woensdag 22 april 2026
Home Blog Pagina 8

Test 2026 QJMotor SRK 921: naakt zonder complexen

0
2026 QJMotor SRK 921

Het is publiek geheim dat QJMotor en MV Agusta een verleden samen hebben. Kortstondig en stormachtig, weliswaar, maar wel het soort relatie waaruit een geweldig liefdeskind is ontsproten. Uit die blitzaffaire bleef in China immers niet enkel de blauwdruk van een blok hangen, maar ook een zin voor Italiaans design. Daarmee pronkte onder meer de gekuipte SRK 921 RR eerder al. Welaan, die worp blijkt een tweelingzus te hebben, eentje met exhibitionistische neigingen: maak kennis met de naakte SRK 921. Dezelfde viercilinder, looks om voor te moorden, een copieuze uitrusting én… een prijskaartje dat in het vaarwater van de Japanse top ligt. Of de 921 die confrontatie aankan, mochten we gaan uitzoeken in en rond IJsselstein.

Test 2026 Kawasaki Z650 S: grootmeester aan Z

Ik weet het, elk z’n smaak. Maar het is aartsmoeilijk om niet onder de indruk te zijn van de SRK 921 als je ‘m eenmaal voor je neus ziet staan. Van de trotse voorkant met DRL’s als oplichtende jukbeenderen, over de brede, door luchthappers afgezoomde torso, de mooie combinatie van gegoten alu subframe en het trellisframe, de enkelzijdige achterbrug, de split-spoke wielen, tot het erg geslaagde kleuren- (zwart/grijs) en textuurspel (mat/glans) op tank en kuipwerk. Of de in de uitlaatdempers ingewerkte duovoetsteunen, de in kuipwerkvleugels ingewerkte ledverlichting achteraan, de harde koelleiding links die visueel opgaat in het trellisframe, het opvallend gepositioneerde contactslot en de manier waarop de spiegels zijn ingewerkt in de hendelprotectoren… Ik kan nog wel even blijven doorgaan. Het exclusieve niveau van aandacht voor detail en design van een MV, met het prijskaartje van een middenklasser. Mooi!

Bovendien leest de meer ‘functionele’ componentenlijst als de catalogus van leveranciers die je normaal gezien een stuk dieper in je portemonnee laten tasten. Radiale Brembo Stylema-monoblocs. Een volledig instelbare 50 mm Marzocchi usd-vork, een monoshock met extern reservoir én een instelbare stuurdemper van dezelfde makelij. Pirelli Diablo Rosso IV’s om de waanzinnig mooie velgen. Om af te sluiten met een 5-inch TFT-scherm met Bluetooth. Namen en specs die de SRK 921 – op papier althans – ruim boven z’n gewichtsklasse laten meeboksen.

Mea culpa

Onder al dat moois huist misschien wel de grootste troef van deze patser: een 921 cc vier-in-lijn met een 73 x 55 mm boring en slag, goed voor 128 pk bij 10.000 tpm en 93 Nm bij 8.000 tpm. Een por op de startknop ontlokt een rauw gegorgel uit de dubbele uitlaatpotten, dat meteen duidelijk maakt dat ook dit krachthonk geen vreemde eend in de bijt is.

Wie m’n eerdere test van de SRK 921 RR – de gekuipte broer van deze 921 – nog in het geheugen heeft, zal zich herinneren dat ik destijds wat voorbehoud had bij het blok. Te weinig venijn bovenin, en ik bleef wat met honger naar meer zitten – terwijl het dezelfde krachtbron betreft. Wel, bij dezen een rechtzetting die ik je niet wil onthouden: die twijfels waren misschien minder aan het blok te wijten, maar misschien vooral aan de korte testrit die eraan voorafging. Met amper enkele tientallen kilometers onder de billen en een koude motor waag je je beter niet aan harde conclusies over deze viercilinder. Dat had ik na al die jaren beter moeten weten. Want nu, met dik 100 kilometer en de tijd om het blok écht te leren kennen, is het oordeel heel anders: deze vierpitter is ruim krachtig genoeg voor wat hij moet zijn en past als gegoten in het karakter van een streetfighter. Schuld bekend, excuses gemaakt, vonnis aangescherpt. Verder.

Brutaal

Van onderin bouwt het blok relatief voorzichtig lineair op. Onder de 3.500 toeren blijft het vrij beschaafd, maar wie de naald verder door de toerenschaal jaagt, wordt royaal beloond. Tussen de 4.000 en de 6.000 toeren zwelt de stuwkracht exponentieel aan, vanaf ruwweg 7.000 omwentelingen ontketent de vier-in-lijn z’n duivels. En dat klinkt geweldig – van het inlaatgesnuif tot de brutale (ha!) uitlaatnoot heeft dit blok een eigen karakter dat je bij het afstappen niet meteen loslaat. Nog even een blokje om, gewoon omdat het zo lekker klinkt en aanvoelt. Dat soort motor.

De bidirectionele quickshifter scoort eveneens hoge ogen. Op- en terugschakelen verloopt foutloos en met de nodige precisie, terwijl elke terugschakeling wordt begeleid door een mooie dot naverbranding die de beleving enkel ten goede komt. Geen gimmick, maar een extraatje dat de viercilinder nog net dat tikkeltje leuker maakt om door de toeren te jagen. Op vlak van injectie en ride-by-wire is er evenwel een verbeterpunt: bij constante gasopening (en zelfs bij ingeschakelde cruisecontrol) vertoont de gasrespons een soort elasticiteit of rukkerigheid, zo je wilt. Een licht on/off-gevoel dat een verfijning van de injectie of mapping vereist, vrees ik. Ongemakkelijk bij het vasthouden van een constant tempo, vervelend om een bocht gecontroleerd door te komen. Maar relatief eenvoudig op te lossen, dunkt me.

Slimme knoppenwinkel

QJMotor heeft de SRK 921 niet kaal in de showroom gezet. Eerder vrij – eh – harig. Tractiecontrole, launchcontrol, cornering-ABS met dank aan de zesassige Bosch IMU, cruisecontrol, een bidirectionele quickshifter en drie rijmodi – Sport, Standard en Rain – staan allemaal standaard op de uitrustingslijst. Het 5-inch TFT-scherm met Bluetooth-connectiviteit verklapt je bovendien of je banden op druk blijven (TPMS), maakt navigatie mogelijk via mirroring en toont alle rijgegevens overzichtelijk voor je neus. Dat is een indrukwekkend pakket voor dit prijskaartje – en in de praktijk werken die systemen ook naar behoren. De cornering-ABS en tractiecontrole grijpen subtiel en gepast in, de cruisecontrol houdt z’n snelheid prima vast – afgezien van de hierboven omschreven elasticiteit.

De keerzijde zit in de toegankelijkheid van de rijmodi: die zijn enkel bij stilstand te wisselen, en liggen bovendien vrij diep weggestopt in het menu. Wie onderweg snel wil schakelen tussen Sport en Rain, staat daarvoor even aan de kant. Niet dramatisch, maar de concurrenten in dit segment hebben dat soort gebruiksgemak misschien iets beter voor elkaar.

Stug maar eerlijk

De Marzocchi-ophanging past bij het karakter van de machine: vrij stug afgesteld, zoals je van een sportief geklasseerde naked verwacht, maar met voldoende absorptievermogen om het vaderlandse wegdek verteerbaar te houden. De 50 mm usd-vork is volledig instelbaar qua veervoorspanning, uit- en ingaande demping, de monoshock achteraan beschikt over een extern reservoir en laat eveneens volledige instelmogelijkheden toe. Wie de tijd neemt om de standaardsetting wat bij te sturen naar eigen voorkeur, merkt dat er heel wat rek in zit. In de praktijk vangt de voorvork de meeste oneffenheden prima op, laat zich met gevoel insturen en is moeilijk van z’n lijn te brengen – de enige bron van onrust is de gasrespons, niet het rijwielgedeelte zelf. Ook achteraan worden rug en billen gespaard door het incasseringsvermogen van de monoshock: klappen worden netjes verteerd zonder dat je er uren later nog aan herinnerd wordt. Een heel mooi uitgebalanceerd pakket, met stelmogelijkheden bij de vleet. De standaard meegeleverde Marzocchi-stuurdemper verdient daarbij een eervolle vermelding: hij werkt subtiel maar doortastend bij snelle richtingswissels en maakt de 217 rijklaarkilo’s beheersbaarder dan het getal op papier doet vermoeden.

Test 2026 QJMotor SRK 921 RR: Italiaanse looks, Chinese ambitie

De ergonomie sluit daar mooi bij aan. Voor een streetfighter zit je op de SRK 921 opvallend comfortabel. De kniehoek is sportief maar niet ondraaglijk, de armen liggen breed maar ontspannen op het stuur en de stretch naar voren blijft beperkt door de vrij compacte tank – een bewuste keuze die z’n voordelen heeft op langere ritten. Het zadel loopt licht af naar voren, maar zonder te irriteren – dat was wel eens anders op gelijkaardige machines. Dat je ook na een langere rit zonder al te veel gevloek en geklaag van de SRK 921 afstapt, is voor een naked in deze gewichtsklasse een absolute troef. Het nodigt enkel uit om langer (en harder) te pushen.

Ook de remmen presteren naar wens: vooraan bijten de Brembo Stylema’s uitstekend. De aanvankelijke bite is beheerst en met één of twee vingers prima doseerbaar, maar wie harder knijpt voelt dat de ankers (gelukkig) ook loeihard kunnen doorhappen. Precies zoals het hoort en op geen moment een reden tot klagen. De Pirelli Diablo Rosso IV’s warmen ook bij bescheiden temperaturen – 10 graden Celsius – snel op, bieden de hele dag door prima grip en geven een vertrouwenwekkende feedback bij steeds gewaagdere hellingshoeken. Alweer geen reden tot klagen. Achteraan biedt de enkele 260 mm-schijf een stuk minder feedback en doortastendheid dan we hadden gehoopt. Zeker als je de achterrem graag gebruikt als correctiemiddel bij het insturen, heb je een zware voet nodig om de SRK 921 achteraan te muilkorven. Zowaar een werkpunt.

Conclusie QJMotor SRK 921

De 2026 QJMotor SRK 921 is een machine die al voor de rit indruk maakt. Het blok is ronduit fantastisch – lineair, explosief bovenin en met een soundtrack die je na 135 kilometer nog altijd niet zat bent. Het design, de afwerking, het componentenniveau en het elektronicapakket spelen bovenaan mee, de ergonomie is verrassend leefbaar voor een streetfighter en de ophanging biedt met de nodige instelmogelijkheden meer dan voldoende adaptief vermogen om elk type rijder blij te maken. Al zijn er ook enkele bedenkingen: de nukkige gasrespons bij constante opening vraagt een mapping-update, de achterrem stelt toch enigszins teleur en de prijszetting boven de Japanse toppers maakt de koopdrempel er niet lager op. Het plaatje klopt – en hoe. Rest QJMotor enkel nog zoveel mogelijk potentiële kopers effectief in het zadel te lokken om hen te overtuigen van deze impressionante nieuwkomer.

