vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1150

Zondagmorgenfilm: Easy Rider

0

Als er een film de motorcultuur – en dan met name de customcultuur – een zetje gegeven heeft, is het Easy Rider wel. Easy Rider viert dit jaar haar 50-jarig jubileum, maar beide hoofdrolspelers gaan het 51e jubileum niet meer vieren. Peter Fonda overleed onlangs, Dennis Hopper in 2010 al.

Zo zijn Wyatt en Billy er niet meer bij, maar dat is juist het mooie aan films; films vertellen een verhaal dat je keer op keer kunt beleven. Maar waar sommige films volledig op zichzelf staan, wist Easy Rider de gebruikte muziek ook voor altijd aan de motorcultuur te binden. Het nummer Born To Be Wild van de Canadese band Steppenwolf zet qua tekst en inhoud sowieso al een toon die past binnen de vrijheid van het motorrijden, maar tezamen met de beelden van acteurs Hopper en Fonda – en Jack Nicholson, niet te vergeten – op hun choppers werd het nummer onsterfelijk.

Onsterfelijkheid

Die onsterfelijkheid zit ook in de motoren. Onlangs werd nog een replica van Fonda’s Captain America-chopper geveild voor ruim 30.000 euro. Dan hebben we het niet eens over het origineel. De Panhead-Harley werd ontworpen door Clifford “Soney” Vaughs en gebouwd door Ben Hardy. Met name Hardy was tot dan een onbekende, maar in de chopper-cultuur een naam van formaat. De mensen erachter zijn er niet meer, maar de muziek, de verhalen en de motoren blijven.

Easy Rider

En dat was het belangrijkste aan Easy Rider. Behalve dat de film dromen wakker maakte bij menig kijker – dromen over de vrijheid, die enkel motorrijden met zich meebrengt – bracht de film motoren naar de mainstream. Het was nog steeds een tegencultuur, maar wel een waar men zichzelf in wilde verplaatsen.

De gehele film is inmiddels echt wel wat oud, maar zelfs toen was het met een budget van 400.000 dollar al geen piekfijn en gepolijst stukje Hollywood. Toch werd het een kaskraker en toch spreekt de film ook nu nog aan. Voor de liefhebbers is Easy Rider te vinden op Netflix, aangezien wij hier moeilijk de hele film kunnen plaatsen.

Desondanks. Easy Rider? Born To Be Wild? Dat intro natuurlijk!

Afbeelding en video: Universal Studios
Foto: Bonhams

Voor jou getest: TCX Baja allroadlaarzen

0
TCX Baja Goretex

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van onze talloze testkilometers.

Onvoorbereid kom ik in een ongenadige regenbui te rijden op weg naar huis vanaf vliegveld Zaventem bij Brussel. Buienradar heeft me voorgelogen en de enkele stipjes die buien moesten voorstellen zijn een paarsige vlek geworden die precies mijn route naar Nederland volgt. Daar rij je dan met je kevlar jeans, leren jack en nagelnieuwe allroadlaarzen. Wachten is geen optie, want dan kom ik in de spits en word ik door het ontbreken van fatsoenlijke zoab-wegen alsnog doordrenkt door de waterspray. Rijden dus. Ja, het is afzien, maar ik word – op mijn kevlarbroek na – eigenlijk pas na een klein half uur echt nat onder m’n jack. De Baja’s houden zich nog wat langer sterk en
krijgen het voor elkaar de extreme hoeveelheid regen kranig te weren en m’n voeten warm te houden. Op een gegeven moment voel ik bij een remactie dat er een warme golf langs mijn enkel vloeit. Het water is er door mijn inmiddels doordrenkte kevlarbroek zo ingelopen. Dat ze waterdicht van de buitenkant zijn wist ik al, maar van binnenuit kan het water dus ook geen kant op.

Goretex

Elk nadeel heb z’n voordeel, niet waar? Goretex is een prachtig iets, mits het van het niveau is waar TCX mee werkt. Goed, naast dat ze waterdicht zijn, zien ze er ook best cool uit. Is zwart niet je ding, de Baja’s zijn er ook in het bruin. Omdat het een semi-avontuurlijke laars is, voelt de zool wat stijver aan. Dat kan betekenen dat een laag gemonteerd schakelpookje wat moeilijker is te vinden. In mijn ervaring valt dat in de praktijk gelukkig wel mee. Qua prijs zit je in de bovenste laag van het segment. Maar gezien de hoge kwaliteit Gore-tex die wordt gebruikt en de algehele afwerking van de Baja’s is die prijs wel te verklaren.

Product TCX Baja Goretex allroadlaarzen
Maten 38 – 48
Kleuren bruin, zwart
Prijs € 369
Verkrijgbaar www.periermotorsport.nl

Foto: Jowin Boerboom

De Deense Vikingen achterna

0

Veel vikingerfgoed is de laatste jaren dan ook opgewaardeerd tot echte attracties, met moderne musea of acteurs die het verleden tot leven brengen. Bovendien vind je de meeste vikingattracties in zeer landelijke gebieden. Dat maakt het volgen van het vikingspoor extra aantrekkelijk.

