Harley-Davidson heeft een ongeveer 25 minuten durende video uitgebracht ter gelegenheid van de release van de Pan America. De video geeft een blik achter de schermen tijdens de ontwikkeling van de nieuwe adventure. Ondertussen wordt ook de aankomende Harley-Davidson 1250 Custom getoond.
Pan America is slechts het begin
Tegen het einde van de video zijn Jochen Zeits, CEO van Harley, en Brad Richards, VP van Styling & Design, te zien rond een kampvuur. Ze vertellen over hun ervaringen tijdens een reis met de Pan America en ook dat het nieuwe model nog maar het begin is van een heel nieuwe motorserie voor Harley-Davidson. De Pan America zou slechts het begin moeten zijn en aan de basis liggen van een hele reeks vernieuwingen.
In de video zie je de reeds aangekondigde Harley-Davidson 1250 Custom.
De Custom is verder ontwikkeld in vergelijking met de eerste foto’s. Hij krijgt dezelfde motor als de Pan America: de Revolution Max 1250. Nieuwe info dus. Ook de 1250 branding is te zien op de toekomstige motor.
Beeld van de Harley-Davidson 1250 Custom uit de video.
De boven gerichte uitlaat is voorzien van een hitteschild, de voetsteunen zijn nu met rubber bekleed en een echte radiateur vervangt het showroommodel. In de cockpit vind je een rond digitaal display en er zijn extreem veel schakelaars en knoppen op het stuur. Dit suggereert dat de 1250 Custom vol zit met elektronica dat de berijder kan inzetten tijdens de rit.
Aangenomen wordt dat de Cruiser de Sportster-reeks zal vervangen. In Europa is de Sportster-serie al uit productie genomen vanwege Euro 5, maar in Amerika worden ze momenteel nog verkocht.
Volg hier de Petronas Yamaha MotoGP 2021 presentatie met Franco Morbidelli én Valentino Rossi.
Over dik een uur kun je kennismaken met de twee overgebleven Yamaha-rijders. Beide wekken meer verwachtingen dan het fabrieksteam. Enerzijds omdat Petronas Yamaha de vice -wereldkampioen MotoGP hebben: Franco Morbidelli. Maar bovenal, omdat aan zijn zijde Valentino Rossi staat. De negenvoudig wereldkampioen is nog steeds de meest bejubelde MotoGP-rijder en zal voor het eerst in acht seizoenen van team veranderen. Dus hoe zullen de nieuwe kleuren hem staan?
Maak de presentatie van het Petronas Yamaha MotoGP 2021-team mee, vanaf 10.30 uur vandaag.
Voor IJsspeedwayer Jasper Iwema vormt de coronapandemie geen reden de motoren in de schuur te laten staan. Corona of niet, hij is gemotiveerd om nieuwe stappen te maken in zijn sport. Jasper neemt ons mee naar het Russische Togliatti en geeft een kijkje achter de schermen op zijn korte seizoen.
Dat het geen normaal seizoen zou worden voor ijsspeedwayheld Jasper Iwema is in de herfst van 2020 al duidelijk. De organisaties van de WK-races in Inzell en Heerenveen besluiten in november om in 2021 geen races te organiseren. Voor hen is het alleen mogelijk wedstrijden te houden als er voldoende toeschouwers kunnen komen en dat blijkt onder de destijds al geldende maatregelen niet mogelijk. Vlak voor de jaarwisseling wordt ook in Berlijn – waar de wedstrijd in de open lucht wordt verreden – besloten niet te organiseren. In Zweden wordt bovendien de WK-kwalificatierace geannuleerd. Hierdoor komt het hele wereldkampioenschap op losse schroeven te staan.
Begin dit jaar staat alleen de race in het verre Russische Togliatti nog op het programma. En zelfs achter deze wedstrijd komen onverwachts de nodige vraagtekens te staan.
Innovatieve kuipen
In oktober duikt Iwema weer de werkplaats in om zijn materiaal voor het seizoen in tiptopconditie te brengen. Jasper: ‘Ik probeer altijd wat nieuws te doen, te innoveren. De ijsracemachines zien er al jaren uit als rijdende badkuipen. Dat kan wel anders, vond ik. Bovendien wilden we iets aan de rijhoogte en zitpositie veranderen. We hebben het subframe aangepast, waardoor de kuipen ook veranderd moesten worden. Samen met Marco Glorie heb ik nieuwe kuipen ontwikkeld. De inspiratie kwam uit mijn vorige motorcarrière op de weg. Op de foto legt Theo Hoekman de laatste hand aan het eerste exemplaar. Daarna nog spuiten en bestickeren. Het resultaat mag er zijn, vind ik zelf. Het is nu meer een racer geworden. De collega’s waren eerst wel verbaasd bij het zien van de nieuwe kuipen, maar hun reacties waren positief. Zij vinden het leuk dat ik dingen probeer. En ik voel dat het wordt gerespecteerd en gewaardeerd in de ijsracewereld. Op de baan heb ik er helaas nog niet veel profijt van gehad.’
Theo Hoekman legt de laatste hand aan de nieuwe kuip van Iwema’s machine.
De nieuwe kuipen zien er piekfijn uit.
De uitvalsbasis van Jasper Iwema in Örnsköldsvik. Links de entree van het appartement.
IJsmeester in Örnsköldsvik. De blik vanuit de oude Volvo-truck waarmee de baan na de training opnieuw wordt geprepareerd..
Uitvalsbasis
De geldende coronamaatregelen zorgen ervoor dat de grenzen van Rusland voor Jasper Iwema gesloten blijven. Visa worden niet verstrekt. Dus zoekt Iwema een alternatief. Jasper: ‘Ik ben voor de voorbereiding uitgeweken naar Zweden. Het dorpje Örnsköldsvik vormde dit jaar mijn uitvalsbasis. Örnsköldsvik ligt zo’n 500 kilometer boven Stockholm. Daar kon ik een ruimte huren in het appartement van Martin Haarahiltunen, een van de betere Zweedse ijsracers. Helaas is Martin geblesseerd, maar hij heeft mij wel veel kunnen helpen. Het weer in Zweden werkte mee. Vanaf januari is de temperatuur in Örnsköldsvik altijd onder het vriespunt geweest. Ik kon er veel trainen op de baan van de lokale motorclub. Daarvoor moesten we wel zelf de handen uit de mouwen steken en de baan prepareren. Eerst drukten we de sneeuw op de baan aan en daarna brachten we vijf dagen lang met een oude Volvo-vrachtwagen uit 1970 water op de baan. We konden zo’n drie dagen in de week trainen. Tussendoor moest telkens de baan worden hersteld. Door de coronamaatregelen konden er helaas geen officiële wedstrijden worden verreden. Enorm jammer, want het was daarvoor een prima winter in Zweden.’
n het weekend van 13 en 14 februari staat de enig overgebleven race van wereldkampioenschap op de kalender, die in het Russische Togliatti. Naast Covid19 verschijnt er nog een andere beer op de weg naar Rusland. Het internationaal sporttribunaal (CAS) heeft Rusland een dopingschorsing opgelegd van twee jaar. De schorsing houdt onder andere in dat Rusland, vanwege die dopingfraude, twee jaar is uitgesloten van het organiseren van grote sporttoernooien. Omdat ook de FIM zich conformeert aan de WADA (Wereld Anti Doping Agentschap) richtlijnen, zou dit zomaar kunnen betekenen dat ook door Togliatti een streep moet worden gezet. Achter de schermen wordt druk overlegd om te voorkomen dat er voor het eerst sinds 1966 geen wereldkampioen gekroond kan worden. Uiteindelijk gaan de lichten toch op groen.
