Zie hier de verschrikkelijk gave Apex-RS, alweer de derde elektrische superbike gemaakt door het studententeam Electric Superbike Twente. Wendbaarder, mooier en vooral sneller dan ooit tevoren, aldus het team en dat is helemaal bijzonder als je weet dat de motor in slechts achten maanden is ontworpen én in elkaar gezet. Zodra het weer kan, zal de Apex-RS in actie te zien zijn in meerdere races.
De Apex-RS beschikt over 160 pk waarmee hij sneller dan 250 kilometer per uur zal moeten gaan. Om van 0 naar 100 te acceleren, is zelfs minder dan drie seconden nodig. Het batterijpakket heeft een capaciteit van 13.2 kWh en bestaat uit 495 cellen. Toch draaide het voor de studenten niet enkel om vermogen en snelheid. Sterker nog, de focus lag voornamelijk op de veiligheid en betrouwbaarheid van het batterijpakket.
Lekkere meevaller daarbij is dat, vergeleken met de superbike van vorige jaar, de Apex-RS liefst 40 kilogram lichter is. Het team verwacht daardoor – niet geheel onterecht – een enorme verbetering in de prestaties van de superbike.
Alle innovaties op een rij
De tandwielenkast – verbonden aan de elektromotor – maakt nu structureel deel uit van het frame. Dit betekent dat de tandwielenkast alle krachten en schokken kan opvangen. Dit vereiste complexe simulaties en geavanceerde productietechnieken. Het ontwerp van het frame is eenvoudiger en efficiënter door deze innovatie.
De batterijcellen zijn op een geheel nieuwe manier aan elkaar verbonden waardoor er geen kabeltjes tussen de cellen meer nodig zijn.
Een ’impact resistant casing’ om het batterijpakket heen, is ook nieuw. Het vangt een klap bij een eventuele crash, goed op.
Het team had plannen om in Finland, op het eiland Bermuda en op Assen te gaan racen. Deze plannen zijn, door de coronamaatregelen, helaas verplaatst naar het volgende jaar. Het team is desondanks druk bezig met het plannen van races tegen teams van de TU Delft en een aantal Engelse teams aan het eind van deze zomer. Daarnaast hoopt het team mee te doen aan de OW Cup op TT Circuit Assen in september. Coureur Jorn Hamberg, bekend van Performance Racing Achterhoek, is de coureur van de Apex-RS.
De studenten hebben als doel om binnen vier jaar MotoGP-rondetijden te behalen. Gek? Er wordt verwacht dat de Apex-RS-prestaties vergelijkbaar zijn met die van de hMoto2-motoren. Zodra het weer geoorloofd is, zal het team kijken hoe dichtbij de Apex-RS kan komen.
Valentino Rossi heeft zondag voor het eerst ook succes behaald in een simrace, met een derde plek in de virtuele Grand Prix op Misano. Rossi startte de simrace als vijfde en verloor wat plekken bij de start, maar maakte daarna gestaag terrein goed. Rijdend op de vierde plaats profiteerde hij van de crash van Fabio Quartararo en schoof nog op naar de derde stek.
Meer getraind
“Ik ben heel blij met deze derde plek in mijn virtuele thuisrace”, vertelt Rossi, die voorafgaand deze race ‘iets meer getraind’ had met het 2020 MotoGP-spel dat voor de simraces wordt gebruikt. “Ik was dit keer dan ook snel genoeg”, is de diagnose van The Doctor na een in zijn ogen goede kwalificatie en race.
“Hoewel ik helaas crashte in de eerste ronde, had ik daarna een goed ritme te pakken en kon ik me naar voren werken. Na Quartararo’s crash, mocht ik zelfs naar het podium.”
Wéér een Márquez
De eerste twee plekken in de simrace op Misano gingen naar de broers Márquez. De virtuele broederstrijd tussen de twee Repsol Honda-coureurs werd gewonnen door Álex Márquez, die broer Marc in de laatste ronde inhaalde. Het was Álex Márquez tweede zege in een virtuele Grand Prix, eerder won hij die op Mugello.
De race gemist? Geen probleem, want op YouTube kun je ‘m rustig terugkijken.
Ardennen, Eifel, Sauerland en de Mergellandroute. Iedereen kent het, iedereen rijdt het. Maar er zijn ook gebieden waar maar weinig mensen komen. Op de een of andere manier ontsnappen ze steeds aan onze aandacht. En onbekend maakt onbemind. De hoogste tijd daar verandering in te brengen. Aflevering 2: Midden-Limburg.
Om te beginnen even wat verwachtingsmanagement. Midden-Limburg heeft géén noemenswaardige heuvels. Ik herhaal, géén heuvels van betekenis. Daarvoor moet je in Zuid-Limburg zijn. Net als honderdduizend anderen. Maar als je eens wat anders wilt rijden dan in optocht over de Mergellandroute, dan is Midden-Limburg een topbestemming: stil, mooi, gevarieerd en vol onbekend terrein.
