vrijdag 24 april 2026
Home Blog Pagina 1146

50 Jaar Honda CB: De krukas

0
Honda CB blok krukas

Ooit zo rechtlijnig als de pest. Tot groot genoegen van velen. Ik incasseer klap na klap, miljoenen keren, maar weiger te buigen. Een stijfkop? Wellicht. Maar als ik flexibel word, dondert het hele zooitje in elkaar. Recht door zee is mijn motto, totale balans mijn streven. Maar hard als staal als ik ben, mijn beweging is vloeiender dan de dunste olie. Ik wordt rustig beroerd en krijg ongenadig op mijn falie. Hoe hard ook, ik weer af, smeed de hardste klappen tot een volmaakte rotatie, ik maak wat recht is rond, geniet van mijn eigen kunst en drijf aan tot in lengte van dagen.

En nu? Ik ben versleten. Je ziet het niet. Of nauwelijks. Maar mijn lagerschalen zijn dun als het de haardos van een bejaarde Agostini. Mijn krukken, ooit feilloos, kreunen meer bij iedere klap. Dertig jaar draaien. Bedienen. Mijn bezeten nauwkeurigheid neigt langzaam naar willekeur. Een stijfkop niettemin, nog steeds. Maar slijtage is mijn onvermijdelijk lot. Met iedere klap schaaft mijn ziel dieper en dieper, tot de schalen barsten, de krukken loslaten en de machine tot stilstand komt. Mijn lot? Stilstand. Maar in gedachte roteer ik, draai tot in lengte van dagen, slijt ik, tot ik langzaam verdwijn.

Jaap van der Sar

In 2019 bestaat de Honda CB750 50 jaar. Deze Honda betekende de nekslag voor veel motormerken, maar luidde ook de nieuwe tijd in. De motorfiets evolueerde van functioneel vervoersmiddel naar recreatief genotsmiddel. Omdat het zonde is een ’69 blok uit elkaar te schroeven, hebben we dat gedaan met een ’79 blok. Een vierklepper in plaats van een twee.

Moeder Carlin Dunne: ‘Hij zou willen dat we leren van deze tragedie’

1
Carlin Dunne

Romie Gallardo, de moeder van coureur Carlin Dunne, heeft in een verklaring opgeroepen onder geen beding de Pikes Peak International Hill Climb te verbieden. Dunne overleed tijdens de 97e editie van de legendarische Race To The Clouds in de Amerikaanse staat Colorado.

In een paginalange emotionele verklaring legt Gallardo heel persoonlijk uit hoe ze de afgelopen twee weken sinds het tragische ongeval beleefd heeft, maar ook hoe ze Dunne zag en wat Pikes Peak voor hem betekende. Behalve een enorm verdriet, proef je in de brief ook een geweldige liefde. Voor haar zoon an sich, maar ook voor de passie die Carlin Dunne voor de races van Pikes Peak en motorraces in het algemeen had.

Nalatenschap

Meer nog stelt Gallardo dat Carlin nooit zou hebben gewild dat de motorraces van Pikes Peak na zijn ongeval tot een einde zouden komen. Ze zou niet willen dat iemand de droom en de liefde voor Pikes Peak die Carlin had, niet meer na zou kunnen jagen. Dat kon nooit de nalatenschap zijn die hij voor ogen had.

Hieronder lees je de volledige verklaring vertaald. De originele verklaring is uitgestuurd naar media wereldwijd en lees je onder meer hier.

OFFICIËLE VERKLARING

door

Romie Gallardo, Carlin Dunne’s Mother

Het is twee weken geleden dat mijn zoon ons verliet. Ik wist meteen dat ik mijn kleine jongen (ja, hij was 36 jaar oud, maar nog steeds mijn kleine jongen) verloren had, toen zijn tijd in de vierde en laatste sector van de race uitbleef. Lieve Heer, zorg goed voor mijn jongen. Hij is waarlijk in Uw handen nu.

Vanaf het moment van de crash hebben de officials van de Pikes International Hill Climb van mij alle samenwerking gekregen. Ze toonden mij alle nodige privacy, respect en waardigheid, en ik blijf de organisatie steunen waar nodig. Toen ik aankwam in Colorado Springs, werd ik overladen met liefdevolle berichten. Megan Leatham, directrice van de PPIHC; bestuurslid Tom Osborne; Paul en Becca Livingston, eigenaars van Carlins sponsor Spidergrips; Jason Chinnock, de CEO van Ducati of North America en ook Ducati Motor Holding in Bologna; stuk voor stuk waren ze er voor me. Ze hebben me beschermd. Nog veel belangrijker; ze beschermden mijn zoon. Ik zal ze hier voor altijd dankbaar voor zijn.

Iedereen die Carlin kende, hield van hem. Hij was ieders vriend. Of hij nou de rol van grote broer speelde, het broertje of de beste vriend. Van jongs af aan heb ik Carlin aan de wereld gegeven, want ik wist dat hij groter was dan ik. Hij was groter dan onze moeder-zoonrelatie. Niets stond tussen hem en de passies die hij najaagde, en ik heb hem daar dan ook altijd in gesteund. Hij was blij te weten dat dingen oké waren, want ‘Mama bewaakt het fort wel’. Roekeloosheid kende hij niet; op geen manier. Ik vertrouwde hem volledig. Jaren geleden groeide hij echt boven zichzelf uit en toch zag Carlin zichzelf nooit als iets echt bijzonder. Ik deed dat wel. Maar ja, natuurlijk deed ik dat – ik was ‘de moeder’. Die doen dat, maar toch. Hij deed zijn eigen was, hij ruimde zelf de drollen van zijn hond Sonny op en hij zei altijd alsjeblieft en dankjewel.

Carlin hield van die berg. De berg daagde hem uit, lonkte altijd naar hem en trok hem altijd naar haar terug. Het was een relatie waarin Carlin niets dan respect voor de berg had en ook was hij altijd bewust dat de dag kon komen dat zij hem weg kon nemen. Dat gezegd hebbende, weet ik zeker dat Carlin nooit zou willen dat de motorrace op Pikes Peak zou stoppen. Hij zou willen dat we leren van deze tragedie. Hij zou aanmoedigen dat de juiste instanties doen waar ze goed in zijn en uitzoeken hoe het misgegaan is en dat de raceleiding veiligheid altijd zullen blijven najagen.

Drie dagen na Carlins overlijden vroeg een verslaggever me hoe ik me voelde over de race, nu; na dit alles. Ik kon alleen maar antwoorden: ‘Precies zoals ik me op 29 juni voelde, daags voor zijn ongeluk.’ Zijn hele leven heb ik geweten dat de kans bestond dat ik hem kwijt zou raken. We zijn aan dit avontuur begonnen zonder terug te kijken, maar ook zonder ooit te vergeten dat er een donkere kant aan deze sport zit. Ik weidde me aan hem en aan zijn dromen. Hij deed waar hij onvoorwaardelijk van hield. Wie zijn van om de droom te racen tijdens de Pikes Peak International Hill Climb en die liefde voor de sport een andere racer te onthouden?

Tot slot wil iedereen, van over de hele wereld bedanken. En dan bedoel ik iedereen in Carlins enorme familie van vrienden, kennissen, fans en supporters; ver weg en dicht bij. Onze familie kon niet dankbaarder zijn. Jullie woorden hebben ons bereikt en geraakt. Jullie liefde, jullie steun – de verhalen, de video’s en de foto’s – hebben me immens gesteund en helpen me nog altijd. Diepgeraakt ben ik door jullie liefde en de wijze waarop mijn zoon geëerd wordt. Carlin zou met stomheid geslagen zijn door de aandacht die hij nu krijgt. Hij zou niets liever gewild hebben dan dat jullie allemaal in vrede samen konden zijn. Zijn herinnering blijft in leven; hij leeft verder in ons allemaal.

Rust zacht, kleine jongen. Het is oké; wij bewaken het fort. We zorgen voor Sonny. En zoals je je kleine zusje ooit zei ‘Blijf maar gewoon trappen’. En dat gaan we ook doen – we blijven trappen; dan val je niet om. Ik zie je als ik je zie.

