dinsdag 5 mei 2026
Home Blog Pagina 1650

Deroue en Schouten boeken vooruitgang

0

Zowel Scott Deroue als Bryan Schouten toonden zich tevreden na de tweede dag van de IRTA-test op het zonovergoten circuit van Jerez. Beiden benutten de hele dag om zo veel mogelijk ronden te rijden. Deroue verbeterde zich van 1.49,591 naar 1.48,725, terwijl Schouten zijn tijd naar beneden bracht van 1.49,654 naar 1.48,983. Deroue was het meest verheugd over het feit dat hij constant in de 1.48 kon rijden, omdat de 1.49 van gisteren een eenmalige uitschieter was geweest. Deroue: “Gisteren reed ik één snelle ronde, nu kon ik dat steeds doen.”

Bryan Schouten is nog druk bezig met het wennen aan zijn Mahindra. Schouten: “Ik was helemaal vertrouwd met de FTR-Honda. Nu zit ik op een totaal andere motor. Op het eind van de dag vonden we een betere afstelling en kon ik mijn rondetijd naar beneden halen.”

De snelste tijd in de Moto3 kwam op naam van Jack Miller (1.46,278), die werd gevolgd door nog vijf KTM’s, waarvan er één als Husqvarna staat ingeschreven. In de Moto2 was Thomas Lüthi het snelst met een tijd van 1.42,515. Hij was daarmee 0, 095 seconden sneller dan Tito Rabat. Diens Marc VDS-teamgenoot Mika Kallio deed weinig voor de Spanjaard onder.

Foto: Bryan Schouten (51) achter Alex Marquez (12) en Danny Kent (52).

Fabio wie?

0

Elke keer als deze dagen in Jerez de ranglijst van de Moto3-klasse na een training wordt opgemaakt prijkt daarop hoog de naam van de Fransman Fabio Quartararo. Maar wie op de GP-deelnemerslijst van de Moto3 naar zijn naam zoekt, zal die niet vinden. Quartararo is namelijk nog maar veertien jaar en daarmee veel te jong om in de GP’s te mogen starten (daarvoor geldt een minimale leeftijd van zestien jaar). Volgend jaar op 20 april wordt de Fransman zestien en dat betekent dat hij het begin van het GP-seizoen 2015 nog als toeschouwer zal moeten meemaken. Quartararo veroverde afgelopen najaar de titel in het Spaans Open en hij zal dit jaar zijn titel verdedigen. Hij reed in Jerez als vervanger van de geblesseerde Alex Rins voor het team van Estrella Galicia 0,0.

Getest: Ducati Monster 1200 S

0

Qua uiterlijk is de Monster 1200 onmiskenbaar monsterachtig gebleven. Ducati pleegt geen stijlbreuk, getuige het typische Monster-silhouet dat is gehandhaafd. Maar, onderhuids is de motorfiets écht nieuw. De Italianen volgen de weg die ze met de nieuwe Panigale-serie al ingeslagen zijn, waarbij het Testastretta-motorblok als basis dient. Je leest het goed: niet het frame, maar de dikke L-twin vormt het middelpunt waaraan de gehele motorfiets is opgehangen. Het traditionele stalen buizenframe beperkt zich tot een verbinding tussen balhoofd en beide cilinderkoppen. Het subframe en de achterbrug hebben slechts grip op het motorblok, terwijl op de Monster 1100 Evo dat subframe nog aansloot op het hoofdframe. 

Hoewel het 11°-Testastretta-motorblok een bewezen bruut is, heeft Ducati het motorblok van de nodige pk’s ontdaan. De S-uitvoering, waarop we deze test rijden, heeft ‘maar’ 145 pk. De S-loze Monster 1200 heeft dankzij software-matige aanpassingen zelfs nog maar 135 pk. Het is duidelijk dat de Italianen zich met deze nieuwe Monster niet richten op sportieve pk-pakhuizen zoals de KTM 1290 Superduke R. Nee, Ducati heeft zich gericht op souplesse en rijdbaarheid. Zo getuigt ook de vermogensgrafiek die Ducati toont: het echte vermogen zit onderin. 