Visum
Op 1 februari komen in Stockholm de juiste stempels in het paspoort van Iwema. Hierdoor kan de reis naar Togliatti doorgaan. Maar er is meer. Jasper: ‘Door de coronamaatregelen werd het papierwerk voor de motoren door de Russische motorbond MFR geregeld. Ook moesten we van tevoren aangeven welke grensovergang we gingen gebruiken en wanneer we van plan waren de grens over te steken. Het leek dus allemaal perfect geregeld voor een vlotte reis naar Togliatti.’ De Zweden waren minder gelukkig. Zij kregen door problemen met de verzekeringen het niet voor elkaar een visum te bemachtigen.
Ondertussen meldt ook monteur Jenno Plantenga zich in Zweden met in zijn bagage onder andere een fris geprepareerd motorblok. Een andere formaliteit moet nog wel worden geregeld: een negatieve coronatest van niet meer dan drie dagen oud. Jasper: ‘Dat is in Zweden een dure aangelegenheid kwamen we achter. Sowieso is het leven in Zweden duur. In ieder geval duurder dan gepland. Het geld wat ik in Zweden kwijt ben om een week te leven, daarmee kon ik in Rusland een maand vooruit. Voor een PCR-test moesten we ook nog eens 250 euro betalen.’ Met twee negatieve PCR-tests op zak zet het tweetal in de vroege ochtend van 5 februari koers richting Rusland.
Vanuit Örnsköldsvik gaat het naar Stockholm en wordt de bakwagen op de boot richting het Finse Torku gechauffeerd. Daar treffen ze de Oostenrijkse coureur Franky Zorn en gezamenlijk wordt de reis vervolgd naar het grootste obstakel onderweg: de grens met Rusland. Jasper: ‘We hoopten er vlot door te komen nu we alle papieren op orde hadden. Maar dat bleek niet het geval. Het was veel rustiger dan normaal bij de grens. Dat zal met de coronamaatregelen te maken hebben gehad. Maar het duurde toch weer ruim acht uur, voordat we door konden. De papieren die we hadden waren niet bekend bij de douaniers. Onze machines zijn kennelijk ook lastige spullen voor hen. Ze hebben geen kenteken, we importeren ze niet, we exporteren ze niet. Blijkbaar allemaal heel moeilijk. Maar goed, we hebben er ook wel eens zesentwintig uur gestaan. Dus klagen doen we dan maar niet. Maar voor eenieder die nog eens de Russische grens over wil met de auto heb ik de volgende tip: zorg dat je vooraf goed hebt gegeten en geen haast hebt.’ Vanaf de Fins-Russische grens is het dan nog 2.200 kilometer sturen naar Togliatti.
Blij met de juiste stempels in het paspoort.
Klaar voor vertrek. Dit korte seizoen zit Iwema toch ruim 9.000 kilometer achter het stuur van de bakwagen.
Radio optreden voor Jasper Iwema
Op zondagavond wordt Togliatti bereikt. De stad aan de oever van de Wolga staat bekend als de ‘autohoofdstad van Rusland’. Hier worden onder andere modellen van Lada en Dacia gefabriceerd. Op dinsdag kan er verrassend genoeg nog kort worden getraind in het stadion. Jasper: ‘Het ijs was erg slecht met veel gaten erin. Tijdens de wedstrijd zou het rond het vriespunt zijn, waardoor ik al verwachtte dat het ijs vreemd zou worden…’ Op woensdagavond gaan Zorn en Iwema gezamenlijk naar het lokale radiostation ‘Global Dance’ voor een interview van een uur. Jasper: ‘Ik weet niet waarom ze ons gevraagd hebben, maar we waren waarschijnlijk de eersten die aanwezig waren in Togliatti. Bovendien zijn Franky en ik altijd wel in voor dit soort dingen. De studio bevond zich boven in een flatgebouw. Eerst twaalf verdiepingen met de lift en daarna nog vier trappen. En die trappen waren uitgevoerd zonder enige vorm van beveiliging. De studio bevond zich in een omgebouwde woonkamer. Maar er was een tolk geregeld en we hebben het over van alles gehad. Het was een leuke ervaring.’
Iwema en Plantenga hebben geen hinder ondervonden van de Covid-maatregelen. Jasper: ‘Het leek wel of Covid daar niet bestond. In het hotel hoefden we geen mondkapjes te dragen. Daarom zie je ons ook niet met mondkapjes op de foto’s. Het personeel in het hotel droeg trouwens wel mondkapjes. Ook het zwembad, de sauna en het restaurant waren gewoon toegankelijk. Hier in Togliatti zit ook een McDonalds, maar daar zagen ze mij niet. Als Jenno zin had in een hamburger kon hij de bus meenemen en gaan. Het eten in het hotel in Togliatti was prima. Borscht is mijn favoriete gerecht. Dat is een soep die volgens mij wordt gemaakt van rode bieten. En er zit veel vlees in, lekker.’
Ook in het Anatoly Stepanov-stadion was er weinig te merken van de coronapandemie. ‘We hebben wel allemaal weer een PCR-test moeten doen. Die zijn in Rusland gelukkig niet zo duur. Hier betaalden we veertig euro voor zo’n test. In de pits hoefden we geen mondkapjes te dragen of afstand te houden. Eigenlijk alleen tijdens de rijdersbriefing en de voorstelling aan het publiek moesten we die dragen.’
Voorafgegaan door Franky Zorn naderen we de Fins-Russische grens.
Met Franky Zorn (tweede van links) te gast bij een Russisch radiostation.
Steengrillen en Borscht. Het menu is prima in Togliatti.
Teleurstelling
De races om de wereldtitel zijn voor Iwema uitgelopen op een teleurstelling. Jasper Iwema: ‘Natuurlijk was het vooraf lastig inschatten waar we stonden. Maar ik had er wel meer van verwacht. Vanaf het eerste moment voelde het niet goed aan. Het was de eerste keer dit seizoen op Russisch ijs en dat zorgde ervoor dat we tegen problemen aanliepen. Ik miste het vertrouwen in de voorkant van de motor. Hierdoor kwam mijn zwakke punt “het plat gooien van de motor” onder een vergrootglas te liggen. De tweede dag was gelukkig wel beter, maar nog verre van het niveau wat ik denk te kunnen halen. Wanneer we een normaal WK zouden rijden, had ik me tijdens de volgende wedstrijd kunnen revancheren. Nu moet ik wachten tot het EK dat in maart in Polen wordt verreden.’
Iwema eindigt als hekkensluiter tijdens de eerste GP, maar klasseert zich een dag later als dertiende. Het levert een vijftiende plaats in het eindklassement op. De Rus Dinar Valeev pakt de titel.
De rit huiswaarts biedt genoeg tijd om na te denken over nieuwe verbeteringen. Onderweg blijkt dat het Europees kampioenschap voorlopig ook niet wordt verreden. Dat is toch verplaatst naar december. De organisatie aldaar mikt dan op een wedstrijd met publiek. Voor Jasper Iwema betekent het verplaatsen van de wedstrijd dat het seizoen nu alweer ten einde is. Nog korter dan vooraf gedacht.
Het ‘plat gooien’ van de motor vormde voor Iwema een probleem op het Russische ijs. | Foto David Reygondeau/GOOD-SHOOT.com
Portret Jasper Iwema
Twee jaar geleden zocht Motor.NL Jasper Iwema op met een camera en maakte een portret van deze ijsmeester.
De Honda CR500 uit 1994 is geen ‘motortje’ om zonder handschoenen aan te pakken. Iets dat ook wel blijkt als Aaron Colton aan een ambitieus restauratieproject begint. Gered uit de diepten van een oude garage, brengt zijn meest intimiderende project ooit hem uiteindelijk wel naar de Red Bull Day in the Dirt op de Glen Helen Raceway voor de grote finale. Geniet, alleen al van dat waanzinnige geluid!
