zondag 31 mei 2026
Home Blog Pagina 1178

Frankrijk: Cote d’Azur – de 12 lekkerste!

5

Onmetelijke rijkdom, prachtige natuur, heerlijke kustplaatsen en mooie wegen. De Cote d‘Azur heeft zoveel te bieden, dat het er in de zomer veel te druk is om lekker te toeren. Nee, dan het najaar. Dan is het shoppen in een snoepwinkel na sluitingstijd. Jan Dirk pikt de twaalf lekkerste snoepjes eruit.

Jan Dirk Onrust

De Côte d’Azur loopt van Menton aan de Italaiaanse grens tot Marseille. En als ik op een vrijdagmorgen in oktober bij Menton aan mijn 400 km lange rit begin, is alles eigenlijk meteen al goed. Niet te heet, niet te fris, het water is blauw en mijn Moto Guzzi Stelvio wit. Over de boulevard rijd ik langs wuivende palmen en uitnodigende terrasjes. En op het strand liggen halfnaakte meisjes te zonnen. Alleen ligt de gemiddelde leeftijd van de meisjes rond de 68. Menton heeft sowieso de oudste inwoners van heel Frankrijk en in het najaar ligt het gemiddelde nog een stuk hoger, zoals aan elke zonnige kust. Maar dat zie ik graag door de vingers. Er staat namelijk tegenover dat ik niet voortdurend door een file hoef te ploegen, bij terrassen niet aan een stoelendans hoef te doen en op de bonnefooi een hotel kan zoeken. En dat de prijzen ook wat gunstiger zijn. Kortom: ruimte om te ademhalen. En om lekker te toeren.

Lutjebroek met een vorst

Twintig kilometer verderop rijd ik het volgende plaatsje binnen. Groter dan Lutjebroek is het niet, maar het gehucht heeft het zo hoog in de bol dat het zichzelf een onafhankelijke staat noemt en de burgemeester denkt dat hij een vorst is. Monaco dus. Op amper twee vierkante kilometer wonen hier 32.000 belastingvluchtelingen, gastarbeiders en wat autochtonen. Dat is zo krap dat veel inwoners in een brievenbus moeten leven. En dan zitten die arme mensen in de zomer ook nog eens voortdurend vast met hun cabrio’s van twee meter breed omdat er duizenden toeristen met Volkswagens en Fiats hier per se een kijkje moeten nemen.
Maar vandaag is het verkeer betrekkelijk overzichtelijk. Toch ziet een Porsche kans een scootermeisje uit haar naaldhakjes te rijden. Nog geen drie minuten later staan twee agenten zeer kordaat het verkeer te regelen en ontfermt een derde zich over het meisje. Ja, nergens ter wereld zie je zoveel blauw op straat als hier: ruim twee procent van de beroepsbevolking werkt bij de politie. Jakkeren als een F1-bolide zit er dus niet in, maar je hoeft ook niet bang te zijn dat je hier bestolen wordt.

Les Trois Corniches van James Bond

Direct achter Menton en Monaco beginnen de Alpen en vrij hevig ook. Daar liggen ook drie fantastische wegen met daverende uitzichten over zee en onmetelijke rijkdom: de Trois Corniches, die enkele keren figureerden in James Bond-films. De Corniche Inferieure loopt langs de kust en schiet dus niet op. De hoogste – de Corniche Superieure, die al door de Romeinen werd uitgebikt – heeft de mooiste vergezichten. De middelste, de Corniche Moyenne, heeft het spannendste verloop.
Als je vlak buiten het centrum het kronkelweggetje naar La Turbie neemt – dat de middelste met de hoogste Corniche verbindt – kom je na de Lambo-garage op nog een wereldberoemd stukje. In de eerste haarspeldbocht verongelukte Prinses Gracia hier in 1982 met haar Rover 3500. Een kleine dertig jaar eerder, toen Grace Kelly nog niet als maagd in het huwelijk was getreden met de plaatselijke prins en volgens ingewijden op de achterbank van een taxi je gulp opentrok voor je het wist, reed ze in de Hitchcock-film To Catch a Thief over precies hetzelfde weggetje. Haar tegenspeler Cary Grant zou hebben opgemerkt dat ze erg gevaarlijk reed…

Twee adelaarsnesten

Achter een oud vrouwtje in een Ferrari tuf ik over de Moyenne Corniche naar Eze-Village, dat zelfs nu nog goed is voor tientallen touringcars die in een chaotisch gevecht om een parkeerplaats zijn verwikkeld. Het oude dorpje ligt als een adelaarsnest bovenop een kustberg en wordt gezien als een van de hoogtepunten van de Cote d’Azur.

Nog veel gekker en maar veel stiller is Peillon, een middeleeuws dorp dat bovenop een veel steilere berg ligt, hemelsbreed 6 km naar het noordoosten. Ik moet er 50 km voor omrijden, maar de weg ernaartoe is grotendeels doodstil en het laatste, zeer steile en smalle stuk bergop is een duizelingwekkend spektakel. Hou alvast een schone onderbroek gereed.

