maandag 4 mei 2026
Home Blog Pagina 1643

Icoon: Honda CBR600F

0

Is het geen plaatje, onderstaande rood-zilveren CBR? Een in 1987 baanbrekend zijnde Honda, met een volledig ingepakt motorblok. Een nagenoeg dichte stroomlijn, dat was destijds bepaald nog geen gemeengoed! Ook het vermogen was hoog voor die tijd: 85 pk. Dit bij een drooggewicht van 186 kilo, afgetankt zo’n 203 kilo. Het bleek een succes, de CBR sloeg over de gehele wereld goed aan maar deed het vooral in Amerika goed. Niet voor niets zien we deze eerste CBR vaak als ‘Hurricane-uitvoering’ op de Nederlandse weg. Ingevoerd vanuit Amerika, te herkennen aan de Hurricane-uiting op de tank.

Er zijn maar weinig originele F1’s in Nederland bewaard gebleven. Net zoals met de latere modellen zijn er veel Amerikanen in de handel gekomen en vanzelfsprekend is er vaak wel ergens schade of een onvolkomenheid te ontdekken. Kom je er eentje tegen dan zul je er zeker geen buil aan vallen. Net zoals alle CBR-blokken is ook dit eerste blok oerbetrouwbaar en het rijwielgedeelte is niet modern te nomen, maar een CBR wil altijd wel de bocht om. Geef je de vering ook nog ’s een onderhoudsbeurt en maak je de rempartij goed schoon, dan heb je er nog écht een goede fiets aan.

Drie jaar later kwam de eerste herziene versie, in 1990. Mechanische aanpassingen, met onder meer nieuwe zuigers, zorgden voor flinke vermogenswinst van bijna 10 pk, maar het uiterlijk bleef nagenoeg ongewijzigd.

Dat was een jaar later wel anders, toen in 1991 een echt nieuwe CBR600F op de markt kwam: de F2. Toen was de F1, de voorganger, al zó’n succes dat ‘ie gekscherend als ‘Opel Kadett’ werd betiteld. Je zag ze echt overal, en iedereen die er geen had, die wilde er eentje. De F2 was echt nieuw, met een veel flitsender uiterlijk, maar ook een sterker frame, herziene geometrie, grotere carburateurs, meer vierkante boring en slagverhouding en betere vering. Het beste verkoopargument was wellicht de 100 pk.

Dat dit model nog altijd populair is en veel rond rijdt heeft met diverse zaken te maken. Ten eerste kan de duo-passagier erg goed zitten, is de zithouding sportief maar vriendelijk, is het blok niet kapot te krijgen en is het model aardig waardevast. Koop je nu een F2 voor pak ‘m beet € 1750, over drie jaar is ‘ie nog zeker € 1500 waard. Daar heb je wat aan! Het enige waar je op moet letten? Dat is de spanningsregelaar, die wordt te warm onder het kuipwerk en het zou mooi zijn als er al een gemodificeerd exemplaar in zit, terwijl de nokkenaskettingspanner standaard ook niet al te best is. Maar geen man overboord: je hoort de CBR vanzelf ’tikken’, waarbij de nokkenasketting feitelijk slaat, en dan weet je genoeg.

Bovenstaande F2 is qua uitlaat en rijwielgedeelte trouwens standaard, maar er ontbreken wat stickers.

De F3, in 1995, is goed te herkennen aan de zilver duo-handgreep, uitstaande knipperlichten, de over het algemeen meer flitsende kleurstelling en de geslachtofferde luchtsleuven aan de voorzijde. Het was een 600cc-supersporttijd die bol stond van de concurrentie. Met de F3 zette Honda de eerste stappen op het gebied van airbox-vulling. Dat was in de laten jaren ’90 een hot-item, denk maar aan Suzuki’s SRAD en de stofzuigerslangen van Kawasaki. 

Het uiterlijk was fris en de machine kon er tot 1999 mee door. Ook van deze lichting zie je nog veel CBR’s rijden, om dezelfde reden als waarom je de F2 nog zoveel ziet. Het is een heerlijke vriendelijke machine die toch behoorlijk van z’n plek komt. Bepaald niet extreem, maar wel ‘gewoon sportief’ en natuurlijk ook oerbetrouwbaar.