Eenmaal in het zadel blijkt daarover geen woord gelogen. Het motorblok loopt bij lage toerentallen on-Italiaans soepel en is al vroeg bij de les. De gasreactie is drievoudig instelbaar, maar van injectiehikjes of een verstoord communicatiekanaal is geen sprake. Ducati heeft het ride-by-wire-systeem al jaren geheel onder controle en dat betaalt zich uit. Achter dit systeem zit een keur aan elektronica die je als berijder met gemak afstelt. Tractiecontrole, ABS, gasreactie en zelfs het dashboard zijn instelbaar. Vooral dat laatste is een leuke nieuwe gadget: zo heb je in de urban-modus je rijsnelheid érg groot in beeld, terwijl in de sport-modus het toerental prominent aanwezig is. Werkt goed dus, dit TFT-display. Het enige minpunt? Tja, een versnellingsindicatie zou welkom zijn.

Het stuurgedrag van de nieuwe Monster sluit aan bij het karakter van het motorblok. Niet spectaculair, eerder vriendelijk en bedeesd. Opvallend? Niet als je naar het nieuwe rijwielgedeelte kijkt. De wielbasis is nu zelfs 1511 millimeter, dat is 61 millimeter langer als de wielbasis van de ‘oude’ Monster, de 1100 EVO. Het geeft de Monster een bepaalde mate van volwassenheid die je in het huidige naked-tijdperk misschien niet zou verwachten. Waar fabrikanten de show proberen te stelen met steeds meer pk’s en vliegensvlug, bij vlagen zenuwachtig stuurgedrag, openbaart deze Monster hoe het óók kan. Nog steeds goed en vlot, maar niet indrukwekkend licht of snel.

Daarbij is de feedback van het Öhlins-rijwielgedeelte ‘gewoon erg goed’. Waar de ‘kale’ Monster een Kayaba-voorvork en Sachs-achterschokbreker heeft, springt de S die wij rijden er uit dankzij het Zweedse goud. Dat is niet het enige verschil, want ook de remmerij is geüpgrade. Geen gewone Brembo Monoblocs, maar M50-monoblocs, het paradepaardje van Brembo. Zelfs de remschijven zijn er op aangepast, 330mm-schijven in plaats van kleinere 320mm-remschijven. Allemaal hypersportief materiaal dus. Met het nodige S-carbon en de lichtgewicht wielen een begerenswaardig geheel, al kun je jezelf wel afvragen in hoeverre de meerprijs van € 2500 aan je besteed is. Maar tel je de onderdelen qua kostprijs bij elkaar op dan is het meer dan de moeite waard.

Het is moeilijk om echt ongezouten kritiek op de Monster te spuien. Of je moet in het zadel springen met de gedachte dat deze Monster een echte opvolger van de Streetfighter is, waarbij je agressie, superbike-kwaliteiten en héél veel pk’s verwacht. Maar met de nodige realiteitszin, met in je achterhoofd de gedachte dat Ducati een rijdbare roadster heeft gebouwd en geen hypersportieve naked, zul je concluderen dat de Italianen daarin geslaagd zijn. Zeker nadat je weet dat het zadel relatief eenvoudig in twee hoogtes (785-810 mm) instelbaar is en de verdere mate van comfort heel behoorlijk is.

Kleine punten van kritiek zijn er natuurlijk wel. Zo ontbeert het de achterrem aan gevoel en remkracht, is er véél te weinig ruimte voor voeten vanaf maatje 43, en wanneer je écht op het scherp van snede rijdt dan lijkt het rijwielgedeelte iets te veel op comfort gericht. Maar tja, geen motorfiets zal het beste van meerdere werelden bieden. En daarbij biedt de S-versie zulke ruime afstellingsmogelijkheden, dat je uiteindelijk voor jezelf een goede sportsetting zult vinden.