Wereldberoemd hotel

Nice is een van de twee echt grote steden aan de Cote d’Azur. Met alle hectiek en narigheid van dien. Maar zo lang je bij de kust blijft, kom je alleen maar luxe en rijkdom tegen. In de haven zie ik een jacht dat aan Saddam Hoessein toebehoorde. Daarna rijd ik de Promenade des Anglais op, de grootse boulevard van Nice. Tussen alle paleisachtige gebouwen en hotels spring er een uit: het weelderige Le Negresco met zijn roze dak – een van de meest prestigieuze en bekende hotels ter wereld. Voor een nachtje in de presidentiële suite kun je ook bijna twee maanden in een Formule 1 aan de rand van de stad gaan zitten.

De onzedelijke Cap d’Antibes

De volgende dure naam is Cap d’Antibes, waarop Antibes en Juan-les-Pins liggen. Vanaf de stranden van Juan-les-Pins veroverde onzedelijke badkleding – de bikini – de wereld. De langgejurkte mannen van Het Vaticaan spraken er in 1946 schande van.
Het deels ommuurde Antibes is een toonbeeld van het lekkere zuidelijke leven. Kleine straatjes, losse sfeer en altijd levendig, ook nu. Hier geen echt strand, maar wel het zwembad der zwembaden: dat van hotel Eden Roc. Tegen forse betaling mag je erin. Madonna, Sharon Stone, Richard Gere en andere filmsterren gingen je voor. Maar goed, zelfs de McDonalds kan hier waarschijnlijk met beroemde namen smijten, want we zitten nu vlakbij Cannes.

Paparazzo spelen in Cannes

De Boulevard de Croissette in Cannes is het absolute toppunt van de mondaine Cote d’Azur. Degenen die gezien willen worden en degenen die ernaar willen kijken, komen hier samen. Ik merk het als ik bij het Carlton hotel (kamerprijs tot 5500 euro per nacht) mijn camera tevoorschijn haal. Om een of andere reden ziet een Engels echtpaar me voor een paparazzi aan. De man vraagt of ik een beroemdheid opwacht. Op dat moment stapt een poenerige vijftiger uit de draaideur met een jong, donker fotomodeltype op zilverkleurige naaldhakken. Hand in hand lopen ze naar een gereedstaande MacLaren-Mercedes. ‘Dat is de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking,’ verzin ik.
‘Oh dear’, zegt de man hoofdschuddend en maakt vervolgens een fotootje van het stel. Nederland staat er weer gekleurd op bij de Engelsen.

Rode bergen van Cap Roux

Na de dichtbij bebouwing rondom Cannes, komt er wat ruimte. Zoals overal kan ik lekker doorrijden, terwijl de kustweg steeds bochtiger wordt en de uitzichten steeds beter. Op zijn mooist is de kust hier bij de rode bergen van de Cap Roux, zowaar een onbebouwd stuk. Ook bij toeristenplaatsen als St. Raphael en Frejus kan ik gewoon in het zadel blijven. Maar op weg naar St-Tropez kom ik tegen de avond in bekende zomerse toestanden terecht: een file van vele kilometers lang. Dat heeft te maken met een zeilevenement, waar tienduizenden bezoekers op af zijn gekomen. Het is om gek van te worden. Maar niet alleen daarom sla ik de stad van Brigitte Bardot en de beroemde Vieux Port – met pronkjachten met Ferrari’s op het achterdek – over. Een betere reden is het prachtige achterland hier: het Massif des Maures. Al snel wordt het bijna onbegrijpelijk rustig en liggen er tientallen kilometers kronkelende natuurwegen voor me.

Een rustig hotelletje zoeken

Eerst maar eens een hotelletje zoeken, want het is al donker. In een foldertje vind ik het telefoonnummer van een dorpshotel in La Garde Freinet. De eigenaar belooft me een schappelijke prijs en een goede stalling. Eenmaal aangekomen blijkt de prijs iets minder schappelijk te zijn en de Guzzi mag ik van hem op de stoep van de Route National neerzetten. Als ik mijn ongenoegen hierover uit, reageert hij tamelijk agressief, wat mijn ergernis nog verder vergroot. In de Franse horeca zijn ze de laatste jaren een stuk vriendelijker geworden, maar dit is een uitzondering. Nadat ik een suggestie doe omtrent het beroep van zijn moeder, vertrek ik. In het pikkedonker zit ik zonder onderdak. Maar de Zumo brengt uitkomst: hij geeft me een adres en telefoonnummer 18 km verderop. Le Mas du Four. De eigenaar wacht me op in zijn pyjama, hij rekent een schappelijke prijs en heeft een goede plek voor de Guzzi.

Tuffen over het Massif des Maures

Dwars door het Massif des Maures lopen prachtige wegen door dichte bossen en over sterk geaccidenteerd terrein. De weg is bijna verlaten, maar echt opschieten doet het niet door de vele onoverzichtelijke bochten. Bovendien is het wegdek bezaaid met kastanjes. Toch is het heerlijk rijden hier in het warme najaarszonnetje. Een paar van de allermooiste wegen zijn helaas afgesloten met roodwitte linten, net als de picknickplekjes langs de weg, vanwege brandgevaar. Het zou niet voor het eerst zijn dat het kurkdroge bosgebied in een apocalyptische chaos veranderde door toedoen van een achteloze toerist.
Terug aan zee rijd ik op aanraden van de hoteleigenaar naar het schiereiland Giens onder Hyeres. Over twee dijkachtige wegen maak ik een rondje naar het eiland. Dat kom even los van het land met rechts van me een etang met flamingo’s en links de wilde zee met lege stranden en een handjevol surfers. Ja, prima tip van de man.

