In 2020 wordt het achtjarige partnerschap tussen Desmo Dovi Ducati Corse beëindigd. De vlag valt na de de laatste race van het MotoGP-seizoen 2020.
Het nieuws werd officieel gemaakt door Dovizioso’s manager Simone Battistella. Die deed eerder nog een poging om het eens te worden met het management van Ducati. Battistella vertelde de omroep Sky Italia dat er gemeenschappelijke basis is gevonden om verder te gaan.
‘We hebben Ducati verteld dat Andrea niet van plan is om door te gaan voor de komende jaren. Hij wil zich vanaf nu alleen nog concentreren op de volgende races. De de voorwaarden om samen door te gaan, bestaan niet meer,’ zei Battistella.
‘Hij zal de MotoGP niet verlaten, ook al zijn er momenteel geen onderhandelingen met andere teams. Dit is een conclusie die in de afgelopen periode is getrokken. Andrea voelt zich veel kalmer nu hij deze beslissing heeft genomen.’
Kort na het interview, verklaarde Ducati namens Ducati Corse Sporting directeur Paolo Ciabatti via haar sociale media kanalen: ‘We ontmoetten Simone vanmorgen bij Red Bull Ring. Helaas vonden we niet de voorwaarden om onze relatie met Dovi voort te zetten na het einde van het huidige contract’.
‘Ducati en Andrea zullen zich nu volledig concentreren op de rest van het seizoen 2020, vanaf de Oostenrijkse GP van morgen. Het gemeenschappelijke doel blijft om meer overwinningen toe te voegen aan de 13 eerste plaatsen die al samen zijn behaald. En we blijven vechten voor de titel tot het einde van het kampioenschap’.
Marc Marquez zal wel gedacht hebben, wat Doohan kon op Mugello… Dat kan ik beter! In Jerez pakte het voor de Spanjaard toch anders uit.
Toch zijn er gelijkenissen. Beide op een Repsol Honda en beide verdedigend wereldkampioen. Beide op de top van hun kunnen. De ene in de MotoGP en de andere de goeie ouwe 500cc-klasse. Hoe dat in 1995 ging? Tijd voor de Zondagmorgenfilm!
Ten Kate kan ook niet alles alleen, maar naar het schijnt krijg je Ferry Schoenmakers van EAB Racing altijd wel gek genoeg voor een avontuurtje. Zo runt EAB dit jaar de Ten Kate Racing YZF-R6 van Steven Odendaal en de Yamaha YZF-R3 van Glenn van Straalen. De grap is, in tegenstelling tot de letterlijk niet te betalen de R1 van Baz, dat Ten Kate probeerde me deze motoren te verkopen. Want dat kun je. Zo is een World Supersport 600 en World Supersport 300 binnen handbereik. Maar hoe rijdt dat?
Testlocatie
TT Circuit Assen
Omstandigheden
Twee druppels net voor we mochten, zul je zien
Temperatuur
Warm genoeg voor het dunne onderpak. 18 graden
Testkilometers
Vijf rondes per stuk
Bijzonderheden
Odendaal warmde de YZF-R6 vast op met mij als rijdende chicane op de R3
Natuurlijk wil Ten Kate je via Ten Kate Racing Products ván alles verkopen, maar niet per se álles. Maar de Ten Kate Yamaha YZF-R6 van de Zuid-Afrikaan Steven Odendaal en de WSS300 YZF-R3 van Glenn van Straalen wel. Raceklaar geleverd! De Yamaha-superbike daarentegen is niet te koop. En wat kun je er mee. Er mee op de weg rijden? Dat is een zot idee. De strikter gereguleerde Supersport klassen van het WorldSBK zijn ebebtueel wel in voor een toertocht. Ze zijn ook enigszins betaalbaar en daardoor veel toegankelijker. Maar denk niet dat Ten Kate de Yamaha-racers enkel in de twee stapjes van 300 en 600 aanbiedt. Ze staan ook in de Ten Kate Racing Products-showroom. Nieuw en gebruikt. Ga maar eens all-in op de website. Gooi de WK Supersport 300- en 600-machines in je virtuele boodschappenmandje. Omdat het kan. Ondertussen gaat het licht aan het eind van de Asser pitlane op groen. De 300 die jij zojuist virtueel bijna hebt gekocht, heb ik nu onder mijn kont. Kicken!
Ten Kate Yamaha YZF-R3
Benjamin
Logischerwijs trappen we af met de benjamin van dit duo. De YZF-R3 van Ten Kate is volledig in eigen beheer ontwikkeld en opgebouwd. Wat voorheen YEC heette, is sinds 2018 GYTR geworden. Genuine Yamaha Technology Racing is Yamaha’s officiële race-afdeling. Ondanks dat Ten Kate officieel GYTR Pro Shop is – zoals dat dan heet –, is Ten Kate’s eigen race-afdeling leidend bij de ontwikkeling. Deze R3 is dus echt wel een beetje anders dan de andere Yamaha R3’s in het WSS300-kampioenschap. Al zijn ook die verschillen marginaal omdat het reglement vrij streng is wat aanpassingen betreft. Toch voelt de Ten Kate R3 echt wel als een racer, zij het een bizar lichtvoetige.
