maandag 27 april 2026
Home Blog Pagina 1204

Bij gebrek aan (rij-)bewijs

0
Jan Willem Rijbewijs

Met vijf rijders gelijktijdig het roze papiertje moeten inleveren bij de politie; dat moet op een zondagmiddag best haalbaar zijn, weet inmiddels één van het vijftal ervaringsdeskundigen, Jan Willem Junte. Een stuk complexer blijkt het terugkrijgen van het rijbewijs en de tussentijdse rechtsgang. Zéker wanneer het vijftal nooit bewijsmateriaal van hun vergrijp onder ogen heeft gekregen. ‘Ik dacht nog: “Ach, laat ik maar stoppen; het kan toch niet veel zijn…”.’

‘Het was het begin van een het motorseizoen, zondagmiddag uur of twee. Wij met z’n vijven afgesproken in Oldenbroek en van daaruit richting Hattem. Komt bij Wezep een andere rijder uit een zijweggetje en die pikt bij ons aan. Rijdt een beetje tussen ons in, dan weer erlangs, dan weer terug; nogal een pittige rijder, zag ik al snel. Nou, dan ga je toch wat meer gasgeven. Op een goed moment zie ik dat we hem kwijt zijn, afgeslagen of zo, misschien afgehaakt. Waar zo iemand blijft, daar let ik niet op; je hebt wel vaker dat je in een andere groep verzeild raakt of anderen moet lossen. Dus wij door, komen we bij Wapenveld, Hoorn, bij die golfbaan, weet je wel. Komt dezelfde rijder plotseling weer uit een zijweggetje en ons voorbij rijden. Nou, wel mooi, dacht ik nog. Wij de dijk op en die rijder blijft nog steeds bij ons. Dus wat gas erbij, nog wat harder tot de eerste bochten in zicht komen. Dus een beetje mooi en plat door de bocht tot ik dacht: “Verrek, die klotemotor zit nog achter me!”’

‘Die is niet bang’

‘Inmiddels reed ik nog alleen met een kameraad die ook wel gas geeft. Eentje van ons groepje rijdt nooit te hard en een ander doet dat alleen als ‘ie een gekke bui heeft. Een derde bleef ook achter. Dus ik met die kameraad stukje gas erop en die bochten mooi nemen. En die rijder maar drukken en pushen achter me. Komt ‘ie me op een goed moment me voorbij, ik hem weer tot een 30 km/u-zone. Daar rijd ik dus echt nooit te hard, want je weet dat ze daar altijd staan. Sowieso is het niet verantwoord door het gebrek aan overzicht, spelende kinderen, terrassen, noem maar op. Maar die rijder stuift gewoon flink hard door, terwijl ik stop om te wachten op de drie anderen. Nou, wij weer met z’n vijven door zonder gek te doen, wat denk je: komt die kerel weer uit een weggetje rijden en tussen ons in rijden. Toen ging bij mij het gas er goed op. Bij hem ook. Op een gegeven moment rijdt hij voor mij en m’n kameraad en zie ik hem gewoon de koffers aan de grond rijden. Ik denk nog: “Die man is niet bang!”. Toch maar het gas gelost en die rijder laten gaan en langs de weg maar op de rest zitten wachten. Nou, wij zijn weer compleet en ik sluit als laatste aan om rustig mee te rijden. Komt ineens die kerel met een rotgang voorbij. Ik denk nog: “Waar komt die nou vandaan?!” Twee van ons zijn er vol achteraan gegaan en ik ben gewoon achter gebleven.

Komen we op dat laatste stukje brede dijk voor Deventer, staat die rijder midden op de weg. Ik zag vanuit de verte al wat schijnen en eenmaal dichterbij zag ik ‘Stop Politie’. Die eerste twee kameraden stonden al langs de kant van de weg en ik dacht nog een moment: “Blikskaters, moet ik er niet gewoon vandoor gaan?” Maar tegelijkertijd dacht ik: “Ach, laat ik maar stoppen; het kan toch niet veel zijn…”.

Vijf maal inleveren

“Ik ben van de videosurveillancedienst”, zo stelde hij zich voor. En dat hij ons rijbewijs wilde zien. Dus ik overhandig hem dat vol trots, want na twee en een half jaar licht rijbewijs had ik net mijn volle. ‘Hoe hard we hadden gereden, vroeg ‘ie. En toen begon het geouwehoer. De ene zei “honderd”, een ander “veertig”. Toen zei die agent: “Nou, dan maak ik er een snelheid van dat jullie met aftrek van correcties precies één kilometer harder hebben gereden dan vijftig kilometer te hard. Dan pak ik er nu mijn lijst bij…” en hij begon te rekenen. “…dat eraf, dat eraf… mooi, jullie hebben zo-en-zo hard gereden; dan zijn jullie allemaal jullie rijbewijs kwijt”. Wij natuurlijk helemaal van slag. “En als jullie het niet geloven, kan ik de beelden laten zien”, voegde hij eraan toe. Wij van “fuk, wat gebeurt hier?!” Wat ik zeg: toen begon het geouwehoer. De twee rustige rijders waren hartstikke boos en begonnen gelijk met “Wij rijden altijd hartstikke netjes, dus flikker op, man!” Een ander wil de beelden wél zien, weer een ander dat hij zonder rijbewijs werkloos raakt, een ander over het gezeik wat hij thuis krijgt… Chaos dus.’

Zegt ‘ie op een gegeven moment: “Genoeg geluld, de motoren kunnen opgehaald worden”.
Na lang zeuren, zeuren, zeuren konden we toch onder zijn begeleiding op onze motoren terug naar Oldenbroek en hij wist gewoon dat we daar gestart waren. Dus had hij ons al 120-140 kilometer gevolgd. Een paar van ons gaven goed gas erop, zo van: “We zijn toch al de lul”. Wel had hij ons kort de procedure uitgelegd hoe we het rijbewijs terug zouden kunnen krijgen en een visitekaartje aan ons overhandigd dat we al snel kwijt zouden raken.’

Het mysterie van de video

‘Eenmaal in Oldenbroek drong steeds meer het besef door dat we toch echt die videobeelden hadden moeten zien. Hij had ons natuurlijk nooit over één kam kunnen scheren. Maar weten wij wat de regels zijn en welke rechten hij had?! Daarbij had hij verteld dat we met 60 door een dorp hadden gereden, wat pertinent niet zo was. Híj, ja híj wél. Maar wij rijden hard waar we denken dat dat kan. Maar hoe meer we overtuigd raakten van onze naïviteit, hoe gestrester we werden.
Uiteindelijk is een ieder gewoon naar huis gereden met een gevoel van “verrek maar”.
Een dag later heeft een van ons met de politie gebeld van ‘hoe nu verder’? En hoe krijgen we die video-opnames nog te zien. Nou, da’s heel raar bij de politie: iedereen zegt wat anders. De ene zegt dat je moet schrijven naar het CBR, de ander naar de officier van justitie, weer eentje zegt aangifte doen bij de politie en een ander contact opnemen met een rechter. Dus heb ik vier adressen aangeschreven, ja, weet ik veel?

Uiteindelijk leek het beste idee een advocaat in de arm te nemen om zo snel mogelijk het rijbewijs terug te krijgen. Een kameraad en ik hadden er al een gebeld. Zeggen ze allebei: “Jullie hadden helemaal niet met de invordering akkoord hoeven gaan”. En “Jullie hebben die video niet gezien, dus laat ze het maar bewijzen”. Dus wij dit weer in onze groep besproken. De ene had natuurlijk flink gezeur thuis, een ander zag er de humor wel van in, een derde wilde weer niet. Weer onrust dus. Maar toen kreeg een van ons zijn rijbewijs dezelfde week alweer terug. Maar die had wel dik duizend euro moeten lappen om het zo snel voor mekaar te krijgen. Dus de rest denken: “Dat gaat goed, laat die advocaat maar zitten”.’
‘Dus eerst naar de rechtbank in Zwolle om een en ander toe te lichten en berouw te tonen. Daarna moesten we met de hele clan nog in Zutphen voorkomen, iedereen achter mekaar in een leeg zaaltje met een webcam. Een virtuele rechter, zeg maar. Wél een hele mooie mevrouw; ik moest gewoon naar mijn woorden happen, hahaha. Ik was als eerste om drie uur, maar we gingen er al om tien uur heen. Hebben er een mooi dagje van gemaakt; beetje winkels kijken, hapje eten, terrasje. De laagste boete was zeshonderd euro, maar die had ook de volle twee maanden afgewacht om zijn rijbewijs terug te krijgen. Ik kwam er uiteindelijk met zevenhonderd vijftig euro vanaf met twee weken zonder rijbewijs.’