Genieten in Sanary-sur-Mer

Iets verderop, voorbij de oorlogshavenstad Toulon, rijd ik Sanary-sur-Mer binnen. Een kustpareltje, precies zoals je dat hier wilt zien: bonte vissersbootjes en witte jachten, nostalgische roze en gele geveltjes. Bij een prachtig beschut kiezelstrandje tussen de rotsen, Plage Baucours, zet ik de Guzzi aan de kant om even van het uitzicht te genieten. Stormachtige wind, felle zon een enkele schone zwemster, een paar huisjes op de beboste rotsen. Hier zou ik zo kunnen wonen. Of nog mooier: bij die merkwaardige berg die in de verte uit de zee is gerezen, de Adelaarssnavel (Bec de l’Aigle) bij La Ciotat. Nog geen half uur later heb ik precies op die plek een bed & breakfast gevonden bij een aardige oma, haar dochter en haar kleindochter.

Dunne muren in La Ciotat

La Ciotat is anders dan de kustplaatsen hiervoor. ‘Al die andere plaatsen zijn nep. Hier wonen tenminste nog echte mensen met echt werk,’ zegt de jonge Engelsman Kevin. Hij zou het kunnen weten, want hij woont en werkt bij de jachtwerf die hier schepen voor miljardairs bouwt. Maar nu even niet. Voor het eerst in maanden ziet hij zijn Londense vriendin weer. Speciaal voor die gelegenheid heeft hij een kamer gehuurd, want de muren in zijn eigen woning zijn te dun. En jawel, dat is dus de kamer naast de mijne. In het najaar hopen ze hier verlost te zijn van krolse Engelsen, maar soms zit het tegen. Met oordoppen in en mijn helm op val ik uiteindelijk in slaap.

Door de grote, deels vervallen scheepsindustrie oogt La Ciotat op het eerste gezicht een stuk ruiger dan de schilderachtige badplaatsen die je eerder tegenkomt. Maar misschien is de natuurlijke schoonheid nog wel groter. Aan weerszijden van de Adelaarssnavel, dus links en rechts van de achtertuin van mijn logeeradres liggen de eerste calanques – fjordachtige kustinhammen – die tot voorbij Marseille de kust zo bijzonder maken. Omdat de kustlijn hier sterk omhoog gaat, vind je hier ook het mooiste weggetje van de Cote d’Azur.

De climax: Route de Crêtes

Het heet – uiteraard – de Route de Crêtes en loopt van La Ciotat naar Cassis. Bij aankomst stormt het zo hevig dat de weg is afgesloten. Als de slagboom de volgende morgen weer omhoog gaat, ben ik de eerste die gretig naar boven gaat. Daar, op een kleine 400 meter hoogte, wachten uitzichten over duizelingwekkend steile kliffen waaraan de eerste bergbeklimmers hangen. Achter me ligt La Ciotat spierwit in de zon te schitteren en naast me zie ik wijngaarden met het Massif de Baume op de achtergrond. Voor me de onwaarschijnlijk blauwe Middellandse zee en geelrode bergpunten die door de wind achterover lijken te zijn geblazen. Over de haarspeldbochten in de verte komen de eerste motoren uit Cassis me al tegemoet, want dit is 12 km puur rij- en kijkplezier. En ook de climax en het einde van bijna 400 km Côte d’Azur.

Bah, toch weer even zomer

Het einde? We zijn er toch nog niet? Nee, Er volgen nog 15 kilometers langs Cassis naar Marseille. Ook hier ligt weer een wilde hoge weg met calanques, die niet zo heel veel onder doet voor de Routes de Crêtes. Maar wat is het hier opeens druk. In Cassis kan ik de Guzzi niet eens kwijt in de grote motorstalling bij de haven. Zelfs voor een ijsje moet ik een kwartier in een rij staan die sterk naar zweet ruikt. Op de weg is het niet veel beter. Half Marseille lijkt de motor te hebben gepakt. Voor het eerst moet ik scherp opletten voor scheurende tegenliggers die op mijn weghelft komen. En voortdurend in mijn spiegels kijken om racegekken in de gaten te houden. Nee, in oktober is de Côte d’Azur vaak op zijn best. maar niet in het weekend in de buurt van een grote stad. Dat lijkt ineens wel zomer. En dat is wel het laatste wat ik wil.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-azur.GPX”]

 

Aftellen naar de Dutch TT 2019: ‘Bo, doe je wel normaal, jongen?’

0
Bo Bendsneyder

Wat? Een BMW met twee wielen te veel in MOTO73? Ook al mag het dan een BMW M6 met bijna 400 pk zijn, het slaat nergens op. Tot je weet dat onze taxichauffeur vandaag Bo Bendsneyder is en dat deze BMW speciaal door RW Racing-teammanager Jarno Janssen is geregeld om ons mee te nemen voor een rit van slechts zo’n 4,5 kilometer. Precies, voor een aantal vliegende ronden over het TT Circuit. Je zou haast zeggen ‘gordels vast’, maar dat gaat ons dan toch weer net iets te ver…

