maandag 27 april 2026
Home Blog Pagina 1205

Battle of the Kings 2019: Oude Monnik

0
Battle Of The Kings 2019 Oude Monnik

De Hengelose Harley-Davidson dealer Oude Monnink Motors er voor het eerst bij tijdens de Battle of the Kings competitie. Hun proeve van bekwaamheid is een kruising tussen een racer en een bobber, op basis van een Harley-Davidson Sport Glide.

Over de inspiratie die het team van Oude Monnink Motors had voor deze build is Richard Oude Monnink kort en bondig: ‘We wilden gewoon iets heel gaafs bouwen! We zijn bij elkaar gaan zitten en kwamen al snel op het idee van een racer met bobber-invloeden. Of een bobber met race-invloeden, het is maar hoe je ernaar kijkt. Het was in ieder geval direct duidelijk dat we buiten de bestaande conventies wilden werken.’ Zo kreeg de standaard Sport Glide een sportieve update, met onder andere clip-ons, een custom achterspatbord en een gecustomizede tank met geïntegreerde km teller en voorspatbord. De accu werd verplaatst, zodat het blok beter zichtbaar werd in het frame. De bedrading werd verlegd, de machine kreeg spaakwielen en banden met race compound , solo seat , LED verlichting rondom ook de richtingaanwijzers met remlichten zijn zeer gedetailleerd en een zelf gemaakt uitlaatsysteem.

Er kwamen componenten uit verschillende H-D onderdelen en accessoires collecties, zoals voetsteunen en handvatten uit de Defiance collectie en blok covers uit de Dominion collectie. Tenslotte kreeg de creatie als finishing touch een race-lakschema in Gulf blauw en oranje. Richard Oude Monnink: ‘Het resultaat is 100% teamwork van Koen Noorman, Pascal Schulte, Kevin Smit, Frank Buis, Bas Oude Monnink en mijzelf. En wij zijn heel erg trots op onze: “ Signature ”

Laat je stem horen!

Voordat Oude Monnik zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft de Signature nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

Battle of the Kings 2019: West Coast

0

De Alkmaarse H-D dealer West Coast Motors doet een poging voor de eerste plaats met de ‘FXGP’, een custom op basis van een Harley-Davidson Fat Bob 114. Voor het team van West Coast begon het proces met de gedroomde daily driver van eigenaar Bas Leek. Hij vertelt: ‘Ik liep al een tijdje met het plan om voor mezelf een zeer sportieve Fat Bob te bouwen. Het moest een motorfiets worden waarop je zowel comfortabel kilometers kan maken, als waarmee je op het circuit serieus je mannetje kan staan. Die ambitie kon ik mooi combineren met de Battle of the Kings.’ Als basis koos hij voor een Fat Bob 114, die onderhuids een flinke upgrade kreeg tot 128 cubic inch (2097cc). Het blok levert 152pk op het achterwiel en 220 Nm koppel.

Vervolgens pakte Master Technician Gideon Schüssler het rijwielgedeelte flink aan, waarbij – met behoud van de Fat Bob-lijnen – de grondspeling toenam, het gewicht omlaag ging en er verschillende onderdelen vervangen werden. Zo kreeg de machine een Öhlins upside-down voorvork, een achterbrug van een Superbike en lichtgewicht Marchesini velgen. Om al dat geweld tot stilstand te brengen zetten Brembo Monoblocks hun tanden in 320mm remschijven. De machine kreeg een custom 2-in1-uitlaatsysteem en werd gespoten in de klassieke oranje-wit-zwarte Harley-racekleuren. Bas Leek, met nauwelijks verholen trots: ‘Al met al staat er een beest van een motor waar ik heel veel plezier van ga hebben en waarvan ik overtuigd ben dat mijn klanten hem ook geweldig vinden. En als het publiek en de jury van de Battle of the Kings hem ook op waarde weten te schatten moeten we weer een heel eind kunnen komen dit jaar!’

Laat je stem horen!