De smalle Pirelli slicks zijn daar uiteraard debet aan. Toch is het gewicht van de R3 zelf misschien nog wel doorslaggevender. Zakcalculator bij de hand? De YZF-R3 mag reglementair op geen moment minder dan 137 kilo wegen. Het totale ‘rijder plus motor’-gewicht moet op minimaal 204 kilo uitkomen. Aangezien Van Straalen zelf 71 kilo weegt, zal de Ten Kate-R3 niet ver boven die 137 kilo uitkomen. Zodoende jaag ik de Yamaha meteen veel te hoog in toeren door de Strubben. In de tweede versnelling toch zeker, verwacht ik. Maar zelfs voor twee ga ik te langzaam. Een credo voor de test; met de R3 kan het altijd sneller. Standaard heeft de 321cc Yamaha-tweepitter 42 pk en met het beperkt aantal aanpassingen zal het vermogen nooit spectaculair veel hoger liggen. Zodoende komt snelheid bovenal van het rijwielgedeelte en de rijder. Zoals je het vederlichte Ten Kate Yamaha-chassis op zo’n beetje elke lijn kunt zetten, doorzie ik ineens de waanzinnige chaos van de Supersport 300-races. Een Öhlins-cartridge voor en een volledig instelbare schokdemper achter zorgen voor grip en feedback. En het ziet er natuurlijk heel knap uit.
Merkbaar lang
Het rijdt licht, maar niet zenuwachtig. Hard en stijf voelt de motor ook niet. Al kan dat komen omdat ik een aardig stuk groter ben dan Glenn van Straalen. Komt nog bij hoe enorm lang de R3 is. Overigens is dat niet zo tegenstrijdig als het klinkt. Omdat de YZF-R3 zo licht is, heeft het de lange wielbasis nodig voor stabiliteit in snellere bochten als de Ramshoek en de Ruskenhoek. Weggekropen achter de kuip de bocht door. Ruim 1,80 meter opvouwen is hoe dan ook een uitdaging. Hoe dan ook aan boord blijven zelfs. Mijn knie lijkt mijn laars onder de verkeerde hoek op de voetsteunen te zetten. Tot ik foto’s van Van Straalen zie na mijn sessie. De WSS300-coureur zit amper echt op het nog relatief brede zadel. Glenns kont tegen het kontje van de R3. Met de kin diep in de blauwe lak van de tank gedrukt. Maximaal opvouwen en het gas zo veel mogelijk open. Zo hoort het.
Ook voor de R3 geldt, je kunt het zo gek maken als je wilt. De Öhlins STX46-schokdemper kost je ruim duizend euro, maar lijkt elke stuiver waard.
Ondanks beperkte ruimte in de regels, is de R3 echt wel een volbloed-racer voor weinig.
De standaard rempomp moet behouden blijven, maar dit werkt met andere blokken, leidingen, schijven en aanverwanten meer dan prima!
Aandacht getrokken
Elektronica en het waanzinnig functionele dashboard zijn voor iedereen reglementair verplicht. Zo hebben de rijders ook de beschikking over een quickshifter om de dreunende klappen uit de Akrapovic-pijp feilloos op peil te houden. Uitmelken is het credo en remmen lijkt voor deze keer echt angst. Met terugschakelen heb je de schakelondersteuning dan weer niet, al helpt de slipperclutch hier wel weer perfect. Zonder een kik te geven voel je de motorrem geleidelijk en gedoseerd weer opkomen om de achterzijde in het gelid te houden. Alles om de focus op het rijden te houden. De rechterpols steeds achterover en de toerentallen najagen. Even de standaard rempomp met grote zwevende Braking-schijf aanpakken, trapje terug en door. En weer richting die toerenbegrenzer. Het leuke van een machine als deze uitgekiende YZF-R3 is dat die toerenbegrenzer bereikbaar is en blijft. Je rijdt lekker door en kunt je toch focussen op de lol van een motorfiets echt uitmelken. Dat voelt goed. Wie heeft er toch meer dan 100 pk nodig? En net als ik me dat inprent, wordt mijn aandacht getrokken door blauwe lichten en vlaggen; snellere rijder op komst. Waarna Odendaal me met uitkomen van de Stekkenwal om de oren vliegt. Zo, die YZF-R6 is in elk geval vast warmgedraaid. Tijd voor een motorwissel.
Klaar als een klontje
De R6 voelt meteen erg gretig. Dat komt niet alleen omdat ik zojuist van de R3 van Van Straalen ben overgestapt op de YZF-R6 van Steven Odendaal. Even een kleine 100 pk erbij en slechts 7 kilo zwaarder. Toch is het absoluut niet alleen het contrast met zijn kleinere broer. Het is ook niet des zeshonderds dat je moet zoeken naar gang. Dat de Supersport 600-Yamaha volgens de regeltjes met afstand het zwaarst moet zijn, komt door het succes van de R6. Combineer het succes van Yamaha’s YZF-R6 met de WK Supersport-kennis en -ervaring van Ten Kate en het is zo klaar als een klontje. Odendaals machine profiteert van negen WSS600-titels en dat merk je.
Ten Kate Yamaha YZF-R6
Ideale mix
Met de ideale mix met de wendbaarheid van de R3 en de power van een R1 tussen de knieën, zou de Ten Kate Yamaha R6 wel eens de perfectie circuitmotorfiets kunnen zijn. Toegegeven, de YZF-R1 van Loris Baz is nog net weer even honderd paardenkrachten sterker, maar vermogen is niet alles. Waar een rijder altijd zeurt om meer vermogen, legt Ten Kate de nadruk liever op bruikbaarheid. Vooruit, Odendaals machine is net als iedere R6 gebaat bij hoge toerentallen. Dat is inherent aan het concept. Toch heb ik nog nooit een supersport-machine gereden die zo aan het gas hangt. Koppelrijk is te veel eer, maar met bijna boterzachtige gretigheid staat de 599cc vierpitter tot je dienst. En dat bij toerentallen waarbij de motor het eigenlijk zou moeten opgeven. Om vervolgens nog harder door te lopen dan je toch al verwachtte. Zoals bij de kleinste Yamaha ontbreekt de blipperfunctie voor terugschakelen, maar met opschakelen is de quickshifter haarscherp. Met genoeg feedback, dus per ongeluk opschakelen is er niet bij, behalve als je het raceschakelpatroon weer eens vergeet… Daarin is de WSS-R6 ook verrassend goed: fouten vergeven.