Dat begint al op mijn vertrekpunt in Stramproy. Ik schakel de 161 kilometer lange route in op de navigatie en krijg meteen de vraag of ik wel weet dat een deel van het traject over onverharde wegen gaat. Nou, nee, dat wist ik niet, maar geen probleem. Veel meer dan een handvol stroken kan het niet zijn en bovendien is mijn reisgenoot Moto Guzzi V85TT erop berekend.
Omstandigheden Zonnige voorjaarsdag
Temperatuur 8 tot 20 graden
Stramproy was de woonplaats van de Zangeres zonder Naam, de koningin van het levenslied in een tijd dat de termen volkszanger en volkszangeres nog lang niet hip waren. Hoewel ze haar faam dankt aan jolige meezingers als Mexico en Costa del Sol, maakt ze vooral tranentrekkers, recht uit het hart. Eén daarvan draagt – om bij de tocht van vandaag te blijven – de titel ‘Rij voorzichtig’.
Rij voorzichtig denk aan mij Want de dood zit aan je zij Rij voorzichtig alsjeblieft Pappie toe ‘k heb u zo lief
Nou, bedankt zangeres. Dat rijdt een stuk geruster. Maar we zijn vertrokken. Over smalle wegen met bomen erlangs. Kleine boerderijen, malse weilanden en akkers die vers geploegd klaar liggen om ingezaaid te worden. De Uffelse watermolen is een mooie stopplaats. Even uit het zadel voor koffie. Nog niet op het terras – vanaf juni hopelijk wel – maar uit de meegenomen thermosfles.
Zoals op zoveel plekken aan de route staat er een kapelletje. Deze is gewijd aan Antonius van Padua, een druk baasje want hij is de patroonheilige van onder anderen mijnwerkers, vrouwen, kinderen, bakkers, armen, het huwelijk, verliefden én reizigers…
Stuiteren over Maaskeien
Met de steun van Antonius achterop, rijd ik verder door het Limburgse land. Een deel van het traject ligt letterlijk op de grens met België. Er is nog een stuk stroomdraad uit de Eerste Wereldoorlog te zien, dat Vlaanderen scheidde van het neutrale Nederland. Enkele mooie ronde bochten worden afgewisseld met een paar haakse. Het valt op hoe soepel en gemakkelijk de Guzzi zich hier doorheen laat sturen. Dat belooft veel goeds voor vandaag.
De dorpen die ik passeer hebben geen cafés en restaurants met hoogdravende namen als Panorama of Berg en Dal. Ze heten eenvoudigweg ’t Pumpke of ’t Pastorieke. Bij het binnenrijden van Thorn wordt de vering op de proef gesteld. Stuiteren over de Maaskeien, waarmee het historische centrum is geplaveid. De vering van de V85TT staat wat strakker – lees: minder comfortabel – dan bij veel andere allroads, maar al snel vind ik de juiste snelheid om de ergste oneffenheden te elimineren.
Thorn is mooi. In het oude centrum zijn alle gevels witgeschilderd. Het zorgt voor een ietwat buitenlands sfeertje. Fijn in een tijd dat het buitenland minder gemakkelijk te bereizen valt dan een paar maanden geleden. De witte gevels voeren terug naar de achttiende eeuw, toen de Franse overheersers belastingen invoerden aan de hand van de grootte van de ramen. De arme bewoners metselden hun ramen deels dicht en probeerden dit met een verse lik witte verf wat te camoufleren. Het is nooit meer veranderd.
Een rondje Thorn. Langs kleine woonhuisjes, verschillende kapellen, grote kerk, herenhuizen en een begijnhof. Aardig weetje: in de crypte onder de abdijkerk zouden zo’n vijftig mummies liggen. Twee sarcofagen met mummie zijn te bezichtigen. Wie er in de kisten liggen is onduidelijk.
Ouderwetse rauwheid
Het stadje uit, de Maas over. Hoewel ik over de parallelweg had willen rijden, beland ik op de snelweg. Foutje in de navigatie of heb ik het niet goed afgelezen? Hoe dan ook. Het is maar een klein stukje. Alleen even naar de andere kant van het water. Daar wacht dan weer het rustigere asfalt.
Dit is Limburgs waterland. Hier stromen de Maas en de Oude Maas én liggen de Maasplassen, een gebied dat vooral door afgraving van grind een delta van grote en kleine meertjes is geworden. Ik passeer het vestingstadje Stevensweert dat nog een deel van zijn ravelijnen heeft en kijk vanaf de oever naar België, aan de overkant van het water.
Tijd om even lekker door te rijden. In de derde en vierde versnelling. Het toerental hoog houden, maar ook af en toe tot 2.000 laten zakken om hem dan van onderuit door te laten trekken. Eens kijken of deze nieuwe Guzzi nog de ouderwetse rauwheid van een dwarsgeplaatste twin heeft. Zeker wel! Ook het geluid wordt spannender.