Voordat Westcoast zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft de FXGP nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

Battle of the Kings 2019: Motor Saloon

0

De Amersfoortse H-D dealer Motor Saloon is van de partij met hun ‘Fat & Black’. De custom is gebouwd op basis van een Harley-Davidson Fat Boy Special. Motor Saloon verwacht hoge ogen te gooien. Eigenaar Marco van Velzen vertelt: ‘We hadden al snel de naam ‘Fat & Black’ in ons hoofd en dat is precies wat we gebouwd hebben.’ Nou is de Fat Boy Special van zichzelf al geen bescheiden motorfiets, maar Van Velzen en zijn team bestaande uit Koen Wijgergangs en Mark van der Laar hebben er nog een paar flinke scheppen bovenop gedaan. Zo zijn zowel voor als achter de spatborden flink gechopt, kreeg de machine een ‘fat-mini-apehanger’ stuur en een custom Bassani 2-in-1 uitlaat. Voor wat extra f*ck you kreeg hij een Heavy Breather luchtfilter en werd er aan de achterkant luchtvering geïnstalleerd, waardoor de motorfiets bij stilstand extreem laag op het achterwiel zakt. Vervolgens werd alles (‘echt, alles!’) diep, donker zwart gemaakt. Het resultaat: een indrukwekkende zwarte bruut, die zijn naam Fat & Black dubbel en dwars eer aan doet. Marco van Velzen: ‘We zijn heel trots op het resultaat en hebben veel vertrouwen in een succesvolle Battle. Laat de concurrentie maar komen!’

Laat je stem horen!

Voordat Motor Saloon zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft de Fat & Black nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

Battle of the Kings 2019: H-D Rotterdam

1

H-D Rotterdam er ook weer bij, dit jaar in nauwe samenwerking met het team van de nieuwe H-D dealership in Amsterdam. Met hun gezamenlijk ontwikkelde powercruiser ‘Screamin’ Orange’ op basis van een Harley-Davidson FXDR 114 verwacht de tandem hoge ogen te gooien. Ron de Graaf, eigenaar van zowel H-D Rotterdam als de binnenkort te openen H-D-dealership in Amsterdam, vertelt: ‘Wij wisten meteen dat de FXDR 114 als basis moest gaan dienen. Die machine is gloednieuw in de line-up, dus er is nog niet vaak iets mee gedaan. Vervolgens waren we er ook al vrij snel uit wat het moest gaan worden: geen al te rare fratsen, maar gewoon een veel vettere uitvoering van het origineel.’ En dat betekende (hand)werk aan de winkel. Onder leiding van Master Technician Toon Vlasveld werd er een nieuw stuur en een volledig custom achterspatbord/kontje gemaakt. De kentekenplaathouder kreeg een custom bevestiging vlak boven het achterwiel. Ook de tank – van zichzelf al geen kleine jongen – werd aangepakt en een stuk breder gemaakt. Vervolgens werd er een custom zadeltje gemaakt en kreeg de machine een vette 260mm achterband, terwijl er aan de voorkant een wiel van een CVO Fat Bob tussen de vorkpoten ging. Een Heavy Breather luchtfilter geeft de bike een nog agressievere stance, terwijl verschillende deksels uit de Dominion collectie de finishing touch opleverden. Uiteindelijk werd de machine afgeleverd bij GL Paints in Oud-Beijerland, waar hij zijn soft-glow oranje laklaag kreeg. Ron de Graaf licht toe: ‘Met een vestiging in Rotterdam en eentje in Amsterdam mogen we wel zeggen dat we de twee grootste Nederlandse regio’s bedienen, zeker vanuit een internationaal perspectief. We wilden een subtiele knik maken naar dat gegeven, daarom werd de machine oranje. We zijn benieuwd of het stemmende publiek er net zo enthousiast over is als wij!’

Laat je stem horen!

Voordat H-D Rotterdam en Amsterdam zich tot Custom King 2019 kunnen laten kronen heeft hun Screamin’ Orange nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier!

