vrijdag 24 april 2026
Home Blog Pagina 1147

MrGPS: Smartphone als routeplanner en routes uitwisselen

0

Of je nu met één man rijdt of met een hele groep en of je nu met een Garmin rijdt of met een TomTom, je wilt ervoor zorgen dat je allemaal dezelfde route in je apparaat hebt. Natuurlijk is het dan het gemakkelijkst om de route van tevoren via een e-mail aan elkaar te sturen. Dat lukt echter niet altijd. Vaak moet de route bij de start worden geladen, waarbij er meestal zelfs geen computer aanwezig is.

Hans Vaessen

De simpelst uit te leggen oplossing is om op dat moment te werken met een (micro-)SD-geheugenkaartje (niet groter dan 32 Gb!). Zet op dat kaartje, volgens de MrGPS-methode, de route als gpx-bestand (liefst als een track dus). Plaats dat kaartje in het toestel waar de route in moet komen (zowel Garmin als TomTom) en importeer de track op de gebruikelijke wijze. Nu is het een beetje gepiel om telkens dat SD-kaartje te verwisselen, zeker als je met een grote groep bent. Bij de recente Zümo’s en de Rider 4xx kun je de route echter ook via Bluetooth van toestel naar toestel versturen. Wel zo gemakkelijk. Alleen: dat lukt niet van Zümo naar Rider en ook niet met de Rider 550 (die met een andere Bluetooth-techniek werkt).

Mocht je werken met een route in plaats van een track en aan de start vanuit Basecamp routes in de toestellen van deelnemers zetten, dan moet je in Basecamp (bij elk nieuw gekoppeld toestel) bij ‘Opties’ – ‘Toesteloverdracht’ telkens het vinkje bij ‘Pas de route aan’ even weghalen. Anders is de kans op afwijkingen groot. Werk je met de track, dan is dat ‘vinkje’ geen probleem.

Meer mogelijkheden

Er zijn echter meer en gemakkelijkere mogelijkheden om onderweg routes te laden. Vooral bij de TomTom Rider, maar ook bij de nieuwste Zümo 396.

Bij die laatste is het mogelijk om via e-mail, WhatsApp, Facebook et cetera, een gpx-bestand te versturen, dat je vervolgens opent in de Garmin Smartphone-link-app. Vanuit die app stuur je de route via Bluetooth naar het gekoppelde Garmin-toestel.

Let op: dit werkt alleen bij de Zümo 346 en 396. In de eerste Promotor van dit jaar schreef ik er al over en vertelde dat het ook met de Zümo 595 mogelijk zou zijn (en met een trucje zelfs met de 590). Dat klopte op dat moment wel, maar helaas! Garmin heeft de daarvoor benodigde update vanwege technische problemen enkele weken later weer ingetrokken. Bovendien: Garmin heft inmiddels bevestigd dat die update definitief niet opnieuw zal verschijnen. Ergo: met de 595 is dit niet mogelijk en zal het ook niet meer mogelijk worden. Inderdaad, dat is erg teleurstellend, maar ik vrees dat ik er niets aan kan veranderen. Mijn excuus als ik de Zümo 595-gebruikers blij heb gemaakt met een dode mus.

Bij de TomTom Rider werkt het anders en eigenlijk gemakkelijker. Cruciaal is dat je zorgt dat de route eerst in MyDrive staat. Dat kan, doordat je de route ontwerpt in MyDrive, maar ook door het uploaden van een gpx-track. Dat kan alleen in de webversie van MyDrive, niet in de MyDrive-app. Op je telefoon kun je eventueel echter ook de webversie openen in plaats van de app. Staat die route in MyDrive, dan kun je kiezen voor ‘Delen’. Dat kan via e-mail of Facebook, maar je kunt ook gewoon de link knippen en bijvoorbeeld in een WhatsApp-bericht plakken. Klik je op je telefoon vervolgens op die link, dan kun je op dat moment kiezen voor ‘Toevoegen aan mijn routes’. Bij de route kun je vervolgens de synchronisatie aanzetten en voilà: hij staat in je toestel! Dit werkt zowel voor de Rider 4xx als de 5xx.

Tip: rij je vaak met dezelfde groep, maak dan een WhatsApp-groep aan en verstuur zo de route, zowel het gpx-bestand als de link naar MyDrive. Dan kan ieder met een modern Rider of Zümo 396 op elk moment, zonder computer, de route in het toestel laden.

Spannende route

Nog een extra tip voor de TomTom-rijders, maar ook interessant voor Garmin: zoals bekend kun je in de Rider ook heel makkelijk een paar punten op de kaart aantikken en zo even snel een ‘spannende route’ maken die automatisch de voorkeur geeft aan, zeg maar, de boerenweggetjes. Zo’n route kun je echter niet delen of opslaan. Prima geschikt een groep.

