donderdag 28 mei 2026
Home Blog Pagina 1182

Lievelingetje: De Betuwse Linge

0
Betuwse Linge

Midden in ons landje stroomt de Linge dwars door de Betuwe. Deze fruittuin is op zijn mooist als in het voorjaar de bloesems bloeien. Je toert dan door een bekoorlijk lusthof. De vele zwierige dijkweggetjes maken zo’n rit tot de benjamin voor motorrijders die romantiek boven snelheid stellen. Een bloesemende Linge is dan ook het lievelingetje voor een relaxed motorhart.

Yop Segers

Na een kwieke tocht over het hogesnelheidsasfalt weergalmen tegen tienen de pk’s van mijn Honda in het centrum van Gorinchem, of zoals ze hier zeggen Gorkum. Ik stal mijn Japans vernuft op de Grote Markt, langs een pronkzuchtige fontein die de troonsbestijging van koningin Wilhelmina in 1898 memoreert. Op het terras van café De Hoofdwacht geurt de koffie me al tegemoet. Ideaal om de wegenkaarten te bestuderen en een route uit te stippelen langs de Linge. De rivier die midden door het land van de grote rivieren stroomt, opgeborgen in de schoot van de Betuwe.

Maar voordat ik met de slingertocht langs het water begin, wordt Gorkum even in ogenschouw genomen. Eerst de haven waar de Linge via een oude sluis in de Merwede uitmondt. Fraai nostalgisch zijn ook de gerestaureerde wallen. Gorkum was al in de 14e eeuw een belangrijke vestingstad. Twee eeuwen later kwamen de huidige stadswallen met bastions, grachten en ravelijnen tot stand. Ook is een van de vier stadspoorten bewaard gebleven. Bij deze Dalempoort drentel ik kort de stadsmuur omhoog en word getrakteerd op een van de mooiste riviergezichten van Nederland. Een weids panorama over de brede Merwede met in de verte de vestingstad Woudrichem en de contouren van slot Loevestein.

Bloesempracht

Even later komt de Honda weer tot leven en draai ik ten noorden van Gorinchem de Arkelsedijk op. Het festijn van een relaxte toertocht langs het water begint nu echt. Na vier kilometer wordt in Arkel de Noorderlingedijk ingeslagen richting Kedichem en Leerdam. De Linge is hier vanouds de scheidslijn tussen twee rivaliserende gewesten: ten noorden Holland en ten zuiden Gelre of Gelderland. Maar het zwaard aangorden is voorgoed verleden tijd. De strijd tegen het water is daarentegen gebleven. Tastbaar bewijs zijn de vele wielen waar de Noorderlingedijk rondom slingert. Een wiel is een kolk die bij een dijkdoorbraak ontstond en te diep was om te dichten, zodat de nieuwe dijk er eenvoudig met een bocht omheen is gelegd. Het levert de motorrijder in elk geval gaaf stuurwerk op.

Het dorpje Kedichem heeft vandaag de primeur. Daar wuiven mij voor het eerst de bloesems vriendelijk toe en rij ik door een haag van witte en roze bloesempracht. Door de steeds hoger aan de hemel staande voorjaarszon worden appel-, peren- en kersenbomen in bloei getrokken. Alsof het bladerloos geboomte nog eenmaal met winterse sneeuwvlokken is bedekt. Een idyllisch tafereel dat mij al snel doet besluiten het vizier van mijn systeemhelm omhoog te klappen om de bloemengeur op te snuiven. En dan te bedenken dat het epicentrum van de Nederlandse fruitteelt, de Betuwe, nog niet eens is bereikt.

Na deze ‘bloemrijke’ ouverture wordt de gemeentegrens van Leerdam bereikt, een stad die een wereldwijde reputatie als Glasstad geniet. In 1765 opende hier de eerste flessenblazerij. De benodigde grondstoffen zoals zand en kalk, konden gemakkelijk over de Linge worden aangevoerd. Begin 19e eeuw werd de ambachtelijke glasproductie gemechaniseerd. Een stimulans was de nieuwe conserveringstechniek in glazen potten die een langdurige bewaring van groenten en fruit mogelijk maakte. De belangrijkste fabrikant werd Royal Leerdam. Langs de oevers van de Linge liggen bergen geschoonde en op kleur gesorteerde glasscherven klaar voor een nieuwe kringloop. Vlak bij de fabriek ligt aan de rivierdijk het Nationaal Glasmuseum, ondergebracht in de voormalige directeurswoning. Leuk voor een pitstop tijdens regen, maar nu nodigt het mooie weer uit om te blijven motorrijden.

Lange Linge

Je zou het niet direct vermoeden maar de Linge is met zijn 108 kilometer de langste in Nederland stromende rivier. Vroeger werd hij dan ook de Lenge of Lange Rivier genoemd. De Linge komt tot leven bij het kasteel Doornenburg en krijgt zijn water van het Pannerdens Kanaal via een inlaatsluis. De bovenloop is grotendeels door mensenhanden aangelegd. In de Middeleeuwen werd van Doornenburg tot aan Tiel een wetering gegraven die het overtollige water uit de Over-Betuwe moest afvoeren. De eigenlijke rivier begon vroeger pas bij Tiel waar de Linge zich van de machtige Waal afsplitste. In 1304 werd daar de open verbinding tussen deze rivieren ingedamd en vanaf dat moment werd de Linge uitsluitend gevoed met het water uit de eerder genoemde wetering. De Linge is bevaarbaar van Gorinchem tot Geldermalsen waar het riviertje Korne met de Linge samenvloeit.