In 1999 trok Honda 110 pk uit het motorblok, werd de vering meervoudig instelbaar en werd het stalen frame eindelijk vervangen door een aluminium versie. Deze F4 werd vervolgens nog voorzien van injectie en ging toen als F4i door het leven. Hij was vanaf 2001 verkrijgbaar in twee uitvoeringen: met getrapt eendelig zadel en als ‘Sport’ met twee losse zadeldelen. Dit deed Honda om de concurrentie met bijvoorbeeld Yamaha’s R6 aan te gaan, de consument wilde steeds sportievere motoren zien en de CBR600F werd toch een beetje als ‘belegen’ beschouwd. Dat kwam ook doordat het vanaf z’n intrede de meest praktische sportfiets is geweest die je jezelf kunt voorstellen. Bagageruimte, een middenbok en een vriendelijke zithouding zijn daar treffende voorbeelden van.

De gele I is Honda’s aankondiging van injectie, in de F4, die ook met carburateurs werd gevoerd, én als meer toergerichte uitvoering met een enkel zadel.

De F4 was de laatste echte F, want in 2003 kwam Honda met de CBR600RR op de proppen. Het moest allemaal sportiever, sneller en extremer. De Yamaha R6 was een groot succes en daardoor hebben we een tijdje geen CBR600F gehad. Tot enkele jaren geleden natuurlijk, toen Honda de CBR600F nieuw leven in blies. Maar toch, er is een duidelijke generatiekloof zichtbaar en met het blok van de Honda Hornet aan boord draagt het weliswaar de naam ‘CBR600F’, maar is het toch nét iets anders.

 

Opinie: Koopt allen motorwaar!

0

Hoongelach viel premier Rutte vorig jaar ten deel toen hij zijn onderdanen opriep om geld uit te geven aan nieuwe auto’s en huizen om aldus de crisis te beslechten. Terecht, een crisis verdwijnt niet omdat Henk en Ingrid een nieuwe Opel Astra Twinport kopen. Bovendien houden zij hun hand in deze lastige tijden begrijpelijkerwijs op de knip en verketteren Rutte om zijn slappe gelul.

En toch – ik krijg het bijna niet uit mijn strot – wil ik eenzelfde soort verzoek doen. Al beperk ik me daarbij tot de motorwereld en heb ik niet het idee dat mijn oproep ook maar iets verandert aan de stand van de economie. Het valt me namelijk steeds meer op wat voor een sympathieke en bevlogen mensen in onze branche werken. Het zijn al die toffe gasten die ik een voorspoedig jaar wens.

Ik weet niet hoeveel liefde stratenmakers, advocaten of pijpfitters voor hun werk hebben, maar de motorwereld houdt intens oprecht en bespottelijk veel van motoren. Dozenschuivers? Ik ken ze niet. Opportunisten die dromen van instant-rijkdom? Ik moet ze nog ontmoeten. Mensen die ik wel spreek, praten net zo enthousiast over motoren als jij en ik dat doen aan een kampvuur. Tijdens de Motorbeurs Utrecht hoorde ik de technische man van Triumph bevlogen – noem het gerust lyrisch – praten over zijn idee om alle demomotoren met iets lawaaierige uitlaatpijpen uit te rusten. Waar anders bespeur je zoveel enthousiasme voor wat herrie? En het is niet gespeeld, geen marketingpraatje; motormannen houden echt van de dingen die ze verkopen.

Hetzelfde geldt voor de toeleveranciers. Gister ouwehoerde ik nog een uur met een importeur van motorkleding. Het zaken doen werd heel even aangestipt (“Joh, ik wou dat elke winter zo warm was als deze”), maar daarna ging het met glanzende ogen al snel over Laverda’s, ouwe verbouwde Honda CB750’s en het pure genot van rijden. Bij elke zaak, distributeur, motorfabrikant of leverancier waar ik kom staan altijd een rij motoren voor de deur omdat sommige medewerkers het OV of een auto alleen van naam kennen. Dit zijn slechts twee voorbeelden, maar ik kan er nog wel honderd opnoemen.