Overenthousiasme is niet onlogisch, maar corrigeren op het gas gaat met gemak. Remmen gaat vervolgens nog een veelvoud gemakkelijker. Wat een ankers zijn dit. Qua vering is het ook niks dan het allerbeste. Het Zweedse veerwerk is waanzinnig mooi gemaakt en staat veel meer beweging toe dan je verwacht. Odendaal is niet heel groot, dus met zijn instellingen is het wellicht verklaarbaar. Toch valt het op hoe vergevingsgezind het rijden daardoor wordt. Het flink opgevoerde Yamaha-blok heeft eenzelfde air. Het schreeuwt en het briest, met power te over. Maar het is wel bruikbare power. Nergens overdaad, zonder ook maar ergens te kort te komen.
Gênant…
Door de bank genomen is elke YZF-R6 zo uit het krat al waanzinnig snel. Alleen is deze R6 anders. De YZF-R3 en zelfs de YZF-R1 hebben nog duidelijke kenmerken van de straatmachine. De Ten Kate-R6 van Odendaal voelt bijna niet meer als een R6. Je durft het bijna niet te zeggen, maar zouden er nog wat Honda-eigenschappen uit die negen wereldtitels aan ervaring in de Yamaha z8jn gevloeid? Gênant als het is geef ik het maar toe: de Ten Kate Yamaha YZF-R6 is net een waanzinnig uitgekiende en sterke Honda CBR600RR. En dat is een compliment.
Meer trekkracht, dus minder schakelen. Niet dat dat een straf is met dit kanon…
Aanpassen van de originele voorvork mag. Maar hoeveel is hiervan nog de originele Yamaha-vork?
Zelfs de zitjes zijn allemaal eigen werk. Het oog wil ook wat en dat zit snor.
Als het geld toch eens aan de boom zou groeien en je houdt toevallig van circuitrijden…
Pssst, kopûh?
Om je een idee te geven, Ten Kate heeft met zijn YZF-R3 en YZF-R6 volwaardige WK-racemotoren in de etalage staan. Zondags zie je ze op tv en op maandagmorgen zou je diezelfde machine kunnen kopen. Maar wat kost dat nou?
Ten Kate Yamaha YZF-R3
Met een vanafprijs van 5.950 euro (exclusief belastingen) is de Ten Kate Yamaha R3 in Let’s Race-trim zelfs goedkoper dan een standaard machine. Een YZF-R3 met de specificaties van Glenn van Straalen die wij reden kost wel even wat meer: 19.900 euro (ook weer bruto). Maar dan heb je ook echt wel wat.
Ten Kate Yamaha YZF-R3
Ten Kate Yamaha YZF-R6
Het toegestane aantal aanpassingen in de WSS300 is beperkt. In de Supersport 600 laat het regelement al veel meer toe. Een instap-R6-racer kost dan ook meteen 14.290 euro bruto. Een stapje naar boven en zit je verdraaid dichtbij mannen als Lachlan Epis en Steven Odendaal. Voor met 33.990 euro (exclusief alle belastingen) kun je proberen ze bij te houden. En het kan altijd toch weer gekker. Wil je echt een Ten Kate R6 waarop Odendaal ook rijdt? Dat kan, maar je moet wel een WSSP600-team meenemen. De motor leas je dan van Ten Kate.
Ten Kate Yamaha YZF-R6
Rutger Belt: ‘Drempel uit het circuitrijden gesloopt’
Zeg je Ten Kate Racing Products, dan zeg je ook Rutger Belt. Tenminste, zo zou het moeten zijn. Rutger is een bescheiden vent, die bij alle wereldtitels van Ten Kates betrokken is geweest. Je zou denken: stressbaan. Toch komt Belt niet over als een zenuwpees die met duizend dingen tegelijk bezig is. Hij is de rust zelve. En zo is ook zijn manier van werken, zo blijkt. ‘Begin nou eens simpelweg met wat voor rondetijden je wilt rijden, manage je verwachting. Dat doen we met Stevens R6 ook. Dus, wil je circuitrijden of wil je echt racen? Je kunt je geld natuurlijk altijd kwijt in de motorsport, maar waaráán je het uitgeeft maakt een groot verschil. Sommige mensen benaderen ons voor een volwaardige WK Supersport 600-machine. Pas als je vragen begint te stellen, merk je dat zoiets eenvoudigs als het belang van de juiste vertanding ze al ontgaat. Simpeler zaken zelfs nog. Zoals een pitboard bijvoorbeeld… nooit aan gedacht. Zulke kleine dingen maken het verschil. Het scheelt frustratie en houdt het leuk. Wanneer een rijder met een PR van 2.05 op Assen voor het eerst eindelijk een 2.03 op zijn pitboard ziet; dan kan de vlag ook gewoon uit! Het draait om de smile. Wat we met het WK-team doen is natuurlijk ideaal voor de ontwikkeling. Alleen zijn we er niet alleen voor onze eigen rijders, ook voor de OW Cup-rijder of bij het IDM zijn we bijna altijd in de paddock te vinden. Die support kost niemand iets, maar is van enorme waarde voor de rijder en levert ons goede feedback. Met die aanpak hebben we de drempel uit het circuitrijden gesloopt. Dat was altijd ons plan. Maak circuitrijden bereikbaar en houd het leuk!’. Wanneer Rutger Belt die laatste zin uitspreekt, neen ik voor het eerst bijna – bíjna – een trotse ondertoon in de stem waar.