Pluspunten QJMotor SRK 921

  • Explosief, karaktervol blok met een soundtrack die blijft hangen
  • Looks, afwerking en componentenniveau ver boven het prijsniveau
  • Volledig instelbare ophanging met stuurdemper als troef

Minpunten QJMotor SRK 921

  • ‘Elastische’ gasrespons bij constante opening
  • Achterrem mocht potiger
  • Rijmodi enkel bij stilstand aan te passen via menu
Positioneringsperikelen
Met een adviesprijs van €12.699 prijst QJMotor z’n naked viercilinder pal in de range van de huidige verkooptoppers in het segment – de Kawasaki Z900 (€11.299) en de Yamaha MT-09 (€12.799). Twee machines die met respectievelijk 124 en 119 pk qua vermogen in dezelfde buurt zitten, maar die bovendien al jaren een forse reputatie bij motorijdend Nederland hebben opgebouwd. Wie louter op pk’s, componentenlijst en afwerking vergelijkt, schrijft de QJ zeker niet af als een makkelijk te negeren outsider. De 921 heeft de wapens, maar moet een kans krijgen om het publiek te overtuigen. Dat wordt met een dergelijk prijskaartje – hoewel wat mij betreft volledig te rechtvaardigen – geen eenvoudige opdracht.

Technische gegevens QJMotor SRK 921

Type4-in-lijn, vloeistofgekoeld
Cilinderinhoud921 cc
Boring x Slag73 x 55 mm
Kleppen per Cilinder4
Compressieverhoudingn.b.
CarburatieEFI Marelli
KoppelingNatte multiplaat
Transmissie6 versnellingen
EindoverbrengingKetting

Prestaties

Maximaal Vermogen128 pk (94 kW) @ 10.000 tpm
Maximaal Koppel93 Nm @ 8.000 tpm

Elektronica

Uitgerust metMotor ride-by-Wire, 3 rijmodi (Sport, Standard, Rain), quickshifter, launch control, cruise control, tractiecontrole
RijwielgedeelteBosch 6-assige IMU, cornering ABS, TPMS

Rijwielgedeelte

FrameStalen trellisframe met aluminium subframe
Vering Voor50 mm usd, Marzocchi
StelmogelijkhedenVolledig instelbaar
Vering AchterMonoshock met extern reservoir (piggyback), Marzocchi
StelmogelijkhedenInstelbaar; dubbele compressie-instelling
Veerweg v/an.b.
Rem VoorTwee 320mm-schijf, radiale Brembo Stylema hoofdremcilinder en remklauwen
Rem Achter260mm-schijf Brembo (ABS)
Banden Voor/Achter120/70-ZR17, Pirelli Diablo Rosso / 190/55-ZR17, Pirelli Diablo Rosso

Prijzen & Info

Nederland€ 12.699
België€ 10.999

Algemeen

Wielbasis1.425 mm
Balhoofdhoekn.b.
Naloopn.b.
Zithoogte835 mm
Gewicht217 kg (rijklaar)
Tankinhoud15 liter

Foto’s: Pien Meppelink en Andrew Walkinshaw

Herlings domineert in Heerde: Dutch Masters begint met spektakel en duizenden fans

0
Herlings domineert in Heerde

De CAD2M Dutch Masters of Motocross is met groot enthousiasme van start gegaan in Heerde. Duizenden fans verzamelden zich rond het zandcircuit om te genieten van motorrijden in zijn puurste vorm — vol kracht, techniek en doorzettingsvermogen.

In de 500cc-klasse was het Jeffrey Herlings die zijn klasse bewees door beide manches te winnen. Kay de Wolf en Romain Febvre maakten het hem daarbij niet makkelijk, maar Herlings behield zijn voorsprong met een solide optreden en eindigde met een overtuigende voorsprong in het dagklassement.

Programma WorldSBK Assen 17-19 april 2026: actie op en naast de baan

In de 250cc-categorie ging de winst naar Karlis Reisulis, met een constante 1-3-score. Achter hem reed de Nederlander Kay Karssemakers sterk naar twee tweede plaatsen, terwijl Janis Reisulis zich van een valpartij in de eerste manche herpakte en uiteindelijk derde werd.

De 125cc- en 85cc-klassen leverden minstens zoveel spanning. Timo Heuver won knap bij de 125cc met een 2-1-score na een intens duel met Damian Wedage. In de 85cc was het verschil minimaal, met Luca Nierychlo als winnaar, zij het nipt voor Gregor Lootus en Kash van Hamond.

De start van het seizoen beloofde veel voor de volgende ronde in Harfsen op 3 mei. De Dutch Masters leeft — en hoe.

Foto: Ilse Hoenson

Molenaar NSF100 Cup: Evan Ruitenberg pakt eerste zege van seizoen 2026

0
Molenaar NSF100 Cup

Evan Ruitenberg heeft het nieuwe Molenaar NSF100 Cup-seizoen uitstekend geopend. Op de TT Junior Track in Assen won hij de eerste wedstrijddag van 2026 na een felle strijd met Jesse Koelewijn. Beide coureurs eindigden met een gelijk aantal punten, maar Ruitenbergs overwinning in de tweede race gaf de doorslag.

Red Bull MotoGP Rookies Cup-coureur Jurrien van Crugten: ‘In 2027 wil ik in een WK-klasse rijden’

De openingsronde op 4 april begon in koude omstandigheden, maar naarmate de zon doorkwam, steeg het tempo. Ruitenberg pakte poleposition en wist in beide races het duel met Koelewijn aan te gaan. Koelewijn won de eerste manche na een rode vlag-situatie, terwijl Ruitenberg in de tweede race de controle behield en de winst veiligstelde. Sylvain Sinke eindigde als derde overall.

Bij de rookies maakte Engin Ali Yilmaz indruk met zijn constante optreden en werd hij bekroond als snelste nieuwkomer van de dag. Daarmee zette ook hij zijn naam vroeg in het seizoen op de kaart.

Podium dagklassement
1. Evan Ruitenberg
2. Jesse Koelewijn
3. Sylvain Sinke

Snelste Rookie: Engin Ali Yilmaz
Kalender 2026
9 mei – Assen, TT Junior Track
6 juni – Veldhoven, De Landsard
4 juli – Assen, TT Junior Track
29 augustus – Assen, TT Junior Track
12 september – Lelystad, Midland Circuit
28 september – Assen, TT Junior Track

Motorreis Toscane, Italië: Toscaanse Rijkdom

0
Motorreis Toscane, Italië

De oude Etrusken wisten het al, en ook de moderne mens hoeft niet uitgelegd te worden dat Toscane een fantastische plek is om te vertoeven. Deze rijke en vruchtbare regio tussen de Apennijnen en de Tyrreense Zee is een populaire vakantiebestemming, boordevol culturele hotspots. Het Belgische Motortours.eu heeft een zevendaagse route samengesteld om motorrijders van al deze rijkdom te laten proeven.

Motortours biedt maar liefst 57 motortrips aan in veertien Europese landen. Je kunt zowel individueel (met flexibele data) als in een groep (met vaste data) reizen. Toscane stond al langer op mijn verlanglijstje, dus koos ik deze trip uit het ruime aanbod van de touroperator. In de vroege lente trek ik er alleen op uit om dit, volgens velen, mooiste stuk van Italië te ontdekken. Mijn reisgenoot is de Moto Morini X-Cape.

Motorreis India: woestijnrit in Rajasthan

Groen op Maat

De aanrijroute die ik kreeg is al fenomenaal: via het Duitse Landsberg am Lech doorkruis ik de Dolomieten richting Levico Terme. De officiële trip begint de volgende dag bij de meren van Levico, in de Noord-Italiaanse regio Trentino-Zuid-Tirol. Je rijdt langs wijngaarden op steile berghellingen, om vervolgens via de autostrada de saaie Povlakte over te steken richting Modena. De trip kent de nodige ongemakken. Al wevend door de file word ik een paar keer bijna van mijn motor gekegeld door een openzwaaiende vrachtwagendeur. De eigenwijze GPS leidt me naar een punt dat kilometers van de uitgestippelde route ligt. En als kers op de taart belandt mijn drone in een boom, waardoor ik acrobatische stunts moet uithalen om hem terug te krijgen. Om het patroon van kleine tegenslagen te doorbreken, zoek ik even een café voor een snelle hap. Een droge toast helpt niet echt om mijn humeur op te vrolijken, maar het uitzicht op de Apennijnen, die de grens met Toscane vormen, maakt veel goed. Het is nog fris voor de tijd van het jaar en in de verte zie ik zelfs besneeuwde toppen.

Ik vervolg mijn tocht over slingerende wegen, die er redelijk bij liggen. Nu kan de trip echt beginnen, en door het fijne stuurwerk kom ik weer in een relaxte mood. De Apennijnen eindigen plots met een steile afdaling naar Pistoia. Ik mijd het drukke centrum van de stad, die omringd wordt door talloze planten- en boomkwekerijen; er waaien heerlijke frisse geuren door mijn helm. Ik rijd door chique buitenwijken, waar al dat groen de tuinen siert van prachtige Toscaanse villa’s zoals je ze op ansichtkaarten ziet. ’s Avonds bereik ik mijn uitvalsbasis voor de komende dagen: een tot hotel verbouwd wijndomein in Poggibonsi. Van hieruit ga ik vijf lussen rijden die me naar alle hoeken van Toscane zullen brengen.

Weg van de drukte

De volgende ochtend zie ik vanaf de parking van het hotel het dorp San Gimignano al liggen met zijn beroemde torens. Om de drukte te vermijden, stop ik niet in San Gimignano, maar daal meteen verder af richting de kust. De wijnvelden maken al snel plaats voor dichte bossen en de wegen zijn een genot voor elke motorrijder: overzichtelijk, weinig verkeer en midden in de natuur. Na een paar dagen in het binnenland is er altijd dat speciale moment wanneer je voor de eerste keer de zee ziet. Vanaf een heuvel verschijnt plots het blauwe, glinsterende oppervlak in mijn gezichtsveld. De echte afdaling naar zeeniveau kan nu beginnen. Beneden blijkt de drukke kuststrook niet bepaald schilderachtig. Bij wijze van bezigheidstherapie spreek ik de zangerige namen van de Italiaanse dorpen of steden die ik passeer hardop uit telkens als ik een naambord zie. Plots zie ik een plaatsnaambord dat een belletje doet rinkelen: Rosignano Solvay. Een vertrouwde naam. Wij kennen Solvay als een industriële mastodont. Een snelle blik op Wikipedia leert me dat de stad zijn naam te danken heeft aan een Belgische vestiging van Solvay. Dat het strand van Rosignano Solvay zo mooi wit is, zou komen door lozingen van de Solvay-fabriek. Een bizar verhaal, maar de witte stranden zijn door hun tropische uitstraling wel populair.

De route langs de kust is van korte duur, en al snel bereik ik Pisa. De Toren van Pisa en het Colosseum in Rome zijn dé twee iconen van Italië. Ik kan het gewoon niet laten om even te stoppen om de scheve toren te bekijken. Het Piazza dei Miracoli is een prachtige plek, maar de toeristische uitwassen moet je er wel bij nemen: kraampjes met prullaria, een McDonald’s en een plein vol mensen die poseren voor de ultieme toeristische clichéfoto. Als antidotum voor de drukte rijd ik een uurtje door en installeer me op een dorpsplein. Ik bestel een espresso en een stuk kaastaart. Terwijl ik geniet van de lokale zoetigheid, staan de dorpelingen op het plein nieuwtjes met elkaar uit te wisselen, begeleid door typisch Italiaanse gebaren. Ik geniet veel meer van de zalige traagheid van dit dorpsplein dan van het wereldberoemde plein van daarnet.