Waterlinie

Ik laat het kunstig glasservies van Chris Lebeau, Cornelis de Lorm of Piet Zwart dan ook voor wat ’t is en toer met bedaagd toerental verder. Op de zuidoever van de Linge gaat de rit verder naar het stadje Asperen. Een kleinood dat wordt gedomineerd door de majestueuze klokkentoren van de St. Catharinakerk. Uit diezelfde 15e eeuw stammen ook enkele overblijfselen van de stadsmuur. Buiten Asperen ontmoet ik de Linge weer bij een sluizencomplex dat behalve het schutten van schepen ook een militaire functie had. Het was namelijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een stelsel van inundatiewerken en versterkingen begin 19e eeuw aangelegd om het westen van Nederland te verdedigen tegen een vijandelijke aanval vanuit het oosten en zuiden. De sluisdeuren werden dan gesloten zodat een groot gebied zo’n halve meter onder water liep. Hoog genoeg omdat onherkenbare greppels en sloten het voor de vijand onmogelijk maakten om er met paarden, wagens en geschut doorheen te trekken.

Op plaatsen waar dijken, bruggen en wegen boven water uitstaken werden bomvrije forten gebouwd. Van hieruit konden ook de inundatiesluizen worden bewaakt. Dus bouwde men in 1847 bij Asperen, op schootsafstand van het sluizencomplex, een formidabel bastion: drie etages hoog en dertig meter in doorsnede. De bovenste verdiepingen waren bestemd voor geschut en manschappen terwijl in de kelder latrines, munitiedepots, proviandkamers en de keuken onderdak vonden. Het Fort Asperen werd tijdens de mobilisatie in 1939 voor het laatst in staat van verdediging gebracht en in de Tweede Wereldoorlog bivakkeerden er Duitse soldaten. Tegenwoordig is het fort in de wintermaanden ‘bezet’ door vleermuizen die de constante temperatuur en hoge luchtvochtigheid in de gewelven zeer waarderen. Het publiek kan dan op zijn beurt ’s zomers door de catacomben struinen.

Bloeiende Betuwe

De pk’s in het vooronder roffelen zo lekker dat ik spontaan een ommetje inlas naar Acquoy, op de noordoever van de Linge. Een spat op de wereldkaart, maar die scheve toren dat is toch een bezienswaardigheid. Dat de kerktoren van Acquoy één meter uit het lood staat, is niet eens zo wonderlijk. Veel vreemder is dat op het kerkhofje een vrouw begraven ligt met de meisjesnaam Pisa. Je vraagt je dan meteen af: is dit doodgewoon toeval of een geestige grap? Blijkt zij de echtgenote te zijn geweest van de eens aan deze kerk verbonden predikant.

Terug op de zuidoever slalomt de Honda over kronkelige dijkweggetjes de Linge stroomop. De bloesemende fruitbomen die overal over het asfalt hangen, maken duidelijk dat we nu in het hart van de Betuwe zijn. Wanneer de wind even greep krijgt op de takken, rij je door een wolk natuurlijke confetti. Zo flitst de fruittuin van Nederland moeiteloos aan mij voorbij. Toch past hier een opmerking. Bijna alle hoogstamboomgaarden zijn uit de Betuwe verdwenen. Deze ouderwetse fruitbomen met hoge stammen hebben slechts op de dijken een wijkplaats gevonden. De boomgaarden zelf zijn nu overwegend met laagstamrassen beplant. Struikachtige bomen die veel rendabeler zijn omdat ze dichter bij elkaar kunnen worden gezet, eerder vruchten dragen en hun de is goedkoper.

Hoe dan ook, een motorrit door de bloeiende Betuwe blijft een belevenis. Als parels aan een snoer liggen de dorpjes Gellicum, Rumpt, Enspijk en Deil langs de Linge aaneengeregen. In de Middeleeuwen stuk voor stuk zelfstandige heerlijkheden waarvan het adellijk huis of kasteel in latere tijden is verdwenen. Nu zijn het vreedzame kerkdorpjes die bestuurd worden vanuit Geldermalsen. Over de Molendijk bereik ik dan de plaats Geldermalsen zelf, waar sinds 1904 een veiling is die het fruit tegen afslag aan de tussenhandel verkoopt. De fruitveiling werd overigens pas een volwaardig bedrijf toen in 1917 de tenen manden werd vervangen door houten fruitkisten.

Oranjestad

In het centrum van Geldermalsen glip ik de Linge over naar Buurmalsen. Vandaar wordt langs de Korne, een zijtak van de Linge, richting het Oranjestadje Buren gereden. De weg over de Kornedijk is breed en begiftigd met overzichtelijke bochten waarin je lekker kunt hangen. In 1551 trouwde gravin Anna van Buren met Willem van Oranje waarmee de heerlijkheid Buren in bezit kwam van de Oranjes. Even later liet Maria van Nassau, een dochter uit dit huwelijk, in het stadje aan de Korne het Koninklijk Weeshuis bouwen. Nu huisvest dit gebouw, groots opgetrokken in renaissancestijl, het Marechausseemuseum. Maar het Oranjestadje is gezegend met meer. Oude stadspoorten en wallen, een kasteeltuin, een 16e eeuws stadhuis en natuurlijk vele caféterrassen. Van dat laatste maak ik dankbaar gebruik om een lunch te verschalken.

Nadat de inwendige mens is versterkt, stuif ik over vredige binnenwegen verder oostwaarts. Tiel en omgeving wordt vermeden omdat het bed van de Linge daar op veel plaatsen is verlegd voor de Betuwelijn. Daarom wordt een route gekozen via Erichem en Zoelen. In het eerste dorpje is het Betuws Fruitteeltmuseum gevestigd, terwijl bij Zoelen de Linge onder het Amsterdam-Rijnkanaal door duikt. Dit kanaal markeert sinds zijn opening in 1952 de grens tussen de Neder- en de Over-Betuwe. Het landschap blijft gelukkig hetzelfde: bloesemende fruitbomen zo ver de einder reikt.