Op snelheid passeer ik Echt en de fraaie ruïne van Montfort. Zuid-Limburg wordt het hier nergens, maar af en toe heuvelt het landschap wel meer dan gebruikelijk in Nederland. Ik geef de Guzzi snelheid en leef me uit in de vierde versnelling. Niet dat het extreem hard gaat, maar wel vlot en brutaal. Remmen, hoek om, meteen gas erop, één keer opschakelen, terug naar vier en het blok weer van onder uit aan het werk zetten. Feest tot aan de Landwinkel in Vlodrop.
Tijd voor coronaproof koffie drinken en vlaai eten. We zijn tenslotte in Limburg. Het mag (nog) niet op het terras van de boerderij zelf, maar iets verderop staan aan het water van de Roer, twee bankjes. De vlaai smaakt er niet minder om.
Onverhard pad
Iets verderop ligt de Gitstappermolen, bijna letterlijk op de grens met Duitsland. Een fraai plekje waar het water van de Rothenbach wordt opgevangen in een bassin en vervolgens langs het waterrad geleid. Een onverhard pad lokt Duitsland in, maar mijn navigatie houdt me aan deze kant van de grens voor een rit langs Nationaal Park de Meinweg, de ring om Roermond en een route terug richting de Maas.
Het is me ondertussen duidelijk geworden dat piepkleine stroompjes als de Roer en de Swalm een compleet landschap kunnen boetseren. Het water slingert door weilanden en dorpen en laat zich niet beteugelen. Soms is zo’n beek nauwelijks zichtbaar, dan weer duikt hij op onder een smal bruggetje om verderop te zijn aangezwollen tot een riviertje. En dan is het water plots weer verdwenen tussen gras en riet.
Bij Kessel steek ik met een pontje de Maas over. Rechts zijn de restanten te zien van wat ooit een imposant kasteel geweest moet zijn. Ik sla linksaf. Naar het zuiden. Als ik iets onder Neer de officiële route verlaat op zoek naar uitzicht op het water, krijg ik een zand- en grindpad cadeau. Staand op de steps, gooi ik de snelheid omhoog en laat ik de Guzzi zijn spoor zoeken. Stof waait links en rechts de wereld in.
Terug op het asfalt probeer ik de Leumolen in de bossen bij Nunhem te bereiken. Die had ik als routepunt ingegeven, maar ja, met verbodsborden heeft de planner geen rekening gehouden. Alle pogingen stranden. De enige manier is afstappen en gaan lopen. Ik blijf liever nog even in het zadel, dus draai ik de V85TT om en rijd ik het bos uit. Naar Haelen met kasteel en naar Horn voor een toevallig ontmoeting.
Gebroken voet en zo
Doel is het kasteel van de graven van Horn. De bekendste, Filips van Montmorency, werd samen met graaf Lamoraal van Egmont in 1568 in Brussel onthoofd. Staat in onze geschiedenisboeken als het begin van het Hollandse verzet tegen de Spanjaarden en mede de aanleiding tot de Tachtigjarige Oorlog.
Ik parkeer voor het kasteel, bekijk de façade en de lanen en raak aan de praat met een man die zijn heg staat te knippen. Bekend gezicht, maar kan hem niet helemaal thuisbrengen. Blijkt het Ger Eenens te zijn, een oude bekende die in de jaren negentig, zonder noemenswaardige ervaring, de avontuurlijkste offroad rally’s reed, zoals Parijs-Moskou-Peking, Rally del Sierto en de Australian Safari Rally. Of ik zijn Yamaha XTZ 660 uit die tijd wil zien.
De vraag stellen is hem beantwoorden. Dus staan we niet veel later op corona-afstand de machine te bewonderen en oude verhalen op te halen. Over gebroken voeten, sterven in het zadel, een Mongoolse vorst, elkaar helpen en de commercialisering van Dakar. Ger zijn avonturen hebben geholpen om van zijn bedrijf een succes te maken. Zo voorziet hij circuits over de hele wereld van hekken en kombochten. Oh, en hij hoort tot de honderd belangrijkste kunstverzamelaars van Nederland.
Tijd om verder te rijden. Het laatste traject door Midden-Limburg. Geïnspireerd door de verhalen van Ger, ga ik er goed voor zitten. Veel zand kom ik niet tegen, maar het gaat net wat scherper door de bochten. Het stuurgemak van de Guzzi én de strakke manier waarop hij op koers blijft, zijn indrukwekkend. Kijken, insturen en de rest gaat als het ware vanzelf. Dat hij met 80 pk wat spierkracht te kort komt…. mwah, vind ik wel meevallen. Het zit mij in elk geval niet in de weg.
De waterwereld van de Maas ligt nu achter ons. Terug naar de smalle wegen, de bomen, de velden en vers geploegde akkers. Het asfalt volgt de Tungelroyse Beek richting Stramproy. Na een paar laatste bochten haal ik langzaam de hand wat van het gas en laat ik mijn reisgenoot uitdrijven. De Moto Guzzi V85TT en ik hebben een topdag gehad.