Zondag voor de vrouw

Het ergste is niet eens het gemis van je rijbewijs; met vrienden kom je er qua vervoer wel uit. Het irritantste is het gezeik van al die lui erom heen. Rechters, politie en zo, wat een volk, wat een volk. Die mogen echt wel eens collectief op een cursus communicatie. Iedereen en alles werkt langs mekaar heen en als we alle adviezen hadden moeten geloven, zouden we ons tot twaalf verschillende instanties moeten wenden. Je weet echt niet meer wat te doen of wie serieus te nemen, maar je hebt wel haast, veel haast.’

‘De beelden hebben we nooit gezien, voor ons was het klaar, einde discussie. Maar spijt van dit alles? Ja, hele erge spijt, hahaha. Nee tuurlijk niet, maar ik kijk wel beter uit en ook mijn kameraden zijn wat benauwder geworden. En zondag is nu vooral de dag om met mijn vrouw iets leuks te gaan doen. Maar te hard rijden is voor mij geen doel op zich. Ik rijd motor omdat ik het mooi vind om bochten netjes te nemen. En dan rijd je wel eens tachtig in plaats van zestig.’

Jan Willem Junte (22). Eigenaar van Junte Grondwerken in Oostendorp/Elburg.
‘Het hele verhaal is gebeurd met mijn vorige motor, een GSX-R750 met in principe 25 kW. In principe ja, want thuis had ik ontdekt dat er een blikken tonnetje zat waar dat halve maantje van de gasklep tegenaan draaide. Dus als ik ging rijden, boog ik altijd dat blikje omhoog. De keren dat de politie me aanhield kon ik gewoon doorrijden met waarschuwingen als “Laat ik je nooit meer zien. Zo kan het dus ook. Terwijl zij ook wel weten dat tegemoet komende koplampen die omhoog schijnen onmogelijk zijn op een 25 kW…’

Triumph Scrambler 1200 XE/XC 2019

0

De Triumph Scrambler 1200 2019 werd onlangs in Portugal geïntroduceerd. De Scrambler 1200 is in twee versies uitgebracht: de XC en XE. Wat is het verschil tussen deze twee motoren? Namens Promotor en MOTO73 waren Bart Verhoeven en Nick Enghardt aanwezig in Portugal om een antwoord te krijgen op deze vraag. De Triumph Scrambler 1200 werd zowel offroad, als op de openbare weg gereden. Wat is de conclusie van beide heren na twee dagen sturen?

Toeren door de tuinen van Kent

0
Kent & Wight

Direct achter de White Cliffs of Dover ligt de weelderige, heuvelachtige Tuin van Engeland: het graafschap Kent. Minstens zo aangenaam is het Isle of Wight. 

Jan Dirk Onrust

De beroemde White Cliffs of Dover vormen een van de meest imposante uitzichten die je dichtbij huis kunt zien. Dichtbij huis? Ja, want vanaf Breda is het amper 200 km rijden en een stukje varen – vanaf Duinkerken. Je kunt natuurlijk ook iets verder rijden en de Kanaaltunnel nemen. Maar dat kost doorgaans minstens twee keer zo veel en je mist het memorabele moment van aankomst. Ik bedoel het moment dat je op het voordek tussen de Engelsen staat die met natte ogen van de heimwee kijken naar de wolken die over de klippen schuiven en na twee weken op het continent alleen maar denken: ‘Straks eindelijk weer normaal eten – chips. Eindelijk weer kwaliteitskranten met het laatste nieuws over de borstvergrotingen van Jordan. En eindelijk weer vaste vloerbedekking op het toilet…’

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-Kent.GPX”]

DOWNLOAD 3 TRACKS DOOR KENT

Hotel uit de hel

Dover ligt prachtig in een spelonk tussen de krijtrotsen en was in allerlei oorlogen mikpunt van buitenlandse invasies of pogingen daartoe. Mede door het fantastische, hooggelegen Dover Castle met al zijn aanbouwen en tunnels, heeft het stadje altijd stand weten te houden. Maar wat de Noormannen, Napoleon en Hitler niet is gelukt, lijkt de Engelse politiek wel voor elkaar te hebben gekregen. De stad ziet er verslagen uit, met als dieptepunt een gruwelflat in het centrum, die zelfs in Murmansk zou opvallen door zijn lelijkheid. En tot mijn schrik nog een hotel blijkt te zijn ook, het County Regal Hotel Dover. Commentaren op de website Tripadvisor bevestigen alle vermoedens: dit is de hotelhel. Het zegt wel iets over de staat waarin veel Engelse steden verkeren. Maar we hebben nu wel meteen het ergste gehad. Het Kent dat ik de komende dagen ga zien, is veel aangenamer. En de hotels al helemaal. Hele of halve paleizen waarvoor je met de aanbieding bij dit artikel niet meer betaalt dan voor het stuk betonrot in Dover.

De Heg van Engeland

Kent heeft ongeveer de omvang van Zuid-Holland, maar er wonen drie keer zo weinig mensen. De bijnaam is de Tuin van Engeland, vanwege het vele groen, de fruitteelt en de wijnbouw. Een paar flinke kalkruggen – om het bergen te noemen is overdreven – zorgen voor een prettig glooiend coulissenlandschap met heel veel bochtige landweggetjes. Thuis kost het me dan ook weinig moeite om in MapSource een lekker kronkelende route aan elkaar te breien. Maar de werkelijkheid is aanzienlijk complexer dan het beeldscherm, merk ik als ik vlak na Dover het mooie groen induik met mijn geleende Harley Road King Classic. Kent mag dan wel de Tuin van Engeland heten, maar voor motorrijders blijkt het vooral de Heg van Engeland te zijn. En die heggen staan vaak zo dichtbij dat het lijkt alsof ik door een eindeloze wasstraat rijd. Een voordeel is dat ik niet meer hoef na te denken over de vraag of ik wel aan de goede kant van de weg rijdt. Hier heb je geen links of rechts, alleen maar midden. Achter de bovenkant van de heggen zie ik een enkele keer een soort telefooncel naderen. Dat is dan een tegemoetkomende tractor of Range Rover. Alles wat lager is, blijft op de kronkelweggetjes een verrassing tot het moment dat je op de motorkap ligt. Hierdoor ontwikkel ik de fenomenale gemiddelde snelheid van zeker toch wel een kilometer of 21 per uur. Zo tuf ik een uur of twee voort en dan sta ik bij Lenham voor een lange oprijlaan met een bord Chilston Park Hotel. Hier moet ik zijn.

Chique gasten

Chilston Park, hartje Kent, is een bijna duizend jaar oud landgoed met een zeer ruim bemeten 17de eeuws buitenhuis. Hoewel zeker niet duur, heeft het een upperclass uitstraling – strak gemaaide gazonnetjes en heggen, waterpartijen, knipmessend personeel, antieke meubelen. Op de parkeerplaats zie ik Porsches, de duurste Mercedessen, Jaguars en een Bentley. De chique gasten bezoeken een bruiloft. Maar bij nadere beschouwing vanuit mijn krakend lederen fauteuil in de lounge zie ik bij de passerende dames zoveel tatoeages, piercings en lingerie dat ik niet uitsluit dat er een pornofilm wordt opgenomen. Maar de verklaring zal eerder zijn dat de fameuze terughoudendheid en keurige manieren van de Engelsen zijn gaan knellen. Maar om nou te zeggen dat ik zit te stuiteren van opwinding, nee. Ik ga maar naar mijn kamer om met laptop en reisgidsen mijn routes aan te passen. Want de plattelandsweggetjes kan ik maar beter schrappen. Ver na middernacht heb ik op basis enkele bestaande toeristische routes die nieuwe rondritten gefabriceerd.