Boven Kesteren schram ik langs de Nederrijn waar een fantastisch uitzicht op de Cunerakerk van Rhenen mij ten deel valt. Vervolgens wordt de Linge weer opgepikt bij het dorp Opheusden. Hier wordt langs het water een landelijke weg opgedraaid richting Hemmen. Dit buurtschap bezat ooit een kasteel aan de Linge. In 1945 werd dit luisterrijk slot echter door oorlogsgeweld verwoest zodat nu slechts trieste fundamenten resteren. Wel is het in Engelse landschapsstijl aangelegde kasteelpark met glooiende gazons, pittoreske bruggetjes en grote vijvers bewaard gebleven. Een korte wandeling door dit aangeharkt groen ruimt je geest zeker op. Maar om een burn-out te voorkomen zit ik toch liever op mijn vertrouwde SevenFifty.

IJsheiligen

Een prachtig moment om langs de Linge te toeren is ook de periode dat in de lente nog nachtvorst optreedt. Volgens volkswijsheid kan dat gebeuren tot de ijsheiligen, waarvan de naamdagen tussen 11 en 14 mei vallen. Bij nachtvorst beregent de fruitteler zijn boomgaard zodat zich rond de ontluikende knoppen een isolerend en beschermend ijslaagje vormt. De volgende morgen zijn de fruitbomen dan gehuld in een witte deken van ijs en ijspegeltjes. Een fantastisch gezicht waarvoor je wel vroeg uit de veren moet.

Floris van Rosemond

De vierpitter wordt weldra een versnelling hoger geschakeld. Ik bereik namelijk een kaarsrecht asfaltlint van bijna twintig kilometer lengte. Dit is de Weteringswal die evenwijdig loopt aan het kanaal dat in de 13e eeuw werd gegraven om de Over-Betuwe beter te ontwateren. Dit kanaal vormt nu de bovenloop van de Linge. De verkeersintensiteit is er in elk geval erg laag. Auto’s kom je sporadisch tegen en al helemaal geen roedels rijendikke fietsers die zich zonder waarschuwing voor je wielen gooien. Met andere woorden: over de Weteringswal is het heerlijk cruisen. Natuurlijk moet je wel de speedometer in ‘t vizier houden. Motorrijders uit deze contreien weten dat de hermandad hier maar al te graag snelheidsduivels op de korrel neemt.

Het stroomgebied van de Linge boven Elst en Bemmel is ietwat bevreemdend. Een polderlandschap verwacht je hier tussen de Arnhemse en Nijmeegse heuvelruggen eigenlijk niet. Toch komt dat beeld op als je over de Weteringswal suist. Een weg van abstracte schoonheid, recht als een liniaal en omzoomd door rijen snelgroeiende populieren die als windbrekers fungeren. Voorbij Haalderen verandert deze uitgestrektheid weer abrupt in een intiem landschap. Draai vanaf rijksweg N839 maar eens de binnenweg met de naam Zandvoort in. Zo’n benaming doet een snelheidsparcours vermoeden, maar hier gaat dat niet op. Dromerige B-wegen met zwierige bochten leiden je door fruitboomgaarden en akkerland naar het buurtschap Flieren en vervolgens naar het kasteel De Doornenburg.

Deze robuuste burcht beheerst de omgeving even buiten het gelijknamige dorp. Hier verricht de Linge die vlak bij ‘ontspringt’, zijn eerste daad: het voeden van de slotgracht. Ik parkeer mijn trouwe Honda op de parkeerplaats en wandel onder het poortgebouw de riante voorburcht binnen. Opnieuw walmt de geur van een bakkie leut me tegemoet. Dit keer van de koffieschenkerij die een plek heeft gevonden in de voormalige kasteelboerderij. Onder het genot van cafeïne en appeltaart (met slagroom) laat ik buiten op het terras de middeleeuwse sfeer op me inwerken. Hier hebben Floris van Rosemond en zijn vriend Sindala – de tv-helden toen ik nog jong was – menig zwaardgevecht tot een goed einde weten te brengen. Als even later weer de SevenFifty wordt bestegen, waan ik me een koene ridder te paard die zo juist een schone jonkvrouw uit handen van schurken heeft gered.

Krakersbolwerk

Ik verlaat het kasteel De Doornenburg en geef mijn motor de sporen. Na enkele kilometers duikt op een dijk de finish op. De ‘bron’ van de Linge is een inlaatsluis waarmee de watertoevoer vanuit het Pannerdens Kanaal wordt geregeld. Een simpele rechthoekige koker van gewapend beton die met metalen schuiven kan worden afgesloten. Dit nietig waterstaatkundig kunstwerk is voor de Betuwe van levensbelang. Het houdt de waterstand in de Linge ook in droge tijden op een zodanig hoog niveau dat het gebied nooit ofte nimmer uitdroogt. De gulle gever van dit nat, het Pannerdens Kanaal, werd begin 18e eeuw in eerste instantie gegraven om vijandige legers uit het oosten te beletten de Betuwe in te trekken. Later werd het pas een belangrijke scheepvaartverbinding tussen Waal en Rijn. Zelfs zo belangrijk dat in 1869 juist op de splitsing van Waal en Pannerdens Kanaal een sperfort werd gebouwd. Deze door een droge gracht omgeven polygonale vesting werd in 1926 buiten werking gesteld. Een wedergeboorte beleefde het vlak voor de Tweede Wereldoorlog toen rondom zeven betonnen kazematten verrezen. Daarna kwam Fort Pannerden in bezit van een stichting die zorg moest dragen voor restauratie.

Na een relaxed dagje motorronken langs de Linge wordt tegen zevenen de terugreis aanvaard. De laatste zonnestralen begeleiden mij als ik op het Pannerdense veer nog een keer de inlaatsluis van de Linge aanschouw. Vervolgens draai ik bij Zevenaar de autoweg A12 op om met gezwinde vaart huiswaarts te zoeven.

Drents Dubbel: Hunze en Drentsche Aa

0
Drents Dubbel

Drenthe wordt aan weerszijden van de Hondsrug door twee rivieren doorsneden. De Hunze in het oosten gaf leven aan de Oostermoerse veenkoloniën, terwijl de Drentsche Aa in het westen een uniek natuurgebied voortbracht. Ze vormen een mooi paar voor een zomerse motortoer; de een stroomaf, de ander stroomop.

