dinsdag 5 mei 2026
Home Blog Pagina 1657

Test: winterhandschoenen

0

Winterhandschoenen variëren sterk in kwaliteit. MOTO73 test zestien paren – van € 50 tot € 180 – en de verschillen zijn enorm. Goedkoop is duurkoop want de duurdere modellen presteren per saldo het best. Toch koop je al voor honderd euro een uitmuntende handschoen.De handschoenen werden getest op waterdichtheid, isolatie, slijtvastheid, protectie en draagcomfort.

De test die de schuurvastheid van de handpalm bepaalt brengt de verschillen direct in beeld. Sommige paren houden het slechts enkele seconden vol en andere paren tien keer zo lang. Hetzelfde geldt voor de protectie. De beste knokkelbescherming reduceert de klap met een factor tien ten opzichte van handschoenen zonder protectie. Bij de waterdichtheid tekenen zich eveneens grote verschillen af. Sommige handschoenen laten na tien minuten onderdompelen nog geen druppeltje door terwijl andere in vijftien seconden compleet doorweekt zijn.

Van alle handschoenen scoort de Held Twin de meeste punten in deze vergelijking. Het is een uitzonderlijk goede winterhandschoen, maar hij kost dan ook € 180. Voor € 99 koop je al een handschoen die het bijna net zo goed doet. De Beste Koop lees je in MOTO73 nummer3 die nu in de kiosk ligt.

MOTOR Magazine strikt 50cc-recordraket

0

MOTOR Magazine pakt net als vorig jaar groots uit op de MOTORbeurs. Vorig jaar was het thema ‘100 jaar MOTOR’, een groot succes dat we dit jaar minstens gaan evenaren. Misschien zelfs wel gaan doen vergeten, want ook dit keer staat de stand van Nederlands oudste motorblad vol met exclusieve motoren, die je normaal gesproken nooit in het echt zult zien. 

Wat bijvoorbeeld te denken van de 50cc-tweetrapsraket waarmee Aalt Toersen in augustus 2014 het snelheidsrecord wil gaan pakken! Dit record staat op 234 kilometer per uur, maar het doel is 250 kilometer per. En dat allemaal uit een motorblokje van 50 cc! Voor sommigen zelfs als borrelglaasje ondermaats. .. 

Een raket op wielen is de enige omschrijving die het voertuig geen afbreuk doet. Op het oog klaar om horizontaal afgeschoten te worden. Maar zoals de voormalig 50cc-Grand Prix-winnaar eerder al in MOTOR liet weten  moet er nog veel gebeuren.  ‘Om de sodemieter, het is me een project… Het technische gedeelte is echt passen en meten. Elke keer loop je weer tegen nieuwe uitdagingen op, want een millimeter meer of minder kan het verschil al maken. Je weet het van tevoren, maar je wordt er soms wel gek van’, aldus een lachende Toersen.  

Toersen is verantwoordelijk voor het blok, maar om het snelheidsrecord te breken, kan hij niet zonder Maarten Fijlstra en Gerrit Tuenter van Classics Racing uit Zwolle. Fijlstra en Tuenter, beide jarenlang werkzaam in de racerij bij Ronald en Gerrit ten Kate, zijn namelijk verantwoordelijk voor ‘de rest’ en dat is uiteraard net zo belangrijk als het blok. Achter de schermen speelt Cees Lubbers, eigenaar van Classics Racing, zonder twijfel de grootste rol, want hij stelde zijn personeel én zijn werkplaats ter beschikking.

Op dit moment wordt er nog hard gewerkt aan de 50cc-recordraket, waardoor het erg spannend is welke versie precies naar de MOTORbeurs komt. Een teleurstelling zal het in ieder geval nooit worden. Komt dat allen zien van donderdag 20 tot en met zondag 23 februari in Jaarbeurs Utrecht. MOTOR Magazine is te vinden tussen hal 11 en 12. 

Meer informatie: www.motorbeursutrecht.nl. En vergeet niet je kaartjes online te kopen, want dat scheelt euro’s!