Rutger Belt: ‘Drempel uit het circuitrijden gesloopt’
Fritz Egli is een Zwitserse techneut. Zijn specialiteit is het bouwen van speciale motoren op basis van bestaande modellen. Egli bouwt daarvoor speciale frames en kuipwerk, en pakt de motorblokken duchtig aan. Zo heeft hij al speciale uitvoeringen gemaakt van diverse viercilinders van Honda en Kawasaki. Een fraai voorbeeld is de Egli MRD, een volledig verbouwde Kawasaki Z900 met een cilinderinhoud van 1013 cc en een turbo. Het resultaat is een viercilinder die 180 pk levert.
Zijspancombinatie – MOTOR 32, 10 augustus 1995
Maar de Zwitser heeft ook een ondoorgrondelijke kant. Zo verraste hij al eens door importeur te worden van het Indiase Royal Enfield. Bepaald geen pk-monsters. Nu verbaast Egli als Europese importeur van het Chinese merk Chiang Jiang. De Chinese boxers zijn gebaseerd op een motorontwerp van ruim voor de Tweede Wereldoorlog en staan zeker niet bekend om hun prestaties. Integendeel, de voor het leger gemaakte 750 cc komt tot slechts 22 pk. Dus geeft Egli elke geïmporteerde motorfiets een ‘boost’. Hij monteert andere kleppen, zuigers, nokkenassen en carburateurs en bewerkt de cilinderkoppen. Ook schroeft hij er een uitlaatsysteem op dat letterlijk meer vermogen ophoest. Het resultaat van die inspanningen is geen 22, maar 33 pk.
Kijk naar de massieve motor met bak. Alles zit erop en eraan: zweefzadel voor de duo, jerrycans en zelfs een reservewiel. In alles een indrukwekkende verschijning. Maar… de kopers liepen er met een boog omheen.
Geen donder
Op de website van Buell Motorcycles staat in 2020 te lezen: Op 30 oktober 2009 sloot Buell Motorcycle Company haar deuren na een 26 jaar lang bestaan. Wij bedanken alle klanten, dealers en medewerkers voor een onvergetelijke rit.
Jammer, dat het dappere merk uit de VS het loodje moest leggen. In 1995 komt Buell met de opvallende Thunderbolt S2. Een toermodel met het blok van de Harley-Davidson 1200 Sportster. In het oog springend en stijlvol aan de machine zijn de eigenzinnige lowers – beenbeschermers – en de in de lijnen van de motor ‘meegolvende’ koffers. Veel volume bieden ze echter niet. ‘Wel hebben de koffers een klein nadeel: er past geen donder in’. Ach, je kunt je wel over alles druk maken…
Zijaanzicht Buell – MOTOR 15, 13 april 1995
Uit La Rochelle
Een Barigo? Jazeker, een Frans merk waarvan Patrick Barigault de grondlegger is. Die begint in 1983 in de kunstplaats La Rochelle met de bouw van motoren voor meerdaagse rally’s door zand en stenen. In 1992 wordt zijn bedrijf overgenomen en na een fikse kapitaalinjectie verschijnen een GT-toerfiets en de Onixa, het topmodel. De exotische verschijning is uitgerust met een Rotax 605-motorblok. Een 600cc-eencilinder met watergekoelde cilinderkop en dubbele bovenliggende nokkenas. Het rijwielgedeelte is ooit gebouwd voor een enduromotor en dat heeft vergaande gevolgen voor de opbouw. Zo moeten de benzinetanks gescheiden worden. Een van 9,5 liter onder de buddy en een van 8,5 liter op de gewone plaats. Daarboven zit dan nog de airbox met de verbindingstukken naar de voorzijde. Het resultaat is een flinke bult. ‘Je hebt door de twee brede luchtinlaten helemaal geen zicht op het stuur… of op de schakelaars’. Kortom: in het ontwerp wint uiterlijk het van functionaliteit en dat is meestal geen gelukkige keuze. In het geval van de Onixa ook niet. Maar weinig kopers kunnen de excentriekeling waarderen en in 1997 sluit de ‘toko’ in La Rochelle.
Zijaanzicht Barigo met hoge tank en airbox – MOTOR 19, 11 mei 1995
De Aprilia Tuono V4 1100 lijkt klaar voor vleugels in het komende modeljaar. De adelaarsogen van GPone hebben de Italiaanse straatvechter betrapt tijdens een test. De Tuono was uitgerust met een door de MotoGP-geïnspireerd aerodynamisch pakket.
Rondje naar rondje reed de Aprilia Tuono V4 1100 op Imola met testrijder Lorenzo Savadori aan het stuur. Aprilia is meer dan waarschijnlijk bezig met het toevoegen van de aerodynamische hulpmiddelen. GHiertoe zijn ze gedwongen om gelijke tred te houden met Ducati. Die introduceerde onlangs de Streetfighter V4. Maar het lijkt of Aprilia een andere weg inslaat en kiest voor een ontwerp dat dichter bij hun MotoGP-project staat… Misschien wel te dichtbij.
Op de foto’s zie je dat Aprilia gebruik maakt van biplane-stijl winglets. Die zijn aan de voorkuip bevestigd in plaats van aan de zijkanten zoals eerder op de Aprilia RSV4 (de eerste superbike met winglets).