Ik ben normaal nooit zo van het vragen, (wie is er niet opgegroeid met de dooddoener ‘Wie vraagt wordt overgeslaagd?’) maar voor al die geweldig geestdriftige mensen die onze branche bevolken wil ik jullie het volgende vragen: Koopt allen motorwaar!

Nieuw logo Triumph

0

Triumph heeft een nieuw logo. De Britse motorfabrikant heeft al heel wat legendarische logo’s gevoerd, maar de laatste is ook direct de strakste. Als geen ander begrijpen Engelsen sentimenten als er zoiets vertrouwds als een klassiek logo plaats maakt voor iets nieuws. Maar het hoort bij een levend bedrijf met zo’n rijke geschiedenis, verdedigt Triumph de beslissing. “Als we onszelf sinds 1902 niet steeds weer vernieuwd zouden hebben, hadden we nooit aan de top van de motorwereld blijven staan.”
Het logo symboliseert een zogenaamd meesterteken zoals die vroeger door erkende meesters bij alle handgemaakte producten gebruikt werden. Triumph neemt niet alleen afscheid van het oude logo, maar ook van de slogan “Go your own way”. Die maakt plaats voor: “For The Ride”. Die drie woorden vertellen volgens Triumph het hele verhaal waarom het bij motor rijden draait.

Testseizoen klaar, tijd voor je droomteam!

0

De spullen worden ingepakt om al het materiaal van de GP-teams naar Qatar te brengen. En dat is nodig ook, want over een week begint namelijk het seizoen en dus ook de GP Droomteam Competitie. Na de laatste tests van de Moto2 en Moto3 kunnen er enkele conclusies getrokken worden, kun jij je team samenstellen en geven we je nog enkele tips om een zo goed mogelijk zestal te selecteren. Inschrijven doe je via www.wacosoft.nl/motor

MotoGP
Het rommelt binnen de MotoGP, en dan vooral in verband met de nieuwe Open klasse. Om sterke Open-teams (lees Ducati) niet te veel voordelen te laten hebben, hebben Dorna en de FIM besloten om een tussencategorie in te voeren. Het betreft de Factory 2. Je wordt daar als fabrikant/team ingezet als je een GP wint, twee keer tweede wordt of drie keer als derde eindigt. Zij het wel als je de 2014-versie van Magnetti Marelli’s software gebruikt, en dat blijkt alleen Ducati (met uitzondering van Yonny Hernandez) te zijn. De andere Open teams zullen dit seizoen dus niet in de Factory 2 terecht komen. Bij Ducati is dat wel mogelijk en als ze dus op podiumkoers zijn, dan worden ze ‘gestraft’. Negen blokken in plaats van twaalf en er mag minder benzine meegenomen worden tijdens een race. De 24 liter wordt dan 22,5 liter. De vraag is alleen hoeveel invloed deze maatregelen zullen hebben op de Ducati’s. Feit blijft dat het voor je als teammanager van een droomteam interessant kan zijn om een Ducati-coureur te strikken. Dovizioso en Crutchlow zijn niet goedkoop, maar de kans is aanwezig dat ze vaak vijf punten extra scoren in verband met de puntenregeling voor de Open klasse. De snelste rijder in de race krijgt namelijk een bonus. Kan lucratief zijn, al ligt wel Aleix Espargaró op de loer. De MotoGP-coureur was vorig jaar ook al goed voor vele punten extra, aangezien hij verreweg de beste CRT-rijder bleek te zijn.
Mocht je gaan voor een topcoureur, dan lijkt de keuze vooral te liggen bij Marc Marquez of Jorge Lorenzo. Twee moeilijke beslissingen, gezien het verschil in prijs en het feit dat Lorenzo vooral aan het mopperen is over machine en banden, terwijl bij Marquez de vraag rijst of hij de eerste races wel fysiek fit genoeg is. Een andere mogelijkheid die je in de MotoGP hebt, is om twee coureurs te pakken die in de subtop bivakkeren. Als een rijder dan wegvalt, kan de schade meevallen. Ga je voor Marquez of Lorenzo, dan kun je bij een valpartij of blessure gelijk een goede score vergeten.

