zondag 3 mei 2026
Home Blog Pagina 1658

Gas Gas en Ossa bundelen hun krachten

0

De twee Catalaanse merken Gas Gas en Ossa gaan samenwerken. De reden hiervoor is dat men dan subsidie kan krijgen, echter is de eis dat er op meerdere vlakken de krachten gebundeld worden. Dat gaat nu dus gebeuren. Zo gaat de productie van alle modellen van beide merken naar de fabriek van Gas Gas in Salt, een voorstad van Girona. Volgens een Italiaans bericht zouden er op die manier geen banen geschrapt hoeven te worden en zou Ossa van plan zijn om zich in de toekomst meer te gaan richten op straat, om meer verschil met Gas Gas te creëren. Het eerste model moet over drie jaar gepresenteerd worden. Momenteel kent Gas Gas een productie van 9.000 motoren per jaar en richt zich vooral op trial, enduro en raid (oftewel, Dakar-fietsen). Ossa, dat sinds 2010 weer motoren maakt, kent een productie van 800 stuks. Het herleefde merk richt zich voornamelijk op trial.
In Nederland worden beide merken geleverd door Nonstop Motoren in Geffen en zij bevestigen inderdaad dat er een fusie ontstaan is, al blijven de namen en identiteit van beide merken wel bestaan. Toch kan er wel wat veranderen in de toekomst, want zo heeft Ossa aangegeven dat ze binnen drie jaar met een wegmotor willen komen. Het zou een mooie aanvulling kunnen zijn, aangezien Ossa een verleden op straat heeft. André Vos, bedrijfsleider van Nonstop Motoren: ‘Wat dat betreft kan er zeker wel wat voor ons veranderen, als Ossa inderdaad straatmotoren gaan bouwen. Gelukkig is dat voor ons geen onbekend terrein en werken we graag mee aan dit nieuwe project.’ Overigens verloopt de verkoop van Ossa-modellen in Nederland goed. Vos: ‘In ons land gaan ze redelijk gelijk op met de verkoop van Gas Gas. Het blijkt toch dat mensen de voordelen van Ossa zien, die werken met vernieuwde techniek. Zo maken zij gebruik van injectie en kun je via de zijkant de krukas en versnellingsbak gemakkelijk monteren en demonteren.’

Foto: Karel Branten Fotografie

 

Veneman behaalt mooie overwinning

0

We staan aan de vooravond van een zeer bijzonder GP-jaar voor Nederland! Bryan Schouten en Scott Deroue in de GP Moto3 en Bo Bendsneyder en Robert Schotman in de Red Bull Rookies Cup. De vlag hangt op de redactie nog steeds uit. En precies daarom staat er in de nieuwe MOTOR Magazine – nu in de winkel – een acht-pagina dik verhaal waarin de talenten uitgebreid spreken over afgelopen seizoen én komend seizoen. Meer dan de moeite waard, zeker omdat ook KNMV-bondscoach aan het woord komt en zijn altijd heldere mening geeft over Schouten, Bendsneyder en Deroue. 

Maar naast Bendsneyder rijdt komend seizoen ook Schotman in de Red Bull Rookies Cup. Een unicum voor de Nederlandse wegrace, waarmee nogmaals wordt bewezen dat met een gestructureerd opleidingstraject veel bereikt kan worden. Bondscoach Barry Veneman: ‘Het voelt als een overwinning voor ons met twee Nederlanders in deze klasse. De keuze voor Robert komt voor mij niet als een verrassing. Hij is dit jaar Moriwaki-kampioen geworden en was eerder al de beste in het NSF100-kampioenschap. Robert is een heel pienter mannetje: hij zit op het gymnasium en heeft een heel duidelijk stappenplan voor zijn toekomst. Fysiek hebben we nog wel wat werk en hij mag nog agressiever gaan rijden. Tot nu toe deed hij alles op techniek maar volgend jaar is iedereen snel.’