Battle of the Kings 2019: Big Rivers

0

Big Rivers H-D uit Heteren er opnieuw van de partij. Met hun creatie ‘The Gunship’, op basis van een Harley-Davidson Street Bob, verwachten ze hoge ogen te gaan gooien. After Sales Manager Huubke van Boldrik vertelt: ‘De inspiratie voor deze build kwam van de Harley-Davidson CVO-lijn. Deze zeer exclusieve lijn heeft een afwerkingsniveau dat ongeëvenaard is in de motorbranche, met waanzinnige kleurstellingen. Uiteindelijk besloten we de look & feel van de CVO modellijn door te vertalen naar het Softail platform. De kleur van die machine heet Gunship Grey, en zo ontstond de naam – The Gunship – en het bijpassende concept: een agressieve chopper met een indrukwekkende, stoere stance.’ Het team ging aan de slag en voerde nogal wat modificaties door. Zo kreeg de Street Bob een custom achterspatbord, een ander stuur, gewijzigde spaakwielen en een custom zadel. De mid-controls werden naar voren verplaatst en de achterzijde van de machine ging een paar centimeter omlaag. Uit de P&A catalogus kwamen o.a. nieuwe spiegels en handvatten en tenslotte werd er een custom TBR 2-in-1 uitlaatsysteem gemonteerd. Een royale laag hoogglanzende Gunship Grey lak met bordeauxrode accenten en velgen maakte het project compleet. Van Boldrik, met nauwelijks verholen trots: ‘We hebben er keihard aan gewerkt, maar dat zie je er volgens ons ook echt aan af. We zijn als team erg trots op het resultaat. Laat die stemmen maar komen!’

Laat je stem horen!

Voordat Big Rivers H-D zich tot Custom King 2019 kan laten kronen heeft The Gunship nog een lange weg te gaan. Zo moet de machine eerst de Benelux-competitie zien te winnen. Tot 14 februari kan het publiek nog stemmen, waarna de winnaar van de Benelux op vrijdag 15 februari bekendgemaakt op de Harley-Davidson stand op de Motorbeurs Utrecht. Daarop gaan de nationale winnaars de strijd aan in een finale showdown. De selectie en kroning van de overall Custom King 2019 vindt in november plaats op de EICMA in Milaan, waar de creaties van alle finalisten zij aan zij te bewonderen zijn.

Stem hier

Royal Enfield krijgt eigen Nederlandse importeur

1
Royal Enfield

Royal Enfield krijgt zijn eigen importeur in de Benelux. Wat voor liefhebbers van dit merk betekend dat ze eindelijk ‘ergens’ te koop zullen zijn. Tot voor kort liep de verkoop alleen via kleine dealers die wel heil zagen in dit merk. MotoMondo, bekend inmiddels als importeur van SWM, MV Agusta, Mash en sinds kort ook van Hyosung, neemt de verkoop van Royal Enfield in de Benelux nu op zich. Tijdens het salon in Brussel en motorbeurs Utrecht zal MotoMondo met Royal Enfield flink uitpakken om het oorspronkelijk Engelse motormerk terug onder de aandacht te brengen bij de het publiek. Tijdens de EICMA in Milaan werden al twee nieuwe 650cc modellen geïntroduceerd: de Interceptor en de Continental GT. Beide modellen zullen aanwezig zijn bij zowel het salon als in Utrecht. Een dealernetwerk wordt nu opgezet, informatie daarover is nog niet bekend. Net als prijzen en overige informatie.

Kilometer Kim

0
Kimberley Schijven

Op het RAF-vliegveld van Elvington wheeliede stuntrijdster Kimberly Schijven zich onlangs naar de titel ‘snelste wheelievrouw ter wereld’. Over de minimaal vereiste kilometer haalde ze bovendien een duizelingwekkende snelheid van 153,036 mijl per uur, ofwel 245 km/u. Op één wiel. Hoe lang zoiets aan voorbereiding en training vergt? April jongstleden begon ‘Kilo Kim’ er pas mee…

‘In 2009 kocht ik een supermotard, leek me helemaal te gek om dat te doen. Ik had weliswaar mijn rijbewijs al een paar jaar, maar reed nooit. Geen geld voor een motor, vandaar. En brommers had ook nooit gehad. Maar dat supermotard kostte best geld, moet je weer een aanhanger hebben, een trainingsplek vinden, onderhoud, moest mijn eigen zaak weer dicht als ik ging trainen… Liep ik op een goed moment op een parkeerplaats wat stuntrijders tegen het lijf. Van het een kwam het ander; ik kocht een Kawa 636, rolde vanzelf in het stunten en belandde uiteindelijk in het team Bleuk, al jaren vaste prik tijdens de Motorbeurs Utrecht.
Nog steeds heb ik daar lol in, vooral door ons geweldig leuke team. Hebben altijd plezier voor tien. Maar het stuntwereldje wordt steeds kleiner en een trainingsplek vinden is al helemaal onmogelijk geworden, want iedereen stoort zich tegenwoordig om niks. En door dat geval in Haaksbergen krijg je bij geen gemeente een vergunning meer als het om iets gemotoriseerds gaat.