Als we het hebben over de opvolger van de Tuono of een Tuono me een opwaardering, moet je niet verbaasd zijn als Aprilia het aerodynamische pakket ook op de RSV4 installeert. Dan blijven de twee modellen visueel meer in lijn met elkaar.
GPone veronderstelt dat wat we hier zien een naakte versie zou kunnen zijn van de Aprilia RSV4 X. Dat is de krachtige variant van de superbike, samengesteld door de Aprilia Racing afdeling.
De hier getoonde motor druipt van de koolstofvezel en andere razendsnelle onderdelen. Maar omdat richtingaanwijzers en koplamp ontbreken, moet je je afvragen of dit wel een straatlegale machine voor de toekomst is.
De ontwerpschets van de KTM elektrische scooter hierboven is van Kiska, de mensen die ook de Husqvarna Svart- en Vitpilens hebben gebracht. Dat deden ze voor het bedrijf EMotion. Dat is eigenlijk een joint venture tussen KTM, Bajaj en enkele andere partners, die in maart van dit jaar van start is gegaan.
Het Duitse tijdschrift Motorrad meldt dat een groot aantal industriële zwaargewichten betrokken is bij het project. Dat heeft tot doel ‘een modulaire en schaalbare architectuur voor elektrische aandrijvingen en batterijen te ontwikkelen’. De focus ligt op het gebruik van zo licht mogelijke materialen, efficiënte laad- en aandrijfsystemen en toekomstbestendige informatiesystemen.
Met behulp van een acht maanden durende veldtest zullen ook de behoeften van potentiële klanten vanaf 2022 worden bepaald en zullen de eisen van elektromobiliteit in stedelijke en landelijke gebieden in de praktijk worden onderzocht. Een eerste schets, die is gemaakt door Kiska GmbH, moet laten zien welke kant het op zou kunnen gaan.
De schets kan inderdaad worden omschreven als een 2020-interpretatie van het doodgeboren KTM E-Speed project. Dat werd voor het eerst getoond op de Tokyo Moto Show 2013 als een concept, zie afbeelding hierboven.
In 2021 zal de invoering van Euro5 leiden tot wijzigingen in de prijslijsten van de fabrikanten, zullen sommige modellen verdwijnen en worden andere vervangen door versies die aan de eisen voldoen. Voor de merken is dit het moment om enkele nieuwigheden te presenteren.
Het uitgangspunt is de Honda CB1000R, de sportcafé dat voor 2020 is vernieuwd. Als goede naked is dat een prima platform voor andere modellen. Aan ideeën geen gebrek, zoals bleek uit het aantal voorstellen dat Honda toonde op Wheels and Waves in Biarritz. Een aantal van hen is te vinden in de fotogalerij onderaan het artikel.
Op de EICMA van vorig jaar presenteerde Honda het CB4X-concept, gebaseerd op de naakte CB650R. De proto kreeg veel bijval. Een paar maanden geleden werd het patent voor deze cross-over geregistreerd. Hieronder staat het CB4X-concept, ontworpen door Valerio Aiello.
Het is daarom denkbaar dat Honda hetzelfde concept maar dan met meer inhoud zou kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld met de viercilinder CB1000R als basis voor een CB1000X-versie. Het resultaat kan een avontuurlijke sport zijn van 998 cc en 145 pk die het opneemt tegen de BMW S1000XR, KTM SuperDuke GT of Ducati Multistrada.
De tweede mogelijkheid werd door Young Machine uitgedacht. Zou Honda van de CB1000R ook niet een sporttoer kunnen bouwen? Zo’n motor combineert prestaties aan comfort. En Honda zou over een motor beschikken die het monopolie van de Kawasaki Ninja 1000SX zou kunnen slechten.
Voor zowel de Tiger 900-, GT Pro- als Rally Pro-varianten is een pakket aan accessoires samengesteld, zowel voor roadtrips als voor zware off-roadtrips. Passend bij het uiterlijk van de Tiger 900 kunnen de tanktassen van de PRO- en EVO-serie op de bijbehorende tankring worden gemonteerd. De modellen Micro, Daypack, City en GS zijn beschikbaar voor alle Tiger-varianten en bieden allemaal snelle toegang tot de bagage.
Afneembare PRO-frames aan de zijkant bieden voldoende keuze van het bagagesysteem.
Met het robuuste en waterdichte aluminium bagagesysteem TRAX ADV ben je uitgerust voor lange ritten, ook in het terrein. Als alternatief kunnen de veelzijdige SysBags, gemaakt van duurzaam ballistisch nylon, in twee maten worden gemonteerd.
Het Adventure-Rack past op de nieuwe achterzijde van de Tiger 900 en biedt een opbergvak voor extra bagage. Met het URBAN top box systeem zijn vooral de GT en GT Pro-motorrijders klaar voor de weg: veel ruimte met weinig gewicht in een sportief design.
De EVO-serie biedt talrijke opbergmogelijkheden en passen goed bij de Tiger-stijl.
Op het gebied van veiligheid en bescherming biedt SW ook accessoires voor de nieuwe Tiger 900 aan. De speciaal geconstrueerde 4 millimeter dikke aluminium keienvanger biedt een solide bescherming tegen grind en onbedoeld contact met de grond. Voor montage op de Rally-versie moet de voorgemonteerde beschermbeugel worden vervangen door de speciaal door SW-Motech ontwikkelde beschermbeugel.
De staalconstructie beschermt de Tiger 900-familie tegen schade in geval van een val. De SW-ontwerpers hebben voor zowel de GT- als de Rally-versie een op maat gemaakte middenbok ontwikkeld. Samen met de verhoogde zijstandaard hebben de nieuwe Tiger modellen een stevige voet aan de grond, zelfs op een zachte ondergrond tijdens de rijpauzes. Extra accessoires zoals stuurverhoger, EVO mistlampen en grootlicht, spiegelverlengstukken, hielbeschermer en kettingbeschermer maken het accessoirepakket compleet.