Tekst en beeld Jan Dirk Onrust

Wie gunstige publiciteit wil, kan in het algemeen beter niet het redactielokaal van een krant binnenvallen, alle pcユs roven, de helft van de aanwezige journalisten om zeep brengen en de andere helft als slaaf mee naar huis nemen. Dat zet kwaad bloed en levert wraakzuchtige stukjes op. Maar de vikingen bekommerden zich niet om public relations. Vanaf 793 AD plunderden ze het ene na het andere klooster. En omdat monniken de geschiedschrijvers of journalisten van de middeleeuwen waren, kregen de vikingen snel de reputatie extreem gewelddadige woestelingen te zijn.

Dat was niet helemaal onterecht. Vikingen kwamen vaak zonder kloppen binnen en ze lieten dikwijls enige sporen van molest achter. Maar ze waren veel meer dan zomaar een bende vandalen. Hoe ze echt leefden, kun je ontdekken als je door Jutland ミ het vasteland van Denemarken ミ een reis maakt langs monumenten uit de vikingtijd. Bijkomend voordeel is dat deze vaak het best bewaard zijn gebleven in gebieden waar mensen het minst in de natuur hebben ingegrepen.

Hannibal der Gewaltige

Als ik op weg naar Denemarken overnacht bij een bed & breakfastboer in het slaperige plaatsje Schuby (Sleeswijk Holstein) val ik met mijn neus in de boter. Niet alleen word ik voor 18 euro binnengehaald als de verloren zoon, ik zit ook nog eens op de zuidgrens van het voormalige vikinggebied. Mijn gastgezin, de familie Mees, woont zelfs aan de Ochsenweg, de belangrijkste handelsroute uit de vikingtijd. Daarom beschermden de vikingen de weg hier met het Danewerk, een zes meter hoge wal van dertig kilometer lang die Jutland van het huidige Duitsland afscheidde. Twintig kilometer ヤDeense muurユ staat nog overeind en daarmee is het het grootste archeologische monument van Noord-Europa.

Aangezien ik vlak boven het Danewerk zit, opper ik dat de Meesjes heuse vikingen zijn. Daar zijn de boer en boerin niet helemaal zeker van. ヤMaar de buurman is absoluut wel een viking!ユ roept boer Mees schaterend uit. Deze buurman blijkt de plaatselijke rauwdouwer te zijn. Hij heeft eigenhandig een motorfiets – Hannibal der Gewaltige – met een drieliter 試ncilinderblok gebouwd en daarmee het Duitse Guinness Book of Records gehaald. De motor produceert een geluid van 125 dB en heeft een verbruik van 3 liter per kilometer. Dat is zoveel geweld, dat kan alleen maar een viking bouwen, vindt boer Mees. De motor is in het plaatselijke streekmuseum te bezichtigen.

Verdwenen vikingstad

Op nog geen tien kilometer van mijn logeeradres vind ik de resten van de grootste en belangrijkste stad uit de vikingtijd: Haddeby. Hier woonden vooral vissers en handelaars.

Een Arabische koopman die Haddeby in de 10de eeuw bezocht, verbaasde zich over het vrijzinnige karakter van de bewoners. Dat vrouwen in deze grote stad make-up droegen om hun schoonheid te benadrukken en dat ze zomaar konden scheiden van hun man, vond hij maar niks. Maar middeleeuwse opvattingen kunnen hardnekkiger zijn dan een middeleeuwse stad: Haddeby was zo vaak het middelpunt van conflicten dat het van de aardbodem is verdwenen. Nu is het niet meer dan een leeg veld aan een baai, omringd door wallen. Ernaast ligt tegenwoordig het fraaie Wikinger Museum Haithabu. Hier vind je veel kunst-, gebruiks- en handelsvoorwerpen die in Hatteby (Haithuba of Hedeby) zijn gevonden.

Asterix-dorpje

Na 130 km rijden met mijn Aprilia Caponord over opvallend rustige wegen, bereik ik Ribe. Dit is het oudste en volgens sommigen mooiste stadje (19.000 inwoners) van Denemarken. Het heeft een sfeervol centrum met schilderachtige huizen, nauwe straatjes en terrassen. Maar hoe lieflijk ook, dit handelsstadje was in het begin van het vikingtijdperk wel een voornaam vertrek- en aankomstpunt van de plunderaars die Engeland, Nederland en Frankrijk onveilig maakten. Het Waddenstadje was dus belangrijk en daarom zijn hier maar liefst twee tamelijk nieuwe vikingmusea. Ribes Vikinger en Ribe VikingeCenter. In het eerste vind je alles wat hier in de buurt is gevonden. Het tweede is een soort Asterix-dorpje dat met acteurs toont hoe de vikingen leefden. Van boogschutters tot leerlooiers, van valkeniers tot timmermannen. ヤMaar waar zijn de plunderaars en verkrachters?ユ vraag ik mijn gids. ヤDat is misschien wat minder geschikt voor een educatief museum,ユ grijnst hij, wijzend op de schoolklassen die er rondlopen. ヤMaar bovendien waren de vikingen overwegend agrari喪s. Alleen degenen die buiten de boot vielen, bijvoorbeeld omdat door het erfrecht al het bezit naar de oudste zoon ging, sloegen aan het reizen. Dat waren niet alleen plundertochten, er werd ook gewoon handel gedreven.ユ

Duizend jaar garantie

Ik ga verder noordwaarts, naar Jelling, zoユn 80 km van Ribe. Het is zonnig, de wind is lauwwarm, de glooiingen zacht, de weilanden mals en de wegen kronkelen zo nu en dan lekker. En wat is het rustig. Denemarken is misschien niet echt het land om van je vierkante banden af te komen, maar ik zit volop te genieten. Het is minstens zo leuk als dijkjes rijden, maar dan zonder Nederlandse hectiek. De Caponord vindt het ook allemaal best. Ondanks de zware bepakking laat ie alles met zich doen en hij dringt je niets op.

