Goed nieuws: op 13 maart gaat de Kawasaki Promo Tour officieel van start. Met maar liefst 25 verschillende data en locaties én 18 verschillende modellen is dit opnieuw de grootste demo tour van Nederland.
Gedurende het seizoen trekt de Promo Tour door het hele land langs alle officiële Kawasaki dealers waarbij een groot deel van het 2026 gamma is te boeken voor een proefrit. Zo zijn de compleet nieuwe Z1100, KLE500, Z650 S en Z900RS aanwezig maar ook populaire modellen als de Z900, Versys 1100, Z H2 en Ninja 650 beschikbaar. Ook aan de jonge motorrijder is gedacht, zo zijn er vier A2 modellen te boeken voor een proefrit.
Het volledige Promo Tour gamma bestaat uit:
Adventure / Adventure Touring – NEW KLE500 SE (2x) – Versys 1100 SE (2x) – Versys 650
Naked – Z H2 SE – NEW Z1100 SE – Z900 SE – Z900 – NEW Z650 S
Deelname is eenvoudig, maar wacht niet te lang, want vol = vol! 1. Bekijk de kalender op www.kawasakipromotour.nl 2. Selecteer de gewenste datum en locatie 3. Reserveer online jouw proefrit op het model naar keuze (maximaal 2 per persoon) 4. Have fun!
Het hele jaar door proefrijden
Hoewel de Kawasaki Promo Tour hét moment is waarop een het grootste deel van het modellengamma op één locatie samenkomt, is proefrijden bij Kawasaki uiteraard niet beperkt tot alleen deze eventdata. Geïnteresseerden kunnen het hele jaar door bij hun officiële Kawasaki-dealer terecht om een proefrit aan te vragen en kennis te maken met hun favoriete model. Neem hiervoor contact op met de dichtstbijzijnde Kawasaki dealer en bespreek de mogelijkheden.
Nicolò Bulega ging zwemmend over de finish na zijn zege in de natte tweede race.
Dat Nicolò Bulega driemaal wist te winnen tijdens de openingsronde van het World Superbike-kampioenschap op Phillip Island, was voor niemand een verrassing. Opmerkelijker was welke rijders daarnaast het podium wisten te halen, met Ducati en Bimota als veruit de sterkste fabrikanten. In de World Supersport behaalde Albert Arenas de meeste WK-punten, terwijl Jaume Masia zich als snelste coureur liet gelden. Voor het eerst in lange tijd stonden er geen Nederlandse coureurs aan de start van de WorldSBK-seizoensopener.
Vorig jaar staken Toprak Razgatlıoğlu (BMW) en Nicolò Bulega (Ducati) al ver boven de rest van het World Superbike (WorldSBK)-veld uit. Na het vertrek van wereldkampioen Razgatlıoğlu naar de MotoGP bleef nummer twee Bulega over. Zijn Ducati Panigale V4 R was al de beste motor van het veld en het nieuwe model lijkt het verschil met de overige fabrikanten alleen maar groter te hebben gemaakt. De combinatie van Bulega en Ducati zorgt ervoor dat de beste rijder op de beste motor zit. Dat werd ook tijdens de WorldSBK-openingsronde op Phillip Island overduidelijk. Tijdens de testdagen aan het begin van de week in Australië was de Italiaan constant ruim een halve seconde sneller dan de rest. In de trainingen tijdens het raceweekend werd dat verschil teruggebracht tot ongeveer een halve seconde. Toch schreef Bulega met speels gemak de eerste race van het seizoen op zijn naam. In de Superpole Race viel de Ducati-rijder bij de start even terug naar de vierde plaats, maar al snel werkte hij zich weer naar voren en won opnieuw met overmacht. Voor de tweede race was het nog even spannend, omdat er ditmaal op een natte baan werd gereden. Maar ook toen stond er geen maat op Bulega, waardoor hij net als vorig jaar met een hattrick aan het seizoen begon. Achter hem stonden verschillende rijders op het podium, waardoor Bulega direct al een ruime voorsprong heeft genomen in het wereldkampioenschap. De vraag is wie Bulega in 2026 kan stoppen en kan voorkomen dat het in de strijd om de overwinning een voorspelbaar seizoen wordt. Het enige waar de concurrentie zich aan vast kan houden, is dat Phillip Island meestal geen realistisch beeld geeft van de onderlinge verhoudingen voor de rest van het seizoen. Maar het gat tussen Bulega en de rest in Australië was wel erg groot en lijkt niet zomaar te worden overbrugd.
Achter Bulega was het wel interessant in de strijd om de overige podiumplaatsen met een aantal verrassende gezichten. Het was duidelijk dat Ducati en Bimota over het beste pakket beschikten op Phillip Island. Ook Garrett Gerloff zat er met Kawasaki goed bij en reed ruim binnen de top tien. In de eerste race waren Yari Montella en Lorenzo Baldassarri de verrassingen op het podium. Voor beide Italianen was het hun eerste keer in de WorldSBK. Bimota-rijders Axel Bassani en Alex Lowes eindigden in die eerste race als vierde en zesde, maar een dag later deden ze het nog beter. In de Superpole Race finishten beide Bimota-rijders in de top drie: Bassani werd tweede en Alex Lowes won de strijd om de derde plaats van Montella en zijn broer Sam Lowes. In de tweede, natte race gingen beide Lowes-broers onderuit, waarbij Sam zijn pols brak. Ook deze keer kwam Montella weer verrassend sterk voor de dag. De Ducati-rijder was op weg naar een tweede plaats toen hij zes ronden voor het einde onderuit schoof. Bassani profiteerde en eindigde opnieuw als tweede. Vorig jaar moest Bassani het nog duidelijk afleggen tegen zijn teamgenoot Alex Lowes, maar op Phillip Island was hij over het hele weekend net iets sterker dan de Brit. Álvaro Bautista – die vanaf dit jaar uitkomt voor het Barni Spark Racing Team op een Ducati – werd derde. Opvallend: de top vier in het wereldkampioenschap na de eerste ronde wordt met Bulega, Bassani, Montella en Baldassarri volledig bezet door Italianen rijdend met Italiaanse fabrikanten, drie keer een Ducati en één keer een Bimota.
1 van 3
De Italianen Yari Montella (5), Axel Bassani (47) en Lorenzo Baldassarri (34) waren de verrassingen tijdens de WorldSBK-openingsronde in Australië.
Bimota-rijder Alex Lowes eindigde zondag twee keer als tweede, waarmee hij nu ook tweede staat in het wereldkampioenschap.
BMW-rijders Miguel Oliveira (88) en Danilo Petrucci (9) konden zich niet mengen in de strijd om de top-vijf.
BMW valt tegen
BMW heeft dit jaar een compleet nieuwe rijdersline-up met Miguel Oliveira en Danilo Petrucci. Oliveira maakte in de kwalificatie direct kennis met het feit dat het WorldSBK-format anders is dan de MotoGP, waar hij vandaan komt. Vroeg in de kwalificatie kwam de Portugees ten val zonder dat hij een geklokte ronde had staan. Aangezien er in de WorldSBK niet direct een tweede motor klaarstaat, kon hij niet verder en moest hij achteraan op de grid starten. Oliveira reed wel een keurige inhaalrace in de eerste wedstrijd en finishte als achtste, nog vóór zijn teamgenoot Petrucci. Die was vanaf een zesde startplaats teruggevallen naar de tiende positie. In de Superpole Race was Oliveira in de laatste ronde opgeklommen naar de negende plaats, wat hem een startplek op de derde startrij voor de tweede race had opgeleverd. Maar opnieuw zat het de BMW-coureur niet mee. In de slotronde kreeg hij te maken met een technisch probleem, waardoor hij ver terugviel. Voor de tweede race moest hij daardoor opnieuw als laatste starten. Oliveira en Petrucci staan te boek als uitstekende regenrijders, maar het zegt veel over hun huidige gevoel met de motor dat ze, ondanks vele uitvallers, niet verder kwamen dan een zesde en zevende plaats in de tweede race.