Mijn man Vincent was al gestopt met showrijden en kwam al jaren op de wheeliekampioenschappen in Elvington, Engeland, samen met Egbert (van Popta, wheeliewereldkampioen met 343 km/u, red.). Ze waren al aan het aandringen geweest dat ik een keer mee moest, maar ik vond het altijd Vincents ding. Ga ik niet tussen zitten. Maar toen ze bleven aandringen heb ik vorig jaar tegen Vince gezegd: ‘ik ga pas mee als jij gaat rijden’. Nou, hij en Egbert met z’n tweeën met hun zelfgebouwde turbo-Suzuki’s en een heel team vrienden erheen. Ik ging erheen op mijn 636, maar die mannen begonnen me al een beetje op te duwen dat ik maar eens een GSX-R1000 moest kopen. Eenmaal daar vond ik het eigenlijk niks om aan de zijlijn te staan. En begon in mij op te komen dat het wel tof zou zijn als ik ook de kilometer zou kunnen doen op m’n achterwiel.

Zoutzak

Begin dit jaar, het werd mooier weer, dacht ik: ‘laat ik het maar eens proberen met die wheelies’. Je moet weten dat wegwheelies een heel andere techniek vragen dan showwheelies. Het concept van voorwiel omhoog is hetzelfde, maar de snelheid, vertanding, mate van gasgeven, noem maar op is anders. Dus ik op straat een paar hopjes gemaakt; ik had natuurlijk sowieso nooit op straat gereden; dus hoe dat moet met het overige verkeer, stoplichten, snelweg, weet ik veel. Ik dacht nog: ‘stunten kan ik wel, maar rijden doe ik als een zoutzak’. Ik april stelde Egbert voor om met z’n drieën naar Santa Pod te gaan naar races op de kwartmijl: tweehonderd meter dragracen, dan op zijn achterwiel gooien en vervolgens tweehonderd meter wheelie. Daarzo was het allemaal bingo, alles foutloos. Toen begon de spirit wel te komen en dacht ik: ‘hé, dit is wel grappig…’ Dus zei Egbert op zijn beurt dat de kilometer voor mij ook wel appeltje-eitje zou worden.

In augustus gingen we dus met de hele ploeg naar Elvington. Da’s misschien nog wel het mooiste, onze crew. Allemaal heel verschillende figuren met ieder zijn eigen specialiteit of taak. Eigenlijk een grote familie; zo had de zus van Egbert mijn GSX-R naar Elvington gereden op voorwaarde dat ze hem op de heenweg heel zou houden, hahaha. Eenmaal daar was het 36 graden en stond er een loeiharde zijwind, waardoor iedereen alle kanten uit werd geblazen. Nu had Egbert me uitgebreid bijgespijkerd over Elvington bij zijwind. Dat je niet moet schrikken, dat de zijwind er als de bomenrij ophoudt met een vertraging in komt, dat er dan een soort draaikolk van wind ontstaat, al die informatie kun je wel gebruiken als je met tweehonderdplus op het achterwiel staat. Maar de kilometer haalde ik steeds nét niet, of hij werd afgekeurd door de spotters. Een dag later stond er juist harde rugwind, waardoor ik vol in vier steeds in de toerenbegrenzer ging, maar te weinig power had en teveel neerwaartse rugwind om in vijf de machine hoog te houden. Bovendien was het vechten om de zware wobbles te controleren.

Ondanks alle frustraties was ik er In de laatste run van zaterdag helemaal klaar voor, ik stond al als eerste in de aanslag aan het begin van de strip. Maar toen werd ik er uitgehaald omdat ik niet eerder een kilometer had voltooid. Bááálen natuurlijk, niet normaal. Dus wat gebeurt? Al die kerels achter me stapten van hun fiets en om me hun run te gunnen. Zo is dat sfeertje daar, echt heel bijzonder. Maar door alle emoties was ik totaal niet scherp meer en ben ik maar wat gaan showen voor de fotografen. Volgende keer beter…