5 Verborgen motorpassen in Trentino: parels in Noord-Italië

Rijke Wijnstreek

De volgende ochtend zijn alle pijlen gericht op Florence, de hoofdstad van Toscane en een ware culturele schatkamer. Het grootstedelijk gebied geeft weinig hoop op een fijne route, maar dat valt mee. De GPS leidt me via een leuk traject naar de buitenwijken. Wat je daarna doet, kies je zelf. Om deze prachtige stad en zijn vele musea grondig te verkennen heb je meerdere dagen nodig, maar al wandelend de sfeer opsnuiven is op zich al een genoegen. Het is Paasweekend en dat is een belangrijk feest in Italië. In het centrum wemelt het dan ook van het volk, dus zoek ik het hogerop. Via de brede boulevards van de Viale Machiavelli en de Viale Galileo, omzoomd door residentiële paleizen, bereik ik het Piazzale Michelangelo, het bekende plein dat op een heuvel ligt en de hele stad overziet. Het schemert ondertussen al, dus niet veel later zet ik weer koers naar Poggibonsi. De autostrada is niet gratis, maar aan de swingende vrouwelijke computerstem die me ‘Arrivederci’ wenst, betaal ik met plezier een kleine tol.

De dag daarna breng ik voor de afwisseling een bezoek aan de beroemde Chianti-streek met zijn eindeloze wijnvelden. De rit door het Toscaanse landschap is soms onwezenlijk. Op elke heuveltop lijkt wel een kasteel, landhuis, paleis of villa te staan. Waarom zien wijnstreken er altijd zo welvarend en idyllisch uit? Waarschijnlijk helpt de welvaart die de wijnbouw brengt en het gegoede publiek dat wijnstreken aantrekt daar een handje. Deze mijmeringen houden me bezig tot ik het bekende wijndorp Montepulciano bereik. Het is een prachtig plaatsje boven op een heuvelkam, maar wat ben ik blij dat mijn vervoermiddel maar twee wielen heeft in plaats van vier… Terwijl auto’s zich hopeloos vastrijden in smalle straten op zoek naar een parkeerplek, rijd ik zonder zorgen vlotjes door naar het centrum.

Iets meer naar het zuiden ligt het Lago Trasimeno. Hier bereiken we de grens van de rijke Chianti-streek. Gelukkig maakt de route, zoals elke dag, een lus. Via een andere weg word ik opnieuw door de prachtige streek geleid, vaak over leuke bergwegen, terug naar mijn thuisbasis.

Kerk zonder Dak

De torens van San Gimignano begroeten me opnieuw als ik de volgende ochtend vertrek, deze keer richting Volterra. Dit gezellige dorp staat bekend om zijn Romeinse theater en ambachtelijke winkels en ateliers, die je in de verleiding brengen om een albasten beeldje, sieraden of andere souvenirs te kopen. Gelukkig reis ik met de motor en zitten mijn koffers vol. Via een zuidelijke uithoek van Toscane rijd ik door een kaal bos, dat wacht op meer zon om zijn bladeren uit te vouwen. Maar de wegen zijn heerlijk: weliswaar niet van de beste kwaliteit, maar ze slingeren mooi. Uiteindelijk wordt het weer vlakker en beland ik bij San Galgano, een oude abdij met een klooster en een kerk zonder dak, die er mysterieus bijligt te midden van de graanvelden. Niet veel verder rijzen de torens van Siena op uit het landschap. Het is er ontzettend toeristisch, maar wat een prachtige stad… Dit moet je absoluut zien. Parkeer je motor aan de rand van het centrum en doe de rest te voet. Zorg wel voor luchtige kleding als je gaat wandelen bij zomerse temperaturen.

De dag daarna draait het weer om de natuur in de laatste lus richting het noordoosten. Eerst doorkruis ik opnieuw een deel van de Chianti-streek, waarna ik de rivier de Arno oversteek naar het natuurpark Alpe di Serra om alleen maar hoogtemeters op de teller te zetten. Het landschap verandert drastisch en de temperatuur bereikt winterse waarden. De overvloedige rijkdom van de Toscaanse wijnvelden lijkt plots ver weg. De route telt slechts een handvol solitaire dorpjes, waar de inwoners een ruraal bestaan leiden. Boomkap of het houden van geiten levert duidelijk minder op dan wijnbouw… Toch is het een aangename afwisseling, al is het maar omdat toerisme hier onbestaand is. Bergwegen, die af en toe worden geflankeerd door een rivier of kleine waterval, laten je glimlachen van geluk.

Relativerend

De laatste dag keer ik op mijn schreden terug en rijd ik naar Levico Terme in het noorden van Italië. Mijn wispelturige GPS speelt weer op en laat me per ongeluk belanden bij het American Cemetery nabij Florence. Niets is relativerender dan een bezoek aan een oorlogskerkhof. De honderden witte kruisen en de duizenden namen die in de stenen muur staan gebeiteld, maken je beschaamd over je geklaag over zoiets onbenulligs als een slechtwerkende GPS. De kapel naast het monument herbergt een schitterend mozaïek dat je zeker moet bekijken. Ik ben helemaal alleen op het domein, waar een team tuinmannen elke grasspriet individueel lijkt te trimmen. Buitengewoon netjes is het hier.

Daarna volgt een lange, rechte reep autostrada tot de bergtoppen voor Levico. De weg volgt een rivier door de bergketen, met aan weerszijden besneeuwde bergtoppen en donkergroene naaldbossen. Er is geen verkeer en de doorsteek lijkt een plek die door de wereld vergeten is. Plots verschijnt er een vos op de weg, die onverschrokken blijft staan. Ik zet de motor snel af en het beestje komt nieuwsgierig snuffelen aan de Morini en mijn laarzen. Als ik afstap om enkele foto’s te nemen, komt het dier mijn gezelschap opzoeken. Deze wonderlijke ontmoeting met de tamme vos doet me even alles om me heen vergeten. De toenadering duurt enkele minuten, totdat het beestje zich via de struiken weer uit de voeten maakt. Een mooi afscheidscadeau…

Foto’s: Charly de Kinderen

Motortours.eu
Motortours.eu is een Belgische organisatie die gespecialiseerd is in motorreizen in Europa, individueel of in een groep. De touroperator kiest voor het principe van een vast hotel van waaruit je telkens lussen rijdt. Zo reis je zonder bagage en heb je steeds een vaste plek om naar terug te keren. De routes zijn zorgvuldig uitgestippeld, zoals ik zelf in Toscane heb kunnen vaststellen. Er wordt ook een handige PDF meegeleverd met perfect aangegeven wat er elke dag te bezichtigen is. Diezelfde PDF bevat ook een roadbook voor als je liever zonder GPS rijdt.

De website van Motortours.eu biedt je een duidelijk overzicht per land van de beschikbare routes.

Crazyoils bouwt unieke Azteken-geïnspireerde Shovelhead met verborgen UV-details

0

Chicanos blijven evolueren en in Italië wordt er ook, in dit geval zelfs letterlijk, een eigen gezicht aan gegeven. Francesco Mattioli, de Italiaanse customizer die werkt onder de naam ‘Crazyoils’, bouwde deze Shovelhead Chicano met veel bijzondere details en eigen ontwerpen.

Als je je nu afvraagt waar die naar ‘Crazyoils vandaan komt; ‘Matti’ is Italiaans voor ‘gek’, ‘crazy’ dus. En ‘oli’, dat spreekt voor zich, vandaar die bedrijfsnaam. En als we dan toch verklarend bezig zijn: ‘Chicano’ is in Europa voor de meeste customizers de nu gangbare term voor een Mexicaanse motorfiets. Het begon al in de jaren dertig, toen deze stijl nog ‘Zoot’ heette, tot eind jaren veertig. Van de jaren vijftig tot eind jaren zestig werd vooral de term ‘Pachucos’ gebruikt en nu hebben we het vooral over ‘Chicanos’. Een ‘Vicla’, dat is gewoon straattaal voor ‘fiets’ of ‘motorfiets’ in het Spaans, maar het wordt ook, vooral in de USA gebruikt als benaming van een Chicano. De term ‘Cholo’ wordt ook gebruikt, maar dat woord heeft een enigszins negatieve bijklank.

OUDE SHOVEL

We zoeken Francesco op bij zijn bedrijf in Seregate, net buiten Milaan, waar onder het genot van een espresso uitleg wordt gegeven over zijn eigen Shovelhead. “Toen ik dertig werd, besloot ik mijn allereerste Harley te kopen en ik wilde er eentje die even oud was als ik. Ik vond deze FLH uit mijn geboortejaar en die heb ik sindsdien altijd gehouden. Ik heb er veel mee door heel Europa gereden, maar toen ik trouwde en vader werd van drie prachtige dochters, ben ik tijdelijk ermee gestopt.” De tijd versteek en de oude Shovel raakte verstoft. Eind 2024 besloot Francesco dat hij er weer iets mee wilde doen en hij besloot er een Chicano-stijl motor van te bouwen. “Ik wilde iets anders doen dan de andere Chicanos, maar zonder de traditie van mijn oude Shovel volledig te veranderen”, legt de sympathieke Italiaan uit. “Ik had een paar duidelijke ideeën over de onderdelen die ik wilde gebruiken. Zo wilde ik absoluut een 21 inch wiel voor. Het originele remsysteem met de oude Banana remklauw was echter absoluut niet goed genoeg en al helemaal niet in het hectische Italiaanse verkeer van Milaan! Ik kocht een complete voorvork van een klant van me, uit een Ultra CVO uit 2006. Volledig verchroomd en met dubbele remmen.” Francesco koos voor een set Arlen Ness 4-zuiger remklauwen en zwevende remschijven om de fiets meer remvermogen te geven zonder de oude look te verpesten. Om de wielen de juiste dosis glans te geven zonder dezelfde dikke spaken te gebruiken, besloot hij alles te voorzien van ouderwetse, gedraaide spaken.

LEISTEEN

Omdat Francesco de fiets niet alleen optisch, maar ook qua handling en veiligheid wilde verbeteren, besloot hij om alle onderdelen grondig onder handen te nemen. Alles is gedemonteerd en opnieuw opgebouwd met kwalitatief de beste onderdelen. Het frame en enkele andere onderdelen zijn gezandstraald en gepoedercoat met een superglanzende zwarte poedercoating. Veel onderdelen zijn opnieuw verchroomd en alle behuizingen zijn met de hand gepolijst om ze een ​​glanzende look te geven. Alle oude roestige moeren en bouten zijn vervangen door gloednieuwe verchroomde exemplaren. “Ik heb alleen de beste onderdelen en merken gebruikt om de motor, transmissie, schokdempers en het elektrische systeem te upgraden, met heel veel veranderingen, zowel vanbinnen als buiten.” ‘Period-correct’ zijn de gepolijste S&S Two Throat carburateur met zelfgemaakte kelken, de Banana achterrem en de nacelle. Maar er zijn ook veel zelfgemaakte onderdelen te vinden op La Azteca, waaronder de bijzondere treeplanken met leisteen inleg. Francesco vertelt dat hij hobbymatig zeer exclusieve messen maakt, waarbij zowel het lemmet als het heft uit exotische materialen als bijvoorbeeld mammoetbot en leisteen gemaakt worden. “Dat is een vak op zich, soms duurt het wel zes tot twaalf maanden voor zo’n mes helemaal klaar is. Ik vond het een uitdaging om die materialen ook eens in een motor te verwerken.”