Als laatste? Iets wat maar moeilijk op papier te zetten is: het geluid. Allemachtig, stel je zelf een combinatie van een bommenwerper, een Panigale en een voorbij denderende vrachttrein voor. Dát is zo ongeveer hoe de Monster 1200 klinkt. Monsterlijk!

De prijs: € 15.290 voor de ‘kale’, € 17.790 voor de S. De S is in rood en wit verkrijgbaar, de kale Monster alleen in het rood.

Meer detail- en actiefoto’s in het foto-album hieronder.

Andere recente testen en reviews, hier.

[justified_image_grid ids=19402,19403,19404,19405,19406,19407,19408,19409,19410,19411,19412,19413,19414,19415,19416,19417,19418,19419,19420,19421,19422,19423,19424,19425,19426,19427,19428,19429,19430,19431,19432,19433,19434,19435,19436,19437,19438,19439,19440,19441,19442]

Goed begin Deroue en Schouten!

0

Vandaag was op het circuit van Jerez de eerste van drie trainingsdagen voor de Moto2 en Moto3. Een deel van de dag reden de klassen gezamenlijk, maar ze kregen ook elk een keer een uur de baan exclusief. Scott Deroue wist op de Kalex-KTM van RW Racing in de middagsessie zijn tijd aanzienlijk te verbeteren. Dat stemde teambaas Jarno Janssen tevreden, maar hij plaatste er wel een kritische kanttekening bij: “Hij rijdt nu 1.49,5, maar ze weten niet waarom hij tot deze tijd is gekomen. Dat moet je wel weten om stappen te kunnen zetten.”

Bryan Schouten, onderweg op de Mahindra van CIP, bleef slechts 0,1 seconde bij Deroue achter. Schouten keek met gemengde gevoelens terug op de eerste dag: “Tot de pauze heb ik lekker gereden, maar na een crash vanmiddag ging het niet meer echt goed. We zitten nog een beetje te zoeken naar de juiste afstelling.”

In een veld van 33 rijders was Deroue 20e en Schouten 23e. Zuiderbuur Livio Loi noteerde de twaalfde tijd.

De snelste tijd in de Moto3 kwam op naam van Jack Miller (KTM). Hij was 0,3 seconde sneller dan Isaac Viñales (KTM) en op een fractie na een halve seconde rapper dan Danny Kent (Husqvarna). De ranglijst in de Moto2 wordt aangevoerd door Esteve Rabat, voor Thomas Lühti, Mika Kallio, Moto3-wereldkampioen Maverick Viñales en Supersport-wereldkampioen Sam Lowes.

Getest: Shark RAW

0

Apart helmpje, deze ‘Raw’ van de firma Shark. De ontwerper is duidelijk geïnspireerd door de snowboardscene, getuige de combinatie van pothelm met een goggle. Het geinige is dat de ‘skibril’ met elastieken banden is verbonden aan de, eh, oorstukken. De band loopt dus niet los over de helm, wat gepruts met op- en afzetten in ieder geval mooi ondervangt. De bril zelf is trouwens van zowel antikras- als anticondenstype. Dit laatste kan ik inmiddels positief bevestigen. Werkt prima.

Shark spreekt zelf van een ‘quick release system’, wat het op- en afzetten van de bril betreft. Eerlijk gezegd is het nogal een worsteling (zeker met handschoenen aan) om de bril op de beoogde wijze te (ont)koppelen, via een klip links of rechts waardoor je de bril naar de zijkant weg kunt klappen. Moraal van het verhaal is dat je de bril snel bovenop je helm zet, nadeel is dat het elastiek daardoor sneller gaat oprekken.

Je kunt zelf kiezen of je het bijgeleverde mondmasker aan je bril wilt bevestigen, op zich als het kouder wordt of met veel ongedierte in de lucht wel een aanrader. Het vergroot het inzetgebied aanzienlijk, zeker vergeleken met een doorsnee-pothelm. Moet wel zeggen dat het er met kap knap spacy (maar ook agressief) uitziet, zou ’m bij het openen van een nieuwe bankrekening wel even afdoen.