Een motorrijbewijs, maar geen eigen motor? En wel een nieuwe vriend die graag op de motor door de bergen rijdt? Dan stap je achterop de buddyseat, zoals Gitta den Engelse dat afgelopen najaar deed. Zo beleef je het bergavontuur op twee wielen minstens zo intensief!
In de verte hoor ik mijn alarm afgaan, kijk op de wekker en zie dat het pas 5:00 is. Uitslapen is er niet bij vandaag. Helemaal niet erg. Op de parkeerplaats staat Dennis’ bus namelijk al klaar voor vertrek, de motor achterin, vastgezet met zes spanbanden. Onze trip kan beginnen! Nou ja, eerst nog even twaalf uur over de autobahn naar het zuiden sturen. Natuurlijk kan je dat hele stuk ook met de motor afleggen, maar het is wel zo ontspannen om al die snelwegkilometers met een luxe bestelbus te maken. Ik verheug me erg op deze reis. Dennis is er al veel vaker geweest met de motor, voor mij is het de eerste keer dat ik die kant op ga. De bestemming is Chienes in de Italiaanse alpenregio Alto Adige. Maar je mag ook Kiens zeggen, zie ik op de kaart. En Südtirol in plaats van Alto Adige.
Dat komt door de Eerste Wereldoorlog, vertelt Dennis me. De Italianen vochten samen met de Geallieerden tegen Duitsland en Oostenrijk. Als beloning werd ze een worst voorgehouden: Tirol. Maar toen de overwinning werd gevierd, moest Italië genoegen nemen met Zuid-Tirol, vanaf de Brennerpas tot even voorbij Bolzano. De rest bleef Oostenrijk. Inmiddels is dat al meer dan honderd jaar geleden, maar het grootste deel van de bewoners spreekt nog steeds het Tiroolse dialect.
Sella Ronda
In Kiens hebben we geboekt in Gasthaus Der Gassenwirt, een speciaal motorhotel van de hotelorganisatie MoHo. Zo weten we zeker dat we de Suzuki V-Strom veilig kunnen stallen.
De sfeer in het hotel is warm en gezellig. En duidelijk meer Tirools dan Italiaans, wat door het hartelijke “Grüß Gott” en de traditionele dirndl-jurk van gastvrouw Petra Falkensteiner benadrukt wordt. Maar Italiaanse gasten worden moeiteloos in het Italiaans te woord gestaan en Engels spreken ze spreken ze ook. Gelukkig, want Duits en Italiaans zijn niet mijn sterkste punten.
Dennis wil de Dolomieten in, die al direct ten zuiden van Kiens beginnen. Geholpen door hotelier Andreas Falkensteiner, die zelf motorrijder is en alle mooie routes in de omgeving van zijn hotel als zijn broekzak kent, stellen we een route samen door het hart van de Dolomieten. Eerst via Bruneck, Olang en de Furkenpas rond de Kronplatz, dan door de Badiavallei naar het zuiden en vervolgens over vier bergpassen rond het Sellamassief: de Campolongopas, de Pordoipas, de Sellapas en de Gardenapas. Oftewel: de beroemde Sella Ronda.
Wat mij opvalt is dat de bergen hier zo totaal anders zijn dan de Alpen. Ze komen letterlijk uit het niets uit de grond en reiken tot grote hoogte. De lucht is kraakhelder en de bergen steken strak af tegen de blauwe lucht. Het is al eind september, maar de temperatuur is hier nog heerlijk zomers. Ik mis de voering van mijn motorjack die ik in het hotel heb achtergelaten geen moment. Maar wegdoezelen in die weldadige warmte is er natuurlijk niet bij. Ondanks dat ik zelf het stuur niet in handen heb, moet ik er met al mijn aandacht bijblijven. Motorrijden is niet nieuw voor mij – ik rij zelf ook motor – maar de tornante, de haarspeldbochten van de Dolomieten, zijn toch heel andere koek dan de Hollandse polder. Over Dennis’ schouders kijk ik voor me om te zien wat komen gaat, je zou er bijna zeeziek van worden. Gelukkig heb ik tijdens mijn zeiltrips al ontdekt dat ik daar geen last van heb. Dennis rijgt de bochten soepel aaneen en ik probeer op het juiste moment mee te hangen om het ritme zo min mogelijk te verstoren. Ik ben er duidelijk drukker mee dan Dennis, want hij kletst lekker door. Dankzij dik twintig jaar ervaring met motorrijden in de bergen kan hij blijkbaar tegelijkertijd focussen op de weg én praten. Ik ben blij dat hij over de juiste routine en reflexen beschikt, met al die losse keitjes en rubbersporen in de bochten. Af en toe voel ik het achterwiel wegglijden, maar Dennis corrigeert netjes en rijdt rustig verder. Sommige rubbersporen lopen richting berm. Ik vraag mij af hoe dat dan is afgelopen…
33 haarspeldbochten
Bij het plaatsje Arabba pauzeren we om een pizza te eten. We kunnen er weer tegenaan en rijden verder omhoog naar Passo di Pordoi, 33 haarspelbochten over net iets meer dan 600 hoogtemeters! Op de pashoogte staan we natuurlijk even stil bij het monument van Fausto Coppi. Deze wielrenner met de bijnaam Campionissimo, Kampioen der Kampioenen, behaalde gedurende zijn carrière in totaal 153 overwinningen. Als eerbetoon aan deze grote renner wordt het hoogste punt van de Giro d’Italia de Cima Coppi genoemd, de Berg van Coppi. Van alle Italiaanse bergpassen is de Pordoi het vaakst deze eer ten deel gevallen.