Wat je echter ook kunt doen, is zo’n spannende route plannen op je telefoon. Tip: tegenwoordig zie je de meeste mensen, als ze ergens zitten te wachten, hun telefoon pakken om bijvoorbeeld de mail of Facebook te lezen, maar het is natuurlijk veel leuker om op z’n moment even een leuk avondritje met je maten voor te bereiden en die meteen als link aan ze door te sturen…

Het werkt heel simpel, eigenlijk precies hetzelfde als in MyDrive Web. Je gaat naar ‘Plan route’:

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens klik je op de motor en natuurlijk voor de spannendste route (vergeet niet om eventuele onverharde wegen uit te schakelen):

 

 

 

 

 

 

 

Geef vervolgens aan hoeveel hoogteverschil en bochten je wilt en of het een rondrit moet worden:

 

 

 

 

 

 

 

Tik een paar keer op de kaart om viapunten in te geven en tot slot (dat moet je even weten) op het pijltje geheel rechts onderin om de route op te slaan met een eigen naam:

Tot slot zet je het schuifje bij ‘Synchroniseer’ aan en… de route staat in je Rider.

Ook op de computer

Ga je nu naar mydrive.tomtom.com, dan zul je zien dat de route ook daar is terug te vinden. Niet alleen kun je dan de route bijvoorbeeld verder bewerken, maar ook downloaden als gpx-track. Als je die gpx op een SD-kaart zet, kun je hem zelfs met een stokoude Zümo 550 gewoon gaan rijden.

Tot slot: nieuw is dat je je route ook kunt toevoegen aan de community. Dat kan dus ook achteraf, waarbij je ook onderweg gemaakte foto’s kunt toevoegen, een categorie kunt aangeven en kunt aanvinken dat je de route echt hebt gereden. De combinatie van die aspecten draagt bij aan de kwaliteit van de database van de TomTom Roadtrips (die je ook via de MyDrive-app kunt raadplegen en waarmee je precies hetzelfde kunt als hierboven beschreven).

MrGPS: Ik ben er klaar mee!

0

Tsja.. zoiets horen we wel vaker als het gaat om gebruik van een GPS. Vooral bij garmin hebben velen nu en dan de neiging om de haren uit het hoofd te trekken omdat het apparaat (of Basecamp) niet doet wat men wil. Maar het citaat ‘ik ben er klaar mee’ komt in dit geval toch echt van een TomTom gebruiker.

De noodkreet stond op Facebook, van ene Jos. Met de toevoeging “Ik heb geen zin om uren te besteden aan het beheersen van een onbeheersbaar geheel”. Het probleem betrof niet de TomTom zelf, maar de TomTom routeplanner MyDrive. Opmerkelijk, want Mydrive staat nu juist bekend als super-eenvoudig. Waardoor ging het hier dan tóch mis? Een gebruiker met twee linkerhanden? Die te hoge eisen stelt of gewoon te weinig geduld heeft? Of een fout in MyDrive?

Uiteindelijk geen van allen. Dat Jos in verwarring kwam was niet vreemd. Maar Mydrive deed precies wat het moest doen. Oorzaak was het moment van de dag waarop de route gemaakt werd. Wat was er aan de hand?

Dit is de route die Jos wilde maken:

 

 

 

 

 

 

Maar dit is wat MyDrive er van maakte:

Het programma vertikt het gewoon de gewenste route te kiezen. En hoe meer viapunten Jos plaatste hoe meer spaghetti Jos kreeg. Om gek van te worden!

En tsja.. Wat doe je op zo’n moment? De belangrijkste ‘truc’ is dat je er van uit moet gaan dat het allemaal logica is. Het is wiskunde. Mogelijk zit er ergens een fout in de kaart, mogelijk is er iets anders aan de hand.

Wat je om te beginnen moet doen is de route verslepen naar de gewenste weg. Soms heeft de weg gewoon een hoge ‘weerstand’ voor doorgaand verkeer en heb je gewoon wat extra via’s nodig. Bij de ‘spannende route’ in mydrive is dat meestal echter niet het geval. ‘Spannende route’ geeft immers juist voorkeur aan die kleine wegen; da’s nu net het leuke van Mydrive. Dus er zal iets anders aan de hand zijn. Door met een beetje overzicht en rust de punten te plaatsen kun je wel proberen ‘in te zoomen’ op de plek waar het pijn doet.

In bovenstaande afbeelding is het pijltje het startpunt; de witte stip onderin het eerste viapunt daarna. Maar daar gaat Mydrive met een grote omweg naar toe. Bedoeling was via de weg waar dat pijltje staat te gaan. En heb ook in de gaten: niet alleen wordt die weg niet genomen, maar daardoor ziet de hele route er ineens onlogisch uit. De kunst is om op zo’n moment te concentreren op dat ene puntje, en de andere afwijkingen even te negeren, anders maak je er echt een zootje van. Wat ik nu doe is die witte stip met de linkermuisknop ingedrukt te verplaatsen naar de afslag die ik eigenlijk voor ogen had.

En wat zie je? Ook al zitten we daar vlakbij de aanlooproute: Mydrive weigert gewoon daar linksaf te gaan. Dáár zit de pijn!

Eerste dat ik dan adviseer: het kan zijn dat sprake is van eenrichtingsverkeer. Daar kom je achter door de route om te keren. Dat kan eenvoudig met de knop linksboven:

 

 

Helaas: dat heeft geen effect. Geen eenrichtingverkeer dus. Dat maakt de kans groot dat er ‘gewoon’ sprake is van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen. Maarrrr… misschien geldt die wel alleen voor bepaalde delen van de dag.. Ook daar kun je achter komen, met een trucje.