Wij plaatsen elke dag, exact op het moment dat avondklok in gaat een interessante video. Deze keer: Een Honda CR500 restaureren
Dubbeltest Harley-Davidson FXDR 114 vs. Triumph Rocket 3R. “Het houden van een wedstrijd op de openbare weg, ook wel straatrace genoemd, is strafbaar gesteld in artikel 10 WVW. De wedstrijd zelf is gedefinieerd als elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties (…)”
Testlocatie
De ideale ‘urban’ omgeving
Omstandigheden
Wisselend bewolkt met een zonnetje tussendoor
Temperatuur
20 graden
Testkilometers
500 km
Bijzonderheden
Geen gedoe met de politie met dit soort machines. Best bijzonder!
Triumph Rocket 3R
Met recht geen Rocket III meer. De klassieke cijfernotatie paste de oude Triumph Rocket wellicht, maar aan de nieuwe Rocket 3R is niets klassiek. Een drag-bike met manieren of een cruiser met machtswaanzin?
Harley-Davidson FXDR 114
Die bizar lange voorvork, het grote voorwiel en het dikke en dichte achterwiel. De Harley-Davidson FXDR 114 is een niet te missen drag-racer met een koplamp. Kan de Amerikaan het driecilindergeweld aan met vette tweecilinderklapen?
Triumph Rocket 3R
Een Triumph Rocket 3R koop je niet alleen voor jezelf. Je koopt hem ook om de ogen van je buurman uit te steken. De lijst van mensen die jaloers zijn bij het zien van jouw Rocket 3R is lang. En dan te bedenken dat nooit enig benul krijgen van z’n kracht.
Danig onder de indruk
Alleen al het uiterlijk van de Triumph Rocket 3R slaat mensen met stomheid. Laag en lang, maar voor het gevoel ook compact. Toch is de Rocket een slagschip, die je niet zo maar in je stadstuintje parkeert. De motor staat dan in de weg en je merkt ook of de tuintegels nog strak liggen. De 150/80-17-voorband ziet er haast komisch uit, maar het lachen vergaat je snel als je stapvoets manoeuvreert. Helemaal behelpen is het niet, leuk evenmin. Slim parkeren leer je dan vanzelf.
Slimmigheden zijn de Triumph Rocket 3R niet vreemd. In tegenstelling tot de Amerikaan, is de Brit afgeladen met elektronica. Tractieregeling, rijmodi en zelfs cruisecontrol zit erop. Vergeet ook het dashboard niet. Compact, duidelijk en effectief. Je wisselt eenvoudig tussen twee lay-outs. De een is simpel en modern, de ander meer klassiek. Zeker wanneer het tft-scherm op de avondstand overgaat voor beter zicht, is klassiek het juiste woord. De achtergrond toont een soort geborsteld messing klok. En dan het blok, wie verzint dat, 2458cc verdelen over drie cilinders? Aan de Rocket oogt alles dik. Technisch mooi, uiteraard. Drie pijpen onder de tank vandaan op links vormen de inlaat en aan de rechterkant lopen twee nog dikkere geborstelde pijpen over in een redelijk subtiele uitlaatdemper. Het open wiel blijft daardoor mooi in het zicht. Ziet er machtig uit, net als de cardan. Net als het zadeltje, met zijn zitkuil en opstaand randje in de onderrug.
Niets sneller
Dik is ook het stuur en dat geldt zeker ook voor de klemmen van de koppeling- en rempomp. Dat het tankje veel te klein is, maakt de Rocket meteen ook mooi smal. Het zorgt er ook voor dat je de tank makkelijker met je knieën afklemt. En dat moet, want vanaf het allereerste beetje lossen van de koppeling ontgaat je niet hoeveel koppel een 2458cc-triple produceert. Die overdaad aan trekkracht is heel praktisch, maar natuurlijk vooral heel leuk. Veel te leuk. Toch nog even een dotje gas om dat gaatje dicht te rijden, die auto is nog ver weg. Denken is gaan. Niet per se op topsnelheid – nergens voor nodig. Wel op pure acceleratie. Een tussensprintje hier, vlot bij het stoplicht weg daar. Op de openbare weg komt letterlijk niets sneller van zijn plek dan de Triumph Rocket 3R en dat is een machtig gevoel. Tesla’s zakken een plaatsje in de voedselketen.
Niet helemaal geschikt
Bijzonder genoeg deelt de Rocket 3R een eigenschap met diezelfde Tesla’s. Hoeveel Tesla-bestuurders zijn totaal ongeschikt voor de immense trekkracht van hun elektrische auto on ludicrous-mode? Het uiterlijk van de Rocket brengt je in verwarring. Een cruiser die uit je handen accelereert, verwacht je niet. Ook menig medeweggebruiker onderschat de Rocket. Zij zien ook een dikke, vette cruiser. Maar de Triumph Rocket 3R is veel meer dan dat. En sneller bovenal.
Pluspunten Triumph Rocket 3R
Wat een bizar vermogen. Goed uitgerust, stuurt ook nog en is zelfs bijna comfortabel.
Minpunten Triumph Rocket 3R
Bijzondere/bizarre rijervaring moet je liggen, verbruik is niet mals.
Kraakhelder TFT met meerdere lay-outs; een dashboard dat er mag wezen.
Achterop zitten bij een Rocket 3R is sowieso een uitdaging. De voetsteuntjes klap je ongebruikt volledig onzichtbaar weg.
Met al dat gewicht en al die brute power ben je blij dat er superbike-waardige remmerij in het vooronder hangt.
Harley-Davidson FXDR 114
Geloof maar dat Harley-Davidson met de FXDR 114 iets neerzet dat op z’n minst indruk maakt. De rijplaat kraakt onder het gewicht. Langgerekt, lomp en loodzwaar is-ie. De FXDR heeft wel iets met woorden die met een L beginnen. Lanceren bijvoorbeeld.
Geen dragrace-looks?
Als we de spatlap op het achterspatbord verwijderd hebben door vier Torx-boutjes te lossen, is de Harley-Davidson FXDR 114 ineens de knapste van het stel. Een kont-lift was precies wat-ie nodig had. Dan verdwijnt de dragracer en verschijnt een langgerekte flattracker. Wel oogt de achterband om het dichte achterwiel ineens heel obees. De Michelin Scorcher meet net als de Avon Cobra Chrome-achterband van de Triumph 240mm. Wel is het profiel van de Michelin een stuk minder rond en dat merk je in het rijden. Ondanks de luie balhoofdhoek rijdt de FXDR wel als een dragracer. Launch control, stand by.
Voortbordurend op het Softail-platform is de wegligging zeker niet onaardig. Dat geldt ook voor de remmen en de Showa Dual Bending Valve-vering. En met de lange wielbasis, luie balhoofdhoek en het grote 19 inch-voorwiel – 2” groter dan die van de Rocket – wil de FXDR eigenlijk nog best aardig de bocht om. Net op weg lijkt de Harley-Davidson FXDR 114 zelfs makkelijker te sturen dan de Triumph. Die bolle voorband van de Brit went moeilijker en met het smalle rubber van de Amerikaan ben je snel vertrouwd. Dan is het einde aan de grondspeling snel gevonden. Pas wanneer je de Triumph – en z’n bizarre acceleratie – in de vingers hebt, levert de FXDR z’n voorsprong rap in.
Harley-Davidson FXDR 114: geen slappampus
Met 161 Nm koppel bij 3.500 tpm is de Milwaukee-Eight 114-V-twin bepaald geen slappampus. Met 1868 cc verdeeld over twee cilinders met een relatief lange slag ben je vaak het snelst weg bij het verkeerslicht.
Maar bottompower legt het altijd af tegen triplekracht. De triple van de Triumph mag er uitzien als een stoommachine, maar deelt wel een rechtse hoek uit die de FXDR knock-out slaat.