De afgelopen jaren was het verschil tussen Razgatlıoğlu en Michael van der Mark behoorlijk groot, wat er mede toe heeft geleid dat de Nederlander vanaf dit seizoen geen vast zitje meer heeft en nu als testrijder aan het BMW-team is verbonden. De eerste ronde van het seizoen onderstreepte nog maar eens dat Razgatlıoğlu een buitengewoon talent is, want ook toprijders als Oliveira en Petrucci hebben het voorlopig niet gemakkelijk op de BMW M1000RR. Daaruit mag voorzichtig worden geconcludeerd dat Van der Mark het de afgelopen jaren zeker niet slecht heeft gedaan op deze motor.
Niet alleen BMW had het lastig, ook Yamaha viel tegen. Xavi Vierge kwam nog het best voor de dag en was de enige Yamaha-rijder die zich op een droge baan binnen de top tien wist te rijden. Honda heeft met Jake Dixon en Somkiat Chantra twee nieuwe coureurs uit de Grand Prix, maar zij waren vanwege blessures beiden afwezig tijdens het raceweekend in Australië.
Masia en Arenas winnen in WorldSSP
Na de tests aan het begin van de week op Phillip Island was er ook in de WorldSSP één duidelijke favoriet. Jaume Masia was met zijn Ducati veruit het snelst en demonstreerde dat opnieuw in de trainingen, wat hem de eerste poleposition van het seizoen opleverde. Ook in de eerste race stond er geen maat op Masia en wist hij zich al snel los te rijden. De Spanjaard – die in 2024 nog Moto3-wereldkampioen werd – pakte daarmee zijn derde zege in de WorldSSP. In het gevecht om de tweede plaats profiteerde Philipp Öttl, die eveneens kon ontsnappen en zijn beste resultaat in deze klasse behaalde. De strijd om de derde plaats bleef lang spannend, maar ging uiteindelijk naar thuisrijder Oli Bayliss, die zijn eerste podiumplek in de WorldSSP behaalde. Pata Yamaha
Ten Kate Racing heeft na de wereldtitel van vorig jaar met Stefano Manzi een nieuwe sterke troef in Can Öncü, die vorig seizoen als tweede eindigde in het kampioenschap. Maar de Yamaha’s waren op een droge baan op Phillip Island niet in staat om bij Masia in de buurt te blijven. Öncü leek lange tijd de beste Yamaha-rijder te worden met een vierde plaats, maar werd op de finish nog gepasseerd door debutant Albert Arenas, die is overgekomen uit het Moto2-wereldkampioenschap.
Albert Arenas kende met een vierde en een eerste plaats een uitstekend WorldSSP-debuut.
Ten Kate twee keer vijfde
De tweede race gaf een compleet ander beeld, omdat het voor de start had geregend. De baan was niet extreem nat, waardoor de rijders voor een lastige bandenkeuze stonden. Een handvol rijders koos voor slicks en dat bleek de juiste beslissing. De overige coureurs op regenbanden moesten tijdens de race naar binnen voor een bandenwissel. Arenas was een van de rijders die voor slicks koos en hij won de chaotische race voor zijn teamgenoot Aldi Mahendra, die nota bene vanaf de laatste startpositie was vertrokken. Öncü hield de schade beperkt. Hij was de enige rijder die, ondanks een pitstop, binnen een ronde van winnaar Arenas finishte. Öncü werd vijfde. Zijn Pata Yamaha Ten Kate Racing-teamgenoot Yuki Okamoto stelde teleur en finishte tweemaal buiten de WK-punten. De top drie van de eerste race – Masia, Öttl en Bayliss – eindigden respectievelijk als tiende, elfde en twaalfde in de tweede race.
Door deze wisselende resultaten is Arenas na de eerste ronde de leider in het WorldSSP-kampioenschap. Een competitie die het in 2026 helaas moet doen zonder Nederlandse coureurs, nadat er vorig jaar met Bo Bendsneyder, Glenn van Straalen en Loris Veneman nog drie landgenoten aan het seizoen begonnen. Wel is er met het EAB Racing Team – uitkomend met een Ducati – een tweede Nederlands team in de WorldSSP. De Deen Simon Jespersen is hun coureur. In de eerste race deed Jespersen het goed in een veld dat in de breedte sterk bezet is in 2026. De EAB Racing Team-rijder streed mee om een top-tienklassering en werd twaalfde. In de hectische tweede race eindigde hij als zestiende.
Robert ‘Rob’ Iannucci, oprichter en eigenaar van het beroemde, klassieke Team Obsolete-motorraceteam, is op 7 december 2025 overleden op 80-jarige leeftijd. Rob stond bekend om zijn enorme passie voor de geschiedenis. Of hij nu legendarische motorfietsen weer tot leven bracht, vergeten schepen uit de Tweede Wereldoorlog nieuw leven inblies of historische gebouwen renoveerde, Rob pakte alles aan op zijn eigen karakteristieke manier: met heel veel passie, vastberadenheid en gedrevenheid.
Sinds medio jaren ’80 had ik regelmatig contact met Rob en ik bezocht hem regelmatig in New York. Vaak om te overleggen over bepaalde motoren of onderdelenpartijen die hij op het spoor was gekomen, het afdrukken van foto’s uit ons archief of het delen van historisch documentatiemateriaal om de juiste details van een klassieke racer goed in kaart te brengen. Maar vaak ook om gewoon te genieten van een goed gesprek en wat time off voor ons beiden.
Rob groeide op in Rochelle Park in New Jersey, maar zag het levenslicht in New York. Zijn opa was een zoon van straatarme, verdreven Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa. Hij was een dakloze die in grote armoede op straat leefde in de Lower East Side van Manhattan voordat hij werd opgenomen door een liefdevol gezin. Robs ouders konden met pijn en moeite de touwtjes aan elkaar vastknopen. Volgens Rob had het gezin ‘net genoeg om niet weg te kwijnen’. Tegenspoed was normaal binnen het gezin, het gaf Rob een keiharde vastberadenheid en vechtlust zich te verbeteren en sociale problematieken aan te pakken. Rob had een zeldzaam talent om potentieel te herkennen waar anderen alleen maar achteruitgang zagen. Dat vond ik bijzonder van hem en het is ook de reden waarom een aantal heel historische wegracers nog steeds op deze wereld zijn.
Tijdens zijn middelbareschooltijd ging hij na school in een autogarage werken. De autotechniek wekte een grote interesse bij hem op. Hij vond het heerlijk om uit te vinden hoe iets werkte. Rob begon zijn carrière als ambtenaar. Hij werkte als assistent-officier van justitie in Brooklyn en was lange tijd actief als maatschappelijk werker en reclasseringsambtenaar in zowel New York als New Jersey. Ontwikkelingswerk deed hij ook; tijdens zijn dienst bij het Peace Corps was hij actief in Barbados en Jamaica en gaf hij de lokale vissersmarkten een nieuwe impuls door de oprichting van visserscoöperaties. Het was een eerste weerspiegeling van zijn wens om gemeenschappen te versterken door mensen de middelen te geven om iets van hun leven te maken. Tijdens zijn tijd bij het Peace Corps ontmoette hij ook zijn vrouw en levenslange zakenpartner, Sonia Ewers. Rob was een van de oprichters van de AHRMA, de American Historic Racing Motorcycle Association, een organisatie die evenementen organiseert waar historische wegracers weer het circuit op gaan.