De pasvorm is voor een pothelm uitmuntend. Goede padding en mooi strak om het hoofd. De sluiting is van het type met een clip, geen dubbel-D. Het is wel even zoeken naar het gaatje (…) in het begin. Verkrijgbaar in legio kleurcombinaties en zeer geschikt voor de alsmaar groeiende naked-populatie. Cool ding, goede pasvorm.

Pluspunten: Pasvorm, redelijk allround voor een pothelm, skibril, anti-fog, naar verluidt goed geschikt voor brildragers.
Minpunt: ‘Quick release’ systeem van goggle wat ingewikkeld.

Getest door: Randy van der Wal
Prijs € 219,- tot € 259,- (afhankelijk kleur/lak)

 

Gratis digitale editie MOTO73

0

MOTO73 is via tijdschrift.nl ook digitaal te lezen, en bezoekers van de Motorbeurs kunnen editie 3 gratis downloaden! Het belangrijkste dat je moet weten? Dat de kortingscode MOTO7303 is!

Via deze link kun je editie 3 benaderen. Laat de pagina even uitladen en druk dan op ‘koop nu’ onder editie 3. Nadat je een tijdschrift.nl-account hebt aangemaakt (of misschien heb je die al) kun je de kortingscode ‘MOTO7303’ invullen via de link ‘vul jouw kortingscode in’. Hierna staat MOTO73 nr. 3 klaar in de app van tijdschrift.nl, die je kunt downloaden hier via Google Play of hier in de App Store.

Veel leesplezier!

Silver Shotgun op de stand van MOTOR Magazine!

0

Een significant stukje Ducati geschiedenis komt naar Utrecht in de vorm van de Ducati 450 Desmo Silver Shotgun. Je vindt ‘m op de stand van MOTOR Magazine (D076, hal 11).

Dit juweeltje uit de stal van Leo Fleuren (Ducati dealer Affetto Ducati) is een van de allereerste motoren met desmodromische klepbediening, de technische noviteit waarmee kleppen niet alleen met een nok geopend-, maar ook gesloten worden in plaats van met een veer. Hierdoor kon een viertakt ineens veel meer toeren maken. Het zou uiteindelijk uitgroeien tot Ducati’s visitekaartje.

In 1971 kwam deze 450 Silver Bullet op de markt, een pure café-racer, zo van de productielijn. Clip-ons en een rem-/schakelsetje zaten er standaard op, alsmede een solozitje. De metalflake zilveren laklaag op de fiberglas tank, zijdeksels en het zitje (diezelfde kleur zou later nog terugkeren op de 750SS waarmee coureur Paul Smart wat legendarische acties uitvrat) zijn een typisch fenomeen van die tijd en gaven aanleiding voor zijn koosnaam.

Lichte aluminium 18inch velgen van Borrani vonden hun weg in de wielen en voor werd een dubbele Grimeca leading shoe trommelrem gebruikt. Toentertijd was dat een flinke update!
Als neusje van de zalm kreeg een 35mm Marzocchi -toen het nieuwste van het nieuwste- een plekje in het balhoofd. Met  slechts 130kg was de Silver Shotgun ook nog eens een absolute lichtgewicht.

De enige consessies aan straatgebruik zijn de snelheidsmeter en de verlichting. Een pure volbloed dus en ook nog eens met een significante plek in de historie van Ducati. Die MOET je gezien hebben!

 

 

Crowdfunding voor Test Track Thedinga

0

De plannen voor een volwaardig motorcircuit zijn er al lang bij Thedinga, en sinds 2013 is ‘fase 1’ afgerond: een 610 meter lange oval-baan met nog een extra lus zijn vorig jaar en dit jaar al druk in gebruik. Zowel auto- als motorcoureurs gebruiken de baan voor uiteenlopende doeleinden. Van een echt racecircuit kunnen we echter nog niet spreken. Daar komt, als het aan Tim Thedinga ligt, gauw verandering in:

‘Als we het geld vandaag zouden hebben, zou er morgen al asfalt liggen. Dat is hoe het er momenteel voor staat. Het is mooi dat we alle vergunningen binnen hebben en alle rompslomp achter de rug is. Daar hebben we maar liefst negen jaar over gedaan. Momenteel zijn de banken echter terughoudend en zoeken we andere investeerders om de financiën te dichten.’