Van Yamaha pekelfiets tot Police Bagger: Marty’s motoravontuur

XOCHIQUETZAL EN TLALOC

So far so good, maar Francesco had nog steeds geen idee voor het spuitwerk. Hij ging op bezoek bij zijn vriend Lorenzo ‘Dox’, waarschijnlijk een van de beste spuiters die er is, en legde hem zijn project uit. “Hij stelde me een simpele vraag: of ik het Azteekse thema mooi vond. En nou ja… Ja, ik hou van oude culturen, dus we begonnen erover te lezen en informatie te verzamelen. Na een paar dagen bevestigde ik het project aan hem. Ik wilde alleen een verhaal erbij. Twee hoofdpersonen, een godin, Xochiquetzal en een god, Tlaloc. Ze moesten op elke kant van de benzinetank afgebeeld worden. Al het andere kwam uit Dox’ hoofd.” Het kostte hem een paar maanden om van alles over de Azteekse cultuur te leren en daarna nog anderhalve maand om het op de motor te verwezenlijken, maar het resultaat is werkelijk verbluffend!

Het verhaal achter het spuitwerk is als volgt; Xochiquetzal was een mooi jong meisje, godin van kunst, poëzie, bloemen en vruchtbaarheid. Ze was getrouwd met Tlaloc, God van de donder en de regen, tevens brenger van vruchtbaarheid en vernietiging en vaak afgebeeld met een doodshoofd. Daarom staan ​​de twee aan weerszijden van de benzinetanks afgebeeld en staan ​​ze samen als geliefden op het achterspatbord.

ULTRAVIOLET LICHT

Dox bestudeerde alle kleuren die kenmerkend zijn voor de Azteekse traditie. Hij mengde ze om de bruine steenkleuren te creëren, maar ook een turquoise hemel met regendruppels, met inzetten van zwarte en gouden glitter die de kracht van vulkanen symboliseert. Hij werkte ook met inlegwerk van iriserend parelmoer dat bloemen in bloei en de natuur in al schoonheid symboliseert. Alles is omgeven door een gouden slang, een van de belangrijkste wezens in de Azteekse cultuur, geschilderd in 3D bladgoud. Ook zijn er veel symbolen uit de Azteekse kalender te zien op de zijkanten van de spatborden. Het gezicht in het midden van de kalender is gegraveerd in de 7-inch LED-koplamp. Het zadel was nog even een vraagteken, maar een panzadel, prachtig bewerkt met de naam La Azteca erop, was de perfecte oplossing! Maar er is meer dan het oog kan zien. De spatborden en benzinetanks verbergen geheime symbolen van heilige dieren die alleen met ultraviolet licht te zien zijn en we krijgen gelijk een demonstratie te zien die verbluffend is. “Dit is een trucje dat Dox als verrassing toevoegde en waarvan ik de tranen in de ogen kreeg toen ik het voor het eerst zag.” Francesco schaamt zich er gelukkig in het geheel niet voor om zijn emoties te uiten. “Tot slot is de motor opgedragen aan mijn vrouw en mijn familie, van wie ik meer houd dan van mijn leven en aan de kunst van het customizen van Harley-Davidsons.

Het idee was om een ​​Chicano Style te maken die zich onderscheidde van alle andere motoren. Een oude motor, met elementen van een oude cultuur die teruggaat tot de wortels van Midden-Amerika, waar de Chicano Style vandaan komt. Iets wat zonder twijfel perfect gelukt is!

Fotografie Onno “Berserk” Wieringa – madnessphotography.nl

TECHNISCHE GEGEVENS LA AZTECA

EigenaarFrancesco Mattioli / Crazyoils
BouwerHarley-Davidson / Francesco Mattioli / Crazyoils SAS
ContactVia Bruno Buozzi, 31, 20054 Segrate MI, Italië. Tel: +39 348 260 6998, E-mail: f.crazyoils@gmail.com
MerkAMF Harley-Davidson
ModelFLH1200
Bouwtijd4 maanden

Motorblok

Bouwjaar1973
BouwerHarley-Davidson
Cilinderinhoud1200 cc
TypeShovelhead V-Twin
CartersStandaard, handgepolijst
KrukasS&S
ZuigersWiseco 9,5:1, hoge compressie
CilindersStandaard geboord
CilinderkoppenStandaard
KleppenManley
NokkenasAndrews J
LiftersJims USA Powerglide met roltuimelaars en verstelbare stoterstangen
OliepompS&S, handgepolijst
CarburateurS&S Two Throat, handgepolijst
LuchtfilterTwee kelken
OntstekingS&S HI-4N van Crane, Accel-spoel, Accel-stator en -regelaar
Uitlaat2 in 2 Paughco met lange fishtails
Versnellingsbak1973, Harley-Davidson / Andrews
KoppelingBarnett high performance
Tandwielen22 / 51 tanden chroom

Rijwielgedeelte

FrameHarley-Davidson, 1973
Bouwer / MerkHarley-Davidson
VoorvorkHarley-Davidson FLHTCUSE 2006 chroom met Hyperpro progressieve veren
AchterschokbrekersProgressive Suspension 412 met chromen afdekking
VoorwielMCS, 3,25 x 21 inch, spaken: Parts Europe gedraaid chroom
VoorremArlen Ness 2 x 4 zuiger remklauwen, Arlen Ness zwevende remschijven, Goodridge remleidingen
VoorbandMetzeler 888 Marathon Ultra 120/70 – 21
AchterwielMCS, 4,00 x 16 inch, spaken: Parts Europe gedraaid chroom
AchterremStandaard Banaanremklauw, roestvrijstalen geperforeerde remschijf, Goodridge remleiding
AchterbandMetzeler 888 Marathon Ultra MU85B16

Diversen

VoorspatbordRWD Staal
AchterspatbordStaal 5″ langer
Spatbord BevestigingChroom
BenzinetankStandaard Harley-Davidson
Dashboard / Instrumenten3-light dashboard met originele snelheidsmeter
Stuur1-1/4″ Burly Beachbar Chroom
RisersChroom
HandvattenArlen Ness
Hendels en SchakelaarhuizenStandaard, Chroom
Koplamp7″ LED met custom gravering
ZadelSolozadel met custom bewerking
Forward ControlsStandaard, Chroom
TreeplankenHandgemaakt met leisteen
OlietankStandaard, Chroom

Spuitwerk

KleurHeel veel kleuren, lagen en technieken
SpuiterLorenzo ‘Dox’ Dossena van Dox Art Factory

Red Bull MotoGP Rookies Cup-coureur Jurrien van Crugten: ‘In 2027 wil ik in een WK-klasse rijden’

0
Jurrien van Crugten

Jurrien van Crugten eindigde vorig jaar als eenentwintigste in zijn eerste seizoen in de Red Bull MotoGP Rookies Cup, nadat hij een jaar eerder kampioen werd in de Northern Talent Cup. De 17-jarige coureur kreeg van de organisatie van de Grand Prix-talentcompetitie een tweede seizoen in 2026. Maar Van Crugten weet dat het beter kan én moet als hij zijn volgende doel wil bereiken: in 2027 op WK-niveau racen, het liefst in de Grand Prix. Maar hoe realistisch is dat, en wat moet daarvoor gebeuren? We vroegen het aan de rijder uit Hoogerheide zelf!

Jurrien, hoe kijk je terug op je eerste Red Bull MotoGP Rookies Cup-seizoen?

‘Het was natuurlijk allemaal nieuw en er waren veel nieuwe indrukken. Ik denk dat het een heel leerzaam seizoen is geweest. Tijdens de test voorafgaand aan het seizoen schrok ik toch wel even toen ik merkte hoe ver ik nog achter de snelste rijders stond. Gedurende het seizoen kwam ik daar steeds dichterbij. Dus als leerjaar is het volgens plan gegaan.’

Interview Dion Otten: ‘Ik wil met 66 RaceLab de basis van de Nederlandse racerij versterken’

Je gaf aan dat je schrok bij de eerste test. Had je het anders verwacht?

‘Mijn vertrouwen was best hoog nadat ik in 2024 kampioen was geworden in de Northern Talent Cup, dus na de eerste testdag was ik niet zo blij toen bleek dat ik er een aantal seconden achter stond. ’s Avonds heb ik er in het hotel met mijn vader – die mij het hele seizoen heeft bijgestaan – over gepraat en ik ben er niet lang in blijven hangen. De tweede testdag ging al een stuk beter. Daarna hebben we het stap voor stap bekeken en progressie gemaakt.’

Wat voor cijfer geef je jezelf voor je eerste jaar in de Red Bull MotoGP Rookies Cup?

‘Dat is een lastige vraag, maar ik zou zeggen een 6,5. Vooral door de stijgende lijn die we hebben laten zien, al waren er ook een aantal races waarvan ik dacht: “die waren niet best.” Zoals in Mugello, waar ik nog niet eerder had gereden. Daardoor gaat het cijfer dat ik mezelf geef wel wat naar beneden. Op circuits die ik wel kende, zoals de Sachsenring, stond ik er meteen wat beter bij. Daardoor leken mijn prestaties van buitenaf misschien soms wat wisselvallig, maar ik denk dat dit ook bij het leerproces in de Red Bull Rookies Cup hoort.’

Uitslagen Jurrien van Crugten – Red Bull MotoGP Rookies Cup in 2025

Race Circuit Land Positie
Race 1JerezSpanjeP18
Race 2JerezSpanjeP15
Race 3Le MansFrankrijkP17
Race 4Le MansFrankrijkP10
Race 5AragónSpanjeP15
Race 6AragónSpanjeP19
Race 7MugeloItaliëDNF
Race 8MugeloItaliëP21
Race 9SachsenringDuitslandP15
Race 10SachsenringDuitslandP14
Race 11Red Bull RingOostenrijkDNF
Race 12Red Bull RingOostenrijkP17
Race 13MisanoItaliëP17
Race 14MisanoItaliëP18

Eindstand

PositieP21
Punten12
Jurrien van Crugten (36) in actie op het circuit van Jerez, waar hij in april 2025 zijn debuut maakt in de talentencompetitie van de Grand Prix.

Wat zijn de belangrijkste dingen die je geleerd hebt?

‘Bij de Northern Talent Cup was ik altijd degene die vanaf de eerste ronde meteen “aan” kon staan. Ik stond gelijk op scherp en reed meteen goede rondetijden. In de Red Bull Rookies Cup doen ze dat nog een tandje meer. Meestal als Noord-Europeanen op een nieuwe baan komen, testen ze eerst op hoeveel meter voor een bocht je kunt remmen en proberen ze dat steeds iets later te doen. Maar Zuid-Europeanen doen dit precies andersom. Zij zoeken meteen de limiet op en als ze te laat remmen en doorschieten, doen ze daarna een stapje terug.’

En in de gevechten tijdens de race?

‘Bij de Northern Talent Cup waren sommigen nog weleens wat te lief, dat was ik in de eerste twee jaar in dat kampioenschap ook weleens. In mijn derde jaar ging dat al een stuk beter en was ik een stuk agressiever. Maar wat je dan in de Rookies tegenkomt, is nog wel een overtreffende trap van agressief zijn. En daar moet je dan ook gewoon in mee, want anders gaat het echt niet.’