De Arter Matchless G50 ‘Wagonwheels’ uit 1969, ontworpen door Peter Williams, Tom Arter en Formule 1 specialist Metalcraft (frame). Bijzonder was de combinatie van gietwielen en schijfremmen. De gietwielen gaven ook de bijnaam ‘wagonwheels’.
Superzeldzame Honda
Rob werd bij het grote publiek bekend dankzij zijn eigen historische motorraceteam: Team Obsolete. Onder Robs bezielende leiding werd een van ’s werelds meest bewonderde collecties van Grand Prix-racers opgebouwd, waaronder de superzeldzame Honda RC165 250cc zescilinder uit 1964 die bereden is door Jim Redman, Agostini’s MV 350cc driecilinders uit 1967 en 1976, Renzo Pasolini’s 350cc Benelli viercilinder uit 1968, Cal Rayborn’s Harley-Davidson XRTT 750 uit 1973, de ex-Bob McIntyre 500cc AJS E95 Porcupine en de bijzondere Arter Matchless G50 ‘Wagonwheels’ van Peter Williams. Maar er zijn er nog zoveel, zoveel meer. Het zijn stuk voor stuk machines waarvan veel motorliefhebbers de wens koesteren om ze ooit eens echt in actie te zien en om het vaak zo machtige en krachtige uitlaatgeluid te ervaren. En dan liefst in handen van de kampioenen die er ooit op reden.
Het bijzondere van Rob Iannucci was dat hij die liefhebbers die mogelijkheid gaf. Vanaf 1978 nam Team Obsolete aan meer dan 1.800 races en motorsportevenementen deel, met rijders zoals Giacomo Agostini, Phil Read, Jim Redman, Kenny Roberts en Dave Roper, de enige Amerikaan die de TT op het eiland Man wist te winnen. Het was bijzonder om zijn werkplaats in New York te bezoeken, de schitterende motoren en de indrukwekkende hoeveelheid onderdelen, motorblokken en knowhow maakten altijd grote indruk.
De laatste tien jaar verdiepte ons contact nog wat verder, door de grote interesse die zowel ik maar met name mijn zoon in de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben. Die interesse werd ook door Rob gedeeld. Rob vond het heerlijk om ook met iets anders bezig te zijn dan alleen maar Team Obsolete. Hij werkte onvermoeibaar om marineschepen uit de Tweede Wereldoorlog te redden via zijn non-profit Fleet Obsolete Restoration Project. Hij redde vijf heel bijzondere motortorpedoboten uit de Tweede Wereldoorlog van de ondergang, net zoals een legersleepboot uit de oorlog en een voormalig drijvend hospitaalponton. Sommige van deze schepen hadden gevochten in de Pacific en waren betrokken bij de landingen in Normandië. In Europa deed mijn zoon veel onderzoek naar dit soort schepen voor Rob en bezocht archieven en rederijen die zich met dit soort schepen bezighielden. Robs passie voor dit soort schepen kwam voort uit zijn jeugd, toen hij een zeescout was.
Diepe eerbied
Rob had een succesvolle advocatenfirma die veel van zijn activiteiten financierde. Maar hij was ook actief in de vastgoedsector en verdiende daar een goede boterham mee. Hij blies unieke en noodlijdende panden in de Verenigde Staten en het Caribisch gebied met succes nieuw leven in.
Rob Iannucci was zeker niet altijd een gemakkelijk en gemoedelijk mens en daar was hij zich van bewust. Zelf vond hij zijn ambities vaak gedurfd, hij was van mening dat dit kwam door een diepe eerbied voor het verleden. Hij geloofde dat geschiedenis beschermd, geëerd en gedeeld moest worden. Juist daar leeft zijn nalatenschap in voort. Of dat nu gerelateerd was aan een delicate historische motorfiets, een volledig verweerde motortorpedoboot uit de Tweede Wereldoorlog of een compleet vervallen pand in een tot getto verworden, vergeten oud havenstadje.
Rob laat familie, collega’s en vele vrienden achter zich en elk van hen draagt de inspiratie van zijn werk en zijn buitengewone passie met zich mee.
Dat Nicolò Bulega driemaal wist te winnen tijdens de openingsronde van het World Superbike-kampioenschap op Phillip Island, was voor niemand een verrassing. Opmerkelijker was welke rijders daarnaast het podium wisten te halen, met Ducati en Bimota als veruit de sterkste fabrikanten. In de World Supersport behaalde Albert Arenas de meeste WK-punten, terwijl Jaume Masia zich als snelste coureur liet gelden. Voor het eerst in lange tijd stonden er geen Nederlandse coureurs aan de start van de WorldSBK-seizoensopener.
Vorig jaar staken Toprak Razgatlıoğlu (BMW) en Nicolò Bulega (Ducati) al ver boven de rest van het World Superbike (WorldSBK)-veld uit. Na het vertrek van wereldkampioen Razgatlıoğlu naar de MotoGP bleef nummer twee Bulega over. Zijn Ducati Panigale V4 R was al de beste motor van het veld en het nieuwe model lijkt het verschil met de overige fabrikanten alleen maar groter te hebben gemaakt. De combinatie van Bulega en Ducati zorgt ervoor dat de beste rijder op de beste motor zit. Dat werd ook tijdens de WorldSBK-openingsronde op Phillip Island overduidelijk. Tijdens de testdagen aan het begin van de week in Australië was de Italiaan constant ruim een halve seconde sneller dan de rest. In de trainingen tijdens het raceweekend werd dat verschil teruggebracht tot ongeveer een halve seconde. Toch schreef Bulega met speels gemak de eerste race van het seizoen op zijn naam. In de Superpole Race viel de Ducati-rijder bij de start even terug naar de vierde plaats, maar al snel werkte hij zich weer naar voren en won opnieuw met overmacht. Voor de tweede race was het nog even spannend, omdat er ditmaal op een natte baan werd gereden. Maar ook toen stond er geen maat op Bulega, waardoor hij net als vorig jaar met een hattrick aan het seizoen begon. Achter hem stonden verschillende rijders op het podium, waardoor Bulega direct al een ruime voorsprong heeft genomen in het wereldkampioenschap. De vraag is wie Bulega in 2026 kan stoppen en kan voorkomen dat het in de strijd om de overwinning een voorspelbaar seizoen wordt. Het enige waar de concurrentie zich aan vast kan houden, is dat Phillip Island meestal geen realistisch beeld geeft van de onderlinge verhoudingen voor de rest van het seizoen. Maar het gat tussen Bulega en de rest in Australië was wel erg groot en lijkt niet zomaar te worden overbrugd.
De Italianen Yari Montella (5), Axel Bassani (47) en Lorenzo Baldassarri (34) waren de verrassingen tijdens de WorldSBK-openingsronde in Australië.