Yop Segers

Voor dag en dauw springt mijn Honda SevenFifty met één druk op de startknop meteen tot leven. Twee trekjes gas en hij is de straat uit. En na drie bochtjes zoeft de gestaalde perfectie uit Nippon al over het hogesnelheidsasfalt richting Drenthe. Het is hoogzomer en bijna alle Nederlanders lijken buiten de landsgrenzen te vertoeven. Meestal zoek ik de linkerbaan op om het getreuzel van overbeladen bestelbusjes, slome vrachtwagens en zwiepende sleurhutten te slim af te zijn. Maar dit is nu niet nodig want zelfs de rechterbaan van de A28 is nagenoeg leeg. Heerlijk, om zo met een sereen draaimoment van vijfduizend toeren over het vacante asfalt te suizen. Geheel onthaast – het klinkt een beetje raar in dit verband – bereik ik tegen negenen de startplaats van mijn expeditie langs Hunze en Drentsche Aa.

Het dorpje Exloo is gelukkig vergeven van hotels zodat het niet veel moeite kost om op dit vroege uur een etablissement te vinden dat koffie schenkt. Alleen al aan de Hoofdstraat tel ik drie logementen. Ik kies er een uit en vlij op het terras neer waar een dozijn hotelgasten vredig ontbijt. In koor galmt de ochtendgroet ‘goe-oeie morgen’ tussen tafels en stoelen. Drenthe blijkt zeer geliefd bij vutters die hun zorgeloos bestaan opvullen met eeuwig fietsen en wandelen. Want tijdens het ontbijt wordt driftig in atlasjes en gidsjes getuurd. De mens is een kuddedier. Dus besluit ik hetzelfde te doen en bestudeer onder het genot van een cafeïne-injectie de wegenkaart om een fraaie route uit de hoed te toveren.

Hallo!

Om de vruchtbaarheid van de akkers op het afgegraven veen te waarborgen, werden vanaf de 17e eeuw grote hoeveelheden stratendrek aangekocht voor bemesting. Dit was stadsmest die men in de steden van de straten haalde. Burgers gooiden toen hun huisvuil en stront nog gewoon op straat. Als zij dit deden waarschuwden ze voorbijgangers – zo wil de overlevering – met de kreet: ‘Hallo!’ Hoe dan ook, de eeuwenlange bemesting met stratendrek heeft zijn sporen nagelaten. Nog steeds kun je op het land in de Oostermoerse veenkoloniën vele scherven, botjes, stukjes porselein en wat al niet meer vinden.

Drentse gigantjes

Wie aan Drenthe denkt, denkt aan keien en schapen. In Exloo is dat niet anders. In de Boswachterij Exloo maakt zich een hunebed breed en midden in het dorp tref je een schaapskooi aan met daarnaast het Schapeninformatiecentrum dat alles vertelt wat over deze blèrende grazers te weten valt. Maar deze zaken zijn nu niet aan mij besteed. Mijn pelgrimage is immers het water van Hunze en Drentsche Aa. Voordat de pk’s weer worden aangesproken glip ik daarom even het Bebinghehoes (onlangs afgefikt) binnen. Dit cultuurhistorisch museum van Exloo, gehuisvest in een oude boerderij, vertelt onder meer het verhaal van het mythische Hunsow: het Atlantis van Drenthe. Deze verdwenen stad – waaraan de rivier Hunze zijn naam zou danken – lag volgens de legende in de buurt van Exloo aan een bevaarbare rivier en zou door reuzen zijn gebouwd. Toch waren deze ‘Drentse gigantjes’ niet bestand tegen de Vikingen. Nadat de noormannen in 810 Hunsow hadden verwoest, vluchtten de bewoners naar Groningen waar ze een nieuw woongebied betrokken met de naam Hunsingo, juist op de plek waar de Hunze vroeger in de Waddenzee uitstroomde.

Reëler en tastbaarder dan het legendarische Hunsow is het beroemde Halssnoer van Exloo dat ooit het decolleté van een prehistorische schone sierde en waarvan in het Bebinghehoes een replica te bewonderen is. Toch leuk om te weten dat die Drentenaren 3500 jaar geleden een verfijnde smaak hadden en dus niet alleen domme krachtpatsers waren die voor de gein met rotsblokken over de hei sukkelden. Misschien deden ze dat wel om de vrouwtjes te imponeren, zou toch kunnen?

Drentse hasjiesj

Even later draai ik buiten Exloo de Klunveensdijk op. Meteen is duidelijk dat we door een veenkoloniale streek rijden want de kasseienweg is door inklinking zo’n gatenkaas geworden dat je vullingen zelfs al in tweede versnelling uit je kiezen rammelen. Wat verderop wordt voor het eerst het Achterste Diep gekruist waarin vroeger de grootse Hunze stroomde. Nu is het een van de twee bronbeken die de huidige rivier voeden. De geboortegrond van de Hunze doet een beetje aan de Texaanse prairies herinneren. Je cruist door een verlaten wijdheid met langgerekte landbouwkavels, typisch voor een veengebied waar turf is afgegraven. De karige grond die er voor in de plaats kwam, schiep een agrarische monocultuur. Nog steeds zie je overal fabrieksaardappelvelden zo ver de einder reikt. Maar wat schept mijn verbazing? Behalve akkers vol piepers omzomen nu ook talrijke ‘wietplantages’ de wegen in de Oostermoerse veenkoloniën. Ik besluit effe polshoogte te nemen, zet mijn SevenFifty op de jiffy en duik kortstondig zo’n hennepveld in. De brandnetelvormige blaadjes worden betast, besnuffeld en geproefd. De conclusie is eenduidig: deze cannabis is beslist geen beste kwaliteit maar op zijn hoogst ‘hoestwiet’ waarvan het THC-gehalte overeenkomt met dat van een paracetamolletje. Het heeft dus geen zin om plek vrij te maken in de tanktas.