Bij Stramproy hoor ik in gedachte een echo uit het verleden. De Zangeres zonder Naam met een snik in haar stem:
Al zijn we straatarm toch zijn we schatrijk We voelen ons beiden een koning gelijk We hebben de vrijheid, we hebben elkaar We zijn een gelukkig zwerverspaar
Het witte stadje nodigt uit om even de benen te strekken. Wandelingetje door de straten en daarna een koffiestop op een van de gezellige terrassen. Aangezien die – vooralsnog – in juni weer open mogen, de ideale pauzeplek op dit stuk van de route.
Thorn
2. Landwinkel Schurenhof, Vlodrop
Picknicktafels op het boerenerf, het water van de Roer er vlak achter. De ideale locatie om te stoppen voor koffie met Limburgse vlaai van de boer. Wie wil kan zijn motor er ook een uurtje laten staan voor een kanotochtje over de Roer.
Landwinkel Schurenhof
3. Friedesse Molen, Neer
Je kunt onderweg bij verschillende watermolens aanleggen, zoals de Uffelse Molen en de Gitstapper Molen, ook twee uitstekende stopmogelijkheden. Bij de Friedesse Molen in Neer zit je recht aan het water van de Neerbeek.
Precies 50 jaar geleden, in 1970 dus, won motorcrosslegende Aloïs Dekort zijn eerste Belgische titel. Hij werd vervolgens zes keer Belgisch kampioen zijspannen en won vele internationale prijzen. In onderstaande podcast herbeleeft hij de rauwe jaren ’70 als topatleet.
Met een goeie dosis nostalgie blikt hij terug op zijn avonturen, waarbij hij onvermoeibaar door heel Europa trok voor zijn grote passie: zijspanmotorcross.
Oké, we geven het direct toe. Het is dit een keer een andere zondagmorgenfilm dan je gewend bent van ons, maar ook eentje die perfect past in een tijd waar alles toch al zo anders is. En uiteindelijk is er niets mooiers dan te ‘klappen’ over het verleden. Toch?
Boven het bureau van de grote schrijver W.F. Hermans hing de tekst ‘Men schrijft of men heeft vrienden’. En zo is het. Voor Het Financieele Dagblad maakte ik een stuk over de motorbranche en de coronacrisis, nadat Duitsland en België het recreatief motorrijden in maart hadden verboden. En jawel, daar kwamen de boze mailtjes. ‘2019 was qua verkoopcijfers het beste motorjaar in tien jaar’, schreef ik in het FD. ‘Wat zal 2020 dan worden als zoveel mensen thuiszitten en het weer goed is? Een topjaar, hopen de motorrijders. Een rampjaar, vrezen wandelaars die al te vaak van hun sokken zijn gereden door hooligans met illegale herrie-uitlaten en duivelsoortjes op hun helmen.’ Kop boven het stuk: ‘Motorbranche hield hart vast voor gedrag van de doelgroep.’
Pling, zei mijn mailbox een dag later. Een importeur van motorkleding: ‘Altijd worden motorrijders negatief in het daglicht gezet. De kop van het stuk gaf alweer de richting aan.’ Pling, zei mijn mailbox opnieuw. Een vertegenwoordiger van een groot Japans motormerk: ‘Wat een volstrekt subjectief sensatieartikel over de motormarkt. Meer dan één miljoen rijbewijshouders weggezet.’
‘Ik zeg als motorrijder: handhaaf de normen en geef de goedwillenden de ruimte.’
Toen klom ík in de pen. ‘Ik rij zelf al 27 jaar motor en draag de doelgroep dus een warm hart toe’, schreef ik de heren terug. ‘Echter, ik voel me op geen enkele wijze verplicht niet eerlijk en kritisch over die doelgroep te schrijven. Ik schrijf nergens dat alle motorrijders hooligans zijn, maar ze zijn er wel degelijk.’
Motorhandelaar Rolf Selling van MotoPort Amsterdam, die zijn verkopen toch al flink had zien dalen, had in maart ‘met samengeknepen billen’ afgewacht of zijn klanten zich aan de (corona)regels zouden houden, had hij tegen me gezegd. Dus niet te dicht op elkaar pauzeren in het gras. Ook niet te veel crashes graag; dat konden de ziekenhuizen niet aan. En – wie de schoen past, trekke hem aan – geen egoïstisch geros over dijkweggetjes, want wandelen was één van de weinige leuke dingen die in de corona-piektijd nog wél mocht. De term ‘herrie-uitlaten’ stigmatiserend? Ook mijn eigen Honda X11 had ze toen ik hem kocht. Wij, motorrijders, zijn in Nederland goed weggekomen. Net iets té aantrekkelijke wegen gingen soms dicht, meer niet. Een lage prijs voor het mogen blijven rijden. Ik stuurde beide boze FD-lezers wat opmerkingen uit een mailtje dat ik óók had gekregen. ‘Stapeldol word je ervan, vooral op mooie dagen’, schreef ene Alexander. ‘Snoeihard op- en doortrekkende racemotoren, Harleys zonder enige demping en ander motortuig. Duizenden mensen mogen steeds meegenieten van één optrekkende idioot op zo’n stinkfiets.’