Italianen verrassen
Achter Bulega was het wel interessant in de strijd om de overige podiumplaatsen met een aantal verrassende gezichten. Het was duidelijk dat Ducati en Bimota over het beste pakket beschikten op Phillip Island. Ook Garrett Gerloff zat er met Kawasaki goed bij en reed ruim binnen de top tien. In de eerste race waren Yari Montella en Lorenzo Baldassarri de verrassingen op het podium. Voor beide Italianen was het hun eerste keer in de WorldSBK. Bimota-rijders Axel Bassani en Alex Lowes eindigden in die eerste race als vierde en zesde, maar een dag later deden ze het nog beter. In de Superpole Race finishten beide Bimota-rijders in de top drie: Bassani werd tweede en Alex Lowes won de strijd om de derde plaats van Montella en zijn broer Sam Lowes. In de tweede, natte race gingen beide Lowes-broers onderuit, waarbij Sam zijn pols brak. Ook deze keer kwam Montella weer verrassend sterk voor de dag. De Ducati-rijder was op weg naar een tweede plaats toen hij zes ronden voor het einde onderuit schoof. Bassani profiteerde en eindigde opnieuw als tweede. Vorig jaar moest Bassani het nog duidelijk afleggen tegen zijn teamgenoot Alex Lowes, maar op Phillip Island was hij over het hele weekend net iets sterker dan de Brit. Álvaro Bautista – die vanaf dit jaar uitkomt voor het Barni Spark Racing Team op een Ducati – werd derde. Opvallend: de top vier in het wereldkampioenschap na de eerste ronde wordt met Bulega, Bassani, Montella en Baldassarri volledig bezet door Italianen rijdend met Italiaanse fabrikanten, drie keer een Ducati en één keer een Bimota.
Bimota-rijder Alex Lowes eindigde zondag twee keer als tweede, waarmee hij nu ook tweede staat in het wereldkampioenschap.
BMW valt tegen
BMW heeft dit jaar een compleet nieuwe rijdersline-up met Miguel Oliveira en Danilo Petrucci. Oliveira maakte in de kwalificatie direct kennis met het feit dat het WorldSBK-format anders is dan de MotoGP, waar hij vandaan komt. Vroeg in de kwalificatie kwam de Portugees ten val zonder dat hij een geklokte ronde had staan. Aangezien er in de WorldSBK niet direct een tweede motor klaarstaat, kon hij niet verder en moest hij achteraan op de grid starten. Oliveira reed wel een keurige inhaalrace in de eerste wedstrijd en finishte als achtste, nog vóór zijn teamgenoot Petrucci. Die was vanaf een zesde startplaats teruggevallen naar de tiende positie. In de Superpole Race was Oliveira in de laatste ronde opgeklommen naar de negende plaats, wat hem een startplek op de derde startrij voor de tweede race had opgeleverd. Maar opnieuw zat het de BMW-coureur niet mee. In de slotronde kreeg hij te maken met een technisch probleem, waardoor hij ver terugviel. Voor de tweede race moest hij daardoor opnieuw als laatste starten. Oliveira en Petrucci staan te boek als uitstekende regenrijders, maar het zegt veel over hun huidige gevoel met de motor dat ze, ondanks vele uitvallers, niet verder kwamen dan een zesde en zevende plaats in de tweede race.
De afgelopen jaren was het verschil tussen Razgatlıoğlu en Michael van der Mark behoorlijk groot, wat er mede toe heeft geleid dat de Nederlander vanaf dit seizoen geen vast zitje meer heeft en nu als testrijder aan het BMW-team is verbonden. De eerste ronde van het seizoen onderstreepte nog maar eens dat Razgatlıoğlu een buitengewoon talent is, want ook toprijders als Oliveira en Petrucci hebben het voorlopig niet gemakkelijk op de BMW M1000RR. Daaruit mag voorzichtig worden geconcludeerd dat Van der Mark het de afgelopen jaren zeker niet slecht heeft gedaan op deze motor.
BMW-rijders Miguel Oliveira (88) en Danilo Petrucci (9) konden zich niet mengen in de strijd om de top-vijf.
Niet alleen BMW had het lastig, ook Yamaha viel tegen. Xavi Vierge kwam nog het best voor de dag en was de enige Yamaha-rijder die zich op een droge baan binnen de top tien wist te rijden. Honda heeft met Jake Dixon en Somkiat Chantra twee nieuwe coureurs uit de Grand Prix, maar zij waren vanwege blessures beiden afwezig tijdens het raceweekend in Australië.
Masia en Arenas winnen in WorldSSP
Na de tests aan het begin van de week op Phillip Island was er ook in de WorldSSP één duidelijke favoriet. Jaume Masia was met zijn Ducati veruit het snelst en demonstreerde dat opnieuw in de trainingen, wat hem de eerste poleposition van het seizoen opleverde. Ook in de eerste race stond er geen maat op Masia en wist hij zich al snel los te rijden. De Spanjaard – die in 2024 nog Moto3-wereldkampioen werd – pakte daarmee zijn derde zege in de WorldSSP. In het gevecht om de tweede plaats profiteerde Philipp Öttl, die eveneens kon ontsnappen en zijn beste resultaat in deze klasse behaalde. De strijd om de derde plaats bleef lang spannend, maar ging uiteindelijk naar thuisrijder Oli Bayliss, die zijn eerste podiumplek in de WorldSSP behaalde. Pata Yamaha Ten Kate Racing heeft na de wereldtitel van vorig jaar met Stefano Manzi een nieuwe sterke troef in Can Öncü, die vorig seizoen als tweede eindigde in het kampioenschap. Maar de Yamaha’s waren op een droge baan op Phillip Island niet in staat om bij Masia in de buurt te blijven. Öncü leek lange tijd de beste Yamaha-rijder te worden met een vierde plaats, maar werd op de finish nog gepasseerd door debutant Albert Arenas, die is overgekomen uit het Moto2-wereldkampioenschap.
Albert Arenas kende met een vierde en een eerste plaats een uitstekend WorldSSP-debuut.
Ten Kate twee keer vijfde
De tweede race gaf een compleet ander beeld, omdat het voor de start had geregend. De baan was niet extreem nat, waardoor de rijders voor een lastige bandenkeuze stonden. Een handvol rijders koos voor slicks en dat bleek de juiste beslissing. De overige coureurs op regenbanden moesten tijdens de race naar binnen voor een bandenwissel. Arenas was een van de rijders die voor slicks koos en hij won de chaotische race voor zijn teamgenoot Aldi Mahendra, die nota bene vanaf de laatste startpositie was vertrokken. Öncü hield de schade beperkt. Hij was de enige rijder die, ondanks een pitstop, binnen een ronde van winnaar Arenas finishte. Öncü werd vijfde. Zijn Pata Yamaha Ten Kate Racing-teamgenoot Yuki Okamoto stelde teleur en finishte tweemaal buiten de WK-punten. De top drie van de eerste race – Masia, Öttl en Bayliss – eindigden respectievelijk als tiende, elfde en twaalfde in de tweede race.
Door deze wisselende resultaten is Arenas na de eerste ronde de leider in het WorldSSP-kampioenschap. Een competitie die het in 2026 helaas moet doen zonder Nederlandse coureurs, nadat er vorig jaar met Bo Bendsneyder, Glenn van Straalen en Loris Veneman nog drie landgenoten aan het seizoen begonnen. Wel is er met het EAB Racing Team – uitkomend met een Ducati – een tweede Nederlands team in de WorldSSP. De Deen Simon Jespersen is hun coureur. In de eerste race deed Jespersen het goed in een veld dat in de breedte sterk bezet is in 2026. De EAB Racing Team-rijder streed mee om een top-tienklassering en werd twaalfde. In de hectische tweede race eindigde hij als zestiende.