De Harley-Davidson FXDR 114 is de meest bizarre uit de Softail-lijn, maar is niet de meest hypermoderne op de markt. Maae met die dikke led-koplamp bewijst Milwaukee wel hoe een goede verlichting eruit moet zien; modern, strak en stoer. Om vervolgens uit de bocht te vliegen met achterlicht, richtingaanwijzers en dashboard. Zet het af tegen de kraakheldere tft van de Rocket en het gesprek slaat dood als bier in een vet glas. Maar looks zijn briljant.
Machtige gewaarwording
Een Amerikaanse dragracer die te kakken wordt gezet door een Britse stoommachine? Ach, het zal wat. Met de voeten vooruit zorgt de FXDR voor een machtige gewaarwording. Het V-twin-blok blaast en briest als een racepaard. Bijna alles aan de HD is heerlijk lomp, mannelijk als een moonshiner uit Kentucky. De Triumph heeft meer koppel en pk’s en verpakt dat met tongue in cheek. Maar met die gedrogeerde spierballen heeft de FXDR 114 de grootste bek. En die vallen overal en altijd het meeste op.
Pluspunten Harley-Davidson FXDR 114
Dat blok blijft machtig, zonder spatlap best een knapperd, stuurt echt niet onaardig…
Minpunten Harley-Davidson FXDR 114
…voor een Harley. Dashboard in vergelijking heel karig, verder feitelijk geen elektronica.
Zelfs voor een motor die de helft kost, zou dit nog een vrij karig dashboard zijn.
Gaaf als deze soort van ‘ram air’-inlaat eruit ziet, ramt ‘ie zich vooral in de zijkant van je rechterbeen.
Ook een upsidedown-vork, ook vierzuigerklauwen. Qua remmen is het vervolgens een wereld van verschil.
Meten is weten
Dat dit soort motoren in de praktijk nog idioter blijken dan ze vooraf op papier al lijken, werd weer eens duidelijk. Zowel de Triumph Rocket 3R als de Harley-Davidson FXDR 114 probeerden eerst de rijplaat van de redactiebus te slopen. Daarna werd een aanslag geraamd op onze weegschaal. Die trok de Harley nog net: 298,8 kg. Drie ons meer en de weegschaal had een error gegeven. De nog zwaardere Rocket 3R hebben we om die reden niet kunnen wegen en van de weeromstuit gaf de Brit opnieuw een probleem: voorband te dik voor de wielklem van de Marolo-testbank van HocoParts. Je verzint het niet. De FXDR laat 154,1 Nm meten en legt daarmee toe op de fabrieksopgave. Toch voelt de Harley niet veel minder dan de Rocket 3R met zijn 221 Nm (fabrieksopgave). En toch helpt het koppel van onderuit de Harley niet, omdat de Triumph veel langer doorloopt. En het verbruik? Valt daarover nog wat te zeggen? Dat van de Harley valt enorm mee, maar de Triumph heeft een drankprobleem.
Harley-Davidson FXDR 114 vs. Triumph Rocket 3R: conclusie
De FXDR is duurder, minder sterk, minder uitgerust en ook de afwerking laat steekjes vallen. Toch wint de Harley-Davidson FXDR 114 een prijsje – en nee, geen poedelprijs. Voor één keer voelt een 114 kubieke inch-blok als de zinnige keuze. De brute acceleratie van de FXDR is niet mis en de looks zijn precies schreeuwerig genoeg. Dat het ook nog gewoon serieus oké stuurt, maakt hem in elk geval zeker niet kansloos. Alleen die Rocket 3R… Triumph ging voor alles of niks. Het blok is briljant en de elektronica zo mogelijk nog genialer. Zo veel power, zo veel zwarte strepen ondanks al die elektronica. De FXDR doet zeker even mee, maar verdwijnt dan rap in de bar-end spiegels van de Triumph. De Triumph accelereert niet zo bruut als de Harley-Davidson, het is abrupter. De eerste versnelling gaat precies tot 105 km/u. Dat zegt genoeg. Het draait om nul-naar-honderd-tijden. En toch is de Rocket 3R geen vermoeiende, nietsontziende straatracer. Je hebt een ruime zit en cruise control, een elektronisch vangnet en een lekker breed stuur. Dat is waar de Triumph Rocket 3R de slag wint. De Harley-Davidson FXDR 114 is wel die straatracer en geen elektronisch vangnet. Die heeft de Rocket 3R wel. Met z’n brute power en comfort blijf je precies remmen voor oranje-verkeerslichten. Om bij het doven van het rode licht aan het gas te draaien… Keer op keer!
Er was iemand die me probeerde op te lichten via Marktplaats. Er was iemand die een benzinetank voor een Honda Blackbird wist die ‘misschien ook op een X11 zou kunnen passen’ (nee dus, leerde navraag). En er was een mail dat de tank van een gecrashte donorfiets helaas niet meer beschikbaar was – maar allerlei piefjes en palletjes die ik niet nodig heb wel. Tot zover mijn pogingen om een ‘nieuwe’ benzinetank voor mijn trouwe Honda X11 te bemachtigen.
De motor rijdt geweldig, maar die deuken zijn een pain in the ass. In the eye in dit geval. Nogmaals vervloek ik de vorige eigenaar, mijn vriend S., die het ding uit zijn handen had laten glippen. Had hem dan niet gekocht, zeg je nu. Tsja. Technisch is hij prima, hij rijdt geweldig en hij is lekker ‘anders’. Op internet barst het van de enthousiaste reviews. Maar ja, die #*&$! Deukjes!
Opeens krijg ik weer een mail. ‘Ik heb eventueel een nieuwe tankhoes voor je,’ schrijft ene Co. Verroest, niet aan gedacht. That could work!
Drie dagen later meld ik me met mijn X op een bouwplaats in Amsterdam-Noord. Daar is Co aan het werk. Ik maak kennis met een joviale zestiger met een Mokums accent dat de dictie van wijlen André Hazes kakkineus had laten lijken. Mijn eerste vraag in Markplaatseske situaties is altijd: waarom wil je ervan af? Co slaakt een diepe zucht. ‘Mijn zoon vroeg of hij mijn X mocht lenen. Hij had net zijn motorrijbewijs gehaald. Nou, bij zijn eerste rit reed hij hem in de prak. Gewoon veel te veel vermogen. Mijn zoon was gelukkig nog redelijk heel, maar de Honda… Ik heb hem nog wel laten opknappen, maar ik vertrouwde hem niet meer. Dus nu rij ik BMW.’
Verliefd kijkt hij naar mijn X11. ‘Hard gaan ze hè? Ik had de mijne laten chippen. Hij kon 320.’ Stoer vertel ik dat ik ook een powercommander achterin heb, maar Co is niet meteen onder de indruk. ‘Twee of drie?’ wil hij weten. Huh, zijn er ook motoren met twee of drie van die opfokapparaatjes?! ‘Gewoon één,’ antwoord ik. Maar dat bedoelt Co niet: ‘Ik bedoel type 1, 2 of 3. Geen idee? Ok, nou, deze zal ook best hard gaan. Het zijn zulke monsters. Maar je kunt er ook heerlijk relaxed mee rijden.’
Co had nog veel meer aan de zijne laten doen. ‘Ik had hem in Dronten gehaald. Die gozer bouwt ze ook helemaal om. Verlengde assen en dat soort dingen. Ik had ook andere uitlaten. Jij hebt de originele, zie ik. Die zijn geld waard hoor!’
Ik vertel dat ik in Duitsland aan de kant ben gezet. De politie stelde teleurgesteld vast dat ik inderdaad de originele pijpen onder mijn X had. Co, met grote ogen: ‘Tjonge, zijn ze zo streng? Ik lees er wel over, maar ik rij daar nooit.’ Waar reed je dán 320, vraag ik me af.
Dan geef ik Co 25 euro en hij mij een hagelnieuwe lederen Bagster-tankhoes, met aan weerszijden in grote letters ‘X11’ erop. Best mooi eigenlijk, constateer ik opgetogen.