Jelling is een toeristisch stadje met een van de meest opzienbarende monumenten van heel Denemarken: twee grote ronde bulten met in het decollet een kerkje en twee runenstenen. De grootste runensteen, die hier al ruim duizend jaar staat, bevat een tekst die voor Denemarken van grote betekenis is. ヤKoning Harald gaf de opdracht deze runen te maken voor Gorm, zijn vader, en Thyre, zijn moeder, de Harald die heel Denemarken en Noorwegen overwon en de Denen tot het christendom bekeerde.ユ Dit betekent dat Harald er als eerste in was geslaagd het land tot 試n koninkrijk te smeden. De steen wordt gezien als niets minder dan het geboortebewijs van de staat Denemarken.

In het nieuwe bijbehorende museum is duizend jaar na dato een nieuwe runensteen in de maak. Beeldhouwer Erik den Rソde, naamgenoot van de viking die Groenland ontdekte, is een van de weinigen die de kunst nog beheerst. Een tekst is er nog niet, maar de vikingmotieven kan hij er alvast in beitelen. ヤDie hebben de vikingen eigenlijk afgekeken van de Arabieren. Ze zijn alleen veel simpeler,ユ legt de voormalige Triumph Bonneville-bezitter uit. ヤMaar het is wel kwaliteitswerk. Ik geef er duizend jaar garantie op.ユ

Magische kei

Het volgende deel van de vikingerfenis is Moesg罫d bij 〉hus, 90 km naar het noordoosten. Het museum geniet bekendheid om zijn mooie ligging, tussen de beboste heuvels, vlak aan zee. Je maakt het nog iets mooier door er langs de duinrijke kust naartoe te rijden. Hiermee compenseer je ook het lichte gevoel van teleurstelling over het prehistorisch museum zelf. Dat is namelijk niet specifiek gericht op het vikingverleden. Lichtpuntje is dat het een klein (en gratis) openluchtgedeelte heeft waar een nagebouwd vikinghuis uit de verdwenen stad Haddeby staat.

Na een kwartiertje zit ik alweer op de Caponord richting Hobro, waar een veel interessanter monument staat: de vikingvesting Fyrkat. Om er te komen neem ik een omleiding via weg 21 die van Ebeltoft naar Randers loopt. Als ik hier het piepkleine riviertje Alling   oversteek, gooi ik onmiddellijk de ankers uit en speur het weiland af. Op een meter of veertig ten westen van de weg zie ik hem: de Sjellebrosteen, een kei met inscripties die hier al 1250 jaar staat. Ok , deze kleinste der vikingattracties heeft een beperkte bezienswaardigheid, maar de praktische bruikbaarheid is groot. Het is namelijk een magische kei die boze geesten verjaagt en weggebruikers op hun verdere reis beschermt. Ik kan nu dus ongestraft 160 rijden en door het rode stoplicht knallen. Een veilig gevoel.

Harald Blauwtand

Vlotjes bereik ik Fyrkat. Deze vikingburcht is net als Danewerk en Jelling een vrucht van Harald Blauwtand. Huizen staan er niet meer in de burcht, maar de ringwal staat er na ruim duizend jaar nog wel. Fyrkat was bedoeld om bescherming te bieden, maar of dat was tegen aanvallen van buiten of tegen de eigen bevolking is niet duidelijk.

Binnen de ring die een doorsnede van 120 m heeft, stonden in de vikingtijd vier vierkanten van vier huizen. Iets buiten de ring kun je een replica op ware grootte van zoユn kazernehuis zien. Slechts een van de vier huizen werd bewoond. De andere dienden als opslagplaats, stal en smederij. Hier werd met veel vakmanschap de wapenuitrusting gefabriceerd. De bekende helm met hoorns erop hoorde daar overigens niet bij, want die hebben de vikingen nooit gedragen.

Op een paar honderd meter afstand van de burcht ligt een replica van een compleet vikingdorpje. Vroeger zorgden de bewoners hiervan voor de bevoorrading van Fyrkat. Nu lopen er vrouwen en kinderen rond in kleur- en vormloze kleding. Het zijn de leerkrachten en kinderen van een basisschool op schoolreis. Ze zijn druk bezig een middeleeuwse maaltijd te bereiden en daarna gaan ze vikingspelletjes doen. Het is duidelijk dat de Deense overheid er veel aan is gelegen de nationale identiteit er zo vroeg mogelijk in te stampen. In bijna elke vikingattractie zul je buiten het hoogseizoen schoolklassen tegenkomen. Maar schrik niet, ook voor volwassenen zijn de musea interessant.

Dode vikingen

Zestig kilometer noordelijker ligt bij Aalborg de laatste vikingbezienswaardigheid van de route, Lindholm Hソje. Om bij Aalborg te komen, neem ik weg 180 door Rold Skov, het grootste bos van Denemarken. Vooral in de buurt van het plaatsje Rebild wordt het landschap onverwacht noords. Heidevelden zie ik, steile hoge heuvels – bergen bijna – en zelfs enkele heldere beekjes. Enthousiast spring ik, buitenmens, van de Caponord om een slokje te nemen. Heerlijk. Pas daarna zie ik stroomopwaarts enkele niet geheel zindelijke schapen lopen. Maar akelige gevolgen blijven uit. De magie van de Sjellebrosteen strekt zich duidelijk over grote afstand uit. De plek waar ik me bevind heet overigens het Rebild Bakker nationaal park. Het is maar 170 ha groot, maar het is een van de meest verrassendste stukjes van de route.