Alexander had het wel geweten als hij Mark Rutte was. ‘Een verbod op recreatief motorrijden gedurende deze crisis zou ook hier een goed idee zijn. Veel van dit gedrag is nu al verboden. De vraag die zich wederom opdringt: waarom wordt er niet gehandhaafd? Mega-boetes graag! De branche zelf valt overigens ook veel te verwijten.’
Aan Alexander schreef ik terug dat slechts een kleine minderheid van de motorrijders zich als hooligans gedraagt. En ja, in Duitsland wordt strenger gehandhaafd op bijvoorbeeld geluidsoverlast. Ik ben daar zelf ook wel eens aan de kant gezet voor een controle; bij mij was alles keurig in orde, bij mijn kameraad ook. Dus het kán wel, schreef ik. ‘Ik zeg als motorrijder: handhaaf de normen en geef de goedwillenden de ruimte.’
Alexander waardeerde mijn reactie: ‘Wat u aangeeft, lijkt redelijk.’
Vooroordelen kunnen we nooit helemáál wegnemen, maar hoe ons imago is, hebben we grotendeels zelf in de hand. Ik wil in de volgende pandemie graag ook door kunnen rijden én ik gun Rolf Selling en zijn collega-ondernemers prachtige verkoopcijfers.
Onze hobby maandenlang verboden, je moet er potdomme toch niet aan denken?
Wie is Boudewijn Geels?
Boudewijn Geels is journalist, muzikant en motorrijder. Hij verplaatst zich bij voorkeur op zijn Honda X11. Voor sleutelen heeft hij helaas geen enkel talent. Motto: ‘Zo’n ding moet het gewoon dóen!’
‘Ik ben een Honda-gek. Mijn vader reed met Honda’s en toen ik de wegrace begon te volgen, was het de tijd van Mick Doohan. Dan groeit de liefde vanzelf. Een Honda is tijdloos, mooi afgewerkt, nooit schreeuwerig en de styling is altijd goed voor elkaar. Bij mijn laatste aankoop ging het tussen deze Fireblade en een S1000RR. De BMW reed fantastisch en was completer, maar ik ging toch weer voor de mooiere Honda. Dit kleurenschema klopt helemaal, de vering is top en voor een Honda-gek is dit het summum.
Paspoort
Leeftijd 38 Woonplaats Rhenen Rijbewijs sinds 1999 Motorfiets Honda Fireblade CBR1000RR SP Kilometerstand 9.000 In bezit sinds 2017 Aantal gekochte motoren 5 Aantal verkochte motoren 4
Van jongs af aan ben ik motorsportfan en liefhebber van sportieve motoren. Soms heb ik geen zin in druk op mijn polsen, maar dan pak ik de S1000R van mijn vader of een de Z900 van mijn zus. Gelukkig zijn het allemaal viercilinders, want ik geniet van toeren draaien. Het is een geweldig geluid en tegelijk loopt zo’n blok mooi rustig. Zo’n 600’tje draait helemaal gemakkelijk toeren en daar had ik zoveel schik mee, daarmee kan ik lezen en schrijven. Toch ben ik het bullige van deze duizend ook gaan waarderen. Het rijdt zo makkelijk en soepel.
Met een motor durf ik best gas te geven, maar ik wil mezelf geen wildebras noemen. Eigenlijk rij ik best verantwoord. Ik wil op een klaverblad best aan het gas lurken, maar dan maak ik eerst een verkenningsrondje of er nergens olie of rotzooi ligt.’
Deze eerste test van de Suzuki V-Strom 1050XT zou altijd op het bordje van bovengenoemde testredacteur komen. Na de Eicma 2019 vroeg ik me op deze pagina’s openlijk af waarom Suzuki de grote V-Strom – in al zijn bruikbare eenvoud geliefd en aanbeden – inmiddels niet eens een grote make-over gunde. Als een soort blijk van dank. De V-Strom 1000 is immers al bijna twintig jaar een betrouwbare kartrekker voor het Japanse merk. Toch lijkt ook deze 2020-Suzuki V-Strom 1050XT onderhuids weinig vernieuwd. Het uitgangspunt is nog steeds de tweede generatie V-Strom 1000 uit 2014, met de 90-graden-V-twin met een inhoud van 1.037 cc, het nieuwere frame en de upsidedownvork met radiaal gemonteerde remklauwen. Dat onderhuidse heeft op het mechanische vlak misschien vooral verfijning gekregen, terwijl de 2020-V-Strom qua elektronica inmiddels echt wel meedoet: rijmodi, verstelbare traction control en hellingshoekafhankelijk ABS en op deze XT-versie standaard zelfs cruisecontrol. Slimme zaken als hillhold, waarbij de motor je helpt te hellingtrekken, en een soort blipper-functie die als anti-stall dient, komen eveneens van pas. Suzuki zorgde er vervolgens voor dat het blok aan de Euro 5-norm voldoet en peuterde er meteen 6 pk extra uit. De trekkracht liep met één newtonmetertje terug, wat verraadt dat het blok meer toeren is gaan draaien. Een toerengretiger – en dus minder braaf – plusmodel V-Strom; dat klinkt al beter. Want ja, over dat uiterlijk kunnen we het eens zijn, toch?