Voor het overzicht is het dan het makkelijkst even een nieuw browserscherm met mydrive te openen en alleen een punt vlak voor en na het probleempunt te plaatsen. Dat geeft overzicht, want je ziet meteen dat je voor een afstand van een paar honderd meter een route van 14 kilometer krijgt!

En nu, de truc: in plaats van ‘spannende route’ kies je nu voor ‘snelste route’. Daarmee verandert er nog niets, maar bij ‘snelste’ kun je je vertrektijd aanpassen:

 

 

 

 

 

 

Zodra we die hebben gewijzigd in bijvoorbeeld 21.00 ’s avonds mogen we ineens wel linksaf:

 

 

 

 

 

 

 

Met andere woorden: Als Jos deze route ’s avonds ontworpen had was er niets aan de hand geweest. Toch kon hij er niets aan doen dat hij hier tegen aan liep. En deed mydrive ook niets fout: het programma gaat er van uit dat je de route meteen wilt gaan rijden, ziet dat die weg afgesloten is en kiest een alternatief. Door de aard van de omgeving levert dat bovendien een hele flinke omweg.

En het klopt feilloos, want als we de situaties ter plekke in Streetview bekijken dan zien we

 

Belangrijk: een situatie als deze doet zich vaker voor. Niet alleen bij afsluitingen gedurende delen van de dag: ook bij bijvoorbeeld winterafsluiting van passen in de Alpen.

Je zult dan dus even moeten improviseren, bijvoorbeeld door ‘snelste route’ te gebruiken (en handmatige viapunten toevoegen om er een spannende route van te maken. Beetje mee spelen, dan lukt het best. Als je de oorzaak van eventuele problemen maar ziet.

Maar de werkelijke oplossing ligt natuurlijk bij TomTom. Ik zal ze vragen om een mogelijkheid in te bouwen tijdelijke afsluitingen te negeren (zoals dat ook in Basecamp kan) danwel ook bij spannende route een reismoment aan te geven. Als motorrijder zul je immers meestal je routes enkele dagen, af zelfs maanden, tevoren voorbereiden. Dat moet gewoon kunnen. En niet alleen voor Jos.

Motoren zorgen voor ergernissen in de Tour de France

0
Motoren zorgen voor ergernissen in de Tour de France

Het zou verboden moeten worden! Nee, niet Autodrop maar wel de motoren in de Tour De France. Die zorgen voor flink wat ergernissen bij verschillende wielrenners waaronder bijvoorbeeld Bauke Mollema en Niki Terpstra.

We weten natuurlijk dat je in de slipstream van een ander voertuig makkelijker harder kan rijden. Minder weerstand van de wind, zo simpel is het. En ja, als je als professionele wielrenner achter een BMW RT of Yamaha Niken met daarop twee volwassen mannen en een camera met uitzendapparatuur kan gaan zitten dan doe je dat. Niet jouw fout toch dat ze daar rijden? Toch is men daar in het peloton en bij de jury geen fan van. Zulk winstbejag getuigd nou eenmaal niet van de grootste sportiviteit. Motoren krijgen dan ook de instructie om een aantal seconden voor, of gewoon naast, de wielrenners te rijden waar men in de tv-uitzendingen aandacht op willen vestigen.

Afdalingen

Zo ook in de afdalingen die vaak na een zware klim volgen. Een uitgelezen kans om tijd te winnen als eenzame wielrenner die voor het peloton uit fietst. Doe je het slim, dan hoef je niet voor iedere bocht te remmen en kun je dus gang houden. En wat is er slimmer dan goed de remlichten van de cameraman en zijn motorrijder in de gaten te houden. Die motor zit toch een paar tellen voor je. Blijft het remlicht van de motor uit? Dan kun je doortrappen! Kennis is macht, zeker in sport. Geen wonder dan ook dat motoren voor ergernissen in de Tour de France zorgen: iedere vorm van bevoordeling die jij niet krijgt en een andere renner wel is dan natuurlijk voer voor frustratie. Zeker als je helemaal kapot gaat tijdens een afdaling in het wiel van andere mannen die voelen dat ze benadeeld worden door motoren die nota bene door de organisatie worden ingezet om de sport in beeld te brengen.

Foto: ANP

Kurviger.de: Willen we meer of minder bochten?

0

Ik heb het hier wel vaker gehad over routeplannen 2.0. In de zin van alternatieven voor de ‘oude’ programma’s MapSource, BaseCamp en Tyre. Veelbesproken is MyDrive, Routeyou.com en MyRouteapp. Er zijn er nog wel meer, maar die vond ik tot dusverre minder interessant. Inmiddels staat de wereld niet stil en is het echt tijd om kurviger.de aan het rijtje toe te voegen.

Hans Vaessen

Reden dat ik Kurviger tot dusverre niet zo interessant vond, is dat ik niet onder de indruk was van de routering en dat ik de bediening wat onhandig vond. Beide aspecten zijn veranderd en dat maakt Kurviger tot één van de meest interessante online planners van dit moment. En het is nog helemaal gratis ook.

Er is overigens ook een Kurviger smartphone app. Een gratis versie, waarmee je ongeveer hetzelfde kunt als met de webversie. Maar voor 10 euro heb je ook Kurviger Pro en daarmee kun je daadwerkelijk navigeren met je smartphone. Opmerkelijk bij Kurviger is dat ze veel aandacht gegeven hebben aan exportopties en die ook goed uitleggen. Zo kun je bijvoorbeeld kiezen of je een track of een route wilt gebruiken; maar ook de combinatie van beiden. Dat maakt het bijvoorbeeld heel makkelijk een route na te bewerken in Garmin BaseCamp.