Lindholm Hソje, 30 kilometer noordelijker, valt duidelijk ook in de categorie verrassend. Anders dan bij de andere vikingattracties zie je hier niet hoe vikingen leefden, maar hoe vikingen stierven. Het is dus een begraafplaats en niet bepaald een kleintje ook. De heuvel met uitzicht over Aalborg telt maar liefst 700 graven en is van de 6de tot de 10de eeuw in gebruik geweest. Dat de meeste graven nog steeds zijn te zien, is uniek en te danken aan een grote zandverstuiving die het grafveld in de vikingtijd bedolf.

Je ziet hier vooral crematiegraven. Bij de ceremonie plaatsten de vikingen hun dode in zithouding in een cirkel of ovaal van keien, staken hem of haar in brand en bleven erbij tot het vuur was gedoofd. In het bijbehorende moderne museum is tamelijk duidelijk te zien hoe dit in zijn werk ging. Hier zie je ook de voorwerpen en statussymbolen die samen met de overledenen het graf ingingen. De dood speelt hier niet altijd de hoofdrol. Eind juli wordt hier het jaarlijkse levendige vikingfestival gehouden. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld het Moesg罫d Museum.

Vikingschepen

Hebben we nou alles gehad? Nee, niet helemaal. Het vikingschip ontbreekt nog. Dat was misschien wel de belangrijkste drijvende kracht achter de opkomst van de vikingen. Met hun bijzondere schepen ontdekten ze IJsland, Groenland en Amerika. Ze dreven er handel mee en bovenal joegen ze met hun schepen hele volksstammen de stuipen op het lijf. Omdat de kielloze schepen vrijwel geen diepgang hadden en toch zeewaardig waren, konden ze even makkelijk verrassingsaanvallen op de kustplaatsen uitvoeren als rivieren opvaren.

Onderweg ben je hier en daar al wat schepen tegengekomen ミ in Haddeby, Ribe en in een meertje vlak onder Jelling ミ maar voor het echte werk moet je in de Vikingschepenhal in Roskilde zijn. Daar zijn 39 schepen te bezichtigen, waaronder vijf wrakken die in 1962 bij een opgraving naar boven zijn gehaald. Op sommige van de schepen kun je zelfs een tochtje maken en je kunt ook zien hoe ze gebouwd worden.

Roskilde ligt echter niet in Jutland, maar bij Kopenhagen op Sjセlland. Als je van plan was naar Zweden te gaan, kun je op de terugweg overwegen de boot naar Helsingソr, niet ver van Roskilde, te nemen. Blijf je in Denemarken dan is het een aanrader om via de kust af te zakken naar Grenaa, waarvandaan ook een boot naar Sjセlland gaat. Het derde alternatief voor de terugweg is de Deense westkust. Hier vind je geen grote vikingschatten meer, maar wel heerlijk rustige kustwegen met hier en daar weergaloos mooie duinen. n

Geschiedenis

Denemaken is een van de landen van de vikingen. Tussen 800 en 1100 trokken deze noormannen erop uit om steeds verder van de open wateren hun veroveringstochten te houden. In de Vikingmusea kom je meer te weten over hun cultuur.

In de 10e eeuw was Denemarken nog een volledig agrarische samenleving. Rond 950 kwam er een eind aan de binnenlandse machtsstrijd en het land nam toen een groter oppervlak in beslag dan nu het geval is. Hier werd een koninkrijk gevormd. Het centrum van de politieke macht lag in Jutland en de economische macht was geconcentreerd rond een handelspost in Sleeswijk.

Tussen de 13e en 15e eeuw trad er een periode op van verval, herstel en vereniging. De burgeroorlog en Reformatie zorgden opnieuw voor beroering. In de 16e en 17e eeuw was Denemarken een wereldmacht, vooral dankzij de suprematie op zee. De huidige grenzen zijn vastgelegd na de Eerste Wereldoorlog.

 

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK_Deense_Vikingen.GPX”]

 

Eerste kijk op de Triumph Daytona 765

0
Triumph Daytona 765 Moto2 Replica Silverstone

Ja hoor, daar is hij dan. Dit is de eerste kijk op de Triumph Daytona 765. De Moto2-replica welteverstaan, waarvan er 765 voor de Verenigde Staten en Canada worden gebouwd, en hetzelfde aantal voor Europa en de rest van de wereld. Zeer exclusief dus.

Op de vooravond van het MotoGP-weekend op het Britse circuit van Silverstone, presenteerde Triumph hun nieuwe Daytona – eindelijk – aan de wereld. Na jaren van speculatie, maanden van geruchten en weken van geduldig afwachten is dit de eerste glimp van de flink opgeboorde supersport machine die in de fabriekshallen van Hinckley werd bekokstoofd.

De harde feiten

Wat we voor nu aan harde feiten weten is het volgende. De nieuwe Daytona maakt een maximum van 130 pk bij 12.250 toeren. Het piekkoppel van 80 Nm wordt bereikt bij 9.750 tpm. Daarmee is hij stukken krachtiger dan de Street Triple, die al gebruik maakte van de 765cc driecilinder. Die produceert slechts 118 pk bij 12.000 tpm en 77 Nm koppel bij 9.400 toeren.