Foto: Spider Grips Ducati

Sneakpreview MOTO73 nummer 15/16 2019

0
De BMW R1250RS mag zich bewijzen in de Dijkentest
De BMW R1250RS mag zich bewijzen in de Dijkentest

Eind deze week ligt de nieuwe MOTO73 in de winkel of – hopelijk – op je deurmat. Wat je mag verwachten? Een paar dagen voordat het nieuwe nummer verschijnt, kijken wij met deze sneakpreview vooruit.

BMW R1250RS
In de Dijkentest van MOTO73 mag de BMW R1250RS bewijzen dat hij mede dankzij het nieuwe ShiftCam-blok een echte toersportmachine is.

Naar het zonnige Zuiden
Honderdduizenden Nederlanders jakkeren deze zomer weer over de Autoroute du Soleil
naar het zuiden. Reismedewerker Hans Avontuur deed het anders en koos op zijn weg naar de zon voor de binnendoorwegen, ver weg van haast en drukte.

Triotest
De Kawasaki Z900RS, de Honda CB1000R+ en de Suzuki GSX-S1000A Katana bouwen voort op de successen van de dikke Japanse viercilinders uit het verleden. Geven ze ook hetzelfde gevoel?

Dubbeltest
Met de Triumph Street Triple 765RS en de Yamaha MT-09SP testen we twee sportieve driecilinder-nakeds. Welke machine weet ons hart te veroveren?

Yamaha GTS1000
In de nieuwe rubriek Toevalstreffer figureert dit keer de Yamaha GTS1000 van Edwin en Karin Ott. Ja, hij is te koop, maar als het aan Edwin ligt, blijft hij…

Brembo in de MotoGP
Het Italiaanse Brembo is als leverancier van remonderdelen actief betrokken bij de MotoGP. Jarno van Osch nam een kijkje achter de schermen.

Marathonmotor
Hans Kleiweg heeft al vele probleemloze kilometers afgelegd met zijn Aprilia RSV Mille R, die al 180.000 kilometer geen dealerwerkplaats vanbinnen heeft gezien.

Cannon Ball Baker
De Amerikaan Erwin Baker was in het begin van de vorige eeuw één van de eerste motorcoureurs. Met zijn Indians vestigde ‘Cannon Ball Baker’ vele records.

Honda CB Day
Honda vierde in Antwerpen een feestje voor zijn fans en wij waren erbij.

Canada
In de drie Canadese provincies Québec, New Brunswick en Nova Scotia begon voor de Europeanen de ontdekkingstocht in dit enorme land. Hans Avontuur trad in hun voetsporen.

Replica-racer Mann
Peter Lemstra bouwde een fraaie replica van de Honda 750 waarmee Dick Mann in 1970 de Daytona 200 won.

Hellas Rally
Freelancer Ralph Edelstein schreef zich in voor de Hellas Rally, belandde op een volbloed offroad-racer en gaf zoveel gas als hij durfde.

KTM 790 Adventure
Naast de geniale R-versie heeft KTM ook nog de ‘gewone’ 790 Adventure in het programma. Hoe verhoudt die zich tot zijn broer-met-R?

Bikers’ Classics
De Biker’s Classics van dit jaar was weer een geweldig motorfeest. Wij stuurden fotograaf Jonathan Godin naar Francorchamps voor een uitgebreide reportage.

Verder in deze editie
Motorleven
Eerste versnelling
Met open vizier
Techniek: variabele compressie
Garage73
Triptip
Agenda
Motorsport in beeld + column
XGP Indonesië
SBK Engeland en Verenigde Staten
MotoGP Duitsland
Sport: Nederlandse wereldtoppers
Flashback
Volgend nummer en colofon
De parels van Henk

Foto: Jarno van Osch

Nagorno-Karabach: Eeuwig op ontploffen

0
Nakorno-Karabach

In de licht ontvlambare driehoek Iran, Armenië en Azerbeidzjan ligt een zelfverklaarde onafhankelijke regio: Nagorno-Karabach. Zwaar bevochten, uiterst explosief, mooi en indrukwekkend tegelijkertijd. Kris Veelen ging er kijken en vooral: rijden.

In totaal zijn er twaalf motoren in Armenië, wij hebben de eer om er met vier daarvan de Kaukasus te verkennen. Dankzij Nori, de voorzitter van de Armeense motorclub, die drie van zijn vrienden bereid heeft gevonden hun motoren af te staan voor een trip naar Nagorno-Karabach. We zijn net aangekomen in Jerevan, de hoofdstad van Armenië. Bij het clubhuis staan de motoren al glimmend op ons te wachten. Nori, de voorzitter neemt me mee naar het clubhuis in en laat me de muren zien vol met foto’s. Motorrijders van over de hele wereld, samen met Nori en zijn Super Ténéré. Dan kijkt hij me aan. Serieus, plechtig bijna, en geeft me zijn sleutel. Ik rijd dus op zijn motor, zijn Super Ténéré. Ik slik even..

Een beetje googlen voor ons vertrek maakt duidelijk dat sommige grensgebieden met Azerbeidzjan nog behoorlijk instabiel zijn. Niet voor niets, want het lijkt erop dat juist die grensgebieden prachtig natuurschoon te bieden hebben. En de mooiste routes. Opstijgen, gas erop en op weg naar Nagorno-Karabach.

Vanuit Jerevan rijden we via een smal kronkelweggetje de stad uit. Via de hoofdweg duiken we naar het zuiden van de Kaukasus. We komen langs de heilige berg Ararat die over de grens in Turkije ligt. Sneeuw siert de toppen en ik waan me even in Tirol. Niet heel gek overigens, want langs de wegen en in de velden kleurt het overweldigend paars en geel. Wintersporten is hier blijkbaar ook een gangbaar tijdverdrijf. Mocht er nu plots iemand in skipak voor me springen en ‘biertje!’ roepen, geef ik echt gas bij.

De wegen in Armenië zijn in prima conditie. Mooie bochten en een glooiend landschap maken het wennen aan de Super Ténéré tot een waar genot. Op een kruising stoppen we. Een man staat net een auto uit te zwaaien en zwaait naadloos verder naar ons. Even stoppen. Zonder woorden, aan de hand worden we meegenomen. In de schaduw van fruitbomen wachten we op wat komen gaat. De man laadt onze handen vol met rijpe pruimen en we laten ze smaken. De afgekloven pitten worden vakkundig onder een kei gekraakt en leveren een bitter smakende zaad op vol gezonde oliën. Een energieboost, recht uit de natuur. Maar we moeten verder. We bedanken de man hartelijk met alle Armeense en Russische woorden in onze beperkte vocabulaire en stappen weer op.

Nagorno-Karabach Conflict

Nagorno-Karabach is een Armeense regio binnen Azerbeidzjan. Deze regio verklaarde zichzelf bij na uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 onafhankelijk. De onafhankelijkheidsverklaring leidde tot een driejarige oorlog tussen etnische Armeniërs en Azerbeidzjanen in Nagorno-Karabach en had 30.000 slachtoffers tot gevolg.

In mei 1994 werd een akkoord bereikt tussen de strijdende partijen. Sindsdien is er sprake van een wapenstilstand tussen Armenië en Azerbeidzjan en hebben de Armenen het grootste deel van de enclave plus een corridor naar Armenië in handen.

Verscheidene pogingen tot het komen van een vredesakkoord hebben nog weinig opgeleverd. De laatste poging van President Medvedev in juni vorig jaar eindigde zonder resultaat. Beide partijen verwijten elkaar de mislukte poging.

Incidenteel wordt het staakt-het-vuren geschonden waarbij er jaarlijks nog altijd tientallen doden vallen.

Na een mooie eerste rijdag overnachten we in Sisian en winnen informatie in over de route voor de volgende dag. Nog een keer vragen we naar de grens met Nagorno-Karabach. We hebben een extra visum nodig, die we over de grens in Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno-Karabach, kunnen krijgen. Voor Armenen is zo’n visum overbodig, maar voor ons verplicht. Ook al zullen we maar kort in het land verblijven en is het land niet officieel erkend, een visum is voor buitenlanders een must om zonder problemen door het land te reizen. Benieuwd wat voor kunstzinnig document ze in ons paspoort plakken.