Moto2
Is de keuze voor je twee coureurs in de MotoGP al lastig, nog moeilijker is het om een goed duo in de Moto2 te vinden. Hoewel de prijzen lager liggen dan van de MotoGP-rijders, kan een coureur in de intermediate-klasse geen 45 punten per race scoren. De maximale score is hooguit 35 punten, toch alweer een verschil van tien punten. Houd daar rekening mee en zet niet te laag in op de MotoGP-klasse. Plus, de rolverdeling is in de Moto2 nog erg gissen. Even een rijtje potentiële winnaars: Takaaki Nakagami, Thomas Lüthi, Nico Terol, Esteve Rabat en Mika Kallio. Het maakt je keuze lastig, maar kijk naar de testresultaten en de uitslagen van vorig seizoen en het moet mogelijk zijn om een topper te kiezen. Probleem is alleen, zoals altijd eigenlijk, het budget. Ga je voor een topper, dan wordt de tweede coureur waarschijnlijk een man die nauwelijks punten in het 2014-seizoen gaat verdienen. Kies je twee subtoppers, dan is het de vraag of je een hogere score bereikt dan als je een kampioenskandidaat in je team hebt zitten.

Moto3
Hetzelfde geldt eigenlijk ook in de Moto3, al is het hier iets duidelijker wie voorin te vinden zullen zijn. Jack Miller is in zijn eerste jaar op een KTM gelijk gebombardeerd tot titelkandidaat, ondanks dat hij nog nooit op een GP-podium stond. Verder lijkt het erop dat Honda al een stuk dichterbij KTM is gekomen en dus hoeven we Alex Rins en Alex Marquez, twee toppers van vorig seizoen, nog niet af te schrijven. Ook Efren Vazquez blijkt het ook goed op de Honda te doen. Verder is het toch vooral kijken naar de KTM-jongens. Sterk uit het voorseizoen komen bijvoorbeeld Karel Hanika, Jakub Kornfeil en Danny Kent (op een KTM met Husqvarna-stickertje). Echter, zoals elk jaar… Testresultaten uit het verleden bieden geen garantie voor een puntenrijke toekomst. Het selecteren van zes coureurs voor je droomteam is dus nog altijd een moeilijke puzzel om te maken, waarbij je gebruik moet maken van alle gegevens die je hebt. En dan ook nog eens proberen om binnen het budget van twaalf miljoen te blijven. Een uitdagend spelletje, die GP Droomteam Competitie… Ook in 2014 weer!

Doe mee, maak de GP nog spannender… Schrijf je nu in op www.wacosoft.nl/motor.

Gecombineerde tijden Moto2, Jerez

Gecombineerde tijden Moto3, Jerez

Dall’Igna looft Witteveen en Thiel

0

De 47-jarige van Aprilia overgekomen Italiaanse technicus wordt door velen als de verlosser voor Ducati gezien. Het stuurloze Ducati Corse heeft immers een stuurman nodig en men hoopt dat hij die rol op zich kan nemen. In een interview met MOTO73’s MotoGP-verslaggever Henk Keulemans licht Dall’Igna het begin van zijn loopbaan toe, waarbij hij goede herinneringen bewaart aan Jan Witteveen en Jan Thiel.

Jan Witteveen, in 1992 technisch directeur van Aprilia staat echt aan de basis van Dall’Igna’s loopbaan. Witteveen haalde hem zelfs binnen bij Aprilia, zo is het lezen in het interview:

‘Ik was altijd al geïnteresseerd in de tweetaktmotor en zo ook in Aprilia. Voor mij was het altijd een droom om daar aan de slag te kunnen gaan. Dat gebeurde vrij snel. Nadat ik een sollicitatiegesprek met Jan Witteveen had gehad werd ik op 16 januari 1992 door hem aangenomen en begon ik te werken in de Aprilia race-afdeling. In de eerste plaats was hij mijn baas. Ik heb veel van hem geleerd. Zeker in het begin toen ik als nieuweling in de racerij ook fouten maakte.’