Als het aan Thedinga ligt krijgt Nederland een primeur, want hij denkt onder andere aan ‘crowdfunding‘ om het geldbedrag binnen te krijgen. Daarbij hoopt hij op de bereidwilligheid van de Nederlandse motorrijder: 

‘Op de MotorExpo in Assen was het enthousiasme onder motorrijders- en clubs erg groot. Daarbij wordt ons netwerk steeds groter en momenteel zijn we bezig om het project voor crowdfunding op poten te zetten.’

Over de wijze waarop, de voorwaarden en meer later ongetwijfeld meer. Volgens Thedinga is minstens zeven ton nodig.

Meer informatie over Test Track Thedinga op de website.

Spectaculair foto-album: Marc Marquez is jarig

0

Marc Marquez, de MotoGP-wereldkampioen van 2013 is vandaag 21 geworden. In Nederland een leeftijd waarin je in een doolhof van beperkende regels en beperkte rijbewijzen op een motor kunt rijden: het contrast is groot.

Marquez domineerde vorig seizoen de MotoGP. En dat lijkt hij ook dit jaar weer te gaan doen, toch? Jarno van Osch, sportredacteur van MOTOR Magazine: ‘Natuurlijk is hij favoriet voor de titel. Maar het is maar de vraag hoe hij met de druk om gaat. Het is voor hem een geheel nieuwe ervaring dat ie een titel moet verdedigen. Nu krijgt hij ook te maken met de druk van de coureurs die op hem jagen. Vorig jaar was dat anders, en kreeg hij als nieuwkomer alle ruimte en vrijheid. Daarbij is Lorenzo natuurlijk een fantastisch concurrent die zowel rijtechnisch als mentaal ijzersterk is. Kortom: die titel gaat Marquez niet cadeau krijgen.’

Maar, waar het ons allemaal om te doen is: we fleuren zijn verjaardag op met een spectaculair foto-album. Inderdaad, met het nodige ellebogenwerk. 

Foto-copyright: 2SNAP (MOTO73, MOTOR MAGAZINE)

 

[justified_image_grid ids=19461,19462,19463,19464,19465,19466,19467,19468,19469,19470,19471,19472]

Techniek: Hoe werkt injectie?

0

Weet je nog, onze uitleg over de werking van katalysatoren en lambda-sondes? We komen nu een stap dichterbij het motorblok, en leggen uit hoe moderne injectie werkt. Interessant, want zonder elektronische injectie zouden moderne drieweg-katalysatoren niet functioneren, en zouden lambda-sondes overbodig zijn.

Waarom injectie en geen ‘ouderwetse’ carburatie?
Bij een carburateur stroomt lucht door een vernauwing. Die vernauwing geeft een drukverlaging en daardoor wordt benzine aangezogen. Een eenvoudig proces, waaraan tijdens het rijden niets is af te stellen. En juist dat laatste is het probleem. Want wanneer je een motor optimaal wilt laten functioneren, dan wil je de motorafstelling ook optimaal aan de omstandigheden aanpassen. Rijd je op grote hoogte, in lucht waarin minder zuurstof zit, dan wil je ook minder benzine toevoegen. Is het koud, dan wil je weer iets meer benzine, omdat het mengsel dan lastiger ontbrandt. En natuurlijk zijn er emissienormen, die niet te halen zijn zonder katalysator. Om die te laten werken, moet het benzineluchtmengsel beurtelings iets te arm en iets te rijk staan.

Al deze bovenstaande ‘eisen’ zijn met een carburateur niet in te willigen. Vandaar dat elektronisch geregelde injectiesystemen noodzakelijk zijn.  