Als ik weer uit het gewas te voorschijn kom, rijdt een lieftallig meiske in een autootje voorbij. Ze toetert fervent, steekt een duim omhoog en plooit haar gezicht in mooie herkenning. Dus ik denk dat meer mensen zo’n expeditie in het groen hebben ondernomen. Navraag levert later op dat de plantages – hoewel ik dat toch betwijfel omdat er niet veel vrouwelijke hennepplanten werden aangetroffen – voor medicinale doeleinden zijn opgezet. Hoe dan ook, om in euforie te geraken heb ik enkel motorgeronk nodig. Psycholoog René Diekstra omschreef het eens als volgt: ‘Nogal wat motorrijders beleven het rijden als een meditatief moment, een moment van eenwording – en versmelting – met de machine.’ En jawel, ik behoor tot dit ras waarbij het geluid van de motor, de cadans van de wielen en de frisse rijwind een rustgevende roes creëren.

Oostermoerse Vaart

De route langs de Hunze brengt mij door Buinerveen, Drouwenerveen, Gasselternijveen, Gieterveen en Eexterveen. Stuk voor stuk randveendorpen die vanaf de 16e eeuw ontstonden als satellietnederzettingen van de oudere esdorpen op de Hondsrug. Het zijn – om zo te zeggen – dochters van Buinen, Drouwen, Gasselte, Gieten en Eext. Rijkere inwoners van deze oorden zagen poen in het afgraven van turf in het Oostermoerse hoogveengebied. De stad Groningen groeide immers als kool en had steeds meer brandstof nodig voor de verwarming van woningen en om de ketels van brouwerijen en stokerijen op temperatuur te brengen. Levensader van de veenontginningen was de Hunze, want hierover werd de turf richting Groningen verscheept. Maar om deze rivier bevaarbaar te houden moest ze worden getemd. Zo werden bochten rechtgetrokken, verschenen aan de oevers dijken en kwamen hier en daar stuwen om voldoende diepgang te garanderen. De meanderende stroom veranderde hierdoor in een rechtlijnige waterweg. Om dit te onderstrepen kreeg de gekanaliseerde Hunze een tweede naam en werd voortaan ook Oostermoerse Vaart genoemd.

Drentsche Aa

Ooit stroomde Drentsche Aa ten zuiden van Groningen in de Hunze. Maar dat is lang geleden. De benedenloop valt nu samen met het Noord-Willemskanaal. Ook is de Drentsche Aa eigenlijk geen rivier. Het is veel meer een verzameling beken en zijbeekjes die een eigen naam dragen. Uniek is dat de kronkelende stroom door 12.000 hectare natuur- en bosgebied wordt omgeven.

Natuurreservaat

Juist op de plek tot waar deze ‘vaart’ stroomopwaarts voor turfschuiten bereikbaar was, werd in 1662 Gasselternijveen gesticht. Al snel ontwikkelde dit dorp zich tot een belangrijke overslaghaven van turf. Toen later ook een dwarskanaal werd gegraven naar het Groningse Stadskanaal vestigden zich hier ook scheepswerven, cargadoorfirma’s en scheepsverzekeringskantoren. Maar anno nu herinnert in Gasselternijveen niets meer aan deze bedrijvigheid. De dwarskanalen zijn gedempt, de Hunze is al lang niet meer bevaarbaar en de turf is op. Zelfs het scheepvaartmuseum dat een ouder echtpaar hier tot voor kort runde heeft zijn deuren gesloten. Wat bleef, is de in 1903 gebouwde aardappelmeelfabriek van Avébé.

Bij Eexterveen is een gedeelte van het Hunzedal in een natuurreservaat herschapen. De kronkelige rivierloop is er in oude glorie hersteld zodat bij veel regen de oeverlanden weer overstromen en er paaigebieden voor vissen ontstaan. Het gras wordt er kort gehouden door een kudde Piedmontse koeien. Volgens het informatiebord een Italiaans ras met vriendelijk karakter en gemakkelijke geboortes. Bovendien heeft het vlees een laag cholesterolgehalte. Spontaan besluit ik het meegevoerde noodrantsoen aan te spreken en knabbel op de wegberm enkele boterhammen met runderleverpastei naar binnen. Heerlijk en goedkoop tegelijk.

Keerpunt

Na deze handzame dis ben ik weer op weg en stuur mijn Honda oostwaarts voor een ommetje naar Annerveenschekanaal. Dit veendorp ontstond eind 18e eeuw, juist op de Drents-Groningse provinciegrens, aan het toen gegraven Grevelinkskanaal. Deze vaart is een van de weinige niet gedempte Drentse kanalen en is samen met zijn sluizen en ophaalbruggen nu een beschermd monument. De vervening in dit gebied was het werk van de Annerveensche Heeren Compagnie, een ontginningsmaatschappij die door Lambertus Grevelink werd geleid. Op de noordelijke kop van het kanaal liet deze landmeter en vervener in 1785 een statig woonhuis bouwen. Bij de ophaalbrug voor dit Grevelinkhuis staat een curieuze tuipaal. Deze ferme staak werd in het verleden gebruikt om de door paarden voortgetrokken trekschuiten door de bocht te trekken richting het Groningse Kieldiep.

Bij het plaatsje Spijkboor wordt de Hunze weer opgepikt. Dit gehucht heeft zijn bestaansrecht te danken aan de sluis waar turfschippers vroeger tol betaalden en dan vertier op de oever zochten. Nog steeds kan de vermoeide reiziger in de oude herberg ’t Keerpunt voor zijn natje en zijn droogje terecht. Het café is een dorpskroeg vol oude verhalen. Bijvoorbeeld de oude kastelein die zo dik was dat hij zijn buikomvang uit de stamtafel liet zagen om toch maar bij zijn gasten te kunnen zitten. Ik maak van de gelegenheid een deugd en drink op het terras een bakkie leut. Op een steenworp afstand stroomt de Hunze voorbij, of zoals ze in Spijkboor zeggen: ’t Drents Daip.