De volgende dag rijden we over de hoofdweg door Goris richting de grens. De weg is prachtig, achter iedere bocht een nieuwe verrassing. Ruig rn onherbergzaam groeien de rotswanden tot ongekende hoogte. Ik voel me na iedere kilometer nietiger worden. We volgen een klein riviertje en stoppen bij een brug, die eenzaam over de rivier gedrapeerd ligt. We wringen ons door de begroeiing tot op de brug. Ik loop wat zenuwachtig naar de andere kant. Dit gebied schijnt nog vol te liggen met mijnen. De HALO trust, een Britse organisatie gespecialiseerd in het verwijderen en vernietigen van overblijfselen uit oorlogen is nog steeds actief in deze contreien. Met deze wetenschap in het achterhoofd rijden we voorzichtig de gammele brug over. Bijna meteen verandert de weg van glad asfalt naar een Ténéré-waardige ondergrond. Rotsblokken vormen verraderlijke chicanes op de route. Opletten geblazen. En hard genieten.

Douane

Door de pijlers van een brug zie ik twee vlaggen wapperen. Uit een van de vlaggen lijkt een hap genomen waarna deze weer met te dikke draad aan elkaar is genaaid. De vlag van Nagorno-Karabach. Een land, door bijna niemand erkend, en toch een eigen vlag. Fascinerend. Daarnaast, gebroederlijk, hangt de vlag van Armenië. Niet raar, als je bedenkt dat in dit zwaarbevochten lapje grond in Azerbeidzjan vooral Armeniërs wonen. De twee synchroon wapperende vlaggen zetten me aan het denken over de drang naar onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach. Gek eigenlijk. Waarom dit stukje geannexeerd gebied niet gewoon Armenië noemen? Waarom dan een grens, twee verschillende visa en een andere vlag? Ik ben te verwend, te Westers waarschijnlijk om hier een zinnig antwoord op te verzinnen. Het levert in ieder geval een mooi schouwspel op. De vlaggen, de hoge petten van de douaniers, deze grenspost is hoogst officieel. Gefascineerd door de hoogte van de petten worden we begroet en de paspoorten grondig bekeken.

Plots klinkt van onder de hoge pet een fel fluitsignaal, met grote ogen en versnelde pas lijkt de man de controle te verliezen. Niets zo link als een pissige douanier. Aan de rand van de weg staat hij stil en de auto die hem net voorbij reed, keert als een gebeten hond op zijn schreden terug. De douanier neemt streng de paspoorten in ontvangst. Vluchtig bladert hij ze door, knikt, schud een paar handen en geeft de paspoorten terug. De auto verdwijnt weer over de brug en de douanier wandelt rustig naar zijn post. De macht van de kleine man.

We mogen door. De hoge rotswanden dwingen ons streng in het juiste spoor. Denk aan de set-up van een ideale hinderlaag. Dreigend. Was dit het grensgebied geweest met Azerbeidzjan, dan reed ik hier niet zo relaxed rond beken ik eerlijk. De schietincidenten die nog voorkomen vinden voornamelijk in die grensgebieden plaats. Azerbeidzjanen zijn nog steeds niet gelukkig met de aanwezigheid van zoveel Armeniërs in ‘hun’ land. De grensovergang van Armenië en Nagorno-Karabach is een stuk relaxter, ondanks de hoge petten van de douaniers.

‘Spookstad’ Sjoesja

De weg vervolgt zich langs de rivier, die allengs breder wordt waar de rotswanden krimpen. Aan de hand haar grote broer loopt een klein meisje over dezelfde weg. Het is al twintig minuten geleden sinds ik langs het laatste bewoonbare huis kwam. Waar gaan ze heen? Snel haal ik een verfrommeld papiertje te voorschijn met daarop wat in Armeens gekalkte woorden. Mijn uitspraak blijkt niet toerijkend en de klanken blijven hangen in de lucht. We bekijken elkaar aandachtig maar onze vragende ogen blijven onbeantwoord. Als ik ‘Sjoesja’ zeg en in de richting van de mij nog onbekende weg wijs knikken ze beide instemmend. De voormalige hoofdstad van Nagorno-Karabach zou een verlaten spookstad zijn, nooit meer opgebouwd na de verwoesting in 1920 door Turks-Azerbeidzjaanse troepen. Zien is geloven en na de Armeense Hans en Grietje uitgezwaaid te hebben draai ik het gas weer open.

Uit Oude Sovjet flats hangen brokstukken te drogen. Ze tekenen nogal schril af tegen de nieuwe straat waar we overheen rijden. Een lachend gezicht van een kind te paard versterkt het contrast. Allesbehalve verlaten hier. Op een plein met het zicht op de flats zetten we onze motoren neer. We lopen een nieuw uitziend gebouw binnen dat met grote letters verklapt het tourist information center te zijn. We worden ontvangen door een oudere en jonge dame. De jongste van het stel verklaart ons in prima Engels dat het dorp in wederopbouw is. Het doel is zelfs om in 2020 weer het cultuurcentrum van het land te worden. Sjoesja, ook vaak uitgesproken als Sushi, blijkt niet de spookstad te zijn die we hadden verwacht maar is juist bezig met haar comeback. Na het spelen van een vrolijk deuntje op de zuiver gestemde piano gaan de helmen weer op.

Niet veel verder rijden we Stepanakert binnen. We komen van hoger gelegen gebied en kijkend over de stad is de bedrijvigheid goed te zien. Al de welvaart van het land lijkt hier te zijn samengebracht. Van de verwoestingen is niet veel meer te zien en vanuit deze stad lijkt Nagorno-Karabach zowaar een flinke stap voorwaarts te maken. Bij het locale gemeentehuis geven we onze paspoorten af met de visumaanvraag. Het zal een klein uurtje duren voordat de aanvragen behandeld zijn en dat geeft ons de gelegenheid de stad te verkennen.

We rijden naar een groot plein dat gesierd wordt door een immens groot hotel. Rijke Armenen vertoeven zich hier graag. Toeristen in Nagorno-Karabach bestaan grotendeels uit Armeniërs. De mensen die hier leven noemen zich niet altijd Karabacher maar vaak gewoon een Armeen die in Nagorno-Karabach woont. Lijkt me zelf ook lastig je eigen identiteit te bepalen als je als Karabacher niet wordt erkend door de rest van de wereld.

Nagorno-Karabach: de feiten

Taal:          Armeens
Hoofdstad:  Stepanakert
Religie:       Armeens-apostolisch
Oppervlakte:        11.458 km²
Inwonertal:      Ca 140.000
Munteenheid:  Dram (AMD)
Tijdsverschil:  + 2 uur (zomertijd)
Beste reistijd:  Zomerperiode

De ambtenaren zitten blijkbaar om werk verlegen want bij terugkomst op het gemeentehuis liggen onze paspoorten al te wachten. Verwachtingsvol als een kind met sinterklaas bladeren we door onze paspoorten heen. De juiste pagina is gevonden en we het officiële document doet zijn naam eer aan. Het nationale standbeeld ‘wij zijn bergen’ getransformeerd op papier. Mooi van lelijkheid. Net buiten Stepanakert mogen we het standbeeld van mamik en babik ‘oma en opa’ dan ook met eigen ogen aanschouwen. Op een heuvel langs de weg kijken ze over de landerijen als oude wijzen. Een beetje bezorgd, maar gezien hun verleden lijkt me dat gepast.

We rijden richting Dagrav, waar we in de buurt zullen overnachten. Het landschap blijft ons verrassen. Kuddes schapen lopen ons tegemoet. Die worden hier gezien als volwaardige medeweggebruikers en dus wandelen ze al blatend links en recht van onze motoren rustig verder. Dichterbij onze rustplaats horen we nog meer dieren. Leeuwen? De brul blijkt uit een grot te komen waarvan de ingang grote gelijkenis vertoont met de bek van de Koning van de jungle. En dat geluid dan? Een verstopte mp3-speler met een bewegingssensor… De pauw naast de grot is wél echt en trekt al snel mijn aandacht als hij achter het gaas zijn veren spreidt. Een bizarre plek om te overnachten.