En dan te bedenken dat een nog jongere lichting al klaar staat. Nederland kan zich opmaken voor mooie jaren! 

 

Nederlands wegracetrots op DVD

0

Het is nu haast niet te geloven, maar een aantal jaar geleden kon je het Dutch Superbike en Dutch Supersport gewoon bekijken op RTL7. Op zondagmiddag! Die tijd ligt helaas ver achter ons, maar gelukkig hebben we Bach’s DV Productions nog. Mede dankzij zijn enthousiasme kunnen we namelijk op zowel Racesport.nl als op MotorsTV (Wheels from the Lowlands) samenvattingen van beide ONK-klassen zien.

De impact daarvan is absoluut niet te onderschatten, want het onderhandelt net een stukkie makkelijker met sponsors als je op tv te zien bent. En alle hulp is momenteel welkom in het Open Nederlands Kampioenschap, zeker met de zorgelijke berichten over de startvelden van 2014.

Aan Bach kan het in ieder geval niet liggen, want ook in 2013 stond hij, samen met een aantal vrijwilligers, elke ONK-race te filmen langs de baan en dat leverde mooie beelden op. Zeker omdat de samenvattingen gecomplementeerd worden met schitterende onboardbeelden. Op deze creatieve manier kun je met veel minder mankracht een volledig raceverslag laten zien, zelfs op onoverzichtelijke en lange circuits als Spa-Francorchamps. De interviews achteraf maken het meer dan af.

Naar goede traditie worden zowel het Dutch Superbike- als Dutch Supersport-seizoen afgesloten door de jaaroverzichten op DVD. Bij zo’n overzicht horen natuurlijk samenvattingen, uitslagen en  tussenstanden. Heel leuk, maar wat als je alle afleveringen van Wheels from the Lowlands al gezien hebt? Beide DVD’s bevatten beelden én interviews die nooit eerder uitgezonden zijn. Bovendien zal vooral de strijd tussen Kervin Bos en Raymond Schouten in het Supersport niet snel gaan vervelen. Hoe triest het einde van dat duel ook was. Bovendien zijn de DVD’s best iets om trots op te zijn, want hoe klein de wegracewereld in Nederland ook mag zijn, aan de overzichten is dat absoluut niet te merken.

De commentator is uiteraard Diederick de Vries, terwijl Margo van Timmeren –soms vervangen door Youandi Mazeland – de presentatie op haar neemt. De prijs per DVD is 25 euro (plus 5 euro verzendkosten). Bestellen gaat via e-mail: bach@dv-productions.nl. Let op! Mocht je voor je team of voor je sponsoren meerdere exemplaren willen bestellen, informeer naar de mogelijkheden. Want zo is Bach.

Meer informatie is te vinden op www.bach.lamboo.com.

‘Alles is voor mij in no-time oud’

0

Jeffry de Vries vertelt in de nieuwste MOTOR Magazine alles over de ontwikkeling van de Yamaha MT-09. Wij kunnen je echter alvast een voorproefje op het verhaal geven, dat ingaat op het werk dat De Vries voor zijn Japanse werkgever verricht. 

Maar liefst 150 dagen per jaar is Jeffry de Vries van huis. De testing manager van Yamaha Motor Europe heeft een drukke baan, maar schijnt het vooral ook erg leuk te vinden. Niet voor niets is De Vries dan al zeventien jaar testrijder voor de Japanse fabrikant. De lange Fries blijkt een ideale sparring partner voor Yamaha te zijn als het op testwerk aankomt. ‘Ik bekijk een motor toch anders dan de Japanners. Meer door de bril van de Europese klant en dat is ook de reden waarom ze me naar Japan halen. Ik weet wat er hier op de markt gebeurt, wat de wensen zijn. En daar kan soms een groot verschil tussen zitten ten opzichte van Japan. Dat heeft vooral te maken met de manier van rijden en de mentaliteit. Die is overal anders, zelfs in Europa zie je natuurlijk al duidelijke verschillen.’

