vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1143

MOTO73 TripTip – editie 19 van 2019

0
Tom Boudewijns Noord Holland Amsterdam-Hippolytushoef

Zoals je gewend bent, hebben we ook dit oneven nummer van MOTO73 een TripTip voor je, verzorgd door Tom Boudewijns. De TripTip gaat dit keer over 184 kilometer van Amsterdam naar Hippolytushoef.

De ‘toeristenstreek van Nederland’, beter kan de omgeving van de startplaats niet worden omschreven. Amsterdam, Marken, Monnickendam, Ilpendam, Zaandam, Twisk en Den Oever, je komt er allemaal. Mooie gebieden en pittoreske plaatsen met watertjes en veel houten woningen
liggen in het Noord-Hollandse land verspreid. Je kunt er authentieke stolpboerderijen bekijken en er zijn natuurlijk de Zuiderzeewerken.

(tekst gaat verder onder foto)
Tom Boudewijns Triptip Noord-Holland Masterdam-Hippolythushoef

Deze TripTip is te downloaden in de formats Track, .gpx en .itn. Downloaden doe je door hier te klikken.

Het complete overzicht van alle routes van de MOTO73 TripTip vind je hier.

Foto: Tom Boudewijns

Op bezoek bij San Diego Harley-Davidson

0

Gisteravond was MotorNL op bezoek bij de benefietavond van San Diego Harley-Davidson. De avond stond in het teken van de 2020-modellen van Harley-Davidson, die we vandaag en morgen rijden in en om San Diego in Californië. Alleen ontkom je er op 11 september niet aan even stil te staan.

Zodoende gaf eigenaar New York Myke – zoals de Vietnam-veteraan door het leven gaat – een machtige toespraak over het belang dat wat er op die 11e september in 2001 in New York City, Washington D.C. en het uiteindelijke weiland in Pennsylvania gebeurde, nooit meer mag gebeuren. Belangrijker nog was het goede doel dat San Diego Harley-Davidson bij de avond betrok.

De Stephen Siller Tunnels To Towers Foundation kon namelijk op een grote donatie rekenen. De stichting Tunner To Towers is opgericht in naam van Stephen Siller. Siller was een brandweerman uit Brooklyn in New York, die op 11 september klaar was met zijn dienst en op weg was naar huis, toen het eerste vliegtuig insloeg. Hij twijfelde geen moment, reed terug naar de kazerne en haalde zijn spullen. Dat hij uiteindelijk uit veiligheidsoverwegingen de tunnel van Brooklyn naar Manhatten niet in mocht met zijn bus, deerde hem niet – hij had een plicht te doen. Siller trok zijn brandwerende kleding aan, pakte zijn spullen en ging te voet de tunnel door richting Ground Zero. Siller zou het einde van dag niet halen.

Ter ere van de gesneuvelde brandweerman werd de stichting in het leven geroepen om geld in te zamelen. Dat geld wordt ingezet om gewonde leden van de hulpdiensten en nabestaanden te helpen, onder meer door aangepaste huizen te bouwen.

Pret en gekkigheid

Het herdenken van 11 september en het steunen van Tunnel To Towers Foundation waren dan wel het speerpunt van de avond, maar een avondje met motoren is niet compleet zonder wat pret en gekkigheid. Sowieso staat de immense dealer – de werkplaats is alleen al bijna 2000 vierkante meter groot – lokaal bekend als een trefpunt ten top. Als de op vijf na grootste Harley-dealer van Noord-Amerika, weten ze wel wat een feestje bouwen is.

Laten we zeggen dat het nog lang onrustig bleef aan de Morena Boulevard in San Diego…

Foto’s: San Diego Harley-Davidson
Video: MotorNL

Promotor KouwePotenTocht: de route is verkend

0
KouwePotenTocht - Waterlinie

De route van de jaarlijkse en laatste Promotor clubtocht van het jaar – de KouwePotenTocht – is verkend en goed bevonden. Waar we precies vertrekken, lunchen en dineren houden we nog even geheim. De locaties liggen ergens tussen het Gooimeer en de Biesbosch. Topografisch en histories min of meer goed onderlegde types zouden hieruit een thema kunnen ontwarren. Maar we doen niet flauw en laten je niet in het ongewisse. Het thema voor de KouwePotenTocht  – zaterdag 2 november – zijn de forten van de Hollandse Waterlinie.