James Bond route

Ik begin de volgende morgen aan de East Kent & Coastal route. Deze loopt grotendeels over provinciale wegen langs en over de North Downs, de heuvelrug die tot aan Dover doorloopt. De wegen zijn drukker, maar veel beter te doen dan de landweggetjes. Omdat ze niet helemaal zijn dicht geplant met heggen, kun je ook het fraaie, fruitige landschap zien. En een enkele keer zelfs proeven: bij een fruitstalletje dat langs de weg staat.
Even voorbij Canterbury, het beroemdste plaatsje van Kent met fameuze kathedraal en middeleeuws centrum, rijd ik door naar de kust. Het landschap wordt hier vlakker en minder aantrekkelijk, maar daar staan een paar alleraardigste kustplaatjes tegenover. De mooiste is zonder meer Broadstairs. Het centrum ligt bovenop een kalkplateau, met direct daarachter een prachtig en druk strandje. Met een beetje zoeken kun je hier met de motor bijna tot aan de rand van de rots komen, waarvandaan je tussen de vele exotisch aandoende bloemen en struiken uitzicht heb over het strand. En als je je omdraait, sta je vlak voor het vakantieverblijf van Charles Dickens waar hij David Copperfield schreef. Broadstairs was zijn favoriete vakantiestek.
Vanaf Broadstairs zak ik de kust af richting Dover. Hier volg ik een deeltje van de Goldfinger-route (rondje London-East Kent), want jazeker: East Kent is James Bond-land. Ian Fleming had hier een huis en Kent was daarom vaak decor in Bond-films. In Moonraker en Goldfinger bijvoorbeeld. Liefhebbers zullen onder meer de golfbaan aan zee in Royal St. George (‘de mooiste ter wereld’, volgens Fleming) herkennen.

Doodstil

De momenten dat je vlak langs de zee rijdt, zijn heel aardig, maar meestal dwingt de weg je een eindje het achterland in. Echt verrassend mooi wordt het als ik weer terugkom op de North Downs, waar ik vanaf Batham een heuse vallei in ga. Mooi besloten, zonnig, helemaal stil en met wijnranken tegen de heuvels: dit zou zo ergens diep in Frankrijk kunnen liggen. Daarna schiet ik wel weer een paar heggenweggetjes in, waar gras uit het asfalt groeit. Hier laat ik met de Road King bijna een paard met berijdster op hol slaan. Pas als ik de motor uitzet, kalmeert het dier. Bijna onder het paard hangend bedankt de berijdster me voor de moeite. ‘Hij is geen motoren gewend. Er rijdt hier nooit iemand’, verklaart ze.

Rondlopen in een kostuumdrama

Na 200 km rijd ik het landgoed van Eastwell Manor op, mijn volgende overnachtingsadres, vlakbij het vorige. Het kasteelachtige landhuis lijkt nog groter en chiquer dan Chilston Park. Hier sliepen niet zomaar wat schrijvers en lords, maar pure royalty. Koningin Victoria en Koning Edward VII kwamen hier vaak en er werd zelfs een koningin geboren – van Roemenië weliswaar, maar toch. Verschil moet er echter zijn, dus slaap je als motorrijder in de omgebouwde stallen. Maar van de faciliteiten van Eastwell Manor kun je even zo goed genieten. Van de schitterende tuin met labyrint en fonteinen die tot aan de horizon loopt, van de zwembaden, golfbaan, sportfaciliteiten en alle mogelijke andere luxe. Er is ook een heel chique restaurant. Daar kom ik met mijn motorpak echter niet in. Dan maar iets op het fabelachtige terras eten. Maar dat lukt ook niet. De keuken is vervroegd dichtgegaan. Net als het zwembad en de fitnessruimte. En een broodje via de roomservice dan? Nee, helaas, vandaag niet. En zo eindigt mijn dag, net als in een budget ketenhotel bij de cola- en chipsautomaat. Alhoewel, die kan ik eigenlijk ook niet vinden. Hm. Misschien is het een beetje een façade, Eastwell Manor, maar met de aanbieding heel schappelijk geprijsd. Het gevoel in je motorpak te kunnen rondlopen in het decor van een Engels kostuumdrama is daarentegen onbetaalbaar.

Sensationele wending

Na een vorstelijk ontbijt in Eastwell Manor vertrek ik naar de zuidkust van Kent. Iets van het heldhaftige oorlogsverleden van dit gebied, vind ik terug in het Battle of Britain Museum in Hawkinge. Ondanks een hoeveelheid Spitfires en andere oorlogsrekwisieten, doet het meer denken aan een uit de hand gelopen hobbyschuur dan aan een echt museum, maar charmant is het zeker. Een kilometertje na het museum neemt het landschap een sensationele wending. Ineens rijd ik langs een gapende afgrond, waarin het zwaarbeveiligde Eurotunnelcomplex van Folkstone ligt. Misschien nog wel het sterkste James Bond-momentje, ook al valt het buiten de James Bond-route. Daarna gaat het hard naar beneden, letterlijk, over een beklemmend steil en smal weggetje waar je absoluut geen tegenligger moet hebben, want dan moet een van de twee heel lang achteruit terugrijden. In dit geval is het iemand met een Renault Espace, die geërgerd accepteert dat er geen achteruit op een HD Road King zit.

Area of Outstanding Beauty

In het toeristisch redelijk aantrekkelijke Folkstone zoek ik de zee op, die ik een kilometer of 15 kan volgen. De heuvels zijn naar de achtergrond verdwenen, wat overblijft is een Hollands vlak deltalandschap met redelijk wat slingerwegen. Hier kom ik voor het eerst vrij veel motorrijders tegen, die kennelijk op het open landschap afkomen. Na het middeleeuwse Hastings ben ik ze grotendeels kwijt. Daarna keren de heggen weer terug langs de wegen – dat moet iets met elkaar te maken hebben. Bij het lieve plaatsje Tenterden komen ook de hoge heuvels terug. De High Wealds heten ze en staan bekend als Area of Outstanding Beauty. Dat betekent nog veel meer sappig groen met mooie landhuizen, leuke stadjes (Goudhurst!), enkele kastelen met bezienswaardige tuin en de merkwaardige oast houses: boerderijtjes met een soort witte puntmutsen op het dak, waaraan vroeger hop werd gedroogd.

Een bevrijding

Een dag later heb ik geluk. Het regent pijpenstelen. Maar juist nu ben ik van plan naar Isle of Wight te rijden en daar is het weer altijd beter, zo gaat het verhaal. En inderdaad. Als ik na twee uur regenrijden in de haven van Portsmouth aankom, ligt Wight aan de overkant in de zon te schitteren. En niet alleen daarom overtuigt het eiland (iets kleiner dan Texel) me heel snel. Het is weliswaar behoorlijk toeristisch, maar vooral buitengewoon mooi. Kent in het klein, maar dan met hogere heuvels, een bijna subtropisch weelderige flora, een soms sensationeel prachtige kust met hoge krijtrotsen en betrekkelijk weinig heggen – wat bijna aanvoelt als een bevrijding.

Kan het nog beter?

Zo ongeveer het leukste plaatsje is Ventnor aan de zuidkant, dat door zijn rotsen en plantenweelde het Madeira van Engeland wordt genoemd. Kan het nog beter? Ja. Op het beste plekje van Ventnor vind ik het witte Wellington hotel, mijn overnachtingsadres. Gerestaureerde oude glorie dat over de rand van een krijtrots hangt, met daaronder het strand met een uitgaansboulevardje. Het eten in het hotel blijkt uitstekend te zijn en aan de restaurantmanager, de Portugese Carlos, heb ik na vijf minuten een vriend voor het leven. En dan wil je best door de vingers zien dat je amper parkeerplek vindt voor de motor.