Heb je nog getwijfeld of je door mocht bij de Red Bull Rookies?

‘Eigenlijk niet, want naar mijn idee ging het best wel goed. Maar in Misano – tijdens het laatste raceweekend, wanneer je hoort of je door mag of niet – kwam de spanning op vrijdag toch wel een beetje opzetten. Ik ben nog nooit zo zenuwachtig de kwalificatie ingegaan en toen werd ik zesentwintigste. Dat is niet de plek waar ik hoor te staan. ’s Avonds heb ik nog met de rijderscoach van de Red Bull Rookies gepraat en die gaf wel aan: het komt echt wel goed, probeer het nu in je koppie even rustig te krijgen. Een dag later in de race ben ik van P26 naar P17 gereden en heb ik mijn rondetijd met anderhalve seconde verbeterd. Dan voel je je toch weer een stuk beter. Later hoorde ik ook dat ik door mocht voor een tweede jaar in 2026.’

Wat moet er beter gaan in 2026?

‘Als je het afzet tegen de top van het veld, moet eigenlijk alles beter: het aanremmen van de bocht, het ingaan van de bocht, de snelheid gedurende de bocht en het uitkomen van de bocht. Ik denk dat het grootste punt waarop ik kan verbeteren is om nog meer met de achterrem te gaan werken, vooral in de rechterbochten. De bocht in en dan de achterrem nog net een beetje intrappen, zodat je de motor nog net iets beter kunt sturen en weer eerder op het gas kunt. Dat heeft de coach van de Red Bull Rookies Cup ook aangegeven. En ik denk ook gewoon iets harder de hoek induiken.’

Dat is een heldere analyse. Hoe ga je zorgen dat dit in de praktijk ook lukt?

‘Ik ben afgelopen winter meerdere keren in Spanje geweest om te trainen en daar lag de focus ook echt op die punten. Alleen maar die achterrem aan de rechterkant gebruiken, met als doel om het in mijn systeem te krijgen. Want voor de Rookies gebruikte ik de achterrem nog niet, maar het is wel nodig om dat goed onder de knie te krijgen om verder te komen. En naast de Red Bull Rookies is het ook belangrijk om in het Moto3 Junior World Championship (voormalig JuniorGP) te rijden, waardoor je nog meer ervaring opdoet.’

Kan je wat meer vertellen over je plannen in het Moto3 Junior World Championship?

‘Vorig jaar hebben we naast de Red Bull Rookies Cup de European Talent Cup gereden. Dat liep uit op een teleurstelling, omdat het Spaanse team veel technische problemen had en we hebben het seizoen ook niet volledig afgemaakt. We vonden het belangrijk om het dit jaar anders aan te pakken, met vertrouwde mensen om ons heen. Het plan is om te starten met een nieuw team, dat onder de vlag van het Italiaanse MMR Racing valt, dat met twee rijders uitkomt in het Europese Moto2-kampioenschap. Jarno Janssen – voor iedereen welbekend – is dit voor ons aan het organiseren. We zijn hem daar heel dankbaar voor.’

Op het moment van schrijven – half maart – is er nog geen officiële aankondiging. Waarom is dat en met welk merk ga je rijden?

‘Met een Honda. We hadden ook wel wat opties om bij andere teams te rijden, maar we geloven in het project met Jarno en hebben in december de keuze gemaakt om hiervoor te gaan. Alleen komt er bij het op poten zetten van zoiets heel veel kijken, zowel organisatorisch als financieel. Vergeleken met twee jaar geleden in de Northern Talent Cup moet ons budget wel zo’n beetje verviervoudigd worden. Maar Jarno heeft een groot netwerk in de motorsport en we hebben ook het geluk dat veel goede sponsoren en partners ons willen helpen. We hopen op korte termijn onze plannen officieel bekend te kunnen maken.’

Met welke resultaten zou jij zelf tevreden zijn in 2026?

‘Ik wil graag in de top tien finishen in de Red Bull Rookies Cup. Dat is mijn doel dit jaar en ik heb er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken. In het Moto3 Junior World Championship ga ik ervoor om zoveel mogelijk races binnen de top vijftien te eindigen. En de grote droom is natuurlijk om in 2027 in de Grand Prix te rijden.’

Interview Carlos Ezpeleta – Chief Sporting Officer van de MotoGP: ‘MotoGP wordt geen F1 op twee wielen’

Hoe realistisch is dat wanneer je deze doelen behaalt en dus nog niet vooraan zou rijden in deze competities?

‘Ik denk wel dat dat realistisch kan zijn. Sommigen die nu in de Grand Prix rijden, reden vorig jaar ook nog maar net binnen de top tien in de Red Bull Rookies Cup. Maar natuurlijk helpt het wanneer je zo ver mogelijk vooraan kunt zitten. Naast de uitslagen spelen er ook meer factoren mee. Denk aan hoe jij je presenteert en ook nationaliteit speelt een rol. Mijn vader en ik hebben wel tegen elkaar gezegd: in 2027 willen we hoe dan ook op WK-niveau rijden. En als halverwege het seizoen blijkt dat de Moto3-klasse van de Grand Prix geen reële optie is, kunnen we altijd nog verder kijken naar de raceklassen binnen het WorldSBK. Maar onze eerste focus is de Grand Prix en daar werken we hard aan.’

Voorafgaand aan ieder raceweekend lopen de jonge rijders gezamenlijk met de coaches een ronde over het circuit. Ook krijgen de Red Bull Rookies gedurende het weekend allerlei tips, niet alleen over het racen, maar ook daarbuiten.

Je bent relatief lang. Kijk je daarom ook wellicht verder dan Moto3 en ook naar Moto2, Sportbike of Supersport?

‘Zeker, we kijken verder en houden voor 2027 alle opties open. Mijn lengte zit voor de Moto3 niet helemaal mee, maar aan de andere kant behoor ik zeker niet tot de zwaarste rijders in het veld. Een andere optie zou ook kunnen zijn om een derde seizoen in de Red Bull Rookies Cup te rijden, wanneer we daar van de organisatie de kans voor krijgen. Dat gebeurt namelijk ook weleens. Vanaf 2028 komen er grotere Moto3-motoren in de Grand Prix, dus dat zou nog beter bij mijn postuur passen.’

Hoe ziet een trainingsweek bij jou eruit?

‘Afgelopen winter was het schema telkens twee weken in Nederland en daarna weer twee weken in Spanje om te trainen. Wanneer ik in Spanje ben, probeer ik zoveel mogelijk op de motor te zitten en te wielrennen. Thuis heb ik ook een trainingsschema van mijn persoonlijke coach. Doordeweeks heb ik iedere dag trainingen, zoals hardlopen, sportschool, balansoefeningen en wielrennen. Ook heb ik iemand voor mijn voeding en iemand die mij op mentaal vlak helpt.’

Op welke manier helpt de mental coach jou?

‘Dat gaat vooral over kleine dingetjes die bij mij niet helemaal lekker zitten. Zoals vorig seizoen, toen het niet liep bij het team in de European Talent Cup. Dat zat mij niet lekker. We hadden alleen maar problemen en ik wilde eigenlijk na twee races al stoppen, omdat het in mijn ogen geen zin had als je bijna geen sessie kunt uitrijden en het alleen maar geld kost. De mental coach heeft mij wel laten inzien dat het altijd iets kan brengen om toch door te gaan. Ik denk ook dat ik nu mentaal sterker ben dan aan het begin van vorig jaar en dat ik ook meer vertrouwen heb. Ik was toen dan wel NTC-kampioen, maar ik wist nog niet wat mij te wachten stond. Nu weet ik dat wel en met vertrouwde mensen om mij heen heb ik er vertrouwen in dat we onze doelen gaan behalen.’

Foto’s: Randy van Maasdijk


Kalender Red Bull MotoGP Rookies Cup 2026

Dit jaar viert de Red Bull MotoGP Rookies Cup haar 20-jarig bestaan. Voor de Nederlandse fans is er goed nieuws: het TT Circuit Assen keert terug op de kalender. Ook voor Jurrien van Crugten is dat positief, want hij kan hierdoor – in tegenstelling tot vorig jaar – racen voor eigen publiek.

Race Circuit Land Datum
Race 1 & 2JerezSpanje24-26 april
Race 3 & 4Le MansFrankrijk8-10 mei
Race 5 & 6MugelloItalië29-31 mei
Race 7 & 8TT Circuit AssenNederland26-28 juni
Race 9 & 10SachsenringDuitsland10-12 juli
Race 11 & 12MisanoSan Marino11-13 september
Race 13 & 14Red Bull RingOostenrijk18-20 september

Show Your Bike: het verhaal achter Otto’s droommotor

0

Sommige motoren komen niet toevallig op je pad. Ze wachten geduldig tot het juiste moment. Voor Otto Rijsdijk uit Valkenburg (Zuid-Holland) was dat moment afgelopen september, toen een ogenschijnlijk simpele rit naar Harley-Davidson Rotterdam onverwacht uitmondde in liefde op het eerste gezicht. In de showroom stond een custom Harley-Davidson FLSTF Fat Boy en die liet hem niet meer los.

Ik rijd inmiddels al 32 jaar motor. Mijn rijbewijs haalde ik drie maanden na mijn achttiende verjaardag en sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer gestopt. Ik heb altijd minimaal twee motoren gehad en motoren maken simpelweg deel uit van wie ik ben. Dit jaar ben ik 50 geworden en door omstandigheden is mijn leven de afgelopen jaren wel veranderd.

Vijf jaar geleden kreeg ik de diagnose Multiple Sclerose. MS is een ongeneeslijke ziekte en dit jaar ben ik daardoor met prepensioen gegaan. Dat klinkt zwaar, en dat ís het soms ook, maar het heeft me ook iets opgeleverd: tijd. Veel tijd. En die besteed ik het liefst op de motor, zolang mijn lichaam dat toelaat.

Sinds april reed ik naast mijn custom Harley-Davidson Sportster 883 Hugger ook op een Harley-Davidson Seventy-Two 1200. Twee totaal verschillende Sportsters, allebei met hun eigen karakter en ik genoot volop van die combinatie. Totdat ik in september bij Harley-Davidson Rotterdam binnenliep voor iets simpels: een nieuwe accu voor de 883.

Show your bike: Clubstyle Honda Magna

En daar stond hij. Een custom Fat Boy. Breed, stoer, laag en met die onmiskenbare uitstraling waar je niet omheen kunt. Ik was direct verkocht. Sommige motoren moet je beredeneren, andere voel je meteen. Dit was er zo één. Geen twijfel, geen mitsen en maren. Dit was mijn droommotor.

Ik heb uiteindelijk beide Sportsters ingeruild voor de Fat Boy. De foto die ik al eerder naar Bigtwin stuurde was nog tijdens de proefrit. Sterker nog: ik moest de motor officieel nog ophalen, maar ik kon het niet laten om hem alvast te laten zien. Zo trots was ik.

Inmiddels is dat allemaal geschiedenis. Ik heb de Fat Boy sinds oktober vorig jaar en ik rij erop zo veel als ik kan. Elke rit voelt speciaal. De motor past perfect bij me en bij de manier waarop ik tegenwoordig rijd: genieten, bewust en met volle aandacht. Geen haast, alleen beleving.

Afgelopen november ben ik er ook mee naar de Bigtwin Bikeshow in Houten geweest. Een mooie rit en een prachtig evenement om met deze motor te bezoeken. De Fat Boy trok daar, net als ik had verwacht, flink wat aandacht.