Blok lijmen

En die volgende keer kwam rap! Toen hoorde ik van ingelaste wheeliekampioenschappen op het vliegveld van Elvington een maand later, dus afgelopen september. En dat er een Amerikaanse dame zou meedoen die uiteindelijk niet kwam opdagen. Heb toen een oproep op Facebook gedaan voor sponsoring en dat liep helemaal uit de klauwen, tot en met MotoMe TV aan toe. Was allemaal in no time geregeld. Maar ik voelde wel druk opkomen, zeker toen ik mijn GSX-R aan Egbert uitleende voor een trip naar de Eifel. Want wat kon er gebeuren? Hij is wereldkampioen, rijdt supergoed op circuit, is heel voorzichtig met andermans spullen… Maar hij gaat op zijn plaat over grind. En het ergste nog: een steen gaat dwars het blok in. Néééé, niet te geloven, een weekend voor de race! En ik had de sponsors nog beloofd een filmpje te maken met hun merknamen en zo. Nou, ik heb op mijn werk bijna zitten kotsen van de zenuwen.
Nu kenden ze een gozer die blokken kan lijmen, maar die zei dat het nooit op tijd zou drogen. En als het zou lukken, had ik nooit tijd om nog even te trainen, even het gevoel te krijgen met de nieuwe uitlaat en zo. Op het allerlaatste moment zegt die gozer: ‘ik denk dat het gaat lukken. Ik zet hem volle bak in de zon dat ‘ie beter droogt en dan maar op hoop van zegen gaan met die banaan’. Dus wij vijf dagen voor vertrek naar Elvington ding ophalen, filmpje in mekaar geflanst en op zondag snel proberen. Dat bestond uit niet meer dan een keer op en neer. Wat denk je? Wegwerkzaamheden; is uiteindelijk toch openbare weg, hè. Heen ging het voor geen kwartje omdat de quickshift fout stond afgesteld, maar de terugweg ging perfect. Het gevoel was er helemaal, en alle zenuwen weg.

Echt knokken

Maar op Elvington was het natuurlijk anders met een heel ander soort spanning en harde zijwind. Met Egbert had ik natuurlijk de strategie doorgenomen met die zijwind. Die kwam van links, dus startte ik links op de baan. Wat denk je? Word ik onderweg naar links geblazen, moest ik heel anders sturen en corrigeren. Heb je ook nog die draaikolk, die turbulentie op twee derde van de strip die jou helemaal uit balans brengt. Dan zit je echt te knokken, hoor, en moest ik vol de machine hoger rukken zonder in de toerenbegrenzer te komen. Ik was dus zo met tegensturen, meesturen, gas erop, gas eraf en onbewust misschien een tikkie voetrem bezig dat ik opkeek en de finish al zag. Ik dacht nog: ‘het zal toch niet zo zijn dat ik bij de eerste run het al haal?!’ Toen ik over de finish kwam was ineens alles stil…Het enige wat ik hoorde was in gedachten de stem van Egbert die me vooraf had gezegd: ‘als je het gevoel hebt dat je het hebt gehaald, houd hem dan nog even tweehonderd meter op je achterwiel en steek een vuist op. Dan weten wij het ook.’

Nou, gekkenhuis natuurlijk, buiten zinnen: de run was geldig met een topsnelheid van 134 mijl.
En dat bleek een recept voor meer, want in de opvolgende runs ging ik steeds sneller. 143 mijl, 153 mijl zelfs. En Vincent bleef steeds nét onder mij, terwijl hij toch op een turbomachine rijdt. Mijn insteek is altijd geweest mijn makkers niet in de weg te rijden. Nou ja, ook dat kwam goed, Vince was uiteindelijk sneller dan ik, we zijn dus nog steeds samen, hahaha. Maar ja, ondertussen zit ik wel in een spagaat. De groep is zo fantastisch en we hebben zoveel lol dat ik natuurlijk steeds mee zal gaan. Tegelijkertijd blijf ik ook niet aan de zijlijn staan. Dus als we er de volgende keer toch zijn… Ik heb al een strategie bedacht om de GSX-R ook in zijn vijf hoog te houden.’

Kimberly Schijven, 31, planner bij Waterboot, Dordrecht

‘Ik zou mijn leven kunnen vullen met het doen van rare dingen. Uit vliegtuigen springen en zo, speeddriften met auto’s. Maar ik heb meer een voorliefde voor uitstervende sporten. Stuntrijden dus, maar ook paaldansen. En kunstrolschaatsen, dat doe ik al vanaf mijn negende. Daar geef ik nog altijd les in en bedenk de choreografie en alle dingen eromheen. Maar eigenlijk is mijn wens dat Nederland zich wat meer gaat bezighouden met motorsport, dat mensen elkaar wat meer gunnen en niet direct gaan protesteren. Zo pas ik meer in Engeland, met de voorliefde voor snelheid, kabaal, rook en rubber.’