Een speciale route op Wight heb je eigenlijk niet nodig. Het is klein genoeg om in twee dagen bijna alles te zien. Je doet simpelweg het rondje langs de kust en verder is op de zuidelijke helft eigenlijk elk weggetje raak. Na een volle dag toeren zie ik er bijna tegenop om naar huis te gaan. Maar dat kan ook met Dover te maken hebben.

Het hotel

De drie routes door Kent vertrekken uit een hotel:

Chilston Park Hotel
Sandway, Maidstone ME17 2BE,
Groot-Brittannië
RESERVEREN

Winterrit Noorwegen: IJsplaneet Hoth

0

Niet gehinderd door saaie dingen als realiteitsbesef of een degelijke voorbereiding rijden Jan en Jan Dirk op driewielige intergalactische motorscooters hartje winter naar de ijzige Noorse Hardangervidda, die het decor was voor de IJsplaneet Hoth uit Starwars. Een kleine rit voor de mensheid, maar mogelijk iets te groot twee motorrijders.

Jan Dirk Onrust

Bovenop de Hardangervidda glijd ik een bocht uit en vlieg ik over de vangrails in een ravijn. In de val verlies ik mijn helm. Als ik hem in de diepe sneeuw terugvind, merk ik dat mijn hoofd er nog in zit… Als ik wakker schrik aan boord van de boot van Kiel naar Oslo, voel ik even of ik nog een hoofd heb. Hm, ja. Dat valt dan weer mee. Maar ik ben te onrustig om verder te slapen en loop in het donker het dek op. Het sneeuwt, onder de boeg hoor ik het ijs kraken en vlakbij zie ik de eerste, kille silhouetten van de bergen. Wat zijn ze al hoog. Een paar honderd kilometer verder zijn ze nog veel hoger. En daar moeten we dus naartoe. Op twee Italiaanse driewielers: een 400 cc Piaggio MP3 en een 500 cc Gilera Fuoco. We zijn waarschijnlijk de eersten die dat doen in de sneeuw. Het begint nu pas bij me te dagen waarom. Het kan natuurlijk helemaal niet, door de dikke sneeuw ploegen met die kleine wieltjes…

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/track-noorwegen-winter.gpx”]

Jullie zijn gek

‘Jullie zijn gek!’ Dat hebben we voor ons vertrek vaak gehoord. Wat wisten al die mensen toch van Noorwegen in de winter en van driewielige motorscooters wat wij niet wisten? En trouwens. Gekken die komen nog eens ergens. Eerder reden we bijvoorbeeld door de wintersneeuw van de Vogezen en de Schotse Highlands. En toen hadden we maar twee wielen.
Maar toen Teun de Ontdekkingsreiziger, die bijna elke winter op een Zeus met zijspan naar de Noordkaap rijdt, het nodig vond om ons te waarschuwen voor onze onderneming, begonnen we toch een beetje te twijfelen. ‘Hebben jullie wel gedacht aan de diepe sporen? Aan het keiharde ijs langs die sporen? Hebben jullie wel rekening gehouden met zus en zo? En met dit en dat? Nou, ik wel. En toch legde ik een keer bijna het loodje. Ja, alles staat en valt bij een goede voorbereiding!’

IJsplaneet Hoth

Degelijke voorbereiding. Van die woorden worden we altijd ontzettend moe. Waar is het avontuur nog als je met alles rekening moet houden? We willen gewoon een lekker tochtje maken. Dit wordt geen expeditie naar de maan. We maken slechts een ritje naar de ijsplaneet Hoth.
(Voor de niet-sterrenkundigen: IJsplaneet Hoth ligt bij het Hallingdal en daar naar links, de hoogvlakte Hardangervidda op. Hier nam George Lucas ijzige scènes op voor The Empire strikes back. Voor de niet-Starwars-fans: dit was een sf-kleuterfilm met MP3’s die konden vliegen en schieten. )
Toch hebben we ons een beetje voorbereid. De Piaggio en de Gilera hebben we niet voor niets gekozen. Behalve twee voorwielen, hebben we een setje winterbanden weten te bemachtigen. Verder hebben we de Noorse verkeersberichten een beetje in de gaten gehouden. Zo zijn we te weten gekomen dat alle wegen die we willen rijden, geopend zijn. Dit leek ons voorbereiding genoeg.

Warm blijven

Oké, gaan. Rond vijf uur ’s morgens vertrekken we vanuit Den Haag naar de boot in Kiel, een rit van 650 km. De eerste 600 km regent het zo hard dat we merk en types van auto’s nauwelijks herkennen. Hierna begint het te sneeuwen. De geruststelling is groot als blijkt dat de winterbandjes goed vat houden op het witte wegdek. ‘Maar de kou gaat nog een flink probleem worden met dat Gerbings pak,’ zeg ik tegen mijn reisgenoot Jan. ‘Alleen mijn voeten zijn warm.’
‘Vreemd. Ik heb alleen warme handen,’ zegt Jan. We besluiten de handleiding maar eens te lezen. Een kwartier voordat we de haven bereiken, breekt het moment van groot comfort aan. Voor het eerst krijgen we het warm. Wat een gelukzaligheid.

Op de boot duurt het geluk nog een tijdje voort: dansende meisjes, bier en lekker eten. En dan valt de nacht, gaat het sneeuwen en horen we het krakende ijs. Vlak voor we aanmeren lezen we het bericht dat het in Oslo de laatste twintig jaar niet zo hard heeft gesneeuwd als de laatste dagen…

Eerste boot terug!

Ik ben de enige met een GPS op de driewieler, maar door wat oponthoud bij de douane komt Jan voorop te rijden. Vervolgens zijn we elkaar volledig kwijt, want het GSM-net van Oslo hapert nogal. Na twee uur wachten bij een tankstation, waar ik minstens vijftig sneeuwschuivers zie passeren, komt Jan aanrijden. ‘Hopeloos!’ roept hij schaterend uit. ‘Ik kwam in allerlei kleine straatjes terecht waar soms een halve meter sneeuw lag. Niet doorheen te komen. Geen enkele grip meer, niets. Als het overal zo is, kunnen we beter de eerste boot terug nemen. Jammer maar helaas dan maar.’
Een passerende Zwitser op een volbepakte crossmotor geeft nieuwe moed. Bovendien zullen we alleen hoofdwegen volgen en daar rijden de sneeuwschuivers af en aan. We besluiten daarom een poging te wagen. Als het niet gaat, kunnen we altijd nog terugrijden, nietwaar? En hoever is het eerste hotel nou eigenlijk? Maar 200 km. Glup.

Een file achter ons

Het valt mee. Met onze sneeuwbandjes kunnen we de gespijkerde autobanden goed bijbenen. Maar langer dan een kilometer of twintig duurt dat niet. De sneeuwlaag wordt dikker, de sporen dieper en de grip holt achteruit. Bochten rijden wordt een groot probleem. Dat vindt ook de snel groeiende file achter ons. Dit zorgt voor enige frictie, want inhalen op een besneeuwde weg doen de Noren niet graag. Uit beleefdheid rijden we een paar keer een parkeerplek op om ruimte te geven aan het verkeer. Alleen zijn de parkeerplaatsen door de sneeuw nauwelijks begaanbaar. En stoepranden zijn onzichtbaar. Wel voelbaar daarentegen, zo merk ik tijdens een eerste valpartij. En Jan bij een tweede. Het enige wat ons rest is simpelweg de schurft hebben aan het autoverkeer. Die gedachte ontslaat ons van de plicht mee te komen en geeft wat lucht.

Achter de sneeuwschuivers

Na nog eens zestig kilometer ploeteren, hebben we geluk. Voor ons duiken twee sneeuwschuivende trucks op. Ze halen niet alleen de meeste sneeuw weg, maar rijden ook niet sneller dan een kilometer of zestig. Een vaartje dat goed valt bij te houden. En niemand die het in zijn hoofd haalt de schuivers te passeren.

