeg opnieuw een horecabestemming als Taveerne Tivoli en op het erf werden twee Saksische boerderijen gebouwd. In één daarvan is nu het American Motorcycle Museum ondergebracht. De totale collectie bestaat uit ongeveer 140 Amerikaanse motorfietsen, waarvan het grootste deel Harley-Davidsons. Daarnaast zijn ook machines van Excelsior, Henderson, Indian, Mabeco, Super X en Thor vertegenwoordigd. Zelfs het zwarte schaap van Harley-Davidson, de in Nippon gebouwde Rikou, ontbreekt niet.

Kunsttempel

Behalve in stenen en motorfietsen, kun je het spaargeld natuurlijk ook in andere dingen investeren. Kunst bijvoorbeeld. Wie daarvoor voelt, moet maar eens een kijkje nemen in het kasteel Het Nijenhuis. Deze oude havezate – nog geen 7 km van Max’ motormuseum – huisvest de privé-collectie van wijlen Dirk Hannema, voor en tijdens de oorlog directeur van het Museum Boymans in Rotterdam. Het kasteel annex kunsttempel is kortgeleden grondig gerestaureerd en draagt sinds 2004 de naam Museum de Fundatie. Hier bevinden zich bijvoorbeeld zes schilderijen, waarvan Hannema zeker wist dat ze van Vermeer waren. Het zijn wel authentieke doeken uit de 17e en 18e eeuw, maar ze kunnen nooit ofte nimmer van Vermeer afkomstig zijn.

Wie de ware kunstenaars dan wel waren, bleef tot op heden onbekend. Het maakt in elk geval duidelijk dat in de schimmige wereld van de kunsthandel zelfs kenners een oor wordt aangenaaid. Terug bij de Yamaha denk ik dan ook het mijne: schoenmaker blijf bij je leest, en vertrouw voor pensioenopbouw toch liever op stenen en antieke motorfietsen. Hoe het ook zij, bij Het Nijenhuis wordt de Sallandroute opnieuw opgezocht voor een eindspurt langs de IJssel. Wijhe is het volgende dorp op de route. Het centrum oogt uitgestorven, maar aan de rivierkade is de drukte des te groter. De zon schelt aan het firmament, dus zoekt iedereen de koelte van het water. Ik maak van de nood een deugd en observeer vanaf de kaai een tijdlang de spetterende capriolen die plaatselijke nozems met waterscooters uithalen.

Drie kilometer verderop, bij het dijkdorpje Den Nul, glip ik een momentje het natuurreservaat van de Duursche Waarden in. Dit uiterwaardengebied aan de IJssel heeft Staatsbosbeheer inmiddels teruggegeven aan de natuur. Het bestaat uit een oude rivierarm, moerassen, bos, kleigaten en de overblijfselen van een steenfabriek. Bij die ruïne bevindt zich een uitkijktoren, van waaruit je een fraai vogelperspectief hebt over de IJsselvallei en het reservaat met zijn grazwende Hooglanders en IJslandse paarden. De laatste kilometers van de tocht gaan dan van Olst, langs het landgoed Nijendal en via Diepenveen terug naar Schalkhaar. Het rondje Salland is daarmee… rond.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Salland.GPX”]

Preproloog verder zonder RTLGP

0
Preproloog
Geen Valkenswaard en geen RTLGP meer. Het zal even wennen zijn in Eersel.

Opvallend nieuws uit de rallywereld, want na 15 jaar wordt de Dakar Preproloog voortgezet zonder RTLGP. Eerder werd al bekend dat vanwege een jarenlange juridische strijd tussen de Gemeente Valkenswaard en de omwonenden van het Eurocircuit het niet langer mogelijk was om het grootste eendaagse Dakar-evenement ter wereld te organiseren in Valkenswaard.

De organisatie achter het evenement is vervolgens op zoek gegaan naar een nieuwe locatie en is uitgekomen op Landgoed Duynenwater in Eersel. Volgens de organisatie gaat vooral de bezoeker er op vooruit, zo staat te lezen in een bericht op www.preproloog.nl.