Bruikbaar eerbetoon
Suzuki dook met de recent heringetreden Katana al de geschiedenisboeken in en hoewel de GSX-S1000 Katana niet iedereen kan bekoren, is het bepaald geen lelijke machine geworden. Een knappe ode aan een motorfiets uit 1981, die we in het begin ook niet om aan te zien vonden. Voor de nieuwe V-Strom 1050 onderstreept Suzuki de claim op het snavel-voorspatbord dat alle allroads anno nu hebben. Het snavel-ontwerp werd geïntroduceerd met de Suzuki DR750S uit 1988. Erg verbaasd zul je niet zijn dat Suzuki voor de nieuwe 1050 V-Strom de toenmalige DR Big-ontwerper Ichiro Miyata inschakelde. Beide kleurstellingen van de 1050XT putten dan ook uit legendarische Suzuki DR-Dakar-kleuren, met de hier gereden XT in het door Marlboro geïnspireerde rood-witte-kleurschema uit 1988 en de nieuwe geel-blauwe V-Strom 1050 leunend op de Camel-kleuren uit 1989. De gelijkenissen tussen het origineel en deze 2020-V-twin-ode kloppen verrassend goed, terwijl het bodywork op de juiste plekken ook is gemoderniseerd. Geen exacte replica, maar eerder een bruikbaar eerbetoon. Zo goed gelukt als de nieuwe 2020-V-Strom op foto’s al lijkt, is hij in het echt nog veel meer. Dit was alleen precies waar ik bang voor was met de nieuwe V-Strom 1050XT: hij is weinig vernieuwend, maar heeft desondanks nog steeds dezelfde prima mechanische basis en ziet er nu ook nog hartstikke goed uit. Niets maar aan doen, toch? Als ik Suzuki was, zou ik met dat uitgangspunt ook achterover leunen. Alleen moet je nooit te lang op de lauweren rusten, lijkt me.
Waarom rijden we hem?
Ruim een jaar geleden gingen er al geruchten over een Suzuki DR Big-revival op basis van de V-Strom. Qua uiterlijk is het een rijdend eerbetoon. We rijden hem dan ook vooral om te zien wat de zaken áchter dat eighties-uiterlijk toevoegen aan deze V-Strom 1050XT.
Geheel volgens verwachting zit de 2020-V-Strom 1050XT dan ook prima, zoals elke grote V-Strom ervoor. Het zadel is lekker breed en het stuur vraagt een actieve zithouding van de rijder. Het brede zadel zou wat kortere rijders af kunnen schrikken, maar ondanks een zadelhoogte van 855 millimeter is het een behoorlijk toegankelijke machine. Je merkt dat het zwaartepunt laag ligt, wat de motor gemakkelijk te manoeuvreren maakt. In het rijden an sich is de V-Strom 1050 één en al stabiliteit. Hij rolt gemakkelijk over oneffenheden heen en belichaamt het ‘rijdt als op rails’-cliché met verve. Weinig spannends wanneer je de motor in het bochtenwerk aan het rollen houdt, en het aanspreken van de remmen zal daar weinig spanning aan toevoegen, terwijl ze desondanks prima en met een goede dosis gevoel vertragen. Het is alleen allemaal niet van de buitencategorie, een trekje dat hij heeft geërfd van zijn voorgangers. Het is pas wanneer je het vernieuwde blok echt aan het werk zet dat het een beetje begint te leven.
Het windscherm is niet heel handig verstelbaar
Nieuwe trucs geleerd
In eerste instantie wekt de 1050XT-twin een nukkige indruk. Onder in het toerenbereik lijkt de techniek er geen zin in te hebben, met mild bokken tot gevolg. Bij de vorige generatie V-Strom kon je van onder tot boven het gas openzetten en rustig maar gestaag maakte hij gang, dus er is iets anders. Bij het passeren van de 4.000 toeren lijkt het blok plots haast te krijgen en de vakkundig gemuilkorfde geluidsproductie doet een poging om uit te breken. De grote, kachelzwarte uitlaatdemper klinkt opeens zowaar lekker, zonder al te veel decibellen te produceren. Het is geen schreeuwerig racegeluid, maar het wekt desondanks de indruk dat deze V-Strom 1050 van aanpakken weet. Niet braaf en van aanpakken weten; de V-Strom heeft niet alleen een facelift gehad, hij heeft ook nieuwe trucs geleerd.