Dik veertig kilometer, tot aan Noresund, kunnen we zo meeliften. Een meevaller, maar tegelijkertijd zijn we ook veertig kilometer dieper in de stront getrokken, want terugrijden is nu geen optie meer. We moeten nu door naar Gol in het Hallingdal, waar ons hotel staat.
‘Hoe is de weg naar Gol?‘ vragen we aan het kassameisje van het tankstation.
‘Oh, wel goed, hoor,’ zegt ze. Opgewekt beginnen we aan de laatste tachtig kilometer.

Het wordt slechter dan slecht. Er valt zoveel sneeuw dat we het verloop van de weg nauwelijks kunnen volgen en we blij zijn met elk bandenspoor dat we nog net kunnen zien. Uilskuikens die we zijn. Laten we ons lot afhangen van een kauwgomklappende kassakip, die als ze Gol op de kaart zou moeten aanwijzen waarschijnlijk haar vinger tussen Paramaribo en Langetabbetje plant. Die verwarring is overigens begrijpelijk. Ons doel – Pers Resort – is namelijk een tropisch zwemparadijs met palmbomen. Na bijna drie uur ploeteren en glibberen bereiken we het. Een thermometer geeft -12 aan en de driewielers lijken meer op een sneeuwbal dan op een motorscooter. De sneeuw is zo diep in de MP3 gedrongen dat het contact niet meer uit gaat, zelfs als je de contactsleutel eruit haalt. Morgen vast een lege accu. Maar hedenavond: een geweldig buffet, bier, warmte en gezelligheid. Totdat de barman vertelt dat een Duitse zijspanrijder even eerder frontaal op een tegemoetkomende truck is gedoken in het Hemsedal.

De weg van het avontuur

De volgende etappe heeft een lengte van bijna 150 km en moet via het Hemsedal een hoogte van 1200 m overbruggen. Het einddoel is het Vatnahalsen hotel 1000 m boven Flåm. En dat wordt een makkie: de weg bij het Hemsedal hebben ze voor het eerst dit jaar afgesloten wegens de sneeuw van gisteren. Dus pakken we de trein. Tja. Zo simpel kan het gaan in dit soort omstandigheden. We vinden het niet eens echt erg. De wegen de we willen rijden, staan bekend onder de naam Avonturenweg. Maar nu is het meer Russisch roulette. De normale veiligheidsbuffer die je hebt, moet je hier volledig inleveren.

Gisteren hebben we niet veel meer gezien dan de achterkant van een sneeuwschuiver en wat bandensporen. Als de trein de hoogvlakte van de Hardangervidda oprijdt, zien we pas goed in wat voor omgeving we verzeild zijn geraakt. Een sneeuwwoestijn die bijna alle details en oriëntatiepunten heeft opgeslokt. Geen wonder dat George Lucas hier zijn plek vond: dit is van een andere planeet. Ergens in de metershoge sneeuw, parallel aan het spoor, moet dan onze route lopen, de Avonturenweg. Het is nauwelijks voor te stellen dat daar überhaupt een weg loopt, laat staan een begaanbare.

Twin Peaks  

Na 100 km sneeuwwoestenij stopt de trein bij Myrdal, waar de vertakking van de beroemde Flåmbaan begint. Die pakken we om enkele minuten later aan te komen bij een eenzaam hoogvlaktehotel. Halsnavatten. Geen StarWars, maar Twin Peaks. Lange gangen, lege zalen, doodse stilte, vrijwel geen gasten en een onzichtbare eigenaar, die toch zomaar voor je neus staan als je wat nodig hebt. We hadden geboekt, maar dat we nog zijn gekomen ook, is voor hem een verrassing. ‘Helden!,’ roept hij en trakteert ons op een biertje. Dit is niet het juiste moment om te zeggen dat we de reis per trein hebben afgelegd. En als we dat toch maar doen, heeft hij een verrassing. We mogen een stukje op zijn Yamaha quad met rupsbanden rijden. Voor het eerst sinds onze aankomst hebben we grip op de Noorse bodem. Maar zelfs op het rupsvoertuig kun je niet naar Flåm – dat een kilometer lager ligt, rijden. Het bovenste deel van de kloof is een grote druipkaars met sneeuwmuren op het pad. Maar het treintje blijft gaan, ook al zijn we de enige passagiers tijdens het wonderschone tochtje naar beneden.

Romeinse strijdkarren

Maar we komen hier om te motorrijden. Een dag later, terug in Gol, dient de volgende kans zich aan. De weg over de Hardangervidda is weer even open voor kolonneverkeer. Vanuit Gol rijden we naar het wintersportoord Geilo, 50 km verder en 500 m hoger. De Avonturenweg blijkt hier grotendeels schoon te zijn. Nu pas krijgen we in de gaten hoeveel belangstelling de Italiaanse driewielers trekken. Op de parkeerplaats van ons Highland Hotel (sfeervol, comfortabel, aanrader, maar dat terzijde) kunnen we bijna een persconferentie beleggen. De meest gestelde vraag: wat zijn dat in godsnaam voor dingen? ‘Romeinse strijdkarren zonder paard. Volgende vraag!’

Vanuit Geilo (800 m) proberen we alsnog de Hardangervidda (1100 m) op te gaan. Al na een kilometer of tien verschijnt op de weg een ijslaag met diepe sporen. En die zijn net te smal voor de dubbele voorwieltjes van ons strijdkarretjes. We rijden als een asielzoeker die voor het eerst op schaatsen staat. Voor ons wordt het alleen maar erger, achter ons horen we de houtblokjes in de open haard van het hotel bijna knetteren. Het is even slikken en schelden, maar dan besluiten we toch maar om ermee te kappen.

AOW-scooters

Dat heet verstandig doen. Of eigenlijk heet het laf afdruipen met de staart tussen de benen, je wilde plannen laten sterven, kiezen voor saaiheid in plaats van passie, terug naar gewoon, duf en overbodig. ‘Kop op,’ zegt Jan. ‘Misschien winnen we in het Highland Hotel straks een leverworst tijdens de vrijdagavondbingo!’ Kan wel zijn, maar op de terugweg zijn onze driewielige space invaders definitief veranderd in AOW-bromscooters.

Met dat sombere gevoel worden we bij terugkeer opgewacht door een journalist van de plaatselijke krant. ‘Zijn jullie misschien een beetje gek?’ luidt zijn eerste vraag. ‘Ja, maar uiteindelijk minder gek dan we hoopten,’ zeg ik maar.
Noren zijn in elk geval veel minder gek dan wij. Ook als we terug naar de boot rijden, zien we geen enkele Noor op een motor. Gewend als ze zijn aan zware omstandigheden, weten ze veel beter wat mogelijk is dan wij. Dus die hebben geen last van illusies of dromen. Arme Noren.

Kappersbrommers

Bij de boot zien we toch nog een paar motorrijders, Duitsers. Ze dragen zesenveertig lagen kleding, rijden op oude leger GS’en met zware spijkerbanden en hebben hun zijspannen volgestopt met reservewielen en gereedschap. Met grote ogen zien ze toe hoe wij komen aanrijden op onze kappersbrommers en slanke motorpakken, waaronder nauwelijks meer zit dan een laagje elektrisch verwarmde kleding.
Ze vragen waar we zijn geweest, maar aan alles is te zien dat ze dat eigenlijk helemaal niet willen horen. ‘De Hardangervidda over,’ zegt Jan. ‘Je weet wel, daar waar de hoogste en meest verschrikkelijke wegen liggen die je in de winter kunt pakken. En jullie?’
‘Langs de kust naar Bergen en wat binnenwegen erbij,’ mompelen ze.
‘Ach, wat maakt het uit,’ zeg ik met valse troost. ‘De kust is toch ook best mooi!’
Dat we de treinrit en de overgeslagen wegen niet noemen, is niet helemaal correct, maar de aanblik van de verbijsterde Duitsers maakt veel goed.

Bunkeren

0

Kastelen zijn mysterieuze bouwwerken die meisjes laten wegdromen over ridders op witte paarden. Bunkers, het moderne equivalent, daarentegen zijn echte mannendingen. Stoere, sombere betonnen bouwsels waar je vroeger soldaatje speelde of fikkie stookte.