Voor Yoshi Verstraete was het bezit van een eigen Harley-Davidson nooit een echte prioriteit. Toch is hij van oordeel dat elke pur sang motorfanaat vroeg of laat op een Harley moet gereden hebben. Wanneer hij een 1954 Panhead te koop krijgt aangeboden, slaat hij dan ook gezwind en zonder weifelen toe!
Yoshi vertelt: “Het begon eigenlijk met een kameraad waarmee ik veelvuldig naar motormeetings optrok. Die kerel had een Panhead van het bouwjaar 1954 op stal staan. Met het oversteken van de kaap van vijftig levensjaren, zag hij er steeds verder tegenop om de gedateerde twin op gang te meppen. Op zijn hedendaagse Harley was het veel comfortabeler toeven en een moderne elektrische starter begon hij ontzettend te waarderen. De gemoedsrust werd een steeds belangrijker factor, want tochtjes op een bejaard vehikel houden meestal een onvoorspelbaar avontuur in. Je weet immers nooit wanneer en of je wel de bestemming haalt.”
Meer Yoshi
Naam
Yoshi Verstraete
Bouwjaar
1992
Beroep
Militair
Type
Zeer koppig
Drank
Dark ‘n’ Stormy
Eten
Entrecote in de roquefortsaus voor 2 (zonder delen)
Mannen zijn
Kordaat
Vrouwen zijn
Fraai op een moto
Beste Film
Band of Brothers
Muziek
Rock, Hiphop
Boek
Panhead Manual
Sport
Lopen, Fietsen, Zwemmen
Hobby
Customizen, Meubels maken
Motorervaringen
Motoren betekenen
Passie, een hap uit mijn budget
Droommotor
Liberator, Knucklehead
Meest pijnlijke moment
Doorgebroken frame, onderweg naar herdenking van een overleden vriend
Mooiste motorervaring
Erkenning voor mijn eerste zelfbouwmotor op Flanders Chopper Bash
Zonder motoren zou ik
Veel spaargeld hebben
Gebruikt de motor meest voor
Kop leegmaken, zondagse toerkes
Wat maakt deze motor speciaal
Is mijn allereerste Harley
Wat kan er beter aan de motor
Springer vork
Gevoel bij eerst start motor
Verering voor de twinsound
Bezondig in het verkeer aan
Oei, snelheid…
Persoonlijk voorbeeld
Maxwell Hazan (Chopperbouwer)
Heb een hekel aan
Mensen die bochten nemen met 3 km/h
Lijfspreuk
Rijk leven en niet rijk worden
Heeft uw motor een naam
Panny
Wat met 5 miljoen
Grote hangaar, vol machines om motoren te verbouwen
1 van 9
IN GOEDE HANDEN
Yoshi vervolgt: “Mijn vriend begon zich geleidelijk aan verschrikkelijk te ergeren aan de kuren van zijn oude Panhead. Zo’n antiek rijtuig remt als een postkoets en een hardtail is vanzelfsprekend geen cadeau voor de rug. Ik verbouw heel graag motoren, maar omdat de onderdelen voor een Harley vaak nogal duur uitvielen, had ik tot dan bewust de boot wat afgehouden. Nu zag ik echter mijn kans en langzamerhand besloot ik hem warm te maken voor de verkoop van zijn Panhead. De reactie was aanvankelijk nog negatief, maar op zekere dag wou Eric hem toch voor een schappelijk prijsje aan mij verpatsen. Vooral omdat hij wist dat de Amerikaan in goede handen terecht zou komen. De motor had een tijdje stilgestaan en dat zorgde voor problemen met de elektriciteit. De dynamo heb ik van 6 naar 12 Volt omgebouwd. Ik was enkel vertrouwd met Belgische en Europese motoren en het heeft nogal een tijdje geduurd alvorens ik doorhad dat de generator anders geaard moest worden. Met de hulp van een paar vrienden ben ik er uiteindelijk toch uitgeraakt. De gemonteerde luchtfilter zat tijdens het rijden hinderlijk in de weg en werd vervangen door een kleiner exemplaar zonder merklogo. Die heb ik van een vriend gekregen. Een voorrem zit er voorlopig niet op, dat komt later wel goed. Verder moesten er nog een aantal kleine onderdelen vervangen worden. Na een grote onderhoudsbeurt was de motor klaar voor gebruik. Het motorblok had immers nog niet zo lang een volledige revisie gekregen bij Barry van Motortechnica. Het was nooit mijn bedoeling om de Panhead picobello op te lappen. Een krasje hier en daar is niet zo erg, hij mag er gebruikt uitzien.”
Knipperlichten, spiegels en tellers ontbreken. “Door het ontbreken van een benzinemetertje kwam ik meermaals langs de kant van de weg te staan”, verklapt Yoshi lachend. “De conisch vormde tank bracht me in de waan steeds voldoende brandstof te hebben. Het laatste litertje verdwijnt echter supersnel en het duurde helaas een tijdje voor ik doorhad dat ik amper op het reservekraantje kon rekenen. Met het zelfgemonteerde darmpje op de zijkant van de tank kan ik thans het peil nauwlettend in het oog houden. Een belangrijk detail dat de stevig oplopende frustraties allengs deed wegsmelten. De nummerplaat kreeg een traditioneel plekje op het achterspatbord. Met een op de zijkant geplaatste plaathouder botste ik in de garage overal tegen tijdens het manoeuvreren, waardoor de plaat geplooid raakte. Op de vrijgekomen plaats heb ik een steuntje voor een jerrycan gemaakt, zodat ik extra brandstof kan meenemen. Voor langere trajecten kan ik een kitbag tegen de selfmade sissybar binden. De meeste verbouwingen staan echter op het conto van Eric, de vorige eigenaar. Dat geldt ook voor de fraai blaffende uitlaten. Er bestaat niks dat het pittige geluid van een oldskool Harley evenaart, het beroert letterlijk de ziel. De chopper scene en de manier van rijden boeit me enorm. Je moet eigenlijk een beetje koppig zijn om een chopper te bouwen, anders blijf je niet doorgaan wanneer het weer eens tegen zit. Als bouwer moet je de touwtjes stevig in handen hebben en tegenslag onverzettelijk de kop kunnen bieden.”
OUD IJZER
Het is de bedoeling om de motor duchtig te gebruiken. “Het 1200cc blok is alleszins geschikt om langere trajecten af te haspelen”, oppert de Oost-Vlaming. “Van de hardtail constructie heb ik momenteel niet zoveel last. Het past bij de stijl van de motor. Wie comfort wil moet maar een Road Glide of Goldwing kopen. Door mijn job kan ik helaas weinig evenementen aandoen, maar The Hook Up in Engeland en een paar dagetappes van 300 km doorheen België staan alvast op de wishlist. Uitstappen worden zelden gepland en doen zich voor op ‘dode’ momenten. Ik heb drie kinderen en dan is het dikwijls wat improviseren. Mijn zoon Bas is enorm gefascineerd door techniek en wil later mechanica studeren. Ik heb een kapotte quad gekocht om samen te repareren en hem vertrouwd te maken met de basistechnieken. Van zodra het tuig rijvaardig is rijden we hem terug kapot, zodat we telkens opnieuw kunnen herbeginnen. Onlangs heb ik een Willys Desert Jeep uit 1946 geërfd, die destijds door de SAS werd ingezet. Met behulp van een ‘Giraffe’ hijskraan heb ik het motorblok verwijderd om het te kunnen reviseren. Mijn dochters Jane en Noor zijn eveneens geïnteresseerd en helpen gewillig met het aangeven van het juiste gereedschap. Het is hier bij wijlen een drukke bedoening, want ik heb ook nog een hot rod om aan te sleutelen. Tussendoor komen er ook nog vrienden binnenwippen, onder het mom dat ze wat oud ijzer komen brengen. Maar stilletjes hopen ze dat ik er iets moois uit vervaardig dat ze terug kunnen meenemen.”