Co kijkt me met gemengde gevoelens na terwijl ik nodeloos hard optrekkend huiswaarts ga. Daar check ik op internet wat zo’n hoes nieuw kost. Wauw, 160 euro. Oké Geels, goeie deal. Ik sjor de hoes over mijn gehavende benzinetank. Heeft wel wat, constateer ik tevreden. En geen deukje meer te zien. Maar dan haal ik mijn tanktas uit de kast, met van die handige kleefmagneten. Ik probeer het. Een seconde later staar ik beteuterd naar de grond. Daar ligt mijn tanktas. Damn!
Ik weeg mijn opties: een bijpassende tanktas met gespen kopen, toch de tank maar laten uitdeuken, of… een andere motor?
Freestyle motorcrossicoon Axell Hodges keert terug met zijn Slayground-videoserie en zoekt daarbij – op een speciaal aangelegde baan in San Diego – letterlijk alle grenzen van het onmogelijke op. Vastgelegd door een fantastische cameraman en een nog fantastischere helikopterpiloot. Waanzin in beeld gevangen.
Wij plaatsen elke dag, exact op het moment dat avondklok in gaat een interessante video. Deze keer: Vliegles van Axell Hodges
Om Richard Hammond – de kleine uit Top Gear – hoeft niemand zich druk te maken toch? Het mannetje heeft een geschat kapitaal van zeventien miljoen euro. Toch moest Hammond niet overdreven lang geleden zijn motorfiets verkopen om wc-papier aan te kunnen schaffen.
Tegenwoordig kan Hammond werkelijk iedere motorfiets en auto kopen die zijn hartje begeert. Dat doet hij dan ook regelmatig. Hij heeft een kapitaal aan rollend materieel verzameld en doet daarom verwoede pogingen om daarvoor naast zijn historische landhuis een zwaarbeveiligde schuur te bouwen. Ook een glazen gebouw om zijn motoren mooi zichtbaar te stallen, maakt deel uit van de bouwplannen.
I was beyond broke
Het contrast met de jaren negentig kan niet groter. Toen woonde Richard Hammond in het illustere dorpje Clitheroe. Als medewerker van het lokale radiostation verdiende hij niet de mega-bedragen die hij later als Tv-presentator zo gewoon werd. Ook de kelder waarin hij leefde staat in schril contrast met zijn huidige paleis. Zijn situatie van destijds vat hij in de Mail Online als volgt samen: ‘I was beyond broke.’
De kleine presentator doet daarmee absoluut niet aan grootspraak. In zijn Top Gear-tijd zetten zijn collega’s hem voor paal, in de negentiger jaren is dat zijn creditcard. Bij het afrekenen van de boodschappen geeft de creditcard niet thuis omdat het maximum bedrag is bereikt. Hammond heeft geen geld meer voor zijn voedsel en toiletpapier. ‘There’s nothing more’, verzucht hij.
Motor op de pof
Het enige dat erop zit is om zijn motorfiets te verkopen. Al is het technisch gezien niet helemaal zijn bezit omdat hij de motor op de pof kocht. Wat volgt is een rondgang langs de lokale motorzaken om de hoogste inruilprijs te bedingen. Met het geld dat hij voor de motorfiets krijgt kan Hammond eindelijk zijn boodschappen en waarschijnlijk ondertussen felbegeerde toiletpapier kopen.
Het is verkiezingstijd – en dan niet die voor het pluche in Den Haag. We hebben het hier natuurlijk over de Motor van het Decennium-verkiezing. Van onze lezers, volgers en fans verwachtten we wel enthousiasme, maar zo’n hoge opkomst hadden wij zelfs niet verwacht. Er kwamen meer dan duizend stemmen binnen om te bepalen wat dé motor van de jaren tien wordt. Hoog tijd voor de uitslag!
Als je van de duikplank springt, is de kans levensgroot dat je nat wordt. En als je een verkiezing uitschrijft, waarbij BMW’s boxer-GS op de kieslijst staat… Je voelt hem aankomen. De Motor van het Decennium-titel kon de BMW R1200GS uit 2013 van meet af al haast niet meer ontgaan. Vanaf 2010 is BMW non-stop marktleider geweest in Nederland, met immer een boxer-GS aan de top. De in 2013 gelanceerde vloeistofgekoelde R1200GS was zoals met iedere grote-GS ervoor meer evolutie dan revolutie. De stemmers roemen de GS om het rijgemak, de souplesse van de boxer en hoe degelijk de motor is. Opvallend veel stemmers geven toe dat ze de GS niet eens zo mooi vinden, maar er toch een zwak voor hebben. De Beierse allroad blijft mateloos populair. En hoe. Met 253 – bijna een kwart van de stemmen – staat de 2013 BMW R1200GS maar liefst 86 stemmen los van nummer-2.
‘Hoe BMW de GS, als ware het de 911 van de motorwereld, maar blijft perfectioneren. Geen grote veranderingen (helaas, want mooi vind ik ‘m nog steeds niet) maar steeds kleine doch belangrijke evoluties’ – Guido van Es, die uiteindelijk toch op de Africa Twin stemde.
‘De beste’ – Rinus Oude Kempers, man van weinig woorden.
‘Rij-eigenschappen alsof je op een brommertje zit, top!’ – R1200RT-rijder Rob Quené
2013
BMW R1200GS
2 – Moto Guzzi V85TT – 2019
Die nummer twee is een stuk verrassender. Met welgeteld 167 stemmen – 16% – gaat de 2019 Moto Guzzi V85TT met het zilver aan de haal. De Guzzi V85TT werd bij de 2019-editie van de Motor van het Jaar-verkiezing verrassend winnaar. Nagenoeg alle redacteuren hadden de Guzzi heimelijk op hun lijstje staan, waardoor-ie op punten won. Dat de Moto Guzzi V85TT niet langer heimelijk geliefd wordt, maakt de tweede plaats meer dan waar. Stemmers benadrukken hoe verfrissend het concept is. Een allroad met retro-kenmerken is blijkbaar een succesformule. Zo vaak als jullie de V85TT dankbaar bestempelen als ‘geen pk-pakhuis’! Jullie hebben duidelijk een broertje dood aan de pk-wedloop. Al is de Guzzi volgens velen meer dan een leuke en laagdrempelige brommer. De praktische onderhoudsarme cardanaandrijving en de beleving van de V2-in-lengterichting wordt ook met lof overladen.
‘Totale verrassing voor vriend en vijand. Ziet er gelikt uit.’ – Gijsbert Goor.
‘Ongelofelijk hoe een redelijk gedateerd motormerk zo’n fraaie motor kan maken die gewoon klopt!’ – Stefan van Vugt, die geen blad voor de mond neemt.
‘Eindelijk geen krachtpatser, maar een buitengewoon mooie en sierlijke motor.’ – Paul van Slooten, rijdt een Super Ténéré 1200 en kan de cardan van de Guzzi ook waarderen.
2019 Moto Guzzi V85TT
3* – Kawasaki Z900 – 2017
Een keurige derde plaats voor de Kawasaki Z900 – onze Motor van het Jaar 2017. De 125 pk-sterke prijsknaller-naked heeft een grote schare fans. Met 94 stemmen – 9% – drukt de Kawasaki Z900 de Honda Africa Twin van de laatste podiumplaats. Slechts twee stemmen tussen beide. De Z900-liefhebbers zijn een ander soort volk dan Guzzi-stemmers. Zij zijn dol op het krachtige viercilinderblok. Over het design vergelijkbare lof. Het scherpe lijnenspel en de stoere looks zijn voor velen doorslaggevend. Toch is geeft maar één ding voor zo’n beetje iedereen de doorslag; de prijs. Waarbij een groot aantal de nieuwe Z900 met zijn elektronica en tft-dash alweer onnodig aangekleed vinden. Kun je nagaan?