160, 170, 175 kilometer per uur… Het is voor Bo Bendsneyder peanuts, want hij rijdt eind juni richting hopelijk zo’n zeventig tot tachtig kilometer per uur harder, op bovendien twee wielen minder. Je merkt dan ook helemaal niets aan zijn stem als hij vertelt hoe precies hij beide curbstones, eerst links en vervolgens vliegensvlug rechts, mee pakt. Oversteken noemt hij het. Achter in de BMW is het inmiddels een heel ander verhaal, want de op het allerlaatste moment ingestapte Steven Bendsneyder begint per centimeter minder blij te worden met zijn lastminute-‘vliegticket’ met nota bene zijn eigen zoon als soort van piloot. ‘Denk eraan, racecontrol heeft gevraagd niet te gek te doen.’ Gevolgd door een iets sneller ‘Bo, doe je wel normaal, jongen?’ Of Bo het hoort, wij denken van wel, maar dat hij er niets mee doet, staat vast. Slechts de Ramshoek zorgt voor een beetje vertraging, gevolgd door de GT-chicane die ineens heel snel lijkt. Het is een passend einde van een indrukwekkende rondje Assen, dat heel goed laat zien dat motorcoureurs echt met alles wat wielen heeft hard rond kunnen gaan. Heel hard… Voor sommigen zelfs te hard.

Bo Bendsneyder

Haarbocht

Aanremmen 240 km/u (vijfde versnelling)
Laagste snelheid 105 km/u

Een rondje dat ongeveer 1 minuut en 55 seconden eerder is begonnen met een sprint richting de Haarbocht, de eerste bocht en daarmee de enige bocht die op twee verschillende manieren wordt genomen. Twee, want het maakt nogal wat uit of je vanuit de GT-bocht komt of vanaf de startgrid, aldus onze taxichauffeur. ‘Bij de start wordt de snelheid en het rempunt bepaald door hetgeen wat er voor, naast en heel soms achter je gebeurt. Richting de Haarbocht is het allemaal nog vrij breed, maar vooral na de apex is het een stuk smaller. Daarom moet je proberen de binnenkant van de bocht te pakken, want als je aan de buitenkant zit, ben je afhankelijk van de rest. De kans dat je dan buiten de baan terecht komt, is heel groot, want een foutje is zo gemaakt.’

MOTO73 12/2019

Wil je weten hoe de rest van de ronde met Bo achter het stuur verloopt? Hoe neemt hij bijvoorbeeld de Ramshoek-bocht op het TT circuit? En hoe ziet Bo de GT-chicane? Je leest het verhaal in MOTO73 12/2019! Koop het nummer hier online in de webshop. De editie is ook tot en met woensdag 19 juni verkrijgbaar in de winkel.

Foto’s: Guus van Goethem
Tekst: Marien Cahuzak

Gerucht: KTM pakt uit in 2020

0
KTM bouwt verder op de LC8- en LC8c-platforms

Je kon er donder op zeggen, maar KTM bouwt voor modeljaar 2020 verder op het LC8c-platform, waarvan de 790 Duke en 790 Adventure-serie inmiddels al kennen. Volgens de geluiden in de wandelgangen is een supermoto-achtige 790 SMC aanstaande en zien we dit najaar eveneens een nieuwe 1290 Super Duke R op basis van KTM’s grootste tweecilinder.

KTM ging de gloednieuwe staande twin nooit enkel en alleen in een naked en een allroad hangen; er zat meer in de pijplijn. Enerzijds om de ontwikkelingskosten te spreiden, anderzijds omdat de LC8c-krachtbron veelzijdig genoeg is. De foto’s die nu her en der circuleren tonen simpelweg een 790 Duke met een hoog MX-achtig spatbord en een iets hoger opgetrokken kontje, maar verder lijkt het beeld te verraden dat het vooralsnog niet veel meer is dan dat. Wij houden hoop dat KTM de 790 SMC een eigen smoelwerk geeft; eentje die hem significant anders maakt dan de 790 Duke – iets lichter ook wellicht.

Zeg nou zelf, een hooliganfiets pur sang met 100 pk aan de rechterpols en ondanks gave SM-looks toch bruikbaar genoeg voor iedere dag – een snelwegrit incluis – dat moet toegejuicht worden.

Super Duke R meer dan opgefrist
Dat de 1290 Super Duke R in opgefriste vorm ook al in de Oostenrijkse Alpen gespot is, is zo logisch als het verder uitdiepen van het LC8c-platform. De Super Duke R gaat in zijn huidige vorm al mee sinds 2017 en met Euro 5 aan de horizon belooft de moeder aller hooliganmotorfietsen opnieuw een gooi naar die titel te doen, wat met de nog strenger wordende emissie-eisen geen gemakkelijke taak zal zijn.

Het beeld dat op internet de ronde doet laat zien dat KTM de Super Duke R niet zomaar updatet, maar juist heel serieus aanpakt. Dat de wielen nu enorm licht, maar ook vrij iel ogende, vijfspaaksexemplaren zijn wil niet zeggen dat we ze terug zien op een productiemodel. Het hoofdframe – nog altijd het kenmerkende oranje vakwerk-soort – is dan weer een ander verhaal, want dat is totaal omgegooid ten opzichte van het in 2017 gelanceerde model. Verder zijn de flanken van de tank nog imposanter en breder geworden en treffen we aan de voorvork Brembo Stylema-remklauwen.

Bovenstaande mag dan nog allemaal onzeker zijn, maar dat de KTM-stand op de EICMA dit najaar druk zal worden; dat is heel zeker.