Foto: Guus van Goethem

Benzinemotor is uitontwikkelde techniek

0

“In 2020 komt uit de helft van de nieuw verkochte motoren een stekker.” Als Marchel Bulthuis al twijfels heeft over de opmars van elektrische motoren dan laat hij er niets van merken. De importeur van de Amerikaanse Brammo-motoren benadrukt dat de beschikbaarheid van laadpalen, de actieradius van accu’s en de verkoopprijs wel bepalend is voor een onstuitbare opmars.

Voor veel mensen is de geringe actieradius van een elektrische motor nog een onoverkoombaar probleem. Gezien de grote stappen van de afgelopen jaren verwacht Bulthuis dat de gemiddelde actieradius de komende vier jaar verdubbelt. “In 2016 moet je zo maar eens 400 kilometer op een lading kunnen doen. Ik weet dat het hypothetisch is, maar die kant gaan we echt op.” Een grotere actieradius vraagt niet alleen om slimmere accu’s, maar ook om een andere instelling. “Je moet pluggen waar het kan.” Tijdens een rook- of plaspauze moet de motor altijd aan de lader. “Tien minuten laden levert je toch weer acht extra kilometers op.”

Zelfs als de actieradius verdubbelt, de laadtijd korter wordt en dat de prijs een stukje zakt, heb je de typische petrolhead nog niet over de streep getrokken. Daarvoor volstaat een testrit weet Bulthuis. “Elektrische motoren hebben veel stuk gemaakt met hun suffe imago. Maar elektrische motoren zijn door hun dikke koppel echt superleuk om te rijden. Bovendien denken Hollanders altijd aan hun portemonnee.”

Bulthuis heeft nog een tip voor gerenommeerde motorfabrikanten die maar blijven vasthouden aan de verbrandingsmotor: “Veel bestaande producenten van motoren houden zich halsstarrig vast aan uitontwikkelde techniek. Bij elektrische motoren staan we pas aan het begin van de ontwikkeling. We gaan nog grote stappen maken. Volgens mij moet je daar bij zijn.”

Getest: Kawasaki Z1000

0

Kawa vaart met deze ‘Sugomi’ Z1000 haar eigen koers, een koers waarbij het merk uit Kobe zaken als traction control, ride by wire en ride modes volledig links laat liggen. En dat is op z’n zachtst verrassend. Het merk heeft al bewezen op elektronisch gebied haar mannetje te staan, kijk maar naar motoren als de ZX-10R, ZX-6R en, in dit geval dichter bij huis, de Z1000SX. Die laatste constatering roept direct ook de meeste vragen op. Het is best wonderlijk dat het merk het beproefde drievoudig KTRC (traction control) en de dubbele powermodes van tweelingzus SX niet heeft meeverhuisd. Chef Project Planning, Tsuyoshi Shibato: ‘De harware hadden we zo over kunnen zetten, echter de fijnafstelling van de elektronica vergt veel aandacht. Die tijd en aandacht wilden we juist besteden aan de maximale rijdbaarheid, optimale respons van het blok. De SX biedt meer luxe voor de allround motorrijder, daar passen extra’s als traction control en rijde mode’s goed bij. De Z1000 moest puur, is de echte rijdersmotor.’

Voorwiel-focus
Door de hele ‘elektronica discussie’ zou je bijna vergeten dat de Z1000 voor 2014 aardig bij z’n nekvel is gegrepen. De optische transformatie springt het meest in het oog. De nadruk lag bij de ontwikkeling op ‘voorwielgerichtheid’, niet alleen qua rijwielgedeelte, ook het lijnenspel diende dit voorbeeld te volgen.. Kawa kon het neusje zo compact en laag houden door het toepassen van LED-verlichting, een unicum voor de groenen. De zitpositie veranderde mee. Het hogere kontje en het lagere, bredere stuur zorgen ervoor dat je als rijder actiever over het voorwiel leunt. Door een wat platter en aanzienlijk ranker zadel kon Kawa de schade qua zithoogte aardig beperkt houden, sterker, met 815 mm is de nieuwe net zo hoog (of laag, net hoe je het bekijkt) als z’n voorganger. Voeten aan de vloer zal zelden problemen opleveren. Fijne bijkomstigheid is dat de Z door z’n rankere taille (ook de tank werd smaller) tussenbeens  in ieder geval minder bombastisch overkomt. Psychologisch altijd lekker.