Ja, duidelijk is het zeker dat je met deze nieuwe replica niet veel dichter bij een daadwerkelijk Moto2-machine gaat komen. Opvallend is het wel dat de nieuwe Daytona niet bijzonder ver uitloopt op zijn voorganger. De 2015 Daytona 675 wist namelijk 128 pk en 74 Nm koppel te produceren bij respectievelijk 12.500 toeren en 11.900 toeren. De winst in vermogen zou onder meer verworven zijn door titanium inlaatkleppen, sterkere zuigers en vele andere minieme verbeteringen. De compressieratio steeg van 1 op 12 naar 1 op 12,9 en de rode lijn begint pas 600 toeren later. Het maximum toerental is namelijk opgekrikt naar 13.250 tpm.

Triumph Daytona 765 Moto2 Replica Silverstone

Uitrusting

De nieuwe Daytona is voorzien van het nieuwste van het nieuwste wat betreft remmen en vering. Zo levert Öhlins de voor- en achtervering. Voor heb je de NIX30-voorvork, waarvan de poten een diameter van 43 millimeter hebben. De voorkant is instelbaar op veervoorspanning, uitgaande- en ingaande demping. Aan het achterwiel is een TTX36-monoschokdemper met piggyback reservoir gemonteerd, waarvan je de in- en uitgaande demping kan instellen. Qua rempartij maakt Brembo een goede beurt. Het voorwiel heeft de Stylema vierzuigerklauwen aan beide 310mm remschijven gekregen. Achter is er een enkelzuiger Brembo-klauw gemonteerd aan een enkele 220mm-remschijf. Zowel voor als achter is de ABS instelbaar.

Niet nieuw is de ECU. Die komt namelijk van de Street Triple RX. De ECU heeft wel een upgrade gekregen. Hoe en wat er aan gedaan is? Daarover weten we nog niets. Wat betreft gewicht claimen de Britten dat deze installatie van de Daytona lichter is geworden dan de derde generatie die hieraan vooraf ging. Wat hij dan weegt? Dat maken ze nog niet bekend. Dat gaat overigens ook op voor zijn verbruik en uitstoot. De tankinhoud van 17,4 liter is gelijk aan de 2015 Daytona dus daar kan de winst in ieder geval niet in zitten.

De Daytona 765 Moto2-replica is voorzien van een TFT-scherm dat we al kennen van de laatste generaties Speed en Speed Triple. Die stuur je aan met de joystick aan de linker stuurhelft. Verder heeft is het dankzij ride-by-wire mogelijk om vijf rijmodi bij te voegen. Die bestaan uit Road, Rain, Rider, Sport en Track. Stuk voor stuk beïnvloeden ze de gasreactie, tractiecontrole en ABS-instellingen. Natuurlijk heb je zo’n circuit gefocuste machine ook een op- en neer werkende quickshifter.

Triumph Daytona 765 Moto2 Replica Silverstone

Vertrouwd?

Het grootste verkooppunt van deze Triumph is het kenmerkende geluid. De aanzwellende brul die uit de drie cilinders galmt, werkt verslavend Dat leerden we in het verleden al. Toch is er met de steeds strengere regelgeving qua geluid vaak weinig om over naar huis te schrijven. Hoe het op de Moto2-replica zal klinken kunnen we nog niet met zekerheid zeggen, daarvoor zullen we hem eerst zelf moeten rijden om de beleving vanuit het zadel te kunnen vertalen. Wel weten we dat het uitlaatsysteem net als de voorganger in een 3-in-1 setup uitkomt in een enkele demper aan de rechterflank. Dat is overigens een door Arrow gefabriceerde titanium bus, speciaal voor op het circuit.

Het kuipwerk oogt vertrouwd. De doorgetrokken koplampen – waar sommigen destijds bij de vorige generatie Daytona niet bepaald fan van waren – zijn weer ietwat teruggebracht naar het ‘origineel’. Overigens is het kuipwerk grotendeels van koolstofvezel gemaakt om het totaalgewicht te drukken. Het kleurenschema dat we op die kappen zien lijkt heel erg op de zogenaamde ‘Union Jack’ die we al op het Moto2-prototype zagen.

Triumph Daytona 765 Moto2 Replica Silverstone

Roadracer

De replica is straatlegaal maar overduidelijk sterk gericht op het circuit. Daar zal hij in staat zijn de ware potentie van de eerste – door de Dorna – gecertificeerde replicamachine te bewijzen. Een prijs is overigens nog niet bekend gemaakt voor de gelimiteerde serie machines. Waar we overigens meer dan zeker van zijn is dat er naast deze Moto2-replica ook een ‘normale’ straatversie van zal verschijnen.