Dakar-gevoel

‘De verplaatsing van het evenement naar de nieuwe locatie biedt veel meer mogelijkheden om het evenement aantrekkelijker te maken voor het publiek. Niet alleen kan er een spectaculaire baan voor de deelnemers worden aangelegd, ook het Dakar-gevoel zal nog meer aanwezig zijn. Daarnaast is Landgoed Duynenwater in Eersel goed ingericht voor grote evenementen met goede faciliteiten waardoor er voor het publiek meer te zien en te doen zal zijn.’

‘In het verleden lag de focus voor het evenement op de TV uitzending maar dit veranderd mede door de locatie wijziging. Het evenement moet de komende jaren uitgroeien tot een aantrekkelijk festival voor een breed publiek waar de bezoeker als uitgangspunt wordt genomen’, aldus de organisatie.

De nieuwe Preproloog gaat door op 23 november. Binnenkort vast meer nieuws.

MOTO73 Preview: scrambler-triotest

0
MOTO73 Scrambler Triotest

‘Welke klassiek ogende zandrakker kan ook een fijne stadsbrommer zijn?’, dat zoekt MOTO73-testredacteur Nick Enghardt uit in MOTO73 editie 20 van 2019. Het keuzepalet bestaat uit de Ducati Scrambler Desert Sled, de Triumph Scrambler 1200XC en de BMW R nineT Urban G/S.

‘Opeens moesten scramblers ook echt kunnen scramblen. Alleen wie koopt die retro nou echt om vies te worden? Zoals een allroad zelden in het onverhard te vinden in, komt een scrambler zelden van de gebaande paden’, aldus Nick. Die vragen en die stellingen vereisen wat grondig testwerk. Op straat, uiteraard. Alleen moest het drietal – ondanks een insteek vrij van onverhard geneuzel – toch heel even van de gebaande paden.

Dat alle drie van Europese afkomst zijn, wil nog niet zeggen dat vergelijkingen onderling gemakkelijk zijn.

Dat de drie scramblers allemaal rondom een tweecilinder-blok gebouwd en ze ook alle drie van Europese afkomst zijn, wil nog niet zeggen dat vergelijkingen onderling gemakkelijk aan te maken zijn. De R nineT Urban G/S is namelijk uitgerust met een oliegekoelde boxertwin, terwijl de staande twin in de Triumph vloeistofgekoeld is. De Scrambler Ducati is vervolgens niet alleen een stuk kleiner dan de andere twee; hij heeft een V-twin-krachtrbon en die is nog luchtgekoeld ook.

Gelukkig hebben ze ook genoeg gemeen en heeft het drietal over de gehele linie afdoende plus- en minpunten om te kijken welke van deze scramblers het best in de mal past van een stadse scrambler die de looks weet te combineren met een fijn rijkarakter dat niet – enkel – werkt in het land, maar vooral ook in de stad.

MOTO73 Scrambler Triotest

Welke met de winst aan de haal gaat in dit stads-scrambler-vergelijk, lees je uitgebreid in MOTO73 20 van 2019, waarin Nick je in tien pagina’s helemaal bijpraat over het hoe en wat van deze Scrambler-triotest!

MOTO73 editie 20 ligt nu bij de betere boekhandels en tijdschriftenkiosken. Geen zin de deur uit te gaan? Je kunt het nummer ook los bestellen en thuis laten bezorgen! Sowieso nooit meer een editie van MOTO73 missen? Kijk dan ook eens bij de abonnementsaanbiedingen!

Foto’s: Pim Hendriksen

Getest: Harley-Davidson Lowrider S 2020

0

Nick Enghardt ging voor MotorNL naar San Diego voor de introductie van de Harley-Davidson Lowrider S 2020.

Zijn ladende snelwegen de toekomst van e-motorfietsen?

0
Slimme Snelweg

Er is altijd één punt waar we op uitkomen bij het gebruik van elektrische motorfietsen. Hoewel een groter bereik wenselijk is, betekent het hebben van het grootste bereik op de markt helemaal niets als het uren duurt om op te laden. Het rijden op e-motorfietsen is namelijk niet het grootste probleem, dat is zelfs leuk om te doen. Nee, het lastigste deel is het wachten tot de motor weer is opgeladen. Maar het kan misschien ook anders. Het Israëlische bedrijf ElectReon is begonnen met het testen van een inductief geladen snelweg om de laadperikelen rondom het elektrische voertuig te helpen oplossen. Is dit uiteindelijk de vonk die de elektrische industrie zal doen exploderen?