Koud wegtuffend uit het historische centrum van Carmona (even boven Sevilla) laat de nieuwe Z zich voelbaar lichtvoetiger door nauwe straatjes sturen dan z’n voorganger. En dat terwijl het rijklaargewicht met 221 kilo gelijk is gebleven. Zij het nu dan wel met ABS en twee liter extra benzine aan boord. Kawa creëerde extra speelruimte op de weegschaal door montage van lichtere wielen, een besparing van anderhalve kilo. Onafgeveerde kilo’s, die voel je het best. Wat je ook voelt is dat de Z1000 niet om Newtonmeters verlegen zit. Het blok is het toonbeeld van bulligheid en souplesse en pruttelt ook in vierde en vijfde verzet zonder de geringste inwendige hapering over de hobbelige klinkers. Met krap 1.000 tpm op de digitale toerenteller. Enige schoonheidsfoutje gedurende deze krappe eerste meters blijkt de beperkte stuuruitslag.
Met de antieke stadspoorten achter ons duiken we de lokale Sierra in, wat volgt is een aaneenschakeling van bochten, gelardeerd met asfalt van GP-kwaliteit. Sensationeel is de moddervette Nm-lawine die al vanaf 3.000 tpm z’n weg zoekt naar de dikke 190-slof. Nooit en te nimmer zit je in het zadel van de Z1000 om power verlegen. Ongeacht het toerental. Of de versnelling. Je schiet aangevuurd door het dikke middengebied zo snel door de versnellingen heen dat je af en toe geen benul meer hebt waar je uithangt in de – soepele – zesbak. Het totaal overbodige ‘eco’ symbooltje (voor zuinig rijden…) preventief ruimen voor een goede versnellingsindicator behoort zeker tot een van de aanbevelingen.

Het flitsende stuurkarakter nog iets extra aangewakkerd kunnen worden door een ander bandenkeus. De 190/50 slof doet het natuurlijk goed voor (en in) de kroeg, met een iets hogere en (daardoor) rondere 190/55 rol je met nog minder weerstand een bocht in. Dan ga ik toch voor het laatste. Gaat het tempo omhoog merk je toch dat je de Z wat door moet duwen om een mooie krappe lijn te houden. Wat op een circuit niet zou misstaan zijn de remmen. De Tokico monoblocks heben ook in het heetst van de strijd eigenlijk aan één vinger genoeg. Puike dosering (mede door radiale rempomp) en al even indrukwekkend vertraging.

Conclusie
Als de eerste kennismaking met de nieuwe Z1000 ons een ding leert is het dat fabrikanten nu duidelijk keuzes maken in het dikke naked genre. De woeste ex-superbikes incluis digitale toeters en bellen enerzijds, en de meer down to earth, uitgekristalliseerde koppelbuffels anderzijds. De Z1000 valt duidelijk in de laatste categorie. De keuze van Kawa om vooral in te zetten op een rijdersmotor pur sang valt gezien de prima communicatieve eigenschappen van rijwielgedeelte en blok zeker te billijken. Met z’n onuitputtelijke koppel, puike vertraging, en (h)eerlijke no nonsense benadering doet de Z1000 alles wat je van een dikke naked mag verwachten. Bakken rijplezier, ook zonder traction control. Daarbij heeft de afwezigheid van een dik elektronica pakket nog een voordeel. De prijs: 13.298,- euro is scherp, net onder een (standaard) Speed Triple en op ruime afstand van exoten á la Monster 1200, Tuono V4, Superduke 1290 en S1000R. Al betaal je voor deze grijs/groene ‘Special Edition’ om een duistere reden wel 300 euro extra (Tip van Jip: ga voor de oranje!). Afijn, Kawasaki verkiest dus bewust motorisch purisme boven elektronica bij de nieuwe duizend, en dat is anno 2014 best verfrissend. Of beter: geen slechte ‘Z’. In meerdere opzichten.