De Hollandse Waterlinie loopt grofweg langs de randen van het Groene Hart. De route – zo’n 220 km – voert je langs zoveel mogelijk forten en vermijdt waar mogelijk doorgaande wegen door verstedelijkte gebieden. De KouwePotenTocht moet een gedenkwaardige laatste Promotor Clubtocht van 2019 worden.

Meer verdieping van de route

In Promotor 8 – bezorgdatum 4 oktober – staat een uitgebreid verslag over de rit langs de Hollandse Waterlinie. Ben je ervan overtuigd dat dit een klasserit wordt, kun je je al inschrijven voor de rit op www.promotor-reizen.nl. Promotor-abonnees betalen €55,-, niet-abonnees betalen 15 euro meer.

kpt_2019_route_ovb

Kawasaki Z650 test

0

Ad test de Kawasaki Z650 in Nederland. Het model is in drie jaar niet gewijzigd. Houdt de Kawasaki Z650 desondanks stand tussen het geweld van andere concurrerende motoren.

Bekijk hier de Kawasaki Energy Run met de Kawasaki Z650

Stelvio: de pas die alles heeft op 2.758 meter

0

‘Bratwurst! Salcisse! Sauerkraut!’ zingen de twee Italiaanse worstverkopers de voorbijgangers toe. ‘Wo kommen Sie her?’ vraagt een van hen als ik belangstelling toon. ‘Ah, Holland! Lekker broodje worst?’ laat hij er bijna accentloos op volgen.

‘You speak Dutch?’ vraag ik.

‘No, I speak Bratwurst! In acht talen!’

Geen wonder, bovenop de Stelvio komen ze half Europa tegen. Zelfs nu de pas even in de wolken ligt, rijden motorrijders af en aan. Duitsers, Italianen, Zwitsers, Oostenrijkers natuurlijk, maar ook Engelsen, Fransen, Scandinaviërs, Belgen en Nederlanders. De Stelvio heeft dan ook alles. Het is niet alleen een van de allerhoogste passen (2758 m), maar hij heeft ook de grandeur, de reputatie, de omgeving en de historie van een absolute topper. En niet te vergeten: de hoogst gelegen geldautomaat van Europa.

De Stelvio werd van 1822 tot 1825 aangelegd in opdracht van de Oostenrijkse keizer Ferdinand I om Wenen met Milaan te verbinden. De geniale ingenieur Carlo Danegani maakte er een ongekend groots bouwwerk van dat nog altijd imponeert. Het beroemdste deel, het noordoostelijke, telt 48 mooie haarspeldbochten, die – vaak steunend op hoge muren – een hoogte van 1972 m overbruggen. Het minder bekende zuidwestelijke deel, dat naar Bormio loopt, doet er niet zo heel veel voor onder: 39 haarspeldbochten en een verval van anderhalve kilometer. Aan de ingenieur is bovenop de Stelvio een museum gewijd.

Luier om

Vlakbij dit museum kom ik de Nederlanderse Paul, Kevin en Sandra tegen. Voor Paul is het de eerste keer dat hij in de Alpen rijdt en vooral de haarspeldbochten vallen hem niet mee. En dan zit je op de Stelvio niet lekker. We proberen het uit te leggen: Kijken, terug naar 2, soms zelfs 1, ruim erin, krap eruit, gas erop, klein beetje doseren met de achterrem, en vooral: niet te veel nadenken. Paul wordt er niet wijs uit. Maar later mailt hij dat hij de slag na een aantal passen te pakken kreeg. Zijn advies: luier om en gewoon gaan.

De Stelvio biedt nog meer uitdagingen dan de 87 haarspeldbochten. Vanaf de top kun je bijvoorbeeld naar hotel-restaurant Tibet rijden, dat tegen de achtergrond de vergletsjerde Ortler (3905 m) op een verdwaald stukje Himalaya lijkt. Voor degenen met hoogtevrees is het asfaltweggetje van 200 m enger dan de hele pas. Maar je hebt er een fantastisch uitzicht over de haarspeldbochten en het ligt op een hoogte van 2800 m – volgens de eigenaar. Om misverstanden te voorkomen: restaurant Tibet is geen Chinees.