Rob de Jong

Alsof de gedachte aan bunkers al somber moet stemmen, zo lijkt het weer ons daarin te willen versterken. ‘Het gaat morgen regenen,’ zegt Tom wanneer ik hem bel over de route. ‘Daar kunnen die bunkers best tegen,’ stel ik hem gerust. Tom mompelt dat motorrijden niet leuk is in de regen, maar ik praat er overheen: ‘Zie je.’ We vertrekken vanaf Fort Eben-Emael, dat net over de grens ligt, bijna onder de rook van Maastricht in een omgeving zo lieflijk dat ik in gedachten elfjes over de riviertjes zie zweven.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Bunkerroute.gpx” mtype=”HYBRID”]

Het fort, in 1931-1935 gebouwd, was bedoeld om de vermaledijde Duitsers tegen te houden. ‘Onoverwinnelijk,’ gilden de bouwers. ‘Quatsch,’ zeiden de Duitsers en maakten een aanvalsplan. Op 10 mei 1940 landden ze met zweefvliegtuigen op het dak van het complex. Een dag later hadden ze het in handen. De route zuigt ons dieper en dieper de Ardennen in. Kleine plaatsjes worden afgewisseld door nog kleinere plaatsjes totdat we in een wel heel klein stadje komen. Durbuy heeft geen bunker maar wel uitstekende eetgelegenheden. We zijn de enige motorrijders en krijgen dat ook direct te horen: ‘Alez Monsieur, ien de zoomer stiekt et ier van de moto’s,’ doet ober Alfons zijn best om Vlaams te spreken. Het haardvuur knispert en knappert er vrolijk op los en terwijl de kok voor een heerlijke warme hap zorgt, komen we weer helemaal bij.

Grootste van Europa

‘Kun je niet iets schrijven over open haarden,’ probeert Pim wanneer het tijd wordt weer op te stappen, maar de horizon roept en even later zien we een wel heel verleidelijk bordje: Bonneville. Dat moeten we natuurlijk gewoon volgen. Niet dat we op Triumphs rijden en evenmin komen we uit bij een exotische zoutvlakte. Maar toch, er liggen weinig slaperige dorpjes aan de Maas waar motorrijders met een glimlach doorheen rijden. De Maas heet hier trouwens Meusse, die via Namur (Namen) naar Dinant loopt. Beide steden zijn vestingsteden en vooral Namen, de hoofdstad van Wallonië, pronkt met zijn Citadel. Terecht, want het is het grootste vestingwerk van Europa. Eigenlijk is Namen een prettige plek om even te stoppen en misschien ook wel om te overnachten, maar wij sturen naar de vroegere vestingstad Phillippeville, waar een stelsel van onderaardse gangen deels is opengesteld voor het publiek. Het vlakke landschap hier heeft wegenbouwers niet geïnspireerd om hersenkronkels om te zetten in mooie bochten. Recht op het doel af, luidt het parool. Via Mons en het prachtige Park des Plaines rijden we naar Lille. Het is de geboortestad van Charles de Gaulle, Frankrijk’s meest geliefde president en een bunker van verzet tijdens WO II.

Maar niet alleen dat maakt Lille bijzonder, want je kunt in het centrum makkelijk verdwalen. Zeker als je terecht komt in Le Furet du Nord, de grootste boekenwinkel van Europa waar ze maar liefst 400.000 titels op voorraad hebben. Na Lille gaan we naar La Coupole, via Kruiseke, Zwarte Leen, Verbranden Molen en Dikke Bus. De vrolijkheid die dat oplevert slaat om in een bedompte overpeinzing als we net even ten zuiden van St. Omer bij La Coupole stoppen.

Industrieel monument

La Coupole klinkt meer als een variant op onze oliebol, maar deze bunker herbergt geen krenten en is zeker niet bestrooid met poedersuiker. In de door vijf meter dikke betonnen muren beschermde bunker werden vooral V2-raketten geassembleerd en gelanceerd richting Groot-Brittannië. Nadat de Geallieerden de bunker ontdekten en met zware bombardementen bestookten, besloten de Duitsers de lanceringen van de V2 te verplaatsen. Met mobiele lanceerplatforms werden Londen en Antwerpen bestookt vanuit het bezette Nederland. La Coupole is nu een museum. In de tentoonstelling wordt behalve over de omstandigheden waaronder de dwangarbeiders bunkers als deze bouwden en de functie van de bunker, had wat uitgebreider gemogen, een goed overzicht van de oorlog gegeven. In de museumwinkel kun je diverse interessante naslagwerken kopen, maar, hoogst opmerkelijk, ook een speelgoeduitvoering van de V2. Een massavernietigingswapen als kinderspeelgoed? Er is niet bekend hoeveel V1 en V2-raketten gelanceerd zijn. Vreemd, omdat de Duitsers normaalgesproken alles nauwkeurig registreerden. Nadat we alles in en om de bunker uitgebreid bekeken hebben, sluiten we de dag af met een bezoek aan St. Omer.

Belangrijk is deze plaats als regionale hoofdstad. Het werd al genoemd in de 6e eeuw. St. Omer heeft lang gebalanceerd tussen Vlaanderen en Frankrijk. De stad ligt aan de voet van de rivier de Aa waar de prachtige scheepslift van Les Fontinettes schepen van de Aa naar de Leie en andersom hevelde. En dat is zeker een indrukwekkend industrieel monument. Natuurlijk ontkomen we ‘s avonds niet aan een pint gerstenat en die is in St. Omar zeer plezant te nuttigen want ondanks dat dit Frankrijk is met ‘du vin’ als nationale drankje, heeft de Vlaamse invloed ook hier zijn sporen achtergelaten. We toasten dus met een frisse Kaasbier uit de stal van brouwerij Noyon.

Jenever

Wanneer we ons de volgende morgen opmaken voor een tocht naar een ander stukje betonkust twijfelen we nog even over onze route en besluiten we toch door het Franse polderlandschap van de Clairmarais te rijden. Hier kan je zelfs met platbodemschuiten een vaartocht maken. Het is zo typisch Nederlands dat wij ‘ollanders het maar graag als ‘van ons alleen’ of ‘duidelijk geval van plagiaat’ bestempelen. Giethoorn op zijn Frans dus. En in Houlle staat dan ook nog eens een van de twee enige Jeneverstokerijen van heel Frankrijk. Volgens vele Vlamingen is het drankje een Belgische uitvinding, maar voor mij als Rotterdammer komt het natuurlijk gewoon uit onze buurstad Schiedam en het maakt eigenlijk niet uit want Jenever in Frankrijk is net zo vreemd als de discussie over wie het heeft uitgevonden.

Blockhaus

We rijden verder, door de prachtige bossen van Eperleques. De dichtheid van deze bossen zorgen voor een perfecte camouflage en waren daardoor uitermate geschikt voor een bunker van formaat: het Blockhaus. Was La Coupole al indrukwekkend, dan is het in 1942 gebouwde en in 1985 tot historisch monument uitgeroepen Blockhaus dat zeker. Er zijn van die bouwwerken waar je bang van wordt en Blockhaus is dat voor mij in de overtreffende trap. Opgezet als fabriek voor de productie van vloeibare zuurstof, dat als brandstof voor de V1 en V2 diende, werden er ook onderdelen voor de raketten gemaakt. De dikke betonmuren moesten voor bescherming zorgen, maar de bunker werd fanatiek gebombardeerd door de Engelsen, die er zelfs een speciale 6000 kilo zware en zes meter lange bom voor ontwikkelden, de zogenaamde Tallboy. De Nazi’s begrepen al snel dat het Blockhaus niet ideaal was en verhuisden de fabriek. Het is juist de lieflijke en bosrijke omgeving die het Blockhaus een sinistere uitstraling geeft waar ik van huiver. Ik wil eigenlijk weg, me vermaken in Parijs bijvoorbeeld of me een klein kind voelen in Disney Europe. Maar daar is nu geen tijd voor, want de route voert ons naar het volgende Kunstwerkje van de Divisie Todt.