 

[justified_image_grid ids=19242,19243,19244,19245,19246,19247,19248,19249,19250,19251]

Acceleration belooft spektakel

0

Komend seizoen moet Europa kennis maken met Acceleration, een evenement naar het idee van Loek Bodelier. De voormalig GP-coureur is initiatiefnemer en werkt al twee jaar lang aan het plan om racen en muziek samen te brengen. Eind april gaat de Acceleration-karavaan van start op het circuit van Portimão.

Gistermiddag werd in Theater Hangaar op voormalig vliegveld Valkenburg de presentatie gehouden voor Acceleration. Samen met oud-minister Jan-Kees de Jager en tv-ster David Hasselhoff werden de plannen voor komend jaar uitgelegd. De bedoeling van Loek Bodelier en co is om een groots evenement neer te zetten waar auto- en motorsport wordt gecombineerd met muziek en entertainment. In totaal worden tien landen aangedaan, waar vijf klassen zorgen voor spektakel op het circuit. Op motorgebied moeten motoren met 600 en 1000 cc met verlicht stock-reglement voor de nodige sensatie zorgen. Echter, de inschrijvingen lopen nog niet zoals gewenst. ‘Het eerste jaar zal lastig worden om uit alle landen de nodige deelnemers te hebben, maar dat gaan we opvangen door lokale helden. Ik besef dat men eerst wil zien of we kunnen waarmaken wat we beloven’, aldus Loek Bodelier, de bedenker van Acceleration. Echter, de groep Nederlandse investeerders kijkt verder dan enkel het eerste jaar. ‘Zo’n evenement heeft een aanloopperiode nodig, dat is vrij logisch. Daarom hebben we een driejarenplan klaarliggen. Wat voor ons belangrijk is, is de feedback van de toeschouwers. Als die na het eerste seizoen positief is, dan kijken wij met veel vertrouwen naar de toekomst.’

Acceleration start in het weekend van 27 april op het Portugese Portimão en eindigt medio oktober in Assen, op het TT Circuit. Bodelier zet in op een spektakel, waar voor iedereen wat te halen valt. ‘En dat alles tegen een niet al te hoge entreeprijs. Per land zal dat verschillen, maar verwacht dat je voor dertig tot veertig euro een volledige dag op Acceleration bent. Dus dan kun je genieten van het raceprogramma en de muziek die ’s avonds aangeboden wordt.’ De dagen worden ingedeeld in twee gedeelten, in verband met de verschillende lay-outs voor motoren en auto’s. Na de actie op het circuit wordt het spektakel verlegd en kan men genieten van muziek. Op vrijdagavond presenteert David Hasselhoff (bekend van Baywatch en Knight Rider) een muziekshow met de jaren tachtig en negentig als thema. Verwacht dan optredens van onder meer Two Unlimited, Twenty4Seven, Snap, DJ Sash, Kim Wilde, Samantha Fox en Rick Astley. Op zaterdag komen de beats om de hoek kijken en zullen enkele gerenommeerde DJ’s (Bingo Players, Showtek) hun opwachting maken.

De bedoeling van Acceleration is om het racen weer dichterbij het publiek te krijgen. Toegankelijkheid is het sleutelwoord voor het internationale evenement. Op de foto met de helden van het asfalt of een handtekening scoren, dat moet allemaal mogelijk zijn. Bodelier: ‘Acceleration zal zeer laagdrempelig zijn en iedereen kan er dus iets vinden wat ze leuk vinden. Zowel voor mannen, vrouwen als kinderen. Er is echt voor ieder wat wils.’      