Om of over de berg

We parkeren de motoren tussen oude geweren, bazooka’s en een gedeelte van een artillerie geschut. Overblijfselen van een roemoerig verleden. Het geschut zou overigens niet zou misstaan op de voorkant van mijn motor, maar vredelievend zoals ik ben laat ik het rusten. Beneden aan een stromend riviertje settelen we ons waarna de nootjes en het koude bier al snel volgen. De tafel wordt rijkelijk gevuld met platen vis en vlees en zoals bij iedere maaltijd de verse tomaat, komkommer en geitenkaas. Met ronde buiken staren we over de kaart en bepalen we de route voor de nieuwe dag. Er zijn twee opties terug naar Armenië, om de berg of over de berg.

We hoeven niet te stemmen en na een bezoek aan een van de vele kerken die het land rijk is rijden we de mist in. De wolken sluiten zich om me heen en geven een hele nieuwe ervaring aan het rijden. Geluid is gedempt en het zicht beperkt, alsof je alleen naar een nieuwe wereld reist. Het hoogste punt ligt op iets meer dan 2400 meter. Grote bulldozers rijden hier af en aan om gesteente naar lager gelegen gebied te verplaatsen. Ze doemen op uit de mist om er vervolgens weer door te worden opgeslokt. Langzaam zien we de achterlichten doven en als het geronk is gestopt duiken we het pad in naar beneden.

Onderweg zien we meerdere vrachtauto’s met militairen. Bij een bruggetje waarnaast de militairen door het water ploeteren worden we uitgenodigd om een toost te maken. Gedroogde worst wordt hier aan het lunchlijstje toegevoegd en de wodka blijft in overvloed. We toasten op het land en onze reis voordat we ons weegs gaan. De splitsing scheidt ook letterlijk onze wegen, één naar de militaire basis en de andere naar de grens met Armenië.

De weg naar de grens laat de motoren walsen en de uitzichten worden ingekleurd door de avondzon. In de verte zie ik een meer opdoemen, dat moet Lake Sevan zijn. Maar dat ligt in Armenië bedenk ik me. En de grens dan….? Toch te snel met mijn ogen geknipperd.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-nakarno-karabach.GPX”]

Groot-Brittannië: Lake Datrict

0
Lake District

Het Lake District is werkelijk heel mooi. Veel Britten vinden het zelfs de mooiste plek op aarde: het met twaalf grote- en een heleboel kleine meren overgoten Lake District. Ze hebben er zelfs bergen die naar Engelse begrippen best hoog zijn. Dat maakt de streek voor ons, motorrijders, tot een paradijs.

Klaus H. Daams

Wordsworth of Campbell, dat is de vraag. Althans, deze heren hebben hun naam voor eeuwig verbonden aan het Lake District. William Wordsworth was een romantische dichter uit het begin van de 19e eeuw, die gevoelige motorrijders en ander gespuis ook nu nog tot tranen roert. Hij liet zich daarbij door het lieflijke landschap van het Lake District inspireren. Later werden de geografische aspecten van het gebied op een veel prozaïscher manier benut. Op het Coniston Water zette Donald Campbell op 14 mei 1959 met zijn Bluebird K7 het wereld snelheidsrecord te water scherper op 418,99 km/h. Om dat zelfde truukje ook op het land uit te halen, moest hij bij gebrek aan ruimte in Engeland overigens naar Zuid Australië. Daar werd hij op de bodem van het uitgedroogde zoutmeer Eyre geflitst met 648,58 km/h. Op de wegen van het Lake District is deze snelheid, zelfs voor recordjagers, een utopie. En daarom des te leuker. Want zo hard hoeft het niet te gaan om hier fantastisch veel lol te hebben.

Van uit Rotterdam met de ferry naar Hull, daarna dwars door Engeland en dan zijn we al in Windermere, de plaats aan de rand van het meer met dezelfde naam. We begroeten onze gastvrouw van het B&B waar we al digitaal hadden gereserveerd en gaan direct daarna op verkenning uit. Het bij de Britten zo geliefde Lake District is maar 40 bij 50 kilometer groot. Is dit gebied niet wat te klein om leuk te zijn. Geen zorgen. Het Lake District is groot zat. We vertrekken vanaf de zuidpunt van Lake Windermere, dat met zijn krap 18 kilometer lengte het langste meer van Engeland is en verlaten de brede A 590 om naar Rusland te rijden. Rusland? Ja, Rusland.

Rusland

The Rusland Valley blijkt een waar een pretpark voor motorrijders. Je kunt er heerlijk rustig de slingerende heuvelwegen op- en af draven. Holle wegen zijn afgezoomd met dikke hagen van varens en eeuwenoude, bemoste natuurstenen muurtjes. Alleen straatje keren is er moeilijk en wordt zelfs gênant wanneer die actie herkauwend wordt gade geslagen door een stel verwijtend kijkende lokale runderen. We navigeren van Oxen Park naar het Coniston Water, de plek waar Donald Campbell bij zijn laatste recordpoging op het water in 1967 dodelijk verongelukte. Het is er dan ook zo kalm als op een begraafplaats. Door het dikke bladerdak knipoogt de avondzon vriendelijk. Aan de horizon lokken de Cumbrian Mountains. Die staan voor morgen op ons programma.

Het regent nogal eens in the lake District, maar voor de groei van deze bergen heeft dat weinig effect gehad. De Scafell Pike, Engelands hoogste berg, is er niet hoger dan 978 meter mee geworden. Is dat een berg? Voor Hollanders wel natuurlijk. Uit marketingoverwegingen geven de Britten desondanks de hoogte in ‘feet’ aan. Daarmee is de berg opeens een trotse 3.209 voet. Maar onderschat deze bergen niet. De meeste zijn door de tijd afgeslepen tot soepele welvingen en kaal geërodeerd, maar plaatselijk zijn ze net zo scherp doorgroefd als de wangen van Jan Mulder. Overigens is het wel opletten geblazen, deze bergen zijn een ideaal losloopgebied voor wandelaars en klimmers. De spits van dat volk ligt vroeg in de middag. Er verdwijnen dan massa’s met rugzakken, tassen en touwen behangen exemplaren de natuur in. Op de volle parkings blijven alleen lege auto’s achter. Tegen de heuvels zie je ze later terug als gekleurde stippen.

Russisch roulette

Over heuvels en bergen gesproken: de koppelkromme van mijn CB 1300 lijkt op een hoogvlakte. Wat een ontspannen genot om hier op de toppen van al die Newtonmeters te surfen! Zeker wanneer je full English breakfast zijn plek nog aan het vinden is. De B 5343 klimt 25 % omhoog en gaat met een boog van Ambleside naar Langdale, midden in de Cumbrian Mountains. Het weggetje slingert als een dronken tor door een omgeving die het meest wegheeft van een bord spinazie. Hoewel een plantkundige deze omgeving wellicht beter kan duiden. Terwijl een paar mountainbikers hun best doen om hun polsslag boven de 200 te krijgen blijven de langs de weg grazende langpootschapen – zouden ze ooit een paar greyhound genen hebben opgedaan? – de wereld ongeïnteresseerd bekijken. Maar rust is net zo’n garantie als geluk tijdens de Russische roulette. Want opeens davert er een hele kudde klassieke sportwagens voorbij in het kader van een of andere rally voor oude auto’s. Onze brave Honda is er stil van.

Extreme caution, Narrow route, max. 30%” dreigt een bordje voor de Wrynose en Hard Knott pas. Wat verderop lees je aanvullend:” Only for light vehicles.” De dikke Honda met zijn volle 270 kilo is nu eindelijk een ‘ light vehicle’. We gaan er voor. Passen met een hoogte van 400 meter kunnen ook killers zijn. De weg is bizar smal en steil en de haarspeldbochten pervers scherp. De Vauxhall-chauffeur die we tegenkomen heeft zich er op verkeken. De Opelkloon hangt met zijn dorpels op het randje en met zijn neus boven een wel heel erg stijl afstapje. Twee passerende wandelaars proberen de auto tegen doorkiepen te behoeden door als surfers in de storm, staand in de achterdeuropeningen naar achteren te leunen. In tekenfilms werkt dat immers ook vaak?