Kurviger is open source. Niet alleen de gebruikte kaarten, ook de softwareontwikkeling als zodanig. Dat betekent dat er door een grote groep vrijwilligers aan wordt gewerkt. Deze wisselen van elkaar van gedachten via het Kurviger-forum. Loop je tegen problemen aan of heb je aanvullende wensen dan kun je die op het forum plaatsen. De combinatie vormt een heel krachtige basis voor de verdere ontwikkeling.

Hoe werkt het?

Je gaat naar kurviger.de. Zoals verwacht is de site Duitstalig, maar in de linkerkolom kun je ook Nederlands kiezen. En daar zie je meteen al de betrokkenheid van de community want de vertaling is uitstekend en compleet.

Hou je muisknop ingedrukt en je kunt de kaart eenvoudig verslepen. Met je scrollwiel kun je in- en uitzoomen. En met een goede internetverbinding is de kaartopbouw razendsnel.

Je start en eindpunt kun je invullen in de linkerkolom, maar je kunt ook met de rechterknop op de kaart klikken en daar kiezen voor start, eind of tussenpunt.

Tip: door op de ‘crosshair’ (vijfde knop van boven) te klikken kun je ook ‘gewoon’ achter elkaar punten klikken en stap voor stap je route uitzetten. Heb wel in de gaten dat die punten telkens aan het einde toegevoegd worden. Door met de rechtermuisknop toe te voegen wordt een punt vanzelf op een logische plek tussen de andere punten gezet. De routelijn zelf kun je niet verslepen, maar je kunt wel op de route klikken en de marker verslepen, die dan verschijnt.

Heel belangrijk zijn uiteraard de routeringsinstellingen. Standaard kiest het programma ‘bochtig’ maar er is nu ook een knop ‘extra bochtig’ met daarbinnen bovendien en extra weerstand van de bebouwde kom.

Even een simpel testje:

Met ‘gewoon’ bochtig gaan we dwars door Amersfoort. Met ‘extra bochtig’ is de stad verboden gebied. Weliswaar maak je een flinke omweg, maar dit is toch echt wel een handige optie.

 

 

 

Bochtig:

 

 

 

 

 

Extra bochtig:

 

 

 

 

Kijk… daar kunnen anderen dan weer een puntje aan zuigen! Via ‘meer opties’ kun je bovendien aangeven welke wegsoorten je wilt vermijden en dat je bijvoorbeeld niet tweemaal over dezelfde weg wil toeren.

 

 

 

 

 

 

Een optie die je eigenlijk in geen enkele andere planner tegenkomt, is de ‘snelle bochtige route’. Vooral interessant voor de heen- en terugreis, als je wel wilt opschieten, maar toch een beetje leuk wilt rijden.

 

 

 

 

Ook handig is de rondrit-functie, waar je een startpunt, routelengte en richting aangeeft en het programma ongekend snel een rondrit voorstelt, die je vervolgens eenvoudig zelf kunt aanpassen. Bevalt het voorstel niet? Druk gewoon nog een paar keer op ‘genereer’ en in een fractie van een seconde heb je een nieuw voorstel. Ik ken geen enkele routeplanner die dat zó snel doet.

 

 

 

 

 

Rechtsonder zie je het hoogteprofiel. Door daar met ingedrukte muisknop in te slepen zoomt de kaart automatisch in op het geselecteerd traject.

Met de knoppen links kun je POI’s aan en uitzetten. Denk aan motortrefpunten, passen en hotels. Toch werkt dit nog niet erg lekker: er staan een heleboel passen tussen die niet met de motor begaanbaar en/of bereikbaar zijn. Hotels zie ik amper, wel tankstations. En dat is dan wel weer erg handig.

Exporteren kan op verschillende manieren. Gewoon als gpx-bestand met route, waypoints en/of track. Maar ook als link, zelfs als QR-code. Als je die met je smartphone scant, wordt de route vanzelf in de Kurviger app geopend.

Wat overigens opmerkelijk is: vooral in Duitsland werd er in het verleden veel gewerkt met het (een stuk minder interessantere) programma Motoplaner. Doordat Google haar licentievoorwaarden heeft veranderd en het gebruik van online kaarten daarmee een stuk duurder werd zijn veel routeplanners ermee gestopt. Zo ook Motoplaner. Maar: er zijn ook verschillende routesites die werkten met een link naar Motoplaner, zoals de prachtige routesite https://www.bike-on-tour.com. Je zult zien: als je daarin nu klikt op de Motoplaner link dan wordt de route geopend in Kurviger.

Eén van de zaken die helaas ontbreekt in Kurviger is integratie met StreetView, zoals Routeyou en MRA Gold dat wel kennen. Zal ook met kosten te maken hebben. Wél kun je rechtsboven kiezen voor verschillende kaartlayers, waaronder een topo-layer of luchtfoto.

Al met al: Kurviger is beslist het proberen waard. Het is erg eenvoudig, zonder onnodige toeters en bellen. Prima bruikbaar voor uitwisseling, maar vooral vanwege de erg goede routering waardoor je in een handomdraai de mooiste routes maakt.