Niemandsland

Daarna gaat de tocht verder noordwaarts en boender ik op de rechteroever van de Hunze naar het Zuidlaardermeer. De Broeken heet dit gedeelte van het ontgonnen Oostermoer. Romantische kronkelwegen en zwierige bochten zoek je er tevergeefs. De asfaltlinten die het Hunzedal hier doortrekken zijn zo recht als een liniaal. Toch heeft dat ook zijn voordelen. Verkeersdrempels zijn onbekend, verkeerslichten ontbreken en bovenal is de verkeersintensiteit in dit open niemandsland zeer laag. Zelfs fietsers laten zich er zelden zien, want de vutters op pedalen verkiezen toch vooral de hoger gelegen Hondsrug.

Andere koek is Zuidlaren. Deze plaats is met zijn fraaie 17e eeuwse havezate Laarwoud een walhalla voor dagjesmensen. Overal cafeetjes, terrasjes en winkeltjes. Om de drukte te ontlopen las ik mijn pitstop even buiten het centrum in, bij het Molenmuseum ‘de Wachter’ aan de Zuidlaardervaart. De als koren- en oliemolen gebruikte stellingmolen gaat terug tot 1851. Toch bleek al spoedig dat windkracht alleen niet voldoende was voor de gewenste maalcapaciteit. Zo kreeg de molen in 1898 gezelschap van twee stoommachines. Deze zijn samen met andere exemplaren in het museum te bewonderen.

Motorland Drenthe

Na dit kort bezoek aan antieke pk’s wordt de monding van de Hunze in het Zuidlaardermeer opgespoord. Die wordt gevonden vlak bij het restaurant Meerzicht waar gasten gratis uitkijken op de talloze kapitaalbeleggingen die op de waterplas ronddobberen. Officieel stroomt de Hunze door het Zuiderlaardermeer om op de noordoever via het Drentsche Diep in het Winschoterdiep te stromen. Maar aan de overkant van het meer zijn geen wegen. Dus wordt de Honda langs Midlaren en Noordlaren gechauffeerd om bij Glimmen de benedenloop van de Drentsche Aa te ontmoeten. Dit riviertje wordt ten noorden van het landgoed Huis Glimmen ontdekt en stroomt daar via een sluizencomplex in het Noord-Willemskanaal.

Hier wordt de voorvork omgegooid naar het zuiden en rijden we de zon achterna. Eerst vlak langs de autoweg A28 om dan een moment later het prachtige asfalt op te snuiven van de oude provinciale weg tussen Glimmen en Tynaarlo. Heerlijke, lange bochten zijn mijn deel waarin de SevenFifty zo lekker scheef kan dooracceleren. Ik begrijp nu waarom Drenthe de grootste motordichtheid van alle provincies heeft. Op elke duizend Drentenaars staan 35 motoren geregistreerd, terwijl het landelijk gemiddelde 27 bedraagt. Natuurlijk, de TT van Assen zal ook van invloed zijn op dat cijfer. Maar als je zo’n puik openbaar asfalt in de buurt hebt, is dat toch een extra reden om een machine aan te schaffen.

Van groot naar klein

De Hunze was ooit een machtige rivier waar bijna de complete Hondsrug op afwaterde. Via het Zuidlaardermeer stroomde de rivier ten oosten van de stad Groningen en mondde ter hoogte van Kloosterburen in de Waddenzee uit. Later verplaatste de bovenloop zich richting de Lauwerszee en vormde zo het stroomdal van het huidige Reitdiep. Rond 1400 werd de Hunze bij Groningen abrupt onderbroken en naar de stad geleid via het nieuw gegraven Schuitendiep, het latere Winschoterdiep. De bedding van de ooit zo trotse rivier ten oosten van de stad Groningen kwam door deze ingreep vrijwel droog te liggen.

Diep geworteld

Zo boender ik tevreden door het land van Bartje, af en toe de Drentsche Aa kruisend. In Westlaren worden de richtingborden naar Schipborg gevolgd. Dit esdorpje ontwikkelde zich tot een bescheiden schipperscentrum in het stroomgebied van de Drentsche Aa, die hier Schipborgse Diep wordt genoemd. Veel meer dan een lustig meanderend beekje is het trouwens niet. Even buiten het dorpje ligt verscholen in de bossen de modelboerderij De Schipborg, een creatie uit 1914 van onze beroemde architect Berlage. Hij bouwde deze gigahoeve voor A.G. Kröller jr., de oudste zoon van het echtpaar Kröller-Müller waarvoor Berlage één jaar later op de Veluwe ook het Jachtslot Sint Hubertus ontwierp.

Wie de aandrang van het kussen van een hunebed niet kan bedwingen, moet tegenover de oprijlaan van de modelboerderij het bos inlopen; daar staat een zindelijk exemplaar. Dan bereik ik het esdorp Anloo. De fraaie Saksische boerderijen rond de brink maken duidelijk waarom dit een beschermd dorpsgezicht. Bovendien is de dorpskerk de oudste van Drenthe. Het Romaanse bedehuis is rond het jaar 1100 opgetrokken en was oorspronkelijk gewijd aan Sint Magnus, koning van Noorwegen. Vijf kilometer verderop ligt Anderen, ook weer zo’n dorp met centrale brink waarop ooit het vee verzameld werd. Dit spatje op de landkaart heeft naam gemaakt in de wereld van de sociologie. In 1954 streken in Anderen twee Amerikaanse sociologen, het echtpaar John en Dorothy Keur, neer die via de methode van de participerende observatie een indringend portret schetsten van de samenleving in dit Drents dorpje. Hun boek The Deeply Rooted (De Diep Gewortelden) werd in Anderen natuurlijk met gemengde gevoelens ontvangen, want nu waren alle ruzies en roddels open en bloot voor iedereen te lezen. Wat voor indruk moest men in Amerika nu wel van Anderen krijgen?