We parkeren de motor, bergen onze helm en tas op in een kluisje bij de kassa en kopen een kaartje voor de kabelbaan naar de Sasso Pordoi, een rotsplateau op een hoogte van 2950 meter. Vanuit de gondel zie ik kleine gehelmde poppetjes aan de steile wanden hangen. Bergbeklimmers. En weer iets hoger slingert een stoet wandelaars als een kolonne mieren achter elkaar aan over een smal slingerpad omhoog. Met bijna duizend hoogtemeters best een flinke klim. De machinist van de gondel zit er onbewogen bij, het doet hem allemaal niks. Wat wil je, ook het mooiste landschap ter wereld wordt heel gewoon als je het iedere dag ziet. Maar voor mij is dit volop genieten.
Boven aan gekomen op de terrazza delle dolomiti lijkt het alsof we op de maan beland zijn, alleen maar rotsen. Hoog boven ons glijdt een paraglider als een adelaar rondjes op de thermiek rond het plateau. Dat staat nog op mijn bucketlist, dat zweven boven de bergentoppen, met alleen het geluid van de wind. Warm zal het daarboven trouwens niet zijn, want ook ik voel dat het hier op deze hoogte duidelijk frisser is dan beneden. Maar niet fris genoeg om ons te beletten te genieten van het uitzicht. Fenomenaal, de gehele Dolomieten zijn vanaf hier zichtbaar. En dan te bedenken, dat we hier, op bijna drie kilometer hoogte, in feite op de bovenkant van een voormalig koraalrif staan!
Weer beneden vervolgen we de toer over de Sellapas en de Gardenapas. Het aantal haarspeldbochten tellen is zinloos, het zijn er zoveel dat ik de tel kwijtraak. De kilometerteller is duidelijker: 158 km klokken we als we aan het eind van de dag weer in Kiens aankomen. Zeker de moeite waard!
Tiroolse live-muziek
Na het avondmaal klapt Dennis de kaart open om de route voor morgen uit te stippelen. Gastheer Andreas, net klaar in de keuken, schuift spontaan aan en geeft een interessante tip: over smalle weggetjes naar de aardpiramides bij het plaatsje Ritten op de flanken van de gelijknamige berg, net even boven Bolzano. Een flinke rit, maar volgens Andreas de moeite waard. ‘Deze piramides zijn ontstaan doordat regen de leemachtige aarde op de berghelling wegspoelde, behalve op de plekken waar grote stenen lagen. Die hielden de grond droog en stevig. Die stenen liggen nu als een soort van hoedjes op de toppen van die leemzuilen.’ Ik ben benieuwd. Nog even horen we het Tiroolse live-bandje aan, maar als snel kan ik de lokroep van m’n bed niet weerstaan. Morgen weer verder.
Was de route gisteren – hoe fraai ook – redelijk standaard, wat we vandaag doen is heel andere koek. Net als gisteren rijden we over de SS244 naar het zuiden, maar als snel buigen we af naar het westen en verruilen we deze strada statale voor smalle land- en bergweggetjes. Dennis is voorzichtig met het gas, de weg zit vol kuilen. Dat ook de autoriteiten zich hiervan bewust zijn blijkt als niet veel later de weg afgesloten blijkt wegens wegwerkzaamheden. Stoppen en omdraaien? Of gewoon verder. ‘Hoe dicht kan het zijn?,’ vraagt Dennis zich af. ‘Met de motor kom je toch overal langs?’ Ik denk hetzelfde en dus negeren we het bord en rijden verder. Lange tijd gaat het prima, tot we stuiten op een grote, dampende machine met mannen in oranje overalls eromheen: de weg wordt geasfalteerd! Oei, dat teer wil je liever niet op je motor hebben. Omdat ze één weghelft per keer doen, rijden we voorzichtig over de nog droge helft verder. Tot we op een volledig nat gedeelte stuiten en ook de berm geen optie is. Zo langzaam als mogelijk rollen we door het vloeibare zwarte goedje. Maar zo langzaam als mogelijk is niet langzaam genoeg, want als we weer droog asfalt onder de wielen hebben, blijkt de onderkant van de motor vol te zitten met een kleverige mix van alsfalt, zand en kleine steentjes. Oeps, Dennis kijkt ineens helemaal niet meer zo blij! Dat wordt thuis flink poetsen…
Lekkere rijderspas
Maar ieder nadeel heeft z’n voordeel. En dat is in dit geval: we zitten nog op de goede route. Niet veel later bereiken we dan ook de aardpiramides. Althans, een bordje waarop aangegeven staat dat we er bijna zijn. Om ze echt te zien moeten we nog tien minuten door een bos lopen. Het blijkt de moeite waard, wat een imposant gezicht, die smalle torentjes met dakjes van steen erop. Net een sprookje.