Mijn ongelijk wordt iets of wat bewezen. De V-Strom is een echte opstappen-en-wegwezen-allroad, waarbij de nadruk ondanks de XT-benaming echt wel op straatgebruik ligt. Het gespaakte 19-inch-voorwiel zorgt voor veel stabiliteit, terwijl het ook helemaal niet zwaar stuurt. De V-Strom 1050 doet precies wat je ervan verwacht en is zodoende een gemakkelijk te rijden en bepaald niet intimiderende motorfiets, maar met het vernieuwde Euro 5-blok en de nieuwe ride-by-wire is de nieuwe V-Strom wel een stuk leuker geworden. Hij zweept wat meer op. Bij de voorganger was het de rijder die met de motor speelde, terwijl deze nieuwe V-Strom 1050 echt met de rijder meespeelt. Sterker nog, de motor vraagt nu echt iets van de rijder, terwijl hij voorheen enkel in dienst van de bestuurder stond. Het blok is duidelijk wat scherper afgesteld, waarbij rijmodus 1 een opvallend gretige gasreactie losmaakt dankzij de nieuwe ride-by-wire. Rijmodus 2 is een mooie middenweg, al is de gasreactie zelfs dan enthousiast te noemen. In welke rijmodus je dan ook rijdt, je moet wel schakelen. Onder de 3.000 toeren heb je weinig te zoeken en bij precies 3.000 toeren krijg je een trilling door het stuur. Daarboven gebeurt het. Het blok loopt het mooist van 4.000 tot net over de 6.000 toeren en trekt er dan ook gewillig aan. Op de juiste momenten schakelen, is dus noodzakelijk om de 1037cc-V-twin tevreden te houden. De bak schakelt niet als een mes door de boter, maar is effectief genoeg. Het is dan ook extra fijn dat de hydraulisch bediende koppeling met weinig moeite te doseren is.
Testlocatie Nederland
Omstandigheden Van kou lijden in een voorjaarsstorm tot je een ongeluk zweten en elk beetje ontblote huid verbranden
Temperatuur Tussen de 5 en 24 graden
Totaal testkilometers 590
Bijzonderheden Als je in de regen op de snelweg rijdt, ‘vallen’ de druppels langs het balhoofd en stuur omhoog. Was op de V-Strom 1000 ook al, trouwens.
Poldermodel pur sang
Zo kom je al snel tot de conclusie dat de 2020-V-Strom 1050XT weinig gewenning behoeft; je stapt erop en je kunt ermee lezen en schrijven. Er is niets dat echt een onvoldoende verdient en zijn modern interpretatie van het DR Big-uiterlijk staat als een huis. In die zin is de nieuwe V-Strom net als de oude absoluut een poldermodel pur sang; alles is goed, maar niet het allerbeste; het is afgewogen. Toch steekt de 2020-V-Strom 1050 met kop en schouders boven de V-Strom 1000 uit, met name omdat hij verfijnd is waar de verfijning het best tot zijn recht komt. De ride-by-wire, de elektronische hulpmiddelen en de opgepoetste gasreactie doen niets af aan wat de uitgaande V-Strom 1000 al goed maakte, terwijl er gelijktijdig een rauw randje wordt toegevoegd. Het blok is toerengretiger en speelser, maar het rijwielgedeelte is nog altijd betrouwbaar stabiel. Zo afgewogen als de V-Strom was, is hij nog. Suzuki maakte hem minder braaf, maar de machine boet niet in aan vertrouwen.
Daarmee kom je alleen wel terug bij de vraag of het niet tijd wordt dat Suzuki met een compleet nieuwe grote V-Strom komt; het antwoord daarop blijft wat mij betreft wel een ja. Wel verlegt de V-Strom 1050XT die noodzaak voor nu echt nog wel even, zeker wanneer je de zakcalculator erbij pakt. Het stoere uiterlijk, de uitgekookte techniek en het speelser geworden blok zijn stuk voor stuk pluspunten die hem midden in de markt zetten. Qua uitrusting dan, maar qua prijs krijg je ook wel serieus waar voor je geld. Voor € 15.499,- heb je met de XT-versie namelijk wel zo’n beetje alles wat een beetje allroad nodig heeft. Enige minpuntjes zijn het nieuwe verstelbare ruitje, dat enkel aan de voorkant te verstellen is, zij het met een prachtige gefreesde aluminium hendel. Dat het dashboard een lcd-scherm is in plaats van een tft-kleurenscherm is vooral jammer, maar duidelijk afleesbaar is het gelukkig zeker wel. Wat zaken die ontbreken betreft: handvatverwarming had dan wel weer standaard mogen zijn, aangezien de 1050XT enorm uitnodigt om wanneer dan ook op pad te gaan. Zeker aangezien er tankbonnetje na tankbonnetje een verbruik van 1 op 20 in het notitieblokje werd gepend. Doe dat eens maal de twintig liters in de tank en je hebt een echte reiziger aan de V-Strom 1050.
Scherper, speelser
Dat moet je de 2020 Suzuki V-Strom 1050XT door de bank genomen toch wel nageven; hoewel een groot deel van de techniek al even meegaat, en Suzuki – als je het mij vraagt – de grote V-Strom ondertussen wel wat meer lof mag geven, houdt deze 1050XT-versie van de V-Strom het achttien jaar na de eerste V-Strom nog steeds totaal niet onaardig uit tussen de concurrentie. Het is nog altijd dezelfde grote vriendelijke reus, maar dan wel een evolutie van die grote vriendelijke reus die net wat scherper, net wat speelser en zo toch nog weer een heel stuk beter is.