Dat gebeurde namelijk ook al nadat er eerder dit jaar aangekondigd werd dat er een extreem luxe Rocket 3 gepresenteerd zou gaan worden in de zogenaamde Triumph Factory Custom-serie. Niet lang geleden leerden we dat er dan ook daadwerkelijk een straatvariant van de Rocket voor de ‘gewone’ man beschikbaar zal worden gemaakt begin volgend jaar. Voor de Daytona gaat dat ook gewoon gebeuren. Let maar op.
Triumph Daytona 765 Moto2 Replica Silverstone

Ook de Harley-Davidson CVO’s zijn aangepakt voor 2020

0
Harley-Davidson CVO Limited 2020
Harley-Davidson CVO Limited 2020

Je kunt het gerust een Harley-Davidson week noemen op MOTOR.nl, want ditmaal hebben we het over de CVO Limited. Het meest opvallende aam dit model is het Reflex Defensive Rider Systems (RDRS), een systeem dat overigens standaard op alle 2020 CVO’s zit. RDRS is, volgens Harley, een aantal technologieën die speciaal is ontwikkeld om de prestaties van de motor aan te passen aan de beschikbare grip tijdens optrekken, vertragen en remmen. Denk aan elektronisch gekoppelde remmen, verbeterd bochten-ABS en verbeterd bochten traction control.

Onderbelicht

Ook nieuw zijn de Daymaker Adaptive LED-koplampen, die op basis van de hellingshoek licht in bochten schijnen en dus hoeken pakken die normaal letterlijk onderbelicht blijven. Verder hebben alle 2020 CVO-modellen een enkele Boom! Audio 30K Bluetooth-helmheadset die ontworpen is als draadloze interface met het Boom!@ Box GTS infotainmentsysteem.

Echte kenners

De 2020 CVO Limited is verder – voor waarschijnlijk alleen de echte kenners – te herkennen aan nieuw materiaal en nieuwe stiksels voor zadel en rugsteun van rijder en passagier en nieuwe smoke mid-frame luchtgeleiders.

Nieuwe kleuren

De Limited komt in drie nieuwe kleuren: Moonlight Blue met Deep Sea Blue-accenten, Smokey Gray met Stormcloud-accenten en Premium Sand Dune. De basisprijs voor de 2020 CVO Limited is in Nederland 50.900 euro, in België 43.300 euro.

Street Glide

Nu we toch in de CVO-wereld zitten ook nog even snel naar de Street Glide. Die heeft voor komend jaar onder andere gegoten aluminium Fugitive-wielen, nieuwe materialen en stiksels voor zadel/rugsteun van rijder/passagier en grotere, in kleur mee gespoten oliekoelerdeksel. Ook zijn er drie nieuwe kleurenschema’s beschikbaar. De basisprijs voor de 2020 CVO Street Glide is in Nederland 47.500 euro en in België 40.600.

Harley-Davidson Pan America gespot

1
Harley-Davidson Pan America
Harley-Davidson Pan America

Wie dacht dat Harley-Davidson na de LiveWire en deze week de Low Rider S plus de CVO Tri Glide even op adem zou komen, heeft het mis. Flink mis mogen we zelfs wel zeggen, want er staat nog heel veel moois aan te komen op Harley-gebied.

Terzelfdertijd was er een onderdelen- of accessoirebeurs gaande in het Wisconsin Center in Milwaukee. Da’s bij Harley om de hoek en daar presenteerde Harley-Davidson de herintredende Low Rider, maar ook de Pan America. De video van Harley’s eerste adventure verscheen nota bene op het YouTube-kanaal van Harley-Davidson Novosibirsk!

Het zijn de eerste levensechte beelden van de Pan America, die we na een serie gepolijste PR-foto’s en patentschetsen te zien krijgen. De Harley-Davidson Pan America stond als een stylingprototype op een stand vol accessoires (genuine H-D?).

Veel meer dan wat we al wisten, worden we niet wijs uit de video. Het 1.250cc blok met bovenliggende nokkenassen is volledig nieuw. De cilinders hebben een blokhoek van 60 graden. Harley heeft modulaire plannen met dit blok, dat een serie nieuwe modellen gaat voorstuwen variërend van 500 tot 1.250cc. Of al die nieuwe modellen een ketting- of een riemaandrijving is nog maar de vraag. Mogelijk kiest Harley voor de lichte motoren voor een ketting en krijgen de zwaardere een riem. Hoewel: de Pan America op de video heeft een ketting.

Prototypen

Op dezelfde beurs stond ook de Bareknuckle als stylingprototype. Je kunt je afvragen in hoeverre beide mocellen nog wel een prototype zijn? Uiteraard hebben we die vraag gesteld aan Harley maar dat kwam een ‘geen commentaar’ op terug. Binnenkort ongetwijfeld meer over deze twee bijzondere Harley’s.

Icoon: Honda ST1100 Pan-European

0
Honda ST1100 Pan-European
Honda ST1100 Pan-European

De ontstaansgeschiedenis van de Japanse ST1100 is bijzonder. Honda ontwikkelde deze Pan-European namelijk vrijwel geheel in Europa, omdat de machine echt toegesneden moest zijn op de Europese toerrijder. Veel lange afstanden, hoge kruissnelheden: dat soort zaken. Eigenlijk, heel stiekem, was het een regelrechte aanval op BMW. Sterker nog, veel testkilometers werden op de Duitse Autobahn gemaakt, terwijl het stuurgedrag in de Eiffel, het Schwarzwald en in de Alpen op de proef werd gesteld. Het R&D-centrum van Honda Europe lag (en ligt, trouwens) in Offenbach, vlakbij Frankfurt. Kunnen we de Pan-European dan eigenlijk een Duitse Honda noemen? Tja, eigenlijk wel.