Een ander onderscheid tussen Japanners en Europeanen is lengte. ‘Daarom hebben ze in Japan een pop van me, met de precieze maten. Zo kan ik op elk model van Yamaha goed zitten.’ De Vries gaat gemiddeld zo’n vijf keer per jaar naar Japan toe om daar ontwikkelingswerk op Yamaha’s testcircuit te verrichten. ‘Meestal ben ik daar dan ongeveer een week en rijd dan drie, vier dagen achter elkaar op verschillende modellen. Mooi werk is dat, want of het nu om een nieuwe R1 of TMAX gaat, ik vind het allemaal even leuk.’ De andere testmomenten van Jeffrey de Vries en Raymond Schouten (testcompagnon van De Vries bij Yamaha Motor Europe) vinden plaats op eigen, Europese bodem. ‘We rijden eigenlijk het gehele jaar door en als het geen goed weer is in het zuiden van Europa, dan kunnen we ook nog altijd uitwijken naar andere delen van de wereld. Wij komen wat dat betreft echt overal.’ Als De Vries een negatief aspect van zijn beroep moet aanwijzen, dan is het wel de snelle veroudering van de modellen. ‘Alles is in no-time oud voor mij. Als ik nu bijvoorbeeld een MT-09 zie, dan is die in mijn beleving al twee jaar oud. Maar goed, het blijft ook leuk om te zien hoe anderen naar de fiets kijken. Zo ben ik altijd wel benieuwd hoe een bepaald model ontvangen wordt.’

In MOTOR Magazine editie 1-2014 vind je veel meer over het testwerk van Jeffry de Vries en de ontwikkeling van de Yamaha MT-09. Het nummer kun je hier bestellen.  

 

Honda maakt prijzen 2014 bekend

0

Met nieuwe modellen als de CB650F, NC750S/X/D en CTX700N zet Honda duidelijk in op het betaalbare middensegment, een koers die het merk twee jaar geleden, midden in de crisis, al heeft ingeslagen. De succesvolle NC-serie groeide naast cilinderinhoud (van 700 naar 750cc) ook licht in prijs, gemiddeld zo’n €500,-. Opvallend is de gunstige prijsstelling van de CBR650F, inclusief ABS is de CBR met € 8.999,- zo’n duizend euro goedkoper dan z’n 600cc voorganger.

De ‘terug van weggeweest’ VFR800 wordt in de markt gezet voor een concurrerende €13.999,-. Ter vergelijk, de eveneens in sportieve toerkringen bivakkerende Kawasaki Z1000SX staat voor 14.498,- euro in de boeken.

Opvallende afwezige op de prijslijst is de CBR300R, in navolging van de 250 zal ook deze kleine sportieveling in Nederland – ondanks het nieuwe rijbewijs – niet geleverd worden.

Overzicht van de belangrijkste, nieuwe modellen:
CB650F €7.999,-
CBR650F €8.999,-
NC750S €7.499,-
NC750D INTEGRA €9.999,-
NC750X €7.999,-
CB1100EX €13.999,-
CBR1000RR €17.999,-
CBR1000RR (SP) €21.499,-
CTX700N €8.999,-
CTX1300 €19.999,-
VFR800F €13.999,-
GL1800 F6C €24.999,-
*allen incl. ABS

[justified_image_grid ids=19179,19180,19181,19182,19183,19184,19185]