‘Deze motor maakte echt impact in de gehele motorwereld.’ – Frank Zoontjes, Marketing Manager Kawasaki Motors Benelux
‘Simply beautiful and all you need.’ – Henk Salomons, General Manager Kawasaki Motors Benelux
‘Supermooie en fijn rijdende motor voor een scherpe prijs met alles erop wat je nodig hebt en geen poespas waar je niet standaard op zit te wachten.’ – Lennart Meijers, uiterst tevreden Z900-rijder en niet werkzaam bij Kawasaki Motors Benelux
2017 Kawasaki Z900
4 – Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports – 2018
Met 92 stemmen komt de Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports niet in aanmerking voor de titel Motor van het Decennium. Een van de langste typenamen en de vierde plaats zijn een schrale troost. Desondanks kan de Africa Twin op veel lof rekenen. De DCT-versnellingsbak wordt door velen aangehaald als een voordeel, zeker voor de wat oudere motorrijder kan het een uitkomst zijn. En zo pissig als de puristen waren toen de nieuwe Africa Twin met staande tweepitter gepresenteerd werd, is de historische naam volgens jullie duidelijk deel van de aantrekkingskracht. Hoe zo geen echte Africa Twin? Waar de GS- en Guzzi-fans trouwens maar op die cardan blijven hameren, klaagt de Africa Twin-adept eigenlijk niet over de ketting.
‘Motor is geschikt voor zowel de straat als in het lichte terrein. Motor zonder teveel poespas.’ – Ap Duijzer. Stemde als MT-09 Tracer-eigenaar op de Africa Twin.
‘Een prachtige motor om te zien, waarmee je oneindig veel avontuurlijke kilometers kunt afleggen, ook op onverhard terrein.’ – Jan H. Koopman, die zelf een Africa Twin met DCT heeft.
‘Beste allroad van het rijtje. Geen GS, omdat iedereen die heeft.’ – Han de Feijter, XL1000V Varadero-rijder die zich strijdbaar afzet tegen de meute.
2018 Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports
5 – Ducati Streetfighter V4S – 2020
Wellicht dat het collectief geheugen hier een handje helpt. Het is immers de jongste inzending voor de verkiezing. Toch is het waarschijnlijk bovenal de duurste Motor van het Jaar ooit. Desondanks weet de Ducati Streetfighter V4S een top-5 positie veilig te stellen. Met afstand de minst praktische motor in dit gezelschap, maar dat maakt blijkbaar niets uit. De meest gehoorde keuze-uitleg van 88 stemmers is kort maar krachtig: ‘omdat het een Ducati is’. Nog vragen – geen vragen? De brute 208 pk-sterke V4-naked speelt duidelijk tot de verbeelding – voor de meesten helaas uitsluitend verbeelding. Van de 88 stemmen, gaven slechts vier mensen aan daadwerkelijk een Streetfighter V4 of V4S te bezitten. Dat het leeuwendeel er enkel van een afstandje naar kan kijken geeft niks. Je ziet het ook terug in de reacties. Mooi, snel, stoer, imposant. Droommotor of motor om enkel van te dromen – maakt niet uit.
‘Ducati combineert MotoGP-techniek met fraai design en weet dit alles bruikbaar te maken voor op de openbare weg.’ – Toine Berbers, een van slechts twee Streetfighter V4-eigenaren die gestemd hebben.
‘Gruwelijke motorfiets, rijdt super, heeft lekker brute uitstraling en een fantastisch motorgeluid.’ – Gert Jonas, die andere Streetfighter V4-eigenaar.
‘Alle factoren die je moet hebben met motorrijden. En volop technische hoogstandjes.’ – Jeroen van Veen, ook Streetfighter V4-eigenaar, maar dan de S-versie.
2020 Ducati Streetfighter V4S
6 – Yamaha MT-09 Tracer – 2015
Volgens jullie past de Yamaha MT-09 Tracer maar één omschrijving: allround. De GS, de Africa Twin en zeker ook de Super Duke GT wordt deze eigenschap ook toegedicht. Toch is de MT-09 Tracer de overtreffende trap – de Volkswagen Golf van de motorwereld. Een middle of the road-machine met praktisch gemak en aansprekend design. Al benadrukken de 83 MT-09 Tracer-stemmers ook vooral de sportiviteit. Eerder een Golf GTI dus. Dat GTI-imago komt voor het overgrote deel op conto van de 847cc Crossplane-driecilinderblok. ‘Prachtig krachtig’, verwoordt een van de stemmers het kort – maar krachtig. Opvallend detail: Yamaha MT-09 Tracer-eigenaren onder de stemmers kozen procentueel het minst vaak hun eigen motorfiets. Als Yamaha nou eens niet elk derde jaar de typenaam om zou gooien… MT-09 Tracer, Tracer 900, Tracer-9…
‘Meest fijne motor ooit.’ – Cor, die onder het kopje Wat rij je zelf? vervolgens het volgende aangaf: ‘Hahahahaha uiteraard de Tracer!!!’. Duidelijk, Cor!
‘Breed inzetbaar als sport-toer machine, driecilinder met genoeg power en ook wel vanwege de ‘looks’.’ – Wim Lange, die de Yamaha koos omdat-ie qua inzetgebied het meest op zijn BMW R1100S lijkt.
‘Deze heb ik en heeft mij heel positief verrast. Stuurt goed, zit lekker, klinkt goed en is verbazingwekkend snel.’ – Sander Scholten, die dus géén MT-09 Tracer heeft, maar een Tracer 900. Zelfs de eigenaren snappen het niet.
2015 Yamaha MT-09 Tracer
7 – BMW S1000RR – 2012
Als enige supersport-machine op de shortlist is de BMW S1000RR best een vreemde eend in de bijt. En dat is geen flauwe verwijzing naar de onorthodoxe schele koplamppartij van de BMW. Zouden we niet durven. Jullie zijn namelijk helemaal weg van de looks van de S1000RR. Van de tien werd-ie met afstand het vaakst als mooi omschreven. Logischerwijs kon het indrukwekkende vermogen ook op lof rekenen. BMW legde de lat immers niet zomaar een klein beetje hoger voor de 1000cc-supersportmotor. Het rijgemak en de innovatieve elektronica maken het af volgens de 77 stemmers. Er zijn misschien minder supersport-liefhebbers tegenwoordig, maar ze zijn wel hardcore!
‘Deze motor was revolutionair als superbike! Had alles en meer. BMW blijft zichzelf vernieuwen en verbeteren.’ – Suzuki SRAD-eigenaar Joris Negerman, die dolgraag een S1000RR voor dagelijks gebruik zou willen.
‘Duitse degelijkheid met de agressie van een Japanner. Top!’ – Cor Brands, die met zijn K1300S ervaring snelle BMW’s heeft.
‘Ik hou van supersport-tourders.’ – Edde Pet, die zelf een Kawasaki ZZR1400 rijdt en de S1000RR als zijn ideale sporttoerfiets ziet.
2012 BMW S1000RR
8 – KTM 1290 Super Duke GT – 2016
Enige in zijn soort, uniek, gedurfd. Het is duidelijk dat de 64 KTM 1290 Super Duke GT-stemmers vooral gevallen zijn voor het bijzondere uiterlijk en concept van de Super Duke GT. Niet veel meer dan de brute Super Duke R, maar dan met een kuip en daarmee wat comfort. Volgens jullie maakt het de Super Duke GT tot de ideale alles-in-een sporttoerder. Niet van alles een beetje, maar van alles vooral heel veel. De elektronica en natuurlijk dat 1301cc-tweecilinderblok krijgen ook veelvuldig een duim omhoog. Kortom, een brute allrounder met manieren – je moet wel van het design houden.