HALLUCINATIES
Ondanks de personalisatie bleef de authentieke stijl van de Panhead en het respect voor de Rabbit Ears overeind. De tank is met Ford Bronco lak gespoten; een kleurstelling die een zeker vintage gehalte uitstraalt en goed bij de motor aansluit. Yoshi heeft overigens nog uitgebreide plannen met de motor. “Het is een project dat leeft. Elke week denk ik er weer anders over. Onlangs heb ik van het werk twee brandblusapparaten met vervallen houdbaarheidsdatum meegebracht. Die wil ik verslijpen en lassen om er een olietank en batterijcover van te maken. Je ziet altijd wel iets om te verbeteren. Het voorwiel is te groot, terwijl de band er iets te smal uitziet en ik krijg alsmaar vaker hallucinaties over koperen olieleidingen en fishtail uitlaten. Op een chopper uit de vijftiger jaren hoort ook een springervork te zitten. Die wil ik zelf met behulp van CNC technologie vervaardigen.”
CHOPPERLIEFHEBBER
Yoshi: “Ik ben altijd al een diehard chopperfanaat geweest, maar toch voelde ik in het verleden nooit een drang om een Harley aan te schaffen. Telkens ik met mijn apocalyptisch verbouwde Gillet op een meeting aankwam, kaapte ik serieus wat aandacht weg. Een paar honderd glimmende Harley’s, oldskool Knuckleheads of Panheads ten spijt. De meeste motorrijders weten niks af van het vergane Belgische motormerk en luttele tellen na aankomst staan er gegarandeerd een tiental toeschouwers te wijzen en foto’s te nemen. De erkenning op de Chopper Bash en de reportage over mijn Gillet in Bigtwin editie 462 zijn een blijk van waardering voor mijn eerste, fel afwijkende zelfbouwcreatie. Het is de kers op de taart. Op het moment dat ik de Panhead aankocht had ik vier Belgische Gillet motoren, een Ural Dnepr, een Triumph Tiger en een Yamaha R6 voor circuitcapriolen in mijn garage staan. Voor een chopperliefhebber was het eigenlijk hoog tijd om er nog een oldskool Harley’tje tussen te duwen. De mindere aandacht neem ik er gerust wel bij.”
Soms duik je in de online wereld van YouTube en ontdek je iets bijzonders. Zo ook deze zes jaar oude video waarin Keanu Reeves zijn indrukwekkende motorcollectie laat zien. Wat begint als kinderlijk enthousiasme in het Toronto van de jaren zeventig, groeide uit tot een serieuze passie – en uiteindelijk tot Arch Motorcycle, Reeves’ eigen high-end motormerk.
Reeves’ liefde voor motoren begon met een 1973 Norton Commando 750, een klassieke Britse machine die hem leerde wat controle en respect voor techniek betekenen. Later volgden Italiaanse parels zoals de Ducati 998 Matrix Edition, een model dat hij nog altijd actief berijdt.
Diezelfde toewijding leidde tot een samenwerking met custombouwer Gard Hollinger. Hun eerste project, een verbouwde Harley-Davidson, liep zó uit de hand dat het resulteerde in de geboorte van Arch Motorcycle in 2011. Het bedrijf bouwt unieke motorfietsen met meer dan tweehonderd eigen onderdelen – geen marketingstunt, maar puur vakmanschap.
Waar kun je beter de 2026 Triumph Bonnevilles testen dan in het altijd zonnige Californië? Want hoe Engels deze motoren ook zijn, dat er een American vibe omheen waart, is je vast al opgevallen. De Bonneville T120, Speedmaster en Bobber, die allemaal hetzelfde motorblok gebruiken, zitten al enige tijd in het gamma. Tijd voor een update dus, want zo gaat dat nu eenmaal. Onder een stevig wolkendek én een heerlijke zon zochten we uit wat die verbeteringen allemaal inhouden.
Kenners van de Bonneville-serie zien wellicht weinig veranderingen ten opzichte van de vorige modeljaren. En daarin hebben ze gelijk. Triumph heeft geen volledig nieuwe motoren gemaakt, maar koos voor kleine onderhuidse en uiterlijke wijzigingen om de Bonnevilles weer bij de tijd te maken. We lopen ze even af, want veel updates zijn hetzelfde voor de drie modellen. Ze krijgen allemaal nieuwe kleuren, bochten-ABS, tractiecontrole, standaard cruisecontrol, een usb-C-aansluiting en ze zijn nu ook beschikbaar als A2-rijbewijsversie. De Speedmaster en Bobber, die op hetzelfde platform staan, hebben nu een grotere brandstoftank van 14 liter, een breder zadel en lichtere aluminium wielen in plaats van de oude stalen exemplaren. Klaar. Dat is het. De korte theorieles zit erop. Rijden dan maar?
Bonneville T120
Starten doen we op het meest iconische model van dit trio, de Bonneville T120. Een tijdloze klassieker met een lijnenspel dat eruitziet als een kind dat een motor moet tekenen. Heel herkenbaar dus, en daarom ook zo succesvol. Er zijn geen overbodige tierlantijntjes of onnodige details, maar je krijgt een puur en eerlijk design. Bekijk de motor trouwens niet alleen van veraf, maar kruip ook eens met je neus tot in de motorruimte. De afwerking is namelijk van een bijzonder hoog niveau, evenals voor de Speedmaster en Bobber. Dat geldt niet alleen voor de mooie en stijlvolle lakopties, maar ook voor het wegwerken van kabels, de aansluiting van verschillende materialen en de machinaal bewerkte onderdelen aan en op het motorblok. De T120 is zo’n typische motor waar je gewoon opstapt en mee vertrekt. Geen gepruts met instellingen of zoeken naar een goede afstelling. Nee, koppeling intrekken, in z’n één klikken en gas erop.
De eenvoud van het design komt terug in de eenvoud van het rijden. Alles gaat soepel en makkelijk, van de motorloop tot het remmen en de vering. Je merkt wel duidelijk meer pit in de paralleltwin ten opzichte van de Bonneville T100, die we eerder reden. 300 cc, 15 pk en 25 Nm extra is ook niet niks, waarmee de T120 uitkomt op 1200 cc, 80 pk en 105 Nm. Zeker geen waarden waar je van achterovervalt, maar die wel voor voldoende plezier zullen zorgen. In de Californische bergen voelt de T120 zich prima thuis. Er zit voldoende gang in om het spannend te houden, terwijl de Brembo-voorrem en KYB-vering voor controle zorgen. Het resultaat is een fijn evenwicht tussen ouderwets, analoog motorrijden en moderne prestaties. Je kunt lekker vlot rijden met de T120, zonder te pushen. Doe je dat wel, rij je al snel tegen de limieten aan qua vermogen en hellingshoek. Het leuke is: de motor daagt je daar nooit voor uit.