Denkrichtingen

Uiteraard zijn er al meerdere denkrichtingen voor het snel beschikking hebben tot een volle accu. Bij motorfietsen is het bijvoorbeeld ook een optie om even een accu te wisselen. Bedrijven zoals bijvoorbeeld Kymco zijn hier ook mee bezig. Leuk, maar geen structurele oplossing wellicht aangezien het accu wisselen bij auto’s iets ingewikkelder ligt.

Voor het Israëlische bedrijf ElectReon, echter, is de oplossing voor de ‘angst’ om de actieradius te vergroten, het onderweg opladen. En hoe maak je dat mogelijk? Door van uw snelweg een gigantisch oplaadplatform te maken. Het afgelopen jaar hebben we gehoord dat ElectReon werkt aan de “slimme snelweg”, uitgerust met inductieve oplaadkussens in het midden van de baan, onder het oppervlak.

Inductie

Inductief opladen is al een tijd beschikbaar voor draagbare apparaten – je kunt inductieve oplaadpads kopen die je telefoon kunnen opladen door de telefoon eenvoudigweg op de pad te leggen – zonder kabels. Hoewel het nog niet de meest efficiënte oplaadtechnologie is die beschikbaar is – de standaard lader blijft de betere optie voor een snelle oplaadbeurt – kun je wel een powerboost krijgen wanneer je die nodig hebt.

De technologie van ElectReon maakt het ook mogelijk om elektrische voertuigen op te laden terwijl ze in beweging zijn. Of het systeem voldoende energie levert om het voertuig daadwerkelijk op te laden tijdens het gebruik of dat het een kwestie is van de lading te behouden, valt nog te bezien. Hoe dan ook, als er een volledig netwerk van slimme snelwegen zou worden ontwikkeld, zou dit kunnen betekenen dat gebruikers nooit meer hoeven te stoppen, behalve dan voor de gebruikelijke plasstop of broodje bal.

Het bedrijf promoot het feit dat de upgrade goedkoop is en dat er slechts een smal kanaal uit het bestaande wegdek hoeft te worden gesneden waardoor de bedrading voor de oplaadstations zal lopen. Meer dan 800 meter laadinfrastructuur kan in één nacht worden geïnstalleerd. En als we het goed begrijpen kunnen bestaande elektrische voertuigen worden “opgewaardeerd” tot een inductief laadsysteem.

ElectReon heeft het systeem nu met behulp van een Renault Zoe succesvol getest op een stuk weg van 17 meter dat in Beit Yanai, Israël, is geïnstalleerd. Het bedrijf is erin geslaagd een energieoverdracht van 8,5 kW te realiseren en hoopt in de komende weken 15 kW te bereiken. De volgende test zal worden uitgevoerd op een traject van anderhalve kilometer, geïnstalleerd op het eiland Gotland, in Zweden.

Natuurlijk richt het bedrijf zich op dit moment op het openbaar vervoer en auto’s, maar het is niet onmogelijk om te denken dat de technologie uiteindelijk in motorfietsen kan doordringen.

De uitdaging blijft om te zien hoe de technologie presteert en reageert in landen als de Verenigde Staten en Canada. Leiden dramatische temperatuurschommelingen ertoe dat de wegen overuren maken? Daarnaast leidt het gebruik van strooizout vaak tot beschadigd asfalt en daardoor misschien tot een beschadigde oplaadinfrastructuur?

En misschien is het ook wel een combinatie van bovengenoemde denkrichtingen. Misschien is de slimme snelweg in combinatie met batterijwisselstations wel de totaaloplossing en de nieuwe norm voor de elektrificatie van transport. Zo ja, dan zijn we niet meer te stoppen.

Meer Elektrisch lezen?

https://www.motor.nl/motornieuws/sneak-preview-elektrische-motoren-op-motornl-landelijke-motorscooter-testdag/

Huldiging voor ‘Team Brabant’ bij PSV

0
Team Brabant
Koning Willem-Alexander in gesprek met Jeffrey Herlings, Glenn Coldenhoff en Calvin Vlaanderen (vlnr) van het winnende TeamNL op het TT Circuit.