Kei van Schoonloo

Bij Rolde duik ik de N33 onderdoor en volg het Anderse Diep, een van de bronbeken van de Drentsche Aa, naar de Boswachterij Borger. Hier heeft Staatsbosbeheer hoog boven de grond een wandelpad aangelegd langs de kronen van de bomen: het zogeheten Boomkroonpad. Via een wenteltrap klim je naar het 125 meter lange pad door de boomtoppen. Al wandelend maak je van dichtbij kennis met beuken en lariksen en met hun gevederde vrienden die bovenin wonen. De climax vormt een hoge uitkijktoren van waaruit Drenthe een oneindig groot bos lijkt.

Na een half uurtje sta ik weer beneden om de laatste kilometers weg te wuiven. Die gaan door het Grolloër Veld waarop het Anderse Diep tot een nauwelijks traceerbare watergreppel is vermagerd. In Schoonloo, een dorp dat honderd jaar geleden acht boerderijen telde aan de oude postweg van Coevorden naar Groningen, wordt de tocht langs de Drentse rivieren op gepaste wijze afgesloten in het café-restaurant Hegeman met een ‘kei-goeie’ spijs. Tegenover het terras showt de Trekkerkei van Schoonloo zijn robuuste schoonheid. De hunebedbouwers hebben die over het hoofd gezien want het  rotsblok van 25 ton is pas in 1966 tijdens ruilverkaveling ontdekt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-drents_dubbel.GPX”]

Kawasaki met Leon Haslam naar Gamma Racing Days

0

Kawasaki Racing Team coureur Leon Haslam demonstreert zijn snelle NINJA ZX10-RR World Superbike. Dat doet hij tijdens de 20e Gamma Racing Day op het TT Circuit Assen. Die wordt gehouden op 17 en 18 augustus. De toegang tot de Gamma Racing Day is gratis.

Ter ere van de 20e editie liet Gamma een nieuw evenementlogo ontwerpen. Het logo werd door Leon Haslam tijdens het WK Superbike in Assen getoond. Dat het Kawasaki Racing Team aanwezig is, hebben we te danken aan de nieuwe partner Kawasaki Benelux.

Grootste benzine-event van Europa

De 2019-editie wordt de twintigste editie van het grootste gecombineerde auto-, motor- en kartrace-evenement in Europa. Het gratis kaartje is verkrijgbaar vanaf juni. Vraag er naar bij de Gamma Bouwmarkten. Op de website www.gammaracingday.nl kun je ook gratis kaarten scoren. Dat geldt niet voor kaarten voor de paddock. Die kosten overigens slechts €5,- voor de vrijdag. Voor een heel weekeinde betaal je €25,-. Kinderen tot 12 jaar hebben gratis paddocktoegang.

Honda wil een deal met je sluiten

0
Honda Deals

Honda start de zomer met een aantal acties, die voordelig voor je kunnen uitpakken.

Voor motorrijders die toe zijn aan een nieuwe Adventure: vergeet niet de Honda Africa Twin op je wensenlijst te zetten. Voor zowel de Africa Twin Adventure Sports als de Africa Twin ontvang je 900 euro korting.

Toch liever een ultieme toer- en reismotor? Dan zou je de nieuwe Gold Wing ook op je lijst kunnen zetten. Volledig vernieuwd ten opzichte van de vorige Gold Wing, met de nadruk op gebruiksgemak en motorrijden. Geen overdadige Amerikaanse luxe, maar functioneel Europees comfort. Als je een Gold Wing Touring (in het zwart) of een Touring Deluxe (in het rood) aanschaft, ontvang je 1.250 euro inruilkorting.

Sportrijders

Geen toerrijder, maar juist een sportrijder? Geen nood: ook voor jou heeft Honda een mooie actie. En keuze te over met de Fireblade, Fireblade SP, CB1000R en de CB1000R+. Bij aankoop van een Fireblade of een Fireblade SP krijg je een korting van € 3.500,-. Bij de naakte CB1000R en CB1000R+ krijg je er tijdelijk een gratis Akropovic demper bij. Ook niet verkeerd.

Meer info over de Honda acties staat op de Honda Actiewebsite, maar je kunt ook naar de Honda dealer rijden.

Mega MotorTreffen 2019 – aftermovie

0

Het Mega MotorTreffen was een fantastisch motorfeest! Uiteraard waren wij aanwezig met een camera op ons eigen Mega MotorTreffen. Check de aftermovie!

Yamaha R1: remmen om nog harder te accelereren?

0

De Yamaha R1 zou voor 2020 allerlei updates krijgen. Volgens MoreBikes is een daarvan een automatische achterrem. Die moet er voor zorgen dat het voorwiel tijdens accelereren niet van de grond komt.

Onlangs patenteerde Yamaha een functie die gebruik maakt van het ABS-systeem om beide banden op de grond te houden. Zodra het systeem voelt dat het voorwiel de lucht in wil, geeft het ABS impulsen af om de voorband laag te houden. Een andere optie zou een soort tractiecontrolesysteem zijn dat de hoeveelheid kracht die naar het achterwiel gaat, vermindert.

Volgens MoreBikes zal dit nieuwe systeem de Yamaha R1 in staat stellen om te blijven accelereren zonder dat het voorwiel de lucht in gaat. Dat je je rem gebruikt om sneller te gaan, lijkt tegennatuurlijk. Maar lijkt er toch echt op dat Yamaha dit van plan is.

Hoe maak je motorkleding schoon? | Motorkledingtips

0

Hoe onderhoud je motorkleding? En hoe maak je motorkleding schoon? Rogier geeft tips om langer te kunnen genieten van je motorkleding!

Bekijk meer: hoe veilig is casual motorkleding? Bekijk de video hier.

Meer bewijs voor 2020 Kawasaki Ninja ZX-10RRR

0

Een maand geleden reageerde Kawasaki op de Ducati Panigale V4 R, die op dit moment domineert in het World Superbike Championship. Om Ducati het vuur aan de schenen te leggen, dacht Kawasaki er ook aan om een speciale homologatie superbike te bouwen. Die wordt dan net als de Panigale V4 R een pure racer mét verlichting. En gebouwd om de WorldSBK-titel te winnen.