Bonneville Speedmaster
Switch. We stappen van de T120 en nemen plaats op de Speedmaster. Niet onze grootste favoriet, door zijn wat saaie en ongeïnspireerde uiterlijk, maar da’s persoonlijk. Of we snappen hem niet, dat kan ook. Hij ziet er gewoon zo braaf uit, hoewel zijn naam anders doet vermoeden. De verwachtingen zijn daarom enigszins aan de hoge kant. We bevinden ons ondertussen hoog in de bergen en de wegen die nu volgen zijn van het bochtige type. Zéér bochtige type. Al snel blijkt dat dit niet de ideale match is voor de Speedmaster. We schrapen in zowat iedere bocht de voetsteunen aan de grond – hoewel we écht proberen dat te voorkomen – maar deze cruiser houdt duidelijk meer van rechtdoor rijden en flauwe bochten, waar uiteraard helemaal niets mis mee is. Dat doet hij trouwens wel heel goed. Je zit comfortabel op het brede zadel, het stuur ligt prima in je handen en het motorblok roffelt robuust verder. Waarom Triumph voor de naam ‘Speedmaster’ gekozen heeft, lijkt ons wat onhandig. Je zou verwachten dat die nét wat trager zijn dan een Rocket 3, maar ‘snelheid’ is nu niet meteen iets wat je aan de Speedmaster zou linken.
Bonneville Bobber
‘Bobber’ klinkt dan weer een stuk duidelijker en vooral gepaster. Een van de mooiste en origineelste modellen uit het Triumph-gamma bewaren we voor het laatst. Het is zonder twijfel een opvallende verschijning, maar zeker geen schreeuwerige. De kleuren, het lijnenspel, de verhoudingen… Alles klopt aan deze machine. Het is wel even zoeken waar je de sleutel moet steken als je opstapt, maar de Speedmaster haalde hetzelfde geintje met ons uit. Rechts onderaan ‘in’ het motorgedeelte is de juiste oplossing. Je moet het weten, want anders lachen ze je vierkant uit…
De Bobber is vrijwel identiek aan de Speedmaster – op de styling, zithouding en uiterlijke kenmerken na – en zo rijdt hij ook. Opnieuw is dit geen ideale kandidaat om een bochtige weg aan te vallen, want dit is duidelijk een showmotor. Leren jasje aan, mooie helm op je kop en cruisen door de stad. Daarvoor is de Bobber gemaakt en dat doet ‘ie ook goed. Het zadel zit best comfortabel, maar de vering achteraan is zo hard als een plank. Ga hier zeker geen volle dag mee op avontuur, want je komt geradbraakt terug. Een ander nadeel als je op deze prachtige machine loopt te patsen in de stad, is dat je dat knappe grietje niet even achterop mee kunt nemen. Hoewel, dat kan ook een enorm voordeel zijn. Het is maar hoe je het bekijkt…
Conclusie test 2026 Triumph Bonneville T120, Speedmaster & Bobber
Ingrijpend zijn de Triumph Bonneville T120, Speedmaster en Bobber niet veranderd, maar wel voldoende om ze interessant te houden voor de komende jaren. Alle drie pakken ze uit met bochten-ABS en tractiecontrole, maar de kans dat iemand die systemen ooit zal voelen, is klein. Ze zijn niet gemaakt om hard te rijden en stel dat het dan nog in de regen gebeurt, dan zou het uitzonderlijk zijn dat een eigenaar een van deze knappe machines uit zou laten. We maken geen vergelijk van deze drie Bonnevilles, maar voor de liefhebbers: onze favoriet is de Bobber, puur voor de killer looks. De T120 rijdt het best, de Speedmaster is een aangename cruiser. Keuze te over in ieder geval, dat is duidelijk. Nu komt het moeilijkste gedeelte nog: welke kleur kies je?
Pluspunten Bonneville T120
Remmen
Vering
Leuk vermogen
Minpunten Bonneville T120
Geen sportieve motor
Je moet ervan houden
Té ouderwetse styling?
2026 Triumph Bonneville T120.
1 van 7
T120-tellers; verander nooit!
Kan zo aan de muur.
1.200cc, 80 pk, 105 Nm, maar belangrijker: die afwerking!
Typische lage uitlaat met smal, lang eindstuk.
Twee cilinders, twee uitlaten, twee achterveren.
De Brembo-voorrem werkt prima op twee schijven.
Pluspunten Speedmaster
Échte cruiser
Comfortabel
Het moet niet altijd een V-twin zijn
Minpunten Speedmaster
Naam onwaardig
Suf uiterlijk
Valt niet echt in een segment
2026 Triumph Speedmaster.
1 van 6
Zeker niet modern, maar het heeft z’n charme.
Een cruiser zonder V-twin? Jawel, en dat werkt ook prima.
Breed rijderszadel, smal passagierszadel.
Smaakvolle afwerking.
De Speedmaster, T120 en Bobber delen hetzelfde motorblok.
Pluspunten Bobber
Design
Afwerking
Originaliteit
Minpunten Bobber
Harde achtervering
Beperkt qua gebruik
“Mag ik eens meerijden?”
2026 Triumph Bobber.
1 van 7
Hiervoor koop je de Bobber.
Styling is belangrijker dan functie.
Dit kennen we van de Speedmaster.
Hard afgestelde monoshock zit knal onder het zadel.
Zoals zovelen van ons heeft ook de Brit Paul Emmonds een speciale relatie met het fenomeen chopper. Het is (ook) voor hem niet alleen de look van een chop, maar net zo goed het gevoel dat een chopper je geeft. Jaren terug had hij een oude chopper met tal van technische tekortkomingen, maar desondanks denkt hij nog steeds met veel plezier terug aan zijn talloze worstelingen met die rammelbak. En dan… Dan ziet Paul een kant en klare chopper te koop staan; alles meteen helemaal naar zijn zin!
Je kunt me lui of gemakzuchtig vinden natuurlijk, maar toen ik die chop zag dacht ik meteen aan alle werk, alle gezoek naar onderdelen, het passen, meten en weer opnieuw beginnen zoals dat nu eenmaal hoort bij een eigenbouw project. En hier stond hij, gewoon helemaal in een keer goed en klaar om er heel veel plezier aan te gaan beleven.
1 van 9
TE KOOP
Via Facebook had ik al een tijdje Slinky Bint Customs van Tom Batterbee gevolgd en ik ben best wel een fan van zijn werk. Hij heeft een kenmerkende stijl van bouwen en zijn oog voor detail is geweldig. Zijn bikes hebben altijd iets speciaals en combineren oldskool sfeer met verfijnd vakmanschap. Een van zijn projecten had meteen mijn speciale aandacht; Het was een bike die Tom voltooide in 2019 en daarna onder de radar verdween. Een paar jaar later kwam hij ineens weer in beeld toen hij te koop werd aangeboden. Na een snel telefoontje met de toenmalige eigenaar sprongen mijn maat Dave en ik in mijn oude bestelbusje om koers te zetten naar Sussex. Zodra ik de motor zag, wist ik dat ik hem hoe dan ook mee naar huis zou gaan nemen. Hij zag er zelfs veel beter uit dan op de foto’s: Strakker, agressiever en schitterend gedetailleerd. Het lukte om hem zonder schade in mijn busje te persen en ik ben nog nooit eerder zò voorzichtig onderweg geweest als tijdens die rit terug naar huis!
De bike is opgebouwd rond een RKB Kustom Speed hardtail frame en verwijst met zijn naar de West Coast Choppers stijl van bouwen. Als krachtbron fungeert een volledig gereviseerde 1994 Evo 1340 met Truett & Osborn krukas, bewerkte koppen en een Andrews EV27 nokkenas. De standaard carburateur was vervangen door een S&S Super E Shorty die inademt via een gepolijst aluminium luchtfilter in de vorm van het Maltezer Kruis. Het uitlaatsysteem is custom made en het ziet er niet alleen te gek uit, maar het klinkt ook perfect. Vergeleken met mijn vorige, standaard, Evo is het een verschil van dag en nacht. Het is ongelofelijk hoeveel levendiger zo’n blok wordt dankzij zulke modificaties.