Kalender

27 april – Portimão (Portugal)
4 mei – Navarra (Spanje)
25 mei – Nürburgring (Duitsland)*
8 juni – Monza (Italië)*
6 juli – Slovakia Ring (Slowakije)**
20 juli – Zolder (België)
24 augustus – Paul Ricard (Frankrijk)
31 augustus – Hungaroring (Hongarije)
21 september – Rijeka (Kroatië)**
19 oktober – Assen (Nederland)

* Geen motoren
** Geen FA1-klasse

Oude tijden herleven in Tubbergen

0

Zoals de raceliefhebbers nu op pinkstermaandag naar Oss gaan, zo gingen ze vroeger naar Tubbergen. De internationale wegraces in Tubbergen waren een begrip, ook over de grens bij onze oosterburen.

Toen de klad in de stratencircuits kwam, was het ook voorbij in Tubbergen. Sinds een aantal jaren wordt er wel weer een demorace voor klassieke racers gehouden. Zo ook dit jaar op pinkstermaandag 9 juni, maar dat wordt wel een evenement met een heel speciale attractie: een Classic GP Parade. De Stichting Historische Motorraces Tubbergen heeft hiervoor de Nederlandse GP-rijders uit de jaren zeventig en tachtig uitgenodigd.

Vrijwel iedereen zei spontaan ‘ja’ en dat betekent dat er op pinkstermaandag een groot aantal bekende namen naar Tubbergen komen om mee te rijden in de parade. Ga er maar eens goed voor zitten, want deze rijders hebben hun komst toegezegd: Cees Doorakkers, Mile Pajic, Henk van der Mark, Patrick van den Goorbergh, Mar Schouten, Marcel Ankoné, Hans Koopman, Gerard van der Wal, Hennie Boerman, André Stamsnijder, Bert Smit, Henk van Kessel, Jan de Vries, Aalt Toersen, Theo Timmer, Jos Schurgers, Wil Hartog, Anton Straver, Theo Bult, Boet van Dulmen, Jos van Dongen, Henk de Vries, Maarten Duyzers, Theo van Geffen, Willem Zoet, Willem Heijkoop, Klaas Hernamdt, Kees Besseling, George Looijesteijn, Martin van Soest, Jan Kostwinder, Duke Wille en Leon van der Heijden. Nagenoeg al deze rijders hebben in hun actieve periode deelgenomen aan de races in Tubbergen.

TTT-baan wordt veel langer

0

Test Track Thedinga heeft alle vergunningen binnen om het huidige circuit uit te breiden tot een lengte van 2,5 kilometer. De baan in Emmer-Compascuum meet nu nog iets meer dan achthonderd meter en heeft de vorm van een oval met een extra lus. Na de uitbreiding is het een ‘gewoon’ circuit met verschillende bochtencombinaties.

Hoe leuk een baantje van slechts 2,5 kilometer kan zijn, bewijst het uitdagende circuit van Mettet in België. Het wordt nog mooier als je weet dat TTT zeven dagen per week van zeven uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds geopend is. Bovendien kun je het circuit per dagdeel of zelfs uur afhuren. Het is nog onduidelijk wanneer TTT begint met de verlenging van het circuit. De vergunningen zijn allemaal verworven, maar gesprekken met investeerders zijn nog gaande.

Om het braakliggende terrein een passende bestemming te geven, heeft TTT goedkeuring gevraagd – en gekregen – om er een tijdelijke offroad-speeltuin van te maken. SM’ers kunnen hun vaardigheden op asfalt en zand trainen en enduro’s en offroads kunnen los gaan op het zand. Uiteindelijk maken de mannen met noppenbanden wel plaats voor de verlengde racebaan.

Nieuwe MOTO73 is uit!

0

Vanaf vandaag valt de nieuwe MOTO73 bij de abonnee’s op de deurmat, Wat biedt deze MOTO73? We zetten het op een rijtje:

BMW R1200RT
Volgens het geijkte patroon bij BMW komt het nieuwste boxerblok eerst in de GS en daarna in de RT.