De (betere) foto die ik nu meestuur is gemaakt op een plek waar ik vaak rijd: langs de kust bij Katwijk aan Zee. Een omgeving die rust geeft, net als het rijden zelf. Voor mij is motorrijden meer dan een hobby. Het is vrijheid, ontspanning en een manier om met alles wat op mijn pad komt om te gaan.

Zolang het kan, blijf ik rijden. En het liefst doe ik dat op deze Fat Boy.

Van Road naar Offroad met RIDERS: enduro rijden bij de Adventure Academy in Olmen

0

Hey, maar dat gaat lekker met de RIDERS van Road naar Offroad. We horen het jullie denken bij het zien van deze openingsfoto. Maar zelfs zonder AI is soms wat je denkt niet wat je ziet. Dit is namelijk niet Nick, maar Nicky waarmee de kracht van een letter verschil maar weer eens schitterend duidelijk wordt. Uiteindelijk wil Nick – samen met collega-RIDERS Martin en Arjan – dit wel kunnen en dus ging het trio enduro-debutanten naar de Adventure Academy in het Vlaamse Olmen.

Save the date! 
Op 12 september vindt de eerste editie van de RIDERS Offroad Experience plaats in Genk. Wat je mag verwachten? Offroad rijden op motoren van bekende merken of op je eigen offroad. Binnenkort lees je meer!

Stelling: Motorrijden is de laatste vorm van puur reizen. En wel hierom! Tot pakweg een eeuw geleden heeft de mens gedurende zijn bestaan in de open lucht gereisd. Stappend, met paard en kar of op een kameel. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar verandering in. Wagens, bussen, treinen en vliegtuigen werden geliefkoosde transportmiddelen om te reizen. Daarbij hoort een allesomvattende metalen kooi. Hierdoor ging in niet geringe mate het contact met de omgeving verloren. De vriendelijke babbel in een dorp, het contact met de lokale bevolking, de geur van de bossen, het gevoel van de wind… En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Wie met de motor reist, doet dat zoals het duizenden jaren de gewoonte was; in contact met je omgeving. Motorreizen is dus de puurste vorm van reizen. Alleen, niet alle bestemmingen zijn gemakkelijk toegankelijk of eenvoudig om te bereiken. Soms moet je via onverharde wegen gaan, en dat vereist een speciale techniek. Een techniek die adventure-rijders beheersen, maar die pure asfaltrijders ontberen of angst inboezemt. Wie dus 100% van motorrijden én motorreizen wil genieten, kan maar beter een motor hebben die alle uitdagingen aankan en een rijtechniek die toelaat om de mogelijkheden van die motor ook daadwerkelijk te benutten.

Aarzelend begin

Zonder het bovenstaande te beseffen, zette een trio uit de RIDERS-community eind vorig jaar de eerste stappen in het adventure-rijden. Een aarzelend begin, dat al snel naar meer smaakte voor Nick, Martin Mijnten en Arjan. Het olijke trio zocht en vond paadjes, nam wat lessen en besloot om all the way te gaan met hun nieuwe hobby. Een einddoel zit er officieel nog niet in, maar hier en daar wordt al over het diepe zand van Afrika gesproken. Maar vooral ook over een leerproces dat hen in staat moet stellen volledig van hun adventuremotoren te genieten. Hun zoektocht naar meer informatie en de juiste rijtechniek bracht hen uiteindelijk naar de Adventure Academy in Olmen, op een steenworp afstand van de Nederlands-Belgische grens.

Geen hardcore

‘Veel mensen verwarren adventure rijden met enduro,’ stelt Nicky Kenis als heldere binnenkomer en Nicky kan het weten, want hij is ‘hoofdlesgever’ bij de Adventure Academy. ‘Maar er is een duidelijk verschil. Enduro rijden is eenzijdig offroad, vrij extreem soms, en wordt beoefend met motoren die dichter bij een MX-motor liggen dan bij een wegfiets. Adventure rijden is een stuk veelzijdiger. Je moet comfortabel op de weg kunnen rijden, maar ook offroaduitdagingen aankunnen. Dat vraagt een goede rijstijl, maar ook aandacht voor modulaire kledij. Ga maar eens met een crosshelm de snelweg op. Na een uurtje krijgt je nek het zwaar te verduren, met alle gevolgen van dien… Anderzijds kun je met een weghelm niet offroad rijden, want het stof kruipt tot in je ogen. Onze aanpak is gefocust op die veelzijdigheid. De Adventure Academy is daarom nadrukkelijk géén enduroschool. Het is een plek waar je alle aspecten van het adventure rijden meekrijgt. En we beginnen altijd vanaf nul. Omdat alleen een goede basistechniek je toelaat om verder te bouwen. Wie na een lesdag de smaak te pakken heeft, of rijders met een goed basisniveau, verwelkomen we met plezier op de Adventure+ lesdagen.’

Van Road naar Offroad met RIDERS: op bezoek bij Haan Wheels

Een zware, je ware?

De drie RIDERS gaan aan de slag met gehuurde Kawasaki KLE500 SE’s en in het geval van Nick en Arjan ook met de eigen BMW GS-motoren. Twee motormodellen die nogal van elkaar verschillen. De populaire GS is meer op comfort gericht, maar kan in de juiste handen best stevig offroadwerk aan. De nieuwe Kawasaki KLE500 is een motor die het adventure rijden benadert vanuit het klassieke standpunt. Herinner de 500 cc’s die in de jaren ’80 het adventure rijden op gang brachten. Dáár zit je met de KLE ook. Beperkter vermogen, maar een zeer hoog potentieel. ‘Met een lichte motor ga je ook veel meer de reactie op je rijtechniek voelen,’ zegt Kenis. ‘Je voelt direct wat je doet. De impact is duidelijk voelbaar, het resultaat meetbaar. Dat heb je met een zwaardere motor niet. Daar is een goede techniek nóg belangrijker. Tenzij je vertrouwt op een stevige stoot gas om je uit een moeilijke situatie te redden. Maar daar zijn natuurlijk ook risico’s aan verbonden.’

Leercurve

Uiteindelijk gaat het drietal aan de slag op zo’n kenmerkende voorjaarsdag van de Lage Landen. Gure wind, zo nu en dan een hagelbui en een temperatuur lager dan die van het hart van je ex. Of ze niet liever op een andere dag willen terugkeren? ‘Geen sprake van!’ protesteert Nick. Nick én zijn twee kompanen hebben een schaatsachtergrond. Die zijn dus wel wat kou gewend. ‘De omstandigheden zijn wat ze zijn. Ik vind het zelfs wel wat hebben, die uitdagende omstandigheden. Als we verder willen in het adventure rijden, mag wat regen ons niet afschrikken.’ En dus gaan ze van start. Eerst met een uitleg over de basistechnieken en ook over de Kawasaki KLE500. De BMW’s kennen ze al, de KLE is onbekend. Maar niet lang onbemind, blijkt later.

Na de basisoefeningen volgt er een rondje door het gigantische adventureparadijs. Met daarna stops op verschillende oefenstations voor remtechnieken, balansoefeningen, balkjes, zandrijden, de eerste kleine sprong, afdalingen, beklimmingen, wat te doen bij een afgeslagen motor op een helling en, jawel, een rit door de Kempen. ‘Ik sta te kijken van het verschil dat op één dag gemaakt is,’ stelde Arjan na afloop. ‘Als ik terugkijk naar de onzekere eerste meters bij de eerste oefeningen en de manier waarop ik met mijn GS de rondrit in de Kempen kon afhaspelen, kan ik niet anders dan onder de indruk zijn. Op geen enkel moment heb ik me geforceerd gevoeld. Alles verliep letterlijk op mijn tempo, op mijn niveau. Oefeningen werden aangepast op het individu en ook al heb ik héél veel moeten opnemen, het resultaat is onmiddellijk voelbaar. Ik heb nog veel te leren, maar ik héb ook al veel geleerd. Ik ben nog lang geen racepaard, maar een ezel ben ik ook niet meer, haha. Misschien is die droom van Afrika toch niet zo onbereikbaar als ik dacht. We zien wel…’

Het gaat een keer gebeuren dat de motor afslaat, precies op het moment dat je stijl omhoog rijdt. Dan kun je maar beter weten wat te doen…!

Wordt vervolgd

Over de Kawasaki KLE? Die bleek in handen van Martin zelfs een ideale partner. ‘Ik heb heel veel geleerd vandaag,’ begint Martin zijn beoordeling. ‘Zelfs tijdens de basisoefeningen op het vlakke stuk bij aanvang. Bochten leren nemen, vertrouwd geraken met het rechtop staan op de motor, de juiste houding en dat verdraaide vingertje op het rem- en koppelingshendel. Ik hoorde dat Nicky wel eens met een stok een tik uitdeelt bij hardleerse leerlingen, maar ik heb daar niks van gemerkt. Ofwel is het een verhaaltje om schrik aan te jagen, ofwel deed ik het nog zo slecht niet. Ik gok op het laatste,’ aldus een lachende Martin.

Rest de vraag of ze na een adventurebad van een dag de buik niet vol hebben van zoveel fysiek en mentaal malheur. ‘Geen sprake van,’ stelt Nick. ‘Dit smaakt naar méér. We komen terug voor een Adventure+ opleiding, maar we hebben natuurlijk een hoger doel nodig. Ik hoor dat de Adventure Academy ook stages in Afrika heeft. Weekendje Marokko. Of de ultieme adventuredroom: Lac Rose, de legendarische aankomstplaats van de Dakar-rally in Senegal. Ik doe geen voorspellingen, maar ik kan je wel zeggen dat dit zeker geen eindpunt was. Eerder het begin van iets moois. We zien wel waar het eindpunt ligt.’

En hé, laat dat laatste nu net de basis zijn van waar adventure rijden voor moet staan. Die drie RIDERS hebben het meteen gesnapt!

Tekst: Nicky Kenis
Foto’s: Manu De Soomer

Wat is de Adventure Academy?
De Adventure Academy is gevestigd in het Adventure Center. ‘Nogal wiedes,’ horen we je denken. Oké, maar dat Adventure Center staat voor méér dan de Academy. Je kunt er bij gespecialiseerde instructeurs bijvoorbeeld ook pure MX-lessen volgen. De Adventure Academy doet precies wat de naam voorspelt: de edele kunst van het adventure rijden aanleren. Nomen est omen. Gediplomeerde instructeurs hebben er een domein van 13 hectare ter beschikking. Daarop wordt geoefend op alle aspecten van het adventure rijden. Dat wil dus ook zeggen dat er een kort theoriegedeelte voorafgaat aan elke les. Ook tijdens de oefeningen die verspreid zijn over het hele domein, hoort theorie erbij. Wie begrijpt hoe en waarom een bepaalde techniek toegepast wordt, zal die techniek ook vlotter aanleren én onthouden. Een lesdag wordt altijd gevolgd door een rit op verharde én onverharde wegen, waar je de geleerde technieken in de praktijk omzet.

Meer informatie: adventure-academy.be

Programma WorldSBK Assen 17-19 april 2026: actie op en naast de baan

0
De top drie komt door “Victory Lane” naar de huldiging.

Op het TT Circuit Assen is dit jaar weer veel te beleven. Hoogtepunt is natuurlijk de TT van eind juni, maar het WK Superbike van 17-19 april is minstens zo interessant. En misschien nog wel leuker, omdat je vrij het rennerskwartier in kunt. ‘Fans zijn niet alleen toeschouwers, ze moeten zich onderdeel van het evenement voelen,’ is het devies van het WK Superbike.