Maak een proefrit op een Harley-Davidson en maak kans om die motor een hele maand te rijden

0

Maak voor 15 juli bij een officiële Harley-Davidson dealer een proefrit op jouw droom-Harley en maak kans om die motor een hele maand te rijden! En voor dat ultieme gevoel van vrijheid doen we er ook nog €500 benzinegeld bij.

Boek je gratis proefrit

 

VIND JOUW DROOM-HARLEY

Met meer dan 30 modellen in onze line-up zit jouw droommotor er zeker bij. Wil je een iconische, wendbare motorfiets dan is een Sportster jouw keus. Het onlangs vernieuwde frame van de Softail -lijn levert je een responsieve rijervaring op die je moet ervaren om te geloven. 

En als eindeloze kilometers in ultieme luxe meer jouw ding zijn dan vind je in onze Touring-lijn jouw gedroomde Harley. 

Welke kies jij voor jouw proefrit?

KTM grootste niet-Aziatische motorfabrikant.

0
Stefan Pierer

Toen Stefan Pierer, de huidige CEO van KTM, het bedrijf overnam, verkocht het minder motoren dan bijvoorbeeld Harley-Davidson. De Amerikanen zijn inmiddels door de Oostenrijkers gepasseerd. En dat is precies wat de man wilde. En nu heeft Pierer Kawasaki in het vizier, de derde grootste producent van motoren in Azië. Zegt Bloomberg.

Als Pierer zijn zin krijgt, koopt hij Triumph en Ducati en bouwt hij één grote Europese motorfietsonderneming met veel merken. Dan is het bijna zeker dat hij de derde stek gaat pakken.

Interessant is dat KTM wel meer motoren verkocht dan Harley-Davidson, waardoor de omzet verdrievoudigde, maar er minder aan overhield. Volgens Bloomberg is de reden daarvan dat KTM’s vooral duurder zijn geworden terwijl de marge niet groeide. Ondanks de problemen waarmee Harley-Davidson te dealen heeft, harkt het dus nog wel meer euro’s binnen.

Maar KTM blijft natuurlijk een mooi verhaal. Als Pierer de huidige groei van zijn merken weten te continueren en hij weet andere gerenommeerde merken aan zich te binnen, ligt de tweede plaats ook binnen handbereik.

Grand Tour des Alpes (2): Bonjour, grüezi, buongiorno, allegra!

0

In de negentiende eeuw maakten de rijken der aarde een rondreis langs de hoogtepunten van de Alpen: de Grand Tour des Alpes. Anno nu volgen wij in drie etappes de hoofdkam van het bergmassief op zoek naar de mooiste motorwegen. Aflevering 2: sturen met Zwitserse precisie.

Zwitserland kom je niet zomaar binnen. De bergrug van de Forclaz is het slot op de deur. Ik durf het gas er niet maximaal op te gooien, omdat er nauwelijks nog brandstof in de tank van de Africa Twin zit. Had ik nou toch maar even bij dat kleine benzinepompje… Goed, dan maar van het uitzicht genieten, ook mooi. Met wijngaarden en een terras met de enige juiste naam: Le Virage, de bocht.

Strakke bochten, krappe bochten, luie bochten

Eenmaal beneden in Martigny gooi ik de Honda vol. Er gaat 23,7 liter in. Mmm, had ik toch nog een half litertje over. Bevrijd van brandstofkrapte rijdt het een stuk fijner. Met bergpassen als de Furka, Flüela, Gotthard, Susten, Grimsel, Nufenen en Lucomagno op het programma zijn de verwachtingen van de minder bekende Col de la Croix niet hooggespannen. Ten onrechte, zo blijkt.
Er is nauwelijks verkeer en aan het begin zijn mensen bezig om speciale vangrails te monteren. Als ik vraag waar die voor zijn, luidt het antwoord: ‘Autorace.’ Ik weet genoeg: dit wordt een fijn traject. Zo is het ook precies. De Africa Twin maakt de verloren pret van de Forclaz hier dubbel en dwars goed. Strakke bochten, krappe bochten, luie bochten. Pas in Gsteig ga ik weer rechtop zitten, volkomen voldaan.
Ondertussen ben ik de grens tussen de kantons Wallis en Bern gepasseerd. Dat betekent dat het Franse bonjour in het Duitse grüezi verandert. Zwitserland telt vier officiële talen met allemaal een bijbehorende eigen cultuur: Frans, Duits, Italiaans en Reto-Romaans. Ik kom ze op deze reis allemaal tegen.
Voorlopig is dit het Saanenland. Vooral bekend door Gstaad, een dorp dat sinds enkele decennia populair is bij filmsterren, artiesten en vooral veel andere rijke mensen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Sankt Moritz gaat het in Gstaad minder om het zien en gezien worden. De meeste gevels zijn er ‘gewoon’ van donker hout, al staat er dan wel Dolce & Gabbana op.

MOTO73 12/2019

Ben je benieuwd naar de rest van het verhaal over de Zwitserse Alpen? Hoe ervaart Hans het bijvoorbeeld om de Lukmanierpas te rijden? En waarom vindt hij het laatste stuk van de rit een droomtraject? Je leest het in MOTO73 12/2019! Koop het nummer hier online in de winkel. De editie is ook tot en met woensdag 19 juni verkrijgbaar in de winkel.