V-twin versus L-twin
Twee tweecilinders met bakken koppel, de KTM 990 SMR en de SP-uitvoering van de Hypermotard van Ducati.

Warm de winter door
Doorrijden in de winter zonder koude handen? Lees onze test en je weet welke handschoenen je (niet) moet kopen.

Triotest eencilinders
Lekker buiten spelen met de Husqvarna Terra TR650, de Yamaha XT660Z Ténéré en de BMW G650GS Sertão.

Toekomst brandstof
Nu rijden we vrijwel uitsluitend op benzine, maar wat brengt de toekomst?

Eerste SBK-test
Vanwege de vroege start van het WK begint de testperiode van het WK Superbike ook vroeg.

Marathonmotor
Een niet zo vaak komende motor in deze rubriek, een Harley-Davidson.

Dubbeltest Ducati’s
Met een Hyperstrada en een Multistrada 1200S Gran Turismo toeren door Vlaanderen.

Oude circuits: Salzburgring
Vanwege z’n lay-out is de Salzburgring een van de meest opmerkelijke circuits.

Bestel direct of neem hier een abonnement!

Waar zit de voorkant?

0

Van zijn looks moet de Hero RNT het niet hebben, maar technisch is de motorfiets best interessant. De Indiase motorfabrikant Hero drijft dit model aan met een 150 cc dieselblok. Het direct ingespoten blok produceert 13,5 pk bij 4000 tpm Het maximale koppel van 35 Nm komt al 1600 tpm vrij. De zesliter benzinetank geeft al aan dat het verbruik extreem laag is. De RNT is niet geschikt voor gejaagde types, harder dan 70 km/h loopt hij niet. Tenzij je kiest voor de optionele turbo. Dat klinkt wel goed.

De RNT heeft optioneel tweewielaandrijving. Een elektromotor drijft in dat geval het voorwiel aan. De voorwielaandrijving heeft een eigen gashendel zodat je alleen over voorwielaandrijving beschikt. Je kunt er ook voor kiezen om het voor- en achterwiel te schakelen.  Laat de zuigende modder maar komen, de RNT trekt zich overal doorheen.

Als alles volgens planning loopt, komt de RNT volgend jaar op de markt. Hebben ze nog mooi de tijd om iets aan het uiterlijk te doen. De opmerkelijke voorkant is prima om iets op te vervoeren, maar het schept wel verwarring. Wat is de voorzijde van de motor?

Techniek: Hoe werkt een lambda-sonde?

0

Dát je een lambdasonde op je motor hebt, heeft vooral met de werking van de katalysator te maken. Zoals je hebt kunnen lezen is een moderne driewegkatalysator afhankelijk van de samenstelling van het benzine-luchtmengsel: die moet beurtelings iets te arm en iets te rijk staan. De lambda-sonde meet de samenstelling en geeft de uitslag hiervan door. De sonde is dus een onmisbare schakel tussen motormanagement én katalysator. Zonder lambda-sonde zou een driewegkatalysator dus nauwelijks werken, en daardoor zou een moderne motorfiets dus nooit de europese keuringsnormen halen. Conclusie: best een belangrijk ding, die lambda-sonde. Maar hoe werkt ‘ie nou?

In Jip en Janneke-taal
Heel kort door de bocht kunnen we de lambda-sensor zien als een buisje dat in de uitlaatbocht wordt gemonteerd, waarin de uitlaatgassen van één of meerdere cilinders stromen. Als de sensor geen zuurstof detecteert, geeft die een hoge elektrische spanning af. Als er veel zuurstof wordt gemeten, wordt er een laag elektrisch signaal afgegeven. Er loopt dus geen high-tech digitale gegevensttroom van de lambda-sonde naar het computermanagement, maar een relatief simpel elektrisch signaal dat slechts in sterkte varieert.

Meer in de details
De dichte kant van het buisje wordt in de uitlaatpijp geplaatst, zodat het gas er goed langs kan stromen. De open kant van de buis is verbonden met de buitenlucht, waarin altijd ongeveer 21 procent zuurstof zit. Dat is veel meer dan in het uitlaatgas, zeker als de motor met een rijk mengsel draait. In het uitlaatgas zit dan nog maximaal 0,3 procent zuurstof.