Technisch ingezoomd
1. Suzuki heeft flink zijn best gedaan op de afwerking en het zadel is daar een mooi voorbeeld van. Dat ziet er heel strak en luxueus uit. 2. Voor de bestuurder is het zadel zelfs instelbaar, zodat je twintig millimeter hoger komt te zitten. 3. Dik rubber dempt de trillingen vanuit de voetsteunen, al vallen die sowieso wel mee. 4. De luxere XT-uitvoering krijgt spiegels met chique aluminium details. Het zicht naar achteren is prima te noemen. 5. Richtingaanwijzers zijn op de 1050XT-versie standaard led-exemplaren. 6. Niet handig verstelbaar, maar je hebt wel merkbaar invloed op de windbescherming wanneer nodig. 7. Koplamp en achterlicht zijn op elke 1050 V-Strom met leds uitgevoerd. En de snavel, uiteraard.
Conclusie
Als het de oude V-Strom 1000 – die dus ook al 1.037 cc had, zoals deze 1050 – ergens aan ontbrak, was het karakter. Dat was tegelijkertijd ook zijn grootste kracht. Een grote V-Strom is toegankelijk, maar toch sterk genoeg voor alledag. Opstappen en wegwezen, dat idee. Alleen zou je van een V-Strom nooit een adrenalinejunkie worden, want braaf was het ook wel weer. De nieuwe V-Strom 1050XT is nog altijd geen briesende doldwaze machine, terwijl het met het opgefriste blokkarakter en dat verdraaid goed gelukte nieuwe bodywork allemaal net even wat leuker is geworden. Net leuk genoeg; leuk voor elke motorrijder. Het bewijs wordt geleverd door de 1050XT-kleurstellingen, waarbij zwart en donkergrijs de traditionele en behouden V-Strom-rijder zal bekoren en de geel-blauwe – met gouden velgen, uiteraard – zowel de Dakar-fan als de aandachtstrekkers zal bevallen. De oranjerood-witte is dan een mooie middenweg. En op de vraag of je de XT-loze V-Strom 1050 nog moet overwegen; je wilt de XT-versie alleen al voor die spaakvelgen, toch?
Die anderhalve meter-maatregel zal voor de meeste motorzaken waarschijnlijk niet eens een echt groot probleem opleveren, maar er blijven helaas genoeg andere uitdagingen over. Wij van MotorNL zijn daarom erg benieuwd hoe motorzaken precies omgaan met de strikte regels waar we nu allemaal mee te maken hebben. Daarom deze speciale foto-oproep. Of je nu eigenaar, monteur of klant bent, maakt hierbij niets uit, zolang je maar in beeld brengt wat er gedaan wordt om binnen de regels van het RIVM open te mogen zijn. Als je er ook nog een paar regels uitleg bijzet en uiteraard de naam en locatie van de motorzaak, zijn wij helemaal gelukkig.
Je kunt je bijdrage sturen naar redactie@www.motor.nl onder vermelding van ‘Motorzaak’.
Carbon, carbon en nog eens carbon (plus een dikke Akrapovic). Alsof een gewone Indian FTR nog niet bijzonder genoeg is, komt Indian Motorcycle met een FTR Carbon. Wat je kunt verwachten? Heel veel carbon natuurlijk. Zoals het spatbord, de koplamp-gondel, luchtfilterdeksel en tankdop, de passagierskap en een mooi plaatje waarop staat FTR Carbon, zodat iedereen kan zien dat je echt een speciale versie van een speciale motor hebt.
Verder valt uiteraard de gave titanium Akrapovic-uitlaat goed op. Over prijzen geen woord, maar het feit dat je direct naar een dealer moet voor meer informatie – je vindt ze allemaal op www.indianmotorcycle.eu – doet ons vermoeden dat het niet goedkoop gaat worden.
Gaaf wel, daar hoef je echt niet voor naar een dealer om dat te ontdekken.
De Gramsberger Classic TT, die op de agenda stond voor zaterdag 20 juni 2020, gaat helaas niet door. De oorzaak laat zich raden… ‘We hebben gekeken naar een eventuele latere datum dit jaar, maar hier zien we geen mogelijkheden toe. Het circuit ligt midden in agrarisch gebied waardoor een latere datum niet wenselijk is vanwege de oogsttijd. En daarnaast zijn er te veel andere onzekerheden’, aldus de organisatie in een reactie.
‘Hierdoor hebben we moeten besluiten de Classic TT voor dit jaar af te gelasten en pas weer in 2021 een nieuwe Classic TT te organiseren.’ De Gramsberger Classic TT wordt altijd verreden op de zaterdag voor de TT van Assen. De voorlopige datum voor 2021 is daarmee dus zaterdag 19 juni.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.