Ode aan vervlogen tijden

0

Dit is geen test of reisverhaal, maar een ode onze vaders en opa’s. Een eerbetoon aan de avonturiers die in lang vervlogen tijden op gammele motoren onvervaard het onbekende tegemoet reden. Wij treden in de voetsporen van die moedige mannen en vrouwen. Eens, maar nooit meer. Serieus, echt nooit, nooit meer.

Er waren twee vonkjes nodig om het even avontuurlijke als onzinnige idee voor een monstertocht met miniscooters te doen ontbranden. Het eerste vonkje sprong over bij het maken van een verhaal over de Heinkel Tourist voor Classic & Retro. Een proefrit met de befaamde Duitse scooter was de kers op de taart. Eindelijk reed ik op de scooter waarmee mijn vader Cees en moeder Ria – met mijn broer Ton daar tussenin geperst – op vakantie gingen. Het welvende plaatwerk gaf me altijd het idee dat de Tourist een grote scooter is. Het tegenovergestelde blijkt het geval. Het is een uiterst klein fietsje en mijn respect voor mijn ouders groeide per gereden meter.

Het tweede vonkje kwam van collega Joost Overzee. Eind 2017 eert hij zijn vader in een prachtige column. De zwart-witfoto ernaast spreekt minstens zo tot de verbeelding. Vader Overzee tuurt zittend op zijn Dürkopp Diana-scooter uit over de Alpen. Het avontuur en het pionieren spatten ervan af. Hier staat een man die samen met zijn vrouw in 1956 op een kleine scooter vanuit Brabant naar Oostenrijk reed. Deze avonturiers op twee wielen verdienen een passend eerbetoon. Samen met mijn motormaatje Peter besluiten we op twee 125cc-scooters naar Oostenrijk te gaan. Net als vroeger, met amper vermogen. Met als klapstuk de beklimming van de meer dan tweeduizend meter hoge Silvretta Hochalpenstrasse.

 

Straal genegeerd

Het plan kan vanaf het eerste moment op hoon rekenen. Van mijn naaste collega’s hoef ik het zeker niet te hebben Tom houdt het nog bij een simpele ‘Sterkte Ad’, maar Barry gooit alle registers open. ‘Dit is een vorm van zelfkastijding, waarvoor een monnik met downsyndroom nog bedankt.’ Zien wij het dan zo verkeerd? Het lijkt ons vooral grappig en een compleet andere ervaring. Voor het eerst in jaren moeten we bijvoorbeeld de bagage tot het absolute minimum terugbrengen. Onderbroeken hebben plotseling weer twee kanten. Een tas achterop herbergt de tent en wat kampeerspullen, en onder het zadel vindt de kleding nog verbazend gemakkelijk een plekje.

Om het ‘gevoel van toen’ zo veel mogelijk te benaderen rijden we met een jethelm en leren jack. Verder bezoeken we zoveel mogelijk plekken die decennia geleden verplichte toeristische kost waren. Bij Meerssen verlaten we de A2 en vanaf dat moment gaat alles binnendoor. Het noodgedwongen slipstreamen in het zog van vrachtwagens is voorbij, vanaf nu rijden we puur toeristisch. 

 

MOTO73 26-01/2018

Wil je weten hoe het scooteravontuur verder verloopt? Je leest het verhaal in MOTO73 26-01/2018! Koop het nummer hier online of in de winkel.