Verduivelde crosser

Het kan nog gekker. Achter de grote parkeerplaats van de hotels loopt een onverhard weggetje van 2 km naar het Ortlerhaus (3030 m). Het zou goed te doen zijn, behalve het eerste stukje. Direct na een haakse bocht ligt namelijk een onverhard hellinkje van 35 % voor je neus. Naar boven zal nog lukken, maar zie maar eens terug te rijden over het losse gesteente zonder uitloop. Met de nattigheid waag ik het er niet op. Het schijnt trouwens ook niet meer toegestaan te zijn.

Aan de andere kant van de top loopt een steil wandelpad omhoog naar de Dreisprachenspitze (2843 m). Tot na WO I was dit een drielandenpunt – Italië, Zwitserland, Oostenrijk – nu is het een drietalenpunt: Italiaans, Duits en Retoromaans. Hier mag en kan je absoluut komen met de motor. En toch zie ik er ’s avonds weer zo’n verduivelde crosser tegenop ploeteren. Twee keer slaat zijn motor af en vrees ik dat hij van de berg zal glijden. Toch bereikt hij de top en keert ongeschonden terug.

Umbrailpas

Veel haalbaarder, legaler en eigenlijk ook interessanter is een uitstapje naar de Zwitsers Umbrailpas, die een paar kilometer ten westen van de Stelviotop begint. Met zijn 2503 m mag de Umbrail zich de hoogte asfaltpas van Zwitserland noemen. Toch heeft de weg dwars door het woeste en onbewoonde Braulio-dal ook een aantal onverharde kilometers. Maar die zullen geen probleem opleveren – fantastische uitzichten des te meer. Lastiger is de scherpe afdaling tegen een beboste helling. Hier liggen de haarspeldbochten zo dicht op elkaar, dat sommige automobilisten moeten steken om er doorheen te komen. Door de steilheid en de bomen zie je zo ook niet aankomen.

Dus hoe je de Stelvio ook bekijkt en berijdt: van alle kanten wacht een avontuur.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Alpentoppen.GPX”]

 

Peter Oey : ‘Geen reisdoel: de reis als doel’

0

Begin jaren tachtig reist Peter Oey met vriendin – nu zijn vrouw – Ineke naar Springfield, Massachusetts in de Verenigde Staten om van daaruit op een Honda CX 500 een motortocht te maken naar Zuid-Amerika. Zonder ervaring, zonder uitrusting, gewoon gaan.

Tekst mark Litjens, foto’s Andrew Walkinshaw

“We vertokken in Springfield in oktober. Best al fris. Gewoon niet bij stil gestaan. Je kon toentertijd ook niet even checken wat voor weer het zou gaan worden. Tijdens de rit werd het steeds kouder, vooral in de bergen. We hadden geen motorkleding, ook niet iets echt warms. Op een gegeven moment hield ik de duimen maar achter de handvatten om ze uit de koude wind te houden. Dat hielp een beetje. Maar als ik moest stoppen, vielen we vaak om. Door kou en stijfheid. En gebrek aan ervaring. Ik was 21 en wat had ik nou gereden op een motor? 5 lessen, daarna examen gedaan. Dat was het zo’n beetje.

Vergissing

“Al snel kwamen we er achter dat we ons hadden vergist in de afstanden. Die waren groter dan gedacht. Zuid-Amerika viel daarom al snel af als reisdoel. Waar we wel zouden eindigen, was niet meer belangrijk. De reis werd ons doel. Gewoon genieten. Achteraf hebben we 18.000 kilometer gereden in vijf maanden tijd.

“Net voor Houston stopte onze Honda er mee. Gelukkig woonde ook hier familie en kon de motor naar de garage. Uitgerust, warm en met een gerepareerde motor ging het een week later verder richting zuiden, van Houston naar de Mexicaanse grens, langs de kust van de Golf van Mexico. Halverwege, bij Corpus Christi, liggen eilanden in de Golf en daar wilden wij overnachten. Rijden we over een drie kilometer lange brug naar zo’n eiland, houdt de Honda er halverwege weer mee op. Anderhalve kilometer duwen. Terwijl we in de verte een orkaan zien aankomen. Komen we aan het eind van de brug, staan we voor een militair complex en kunnen we niet verder. De militair bij de poort zei dat we via een andere brug moesten rijden. Maar met een kapotte motor en een orkaan op komst, zaten we daar niet echt op te wachten. Op dat moment begint Ineke te huilen. Blijkbaar hard genoeg om de militair toch overstag te laten gaan. Ineens staat er een pick-up truck bij de poort. Motor achterop, ik er naast om hem vast te houden. Wat overigens een hele toer is, want hij zat verder nergens aan vast. Aan de andere kant van de basis, op het eiland, worden we gedropt in een of ander ‘bikerhome’.