Foto: Hans Avontuur
Tekst: Hans Avontuur

Goodwood Festival of Speed eert 60 jaar Honda

0
2019_Goodwood_Festival_of_Speed_Honda

Ben je een grote fan van Honda-motoren? Dan zou je een bezoek aan het Goodwood Festival of Speed – 4 t/m 7 juli – kunnen overwegen. Het hillclimb evenement heeft Honda als belangrijkste motorthema gekozen. ‘Goodwood’ staat in het teken van 60 jaar Honda motorfietsen.

Als Goodwood je te ver is, kun je op 7 juli ook naar Antwerpen gaan. Dan organiseert Honda Benelux de Honda CB Days. In tegenstelling van wat de naam doet vermoeden, zijn alle motorrijders welkom – al dan niet op een Honda.

Honda heeft tijdens de hillclimb zijn eigen klasse waarin ze de meest indrukwekkende motoren van de laatste decennia kunnen presenteren. De motoren variëren van een TT Honda uit 1959 tot Marc Marquez’s MotoGP-kampioensmachine uit 2018.

Het overall thema van het Goodwood Festival of Speed is ‘Speed Kings – Motorsports Record Breakers’. Da’s een thema dat Honda met verve kan dragen, immers heeft het bedrijf in de loop der jaren een aantal van de belangrijkste recordbrekende motoren gebouwd.

Naast de classics neemt Honda natuurlijk ook verschillende 2019 modellen mee. Honda is ook niet de enige. De Arc Vector is aanwezig, evenals BMW, Norton, Ducati en Aprilia. Genoemde merken zullen vooral hun high-end modellen presenteren.

Marc Marquez onthult z’n Catalunya MotoGP helm. Maar waarom een mier?

0
Marquez_MotoGP_Catalunya_helm

Als je Spanjaard van geboorte bent, is de MotoGP echt een feestje. Immers race je bijna een kwart van het seizoen in je eigen geboorteland.

Het is inmiddels heel gewoon dat topcoureurs regelmatig met een ‘eigen’ helm komen. Een maand geleden nog introduceerde onze eigen Superbike-aas Michael van der Mark nog zijn Arai. Marc Marquez grijpt de MotoGP van Catalunya aan om z’n nieuwe helm te onthullen. Maar waarom een mier?

Zo’n nadrukkelijk aanwezige, spichtige mier met delen van het circuit op een witte achtergrond is het zeker een interessante en kritische keuze van de Repsol Honda-rijder. Een mier is niet het meest geliefde wezen van de natuur. Dus waarom associeert Marc Marquez zich hiermee?

Het is terug te voeren op zijn jeugd. Ook als kleine jongen was hij al aan de kleine kant voor zijn leeftijd. Ook vandaag de dag zou hij nog kledinginkopen kunnen doen op de kinderafdeling van Zara. De vergelijking met de mier verwijst natuurlijk naar zijn vermogen om te kunnen worstelen met een krachtige motor als de Honda. Wat Marc kan met zijn motor is ongeëvenaard. En daarom is de mier, die zo’n 5.000 keer z’n eigen lichaamsgewicht kan tillen, zijn mascotte geworden.

Daar komen de geluidscamera’s

33

Geluidscamera’s, het leest misschien wat gek. Toch lijkt het steeds aannemelijker dat er naast de ’traditionele’ flitskast ook installaties langs de weg komen te hangen die controleren of je niet met een te hoog decibelniveau voorbijrijdt. Nu hangt zo’n ding op Nederlandse bodem slechts op het TT Circuit, boven de Veenslang, maar binnenkort misschien ook wel op straat. In Groot-Brittannië startte onlangs namelijk een proef van zeven maanden met camera’s die – bij een overschrijding van een niet bekend gemaakt aantal decibellen – een video en foto van de overtreder vastleggen. Overschrijd je de geluidsnorm dan springt het systeem in werking en wordt een video van je passage veiliggesteld als bewijs. Dat zoiets echter een stuk ingewikkelder is doordat zo’n beetje ieder type voertuig weer een andere geluidsdrempel opgelegd gekregen heeft, hoeven we je natuurlijk niet uit te leggen. Te verwachten is het dan ook nog dat er een bepaalde marge wordt ingebouwd in het systeem zodat slechts de echte illegale – open of aftermarket – pijpen er worden uitgepikt. Over zeven maanden, als de proef erop zit, wordt er gekeken of het systeem naar behoren werkt en of er een vervolg zal komen.

Maar ja, wat moeten we überhaupt nou vinden van zo’n ‘geluidscamera’? In deze tijd worden kilometers dijk- en boswegen tot verboden gebied bestempeld voor motorfietsen. De voornaamste reden voor die afsluitingen is altijd weer geluidsoverlast van omwonenden. Overlast die door een bepaald select gezelschap met luide pijpen wordt veroorzaakt. Voor dergelijke figuren kan zo’n systeem natuurlijk een oplossing bieden. Zijn die wegen wellicht snel weer toegankelijk voor die grote groep motorrijders die niets fout doen!

En toch hangt er ook een negatief gevoel aan een geluidssysteem. Worden we al niet genoeg gecontroleerd in Nederland? Overigens is er nog een enger iets wat met de Britse proef gepaard gaat. Via een online platform dat ze willen invoeren zou je de luide auto of motor van je achterbuurman kunnen verklikken. Big Brother: kom er maar door!