Feit of Fabel: Motor neerleggen of niet?

7
Feit of fabel

Een motorfiets gecontroleerd neerleggen is in een noodsituatie veiliger dan een crash proberen te voorkomen. Waar of niet waar?

‘Als het helemaal mis dreigt te gaan, kun je maar beter je motorfiets neerleggen om minder gehavend uit de strijd te komen’, teken je een enkele keer uit de mond van een motorrijder op. Het klinkt raar, maar is het waar? Volgens aanhangers van de theorie is het met een lowsider gecontroleerd neervlijen van een motorfiets veiliger dan proberen de crash te voorkomen. Dan loop je volgens de mythe uiteindelijk het risico op een grotere klapper.

Een gecontroleerde glijpartij klinkt plausibel, maar het klopt niet. Je kunt je sowieso afvragen hoe veilig het is om met 100 km/u over een drukke verkeersader te glijden. Bovendien gunnen mensen die hun motorfiets gecontroleerd laten vallen zichzelf eerst de tijd om te denken dat ze gaan crashen. Pas daarna handelen ze daarop door er bewust bij te gaan liggen. In die tijd had je ook makkelijk kunnen remmen om een ongeluk te vermijden. Zeer waarschijnlijk sta je dan ook sneller stil dan tuimelend over het wegdek.

Laten we eerlijk zijn: iedereen die wel eens het asfalt kuste weet dat het gebeurt voordat je er erg in hebt. Tijd om na te denken over een zachte landing is er dus meestal überhaupt niet. Waarschijnlijk is deze mythe het gevolg van alle excuses die gevallen motorrijders ooit zochten na een valpartij. Het lag natuurlijk nooit aan hen, het was altijd een bewuste actie. Niemand geeft graag toe dat hij door een gebrek aan motorbeheersing is gevallen. Dan houden we liever de mythe in stand.

Valse berichten van het CJIB: ‘Betaal niet’

0
Valse berichten van het CJIB

Er zijn valse berichten van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) in de omgang. Berichten die je wijsmaken dat je een verkeersovertreding hebt begaan en dat je een dikke boete moet betalen. Het advies van het CJIB is daarom dan ook: ‘Betaal niet.’

Het CJIB laat op hun website weten dat berichten van het overheidsorgaan nooit of te nimmer via SMS, WhatsApp of e-mail worden verstuurd. Krijg je dus via een van die wegen een bericht over een boete, aanmaning of betalingsachterstand, dan weet je dus dat het foute boel is. Eigenlijk altijd zit er in het desbetreffende bericht een hyperlink. Klik je daarop dan kom je op een website die zeer waarschijnlijk ook malware op je telefoon of computer installeert. Klik daarom dus ook nooit op een link. Oh, en krijg je een dergelijk bericht? Maak dan vooral een melding. Dat kan bij het CJIB via valse-email@fraudehelpdesk.nl.

Opgelicht

Interessant feitje: Sommige mensen betalen het bedrag dat gevraagd wordt in een vals bericht direct aan het CJIB. Dat geld wordt altijd teruggestort bij de rechtmatige eigenaar. Daar tegenover staat dan weer dat het geld dat je overmaakt naar een andere partij vrijwel zeker kwijt blijft. Doe vooral wel aangifte bij de politie dat je bent opgelicht, misschien dat zij je nog kunnen helpen met die valse berichten van het CJIB.

Foto: ANP

Sportweekeinde: Sport anders bekeken

0
Alvaro Bautista blesseerde bij zijn val in de Superpole-race ook nog eens zijn linker schouder (zie de ijszak). Ook dat nog…
Alvaro Bautista blesseerde bij zijn val in de Superpole-race ook nog eens zijn linker schouder (zie de ijszak). Ook dat nog…

Elke maandag bespreekt Marien wat hem opviel in het afgelopen sportweekeinde. Verwacht geen raceverslagen, maar wel een andere kijk op de actualiteit.

Als je na Jerez – echt nog maar ruim een maand geleden – had verteld dat het verschil tussen Jonathan Rea en Alvaro Bautista 81 punten zou zijn, zou ik je direct geloven. Maar dan wel in het voordeel van Bautista en niet van Rea zoals nu het geval is. Met maximaal 62 punten te verdienen, weet Rea nu al dat hij eind september op Magny-Cours als WK-leider aankomt, wat er op Portimao ook mag gebeuren. Bizar.

Incidentje

Dat Team65, zoals Rea zijn team graag noemt, lastig te verslaan is, hebben de afgelopen jaren in het WK Superbike wel laten zien. Alleen om alle credits aan dit team te geven, is nu te eenvoudig. Het is namelijk Bautista zelf die het ineens vergooid. Iets dat niemand had kunnen vermoeden na de val op Jerez. Een incident leek dat. Of beter gezegd, een incidentje… Rea deed er in Spanje bovendien alles aan om Bautista het nog gemakkelijker te maken. Denk aan de mislukte inhaalactie op Alex Lowes, het daardoor achteraan moeten starten in de Superpole-race en de tweede plek in Race 2, ver achter Michael.