Leuker dan bridgen

Maar veertig bij vijftig kilometer? Nou en! Er zijn wel 2000 mogelijkheden om dit park te doorkruisen en te bekijken. Bij Dalegarth ligt een smalspoorspoorbaan formaatje ‘Madurodam’. En Ulpha doet je aan Schotland of Noorwegen denken vanwege zijn schrale kloven. Niet te missen: er is ook nog een kolonie tuinkabouters op de bodem van het 80 meter diepe Waste water. En dromerig wegstaren? Dat doe je prima over de Ierse zee. Vervelen hoef je je nooit in het Lake District. De enige ergernis is dat de dagen er altijd te kort zijn.

Ook aan de mindere kant: heel wat fotogenieke boerderijtjes zijn aan de EU normeringen ten onder gegaan. En het feit dat de atomaire opwerkingsfabriek Windscale nu uit marketing overwegingen en na een reeks bijna milieurampen is omgedoopt tot Sellafield is net zo zinnig als een seropositieve pitbull die ‘Killer’ heet uit PR overwegingen‘ Knuffie’ te gaan noemen. Ok, door maar weer. In Calder Bridge gaan we rechts af richting Ennerdale Bridge. Wat daarna komt is absoluut leuker dan een potje bridgen. Mijn CB zwemt als een rode koraalvis door een groene wereld. Wordsworth had dat natuurlijk mooier kunnen zeggen. Maar toch. Door een pracht van een ‘bomentunnel’ bij Loweswater jagen we op een rode wouw op die ons voor uit vliegt naar het licht, naar het eind van deze dubbele bomenrij. Via Crummock Water, Buttermere, Honister Pass en Thirlmere gaan we terug naar ‘huis’ naar Windermere.

Naomi Campbell op haar rug

Als smaakmakers voor de volgende dag hadden we placemats met opdrukken van prentbriefkaart onder ons ontbijt. Heel idyllisch. Vandaag kiezen we voor Ullwater en de Stone Circle bij Keswick. Om op temperatuur te komen pakken we eerst de Kirkstone Pass waar een harde wind de wolken weg veegt maar de fraai gestapelde natuurstenen muurtjes gelukkig nog net niet om blaast. Een bordje met “winter condfitions can be hazardous’ belooft het ergste voor het naseizoen. Op dat moment knallen er een daverende Super Duke en een huilende R1 voorbij om te laten zien dat het hier niet alleen in de winter gevaarlijk kan zijn. De passagiers op de monotoon dreunende rondvaartboten zoeken verbaasd naar de oorsprong van het lawaai. Aan de noordkant van het meer is het bij Pooley Bridge net zo afgeladen met toeristen als bij ons in Volendam op een mooie dag. Wij pikken een binnendoor weggetje dat nog in geen enkele TomTom, Tripy of Garmin te vinden is en deze leidt naar Martindale en Sandwich.

“We don’t have it so often”, lacht de barkeeper van The Queens Head in Askham als we over het mooie weer juichen. We zitten heel tevreden op de houten bank voor de pub en genieten van onze maaltijd. Helemaal weer op krachten gaan we verder naar Haweswater. En hoe omstreden dat stuwmeer bij zijn bouw in 1935 ook was – er werden twee dorpen voor onder water gezet – vandaag toont het zich op zijn mooist. Het meer ligt als een flauwe boog in het dal van Mardale. Naar gelang de waterstand steken er twee eilandjes uit omhoog alsof Naomi Campbell er op haar rug ligt te zonnen. En ook dat had Wordtworth natuurlijk poëtischer omschreven. Maar die kon vast niet motorrijden.

Klein Stonehenge

De 38 stenen van de Castlerigg Stone Circles staan als gigantische, versteende hamsters in het gouden avondlicht. De megalithische kring is niet zo groot als die van Stonehenge, maar is nog echt ‘in het wild’ te bezoeken en niet omheind. Het is een prachtplek voor romantici en new-age dromers. Na een perfecte dag, waarin we het idee kregen dat de wereld alleen maar uit natuur en historie bestaat, is restaurant ‘ the Lighthouse’ in Windermere een passend contrast. De zilverachtig glanzende tafelbladen baden in oranje en neonblauw licht. We blijven er lekker hangen terwijl de volle maan buiten boven het meer patrouilleert.

Zondagochtend. Wat hoort er net als mayo bij de frieten? Een ommetje naar een motortreffen. In dit geval naar de ‘Devil’s Bridge’ bij Kirby Longsdale. Veel van de aanwezige ‘ devils’ zijn intussen rustig en grijs geworden. Maar de stenen brug over het riviertje de Lune is de ideale plek om met gelijkgestemde zielen over motorfietsen te kletsen. Nog meer verhalen vind je dan in het Lakeland Motor Museum tussen Newby Bridge Haverthwaite. Naast automobiele topstukken, waar onder een tentoonstelling van Campbell’s Bluebirds, vinden we Barry Sheenes Dunstall Suzuki en Joe Dunlops 125 cc Honda. Een steenworp verder is het Lakeside & Haverthwaite Steam Railway complex. Ook leuk. We gaan verder.
1500 toeren in zijn vijfde versnelling. Dan het gas er op. Met het inslaand vermogen van een dikke dame in een uitverkoop knalt de CB 1300 over de Stoneside Hill naar Corney. Je zou er een applausje voor geven. De overstekende herten waar de borden voor waarschuwen hebben waarschijnlijk nog lunchtijd of doen een dutje. Veel van de gestapelde muurtjes zijn in alle eenzaamheid ook omgevallen. Dat omvallen kan je in het voormalige vissersplaatsje Ravenglass zelf overkomen wanneer je je inlaat met de lokale insteek van het begrip ‘de halve liter klasse’. Een pint bier meet daar de volle 500 cc. Ter plekke badderen in zee wordt serieus ontraden in verband met de nucleaire waterverontreiniging ter plaatse. Met dank aan Sellafield.

Geen bieren voor vieren. Drinken doen we alleen na de rit, thuis in Windermere. Daarom hebben we tijd voor een tweede rendez-vous met Loweswater, Buttermere en de Honister pas. Bij het Derwent Water beleven we een bijzonder déjà-vu. Het beeld van een hek, half uit het schilderachtige meer stekend zagen we al op de placemat onder ons ontbijt. En nu dus live. Prachtig. Om met een ode aan het Wordsworth museum in Grasmere te besluiten:

It is a beauteous evening, calm and free,
The holy time is quiet as a Nun
Breathless with adoration; the broad sun
Is sinking down in its tranquillity;
The gentleness of heaven broods o’er the Sea:
Listen! the mighty Being is awake,
And doth with his eternal motion make
A sound like thunder–everlastingly

Informatie

Op weg naar Schotland of Man rijdt de gemiddelde continentale motorrijder het Lake District voorbij. En dat terwijl daar de mooiste mix van bergen en meren van Engeland te vinden is. Dat is dus keer op keer een gemiste kans.

Heenreis
Het makkelijkst gaat dat met de ferry Rotterdam (Kingston upon) Hull. Het van oost naar west oversteken van Engeland is dan nog zo’n 250 km. Van kust tot kust. Natuurlijk kun je de Motorways pakken, maar de route door het Yorkshire Dales National Park is veel mooier. Je kunt ook kiezen voor minder varen en langer rijden. Dan pak je de boot van Calais naar Dover. De rit in Engeland gaat dan via Londen, Liverpool en Lancaster. Meer details via www.poferries.com

Onderdak

Het Lake District is met zijn 40 bij 50 kilometer heel goed in dagtrips te bereizen. Daarom is het handig een vaste uitvalsbasis te hebben. En vooruit boeken is dan zeker tijdens het seizoen erg handig. Want het gebied is ook onder de Engelsen heel populair. Het aantal betaalbare hotels en goede B&B’s is in en om de ‘ grote’ steden ruim, en daar buiten goed te vinden. Het Storrs Gate House Longtail Hill in Bowness on Winderwere, LA23 3JD, 0044 15394 43272, www.storrsgatehouse.co.uk heeft zelfs een prijs gewonnen. Je slaapt en ontbijt er vanaf 50 pond. Motorrijders zijn meer dan welkom in Lindisfarne House, Sunny Banks Rd., Windermere, LA23 2EN, 0044 15394 46295, www.lindisfarne-house.co.uk. B&B vanaf 28 pond.