Interview Dion Otten: ‘Ik wil met 66 RaceLab de basis van de Nederlandse racerij versterken’

Door dat onderdeel voelen hoef je als toeschouwer niet op de tribunes en taluds te blijven, je kunt bij het WK Superbike door de tunnel onder de Hoofdtribune naar het binnenterrein gaan en je kunt dan het rennerskwartier in, waar zich tal van activiteiten afspelen. Dat kun je ook doen tijdens races, want op een groot scherm kun je in de ‘Fanzone’ elke race volgen. Met daarbij Engels commentaar. Dat scherm staat op een podium waar ook de eerste drie van elke race worden gehuldigd. De rijders komen na de race op hun motoren daarnaartoe en rijden door ‘Victory Lane’. Ook de beste drie van de Superpole-sessies komen naar het podium. Alvorens ze naar het podium komen, worden daarnaast interviews met hen afgenomen door meerdere tv-ploegen. Je kunt er met je neus bovenop staan.

Ook als er geen races of huldigingen zijn, is er veel te beleven op het podium. Er worden interviews gehouden met rijders, je kunt er luisteren naar technische informatie over de motoren en er zijn handtekeningensessies. In de paddock is merchandise van je favoriete coureur te koop. En er zijn stalletjes waar je eten en drinken kunt kopen.

De pitwalk is een mooie gelegenheid om posters of kaarten te krijgen, of om een selfie te maken.

Dagelijkse pitwalk

Op zaterdag zijn er vijf races en op zondag zelfs zes. Naast de Superbike, Supersport en Sportbike komen in Assen ook nog de damesklasse WCR en de Moto4 Northern Cup in actie. Alle klassen rijden zowel op zaterdag als op zondag een wedstrijd. De Superbikes rijden op zondagochtend ook nog de Superpole-race.

Net voor die race is er tussen tien over tien en kwart voor elf een pitwalk. Je kunt dan door de pitstraat in contact komen met de rijders en posters of kaarten verkrijgen. Of je maakt een selfie met je favoriete coureur. Ook op zaterdag is er een pitwalk. Op vrijdag is er een speciale pitwalk voor de jeugd.

Met je motor het circuit op!
Als je op zaterdag de hele dag naar de trainingen en de races hebt gekeken, volgt nog iets heel speciaals: je mag met je eigen motor een rondje over het circuit rijden (beslist niet racen!). Om hieraan mee te kunnen doen, moet je in de paddock vooraf een sticker halen bij de stand van de Vrienden TT Circuit Assen. Je motor met sticker parkeer je op de parking bij de Haarbocht. En mocht je nog geen lid zijn van de Vrienden, geef je dan ook gelijk op als lid. Dat kost je niets.
De prijzen
De entreeprijzen per dag zijn €25 (vrijdag), €50 (zaterdag) en €55 (zondag). Ga je meerdere dagen, koop dan een meerdaagse kaart: €80 (vrijdag-zondag) en €70 (zaterdag-zondag). Jeugd tot en met 15 jaar heeft alle dagen gratis toegang. Meer informatie.

Foto’s: Jan Boer

Tijdschema

Vrijdag 17 april
09.00-09.25  Moto4 Northern Cup           vrije training
09.40-10.05  WorldSPB     vrije training
10.20-11.05  WorldSBK     vrije training
11.20-12.00  WorldSSP     vrije training
12.15-12.40  WorldWCR    vrije training
12.45-13.20  Pitwalk voor kinderen
13.30-13.55  Moto4 Northern Cup           vrije training
14.10-14.35  WorldSPB     Superpole
15.00-15.45  WorldSBK     vrije training
16.00-16.40  WorldSSP     Superpole
16.55-17.20  WorldWCR    Superpole
17.35-18.05 Moto4 Northern Cup kwalificatie
Zaterdag 18 april
09.00-09.10  WorldWCR    warm up
09.20-09.30  WorldSPB     warm up
09.40-10.00  WorldSBK     vrije training
10.10-10.20  WorldSSP     warm up 1
10.25-11.05  Pitwalk
11.15-11.30  WorldSBK     Superpole
12.00  WorldWCR    race 1
13.00  WorldSPB     race
14.00  WorldSSP     race 1
15.30  WorldSBK     race 1
16.45  Moto4 Northern Cup           race 1
17.15-17.30  Fans’ Bike Parade Lap
Zondag 19 april
08.55-09.05  WorldWCR    warm up
09.15-09.25  WorldSBK     warm up
09.35-09.45  WorldSPB     warm up
09.55-10.05  WorldSSP     warm up
10.10-10.45  Pitwalk
11.10  WorldSBK     Superpole race
12.00  WorldWCR    race 2
13.00  WorldSPB     race 2
14.00  WorldSSP     race 2
15.30  WorldSBK     race 2
16.45  Moto4 Northern Cup           race 2

Historie 65 jaar Triumph Trident: van idee tot 2026 Trident 800

2

In 1961 werd bij Triumph voor het eerst gesproken over een nieuwe 750cc-driecilinder. Het gesprek ging tussen twee beroemde technisch ontwerpers van Triumph: Doug Hele en Bert Hopwood. Het leek beide topfunctionarissen een logische vervolgstap in de modelevolutie van Triumph.

De Triumph-twins in de jaren ‘60 waren allen nog gebaseerd op het paralleltwin-ontwerp, dat in 1938 zijn intrede deed met de 500cc 5TA Speedtwin. Opboren tot 650 cc deed Triumph al sinds de Thunderbird uit 1949. Verder opboren tot 750 cc vonden beiden te veel van het goede voor het toen al vrij oude ontwerp. In de jaren die volgden spraken Hele en Hopwood regelmatig met elkaar over de specificaties die de nieuwe 750 mee zou moeten krijgen. In 1963 besloten ze om de eerste ontwerpschetsen aan het papier toe te vertrouwen. Op dat moment had het project geen enkele prioriteit bij Triumph. Sterker nog, Triumph’s hoogste baas en legendarische ontwerper Edward Turner wilde niet dat er tijd voor vrijgemaakt werd.

Historie 100 jaar Ducati #1: van radiobuizen tot Desmo

Nieuwe managementposities

Dat negeerden Hele en Hopwood volkomen, want beiden vonden het driecilinderconcept ideaal voor een zware motorfiets. In hun ogen draaide een ‘triple’ nu eenmaal soepeler rond dan een qua cilinderinhoud gelijkwaardige, stampende, paralleltwin. Daarnaast was een triple lichter dan een viercilinder. Omdat prioriteit en fondsen ontbraken, gingen ze uit van de bestaande Triumph-twin-rijwielgedeeltes. Ze dachten dat een viercilinder in lijn te veel van het goede zou zijn als een bestaand rijwielgedeelte als uitgangspunt genomen zou worden. Ze waren met name bezorgd over de wegligging bij hogere snelheden. In stilte besloten ze om het project ook echt verder te brengen en een rijdend prototype te bouwen. Dat leidde in 1965 tot de ‘P1’, het eerste prototype van een Triumph-triple. Je kunt het tegenwoordig bewonderen in het bezoekerscentrum van de Triumph-fabriek in het Engelse Hinckley. De P1 werd ook aan een testprogramma onderworpen. Hitteproblemen en een veel te lawaaierige primaire tandwielaandrijving waren een paar zaken die opvielen tijdens de eerste uitgebreide testritten.

In die periode ging Edward Turner met pensioen en werden er veel managementposities opnieuw ingevuld. Vroeg in 1966 kwam het nieuws ook door dat er in Japan een nieuwe 750cc-viercilinder viertakt in ontwikkeling was. Niet bij Honda, maar bij Kawasaki. Dit maakte Triumph onrustig. Hun Amerikaanse export liep steeds verder terug naarmate de Japanse fabrikanten meer marktaandeel veroverden. Reden genoeg voor het management om Hele en Hopwood vol het groene licht te geven om hun 750cc-triple als officieel Triumph-fabrieksproject verder uit te werken. Dit leidde datzelfde jaar al tot het tweede prototype, de ‘P2’. Het was niets meer en minder dan een verbeterde versie van de P1, maar wel eentje die het management ervan overtuigde om zo snel mogelijk een productierijp prototype te ontwikkelen. Dat zorgde ervoor dat een ontwerpbureau ingeschakeld werd dat zich over het uiterlijk zou buigen. De P1 en P2 leken veel op de Bonneville uit die tijd, maar daar maakte het ontwerpbureau ‘Ogle Design’ een drastisch einde aan. Ogle ontwierp destijds auto’s voor Leyland, maar was later ook verantwoordelijk voor de iconische Raleigh Chopper-fiets, de beroemde Reliant Scimitar en Robin-driewieler waarin je mocht rijden met een motorrijbewijs. En Star Wars-fans kennen Ogle Design wellicht van Luke Skywalker’s XP-34 Landspeeder.

‘s Werelds snelste productiemotor

Ogle presenteerde hun ontwerp aan Triumph in 1967. Het maakte van de sierlijke, vloeiende Trident-prototypes een hoekige machine met wat bijzonder aandoende ‘ray gun’-uitlaten. De directie van Triumph kon er goed mee leven, maar het ontwerp werd volledig afgebrand door met name de Amerikaanse Triumph Oost & West-importeurs en Triumph-dealers. Dat vond de directie minder belangrijk en dus werd de nogal radicaal gestijlde Trident in september 1968 voor het eerst aan het publiek getoond. Niet lang daarna werd hij onder de naam T150 Trident officieel in productie genomen. Naast de Trident kwam ook de vergelijkbare BSA Rocket III op de markt. BSA had Triumph in 1951 al overgenomen, de triple was het eerste gezamenlijke project van de twee grote Engelse motorfabrikanten.

De Trident en de Rocket verschilden licht van elkaar. Grootste verschil was dat de cilinders van de Rocket 15 graden naar voren helden en de Trident de cilinders verticaal op het carter had staan. Toen de Trident uitkwam, werd hij door de Engelse motorpers bestempeld als een ‘anderhalve Triumph 500’, wat gezien zijn technische opbouw en relatie met de bestaande paralleltwin-modellen ook heel logisch was. De drie cilinders hadden een boring x slag van 67 mm x 70 mm, goed voor een cilinderinhoud van 741 cc. De twee kleppen per cilinder werden met dubbele onderliggende nokkenassen en stoterstangen bediend. Het blok leverde in zijn eerste uitvoering een maximumvermogen van 58 pk bij 7.250 tpm. Via een primaire ketting en een Borg & Beck-enkelplaatskoppeling werd dit vermogen overgebracht naar de losse vierversnellingsbak. Topsnelheid van de T150 Trident met zijn drooggewicht van 212 kg werd gemeten op 208 km/u. Daarmee was de Trident de snelste productiemotor ter wereld op dat moment.