Niemand weet het

Maar nadat Bautista ook op Misano, Donington Park en Laguna Seca viel, is de 2019-wereldtitel verder dan ooit voor hem. En juist dit maakt motorsport zo fascinerend. Natuurlijk weet ik dat de V4R nog in ontwikkeling is, alleen dat is niet de reden waarom Rea nu zo ver voor staat. En natuurlijk kan Bautista nog steeds ongekend hard rijden. Het klopt alleen niet. Waarom? Niemand die het weet, ook Bautista niet en zelfs Gigi Dall’Igna niet. Anders hadden ze het echt wel opgelost.

Wonder

Met nog vier raceweekeinden te gaan, zijn er nog 248 punten te verdelen. Dat is heel veel, alleen op Magny-Cours en Circuito San Juan Villicum reden Bautista en zijn Ducati V4R nog nooit en op Portimao en Losail valt het niet mee om Rea te verslaan. Alleen een wonder kan Bautista dus nog redden.

2011

2019 lijkt daarom een rampjaar voor Ducati te worden. Stiekem hoopten de Italianen met Andrea Dovizioso MotoGP-wereldkampioen te worden. Iets dat na Mugello nog best kon, maar na het drieluik Barcelona – Assen – Sachsenring zo goed als uitgesloten is. De klap in het WK Superbike komt echter veel harder aan, want sinds 2011 (Carlos Checa) behaalde Ducati geen kampioenschap meer in het WK Superbike en daar had de V4R dit jaar veranderingen in moeten aanbrengen. Het was zelfs het enige doel…

Ai!

Zondagmorgenfilm: Honda RC30 in detail

0

Weinig motoren zijn zo iconisch als Honda RC30. Als je vervolgens ziet met hoe veel oog voor detail deze World Superbike-machine met koplampen in elkaar gedraaid wordt, begin je te snappen dat die iconische status niet uit de lucht is komen vallen.

Toeval of niet, de video is exact 7:48 minuten lang; gelijk aan de cilinderinhoud van de RC30. De video toont met name de precisie waarmee de Honda-monteurs te werk gaan in het samenstellen van het motorblok. Alle interne delen worden gewogen en bij elkaar gezocht, zodat de mechanische balans feilloos is. Behalve van dat blueprinten, krijg je een mooi beeld van de techniek die erin zit. Van de tandwielaangedreven kleppen tot de met de hand gelaste aluminium tank. Evenals van het enkelzijdig gemonteerde achterwiel en het snelwisselsysteem van de voorvork – technisch een meesterwerkje.

Als resultaat van die afgewogen aanpak werd de RC30 een motorfiets die dan wel 32.900 gulden kostte, maar wel een die technisch heel dicht bij de RC30 racemachine stond. Die racemotorfiets won in 1988 het allereerste Superbike Wereldkampioenschap. Overigens won Honda het jaar erop ook meteen het tweede wereldkampioenschap met de RC30, ook weer met Fred Merkel.

Opvolging

Na het seizoen van 1989 duurde het vervolgens acht jaar voor Honda weer won. In 1997 was dat met de RVF750R RC45; de opvolger van deze VFR750R RC30. De tweecilinder VTR1000 SP1 – ook wel de RC51 – die de RC45 weer opvolgde zou een stuk minder exclusief zijn dan zijn V4-voorgangers. Desondanks wist Colin Edwards met de SP1 in het jaar 2000 wereldkampioen te worden, waarna hij het met de SP2-versie in 2002 nog eens dunnetjes overdeed.

Een ding is zeker; deze Honda RC30 was de eerste echte homologatiespecial van Honda en met recht een van de meest illustere.

Check na de Zondagmorgenfilm ook vooral nog eens de specificaties van de Honda RC30 in onze MotorBase.

Foto: Jarno van Osch/Shot Up Productions

 

Dit zijn de 2020 Yamaha YZF-R1M en YZF-R1!

0
Links de 2020 Yamaha YZF-R1M en rechts de YZF-R1
Links de 2020 Yamaha YZF-R1M en rechts de YZF-R1

Dat ‘ie zou komen, wisten we al en sinds vannacht weten we er alles van, want op Laguna Seca werden de nieuwe YZF-R1M en YZF-R1 gepresenteerd, door onder andere Michael van der Mark. Het eerste dat opvalt aan de nieuwe Yamaha is het nieuwe kuipwerk. De aerodynamische efficiëntie wordt hierdoor met meer dan vijf procent verhoogd, waardoor de prestaties bij hoge snelheden aanzienlijk toenemen aldus Yamaha. Het kuipwerk is verder, voor extra stevigheid, voorzien van een nieuw aluminium luchtkanaal achter de voorkuip en het onderste deel van de kuip dat het uitlaatsysteem afdekt, is nu gemaakt van hoogwaardig en lichtgewicht titanium.

Euro 5

Dan snel door naar het crossplane-motorblok, met nog steeds 200 pk, dat uiteraard klaargemaakt moest worden voor Euro5. Maar dat is niet het enige. De prestaties bij hoge toerentallen zijn verder verfijnd door nieuw ontworpen vingervormige tuimelaars en nieuwe nokprofielen. Die moeten zorgen voor een geoptimaliseerde kleplichthoogte en een stabielere klepopening en klepsluiting bij hoge toerentallen, wat op zijn beurt weer zorgt voor een soepelere en efficiëntere werking van de motor.