Harley – Honda

“Dat was even schrikken. Stoere Harley-rijders die een beetje raar naar onze Honda keken. Dat we onze avontuurlijke reis door Amerika zelf betaalden, leverde respect op van de mannen,die vervolgens onze motor repareerden. Uiteindelijk logeerden we een week bij deze blowende en snuivende bikers en werden we uitgenodigd op de verjaardag van leider Bruce, die een paar vrouwen kreeg op zijn verjaardag. Zo’n feestje dus. Verbazingwekkend en heel spannend.

“Vanuit Corpus Christi was het nog een paar uurtjes rijden naar Matamaros, achter de Mexicaanse grens. Op de een of andere manier dachten wij dat het daarna wel mooier weer zou worden. Niet dus. Regen, regen, regen. Heel veel regen. Dagen achter elkaar. Via Ciudad Victoria ging het steeds zuidelijker om uiteindelijk aan te leggen in San Miguel de Allende. Hier kwamen we een ander motorstelletje tegen, hij Italiaan, zij Zwitsers en met hun zijn wij uiteindelijk naar Mexico-Stad gereden. Onderweg hebben we nog iets heel bijzonders gegeten, bij een stalletje waar ze iets uit een koeienschedel schepten en op de bakplaat legden. Koeiehersenen. Heerlijk! Maar daarna hebben we gedrieën om de w.c. gevochten. Ineke had als enige niks gegeten.

Telefoon

“In de grote stad kregen we voor de eerste keer in ruim twee maanden de kans om naar huis te bellen. In die tijd nogal een hele gebeurtenis. Ergens achterin een groot warenhuis stonden twee telefooncellen, eentje voor internationaal bellen. Het was 2 januari, de verjaardag van mijn moeder. Natuurlijk moest de hele familie even aan de telefoon, wat uiteindelijk een rekening van 150 gulden opleverde. Zo ging dat toen, nu ondenkbaar. Onderweg hadden we ook weinig contact met het thuisfront. Alleen via brieven. Ze kenden thuis onze globale route en stuurden dan brieven poste restante naar een postkantoor waar wij langs zouden rijden. Dat was altijd een hoogtepunt, post van thuis. Snel naar een terrasje en lezen. Er liggen vast nog ergens brieven die we niet hebben opgehaald.

“In Mexico-Stad namen we afscheid van onze Italiaans-Zwitserse motorvrienden, maar maakten we meteen kennis met vier Duitse motorrijders. Samen zijn we de vulkaan Popocatépetl opgereden (5.427 m), een van de hoogste bergen van Mexico. Precies op vier kilometer hoogte hadden we een machtig uitzicht: een oranje deken van walm over de stad, daarboven de blauwe lucht.

“Volgend doel was Veracruz, aan de kust van de Golf van Mexico. Rijden we op de doorgaande voorrangsweg, komt er ineens een pick-up truck uit een zijweg. Zo eentje met van die overdreven grote wielen. Ik toeterde meteen, maar dat had ik beter niet kunnen doen. Die gast was blijkbaar op z’n pik getrapt. Hij kwam ons achterna: tegen het verkeer in, via de linker berm en meteen vaartje van zo’n 80 km/u. In Veracruz raakten we hem kwijt en zijn we snel ergens een hotel met een binnenplaats ingedoken om onze motor uit het zicht te houden. Voor de eerste keer in mijn leven echte doodsangst. Ik scheet bagger. Echte machos, die Mexicanen. Pfoehhh.

Gringo Trail

“Via de zogenaamde Gringo Trail, een route die veel door buitenlanders, gringo’s, wordt gereden, zijn we via Mérida en Cancún naar Belize getoerd. Belize City zal ik niet snel vergeten. Wat superleuk was dat. Veel rasta’s, bol van de wiet  en reggae all around! We zijn toen flink het nachtleven van Belize City ingedoken. Toen we de dag er na onze duffe koppen uit de tent staken, viel de muggen aan. Blackflies. Nooit van gehoord, maar ze bijten hard. In een kwartier waren we helemaal lek gestoken. Snel alles op de motor en wegwezen. Naar Guatemala, een trip die ik niet snel meer zal vergeten.