Ook aan Jan Thiel, Nederlands’ onbetwiste tweetaktkoning en tevens mede-oprichter van Jamathi, bewaart de Italiaanse techneut goede herinneringen:

‘Hij en ik zijn totaal verschillende mensen. Maar in ons werk vulden wij elkaar denk ik heel goed aan. Nadat ik in 2004 van Aprilia naar de raceafdeling van Derbi/Gilera in Spanje ben gegaan, wilde ik Jan Thiel daar absoluut hebben. Gelukkig slaagde ik daarin. Jan is een heel speciaal iemand. Een man die ik zeer respecteer, omdat hij zolang en zoveel passie voor de tweetaktmotor en de racerij had. Hij was echt heel goed.’

In het interview met Keulemans spreekt Dall’Igna niet enkel over zijn verleden, maar blikt hij ook vooruit op de ontwikkelingen van de Ducati GP-machine, en de reden van zijn overstap.

 

Nieuwe MOTO73 is uit!

0

Vanaf vandaag valt de nieuwe MOTO73 bij de abonnee’s op de deurmat, Wat biedt deze MOTO73? We zetten het op een rijtje:

E-bike-project
Studenten van de HAN werken aan de toekomst van de elektrische motor. 

WK Superbike Australië
Een actueel verslag en een reportage over hoe Marcel Duinker en Tom Sykes een training analyseren. 

Voorbeschouwing GP-wegrace
Achtereenvolgens de stand van zaken bij Ducati, voorbeschouwingen van de MotoGP, Moto2 en Moto3 en een dubbelinterview met Moto3-coureurs Scott Deroue en Bryan Schouten. 

Test Husqvarna
Van Zweden in  Husqvarna via Italië en Duitsland nu verhuisd naar Oostenrijk. Het lijkt een geslaagde verhuizing. 

GP Droomteam Competitie
Richt een eigen GP-team van zes rijders op en speel mee in de GP Droomteam Competitie. Voor de beste teammanager liggen er mooie prijzen in het verschiet.

Marathonmotor
In drie jaar meer dan 65.000 km met een Honda VFR1200F.

Reizen
Aan de andere kant van de Noordzee zijn tal van gebieden waar je nog in de vorige eeuw waant. Zo’n gebied is Yorkshire Woods. 

Bestel direct of neem hier een abonnement!

 

Honda’s superbike krijgt vorm

0

Dat Honda werkt aan een exclusieve superbike is een van de slechtst bewaarde geheimen van de motorwereld. Uitgelekte patentaanvragen bewijzen dat de RCV1000R – zoals de machine in de wandelgangen heet – een V4 in het vooronder krijgt. Zoals uit de tekeningen blijkt is het motorblok net als bij de MotoGP motoren een licht naar achter gekantelde 90° V4. De voorste cilinders wijzen dus niet zoals bij Ducati naar voren, maar schuin omhoog. Deze blokvorm maakt het mogelijk om de geometrie van de in de GP’s oppermachtige RC213V te kopiëren. Wat ons betreft maakt dit stoffige octrooigedoe heel snel plaats voor een echte machine van dure metaallegeringen en hightech kunststoffen. Al geeft iets meer tijd tot de introductie wel de mogelijkheid om iets meer geld te sparen. Goedkoop gaat de superbike niet worden.

HAN zoekt actieradius elektrische motoren

0

Al jaren wordt er gesteld dat elektrische motoren dé toekomst zijn. Toch blijft het gebrek aan een fatsoenlijke actieradius een groot struikelblok. Als het aan de HAN ligt, is dat binnenkort verleden tijd, zo valt te lezen in MOTO73 nr. 6 van 2014 die morgen in de winkels ligt en dan ook online te bestellen is.

Binnen het E-bike-project van de HAN streeft een team van studenten naar een elektrische motor voor woonwerkverkeer met een fatsoenlijke actieradius. Tijdens een test met een Zero kwamen ze onlangs op honderd kilometer uit, maar dat vinden de studenten veel te weinig. Daarbij trekken ze een duidelijk scheiding tussen de ‘minimale actieradius’, en een ‘maximale actieradius’.

Dat is een interessante scheiding, want fabrikanten geven altijd een maximale actieradius op. De HAN streeft naar een motorfiets die minimaal honderd kilometer haalt, hoe gek je er ook mee rijdt.