Na Ritten rollen we verder over de SS508 door de Sarntaler Alpen, in noordelijke richting via het Valle Sarentina en het Val di Pennes naar de Passo di Pennes. Wat een lekkere rijderspas, met in het begin een paar fijne, snelle doordraaiers en in het midden een heerlijk stapeltje haarspeldbochten. Maar hoe hoger we komen, hoe kouder het wordt. Daar hadden we niet op gerekend. Wat stom, al onze warme spullen liggen nog in het hotel. Op de top van ruim 2200 meter hoogte geeft de thermometer nog nét geen vorst aan. Brrr. Gelukkig is er op de pashoogte een restaurant. Snel naar binnen voor een warme minestronesoep. In het zonnetje achter glas, met een warm bord soep in je maag, is het heerlijk warm. Maar ja, we moeten toch écht een keer weer naar beneden. Gelukkig stijgt de temperatuur snel als we afdalen richting dal. Alhoewel, de comfortabele 25 graden van de afgelopen dagen halen we niet meer. Het maakt me niks uit. Een gevoel van vrijheid en geluk borrelt in me op. Dennis voor me, de wind op m’n wangen, een prachtig berglandschap… wat valt er verder nog te wensen? Nog een keer hier naartoe misschien? En dan een eigen motor mee? Zéker weten!
MoHo-Hotel Gasthaus Der Gassenwirt
Het ruim 400 jaar oude Gasthaus Der Gassenwirt, dat sinds 2016 uitgebaat wordt door motorliefhebber Andreas Falkensteiner en zijn echtgenote Petra, ligt aan de voet van de Zuid-Tiroolse berg Kronplatz, ook wel de Poort naar de Dolomieten genoemd. Wat nauwelijks overdreven is. Zodra je de Kronplatz voorbij bent zit je midden tussen de beroemde Italiaanse steenklompen. Maar ook het hotel zelf is de moeite waard, met uitgebreide wellness-faciliteiten, een groot zwembad en – het is en blijft ondanks dat er Duits gesproken wordt natuurlijk wel Italië – erg lekker eten. Andreas staat zelf achter de kachel; naast vaardig motorrijder blijkt hij ook nog een prima kok!
De hotels die zich hebben aangesloten bij de MoHo-organisatie hebben stuk voor stuk een motorrijdershart. De meeste gastheren zijn zelf hartstochtelijk motorrijder en kennen de mooiste motorwegen in de omgeving als hun broekzak. En hebben ze er nog geen route van, dan maken ze die wel voor je als je het vraagt. No problemo! Natuurlijk is er altijd een beveiligde stalling, hebben ze ook gewoon een busje kettingvet voor je en kun je je motorfiets afspoelen, mocht je de hele dag door de regen hebben gereden. Voor natte kleding is er een speciale droogruimte en vieze kleding kun je laten wassen. Er zijn bijna zestig MoHo-hotels, verspreid over Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Kroatië. Onderscheid tussen de hotels wordt gemaakt met een speciaal sterrensysteem. De hotels met een ‘drie helmen’- status zijn vrij basic, bij vier helmen kom je al eigenlijk niets tekort en bij vijf helmen zit je in de crème de la crème van de MoHo-hotels. Deze hotels en hun eigenaren denken en ademen simpelweg motorfiets. Voor meer informatie over de MoHo-hotels in Italië en andere motorvakantielanden ga je naar www.moho.info.
Enkele maanden geleden kondigden Harley-Davidson en Benelli QJ een vorm van alliantie aan. Doel zou zijn Milwaukee te voorzien van motoren die voor een bredere doelgroep betaalbaar zijn. Harley-Davidson zou daarvoor gebruik maken van de bestaande platforms van de QJ Group, waarvan Benelli een van de merken is.
Het zou gaan om een de Harley-Davidson HD350, een sportief ogende roadster. Maar met wat we nu weten van de nieuwe strategie (Plan Hardwire) zou de ‘Chinese Harley’ daar haaks op staan. Dat plan voorziet immers een focus op de verkoop van bestaande producten in landen waar Harley-Davidson al geld verdiend. Nieuwe segmenten en markten worden daarom – tijdelijk – verlaten. Dat is klare taal, toch duiken wij de koffiedrap in.
De QJ Group brengt onder het merk Keeway (te koop in sommige landen in Europa) ook een soort van powercruiser 250, uitgerust met een luchtgekoelde v-twin. Een blok dus met een echte Harley-uitstraling. Maar deze motor zou slechts een rebranding zijn van een model van het Chinese bedrijf Longjia, dat vrijwel dezelfde motor levert aan andere merken, zoals Hanway, Mondial, Italica, enz, enz. Nu mag je van Harley-Davidson niet verwachten dat ze een andere sticker op de tank plakken, maar het kan wel de technische basis overnemen en daar een eigen specifiek model van maken.
Harley-Davidson moet er voor waken dat ‘hun’ model ook maar een beetje lijkt op dat van Longjia. Beter zou zijn er een powercruiser van te maken die lijkt op de coolste Harley ooit: de XLCR 1000, de legendarische Café Racer van eind jaren ’70. Helaas was dit model geen uitzonderlijke verkoopsucces. Vandaag de dag wordt de XLCR 1000 wel beschouwd als een echte cultfiets. De nieuwe en agressieve CR 1/4 (kwart liter) is zwart, laag en lang. Met een traditionele rijpositie en niet met uitgestrekte benen. Met een goed gepositioneerd verlaagd stuur en de kleine kuip. Zou dit het geluk kunnen worden van een grote schare jonge fans. Een echte Harley-Davidson, ook al is het niet echt … geboren in de VS!
Wie is Oberdan Bezzi?
Oberdan Bezzi maakt al jaren concepttekeningen van verschillende motorfietsen. De Italiaan creëert veel conceptfietsen voor zichzelf en het internet. Bezzi heeft echter ook concepttekeningen gemaakt in samenwerking met grote fabrikanten en die later in het ontwerp van productiemodellen zijn verwerkt. Sinds zijn jeugd is de ontwerper geïnteresseerd in gemotoriseerde tweewielers en daarom heeft hij van zijn passie zijn beroep gemaakt. Vandaag de dag werkt hij als freelancer.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.