Een modderweg van 250 km, dankzij de regentijd. En niet een beetje modder: zware klei. Al glijdend, glibberend en omvallend hebben we het gehaald. Ineke liep soms achter de motor om hem recht te houden en kreeg dan de volle laag modder over zich heen. We hebben drie dagen, twaalf uur per dag, gereden om 250 km verder te komen. Als je dan weer op asfalt rijdt, dan word je pas echt blij.

“Ondertussen raakte het eten op, net zoals geld en benzine. Tijd voor de terugreis. Volgens planning zouden we in Mexico onze motor verkopen en dan naar de VS vliegen. Bij het binnenkomen van Mexico kregen we echter een visum met daarop de aantekening dat we met een motor waren binnen gekomen. We moesten daar ook het land weer mee verlaten, omdat we anders gigantische importheffingen konden afdragen. Dit hield in dat we helemaal terug naar de USA moesten rijden. Daar was geen geld meer voor. In onze reisbijbel, het South American Handbook, lazen we dat we in Chetumal papieren konden laten vervalsen. Dan konden we daarna vanuit Cancun naar Houston vliegen. Onze vervalser bleek niet zo goed in zijn vak te zijn. Hij gumde gewoon het vinkje bij ‘motor’ weg, maar je zag van honderd kilometer afstand dat dit klungelwerk was. Fijn gevoel als je nog langs de douane moet.

“Tot slot onze motor verkopen, om tickets te kunnen betalen. Dat ging vrij snel, maar even later kwam de koper terug en moesten wij mee. Naar een afgelegen huisje, met een paar flinke jongens. Om de prijs iets te drukken. Heel eng. Ineke begon in eerste instantie te huilen, dat had tenslotte al eerder gewerkt, maar werd meteen daarna heel boos. Zo boos dat je er bang van werd. Ze heeft die grote kerels echt geïntimideerd, want we konden ineens toch gaan. Zonder geld in te leveren.

“Op het vliegveld van Cancun kwam er een einde aan dit deel van onze reis – later zijn we nog door de VS getrokken per bus. Gelukkig was de paspoort- en visumcontrole overbezet op het vliegveld en stond ons vliegtuig op het punt om te vertrekken. Onze vervalsing is nooit opgevallen. Gelukkig. Anders hadden wij er waarschijnlijk nog gezeten.”

Peter Oey is voor het eerst sinds 30 jaar motorloos en dat vindt hij maar een rare ervaring. Het zal daarom niet lang meer duren voordat hij de opvolger kiest van zijn knaloranje Kawasaki KLV 1000. Een lange motorreis zit voorlopig niet in de pen, maar kilometers maken in Nederland en onze buurlanden blijft lonken.

2020 Honda CRF1100 Africa Twin heeft 1.084cc blok

0

In juli presenteerde Honda een video waarin we geplaagd werden met het motto True Adventure. We gingen er terstond van uit dat Honda doelde op de nieuwe CRF1100L Africa Twin. Dankzij certificeringsdocumenten die in Australië zijn gepubliceerd én Motorcycle.com kunnen we er gevoeglijk vanuit gaan dat het ook zo is. Uit de documenten kunnen we het volgende destilleren.

De 2020 Honda Africa Twin heeft 1.084cc blok, er is keuze uit een manuele of een dual clutch transmissies en er komt een standaard versie van en een Adventure uitvoering. Volgens deze documenten produceert het 1.084cc blok 101 pk @ 7.500 tpm. De ‘oude’ Africa Twin deed met z’n 998cc blok 94 pk.

Wordt absoluut vervolgd.

Rossi maakt thuistoer in aanloop naar Misano

0
Valentino Rossi Tavulia Yamaha YZF-M1 The Doctor VR46

‘Als een MotoGP-fiets voor de straat’. Zo worden motorfietsen heel sporadisch nog wel eens omschreven, maar niets komt in de buurt van het echte werk natuurlijk. Dat werd deze week bewezen toen Valentino Rossi een thuistoer door Tavulia maakte op zijn Yamaha YZF-M1. Valentino Rossi’s ereronde hadden we eigenlijk pas verwacht bij het naderen van het einde van zijn carrière maar de Italiaan gaat onverhinderd door in de Koningsklasse. Het hele feestje was overigens natuurlijk niet geheel spontaan maar werd georganiseerd in aanloop naar de MotoGP-ronde van San Marino op het circuit van Misano.