Wat meer adressen? www.watendlathguesthouse.co.uk , www.melrose-guesthouse.co.uk, www.holmeleagueguesthouse.co.uk. Maar ook buiten de toeristencentra hoeft er niemand onder een brug te slapen. Als je niet bang bent voor radioactieve besmetting vanuit Sellafield kun je in Ravensglass terecht bij www.rose-garth.co.uk en www.lakedistrictletsgo.co.uk/holly_house.html

Een goed en goedkoop alternatief voor de B&B’s zijn de jeugdherbergen waar tegenwoordig gasten tot in de 80 welkom zijn. Kijk maar op www.yha.org.uk Daar slaap en ontbijt je al voor 15 pond p.p.. Een tip voor groepen tot 4 personen die een vakantiehuisje in de ‘ bergen’ zoeken www.cockleybeck.co.uk. Daar tik je 300 pond af voor een volle week onderdak.

Bezienswaardigheden

Het lijkt wel of de Britten rekening houden met het wisselvallige klimaat. Daar aan de oorsprong van de industrialisering ligt de historie voor het oprapen. Veel musea met werkende techniek over dingen die rijden, drijven en/of op stoom draaien, bijvoorbeeld www.lakelandmotormuseum.co.uk, www.lakesiderailway.co.uk, www.windermere-lakecruises.co.uk, www.ullswater-steamers.co.uk . En als het maar een beetje mooi weer is moet je dus zeker naar de ‘Devil’s Bridge’ motortreffens bij Kirby Lonsdale gaan.

Denemarken: Naar het zonne-eiland van de Oostzee

0

We gaan naar Bornholm voor het Deense midzomernachtfeest. Dit eiland in de Oostzee is ook nog eens het zonnigste deel van Denemarken. En het staat bekend als het Bourgondië van de Oostzee!

Jan Dirk Onrust

Goed mogelijk dat wij verre nazaten van Vikingen en andere Deense veroveraars zijn, want wat invasies betreft hadden zij precies dezelfde smaak als wij. Waar zij met een bende woestelingen zonder kloppen binnendrongen en eeuwenlang de scepter zwaaiden, gaan wij graag met een horde wilde lezers naartoe. Dus gaan we deze zomer weer naar Noorwegen (eeuwenlang een Deense provincie). De invasie van IJsland, dat tot 1944 Deens was, staat in 2013 op de agenda. En de Faeröer Eilanden – die nog steeds een beetje Deens zijn – veroveren we in de nazomer voor de derde keer.
Valt er verder nog overzee Deens grondgebied te plunderen? Jazeker. Het afgelegen Oostzee-eiland Bornholm hebben we nog niet gehad. En daarom gaan we daar in juni naartoe. Precies op het moment dat er het midzomernachtfeest wordt gevierd.

Lezersreis in juni

Bornholm ligt tussen Zweden en Polen in, op ongeveer 90 km varen van Duitsland. Het eiland is bijna vier keer zo groot als Texel en heeft genoeg wegen om een dag of drie heel lekker rond te rijden. Eigenlijk horen we nooit wat van het eiland, behalve in december 2010, toen het wereldnieuws werd. Door hevige sneeuwval, met sneeuwbergen tot 10 meter hoog, waren de 40.000 inwoners volledig afgesneden van de buitenwereld. Juist voor Bornholm was het pijnlijk om als een soort Nova Zembla in het nieuws te komen. Het grote pluspunt van het eiland is namelijk het goede weer. De bijnaam luidt dan ook: het Zonne-eiland.

Hitlers hotel

Bornholm is vanuit vier landen te bereiken. Voor ons is Duitsland het makkelijkst. Zo hebben we ook nog een mooie aanlooproute langs de kust van Mecklenburg-Vorpommeren en door een paar prachtige Hanzesteden als Wismar, Rostock en Stalsund. Maar het beste is dat de boot vertrekt vanuit Sassnitz, want dat ligt op het roemruchte eiland Rügen.

Rügen is een verschrikkelijk vakantieoord. Dat wil zeggen: het is eigenlijk best mooi, rustig en een beetje dromerig zelfs, maar het heeft een zwaarmoedig toeristisch verleden. In de DDR-tijd werden hoteleigenaars onteigend en in tuchthuizen gezet. De communistische vakbond en de Kasernierte Volkspolizei namen de zaak over. Bijna alle naargeestigheid uit die tijd van dwang en achterstallig onderhoud zijn verdwenen. Wel gebleven is het grootste, meest monsterlijke hotel ooit: Seebad Prora, een complex van 4,5 km lang, gebouwd in opdracht van Adolf Hitler. Het ligt vlak onder Sassnitz, waar de boot naar Bornholm vertrekt.

Venijnige Oostzee

We stappen op een tamelijk oude schuit, waarop het nog best lastig is de motor goed vast te maken. ‘Wat maakt het uit?’ zegt Jan. ‘De Oostzee stelt toch niets voor.’

Ja, de Oostzee is eerder een groot meer dan een echte zee met grote getijdenverschillen en wilde golven. Dat vind ik ook als we uit Sassnitz vertrekken. Maar in 3,5 uur varen naar Bornholm kan een mens van gedachten veranderen. Het tamme binnenzeetje begint venijn te tonen. Een stevige wind zorgt voor echte golven met witte koppen. En voor een paar zweetdruppels, want de motoren staan met niet meer vast dan met wat elastiekjes en paperclips, terwijl de oude veerboot ondertussen flink is gaan stuiteren.

King Arthur-achtige kasteelruïne

Er zijn van die havenplaatsjes die je al te pakken hebben voor je voet aan wal zet. Rönne, het hoofdplaatsje van Bornholm, valt niet in die categorie. De Russen hebben het stadje in 1945 deels plat gebombardeerd, waardoor het niet echt een historisch karakter heeft. Maar even buiten Rønne pakt Bornholm ons snel in.
De wegen zijn rustig en mooi, en het landschap begint gaandeweg stevig te heuvelen. Dat komt omdat Bornholm geologisch gezien eigenlijk uit twee delen bestaat: simpel gezegd bestaat de zuidelijke helft uit zand, de noordelijke helft uit steen. Dus ergens halverwege de westkust verschijnen er rotsen en bergjes. Als we daarna ook nog wat lekker bochtige weggetjes ontdekken en eentje die achter een klif openlijk langs de branding scheert, dan weten we dat we hier echt goed zitten.

Vlakbij de noordpunt van het eiland, komen we bij een Koning Arthur-achtige kasteelruïne – het Hammershus – dat over de kustrotsen ligt gedrapeerd. Dit is de grootste middeleeuwse fortificatie van Noord Europa en voelt geheimzinnig en zelfs een tikkeltje onheilspellend aan. Erboven ligt de Hammer Knuden, de uiterste punt, met dichte bossen, bergwanden waar je tegenaan kunt klimmen van kunt abseilen. Er loopt ook nog een zware wandelroute omheen, waaraan je niet zonder water en een goede conditie schijnt te moeten beginnen. Zo kennen we Denemarken helemaal niet. Het lijkt eerder een verdwaald stuk Ierse kust, maar dan met mooi weer.

Bourgondiërsholm

Om de hoek van de Bornholmse noordkaap, zijn we in dorpje Sandvig weer terug in Denemarken, maar wel met de haren losgegooid. Alles lijkt hier net een paar gradaties makkelijker, vrolijker en kleuriger. Even na zessen is er veel volk op straat en op de terrassen. En veel bier. En een lopend muziekkorps. Hier merk je direct wat naast Zonne-eiland de andere bijnaam van Bornholm is: het Bourgondië van Denemarken. Sterker nog: vroeger heette het eiland Borgundarholm. Er wordt zelfs gezegd dat de echte Bourgondiërs oorspronkelijk hiervandaan komen. Maar dat is hoogstwaarschijnlijk een fabeltje.