De verwachtingen waren hooggespannen voor de nieuwe triples. Met name in Amerika, waar de vraag naar dit soort zware machines ontzettend groot was. Dat was de reden waarom ook Honda een nieuwe machine in ontwikkeling genomen had. De Japanse fabriek was exact op de hoogte van wat zich bij Triumph afspeelde. Hun nieuwe geweldenaar werd daarom afgestemd op de Trident, in die zin dat hij het Engelse concept heel bewust in ieder opzicht diende te overtreffen. Het Engelse project had drie cilinders, de Honda kreeg er daarom vier. Een groot voordeel, want Honda had erg veel ervaring met het vier-in-lijnconcept door haar GP-racers die in de jaren ‘60 nogal wat wereldtitels binnengeharkt hadden. De Trident had een trommelrem in het voorwiel, dus koos Honda voor een schijfrem. De Triumph moest je aantrappen, de Honda had een elektrische startmotor en een uitgebreid pakket aan elektrische accessoires zoals knipperlichten. Tot slot bekeek Honda zorgvuldig hoe ze hun nieuwe 750 als massaproduct konden produceren, waardoor ze de kostprijs en de uiteindelijke verkoopprijs erg laag konden houden.

Succesvolle F750-racers

Toen de Trident in Amerika op de markt kwam, werd er matig op gereageerd. Dealers die het hoekige plaatwerk verwijderden en de oudere Triumph-tank en -beplating monteerden, waren opvallend succesvol in hun verkopen. Maar toen Honda een paar maanden na de Trident hun CB750 op de markt bracht, stortten de verkopen direct dramatisch in. Het zou een verwoestende nagel in Triumph’s uiteindelijke doodskist blijken te zijn. Honda kon door massaproductie en bewuste prijspolitiek de CB750 heel goedkoop op de markt zetten. De Japanse fabriek speelde een hard spel; ze wilden bewust zoveel mogelijk concurrenten echt uitschakelen en een dominerende wereldspeler worden op de markt voor zware motoren. Dus werd de CB750 in zijn eerste Amerikaanse verkoopjaar spotgoedkoop verkocht. Hij kostte ongeveer de helft van een nieuwe Trident. Je kon dus twee CB750’s kopen of één Triumph Trident. En dat in de belangrijkste markt ter wereld, een markt die het hoofdaandeel vormde voor Triumph’s motorverkopen wereldwijd…

Maar de eerste Trident leverde wel superieure prestaties en had een zeer goede wegligging. Zijn top lag hoger dan die van al zijn concurrenten. Doug Hele was een meestertuner en de triple was goed op te voeren. Dus maakte de triple in de racerij al snel furore. Vooral toen de Engelse framebouwer Rob North een messcherp sturend frame ontwikkelde voor de BSA- en Triumph-triples. De Triumph- en BSA F750-triple-racers behoorden destijds tot de meest succesvolle F750-racers ter wereld. Grote en beroemde F750-races werden op hun naam gezet, bijvoorbeeld de Daytona 200. Maar ook een fraaie serie overwinningen met de tot ‘Slippery Sam’ gedoopte Trident op het eiland Man. In 1970 werd ook de Bol d’Or winnend afgesloten door een Triumph-triple.

Naast de impact van de CB750 sloeg de nieuwe Trident ook niet heel goed aan door zijn hoekige uiterlijk. Met name de Amerikaanse BSA- en Triumph-importeurs hadden hun twijfels toen ze de Trident en de Rocket III voor het eerst zagen. Don Brown, werkzaam als vice-president bij de Amerikaanse BSA-importeur, besloot ontwerper Craig Vetter in 1968 al te vragen om het uiterlijk van de BSA Rocket III onder handen te nemen. Hij wilde een ‘customized facelift’, met slankere en vloeiender lijnen. In de zomer van 1969 had Vetter een rijdend prototype klaar dat hij in oktober van dat jaar aan de directie van BSA USA liet zien. Zij waren onder de indruk en stuurden de machine door naar Engeland met het advies de machine in productie te nemen voor de Amerikaanse markt. Maar de BSA-fabriek vond het, in de persoon van Bert Hopwood, letterlijk ‘een buitensporig frivole machine’ en besloot aanvankelijk om verder niets met het prototype te doen. Ze stuurden het daarom terug naar Amerika zonder verder commentaar.

Vetter’s prototype maakte Hopwood wél duidelijk dat het verstandig was om iets tegen de Amerikaanse klaagzang te ondernemen. Dus werd er in 1970 besloten om een ‘beauty kit’ uit te brengen met door de Bonneville geïnspireerde onderdelen waardoor het uiterlijk snel verfraaid kon worden. Die kit werd met name in Amerika gretig afgenomen.

De bijnaam ‘Rodent’

In de tussentijd was in het Amerikaanse motorblad Cycle World een heel positieve test verschenen over Craig Vetter’s BSA-prototype dat veel positieve reacties van lezers losmaakte. Tegelijkertijd ontdekte BSA dat er door een maandenlang onontdekt gebleven fout in een computersysteem waarin onderdelenbestellingen van toeleveranciers geregeld werden, een gigantisch kostbare onderdelenvoorraad van Rocket III-onderdelen opgebouwd was met een waarde van 8 miljoen pond! Dat leidde er mede toe dat BSA in 1970 een topverlies leed van maar liefst 22 miljoen pond… BSA raakte in grote problemen en trok dochteronderneming Triumph met zich mee.

Door deze dynamiek realiseerde Hopwood zich dat het misschien geen gek idee zou zijn om de Vetter BSA Rocket III in productie te nemen. Want door de fout waren er immers onderdelen genoeg voorhanden waar anders toch niets mee zou gebeuren, en blijkbaar zag Amerika wel brood in Vetter’s customcreatie. Dus besloot BSA om hem in productie te nemen. Daartoe werden er in het seizoen 1972 1.183 BSA Rocket III’s geassembleerd uit de overtollige onderdelen. Maar omdat BSA in die periode steeds verder in enorme problemen raakte, werd besloten om het nieuwe model als de Triumph X-75 Hurricane op de markt te brengen.

In Europa en Australië/Azië verliepen de verkopen van de T150 Trident aanvankelijk redelijk, mede door het succes in de racerij en het feit dat de CB750 rond 1969 nog niet overal leverbaar was. Toch bleven de verkopen achter en de investeringen in de racerij liepen tegelijkertijd torenhoog op. Hierdoor verliep de ontwikkeling van de Trident vrij traag. In 1971 werd een vijfbak leverbaar als optie, in 1972 was de vijfbak samen met een enkele voorschijfrem standaard. Dat jaar werden ook alle X-75 Hurricanes geassembleerd. Het waren er 1.154 in totaal, waarvan er ruim 1.100 naar Amerika gingen. Toen de laatste daar in 1973 arriveerde, was BSA al ter ziele. Triumph ging nog door, maar hoe lang nog? De productie van de T150 Trident liep uiteindelijk nog door tot 1974. Tussen 1968 en 1974 werden er in totaal 19.179 geproduceerd. In de tussentijd werkte het noodlijdende Triumph wanhopig aan een opvolger die het tij moest zien te keren. Dat werd de T160 Trident, die in november 1974 in productie ging.

Hoofdreden voor dit nieuwe model was het feit dat de T150 Trident inmiddels hopeloos verouderd was in de midden jaren ’70 snel veranderende markt van superbikes. Er bestond bijvoorbeeld al een inmiddels noodzakelijk geworden wens voor een elektrische starter. Destijds was de T150 zo’n beetje de enige zware motor die je nog moest aantrappen, en dat was niet altijd even gemakkelijk… Maar een plaatsje vinden voor de startmotor was niet zo eenvoudig. De meest logische plaats was achter het verticale cilinderblok, op het carter. Maar er was net te weinig ruimte tussen het frame en het cilinderblok om een startmotor te plaatsen. Triumph loste dit op door het carter van de BSA Rocket III te adopteren. Hierdoor helden de cilinders nu ook twaalf graden naar voren en dat gaf net genoeg ruimte om de startmotor te huisvesten. De mix tussen BSA- en Triumph-triple-onderdelen zorgde ervoor dat de T160 in eerste instantie de bijnaam ‘Rodent’ (knaagdier) meekreeg, een niet zo leuk samenvoegsel van de woorden Rocket en Trident. Triumph wilde de T160 aanvankelijk de modelnaam Thunderbird III meegeven, maar de vrees dat Ford het hier niet mee eens zou zijn, zorgde ervoor dat de modelnaam Trident gehandhaafd bleef.

De overhellende cilinders van de T160 zorgden er ook voor dat een nieuw 3-in-4-in-2-uitlaatsysteem zijn intrede deed. Ook het luchtfilterhuis werd vernieuwd, waardoor het inlaatgeluid verminderd werd. Voor- en achterschijfremmen, links schakelende versnellingsbak, knipperlichten, een startmotor en een flink verbeterde styling maakten van de T160 Trident een moderne machine. Het riep bij velen de vraag op waarom Triumph in vredesnaam deze machine niet in 1968 op de markt had gebracht. De productie van de T160 begon in november 1974 en zou tot april 1976 voortduren. In totaal werden er 7.104 van gebouwd.

Historie 70 jaar Yamaha: innoveren in creëren

Terug van weggeweest

Vanaf het begin van de jaren ‘70 raakte ook Triumph langzaam maar zeker in steeds diepere problemen. Financiële en managementproblemen bij BSA, de eigenaar van Triumph, en de keiharde opkomst van de Japanse fabrikanten leidden tot een nieuw bedrijf dat door de Engelse overheid gesubsidieerd werd: NVT (Norton Villiers Triumph). Het idee van de overheid was om de gezamenlijke Engelse motorindustrie te versterken door de verschillende merken onder één dak samen te brengen. Maar Dennis Poore, de nieuwe directeur van NVT en de oude directeur van Norton, vond dat BSA weinig toevoegde aan deze plannen. Hij besloot BSA te termineren en de productielijnen van Norton en Triumph samen te voegen en over te brengen naar de oude BSA-fabriek in Small Heath, Birmingham.

Daar waren veel werknemers het niet mee eens, waarna in september 1974 een kreupelmakende staking werd uitgeroepen die dankzij de ondersteuning van de politieke partij Labour maar liefst twee jaar (!) voort kon duren. In de tussentijd werd met ondersteuning van Labour de ‘Meriden Motorcycle Co-operative’ opgericht. De stakers konden zo de Triumph-productie toch weer oppakken – met NVT als enige afnemer van hun producten. Deze bizarre situatie, gekoppeld aan mismanagement, leidde tot het faillissement van NVT. Een aantal vervolgplannen van de Meriden Motorcycle Co-operative om door te gaan met een aantal karakteristieke paralleltwin-modellen zoals de Bonneville en de Tiger brachten niet de oplossing waarop gehoopt werd. Op 23 augustus 1983 ging Triumph/Meriden opnieuw failliet.

Zakenman John Bloor kocht de rechten op de merknaam Triumph en zorgde jaren later voor een doorstart die wel resultaat had en die tot op de dag van vandaag voortduurt. Tussen 1991 en 1998 was er weer een Trident leverbaar, naar keus met een vloeistofgekoeld 750cc- of 900cc-driecilinder DOHC-vierklepsmotorblok. Het naakte Trident-basismodel werd goed verkocht en leverde samen met zijn driecilinderopvolgers een belangrijke bijdrage aan de heropleving van Triumph. In 2021 keerde de Trident als een 660cc-uitvoering weer terug in de Triumph-range. En nieuw voor dit jaar is de Trident 800, aangedreven door het driecilinderblok dat we kennen uit de Tiger Sport 800. Daarmee is de Trident weer helemaal terug van weggeweest!

Foto’s: Archives A. Herl, Triumph