Tavulia

Het dorp waar VR46 opgroeide ademt ‘Valentino Rossi’. De man wist het dorp op de kaart te zetten als een soort tweede Santiago de Compostella. Een bedevaartsoord van jewelste. Met een pizzaria, fanshop en – op kleine afstand van het dorp – de VR46 Ranch is er voor toeristen meer dan genoeg te beleven. Toch is de Yamaha-coureur niet heel erg vaak in het openbaar te zien in het dorp. Dat kan ook natuurlijk niet met een druk reisschema als het zijne. Leuk is het dan ook om te zien dat de ouwe Doctor tijdens zijn ereronde zichtbaar schik heeft. Het lijkt net werken!

Álle foto’s van de dag vind je op MotoGP.com.

Valentino Rossi Tavulia San Marino Misano The Doctor VR46 Yamaha YZF-M1

Foto’s: Diego Sperani

Amerikaanse spier: Indian presenteert grotere Thunder Stroke 116

0
Indian Thunder Stroke 116

Bigger is altijd beter volgens een goed Amerikaans gezegde. Dat motto heeft Indian ook gehanteerd bij de doorontwikkeling van hun Thunder Stroke V-twin. De gloednieuwe Thunder Stroke 116 die het merk presenteert is namelijk één grote Amerikaanse spier.

Langzaamaan komt er steeds meer nieuws naar buiten over de modellen die we volgend jaar mogen gaan verwelkomen op onze wegen. Zo presenteerde Indian vandaag al flink wat nieuws over de vernieuwingen die de ‘heavy’ line-up zal gaan ondergaan komend jaar. Het belangrijkste feit dat we in dat bericht lezen is dat het Thunder Stroke motorblok vernieuwd wordt. Die V-Twin die in de Roadmaster-, Chieftain-, Chief- en Springfield-modellen wordt gebruikt groeit flink.

116

Van 111 kubieke inch wordt namelijk 116 gemaakt wat neerkomt op een cilinderinhoud van 1.901 cc. Dat maakt van het blok ook direct de grootste luchtgekoelde V-Twin die het bedrijf ooit heeft geproduceerd. Of ja, hij was er eigenlijk al. Als upgrade dan van het 111-blok. Nu komt hij echter af-fabriek al in het frame van je zware tour Indian te hangen. Het blok wordt geïntroduceerd in de Springfield Dark Horse, Chieftain, Chieftain Dark Horse, Chieftain Limited, Chieftain Elite, Roadmaster én Roadmaster Dark Horse.

Een hele rits! Dat motorblok heeft overigens de bekende slimme technieken die de 111 ook al had. Voornaamste trucje is dat de achterste cilinder – die dus onder het zadel uitkomt – automatisch uitgeschakeld kan worden als de motor te warm wordt en stil staat, voor een verkeerslicht bijvoorbeeld. Precieze specificaties van het blok hebben we nog niet ontvangen. Het enige dat we tot nu toe kunnen melden is dat de 116 liefst 168 Nm koppel zou genereren. De 111 levert ‘maar’ 151 Nm koppel bij 3.000 tpm.

Infotainment

Naast dat blok wordt ook het infotainment-gebeuren vernieuwd. Ride Command wordt geïntroduceerd, Indians kijk op connectiviteit voor je smartphone. Het zeven inch scherm blijft onveranderd maar heeft een quadcore processor meegekregen om de bediening te vergemakkelijken en laadtijden te minimaliseren. Nieuw is weer- en verkeersinformatie en voorspellende bestemmingsplanning wat zou werken ‘zoals Google dat doet’.

Wat dat precies betekent is ons nog niet helemaal duidelijk geworden uit het persbericht. Van onze smartphone weten we dat Google zo nu en dan een pushbericht stuurt om aan te geven dat er vertraging is op onze vaste route. Ook krijgen we zo nu en dan een melding om naar huis te rijden, steeds rond hetzelfde tijdstip dat we dat normaal zouden doen. Een slimme voorspelling van het systeem dus. Wellicht dat we zulke meldingen ook op de Indians kunnen verwachten.
Foto: Indian Motorcycles

Vergeet-mij-nietje: Honda X4

0
Vergeet-mij-nietje: Honda X4

Het duurde meer dan vijftien jaar voor Honda de tik van Yamaha’s V-Max te boven was en met een antwoord op de proppen kwam. Dat antwoord heette de Honda X4, en die X4 kon nog geen krasje op het succes van de V-Max zetten. Om die reden vergaten we de Honda X4 compleet. Een Vergeet-mij-nietje van de buitencategorie dus.