De feestelijk stemming van vandaag heeft vast met de gemoedelijke volksaard te maken, maar er is ook een meer specifieke reden. Het is de 23ste juni, sankt Hans Aften – de avond van het middernachtfeest. En de inwoners en toeristen zijn alvast een bodempje aan het leggen.

Dat zal voor ons lastiger worden, want wij hebben een huisje op meer dan loopafstand van het dichtstbijzijnde feestdorp gehuurd. Dus dat wordt appelsap vanavond. En dan zijn feesten altijd moeilijker te begrijpen.

Het Kwaad

Geheel nuchter arriveren we later op de avond in het kustdorpje Gudhjem – met zijn steile straatjes en kleurige huizen een van de leukste plaatsjes. We zijn niet de enigen. Een grote menigte is op de been, waarvan een deel met een brandende fakkel in een optocht loopt. Anderen hebben op de rotsen aan zee grote vreugdevuren ontstoken. Er worden wat officiële woorden gesproken door een plaatselijke bekendheid, er wordt gezongen. Enkele dames zijn als heks verkleed en verderop wordt er eentje in het vuur gegooid, maar die is van stro. De politiek correcte verklaring is dat de heksen niet een irritant soort vrouw symboliseren, maar Het Kwaad. Dus dan mag het. De verbranding heeft ook iets met vruchtbaarheid te maken, dus je zou verwachten… Maar nee, het blijft allemaal heel beschaafd. En het ontaardt ook niet in een zuipfestijn, althans niet op straat. Even na middernacht zijn we terug in ons campinghuisje. Andere gasten zijn duidelijk wel een paar stappen verder dan we in Gudhjem zagen, maar na een uur of twee horen we ze niet meer.

De stranden

Het vervolg van de noordkust blijft heel aardig. Het plaatsje Svaneke, dus op de noordoostpunt ligt, geldt toeristisch gezien als een van de hoogtepunten, vooral door de haven met historische huisjes. Daarna zakt het eventjes in en komen we een vrij drukke weg naar Nexø, de grootste plaats na Rønne – eveneens door Sovjet-bombardementen zwaar getroffen. Daarna wordt het interessant, want dan komen de stranden, waar Bornholm ook bekend om staat. Balka is de populairste, want makkelijk te bereiken, maar het grootst en indrukwekkendst is Dueodde, want daar zit ook nog een prachtig duingebied aanvast. Maar daar moet je dan wel te voet doorheen ploegen.

Het eilandgevoel

De kustlijn van Bornholm heeft een totale lengte van 160 km. Als je die op de motor wilt volgen, kom je hoger uit omdat er vrij veel doodlopende, maar wel interessante weggetjes naar de kleine en grotere stranden lopen, met name aan de zuidkust.

In het achterland ligt nog veel meer: vele tientallen heerlijke rijweggetjes, die meestal nog stukken rustiger zijn dat kustwegen. Ze gaan door de weilanden en bossen, en bieden daartussen een aantal kleine en grotere verrassingen, zoals een hoge rotswand in het midden van het eiland. Of het museum NaturBornholm, dat bovenop op kloof is gezet, waar de overgang tussen zand en graniet het duidelijkst te zien is. Of gewoon een leuk dorpje. Maar wat het vooral allemaal zo aangenaam maakt, is dat je overal het eilandgevoel hebt. Je kunt alle kanten op, bijna overal is het lekker en relaxed – Bourgondisch, zo u wilt. En als je even geen zin meer hebt, ben je in hooguit een uurtje weer terug in het hotel.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Bornholm.GPX”]

Test: BMW S 1000 RR- meer dan alleen een oogcorrectie?

0

Kijk je en profile, dan is het een BMW S 1000 RR tot in elke vezel waarop het oog beslag legt. Alleen waar de schijn niet bedriegt en het ook écht een BMW S 1000 RR is, is toch alles anders. Desondanks lijkt niet veel meer veranderd dan die voorzijde. Toch beslaat die nieuwe voorzijde minder een fractie van al dat BMW veranderde.

De nieuwe BMW S1000RR is precies dat. Nieuw. Geen boutje is hetzelfde. Het meest opvallende is hoe BMW een 600-achtige-compactheid bewerkstelligd heeft, terwijl er tegelijkertijd meer dan afdoende ruimte is om haast van comfort te kunnen spreken.

Testredacteur Nick Enghardt maakte ook een videoverslag van deze test in Portugal. Check de video hier

In de baan biedt de ruimte weer andere voordelen. Je over de motor bewegen en jezelf klaarzetten voor hard aanremmen en de motor wenken de bocht in te duiken gaat moeiteloos. Schrap zettend voor acceleratie en wegduikend achter de ruit om de rijwind te ontvluchten, tref je geen rare hoekjes of andere ongemakken.

Al dat je krijgt zijn raakvlakken die het contact met de motor vergroten, waardoor het voelt alsof je meer in dan op de motor zit. Paar die beleving met een rijklaargewicht van 193,5 kilo in de geteste M-sportversie en al snel krijg je het idee dat die weegschaal overdrijft. Het vergt gewenning dat een BMW S1000RR zo snel stuurt, want waar je bij zijn voorganger qua stabiliteit de lol niet op, is de stabiliteit behouden gebleven en werd de wendbaarheid flink opgekrikt.

2019 BMW S1000RR

Geen greintje subtiliteit

Aan BMW’s aanpak valt geen greintje subtiliteit te bespeuren. Conventie of traditie wordt met voeten getreden zonder met de ogen te knipperen. Als de beredenering iets te doen enkel en alleen terugkomt op dat het altijd zo gedaan is, gaat de streep erdoor. Dergelijke aanpakken zien we terug in het verdwijnen van die asymmetrische voorzijde.

Eerder was het een moetje met een bijna letterlijke knipoog, maar als dimlicht door gestandaardiseerde formaten een grotere koplamp nodig heeft, waarom zou grootlicht dan symmetrisch moeten zijn? Voor 2019 is alles LED en de moderne verlichting staat grootlicht uit dezelfde eenheid toe als het dimlicht en dan is symmetrie niet enkel beter; het is ook lichter.

Het digitale engeltje

Neem vervolgens het blok. ShiftCam biedt simpelweg voordelen die op geen andere manier te verkrijgen zijn. Zo zou het nieuwe blok vanaf 5.500 tpm al meer dan 100 Nm koppel geven om dat tot net voor de toerenbegrenzer vast te houden. Leuk als dat er op een grafiekje uitziet, is het veel belangrijker hoe het voelt. Wat zeker is, is dat de S 1000 RR niet alleen gretiger aanvoelt vanaf die 5.500 rotaties per minuut; daaronder even zo goed.

Allicht mag je van een duizend verwachten sterk over te komen op de rijder, maar zo heerlijk smeuïg als de RR zijn spieren laat rollen, blijf je telkens net wat meer te willen. Natuurlijk haal je er het maximale absoluut niet uit, maar je kunt er desondanks niet omheen hoe machtig soepel de Duitse krachtpatserij losgelaten wordt. De grap dat BMW-rijders – op vier wielen dan – niet weten wat een knipperlicht is, gaat voor de BMW S 1000 RR niet op. Het oranje lampje van de TC rechts onderin het 6,5 duims TFT-dashboard knippert driekwart van de tijd.

Om te zeggen dat je er niets van merkt, zou aan de waarheid voorbij gaan dat zo op het gas gaan, zo remmen en zo sturen zonder de gevleugelde veiligheidssystemen een onmogelijkheid is.

2019 BMW S1000RR

Losgekoppeld

Enkel werkt BMW’s nieuwe elektronica zo goed dat je er geen last van hebt. Rijmodi, wheeliecontrole, tractieregeling, motorrem; alles is van elkaar los gekoppeld zodat je tot een perfecte instelling kan komen. Hetzelfde geldt voor de hellingshoekafhankelijke ABS en het dynamisch gedempte veermateriaal rondom.