Rare V4

Dat Honda Europe het nodige in de melk te brokkelen had blijkt uit de keuze voor een V4-motorblok. Japan wilde een vier-in-lijn, maar in Offenbach pleitte men voor een karakterblok met gunstige motorkarakteristiek. Japan gaf groen licht en het werd de V4. Maar, de ST1100 kreeg wel een heel andere V4 dan alle voorgaande V4-modellen. Het blok kwam met de krukas in lengterichting in het frame te hangen. Hierdoor had Honda een gunstig uitgangspunt voor de cardanaandrijving en doordat de krukas in lengterichting draait werden de stuureigenschappen verbeterd. Want het beperkt de gyroscopische krachten in het motorblok. Nadelen? Die waren er ook. Want de motor vertoont, met deze plaatsing, een kanteleffect zoals we dat bijvoorbeeld goed kennen van boxermotoren. Om dat grotendeels op te heffen liet Honda de koppeling tegengesteld aan de krukas draaien.

Vooruitstrevend

Het nieuwerwetse motorblok was niet de enige noviteit van deze baanbrekende Honda die in 1990 op de markt kwam. Ook opvallend was de slanke gestroomlijnde vormgeving, die veel sportiever was dan in die tijd gebruikelijk bij ‘dikke’ toerbuffels. Nieuw was ook de plaatsing van de spiegels. Even wennen om onder je handen door te kijken, maar het zicht was bijzonder goed en trillingsvrij. Heel vooruitstrevend was ook de plaatsing van de knipperlichten ín die spiegels. Net zoals de plaatsing van de benzinetank, laag onder het zadel.

Tractiecontrole

De Pan-European werd een inslaand succes. Vooral in Europa was de ST niet aan te slepen. De jaren hierna werd dit nog versterkt doordat het motorblok onverwoestbaar bleek. Dat zien we nu nog: bijna alle occassions die te koop staan hebben ruim een ton op de teller, en vaak zelfs anderhalve ton. Door de jaren heen voerde Honda slechts kleine wijzigingen door. In 1992 kreeg ‘de Pan’ een iets hoger stuur en werd ‘ie verkrijgbaar met ABS en tractiecontrole. Jawel: toen al tractiecontrole! Ook werd het voorwiel in 1992 iets breder.

Het doek

In 1996 kwam de Pan met een gecombineerd remsysteem, het gekoppelde remsysteem met driezuiger remklauwen. Ook werd de voorvork dikker en kleine sleuven in de ruit verminderden de turbulentie áchter de ruit, goed te zien op de foto helemaal boven. In 2002 viel het doek voor de ST1100, de ST1300 werd geïntroduceerd. Een compleet nieuwe machine, met nieuw motorblok en een nieuw aluminium frame. De last van de grote roem van de ST1100 werd de ST1300 te veel.

Een echte legende zoals de ST1100 is de ‘laatste’ Pan nooit geworden.

Herlings al in Zweden terug in MXGP

0
Jeffrey Herlings, The Bullet, 84, MXGP

In een persbericht laat het KTM Factory racing team weten dat Jeffrey Herlings dit weekend al weer op de motor stapt in het MXGP. Dat zal gebeuren in de Zweedse ronde van de competitie in Uddevalla.

Herlings heeft al bijna het gehele seizoen te kampen met blessures. In een training afgelopen winter brak hij zijn rechtervoet. Toen dat genezen leek reed hij mee in Letland waar hij pole wist te pakken. In de sighting lap voor de wedstrijd kwam hij echter ten val en brak hij zijn rechterenkel. Het zat hem absoluut niet mee.

MXoN

Dat Herlings dit jaar nog zou op gaan stappen werd deze week al duidelijk. Tijdens de teampresentatie voor de Nederlandse equipe die uit zal komen in de MX of Nations stond nummer 84 natuurlijk klaar. De MXoN wordt 29 september verreden op het TT Circuit in Assen. Toch is er nu opmerkelijk nieuws uit kamp Herlings. Dit weekend stapt hij al weer op in de zestiende ronde van de MXGP. In een bericht laat hij weten: ‘Hier gaan we weer! Ik rijd weer sinds een paar weken nu en voel me klaar om Uddevalla uit te proberen. Zoals ik heb gezegd staat 2019 voor mij eigenlijk helemaal in het teken van de Motocross of Nations op Assen volgende maand. En door de wedstrijden in Zweden te proberen maken we een volgende stap richting dat doel. Er is geen doel voor dit weekend anders dan de race uitrijden en wat goed gevoel te vinden met de motor.’

Of Herlings ook de MXGP ronden van Turkije op 8 september en/of China op 15 september zal rijden is nog niet duidelijk en zal waarschijnlijk sterk afhangen van het gevoel dat hij opdoet in Zweden dit weekend.

Morbidelli museum sluit deuren

0
Morbidelli Museum Pesaro foto TvA

Het gerucht ging al een tijdje maar het lijkt nu waarheid: Het Morbidelli museum moet dicht. Het levenswerk van Giancarlo Morbidelli, die door de jaren heen een van de mooiste en veelzijdige privécollecties ter wereld opbouwde, gaat zo verloren. Verschillende verzamelaars uit met name Groot-Brittannië hebben al aangegeven bepaalde museumstukken te willen kopen.