Sprongsensor
Handig is het dat de natuur altijd streeft naar evenwicht. Ook in dit geval probeert de natuur het zuurstofgebrek aan de buitenkant van de sensor op te vullen met zuurstof uit de buitenlucht. Daarvoor moet de zuurstof echter door de wand van het buisje heen trekken. Dat kan, want het buisje is gemaakt van zirkoniumdioxide (ZRO2.). Als de temperatuur van dit materiaal hoger dan 350 graden Celsius wordt, kunnen zuurstofatomen door de structuur van het materiaal heen dringen. Hele zuurstofmoleculen (O2) niet, want die bestaan uit twee zuurstofatomen en die zijn samen te groot. Ze moeten zich dus opsplitsen in afzonderlijke atomen. Dat doen ze alleen als ze er allebei twee negatief geladen elektronen voor terugkrijgen. Die bietsen ze aan de oppervlakte van het buisje, dat aan beide zijden is bekleed met elektrisch geleidend platina. De platinalaag aan de buitenluchtzijde van het buisje krijgt daardoor een tekort aan elektronen. Door het gebrek aan deze negatief geladen elektronen wordt deze platinalaag positief. 

Als de zuurstofionen door de zirkoniumlaag heen bij het uitlaatgas zijn aanbeland, moeten ze zich weer samenvoegen tot één O2-molecuul. De gebietste elektronen geven ze daarvoor weer af aan de oppervlakte, aan de platina bekleding. De platinalaag aan de uitlaatgaskant krijgt dus een overschot aan negatieve elektronen, waardoor die negatief wordt. Zo ontstaat bij een rijk mengsel door de diffusie van zuurstofdeeltjes een aardig spanningsverschil tussen de binnenste en de buitenste platinalaag. Die spanning kan oplopen tot bijna 1000 millivolt.

Bij een arm mengsel is er veel meer zuurstof in het uitlaatgas aanwezig. Het concentratieverschil met de buitenlucht is dan veel kleiner, waardoor de zuurstof ook lang niet zo graag door de zirkoniumwand heen wil. Bij een arm mengsel geeft zo’n sensor dan ook maar 100 millivolt. De motormanagementcomputer heeft daarmee een prachtige maat voor de mengselverhouding. 

Bescherming en koude start
Dankzij de lambdasonde weet het motormanagement welk mengsel het de motor moet aanbieden, om de katalysator optimaal te laten werken. Het is dus ook logisch dat deze sensor vóór de katalysator is geplaatst. Om de sensor te beschermen tegen verbrandingsresten is het zirkoniumhart van de sensor vaak nog voorzien van een poreuze keramische beschermlaag. Daaromheen zit vaak een metalen beschermhuls om mechanische beschadiging te voorkomen. Ook zijn moderne lambdasensoren voorzien van een verwarmingssysteem, om te zorgen dat ze na de koude start sneller actief zijn.  

Breedbandsensor
Vanwege het streven naar een laag brandstofverbruik draaien sommige motoren continu met een arm mengsel, waardoor een zirkoniumsensor niet in de buurt van zijn omslagpunt komt. Dat wordt opgelost door een luchtpompje op de meetcel te plaatsen. Dat pompje kan lucht (zuurstof) van en naar de uitlaatzijde pompen en probeert op die manier het uitlaatgasmengsel dusdanig te beïnvloeden dat dit precies op het sprongpunt van de zirkoniumsensor zit. Oftewel, het probeert de sensorspanning op exact 450 volt te houden. Bij een rijk mengsel moet het daarvoor lucht naar de sensor toe pompen, bij een arm mengsel moet het lucht wegpompen. Het stroomverbruik van het pompje geeft aan hoe hard het moet werken om de spanning constant te houden en is daarmee een maat voor de mengselverhouding. 

Meer techniek vind je hier.

Tekst: Peter Aansorgh