Waar je eerder door minder tussenkomst van wheeliecontrole ook minder tractieregeling kreeg, kan nu het voorwiel volgas over hobbelig asfalt getild worden zonder dat het koppel een bocht later de grip zal doen verdampen. Wel moet er de kanttekening bij dat er wel erg veel bomen in het bos der instellingen staan.

Niet enkel een oogcorrectie

De 2019 BMW S 1000 RR is de som van onverschrokken keuzes. BMW heeft maling aan traditie in de zoektocht naar een lichtere, sterkere en snellere S 1000 RR. Het zit hem niet enkel in de oogcorrectie in de topkuip; het zit overal. De Sachs-vering werd Marzocchi, in plaats van het Bosch-ABS-systeem kwam er Continentaal en Brembo-remmerij maakte plek voor Hayes.

BMW prikt de gevestigde orde met een scherp geslepen stok; deel voor deel en merk voor merk. En niet alleen wat toeleveranciers betreft, want deze nieuwe BMW S 1000 RR kon wel eens de nieuwe maatstaf worden Met die grondige aanpak, waarin absoluut topvermogen geen prioriteit kent, maar bruikbaarheid de boventoon voert, heeft BMW het wiel zeker niet opnieuw uitgevonden. Het resultaat is een onorthodoxe machine, die onnatuurlijk goed aanvoelt. Het druist op veel fronten in tegen de conventie en desondanks werkt het.

2019 BMW S1000RR

Ooit deed ene Tadao Baba dat bij een ander merk ook. Die man wilde niet doen wat de industrie en conventie hem opdrong te doen. Die weerbarstigheid, dat rebelse; dat leverde de wereld de Honda CBR900RR FireBlade op. Dat de 2019 BMW S 1000 RR door omstandigheden totaal nog niet het achterste van de tong heeft laten zien, maakt enkel nieuwsgieriger.

Tekst: Nick Enghardt
Foto’s: BMW Motorrad

50 Jaar Honda CB: Het blok

14
Honda CB blok

Ooit was ik nieuwer dan nieuw. Het neusje van de zalm. Vier cilinders, dubbele bovenliggende nokkenassen, via vier kleppen per cilinder zoog ik verse lucht naar binnen en ademde nog harder weer uit. Een juweel, ik werd geroemd, beroemd zelfs. Een verademing. Betrouwbaar als een labrador, vurig als Arabier. Ik bereikte onwaarschijnlijke snelheden, mij lagers tergend tot exploderen. Banale benzine versneed ik tot pure whisky, brulde het uit, met grof geweld, in de meest onwaarschijnlijke uithoeken. Ik was een droom, hield de stoerste mannen uit hun slaap, werd vertroeteld, geslagen, getest… geliefd.

Moegestreden, klaar, afgelopen. Mij wacht de smeltoven… Na 32 jaar werken ben ik klaar. De tijd heeft haar sporen achtergelaten. Bekrast ben ik, beschadigd. Een afdanker, een weggooier. Uit de tijd. Klassiek wellicht, maar niet meer te redden. Nog één keer wil ik. Nog één keer mijn mooiste kant tonen, nog één keer alles wat ik heb blootgeven. Genadeloos. Geniet van mij, in deplorabele staat, maar mooier dan ooit.

Jaap van der Sar

In 2019 bestaat de Honda CB750 50 jaar. Deze Honda betekende de nekslag voor veel motormerken, maar luidde ook de nieuwe tijd in. De motorfiets evolueerde van functioneel vervoersmiddel naar recreatief genotsmiddel.

Deze week de belangrijke introductie van de Harley-Davidson LiveWire

0

Deze week introduceert Harley-Davidson de LiveWire aan Europese journalisten. Plaats van handeling: de staat Oregon/USA. Voor MotorNL heeft Jaap het kortste strootje getrokken. Vanaf volgende week rijdt hij dus in stilte langs de Pacific Ocean. Maar wat weten we tot nu toe van de LiveWire

Sinds Harley-Davidson de LiveWire aankondigde, was het spaarzaam met nieuws. Ook nadat de LiveWire voor 2020 definitief in het Harley-Davidson programma werd opgenomen, waren gedetailleerde specs nog steeds moeilijk te vinden.

Zeker is dat de LiveWire niet de laatste elektrische motor van Harley-Davidson zal zijn. Immers is Harley ook het eerste grote motormerk dat werk maakt van elektrische motoren. De concurrenten zijn klein, het merk dat het dichtst in de buurt komt is Zero. Daarvan heeft Harley-Davidson het meest te vrezen, ook al omdat Zero qua ervaring jaren voorop loopt.

Voordat hij naar Oregon vertrekt, heeft Jaap de afgelopen weken nog uitputtend op de Zero SR/F gereden. Dit model is volgens ons de grootste concurrent van de LiveWire. Als we de Zero SR/F vergelijken met de LiveWire ziet het lijstje  er zo uit:

  Harley-Davidson Livewire Zero SR/F
Vermogen 105 pk 110 pk
Koppel 116,6 Nm 189,8 Nm
Gewicht 249 kilo 225,8 kilo
Accu 13,6 kWh (nominaal) 12.6 kWh (nominaal)
Opladen 25W / Level 3 6W / Level 2
Prijs €34.000,- €20.890,-

Puur op de cijfers overtreft de LiveWire de Zero op accukracht en oplaadtijd. Op alle andere vlakken scoort de Zero het beduidend beter.

Eind deze week meer.

 

 

 

 

SCORPION EXO-TECH

0
Scorpion EXO-TECH PULSE Black

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Voor motorrijders die twee type helmen in één willen hebben, ontwikkelde Scorpion de EXO-TECH. Deze lichte systeemhelm biedt je een volledig afgesloten helm, maar met hetzelfde gemak klap je het kinstuk van deze EXO-TECH naar achteren voor een open helm. De specifieke constructie zorgt er overigens voor dat het vizier automatisch mee omhoog gaat, zodat er geen beschadiginen aan het vizier ontstaan. Met speels gemak is het vizier naar beneden te zetten om de ogen te beschermen tegen insecten en opspattende steentjes. Wil je het kinstuk terug op de originele plaats zetten, dan wordt het vizier automatisch in de juiste stand gezet om dit mogelijk te maken. Naast het heldere vizier beschikt deze Scorpion ook over een ingebouwde UV400-zonnevizier met anticondens EverClear coating. De bediening ervan bevindt zich in de nekrand. De Scorpion EXO-TECH beschikt overigens over een P/J keurmerk, waardoor je met beide varianten veilig rondrijdt.

Uiteraard tref je uitstekende ventilatie aan bij de EXO-TECH. De aanvoer van lucht verloopt via ventilatiegaten op het kinstuk en de bovenzijde van de helm, terwijl hete lucht weer weggevoerd wordt aan de achterzijde. Het comfort voor de drager wordt eveneens verhoogd door de Kwikwick3-voering. Deze zachte wangstukken zijn uitneembaar, zodat je ze ook kunt wassen. Er is eveneens rekening gehouden met de brildrager. Door het Kwikfit-systeem is de helm voorbereid op het gebruik van een bril.

Veiligheid staat hoog in het vaandel bij Scorpion. De EXO-TECH maakt gebruik van een polycarbonaat buitenschaal (twee verschillende maten), die samen met een EPS binnenschaal de nodige bescherming geeft. Om ervoor te zorgen dat de helm goed op zijn plaats blijft zitten, wordt een microbuckle-sluiting gebruikt. Standaard komt de helm met een helder vizier en een pinlocklens die zeer gemakkelijk en snel op de Scorpion-helm te zetten is. Op die manier krijg je geen last van condens. De EXO-TECH is te koop in drie verschillende uitvoeringen, namelijk Solid, Time Off en Pulse.

Maatvoering: XS tot en met XXL (twee verschillende buitenschalen)
Prijs: € 299,95 (Solid); € 349,95 (Time Off en Pulse)
Garantie: 5 jaar