Men neme een redelijk langgerekte naked met cruiser-achtige lijnen, dicht achterwiel, een luie hoek voor het balhoofd en een recht dragrace-stuur erbij. Ter aandrijving moest er een veel te groot blok komen, waarbij het koppel tussen de blokdeksels uitloopt. Zo zullen ze bij Honda de V-Max van Yamaha geïnterpreteerd hebben. De Honda X4 vinkt al die noodzakelijkheden zonder schroom af, en toch sloeg hij nooit heel erg aan.

De vraag is of dat raar is, want zeg nou zelf; de V-Max kennen we allemaal, maar echt gigantisch veel rijden er nou ook weer niet rond. Maar wel meer dan van de X4. Met reden.

Destillatie

Honda deed met de X4 wat Honda het best doet; een motor bouwen die meteen goed voelt. Alleen al op het oog. Afwerking is voor elkaar, de motor straalt een bepaalde rust uit en alles lijkt gemaakt alsof het tot het einde der dagen mee moet gaan. In het rijden werd de X4 ook geroemd voor het immer aanwezig koppel, prima rijeigenschappen en uitgekiende remmerij. Laat het maar aan Honda over om de formule van een maniakale powercruiser van de concurrent te distilleren.

Vergeet-mij-nietje: Honda X4

Helaas liet iemand tijdens genoemd destillatieproces per ongeluk de nagel aan de doodskist van de X4 in de mix vallen. Of ja, het gehele destilleren nekte wat de V-Max had moeten doen vergeten.

Yamaha stopte met de V-Max de ‘zin’ terug in ‘waanzin’.

De Honda X4 heeft bijna net zo veel vermogen en zelfs meer koppel dan de V-Max en de X4 is nog lichter ook. De rationele aanpak dus, zoals we dat van Honda gewend zijn. Alleen was juist het omarmen van het totaal irrationele wat de Yamaha V-Max tot een begeerlijke motor maakte. Yamaha stopte met de V-Max de ‘zin’ terug in ‘waanzin’.

Zie het een beetje als de Grands Prix begin jaren negentig. Na vier jaar van totaal waanzinnige rivaliteit tussen Wayne Rainey en Kevin Schwantz – waarbij Rainey in 1990, 1991 en 1992 de titel won en Schwantz in 1993 – kwam Honda met het alternatief. Dat alternatief heette Mick Doohan. Zeg maar gerust dat Doohan onbetwist de betere coureur was, maar vijf jaar op rij de titel binnenslepen; een beetje saai is het wel. De chaos, de rivaliteit en de waanzin van Rainey en Schwantz – dat was de Yamaha V-Max. Mick Doohan was de Honda X4 – beter, maar niet per se het meest aantrekkelijke.

Hoogglans gepolijste diamant

Gelukkig was niet alles verloren voor de Honda X4. Het jaar na de introductie kwam het blok ook terug in Honda CB1300 Super Four – die overigens, net als de X4, nooit voor de Europese markt bedoeld was. De Super Four-noemerloze CB1300 die daar weer na kwam kregen wij hier wel officieel. De X4 kwam via de grijze import mondjesmaat deze kant op en genoeg liefhebbers zagen de tot een hoogglans gepolijste diamant voor wat hij waard was. In Duitsland heeft de X4 dan ook nog altijd een immens aantal cultvolgelingen, maar in Nederland tref je ze eveneens zelden in slechte staat.

Vergeet-mij-nietje: Honda X4

De Honda X4 is een liefhebbersmotor geworden en de prijzen van een tweedehandsje zijn met zo rond de 5.000 euro (met, pak hem beet, een halve ton op de teller) nog best te behappen. Die gedoodverfde concurrent van het merk met de gekruiste stemvorken gaay voor vergelijkbare prijzen van de hand

Maar ja, dan heb je ‘maar een V-Max’. Die zijn er zo veel. Nee, dan een Honda X4!

Foto’s: Honda