‘Deze KTM maakt dat je schuur ietsje minder vol staat. Hij is geschikt om er rustig mee rond te boemelen, alleen of met zijn tweeën. Je kan er ook de beest mee uithangen op het circuit.’ – uiterst praktisch ingesteld Super Duke GT-eigenaar Johan Deijkers.
‘Stuurt als een naked maar met de actieradius van een toerbuffel en een acceleratie van een sprintkanon. Zwitsers zakmes onder de motoren.’ – Michel Bruijn, al 30.000 kilometer tevreden Super Duke GT-rijder.
‘KTM 1290 Super Duke GT is een heerlijke toerfiets en met veel beleving.’ – Teun van Zutphen is blij met zijn GT: ‘Vooral als de TC uit staat.’
2016 KTM 1290 Super Duke GT
9 – Triumph Speed Triple 1050 – 2011
Als oudste deelnemer zal de Triumph bij velen iets verder weggezakt zijn in het collectief geheugen. Dat hij desondanks niet laatste geworden is, is een troostprijsje. Met 59 stemmen (5,7%) wordt de Speed Triple 1050 uit 2011 zo langzaam al een beetje cult. De stemmers roemen vooral zijn betrouwbaarheid en de bouwkwaliteit. De driecilinder en het rijgedrag worden eveneens regelmatig aangehaald. Jullie wijzen ook opvallend vaak op de ruime zit van de Speed Triple 1050. Het maakt de Triumph een comfortabeler reisgenoot, maar de lange motorrijder is er klaarblijkelijk ook erg over te spreken.
‘Vooral het chocoladeletter vette vermogen, het maar blijven sleuren van het blok. En nog goed sturen ook. Niet te zenuwachtig, niet te giftig, gewoon een beer van een fiets.’ – G.M. de Kok, die zijn oude Speed Triple 1050 nog altijd mist.
‘Mooie motor.’ – Jan Coopmans, man van weinig woorden.
‘De Speed Triple heb ik gekozen omdat ik er zeven jaar een gehad heb en die beviel zeer goed.’ – Johan van Elteren verkocht zijn Triumph anderhalf jaar geleden en kocht een Guzzi V85TT en heeft nu toch weer een Speed Triple RS gekocht. Johan zit niet stil!
2011
Triumph Speed Triple 1050
10 – KTM 1290 Super Duke R – 2014
Deze verkiezing levert geen verliezers op. Elk van hen is immers al eens Motor van het Jaar geweest. Toch is de KTM 1290 Super Duke R uit 2014 in deze verkiezing het minst vaak gekozen. Uiteindelijk stemden 46 van jullie op de Super Duke R. Een select gezelschap, maar aan enthousiasme geen gebrek. Het ruige uiterlijk, het nog ruigere blok en tegelijkertijd het gemak waarmee het rijdt, maken de Super Duke R de beste volgens de fanboys. Meerdere stemmers geven aan verliefd te zijn vanaf het moment dat KTM met het The Beast-studiemodel kwam. En dat dat beest ook moeiteloos te temmen valt. En ja, daardoor wordt ook de KTM 1290 Super Duke R een allrounder genoemd. Kun je nagaan.
‘De motor heeft een woeste, rauwe oeruitstraling. Alles aan deze motor schreeuwt: ik wil rijden!’ – Wim Buma, die bovengenoemd enthousiasme vakkundig demonstreert.
‘Vol in de wind, maar toch comfortabel rechtop en niet leunend op mijn polsen. Bruiser en cruiser ineen. Deze motor belichaamt het motorrijden voor mij.’ – aldus een filosofische Jan Slager.
‘Aardverschuiving. Technisch hoogstandje, makkelijk berijdbaar en leuk.’ – Michiel Tossaint vat het kort samen.
2014 KTM 1290 Super Duke RIn oranje de uitslag van de Motor van het Decennium-verkiezing. In blauw de vrij keuze-stemmen op de shortlist.Toen we de shortlist-motoren even weglieten uit de vrij keuze-antwoorden, keken we even verbaasd en tegelijkertijd ook helemaal niet. Opnieuw staat er namelijk een BMW GS bovenaan. Alleen ditmaal de R1250GS. Let wel; dit is zelfs zonder de Adventure-uitvoeringen van beide mee te rekenen. Kijk maar, de R1200GS Adventure staat ook gewoon in de top-10…
*Stop the count!
Je weet anno nu pas dat je als verkiezing echt meetelt als je er sprake is van een mogelijk gekaapte verkiezingsuitslag. Het is een wereldwijd fenomeen. We zijn dan ook dolblij te melden dat de Motor van het Decennium-verkiezing zich tot een groeiend gezelschap van gekaapte verkiezingen mag rekenen!
Met 94 stemmen wist de Kawasaki Z900 een derde plaats te verzilveren, ten koste van de Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports, die met twee stemmen minder vierde werd. Ware het niet dat de Z900 een ietwat groen gekleurd duwtje in de rug kreeg. Nergens zijn ze zo enthousiast over de Kawasaki Z900 als op Kawasaki’s hoofdkwartier, waarvan akte. Ogenschijnlijk de voltallige Kawasaki-staf stemde en was zodoende goed voor 26 van de 94 stemmen. Overigens gaat het wel maar om 24 bevestigde Kawa-personeelsleden – eentje stemde nog enthousiaster dan de rest zelfs drie keer. Het resultaat van de verkiezing blijft gehandhaafd. Het is niet aan ons mensen uit te sluiten van het democratisch proces, ook niet als ze voor een merkimporteur werken. Voor de journalistieke transparantie toch even de uitslag zonder de stemmen van het Kawasaki-personeel.
De redactie van Motor.NL heeft behalve werknemers van Kawasaki Motors Benelux, geen verdere aan merken of merkimporteur gelieerde stemmen kunnen ontwaren.
Wie Zeeland zegt, denkt strand en zee, landbouw en visserij. Maar er zijn ook technische hoogstandjes: de Deltawerken en de Westerscheldetunnel, die is maar liefst zes keer zo lang als de IJtunnel in Amsterdam! Niet alleen voor techneuten, maar ook voor taalliefhebbers en toerrijders blijkt Zeeuws-Vlaanderen een bijzondere bestemming te zijn.
Door de Westertunnel dus, die sinds 2003 het verkeer tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen laat stromen. Bovengronds doemen de nieuwe sluizen op die in Terneuzen worden gebouwd, weer een fraai staaltje Nederlandse techniek.
Ook voor taalliefhebbers valt er hier te smullen. Veel plaatsnaamborden zijn waarschijnlijk met superlijm en heavy-duty klinknagels vastgezet. Want welke Man’s Cave is compleet zonder zo’n blauwe plaat van Boerenhol, Boerengat, Akkerput of Vuilpan?
Hollandse Homerus
De Slijkstraat in Groede heet, ondanks zijn naam, het mooiste straatje van Zeeuws-Vlaanderen te zijn. Langs de kinderkopjes staan oude huisjes, met daarin onder meer huistheater De Twee Duiven, smikkelarij de Bakkerieje, theeschenkerij Schure en museum Vlaemsch Erfgoed. Een tweedehandsboekenwinkeltje verblijdt taalofielen en effent de weg naar het standbeeld van Jacob Cats op het Marktplein.
De Hollandse Homerus, nou ja, uit Zeeland dan. Ooit waren in Nederland de dichtwerken van Cats naast de Statenbijbel de meest gelezen boeken. Cats werd als volksdichter zelfs vergeleken met Homerus.
Wat Homerus en Cats waren voor de wereldliteratuur, is Levien de Blaey voor motorrijders die de mooiste stuurweggetjes van Zeeuws-Vlaanderen willen aansnijden. Al een paar keer eerder leidde Levien ons rond over zijn geboortegrond en ook nu staat de Suzuki-rijder paraat bij de Cats-sokkel op het Marktplein van Groede.