Het was de grap van het weekeinde in Assen. Niet TeamNL had de Motocross of Nations gewonnen, maar Team Brabant. Daarbij uiteraard referent aan het feit dat Glenn Coldenhoff, Jeffrey Herlings en Calvin Vlaanderen allemaal ‘iets’ met deze provincie hebben. Niet zo vreemd overigens, want als ergens de cross leeft dan is het wel in… Juistum.

Skybox

PSV Eindhoven heeft geheel toevallig ook iets met Brabant en dat geeft een band. Daarom worden de drie MXoN-helden aanstaande zondag gehuldigd tijdens PSV – VVV door Toon Gerbrands, algemeen directeur van PSV. De bedoeling is dat dit in de rust gaat gebeuren. Daarnaast mogen de drie vanuit een skybox de eredivisiewedstrijd volgen.

Overigens is ook Roan van de Moosdijk, die samen met Calvin streed om de MX2-plaats in het team, erbij en dat maakt het dan direct vier Brabantse crossers.

Foto: ANP

Einde van de AppCrash? Dank u slimme camera

0
Mobiel in de hand

Zou het dan eindelijk afgelopen zijn met die appende koekblik-bestuurders die ons motorrijders compleet missen op de weg door het bijwerken van hun sociale status – of erger nog – het uitzoeken van een nieuwe vriend of vriendin? Laten we het hopen. Het was namelijk al slecht gesteld met de oplettendheid van automobilisten dankzij fouten in het korte termijngeheugen, dus ruimte voor extra afleiding is er niet echt. Gelukkig deelt de lange arm in Nederland onze mening. De oplossing? Een nieuwe slimme camera.

Sinds gisteren zet de politie slimme flitsapparatuur in om automobilisten met een telefoon in de hand te flitsen: “Door middel van kunstmatige intelligentie herkent de nieuwe camera een bestuurder die tijdens het rijden een mobiel apparaat in de hand houdt. Dat kan van alles zijn: een telefoon, tablet of een navigatiesysteem. De camera maakt een foto van de overtreder en het kenteken van het voertuig. Een agent beoordeelt vervolgens of de camera een juiste constatering heeft gedaan. Als dit inderdaad het geval is, gaat er een melding naar het Centraal Justitieel Incasso Bureau en krijgt de kentekenhouder de bekeuring van €240,- automatisch thuis.”

Momenteel is de camera alleen nog mobiel inzetbaar en alleen de landelijke eenheid van de politie en de politie-eenheid Midden-Nederland gebruikt hem nog. Daarnaast controleert de politie ook op de ‘ouderwetse’ manier of automobilisten zich wel aan de regels houden. En wellicht overbodig om te noemen, zeker voor ons motorrijders: ,,De aandacht bij het verkeer houden is belangrijk. Afleiding kan namelijk levensgevaarlijke gevolgen hebben. Er vallen nog te veel doden en gewonden in het verkeer in het algemeen en door afleiding in het bijzonder”, aldus projectleider Egbert-Jan van Hasselt.

Icoon: Benelli Tornado

0

In 1999 werd de Tornado met de nodige Italiaanse bravoure geïntroduceerd. Een driecilinder waarmee Benelli hoge ogen zou gaan gooien in het World Superbike kampioenschap. Daarvoor moest Benelli echter wel 150 homologatie-exemplaren verkopen, en dat bleek een probleem. De WSBK-organisatie zag dit door de vingers, maar voor 2002 moesten er dan toch écht 150 worden verkocht.

40.000 euro

Daarvoor werd een LE-versie in het leven geroepen, een gelimiteerde oplage waarvan er via internet 150 werden verkocht. De prijs liep tegen de € 40.000. Slik. In 2003 kwam er een betaalbare versie voor de gewone man, de ‘gewone’ Tre. Een simpele voorvork, schokbreker en doodnormale gietwielen maakten het geheel een stuk minder begeerlijk. Maar tóch, die ventilatoren onder de kont, het schreeuwende driecilinderblok en de werkelijk goede stuureigenschappen maakten het een bijzonder geheel.

Problemen

Hoewel het dealernetwerk van Benelli problemen kende, werden er van het eerste productiemodel wel de nodige exemplaren verkocht. Het haperende dealernetwerk bleek alleeen voor de motorrijder die op goed vertrouwen een Tornado kocht, een probleem. Want problemen met de haperende injectie en daarmee samenhangend enorm hoog benzineverbruik, defecte koppelingen en verf die letterlijk van de kuip viel, zorgden ervoor dat de eigenaren om de haverklap bij de dealer stonden. De problemen werden al gauw wereldwijd bekend en dat deed de verkoop van meer Tre’s natuurlijk geen goed.