Foto: Jowin Boerboom, Ad van de Wiel
Tekst: Ad van de Wiel

Eerste Test: Indian Springfield Dark Horse

0

Man wat kun je de teugels strak aanhalen met die Springfield. Houd je vast – letterlijk en figuurlijk – want met maximaal 150 Nm koppel bij 2.100 toeren per minuut ben je absoluut als eerste weg bij het verkeerslicht. Leuk voor een keertje, maar zijn koppel gebruik je natuurlijk eigenlijk alleen voor andere dingen. Heerlijk laagtoerig cruisen bijvoorbeeld. En voor dat cruisen is de Springfield nou echt goed uitgerust. Harde koffers bieden ruimte voor het een en ander aan uitrusting en met een 12V-aansluiting in het rechter koffer kun je zelfs accu’s bijladen. Het windscherm dat je op dit exemplaar ziet is perfect om je achter te verschuilen – wat niet echt moeilijk is met een geringe zithoogte van 660 mm – maar hoort niet bij de standaarduitrusting. Hetzelfde gaat overigens op voor de valbeugels. Ook heeft hij cruisecontrol dat op de rechterstuurhelft kan worden bediend. Lange afstanden maken doet hij zonder moeite. De zithouding, waarbij je voor je gevoel iets naar achteren leunt is het enige dat daar niet op geoptimaliseerd is. Gelukkig zit het stuur niet onzinnig hoog maar op een normale hoogte zodat je niet het gevoel in je vingertoppen verliest bij lange halen. Mocht de eindbestemming nog niet in zicht zijn en de nacht invallen, ontsteek je met een druk op de – enorme – knop de twee verstralers. Een slagje minder groot dan de grote koplamp, maar het scheelt niet veel. Een bak licht geven ze in ieder geval! Slim is die V-twin nog ook, want bij stilstand schakelt de Amerikaan zijn achterste cilinder uit – die zo’n beetje onder je zadel zit – zodat de temperatuur niet al te hard oploopt. En het is een beetje zuiniger ook nog!

Rijkarakter
De Springfield Dark Horse is dus een echte cruiser, zo rijdt hij dan ook. Op je dooie akkertje meters maken is wat hij het allerbeste doet. De 111 (cubic inch) Thunderstroke met een cilinderinhoud van 1.811 cc kan absoluut sportief ingezet worden, alleen de rest van de Springfield moet ook nog mee. En ja, dan merk je dat hij toch een beetje beperkt is. Een bochtje kun je echt wel leuk nemen, maar ga je te diep dan hoor je al heel erg gauw schrapend metaal dat het contact van de treeplanken met het asfalt maakt. Indian geeft een maximale hellingshoek van 31º op. Met de treeplanken gemonteerd is dat ook wel echt het maximaal haalbare want ze geven slechts minimaal mee. Goed, doen we het wat kalmer aan.

De remkracht mag geprezen worden. Hoewel hij dus flink op gewicht is sta je binnen no-time stil met die 300 mm schijven voor en achter. Qua vering is het redelijk in orde. Het dashboard zit op de tank en bestaat uit een grote analoge klok met klein lcd-display erin verwerkt. Dat is summier, maar voldoet wel aan de cruiserstandaard. 

Wat me opvalt is dat, voor zo’n enorm machine, de knoppen op het stuur wat priegelig zijn. Met name de joysticks van de cruise control en de richtingaanwijzers hadden groter gemogen. Nu voelt het alsof je in een kwade bui ze er zo afdrukt.

Dark Horse
Tot daar komen de overeenkomsten tussen de Dark Horse en gewone Springfield één op één overeen. Qua looks verschillenze echter nogal. De gewone Springfield is met zijn metallic-lak en flinke lading chroom de meer klassieke kijk op een cruiser.  Deze Dark Horse is de modernere variatie daarop. 

Het is een speciale behandeling die Indian Motorcycles aan een selectie van hun motoren geeft, maar geen die we nog niet vaker hebben gezien. Er zijn namelijk nog wel een aantal fabrikanten die hun topmodellen in een matzwart-jasje steken om er vervolgens een ‘nieuw’ model van te maken. En dat wil zeggen dat er dus echt wel een markt voor is. Want zeg nou eerlijk, is chroom niet een beetje oubollig geworden? Zet de twee naast elkaar en je ziet duidelijk het verschil. De lijnen van de Dark Horse lijken strakker in de matte lak, waar het chroom vooral de blingfactor oppompt terwijl je wordt verblind. Maar misschien is dat deels mijn eigen opvatting. Voor de Dark Horse is het blok geblakerd, net als de uitlaten, de voorvork en de koplampunit. Eigenlijk zijn alle onderdelen die anders chroom zouden zijn nu matzwart. Zelfs het Indian ornament op het voorspatbord blinkt een stuk minder. En ja, daardoor wordt hij echt een stuk strakker. Kosten? Zeshonderd euro meer dan een gewone blingbling Springfield. Oh, en als je geen fan van zwart bent is hij er ook nog in het mat wit!