Test: BMW S1000R

0

Zo ‘in your face’ als met deze S1000R hebben we het zelden meegemaakt; 160 pk, 207 rijklare kilo’s, 3,1 seconden naar de 100, meer elektronica dan het International Space Station, ze winden er in Beieren geen doekjes om. Om de transformatie van Superbike naar naked goed te laten verlopen heeft BMW meer gedaan dan alleen een hoop elektronica op de S000R plakken. In grote lijnen is de vierpitter ongemoeid gelaten, zo bleef de overvierkante boring/slag verhouding ( 80 x 49,7 mm) en dus ook de aangeboren honger naar hoge toerentallen intact. Het fameuze  top-end werd met het oog op lijfsbehoud iets gekortwiekt, het toerenplafond is vastgezet op 12.000 tpm, 2.000 tpm minder dan op de RR. Daarmee komt het topvermogen nu op 160 pk bij 11.000 tpm. Uitzonderlijk potent voor een motor uit de kuiploze categorie. Verder werd het inlaattraject aangepast (langer, de 48 mm gasklephuizen bleven) en het nokkenasprofiel bijgeschaafd. Ergo: de kleppen gaan minder lang (en ver) open. Resultaat is dat de vier-in-lijn tot 7.500 tpm 10 Nm meer koppel richting de achterste Pirelli dirigeert, met een piek van 112 Nm bij 9.250 tpm.

De robuuste vierpitter laat ondanks z’n race-komaf zien gedreutel bij lage toeren prima aan te kunnen. Afknijpen tot pakweg 1000 tpm slikt de BMW zonder problemen. Minder probleemloos is de absurde afstand die de linkerhand dient te overbruggen tot het koppelingshendel. Afgezien van deze misser steelt de S1000R over de krappe rotondes de show met een uitzonderlijke lichtvoetigheid.  Om de S1000R af te schilderen als de ideale stadsmotor gaat wat ver, maar het gaat toch op z’n minst opvallend makkelijk.
Desondanks schreeuwt de naked in al z’n vezels om meer speelruimte. Dat enthousiasme kun je temperen. BMW zou BMW niet zijn als je niet ergens een ‘Mode’ voor kan selecteren. Om te beginnen is de S1000R standaard uitgerust met een Road en Rain Mode, gekoppeld aan een vrij eenvoudig ASC (Automatic Stabiltity Control) systeem dat ingrijpt wanneer er verschil in wielsnelheid optreed . ‘Road’ biedt de maximale 160 pk en een directe gasrespons, ‘Rain’ roomt daarentegen de prestaties af tot 136 pk en 104 Nm, daarbij is de gasreactie een toef softer.  Optioneel is het DTC (Dynamic Traction Control) met hellingshoeksensor, deze vervangt het ASC en breidt het menu uit met twee extra modi: Dynamic en Dynamic Pro. Laatste is puur een circuitsetting. Dynamic combineert het beste van twee werelden en laat bevoordeeld een zeker mate van wheelie toe.

De zitpositie wakkert de lichtvoetigheid van de S1000R ook op psychologisch vlak nog wat extra aan door een ranke taille te combineren met een lekker breed stuur en opvallend veel beenruimte. Moet gek lopen wil je het hier niet een tijdje op uit houden. Overigens zijn de voetsteunen ten opzichte van de RR vijftien millimeter lager en twintig millimeter naar voren geplaatst, hetgeen de opvallend comfortabele kniehoek verklaart. Grondspeling? Hm, ook op droog asfalt aan het einde van de route bleven de stepjes royaal verwijdert van eventuele schraapgeluiden, dus dat zit wel snor.
Met de vermaarde Spaanse zon en droog asfalt in het vizier positioneren we het DTC in de Dynamic (Pro) stand en kan de S1000R zonder (al te veel) restricties z’n kunsten vertonen. En dat doet de naked met verve. Halleluja, wat een power. De vermogensontplooing is, hoe ballistisch ook, te categoriseren als ‘mooi progressief’, en dus voorspelbaar. Dat bevordert de rijdbaarheid en het zelfvertrouwen aanzienlijk. De R is minder intimiderend dan de RR en dat maakt ‘m direct ook tot de betere straatmotor. Sfeerverhogend is het DDC, oftewel Dynamic Damping Control. Het adaptieve veersysteem van het Italiaanse Sachs bewijst op straat z’n meerwaarde. Op alledaags asfalt van wisselende kwaliteit blijkt het systeem meester in het gladstrijken van oneffenheden zonder daarbij in te boeten op kernwaarden als stabiliteit en koersvastheid.