De cijfers die fabrikanten opgeven moeten op officiële wijze behaald zijn, maar de meetmethode wijkt wel héél erg af van hoe een normale verkeersdeelnemer rijdt. Sander de Goede, projectbegeleider van de E-bike:

‘Auto’s en motoren moeten een ritpatroon rijden waarbij wordt gemeten wat de uitstoot en wat het brandstofverbruik is. Aan de hand van die test worden de Euro-normen, de uitstoot en de bijtelling berekend. Dat ritpatroon is echter niet al te realistisch, zie bijvoorbeeld de berichtgeving rond de Toyota Prius waarbij zelfs een stichting in het leven is geroepen om de fabrikant tot de orde te roepen. Zo mag tijdens de officiële meting van het verbruik bij acceleratie van nul naar vijftig kilometer per uur ongeveer 26 seconden gedaan worden.’

In het artikel over MOTO73 legt De Goede ook uit dat de luchtweerstand van een motorfiets als die van een baksteen is, waaruit de HAN juist veel perspectief uit haalt, en blijkt dat er bij het project wordt nagedacht over klimaatneutraal opladen. Immers: emissieloos rijden terwijl je stroom uit kolencentrales haalt, bestaat niet!

Foto’s: Ad van de Graaf

 

Goedkoop tanken, is het nog mogelijk?

0

Motorrijden is leuk, maar op het moment dat de naald van de brandstofmeter de E nadert, ga je het liefst zo snel mogelijk terug in de tijd. Naar de jaren dat je een liter peut nog onder de € 1,20 kon krijgen. Maar goed, feit blijft dat we gewoon nog altijd moeten tanken om onszelf een pleziertje te gunnen en weer de volgende kilometers op de teller te kunnen zetten.

De gemiddelde adviesprijs voor een liter Euro95 is momenteel vastgesteld op € 1,779 en wordt elke dag opnieuw berekend. Dat doen ze aan de hand van de landelijke adviesprijzen van de vijf grootste oliemaatschappijen in Nederland. Dat zijn BP, Esso, Shell, Texaco en Total. De prijs van benzine is opgebouwd uit drie compenenten: producentenprijs (29,6 %, is de prijs om ruwe olie te raffineren naar bruikbare brandstof), heffingen en BTW (63,7 %) en distributie- en handelsmarge (6,6%). Vooral op het laatste onderdeel kan verschil zitten. Dat is ook de reden waarom je op de snelweg meer betaald dan op de overige wegen.

De eerste besparing op je brandstofkosten valt dus al vrij snel te behalen door niet aan te meren bij een tankstation aan de snelweg. Dit scheelt al snel zes cent per liter en op een tankbeurt van zo’n vijftien liter is dat dus 90 cent besparing. Dat is nog niet echt heel schokkend, maar we kunnen nog een stap verder gaan. Tegenwoordig vind je steeds meer en meer onbemande tankstations, waar je een stuk voordeliger kan tanken. Het verschil met de gemiddelde adviesprijs kan oplopen tot 12 cent. Plus, dit soort stations biedt nog een groot voordeel voor motorrijders… Je kunt je helm ophouden tijdens het tanken. 

In Nederland wordt het niet snel veel goedkoper, maar wil je minder uitgeven aan benzine, dan moet je de grens over. Steeds meer automobilisten, vrachtwagenchauffeurs en motorrijders doen dit, omdat het loont. Het verschil is dusdanig groot (zie kader) dat een klein ommetje lonend kan zijn. De tankstations aan de grens merken dit. Als gevolg van de hoge kosten aan heffingen en BTW draaien zij veel minder omzet. Ten opzichte van februari 2013 is in de tweede maand van 2014 zo’n 18,5 procent minder benzine verkocht door pomphouders aan de grens. In totaal huizen er overigens zo’n 800 tot 900 tankstations aan de grens en dreigen vele van die pomphouders om te vallen. Of de overheid in zal grijpen om het verschil tussen onze buurlanden kleiner te maken, is nog ernstig de vraag. Tot nu toe heeft zowel minister Kamp van Economische zaken als staatssecretaris Wiebes van Financiën aangegeven dat de op 1 januari 2014 doorgevoerde accijnsverhoging op brandstof (alleen LPG en diesel, dus minder van belang voor motorrijders) niet teruggedraaid wordt.             