Technische uitvindingen
Bij Cadzand ruiken we de zee. We zien hem niet, want die technische hoogstandjes, de dijken, zijn er om het water uit het land en daardoor uit het zicht te houden. Na corona gaat in Sluis hopelijk Museum Het Bizarium weer open. Het is gewijd aan technische uitvindingen die nooit een succes zijn geworden. Een vijfwielige motorfiets staat nou net niet in de collectie, maar wel een helikopterfiets, een door honden aangedreven auto, een haargroeihelm en een zwemparaplu. Het is de museummensen Ann Geerinck en Marc de Jonghe niet alleen om de lol te doen, ze willen met hun expositie ook eren en inspireren.
Leonardo da Vinci is natuurlijk present, het genie dat al in de vijftiende eeuw een zelfrijdende wagen (‘automobiel’) bedacht. Met een heel andere kijk op het menselijk vernuft stappen wij weer in het zadel op het pleintje voor het voormalige schoolgebouw, waar aap-noot-mies heeft plaatsgemaakt voor hersenkronkels van een heel ander kaliber.
In Sluis kunnen ook taalliefhebbers een vreugdedansje maken, want wie Sluis denkt, zegt Van Dale. Deze grondlegger van het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal staat op een sokkel gegoten samen met zijn geboortejaren ‘1828-1872 te Sluis’
Er staan nogal wat sokkels in Zeeuws-Vlaanderen. De Nederlandse Maagd in Eede is geen creatie à la Carel Willink’s Simeon de Pilaarheilige, maar een gedenksteen voor het feit dat koningin Wilhelmina van Oranje-Nassau hier in Eede, op 13 maart 1945, na een jarenlang verblijf in Engeland weer voor het eerst voet op Nederlandse bodem zette.
Motoren van de Mosselman
In Philippine staat een mossel op een sokkel. Vroeger liep het water van de Braakman tot hier. In 1952 was het door inpoldering afgelopen met de plaatselijke mosselvisserij. Toch noemt Philippine zich trots Mosselstad Nummer Eén.
Is het al lunchtijd? Zo niet, dan verzetten we toch gewoon de wijzers van onze inwendige klok? We parkeren de motoren aan het pleintje met het Mosselmonument, waarvoor, blijkens verklarende tekst, zowaar een heuse Stichting Mosselmonument is opgericht die zich gesteund en gesterkt mag weten door een rij weldoeners uit onder andere industrie, horeca, bankwezen, middenstand en gemeente. Aan tafel! In restaurant d’Oude Haven komen de dampende schotels al snel op tafel.
Ook wie niet zozeer van taal dan wel door techniek is gecharmeerd, wordt in Philippine niet teleurgesteld.
Welkom bij de motoren van de Mosselman. Frans Vermeirssen laat niet alleen mosselliefhebbers het water in de mond lopen in zijn restaurant. Ooit het domein van aap-noot-mies staan de klaslokalen van de voormalige school in Philippine nu in het teken van Ariel – Norton – Mondial. En van andere fameuze historische motormerken uit de verzameling van Frans, met honderd stuks hier op school is de collectie slechts op driekwartsterkte.
Eerst je vinger opsteken, wie vindt er niet dat Vincent het allermooiste motorblok ooit heeft ontworpen (en gebouwd, Bizarium!)? Dat is toch pure poëzie in techniek? Maar ook de Vincent Black Prince waar je het hele betoverblok niet van kunt zien is prachtig, met allerlei kuip- en paneeldelen en afneembare koffers was de techniek van Ome Vincent in de jaren vijftig zijn tijd ver vooruit. En denk nou niet dat die oude techniek hier werkeloos staat te zijn. Op die Vincent rijdt de Mosselman met zijn dochter achterop naar Isle of Man, en als corona geen virussen in de spaken steekt, dan gaan ook andere krasseknarrenfietsen mee op rally’s in Picos de Europa, de Giro d’Italia of naar de Berlare-Houffalize-Berlare-rondrit voor motorfietsen tot 1960.
Industriële revoluties
In de voormalig suikerfabriek van Sas van Gent ruikt het heerlijk naar olie en ijzer. Op verschillende verdiepingen is een fascinerende tentoonstelling over de industriële revoluties, begonnen begin negentiende eeuw met de komst van de stoommachine, gevolgd door de tweede industriële revolutie eind negentiende eeuw (geassocieerd met de komst van de staalindustrie, de ontwikkeling van de verbrandingsmotor en het gebruik van aardolie) en daarna de digitale revolutie (jaja, de computer) en de automatiseringsrevolutie die wij nu beleven. Van dichtbij bekijken we technische hoogstandjes variërend van oude machines tot een moderne windturbine.
Verrassend zijn de kunstwerken van Ton Koops, die onder meer gebruik maakt van oude gereedschappen in een beeldtaal zo helder en ongecompliceerd, dat de relatie met de oorsprong nog duidelijk zichtbaar is. Het zijn niet alleen de zuivere functionele vormen die hem sterk boeien, maar ook de verhalen daar achter.
Ziezo, daar heeft zelfs de meest fervente taalliefhebber wel even genoeg aan. We schoppen de techniek van onze motorfietsen tot leven en steken het Kanaal van Gent naar Terneuzen over. In het oostelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen sturen we door een orgie van oude, hoge slingerdijken. Dat heeft Levien goed geregeld, voor motorrijders zijn die binnenwegen veel leuker dan de drukke wegen onder hoge dijken van Noordzee en Westerschelde. De Vogeldijk langs het water van De Vogel pikt Levien altijd mee op een toerrit voor zichzelf, de Zeeuwse Motorrit of nu weer voor Motor.NL.
Hop, daar doemen Westerscheldetunnel en Terneuzensluizen alweer op. In Biervliet staat Willem Beukelszoon op een sokkel, de man die naar wij graag geloven de techniek het haringkaken heeft uitgevonden. Daardoor werd de vis langer houdbaar op de schepen en kon er verder worden gevaren, wat weer goed was voor de economie der Lage Landen. Hulde dus aan technicus Beukelszoon, nu snel verder naar Groede, voor een sundowner op het Marktplein met een biertje van Dutch Bargain, gebrouwen in het voormalige schooltje van Groede voor een afscheid aan taaltovenaar Jacob Catz met een biertje van brouwerijtechneuten.
Natjes & Droogjes
Vanwege de corona verplichte anderhalve meter afstand houden konden we in Groede niet overnachten en ontbijten in de traditionele, maar van moderne slaapkamers voorziene (we mochten wél even kijken!) herberg In de Natte Pij. Geen nood, want aan hetzelfde ‘mooiste straatje van Zeeuws Vlaanderen’ hebben de eigenaars Martin en Mariëlle Plant ook het pension ’t Overleg, eveneens van moderne en schone slaapkamers voorzien (daar hebben we zelf wél in mogen verblijven). Extra bonuspunten krijgen Martin en Mariëlle Plant voor de heerlijke en alleszins betaalbare gerechten die ze opdissen.
Het Zeeuwse mosselseizoen loopt van juli tot april. Alleen dan kun je Zeeuwse mosselen kopen. Frans Vermeirssen, eigenaar van restaurant de Oude Haven verraadt zijn receptuur niet, maar vertelt wel dat hij weinig extra water toevoegt. Het meeste kookvocht komt van de mosselen zelf. En in de Nederlandse mosselpan worden veel te veel kruiden gegooid. Daarmee vermoord je de smaak van de mosselen.
Als echte Zeeuw eet Levien ook graag mosselen. Zijn recept: zodra het water met de mosselen erin gaat koken, moet je ze opschudden. Dan zet je de pan weer op het vuur, totdat het water opnieuw gaat bruisen, zodat het boven de mosselen komt. Dan haal je de pan wéér van het vuur en schudt je de mosselen nog eens op. Daarna herhaal je de hele handeling. Met drie keer op laten koken en opschudden zijn de mosselen klaar. Als je ze gewoon laat koken worden ze taai.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.