DTC, ASC, DDC, het gevaar door de kabelbomen het bos niet meer te zien ligt op de loer bij BMW’s nieuwst aanwinst. Zeker aangezien het leeuwendeel van de elektronica optioneel is. Hoe goed is de 14.700,- euro kostende ‘instapper’? Hm, blokprestaties en rijwieltechnische balans zijn dermate indrukwekkend dat ook een S1000R zonder elektronica een prima testrapport zal weerleggen. Maar is de Sachs vering zonder DDC ook zo uitmuntend? Het veelzijdige DTC mag boven ieder twijfel verheven zijn, de vrij eenvoudige standaard ASC heeft in het verleden al laten zien een sportieve rijstijl aardig in de weg te kunnen zitten. Wat als een paal boven water staat is dat de S1000R mét DTC en DDC tot de absolute top in het nakedsegment behoort.

Dit was de MotorExpo Assen

0

Altijd spannend, zo’n eerste beurs. Wat is er te doen en wat is er te zien? Voor de thuisblijvers onderstaande foto-gallerij. Veel occasions, kleding- en fanshops en de nodige klassieke en eigenbouw-motoren vormden de basis van de beurs. Daarnaast waren er ook tal van activiteiten te doen en te zien, maar ja, daar moet je volgend jaar toch echt zelf voor komen…

Foto’s: www.ben-media.com

 

[justified_image_grid ids=19163,19164,19165,19166,19167,19168,19169,19170,19171,19172,19173,19174,19175,19176,19177]

Introductie: BMW R1200GS Adventure

0

Nadat vorig jaar al de ‘gewone’ nieuwe GS het licht zag, hebben we lang moeten wachten op de herziene Adventure-uitvoering. MOTO73-redacteur Ad van de Wiel reed afgelopen week voor het eerst op deze nieuwe R1200GS Adventure. Nooit te beroerd om ons te woord te staan vroegen we Ad het hemd van het lijf:

Nou Ad, zo’n Adventure, dat is toch niets meer dan een volledig met BMW-accessoires aangeklede ‘gewone’ GS?

Ad: Dat idee krijg ik ook altijd bij een Adventure. Goed aangekleed en flink wat marketing-jus eroverheen en voila. Toch ligt het wel iets genuanceerder. BMW doet namelijk flink wat meer aan de reiskolos dan bijvoorbeeld alleen een grote benzinetank te monteren. Zo stijgt de veerweg voor en achter met twee centimeter tot 210 en 220 millimeter. Daardoor neemt ook de wielbasis met 3 millimeter toe.
Het geheel is ook flink wat zwaarder, want het rijklare gewicht stijgt van 238 naar 260 kilo, maar dan sleep je wel tien liter benzine meer mee in de imposante dertigliter-tank. Het voelt trouwens ook allemaal groter, want de zadelhoogte stijgt van 850 en 870 naar 890 en 910 millimeter. Los van al die cijfertjes ziet de Adventure er natuurlijk ook gewoon heel anders uit. Het meest opvallend zijn de spaak- in plaats van gietwielen.
En, terugkomend op je vraag, dat zelfs het blok onder handen is genomen, zegt toch genoeg? Een zwaarder vliegwiel en een extra trillingsdemper in de aandrijflijn maken de Adventure nog soepeler in het terrein.

Wat? Aanpassingen aan het blok? Dat was bij de ‘oude’ Adventures toch niet zo? 