Overheid
Het grootste gedeelte van jouw brandstofkosten gaan overigens naar de overheid. In Nederland worden we, mondiaal gezien, getrakteerd op de hoogste belastingdruk op brandstof. Twee derde van de prijs wordt bepaald door accijnzen, wettelijke heffing en BTW. Vooral pompstations aan de grens merken dit, doordat in omringende landen de benzineprijs een stuk lager ligt dankzij lagere heffingen vanuit de overheid. In zowel België als Duitsland ben je per tankbeurt gemiddeld tien procent goedkoper uit. Gemiddeld, want de prijs is gemeten ten opzichte van de landelijke adviesprijs in Nederland. Vind je een goedkoop, onbemand station in België of Duitsland, dan kan het verschil behoorlijk oplopen. In Belgische grensstreek met Nederland vind je bijvoorbeeld tankstations waar je een liter Euro95 voor € 1,47 kunt krijgen. Zelfs met de motor, vaak met kleine tankinhoud, bespaar je dan toch al zo’n € 4,60 per tankbeurt als je het vergelijkt met de landelijke adviesprijs van € 1,78. Moet het nog goedkoper, dan moet je even iets verder doorrijden. In Luxemburg betaal je namelijk een gemiddelde prijs van € 1,31. 

Vergelijk
Een liter benzine is behoorlijk prijzig in Nederland, zeker als je het vergelijkt met de landen waar je het goedkoopst tankt. Schrik niet, maar in Venezuela gooi je een litertje peut voor slechts twee eurocent in je tank. Het land produceert zelf veel olie en daarnaast legt de regering jaarlijks miljoenen bij om de prijs te doen laten zakken. In Europa moet je het zoeken in Rusland, echter ligt dit land gedeeltelijk in Europa en Azië. Daar betaal je € 0,66 eurocent per liter. Dat is een verschil van meer dan een euro ten opzichte van het duurste land in Europa. Gemiddeld betaal je in Noorwegen namelijk € 1,84 per liter Euro95. Nederland volgt al snel op de tweede plek, met € 1,78. Een cent minder betaal je in Italië, terwijl Denemarken op de vierde plaats staat met € 1,70. Goedkoop tanken doe je overigens niet alleen in Rusland, ook Europese landen als Georgië (€ 0,81/liter), Oekraïne (€ 0,82/liter), Wit-Rusland (€ 0,95/liter), Moldavië (€ 0,96/liter) en Bosnië-Herzegovina (€ 1,20/liter) kennen lage benzineprijzen.  

Foto ANP

Weer controle op traject A20

0

Vanaf komende maandag staat het trajectcontrolesysteem op de A20 tussen knooppunten Kleinpolderplein en Terbregseplein weer aan. Sinds eind 2012 werd hier niet gecontroleerd, omdat het gebruikte systeem uit 2005 verouderd was. In totaal zijn er nu vier van de twaalf trajectcontrolesystemen operatief, waarbij nu al bepaald is dat enkelen langdurig uit blijven. Op het stuk snelweg ten noorden van Rotterdam, richting Hoek van Holland, past het systeem zich aan aan de dynamische snelheid die daar geldt. Het kan zodoende zijn dat je gecontroleerd wordt op 80 of 100 km/u, afhankelijk van het moment van de dag en de drukte op de weg. 

Ingeschakelde trajectcontrolesystemen
A2: Utrecht <> Amsterdam tussen knooppunt Holendrecht en Maarssen
A4: Den Haag <> Amsterdam tussen Leidschendam en Zoeterwoude
A12: Den Haag <> Utrecht tussen De Meern en Woerden
A20: Tussen knooppunt Kleinpolderplein en Terbregseplein (vanaf maandag actief)

Uitgeschakelde trajectcontrolesystemen
A4: Amsterdam – Den Haag tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep
A10: Binnenring tussen knooppunt De Nieuwe Meer en Coentunnel
A12: ter hoogte van Utrecht, tussen knooppunt Lunetten en De Meern.
A12: Utrechtsebaan tussen Prins Clausplein en Den Haag.
A13: Tussen knooppunt Kleinpolderplein en Berkel en Rodenrijs.  
A58: Tussen Bergen op Zoom en Roosendaal.
N256: Zeelandbrug.
N61: Westerscheldetunnel.

Foto ANP