Conclusie
Laagtoerig cruisen, een heerlijke afwisseling voor het hoogtoerige geweld waar ik normaal mee moet werken. De Indian Spingfield Dark Horse doet het als geen ander. Zeker als je echt lange einden maakt komen de harde koffers met zelfs een stroomvoorziening goed van pas, net als de cruisecontrol. Laatstgenoemde heeft wel een te klein priegelig knopje in verhouding met de rest van de motorfiets om serieus genomen te kunnen worden. De zithouding – waarbij je iets naar achteren leunt – is daarvoor alleen niet bepaald ideaal. Binnendoor doe je het rustig aan want ja, de hellingshoek is gering en het gewicht groot. Maar als je het rustiger aan doet merk je wel hoe lekker soepel je toch nog kunt sturen. Groot profijt heb je van de machtige 150 Nm koppel bij slechts 2.100 toeren waarmee je eigenlijk heer en meester bent. Bij het stoplicht schakelt de Springfield zijn achterste cilinder uit waardoor het niet al te warm wordt en het comfort nog groter wordt. Dik voor elkaar dus, wat ook opgaat voor zijn looks.

Tekst: Tom van Appeldoorn, Fotografie: Guus van Goethem

 

 

[justified_image_grid ids=28031,28032,28033,28034,28035,28036,28037]

Stijgende goudkoers

0

Weinig motoren zijn zo iconisch als de Honda Gold Wing. Het is er bovendien eentje uit een select gezelschap dat al decennia lang ononderbroken in productie is. Sterker nog: dat is al 43 jaar het geval. Wij zijn benieuwd hoeveel van het origineel we in de meest moderne Gold Wing terug vinden.

Over de nieuwe GL1800 Gold Wing hebben we dit jaar en zelfs in deze editie al het nodige geschreven. De stap die Honda met dit nieuwe model maakt is groot. De GL is slanker, lichter en voorzien van de laatste elektronische snufjes. Sommige daarvan zijn zelfs een primeur voor Honda. Dat mag geen verrassing zijn, want de Gold Wing is altijd de motor geweest die innovatief ten tonele verscheen. En van veel van die innovaties plukken we vandaag de dag nog steeds de vruchten.

Die innovatie begint eigenlijk in 1972, wanneer het ontwikkelingsteam door Honda wordt samengesteld en een bondige opdracht meekrijgt: bouw de ultieme toermotor, die de grenzen van het mogelijke opzoekt. Al twee jaar later wordt het prototype, de M1, aan het publiek getoond. Een zescilinderboxerblok! Toch heeft het uiteindelijke productiemodel er twee minder, doordat de lengte van de motor een probleem blijkt te zijn. 

In 1975 heeft Honda de GL1000 gereed om te pronken in showrooms over de gehele wereld. En hoewel de zes- een viercilinder is geworden, is het wel het boxerblok dat de aandacht trekt. Het radicaal andere ontwerp van het motorblok geeft de engineers de ruimte om nog meer dingen anders aan te pakken. De benzinetoevoer wordt verzorgd door een pomp, waardoor de tank niet noodzakelijk boven het motorblok hoeft te zitten. Die is dan ook verhuisd naar achteren, onder het zadel. In de ‘tank’, of de ruimte die vrijkomt, kan zo heel mooi het luchtfilter, de elektra, het boordgereedschap, de kickstarter (jawel, een losse kickstarter voor noodgevallen) en de expansietank voor de waterkoeling worden ondergebracht. Kijken we naar het huidige model, dan zien we dat die tankconstructie vele decennia heeft overleefd. De tankdop zit nog steeds onder een klepje, te bedienen met een knop.

 

Korte geschiedenisles

Het voordeel van benzine die laag bij de grond huist, is natuurlijk het lage zwaartepunt. Dat is mooi meegenomen voor een motor die toch al veel weegt, want licht is de Gold Wing natuurlijk nooit geweest. Niet dat dat de bedoeling was, het moest immers een toermotor worden. In het eerste ontwerp is zelfs al rekening gehouden met kuip en koffers, gretig beantwoord door Rickman en Vetter. In 1980 beantwoordt Honda de vraag naar kuipwerk zelf met de GL1100 Interstate. Let wel, we hebben het hier pas over het tweede type. Zo, met volle kuip en koffers zien we het silhouet van de Gold Wing zoals we die al die jaren kennen. De naked-versie verlaat al rap het podium.

 

MOTO73 26-01/2018

Wil je nog veel meer lezen over de iconische Honda Gold Wing? Je leest het in MOTO73 26-01/2018. Koop het nummer hier online of in de winkel. 

Foto: Jacco van de Kuilen
Tekst: Vincent Burger