Foto: ANP

Classic: 1968 Kawasaki W2TT Commander

1

Lovende woorden in de originele W2 brochure, over de parallel twin die voor Kawasaki het entreekaartje betekende op de wereldwijde motormarkt. ‘De ultieme motorfiets – snelheid, stijl, comfort, handling en veiligheid voor de sportieve rijder’, zo snoefde de eerste alinea van de Kawasaki brochure uit de late jaren zestig. Dát zijn nog eens teksten. Eens kijken wat daar anno 2014 nog van overblijft.

‘Kant-en-klare kracht, telkens wanneer je de gashendel opendraait. Urenlang op hoge snelheid rijden, zonder de motor te belasten. Dit is echt een toermotor voor hoge snelheden. ‘De brochure is decennia geleden geschreven, maar zelfs dit in acht genomen, heb ik niet meer dan een paar kilometers nodig op de W2TT Commander om te ontdekken dat de realiteit nooit zou overeenkomen met de publiciteit. Deze 650 cc parallel twin is een perfecte, plezierige motor. Maar om nou te zeggen een hoge snelheidstoermachine met ‘genoeg vermogen op voorraad op zijn kruissnelheid van 144 km/u?’ Amper. De Kawa was absoluut in staat om de 150 km/u te overstijgen, maar de rechtop-rijpositie, de trillingen van de parallel twin en de korte overbrenging zorgen er voor dat je deze snelheden niet al lang wilt vasthouden.

De reputatie van Kawasaki op het gebied van ‘high performance’ zou pas later gevestigd worden, met de komst van de tweetakt driecilinders en de Z1 viertakt. Toch heeft de W2 een belangrijke rol gespeeld in de vroege tweewielergeschiedenis van Kawasaki. De parallel twin met stoterstang, gelanceerd in 1967 toen motorfietsen bij Kawasaki nog in de kinderschoenen stonden, was het eerste bewijs dat de Japanse reus op weg was naar een belangrijke positie in de motorfietswereld.

Commander

De geteste fiets, de W2TT Commander, werd geïntroduceerd in 1968 en was in feite de W2SS van een jaar daarvoor, maar dan voorzien van een hoogwaardig dubbel uitlaatsysteem aan linkerzijde. Beetje verwarrend: de initialen SS stonden voor Street Scrambler (to scramble: klauteren, omwoelen, red.), terwijl de ‘Touring’ TT de offroad-uitstraling had die toentertijd heel populair was in Amerika; de markt waarop Kawasaki een plekje probeerde te veroveren. De uitlaat paste prima bij de simpele, van BSA afgekeken styling van de W2 – zo is de gedeeltelijk chromen tank mooi ‘gejat’ – en geeft de Commander zijn nette en sportieve uitstraling.

Hoewel de W2 mechanisch onmiskenbaar afstamde van BSA, was deze Kawasaki meer dan een eenvoudige kopie van de Britse BSA 650 cc A10. Het opvallende Y-vormige motordeksel op de rechterkant van het 624 cc blok was groter dan dat van de BSA, wat duidde op veel interne verschillen.

Aparte versnellingsbak

Het W2 blok had bovendien een relatief korte slag. De boring van 74 x 72.6 mm was ruwweg gelijk aan die van de BSA A65, die de lange slag A10 had vervangen in de vroege jaren zestig. Het door Kawasaki geclaimde topvermogen van 53 pk bij 7.000 tpm was identiek aan dat van de sportieve BSA A65 Lightning. Maar in tegenstelling tot zijn rivalen, de ‘Beezer’ A65 en andere Britse fietsen die de constructie van motor en versnellingsbak hadden geadopteerd, vertrouwde de W2 op een configuratie met een aparte, achter het motorblok gemonteerde vierversnellingsbak.

Geheel volgens Britse traditie de ophanging met dubbele buizen die houvast biedt aan een voorvork-met-manchetten, dubbele achterschokdempers en draadspaak velgen; voor 19 inch, achter 18 inch. Deze fiets, die is gemaakt van twee schade W2’s uit Amerika, is mooi in elkaar gezet. Lak en chroomwerk zijn prima in orde, met uitzondering van het hoge stuur, waarvan het chroom afbladdert. Dat stuur valt trouwens verder op door de Japanse bijzonderheid van een hendel voor de handmatige voor- en naontsteking.

Oud ritueel

Starten is nog een oud ritueel: het voorinspuiten van de twee 28 mm Mikuni carburateurs met een druk op de vlotternaaldknoppen. Na wat tegenwerking en een serie trappen op de kickstarter start de Kawasaki eindelijk. Met een zwarte rookwolk produceert en een diepe brul, die niet binnen hedendaagse legale grenzen valt.

De meeste kilometers rijd ik over smalle, bochtige landweggetjes waar de W2 het naar zijn zin heeft. De twin doet het geweldig bij lage toeren, trekt lekker door vanaf 2.000 tpm en blijft lekker soepel tot 4.000 tpm. Koppel genoeg om rap te schakelen met de aan de rechterzijde geplaatste voetschakelpook. De bak is een aanzienlijke vooruitgang ten opzichte van de W1, maar heeft nog altijd de neutraal bovenaan, in plaats van tussen de eerste en tweede versnelling. Vervelend als je probeert op te trekken vanaf een kruising met een handjevol toeren in z’n vrij en je bijna over de kop slaat.