Todt was de naam voor de club (daar wil je toch niet voor werken) die voor een onneembare verdedigingswal, de Atlantikwall, moest zorgen door de bouw van ettelijke fortificaties en bunkers. De meest toegankelijke is die in de buurt van Ambleteuse, bij Cap Gris-Nez.

Atlantikwall

De wolkeloze hemel zorgt voor een prachtig vergezicht en met een kleine kijker kunnen we zelfs de witte kust van Engeland zien. Die openheid was voor de Nazi’s de reden om een bunker te bouwen. De Siegfried-kanonnen die er destijds stonden waren eigenlijk scheepsgeschut, maar konden niet ver genoeg schieten om Engeland en de Engelse kust te bereiken. Daar hadden ze het zeer imposante K5-spoorwegkanon voor.

Oorspronkelijk stond dit kanon niet hier maar zoals de naam zegt, werd het door een locomotief over het spoor voortgetrokken. Met zijn 19 meter lange loop schoot het de 28 cm granaten van 255 kg maar liefst 62 km ver. Het kanon was al gebruikt voor beschietingen van Parijs (toen het nog niet in Duitse handen was) en werd daarna ingezet om de Engelse kust te bestoken. Er werden in totaal 22 K5-kanonnen in diverse uitvoeringen gebouwd waarvan er vier de oorlog overleefden. De Atlantikwall, waar dit complex deel van uitmaakt, loopt vanaf Noorwegen langs de kust naar het zuidwesten en was door de Duitsers tot aan Spanje gepland. Helemaal afgebouwd is hij nooit, maar er zijn nog vele erfstukken te vinden. Zowel in België als in Nederland.

Met gezwinde spoed volg en we dus de schitterende route langs de kust van Pas de Calais. Het is koffietijd en in Wissant vinden we volgens ons de juiste plek. ‘Une espresso et deux americano s’il vous plait madame,’ brabbel ik in koeterwaals Frans. Met gefronste wenkbrauwen herhaalt de serveerster het deux americano en ze kijkt even naar de motoren en daarna naar de kerkklok. Misschien drinken ze hier pas ‘s middags koffie, vraag ik me af. Pim denkt dat een americano hier misschien geen koffie maar iets anders is. En inderdaad, naast de ene sterke bak koffie worden nog twee glaasjes sterk spul geserveerd. Rare jongens die Fransen.

Moulin Rouge

Ontspannen toeven op een pleintje in een Franse dorpje krijgt voor je het weet een tijdrovend karakter, maar op ons wacht nog een mooie rit. De zachte bries en de blauwe hemel zorgen voor prettig rijweer en –gedrag, al probeert een enkele nerveuze Française nog wel met een aantal roekeloze inhaalmanoeuvres ons ideaalbeeld te verstoren. ‘Grappig, want wordt agressief gedrag niet altijd geassocieerd met mannen,’ bespreken we het voorval. ‘De emancipatie is hier al een stuk verder,’ bromt Pim lichtelijk ontdaan. We rijden de mooie en rustige D119 af en in het dorp Le Fort Vert zien we een piepklein bordje met Le Moulin Rouge. En zonder ook maar een enkele aanwijzing, gaan de sturen direct die richting uit.

Zou hier de plattelanduitvoering van het beroemde Parijse theater staan? Dat niet. We komen uit in een gehucht waar een 15 meter hoge bunkertoren staat. Ook deze maakt deel uit van de Atlantikwall. We gaan op onderzoek uit, maar veel is er niet te vinden. Binnenin op een muur is nog vaag een tekst te lezen: Flink wie die Windhund, zähe wie Leder, hard wie Kruppstahl. ‘Vlug als een hazewindhond, taai als leer, hard als Kruppsstaal’, vertalen we. Zoals sommige motorrijders, voegen we eraan toe.

Yzertoren

Via Duinkerken wijken we licht van onze route af en volgen we de weg langs Rattekot naar Hondschoote. Vlaanderen? Nee hoor, we zijn nog steeds in La France. De weg leidt ons verder langs Kruiske (dit is wel Vlaanderen) naar Diksmuide en haar museum in de Yzertoren. 400.000 bezoekers, schreeuwt de folder maar gelukkig zijn die er vandaag niet allemaal. Na 22 verdiepingen die de geschiedenis van de 1e en de 2e Wereldoorlog en de grondwet van 1830 beschrijven, heb je boven vanuit de toren een geweldig uitzicht over de streek. Met een beetje mooi weer kun je zelfs de havens van Oostende zien. Op de motor rij je daar in een kleine 20 minuten heen.

Daarna volgen we de kust richting Blankenberge. Er zijn hier nog talloze bunkers te vinden, maar vaak zijn er woonwijken omheen gebouwd of liggen ze in een hertenkamp, zoals die in het Zeeuwse Groede. We zijn in Zeeuws Vlaanderen. Hoe gepast is de naam eigenlijk, want het doet Vlaamser aan dan Nederland. Eigenlijk zou er ook iets van allroad in moeten staan, want ik zie overal fantastische onverharde paden waar wij met onze tweewielers welkom zijn.

Observatiebunker

Via de Westerscheldetunnel duiken we door naar Zuid Beveland en flitsen langs Vlissingen, waar we elkaar beloven de volgende keer wat langer te blijven. Maar we willen nu nog naar Zoutelande waar ook een bunkermuseum is. De Zeeuwse kust heft het zwaar te verduren gehad in de vorige eeuw, want overstromingen en bombardementen doen een landschap vaak niet goed. De Duitsers vonden de verdediging van de Westerschelde belangrijk genoeg om er een aantal bunkers te bouwen. Deze bunker diende alleen als onderkomen voor soldaten en als uitkijkpost. In het museum dat er nu gevestigd is, is een permanente tentoonstelling over de Atlantikwall gevestigd. In de observatiebunker gaat het over de bevrijding van Walcheren.

We vervolgen de weg richting Zuid-Holland om na een forse omweg via Rotterdam in Hoek van Holland te belanden. Als kind speelde ik hier in de bunkers en pief-paf-poefte er lustig op los. Fantasierijk als mijn broer en ik waren, beleefden we er de meest stoere avonturen en konden we er heerlijk wegdromen, want wie kon je wat maken in zo’n dikke stenen kolos. Niemand toch? Nu denk ik echter dat bunkers ondingen zijn die een valse hoop van veiligheid gaven aan vele jonge mensen die erin moesten werken, wachten en vechten. Het is dus ondanks hun gehate verleden en uiterlijk in het landschap, dat ze toch langs de kust niet meer weg te denken zijn. Behalve daar waar er een museum in gevestigd is, hebben ze geen functie meer. In de verdediging van Nederland zijn ze nutteloos geworden en spelen mag je bijna nergens meer.

Triumph start 2019 met acties

0
2019 Triumph acties

Om het nieuwe jaar goed te beginnen introduceert Triumph direct een aantal goede voornemens in de vorm van een aantal acties die lopen tot eind maart. Of zolang de voorraad strekt.

De acties beginnen vandaag en betreffen de volgende modellen:

TIGER 800

Complete bagageset twv. € 1600,- voor € 249,- , bestaande uit:

  • Expedition aluminium kofferset – zilverkleurig
  • Expedition zijkoffersmontagerails
  • Expedition aluminium Topbox – Zilverkleurig
  • Topbox sliding carriage
  • Geldig op de volgende modellen: XCA, XCX, XRT, XRX & XR

TIGER 1200

Complete bagageset twv. € 1800,- voor € 249,- , bestaande uit:

  • Expedition aluminium kofferset – zilverkleurig
  • Expedition zijkoffersmontagerails
  • Expedition aluminium Topbox – Zilverkleurig
  • Topbox sliding carriage
  • Geldig op de volgende modellen: XCA, XCX, XRT & XRX

STREET CUP

In prijs verlaagd met € 1.200,-

STREET TRIPLE S

Tijdelijk, extra inruil premie van € 1.000 bij aanschaf van een nieuwe Street Triple S.