Ad: Nee, je kon bij de oude Adventures slechts een kortere eerste versnelling laten monteren om trialachtige passages goed door te komen. Bij het watergekoelde motorblok is er blijkbaar meer behoefte om een paar wilde haren plat te kammen. Het verschil tussen de water- en luchtkoeler mag er dan ook zijn. De laatste generatie boxer is speelser en draait veel gretiger toeren. Het bulkt nog steeds van koppel, maar heeft nu ook een indrukwekkende paardenstal aan boord.

De Adventure is dus wat soepeler, mis je op straat nu niet die agressie die de standaard GS juist heeft?

Ad: Als je de twee direct met elkaar vergelijkt, mis je mogelijk iets. Maar om eerlijk te zijn: tijdens de solotest miste ik geen seconde iets. Het blok reageert nog altijd zeer enthousiast op het verdraaien van het gas. Het watergekoelde boxerblok is het beste wat de Adventure kon overkomen.

En wat viel verder op?

Ad: Los van het nieuwe blok blijft het meeste bij het oude. Een Adventure vervoert je nog altijd in grote luxe. Het zadel is van topkwaliteit, de zitpositie volledig uitgedokterd, de windbescherming uitstekend en de elektronica is eenvoudig te bedienen en bij elke druk op de knop verandert er ook daadwerkelijk iets aan de vering of rijmodus. De Adventure is nog altijd een topfiets die wel met een prijs komt, alleen maakt het blok hem leuker dan ooit.

Waar lezen we je complete testbevindingen?

Ad: In de MOTO73 die volgende week in de supermarkt ligt! Of bij de abonnee op de deurmat, natuurlijk. 

 

[justified_image_grid ids=19154,19155,19156,19157,19158,19159,19160,19161]

In beeld: WSBK- en WSS-tests

0

En daarom blikken we even terug op de WSBK- en WSS-trainingen, weet je nog wel? We doken even in onze fotovoorraad en besloten dat onderstaande kiekjes de twee onlangs gereden testen het mooist in beeld brengen. En stiekem he… vinden we die matzwarte motoren, zonder al teveel sponsor-uitingen, gewoon supergaaf! Van der Mark reed trouwens wel in vol ornaat, zoals op bovenstaande foto te zien is.

Fotocredits: 2SNAP

 

[justified_image_grid ids=19094,19095,19096,19097,19098,19099,19100,19101,19102,19103]

Cal Crutchlow spreekt oorlogstaal

0

Bij Ducati zullen ze wel geweten hebben dat je met Cal Crutchlow iemand in huis haalt die nooit een blad voor de mond neemt, maar nog voor het seizoen goed en wel is begonnen spreekt de Brit al klare oorlogstaal. In een interview met Motor Magazine laat hij weten dat hij niet van plan is op dezelfde manier als Dovisiozo ‘rondjes te rijden’.

Ook geeft hij aan dat er nog heel veel moet gebeuren aan de Desmosedici: ‘Er is niet een aanwijsbaar probleem met de Ducati, maar een hele serie dingen die aangepakt moeten worden. Hij spint teveel, wheeliet teveel en rondt de bochten niet al te fris.’ Crutchlow heeft er echter wel vertrouwen in dat het helemaal goed gaat komen, al zal dat de nodige tijd kosten. 

De Brit vertelt ook openhartig over zijn relatie met zijn oude teambaas, Hervé Poncharal. ‘In Laguna Seca hadden hij en ik de ergste ruzie die je ooit hebt gezien. Ik had hem gezegd iemand anders te contracteren en uiteindelijk sleepte ik hem aan z’n blote poten uit het motorhome’, zo vertelt Crutchlow.

Verder vertelt Crutchlow over zijn voorkeur de underdog te zijn, over dat ‘ie zijn Ducati Hypermotard moest verkopen omdat vrouwlief bijna van de duo-zit viel toen hij een wheelie trok, en blikt hij terug op zijn carriere. 

De nieuwe Motor Magazine ligt, inclusief het totale interview van zes pagina’s, in de winkels en is online te bestellen.