Genot in de stad

De soepele motorloop op lage snelheid maakt de Kawa tot een genot in de stad. Minder indrukwekkend is de zware koppeling. Eenmaal onderweg is het belangrijkste probleem de trilling die vanaf 4.000 tpm, bij zo’n 105 km/u, stuuruiteinden en de voetsteunen mishandelt. In combinatie met de onbeschermde rijpositie wordt het rijden op topsnelheid – zo’n 180 km/u – behoorlijk oncomfortabel. Echter, het trillen weerhoudt mij er niet van om de 8.000 tpm te halen die bij deze snelheid hoord. Als er ooit een fiets is geweest die een vijfde versnelling nodig heeft, dan is deze het.

De W2 rijdt lekker stabiel in een rechte lijn en zeker niet slecht in bochten. Geen spoor van de zenuwachtige voorkant die de lichtere tweetakt Kawa’s berucht hebben gemaakt. Met een 19 inch voorwiel, de ouderwetse stuurgeometrie en de twee stuurdempers zou je zwaar stuurwerk verwachten. Maar het hoge, brede stuur en het respectabele drooggewicht van 181 kg zorgen er voor dat je de W2 een bocht in stuurt zonder kans op een hernia.

Olielekkage

De vering is zo goed als je mag verwachten van een fiets van deze leeftijd. Al zouden de achterste schokdempers iets meer demping mogen hebben in hobbelige bochten. Bochten is trouwens een plezier, vooral dankzij de iets bredere Dunlops dan de originele banden. De voorrem bestaat uit slechts een enkelvoudige oplopende trommelrem, die in werking treedt na een ferme ruk aan de hendel. Maar daarin onderscheidt de Kawa zich niet van de Britse concurrenten.

De W2 was dus zeker geen slechte fiets eind jaren ’60. En net zoals zijn voorganger W1, een groot succesnummer in Japan, de best verkochte twin met grote cilinderinhoud van het land. In Amerika was het een ander verhaal. De W1 flopte er helemaal, de W2 deed het iets beter. In 1970 viel het doek voor de TT Commander. De W2SS en de W1SS gingen een paar jaar langer mee. Een gelijkwaardig W3 model in Japan ging mee tot in het midden van de jaren zeventig. Maar Kawa’s twin evenaarde nooit het succes van de Yamaha’s populaire parallel twins, als de XS-1 en de opvolgers XS-2 en XS650.

Dit kwam vooral doordat Kawasaki weinig moeite deed om de twin te verbeteren en te actualiseren. De aandacht ging uit naar de ontwikkeling van de felle tweetakten H1 en H2 en de machtige Z1 viertakt. Hoewel de W2 de reputatie van deze fietsen niet evenaart, was het een belangrijke motor voor Kawasaki. De parallel twin hielp de reputatie van het merk op het gebied van prestaties op te bouwen in Japan. Hij liet bovendien zien dat alleen het kopiëren van Britse motoren niet genoeg was voor exportverkopen en gaf inspiratie voor nieuwe, meer profijtelijke motorfietsen. De W2TT Commander mag dan misschien een beperkt succes zijn geweest – het was wel de start van Kawasaki’s zoektocht naar overheersing in de wereld van zware motoren.

Treinen en vliegtuigen

De enorme Kawasaki Corporation, fabrikant van schepen, treinen en vliegtuigen, begon zijn motorcarrière met de fabricage van tandwielen en versnellingsbakken, daarna motorblokken en tot slot complete motorfietsen om de vliegtuigafdeling bezig te houden na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Maar motorfietsen werden niet serieus genomen tot in het midden van de jaren vijftig. Daarna werden ze ingezet om de naam Kawasaki meer bekendheid te geven bij het publiek. Kawasaki nam zijn taak pas echt serieus nadat het enkele tweetakters met kleine cilinderinhoud had geproduceerd (onder de naam Meihatsu) en het noodlijdende motorfietsenbedrijf Meguro had overgenomen.

Net zoals zoveel andere Japanse fabrikanten in die tijd had Meguro zich gespecialiseerd in het kopiëren van Europese machines. De BSA 500 cc A7 parallel twin werd gereproduceerd onder de naam Meguro K1. In 1965 voerde Kawasaki een paar modificaties uit en herintroduceerde de twin als K2. Later in dat jaar volgde nog een versie met 650 cc, de W1. Kort daarna zagen de getunede, W2 modellen het levenslicht, met dubbeele carburateurs. Ze groeiden uit tot Kawasaki’s meest bekende, vroege roadsters.

Specs

Motor: luchtgekoelde stoterstang, vierkleps parallel twin

Inhoud: 624cc

Boring x slag: 74 x 72,6mm

Compressieverhouding:  9:1

Carburatie: 2 x 28mm Mikunis

Vermogen: 53pk @ 7.000 tpm

Transmissie: 4-bak

Elektrisch systeem: 12V accu

Frame: stalen buis

Vering v/a: telescoop, niet instelbaar/dubbele schokdempers, instelbare voorspanning

Remmen v/a: 200mm, sls trommelrem/ 178mm, sls trommelrem

Wielmaten v/a: 3.25 x 19 inch (geteste versie 3.50 x 19 Dunlop Gold Seal K70)/3.50 x 18 inch (geteste versie 4.00 x 18 K70)

Wielbasis: 1.415mm

Tankinhoud: 15 liter

Drooggewicht: 181 kilo