Battle of the Kings 2019: H-D Capital Brussels

0

Net als in eerdere edities van de H-D Battle of the Kings is ook de Brusselse H-D dealer Capital Brussels er weer bij. Met hun unieke chopper ‘Green Splitter’ op basis van een Harley-Davidson Street Bob verwachten zij hoge ogen te gooien.

General Manager van H-D Capital Brussels, Ronald Bernearts, vertelt: ‘Wij hebben inspiratie gevonden bij de klassieke choppers uit de jaren ’70. Maar er mochten ook wel wat bobber-invloeden in zitten en we wilden een machine bouwen die eer doet aan onze stad, Brussel. En denk je Brussel dan denk je files op de Ringweg. Daarom besloten we een lange, smalle lane splitter te maken, waarmee je goed tussen die files door kunt komen.’ Het resultaat is een waanzinnige, old-school chopper/bobber, waar je eindeloos nieuwe custom details in kunt ontdekken. Zo zijn de spatborden verwijderd en heeft hij achter een custom achterwiel-hugger spatbord gekregen, met daarboven een zelfgemaakte sissy bar.

Ook de upswept uitlaten zijn zelf gemaakt en vervolgens getapet. De hele machine ging 3 cm omlaag en kreeg klassieke ballonbanden, met aan de achterkant een dicht achterwiel. Een apehanger-stuur en optisch zwevend zadel maakten het verhaal compleet, waarna de lakspecialisten van Paint Atelier de vrije hand kregen om de creatie van kleur te voorzien. Het werd een combinatie van groene metal flake lak en matzwart, wat de machine een klassieke look met een modern randje geeft. Ronald Bernearts: ‘Het resultaat mag er zijn, toch? Wij kunnen niet wachten om de Green Splitter aan het publiek te presenteren. We kijken uit naar een mooie Battle!’

Laat je stem horen

Voordat H-D Mons zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft hun Renew the Ride custom nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

Battle of the Kings 2019: H-D Mons

1

En net als in eerdere edities is ook H-D Mons er weer bij. Met hun old-school creatie op basis van een Sportster Forty-Eight verwachten zij hoge ogen te gaan gooien.

Voor het team van H-D Mons onder leiding van Workshop Supervisor Xavier Michel was het uitgangspunt voor deze custom direct duidelijk. Hij vertelt: ‘We hebben Renew the Ride als concept genomen. Dat betekende voor ons een minimalistische, old-school look, maar dan met alle techniek van vandaag en zonder in te boeten op comfort of veiligheid.’ Het resultaat is een op het oog volledig gestripte machine waar geen grammetje vet of franje op zit. Maar laat je niet misleiden door de cleane look, want alles wat je op een moderne motorfiets verwacht zit er gewoon op. Maar dan vakkundig weggewerkt. Zo zitten de achterknipperlichten in de achterbrug verwerkt en die aan de voorkant in de spiegeltjes. De machine kreeg een als carburateur vermomd luchtfilter, maar behield uiteraard de moderne brandstofinjectie.

Voor nog wat extra klassieke stijl werd de voorvork omgedraaid, waardoor de originele remklauw nu – net als vroeger – aan de voorkant van de vorkpoot zijn tanden zet in de remschijf. Het Hollywood-stuur is eveneens een verwijzing naar vervlogen tijden, net als de ouderwetse rem- en koppelingshendels, die aan de buitenkant scharnieren. De originele uitlaten werden flink ingekort, enigszins verbogen en – net als op de klassieke Shovelheads – voorzien van een inox buis. De stijlvolle spaakwielen met ballonbanden komen van een Sportster Custom. Als finishing touch kreeg de machine een bewerking waardoor het lijkt alsof hij volledig verroest is, waarna een hoogglans laklaag dat proces op de juiste moment bevroor. Michel en zijn team zijn heel blij met het eindresultaat. ‘We zijn ervan overtuigd dat we ver kunnen komen, maar het laatste woord is nu aan het publiek. We zijn benieuwd!’

Nog een weg te gaan

Voordat H-D Mons zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft hun Renew the Ride custom nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

Battle of the Kings 2019: H-D Luik

0

Voor het eerst is H-D Liège er dit jaar bij. Met hun scrambler ‘Destroyer’, op basis van een Harley-Davidson Roadster hopen ze hoge ogen te gooien.

Het team van het pas onlangs geopende dealership in Luik besloot een klassieke scrambler te bouwen die – als contrast met het goedmoedige karakter van die motorcategorie – Destroyer genoemd werd. Eigenaar Alexandre Valentiny vertelt: ‘We hebben de basismachine flink aangepakt. Sterker nog, er is vrijwel niets origineel gebleven.’ En inderdaad is de lijst met modificaties schier eindeloos. Zo is het achterspatbord en het subframe gemodificeerd zodat het lange, rechte, custom gemaakte zadeltje erop paste. De kentekenplaathouder is links van het achterwiel geplaatst. Vervolgens is de motor middels langere achterschokbrekers wat hoger op zijn wielen gezet. De originele wielen zijn vervangen door noppenbanden van Michelin en aan de voorkant is het spatbord gechopt en omhoog geplaatst. Vervolgens kwam er een nieuw stuur, nieuwe verlichting en nieuwe adventure voetsteunen.

Een Heavy Breather luchtfilter geeft het blok meer lucht en dat blok is ook nog eens helemaal zwart gemaakt. Zowel de koplamp als het achterlicht is aanzienlijk kleiner geworden en ook het stuur is vervangen. Met ouderwets handwerk is er een nieuw uitlaatsysteem gemaakt, dat werd afgemaakt met Screamin’ Eagle dempers. Als finishing touch kreeg de tank een nieuw ontwerp, gebaseerd op een helm uit de H-D helmen collectie. Alexandre Valentiny is blij met het resultaat. Hij vertelt: ‘De Battle of the Kings is voor ons een mooie manier om te laten zien hoeveel customization talent we in huis hebben. We hebben er met het team hard aan gewerkt en zijn heel benieuwd wat het publiek ervan vindt. Wij zijn er in ieder geval hartstikke trots op!’

Nog een weg te gaan

Voordat H-D Liège zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft de Destroyer nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot donderdag 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt wordt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

 

Battle of the Kings 2019: H-D Luxemburg

0

En net als in eerdere edities is ook H-D Luxembourg er weer bij. Met hun creatie ‘Red Velvet, op basis van een Harley-Davidson Forty-Eight, verwachten zij hoge ogen te gaan gooien.

Eigenaar Carlos Lobo vertelt: ‘Wij waren er al snel uit dat we een eerlijke, old-school bobber wilden bouwen. Een bobber maakt om een of andere reden altijd veel los bij mensen en wij wilden onderzoeken hoe puur wij zo’n klassieker konden krijgen.’ Als basis koos het team voor een Harley-Davidson Forty-Eight, omdat die machine met zijn spaakvelgen en ballonbanden al een aantal bobber-features heeft. Allereerst is de tank hoger op het frame bevestigd, waarna vervolgens alle onderliggende bedrading weggewerkt is. Het achterspatbord werd vervangen door een gecustomized ducktail-spatbord van een Softail Heritage, het rode vintage zadeltje is van Le Pera. Alle covers op het motorblok werden vervangen door geribbelde, handgemaakte exemplaren van EMD, wat de bike een originele old-school look geeft.

De knipperlichten werden vervangen door extreem kleine (maar volledig gehomologeerde) exemplaren, voor van TB en achter van Kellermann. Een chizeled H-D apehanger-stuur maakt de bobber af, terwijl de machine zijn commando’s de wereld in blaft door een nieuw Vance & Hines uitlaatsysteem. De conclusie dat de missie van Lobo en zijn team geslaagd is, is gerechtvaardigd. Carlos Lobo: ‘We zijn bijzonder blij met het resultaat, omdat het laat zien dat je niet altijd extreem hoeft te gaan om iets heel moois te maken. Soms toont zich juist in de beperking het meesterschap. We zien de Battle of the Kings met vertrouwen tegemoet!’

Laat je stem horen!

Voordat Oude Monnik zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft de Red Velvet nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!