Verbrandingsstabiliteit

Een van de belangrijkste veranderingen is volgens Yamaha de nieuw ontworpen inlaatconstructie met een nieuw ontworpen cilinderkop en verplaatste injectoren die de motorprestaties optimaliseren. De gaskleppen zijn dichter bij de verbrandingskamers geplaatst om het inlaatvolume te verlagen voor een betere verbrandingsstabiliteit en een grotere efficiëntie. De nieuwe Bosch injectoren zijn nu voor de gasklep (diameter 45 mm) geplaatst, in plaats van erachter. Om een grotere verbrandingsefficiëntie te bevorderen injecteren de nieuwe 10-gaats injectoren de brandstof nu met een sproeihoek van 21,5 graden.

Katalysatoren

Verdere verbeteringen zijn onder meer een nieuw ontworpen uitlaatsysteem met in totaal vier katalysatoren, waarvan één paar zich voor de balanspot bevindt en het andere paar erachter. Zowel de uitlaatdemper als het hitteschild zijn voorzien van extra geluidsverminderende maatregelen. Voor een grotere efficiëntie en minder vermogensverlies, is de smering van de krukaslagers aangepast. De oliepomp maakt gebruik van een 10% compactere rotor. Andere wijzigingen zijn onder andere oliekanalen met een gewijzigde afmeting in het carter om de oliedruk te optimaliseren en nieuw ontworpen sproeiers om de zuiger te koelen.

APSG

De Yamaha Chip Controlled Throttle (YCC-T), voor de aansturing van de gaskleppen, wordt ook in 2020 gebruikt. Voor een beter gasgevoel en lager gewicht is de YZF-R1 nu voorzien van een nieuw Accelerator Position Sensor Grip systeem (APSG) met een magneet en een sensor die signalen naar de YCC-T stuurt. Om het intuïtieve gevoel van een conventionele draaigasgreep te behouden, is het nieuwe APSG systeem voorzien van een veer, geleider en tandwiel die een natuurlijk en progressief gevoel moeten geven.

ABS-functies

Ook op elektronica is er nieuws te melden. Met het nieuwe remregelsysteem kunnen rijders een van de twee ABS-functies kiezen (BC1 of BC2) die het beste past bij hun persoonlijke voorkeur of rijomstandigheden. De BC1-modus heeft een vast geprogrammeerd gevoeligheidsniveau voor het ABS, terwijl de BC2 modus een flexibele ABS gevoeligheid heeft die afhankelijk is van de hellingshoek en de positie van de machine. Een andere nieuwe toevoeging is het Engine Brake Management (EBM). Een systeem dat rijder de mogelijkheid biedt om te kiezen uit drie verschillende motorremniveaus: hoog, gemiddeld, laag.

Launch Control Systeem

Het Launch Control Systeem (LCS) van de YZF-R1 moet verder meer controle tijdens de starts van bijvoorbeeld een wedstrijd geven. Voor 2020 is de LCS1 modus aangepast om geactiveerd te worden bij 9.000 tpm met een gasklepopening van 41 graden. Als laatste; de Kayaba upside-down voorvork heeft een aangepaste binnenconstructie, samen met een aangepaste stuurdemper en anders afgestelde achterschokdemper.

De R1 wordt leverbaar in Yamaha Blue en Tech Black en staat vanaf september in de showroom voor een nu nog onbekende prijs.

YZF-R1M

Dan de YZF-R1M. Naast alle bovenstaande wijzigingen aan de YZF-R1 heeft deze Yamaha natuurlijk iets extra’s. Zoals het Öhlins Electronic Racing Suspension (ERS). Deze is voorzien van een kleine, geïntegreerde gascilinder. Door 0,6 Mpa interne druk uit te oefenen, vermindert het de vorming van luchtbellen in de voorvorkolie. Dit wordt veroorzaakt door een negatieve druk, die optreedt bij de uitgaande demping.

Apps

Ook nieuw is het lichtgewicht carbon zitje en een aantal speciaal ontwikkelde apps voor deze motor. Met de YRC Setting app kunnen YZF-R1M gebruikers hun eigen persoonlijke rijmodi creëren. De Y-TRAC is de app van Yamaha voor telemetrieregistratie en -analyse. De R1M wordt leverbaar in Silver Blu Carbon – BWM2/Carbon. Yamaha zal speciaal voor de YZF-R1M een online reserveringssysteem openstellen. Het online reserveringssysteem gaat live op donderdag 25 juli 2019. Meer informatie volgt binnenkort.

Test: Triumph Speed Twin

1

Wie mooi wilt zijn, moet pijn lijden. Maar willen we niet vooral plezierig rijden? Triumph bedacht specifiek daarvoor de Speed Twin. Sportiever dan de T120 en gemakkelijker te berijden dan de Thruxton. Is hij daardoor het ideale compromis?

Belangrijkste wapenfeit: De Speed Twin doet qua vermogen niets onder aan de Thruxton. Ze hebben dezelfde tweecilinder en dus 112 Nm aan koppel en 97 pk aan topvermogen. In de basis is het T120-blok het uitgangspunt, maar in deze Thruxton-afstelling profiteert ook de Speed Twin van een lichter krukas en wat wijzigingen in de ECU-programmering.
De Speed Twin wordt omschreven als een machine die twee vrij specifieke groepen moet behagen. De éne groep is ervaren met de lichtere Street Twin en wil doorgroeien. De andere groep is gevallen voor de Thruxton maar wordt afgeschrikt door de zithouding en vrij sterk aanwezige looks. De Speed Twin is daarom iets minder uitgesproken in zijn uiterlijk. Maar voornamelijk is hij de gemakkelijker te berijden zware machine in de lange lijst van Triumph’s Modern Classics.