De Tornado kreeg de naam een echte karakterbak te zijn en dit heeft ‘m uiteindelijk de das omgedaan. Benelli heeft de verkoop nooit weer uit het slop weten te trekken ondanks dat ze eind 2005 nog een 1130-uitvoering introduceerden. Deze zou de Tornado-serie een nieuwe start geven, maar zo ver kwam het helaas nooit. Benelli kwam in serieuze geldproblemen en eind 2009 werd de productie gestopt.

Motorfiets van details

Toch is de Tornado een motorfiets die een eigen plekje in de motorhistorie verdient. Niet vanwege z’n tumultueuze verleden, maar vanwege al z’n fraaie details en het lef om uit de ban te springen. Het fantastische uitlaatgeluid van de driecilinder en de vooruitstrevende vormgeving spelen daarbij een rol, maar de belangrijkste onderscheidende details zijn toch de ventilatoren onder de kont.

Verplaatsing

Dit was een gevolg van de plaatsing van het motorblok: deze was voor een goede gewichtsverdeling erg ver naar voren geplaatst, waardoor ze ingenieurs geen plek voor de radiator konden vinden. Uiteindelijk plaatsten ze deze onder het duo-zadel, en werden de ventilatoren bedacht om het geheel te laten werken. Juist deze noodoplossing bleek uiteindelijk de meest onderscheidende factor te zijn, en heeft ervoor gezorgd dat iedereen zich de Tornado herinnert als ‘die fiets met die ventilatoren’.

Foto’s: Lucas Verbeke

Yamaha opent Yamaha Europe Collection Hall

0

Om het erfgoed in Europa te behouden, heeft Yamaha Motor Europe in Amsterdam (Schiphol-Rijk) de Yamaha Motor Collection Hall geopend. Helden uit de racerij, het management van Yamaha Motor Europe, autojournalisten en sleutelfiguren uit de motorwereld waren op 25 september jl. aanwezig ter gelegenheid van de officiële opening van de Yamaha Motor Collection Hall, met daarin een zeer complete collectie historischer Yamaha’s.

De collectie markeert de inspanningen van Yamaha Motor Europe om zowel de race- als productiegeschiedenis van het merk te bewaren, met een breed spectrum aan belangrijke machines van 1961 tot heden. Naast veel historisch straatmotoren is er een indrukwekkende selectie van legendarische racemachines aanwezig, die stammen uit de begindagen van Dakar tot de laatste circuitmotoren uit het Grand Prix-kampioenschap.

Stephan Peterhansels Dakar-winnende Yamaha YZE750 uit 1991 is te zien naast de YZF-R1 die het 2009 World Superbike Championship domineerde. Motorcrossfans kunnen genieten van vele legendarische racemachines, waaronder Stefan Everts 2006 MX-wereldkampioenschapsmotor Yamaha YZ450F. De evolutie van die machine bracht Adrien Van Beveren in 2015 de overwinning tijdens de l’Enduropale du Touquet.

De Yamaha Motor Europe Collection geeft ook een uniek inzicht in de ontwikkeling van Yamaha, met het MT-03-concept uit 2007. Maar ook andere iconen uit het verleden, zoals de 1961 Yamaha MF1, 1969 YL1 en de 1968 YAS1. Voeg daar de uit 1986 stammende XJ650 Turbo aan toe en de collectie is echt een feest voor de motorliefhebber.     

Tijdens de officiële opening waren volop legendes uit de on- en off-road geschiedenis van Yamaha aanwezig, waaronder Giacomo Agostini, Christian Sarron, Stephan Peterhansel en Stefan Everts. Maar ook Lin Jarvis, de huidige manager van het YART Yamaha EAC Team en Ferry Brouwer, oprichter van Yamaha Classic Racing Team.  

De Yamaha Motor Europe Collection Hall is niet geopend voor het publiek. Motoren uit de collectie reizen door Europa en zijn te zien op verschillende shows en evenementen die worden georganiseerd door nationale Yamaha Motor importeurs.