Te groot

In één keer overkopen is simpelweg niet mogelijk, daar is de verzameling te groot voor. Dat zagen we al eens in 2014 en voor het laatst twee jaar geleden met eigen ogen in Pesaro. Daar gingen we op bezoek bij het Benelli museum van de Benelli Club en nog diezelfde middag ook langs bij het Morbidelli Museum. Van beroep is Morbidelli mechanicus. In 1959 start hij een bedrijfje dat zich richt op de ontwikkeling en bouw van houtbewerkingsmachines. Binnen een paar jaar groeit dit uit tot een zaak met 300 werknemers dat naar vele tientallen landen exporteert. In 1968 steekt hij een deel van zijn geld in de ontwikkeling van racemotoren. Mede om de merknaam nog verder over de wereld te verspreiden, maar vooral omdat zijn echte passie bij motoren ligt. Aanvankelijk maakt Morbidelli voornamelijk gebruik van Benelli’s. Binnen een paar jaar weten de Morbidelli Benelli’s vier wereldtitels te pakken. Niet veel later wordt in 1976 dan ook MBA – dat staat voor Morbidelli-Benelli Armi – opgericht, dat replica’s van de 125cc kampioensfiets produceert voor privécoureurs. Giancarlo stapt daar na twee jaar al uit omdat hij zijn zoon Gianni wil ondersteunen die aspireert autocoureur te worden.

Museo Morbidelli Pesaro MBA foto TvA

Spectrum

Tevreden met zijn loopbaan zet Morbidelli begin jaren negentig zijn houtbewerkingsbedrijf in de verkoop. De tijd die hij over heeft steekt hij in de ontwikkeling van zijn persoonlijke pronkstuk: de Morbidelli V8. Er wordt slechts een klein aantal van deze machines gebouwd maar hij slaat in als een bom. Hij schopt het tot in het Guinness Book of World Records en wordt geëxposeerd in alle drie de vestigingen van het Guggenheim museum.

Morbidelli V8 Giancarlo Morbidelli Museo Pesaro foto TvA 2017

Door de jaren heen verzamelt de Italiaan vele honderden motoren die hij in 1999 op één plek samenbrengt: de fabriekshal van zijn oude bedrijf. Die ruimte van ruim 3.000 vierkante meter is snel gevuld met de ruim 350 motoren die stammen uit de gehele twintigste eeuw. Het is misschien wel de mooiste collectie die ik tot nu toe heb mogen zien. Het is goed te zien dat Morbidelli een liefhebber is van het hele spectrum en niet één bepaald aspect binnen de motorwereld. Alle merken, alle motorblokken en alle afmetingen zijn hier te vinden. Ieder museumstuk op een eigen podium met een beschrijving op een plakkaat op de muur erachter. De motoren zijn allemaal in piekfijne staat na restoratie door Morbidelli en zijn team van experts. Het behoud van de bijzondere motoren is dan ook waar de oude Giancarlo zich het meeste op richt tegenwoordig. In een aangrenzende hal heeft hij nog eens zo’n 300 motoren, brommers, scooters en zelfs twee auto’s staan die helemaal gerestaureerd moeten worden.

Altaars

Er zijn twee speciale hoeken in de hal. Één is ingericht als ode voor zijn zoons carrière als autocoureur, de andere een altaar voor alle racers die hij bouwde. Maar eigenlijk kun je het hele museum als altaar zien. Een altaar voor de motorfiets an sich. Werkelijk iedere motorrijder kan hier wel iets vinden dat hij in huis wil hebben. Zeker als de inmiddels bejaarde Morbidelli de techniek eenvoudig weet uit te leggen middels een tolk. Hoewel de man wat stoffig overkomt omdat hij aan dementie lijdt en zijn jaartallen door elkaar haalt, kan hij over de techniek vertellen alsof hij een wandelende encyclopedie is. Als ik hem vraag of ik niet mijn tentje mag opzetten in de hal zodat ik me nog wat langer kan verwonderen over de collectie kan hij me alleen maar dankbaar aankijken. Een glundering in zijn ogen laat blijken dat hij maar wat trots is op zijn levenswerk.

Zonde dat dit alles nu de verkoop in moet, daar de oude Morbidelli er niet langer voor kan zorgen. Hopelijk vinden de motoren een goed thuis.
Giancarlo Morbidelli - Museo Morbidelli Pesaro foto TvA 2017

Voor onze rubriek ‘Motorleven’ in MOTO73 zijn wij op zoek naar kandidaten!

0
Motorleven
De rubriek Motorleven in MOTO73

UPDATE: DE INSCHRIJVING IS GESLOTEN. IEDEREEN BEDANKT VOOR DE INZENDINGEN! WE HADDEN WEL TWEE DAGEN KUNNEN VULLEN 🙂

Voor onze rubriek ‘Motorleven’ in MOTO73 zijn wij op zoek naar kandidaten! Vind jij het leuk om met jouw motor op vrijdag 6 september naar onze MotorNL-mancave in Hilversum te komen om daar door een professionele fotograaf op de foto te worden gezet met jouw motor? Meld je dan nu aan. Opgeven kan door een mail te sturen naar: redactie@moto73.nl.

In Hilversum word je ontvangen door onze redactie met een kop koffie of thee met daarbij wat lekkers! Het fotograferen en het korte praatje met een redacteur zullen ongeveer een uurtje van je tijd in beslag nemen. In je aanmelding kun je aangeven of je in de ochtend of in de middag aanwezig kunt zijn. Wil je jezelf aanmelden voor Motorleven of heb je nog vragen? Mail dan even naar redactie@moto73.nl.

Graag tot dan!