Triumph Speed Twin 2019

Imposant

Van een afstandje is het vooral opvallend hoe fors de Brit oogt. Dat dikke Bonneville-blok doet een boel, maar ook het vrij rechte stuur met in de uiteinden de spiegels laten een imposante eerste indruk achter. Dat hij eigenlijk best behapbaar is, valt daarom pas op als je plaatsneemt op het klassiek ogende zadel. Vanuit dat perspectief ziet hij er warempel een heel stuk petieteriger uit. Vooral de smalle tank, die van bovenaf gezien toch het hele motorblok weet te verbergen, helpt die indruk te versterken. De zadelhoogte is 807 millimeter, waardoor de gemiddelde motorrijder gemakkelijk aan de grond komt met zijn beide voeten. Mede daardoor heb je toch eerder het idee dat je op een Street Twin bent beland, waarin een krachtiger blok is gehangen dan dat je op een lompe 1200 zit.
Draai je de sleutel om en start je hem, dan is die indruk overigens ook zo weer vervlogen. Man, wat klinkt dat ding heerlijk! Met een vuurorde van 270 graden klinkt hij misschien niet zoals een Brit volgens velen moet klinken – dan zou hij een 360graden-krukas moeten hebben –, maar het is ongetwijfeld even indrukwekkend. Voordeel van die 270graden-krukas is overigens dat het blok met veel minder trillingen te maken krijgt, wat toch voor het comfort een heleboel scheelt. Maar hoe imposant hij al dan niet oogt of klinkt als hij stilstaat, het hele plaatje staat of valt toch echt bij zijn rijgedrag.

Lichter is beter

De Speed Twin is in totaal tien kilo’s lichter dan die café-racer Thruxton. Zeven als je hem tegen de Thruxton R afzet. Dat gewicht is met name bespaard doordat de wielen van gegoten aluminium zijn in plaats van staal. Verder is de koppeling een kilo lichter gemaakt en is het motorblok in totaal 2,5 kilo lichter, wat je bijvoorbeeld terugziet aan zaken als het magnesium nokkenasdeksel.
Het dubbele wiegframe is voor beide modellen vergelijkbaar maar bestaat voor de Speed Twin op veel plekken uit aluminium buizen in plaats van staal. Ook heeft het een nieuw subframe gekregen. Rondom zie je in lijn met dat dieet nog meer lichte onderdelen, zoals bijvoorbeeld de spatborden van geborsteld aluminium. Om al die winst te harnassen is de Speed Twin iets meer op zijn neus gebouwd; het gewicht zit ver naar voren, waardoor hij dus veel meer op zijn voorwiel staat. Ook is de wielbasis iets langer geworden, wat resulteert in een ‘nose down look’ zoals de Engelsen het zelf noemen. Dat alles is gedaan om de Speed Twin wat lekkerder de bocht in te kunnen zetten.

Triumph Speed Twin 2019

Sturen maar!

De Speed Twin is echt oppermachtig onder- en middenin zijn toerengebied. Vanaf 2000 toeren pikt hij in ieder versnelling goed op. Tot zo’n beetje 6800 toeren heb je nooit minder dan 100 Nm koppel tot je beschikking. En die bult koppel is echt een genot om mee te rijden.
De retro-roadster is, zoals al geschreven, naar voren gericht. Hierop is de zithouding ook aangepast. Niet zo extreem sportief als op de Thruxton het geval is door zijn clip-ons, maar zeker ook niet met de rug recht zoals je op de T120 zit. Eigenlijk is ook deze houding het beste te vergelijken met de Street Twin. Verrassend is het zadel dat op een traditioneel wasbordje lijkt, maar stiekem toch lichtelijk gekuipt is. Tel daar het rechte stuur bij op, waardoor je toch echt wel een aanvallende houding aanneemt, en je krijgt het gevoel dat je iedere bocht aan kunt. Jij trekt ’m er wel doorheen!
Toch is het bijzonder dat de Speed Twin, ondanks die sportieve banden en op papier gezonde getallen, qua prestaties niet helemaal tot het randje gereden kan worden. Kom je op snelheid op een bocht af en begin je met aanremmen, dan voelt hij toch enigszins nerveus. De Brembo-vierzuigerklauwen bijten hard in de twee 305mm-schijven en daarbij veert de Kayaba-voorvork met zijn ietwat zachtere vering toch net iets teveel in. Dit valt rechtstreeks te wijten aan zijn gewicht, dat nu eenmaal al meer naar voren zit voor er qua demping daadwerkelijk iets kan gebeuren. De feedback is dus niet helemaal op en top bij dat soort serieus hard rijden. Het is echter slechts bij dat abrupte werk, waarbij je het randje opzoekt, dat de negatieve effecten overheersen. Het is dus zaak om de Speed Twin met respect te behandelen en de oogkleppen niet volledig op te zetten. Doe je het namelijk een tandje rustiger aan, dan voelt de voorkant vele malen beter.

Check hier de videotest:

Tekst: Tom van Appeldoorn
Fotografie: Chippy Wood/Kingdom Creative