KUNSTSTUKJE
Onder het zadel bevindt zich een custom olietank met kijkglas en een gave Moon vuldop. Voor de transmissie zorgt een RevTech vijfbak, een vaste keus van Tom, terwijl de standaard primairy is vervangen door een Ultima 2 inch open belt drive, waarmee het allemaal lekker rauw en mechanisch oogt. Voor de nodige stopkracht zorgen de Brembo klauwen die op custom brackets de Harrison billet zwevende schijven aangrijpen. De 39 mm Sportster voorvork omvat een 21 inch voorwiel, terwijl het achterwiel niet meer dan 16 inch meet. Beide wielen zijn gespaakt met rvs spaken voor letterlijk en figuurlijk wat extra glans. De benzinetank is een waar kunststukje op zich. Oorspronkelijk was dit een West Coast Choppers Villain tank, maar die werd stevig gemodificeerd. De tank is nu 2 inch smaller, 3 inch korter, kreeg een nieuwe tunnel en bodem en een andere plek voor de vuldop. Voor het spuitwerk is Flakey’s Custom Paint Studio verantwoordelijk. Op een diepglanzende zwarte basis liggen gouden vlammen, micro silver flakes en een lime green pinstripe, die er in het zonlicht uit knalt. Voor mij een absoluut perfecte paintjob!
PULLBACK
Toen we de bike eenmaal veilig thuis hadden moest ik natuurlijk meteen een soort van serieuze testrit maken. Op sommige punten was de motor subliem, maar op andere punten toch ietwat ‘uitdagend’. Voor een hardtail stuurde de motor verrassend goed. Het geluid en de prestaties van het blok? Fantastisch! Mijn buren waren wel iets minder enthousiast geloof ik; “Ben je nou alweer bezig?!” Maar het was dus niet allemaal zo perfect; De bak bleek maar moeilijk in zijn derde versnelling te krijgen en soms wilde hij niet of nauwelijks starten. Gelukkig kon ik hiervoor terugvallen op de expertise van mijn persoonlijke Harley-tovenaar Ian Borrowman in Bournemouth. Hij loste het allemaal snel op. Een laatste aanpassing die ik nog moest doen betrof het stuur. De oorspronkelijke Biltwell Trackers zagen er goed uit, maar deden weinig goeds voor mijn rug. Een standaard Sportster stuur met iets meer pullback maakte alle verschil. Grappig eigenlijk, hoe zo’n kleine verandering toch zoveel kan betekenen voor je rijcomfort.
ZELDZAAM
Al met al is het eigenlijk verbazingwekkend zo goed als de motor me past. Al helemaal als je bedenkt dat ik hem niet zelf gebouwd heb. Maar elk onderdeel, elk detail is precies zoals ik het zelf gedaan zou hebben. Best zeldzaam om een custombike te vinden die je zo persoonlijk aanspreekt zonder dat je betrokken ben geweest bij het hele bouwproces. Maar goed… Soms hoef je je perfecte bike niet te bouwen. Je hoeft hem alleen maar te vinden!
Tekst: Paul Emmonds en Del Hickey Fotografie: Del Hickey
SPECIFICATIES 1977 HARLEY-DAVIDSON 1340 CHOPPER
Categorie
Details
Bouwer
Tom Batterbee, Slinky Bint Customs
Eigenaar
Paul Emmonds
Motorblok
Merk
Harley-Davidson
Type
Evo 1340
Bouwjaar
1977
Nokkenas
Andrews EV27
Carburateur
S&S Super E Shorty
Luchtfilter
Maltezer Kruis FTW
Krukas
Truett & Osborn (USA)
Koppeling
Ultima
Primaire transmissie
Ultima 2 inch open belt
Versnellingsbak
RevTech vijfbak
Uitlaatsysteem
Custom
Rijwielgedeelte
Frame
Custom hardtail in WCC stijl door RBK Kustom Speed USA
Waar sommige fabrikanten elektronische functies als optie aanbieden, kiest MV Agusta ervoor om alle motorfietsen vanaf modeljaar 2026 standaard te leveren met het volledige elektronicapakket. Dat geldt voor drie- en viercilindermodellen in alle segmenten. Extra software-ontgrendelingen of activeringskosten zijn dus niet van toepassing.
Standaard rijhulpsystemen
Elke 2026 MV Agusta is uitgerust met:
6-assige IMU
ABS met bochtenfunctie
3 rijmodi + 1 Custom
Quickshifter op/neer
Tractiecontrole (uit + 8 niveaus)
Front Lift Control
Engine Brake Control
Instelbare gasrespons
Koppelafgifte-instelling
Toerentalbegrenzer
Cruisecontrol
Via de Custom-modus kan de rijder een eigen motormap uploaden via de smartphone. Motor- en chassisparameters – inclusief elektronische vering op daarvoor uitgeruste modellen – zijn instelbaar en tijdens het rijden aanpasbaar.
De GPS-module combineert tracking, geofencing, nood-sms, ritregistratie en diagnose op afstand in één hardware-eenheid.
Navigatie en dataregistratie
Routes worden gepland via de MV Ride App en turn-by-turn aanwijzingen verschijnen op het TFT-dashboard. Audiobegeleiding is mogelijk via compatibele headsets. Kaarten kunnen offline worden opgeslagen. De gebruiker kan snelwegen of veerverbindingen vermijden en offroadtrajecten opnemen waar toegestaan. Elke rit wordt automatisch geregistreerd. Beschikbare data omvat onder meer hellingshoek, gasklepstand, gemiddelde en maximale snelheid, rijtijd, afstand en versnellingspositie. Foto’s worden automatisch voorzien van locatiegegevens. Ritten kunnen worden gedeeld of geëxporteerd.
Antidiefstal en noodfunctie
Het antidiefstalsysteem stuurt bij activatie sms-berichten met GPS-coördinaten, die om de tien minuten worden geactualiseerd. Geofencing waarschuwt wanneer de motor een vooraf ingesteld gebied verlaat. De noodfunctie kan bij een gedetecteerde crash automatisch een sms met locatiegegevens versturen naar een vooraf ingestelde contactpersoon.
Software-updates
Via WiFi en Bluetooth ondersteunt het systeem draadloze firmware-updates, zonder tussenkomst van een dealer.
Op zondag 1 maart barst in Lierop de Dutch MX Season Opener los, en dit jaar krijgt het evenement een bijzonder tintje. Voor het eerst verschijnt het nieuwe Ducati Factory Racing MXGP-team, onder leiding van Louis Vosters, aan de start.
De formatie komt met Calvin Vlaanderen en Andrea Bonacorsi naar de Herselse Bossen. Voor beide rijders is de wedstrijd een laatste test voor de eerste Grand Prix van het seizoen in Argentinië, een week later.
Vlaanderen liet vorig jaar drie keer het podium zien en sloot het wereldkampioenschap als zesde af. Bonacorsi pakte in 2025 zijn eerste MXGP-podium en eindigde achtste. Beiden stappen nu over op Ducati, dat zijn motorsportervaring verder uitbreidt richting motocross.
Met de komst van Vlaanderen en Bonacorsi is de 500-klasse sterker dan ooit. Ook grote namen als Jeffrey Herlings, Kay de Wolf, Romain Febvre, Jago Geerts en anderen staan op de deelnemerslijst. Lierop wordt zo het ideale toneel voor een vurige seizoensstart op Nederlandse bodem.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.