Dat het Kawasaki menens is met de nieuwe 2020 Ninja ZX-10RRR zouden de aanvragen bewijzen die Kawasaki bij de California Air Resources Board (CARB) heeft ingeleverd. Normaal gesproken worden in zo’n CARB-file nieuwe motoren vermeld die in den volgend jaar op de weg komen. Met het gerucht over de WSB-Kawasaki is enige voorzichtigheid geboden. Immers valt de afwezigheid van ZX-10RRR in de CARB-file behoorlijk op.

Ninja ZX-10RRR niet genoemd

Een CARB-file concentreert zich meestal op een motorblok dat in meerdere modellen gebruikt kan worden. Een zo’n file kan dus meerdere modellen bevatten. In het dossier van 2019 Kawasaki Superbike bijvoorbeeld worden zowel de Ninja ZX-10R als de raceklare Ninja ZX-10RRR genoemd. Ook in andere jaren was dit altijd het geval. Maar de lijst die Kawasaki voor 2020 heeft ingeleverd bij de CARB laat alleen de emissienomen van de Ninja ZX-10R zien. De meest voor de hand liggende reden zou kunnen zijn dat de 2020 ZX-10RRR een ander blok heeft. Omdat daarmee ook de emissie-uitstoot verandert, moet er een aparte aanvraag worden ingediend.

Natuurlijk kan het ook zo zijn dat Kawasaki de plannen voor volgend jaar nog niet heeft uitgedokterd. Dat lijkt onwaarschijnlijk. Ook zou Kawasaki de homologatie van de 2020 straat Ninja ZX-10RRR kunnen uitstellen tot het Kawasaki Racing Team een besluit heeft genomen hoe te handelen in 2020. Al te lang moet Kawasaki dan niet wachten, de voorsprong van Ducati wordt anders wel heel groot.

Randy Mamola gaat racen op IndianxWorkhorse Scout Bobber…

0

Een recept met drie ingrediënten dat iedereen zal bevallen. Neem een moderne motor, zet er een vuilnisbak op, ga er mee naar het circuit en laat Grand Prix-legende Randy Mamola er mee racen.

Op de IndianxWorkhorse Scout Bobber dus. Zoals de naam al aangeeft, is het een samenwerking tussen Indian Motorcycle en Workhorse Speedshop. Beide memoreren hiermee dat de Indian Scout 100 jaar geleden werd geïntroduceerd. De motor met de naam Appaloosa zal racen op de komende Sultans of Sprint Series. Met Randy Mamola dus aan het stuur. De custom begon ooit als een gewone Indian Scout Bobber. Daarvan werd de achterbrug afgehakt en ingeruild voor een langere. Rond wat er toen nog stond, werd een enorme vuilnisbak als stroomlijn gehangen.

Mooie onderdelen

Andere interessante zaken om bij stil te staan: de gewijzigde brandstoftank. Die is smaller gemaakt zonder de originele vorm aan te tasten. De tank bevat nu slechts 2,5 liter brandstof. Da’s genoeg voor een snelle dragrace. De extra lange swingarm is gekoppeld aan Öhlins-veringsonerdelen, met STX 36 piggyback achterschokdempers en Retro 43-vorken. Dankzij een Akrapovič-uitlaat, een race-ECU, Power Commander, directe inlaat en een kleine NOS, zet de Indian Scout 130 pk op het achterwiel. Om die vermogenstoename te verweken, is de riemaandrijving ingeruild voor een ketting. Ook is er een quickshifter geïnstalleerd om tijdens de race snel te kunnen schakelen. Het remsysteem van Beringer rondt het pakket af, met vier schijven in totaal. Dit helpt om van de IndianxWorkhorse Appaloosa een behoorlijk unieke motorfiets te maken. En met Mamola aan boord mag je verwachten dat de motor vrij snel zal zijn.

Mamola heeft er zin in

‘Ik ben altijd al een grote fan geweest van Indian Motorcycle. Ik kijk dan ook echt uit om te racen met deze geweldige creatie,’ zegt Randy Mamola. ‘Het is geweldig om deel uit te maken van dit project. Vooral vanwege de 100ste verjaardag van de Scout. Nu de Sultans of Sprint zo’n unieke serie is, wordt het uitermate plezierig om de sfeer te snuiven, mensen te ontmoeten en voor hen een show neer te zetten.’

Bijna 10.000 bezoekers Motor.NL Mega MotorTreffen 2019

0
Mega MotorTreffen 2019 entree

Afgelopen weekend heeft het team van Motor.NL met heel veel plezier de derde editie van het Mega MotorTreffen georganiseerd. Bijna 10.000 motorliefhebbers hebben het evenement bezocht. Zelf vonden we het een zeer geslaagde editie. En afgaande op de reacties op social media van bezoekers zijn wij niet de enige.

Wat blijft het een schitterend gezicht al die motoren die de hal in komen rijden. De één rustig, de ander donker grommend of gierend hoog. Het blijft een streling voor de trommelvliezen. Wat ook weer opvalt zijn de vele ‘soorten’ motorrijders. Jonge gasten op een vette naked, oudere heren op keurige toermotoren, racers op gillende superbikes, brede kerels op imposante Harley’s en Indians. Hayabusa’s met dikke sloffen en mannen op eeuwenoude occasions. Allemaal kwamen we weer naar het Motor.NL Mega MotorTreffen om net als wij te genieten. En zonder enige vorm van rottigheid. 

Cijfers Motor.NL Mega MotorTreffen editie 2019

  • Aantal bezoekers 9.876  (18 & 19 mei 2019)
  • Verdeling bezoekers zaterdag 18 mei 4.168 / zondag 19 mei 5.708
  • Proefritten over twee dagen 2.767

Ten opzichte van 2018 zijn er iets meer bezoekers. Het aantal proefritten is explosief gestegen. Dit is met name gekomen door het grote aantal motormerken dat dit jaar aanwezig is geweest en waarvan een aantal zeer groots hebben uitgepakt.