De injectoren
Omdat de brandstof bij een injectiesysteem niet meer wordt aangezogen, moet deze via een brandstofpomp worden toegevoerd. Tegenwoordig heeft elke cilinder zijn eigen injector(en), die in het gasklephuis is ondergebracht, zeg maar wat vroeger de carburateur was. In het geval van dubbele injectoren per cilinder (op het plaatje links groen omcirkeld) zitten er injectoren vóór en na het gasklephuis, de bovenste is dan vaak een douche-injector, die pas bij hogere toerentallen wordt ingeschakeld.
Met deze injectoren wordt vaak sequentieel – dus om de beurt – een kleine hoeveelheid benzine ingespoten, die genoeg is voor een enkele verbranding. De sequentiële injector is dus in feite een kraantje, dat wordt opengezet wanneer er benzine moet worden ingespoten. Dat gebeurt met behulp van een spoel, die in het injectorhuis is geplaatst. Als de injector moet inspuiten, geeft de motormanagementcomputer een spanningspuls aan de injectorspoel. Die spoel wordt daardoor magnetisch. In het hart van de spoel zit een magnetische staaf. Die is verbonden met een naald, die het inspuitgaatje van de injector afsluit. De naald wordt door een veertje op zijn plek gehouden. Als de spoel magnetisch wordt, wordt de naald omhoog getrokken, waardoor het injectorgat wordt vrijgegeven. Doordat het injectorgaatje erg klein is en de brandstofdruk hoog, vernevelt de benzine heel fijn en kan deze snel verdampen. De inspuitduur – doorgaans tussen de twee en acht milliseconden – bepaalt hoeveel benzine er wordt ingespoten.

Computerbrein
Bij elektronische injectiesystemen bepaalt de motormanagementcomputer wanneer de injectoren open gaan en hoe lang. De computer zal dus een aantal dingen moeten weten om uit te rekenen wanneer hij hoeveel brandstof moet inspuiten. Dat doet hij met behulp van elektronische sensoren. Om te bepalen hoeveel lucht de motor inademt, wordt vaak gebruik gemaakt van een gasklepsensor. Die geeft aan hoe ver de gasklep openstaat. De computer ‘weet’ hoeveel lucht er bij een bepaald toerental en die gasklepstand naar binnen stroomt. Dat toerental meet de computer met behulp van een krukassensor. Dat is een spoeltje dat reageert op stalen tanden die op het vliegwiel of op een ander draaiend voorwerp staan. Wanneer er een tand langs het spoeltje komt, verandert het magnetisch veld in het spoeltje. Dat geeft een elektrische spanning, net als bij een dynamo. Hoe vaker er een tand langskomt, hoe hoger de frequentie van de spanningspulsen is. Door een tand weg te laten of een extra grote tand te plaatsen, ontstaat er een afwijkende puls bij een bepaalde krukasstand. Daaruit kan de computer ook het bovenste dode punt bepalen, zodat hij weet hoeveel milliseconden voor het volgende bovenste dode punt hij moet inspuiten.

Mappings
De juiste inspuithoeveelheid en het juiste inspuitmoment zijn in de fabriek op een testbank vastgesteld en in het geheugen van de motormanagementcomputer opgeslagen. Het bestand dat in het geheugen staat, wordt ook wel een mapping genoemd. Met die mapping is de boordcomputer er echter nog niet. Dit zijn slechts basiswaarden, die al naar gelang de omstandigheden nog kunnen worden bijgestuurd. Zo kan het injectiesysteem corrigeren voor buitenluchtdruk, ram-air-luchtdruk, buitenluchttemperatuur, koelvloeistoftemperatuur, pingelsensoren of tractiecontrole. Het mooie is natuurlijk ook dat er geen choke meer nodig is: als de koelvloeistofsensor een lage temperatuur aangeeft, wordt het mengsel automatisch verrijkt en het stationair toerental verhoogd.  

Binnenkort zullen we de ‘oude’ carburateur onder het daglicht brengen.

Meer techniek? Dat vind je hier.

Tekst: Peter Aansorgh